Hoofdstuk 1

1.
mens Set mens
2.
Kenan Mahalal-el (hij) is gedaald
3.
(zij) zijn gelegerd (...) jou Methusalach Lamech
4.
rustende daar hete en Jafeth
5.
bouw! Jafeth einde en van Gog en van die en doffer en wereld en (hij) heeft getrokken WTIRX
6.
en bouw! einde ASKNZ WDIPT WTWCRME
7.
en bouw! doffer ALISE en naar Tharsis KTIM WRWDNIM
8.
bouw! hete Cusch en Egypte Put en Kanaän
9.
en bouw! Cusch XBA en Havila WXBTA WROMA WXBTKA en bouw! ROMA Scheba en tepel (...) hen
10.
en Cusch kind (tot) (wij) kwamen in opstand hij (hij) is begonnen te te zijn held bij (het) land
11.
en Egypte kind (tot) LWDIIM en (tot) ONMIM en (tot) LEBIM en (tot) NPTHIM
12.
en (tot) PTRXIM en (tot) als vergeef! (...) hen die voert uit! van daar Filistijnen en (tot) KPTRIM
13.
en Kanaän kind (tot) Sidon trekt voor! en (tot) angst
14.
en (tot) de Jebusiet en (tot) de Amoriet en (tot) ECRCSI
15.
en (tot) de Heviet en (tot) EORQI en (tot) (is het zo) dat Sinaï
16.
en (tot) EARWDI en (tot) de wol (...) mij en (tot) de leren zak-en van
17.
bouw! daar Elam en bevestiging en Arfachsad en Lud en Syrië en Uz en zand WCTR en (hij) heeft getrokken
18.
en Arfachsad kind (tot) wapen en wapen kind (tot) kant
19.
en door te trekken kind tweede zonen daar de één splitsing dat bij (de) dagen (...) hem (wij) splitsten (er)naar het land en naam [van] broers (...) hem IQÐN
20.
WIQÐN kind (tot) ALMWDD en (tot) stoppelveld en (tot) HßRMWT en (tot) maan
21.
en (tot) de generatie (...) hen en (tot) AWZL en (tot) DQLE
22.
en (tot) Ebal en (tot) ABIMAL en (tot) Scheba
23.
en (tot) Ofir en (tot) Havila en (tot) Jobab alle deze bouw! IQÐN
24.
daar Arfachsad wapen
25.
kant splitsing (zij) hebben achtervolgd
26.
Serug Nahor Terach
27.
Abram hij Abraham
28.
bouw! Abraham Izak en Ismaël
29.
deze nakomelingen (...) hen eerstgeborene Ismaël NBIWT en (hij) is donker geworden WADBAL WMBSM
30.
van nieuws en lijk(t) last HDD WTIMA
31.
IÐWR NPIS en (zij) is voorgegaan deze zij bouw! Ismaël
32.
en bouw! pluk! (er)naar bijvrouw Abraham (zij) heeft gebaard (tot) lied (...) hen en (hij) werd hard (...) hen en van Dan en Midian WISBQ WSWH en bouw! (hij) werd hard (...) hen Scheba en tepel (...) hen
33.
en bouw! Midian vermoeidheid en stof en (zij) zijn gelegerd (...) jou WABIDO WALDOE alle deze bouw! pluk! (er)naar
34.
en baar(t) Abraham (tot) Izak bouw! Izak Ezau en Israël
35.
bouw! Ezau Elifaz Rehuël WIOWS en (hij) verhief (...) hen en ijs
36.
bouw! Elifaz Zuiden en spreek(t) kijk uit! en (jullie) zijn gestorven Kenaz en (jij) hield terug en Amelek
37.
bouw! Rehuël (hij) is geland glans daarnaar (-s) en hiervandaan
38.
en bouw! bok Lotan en Sobal WßBOWN en (hij) heeft geantwoord en (hij) heeft bemest en berging en (hij) heeft bemest
39.
en bouw! Lotan ontbrand! WEWMM en zus Lotan (jij) hield terug
40.
bouw! Sobal ga op! (...) hen en geschenk van en Ebal kale heuvel en kracht (...) hen en bouw! ßBOWN waar? en (hij) heeft geantwoord
41.
bouw! (hij) heeft geantwoord DISWN en bouw! DISWN klei (...) hen en (ik) woonde (...) hen en rest (...) hen en veld (...) hen
42.
bouw! berging echtgenoten (...) hen WZOWN IOQN bouw! DISWN Uz en ark
43.
en deze de koningen die (zij) hebben geheerst bij (het) land Edom voor koning koning aan zonen van Israël slechtheid zoon bij (de) huid en naam [van] (zij) hebben blootgelegd DNEBE
44.
en (hij) stierf slechtheid en (hij) heerste in de plaats van hem Jobab zoon glans versterkte
45.
en (hij) stierf Jobab en (hij) heerste in de plaats van hem zintuig (...) hen van land de Themaniet
46.
en (hij) stierf zintuig (...) hen en (hij) heerste in de plaats van hem Hadad zoon eenzame (de) geslagen (tot) Midian bij (het) veld Moab en naam [van] (zij) hebben blootgelegd (hij) heeft verdraaid
47.
en (hij) stierf Hadad en (hij) heerste in de plaats van hem jurk MMSRQE
48.
en (hij) stierf jurk en (hij) heerste in de plaats van hem dodenrijk van pleinen de rivier
49.
en (hij) stierf dodenrijk en (hij) heerste in de plaats van hem echtgenoot (hij) heeft gratie verleend zoon Achbor
50.
en (hij) stierf echtgenoot (hij) heeft gratie verleend en (hij) heerste in de plaats van hem Hadad en naam [van] (zij) hebben blootgelegd POI en naam [van] vuur (...) hem MEIÐBAL dochter MÐRD dochter water van goud
51.
en (hij) stierf Hadad en (zij) waren aanvoerders van Edom aanvoerder (jij) hield terug aanvoerder op haar aanvoerder ITT
52.
aanvoerder Aholibama aanvoerder deze aanvoerder PINN
53.
aanvoerder Kenaz aanvoerder Zuiden aanvoerder versterkte
54.
aanvoerder MCDIAL aanvoerder stad (...) hen deze aanvoerders van Edom

Hoofdstuk 2

1.
deze bouw! Israël Ruben Simeon Levi en Juda Issaschar en Zebulon
2.
Dan Jozef en Benjamin Nafthali Gad en die
3.
bouw! Juda wakkere en kracht (...) hen en Sela drie (hij) is geboren als van dochter schreeuw om hulp! EKNONIT en wees wakkere eerstgeborene Juda kwaad bij bestudeer! Jahweh en (zij) doodden (...) hem
4.
en dadel schoondochter (...) hem (zij) heeft gebaard als (tot) doorbraak en (tot) glans alle bouw! Juda vijf
5.
bouw! doorbraak Hezron en heb medelijden!
6.
en bouw! glans zing! en sterke en Heman WKLKL WDRO allemaal vijf
7.
en bouw! wijngaarden van OKR OWKR Israël die boven bij (de) boycot
8.
en bouw! sterke Azarja
9.
en bouw! Hezron die (hij) is geboren als (tot) Jerahmeël en (tot) (hij) is hoog geweest en (tot) KLWBI
10.
en (hij) is hoog geweest (hij) heeft voortgebracht (tot) Amminadab en Amminadab (hij) heeft voortgebracht (tot) (zij) hebben vermoed (...) hen vorst bouw! Juda
11.
en (zij) hebben vermoed (...) hen (hij) heeft voortgebracht (tot) SLMA WSLMA (hij) heeft voortgebracht (tot) Boaz
12.
en Boaz (hij) heeft voortgebracht (tot) Obed en Obed (hij) heeft voortgebracht (tot) Isaï
13.
en mannen van (hij) heeft voortgebracht (tot) trekt voor! (tot) Eliab en Abinadab (de) tweede WSMOA (de) derde
14.
Nataneël (de) vierde daal! (de) vijfde
15.
AßM (de) zesde David (is het zo) dat ben verzadigd!
16.
WAHITIEM Zeruja WABICIL en bouw! Zeruja (ik) was droog (...) mij en Joab en Asahel drie
17.
WABICIL (zij) heeft gebaard (tot) Amasa en vader Amasa rest EISMOALI
18.
en hond zoon Hezron (hij) heeft voortgebracht (tot) verlaat! (er)naar vrouw en (tot) voorhangsels en deze bouw! (er)naar rechte en ga(a)(t) rond WARDWN
19.
en (zij) stierf verlaat! (er)naar en (hij) nam als hond (tot) APRT en (jij) baarde als (tot) Hur
20.
en Hur (hij) heeft voortgebracht (tot) lichten van en lichten van (hij) heeft voortgebracht (tot) Bezaleël
21.
en andere (hij) is gekomen Hezron naar dochter Machir vader gedenkteken en hij (zij) heeft genomen en hij zoon zestig jaar en (jij) baarde als (tot) SCWB
22.
WSCWB (hij) heeft voortgebracht (tot) (hij) verlichtte en wees als twintig en drie steden bij (het) land het gedenkteken
23.
en (hij) nam Gesur en Syrië (tot) boerderij van (hij) verlichtte van jullie (tot) QNT en (tot) naar dochters zestig stad alle deze bouw! Machir vader gedenkteken
24.
en andere dood Hezron bij (de) hond Efrath en vuur van Hezron naar vader en (jij) baarde als (tot) Aschur vader Tekoa
25.
en (zij) waren bouw! Jerahmeël eerstgeborene Hezron de eerstgeborene (hij) is hoog geweest en bouw(t) en ark WAßM (ik) leefde
26.
en (zij) was vrouw andere aan Jerahmeël en daarnaar (-s) kroon zij als kracht (...) hen
27.
en (zij) waren bouw! (hij) is hoog geweest eerstgeborene Jerahmeël van boom en rechterhand WOQR
28.
en (zij) waren bouw! kracht (...) hen namen van en (hij) heeft geweten en bouw! namen van (hij) heeft geschonken WABISWR
29.
en naam [van] vuur van ABISWR ABIEIL en (jij) baarde als (tot) AHBN en (tot) breng(t) voort
30.
en bouw! (hij) heeft geschonken XLD en neuzen en (hij) stierf XLD niet zonen
31.
en bouw! neuzen reddingen van en bouw! reddingen van zes (...) hen en bouw! zes (...) hen wens toe!
32.
en bouw! (hij) heeft geweten broer namen van rest en Jonathan en (hij) stierf rest niet zonen
33.
en bouw! Jonathan PLT WZZA deze (zij) zijn geweest bouw! Jerahmeël
34.
noch (hij) is geweest aan zes (...) hen zonen dat als dochters WLSSN slaaf Egyptenaar en zijn naam IRHO
35.
en (hij) gaf zes (...) hen (tot) dochter (...) hem LIRHO (zij) hebben gewerkt aan vrouw en (jij) baarde als (tot) tijden van
36.
en tijden van (hij) heeft voortgebracht (tot) (hij) heeft gegeven en (hij) heeft gegeven (hij) heeft voortgebracht (tot) gift
37.
en gift (hij) heeft voortgebracht (tot) APLL WAPLL (hij) heeft voortgebracht (tot) Obed
38.
en Obed (hij) heeft voortgebracht (tot) Jehu en Jehu (hij) heeft voortgebracht (tot) Azarja
39.
en Azarja (hij) heeft voortgebracht (tot) Helez en Helez (hij) heeft voortgebracht (tot) ALOSE
40.
WALOSE (hij) heeft voortgebracht (tot) XXMI WXXMI (hij) heeft voortgebracht (tot) vrede
41.
en vrede (hij) heeft voortgebracht (tot) IQMIE WIQMIE (hij) heeft voortgebracht (tot) Elisama
42.
en bouw! hond broer Jerahmeël van redding trekt voor! hij vader Zif en bouw! Maresa vader Hebron
43.
en bouw! Hebron ijs WTPH en (hij) heeft geborduurd en nieuws
44.
en nieuws (hij) heeft voortgebracht (tot) baarmoeder vader IRQOM en (hij) heeft geborduurd (hij) heeft voortgebracht (tot) namen van
45.
en zoon namen van van vijandige en van misdaad vader huis rots
46.
en vermoeidheid bijvrouw hond (zij) heeft gebaard (tot) Haran en (tot) word(t) tevoorschijn gehaald en (tot) CZZ en Haran (hij) heeft voortgebracht (tot) CZZ
47.
en bouw! IEDI RCM en Jotham WCISN WPLÐ en vermoeidheid WSOP
48.
bijvrouw hond Maächa kind (hij) heeft gebroken en (tot) TRHNE
49.
en (jij) baarde dat (hij) heeft gevlogen vader MDMNE (tot) (het) niets vader MKBNE en vader CBOA en dochter hond OKXE
50.
deze (zij) zijn geweest bouw! hond zoon Hur eerstgeborene Efrath Sobal vader Stad van bossen
51.
SLMA vader huis brood beledig! vader huis omheining
52.
en (zij) waren zonen aan Sobal vader Stad van bossen (hij) heeft laten zien halve (is het zo) dat om te landen
53.
en families Stad van bossen de resten van en de monden (...) mij en de haar naam (...) mij WEMSROI van deze voert uit! de melaatsheid (...) mij WEASTALI
54.
bouw! SLMA huis brood WNÐWPTI kronen huis Joab en halve het geschenk (...) mij de wespen van
55.
en families boeken (zij) hebben gewoond IOBß TROTIM (ik) heb toegehoord (...) hen SWKTIM deze (mv) de Kenieten die gekomen om bronstig te zijn vader huis wagen

Hoofdstuk 3

1.
en deze (zij) zijn geweest bouw! David die (hij) is geboren als bij Hebron de eerstgeborene AMNN LAHINOM EIZROALIT tweede Daniël LABICIL EKRMLIT
2.
(de) derde aan Absalom zoon Maächa dochter Thalmai koning Gesur (de) vierde naar liggers zoon HCIT
3.
(de) vijfde berecht! (er)naar LABIÐL (de) zesde ITROM aan koekalf vuur (...) hem
4.
zes (hij) is geboren als bij Hebron en (hij) heerste daar zeven twee en zes maanden en dertig en drie jaar koning bij Jeruzalem
5.
en deze (zij) zijn geboren als bij Jeruzalem SMOA en ga(a)(t) rond en (hij) heeft gegeven en Salomo vier aan dochter schreeuw om hulp! dochter Ammiël
6.
en (hij) koos en Elisama en Elifeleth
7.
en schijn WNPC WIPIO
8.
en Elisama WALIDO en Elifeleth negen
9.
alle bouw! David weg van tak bouw! PILCSIM en dadel zus (...) hen
10.
en zoon Salomo Rehabeam naar vader bij ons Asa bij ons Josafat bij ons
11.
Joram bij ons Ahazia bij ons Joas bij ons
12.
Amazia bij ons Azarja bij ons Jotham bij ons
13.
Achaz bij ons Hizkia bij ons Manasse bij ons
14.
Amon bij ons Josia bij ons
15.
en bouw! Josia de eerstgeborene Johanan (de) tweede Jojakim (de) derde Zedekia (de) vierde vrede
16.
en bouw! Jojakim IKNIE bij ons heb gelijk! (er)naar bij ons
17.
en bouw! IKNIE (hij) heeft gevangen genomen Sealthiël bij ons
18.
WMLKIRM en bevrijd! (er)naar WSNAßR IQMIE EWSMO en schenk! (er)naar
19.
en bouw! bevrijd! (er)naar Zerubbabel en hoor toe! en zoon Zerubbabel Mesullam en Hananja en Selomith zus (...) hen
20.
en (zij) heeft gedacht en tent en zegen! (er)naar en naar genade-en bewoner genade vijf
21.
en zoon Hananja PLÐIE en naar reddingen bouw! RPIE bouw! (ik) roddelde bouw! werk! (er)naar bouw! behuis! (er)naar
22.
en bouw! behuis! (er)naar hoor toe! (er)naar en bouw! hoor toe! (er)naar HÐWS en (hij) verloste en grendel en schud! (er)naar en rechter zes
23.
en zoon schud! (er)naar ALIWOINI en Hizkia WOZRIQM drie
24.
en bouw! ALIWOINI EWDIWEW en Eljasib WPLIE en kromme en Johanan en put! (er)naar en wolken van zeven

Hoofdstuk 4

1.
bouw! Juda doorbraak Hezron en wijngaarden van en Hur en Sobal
2.
en naar spiegel zoon Sobal (hij) heeft voortgebracht (tot) Jahath en Jahath (hij) heeft voortgebracht (tot) AHWMI en (tot) LED deze families de melaatsheid (...) mij
3.
en deze vader Etam Jizreël WISMA WIDBS en naam [van] zus (...) hen EßLLPWNI
4.
en Pnuel vader omheining en hulp vader naar zintuig deze bouw! Hur eerstgeborene Efrath vader huis brood
5.
en aan Aschur vader Tekoa (zij) zijn geweest schering worden verlaten HLAE en meisje
6.
en (jij) baarde als meisje (tot) (hij) heeft gegrepen (...) hen en (tot) Hefer en (tot) Themaniet en (tot) EAHSTRI deze bouw! meisje
7.
en bouw! HLAE ellende van IßHR en (ik) zal geven (...) hen
8.
WQWß (hij) heeft voortgebracht (tot) ONWB en (tot) EßBBE en familie van AHRHL zoon de hoogte
9.
en wees IOBß belangrijke van broers (...) hem en moeder (...) hem (zij) heeft genoemd zijn naam IOBß te spreken dat (ik) heb gebaard bij (de) bedroefde
10.
en (hij) noemde IOBß aan mijn God Israël te spreken als zegen! (jij) zegende (...) mij en (jij) hebt vermeerderd (tot) grens (...) mij en (zij) is geweest hand (...) jou met mij en (jij) hebt gedaan van herder opdat niet bedroef! en (hij) kwam God (tot) die (hij) heeft gevraagd
11.
WKLWB broer buk(t) zich (hij) heeft voortgebracht (tot) prijs hij vader ASTWN
12.
WASTWN (hij) heeft voortgebracht (tot) huis genees! en (tot) Pesach en (tot) smeekbede vader stad slang deze mens (...) mij naar zachtheid
13.
en bouw! Kenaz Otniël en Seraja en bouw! Otniël HTT
14.
en van misdaad (...) mij (hij) heeft voortgebracht (tot) jonge ree en Seraja (hij) heeft voortgebracht (tot) Joab vader dal stille (mv) dat stille (mv) (zij) zijn geweest
15.
en bouw! hond zoon Jefunne (zij) hebben blootgelegd deze en aangenaamheid en bouw! deze en Kenaz
16.
en bouw! IELLAL Zif en naar Zif TIRIA WASRAL
17.
en zoon hulp rest en opstand (-en) en stof en (hij) overnachtte en (zij) werd zwanger (tot) Mirjam en (tot) namen van en (tot) ISBH vader ASTMO
18.
en vuur (...) hem EIEDIE (zij) heeft gebaard (tot) (hij) is gedaald vader richt een omheining op! en (tot) verbond vader SWKW en (tot) IQWTIAL vader geef op! en deze bouw! naar huizen dochter farao die lering opstand (-en)
19.
en bouw! vuur van bedank! (er)naar zus (wij) waren bronstig vader Kehila de knokkels van WASTMO (is het zo) dat (ik) heb samengedrukt
20.
en bouw! plaatst! (...) hen Amnon en gezang zoon (hij) heeft gratie verleend WTWLWN en bouw! reddingen van ZWHT en zoon ZWHT
21.
bouw! Sela zoon Juda wakkere vader ga! (er)naar en aan getuige vader Maresa en families huis (jij) hebt gewerkt EBß aan huis (ik) zwoer
22.
WIWQIM en mens (...) mij KZBA en Joas en engel die bij (zij) zijn opgegaan aan Moab en inwoners van brood en de woorden OTIQIM
23.
deze (mv) (is het zo) dat scheppen en inwoners van plant! (...) hen en (zij) heeft een omheining opgericht met kroon! bij (het) handwerk (...) hem (zij) hebben gewoond daar
24.
bouw! Simeon NMWAL en rechterhand (hij) twistte glans dodenrijk
25.
gehele bij ons MBSM bij ons van nieuws bij ons
26.
en bouw! van nieuws HMWAL bij ons Zakkur bij ons hoor toe! bij ons
27.
en toe te horen (...) mij zonen zes rijkdom en dochters zes en aan broers (...) hem (er is) niet zonen twisten en alle families (...) hen niet (zij) hebben vermeerderd tot bouw! Juda
28.
en (zij) hebben gewoond bij (de) put zeven en naar geboorte en grondgebied vos
29.
en bij (de) panische angst en bij (het) bot WBTWLD
30.
en met Betuël en naar bij (de) boycot WBßIQLC
31.
en bij (het) huis rijtuigen en bij (het) grondgebied paarden en bij (het) huis schep! en bij (de) poorten deze steden (...) hen tot koning David
32.
en dorpen (...) hen Etam en oog granaatappel en (jij) bereidde en maak! (...) hen steden vijf
33.
en alle dorpen (...) hen die omgevingen de steden (de) deze tot echtgenoot deze nederzettingen (...) hen WETIHSM aan hen
34.
WMSWBB en (hij) heerste WIWSE zoon Amazia
35.
en Joël en Jehu zoon naar bewoners zoon Seraja zoon OSIAL
36.
WALIWOINI en naar Jakob WISWHIE en maak! (er)naar WODIAL WISIMAL en bouw! (er)naar
37.
WZIZA zoon SPOI zoon eik zoon naar handen zoon bewaar! zoon hoor toe! (er)naar
38.
deze die gekomen bij (de) namen vorsten bij (de) families (...) hen en huis vaders-en (...) hen (zij) hebben doorgebroken aan meerderheid
39.
en (zij) gingen tot van komst omheining tot aan Oosten het dal te zoeken van herder aan kleinvee (...) hen
40.
en (zij) vondden van herder olie en goede en het land (jij) bent breder geworden handen en (jij) bent stil geweest en naar kwartel dat vanuit hete de inwoners daar vroeger
41.
en voert in! deze de geschriften bij (de) namen bij (de) dagen van Hizkia koning Juda en (zij) sloegen (tot) tenten (...) hen en (tot) (is het zo) dat bestuderen die (zij) hebben zich bevonden daarnaar (-s) WIHRIMM tot vandaag deze en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen dat van herder aan kleinvee (...) hen daar
42.
en (van)uit hen vanuit bouw! Simeon (zij) zijn gegaan aan heuvel bok mensen vijf honderd WPLÐIE en schud! (er)naar WRPIE en Uzziël bouw! reddingen van bij (het) hoofd (...) hen
43.
en (zij) sloegen (tot) rest laat eruit! (er)naar aan Amelek en (zij) hebben gewoond daar tot vandaag deze

Hoofdstuk 5

1.
en bouw! Ruben eerstgeborene Israël dat hij de eerstgeborene en bij (de) dode (...) hem IßWOI vader (...) hem (zij) heeft gegeven bij (zij) hebben afgehakt aan zonen van Jozef zoon Israël noch LETIHS voor te trekken (er)naar
2.
dat Juda man bij (de) broers (...) hem en aan leider (van)uit hem WEBKRE aan Jozef
3.
bouw! Ruben eerstgeborene Israël (zij) zijn gelegerd (...) jou WPLWA Hezron en wijngaarden van
4.
bouw! Joël hoor toe! (er)naar bij ons Gog bij ons hoor toe! bij ons
5.
Micha bij ons naar spiegel bij ons echtgenoot bij ons
6.
naar put bij ons die de bol TLCT PLNAXR koning die hij vorst aan Rubeniet
7.
en broers (...) hem aan families (...) hem BETIHS aan nakomelingen (...) hen het hoofd IOIAL en Zacharia
8.
en slechtheid zoon OZZ zoon nieuws zoon Joël hij bewoner BOROR en tot Nebo en echtgenoot van vijandige
9.
en aan Oosten inwoner tot te komen van woord aan manna de rivier koe van dat van nesten (...) hen tienduizend bij (het) land gedenkteken
10.
en bij (de) dagen van dodenrijk Ezau strijd met EECRAIM en (zij) vielen bij (hij) leek en (zij) hebben gewoond bij (de) tenten (...) hen op alle aanzicht van Oosten aan gedenkteken
11.
en bouw! Gad tegen hen (zij) hebben gewoond bij (het) land de Basan tot XLKE
12.
Joël het hoofd WSPM wijkt! en (hij) antwoordde (...) mij en rechter bij (de) Basan
13.
en broers (...) hen aan huis vaders-en (...) hen Michaël en Mesullam en zeven en vroege regens van WIOKN WZIO en kant zeven
14.
deze bouw! ABIHIL zoon word bleek! zoon IRWH zoon gedenkteken zoon Michaël zoon (hij) verblijdde zich (...) mij zoon samen zoon minachting
15.
broer zoon OBDIAL zoon CWNI hoofd aan huis vaders (...) hen
16.
en (zij) hebben gewoond bij (het) gedenkteken bij (de) Basan en naar bij (de) dochters en in alle terreinen van (zij) hebben gezongen (...) hen op TWßAWTM
17.
allemaal ETIHSW bij (de) dagen van Jotham koning Juda en bij (de) dagen van Jerobeam koning Israël
18.
bouw! Ruben en bokje en halve stam Manasse vanuit bouw! macht mensen (hij) heeft gedragen (...) mij schild en zwaard en wegen van boog en studeer! (...) mij strijd veertig en vier duizend en zeven honderd en zestig voer uit! leger
19.
en (zij) hebben gemaakt strijd met EECRIAIM WIÐWR WNPIS en schenk(t)
20.
en (zij) hielpen op hen en (hij) zal gegeven worden (...) hem bij (hij) leek EECRIAIM en alle SOMEM dat aan God (zij) hebben geschreeuwd bij (de) strijd en (wij) badden aan hen dat (zij) hebben zich verzekerd bij hem
21.
en (zij) hebben gewoond van nesten (...) hen kamelen (...) hen vijftig duizend en kleinvee honderd paar en vijftig duizend en ernstige (mv) duizenden en ziel mens honderd duizend
22.
dat doden twisten ga(a)t neer! dat van de goden de strijd en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen tot de bol
23.
en bouw! halve stam Manasse (zij) hebben gewoond bij (het) land van Basan tot echtgenoot Hermon WSNIR en heuvel Hermon deze (mv) tienduizend
24.
en deze hoofden van huis vaders (...) hen en stof en reddingen van en Eliel WOZRIAL en Jeremia WEWDWIE WIHDIAL mensen helden van macht mens (...) mij namen hoofden aan huis vaders (...) hen
25.
en (zij) ontvreemdden bij mijn God vaders (...) hen en (zij) hoereerden na mijn God met mij het land die (hij) heeft uitgeroeid God van aanzichten (...) hen
26.
en bos mijn God Israël (tot) wind PWL koning bevestiging en (tot) wind TLCT PLNXR koning bevestiging en (hij) verheugde zich (...) hen aan Rubeniet en aan bokje en druk! stam Manasse en (hij) bracht (...) hen LHLH en sluit je aan! WERA en rivier CWZN tot vandaag deze
27.
bouw! Levi Gerson Kahath en Merari
28.
en bouw! Kahath korenschoof (...) hen zuivere olie en Hebron en Uzziël
29.
en bouw! korenschoof (...) hen Aäron en Mozes en Mirjam en bouw! Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu Eleazar en Ithamar
30.
Eleazar (hij) heeft voortgebracht (tot) Pinehas Pinehas (hij) heeft voortgebracht (tot) ABISWO
31.
WABISWO (hij) heeft voortgebracht (tot) BQI WBQI (hij) heeft voortgebracht (tot) kracht (...) mij
32.
en kracht (...) mij (hij) heeft voortgebracht (tot) rijs! (er)naar en rijs! (er)naar (hij) heeft voortgebracht (tot) MRIWT
33.
MRIWT (hij) heeft voortgebracht (tot) Amarja en Amarja (hij) heeft voortgebracht (tot) Ahitub
34.
en Ahitub (hij) heeft voortgebracht (tot) heb gelijk! en heb gelijk! (hij) heeft voortgebracht (tot) Ahimaaz
35.
en Ahimaaz (hij) heeft voortgebracht (tot) Azarja en Azarja (hij) heeft voortgebracht (tot) Johanan
36.
en Johanan (hij) heeft voortgebracht (tot) Azarja hij die priester bij (het) huis die (hij) heeft gebouwd Salomo bij Jeruzalem
37.
en baar(t) Azarja (tot) Amarja en Amarja (hij) heeft voortgebracht (tot) Ahitub
38.
en Ahitub (hij) heeft voortgebracht (tot) heb gelijk! en heb gelijk! (hij) heeft voortgebracht (tot) vrede
39.
en vrede (hij) heeft voortgebracht (tot) Hilkia en Hilkia (hij) heeft voortgebracht (tot) Azarja
40.
en Azarja (hij) heeft voortgebracht (tot) Seraja en Seraja (hij) heeft voortgebracht (tot) Jozadak
41.
en Jozadak beweging BECLWT Jahweh (tot) Juda en Jeruzalem bij (de) hand Nebukadnezar

Hoofdstuk 6

1.
bouw! Levi verjaag! (...) hen Kahath en Merari
2.
en deze namen bouw! verjaagt! (...) hen aan zonen van en hoor toe!
3.
en bouw! Kahath korenschoof (...) hen en zuivere olie en Hebron en Uzziël
4.
bouw! Merari van ziekte WMSI en deze families (is het zo) dat Levi aan vaders (...) hen
5.
LCRSWM aan zonen van bij ons Jahath bij ons vuiligheid bij ons
6.
Joah bij ons getuige (...) hem bij ons glans bij ons IATRI bij ons
7.
bouw! Kahath Amminadab bij ons ijs bij ons (ik) verwijderde bij ons
8.
Elkana bij ons WABIXP bij ons en (ik) verwijderde bij ons
9.
in de plaats van bij ons AWRIAL bij ons Uzzia bij ons en dodenrijk bij ons
10.
en bouw! Elkana OMSI WAHIMWT
11.
Elkana bij ons Elkana ßWPI bij ons en (hij) is geland bij ons
12.
Eliab bij ons (hij) had medelijden bij ons Elkana bij ons
13.
en bouw! Samuël (is het zo) dat trek voor! en tweede en naar vader
14.
bouw! Merari van ziekte aan zonen van bij ons hoor toe! bij ons naar kracht bij ons
15.
SMOA bij ons naar feesten bij ons maak! (er)naar bij ons
16.
en deze die (hij) heeft opgesteld David op handen van lied huis Jahweh MMNWH de kist
17.
en (zij) waren dienen voor residentie tent ontmoeting bij (het) lied tot dochters Salomo (tot) huis Jahweh bij Jeruzalem en (zij) stondden vast zoals rechtsregel (...) hen op werken (...) hen
18.
en deze de staanders en zonen (...) hen van zonen van de Kahathiet Heman EMSWRR zoon Joël zoon Samuël
19.
zoon Elkana zoon (hij) had medelijden zoon Eliel zoon TWH
20.
zoon ßIP zoon Elkana zoon van angst zoon OMSI
21.
zoon Elkana zoon Joël zoon Azarja zoon Zefanja
22.
zoon in de plaats van zoon (ik) verwijderde zoon ABIXP zoon ijs
23.
zoon zuivere olie zoon Kahath zoon Levi zoon Israël
24.
en broers (...) hem Asaf stel op! op dagen (...) ons Asaf zoon BRKIEW zoon SMOA
25.
zoon Michaël zoon bij maak! (er)naar zoon Malchia
26.
zoon (ik) zal geven (...) mij zoon glans zoon naar sieraad
27.
zoon sterke zoon vuiligheid zoon hoor toe!
28.
zoon Jahath zoon verjaag! (...) hen zoon Levi
29.
en bouw! Merari broers (...) hen op de linkerhand sterke zoon QISI zoon werk! zoon heers!
30.
zoon bereken! (er)naar zoon Amazia zoon Hilkia
31.
zoon ben sterk! zoon bouw! zoon bewaar!
32.
zoon van ziekte zoon MWSI zoon Merari zoon Levi
33.
en broers (...) hen de Levieten geschonken (mv) aan alle werk van residentie huis naar God
34.
en Aäron en zonen (...) hem laten roken op altaar (is het zo) dat ga(a)(t) op en op altaar (jij) hebt laten roken aan alle handwerk van heiligheid de heiligheden en te verzoenen op Israël zoals alle die geef opdracht! Mozes slaaf naar God
35.
en deze bouw! Aäron Eleazar bij ons Pinehas bij ons ABISWO bij ons
36.
BQI bij ons kracht (...) mij bij ons rijs! (er)naar bij ons
37.
MRIWT bij ons Amarja bij ons Ahitub bij ons
38.
heb gelijk! bij ons Ahimaaz bij ons
39.
en deze nederzettingen (...) hen LÐIRWTM bij (de) grens (...) hen aan zonen van Aäron aan familie van de Kahathiet dat aan hen (hij) is geweest het lot
40.
en (zij) gaven aan hen (tot) Hebron bij (het) land Juda en (tot) naar terreinen naar omgevingen
41.
en (tot) veld (hij) heeft opgemerkt en (tot) naar dorpen (zij) hebben gegeven aan hond zoon Jefunne
42.
en aan zonen van Aäron (zij) hebben gegeven (tot) steden van de schuilplaats (tot) Hebron en (tot) witte en (tot) naar terreinen en (tot) rest en (tot) ASTMO en (tot) naar terreinen
43.
en (tot) HILZ en (tot) naar terreinen (tot) aanspraakplaats en (tot) naar terreinen
44.
en (tot) maak! (...) hen en (tot) naar terreinen en (tot) huis zon en (tot) naar terreinen
45.
en van stam Benjamin (tot) heuvel en (tot) naar terreinen en (tot) jonge vrouw van en (tot) naar terreinen en (tot) Anathoth en (tot) naar terreinen alle steden (...) hen drie tien stad BMSPHWTIEM
46.
en aan zonen van Kahath (is het zo) dat blijven over van familie van de stam MMHßIT stam halve Manasse bij (het) lot steden rijkdom
47.
en aan zonen van verjaagt! (...) hen aan families (...) hen van stam Issaschar en van stam die en van stam Nafthali en van stam Manasse bij (de) Basan steden drie tien
48.
aan zonen van Merari aan families (...) hen van stam Ruben en van stam Gad en van stam Zebulon bij (het) lot steden twee tien
49.
en (zij) gaven bouw! Israël aan Levieten (tot) de steden en (tot) terreinen (...) hen
50.
en (zij) gaven bij (het) lot van stam bouw! Juda en van stam bouw! Simeon en van stam bouw! Benjamin (tot) de steden (de) deze die (zij) noemden ATEM bij (de) namen
51.
en van families bouw! Kahath en wees steden van grens (...) hen van stam Efraïm
52.
en (zij) gaven aan hen (tot) steden van de schuilplaats (tot) schouder en (tot) naar terreinen bij (de) heuvel Efraïm en (tot) wortel en (tot) naar terreinen
53.
en (tot) IQMOM en (tot) naar terreinen en (tot) huis wordt bleek! (...) hen en (tot) naar terreinen
54.
en (tot) Elon en (tot) naar terreinen en (tot) wijnpers granaatappel en (tot) naar terreinen
55.
WMMHßIT stam Manasse (tot) ONR en (tot) naar terreinen en (tot) Bileam en (tot) naar terreinen aan familie van aan zonen van Kahath (is het zo) dat blijven over
56.
aan zonen van verjaagt! (...) hen van familie van halve stam Manasse (tot) CWLN bij (de) Basan en (tot) naar terreinen en (tot) OSTRWT en (tot) naar terreinen
57.
en van stam Issaschar (tot) heiligheid en (tot) naar terreinen (tot) woord van en (tot) naar terreinen
58.
en (tot) RAMWT en (tot) naar terreinen en (tot) ONM en (tot) naar terreinen
59.
en van stam die (tot) heerser en (tot) naar terreinen en (tot) (zij) hebben gewerkt (...) hen en (tot) naar terreinen
60.
en (tot) HWQQ en (tot) naar terreinen en (tot) breedte en (tot) naar terreinen
61.
en van stam Nafthali (tot) heiligheid BCLIL en (tot) naar terreinen en (tot) bent bronstig! (...) hen en (tot) naar terreinen en (tot) (ik) ben gebeurd (...) hen en (tot) naar terreinen
62.
aan zonen van Merari (is het zo) dat blijven over van stam Zebulon (tot) (zij) zijn hoog geweest (...) ons en (tot) naar terreinen (tot) Thabor en (tot) naar terreinen
63.
en trek(t) door aan Jordaan maan (...) hem aan Oosten de Jordaan van stam Ruben (tot) versterkte bij (de) woestijn en (tot) naar terreinen en (tot) IEßE en (tot) naar terreinen
64.
en (tot) QDMWT en (tot) naar terreinen en (tot) MIPOT en (tot) naar terreinen
65.
en van stam Gad (tot) RAMWT bij (het) gedenkteken en (tot) naar terreinen en (tot) kampen en (tot) naar terreinen
66.
en (tot) Hesbon en (tot) naar terreinen en (tot) IOZIR en (tot) naar terreinen

Hoofdstuk 7

1.
en aan zonen van Issaschar worm WPWAE (hij) gaf terug en Samaria vier
2.
en bouw! worm kracht (...) mij WRPIE WIRIAL en (hij) is bronstig geweest (...) mij en droogte (...) hen en Samuël hoofden aan huis vaders (...) hen aan worm helden van macht aan nakomelingen (...) hen getal (...) hen bij (de) dagen van David twintig en twee duizend en zes honderd
3.
en bouw! kracht (...) mij IZRHIE en bouw! IZRHIE Michaël en werk! (er)naar en Joël naar Isaï vijf hoofden allemaal
4.
en op hen aan nakomelingen (...) hen aan huis vaders (...) hen eenheden van leger strijd dertig en zes duizend dat (zij) hebben vermeerderd worden verlaten en zonen
5.
en broers (...) hen aan alle families Issaschar helden van machten tachtig en zeven duizend ETIHSM aan alle
6.
Benjamin slechtheid en trek voor! WIDIOAL drie
7.
en bouw! slechtheid AßBWN en kracht (...) mij en Uzziël WIRIMWT en stad (...) mij vijf hoofden van huis vaders helden van machten WETIHSM twintig en twee duizend en dertig en vier
8.
en bouw! trek voor! ZMIRE en maak(t) WALIOZR WALIWOINI en Omri en Jarmuth en naar vader en Anathoth en jonge vrouw van alle deze bouw! trek voor!
9.
WETIHSM aan nakomelingen (...) hen hoofden van huis vaders (...) hen helden van macht twintig duizend en honderd paar
10.
en bouw! IDIOAL echtgenoten (...) hen en bouw! echtgenoten (...) hen IOIS en Benjamin WAEWD en naar Kanaän en olijf (...) hen en Tharsis WAHISHR
11.
alle deze bouw! IDIOAL aan hoofden van de vaders helden van machten zeven rijkdom duizend en honderd paar voer uit! leger aan strijd
12.
WSPM WHPM bouw! stad (hij) heeft zich gehaast (...) hen bouw! andere
13.
bouw! Nafthali IHßIAL WCWNI en fabriceer! en vrede bouw! panische angst
14.
bouw! Manasse ASRIAL die (zij) heeft gebaard bijvrouw (...) hem naar de Syriër (zij) heeft gebaard (tot) Machir vader gedenkteken
15.
en Machir lering vrouw LHPIM en aan kale heuvels en naam [van] eerste (...) hem Maächa en naam [van] (de) tweede Zelafead en (jullie) waren er aan Zelafead dochters
16.
en (jij) baarde Maächa vuur van Machir zoon en (jij) noemde zijn naam ruiter en naam [van] broers (...) hem wortel en zonen (...) hem maar en (hij) heeft geborduurd
17.
en bouw! maar bij Dan deze bouw! gedenkteken zoon Machir zoon Manasse
18.
en eerste (...) hem (jij) hebt gekroond (zij) heeft gebaard (tot) AISEWD en (tot) Abiëzer en (tot) begin(t) te (er)naar
19.
en (zij) waren bouw! SMIDO broer (...) hen en schouder en leringen van WANIOM
20.
en bouw! Efraïm SWTLH en hagel bij ons en in de plaats van bij ons WALODE bij ons en in de plaats van bij ons
21.
en gift bij ons WSWTLH bij ons en hulp WALOD en (zij) hebben gedood (...) hen mens (...) mij wijnpers (is het zo) dat worden geboren bij (het) land dat (zij) zijn gedaald (jij) hebt genomen (tot) van nesten (...) hen
22.
en (hij) rouwde Efraïm vaders (...) hen dagen twisten en voert in! broers (...) hem te troosten (...) hem
23.
en (hij) kwam naar vuur (...) hem en (zij) werd zwanger en (jij) baarde zoon en (hij) noemde (tot) zijn naam BRIOE dat bij (de) herder (zij) is geweest bij (het) huis (...) hem
24.
en dochter (...) hem naar rest en haksel (tot) huis wordt bleek! (...) hen (is het zo) dat (jullie) landden (...) hen en (tot) (de) hoogste en (tot) oor naar rest
25.
WRPH bij ons WRSP WTLH bij ons en (zij) legerde bij ons
26.
aan getuige (...) hen bij ons Ammihud bij ons Elisama bij ons
27.
Nun bij ons Jozua bij ons
28.
en (jullie) hebben gegrepen en om te rusten (...) hen huis naar en naar dochters en aan Oosten jeugd (...) hen WLMORB wortel en naar dochters en schouder en naar dochters tot OIE en naar dochters
29.
en op handen van bouw! Manasse huis draag! (...) hen en naar dochters (zij) antwoordde (...) jou en naar dochters Megiddo en naar bebouwingen generatie en naar bebouwingen bij (de) deze (zij) hebben gewoond bouw! Jozef zoon Israël
30.
bouw! die (hij) benoemde en (hij) was gelijk en (hij) was gelijk (...) mij WBRIOE WSRH zus (...) hen
31.
en bouw! BRIOE verbond WMLKIAL hij vader bij (de) magere (mv)
32.
en verbond (hij) heeft voortgebracht (tot) IPLÐ en (tot) houd(t) en (tot) zegel en (tot) SWOA zus (...) hen
33.
en bouw! IPLÐ streep (...) jou WBMEL en te doen deze bouw! IPLÐ
34.
en bouw! bewaar! broer WRWECE IHBE en Syrië
35.
en zoon hierheen broers (...) hem ßWPH en (hij) hield terug en drie en werkzame
36.
bouw! ßWPH XWH WHRNPR en vos en graan (...) mij en (hij) verbitterde (er)naar
37.
versterkte en luister WSMA en drie en rest (...) hen WBARA
38.
en bouw! rest Jefunne WPXPE en (ik) zag
39.
en bouw! boven manier WHNIAL WRßIA
40.
alle deze bouw! die hoofden van huis de vaders BRWRIM helden van machten hoofden van de vorsten WETIHSM bij (de) leger bij (de) strijd getal (...) hen mensen twintig en zes duizend

Hoofdstuk 8

1.
en Benjamin (hij) heeft voortgebracht (tot) slechtheid trekt voor! ASBL (de) tweede WAHRH (de) derde
2.
rust! (er)naar (de) vierde en genees! (de) vijfde
3.
en (zij) waren zonen aan slechtheid Adar en Gera WABIEWD
4.
WABISWO en Naaman WAHWH
5.
en Gera WSPWPN en gat (...) hen
6.
en deze bouw! AHWD deze zij hoofden van vaders aan bewoners van heuvel en (zij) onthulden (...) hen naar geschenk van
7.
en Naaman en (ik) leefde en Gera hij de hoop (...) hen en (hij) heeft voortgebracht (tot) Uzza en (tot) AHIHD
8.
en zwarte (mv) (hij) heeft voortgebracht bij (het) veld Moab vanuit zendt weg! (met) hen zintuigen en (tot) BORA vrouwen (...) hem
9.
en baar(t) vanuit maand vuur (...) hem (tot) Jobab en (tot) ßBIA en (tot) MISA en (tot) (hij) heeft besneden (...) jullie
10.
en (tot) IOWß en (tot) SKIE en (tot) bedrog deze zonen (...) hem hoofden van vaders
11.
WMHSIM (hij) heeft voortgebracht (tot) ABIÐWB en (tot) ALPOL
12.
en bouw! ALPOL kant WMSOM WSMD hij (hij) heeft gebouwd (tot) kracht (...) hem en (tot) baar! en naar dochters
13.
en bij (de) herder en nieuws deze (mv) hoofden van de vaders aan bewoners van Elon deze (mv) de grendel (...) hem (tot) bewoners van wijnpers
14.
en broers (...) hem SSQ en Jarmuth
15.
en naar gift-en en Harad en kudde
16.
en Michaël en jaspis WIWHA bouw! BRIOE
17.
en naar gift-en en Mesullam en versterk! en verbond
18.
en (hij) bewaarde (...) mij WIZLIAE en Jobab bouw! ALPOL
19.
en (hij) vestigde en herinner je! en gift-en van
20.
WALIOINI WßLTI en Eliel
21.
en naar sieraad en schep! (er)naar en (jij) hebt gehouden bouw! hoor toe!
22.
WISPN en kant en Eliel
23.
en (zij) hebben gewerkt (...) hen en herinner je! en (hij) heeft gratie verleend
24.
en Hananja en Elam WONTTIE
25.
WIPDIE WPNIAL bouw! SSQ
26.
WSMSRI WSHRIE WOTLIE
27.
WIORSIE en vetstaart en herinner je! bouw! (hij) had medelijden
28.
deze hoofden van vaders aan nakomelingen (...) hen hoofden deze (zij) hebben gewoond bij Jeruzalem
29.
en met Gibeon (zij) hebben gewoond vader Gibeon en naam [van] vuur (...) hem Maächa
30.
en bij ons de eerstgeborene (zij) hebben gewerkt (...) hen en rots en Kis en echtgenoot en (hij) heeft geschonken
31.
en richt een omheining op! en broers (...) hem en man
32.
WMQLWT (hij) heeft voortgebracht (tot) SMAE en neus deze (mv) tegenover broers (...) hen (zij) hebben gewoond bij Jeruzalem met broers (...) hen
33.
en licht (hij) heeft voortgebracht (tot) Kis en Kis (hij) heeft voortgebracht (tot) dodenrijk en dodenrijk (hij) heeft voortgebracht (tot) Jonathan en (tot) MLKISWO en (tot) Abinadab en (tot) ASBOL
34.
en zoon Jonathan om te twisten echtgenoot en om te twisten echtgenoot (hij) heeft voortgebracht (tot) Micha
35.
en bouw! Micha PITWN en koning WTARO en Achaz
36.
en Achaz (hij) heeft voortgebracht (tot) IEWODE WIEWODE (hij) heeft voortgebracht (tot) jonge vrouw van en (tot) Azmaveth en (tot) zing! en zing! (hij) heeft voortgebracht (tot) word(t) tevoorschijn gehaald
37.
en word(t) tevoorschijn gehaald (hij) heeft voortgebracht (tot) BNOA RPE bij ons ALOSE bij ons naast bij ons
38.
WLAßL zes zonen en deze namen (...) hen OZRIQM trekt voor! en Ismaël en naar poorten en werk! (er)naar en (hij) heeft gratie verleend alle deze bouw! naast
39.
en bouw! afzetterij broers (...) hem maar trekt voor! IOWS (de) tweede en Elifeleth (de) derde
40.
en (zij) waren bouw! maar mensen helden van macht wegen van boog en vermeerderen zonen en bouw! zonen honderd en vijftig alle deze van zonen van Benjamin

Hoofdstuk 9

1.
en alle Israël ETIHSW en hier zijn zij geschriften op boek heers! Israël en Juda (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd aan Babel bij (hij) heeft ontvreemd (...) hen
2.
en de bewoners de eersten die bij (jullie) hebben gegrepen bij (de) steden (...) hen Israël de priesters de Levieten en de onderdanen
3.
en met Jeruzalem (zij) hebben gewoond vanuit bouw! Juda en vanuit bouw! Benjamin en vanuit bouw! Efraïm en Manasse
4.
verdraaie! zoon Ammihud zoon Omri zoon Amoriet zoon Benjamin vanuit bouw! doorbraak zoon Juda
5.
en vanuit ESILWNI maak! (er)naar de eerstgeborene en zonen (...) hem
6.
en vanuit bouw! glans IOWAL en broers (...) hen zes honderd en negentig
7.
en vanuit bouw! Benjamin XLWA zoon Mesullam zoon EWDWIE zoon EXNAE
8.
WIBNIE zoon (hij) had medelijden en deze zoon kracht (...) mij zoon verkoop! en Mesullam zoon berecht! (er)naar zoon Rehuël zoon IBNIE
9.
en broers (...) hen aan nakomelingen (...) hen negen honderd en vijftig en zes alle deze mensen hoofden van vaders aan huis vaders (...) hen
10.
en vanuit de priesters Jedaja WIEWIRIB en (hij) bereidde voor
11.
en Azarja zoon Hilkia zoon Mesullam zoon heb gelijk! zoon MRIWT zoon Ahitub leider huis naar God
12.
en naar sieraad zoon (hij) had medelijden zoon Pashur zoon Malchia en daden van zoon ODIAL zoon IHZRE zoon Mesullam zoon van Selomith zoon woord
13.
en broers (...) hen hoofden aan huis vaders (...) hen duizend en zeven honderd en zestig helden van macht handwerk van werk van huis naar God
14.
en vanuit de Levieten hoor toe! (er)naar zoon denk! zoon OZRIQM zoon bereken! (er)naar vanuit bouw! Merari
15.
WBQBQR stille en (hij) heeft gedraaid en verzacht! (er)naar zoon MIKA zoon herinner je! zoon Asaf
16.
en werk! (er)naar zoon hoor toe! (er)naar zoon (hij) heeft gedraaid zoon Jeduthun en zegen! (er)naar zoon Asa zoon Elkana de bewoner bij (het) grondgebied (...) mij NÐWPTI
17.
en de poorten vrede en kromme WÐLMN WAHIMN en broers (...) hen vrede het hoofd
18.
en tot hier is bij (de) poort kroon! naar Oosten deze (mv) de poorten LMHNWT bouw! Levi
19.
en vrede zoon noem(t) zoon ABIXP zoon ijs en broers (...) hem aan huis vader (...) hem (de) kale (mv) op handwerk van het werk bewaar! (is het zo) dat voeg toe! (...) hen aan tent en vaders (...) hen op kamp Jahweh bewaar! (is het zo) dat om te komen
20.
en Pinehas zoon Eleazar leider (hij) is geweest op hen vroeger Jahweh met hem
21.
herinner je! (er)naar zoon MSLMIE poort opening aan tent ontmoeting
22.
allemaal EBRWRIM aan poorten bij voeg toe! (...) hen honderd paar en twee rijkdom deze (mv) bij (de) dorpen (...) hen ETIHSM deze (mv) vestig! David en Samuël (hij) heeft laten zien bij (de) waarheid (...) hen
23.
en zij en zonen (...) hen op de poorten aan huis Jahweh aan huis de tent LMSMRWT
24.
aan vier winden (zij) waren de poorten Oosten naar dag naar Noorden en (zij) heeft afgedroogd
25.
en broers (...) hen bij (de) dorpen (...) hen te komen aan zeven de dagen van tijd naar tijd met deze
26.
dat bij (de) waarheid deze (mv) vier word sterk! de poorten zij de Levieten en (zij) zijn geweest op de kantoren en op de bergingen huis naar God
27.
en omgevingen huis naar God (zij) lieten overnachten dat op hen bewaring en zij op (is het zo) dat doe(t) open en te bezoeken te bezoeken
28.
en (van)uit hen op gereedschap het werk dat bij (het) getal (zij) brachten (...) hen en bij (het) getal (zij) haalden tevoorschijn (...) hen
29.
en (van)uit hen MMNIM op (de) alle (mv) en op alle gereedschap wijd! en op het bloem(meel) en de wijn en de olie WELBWNE WEBSMIM
30.
en vanuit bouw! de priesters RQHI EMRQHT LBSMIM
31.
en (ik) ben gestorven (er)naar vanuit de Levieten hij de eerstgeborene te betalen het ijs (...) mij bij (de) waarheid op Mozes EHBTIM
32.
en vanuit bouw! de Kahathiet vanuit broers (...) hen op brood de orde van voor te bereiden sabbat sabbat
33.
en deze de zangers hoofden van vaders aan Levieten bij (de) kantoor van PÐIRIM dat dag (...) hen en nacht op hen bij (het) handwerk
34.
deze hoofden van de vaders aan Levieten aan nakomelingen (...) hen hoofden deze (zij) hebben gewoond bij Jeruzalem
35.
en met Gibeon (zij) hebben gewoond vader Gibeon IOWAL en naam [van] vuur (...) hem Maächa
36.
en bij ons de eerstgeborene (zij) hebben gewerkt (...) hen en rots en Kis en echtgenoot en licht en (hij) heeft geschonken
37.
en richt een omheining op! en broers (...) hem en herinner je! (er)naar WMQLWT
38.
WMQLWT (hij) heeft voortgebracht (tot) SMAM en neus zij tegenover broers (...) hen (zij) hebben gewoond bij Jeruzalem met broers (...) hen
39.
en licht (hij) heeft voortgebracht (tot) Kis en Kis (hij) heeft voortgebracht (tot) dodenrijk en dodenrijk (hij) heeft voortgebracht (tot) Jonathan en (tot) MLKISWO en (tot) Abinadab en (tot) ASBOL
40.
en zoon Jonathan om te twisten echtgenoot en verzet echtgenoot (hij) heeft voortgebracht (tot) Micha
41.
en bouw! Micha PITN en koning WTHRO
42.
en Achaz (hij) heeft voortgebracht (tot) (hij) legde bloot en (hij) legde bloot (hij) heeft voortgebracht (tot) jonge vrouw van en (tot) Azmaveth en (tot) zing! en zing! (hij) heeft voortgebracht (tot) word(t) tevoorschijn gehaald
43.
en word(t) tevoorschijn gehaald (hij) heeft voortgebracht (tot) BNOA WRPIE bij ons ALOSE bij ons naast bij ons
44.
WLAßL zes zonen en deze namen (...) hen OZRIQM trekt voor! en Ismaël en naar poorten en werk! (er)naar en (hij) heeft gratie verleend deze bouw! naast

Hoofdstuk 10

1.
en Filistijnen (zij) hebben gestreden bij Israël en (hij) vluchtte man Israël van aanzicht van Filistijnen en (zij) vielen doden bij (de) heuvel CLBO
2.
en (zij) plakten Filistijnen na dodenrijk en na zonen (...) hem en (zij) sloegen Filistijnen (tot) Jonathan en (tot) Abinadab en (tot) MLKISWO bouw! dodenrijk
3.
en (zij) was zwaar de strijd op dodenrijk en (zij) vondden (...) hem de leraars bij (de) boog en (hij) begon te vanuit (is het zo) dat werpen
4.
en (hij) sprak dodenrijk naar verheven gereedschappen (...) hem stoppelveld zwaard (...) jou WDQRNI bij haar opdat niet voert in! de onbesnedenen (de) deze WETOLLW bij mij noch (hij) heeft gewenst verheven gereedschappen (...) hem dat gezien zeer en (hij) nam dodenrijk (tot) het zwaard en (hij) liet vallen op haar
5.
en gezien verheven gereedschappen (...) hem dat dode dodenrijk en (hij) liet vallen ook hij op het zwaard en (hij) stierf
6.
en (hij) stierf dodenrijk en drie van zonen (...) hem en alle huis (...) hem samen (zij) zijn gestorven
7.
en (zij) lieten zien alle man Israël die bij (de) diepte dat (zij) zijn gevlucht en dat (zij) zijn gestorven dodenrijk en zonen (...) hem en (zij) verlieten steden (...) hen en (zij) vluchtten en voert in! Filistijnen en (zij) hebben gewoond bij hen
8.
en wees de volgende dag en voert in! Filistijnen uit te kleden (tot) de doden en (zij) vondden (tot) dodenrijk en (tot) zonen (...) hem ga neer! (...) hen bij (de) heuvel CLBO
9.
WIPSIÐEW en (zij) droegen (tot) hoofd (...) hem en (tot) gereedschappen (...) hem en (zij) zondden weg bij (het) land Filistijnen rondom aan te kondigen (tot) droefheden (...) hen en (tot) het volk
10.
en (zij) plaatsten (tot) gereedschappen (...) hem huis hun God en (tot) schedel (...) hem (zij) hebben geblazen huis Dagon
11.
en (zij) hoorden toe alle (hij) beschaamde gedenkteken (tot) alle die Ezau Filistijnen te vragen
12.
en (zij) stondden op alle man macht en (zij) droegen (tot) CWPT dodenrijk en (tot) CWPT zonen (...) hem en (zij) brachten (...) hen (hij) beschaamde (er)naar en (zij) begroeven (tot) OßMWTIEM in de plaats van (de) deze bij (de) droogte WIßWMW zeven dagen
13.
en (hij) stierf dodenrijk bij (zij) hebben ontvreemd die boven bij Jahweh op woord Jahweh die niet bewaar! en ook te vragen bij (de) oproeping van geesten uit te leggen
14.
noch advies bij Jahweh en (zij) doodden (...) hem en (hij) wendde zich af (tot) (is het zo) dat heers! (er)naar aan David zoon Isaï

Hoofdstuk 11

1.
en (zij) verzamelden alle Israël naar David naar Hebron te spreken hier is bot (...) jou en vlees (...) jou wij
2.
ook gisteren ook eergisteren ook toen (hij) was dodenrijk koning (met) haar (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn WEMBIA (tot) Israël en (hij) sprak Jahweh jouw God aan jou (met) haar (jij) achtervolgde (tot) met mij (tot) Israël en (met) haar (jij) was leider op met mij Israël
3.
en voert in! alle ben oud! Israël naar kroon! naar Hebron en (hij) hakte af aan hen David verbond bij Hebron voor Jahweh en (zij) zalfden (tot) David aan koning op Israël zoals woord Jahweh bij (de) hand Samuël
4.
en (hij) ging David en alle Israël Jeruzalem zij Jebus en naam [van] de Jebusiet inwoners van het land
5.
en (zij) spraken inwoners van Jebus aan David niet (jij) kwam hier is en (hij) voegde samen David (tot) fort van Sion zij stad David
6.
en (hij) sprak David alle geslagen Jebusiet in het eerste (hij) was aan hoofd en aan aanvoerder en (hij) verhief in het eerste Joab zoon Zeruja en wees aan hoofd
7.
en inwoner David bij (de) vesting op zo (zij) hebben genoemd als stad David
8.
en (hij) bouwde (hij) heeft opgemerkt van rondom vanuit de volheid en tot EXBIB en Joab (hij) leefde (tot) rest (hij) heeft opgemerkt
9.
en (hij) ging David gang en grote en Jahweh legers met hem
10.
en deze hoofden van de mannen die aan David (is het zo) dat worden sterker met hem bij (het) koninkrijk (...) hem met alle Israël te kronen (...) hem zoals woord Jahweh op Israël
11.
en deze getal de mannen die aan David (hij) was verzadigd (...) hen zoon (zij) zijn wijs geworden (...) mij hoofd ESLWSIM hij OWRR (tot) (jij) bent gelegerd (...) hem op drie honderd dode bij (de) keer één
12.
en na hem Eleazar zoon oom (...) hem EAHWHI hij bij drie de mannen
13.
hij (hij) is geweest met David bij (de) streep kosten en de Filistijnen (wij) verzamelden (...) hem daar aan strijd en (zij) was perceel van het veld (zij) is vol geweest dat blinde (mv) en het volk (zij) zijn gevlucht van aanzicht van Filistijnen
14.
en (zij) stelden zich op binnen de perceel en (zij) redden (er)naar en (zij) sloegen (tot) Filistijnen en (hij) redde Jahweh (jij) schreeuwde om hulp (er)naar grootheid
15.
en (zij) zijn gedaald drie vanuit ESLWSIM hoofd op (de) smalle naar David naar van vellen Adullam en kamp Filistijnen Hanna bij (de) diepte spoken
16.
en David destijds bij om te vangen (er)naar en (wij) stelden op Filistijnen destijds bij (het) huis brood
17.
WITAW David en (hij) sprak water van (hij) gaf te drinken (...) mij water van put huis brood die bij (de) poort
18.
WIBQOW de drie bij (het) kamp Filistijnen en (hij) putte (...) hem water van put huis brood die bij (de) poort en (zij) droegen en voert in! naar David noch (hij) heeft gewenst David te drinken (...) hen en (hij) vluchtte (...) jou (met) hen aan Jahweh
19.
en (hij) sprak God beware aan mij van mijn God om te doen deze het bloed de mensen (de) deze (ik) dronk bij (de) zielen (...) hen dat bij (de) zielen (...) hen (zij) hebben gebracht (...) hen noch (hij) heeft gewenst te drinken (...) hen deze Ezau drie van de helden
20.
en (ik) was droog (...) mij broer Joab hij (hij) is geweest hoofd de drie en hij OWRR (tot) (jij) bent gelegerd (...) hem op drie honderd dode noch daar bij drie
21.
vanuit de drie bij twee belangrijke en wees aan hen aan aanvoerder en tot de drie niet (hij) is gekomen
22.
bouw! (er)naar zoon Jojada zoon man macht meerderheid daden vanuit QBßAL hij (hij) heeft geslagen (tot) tweede ARIAL Moab en hij (hij) is gedaald en (hij) heeft geslagen (tot) de leeuw binnen de put bij (de) dag de sneeuw
23.
en hij (hij) heeft geslagen (tot) de man de Egyptenaar man maat vijf bij (de) natie en bij (de) hand de Egyptenaar (jij) bent gelegerd KMNWR ARCIM en (hij) is gedaald naar hem bij (de) stam WICZL (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd van hand de Egyptenaar en (zij) doodden (...) hem bij (jij) bent gelegerd (...) hem
24.
deze (hij) heeft gedaan Benaja zoon Jojada en als daar bij drie de mannen
25.
vanuit ESLWSIM hier is hij belangrijke hij en naar de drie niet (hij) is gekomen en (zij) plaatsten (...) hem David op MSMOTW
26.
en helden van de machten Asahel broer Joab ALHNN zoon oom (...) hem van huis brood
27.
namen EERWRI Helez EPLWNI
28.
Ira zoon eigenzinnige ETQWOI Abiëzer EONTWTI
29.
Sibbechai (is het zo) dat (ik) heb me gehaast OILI EAHWHI
30.
haast je! ENÐPTI HLD zoon Baena ENÐWPTI
31.
er is zoon twist! van heuvel van bouw! Benjamin bouw! (er)naar EPROTNI
32.
word bleek! van wadi's van COS ABIAL (is het zo) dat (ik) ben aangenaam geweest
33.
Azmaveth EBHRWMI ALIHBA ESOLBNI
34.
bouw! (is het zo) dat daar ECZWNI Jonathan zoon SCE EERRI
35.
AHIAM zoon beloning EERRI ALIPL zoon licht
36.
Hefer (is het zo) dat (ik) heb verkocht (ik) leefde laat vallen! (...) mij
37.
grondgebied (...) hem de Karmel (...) mij schud! zoon AZBI
38.
Joël broer (hij) heeft gegeven keuze zoon de vreemdelingen van
39.
ßLQ EOMWNI NHRI EBRTI verheven gereedschap Joab zoon Zeruja
40.
Ira de resten van CRB de resten van
41.
naar lichten de angsten van gift zoon wens toe!
42.
ODINA zoon SIZA de Rubeniet hoofd aan Rubeniet en op hem dertig
43.
(hij) heeft gratie verleend zoon Maächa WIWSPÐ (is het zo) dat verzacht!
44.
OZIA EOSTRTI nieuws WIOWAL bouw! zegel EORORI
45.
IDIOAL zoon bewaar! WIHA broers (...) hem ETIßI
46.
Eliel EMHWIM en (hij) twistte (...) mij WIWSWIE bouw! ALNOM en (hij) verbaasde zich EMWABI
47.
Eliel en Obed WIOSIAL EMßBIE

Hoofdstuk 12

1.
en deze die gekomen naar David LßIQLC nog (eens) houd vast! van aanzicht van dodenrijk zoon Kis en deze (mv) bij (de) helden help! de strijd
2.
kus! boog van rechterhanden WMSMALIM bij (de) stenen en bij (de) pijlen bij (de) boog van broer dodenrijk van Benjamin
3.
het hoofd Ahiezer en Joas bouw! (is het zo) dat (zij) heeft toegehoord de heuvel (...) mij WIZWAL WPLÐ bouw! Azmaveth en gelukwens en Jehu EONTTI
4.
WISMOIE ECBOWNI held bij dertig en op de dertig
5.
en Jeremia WIHZIAL en Johanan en Jozabad (is het zo) dat (ik) heb een omheining opgericht
6.
ALOWZI WIRIMWT en bij (de) opgang WSMRIEW WSPÐIEW EHRIPI
7.
Elkana WISIEW WOZRAL WIWOZR en (hij) was verzadigd (...) hen (de) kale (mv)
8.
WIWOALE en naar gift-en bouw! (hij) had medelijden vanuit (is het zo) dat richt een omheining op!
9.
en vanuit het bokje (wij) scheidden (...) hem naar David aan vesting van woord word sterk! de macht mens (...) mij leger aan strijd orden! schild WRMH en aanzicht van leeuw aanzichten (...) hen WKßBAIM op naar de heuvels zich te haasten
10.
hulp het hoofd werk! (er)naar (de) tweede Eliab (de) derde
11.
naar van olie (de) vierde Jeremia EHMSI
12.
tijden van (de) zesde Eliel (is het zo) dat ben verzadigd!
13.
Johanan (de) achtste ALZBD (de) negende
14.
Jeremia (de) tiende MKBNI opvolging van rijkdom
15.
deze van zonen van Gad hoofden van de leger één aan honderd de kleine en (de) grote aan duizend
16.
deze zij die (zij) zijn voorbijgegaan (tot) de Jordaan bij (de) maand (de) eerste en hij om vol te zijn op alle CDITIW WIBRIHW (tot) alle de dieptes aan Oosten WLMORB
17.
en voert in! vanuit bouw! Benjamin en Juda tot aan vesting aan David
18.
en uitgaande David voor hen en wegens en (hij) sprak aan hen als volledig te zijn (jullie) zijn gekomen naar mij LOZRNI (hij) was aan mij op jullie hart toe te wijzen en als LRMWTNI aan vijanden van zonder roof bij (de) lepels van gezien mijn God vaders-en (...) ons en (hij) werd bewezen
19.
en wind (zij) heeft zich bekleed (tot) OMSI hoofd ESLWSIM aan jou David en met jou zoon Isaï vrede vrede aan jou en vrede aan hulp (...) jou dat hulp (...) jou jouw God en (hij) ontving (...) hen David en (hij) gaf (...) hen bij (de) hoofden van de eenheid
20.
en van Manasse ga(a)t neer! op David bij (het) komen met Filistijnen op dodenrijk aan strijd noch hulp (...) hen dat bij (de) advies zendt weg! (...) hem (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen te spreken bij (de) hoofden (...) ons (hij) viel naar liggers (...) hem dodenrijk
21.
bij te gaan (...) hem naar ßIQLC ga(a)t neer! op hem van Manasse ODNH en Jozabad WIDIOAL en Michaël en Jozabad en Elihu WßLTI hoofden van (de) duizenden die aan Manasse
22.
en deze (mv) (zij) hebben geholpen met David op de eenheid dat helden van macht allemaal en (zij) waren zingen bij (de) leger
23.
dat aan tijd dag bij (de) dag voert in! op David te helpen (...) hem tot aan kamp grote zoals kamp God
24.
en deze getalen van hoofden van (is het zo) dat trek uit! zich te scharen (zij) zijn gekomen op David naar Hebron opzij te leggen koninkrijk dodenrijk naar hem zoals mond van Jahweh
25.
bouw! Juda (hij) heeft gedragen (...) mij schild WRMH zes duizenden en acht honderd trek uit! (...) mij leger
26.
vanuit bouw! Simeon helden van macht zich te scharen zeven duizenden en honderd
27.
vanuit bouw! (is het zo) dat Levi vier duizenden en zes honderd
28.
en Jojada de leider aan Aäron en met hem drie van duizenden en zeven honderd
29.
en heb gelijk! jeugd held macht en huis vader (...) hem zingen twintig en twee
30.
en vanuit bouw! Benjamin broer dodenrijk drie van duizenden en tot hier is MRBITM dat til(t) op bewaring huis dodenrijk
31.
en vanuit bouw! Efraïm twintig duizend en acht honderd helden van macht mens (...) mij namen aan huis vaders (...) hen
32.
en vermorzel! stam Manasse acht rijkdom duizend die (zij) hebben vastgesteld bij (de) namen te komen te kronen (tot) David
33.
en van zonen van Issaschar (hij) werd bekend (...) mij verstand aan tijden te weten wat? (zij) heeft gemaakt Israël hoofden (...) hen honderd paar en alle broers (...) hen op monden (...) hen
34.
van Zebulon (hij) werd tevoorschijn gehaald (...) mij leger orden! strijd in alle gereedschap strijd vijftig duizend en aan kudde zonder hart en hart
35.
en van Nafthali zingen duizend en met hen bij (het) schild en (jij) bent gelegerd dertig en zeven duizend
36.
en vanuit (is het zo) dat (hij) heeft berecht (...) mij orden! strijd twintig en acht duizend en zes honderd
37.
en bevestig(t) (hij) werd tevoorschijn gehaald (...) mij leger aan waarde strijd veertig duizend
38.
en trek(t) door aan Jordaan vanuit de Rubeniet en het bokje en halve stam Manasse in alle gereedschap leger strijd honderd en twintig duizend
39.
alle deze mens (...) mij strijd kudden van orde bij (het) hart gehele (zij) zijn gekomen naar Hebron te kronen (tot) David op alle Israël en ook alle (jij) hebt ingeweekt Israël hart één te kronen (tot) David
40.
en (zij) waren daar met David dagen drie eten-en en drinken dat (wij) hebben geslagen aan hen broers (...) hen
41.
en ook de verwanten naar hen tot Issaschar en Zebulon en Nafthali brengen brood bij (de) ernstige (mv) en bij (de) kamelen WBPRDIM en bij (het) rundvee voedsel meel Diblaim WßMWQIM en wijn en olie en rundvee en kleinvee aan meerderheid dat vreugde bij Israël

Hoofdstuk 13

1.
en adviseur David met Sarai (de) duizenden en de honderden aan alle leider
2.
en (hij) sprak David aan alle menigte Israël als op jullie goede en vanuit Jahweh onze God NPRßE (wij) zondden weg (er)naar op broers (...) ons (is het zo) dat blijven in alle landen Israël en met hen de priesters en de Levieten roeie uit! terreinen (...) hen en (zij) verzamelden naar ons
3.
en (zij) heeft zich afgewend (tot) kist onze God naar ons dat niet (wij) hebben uitgelegd (...) hem bij (de) dagen van dodenrijk
4.
en (zij) spraken alle de menigte te doen zo dat rechte het woord bij bestudeer! alle het volk
5.
en (hij) verzamelde David (tot) alle Israël vanuit dat (hij) werd bleek Egypte en tot te komen leren zak te brengen (tot) kist naar God van Stad van bossen
6.
en (hij) verhief David en alle Israël bij (zij) is opgegaan naar Stad van bossen die aan Juda aan de beklimmingen van daar (tot) kist naar God Jahweh bewoner de beelden van meerderheid die (hij) is genoemd daar
7.
WIRKIBW (tot) kist naar God op koekalf naar maand van huis Abinadab en Uzza en broers (...) hem bestuur! (...) hen bij (het) koekalf
8.
en David en alle Israël spelen voor naar God in alle kracht en bij (de) liederen en bij (de) violen en bij (de) harpen WBTPIM WBMßLTIM en bij (de) trompetten
9.
en voert in! tot vreemdeling (...) hen als (hij) berechtte en (hij) zond weg Uzza (tot) (hij) bedankte aan Achaz (tot) de kist dat dat (zij) hebben gewankeld het rundvee
10.
en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij Uzza en (zij) werden donker op die wapen (hij) bedankte op de kist en (hij) stierf daar voor God
11.
en (hij) ontbrandde aan David dat doorbraak Jahweh doorbraak bij Uzza en (hij) noemde aan plaats dat doorbraak Uzza tot vandaag deze
12.
en zal zien David (tot) naar God bij (de) dag dat te spreken (is het zo) dat (hij) sloeg Abia naar mij (tot) kist naar God
13.
noch (hij) heeft verwijderd David (tot) de kist naar hem naar stad David en (zij) negen naar huis slaaf mens de Gathiet
14.
en inwoner kist naar God met huis slaaf mens bij (het) huis (...) hem drie maanden en (hij) zegende Jahweh (tot) huis slaaf mens en (tot) alle die als

Hoofdstuk 14

1.
en (hij) zond weg Hiram koning smalle boodschappers naar David en houten ceders en ploeg! muur en ploeg! bomen te bouwen als huis
2.
en (hij) heeft geweten David dat (wij) hebben geslagen Jahweh aan koning op Israël dat (jij) hebt gedragen aan hoogte koninkrijk (...) hem wegens met hem Israël
3.
en (hij) nam David nog (eens) worden verlaten bij Jeruzalem en baar(t) David nog (eens) zonen en dochters
4.
en deze namen EILWDIM die (zij) zijn geweest als bij Jeruzalem hoor toe! en ga(a)(t) rond (hij) heeft gegeven en Salomo
5.
en (hij) koos WALISWO WALPLÐ
6.
en schijn WNPC WIPIO
7.
en Elisama WBOLIDO en Elifeleth
8.
en (zij) hoorden toe Filistijnen dat NMSH David aan koning op alle Israël en (zij) verhieven alle Filistijnen te zoeken (tot) David en (hij) hoorde toe David en uitgaande voor hen
9.
en Filistijnen (zij) zijn gekomen en (zij) kleedden uit bij (de) diepte spoken
10.
en (hij) vroeg David bij God te spreken (is het zo) dat (ik) verhief op PLSTIIM en (jij) hebt gegeven (...) hen bij (de) handen van en (hij) sprak als Jahweh blad en (ik) heb gegeven (...) hen bij (de) hand (...) jou
11.
en (zij) verhieven bij (de) echtgenoot doorbraaken en (hij) stond op daar David en (hij) sprak David doorbraak naar God (tot) vijanden van bij (de) handen van zoals doorbraak water op zo (zij) hebben genoemd daar de plaats dat echtgenoot doorbraaken
12.
en (zij) verlieten daar (tot) hun God en (hij) sprak David en (zij) verbrandden (hij) is verrot
13.
en (hij) zal toevoegen (...) hem nog (eens) Filistijnen en (zij) kleedden uit bij (de) diepte
14.
en (hij) vroeg nog (eens) David bij God en (hij) sprak als naar God niet (jij) verhief na hen (hij) heeft opzij gelegd van hoogtes (...) hen en (jij) bent gekomen aan hen tegenover EBKAIM
15.
en wees zoals nieuws (...) jou (tot) klank (is het zo) dat (zij) is gestapt bij (de) hoofden van EBKAIM destijds (jij) ging uit bij (de) strijd dat uitgaande naar God voor jou te slaan (tot) kamp Filistijnen
16.
en (hij) heeft gemaakt David zoals geeft opdracht! naar God en (zij) sloegen (tot) kamp Filistijnen van Gibeon en tot wet
17.
en uitgaande daar David in alle de landen en Jahweh (hij) heeft gegeven (tot) (zij) zijn bang geweest op alle de volken

Hoofdstuk 15

1.
en (hij) heeft gemaakt als huizen bij (de) stad David en (hij) bereidde plaats aan kist naar God en (hij) neeg als tent
2.
destijds woord David niet te dragen (tot) kist naar God dat als de Levieten dat in hen (hij) heeft gekozen Jahweh te dragen (tot) kist Jahweh en in te weken (...) hem tot eeuwigheid
3.
en (hij) verzamelde David (tot) alle Israël naar Jeruzalem aan de beklimmingen (tot) kist Jahweh naar plaats (...) hem die (hij) heeft voorbereid als
4.
en (hij) verzamelde David (tot) bouw! Aäron en (tot) de Levieten
5.
aan zonen van Kahath AWRIAL de aanvoerder en broers (...) hem honderd en twintig
6.
aan zonen van Merari maak! (er)naar de aanvoerder en broers (...) hem honderd paar en twintig
7.
aan zonen van verjaagt! (...) hen Joël de aanvoerder en broers (...) hem honderd en dertig
8.
aan zonen van ALIßPN hoor toe! (er)naar de aanvoerder en broers (...) hem honderd paar
9.
aan zonen van Hebron Eliel de aanvoerder en broers (...) hem tachtig
10.
aan zonen van Uzziël Amminadab de aanvoerder en broers (...) hem honderd en twee rijkdom
11.
en (hij) noemde David gelijk te hebben en aan Abjathar de priesters en aan Levieten LAWRIAL maak! (er)naar en Joël hoor toe! (er)naar en Eliel en Amminadab
12.
en (hij) sprak aan hen (met) hen hoofden van de vaders aan Levieten (is het zo) dat (jullie) heiligden (met) hen en broers (...) jullie en de opgang-en (...) hen (tot) kist Jahweh mijn God Israël naar (ik) heb bereid als
13.
dat LMBRASWNE niet (met) hen doorbraak Jahweh onze God bij ons dat niet (wij) hebben uitgelegd (...) hem zoals rechtsregel
14.
WITQDSW de priesters en de Levieten aan de beklimmingen (tot) kist Jahweh mijn God Israël
15.
en (zij) droegen bouw! de Levieten (tot) kist naar God zoals geef opdracht! Mozes zoals woord Jahweh bij (de) schouder (...) hen bij buigen om op hen
16.
en (hij) sprak David aan Sarai de Levieten op te stellen (tot) broers (...) hen de zangers bij (het) gereedschap lied harpen en violen WMßLTIM laten horen op te tillen bij (de) klank aan vreugde
17.
en (zij) stelden op de Levieten (tot) Heman zoon Joël en vanuit broers (...) hem Asaf zoon BRKIEW en vanuit bouw! Merari broers (...) hen sterke zoon QWSIEW
18.
en met hen broers (...) hen (de) ondergeschikte (mv) Zacharia zoon WIOZIAL WSMIRMWT en Jehiël en arme Eliab en Benaja WMOSIEW WMTTIEW WALIPLEW WMQNIEW en slaaf mens WIOIAL de poorten
19.
en de zangers Heman Asaf en sterke BMßLTIM koper horen te laten
20.
en herinner je! (er)naar en Uzziël WSMIRMWT en Jehiël en arme en Eliab WMOSIEW en Benaja bij (de) harpen op en
21.
WMTTIEW WALIPLEW WMQNIEW en slaaf mens WIOIAL WOZZIEW bij (de) violen op ESMINIT uiteindelijk
22.
WKNNIEW aanvoerder de Levieten bij (de) last (hij) week af bij (de) last dat van tussen hij
23.
en zegen! (er)naar en Elkana dat worden wakker aan kist
24.
WSBNIEW WIWSPÐ en Nataneël WOMSI en Zacharia en Benaja WALIOZR de priesters MHßßRIM bij (de) trompetten voor kist naar God en slaaf mens en (hij) leefde dat worden wakker aan kist
25.
en wees David en ben oud! Israël en Sarai (de) duizenden de voorbijgangers aan de beklimmingen (tot) kist verbond Jahweh vanuit huis slaaf mens bij (de) vreugde
26.
en wees bij (de) hulp naar God (tot) de Levieten (hij) heeft gedragen (...) mij kist verbond Jahweh en (zij) slachtten zeven stieren en zeven rammen
27.
en David MKRBL bij (de) mantel BWß en alle de Levieten de dragers (tot) de kist en de zangers WKNNIE de aanvoerder de last de zangers en op David priesterkleed tak
28.
en alle Israël ontvreemd! (...) hen (tot) kist verbond Jahweh bij (het) gejubel en bij (de) klank ramshoorn en bij (de) trompetten WBMßLTIM van nieuwsberichten bij (de) harpen en violen
29.
en wees kist verbond Jahweh (hij) is gekomen tot stad David en Michal dochter dodenrijk NSQPE door (zij) zijn begonnen te (...) hen en (zij) liet zien (tot) kroon! David MRQD en speel(t) en (zij) minachtte als naar bij (het) hart

Hoofdstuk 16

1.
en (zij) brachten (tot) kist naar God WIßICW (met) hem binnen de tent die (wij) bogen om als David en (zij) boodden aan beklimmingen en vergoedingen voor naar God
2.
en (hij) heeft gekund David van de beklimmingen dat wat opgaat en de vergoedingen en (hij) zegende (tot) het volk bij (de) naam Jahweh
3.
en (hij) verdeelde aan alle man Israël van man en tot vrouw aan man plein brood WASPR en (ik) verblijdde me (er)naar
4.
en (hij) gaf voor kist Jahweh vanuit de Levieten dienen WLEZKIR en te bedanken en te loven aan Jahweh mijn God Israël
5.
Asaf het hoofd en van jaar (...) hem herinner je! (er)naar IOIAL WSMIRMWT en Jehiël en (ik) ben gestorven (er)naar en Eliab en Benaja en slaaf mens WIOIAL bij (het) gereedschap harpen en bij (de) violen en Asaf BMßLTIM laat horen
6.
en Benaja WIHZIAL de priesters bij (de) trompetten altijd voor kist verbond naar God
7.
bij (de) dag dat destijds (hij) heeft gegeven David bij (het) hoofd te bedanken aan Jahweh bij (de) hand Asaf en broers (...) hem
8.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh (zij) hebben genoemd bij (de) zijn naam (zij) hebben meegedeeld bij (de) volkeren daden (...) hem
9.
zingt! als zingt! als spreekt! in alle NPLATIW
10.
(zij) hebben zich geprezen bij (de) naam (zij) hebben geheiligd (hij) maakte blij hart zoek(t) (...) mij Jahweh
11.
(zij) hebben uitgelegd Jahweh en kracht (...) hem zoekt! aanzichten (...) hem altijd
12.
(zij) hebben zich herinnerd NPLATIW die (hij) heeft gedaan van dwazen (...) hem en rechtsregels van mond van hem
13.
nakomelingen Israël (zij) hebben gewerkt bouw! Jakob BHIRIW
14.
hij Jahweh onze God in alle het land rechtsregels (...) hem
15.
(zij) hebben zich herinnerd aan eeuwigheid verbond (...) hem woord geef opdracht! aan duizend generatie
16.
die (hij) heeft afgehakt (tot) Abraham en week (...) hem aan Izak
17.
en (hij) stelde op (er)naar aan Jakob aan wet aan Israël verbond eeuwigheid
18.
te spreken aan jou (met) hen land Kanaän koord (jij) hebt verworven (...) jullie
19.
bij te zijn (...) jullie wanneer? getal zoals een beetje en wonen bij haar
20.
en (zij) wandelden rond van volk naar volk en van rijk naar met andere
21.
niet (hij) heeft rust gegeven aan man aan afzetterij (...) hen en (hij) werd bewezen op hen koningen
22.
naar (jullie) deedden moeite bij (de) Messiassen van en bij (de) profeten van naar (jullie) achtervolgden
23.
zingt! aan Jahweh alle het land kondigt aan! van dag naar dag verlossing (...) hem
24.
vertelt! bij (de) volken (tot) eer (...) hem in alle de volkeren NPLATIW
25.
dat grote Jahweh en loof(t) zeer en ontzagwekkende hij op alle God
26.
dat alle mijn God de volkeren afgoden en Jahweh hemel (hij) heeft gedaan
27.
luister en pracht voor hem kracht WHDWE bij (de) plaats (...) hem
28.
brengt aan Jahweh families volkeren brengt aan Jahweh eer en kracht
29.
brengt aan Jahweh eer zijn naam draagt! geschenk en (zij) zijn gekomen voor hem (zij) hebben zich diep gebogen aan Jahweh BEDRT heiligheid
30.
macht (...) hem weg van aanzichten (...) hem alle het land neus (jullie) sloegen (...) hen wereld echtgenoot (jij) wankelde
31.
(zij) maakten blij de hemel en (zij) verheugde zich het land en (zij) spraken bij (de) volken Jahweh koning
32.
(hij) achtervolgde (...) hen de zee en volheid (...) hem IOLß het veld en alle die bij hem
33.
destijds (zij) roddelden houten het bos weg van aanzicht van Jahweh dat (hij) is gekomen te berechten (tot) het land
34.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
35.
en (zij) hebben gesproken (hij) heeft gered (...) ons mijn God redding (...) ons en (wij) hebben verzameld en (hij) heeft gered (...) ons vanuit de volken te bedanken aan naam heiligheid (...) jou LESTBH bij (de) lof(lied) (...) jou
36.
gezegende Jahweh mijn God Israël vanuit de eeuwigheid en tot de eeuwigheid en (zij) spraken alle het volk amen! en lofzang aan Jahweh
37.
en (hij) verliet daar voor kist verbond Jahweh aan Asaf en aan broers (...) hem te dienen voor de kist altijd te spreken dag bij (de) dag (...) hem
38.
en slaaf mens en broers (...) hen zestig en acht en slaaf mens zoon IDITWN en (zij) heeft medelijden gehad aan poorten
39.
en (tot) heb gelijk! de priester en broers (...) hem de priesters voor residentie Jahweh bij (de) verhoging die bij Gibeon
40.
aan de beklimmingen beklimmingen aan Jahweh op altaar dat wat opgaat altijd te bezoeken en aan borg en aan alle het geschrevene bij (het) Wetboek van Jahweh die geef opdracht! op Israël
41.
en met hen Heman en Jeduthun en rest EBRWRIM die (zij) hebben vastgesteld bij (de) namen te bedanken aan Jahweh dat aan eeuwigheid genade (...) hem
42.
en met hen Heman en Jeduthun trompetten WMßLTIM LMSMIOIM en gereedschap lied naar God en bouw! Jeduthun aan poort
43.
en (zij) gingen alle het volk man aan huis (...) hem en (hij) wendde zich af David te zegenen (tot) huis (...) hem

Hoofdstuk 17

1.
en wees zoals inwoner David bij (het) huis (...) hem en (hij) sprak David naar (hij) heeft gegeven de profeet hier is ik bewoner bij (het) huis de ceders en kist verbond Jahweh in de plaats van voorhangsels
2.
en (hij) sprak (hij) heeft gegeven naar David alle die bij (het) hart (...) jou (hij) heeft gedaan dat naar God met jou
3.
en wees bij (de) nacht dat en wees woord God naar (hij) heeft gegeven te spreken
4.
aan jou en (jij) hebt gesproken naar David werk! zo woord Jahweh niet (met) haar (jij) bouwde aan mij het huis te wonen
5.
dat niet (ik) heb gewoond bij (het) huis vanuit vandaag die (is het zo) dat (ik) ben opgegaan (tot) Israël tot vandaag deze en (ik) was van tent naar tent en van residentie
6.
in alle die (ik) heb rondgewandeld in alle Israël het woord woord (...) mij (tot) één berecht! Israël die (ik) heb opdracht gegeven te achtervolgen (tot) met mij te spreken waarom niet (jullie) hebben gebouwd aan mij huis ceders
7.
en nu zo (jij) sprak te bewerken (...) mij aan David zo woord Jahweh legers ik (ik) heb genomen (...) jou vanuit de woonplaats vanuit na het kleinvee te zijn leider op met mij Israël
8.
en (ik) was met jou in alle die (jij) bent gegaan en (ik) vernietigde (tot) alle vijanden (...) jou van aanzichten (...) jou en (ik) heb gedaan aan jou daar zoals naam (de) grote (mv) die bij (het) land
9.
en (ik) heb geplaatst plaats aan volkeren van Israël WNÐOTIEW en buurman in de plaats van hem noch (hij) was boos nog (eens) noch (zij) voegden toe bouw! ga(a)(t) op LBLTW zoals in het eerste
10.
en aan wateren die (ik) heb opdracht gegeven rechters op met mij Israël en (ik) heb onderworpen (tot) alle vijanden (...) jou WACD aan jou en huis (hij) bouwde aan jou Jahweh
11.
en (hij) is geweest dat (zij) zijn vol geweest dagen (...) jou te gaan met vaders (...) jou WEQIMWTI (tot) nakomelingen (...) jou na jou die (hij) was van zonen (...) jou en (ik) heb bereid (tot) koninkrijk (...) hem
12.
hij (hij) bouwde aan mij huis WKNNTI (tot) stoel (...) hem tot eeuwigheid
13.
ik (ik) was als aan vader en hij (hij) was aan mij tot zoon en genade-en van niet (ik) verwijderde van volk (...) hem zoals EXIRWTI bevestig(t) (hij) is geweest voor jou
14.
WEOMDTIEW bij (de) huis-en van en bij (het) koninkrijk (...) mij tot de eeuwigheid en stoel (...) hem (hij) was juiste tot eeuwigheid
15.
zoals alle de woorden (de) deze en zoals alle het visioen deze zo woord (hij) heeft gegeven naar David
16.
en (hij) kwam kroon! David en inwoner voor Jahweh en (hij) sprak water van ik Jahweh God en water van huis-en van dat EBIATNI tot hierheen
17.
WTQÐN deze bij (de) ogen (...) jou God en (jij) sprak op huis slaaf (...) jou tot van afstand en (jullie) hebben gezien (...) mij als verspied! de mens de hoogte Jahweh God
18.
wat? (hij) voegde toe nog (eens) David naar jou zwaar te zijn (tot) slaaf (...) jou en (met) haar (tot) slaaf (...) jou (jij) hebt geweten
19.
Jahweh wegens slaaf (...) jou en hond (...) jou (jij) hebt gedaan (tot) alle de grootheid (de) deze LEDIO (tot) alle (de) groeiende (mv)
20.
Jahweh (er is) niet zoals jij en (er is) niet God behalve jou in alle die (wij) hebben toegehoord bij (de) oren (...) ons
21.
en water van zoals volk (...) jou Israël volk één bij (het) land die beweging naar God te bevrijden als met te plaatsen aan jou daar groeiende (mv) WNRAWT te verjagen van aanzicht van met jou die (jij) hebt bevrijd van Egypte volken
22.
en te geven (...) hen (tot) met jou Israël aan jou aan volk tot eeuwigheid en (met) haar Jahweh (jij) bent geweest aan hen aan God
23.
en nu Jahweh het woord die woord van op slaaf (...) jou en op huis (...) hem IAMN tot eeuwigheid en (hij) heeft gedaan zoals woord van
24.
WIAMN en (hij) groeide naam (...) jou tot eeuwigheid te spreken Jahweh legers mijn God Israël God aan Israël en huis David slaaf (...) jou juiste voor jou
25.
dat (met) haar mijn God (jij) bent in verbanning gegaan (tot) oor slaaf (...) jou te bouwen als huis op zo (hij) heeft gevonden slaaf (...) jou te bidden voor jou
26.
en nu Jahweh (met) haar hij naar God en (jij) sprak op slaaf (...) jou het goeds (de) deze
27.
en nu (jij) bent erin meegegaan te zegenen (tot) huis slaaf (...) jou te zijn aan eeuwigheid voor jou dat (met) haar Jahweh (jij) hebt gezegend en zegen(t) aan eeuwigheid

Hoofdstuk 18

1.
en wees na zo en (hij) sloeg David (tot) Filistijnen en (hij) onderwierp (...) hen en (hij) nam (tot) wijnpers en naar dochters van hand Filistijnen
2.
en (hij) sloeg (tot) Moab en (zij) waren Moab slaven aan David (hij) heeft gedragen (...) mij geschenk
3.
en (hij) sloeg David (tot) Hadad-ezer koning Zoba naar leren zak bij te gaan (...) hem op te stellen (hij) bedankte bij (de) rivier koe van
4.
en (hij) voegde samen David (van)uit hem duizend wagen en zeven duizenden ruiters en twintig duizend man voeten van WIOQR David (tot) alle de wagen en meer (van)uit hem honderd wagen
5.
en (hij) kwam Syrië DRMSQ te helpen aan Hadad-ezer koning Zoba en (hij) sloeg David bij Syrië twintig en twee duizend man
6.
en pas toe! David bij Syrië DRMSQ en wees Syrië aan David slaven (hij) heeft gedragen (...) mij geschenk en (hij) redde Jahweh aan David in alle die beweging
7.
en (hij) nam David (tot) heers! het goud die (zij) zijn geweest op werk! Hadad-ezer en (hij) bracht (...) hen Jeruzalem
8.
WMÐBHT en plaats steden van Hadad-ezer lering David koper veelheid zeer bij haar (hij) heeft gedaan Salomo (tot) zee het koper en (tot) de staanders en (tot) gereedschap het koper
9.
en (hij) hoorde toe (zij) zijn verkeerd gelopen koning leren zak dat (hij) heeft geslagen David (tot) alle macht Hadad-ezer koning Zoba
10.
en (hij) zond weg (tot) de generatie (...) hen bij ons naar kroon! David te vragen als volledig te zijn en te zegenen (...) hem op die (hij) heeft gestreden bij Hadad-ezer en (zij) werden donker dat man weg van schoonmoeder (zij) zijn verkeerd gelopen (hij) is geweest Hadad-ezer en alle gereedschap goud en zilver en koper
11.
ook (met) hen (hij) heeft gewijd kroon! David aan Jahweh met het zilver en het goud die verheven van alle de volken van Edom en van Moab en van zonen van Ammon en van Filistijnen en van Amelek
12.
en (ik) was droog (...) mij zoon Zeruja (hij) heeft geslagen (tot) Edom bij (het) dal het zout acht rijkdom duizend
13.
en pas toe! bij Edom NßIBIM en (zij) waren alle Edom slaven aan David en (hij) redde Jahweh (tot) David in alle die beweging
14.
en (hij) heerste David op alle Israël en wees (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid aan alle met hem
15.
en Joab zoon Zeruja op de leger en Josafat zoon AHILWD sekretaris
16.
en heb gelijk! zoon Ahitub en Abimelech zoon Abjathar priesters WSWSA tel(t)
17.
en Benaja zoon Jojada op (ik) heb herkend en (ik) heb laten vallen en bouw! David de eersten bij kroon!

Hoofdstuk 19

1.
en wees na zo en (hij) stierf slang koning bouw! Ammon en (hij) heerste bij ons in de plaats van hem
2.
en (hij) sprak David (ik) werd gedaan genade met (zij) zijn gelegerd (...) hen zoon slang dat (hij) heeft gedaan vader (...) hem met mij genade en (hij) zond weg David boodschappers te troosten (...) hem op vader (...) hem en voert in! werk! David naar land bouw! Ammon naar (zij) zijn gelegerd (...) hen te troosten (...) hem
3.
en (zij) spraken Sarai bouw! Ammon LHNWN (is het zo) dat eer(t) David (tot) vader (...) jou bij (de) ogen (...) jou dat wapen aan jou troosten toch? wegens aan onderzoek WLEPK en aan voet het land (zij) zijn gekomen slaven (...) hem naar jou
4.
en (hij) nam (zij) zijn gelegerd (...) hen (tot) werk! David WICLHM en (hij) hakte af (tot) MDWIEM bij (de) halve tot EMPSOE en (hij) zond weg (...) hen
5.
en (zij) gingen en (zij) vertelden aan David op de mensen en (hij) zond weg hen tegemoet dat (zij) zijn geweest de mensen NKLMIM zeer en (hij) sprak kroon! woont! bij (de) maan (...) hem tot die (hij) groeide baard (...) jullie en (jullie) zijn teruggekeerd
6.
en (zij) lieten zien bouw! Ammon dat (is het zo) dat (jullie) verrotten met David en (hij) zond weg (zij) zijn gelegerd (...) hen en bouw! Ammon duizend plein zilver aan beloning aan hen vanuit Syrië rivieren en vanuit Syrië Maächa en van Zoba wagen en ruiters
7.
en (zij) huurden aan hen twee en dertig duizend wagen en (tot) koning Maächa en (tot) met hem en voert in! en (zij) legerden voor MIDBA en bouw! Ammon (wij) verzamelden (...) hem van steden (...) hen en voert in! aan strijd
8.
en (hij) hoorde toe David en (hij) zond weg (tot) Joab en (tot) alle leger de helden
9.
en voert uit! bouw! Ammon en (zij) ordenden strijd opening (hij) heeft opgemerkt en de koningen die (zij) zijn gekomen alleen zij bij (het) veld
10.
en gezien Joab dat (zij) is geweest aanzicht van de strijd naar hem aanzicht en achterzijde en (hij) koos van alle jongeman bij Israël en (hij) ordende tegemoet Syrië
11.
en (tot) rest het volk (hij) heeft gegeven bij (de) hand (ik) was droog (...) mij broers (...) hem en (zij) ordenden tegemoet bouw! Ammon
12.
en (hij) sprak als (jij) versterkte (van)uit mij Syrië en (jij) bent geweest aan mij LTSWOE en als bouw! Ammon (zij) versterkten (van)uit jou en (ik) heb gered (...) jou
13.
kracht en (wij) werden sterker (er)naar door met ons en door steden van onze God en Jahweh (de) goede bij (de) ogen (...) hem (zij) heeft gemaakt
14.
en (hij) is genaderd Joab en het volk die met hem voor Syrië aan strijd en (zij) vluchtten van aanzichten (...) hem
15.
en bouw! Ammon (zij) hebben gezien dat teken Syrië en (zij) vluchtten ook zij van aanzicht van (ik) was droog (...) mij broers (...) hem en voert in! (zij) heeft opgemerkt en (hij) kwam Joab Jeruzalem
16.
en gezien Syrië dat (zij) hebben geslagen voor Israël en (zij) zondden weg boodschappers en (zij) haalden tevoorschijn (tot) Syrië die trek(t) door de rivier en stort aanvoerder leger Hadad-ezer voor hen
17.
en (hij) werd verteld aan David en (hij) verzamelde (tot) alle Israël en (hij) ging voorbij de Jordaan en (hij) kwam naar hen en (hij) ordende naar hen en (hij) ordende David tegemoet Syrië strijd en (zij) streedden met hem
18.
en (hij) vluchtte Syrië weg van aanzicht van Israël en (hij) doodde David van Syrië zeven duizenden wagen en veertig duizend man voeten van en (tot) stort aanvoerder de leger (jij) hebt geruist
19.
en (zij) lieten zien werk! Hadad-ezer dat (zij) hebben geslagen voor Israël en (zij) voltooiden met David en (zij) werkten (...) hem noch (hij) heeft gewenst Syrië te redden (tot) bouw! Ammon nog (eens)

Hoofdstuk 20

1.
en wees aan tijd TSWBT het jaar aan tijd uit te gaan de koningen en (hij) bestuurde Joab (tot) macht de leger en (hij) bedierf (tot) land bouw! Ammon en (hij) kwam en fabriceer! (tot) veelheid en David inwoner bij Jeruzalem en (hij) sloeg Joab (tot) veelheid en (hij) brak af (er)naar
2.
en (hij) nam David (tot) (jij) hebt omgeven (hij) heeft besneden (...) jullie boven hoofd (...) hem en (hij) vond (er)naar gewicht plein goud en bij haar steen (hij) gebeurde en (zij) was op hoofd David en buit (hij) heeft opgemerkt (hij) heeft tevoorschijn gehaald veel zeer
3.
en (tot) het volk die bij haar (hij) heeft tevoorschijn gehaald en rechte BMCRE WBHRIßI het ijzer WBMCRWT en zo (zij) heeft gemaakt David aan alle steden van bouw! Ammon en inwoner David en alle het volk Jeruzalem
4.
en wees na zo en (jij) stond vast strijd bij (de) wortel met Filistijnen destijds (hij) heeft geslagen Sibbechai (is het zo) dat (ik) heb me gehaast (tot) voeg toe! van ingeborenen van de spoken en (zij) werden vernederd
5.
en (zij) was nog (eens) strijd (tot) Filistijnen en (hij) sloeg ALHNN zoon (hij) schudde uit (tot) strijd! broer (jij) bent in verbanning gegaan de Gathiet en boom (jij) bent gelegerd (...) hem KMNWR ARCIM
6.
en (zij) was nog (eens) strijd bij (de) wijnpers en wees man maat en vingers (...) hem zes en zes twintig en vier en ook hij (hij) is geboren LERPA
7.
en (hij) beledigde (tot) Israël en (zij) werden donker Jonathan zoon SMOA broer David
8.
naar (zij) zijn geboren LERPA bij (de) wijnpers en (zij) vielen bij (de) hand David en bij (de) hand slaven (...) hem

Hoofdstuk 21

1.
en (hij) stond vast satan op Israël WIXT (tot) David op te noemen (tot) Israël
2.
en (hij) sprak David naar Joab en naar Sarai het volk ga(a)t! vertelt! (tot) Israël van put zeven en tot Dan en (zij) hebben gebracht naar mij en (ik) wist (er)naar (tot) getal (...) hen
3.
en (hij) sprak Joab Jozef Jahweh op met hem zoals zij honderd twee keer toch? liggers van kroon! allemaal aan liggers van aan slaven waarom (hij) zocht deze liggers van waarom (hij) was aan schuld aan Israël
4.
en woord kroon! kracht op Joab en uitgaande Joab en (hij) wandelde rond in alle Israël en (hij) kwam Jeruzalem
5.
en (hij) gaf Joab (tot) getal beveel(t) het volk naar David en wees alle Israël duizend duizenden en honderd duizend man stoppelveld zwaard en Juda vier honderd en zeventig duizend man stoppelveld zwaard
6.
en Levi en Benjamin niet opname bij (het) midden (...) hen dat NTOB woord kroon! (tot) Joab
7.
en (hij) achtervolgde bij bestudeer! naar God op het woord deze en (hij) sloeg (tot) Israël
8.
en (hij) sprak David naar naar God (ik) heb gezondigd zeer die (ik) heb gedaan (tot) het woord deze en nu breng over! toch (tot) OWWN slaaf (...) jou dat NXKLTI zeer
9.
en (hij) sprak Jahweh naar Gad borst David te spreken
10.
aan jou en woord van naar David te spreken zo woord Jahweh drie ik (wij) bogen om op jou (hij) heeft gekozen aan jou één van zij en (ik) werd gedaan aan jou
11.
en (hij) kwam Gad naar David en (hij) sprak als zo woord Jahweh tegenover aan jou
12.
als drie twee honger en als drie maanden (wij) richtten te gronde van aanzicht van vijanden (...) jou en zwaard vijanden (...) jou LMSCT en als drie van dagen zwaard Jahweh en woord bij (het) land en boodschapper Jahweh vernieler in alle grens Israël en nu (hij) heeft gezien wat? (ik) gaf terug (tot) zend weg! woord
13.
en (hij) sprak David naar Gad smalle aan mij zeer duisternis toch bij (de) hand Jahweh dat twisten baarmoeders (...) hem zeer en bij (de) hand mens naar donkere
14.
en (hij) gaf Jahweh woord bij Israël en (hij) liet vallen van Israël zeventig duizend man
15.
en (hij) zond weg naar God boodschapper aan Jeruzalem kapot te maken (er)naar WKESHIT (hij) heeft gezien Jahweh en (hij) troostte op de herder en (hij) sprak aan boodschapper de vernieler meerderheid nu laat los! hand (...) jou en boodschapper Jahweh sta vast! met vreemdeling (...) hen (ik) roddelde de Jebusiet
16.
en (hij) droeg David (tot) ogen (...) hem en gezien (tot) boodschapper Jahweh sta vast! tussen het land en tussen de hemel en (zij) zijn vernield trek uit! (er)naar bij (hij) bedankte uitgestrekte op Jeruzalem en (hij) liet vallen David en de baarden MKXIM bij (de) zakken op aanzichten (...) hen
17.
en (hij) sprak David naar naar God toch? ik (ik) heb gesproken op te noemen bij (het) volk en ik hij die (ik) heb gezondigd en juich! de medemensen (...) mij en deze het kleinvee wat? Ezau Jahweh mijn God (zij) was toch hand (...) jou bij mij en bij (het) huis vader en bij (het) volk (...) jou niet aan epidemie
18.
en boodschapper Jahweh woord naar Gad te spreken aan David dat (hij) verhief David te vestigen altaar aan Jahweh bij (de) vreemdeling (...) hen (ik) roddelde EIBXI
19.
en (hij) verhief David bij (het) woord Gad die woord bij (de) naam Jahweh
20.
en inwoner (ik) roddelde en gezien (tot) de boodschapper en vier zonen (...) hem met hem MTHBAIM en (ik) roddelde DS tarwe
21.
en (hij) kwam David tot (ik) roddelde WIBÐ (ik) roddelde en gezien (tot) David en uitgaande vanuit de vreemdeling (...) hen en (hij) boog zich diep aan David neuzen naar land
22.
en (hij) sprak David naar (ik) roddelde geef! aan mij plaats de vreemdeling (...) hen en (ik) bouwde bij hem altaar aan Jahweh bij (het) zilver (hij) is vol geweest geef! (...) hem aan mij en (zij) hield vast de epidemie boven het volk
23.
en (hij) sprak (ik) roddelde naar David neem! aan jou en (hij) heeft gemaakt liggers van kroon! (de) goede bij (de) ogen (...) hem (hij) heeft gezien (ik) heb gegeven het rundvee op te gaan WEMWRCIM aan bomen en de tarwe aan geschenk (de) alle (ik) heb gegeven
24.
en (hij) sprak kroon! David aan ark (...) hen niet dat buis (ik) kocht bij (het) zilver (hij) is vol geweest dat niet (ik) droeg die aan jou aan Jahweh en de beklimmingen ga(a)(t) op gratis
25.
en (hij) gaf David aan ark (...) hen bij (de) plaats weeg! goud gewicht zes honderd
26.
en (hij) bouwde daar David altaar aan Jahweh en (hij) verhief beklimmingen en vergoedingen en (hij) noemde naar Jahweh en (hij) antwoordde (...) hem (hij) is verrot vanuit de hemel op altaar dat wat opgaat
27.
en (hij) sprak Jahweh aan boodschapper en inwoner (zij) zijn vernield naar NDNE
28.
bij (de) tijd die bij (het) zicht David dat nederige (...) hem Jahweh bij (de) vreemdeling (...) hen (ik) roddelde de Jebusiet en (hij) slachtte daar
29.
en residentie Jahweh die (hij) heeft gedaan Mozes bij (de) woestijn en altaar (is het zo) dat ga(a)(t) op bij (de) tijd die bij (de) verhoging bij Gibeon
30.
noch (hij) heeft gekund David te gaan voor hem aan advies God dat NBOT van aanzicht van zwaard boodschapper Jahweh

Hoofdstuk 22

1.
en (hij) sprak David dit hij huis Jahweh naar God en dit altaar te verheffen aan Israël
2.
en (hij) sprak David LKNWX (tot) (is het zo) dat wonen die bij (het) land Israël en (hij) stond vast HßBIM LHßWB stenen van bewerkte steen te bouwen huis naar God
3.
en ijzer aan meerderheid LMXMRIM aan deuren de poorten WLMHBRWT (hij) heeft voorbereid David en koper aan meerderheid (er is) niet gewicht
4.
en houten ceders aan eiland (...) hen getal dat (zij) hebben gebracht EßIDNIM en (de) smalle (mv) houten ceders aan meerderheid aan David
5.
en (hij) sprak David Salomo bouw! jeugd en zachtheid en het huis te bouwen aan Jahweh te vergroten aan hoogte aan naam en aan glans aan alle de landen (ik) bereidde voor (er)naar toch als en (hij) bereidde David aan meerderheid voor sterft!
6.
en (hij) noemde aan Salomo bij ons en (hij) gaf opdracht (...) hem te bouwen huis aan Jahweh mijn God Israël
7.
en (hij) sprak David aan Salomo bij ons ik (hij) is geweest met hart (...) mij te bouwen huis aan naam Jahweh mijn God
8.
en wees op mij woord Jahweh te spreken bloed aan meerderheid (jij) hebt gestort en oorlogen groeiende (mv) (jij) hebt gedaan niet (jij) bouwde huis aan namen van dat kosten twisten (jij) hebt gestort naar land voor
9.
hier is zoon (hij) is geboren aan jou hij (hij) was man om te rusten (er)naar WENIHWTI als van alle vijanden (...) hem van rondom dat Salomo (hij) was zijn naam en vrede en stilte (met) hen op Israël bij (de) dagen (...) hem
10.
hij (hij) bouwde huis aan namen van en hij (hij) was aan mij tot zoon en ik als aan vader en (ik) heb bereid stoel koninkrijk (...) hem op Israël tot eeuwigheid
11.
nu bouw! wees Jahweh met jou en (jij) bent geslaagd en (jij) hebt gebouwd huis Jahweh jouw God zoals woord op jou
12.
maar (hij) gaf aan jou Jahweh verstand en verstand en (hij) gaf opdracht (...) jou op Israël en te houden (tot) Wetboek van Jahweh jouw God
13.
destijds (jij) slaagde als (jij) hield te doen (tot) de wetten en (tot) de rechtsregels die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes op Israël kracht en (hij) is sterk geweest naar (je) zult vrezen en naar in de plaats van
14.
en hier is bij (de) armoede (...) mij (ik) heb bereid aan huis Jahweh goud zoals lammeren honderd duizend en zilver duizend duizenden zoals lammeren en aan koper en aan ijzer (er is) niet gewicht dat aan meerderheid (hij) is geweest en bomen en stenen (ik) heb bereid en op hen (jij) voegde toe
15.
en met jou aan meerderheid maak! handwerk HßBIM en ploeg! steen en boom en alle wijze in alle handwerk
16.
aan goud aan zilver en aan koper en aan ijzer (er is) niet getal sta op! en (hij) heeft gedaan en wees Jahweh met jou
17.
en (hij) gaf opdracht David aan alle Sarai Israël aan hulp aan Salomo bij ons
18.
toch? Jahweh jullie God met jullie en (hij) heeft rust gegeven aan jullie van rondom dat (hij) heeft gegeven bij (de) handen van (tot) inwoners van het land WNKBSE het land voor Jahweh en voor met hem
19.
nu geeft! hart (...) jullie en ziel (...) jullie uit te leggen aan Jahweh jullie God en sta(a)t op! en bij ons (tot) heilig(t) Jahweh naar God te brengen (tot) kist verbond Jahweh en gereedschap heiligheid naar God aan huis (is het zo) dat (wij) bouwden aan naam Jahweh

Hoofdstuk 23

1.
en David baard en zeven dagen en (hij) heerste (tot) Salomo bij ons op Israël
2.
en (hij) verzamelde (tot) alle Sarai Israël en de priesters en de Levieten
3.
en (zij) vertelden de Levieten van zoon dertig jaar en hoogte en wees getal (...) hen aan schedel (...) hen aan mannen dertig en acht duizend
4.
van deze uiteindelijk op handwerk van huis Jahweh twintig en vier duizend en politie en rechters zes duizenden
5.
en vier duizenden dat worden wakker en vier duizenden loven aan Jahweh bij (de) alle (mv) die (ik) heb gedaan te loven
6.
en (hij) verdeelde (...) hen David verdelen aan zonen van Levi aan Gerson Kahath en Merari
7.
aan Gersoniet aan getuige (...) hen en hoor toe!
8.
bouw! aan getuige (...) hen het hoofd Jehiël WZTM en Joël drie
9.
bouw! hoor toe! dat te sterven WHZIAL en Haran drie deze hoofden van de vaders LLODN
10.
en bouw! hoor toe! Jahath ZINA WIOWS WBRIOE deze bouw! hoor toe! vier
11.
en wees Jahath het hoofd WZIZE (de) tweede WIOWS WBRIOE niet (zij) hebben vermeerderd zonen en (zij) waren aan huis vader te bevelen (er)naar één
12.
bouw! Kahath korenschoof (...) hen zuivere olie Hebron en Uzziël vier
13.
bouw! korenschoof (...) hen Aäron en Mozes en (hij) scheidde Aäron te wijden (...) hem heiligheid heiligheden hij en zonen (...) hem tot eeuwigheid roken te laten voor Jahweh in te weken (...) hem en te zegenen bij (de) zijn naam tot eeuwigheid
14.
en Mozes man naar God zonen (...) hem (zij) noemden op stam (is het zo) dat Levi
15.
bouw! Mozes verjaagt! (...) hen WALIOZR
16.
bouw! verjaagt! (...) hen SBWAL het hoofd
17.
en (zij) waren bouw! ALIOZR word breder! (er)naar het hoofd noch (hij) is geweest LALIOZR zonen anderen en bouw! word breder! (er)naar tienduizend aan hoogte
18.
bouw! zuivere olie Selomith het hoofd
19.
bouw! Hebron IRIEW het hoofd Amarja (de) tweede IHZIAL (de) derde WIQMOM (de) vierde
20.
bouw! Uzziël Micha het hoofd en naar Isaï (de) tweede
21.
bouw! Merari van ziekte WMWSI bouw! van ziekte Eleazar en Kis
22.
en (hij) stierf Eleazar noch (zij) zijn geweest als zonen dat als dochters en (zij) droegen (...) hen bouw! Kis broers (...) hen
23.
bouw! MWSI van ziekte en kudde en Jarmuth drie
24.
deze bouw! Levi aan huis vaders-en (...) hen hoofden van de vaders aan bevelen (...) hen bij (het) getal namen aan schedel (...) hen (hij) heeft gedaan het handwerk aan feit van huis Jahweh van zoon twintig jaar en hoogte
25.
dat woord David (hij) heeft rust gegeven Jahweh mijn God Israël aan zijn volk en jullie zijn er bij Jeruzalem tot aan eeuwigheid
26.
en ook aan Levieten (er is) niet te dragen (tot) de residentie en (tot) alle gereedschappen (...) hem aan feit (...) hem
27.
dat bij spreek! David (de) laatste (mv) deze (mv) getal bouw! Levi van zoon twintig jaar en aan hoogte
28.
dat sta(a)(t) vast (...) hen bij bouw! Aäron aan feit van huis Jahweh op de grondgebieden en op de kantoren en op (jij) hebt gezuiverd aan alle heiligheid en Mozes (jij) hebt gewerkt huis naar God
29.
en aan brood de orde van en aan bloem(meel) aan geschenk WLRQIQI het voorschrift van WLMHBT WLMRBKT en aan alle naar van os en maat
30.
en vast te staan bij (het) rundvee bij (het) rundvee te bedanken en te loven aan Jahweh en zo aan aangename
31.
en aan alle de beklimmingen beklimmingen aan Jahweh aan sabbatten aan maanden WLMODIM bij (het) getal zoals rechtsregel op hen altijd voor Jahweh
32.
en bewaart! (tot) bewaring tent ontmoeting en (tot) bewaring wijd! en bewaring bouw! Aäron broers (...) hen aan feit van huis Jahweh

Hoofdstuk 24

1.
en aan zonen van Aäron verdelen (...) hen bouw! Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu Eleazar en Ithamar
2.
en (hij) stierf (hij) heeft geschonken en Abihu voor vaders (...) hen en zonen niet (zij) zijn geweest aan hen en (hij) sloeg (...) ons Eleazar en Ithamar
3.
en (hij) verdeelde (...) hen David en heb gelijk! vanuit bouw! Eleazar en Achimelech vanuit bouw! Ithamar LPQDTM bij (jullie) hebben gewerkt
4.
en (zij) vondden bouw! Eleazar twisten aan hoofden van de mannen vanuit bouw! Ithamar en (zij) verdeelden (...) hen aan zonen van Eleazar hoofden aan huis vaders zes rijkdom en aan zonen van Ithamar aan huis vaders (...) hen acht
5.
en (zij) verdeelden (...) hen bij (de) loten deze met deze dat (zij) zijn geweest Sarai heiligheid en Sarai naar God van zonen van Eleazar en bij (de) zonen van Ithamar
6.
en (hij) schreef (...) hen hoor toe! (er)naar zoon Nataneël (is het zo) dat tel(t) vanuit (is het zo) dat Levi voor kroon! en de aanvoerders en heb gelijk! de priester en Achimelech zoon Abjathar en hoofden van de vaders aan priesters en aan Levieten huis vader één Achaz aan Eleazar en Achaz Achaz aan Ithamar
7.
en uitgaande het lot (de) eerste LIEWIRIB aan Jedaja (de) tweede
8.
aan boycot (de) derde aan poorten de vierkanten van
9.
aan Malchia (de) vijfde aan water (...) hen (de) zesde
10.
LEQWß (is het zo) dat ben verzadigd! naar aan vader (de) achtste
11.
aan Jozua (is het zo) dat (jij) schreeuwde om hulp (...) mij LSKNIEW (is het zo) dat neem een tiende!
12.
aan Eljasib opvolging van rijkdom LIQIM twee rijkdom
13.
LHPE drie rijkdom LISBAB vier rijkdom
14.
LBLCE vijf rijkdom te spreken zes rijkdom
15.
LHZIR zeven rijkdom LEPßß acht rijkdom
16.
naar aan openingen negen rijkdom LIHZQAL de twintig
17.
LIKIN één en twintig te vergelden twee en twintig
18.
LDLIEW drie en twintig tot van Uzzia vier en twintig
19.
deze (jullie) hebben bekeken aan feiten (...) hen te komen aan huis Jahweh zoals rechtsregel (...) hen bij (de) hand Aäron vaders (...) hen zoals geeft opdracht! Jahweh mijn God Israël
20.
en aan zonen van Levi (is het zo) dat blijven over aan zonen van korenschoof (...) hen SWBAL aan zonen van SWBAL IHDIEW
21.
LRHBIEW aan zonen van RHBIEW het hoofd naar Isaï
22.
aan zuivere olie (...) mij dat te sterven aan zonen van dat te sterven Jahath
23.
en bouw! IRIEW AMRIEW (de) tweede IHZIAL (de) derde IQMOM (de) vierde
24.
bouw! Uzziël Micha aan zonen van Micha houd!
25.
broer Micha naar Isaï aan zonen van naar Isaï Zacharia
26.
bouw! Merari van ziekte WMWSI bouw! IOZIEW bij ons
27.
bouw! Merari LIOZIEW bij ons en onyx en Zakkur en Hebreeër
28.
tot van ziekte Eleazar noch (hij) is geweest als zonen
29.
aan Kis bouw! Kis Jerahmeël
30.
en bouw! MWSI van ziekte en kudde WIRIMWT deze bouw! de Levieten aan huis vaders (...) hen
31.
en (zij) lieten vallen ook zij loten tegenover broers (...) hen bouw! Aäron voor David kroon! en heb gelijk! en Achimelech en hoofden van de vaders aan priesters en aan Levieten vaders het hoofd tegenover broers (...) hem de kleine

Hoofdstuk 25

1.
en (hij) scheidde David en Sarai de leger aan feit aan zonen van Asaf en Heman en Jeduthun de profeten bij (de) violen bij (de) harpen WBMßLTIM en wees getal (...) hen mens (...) mij handwerk aan feiten (...) hen
2.
aan zonen van Asaf Zakkur en Jozef en Nathanja en Asarela bouw! Asaf op hand Asaf profeteer! op handen van kroon!
3.
aan Jeduthun bouw! Jeduthun Gedalja en schep! en Jesaja HSBIEW WMTTIEW zes op handen van vaders (...) hen Jeduthun bij (de) viool profeteer! op EDWT en lofzang aan Jahweh
4.
aan Heman bouw! Heman BQIEW MTNIEW Uzziël SBWAL WIRIMWT Hananja Hanani ALIATE (ik) ben gegroeid WRMMTI hulp ISBQSE besnijden (...) mij EWTIR MHZIAT
5.
alle deze zonen aan Heman borst kroon! bij spreek! naar God op te tillen hoorn en (hij) gaf naar God aan Heman zonen vier rijkdom en dochters drie
6.
alle deze op handen van vaders (...) hen bij (het) lied huis Jahweh BMßLTIM harpen en violen aan feit van huis naar God op handen van kroon! Asaf en Jeduthun en Heman
7.
en wees getal (...) hen met broers (...) hen onderwijs(t) (...) mij lied aan Jahweh alle (is het zo) dat begrijp(t) honderd paar tachtig en acht
8.
en (zij) lieten vallen loten bewaring tegenover zoals kleine zoals grote van tussen met TLMID
9.
en uitgaande het lot (de) eerste aan Asaf aan Jozef Gedalja (de) tweede hij en broers (...) hem en zonen (...) hem twee rijkdom
10.
(de) derde Zakkur zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
11.
(de) vierde te fabriceren (...) mij zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
12.
(de) vijfde NTNIEW zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
13.
(de) zesde BQIEW zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
14.
(is het zo) dat ben verzadigd! naar Israël zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
15.
(de) achtste Jesaja zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
16.
(de) negende MTNIEW zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
17.
(de) tiende hoor toe! zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
18.
opvolging van rijkdom OZRAL zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
19.
de twee rijkdom LHSBIE zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
20.
aan drie rijkdom SWBAL zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
21.
aan vier rijkdom MTTIEW zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
22.
aan vijf rijkdom aan Jarmuth zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
23.
aan zes rijkdom LHNNIEW zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
24.
aan zeven rijkdom LISBQSE zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
25.
aan acht rijkdom aan Hanani zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
26.
aan negen rijkdom aan woorden (...) mij zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
27.
aan twintig aan vetstaart (...) haar zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
28.
aan één en twintig LEWTIR zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
29.
aan twee en twintig aan grootheid (...) mij zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
30.
aan drie en twintig LMHZIAWT zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom
31.
aan vier en twintig LRWMMTI hulp zonen (...) hem en broers (...) hem twee rijkdom

Hoofdstuk 26

1.
tot van percelen aan poorten aan kale (mv) MSLMIEW zoon (hij) heeft genoemd vanuit bouw! Asaf
2.
WLMSLMIEW zonen Zacharia de eerstgeborene IDIOAL (de) tweede ZBDIEW (de) derde ITNIAL (de) vierde
3.
Elam (de) vijfde Johanan (de) zesde ALIEWOINI (de) zevende
4.
en te bewerken mens zonen hoor toe! (er)naar de eerstgeborene IEWZBD (de) tweede Joah (de) derde en beloning (de) vierde en Nataneël (de) vijfde
5.
Ammiël (de) zesde Issaschar (de) zevende onderneming (...) mij (de) achtste dat zegent! God
6.
en naar aan nieuwsberichten bij ons (hij) is geboren zonen EMMSLIM aan huis vaders (...) hen dat helden van macht deze (mv)
7.
bouw! hoor toe! (er)naar OTNI WRPAL en Obed ALZBD broers (...) hem bouw! macht Elia WXMKIEW
8.
alle deze van zonen van slaaf mens deze (mv) en zonen (...) hen en broers (...) hen man macht bij (de) kracht aan feit zestig en twee te bewerken mens
9.
WLMSLMIEW zonen en broers bouw! macht acht rijkdom
10.
WLHXE vanuit bouw! Merari zonen bewaar! het hoofd dat niet (hij) is geweest eerstgeborene en (zij) plaatsten (...) hem vader (...) hem aan hoofd
11.
Hilkia (de) tweede ÐBLIEW (de) derde Zacharia de vierkanten van alle zonen en broers LHXE drie rijkdom
12.
aan deze verdelen de poorten aan hoofden van de mannen bewaren tegenover broers (...) hen te dienen bij (het) huis Jahweh
13.
en (zij) lieten vallen loten zoals kleine zoals grote aan huis vaders (...) hen aan poort en poort
14.
en (hij) liet vallen het lot naar Oosten LSLMIEW en Zacharia bij ons adviseur bij (het) verstand (zij) hebben laten vallen loten en uitgaande lot (...) hem naar Noorden
15.
te bewerken mens (zij) heeft afgedroogd en aan zonen (...) hem huis (is het zo) dat verzamel! (...) hen
16.
aan kale heuvels WLHXE tot van borg met poort dat te gaan BMXLE (is het zo) dat ga(a)(t) op bewaar(t) tegenover bewaar(t)
17.
aan Oosten de Levieten zes naar aan Noorden aan dag vier af te drogen (er)naar aan dag vier WLAXPIM twee twee
18.
LPRBR tot van borg vier LMXLE twee LPRBR
19.
deze verdelen de poorten aan zonen van het ijs (...) mij en aan zonen van Merari
20.
en de Levieten (ik) leefde op bergen op huis naar God en aan bergingen de heiligheden
21.
bouw! aan getuige (...) hen bouw! de Gersoniet LLODN hoofden van de vaders LLODN de Gersoniet IHIALI
22.
bouw! IHIALI ZTM en Joël broers (...) hem op bergingen huis Jahweh
23.
LOMRMI aan zuivere olie (...) mij LHBRWNI aan Uzzieliet
24.
WSBAL zoon verjaagt! (...) hen zoon Mozes leider op de bergingen
25.
en broers (...) hem LALIOZR RHBIEW bij ons en Jesaja bij ons en (hij) was hoog bij ons en herinner je! bij ons en gehele (mv) bij ons
26.
hij dat te sterven en broers (...) hem op alle bergingen de heiligheden die (hij) heeft gewijd David kroon! en hoofden van de vaders aan Sarai (de) duizenden en de honderden en Sarai de leger
27.
vanuit de oorlogen en vanuit de buit (zij) hebben gewijd te versterken aan huis Jahweh
28.
en alle (is het zo) dat (hij) heeft gewijd Samuël (hij) heeft laten zien en dodenrijk zoon Kis en Abner zoon licht en Joab zoon Zeruja alle (is het zo) dat wijd(t) op hand Selomith en broers (...) hem
29.
aan zuivere olie (...) mij KNNIEW en zonen (...) hem aan handwerk (de) uitwendige op Israël aan politie en aan rechters
30.
LHBRWNI HSBIEW en broers (...) hem bouw! macht duizend en zeven honderd op (jij) hebt bekeken Israël trek(t) door aan Jordaan van wildernis aan alle handwerk van Jahweh en aan feit van kroon!
31.
LHBRWNI werp! (er)naar het hoofd LHBRWNI LTLDTIW te wensen bij (het) jaar van de veertig aan koninkrijk David (zij) zijn verzocht en (hij) vond bij hen helden van macht BIOZIR gedenkteken
32.
en broers (...) hem bouw! macht duizenden en zeven honderd hoofden van de vaders en (hij) legde neer (...) hen David kroon! op de Rubeniet en het bokje en halve stam EMNSI aan alle woord naar God en woord kroon!

Hoofdstuk 27

1.
en bouw! Israël aan getal (...) hen hoofden van de vaders en Sarai (de) duizenden en de honderden en politie (...) hen (is het zo) dat dienen (tot) kroon! aan alle woord (is het zo) dat verdelen (is het zo) dat kom(t) WEIßAT maand bij (de) maand aan alle maanden van het jaar (is het zo) dat verdeel(t) de één twintig en vier duizend
2.
op (is het zo) dat verdeel(t) (de) eerste aan maand (de) eerste (hij) was verzadigd (...) hen zoon ZBDIAL en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
3.
vanuit bouw! doorbraak het hoofd aan alle Sarai de legers aan maand (de) eerste
4.
en op verdeel(t) de maand (de) tweede ooms van EAHWHI en van perceel (...) hem WMQLWT de leider en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
5.
aanvoerder de leger (de) derde aan maand (de) derde Benaja zoon Jojada de priester hoofd en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
6.
hij Benaja held de dertig en op de dertig en van perceel (...) hem OMIZBD bij ons
7.
(de) vierde aan maand (de) vierde Asahel broer Joab en naar gift-en bij ons na hem en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
8.
(de) vijfde aan maand (de) vijfde de aanvoerder SMEWT EIZRH en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
9.
(de) zesde aan maand (de) zesde Ira zoon eigenzinnige ETQWOI en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
10.
(de) zevende aan maand (de) zevende Helez EPLWNI vanuit bouw! Efraïm en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
11.
(de) achtste aan maand (de) achtste Sibbechai (is het zo) dat (ik) heb me gehaast aan glans (...) mij en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
12.
(de) negende aan maand (de) negende Abiëzer EONTWTI LBNIMINI en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
13.
(de) tiende aan maand (de) tiende haast je! ENÐWPTI aan glans (...) mij en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
14.
opvolging van rijkdom aan opvolging van rijkdom de maand bouw! (er)naar EPROTWNI vanuit bouw! Efraïm en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
15.
de twee rijkdom aan twee rijkdom de maand HLDI ENÐWPTI aan Otniël en op verdeel(t) (...) hem twintig en vier duizend
16.
en op stammen van Israël aan Rubeniet leider ALIOZR zoon herinner je! LSMOWNI SPÐIEW zoon Maächa
17.
aan Levi bereken! (er)naar zoon QMWAL aan Aäron heb gelijk!
18.
aan Juda Elia van broer David aan Issaschar Omri zoon Michaël
19.
aan Zebulon ISMOIEW zoon Obadja aan Nafthali IRIMWT zoon OZRIAL
20.
aan zonen van Efraïm Hosea zoon OZZIEW druk! stam Manasse Joël zoon PDIEW
21.
druk! die van Manasse naar gedenkteken (hij) bedankte zoon Zacharia aan Benjamin IOSIAL zoon Abner
22.
aan Dan OZRAL zoon (hij) had medelijden deze Sarai stammen van Israël
23.
noch verheven David getal (...) hen tot van zoon twintig jaar en aan stam dat woord Jahweh te vermeerderen (tot) Israël zoals sterren van de hemel
24.
Joab zoon Zeruja (hij) is begonnen te op te noemen noch schoondochter en wees bij deze woede op Israël noch blad het getal bij (het) getal spreek! de dagen aan koning David
25.
en op bergingen kroon! Azmaveth zoon ODIAL en op de bergingen bij (het) veld bij (de) steden en bij (de) dorpen WBMCDLWT Jonathan zoon Uzzia
26.
en op maak! handwerk van het veld aan feit van de aarde help! zoon KLWB
27.
en op de wijngaarden hoor toe! (ik) heb opgetild en op SBKRMIM aan bergingen de wijn gift-en van ESPMI
28.
en op de olijven WESQMIM die bij (het) laagland echtgenoot (hij) heeft gratie verleend (is het zo) dat richt een omheining op! en op bergingen de olie maak(t)
29.
en op het rundvee de kwaden kondigt aan! (...) hen politie van (is het zo) dat (zij) hebben gezongen (...) mij en op het rundvee bij (de) dieptes rechter zoon ODLI
30.
en op de kamelen AWBIL EISMOLI en op de ezelinnen IHDIEW EMRNTI
31.
en op het kleinvee IZIZ EECRI alle deze Sarai ERKWS die aan koning David
32.
en Jonathan oom David adviseur man van tussen en tel(t) hij en Jehiël zoon (zij) zijn wijs geworden (...) mij met bouw! kroon!
33.
en Achitofel adviseur aan koning en haast je! (is het zo) dat duur! kwaad kroon!
34.
en na Achitofel Jojada zoon Benaja en Abjathar en aanvoerder leger aan koning Joab

Hoofdstuk 28

1.
en (hij) verzamelde David (tot) alle Sarai Israël Sarai de stammen en Sarai (is het zo) dat verdelen (is het zo) dat dienen (tot) kroon! en Sarai (de) duizenden en Sarai de honderd en Sarai alle RKWS en bezit aan koning en aan zonen (...) hem met de hovelingen en de helden en aan alle held macht naar Jeruzalem
2.
en (hij) stond op David kroon! op voeten (...) hem en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord (...) mij broer en met mij ik met hart (...) mij te bouwen huis om te rusten (er)naar aan kist verbond Jahweh WLEDM voeten van onze God en (ik) heb bereid te bouwen
3.
en naar God woord aan mij niet (jij) bouwde huis aan namen van dat man weg van schoonmoeder (met) haar en kosten (jij) hebt gestort
4.
en (hij) koos Jahweh mijn God Israël bij mij van alle huis vader te zijn aan koning op Israël aan eeuwigheid dat bij Juda (hij) heeft gekozen aan leider en bij (het) huis Juda huis vader en bij (de) zonen van vader bij mij (zij) heeft gerend te kronen op alle Israël
5.
en van alle bouw! dat twisten zonen (hij) heeft gegeven aan mij Jahweh en (hij) koos bij Salomo bouw! te wonen op stoel koninkrijk Jahweh op Israël
6.
en (hij) sprak aan mij Salomo zoon (...) jou hij (hij) bouwde huis-en van en grondgebieden (...) mij dat (ik) heb gekozen bij hem aan mij tot zoon en ik (ik) was als aan vader
7.
en (ik) heb bereid (tot) koninkrijk (...) hem tot aan eeuwigheid als (hij) versterkte te doen voorschrift (...) mij en rechtsregels van zoals dag deze
8.
en nu te bestuderen (...) mij alle Israël menigte Jahweh en bij (de) oren van onze God bewaart! en (zij) hebben uitgelegd alle voorschrift van Jahweh jullie God opdat most (...) hem (tot) het land het goeds en de erfgoederen (...) hen aan zonen (...) jullie na jullie tot eeuwigheid
9.
en (met) haar Salomo bouw! weet! (tot) mijn God vader (...) jou en feit (...) hem bij (het) hart gehele en bij (de) ziel (zij) heeft gewenst dat alle harten leg(t) uit Jahweh en alle fabriceer! berekenen van tussen als TDRSNW (hij) vond aan jou en als (jij) verliet (...) ons IZNIHK voor altijd
10.
(hij) heeft gezien nu dat Jahweh (hij) heeft gekozen bij jou te bouwen huis tot van heiligheid kracht en (hij) heeft gedaan
11.
en (hij) gaf David aan Salomo bij ons (tot) model (is het zo) dat maar en (tot) huizen (...) hem WCNZKIW en opgang-en (...) hem en kamers (...) hem (de) binnenste (mv) en huis het verzoendeksel
12.
en model alle die (hij) is geweest vlucht! met hem aan grondgebieden huis Jahweh en aan alle de kantoren rondom aan bergingen huis naar God en aan bergingen de heiligheden
13.
WLMHLQWT de priesters en de Levieten en aan alle handwerk van werk van huis Jahweh en aan alle gereedschap werk van huis Jahweh
14.
aan goud bij (het) gewicht aan goud aan alle gereedschap werk en werk aan alle gereedschap het zilver bij (het) gewicht aan alle gereedschap werk en werk
15.
en gewicht aan armaturen het goud WNRTIEM goud bij (het) gewicht MNWRE WMNWRE en naar lichten en aan armaturen het zilver bij (het) gewicht LMNWRE en naar lichten zoals werk van MNWRE WMNWRE
16.
en (tot) het goud gewicht aan tafels de orde van aan tafel en tafel en zilver aan tafels het zilver
17.
WEMZLCWT en de offerschalen en (de) harde (mv) goud zuivere en te ontkennen (...) mij het goud bij (het) gewicht te ontkennen en ontken! en te ontkennen (...) mij het zilver bij (het) gewicht te ontkennen en ontken!
18.
en aan altaar (jij) hebt laten roken goud MZQQ bij (het) gewicht en aan model de rijtuig de beelden van meerderheid goud aan ruiters en bedek! (...) hen op kist verbond Jahweh
19.
(de) alle bij (de) (hand)schrift van hand Jahweh op mij (hij) is wijs geworden alle handwerken de model
20.
en (hij) sprak David aan Salomo bij ons kracht en (hij) is sterk geweest en (hij) heeft gedaan naar (je) zult vrezen en naar in de plaats van dat Jahweh God mijn God met jou niet (hij) liet los (...) jou noch (hij) verliet (...) jou tot te eindigen alle handwerk van werk van huis Jahweh
21.
en hier is verdelen de priesters en de Levieten aan alle werk van huis naar God en met jou in alle handwerk aan alle vrijgevige bij (de) wijsheid aan alle werk en de aanvoerders en alle het volk aan alle woorden (...) jou

Hoofdstuk 29

1.
en (hij) sprak David kroon! aan alle de menigte Salomo bouw! één (hij) heeft gekozen bij hem God jeugd en zachtheid en het handwerk grootheid dat niet aan mens de hoofdstad dat aan Jahweh God
2.
en zoals alle zoals levende (ik) heb bereid aan huis mijn God het goud aan goud en het zilver aan zilver en het koper aan koper het ijzer aan ijzer en de bomen aan bomen stenen van onyx WMLWAIM stenen van PWK en (zij) heeft geborduurd en alle steen (hij) gebeurde en stenen van verblijd je! aan meerderheid
3.
en nog (eens) bij rennen (...) mij bij (het) huis mijn God er is aan mij trots goud en zilver (ik) heb gegeven aan huis mijn God aan hoogte van alle (ik) heb bereid aan huis wijd!
4.
drie van duizenden als graaf! goud van goud Ofir en zeven duizenden plein zilver MZQQ LÐWH muren de huizen
5.
aan goud aan goud en aan zilver aan zilver en aan alle handwerk bij (de) hand stille (mv) en water van MTNDB LMLAWT (hij) bedankte vandaag aan Jahweh
6.
WITNDBW Sarai de vaders en Sarai stammen van Israël en Sarai (de) duizenden en de honderden en aan Sarai handwerk van kroon!
7.
en (zij) gaven aan werk van huis naar God goud zoals lammeren vijf duizenden WADRKNIM tienduizend en zilver zoals lammeren tiental duizenden en koper tienduizend WSMWNT duizenden zoals lammeren en ijzer honderd duizend zoals lammeren
8.
WENMßA (met) hem stenen (zij) hebben gegeven aan schat huis Jahweh op hand Jehiël de Gersoniet
9.
en (zij) maakten blij het volk op ETNDBM dat bij (het) hart gehele ETNDBW aan Jahweh en ook David kroon! maak blij! vreugde grootheid
10.
en (hij) zegende David (tot) Jahweh te bestuderen (...) mij alle de menigte en (hij) sprak David gezegende (met) haar Jahweh mijn God Israël (wij) hebben gewenst van eeuwigheid en tot eeuwigheid
11.
aan jou Jahweh de grootheid en de moed en de glans en de overwinning en de luister dat alle bij (de) hemel en bij (het) land aan jou Jahweh het rijk WEMTNSA aan alle aan hoofd
12.
en de rijkdom en de eer weg van aanzichten (...) jou en (met) haar heers(t) in alle en bij (de) hand (...) jou kracht en moed en bij (de) hand (...) jou te kweken en te versterken aan alle
13.
en nu onze God bedanken wij aan jou en loven aan naam glans (...) jou
14.
en dat water van ik en water van met mij dat NOßR kracht LETNDB zoals deze dat (van)uit jou (de) alle en van hand (...) jou (zij) hebben gegeven aan jou
15.
dat wonen wij voor jou en inwoners zoals alle vaders (...) ons zoals schaduw dagen (...) ons op het land en (er is) niet waterreservoir
16.
Jahweh onze God alle de menigte deze die (hij) heeft voorbereid (...) ons te bouwen aan jou huis aan naam heiligheid (...) jou van hand (...) jou zij en aan jou (de) alle
17.
en (ik) heb geweten mijn God dat (met) haar bij (de) gratie hart en effenen Thirza ik (hij) heeft aangekondigd hart (...) mij ETNDBTI alle deze en nu met jou (is het zo) dat (zij) hebben zich bevonden mond (ik) heb gezien bij (de) vreugde LETNDB aan jou
18.
Jahweh mijn God Abraham Izak en Israël vaders (...) ons (zij) heeft gehouden deze aan eeuwigheid te fabriceren berekenen hart met jou en bereid voor! hart (...) hen naar jou
19.
en aan Salomo bouw! geef! hart gehele te houden voorschriften (...) jou getuigen (...) jou en wetten (...) jou en te doen (de) alle en te bouwen de hoofdstad die (ik) heb bereid
20.
en (hij) sprak David aan alle de menigte zegent! toch (tot) Jahweh jullie God en (zij) zegenden alle de menigte aan Jahweh mijn God vaders (...) hen en (zij) hebben gebrand en (zij) bogen zich diep aan Jahweh en aan koning
21.
en (zij) slachtten aan Jahweh slachtingen en (zij) verhieven beklimmingen aan Jahweh LMHRT vandaag dat stieren duizend machten duizend als schamen zich duizend en uitgietingen (...) hen en slachtingen aan meerderheid aan alle Israël
22.
en (zij) aten en (zij) dronken voor Jahweh bij (de) dag dat bij (de) vreugde grootheid en (zij) kroonden ten tweede aan Salomo zoon David en (zij) zalfden aan Jahweh aan leider en gelijk te hebben aan priester
23.
en inwoner Salomo op stoel Jahweh aan koning in de plaats van David vader (...) hem en (hij) bereikte en (zij) hoorden toe naar hem alle Israël
24.
en alle (is het zo) dat zingen en de mannen en ook alle bouw! kroon! David (zij) hebben gegeven hand in de plaats van Salomo kroon!
25.
en (hij) groeide Jahweh (tot) Salomo aan hoogte te bestuderen (...) mij alle Israël en (hij) gaf op hem luister koninkrijk die niet (hij) is geweest op alle koning voor hem op Israël
26.
en David zoon Isaï koning op alle Israël
27.
en de dagen die koning op Israël veertig jaar bij Hebron koning zeven twee en met Jeruzalem koning dertig en drie
28.
en (hij) stierf bij (de) ouderdom goeds zeven dagen rijkdom en eer en (hij) heerste Salomo bij ons in de plaats van hem
29.
en spreek! David kroon! de eersten en (de) laatste (mv) hier zijn zij geschriften op spreek! Samuël (hij) heeft laten zien en op spreek! (hij) heeft gegeven de profeet en op spreek! Gad de borst
30.
met alle koninkrijk (...) hem en moed (...) hem en de tijden die (zij) zijn voorbijgegaan op hem en op Israël en op alle van koninkrijk de landen