Hoofdstuk 1

1.
en wees man één vanuit Ramathaim kijken uit vlugge Efraïm en zijn naam Elkana zoon (hij) had medelijden zoon Elihu zoon THW zoon ßWP APRTI
2.
en als schering worden verlaten daar één Hanna en naam [van] de tweede Peninna en wees aan Peninna kinderen en aan Hanna (er is) niet kinderen
3.
en blad de man dat merk(t) op (...) hem van dagen naar dagen zich diep te buigen en aan slachting aan Jahweh legers bij Sela en naam [van] tweede bouw! op mij Hofni WPNHX priesters aan Jahweh
4.
en wees vandaag en (hij) slachtte Elkana en (hij) heeft gegeven aan Peninna vuur (...) hem en aan alle bouw! (er)naar en naar bebouwingen rantsoenen
5.
en aan Hanna (hij) gaf rantsoen één neuzen dat (tot) Hanna (hij) heeft liefgehad en Jahweh slot (zij) heeft medelijden gehad
6.
en (jij) bent boos geweest (er)naar ellende (...) haar ook boosheid wegens EROME dat slot Jahweh door (zij) heeft medelijden gehad
7.
en zo (zij) heeft gemaakt jaar in het jaar van die (zij) is opgegaan bij (het) huis Jahweh zo (zij) was boos (...) haar en (jij) weende noch (jij) at
8.
en (hij) sprak aan haar Elkana naar man Hanna waarom (jij) weende en waarom niet (jij) at en waarom (hij) achtervolgde hart (...) jou immers ik goede aan jou naar tiende zonen
9.
en (zij) stond op Hanna na (zij) heeft gegeten bij Sela en na (zij) heeft gelegd en op mij de priester inwoner op de stoel op deurpost van paleis Jahweh
10.
en zij MRT ziel en (jij) bad op Jahweh en (hij) heeft geweend (jij) weende
11.
en (zij) woonde gelofte en (jij) sprak Jahweh legers als (hij) heeft gezien (jij) liet zien bij (de) arme waarheid (...) jou en (jullie) hebben je herinnerd (...) mij noch (jij) liet vergeten (tot) waarheid (...) jou en zet aan waarheid (...) jou nakomelingen mensen en (ik) heb gegeven (...) hem aan Jahweh alle dagen van leef! (...) hem en leraar niet (hij) verhief op hoofd (...) hem
12.
en (hij) is geweest dat (zij) heeft vermeerderd te bidden voor Jahweh en op mij bewaar! (tot) naar mond van
13.
en Hanna zij spreek(t) op naar hart lege naar lippen zwerven en naar klank niet (hij) hoorde toe en (hij) berekende (er)naar op mij naar aan beloning
14.
en (hij) sprak vetstaart op mij tot wanneer? TSTKRIN verwijder! (tot) wijn (...) jou ontvreemd! (...) jou
15.
en (zij) antwoordde Hanna en (jij) sprak niet liggers van vrouw boog wind ik en wijn en beloning niet (ik) heb gedronken WASPK (tot) ziel (...) mij voor Jahweh
16.
naar te geven (...) hen (tot) waarheid (...) jou voor dochter slechtheid dat van meerderheid spreek! en ben boos! woord (...) mij tot hier is
17.
en wegens op mij en (hij) sprak ga! volledig te zijn en mijn God Israël (hij) gaf (tot) SLTK die (jij) hebt gevraagd van volk (...) hem
18.
en (jij) sprak (jij) vond slavin (...) jou gratie bij (de) ogen (...) jou en (jij) ging de vrouw naar aan weg en (jij) at en naar aanzicht van niet (zij) zijn geweest aan haar nog (eens)
19.
en jullie zijn er (...) hem bij (het) rundvee en (zij) bogen zich diep voor Jahweh en (zij) hebben gewoond en voert in! naar bij (hij) verbaasde zich (jij) hebt opgetild (er)naar en (hij) heeft geweten Elkana (tot) Hanna vuur (...) hem en (hij) herinnerde zich (er)naar Jahweh
20.
en wees LTQPWT de dagen en (zij) werd zwanger Hanna en (jij) baarde zoon en (jij) noemde (tot) zijn naam Samuël dat van Jahweh vragen (...) hem
21.
en (hij) verhief de man Elkana en alle huis (...) hem aan slachting aan Jahweh (tot) slachting de dagen en (tot) (zij) hebben gelofte afgelegd
22.
en Hanna niet (zij) is opgegaan dat (zij) heeft gesproken naar aan man tot (hij) liet ontwennen de jeugd en (ik) heb gebracht (...) hem en (wij) lieten zien (tot) aanzicht van Jahweh en inwoner daar tot eeuwigheid
23.
en (hij) sprak aan haar Elkana naar man maak! (de) goede bij (de) ogen (...) jou gevangenschap tot kameel (...) jou (met) hem maar (hij) stond op Jahweh (tot) spreekt! en (jij) woonde de vrouw WTINQ (tot) (hij) heeft gebouwd tot (zij) heeft vergolden (met) hem
24.
en (jij) verhief (...) hem met haar zoals (jij) hebt vergolden (...) hem bij (de) stieren drie en (ik) was mooi één meel en harp wijn WTBAEW huis Jahweh kwartel en de jeugd jeugd
25.
en (zij) slachtten (tot) de stier en voert in! (tot) de jeugd naar op mij
26.
en (jij) sprak bij mij liggers van levende ziel (...) jou liggers van ik de vrouw ENßBT OMKE hier te bidden naar Jahweh
27.
naar de jeugd deze (ik) heb gebeden en (hij) gaf Jahweh aan mij (tot) (ik) heb gevraagd die (ik) heb gevraagd van volk (...) hem
28.
en ook ik ESALTEW aan Jahweh alle de dagen die (hij) is geweest hij dodenrijk aan Jahweh en (hij) boog zich diep daar aan Jahweh

Hoofdstuk 2

1.
en (jij) bad Hanna en (jij) sprak OLß hart (...) mij bij Jahweh wormen groeie! bij Jahweh breedte mond van op vijanden van dat (ik) ben blij geweest bij (de) verlossing (...) jou
2.
(er is) niet heilige zoals Jahweh dat (er is) niet BLTK en (er is) niet rots zoals onze God
3.
naar (jullie) vermeerderden (jullie) spraken naar hoogte naar hoogte uitgaande enorme van monden (...) jullie dat naar meningen Jahweh noch (wij) waren eerlijk (...) hem OLLWT
4.
boog mannen angsten WNKSLIM gordel (...) hem macht
5.
zeventig bij (het) brood (wij) huurden (...) hem en heb honger! (...) hen (zij) hebben opgehouden tot onvruchtbare (zij) heeft gebaard zeven en (jij) hebt getwist zonen (zij) heeft ongelukkig gemaakt
6.
Jahweh dood(t) en laat leven MWRID dodenrijk en (hij) verhief
7.
Jahweh verdrijf(t) WMOSIR verneder(t) neus hoogte (...) hen
8.
vestig(t) van stof armelijke van vuilnis van (hij) tilde op arme LEWSIB met vrijgevige (mv) en stoel eer INHLM dat aan Jahweh MßQI land en (hij) legde op hen wereld
9.
voeten van getrouwe (...) hem (hij) bewaarde en slechte (mv) bij (de) duisternis (zij) leken dat niet bij (de) kracht (hij) werd sterk man
10.
Jahweh (zij) landden om te twisten (...) hem (zij) zijn opgegaan bij (de) hemel (hij) achtervolgde (...) hen Jahweh (hij) berechtte houd op! land en (hij) gaf kracht te heersen (...) hem en (hij) was hoog hoorn Messias (...) hem
11.
en (hij) ging Elkana (jij) hebt opgetild (er)naar op huis (...) hem en de jeugd (hij) is geweest dien(t) (tot) Jahweh (tot) aanzicht van op mij de priester
12.
en bouw! op mij bouw! slechtheid niet (zij) hebben geweten (tot) Jahweh
13.
en rechtsregel de priesters (tot) het volk alle man slachting slachting en (hij) is gekomen jeugd de priester KBSL het vlees WEMZLC drie de twee bij (hij) bedankte
14.
en (hij) heeft geslagen BKIWR of bij (de) oom of BQLHT of BPRWR alle die (hij) verhief EMZLC (hij) nam de priester bij hem zodoende (zij) hebben gemaakt aan alle Israël die gekomen daar bij Sela
15.
ook voordat (zij) rookten (...) hen (tot) de melk en (hij) is gekomen jeugd de priester en woord aan man de slachting geef! vlees LßLWT aan priester noch (hij) nam (van)uit jou vlees MBSL dat als levende
16.
en (hij) sprak naar hem de man rook! (zij) lieten roken (...) hen zoals dag de melk en neem! aan jou zoals begeerte ziel (...) jou en woord als dat nu te geven (...) hen en als niet (ik) heb genomen bij (zij) is sterk geworden
17.
en (zij) was zondoffer de jongens grootheid zeer (tot) aanzicht van Jahweh dat (zij) hebben gesmaad de mensen (tot) geschenk van Jahweh
18.
en Samuël dien(t) (tot) aanzicht van Jahweh jeugd omgord! priesterkleed tak
19.
en mantel kleine (jij) deed als moeder (...) hem en dat wat opgaat (...) haar als van dagen naar dagen naar bij (de) beklimmingen (tot) naar man aan slachting (tot) slachting de dagen
20.
en zegen! op mij (tot) Elkana en (tot) vuur (...) hem en woord pas toe! Jahweh aan jou nakomelingen vanuit de vrouw (de) deze in de plaats van de vraag die (hij) heeft gevraagd aan Jahweh en (zij) zijn gegaan aan plaats (...) hem
21.
dat opname Jahweh (tot) Hanna en (zij) werd zwanger en (jij) baarde drie zonen en schering dochters en (hij) groeide de jeugd Samuël met Jahweh
22.
en op mij baard zeer en nieuws (tot) alle die (zij) hebben gemaakt (...) hen zonen (...) hem aan alle Israël en (tot) die (zij) lagen neer (...) hen (tot) (is het zo) dat worden verlaten de legers opening tent ontmoeting
23.
en (hij) sprak aan hen waarom (jullie) maakten (...) hen zoals woorden (de) deze die ik nieuws (tot) woorden (...) jullie kwaden honderd alle het volk deze
24.
naar bouw! dat toch niet goeds (is het zo) dat (zij) heeft toegehoord die ik nieuws trekken door met Jahweh
25.
als (hij) zondigde man aan man WPLLW God en als aan Jahweh (hij) zondigde man water van (hij) bad als noch (zij) hoorden toe aan klank vaders (...) hen dat wens Jahweh te doden (...) hen
26.
en de jeugd Samuël beweging en grootheid en goede ook met Jahweh en ook met mensen
27.
en (hij) kwam man God naar op mij en (hij) sprak naar hem zo woord Jahweh (is het zo) dat (wij) onthulden NCLITI naar huis vader (...) jou bij te zijn (...) hen bij Egypte aan huis farao
28.
en (hij) heeft gekozen (met) hem van alle stammen van Israël aan mij aan priester op te gaan op altaars van roken te laten wierook te dragen priesterkleed voor en (ik) gaf aan huis vader (...) jou (tot) alle vuur (...) mij bouw! Israël
29.
waarom TBOÐW bij slacht! en bij (het) geschenk (...) mij die (ik) heb opdracht gegeven van vijandige en (zij) was zwaar (tot) zonen (...) jou (van)uit mij LEBRIAKM van begin alle geschenk van Israël aan volkeren van
30.
daarom (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh mijn God Israël spreek! (ik) heb gesproken huis (...) jou en huis vader (...) jou (zij) wandelden rond voor tot eeuwigheid en nu (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh God beware aan mij dat eer(t) (...) mij (ik) eerde en minacht! (zij) verlichtten
31.
hier is dagen komen WCDOTI (tot) nakomelingen (...) jou en (tot) nakomelingen huis vader (...) jou om te zijn baard bij (het) huis (...) jou
32.
en (jij) hebt gekeken smalle van vijandige in alle die (hij) deed goed (tot) Israël noch (hij) was baard bij (het) huis (...) jou alle de dagen
33.
en man niet (ik) vernietigde aan jou bij vandaan altaars van te eindigen (tot) ogen (...) jou WLADIB (tot) ziel (...) jou en alle MRBIT huis (...) jou (zij) stierven mensen
34.
en dit aan jou de letter die (hij) kwam naar tweede zonen (...) jou naar Hofni en Pinehas bij (de) dag één (zij) stierven die twee
35.
en (ik) heb gevestigd aan mij priester loyale zoals bij (het) hart (...) mij en bij (de) ziel (...) mij (zij) heeft gemaakt en (ik) heb gebouwd als huis loyale en (hij) heeft rondgewandeld voor Messiassen van alle de dagen
36.
en (hij) is geweest alle (de) overgebleven bij (het) huis (...) jou invoer zich diep te buigen als LACWRT zilver en plein brood en woord XPHNI toch naar één EKENWT aan eten mond van brood

Hoofdstuk 3

1.
en de jeugd Samuël dien(t) (tot) Jahweh voor op mij en woord Jahweh (hij) is geweest waarde bij (de) dagen die (er is) niet visioen NPRß
2.
en wees bij (de) dag dat en op mij lig neer! bij (de) plaats (...) hem en bestudeert! (zij) zijn begonnen te donkere (mv) niet (hij) zal kunnen te zien
3.
en licht God voordat (hij) ging uit en Samuël lig neer! bij (het) paleis Jahweh die daar kist God
4.
en (hij) noemde Jahweh naar Samuël en (hij) sprak hier ben ik
5.
en (hij) rende naar op mij en (hij) sprak hier ben ik dat (jij) hebt genoemd aan mij en (hij) sprak niet (ik) heb genoemd terugkeren lig neer! en (hij) ging en (hij) lag neer
6.
en (hij) heeft toegevoegd Jahweh (hij) heeft genoemd nog (eens) Samuël en (hij) stond op Samuël en (hij) ging naar op mij en (hij) sprak hier ben ik dat (jij) hebt genoemd aan mij en (hij) sprak niet (ik) heb genoemd bouw! terugkeren lig neer!
7.
en Samuël voordat (hij) heeft geweten (tot) Jahweh en voordat (hij) onthulde naar hem woord Jahweh
8.
en (hij) heeft toegevoegd Jahweh (hij) heeft genoemd Samuël BSLIST en (hij) stond op en (hij) ging naar op mij en (hij) sprak hier ben ik dat (jij) hebt genoemd aan mij en (hij) bouwde op mij dat Jahweh (hij) heeft genoemd te schudden
9.
en (hij) sprak op mij aan Samuël aan jou lig neer! en (hij) is geweest als (hij) noemde naar jou en (jij) hebt gesproken woord Jahweh dat nieuws slaaf (...) jou en (hij) ging Samuël en (hij) lag neer bij (de) plaats (...) hem
10.
en (hij) kwam Jahweh en (hij) stelde zich op en (hij) noemde zoals keer bij (de) keer Samuël Samuël en (hij) sprak Samuël woord dat nieuws slaaf (...) jou
11.
en (hij) sprak Jahweh naar Samuël hier is ik (hij) heeft gedaan woord bij Israël die alle (zij) hebben toegehoord TßLINE schering oren (...) hem
12.
bij (de) dag dat (ik) vestigde naar op mij (tot) alle die woord (...) mij naar huis (...) hem (hij) is begonnen te en schoondochter
13.
en (ik) heb verteld als dat rechter ik (tot) huis (...) hem tot eeuwigheid bij (de) vijandige die (hij) heeft geweten dat vervloeken aan hen zonen (...) hem noch donkere in hen
14.
en daarom (ik) heb gezworen aan huis op mij als ITKPR vijandige huis op mij bij (de) slachting en bij (het) geschenk tot eeuwigheid
15.
en (hij) lag neer Samuël tot het rundvee en (hij) deed open (tot) deuren huis Jahweh en Samuël gezien om te vertellen (tot) de verschijning naar op mij
16.
en (hij) noemde op mij (tot) Samuël en (hij) sprak Samuël bouw! en (hij) sprak hier ben ik
17.
en (hij) sprak wat? het woord die woord naar jou naar toch (jij) verborg (van)uit mij zo (zij) heeft gemaakt aan jou God en zo (hij) voegde toe als (jij) verborg (van)uit mij woord van alle het woord die woord naar jou
18.
en (hij) werd verteld als Samuël (tot) alle de woorden noch verberg! (van)uit hem en (hij) sprak Jahweh hij (de) goede bij bestudeert! (zij) heeft gemaakt
19.
en (hij) groeide Samuël en Jahweh (hij) is geweest met hem noch (hij) heeft laten vallen van alle woorden (...) hem naar land
20.
en (hij) heeft geweten alle Israël van Dan en tot put zeven dat loyale Samuël aan profeet aan Jahweh
21.
en (hij) heeft toegevoegd Jahweh LERAE bij Sela dat (wij) onthulden Jahweh naar Samuël bij (de) kwartel bij (het) woord Jahweh

Hoofdstuk 4

1.
en wees woord Samuël aan alle Israël en uitgaande Israël tegemoet Filistijnen aan strijd en (zij) legerden op de steen de hulp en Filistijnen (zij) zijn gelegerd BAPQ
2.
en (zij) ordenden Filistijnen tegemoet Israël WTÐS de strijd WINCP Israël voor Filistijnen en (zij) sloegen bij (de) orde bij (het) veld KARBOT duizenden man
3.
en (hij) kwam het volk naar het kamp en (zij) spraken ben oud! Israël waarom (wij) hebben geslagen Jahweh vandaag voor Filistijnen (wij) namen (er)naar naar ons (zij) heeft geheerst (tot) kist verbond Jahweh en (hij) kwam bij (wij) hebben nader gebracht en redding (...) ons van lepel vijanden (...) ons
4.
en (hij) zond weg het volk Sela en (zij) droegen van daar (tot) kist verbond Jahweh legers inwoner de beelden van meerderheid en naam [van] tweede bouw! op mij met kist verbond naar God Hofni en Pinehas
5.
en wees zoals komst kist verbond Jahweh naar het kamp en (zij) achtervolgden alle Israël gejubel grootheid en (zij) ruiste het land
6.
en (zij) hoorden toe Filistijnen (tot) klank het gejubel en (zij) spraken wat? klank het gejubel de grootheid (de) deze bij (het) kamp (is het zo) dat voorbijgaan en (zij) hebben geweten dat kist Jahweh (hij) is gekomen naar het kamp
7.
en (zij) lieten zien de Filistijnen dat (zij) hebben gesproken (hij) is gekomen God naar het kamp en (zij) spraken o wee! aan ons dat niet (zij) is geweest zoals deze gisteren eergisteren
8.
o wee! aan ons water van (hij) redde (...) ons van hand naar God (de) geweldige (mv) (de) deze deze zij naar God (is het zo) dat slaan (tot) Egypte in alle geslagen bij (de) woestijn
9.
(zij) zijn sterker geworden en (zij) zijn geweest aan mensen Filistijnen opdat niet (jullie) werkten aan kanten zoals (zij) hebben gewerkt aan jullie en (jullie) zijn geweest aan mensen en (jullie) hebben gestreden
10.
en (zij) streedden Filistijnen WINCP Israël en (zij) vluchtten man aan tenten (...) hem en (zij) was (de) geslagen grootheid zeer en (hij) liet vallen van Israël dertig duizend voeten van
11.
en kist God NLQH en tweede bouw! op mij (zij) zijn gestorven Hofni en Pinehas
12.
en (hij) rende man Benjamin van de orde en (hij) kwam Sela bij (de) dag dat WMDIW scheuren en aarde op hoofd (...) hem
13.
en invoer en hier is op mij inwoner op de stoel (hij) sloeg weg uitkijkpunt dat (hij) is geweest zijn hart bezorgde op kist naar God en de man (hij) is gekomen te vertellen bij (de) stad en (zij) schreeuwde alle (hij) heeft opgemerkt
14.
en (hij) hoorde toe op mij (tot) klank (is het zo) dat (zij) heeft geschreeuwd en (hij) sprak wat? klank de menigte deze en de man vlugge en (hij) kwam en (hij) werd verteld aan hoge
15.
en op mij zoon negentig en acht jaar en ogen (...) hem (zij) is opgestaan noch (hij) heeft gekund te zien
16.
en (hij) sprak de man naar op mij ik wat kwam vanuit de orde en ik vanuit de orde (ik) ben gevlucht vandaag en (hij) sprak wat? (hij) is geweest het woord bouw!
17.
en wegens (is het zo) dat kondig(t) aan en (hij) sprak teken Israël voor Filistijnen en ook epidemie grootheid (zij) is geweest bij (het) volk en ook tweede zonen (...) jou (zij) zijn gestorven Hofni en Pinehas en kist naar God NLQHE
18.
en wees KEZKIRW (tot) kist naar God en (hij) liet vallen boven de stoel achterwaarts door hand de poort en (zij) brak MPRQTW en (hij) stierf dat baard de man en lever en hij rechter (tot) Israël veertig jaar
19.
en schoondochter (...) hem vuur van Pinehas naar heuvel LLT en (jij) hoorde toe (tot) (is het zo) dat hoor toe! (er)naar naar de lering kist naar God en dode naar schoonvader en naar man WTKRO en (jij) baarde dat (zij) zijn veranderd op haar schep! (er)naar
20.
WKOT naar dood en (jullie) spraken (de) opgestelde (mv) op haar naar (jij) vreesde dat zoon (jij) hebt gebaard noch (zij) heeft geantwoord noch (zij) heeft gelegd naar hart
21.
en (jij) noemde te schudden AIKBWD te spreken bol eer van Israël naar de lering kist naar God en naar naar schoonvader en naar man
22.
en (jij) sprak bol eer van Israël dat NLQH kist naar God

Hoofdstuk 5

1.
en Filistijnen (zij) hebben genomen (tot) kist naar God en voert in! (...) hem van steen de hulp naar Asdod
2.
en (zij) namen Filistijnen (tot) kist naar God en voert in! (met) hem huis Dagon WIßICW (met) hem naast Dagon
3.
en jullie zijn er (...) hem inwoners van Asdod de volgende dag en hier is Dagon ga neer! voor hem naar land voor kist Jahweh en (zij) namen (tot) Dagon en (zij) hebben gewoond (met) hem aan plaats (...) hem
4.
en jullie zijn er (...) hem bij (het) rundvee de volgende dag en hier is Dagon ga neer! voor hem naar land voor kist Jahweh en hoofd Dagon en schering zoals monden handen (...) hem KRTWT naar de drempel lege Dagon geblevene op hem
5.
op zo niet IDRKW priesters van Dagon en alle die gekomen huis Dagon op drempel Dagon bij Asdod tot vandaag deze
6.
en (zij) was zwaar hand Jahweh naar de inwoners van Asdod en pas toe! (...) hen en (hij) sloeg (met) hen BOPLIM (tot) Asdod en (tot) CBWLIE
7.
en (zij) lieten zien mens (...) mij Asdod dat zo en (zij) hebben gesproken niet inwoner kist mijn God Israël met ons dat (zij) is hard geworden (hij) bedankte op ons en op Dagon onze God
8.
en (zij) zondden weg en (zij) verzamelden (tot) alle (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen naar hen en (zij) spraken wat? (hij) is gedaan aan kist mijn God Israël en (zij) spraken wijnpers (hij) legde opzij kist mijn God Israël en (zij) legden opzij (tot) kist mijn God Israël
9.
en wees na (zij) hebben opzij gelegd (met) hem en (zij) was hand Jahweh bij (de) stad MEWME grootheid zeer en (hij) sloeg (tot) mens (...) mij (hij) heeft opgemerkt van kleine en tot grote WISTRW aan hen OPLIM
10.
en (zij) zondden weg (tot) kist naar God Ekron en wees zoals komst kist naar God Ekron en (zij) schreeuwden EOQRNIM te spreken (zij) hebben opzij gelegd naar mij (tot) kist mijn God Israël te doden (...) mij en (tot) met mij
11.
en (zij) zondden weg en (zij) verzamelden (tot) alle (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen en (zij) spraken zendt weg! (tot) kist mijn God Israël en inwoner aan plaats (...) hem noch (hij) doodde (met) mij en (tot) met mij dat (zij) is geweest MEWMT dood in alle (hij) heeft opgemerkt (zij) is zwaar geweest zeer hand naar God daar
12.
en de mensen die niet (zij) zijn gestorven (zij) hebben geslagen BOPLIM en (zij) verhief (jij) hebt om hulp geschreeuwd (hij) heeft opgemerkt de hemel

Hoofdstuk 6

1.
en wees kist Jahweh bij (het) veld Filistijnen zeven maanden
2.
en (zij) noemden Filistijnen aan priesters en aan tovenarijen te spreken wat? (hij) is gedaan aan kist Jahweh (wij) hebben meegedeeld verhoging (wij) zondden weg (...) ons aan plaats (...) hem
3.
en (zij) spraken als zenden weg (tot) kist mijn God Israël naar (jullie) zondden weg (met) hem leegte (...) hen dat geef terug! (jullie) gaven terug als (hij) heeft zich schuldig gemaakt destijds (jullie) genazen en (wij) werden bekend aan jullie waarom niet (jij) verblindde (hij) bedankte (van)uit jullie
4.
en (zij) spraken wat? (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt die (wij) gaven terug als en (zij) spraken getal (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen vijf OPLI goud en vijf OKBRI goud dat epidemie één aan allen (...) hen WLXRNIKM
5.
en (jullie) hebben gedaan beelden van OPLIKM en beelden van OKBRIKM de vernieler (...) hen (tot) het land en (jij) hebt gegeven (...) hen aan mijn God Israël eer misschien (hij) verlichtte (tot) (hij) bedankte ontvreemd! (...) jullie en boven jullie God en boven land (...) jullie
6.
en waarom (jullie) waren zwaar (tot) hart (...) jullie zoals (zij) zijn zwaar geweest Egypte en farao (tot) hart (...) hen immers zoals (is het zo) dat (jij) richtte aan bij hen en (zij) zondden weg (...) hen en (zij) gingen
7.
en nu neemt! en Ezau koekalf naar maand één en schering vruchten beklimmingen die niet blad op hen op en (jullie) hebben gevangen genomen (tot) de vruchten bij (het) koekalf en de ouderdom (...) hen zonen (...) hen van na hen naar het huis
8.
en (jullie) hebben genomen (tot) kist Jahweh en (jij) hebt gegeven (...) hen (met) hem naar het koekalf en (tot) gereedschap het goud die (jullie) hebben teruggegeven als (hij) heeft zich schuldig gemaakt (jullie) plaatsten BARCZ vesting (...) hem en (jullie) hebben gezonden (met) hem en beweging
9.
en (jullie) hebben gezien als weg grens (...) hem (hij) verhief huis zon hij (hij) heeft gedaan aan ons (tot) de herder de grootheid (de) deze en als niet en (wij) hebben geweten dat niet (hij) bedankte (zij) heeft aangeraakt bij ons gebeurtenis hij (hij) is geweest aan ons
10.
en (zij) hebben gemaakt de mensen zo en (zij) namen schering vruchten beklimmingen en (zij) namen gevangen (...) hen bij (het) koekalf en (tot) zonen (...) hen kunt! bij (het) huis
11.
en past toe! (tot) kist Jahweh naar het koekalf en (tot) EARCZ en (tot) OKBRI het goud en (tot) beelden van ÐHRIEM
12.
en effen! (...) haar de vruchten bij (de) weg op weg huis zon BMXLE één (zij) zijn gegaan beweging en (zij) zijn gestorven noch (zij) zijn afgeweken rechterhand en linkerhand en (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen voorbijgangers na hen tot grens huis zon
13.
en huis zon QßRIM oogst tarwe bij (de) diepte en (zij) droegen (tot) ogen (...) hen en (zij) lieten zien (tot) de kist en (zij) maakten blij te zien
14.
en het koekalf kom(t) naar veld Jozua huis de dienaars van en (jij) stond vast daar en naam [van] steen grootheid WIBQOW (tot) houten het koekalf en (tot) de vruchten (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan blad aan Jahweh
15.
en de Levieten EWRIDW (tot) kist Jahweh en (tot) EARCZ die (met) hem die bij hem gereedschap goud en past toe! naar de steen de grootheid en mens (...) mij huis zon (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan beklimmingen en (zij) slachtten slachtingen bij (de) dag dat aan Jahweh
16.
en vijf (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen (zij) hebben gezien en (zij) hebben gewoond Ekron bij (de) dag dat
17.
en deze ÐHRI het goud die (zij) hebben teruggegeven Filistijnen (hij) heeft zich schuldig gemaakt aan Jahweh aan Asdod één naar aan kracht één aan Askelon één aan wijnpers één aan Ekron één
18.
WOKBRI het goud getal alle steden van Filistijnen aan vijf EXRNIM merk(t) op versterkte en tot dorp de Fereziet en tot rouw de grootheid die (zij) hebben rust gegeven op haar (tot) kist Jahweh tot vandaag deze bij (het) veld Jozua huis de dienaars van
19.
en (hij) sloeg bij (de) mens (...) mij huis zon dat (zij) hebben gezien bij (de) kist Jahweh en (hij) sloeg bij (het) volk zeventig man vijftig duizend man en (zij) rouwden het volk dat (hij) heeft geslagen Jahweh bij (het) volk geslagen grootheid
20.
en (zij) spraken mens (...) mij huis zon water van (hij) zal kunnen vast te staan voor Jahweh naar God (de) heilige deze en naar water van (hij) verhief ontvreemd! (...) ons
21.
en (zij) zondden weg boodschappers naar bewoners van Stad van bossen te spreken (is het zo) dat woont! Filistijnen (tot) kist Jahweh daalt! (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan (met) hem naar jullie

Hoofdstuk 7

1.
en voert in! mens (...) mij Stad van bossen en (zij) verhieven (tot) kist Jahweh en voert in! (met) hem naar huis Abinadab bij (de) heuvel en (tot) Eleazar bij ons (zij) hebben geheiligd te bewaren (tot) kist Jahweh
2.
en wees van dag sabbat de kist bij Stad van bossen en (zij) vermeerderden de dagen en (zij) waren twintig jaar WINEW alle huis Israël na Jahweh
3.
en (hij) sprak Samuël naar alle huis Israël te spreken als in alle hart (...) jullie (met) hen keren terug naar Jahweh (zij) hebben verwijderd (tot) mijn God het vreemde land van midden (...) jullie WEOSTRWT en (wij) hebben geslagen hart (...) jullie naar Jahweh en feit (...) hem alleen hij en (hij) redde (met) jullie van hand Filistijnen
4.
en (zij) verwijderden bouw! Israël (tot) de echtgenoten en (tot) EOSTRT en (zij) werkten (tot) Jahweh alleen hij
5.
en (hij) sprak Samuël (zij) hebben verzameld (tot) alle Israël de uitkijkpunt (...) haar en (ik) bad bij (de) getuige (...) jullie naar Jahweh
6.
en (zij) verzamelden de uitkijkpunt (...) haar en (hij) putte (...) hem water en (zij) stortten voor Jahweh WIßWMW bij (de) dag dat en (zij) spraken daar (wij) hebben gezondigd aan Jahweh en (hij) berechtte Samuël (tot) bouw! Israël bij (de) uitkijkpunt
7.
en (zij) hoorden toe Filistijnen dat (is het zo) dat (jullie) verzamelden bouw! Israël de uitkijkpunt (...) haar en (zij) verhieven (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen naar Israël en (zij) hoorden toe bouw! Israël en (zij) lieten zien van aanzicht van Filistijnen
8.
en (zij) spraken bouw! Israël naar Samuël naar (jij) zult ploegen (van)uit hem MZOQ naar Jahweh onze God en redding (...) ons van hand Filistijnen
9.
en (hij) nam Samuël naar dauw melk één en (hij) verhief ga(a)(t) op zoals nacht aan Jahweh en (hij) schreeuwde Samuël naar Jahweh door Israël en (hij) antwoordde (...) hem Jahweh
10.
en wees Samuël hoogte (is het zo) dat ga(a)(t) op en Filistijnen (zij) zijn naderbij gekomen aan strijd bij Israël en (hij) achtervolgde (...) hen Jahweh bij (de) klank grote bij (de) dag dat op Filistijnen en (hij) ruiste (...) hen WINCPW voor Israël
11.
en voert uit! mens (...) mij Israël vanuit de uitkijkpunt en (zij) achtervolgdenen (tot) Filistijnen en (hij) stond op tot onder vandaan aan huis veld
12.
en (hij) nam Samuël steen één en pas toe! tussen de uitkijkpunt en tussen de tand en (hij) noemde (tot) daarnaar (-s) steen de hulp en (hij) sprak tot hier is (wij) hebben geholpen Jahweh
13.
en (zij) werden vernederd de Filistijnen noch (zij) hebben toegevoegd nog (eens) te komen bij (de) grens Israël en (zij) was hand Jahweh bij (de) Filistijnen alle dagen van Samuël
14.
en (jullie) woonden de steden die (zij) hebben genomen Filistijnen honderd Israël aan Israël van Ekron en tot wijnpers en (tot) grens (...) hen (hij) heeft gered Israël van hand Filistijnen en wees vrede tussen Israël en tussen de Amoriet
15.
en (hij) berechtte Samuël (tot) Israël alle dagen van leef! (...) hem
16.
en beweging van die jaar in het jaar en (hij) is rondgegaan huis naar en de Gilgal en de uitkijkpunt en rechter (tot) Israël (tot) alle de plaatsen (de) deze
17.
en (jullie) rustten (jij) hebt opgetild (er)naar dat daar huis (...) hem en naam [van] rechter (tot) Israël en (hij) bouwde daar altaar aan Jahweh

Hoofdstuk 8

1.
en wees zoals baard Samuël en pas toe! (tot) zonen (...) hem rechters aan Israël
2.
en wees daar bij ons de eerstgeborene Joël en naam [van] van jaar (...) hem naar vader rechters bij (de) put zeven
3.
noch (zij) zijn gegaan zonen (...) hem bij (de) weg (...) hem en (zij) bogen om na het voordeel en (zij) namen omkoperij en (zij) bogen om rechtsregel
4.
WITQBßW alle ben oud! Israël en voert in! naar Samuël (jij) hebt opgetild (er)naar
5.
en (zij) spraken naar hem hier is (met) haar (jij) bent oud geweest en zonen (...) jou niet (zij) zijn gegaan bij (de) wegen (...) jou nu plaats! (er)naar aan ons koning aan rechter (...) ons zoals alle de volken
6.
en (hij) achtervolgde het woord bij bestudeer! Samuël zoals (zij) hebben gesproken geef! aan ons koning aan rechter (...) ons en (hij) bad Samuël naar Jahweh
7.
en (hij) sprak Jahweh naar Samuël nieuws bij (de) klank het volk aan alle die (zij) spraken naar jou dat niet (met) jou (zij) hebben verafschuwd dat (met) mij (zij) hebben verafschuwd van koning op hen
8.
zoals alle de daden die Ezau van dag dat wat opgaat (...) mij hen van Egypte en tot vandaag deze en (hij) verliet (...) mij en (zij) werkten God anderen zo deze (mv) maak! (...) hen ook aan jou
9.
en nu nieuws bij (de) klank (...) hen maar dat getuig! (jij) getuigde bij hen en (jij) hebt verteld aan hen rechtsregel kroon! die (hij) heerste op hen
10.
en (hij) sprak Samuël (tot) alle spreek! Jahweh naar het volk (is het zo) dat vraag! (...) hen van hem koning
11.
en (hij) sprak dit (hij) was rechtsregel kroon! die (hij) heerste op jullie (tot) zonen (...) jullie (hij) nam en naam [van] als bij (de) rijtuig (...) hem en bij (de) ruiters (...) hem en (zij) hebben gerend voor rijtuig (...) hem
12.
en te plaatsen als Sarai duizenden en Sarai vijftig en aan ambachtsman HRISW WLQßR oogst (...) hem en te doen gereedschap strijd (...) hem en gereedschap (zij) hebben gereden
13.
en (tot) bebouwingen (...) jullie (hij) nam LRQHWT WLÐBHWT WLAPWT
14.
en (tot) velden-en (...) jullie en (tot) wijngaarden (...) jullie en olijven (...) jullie (de) goede (mv) (hij) nam en (hij) heeft gegeven aan slaven (...) hem
15.
en zaaie! (...) jullie en wijngaarden (...) jullie (hij) nam een tiende en (hij) heeft gegeven aan hovelingen (...) hem en aan slaven (...) hem
16.
en (tot) slaven (...) jullie en (tot) slavinnen (...) jullie en (tot) jongemannen (...) jullie (de) goede (mv) en (tot) ezels (...) jullie (hij) nam en (hij) heeft gedaan aan handwerk (...) hem
17.
kleinvee (...) jullie (hij) nam een tiende en (met) hen (jullie) waren als aan slaven
18.
en (jullie) hebben geschreeuwd bij (de) dag dat weg van aanzicht van koning (...) jullie die (jullie) hebben gekozen aan jullie noch (hij) antwoordde Jahweh (met) jullie bij (de) dag dat
19.
en (zij) weigerden het volk aan nieuws bij (de) klank Samuël en (zij) spraken niet dat als koning (hij) was op ons
20.
en (wij) zijn geweest ook wij zoals alle de volken en (wij) hebben berecht (wij) hebben geheerst en uitgaande voor ons en (hij) heeft gestreden (tot) weg van leren zak (...) ons
21.
en (hij) hoorde toe Samuël (tot) alle spreek! het volk en (hij) sprak (...) hen bij (de) oren van Jahweh
22.
en (hij) sprak Jahweh naar Samuël nieuws bij (de) klank (...) hen en (jij) hebt gekroond aan hen koning en (hij) sprak Samuël naar mens (...) mij Israël ga(a)t! man aan stad (...) hem

Hoofdstuk 9

1.
en wees man van zoon rechterhand en zijn naam Kis zoon ABIAL zoon bundel zoon bij hak(t) af zoon APIH zoon man rechterhanden van held macht
2.
en als (hij) is geweest zoon en zijn naam dodenrijk jongeman en goede en (er is) niet man van zonen van Israël goede (van)uit hem van schouder (...) hem en hoogte hoogte van alle het volk
3.
en (jullie) gingen verloren de ezelinnen aan Kis vader dodenrijk en (hij) sprak Kis naar dodenrijk bij ons neem! toch (met) jou (tot) één van de jongens en sta op! aan jou zoek! (tot) EATNT
4.
en (hij) ging voorbij bij (de) heuvel Efraïm en (hij) ging voorbij bij (het) land drie noch (zij) hebben gevonden en (zij) gingen voorbij bij (het) land vossen en (er is) niet en (hij) ging voorbij bij (het) land rechterhanden van noch (zij) hebben gevonden
5.
deze (mv) (zij) zijn gekomen bij (het) land ßWP en dodenrijk woord te schudden (...) hem die met hem ga! (er)naar en (wij) bliezen (er)naar opdat niet (hij) hield op vader vanuit de ezelinnen WDAC aan ons
6.
en (hij) sprak als hier is toch man God bij (de) stad (de) deze en de man belangrijke alle die (hij) sprak komst invoer nu (wij) gingen (er)naar daar misschien (hij) vertelde aan ons (tot) weg (...) ons die (wij) zijn gegaan op haar
7.
en (hij) sprak dodenrijk te schudden (...) hem en hier is (wij) gingen en wat? profeet aan man dat het brood AZL van gereedschappen (...) ons en (jij) viel af (er)naar (er is) niet te brengen aan man naar God wat? (met) ons
8.
en (hij) heeft toegevoegd de jeugd te antwoorden (tot) dodenrijk en (hij) sprak hier is (wij) vondden bij (de) handen van kwart munt zilver en (ik) heb gegeven aan man naar God en (hij) heeft verteld aan ons (tot) weg (...) ons
9.
vroeger bij Israël zo woord de man bij te gaan (...) hem uit te leggen God ga(a)t! en (wij) gingen (er)naar tot (hij) heeft laten zien dat aan profeet vandaag (hij) noemde vroeger (hij) heeft laten zien
10.
en (hij) sprak dodenrijk te schudden (...) hem goede woord (...) jou ga! (er)naar (wij) gingen (er)naar en (zij) gingen naar (hij) heeft opgemerkt die daar man naar God
11.
deze (mv) hoogtes bij (de) hoogte (hij) heeft opgemerkt en deze (mv) (zij) hebben gevonden meisjes IßAWT LSAB water en (zij) spraken aan hen is er? hier (hij) heeft laten zien
12.
en (jullie) antwoordden hen en (jullie) spraken er is hier is voor jou vlugge nu dat vandaag (hij) is gekomen aan stad dat slachting vandaag aan volk bij (de) verhoging
13.
als (hij) is gekomen (...) jullie (hij) heeft opgemerkt zo (jullie) vondden (...) hen (met) hem voordat (hij) verhief de verhoging (...) haar aan eten dat niet (hij) at het volk tot (zij) zijn gekomen dat hij (hij) zegende de slachting na zo (zij) aten (is het zo) dat noem! (...) hen en nu (zij) zijn opgegaan dat (met) hem zoals de dag (jullie) vondden (...) hen (met) hem
14.
en (zij) verhieven (hij) heeft opgemerkt deze (mv) komen binnen (hij) heeft opgemerkt en hier is Samuël uitgaande hen tegemoet op te gaan de verhoging
15.
en Jahweh bol (tot) oor Samuël dag één voor komst dodenrijk te spreken
16.
zoals tijd morgen (ik) zond weg naar jou man van land Benjamin en zalf (...) hem aan leider op met mij Israël en (hij) heeft gered (tot) met mij van hand Filistijnen dat (ik) heb gezien (tot) met mij dat kom(t) (jij) hebt geschreeuwd (...) hem naar mij
17.
en Samuël (hij) heeft gezien (tot) dodenrijk en Jahweh nederige (...) hem hier is de man die (ik) heb gesproken naar jou dit (hij) hield vast bij (de) volkeren van
18.
en (hij) is genaderd dodenrijk (tot) Samuël binnen de poort en (hij) sprak (zij) heeft verteld toch aan mij waar dit huis (hij) heeft laten zien
19.
en wegens Samuël (tot) dodenrijk en (hij) sprak ik (hij) heeft laten zien blad voor de verhoging en (jullie) hebben gegeten met mij vandaag en (ik) heb gezonden (...) jou bij (het) rundvee en alle die bij (het) hart (...) jou (ik) vertelde aan jou
20.
en aan ezelinnen EABDWT aan jou vandaag drie van de dagen naar (zij) plaatste (tot) hart (...) jou aan hen dat (zij) hebben zich bevonden en aan water van alle (jij) hebt begeerd Israël immers aan jou en aan alle huis vader (...) jou
21.
en wegens dodenrijk en (hij) sprak immers zoon rechterhanden van ik MQÐNI stammen van Israël en familie (...) mij naar (is het zo) dat Zoar van alle families stammen van Benjamin en waarom woord van naar mij zoals woord deze
22.
en (hij) nam Samuël (tot) dodenrijk en (tot) schudt! en (hij) bracht (...) hen kantoor (...) haar en (hij) gaf aan hen plaats bij (het) hoofd EQRWAIM en deze (mv) KSLSM man
23.
en (hij) sprak Samuël aan slager geef! (tot) het rantsoen die (ik) heb gegeven aan jou die (ik) heb gesproken naar jou plaats! (met) haar met jou
24.
en (hij) was hoog de slager (tot) de onderbeen en de opgang en pas toe! voor dodenrijk en (hij) sprak hier is de geblevene plaats! voor jou eten dat aan ontmoeting houd! aan jou te spreken het volk (ik) heb genoemd en (hij) at dodenrijk met Samuël bij (de) dag dat
25.
en (zij) zijn gedaald van de verhoging (hij) heeft opgemerkt en (hij) sprak met dodenrijk op de dak
26.
en jullie zijn er (...) hem en wees zoals beklimmingen (de) zwarte en (hij) noemde Samuël naar dodenrijk de dak te spreken hoogte en (ik) zond weg (...) jou en (hij) stond op dodenrijk en voert uit! die twee hij en Samuël naar de straat
27.
deze (mv) dalen bij (het) einde (hij) heeft opgemerkt en Samuël woord naar dodenrijk woord te schudden en (hij) ging voorbij voor ons en (hij) ging voorbij en (met) haar sta vast! zoals dag en (ik) liet horen (...) jou (tot) woord God

Hoofdstuk 10

1.
en (hij) nam Samuël (tot) PK de olie en (hij) heeft uitgegoten op hoofd (...) hem en (hij) gaf te drinken (...) hem en (hij) sprak immers dat (hij) heeft gezalfd (...) jou Jahweh op erfgoed (...) hem aan leider
2.
bij te gaan (...) jou vandaag sta(a)(t) vast (...) mij en om uit te gaan tweede mensen met (jij) hebt begraven Rachel bij (de) grens Benjamin BßLßH en (zij) hebben gesproken naar jou (zij) hebben zich bevonden de ezelinnen die (jij) bent gegaan te zoeken en hier is (hij) heeft verlaten vader (...) jou (tot) spreek! de ezelinnen WDAC aan jullie te spreken wat? (ik) werd gedaan aan zonen van
3.
WHLPT van daar en de Lea en (jij) bent gekomen tot eik Thabor en (zij) hebben gevonden (...) jou daar drie mensen hoogtes naar naar God huis naar één verheven drie bokjes en één verheven drie van als hak af! brood en één verheven harp wijn
4.
en (zij) hebben gevraagd aan jou volledig te zijn en (zij) hebben gegeven aan jou schering brood en (jij) hebt genomen van hand (...) hen
5.
andere zo (jij) kwam heuvel van naar God die daar heft-en van Filistijnen en wees als (hij) is gekomen (...) jou daar (hij) heeft opgemerkt en (jij) hebt getroffen koord profeten IRDIM van de verhoging en voor hen harp WTP WHLIL en viool en deze (mv) raken in vervoering
6.
en (zij) heeft geslagen op jou wind Jahweh WETNBIT volk (...) hen en (jij) bent veranderd aan man andere
7.
en (hij) is geweest dat TBAINE de tekens (de) deze aan jou (hij) heeft gedaan aan jou die (jij) vond hand (...) jou dat naar God met jou
8.
en (jij) bent gedaald voor de Gilgal en hier is ik (hij) is gedaald naar jou aan de beklimmingen beklimmingen aan slachting slacht! vergoedingen zeven dagen TWHL tot kom! naar jou en (ik) heb meegedeeld aan jou (tot) die (jij) deed
9.
en (hij) is geweest zoals de hoek (...) hem dat (zij) zijn opgestaan te gaan bij vandaan Samuël en (hij) keerde om als God hart andere en voert in! alle de tekens (de) deze bij (de) dag dat
10.
en voert in! daar de heuvel (...) haar en hier is koord profeten hem tegemoet en (jij) bereikte op hem wind God en (hij) raakte in vervoering bij (het) midden (...) hen
11.
en wees alle (zij) werden bekend MATMWL eergisteren en (zij) lieten zien en hier is met profeten (hij) heeft geprofeteerd en (hij) sprak het volk man naar zijn vriend wat? dit (hij) is geweest tot zoon Kis ook? dodenrijk bij (de) profeten
12.
en wegens man van daar en (hij) sprak en water van vaders (...) hen op zo (zij) is geweest aan heerser ook? dodenrijk bij (de) profeten
13.
en (hij) heeft gekund METNBWT en (hij) kwam de verhoging
14.
en (hij) sprak oom dodenrijk naar hem en naar schudt! AN (jullie) zijn gegaan en (hij) sprak te zoeken (tot) de ezelinnen en (wij) lieten zien dat (er is) niet en (wij) kwamen naar Samuël
15.
en (hij) sprak oom dodenrijk (zij) heeft verteld toch aan mij wat? woord aan jullie Samuël
16.
en (hij) sprak dodenrijk naar oom (...) hem vertel! (hij) heeft verteld aan ons dat (zij) hebben zich bevonden de ezelinnen en (tot) woord (is het zo) dat heers! (er)naar niet (hij) heeft verteld als die woord Samuël
17.
en (hij) schreeuwde Samuël (tot) het volk naar Jahweh de uitkijkpunt
18.
en (hij) sprak naar bouw! Israël zo woord Jahweh mijn God Israël ik (is het zo) dat (ik) ben opgegaan (tot) Israël van Egypte en (ik) redde (met) jullie van hand Egypte en van hand alle de rijken (is het zo) dat druk! (...) hen (met) jullie
19.
en (met) hen vandaag (jullie) hebben verafschuwd (tot) jullie God die hij red(t) aan jullie van alle medemensen (...) jullie en (...) jullie en (jullie) spraken als dat koning (jij) plaatste op ons en nu (zij) hebben zich opgesteld voor Jahweh aan stammen (...) jullie WLALPIKM
20.
en (hij) bracht nader Samuël (tot) alle stammen van Israël en (hij) voegde samen stam Benjamin
21.
en (hij) bracht nader (tot) stam Benjamin aan familie (...) hem en (jij) voegde samen familie van de regens van en (hij) voegde samen dodenrijk zoon Kis en (zij) zochten (...) hem noch (wij) vondden
22.
en (hij) vroeg (...) hem nog (eens) bij Jahweh wat kwam nog (eens) hierheen man en (hij) sprak Jahweh hier is hij NHBA naar (de) alle (mv)
23.
en (hij) rende (...) hem en (zij) namen (...) hem van daar en (hij) stelde zich op binnen het volk WICBE van alle het volk van schouder (...) hem en hoogte
24.
en (hij) sprak Samuël naar alle het volk (jullie) hebben laten zien die (hij) heeft gekozen bij hem Jahweh dat (er is) niet zoiets (...) hem in alle het volk en (zij) achtervolgden alle het volk en (zij) spraken leve! kroon!
25.
en (hij) sprak Samuël naar het volk (tot) rechtsregel de koningin en (hij) schreef bij (het) boek en (hij) rustte voor Jahweh en (hij) zond weg Samuël (tot) alle het volk man aan huis (...) hem
26.
en ook dodenrijk beweging aan huis (...) hem heuvel (...) haar en (zij) gingen met hem de macht die plaag God bij (het) hart (...) hen
27.
en bouw! slechtheid (zij) hebben gesproken wat? redding (...) ons dit en (hij) minachtte (...) hem noch (zij) hebben gebracht als geschenk en wees KMHRIS

Hoofdstuk 11

1.
en (hij) verhief slang EOMWNI en (hij) legerde op (hij) beschaamde gedenkteken en (zij) spraken alle mens (...) mij (hij) beschaamde naar slang (hij) heeft afgehakt aan ons verbond en (wij) bewerkten (...) jou
2.
en (hij) sprak naar hen slang EOMWNI bij deze (ik) werd afgehakt aan jullie bij (wij) staken uit aan jullie alle oog rechterhand en (ik) heb geplaatst (er)naar schande op alle Israël
3.
en (zij) spraken naar hem ben oud! (hij) beschaamde laat los! aan ons zeven dagen en (wij) zondden weg (er)naar boodschappers in alle grens Israël en als (er is) niet red(t) (met) ons en (wij) zijn uitgegaan naar jou
4.
en voert in! de boodschappers heuvel van dodenrijk en (zij) spraken de woorden bij (de) oren van het volk en (zij) droegen alle het volk (tot) klank (...) hen en (zij) weenden
5.
en hier is dodenrijk (hij) is gekomen na het rundvee vanuit het veld en (hij) sprak dodenrijk wat? aan volk dat (zij) weenden en (zij) vertelden als (tot) spreek! mens (...) mij (hij) beschaamde
6.
en (jij) bereikte wind God op dodenrijk bij (zij) hebben toegehoord (tot) de woorden (de) deze en (hij) ontbrandde neus (...) hem zeer
7.
en (hij) nam span rundvee WINTHEW en (hij) zond weg in alle grens Israël bij (de) hand de boodschappers te spreken die hij is (er) niet uitgaande na dodenrijk en andere Samuël zo (zij) heeft gemaakt te bezoeken (...) hem en (hij) liet vallen angst Jahweh op het volk en voert uit! zoals man één
8.
en (hij) beval (...) hen BBZQ en (zij) waren bouw! Israël drie honderd duizend en man Juda dertig duizend
9.
en (zij) spraken aan boodschappers die gekomen zo (jullie) spraken (...) hen aan man (hij) beschaamde gedenkteken morgen (jij) was aan jullie (jij) schreeuwde om hulp (er)naar bij (de) hete de zon en voert in! de boodschappers en (zij) vertelden aan mens (...) mij (hij) beschaamde en (zij) maakten blij
10.
en (zij) spraken mens (...) mij (hij) beschaamde morgen (wij) gingen uit naar jullie en (jullie) hebben gedaan aan ons zoals alle (de) goede bij (de) ogen (...) jullie
11.
en wees de volgende dag en pas toe! dodenrijk (tot) het volk drie hoofden en voert in! binnen het kamp BASMRT het rundvee en (zij) sloegen (tot) Ammon tot hete vandaag en wees (is het zo) dat blijven en (zij) verspreidden noch (zij) zijn gebleven in hen twee samen
12.
en (hij) sprak het volk naar Samuël water van de woord dodenrijk (hij) heerste op ons geeft! de mensen en (wij) doodden (...) hen
13.
en (hij) sprak dodenrijk niet (hij) zal worden laten sterven man bij (de) dag deze dat vandaag (hij) heeft gedaan Jahweh (jij) schreeuwde om hulp (er)naar bij Israël
14.
en (hij) sprak Samuël naar het volk ga(a)t! en (wij) gingen (er)naar de Gilgal WNHDS daar (is het zo) dat heers! (er)naar
15.
en (zij) gingen alle het volk de Gilgal en (zij) heersten daar (tot) dodenrijk voor Jahweh bij (de) Gilgal en (zij) slachtten daar slachtingen vergoedingen voor Jahweh en (hij) maakte blij daar dodenrijk en alle mens (...) mij Israël tot zeer

Hoofdstuk 12

1.
en (hij) sprak Samuël naar alle Israël hier is (ik) heb toegehoord bij (de) klank (...) jullie aan alle die (jullie) hebben gesproken aan mij en (ik) kroonde op jullie koning
2.
en nu hier is kroon! wandel(t) rond voor jullie en ik (ik) ben oud geweest en rust! en bouw! hier zijn zij (met) jullie en ik (ik) heb rondgewandeld voor jullie schud(t) (...) mij tot vandaag deze
3.
hier ben ik nederige bij mij tegenover Jahweh en tegenover Messias (...) hem (tot) os water van (ik) heb genomen en ernstige water van (ik) heb genomen en (tot) water van (ik) heb tekort gedaan (tot) water van rennen (...) mij en van hand water van (ik) heb genomen dorp WAOLIM bestudeer! bij hem en (ik) gaf terug aan jullie
4.
en (zij) spraken niet (jij) hebt tekort gedaan (...) ons noch rennen (...) ons noch (jij) hebt genomen van hand man iets
5.
en (hij) sprak naar hen tot Jahweh bij jullie en tot Messias (...) hem vandaag deze dat niet (jullie) hebben gevonden bij (de) handen van iets en (hij) sprak tot
6.
en (hij) sprak Samuël naar het volk Jahweh die (hij) heeft gedaan (tot) Mozes en (tot) Aäron en die dat wat opgaat (tot) vaders (...) jullie van land Egypte
7.
en nu (zij) hebben zich opgesteld WASPÐE (met) jullie voor Jahweh (tot) alle weldadigheden Jahweh die (hij) heeft gedaan (met) jullie en (tot) vaders-en (...) jullie
8.
zoals (hij) is gekomen Jakob Egypte en (zij) schreeuwden vaders-en (...) jullie naar Jahweh en (hij) zond weg Jahweh (tot) Mozes en (tot) Aäron en (zij) haalden tevoorschijn (tot) vaders (...) jullie van Egypte en (zij) hebben gewoond (...) hen bij (de) plaats deze
9.
en (zij) lieten vergeten (tot) Jahweh hun God en (hij) verkocht (met) hen bij (de) hand Sisera aanvoerder leger Hazor en bij (de) hand Filistijnen en bij (de) hand koning Moab en (zij) streedden in hen
10.
en (zij) schreeuwden naar Jahweh en (hij) sprak (wij) hebben gezondigd dat (wij) hebben verlaten (tot) Jahweh en (wij) bewerkten (tot) de echtgenoten en (tot) EOSTRWT en nu (hij) heeft gered (...) ons van hand vijanden (...) ons en (wij) bewerkten (...) jou
11.
en (hij) zond weg Jahweh (tot) Jerubbaal en (tot) bij Dan en (tot) (hij) deed open en (tot) Samuël en (hij) redde (met) jullie van hand vijanden (...) jullie van rondom en (jullie) woonden veiligheid
12.
en (jullie) lieten zien dat slang koning bouw! Ammon (hij) is gekomen op jullie en (jullie) spraken aan mij niet dat koning (hij) heerste op ons en Jahweh jullie God koning (...) jullie
13.
en nu hier is kroon! die (jullie) hebben gekozen die (jullie) hebben gevraagd en hier is (hij) heeft gegeven Jahweh op jullie koning
14.
als (jullie) vreesden (tot) Jahweh en (jullie) hebben gewerkt (met) hem en (jullie) hebben toegehoord bij (de) klank (...) hem noch (jullie) verbitterden (tot) mond van Jahweh WEITM ook (met) hen en ook kroon! die koning op jullie andere Jahweh jullie God
15.
en als niet (jullie) hoorden toe bij (de) klank Jahweh WMRITM (tot) mond van Jahweh en (zij) is geweest hand Jahweh bij jullie en bij (de) vaders (...) jullie
16.
ook nu (zij) hebben zich opgesteld en (zij) hebben gezien (tot) het woord (de) grote deze die Jahweh (hij) heeft gedaan aan ogen (...) jullie
17.
immers oogst tarwe vandaag (ik) werd genoemd naar Jahweh en (hij) gaf vlotte (mv) en regen en weet! en (zij) hebben gezien dat ROTKM veelheid die (jullie) hebben gedaan bij bestudeer! Jahweh te vragen aan jullie koning
18.
en (hij) noemde Samuël naar Jahweh en (hij) gaf Jahweh QLT en regen bij (de) dag dat en zal zien alle het volk zeer (tot) Jahweh en (tot) Samuël
19.
en (zij) spraken alle het volk naar Samuël (hij) heeft gebeden door slaven (...) jou naar Jahweh jouw God en naar (wij) stierven dat (wij) hebben toegevoegd op alle zondoffers (...) ons herder te vragen aan ons koning
20.
en (hij) sprak Samuël naar het volk naar (jullie) vreesden (met) hen (jullie) hebben gedaan (tot) alle de herder (de) deze maar naar (jullie) verblindden van achter Jahweh en (jullie) hebben gewerkt (tot) Jahweh in alle hart (...) jullie
21.
noch (jullie) verblindden dat na de verlatenheid die niet (zij) waren nuttig noch (zij) redden dat verlatenheid deze (mv)
22.
dat niet (hij) gaf op Jahweh (tot) met hem wegens zijn naam (de) grote dat (hij) is erin meegegaan Jahweh te doen (met) jullie als aan volk
23.
ook ik God beware aan mij om te zondigen aan Jahweh MHDL te bidden bij (de) getuige (...) jullie WEWRITI (met) jullie bij (de) weg het goeds en (de) rechte
24.
maar (zij) lieten zien (tot) Jahweh en (jullie) hebben gewerkt (met) hem bij (de) waarheid in alle hart (...) jullie dat (zij) hebben gezien (tot) die de grote met jullie
25.
en als juich! (jullie) achtervolgden ook (met) hen ook koning (...) jullie (jullie) voegden toe

Hoofdstuk 13

1.
zoon jaar dodenrijk bij (zij) hebben geheerst en schering twee koning op Israël
2.
en (hij) koos als dodenrijk drie van duizenden van Israël en (zij) waren met dodenrijk duizenden bij Michmas en bij (de) heuvel huis naar en duizend (zij) zijn geweest met Jonathan bij (de) heuvel van Benjamin en rest het volk wapen man aan tenten (...) hem
3.
en (hij) sloeg Jonathan (tot) (wij) stelden op Filistijnen die bij (de) heuvel en (zij) hoorden toe Filistijnen en dodenrijk (hij) heeft geblazen bij (de) ramshoorn in alle het land te spreken (zij) hoorden toe (is het zo) dat voorbijgaan
4.
en alle Israël (zij) hebben toegehoord te spreken (hij) heeft geslagen dodenrijk (tot) (wij) stelden op Filistijnen en ook (wij) verrotten Israël bij (de) Filistijnen en (zij) schreeuwden het volk na dodenrijk de Gilgal
5.
en Filistijnen (wij) verzamelden (...) hem aan het brood met Israël dertig duizend wagen en zes duizenden ruiters en met zoals zand die op oever van de zee aan meerderheid en (zij) verhieven en (zij) legerden bij Michmas (jij) bent voorgegaan huis kracht
6.
en man Israël (zij) hebben gezien dat smalle als dat (wij) naderden het volk WITHBAW het volk bij (de) grotten WBHWHIM en bij (de) rotsen WBßRHIM WBBRWT
7.
en voorbijgaan (zij) zijn voorbijgegaan (tot) de Jordaan land Gad en gedenkteken en dodenrijk hij (...) nog bij (de) Gilgal en alle het volk (zij) zijn geschrokken na hem
8.
en (hij) heeft gehoopt zeven dagen aan ontmoeting die Samuël noch (hij) is gekomen Samuël de Gilgal en (hij) opende het volk ontvreemd! (...) hem
9.
en (hij) sprak dodenrijk (is het zo) dat nadert! naar mij dat wat opgaat en de vergoedingen en (hij) verhief dat wat opgaat
10.
en wees zoals schoondochter (...) hem aan de beklimmingen dat wat opgaat en hier is Samuël (hij) is gekomen en uitgaande dodenrijk hem tegemoet te zegenen (...) hem
11.
en (hij) sprak Samuël wat? (jij) hebt gedaan en (hij) sprak dodenrijk dat (ik) heb gezien dat verbrijzel! het volk ontvreemd! en (met) haar niet (jij) bent gekomen aan ontmoeting de dagen en Filistijnen NAXPIM Michmas
12.
en woord nu (zij) zijn gedaald Filistijnen naar mij de Gilgal en aanzicht van Jahweh niet (ik) ben ziek geworden en (ik) bedwong me en (ik) verhief dat wat opgaat
13.
en (hij) sprak Samuël naar dodenrijk NXKLT niet (jij) hebt gehouden (tot) voorschrift van Jahweh jouw God die opdracht (...) jou dat nu (hij) heeft voorbereid Jahweh (tot) rijk (...) jou naar Israël tot eeuwigheid
14.
en nu rijk (...) jou niet (jij) wraakte zoek! Jahweh als man zoals hart (...) hem en (hij) gaf opdracht (...) hem Jahweh aan leider op met hem dat niet (jij) hebt gehouden (tot) die opdracht (...) jou Jahweh
15.
en (hij) stond op Samuël en (hij) verhief vanuit de Gilgal heuvel van Benjamin en (hij) beval dodenrijk (tot) het volk (is het zo) dat bevinden zich met hem als (hij) heeft zich verblijd honderd man
16.
en dodenrijk en Jonathan bij ons en het volk (is het zo) dat (wij) vondden volk (...) hen inwoners bij (de) heuvel Benjamin en Filistijnen (zij) zijn gelegerd bij Michmas
17.
en uitgaande de vernieler van kamp Filistijnen drie hoofden het hoofd één Jefunne naar weg jonge ree naar land vos
18.
en het hoofd één Jefunne weg huis woede en het hoofd één Jefunne weg de grens ENSQP op dal EßBOIM naar de woestijn
19.
en stille niet (hij) vond in alle land Israël dat woord Filistijnen opdat niet (zij) hebben gemaakt (is het zo) dat voorbijgaan zwaard of (jij) bent gelegerd
20.
en (zij) zijn gedaald alle Israël de Filistijnen LLÐWS man (tot) MHRSTW en (tot) (met) hem en (tot) QRDMW en (tot) MHRSTW
21.
en (zij) is geweest EPßIRE monden LMHRST WLATIM WLSLS QLSWN WLEQRDMIM en op te stellen EDRBN
22.
en (hij) is geweest bij (de) dag weg van leren zak noch (wij) vondden zwaard en (jij) bent gelegerd bij (de) hand alle het volk die (tot) dodenrijk en (tot) Jonathan en (jij) vond te vragen en aan Jonathan bij ons
23.
en uitgaande opgestelde Filistijnen naar trek(t) door Michmas

Hoofdstuk 14

1.
en wees vandaag en (hij) sprak Jonathan zoon dodenrijk naar de jeugd verheven gereedschappen (...) hem ga! (er)naar en (wij) troken door (er)naar naar opgestelde Filistijnen die trek(t) door die en aan vader (...) hem niet (hij) heeft verteld
2.
en dodenrijk bewoner bij (het) einde de heuvel in de plaats van de granaatappel die BMCRWN en het volk die met hem als (hij) heeft zich verblijd honderd man
3.
en (ik) leefde zoon AHÐWB broer AIKBWD zoon Pinehas zoon op mij priester Jahweh bij (de) kwartel verheven priesterkleed en het volk niet (hij) heeft geweten dat beweging Jonathan
4.
en tussen (is het zo) dat trekken door die zoek! Jonathan door te trekken op opgestelde Filistijnen tand de rots van de kant hiervandaan en tand de rots van de kant hiervandaan en naam [van] de één BWßß en naam [van] de één XNE
5.
de tand de één MßWQ van Noorden tegenover Michmas en de eerste droog(t) af tegenover heuvel
6.
en (hij) sprak Jonathan naar de jeugd verheven gereedschappen (...) hem ga! (er)naar en (wij) troken door (er)naar naar opgestelde de onbesnedenen (de) deze misschien (zij) heeft gemaakt Jahweh aan ons dat (er is) niet aan Jahweh om vast te houden te redden bij (de) meerderheid of bij (de) een beetje
7.
en (hij) sprak als verheven gereedschappen (...) hem (hij) heeft gedaan alle die bij (het) hart (...) jou (wij) bogen om aan jou hier ben ik met jou zoals hart (...) jou
8.
en (hij) sprak Jonathan hier is wij voorbijgaan naar de mensen WNCLINW naar hen
9.
als zo (zij) spraken naar ons (zij) hebben geleken tot (hij) is toegekomen (...) ons naar jullie en (wij) hebben gestaan in de plaats van ons noch (wij) verhieven naar hen
10.
en als zo (zij) spraken (zij) zijn opgegaan op ons en op ons dat (hij) heeft gegeven (...) hen Jahweh bij (de) hand (...) ons en dit aan ons de letter
11.
en (zij) onthulden die twee naar opgestelde Filistijnen en (zij) spraken Filistijnen hier is voorbijgaan uitgaanden vanuit (is het zo) dat worden bleek die ETHBAW daar
12.
en (zij) antwoordden mens (...) mij de monument (tot) Jonathan en (tot) verheven gereedschappen (...) hem en (zij) spraken (zij) zijn opgegaan naar ons en (wij) deelden mee (er)naar (met) jullie woord en (hij) sprak Jonathan naar verheven gereedschappen (...) hem blad na dat (hij) heeft gegeven (...) hen Jahweh bij (de) hand Israël
13.
en (hij) verhief Jonathan op handen (...) hem en op voeten (...) hem en verheven gereedschappen (...) hem na hem en (zij) vielen voor Jonathan en verheven gereedschappen (...) hem MMWTT na hem
14.
en (zij) was (de) geslagen (is het zo) dat in de eerste plaats die (hij) heeft geslagen Jonathan en verheven gereedschappen (...) hem zoals rijkdommen man KBHßI antwoord span veld
15.
en (zij) was (zij) is geschrokken bij (het) kamp bij (het) veld en in alle het volk (de) opgestelde en de vernieler (zij) zijn geschrokken ook deze (mv) en (zij) was boos het land en (zij) was aan bezorgdheid van God
16.
en (zij) lieten zien de wachters te vragen bij (de) heuvel van Benjamin en hier is de menigte NMWC en (hij) ging en hierheen
17.
en (hij) sprak dodenrijk aan volk die (met) hem beveelt! toch en (zij) hebben gezien water van beweging van volk (...) ons en (zij) bevalen en hier is (er is) niet Jonathan en verheven gereedschappen (...) hem
18.
en (hij) sprak dodenrijk naar aan broer ECISE kist naar God dat (hij) is geweest kist naar God bij (de) dag dat en bouw! Israël
19.
en wees tot woord dodenrijk naar de priester en de menigte die bij (het) kamp Filistijnen en (hij) ging gang en meerderheid en (hij) sprak dodenrijk naar de priester Asaf hand (...) jou
20.
en (hij) schreeuwde dodenrijk en alle het volk die (met) hem en voert in! tot de strijd en hier is (zij) is geweest zwaard man bij (de) zijn vriend MEWME grootheid zeer
21.
en de kanten (zij) zijn geweest aan Filistijnen KATMWL eergisteren die (zij) zijn opgegaan volk (...) hen bij (het) kamp rondom en ook deze (mv) te zijn met Israël die met dodenrijk en Jonathan
22.
en alle man Israël EMTHBAIM bij (de) heuvel Efraïm (zij) hebben toegehoord dat (zij) zijn gevlucht Filistijnen en (zij) plakten ook deze (mv) na hen bij (de) strijd
23.
en (hij) redde Jahweh bij (de) dag dat (tot) Israël en de strijd (zij) is voorbijgegaan (tot) huis kracht
24.
en man Israël (wij) naderden bij (de) dag dat WIAL dodenrijk (tot) het volk te spreken vervloekte de man die (hij) at brood tot (de) aangename en (ik) heb gewroken van vijanden van noch smaak alle het volk brood
25.
en alle het land (zij) zijn gekomen (hij) heeft uitgeroeid en wees honing op aanzicht van het veld
26.
en (hij) kwam het volk naar het bos en hier is beweging honing en (er is) niet bereik(t) (hij) bedankte naar monden (...) hem dat gezien het volk (tot) de zeven
27.
en Jonathan niet nieuws BESBIO vader (...) hem (tot) het volk en (hij) zond weg (tot) einde de stam die bij (hij) bedankte en (hij) doopte haar (jij) hebt uitgeroeid de honing en inwoner (hij) bedankte naar monden (...) hem en (jij) liet zien (...) haar ogen (...) hem
28.
en wegens man van het volk en (hij) sprak de zeven ESBIO vader (...) jou (tot) het volk te spreken vervloekte de man die (hij) at brood vandaag en (hij) vloog het volk
29.
en (hij) sprak Jonathan OKR vader (tot) het land (zij) hebben gezien toch dat licht (...) hem bestudeer! dat (ik) heb geproefd een beetje honing deze
30.
neus dat toch niet eten eten vandaag het volk om te ontnemen vijanden (...) hem die (hij) heeft gevonden dat nu niet (zij) is veel geweest geslagen bij (de) Filistijnen
31.
en (zij) sloegen bij (de) dag dat bij (de) Filistijnen van Michmas AILNE en (hij) vloog het volk zeer
32.
en (hij) heeft gemaakt het volk naar buit en (zij) namen kleinvee en rundvee en bouw! rundvee en (zij) slachtten naar land en (hij) at het volk op het bloed
33.
en (zij) vertelden te vragen te spreken hier is het volk zondaars aan Jahweh aan eten op het bloed en (hij) sprak BCDTM (zij) hebben zich verheugd naar mij vandaag steen grootheid
34.
en (hij) sprak dodenrijk (zij) hebben geopend bij (het) volk en (jullie) hebben gesproken aan hen ECISW naar mij man os (...) hem en man dat (hij) was en (jullie) hebben geslacht hier en (jullie) hebben gegeten noch (jullie) zondigden aan Jahweh aan eten naar het bloed en (zij) zijn genaderd alle het volk man os (...) hem bij (hij) bedankte de nacht en (zij) slachtten daar
35.
en (hij) bouwde dodenrijk altaar aan Jahweh (met) hem (hij) is begonnen te te bouwen altaar aan Jahweh
36.
en (hij) sprak dodenrijk (wij) daalden (er)naar na Filistijnen nacht en (wij) minachtten bij hen tot licht het rundvee noch geblevene bij hen man en (zij) spraken alle (de) goede bij (de) ogen (...) jou (hij) heeft gedaan en (hij) sprak de priester (wij) brachten nader (er)naar hierheen naar naar God
37.
en (hij) vroeg dodenrijk bij God (is het zo) dat (ik) daalde na Filistijnen ETTNM bij (de) hand Israël noch nederige (...) hem bij (de) dag dat
38.
en (hij) sprak dodenrijk nadert! hierheen alle hoeken het volk en weet! en (zij) hebben gezien verhoging (zij) is geweest (jij) hebt laten zondigen (de) deze vandaag
39.
dat levende Jahweh (is het zo) dat red(t) (tot) Israël dat als hij is er bij Jonathan bouw! dat dood (hij) stierf en (er is) niet nederige (...) hem van alle het volk
40.
en (hij) sprak naar alle Israël (met) hen (jullie) waren door te trekken één en ik en Jonathan bouw! (wij) waren door te trekken één en (zij) spraken het volk naar dodenrijk (de) goede bij (de) ogen (...) jou (hij) heeft gedaan
41.
en (hij) sprak dodenrijk naar Jahweh mijn God Israël vooruit! volledige en (hij) voegde samen Jonathan en dodenrijk en het volk voert uit!
42.
en (hij) sprak dodenrijk (zij) hebben laten vallen tussen mij en tussen Jonathan bouw! en (hij) voegde samen Jonathan
43.
en (hij) sprak dodenrijk naar Jonathan (zij) heeft verteld aan mij wat? (jij) hebt gedaan (er)naar en (hij) werd verteld als Jonathan en (hij) sprak smaak (ik) heb geproefd bij (het) einde de stam die bij (de) handen van een beetje honing hier ben ik (ik) stierf
44.
en (hij) sprak dodenrijk zo (zij) heeft gemaakt God en zo Jozef dat dood (jij) stierf Jonathan
45.
en (hij) sprak het volk naar dodenrijk (is het zo) dat Jonathan (hij) stierf die (hij) heeft gedaan de verlossing de grootheid (de) deze bij Israël God beware levende Jahweh als (je) zult vallen MSORT hoofd (...) hem naar land dat met God (hij) heeft gedaan vandaag deze en (zij) bevrijdden het volk (tot) Jonathan noch dode
46.
en (hij) verhief dodenrijk van achter Filistijnen en Filistijnen (zij) zijn gegaan aan plaats (...) hen
47.
en dodenrijk voeg samen! (is het zo) dat heers! (er)naar op Israël en (hij) streed rondom in alle vijanden (...) hem bij Moab en bij (de) zonen van Ammon en met Edom en bij (de) koningen van Zoba en bij (de) Filistijnen en in alle die Jefunne IRSIO
48.
en (hij) heeft gemaakt macht en (hij) sloeg (tot) Amelek en (hij) redde (tot) Israël van hand SXEW
49.
en (zij) waren bouw! dodenrijk Jonathan en (hij) was gelijk (...) mij WMLKISWO en naam [van] schering dochters (...) hem daar (de) hooggeplaatste van meerderheid en naam [van] naar de kleine Michal
50.
en naam [van] vuur van dodenrijk AHINOM dochter Ahimaaz en naam [van] aanvoerder (zij) hebben zich geschaard ABINR zoon licht oom dodenrijk
51.
en Kis vader dodenrijk en licht vader Abner zoon ABIAL
52.
en (zij) was de strijd (zij) is sterk geworden op Filistijnen alle dagen van dodenrijk en (hij) heeft gezien dodenrijk alle man held en alle zoon macht en (zij) verzamelden (...) hem naar hem

Hoofdstuk 15

1.
en (hij) sprak Samuël naar dodenrijk (met) mij wapen Jahweh LMSHK aan koning op met hem op Israël en nu nieuws aan klank spreek! Jahweh
2.
zo woord Jahweh legers (ik) heb bekeken (tot) die (hij) heeft gedaan Amelek aan Israël die daar als bij (de) weg vrouw (...) hem van Egypte
3.
nu aan jou en (jij) hebt geslagen (er)naar (tot) Amelek WEHRMTM (tot) alle die als noch (zij) had medelijden op hem en (zij) heeft geruist van man tot vrouw daad en tot zuigeling van os en tot lammetje laat ontwennen en tot ernstige
4.
en (hij) hoorde toe dodenrijk (tot) het volk en (hij) beval (...) hen BÐLAIM honderd paar duizend voeten van en tiental duizenden (tot) man Juda
5.
en (hij) kwam dodenrijk tot stad Amelek en (hij) vermeerderde bij (de) wadi
6.
en (hij) sprak dodenrijk naar de Keniet ga(a)t! (zij) zijn afgeweken daalt! van midden Amelekiet opdat niet (hij) heeft verzameld (...) jou met hem en (met) haar (jij) hebt gedaan (er)naar genade met alle bouw! Israël vrouwen (...) hen van Egypte en (hij) week af Keniet van midden Amelek
7.
en (hij) sloeg dodenrijk (tot) Amelek van Havila in de richting van os die op aanzicht van Egypte
8.
WITPS (tot) Agag koning Amelek levende en (tot) alle het volk (is het zo) dat worden bleek aan mond van zwaard
9.
en (hij) had medelijden dodenrijk en het volk op Agag en op MIÐB het kleinvee en het rundvee en (de) ondergeschikte (mv) en op de lammeren en op alle (de) goede noch (zij) hebben gewenst (is het zo) dat worden bleek (...) hen en alle het handwerk NMBZE WNMX (met) haar (is het zo) dat worden bleek (...) hem
10.
en wees woord Jahweh naar Samuël te spreken
11.
(ik) heb getroost dat (ik) heb gekroond (tot) dodenrijk aan koning dat woon! van achter en (tot) spreek! niet (hij) heeft gevestigd en (hij) ontbrandde aan Samuël en (hij) schreeuwde naar Jahweh alle de nacht
12.
en jullie zijn er Samuël tegemoet dodenrijk bij (het) rundvee en (hij) werd verteld aan Samuël te spreken (hij) is gekomen dodenrijk naar de Karmel en hier is stel(t) op als hand en (hij) wendde zich af en (hij) ging voorbij en (hij) is gedaald de Gilgal
13.
en (hij) kwam Samuël naar dodenrijk en (hij) sprak als dodenrijk gezegende (met) haar aan Jahweh (ik) heb gevestigd (tot) woord Jahweh
14.
en (hij) sprak Samuël en wat? klank het kleinvee deze bij (de) oren van en klank het rundvee die ik nieuws
15.
en (hij) sprak dodenrijk van Amelekiet (zij) hebben gebracht (...) hen die (hij) heeft medelijden gehad het volk op MIÐB het kleinvee en het rundvee opdat slachting aan Jahweh jouw God en (tot) (is het zo) dat meer de boycot (...) ons
16.
en (hij) sprak Samuël naar dodenrijk laat los! en (ik) vertelde (er)naar aan jou (tot) die woord Jahweh naar mij de nacht en (zij) spraken als woord
17.
en (hij) sprak Samuël immers als kleine (met) haar bij (de) ogen (...) jou hoofd stammen van Israël (met) haar en (hij) zalfde (...) jou Jahweh aan koning op Israël
18.
en (hij) zond weg (...) jou Jahweh bij (de) weg en (hij) sprak aan jou WEHRMTE (tot) de zondaars (tot) Amelek en (jij) hebt gestreden bij hem tot schoondochters (...) hen (met) hen
19.
en waarom niet (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh WTOÐ naar de buit en (jij) maakte juich! bij bestudeer! Jahweh
20.
en (hij) sprak dodenrijk naar Samuël die (ik) heb toegehoord bij (de) klank Jahweh en (ik) ging bij (de) weg die (hij) mij gezonden Jahweh en Abia (tot) Agag koning Amelek en (tot) Amelek EHRMTI
21.
en (hij) nam het volk van de buit kleinvee en rundvee begin de boycot aan slachting aan Jahweh jouw God bij (de) Gilgal
22.
en (hij) sprak Samuël de wens aan Jahweh bij (de) beklimmingen en slachtingen toen bij (de) klank Jahweh hier is nieuws altaar goede op te letten van melk rammen
23.
dat zondoffer tovenarij verzet en kracht en (jij) liet los (...) hen EPßR wegens (jij) hebt verafschuwd (tot) woord Jahweh en (hij) verafschuwde (...) jou van koning
24.
en (hij) sprak dodenrijk naar Samuël (ik) heb gezondigd dat (ik) ben voorbijgegaan (tot) mond van Jahweh en (tot) woorden (...) jou dat (ik) heb gevreesd (tot) het volk en (ik) hoorde toe bij (de) klank (...) hen
25.
en nu draag! toch (tot) (ik) heb gezondigd en terugkeren met mij en (ik) boog me diep (er)naar aan Jahweh
26.
en (hij) sprak Samuël naar dodenrijk niet (ik) blies met jou dat (jij) hebt verafschuwd (er)naar (tot) woord Jahweh en (hij) verafschuwde (...) jou Jahweh om te zijn koning op Israël
27.
en (hij) wendde zich af Samuël te gaan en (hij) versterkte bij (de) vleugel mantel (...) hem en (hij) scheurde
28.
en (hij) sprak naar hem Samuël scheur Jahweh (tot) van koninkrijk Israël ontvreemd! (...) jou vandaag en (zij) heeft gegeven aan kwaad (...) jou (de) goede (van)uit jou
29.
en ook overwinning Israël niet (hij) loog noch (hij) troostte dat niet mens hij LENHM
30.
en (hij) sprak (ik) heb gezondigd nu (hij) is zwaar geweest (...) mij toch tegenover ben oud! met mij en tegenover Israël en terugkeren met mij en (ik) heb me diep gebogen aan Jahweh jouw God
31.
en inwoner Samuël na dodenrijk en (hij) boog zich diep dodenrijk aan Jahweh
32.
en (hij) sprak Samuël ECISW naar mij (tot) Agag koning Amelek en (hij) ging naar hem Agag MODNT en (hij) sprak Agag werkelijk (hij) is afgeweken bittere de dood
33.
en (hij) sprak Samuël zoals dat beëindig! worden verlaten zwaard (...) jou zo TSKL van vrouwen moeder (...) jou WISXP Samuël (tot) Agag voor Jahweh bij (de) Gilgal
34.
en (hij) ging Samuël (jij) hebt opgetild (er)naar en dodenrijk blad naar huis (...) hem heuvel van dodenrijk
35.
noch (hij) heeft toegevoegd Samuël te zien (tot) dodenrijk tot dag sterft! dat (hij) heeft gerouwd Samuël naar dodenrijk en Jahweh (wij) waren bronstig dat (hij) heeft gekroond (tot) dodenrijk op Israël

Hoofdstuk 16

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Samuël tot wanneer? (met) haar rouw(t) naar dodenrijk en ik (ik) heb verafschuwd (...) hem van koning op Israël (hij) is vol geweest hoorn (...) jou olie en aan jou (ik) zond weg (...) jou naar Isaï huis (is het zo) dat strijd! dat (ik) heb gezien bij (de) zonen (...) hem aan mij koning
2.
en (hij) sprak Samuël waar ben jij? (ik) ging en nieuws dodenrijk en (hij) heeft gedood (...) mij en (hij) sprak Jahweh koekalf van rundvee (jij) nam bij (de) hand (...) jou en (jij) hebt gesproken aan slachting aan Jahweh (ik) ben gekomen
3.
en (jij) hebt genoemd aan Isaï bij (de) slachting en ik (ik) deelde mee (...) jou (tot) die (jij) deed en (jij) hebt gezalfd aan mij (tot) die woord naar jou
4.
en (hij) heeft gemaakt Samuël (tot) die woord Jahweh en (hij) kwam huis brood en (zij) schroken ben oud! (hij) heeft opgemerkt hem tegemoet en (hij) sprak gehele in de richting van
5.
en (hij) sprak vrede aan slachting aan Jahweh (ik) ben gekomen (is het zo) dat (jullie) heiligden en (jullie) zijn gekomen (met) mij bij (de) slachting en (hij) heiligde (tot) Isaï en (tot) zonen (...) hem en (hij) noemde aan hen aan slachting
6.
en wees bij (de) komst (...) hen en gezien (tot) Eliab en (hij) sprak maar tegenover Jahweh Messias (...) hem
7.
en (hij) sprak Jahweh naar Samuël naar TBÐ naar verschijning (...) hem en naar hoogte hoogte (...) hem dat MAXTIEW dat niet die vrees de mens dat de mens vrees aan ogen en Jahweh vrees aan hart
8.
en (hij) noemde Isaï naar Abinadab en (zij) gingen voorbij (...) hem voor Samuël en (hij) sprak ook hier niet (hij) heeft gekozen Jahweh
9.
en (hij) ging voorbij Isaï daarnaar (-s) en (hij) sprak ook hier niet (hij) heeft gekozen Jahweh
10.
en (hij) ging voorbij Isaï zeven zonen (...) hem voor Samuël en (hij) sprak Samuël naar Isaï niet (hij) heeft gekozen Jahweh bij (de) deze
11.
en (hij) sprak Samuël naar Isaï (is het zo) dat (zij) hebben zich verbaasd de jongens en (hij) sprak nog (eens) rest de kleine en hier is herder bij (het) kleinvee en (hij) sprak Samuël naar Isaï (zij) heeft gezonden en neem! (...) ons dat niet (wij) legden opzij tot (zij) zijn gekomen mond
12.
en (hij) zond weg en (zij) brachten (...) hem en hij ADMWNI met mooie ogen en goede spiegel en (hij) sprak Jahweh sta op! zalf (...) hem dat dit hij
13.
en (hij) nam Samuël (tot) hoorn de olie en (hij) zalfde (met) hem te midden van broers (...) hem en (jij) bereikte wind Jahweh naar oom van de dag dat en hoogte en (hij) stond op Samuël en (hij) ging (jij) hebt opgetild (er)naar
14.
en wind Jahweh (zij) is afgeweken bij vandaan dodenrijk WBOTTW wind herder honderd Jahweh
15.
en (zij) spraken werk! dodenrijk naar hem hier is toch wind God herder MBOTK
16.
(hij) sprak toch basis (...) ons slaven (...) jou voor jou (zij) zochten man (hij) heeft geweten muzikant bij (de) viool en (hij) is geweest toen (hij) was op jou wind God herder en muzikant bij (hij) bedankte en goede aan jou
17.
en (hij) sprak dodenrijk naar slaven (...) hem (zij) hebben gezien toch aan mij man doe(t) goed te muziceren WEBIAWTM naar mij
18.
en wegens één van de jongens en (hij) sprak hier is (ik) heb gezien zoon aan Isaï huis (is het zo) dat strijd! (hij) heeft geweten muzikant en held macht en man strijd en verstandige woord en man (hij) heeft beschreven en Jahweh met hem
19.
en (hij) zond weg dodenrijk boodschappers naar Isaï en (hij) sprak (zij) heeft gezonden naar mij (tot) oom zoon (...) jou die bij (het) kleinvee
20.
en (hij) nam Isaï ernstige brood WNAD wijn en bokje geiten één en (hij) zond weg bij (de) hand oom bij ons naar dodenrijk
21.
en (hij) kwam oom naar dodenrijk en (hij) stond vast voor hem en (zij) hadden lief (...) hem zeer en wees als verheven alle (mv)
22.
en (hij) zond weg dodenrijk naar Isaï te spreken (hij) stond vast toch oom voor dat (hij) heeft gevonden gratie bij bestudeer!
23.
en (hij) is geweest toen (hij) was wind God naar dodenrijk en lering oom (tot) de viool en muzikant bij (hij) bedankte en wind te vragen en goede als en (zij) is afgeweken ontvreemd! (...) hem wind de herder

Hoofdstuk 17

1.
en (zij) verzamelden Filistijnen (tot) kampen (...) hen aan strijd en (zij) verzamelden SKE die aan Juda en (zij) legerden tussen SWKE en tussen Azeka bij (de) niets kosten
2.
en dodenrijk en man Israël (wij) verzamelden (...) hem en (zij) legerden bij (de) diepte (de) deze en (zij) ordenden strijd tegemoet Filistijnen
3.
en Filistijnen staanders naar de heuvel hiervandaan en Israël staanders naar de heuvel hiervandaan en het dal tussen hen
4.
en uitgaande man de zonen MMHNWT Filistijnen (jij) bent in verbanning gegaan zijn naam van wijnpers hoogte (...) hem zes (ik) stierf WZRT
5.
WKWBO koper op hoofd (...) hem WSRIWN schubben hij zich te schamen en gewicht ESRIWN vijf duizenden munten koper
6.
WMßHT koper op voeten (...) hem WKIDWN koper tussen flanken (...) hem
7.
en pijl (jij) bent gelegerd (...) hem KMNWR ARCIM en vlam van (jij) bent gelegerd (...) hem zes honderd munten ijzer en verheven het schild beweging voor hem
8.
en (hij) stond vast en (hij) noemde naar orde van Israël en (hij) sprak aan hen waarom (jullie) gingen uit aan waarde strijd immers ik de Filistijn en (met) hen slaven te vragen graan (...) hem aan jullie man en (hij) is gedaald naar mij
9.
als (hij) zal kunnen aan het brood (met) mij en bereid! en (wij) zijn geweest aan jullie aan slaven en als ik eet als en (ik) heb geslagen (...) hem en (jullie) zijn geweest aan ons aan slaven en (jullie) hebben gewerkt (met) ons
10.
en (hij) sprak de Filistijn ik (ik) heb beledigd (tot) orden Israël vandaag deze geeft! aan mij man en (zij) heeft gestreden samen
11.
en (hij) hoorde toe dodenrijk en alle Israël (tot) spreek! de Filistijn (de) deze en (zij) landden en (zij) lieten zien zeer
12.
en oom zoon man APRTI deze van huis brood Juda en zijn naam Isaï en als acht zonen en de man bij (de) dagen van dodenrijk baard (hij) is gekomen bij (de) mensen
13.
en (zij) gingen drie van bouw! Isaï de groten (zij) zijn gegaan na dodenrijk aan strijd en naam [van] drie van zonen (...) hem die (zij) zijn gegaan bij (de) strijd Eliab de eerstgeborene en van jaar (...) hem Abinadab en (de) derde daarnaar (-s)
14.
en oom hij de kleine en drie de groten (zij) zijn gegaan na dodenrijk
15.
en oom beweging en woon! boven dodenrijk te achtervolgen (tot) kleinvee vader (...) hem huis brood
16.
en (hij) is genaderd de Filistijn sta vroeg op! en (de) aangename en (hij) stelde zich op veertig dag
17.
en (hij) sprak Isaï aan oom bij ons neem! toch aan broers (...) jou AIPT EQLIA deze en tien brood deze WERß het kamp aan broers (...) jou
18.
en (tot) tiental snijd in! de melk (de) deze (jij) bracht aan aanvoerder de duizend en (tot) broers (...) jou (jij) beval volledig te zijn en (tot) (jullie) zijn aangenaam geweest (jij) nam
19.
en dodenrijk en deze (mv) en alle man Israël bij (de) diepte (de) deze strijden met Filistijnen
20.
en jullie zijn er oom bij (het) rundvee en (hij) gaf op (tot) het kleinvee op bewaar! en (hij) droeg en (hij) ging zoals geeft opdracht! Isaï en (hij) kwam EMOCLE en de macht de uitgaande naar de orde en juich! (...) hem bij (de) strijd
21.
en (zij) ordende Israël en Filistijnen orde tegemoet orde
22.
en (hij) gaf op oom (tot) (de) alle (mv) ontvreemd! (...) hem op hand houd(t) (de) alle (mv) en (hij) rende de orde en (hij) kwam en (hij) vroeg aan broers (...) hem volledig te zijn
23.
en hij woestijn volk (...) hen en hier is man de zonen ga(a)(t) op (jij) bent in verbanning gegaan de Filistijn zijn naam van wijnpers van grotten Filistijnen en (hij) sprak zoals woorden (de) deze en (hij) hoorde toe oom
24.
en alle man Israël bij (het) zicht (...) hen (tot) de man en (zij) vluchtten van aanzichten (...) hem en (zij) vreesden zeer
25.
en (hij) sprak man Israël (jullie) hebben laten zien de man dat wat opgaat deze dat te beledigen (tot) Israël blad en (hij) is geweest de man die (zij) bereidden (hij) nam een tiende (...) ons kroon! rijkdom grote en (tot) dochter (...) hem (hij) gaf als en (tot) huis vader (...) hem (zij) heeft gemaakt vrije bij Israël
26.
en (hij) sprak oom naar de mensen de staanders met hem te spreken wat? (zij) heeft gemaakt aan man die (hij) sloeg (tot) de Filistijn die en (hij) heeft verwijderd schande boven Israël dat water van de Filistijn de onbesnedene deze dat beledig! orden God leven
27.
en (hij) sprak als het volk zoals woord deze te spreken zo (zij) heeft gemaakt aan man die (zij) bereidden
28.
en (hij) hoorde toe Eliab broers (...) hem (de) grote bij spreekt! naar de mensen en (hij) ontbrandde neus Eliab bij (de) oom en (hij) sprak waarom dit (jij) bent gedaald en op water van (jij) hebt verlaten een beetje het kleinvee (is het zo) dat hier is bij (de) woestijn ik (ik) heb geweten (tot) ZDNK en (tot) kwaad hart (...) jou dat opdat zicht de strijd (jij) bent gedaald
29.
en (hij) sprak oom wat? (ik) heb gedaan nu immers woord hij
30.
en (hij) wendde zich af MAßLW naar tegenover andere en (hij) sprak zoals woord deze en (zij) heeft gewoond (...) hem het volk woord zoals woord (de) eerste
31.
en (zij) hoorden toe de woorden die woord oom en (hij) werd verteld (...) hem voor dodenrijk en (zij) namen (...) hem
32.
en (hij) sprak oom naar dodenrijk naar (je) zult vallen hart mens op hem slaaf (...) jou (hij) ging en (hij) heeft gestreden met de Filistijn deze
33.
en (hij) sprak dodenrijk naar oom niet je zult kunnen te gaan naar de Filistijn deze aan het brood met hem dat jeugd (met) haar en hij man strijd van jeugd (...) hem
34.
en (hij) sprak oom naar dodenrijk herder (hij) is geweest slaaf (...) jou aan vader (...) hem bij (het) kleinvee en (hij) is gekomen de leeuw en (tot) de beer en verheven lammetje van de kudde
35.
en (ik) ben uitgegaan na hem WEKTIW en (ik) heb gered van monden (...) hem en (hij) stond op op mij en (ik) heb gehouden bij (zij) zijn oud geweest WEKTIW en (ik) heb geruist (...) hem
36.
ook (tot) de leeuw ook de beer (hij) heeft geslagen slaaf (...) jou en (hij) is geweest de Filistijn de onbesnedene deze zoals een (van)uit hen dat beledig! orde van God leven
37.
en (hij) sprak oom Jahweh die red! (...) mij van hand de leeuw en van hand de beer hij (hij) redde (...) mij van hand de Filistijn deze en (hij) sprak dodenrijk naar oom aan jou en Jahweh (hij) was met jou
38.
en (hij) bekleedde zich dodenrijk (tot) oom MDIW en (hij) heeft gegeven QWBO koper op hoofd (...) hem en (hij) bekleedde zich (met) hem SRIWN
39.
en (hij) omgordde oom (tot) (zij) zijn vernield boven onderwijs! (...) hem WIAL te gaan dat niet (zij) is gevlucht en (hij) sprak oom naar dodenrijk niet eet te gaan bij (de) deze dat niet (ik) heb beproefd en (hij) week af (...) hen oom ontvreemd! (...) hem
40.
en (hij) nam verlicht (...) hem bij (hij) bedankte en (hij) koos als vijf verdeel! stenen vanuit de wadi en pas toe! (met) hen bij (het) gereedschap de kwaden die als WBILQWÐ en gordijn (...) hem bij (hij) bedankte en (hij) is genaderd naar de Filistijn
41.
en (hij) ging de Filistijn beweging en binnenste naar oom en de man verheven het schild voor hem
42.
WIBÐ de Filistijn en vrees (tot) oom en (hij) minachtte (...) hem dat (hij) is geweest jeugd WADMNI met mooie verschijning
43.
en (hij) sprak de Filistijn naar oom de hond ik dat (met) haar (hij) is gekomen naar mij BMQLWT en (hij) vervloekte de Filistijn (tot) oom bij zijn God
44.
en (hij) sprak de Filistijn naar oom ga! (er)naar naar mij en (ik) gaf (tot) vlees (...) jou te vliegen de hemel en aan vee van het veld
45.
en (hij) sprak oom naar de Filistijn (met) haar (hij) is gekomen naar mij bij (het) zwaard WBHNIT WBKIDWN en ik (hij) is gekomen naar jou bij (de) naam Jahweh legers mijn God orden Israël die (jij) hebt beledigd
46.
vandaag deze (hij) sloot (...) jou Jahweh bij (de) handen van en (jij) hebt geslagen (...) jou en (ik) heb verwijderd (tot) hoofd (...) jou ontvreemd! (...) jou en (ik) heb gegeven kadaver kamp Filistijnen vandaag deze te vliegen de hemel en aan dier van het land en (zij) hebben geweten alle het land dat er is God aan Israël
47.
en (zij) hebben geweten alle de menigte deze dat niet bij (het) zwaard WBHNIT IEWSIO Jahweh dat aan Jahweh de strijd en (hij) heeft gegeven (met) jullie bij (de) hand (...) ons
48.
en (hij) is geweest dat (hij) is opgestaan de Filistijn en (hij) ging en (hij) bracht nader tegemoet oom en (hij) haastte zich oom en (hij) rende de orde tegemoet de Filistijn
49.
en (hij) zond weg oom (tot) (hij) bedankte naar het gereedschap en (hij) nam van daar steen WIQLO en (hij) sloeg (tot) de Filistijn naar MßHW WTÐBO de steen BMßHW en (hij) liet vallen op aanzichten (...) hem naar land
50.
en (hij) versterkte oom vanuit de Filistijn bij (de) gordijn en bij (de) steen en (hij) sloeg (tot) de Filistijn en (zij) stierven (...) hem en zwaard (er is) niet bij (de) hand oom
51.
en (hij) rende oom en (hij) stond vast naar de Filistijn en (hij) nam (tot) (zij) zijn vernield WISLPE MTORE WIMTTEW en (hij) hakte af bij haar (tot) hoofd (...) hem en (zij) lieten zien de Filistijnen dat dode held (...) hen en (zij) vluchtten
52.
en (zij) wraakten mens (...) mij Israël en Juda en (zij) achtervolgden en (zij) achtervolgdenen (tot) de Filistijnen tot in de richting van dal en tot poorten van Ekron en (zij) vielen ontheilig! Filistijnen bij (de) weg dat worden wakker en tot wijnpers en tot Ekron
53.
en (zij) hebben gewoond bouw! Israël MDLQ na Filistijnen WISXW (tot) kampen (...) hen
54.
en (hij) nam oom (tot) hoofd de Filistijn en voert in! (...) hem Jeruzalem en (tot) gereedschappen (...) hem daar bij (de) tent (...) hem
55.
WKRAWT dodenrijk (tot) oom uitgaande tegemoet de Filistijn woord naar Abner aanvoerder de leger zoon water van dit de jeugd Abner en (hij) sprak Abner levende ziel (...) jou kroon! als (ik) heb geweten
56.
en (hij) sprak kroon! (hij) heeft gevraagd (met) haar zoon water van dit de eeuwigheid
57.
WKSWB oom om te slaan (tot) de Filistijn en (hij) nam (met) hem Abner en voert in! (...) hem voor dodenrijk en hoofd de Filistijn bij (hij) bedankte
58.
en (hij) sprak naar hem dodenrijk zoon water van (met) haar de jeugd en (hij) sprak oom zoon slaaf (...) jou Isaï huis (is het zo) dat strijd!

Hoofdstuk 18

1.
en wees zoals schoondochter (...) hem te spreken naar dodenrijk en ziel Jonathan (wij) verbondden (er)naar bij (de) ziel oom en (zij) hadden lief Jonathan zoals ziel (...) hem
2.
en (zij) namen (...) hem dodenrijk bij (de) dag dat noch (zij) hebben gegeven terug te keren huis vader (...) hem
3.
en (hij) hakte af Jonathan en oom verbond bij (de) liefde (...) hem (met) hem zoals ziel (...) hem
4.
WITPSÐ Jonathan (tot) de mantel die op hem en (hij) gaf (...) hem aan oom WMDIW en tot (zij) zijn vernield en tot boog (...) hem en tot (zij) hebben omgord
5.
en uitgaande oom in alle die (hij) zond weg (...) ons dodenrijk (hij) werd wijs en past toe! (...) hem dodenrijk op mens (...) mij de strijd en (hij) was goed bij bestudeer! alle het volk en ook bij bestudeer! werk! dodenrijk
6.
en wees bij (de) komst (...) hen bij (het) terugkeren oom om te slaan (tot) de Filistijn en (jij) ging uit (...) haar (is het zo) dat worden verlaten van alle steden van Israël aan os WEMHLWT tegemoet dodenrijk kroon! BTPIM bij (de) vreugde WBSLSIM
7.
en (jullie) antwoordden (is het zo) dat worden verlaten (is het zo) dat spelen en (jij) sprak (...) hen (hij) heeft geslagen dodenrijk bij (de) aanvoerder (...) hem en oom BRBBTIW
8.
en (hij) ontbrandde te vragen zeer en (hij) achtervolgde bij (de) ogen (...) hem het woord deze en (hij) sprak (zij) hebben gegeven aan oom RBBWT en aan mij (zij) hebben gegeven (de) duizenden en nog (eens) als maar (is het zo) dat heers! (er)naar
9.
en wees dodenrijk vijandige (tot) oom van de dag dat en de Lea
10.
en wees de volgende dag en (jij) bereikte wind God herder naar dodenrijk en (hij) raakte in vervoering binnen het huis en oom muzikant bij (hij) bedankte zoals dag bij (de) dag WEHNIT bij (de) hand dodenrijk
11.
WIÐL dodenrijk (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd en (hij) sprak (ik) sloeg bij (de) oom en bij (de) muur en (hij) wendde zich af oom van aanzichten (...) hem twee keer
12.
en gezien dodenrijk weg van aanzicht van oom dat (hij) is geweest Jahweh met hem en bij vandaan dodenrijk (hij) is afgeweken
13.
WIXREW dodenrijk van volk (...) hem en past toe! (...) hem als aanvoerder duizend en uitgaande en (hij) kwam voor het volk
14.
en wees oom aan alle weg (...) hem ontwikkeld mens en Jahweh met hem
15.
en gezien dodenrijk die hij ontwikkeld mens zeer en (hij) woonde van aanzichten (...) hem
16.
en alle Israël en Juda (hij) heeft liefgehad (tot) oom dat hij (hij) werd tevoorschijn gehaald en (hij) is gekomen voor hen
17.
en (hij) sprak dodenrijk naar oom hier is dochter (...) mij de grootheid van meerderheid (met) haar (met) hen aan jou aan vrouw maar (hij) is geweest aan mij tot zoon macht en het brood weg van schoonmoeder Jahweh en dodenrijk woord naar (zij) was handen van bij hem en (zij) was bij hem hand Filistijnen
18.
en (hij) sprak oom naar dodenrijk water van ik en water van leef! familie van vader bij Israël dat (ik) was bruidegom aan koning
19.
en wees bij (de) tijd te geven (tot) van meerderheid dochter dodenrijk aan oom en zij (zij) heeft gegeven LODRIAL EMHLTI aan vrouw
20.
en (jij) had lief Michal dochter dodenrijk (tot) oom en (hij) werd verteld (...) hem te vragen en rechte het woord bij (de) ogen (...) hem
21.
en (hij) sprak dodenrijk (ik) zal geven als en (zij) was als aan valstrik en (zij) was bij hem hand Filistijnen en (hij) sprak dodenrijk naar oom bij twee TTHTN bij mij vandaag
22.
en (hij) gaf opdracht dodenrijk (tot) (zij) hebben gewerkt spreekt! naar oom BLÐ te spreken hier is wens bij jou kroon! en alle slaven (...) hem (zij) hebben liefgehad (...) jou en nu ETHTN bij (de) koning
23.
en (zij) spraken werk! dodenrijk bij (de) oren van oom (tot) de woorden (de) deze en (hij) sprak oom (is het zo) dat (wij) verlichtten (er)naar bij (de) ogen (...) jullie ETHTN bij (de) koning en ik man verover! en (wij) verlichtten (er)naar
24.
en (hij) werd verteld (...) hem werk! dodenrijk als te spreken zoals woorden (de) deze woord oom
25.
en (hij) sprak dodenrijk zo (jullie) spraken aan oom (er is) niet wens aan koning bij (de) vlugge dat bij honderd voorhuiden Filistijnen aan de wraak bij (de) vijanden van kroon! en dodenrijk bereken! vallen te laten (tot) oom bij (de) hand Filistijnen
26.
en (hij) werd verteld (...) hem slaven (...) hem aan oom (tot) de woorden (de) deze en rechte het woord bij bestudeer! oom LETHTN bij (de) koning noch (zij) zijn vol geweest de dagen
27.
en (hij) stond op oom en (hij) ging hij en mensen (...) hem en (hij) sloeg bij (de) Filistijnen honderd paar man en (hij) kwam oom (tot) ORLTIEM en (zij) waren vol (...) hen aan koning LETHTN bij (de) koning en (hij) gaf als dodenrijk (tot) Michal dochter (...) hem aan vrouw
28.
en gezien dodenrijk en (hij) heeft geweten dat Jahweh met oom en Michal dochter dodenrijk AEBTEW
29.
en (hij) verzamelde dodenrijk LRA van aanzicht van oom nog (eens) en wees dodenrijk vijand (tot) oom alle de dagen
30.
en voert uit! Sarai Filistijnen en wees van die uit te gaan (...) hen verstand oom van alle werk! dodenrijk WIIQR zijn naam zeer

Hoofdstuk 19

1.
en (hij) sprak dodenrijk naar Jonathan bij ons en naar alle slaven (...) hem te doden (tot) oom en Jonathan zoon dodenrijk wens bij (de) oom zeer
2.
en (hij) werd verteld Jonathan aan oom te spreken zoek(t) dodenrijk vader te doden (...) jou en nu (is het zo) dat bewaar! toch bij (het) rundvee en (jij) hebt gewoond bij (het) geheim WNHBAT
3.
en ik (ik) ging uit en (ik) heb gestaan bij vader bij (het) veld die (met) haar daar en ik (ik) sprak bij jou naar vader en (ik) heb gezien wat? en (ik) heb verteld aan jou
4.
en (hij) sprak Jonathan bij (de) oom goede naar dodenrijk vader (...) hem en (hij) sprak naar hem naar (hij) zondigde kroon! bij (zij) hebben gewerkt bij (de) oom dat toch niet zondaar aan jou en dat daden (...) hem goede aan jou zeer
5.
en pas toe! (tot) ziel (...) hem bij (de) lepel (...) hem en (hij) sloeg (tot) de Filistijn en (hij) heeft gemaakt Jahweh (jij) schreeuwde om hulp (er)naar grootheid aan alle Israël (jij) hebt gezien en (jij) maakte blij en waarom (jij) zondigde bij (het) bloed schone te doden (tot) oom gratis
6.
en (hij) hoorde toe dodenrijk bij (de) klank Jonathan en (hij) was verzadigd dodenrijk levende Jahweh als (hij) zal worden laten sterven
7.
en (hij) noemde Jonathan aan oom en (hij) werd verteld als Jonathan (tot) alle de woorden (de) deze en (hij) kwam Jonathan (tot) oom naar dodenrijk en wees voor hem KATMWL eergisteren
8.
en (jij) liet toevoegen de strijd te zijn en uitgaande oom en (hij) streed bij (de) Filistijnen en (hij) sloeg bij hen geslagen grootheid en (zij) vluchtten van aanzichten (...) hem
9.
en (zij) was wind Jahweh herder naar dodenrijk en hij bij (het) huis (...) hem inwoner en (jij) bent gelegerd (...) hem bij (hij) bedankte en oom muzikant bij (de) hand
10.
en (hij) zocht dodenrijk te slaan bij (jij) bent gelegerd bij (de) oom en bij (de) muur en (hij) liet vrij van aanzicht van dodenrijk en (hij) sloeg (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd bij (de) muur en oom teken en (hij) redde bij (de) nacht hij
11.
en (hij) zond weg dodenrijk boodschappers naar huis oom te bewaren (...) hem en te doden (...) hem bij (het) rundvee en (zij) vertelde aan oom Michal vuur (...) hem te spreken als jij bent (er) niet red(t) (tot) ziel (...) jou de nacht morgen (met) haar MWMT
12.
en (jij) daalde Michal (tot) oom door (zij) zijn begonnen te (...) hen en (hij) ging en (hij) vluchtte en (hij) redde
13.
en (jij) nam Michal (tot) (is het zo) dat (jij) liet los (...) hen en (zij) plaatste naar de stam en (tot) geweldige de geiten daarnaar (-s) MRASTIW en (zij) bedekte bij (het) kleed
14.
en (hij) zond weg dodenrijk boodschappers (jij) hebt genomen (tot) oom en (jij) sprak (hij) is ziek geworden hij
15.
en (hij) zond weg dodenrijk (tot) de boodschappers te zien (tot) oom te spreken (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan (met) hem bij (de) stam naar mij te ruisen (...) hem
16.
en voert in! de boodschappers en hier is (is het zo) dat (jij) liet los (...) hen naar de stam en geweldige de geiten MRASTIW
17.
en (hij) sprak dodenrijk naar Michal waarom zodoende RMITNI en (jij) zond weg (tot) vijanden van en (hij) redde en (jij) sprak Michal naar dodenrijk hij woord naar mij (hij) mij gezonden waarom (ik) doodde (...) jou
18.
en oom vlucht en (hij) redde en (hij) kwam naar Samuël (jij) hebt opgetild (er)naar en (hij) werd verteld als (tot) alle die (hij) heeft gedaan als dodenrijk en (hij) ging hij en Samuël en (zij) hebben gewoond BNWIT
19.
en (hij) werd verteld te vragen te spreken hier is oom BNWIT bij (de) wormen
20.
en (hij) zond weg dodenrijk boodschappers (jij) hebt genomen (tot) oom en gezien (tot) LEQT de profeten profeten en Samuël sta vast! opgesteld op hen en (zij) was op boodschappers van dodenrijk wind God en (zij) raakten in vervoering ook deze (mv)
21.
en (hij) werd verteld (...) hem te vragen en (hij) zond weg boodschappers anderen en (zij) raakten in vervoering ook deze (mv) en (hij) heeft toegevoegd dodenrijk en (hij) zond weg boodschappers dertig en (zij) raakten in vervoering ook deze (mv)
22.
en (hij) ging ook hij (jij) hebt opgetild (er)naar en (hij) kwam tot put (de) grote die BSKW en (hij) vroeg en (hij) sprak (ik) was mooi Samuël en oom en (hij) sprak hier is BNWIT bij (de) wormen
23.
en (hij) ging daar naar NWIT bij (de) wormen en (zij) was op hem ook hij wind God en (hij) ging gang en (hij) raakte in vervoering tot (zij) zijn gekomen BNWIT bij (de) wormen
24.
en (hij) kleedde uit ook hij kledingstukken (...) hem en (hij) raakte in vervoering ook hij voor Samuël en (hij) liet vallen stad (...) hen alle vandaag dat en alle de nacht op zo (zij) spraken ook? dodenrijk bij (de) profeet (...) hen

Hoofdstuk 20

1.
en (hij) vluchtte oom MNWWT bij (de) wormen en (hij) kwam en (hij) sprak voor Jonathan wat? (ik) heb gedaan wat? armoede en wat? (ik) heb gezondigd voor vader (...) jou dat zoek(t) (tot) ziel (...) mij
2.
en (hij) sprak als God beware niet (jij) stierf hier is als (hij) heeft gedaan vader woord grote of woord kleine noch (hij) onthulde (tot) oren van en waarom? (hij) verborg vader (van)uit mij (tot) het woord deze (er is) niet deze
3.
en (hij) was verzadigd nog (eens) oom en (hij) sprak (hij) heeft geweten (hij) heeft geweten vader (...) jou dat (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou en (hij) sprak naar (hij) heeft geweten deze Jonathan opdat niet (hij) bedroefde daarentegen levende Jahweh en levende ziel (...) jou dat zoals misdaad tussen mij en tussen de dood
4.
en (hij) sprak Jonathan naar oom wat? (jij) sprak ziel (...) jou en (ik) werd gedaan aan jou
5.
en (hij) sprak oom naar Jonathan hier is maand morgen en ik inwoner (ik) woonde met kroon! te eten en (jullie) hebben gezonden (...) mij WNXTRTI bij (het) veld tot (de) aangename het derde
6.
als opname (hij) beval (...) mij vader (...) jou en (jij) hebt gesproken (wij) vroegen (wij) vroegen (van)uit mij oom te rennen huis brood (zij) hebben blootgelegd dat slachting de dagen daar aan alle de familie
7.
als zo (hij) sprak goede vrede te bewerken (...) jou en als (hij) is ontbrand (hij) ontbrandde als weet! dat (zij) is geëindigd de herder van volk (...) hem
8.
en (jij) hebt gedaan genade op slaaf (...) jou dat bij (het) verbond Jahweh (jij) hebt gebracht (tot) slaaf (...) jou met jou en als er is bij mij vijandige (jullie) hebben geruist (...) mij (met) haar en tot vader (...) jou waarom dit (jij) bracht (...) mij
9.
en (hij) sprak Jonathan God beware aan jou dat als (hij) heeft geweten (ik) wist dat (zij) is geëindigd de herder bij vandaan vader te komen op jou noch (met) haar (ik) vertelde aan jou
10.
en (hij) sprak oom naar Jonathan water van (hij) vertelde aan mij of wat? (hij) antwoordde (...) jou vader (...) jou harde
11.
en (hij) sprak Jonathan naar oom ga! (er)naar en (wij) gingen uit het veld en voert uit! die twee het veld
12.
en (hij) sprak Jonathan naar oom Jahweh mijn God Israël dat AHQR (tot) vader zoals tijd morgen het derde en hier is goede naar oom noch destijds (ik) zond weg naar jou en (ik) ben in verbanning gegaan (tot) oor (...) jou
13.
zo (zij) heeft gemaakt Jahweh aan Jonathan en zo (hij) zal toevoegen dat (hij) was goed naar vader (tot) de herder op jou en (ik) ben in verbanning gegaan (tot) oor (...) jou en (ik) heb gezonden (...) jou en (jij) bent gegaan volledig te zijn en wees Jahweh met jou zoals (hij) is geweest met vader
14.
noch als ik (...) nog levende noch (jij) deed met mij genade Jahweh noch (ik) stierf
15.
noch (jij) vernietigde (tot) genade (...) jou bij vandaan huis-en van tot eeuwigheid noch bij (jij) hebt herkend Jahweh (tot) vijanden van oom man boven aanzicht van de aarde
16.
en (hij) hakte af Jonathan met huis oom en zoek! Jahweh van hand vijanden van oom
17.
en Jozef Jonathan LESBIO (tot) oom bij (de) liefde (...) hem (met) hem dat (jij) hebt liefgehad ziel (...) hem (zij) hebben liefgehad
18.
en (hij) sprak als Jonathan morgen maand en (jij) bent geteld dat (hij) beval zetel (...) jou
19.
en drie van (jij) daalde zeer en (jij) bent gekomen naar de plaats die NXTRT daar bij (de) dag (is het zo) dat Mozes en (jij) hebt gewoond naast de steen EAZL
20.
en ik drie van de pijlen (zij) heeft gevangen naar licht weg te zenden aan mij naar aan regen
21.
en hier is (ik) zond weg (tot) de jeugd aan jou (hij) heeft gevonden (tot) de pijlen als woord woord te schudden hier is de pijlen (van)uit jou en hier is neem! (...) ons en kom(t) dat vrede aan jou en (er is) niet woord levende Jahweh
22.
en als zo woord aan eeuwigheid hier is de pijlen (van)uit jou en de Lea aan jou dat wapen (...) jou Jahweh
23.
en het woord die woord (...) ons ik en (met) haar hier is Jahweh tussen mij en tussen jou tot eeuwigheid
24.
en (hij) weerlegde oom bij (het) veld en wees de maand en inwoner kroon! op het brood te eten
25.
en inwoner kroon! op zetel (...) hem zoals keer bij (de) keer naar zetel de muur en (hij) stond op Jonathan en inwoner Abner vesting dodenrijk en (hij) beval plaats oom
26.
noch woord dodenrijk iets bij (de) dag dat dat woord gebeurtenis hij niet zuivere hij dat niet zuivere
27.
en wees de volgende dag de maand (de) tweede en (hij) beval plaats oom en (hij) sprak dodenrijk naar Jonathan bij ons waarom? niet (hij) is gekomen zoon Isaï ook gisteren ook vandaag naar het brood
28.
en wegens Jonathan (tot) dodenrijk (wij) vroegen (wij) vroegen oom sta(a)(t) vast (...) mij tot huis brood
29.
en (hij) sprak (hij) mij gezonden toch dat slachting familie aan ons bij (de) stad en hij geef opdracht! aan mij broer en nu als (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou (ik) redde (er)naar toch en (ik) liet zien (tot) broer op zo niet (hij) is gekomen naar tafel kroon!
30.
en (hij) ontbrandde neus dodenrijk bij Jonathan en (hij) sprak als zoon zwerven EMRDWT immers (ik) heb geweten dat (hij) heeft gekozen (met) haar tot zoon Isaï droog te zijn (...) jou en droog te zijn worden wakker moeder (...) jou
31.
dat alle de dagen die zoon Isaï levende op de aarde niet (jullie) sloegen (...) hen (met) haar en koninkrijk (...) jou en nu wapen en neem! (met) hem naar mij dat zoon dood hij
32.
en wegens Jonathan (tot) dodenrijk vader (...) hem en (hij) sprak naar hem waarom (hij) zal worden laten sterven wat? (hij) heeft gedaan
33.
WIÐL dodenrijk (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd op hem te slaan (...) hem en (hij) heeft geweten Jonathan dat schoondochter zij bij vandaan vader (...) hem te doden (tot) oom
34.
en (hij) stond op Jonathan bij vandaan de tafel kies! neus noch eten bij (de) dag de maand (de) tweede brood dat (wij) bedroefden naar oom dat EKLMW vader (...) hem
35.
en wees bij (het) rundvee en uitgaande Jonathan het veld aan ontmoeting oom en jeugd kleine met hem
36.
en (hij) sprak te schudden (...) hem (hij) heeft gerend (hij) heeft gevonden toch (tot) de pijlen die ik leraar de jeugd (hij) heeft gerend en hij (hij) heeft geworpen (de) halve aan de kant (...) hem
37.
en (hij) kwam de jeugd tot plaats (de) halve die (hij) heeft geworpen Jonathan en (hij) noemde Jonathan na de jeugd en (hij) sprak immers (de) halve (van)uit jou en de Lea
38.
en (hij) noemde Jonathan na de jeugd (zij) heeft zich gehaast naar zintuig naar (jij) stond vast en (hij) verzamelde jeugd Jonathan (tot) (de) halve en (hij) kwam naar liggers (...) hem
39.
en de jeugd niet (hij) heeft geweten iets maar Jonathan en oom (zij) hebben geweten (tot) het woord
40.
en (hij) gaf Jonathan (tot) gereedschappen (...) hem naar de jeugd die als en (hij) sprak als aan jou (hij) heeft gebracht (hij) heeft opgemerkt
41.
de jeugd (hij) is gekomen en oom (hij) is opgestaan MAßL het Zuiden en (hij) liet vallen aan neuzen (...) hem naar land en (hij) boog zich diep drie twee keer en (zij) gaven te drinken man (tot) zijn vriend en (zij) weenden man (tot) zijn vriend tot oom (hij) heeft vergroot
42.
en (hij) sprak Jonathan aan oom aan jou volledig te zijn die (wij) hebben gezworen jaren (...) ons wij bij (de) naam Jahweh te spreken Jahweh (hij) was tussen mij en tussen jou en tussen zaaie! en tussen nakomelingen (...) jou tot eeuwigheid

Hoofdstuk 21

1.
en (hij) stond op en (hij) ging en Jonathan (hij) is gekomen (hij) heeft opgemerkt
2.
en (hij) kwam oom NBE naar Achimelech de priester en (hij) schrok Achimelech tegemoet oom en (hij) sprak als waarom? (met) haar alleen jij en man (er is) niet (met) jou
3.
en (hij) sprak oom aan Achimelech de priester kroon! (hij) heeft opdracht gegeven (...) mij woord en (hij) sprak naar mij man naar (hij) heeft geweten iets (tot) het woord die ik wapen (...) jou en die (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou en (tot) de jongens weet (...) mij naar plaats PLNI ALMWNI
4.
en nu wat? er is in de plaats van hand (...) jou vijf brood geef! bij (de) handen van of (is het zo) dat (wij) vondden
5.
en wegens de priester (tot) oom en (hij) sprak (er is) niet brood niet-heilige naar in de plaats van handen van dat als brood heiligheid er is als (wij) bewaarden (...) hem de jongens maar van vrouw
6.
en wegens oom (tot) de priester en (hij) sprak als dat als vrouw (zij) heeft vastgehouden aan ons zoals gisteren eergisteren bij uit te gaan (...) mij en (zij) waren gereedschap de jongens heiligheid en hij weg niet-heilige en neus dat vandaag (hij) heiligde bij (het) gereedschap
7.
en (hij) gaf als de priester heiligheid dat niet (hij) is geweest daar brood dat als brood het aanzicht de zedelessen weg van aanzicht van Jahweh te plaatsen brood hete bij (de) dag (is het zo) dat (zij) hebben genomen
8.
en naam [van] man bewerk(t) (...) mij dodenrijk bij (de) dag dat NOßR voor Jahweh en zijn naam DAC de mensen van ridder de kwaden die te vragen
9.
en (hij) sprak oom aan Achimelech en (er is) niet er is mond in de plaats van hand (...) jou (jij) bent gelegerd of zwaard dat ook word vernield! en ook gereedschap niet (ik) heb genomen bij (de) handen van dat (hij) is geweest woord kroon! NHWß
10.
en (hij) sprak de priester zwaard (jij) bent in verbanning gegaan de Filistijn die (jij) hebt geslagen bij (de) diepte (de) deze hier is zij naar Lot bij (de) jurk na het priesterkleed als (met) haar (jij) nam aan jou neem! dat (er is) niet andere ZWLTE hier en (hij) sprak oom (er is) niet zoals zij TNNE aan mij
11.
en (hij) stond op oom en (hij) vluchtte bij (de) dag dat van aanzicht van dodenrijk en (hij) kwam naar Achis koning wijnpers
12.
en (zij) spraken werk! Achis naar hem immers dit oom koning het land immers aan dit (zij) antwoordden bij om ziek te worden te spreken (hij) heeft geslagen dodenrijk bij (de) aanvoerder (...) hem en oom BRBBTW
13.
en pas toe! oom (tot) de woorden (de) deze bij (het) hart (...) hem en gezien zeer van aanzicht van Achis koning wijnpers
14.
en hij is er (tot) (zij) hebben geproefd bij (de) ogen (...) hen en (hij) prees zich bij (hij) leek WITW op deuren de poort en (hij) werd naar beneden gehaald RIRW naar (zij) zijn oud geweest
15.
en (hij) sprak Achis naar slaven (...) hem hier is (jullie) lieten zien man MSTCO waarom (jullie) brachten (met) hem naar mij
16.
gebrek MSCOIM ik dat (jullie) hebben gebracht (tot) dit LESTCO op mij deze invoer naar huis-en van

Hoofdstuk 22

1.
en (hij) ging oom van daar en (hij) redde naar van vellen Adullam en (zij) hoorden toe broers (...) hem en alle huis vader (...) hem en (zij) zijn gedaald naar hem daarnaar (-s)
2.
WITQBßW naar hem alle man MßWQ en alle man die als verheven en alle man bittere ziel en wees op hen aan aanvoerder en (zij) waren met hem KARBO honderd man
3.
en (hij) ging oom van daar uitkijkpunt Moab en (hij) sprak naar koning Moab uitgaande toch vader en moeder (...) mij (met) jullie tot die (ik) wist wat? (zij) heeft gemaakt aan mij God
4.
en (hij) troostte (tot) aanzicht van koning Moab en (zij) hebben gewoond met hem alle dagen van te zijn oom bij om te vangen (er)naar
5.
en (hij) sprak Gad de profeet naar oom niet (jij) woonde bij om te vangen (er)naar aan jou en (jij) bent gekomen aan jou land Juda en (hij) ging oom en (hij) kwam bos (jij) bent bleek geworden
6.
en (hij) hoorde toe dodenrijk dat (wij) werden bekend oom en mensen die (met) hem en dodenrijk bewoner bij (de) heuvel in de plaats van EASL bij (de) wormen en (jij) bent gelegerd (...) hem bij (hij) bedankte en alle slaven (...) hem heft-en op hem
7.
en (hij) sprak dodenrijk aan slaven (...) hem de heft-en op hem (zij) hebben toegehoord toch bouw! rechterhanden van ook LKLKM (hij) gaf zoon Isaï velden en wijngaarden LKLKM (hij) plaatste Sarai duizenden en Sarai honderd
8.
dat (jullie) hebben verbonden kun! (...) jullie op mij en (er is) niet bol (tot) oren van (jij) hebt voorgetrokken bouw! met zoon Isaï en (er is) niet (hij) is ziek geworden (van)uit jullie op mij en bol (tot) oren van dat (hij) heeft gevestigd bouw! (tot) werk! op mij LARB zoals dag deze
9.
en wegens DAC de mensen van en hij opgesteld op werk! dodenrijk en (hij) sprak (ik) heb gezien (tot) zoon Isaï (hij) is gekomen NBE naar Achimelech zoon AHÐWB
10.
en (hij) vroeg als bij Jahweh en naar jacht (hij) heeft gegeven als en (tot) zwaard (jij) bent in verbanning gegaan de Filistijn (hij) heeft gegeven als
11.
en (hij) zond weg kroon! te noemen (tot) Achimelech zoon Ahitub de priester en (tot) alle huis vader (...) hem de priesters die BNB en voert in! allemaal naar kroon!
12.
en (hij) sprak dodenrijk nieuws toch zoon Ahitub en (hij) sprak hier ben ik liggers van
13.
en (hij) sprak macht (...) hem dodenrijk waarom (jullie) hebben verbonden op mij (met) haar en zoon Isaï dochter (...) jou als brood en zwaard en dodenrijk als bij God op te staan naar mij LARB zoals dag deze
14.
en wegens Achimelech (tot) kroon! en (hij) sprak en water van in alle slaven (...) jou zoals oom loyale en bruidegom kroon! en (hij) is afgeweken naar MSMOTK en belangrijke bij (het) huis (...) jou
15.
vandaag EHLTI te vragen als bij God God beware aan mij naar pas toe! kroon! bij (zij) hebben gewerkt woord in alle huis vader dat niet (hij) heeft geweten slaaf (...) jou in alle deze woord kleine of grote
16.
en (hij) sprak kroon! dood (jij) stierf Achimelech (met) haar en alle huis vader (...) jou
17.
en (hij) sprak kroon! LRßIM de heft-en op hem leg opzij! (...) hem en (zij) hebben gedood priesters van Jahweh dat ook (hij) leek met oom en dat (zij) hebben geweten dat vlucht hij noch (zij) hebben zich verheugd (tot) oor (...) hem noch (zij) hebben gewenst werk! kroon! weg te zenden (tot) (hij) leek LPCO (hij) heeft geweend (...) mij Jahweh
18.
en (hij) sprak kroon! aan Doëg leg opzij! (met) haar en (hij) heeft getroffen bij (de) priesters en (hij) wendde zich af Doëg de mensen van en (hij) trof hij bij (de) priesters en (hij) stierf bij (de) dag dat tachtig en vijf man verheven priesterkleed tak
19.
en (tot) NB stad de priesters (hij) heeft geslagen aan mond van zwaard van man en tot vrouw van kindje en tot zuigeling en os en ernstige en lammetje aan mond van zwaard
20.
en (hij) redde zoon één aan Achimelech zoon AHÐWB en zijn naam Abjathar en (hij) vluchtte na oom
21.
en (hij) werd verteld Abjathar aan oom dat (hij) heeft gedood dodenrijk (tot) priesters van Jahweh
22.
en (hij) sprak oom aan Abjathar (ik) heb geweten bij (de) dag dat dat daar Doëg de mensen van dat vertel! (hij) vertelde te vragen ik XBTI in alle ziel huis vader (...) jou
23.
(zij) is teruggekeerd (met) mij naar (je) zult vrezen dat die (hij) zocht (tot) ziel (...) mij (hij) zocht (tot) ziel (...) jou dat bewaring (met) haar met mij

Hoofdstuk 23

1.
en (hij) werd verteld (...) hem aan oom te spreken hier is Filistijnen strijden bij Kehila en deze (mv) SXIM (tot) ECRNWT
2.
en (hij) vroeg oom bij Jahweh te spreken (is het zo) dat (ik) ging en (ik) heb geslagen bij (de) Filistijnen (de) deze en (hij) sprak Jahweh naar oom aan jou en (jij) hebt geslagen bij (de) Filistijnen en (jij) hebt gered (tot) Kehila
3.
en (zij) spraken mens (...) mij oom naar hem hier is wij mond bij Juda vrees! (...) hen en neus dat (wij) gingen QOLE naar orden Filistijnen
4.
en Jozef nog (eens) oom te vragen bij Jahweh en (hij) antwoordde (...) hem Jahweh en (hij) sprak sta op! daal! Kehila dat ik (hij) heeft gegeven (tot) Filistijnen bij (de) hand (...) jou
5.
en (hij) ging oom en mens (...) hem Kehila en (hij) streed bij (de) Filistijnen en (hij) bestuurde (tot) van nesten (...) hen en (hij) sloeg bij hen geslagen grootheid en redding oom (tot) inwoners van Kehila
6.
en wees bij (de) vlucht Abjathar zoon Achimelech naar oom Kehila priesterkleed (hij) is gedaald bij (hij) bedankte
7.
en (hij) werd verteld te vragen dat (hij) is gekomen oom Kehila en (hij) sprak dodenrijk vreemde land (met) hem God bij (de) handen van dat (wij) sloten te komen bij (de) stad deuren en grendel
8.
en (hij) hoorde toe dodenrijk (tot) alle het volk aan strijd te dalen Kehila aan rots naar oom en naar mensen (...) hem
9.
en (hij) heeft geweten oom dat op hem dodenrijk MHRIS de herder en (hij) sprak naar Abjathar de priester ECISE het priesterkleed
10.
en (hij) sprak oom Jahweh mijn God Israël nieuws nieuws slaaf (...) jou dat zoek(t) dodenrijk te komen naar Kehila te bederven aan stad bij ga voorbij! (...) mij
11.
(is het zo) dat (hij) sloot (...) mij bij (de) hoge Kehila bij (hij) bedankte (is het zo) dat (hij) is gedaald dodenrijk zoals nieuws slaaf (...) jou Jahweh mijn God Israël vertel! toch te bewerken (...) jou en (hij) sprak Jahweh (hij) is gedaald
12.
en (hij) sprak oom (is het zo) dat (zij) sloten bij (de) hoge Kehila (met) mij en (tot) mens (...) mij bij (de) hand dodenrijk en (hij) sprak Jahweh (zij) brachten in quarantaine
13.
en (hij) stond op oom en mensen (...) hem als (hij) heeft zich verblijd honderd man en voert uit! MQOLE en (zij) wandelden rond wat betreft (zij) wandelden rond en te vragen vertel! dat (wij) redden oom van Kehila en (hij) hield op uit te gaan
14.
en inwoner oom bij (de) woestijn bij (de) forten en inwoner bij (de) heuvel bij (de) woestijn Zif en (zij) zochten (...) hem dodenrijk alle de dagen noch (zij) hebben gegeven God bij (hij) bedankte
15.
en gezien oom dat uitgaande dodenrijk te zoeken (tot) ziel (...) hem en oom bij (de) woestijn Zif bij (zij) heeft geploegd
16.
en (hij) stond op Jonathan zoon dodenrijk en (hij) ging naar oom (zij) heeft geploegd en (hij) versterkte (tot) (hij) bedankte bij God
17.
en (hij) sprak naar hem naar (je) zult vrezen dat niet (jij) vond (...) jou hand dodenrijk vader en (met) haar (zij) heerste op Israël en ik (ik) was aan jou tot van jaar en ook dodenrijk vader (hij) heeft geweten zo
18.
en (zij) hakten af die twee verbond voor Jahweh en inwoner oom bij (zij) heeft geploegd en Jonathan beweging aan huis (...) hem
19.
en (zij) verhieven ZPIM naar dodenrijk de heuvel (...) haar te spreken immers oom MXTTR met ons bij (de) forten bij (zij) heeft geploegd bij (de) heuvel van EHKILE die van rechterhand (is het zo) dat (zij) plaatsten (...) hen
20.
en nu aan alle letter ziel (...) jou kroon! te dalen daal! en aan ons (zij) hebben in quarantaine gebracht bij (de) hand kroon!
21.
en (hij) sprak dodenrijk gezegende (mv) (met) hen aan Jahweh dat (jullie) hebben medelijden gehad op mij
22.
ga(a)t! toch (wij) hebben geslagen nog (eens) en weet! en (zij) hebben gezien (tot) plaats (...) hem die (jij) was voet (...) hem water van (hij) heeft gezien (...) hem daar dat woord naar mij (zij) hebben blootgelegd (...) hen bos (...) hen hij
23.
en (zij) hebben gezien en weet! van alle EMHBAIM die ITHBA daar en (jullie) zijn teruggekeerd naar mij naar juiste en (ik) ben gegaan (met) jullie en (hij) is geweest als hij is er bij (het) land WHPSTI (met) hem in alle duizend(en) van Juda
24.
en (zij) stondden op en (zij) gingen naar Zif voor dodenrijk en oom en mensen (...) hem bij (de) woestijn van vijandige bij (de) wildernis naar rechterhand (is het zo) dat (zij) plaatsten (...) hen
25.
en (hij) ging dodenrijk en mensen (...) hem te zoeken en (hij) werd verteld (...) hem aan oom en (hij) is gedaald de rots en inwoner bij (de) woestijn van vijandige en (hij) hoorde toe dodenrijk en (hij) achtervolgden na oom woestijn van vijandige
26.
en (hij) ging dodenrijk vesting de heuvel hiervandaan en oom en mensen (...) hem vesting de heuvel hiervandaan en wees oom NHPZ te gaan van aanzicht van dodenrijk en dodenrijk en mensen (...) hem bekroon! (...) hen naar oom en naar mensen (...) hem LTPSM
27.
en boodschapper (hij) is gekomen naar dodenrijk te spreken (zij) heeft zich gehaast en ga! (er)naar dat kleedt uit! Filistijnen op het land
28.
en inwoner dodenrijk MRDP na oom en (hij) ging tegemoet Filistijnen op zo (zij) hebben genoemd aan plaats dat rots (is het zo) dat verdelen
29.
en (hij) verhief oom van daar en inwoner bij (de) forten oog bokje

Hoofdstuk 24

1.
en wees zoals woon! dodenrijk van achter Filistijnen en (hij) werd verteld (...) hem als te spreken hier is oom bij (de) woestijn oog bokje
2.
en (hij) nam dodenrijk drie van duizenden man jongeman van alle Israël en (hij) ging te zoeken (tot) oom en mensen (...) hem op aanzicht van rotsen van EIOLIM
3.
en (hij) kwam naar omheiningen het kleinvee op de weg en naam [van] grot en (hij) kwam dodenrijk uit te gieten (tot) voeten (...) hem en oom en mensen (...) hem (ik) heb gezegend de grot inwoners
4.
en (zij) spraken mens (...) mij oom naar hem hier is vandaag die woord Jahweh naar jou hier is ik (hij) heeft gegeven (tot) vijanden (...) jou bij (de) hand (...) jou en (jij) hebt gedaan als zoals (hij) is goed geweest bij (de) ogen (...) jou en (hij) stond op oom en (hij) hakte af (tot) vleugel de mantel die te vragen BLÐ
5.
en wees na zo en (hij) sloeg hart oom (met) hem op die (hij) heeft afgehakt (tot) vleugel die te vragen
6.
en (hij) sprak aan mensen (...) hem God beware aan mij van Jahweh als (ik) werd gedaan (tot) het woord deze aan liggers van aan Messias Jahweh weg te zenden handen van bij hem dat Messias Jahweh hij
7.
WISXO oom (tot) mensen (...) hem bij (de) woorden noch (hij) heeft gegeven (...) hen op te staan naar dodenrijk en dodenrijk (hij) is opgestaan van de grot en (hij) ging bij (de) weg
8.
en (hij) stond op oom na zo en uitgaande vanuit de grot en (hij) noemde na dodenrijk te spreken liggers van kroon! WIBÐ dodenrijk na hem en (hij) heeft gebrand oom neuzen naar land en (hij) boog zich diep
9.
en (hij) sprak oom te vragen waarom (jij) hoorde toe (tot) spreek! mens te spreken hier is oom zoek(t) medemens (...) jou
10.
hier is vandaag deze (zij) hebben gezien ogen (...) jou (tot) die (hij) heeft gegeven (...) jou Jahweh vandaag bij (de) handen van bij (de) grot en woord te doden (...) jou en (zij) had medelijden op jou en woord niet (ik) zond weg handen van bij (de) liggers van dat Messias Jahweh hij
11.
en vader (hij) heeft gezien ook (hij) heeft gezien (tot) vleugel mantel (...) jou bij (de) handen van dat (ik) heb voorgetrokken (tot) vleugel mantel (...) jou noch (ik) heb gedood (...) jou weet! en (hij) heeft gezien dat (er is) niet bij (de) handen van herder en misdaad noch (ik) heb gezondigd aan jou en (met) haar (zij) heeft gevangen (tot) ziel (...) mij (jij) hebt genomen (er)naar
12.
(hij) berechtte Jahweh tussen mij en tussen jou en (hij) heeft gewroken (...) mij Jahweh (van)uit jou en handen van niet (jij) was bij jou
13.
zoals (hij) sprak heerser (is het zo) dat (hij) is voorgegaan (...) mij van slechte (mv) uitgaande slechte en handen van niet (jij) was bij jou
14.
na water van uitgaande koning Israël na water van (met) haar (hij) heeft achtervolgd na hond dode na vlo één
15.
en (hij) is geweest Jahweh te berechten en rechter tussen mij en tussen jou en gezien en (hij) vermeerderde (tot) twist! en (hij) berechtte (...) mij van hand (...) jou
16.
en wees zoals alle (mv) oom te spreken (tot) de woorden (de) deze naar dodenrijk en (hij) sprak dodenrijk (hij) heeft verlicht (...) jou dit bouw! oom en (hij) droeg dodenrijk klank (...) hem en (hij) weende
17.
en (hij) sprak naar oom rechtvaardige (met) haar (van)uit mij dat (met) haar (jullie) hebben vergolden (...) mij het goeds en ik (ik) heb vergolden (...) jou de herder
18.
en (tot) (jij) hebt verteld vandaag (tot) die (jij) hebt gedaan (er)naar (met) mij goeds (tot) die (hij) heeft gesloten (...) mij Jahweh bij (de) hand (...) jou noch (jullie) hebben gedood (...) mij
19.
en dat (hij) vond man (tot) vijand (...) hem en zendt weg! bij (de) weg goeds en Jahweh (hij) betaalde (...) jou goeds in de plaats van vandaag deze die (jij) hebt gedaan (er)naar aan mij
20.
en nu hier is (ik) heb geweten dat koning (jij) heerste en (zij) is opgestaan bij (de) hand (...) jou rijk van Israël
21.
en nu de zeven aan mij bij Jahweh als (jij) vernietigde (tot) zaaie! na en als (jij) roeide uit (tot) namen van van huis vader
22.
en (hij) was verzadigd oom te vragen en (hij) ging dodenrijk naar huis (...) hem en oom en mensen (...) hem (zij) zijn opgegaan op (is het zo) dat om te vangen (er)naar

Hoofdstuk 25

1.
en (hij) stierf Samuël en (zij) verzamelden alle Israël en (zij) beweenden als en (zij) begroeven (...) hem bij (het) huis (...) hem bij (de) wormen en (hij) stond op oom en (hij) is gedaald naar woestijn Paran
2.
en man BMOWN en handeling (...) hem bij (de) Karmel en de man grote zeer en als kleinvee drie van duizenden en duizend geiten en wees BCZZ (tot) ga uit! (...) ons bij (de) Karmel
3.
en naam [van] de man harp en naam [van] vuur (...) hem ABCIL en de vrouw goeds van verstand en Jafeth (hij) heeft beschreven en de man harde en kwaad richten aan en hij zoals zijn hart
4.
en (hij) hoorde toe oom bij (de) woestijn dat CZZ harp (tot) ga uit! (...) ons
5.
en (hij) zond weg oom tien jongens en (hij) sprak oom aan jongens (zij) zijn opgegaan naar Karmel en (jullie) zijn gekomen naar harp en (jullie) hebben gevraagd als bij (de) namen van volledig te zijn
6.
en (jullie) hebben gesproken zo wang en (met) haar vrede en huis (...) jou vrede en alle die aan jou vrede
7.
en nu (ik) heb toegehoord dat CZZIM aan jou nu de kwaden die aan jou (zij) zijn geweest met ons niet EKLMNWM noch (hij) is geteld aan hen iets alle dagen van (is het zo) dat Jotham bij (de) Karmel
8.
(hij) heeft gevraagd (tot) jeugd (...) jou en (zij) vertelden aan jou en (zij) vondden de jongens gratie bij (de) ogen (...) jou dat op dag goede bij ons geef! toch (tot) die (jij) vond hand (...) jou aan slaven (...) jou en aan zoon (...) jou aan oom
9.
en voert in! schud! oom en (zij) spraken naar harp zoals alle de woorden (de) deze bij (de) naam oom en (zij) rustten
10.
en wegens harp (tot) werk! oom en (hij) sprak water van oom en water van zoon Isaï vandaag tienduizend slaven EMTPRßIM man van aanzicht van liggers (...) hem
11.
en (ik) heb genomen (tot) strijd! en (tot) wateren van en (tot) (ik) heb geslacht die (ik) heb geslacht LCZZI en (ik) heb gegeven aan mensen die niet (ik) heb geweten waar hiervandaan deze (mv)
12.
en (zij) keerden om schud! oom aan generatie (...) jullie en (zij) hebben gewoond en voert in! en (hij) werd verteld (...) hem als zoals alle de woorden (de) deze
13.
en (hij) sprak oom aan mensen (...) hem (zij) hebben omgord man (tot) (zij) zijn vernield en (zij) omgordden man (tot) (zij) zijn vernield en (hij) omgordde ook oom (tot) (zij) zijn vernield en (zij) verhieven na oom KARBO honderd man en honderd paar (zij) hebben gewoond op (de) alle (mv)
14.
WLABICIL vuur van harp (hij) heeft verteld jeugd één van de jongens te spreken hier is wapen oom boodschappers van de woestijn te zegenen (tot) liggers (...) ons WIOÐ bij hen
15.
en de mensen ben goed! (...) hen aan ons zeer noch EKLMNW noch (wij) hebben bekeken iets alle dagen van (wij) hebben rondgewandeld (met) hen bij te zijn (...) ons bij (het) veld
16.
muur (zij) zijn geweest op ons ook nacht ook dag (...) hen alle dagen van te zijn (...) ons volk (...) hen kwaden het kleinvee
17.
en nu weet! en spiegel wat? (jij) maakte dat (zij) is geëindigd de herder naar liggers (...) ons en op alle huis (...) hem en hij zoon slechtheid woestijn naar hem
18.
en (jij) haastte je ABWCIL en (jij) nam honderd paar brood en twee verwelk! wijn en vijf kleinvee OSWWT en vijf XAIM klanken van en honderd ßMQIM en honderd paar Diblaim en (zij) plaatste op de ezeldrijvers
19.
en (jij) sprak naar aan jeugd (zij) zijn voorbijgegaan voor hier ben ik na jullie kom(t) en naar aan man harp niet (zij) heeft verteld
20.
en (hij) is geweest zij (jij) hebt gereden op (de) ernstige en (jij) bent gedaald bij (het) geheim de heuvel en hier is oom en mensen (...) hem IRDIM haar tegemoet en (zij) ontmoette (met) hen
21.
en oom woord maar te liegen (ik) heb gehouden (tot) alle die aan dit bij (de) woestijn noch (hij) is geteld van alle die als iets en inwoner aan mij herder in de plaats van goeds
22.
zo (zij) heeft gemaakt God aan vijanden van oom en zo (hij) zal toevoegen als (ik) liet achter van alle die als tot het rundvee van schering (...) hen bij (de) muur
23.
en (zij) liet zien ABICIL (tot) oom en (jij) haastte je en (jij) daalde boven (de) ernstige en (zij) viel aan neuzen van oom op naar aanzicht van en (jij) boog je diep land
24.
en (zij) viel op voeten (...) hem en (jij) sprak bij mij ik liggers van (de) vijandige en (jij) sprak toch waarheid (...) jou bij (de) oren (...) jou en nieuws (tot) spreek! waarheid (...) jou
25.
naar toch (hij) plaatste liggers van (tot) zijn hart naar man de slechtheid deze op harp dat zoals zijn naam zo hij harp zijn naam en kadaver met hem en ik waarheid (...) jou niet (ik) heb gezien (tot) schud! liggers van die (jij) hebt gezonden
26.
en nu liggers van levende Jahweh en levende ziel (...) jou die (hij) heeft teruggehouden (...) jou Jahweh om te komen bij (de) kosten en Hosea hand (...) jou aan jou en nu (zij) waren zoals harp vijanden (...) jou WEMBQSIM naar liggers van herder
27.
en nu de gelukwens (de) deze die (hij) heeft gebracht slavin (...) jou aan liggers van en (zij) heeft gegeven aan jongens (is het zo) dat wandelen rond bij (de) voeten van liggers van
28.
draag! toch aan misdaad waarheid (...) jou dat (hij) heeft gedaan (zij) heeft gemaakt Jahweh aan liggers van huis loyale dat weg van schoonmoeder Jahweh liggers van (hij) heeft gestreden en herder niet (jij) vond bij jou wateren (...) jou
29.
en (hij) stond op mens LRDPK en te zoeken (tot) ziel (...) jou en (zij) is geweest ziel liggers van naar bundel bij (de) bundel de leven (tot) Jahweh jouw God en (tot) ziel vijanden (...) jou IQLONE binnen lepel de gordijn
30.
en (hij) is geweest dat (zij) heeft gemaakt Jahweh aan liggers van zoals alle die woord (tot) het goeds op jou en opdracht (...) jou aan leider op Israël
31.
noch (jij) was deze aan jou LPWQE WLMKSWL hart aan liggers van en aan monding bloed gratis en te redden liggers van als en doe goed! Jahweh aan liggers van en (jij) hebt je herinnerd (tot) waarheid (...) jou
32.
en (hij) sprak oom LABICL gezegende Jahweh mijn God Israël die wapen (...) jou vandaag deze mij tegemoet
33.
en gezegende smaak (...) jou en gezegende (tot) die KLTNI vandaag deze om te komen bij (de) kosten WESO handen van aan mij
34.
daarentegen levende Jahweh mijn God Israël die (hij) heeft teruggehouden (...) mij van het kwaad (met) jou dat indien niet (jij) hebt je gehaast WTBATI mij tegemoet dat als overgebleven te bevuilen tot licht het rundvee van schering (...) hen bij (de) muur
35.
en (hij) nam oom naar van hand (tot) die (zij) heeft gebracht als en aan haar woord op mij volledig te zijn aan huis (...) jou spiegel (ik) heb toegehoord bij (de) klank (...) jou en (ik) droeg aanzichten (...) jou
36.
en (zij) kwam ABICIL naar harp en hier is als banket bij (het) huis (...) hem zoals banket kroon! en hart harp goede op hem en hij beloning tot zeer noch (zij) heeft verteld als woord kleine en grote tot licht het rundvee
37.
en wees bij (het) rundvee bij uit te gaan de wijn bevuil(t) en (zij) vertelde als vuur (...) hem (tot) de woorden (de) deze en (hij) stierf zijn hart bij (zij) hebben nader gebracht en hij (hij) is geweest aan steen
38.
en wees zoals tiental de dagen en (hij) sloeg Jahweh (tot) harp en (hij) stierf
39.
en (hij) hoorde toe oom dat dode harp en (hij) sprak gezegende Jahweh die meerderheid (tot) twist! (ik) heb beledigd van hand harp en (tot) (zij) hebben gewerkt duisternis van herder en (tot) medemens van harp (hij) heeft teruggegeven Jahweh bij (het) hoofd (...) hem en (hij) zond weg oom en (hij) sprak BABICIL (jij) hebt genomen (er)naar als aan vrouw
40.
en voert in! werk! oom naar ABICIL naar de Karmel en (zij) spraken vetstaart te spreken oom (wij) hebben gezonden naar jou (jij) hebt genomen (...) jou als aan vrouw
41.
en (zij) stond op en (jij) boog je diep neuzen naar land en (jij) sprak hier is waarheid (...) jou aan slavin LRHß voeten van werk! liggers van
42.
en (jij) haastte je en (zij) stond op ABICIL en (zij) reed op (de) ernstige en vijf (ik) heb uitgeschud (er)naar EELKWT naar aan voet en (jij) ging na boodschappers van oom en (zij) was als aan vrouw
43.
en (tot) AHINOM lering oom van Jizreël en (jij) was (...) hen ook lammetjes (...) hen als aan vrouwen
44.
en dodenrijk (hij) heeft gegeven (tot) Michal dochter (...) hem vuur van oom LPLÐI zoon leeuw die van hopen

Hoofdstuk 26

1.
en voert in! EZPIM naar dodenrijk de heuvel (...) haar te spreken immers oom MXTTR bij (de) heuvel van EHKILE op aanzicht van (is het zo) dat (hij) plaatste (...) hen
2.
en (hij) stond op dodenrijk en (hij) is gedaald naar woestijn Zif en (met) hem drie van duizenden man bij word bleek! Israël te zoeken (tot) oom bij (de) woestijn Zif
3.
en (hij) legerde dodenrijk bij (de) heuvel van EHKILE die op aanzicht van (is het zo) dat (hij) plaatste (...) hen op de weg en oom inwoner bij (de) woestijn en gezien dat (hij) is gekomen dodenrijk na hem naar de woestijn
4.
en (hij) zond weg oom spionnen en (hij) heeft geweten dat (hij) is gekomen dodenrijk naar juiste
5.
en (hij) stond op oom en (hij) kwam naar de plaats die Hanna daar dodenrijk en gezien oom (tot) de plaats die lig neer! daar dodenrijk en Abner zoon licht aanvoerder (zij) hebben zich geschaard en dodenrijk lig neer! BMOCL en het volk leger! (...) hen omgeving (...) hem
6.
en wegens oom en (hij) sprak naar Achimelech de angsten van en naar (ik) beschaamde (...) mij zoon Zeruja broer Joab te spreken water van (hij) is gedaald (met) mij naar dodenrijk naar het kamp en (hij) sprak (ik) beschaamde (...) mij ik (ik) daalde met jou
7.
en (hij) kwam oom en (ik) beschaamde (...) mij naar het volk nacht en hier is dodenrijk lig neer! er is (...) hen BMOCL en (jij) bent gelegerd (...) hem druk samen! (er)naar bij (het) land van hoofd (...) hem en Abner en het volk lig neer! (...) hen omgeving (...) hem
8.
en (hij) sprak (ik) beschaamde (...) mij naar oom slot God vandaag (tot) vijand (...) jou bij (de) hand (...) jou en nu (ik) bereidde (...) hem toch bij (jij) bent gelegerd en bij (het) land keer één noch ASNE als
9.
en (hij) sprak oom naar (ik) beschaamde (...) mij naar (jullie) maakten kapot (...) hem dat water van wapen (hij) bedankte bij (de) Messias Jahweh en maak schoon!
10.
en (hij) sprak oom levende Jahweh dat als Jahweh ICPNW of dag (...) hem invoer en dode of bij (de) strijd (hij) is gedaald en (wij) richtten te gronde
11.
God beware aan mij van Jahweh zend(t) weg handen van bij (de) Messias Jahweh en nu neem! toch (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd die van hoofd (...) hem en (tot) ßPHT het water en (wij) gingen (er)naar aan ons
12.
en (hij) nam oom (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd en (tot) ßPHT het water MRASTI dodenrijk en (zij) gingen aan hen en (er is) niet (hij) heeft gezien en (er is) niet (hij) werd bekend en (er is) niet word(t) wakker dat allemaal ISNIM dat diepe slaap van Jahweh (zij) is gevallen op hen
13.
en (hij) ging voorbij oom breng over! en (hij) stond vast op hoofd de heuvel afstand meerderheid de plaats tussen hen
14.
en (hij) noemde oom naar het volk en naar Abner zoon licht te spreken immers (jij) antwoordde Abner en wegens Abner en (hij) sprak water van (met) haar (jij) hebt genoemd naar kroon!
15.
en (hij) sprak oom naar Abner immers man (met) haar en water van zoals jij bij Israël en waarom niet (jij) hebt gehouden naar liggers (...) jou kroon! dat (hij) is gekomen één het volk kapot te maken (tot) kroon! liggers (...) jou
16.
niet goede het woord deze die (jij) hebt gedaan levende Jahweh dat bouw! dood (met) hen die niet (jullie) hebben gehouden op liggers (...) jullie op Messias Jahweh en nu (hij) heeft gezien waar (jij) bent gelegerd kroon! en (tot) ßPHT het water die van hoofd (...) hem
17.
en (hij) groef dodenrijk (tot) klank oom en (hij) sprak de klank (...) jou dit bouw! oom en (hij) sprak oom klanken van liggers van kroon!
18.
en (hij) sprak waarom dit liggers van (hij) heeft achtervolgd na (zij) hebben gewerkt dat wat? (ik) heb gedaan en wat? bij (de) handen van herder
19.
en nu (hij) hoorde toe toch liggers van kroon! (tot) spreek! (zij) hebben gewerkt als Jahweh EXITK bij mij maan geschenk en als bouw! de mens vervloekte (mv) zij voor Jahweh dat verjaagt! (...) mij vandaag MEXTPH bij (jij) hebt verworven Jahweh te spreken aan jou slaaf God anderen
20.
en nu naar (je) zult vallen lijk! naar land op een afstand aanzicht van Jahweh dat uitgaande koning Israël te zoeken (tot) vlo één zoals (hij) achtervolgden (is het zo) dat (hij) heeft genoemd bij (hij) heeft opgetild
21.
en (hij) sprak dodenrijk (ik) heb gezondigd terugkeren bouw! oom dat niet ARO aan jou nog (eens) in de plaats van die (hij) gebeurde ziel (...) mij bij (de) ogen (...) jou vandaag deze hier is (is het zo) dat (ik) heb verijdeld WASCE veel zeer
22.
en wegens oom en (hij) sprak hier is (is het zo) dat (jij) bent gelegerd kroon! en (hij) ging voorbij één van de jongens en (hij) nam (er)naar
23.
en Jahweh (hij) gaf terug aan man (tot) weldadigheid (...) hem en (tot) AMNTW die (hij) heeft gegeven (...) jou Jahweh vandaag bij (de) hand noch (ik) heb gewenst weg te zenden handen van bij (de) Messias Jahweh
24.
en hier is zoals grootheid ziel (...) jou vandaag deze bij bestudeer! zo (zij) groeide ziel (...) mij bij bestudeer! Jahweh en (hij) redde (...) mij van alle ellende
25.
en (hij) sprak dodenrijk naar oom gezegende (met) haar bouw! oom ook (hij) heeft gedaan (jij) deed en ook (hij) heeft gekund je zult kunnen en (hij) ging oom aan weg (...) hem en dodenrijk woon! aan plaats (...) hem

Hoofdstuk 27

1.
en (hij) sprak oom naar zijn hart nu (zij) heeft verzameld dag één bij (de) hand dodenrijk (er is) niet aan mij goede dat (is het zo) dat red! (ik) redde naar land Filistijnen WNWAS (van)uit mij dodenrijk te zoeken (...) mij nog (eens) in alle grens Israël en (ik) ben ontsnapt van hand (...) hem
2.
en (hij) stond op oom en (hij) ging voorbij hij en zes honderd man die met hem naar Achis zoon druk samen! koning wijnpers
3.
en inwoner oom met Achis bij (de) wijnpers hij en mensen (...) hem man en huis (...) hem oom en schering vrouwen (...) hem AHINOM EIZROALT WABICIL vuur van harp EKRMLIT
4.
en (hij) werd verteld te vragen dat vlucht oom wijnpers noch Jozef nog (eens) te zoeken (...) hem
5.
en (hij) sprak oom naar Achis als toch (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou (zij) gaven aan mij plaats bij één steden van het veld en (ik) woonde (er)naar daar en waarom inwoner slaaf (...) jou bij (de) stad het rijk met jou
6.
en (hij) gaf als Achis bij (de) dag dat (tot) Ziklag daarom (zij) is geweest Ziklag aan koningen van Juda tot vandaag deze
7.
en wees getal de dagen die inwoner oom bij (het) veld Filistijnen dagen en vier maanden
8.
en (hij) verhief oom en mensen (...) hem en (zij) kleedden uit naar de Gesuriet WECRZI en de Amelekiet dat hier is (hij) rustte het land die van eeuwigheid in de richting van week(t) in en tot land Egypte
9.
en (hij) heeft geslagen oom (tot) het land noch (hij) leefde man en vrouw en lering kleinvee en rundvee en ezeldrijvers en kamelen en kledingstukken en inwoner en (hij) kwam naar Achis
10.
en (hij) sprak Achis naar (jullie) zijn uitgegaan vandaag en (hij) sprak oom op Zuiden Juda en op Zuiden EIRHMALI en naar Zuiden de Keniet
11.
en man en vrouw niet (hij) leefde oom te brengen wijnpers te spreken opdat niet ICDW op ons te spreken zo (hij) heeft gedaan oom en zo rechtsregel (...) hem alle de dagen die inwoner bij (het) veld Filistijnen
12.
WIAMN Achis bij (de) oom te spreken (is het zo) dat (hij) is verrot EBAIS bij (het) volk (...) hem bij Israël en (hij) is geweest aan mij te bewerken eeuwigheid

Hoofdstuk 28

1.
en wees bij (de) dagen die en (zij) verzamelden Filistijnen (tot) kampen (...) hen zich te scharen aan het brood bij Israël en (hij) sprak Achis naar oom (hij) heeft geweten (jij) wist dat (met) mij (jij) ging uit bij (het) kamp (met) haar en mensen (...) jou
2.
en (hij) sprak oom naar Achis daarom (met) haar (jij) wist (tot) die (zij) heeft gemaakt slaaf (...) jou en (hij) sprak Achis naar oom daarom bewaar! aan hoofden van ASIMK alle de dagen
3.
en Samuël dode en (zij) beweenden als alle Israël en (zij) begroeven (...) hem bij (de) wormen en bij (de) stad (...) hem en dodenrijk (hij) heeft verwijderd de vaders en (tot) de wetenschappers van het land
4.
en (zij) verzamelden Filistijnen en voert in! en (zij) legerden BSWNM en (hij) verzamelde dodenrijk (tot) alle Israël en (zij) legerden BCLBO
5.
en gezien dodenrijk (tot) kamp Filistijnen en gezien en (hij) schrok zijn hart zeer
6.
en (hij) vroeg dodenrijk bij Jahweh noch nederige (...) hem Jahweh ook bij (de) dromen ook bij (de) lichten ook bij (de) profeet (...) hen
7.
en (hij) sprak dodenrijk aan slaven (...) hem zoekt! aan mij vuur van bij opgaan oproeping van geesten en (ik) ging (er)naar vetstaart en (ik) werd verzocht (er)naar bij haar en (zij) spraken slaven (...) hem naar hem hier is vuur van bij opgaan oproeping van geesten bij (de) oog generatie
8.
WITHPS dodenrijk en (hij) bekleedde zich kledingstukken anderen en (hij) ging hij en tweede mensen met hem en voert in! naar de vrouw nacht en (hij) sprak QXWMI toch aan mij bij (de) oproeping van geesten en (de) hoge aan mij (tot) die woord naar jou
9.
en (jij) sprak de vrouw naar hem hier is (met) haar (jij) hebt geweten (tot) die (hij) heeft gedaan dodenrijk die (hij) heeft vernietigd (tot) de vaders en (tot) de wetenschappers van vanuit het land en waarom (met) haar MTNQS bij (de) ziel (...) mij te doden (...) mij
10.
en (hij) was verzadigd aan haar dodenrijk bij Jahweh te spreken levende Jahweh als waarde (...) jou vijandige bij (het) woord deze
11.
en (jij) sprak de vrouw (tot) water van (ik) verhief aan jou en (hij) sprak (tot) Samuël (is het zo) dat op mij aan mij
12.
en (zij) liet zien de vrouw (tot) Samuël en (zij) schreeuwde bij (de) klank grote en (jij) sprak de vrouw naar dodenrijk te spreken waarom RMITNI en (met) haar dodenrijk
13.
en (hij) sprak aan haar kroon! naar (jij) vreesde dat wat? (jij) hebt gezien en (jij) sprak de vrouw naar dodenrijk God (ik) heb gezien hoogtes vanuit het land
14.
en (hij) sprak aan haar wat? (zij) hebben beschreven en (jij) sprak man baard blad en hij OÐE mantel en (hij) heeft geweten dodenrijk dat Samuël hij en (hij) heeft gebrand neuzen naar land en (hij) boog zich diep
15.
en (hij) sprak Samuël naar dodenrijk waarom (is het zo) dat (jullie) zijn boos geweest (...) mij aan de beklimmingen (met) mij en (hij) sprak dodenrijk smalle aan mij zeer en Filistijnen strijden bij mij en God (hij) is afgeweken ontvreemd! noch wolken van nog (eens) ook bij (de) hand de profeten ook bij (de) dromen en (ik) werd genoemd (er)naar aan jou mee te delen (...) mij wat? (ik) werd gedaan
16.
en (hij) sprak Samuël en waarom (jij) vroeg (...) mij en Jahweh (hij) is afgeweken ontvreemd! (...) jou en wees waarde
17.
en (hij) heeft gemaakt Jahweh als zoals woord bij (de) handen van en (hij) scheurde Jahweh (tot) het rijk van hand (...) jou en (hij) gaf aan kwaad (...) jou aan oom
18.
zoals niet (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh noch (jij) hebt gedaan woede neus (...) hem bij Amelek op zo het woord deze (hij) heeft gedaan aan jou Jahweh vandaag deze
19.
en (hij) gaf Jahweh ook (tot) Israël met jou bij (de) hand Filistijnen en morgen (met) haar en zonen (...) jou met mij ook (tot) kamp Israël (hij) gaf Jahweh bij (de) hand Filistijnen
20.
en (hij) haastte zich dodenrijk en (hij) liet vallen (hij) is vol geweest hoogte (...) hem naar land en gezien zeer woestijnen van Samuël ook kracht niet (hij) is geweest bij hem dat niet eten brood alle vandaag en alle de nacht
21.
en (jij) kwam de vrouw naar dodenrijk en (zij) liet zien dat (hij) is geschrokken zeer en (jij) sprak naar hem hier is (zij) heeft toegehoord slavin (...) jou bij (de) klank (...) jou en (ik) plaatste ziel (...) mij bij (de) lepels van en (ik) hoorde toe (tot) woorden (...) jou die woord van naar mij
22.
en nu nieuws toch ook (met) haar bij (de) klank slavin (...) jou en schuld voor jou mond van brood en eten en wees bij jou kracht dat (jij) ging bij (de) weg
23.
en (hij) weigerde en (hij) sprak niet eten en (zij) braken door bij hem slaven (...) hem en ook de vrouw en (hij) hoorde toe aan klank (...) hen en (hij) stond op van het land en inwoner naar de stam
24.
en aan vrouw stierkalf MRBQ bij (het) huis en (jij) haastte je en (jullie) slachtten (...) hem en (jij) nam meel WTLS WTPEW voorschrift van
25.
en (jij) naderde voor dodenrijk en voor slaven (...) hem en (zij) aten en (zij) wraakten en (zij) gingen bij (de) nacht dat

Hoofdstuk 29

1.
en (zij) verzamelden Filistijnen (tot) alle kampen (...) hen APQE en Israël leger! (...) hen bij (de) oog die bij Jizreël
2.
en (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen voorbijgaan aan honderd WLALPIM en oom en mensen (...) hem voorbijgaan bij (de) laatste met Achis
3.
en (zij) spraken Sarai Filistijnen wat? (is het zo) dat voorbijgaan (de) deze en (hij) sprak Achis naar Sarai Filistijnen immers dit oom slaaf dodenrijk koning Israël die (hij) is geweest (met) mij dit dagen of dit twee noch (ik) heb gevonden bij hem iets van dag ga(a)t neer! tot vandaag deze
4.
en (zij) maakten zich kwaad op hem Sarai Filistijnen en (zij) spraken als Sarai Filistijnen geef terug! (tot) de man en inwoner naar plaats (...) hem die (jij) hebt neergelegd (...) hem daar noch (hij) is gedaald met ons bij (de) strijd noch (hij) was aan ons aan satan bij (de) strijd en verhoging ITRßE dit naar liggers (...) hem immers bij (de) hoofden van de mensen die
5.
immers dit oom die (zij) antwoordden als bij om ziek te worden te spreken (hij) heeft geslagen dodenrijk BALPIW en oom BRBBTW
6.
en (hij) noemde Achis naar oom en (hij) sprak naar hem levende Jahweh dat rechte (met) haar en goede bij bestudeer! uit te gaan (...) jou en (hij) is gekomen (...) jou (met) mij bij (het) kamp dat niet (ik) heb gevonden bij jou herder van dag (hij) is gekomen (...) jou naar mij tot vandaag deze en bij (de) ogen van EXRNIM niet goede (met) haar
7.
en nu terugkeren en aan jou bij (de) vrede noch (jij) deed kwaad bij bestudeer! (hij) is afgeweken (...) mij Filistijnen
8.
en (hij) sprak oom naar Achis dat wat? (ik) heb gedaan en wat? om uit te gaan bij (de) slaaf (...) jou van dag die (ik) ben geweest voor jou tot vandaag deze dat niet (ik) kwam en (ik) heb gestreden bij (de) vijanden van liggers van kroon!
9.
en wegens Achis en (hij) sprak naar oom (ik) heb geweten dat goede (met) haar bij bestudeer! zoals boodschapper God maar Sarai Filistijnen (zij) hebben gesproken niet (hij) verhief met ons bij (de) strijd
10.
en nu sta vroeg op! bij (het) rundvee en werk! liggers (...) jou die (zij) zijn gekomen (met) jou en (jullie) zijn vroeg opgestaan bij (het) rundvee en licht aan jullie en ga(a)t!
11.
en jullie zijn er oom hij en mensen (...) hem te gaan bij (het) rundvee terug te keren naar land Filistijnen en Filistijnen (zij) zijn opgegaan Jizreël

Hoofdstuk 30

1.
en wees bij (het) komen oom en mensen (...) hem Ziklag bij (de) dag (de) derde en Amelekiet kleedt uit! naar Zuiden en naar Ziklag en (zij) sloegen (tot) Ziklag en (zij) verbrandden (met) haar (hij) is verrot
2.
en (zij) hebben gewoond (tot) (is het zo) dat worden verlaten die bij haar van kleine en tot grote niet (zij) hebben gedood man en (hij) bestuurde (...) hem en (zij) gingen aan generatie (...) jullie
3.
en (hij) kwam oom en mensen (...) hem naar (hij) heeft opgemerkt en hier is verbrand! (er)naar (hij) is verrot en vrouwen (...) hen en zonen (...) hen WBNTIEM (zij) hebben geblazen
4.
en (hij) droeg oom en het volk die (met) hem (tot) klank (...) hen en (zij) weenden tot die (er is) niet bij hen kracht te wenen
5.
en schering vrouwen van oom (zij) hebben geblazen AHINOM EIZROLIT WABICIL vuur van harp de Karmel (...) mij
6.
en (jij) schiep aan oom zeer dat (zij) hebben gesproken het volk LXQLW dat bittere ziel alle het volk man op bij ons en op dochters (...) hem en (hij) werd sterker oom bij Jahweh zijn God
7.
en (hij) sprak oom naar Abjathar de priester zoon Achimelech ECISE toch aan mij het priesterkleed en (hij) is genaderd Abjathar (tot) het priesterkleed naar oom
8.
en (hij) vroeg oom bij Jahweh te spreken ARDP na de eenheid deze EASCNW en (hij) sprak als (hij) heeft achtervolgd dat bereik! (jij) bereikte en red! (jij) redde
9.
en (hij) ging oom hij en zes honderd man die (met) hem en voert in! tot wadi EBSWR en (de) overgebleven (mv) sta(a)t vast!
10.
en (hij) achtervolgden oom hij en vier honderd man en (zij) stondden vast honderd paar man die (zij) zijn achtergebleven trek(t) door (tot) wadi EBSWR
11.
en (zij) vondden man Egyptenaar bij (het) veld en (zij) namen (met) hem naar oom en (zij) gaven als brood en (hij) at en (hij) gaf te drinken (...) hem water
12.
en (zij) gaven als part vijgenkoek en tweede ßMQIM en (hij) at en (jij) woonde wind (...) hem naar hem dat niet eten brood noch (zij) heeft gelegd water drie dagen en drie nachten
13.
en (hij) sprak als oom aan water van (met) haar en waar hiervandaan (met) haar en (hij) sprak jeugd Egyptenaar ik slaaf aan man Amelekiet en (hij) verliet (...) mij liggers van dat (ik) ben ziek geworden vandaag drie
14.
wij (wij) zijn uitgegaan Zuiden (ik) heb herkend en op die aan Juda en op Zuiden hond en (tot) Ziklag (wij) hebben verbrand (hij) is verrot
15.
en (hij) sprak naar hem oom (is het zo) dat (jij) werd naar beneden gehaald (...) mij naar de eenheid deze en (hij) sprak de zeven aan mij bij God als (jullie) hebben je verbaasd (...) mij en als (zij) sloot (...) mij bij (de) hand liggers van en (ik) werd naar beneden gehaald (...) jou naar de eenheid deze
16.
en (zij) is gedaald (...) hem en hier is worden opgegeven op aanzicht van alle het land eten-en en twee en vier! (...) hen in alle de buit (de) grote die (zij) hebben genomen van land Filistijnen en van land Juda
17.
en (hij) stond op oom van de schemer en tot (de) aangename LMHRTM noch (wij) redden (van)uit hen man dat als vier honderd man jeugd die (zij) hebben gereden op de kamelen en (zij) vluchtten
18.
en (hij) redde oom (tot) alle die (zij) hebben genomen Amelek en (tot) schering vrouwen (...) hem (hij) heeft gered oom
19.
noch NODR aan hen vanuit de kleine en tot (de) grote en tot zonen en dochters en om te ontnemen en tot alle die (zij) hebben genomen aan hen (de) alle (hij) heeft teruggegeven oom
20.
en (hij) nam oom (tot) alle het kleinvee en het rundvee (zij) hebben bestuurd voor het bezit dat en (zij) spraken dit buit oom
21.
en (hij) kwam oom naar honderd paar de mensen die (zij) zijn achtergebleven om te gaan na oom en (hij) gaf terug (...) hen bij (de) wadi EBSWR en voert uit! tegemoet oom en tegemoet het volk die (met) hem en (hij) is genaderd oom (tot) het volk en (hij) vroeg aan hen volledig te zijn
22.
en wegens alle man kwaad en slechtheid van de mensen die (zij) zijn gegaan met oom en (zij) spraken wegens die niet (zij) zijn gegaan met mij niet (hij) heeft gegeven aan hen van de buit die (wij) hebben gered dat als man (tot) vuur (...) hem en (tot) zonen (...) hem en (hij) bestuurde (...) hem en (zij) gingen
23.
en (hij) sprak oom niet (jullie) maakten zo broer (tot) die (hij) heeft gegeven Jahweh aan ons en (hij) bewaarde (met) ons en (hij) gaf (tot) de eenheid wat kwam op ons bij (de) hand (...) ons
24.
en water van (hij) hoorde toe aan jullie te spreken deze dat zoals deel (is het zo) dat (hij) is gedaald bij (de) strijd WKHLQ de inwoner op (de) alle (mv) samen (zij) verdeelden
25.
en wees van de dag dat en hoogte en pas toe! (er)naar aan wet en aan rechtsregel aan Israël tot vandaag deze
26.
en (hij) kwam oom naar Ziklag en (hij) zond weg van de buit aan baarden van Juda aan zijn vriend te spreken hier is aan jullie gelukwens om te ontnemen vijanden van Jahweh
27.
te bevestigen bij (het) huis naar en te bevestigen bij zijn hoog Zuiden en te bevestigen bij (de) rest
28.
en te bevestigen BOROR en te bevestigen BSPMWT en te bevestigen BASTMO
29.
en te bevestigen bij (de) handelaar en te bevestigen roeie uit! EIRHMALI en te bevestigen roeie uit! de Keniet
30.
en te bevestigen naar bij (de) boycot en te bevestigen bij (de) put maak! (...) hen en te bevestigen bij (de) tijd (...) jou
31.
en te bevestigen bij Hebron en aan alle de plaatsen die (hij) heeft rondgewandeld daar oom hij en mensen (...) hem

Hoofdstuk 31

1.
en Filistijnen strijden bij Israël en (zij) vluchtten mens (...) mij Israël van aanzicht van Filistijnen en (zij) vielen doden bij (de) heuvel ECLBO
2.
en (zij) plakten Filistijnen (tot) dodenrijk en (tot) zonen (...) hem en (zij) sloegen Filistijnen (tot) Jonathan en (tot) Abinadab en (tot) MLKISWO bouw! dodenrijk
3.
en (zij) was zwaar de strijd naar dodenrijk en (zij) vondden (...) hem de leraars mensen bij (de) boog en (hij) begon te zeer van de leraars
4.
en (hij) sprak dodenrijk aan verheven gereedschappen (...) hem stoppelveld zwaard (...) jou WDQRNI bij haar opdat niet (zij) kwamen de onbesnedenen (de) deze WDQRNI WETOLLW bij mij noch (hij) heeft gewenst verheven gereedschappen (...) hem dat gezien zeer en (hij) nam dodenrijk (tot) het zwaard en (hij) liet vallen op haar
5.
en gezien verheven gereedschappen (...) hem dat dode dodenrijk en (hij) liet vallen ook hij op (zij) zijn vernield en (hij) stierf met hem
6.
en (hij) stierf dodenrijk en drie van zonen (...) hem en verheven gereedschappen (...) hem ook alle mensen (...) hem bij (de) dag dat samen
7.
en (zij) lieten zien mens (...) mij Israël die bij (de) kant de diepte en die bij (de) kant de Jordaan dat (zij) zijn gevlucht mens (...) mij Israël en dat (zij) zijn gestorven dodenrijk en zonen (...) hem en (zij) verlieten (tot) de steden en (zij) vluchtten en voert in! Filistijnen en (zij) hebben gewoond bij hen
8.
en wees de volgende dag en voert in! Filistijnen uit te kleden (tot) de doden en (zij) vondden (tot) dodenrijk en (tot) drie van zonen (...) hem ga neer! (...) hen bij (de) heuvel ECLBO
9.
en (zij) hakten af (tot) hoofd (...) hem en (zij) kleedden uit (tot) gereedschappen (...) hem en (zij) zondden weg bij (het) land Filistijnen rondom aan te kondigen huis droefheden (...) hen en (tot) het volk
10.
en (zij) plaatsten (tot) gereedschappen (...) hem huis OSTRWT en (tot) CWITW (zij) hebben geblazen bij (de) muur van huis tand
11.
en (zij) hoorden toe naar hem inwoners van (hij) beschaamde gedenkteken (tot) die Ezau Filistijnen te vragen
12.
en (zij) stondden op alle man macht en (zij) gingen alle de nacht en (zij) namen (tot) CWIT dodenrijk en (tot) CWIT zonen (...) hem van muur van huis tand en voert in! vasteland en (zij) verbrandden (met) hen daar
13.
en (zij) namen (tot) OßMTIEM en (zij) begroeven in de plaats van EASL bij (het) vasteland WIßMW zeven dagen