Hoofdstuk 1
- 1.
- en (hij) misdreef Moab bij Israël na dood Achab
- 2.
- en (hij) liet vallen grijp! (er)naar door ESBKE bij (de) opgang (...) hem die bij Samaria en (hij) begon te en (hij) zond weg boodschappers en (hij) sprak naar hen ga(a)t! (zij) hebben uitgelegd bij (de) echtgenoot vlieg mijn God Ekron als (ik) leefde van ziekte dit
- 3.
- en boodschapper Jahweh woord naar vetstaart de Thisbiet sta op! blad tegemoet boodschappers van koning Samaria en woord naar hen EMBLI (er is) niet God bij Israël (met) hen voorbijgangers aan advies bij (de) echtgenoot vlieg mijn God Ekron
- 4.
- en daarom zo woord Jahweh de stam die (jij) bent opgegaan daar niet (jij) daalde (van)uit haar dat dood (jij) stierf en (hij) ging vetstaart
- 5.
- en (zij) keerden terug de boodschappers naar hem en (hij) sprak naar hen wat? dit (jullie) zijn teruggekeerd
- 6.
- en (zij) spraken naar hem man blad ons tegemoet en (hij) sprak naar ons ga(a)t! keert terug! naar kroon! die wapen (met) jullie en woorden (...) hen naar hem zo woord Jahweh EMBLI (er is) niet God bij Israël (met) haar wapen aan advies bij (de) echtgenoot vlieg mijn God Ekron daarom de stam die (jij) bent opgegaan daar niet (jij) daalde (van)uit haar dat dood (jij) stierf
- 7.
- en (hij) sprak naar hen wat? rechtsregel de man die blad jullie tegemoet en (hij) sprak naar jullie (tot) de woorden (de) deze
- 8.
- en (zij) spraken naar hem man echtgenoot poort en gordel huid gordel bij (de) lendenen (...) hem en (hij) sprak vetstaart de Thisbiet hij
- 9.
- en (hij) zond weg naar hem aanvoerder vijftig WHMSIW en (hij) verhief naar hem en hier is inwoner op hoofd de heuvel en (hij) sprak naar hem man naar God kroon! woord daal! (er)naar
- 10.
- en (hij) antwoordde Elia en (hij) sprak naar aanvoerder de vijftig en als man God ik (jij) daalde vuur vanuit de hemel en (jij) at (met) jou en (tot) vijftigste (...) jou en (jij) daalde vuur vanuit de hemel en (jij) at (met) hem en (tot) HMSIW
- 11.
- en inwoner en (hij) zond weg naar hem aanvoerder vijftig andere WHMSIW en wegens en (hij) sprak naar hem man naar God zo woord kroon! (zij) heeft zich gehaast daal! (er)naar
- 12.
- en wegens vetstaart en (hij) sprak naar hen als man naar God ik (jij) daalde vuur vanuit de hemel en (jij) at (met) jou en (tot) vijftigste (...) jou en (jij) daalde vuur God vanuit de hemel en (jij) at (met) hem en (tot) HMSIW
- 13.
- en inwoner en (hij) zond weg aanvoerder vijftig dertig WHMSIW en (hij) verhief en (hij) kwam aanvoerder de vijftig (de) derde WIKRO op zegen! (...) hem tegen Elia WITHNN naar hem en (hij) sprak naar hem man naar God TIQR toch ziel (...) mij en ziel slaven (...) jou deze vijftig bij (de) ogen (...) jou
- 14.
- hier is (zij) is gedaald vuur vanuit de hemel en (jij) at (tot) tweede Sarai de vijftig de eersten en (tot) HMSIEM en nu TIQR ziel (...) mij bij (de) ogen (...) jou
- 15.
- en (hij) sprak boodschapper Jahweh naar Elia daal! hem naar (je) zult vrezen van aanzichten (...) hem en (hij) stond op en (hij) is gedaald hem naar kroon!
- 16.
- en (hij) sprak naar hem zo woord Jahweh wegens die (jij) hebt gezonden boodschappers aan advies bij (de) echtgenoot vlieg mijn God Ekron EMBLI (er is) niet God bij Israël aan advies bij spreekt! daarom de stam die (jij) bent opgegaan daar niet (jij) daalde (van)uit haar dat dood (jij) stierf
- 17.
- en (hij) stierf zoals woord Jahweh die woord Elia en (hij) heerste (hij) stroomde (...) hen in de plaats van hem bij (het) jaar van twee LIEWRM zoon Josafat koning Juda dat niet (hij) is geweest als zoon
- 18.
- en rest spreek! Ahazia die (hij) heeft gedaan immers deze (mv) geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
Hoofdstuk 2
- 1.
- en wees bij (de) dat wat opgaat-en Jahweh (tot) Elia bij (de) storm de hemel en (hij) ging Elia en Elisa vanuit de Gilgal
- 2.
- en (hij) sprak Elia naar Elisa woon! toch mond dat Jahweh (hij) mij gezonden tot huis naar en (hij) sprak Elisa levende Jahweh en levende ziel (...) jou als (ik) verliet (...) jou en (zij) zijn gedaald huis naar
- 3.
- en voert uit! bouw! de profeten die huis naar naar Elisa en (zij) spraken naar hem (is het zo) dat (jij) hebt geweten dat vandaag Jahweh lering (tot) liggers (...) jou boven hoofd (...) jou en (hij) sprak ook ik (ik) heb geweten (is het zo) dat (zij) hebben zich gehaast
- 4.
- en (hij) sprak als Elia Elisa woon! toch mond dat Jahweh (hij) mij gezonden Jericho en (hij) sprak levende Jahweh en levende ziel (...) jou als (ik) verliet (...) jou en voert in! Jericho
- 5.
- en (zij) zijn genaderd bouw! de profeten die bij Jericho naar Elisa en (zij) spraken naar hem (is het zo) dat (jij) hebt geweten dat vandaag Jahweh lering (tot) liggers (...) jou boven hoofd (...) jou en (hij) sprak ook ik (ik) heb geweten (is het zo) dat (zij) hebben zich gehaast
- 6.
- en (hij) sprak als Elia woon! toch mond dat Jahweh (hij) mij gezonden naar de Jordaan en (hij) sprak levende Jahweh en levende ziel (...) jou als (ik) verliet (...) jou en (zij) gingen die twee
- 7.
- en vijftig man van zonen van de profeten (zij) zijn gegaan en (zij) stondden vast op een afstand om ver te zijn en die twee sta(a)t vast! op de Jordaan
- 8.
- en (hij) nam Elia (tot) mantel (...) hem en (hij) verheugde zich (...) hen en (hij) sloeg (tot) het water WIHßW hier is en hier is en (zij) gingen voorbij die twee bij (het) droog land
- 9.
- en wees zoals kant (...) hen en Elia woord naar Elisa (hij) heeft gevraagd wat? (ik) werd gedaan aan jou voordat ALQH van volk (...) jou en (hij) sprak Elisa en wees toch mond van twee vlucht! (...) jou naar mij
- 10.
- en (hij) sprak (is het zo) dat (jij) bent hard geworden te vragen als (jij) liet zien (met) mij lering van jou wees aan jou zo en als (er is) niet niet (hij) was
- 11.
- en wees deze (mv) voorbijgangers gang en woord en hier is wagen vuur en paarden van vuur WIPRDW tussen die twee en (hij) verhief Elia bij (de) storm de hemel
- 12.
- en Elisa (hij) heeft gezien en hij MßOQ vader vader wagen Israël en ruiters (...) hem noch (hij) heeft gezien (...) hem nog (eens) en (hij) versterkte bij (de) kledingstukken (...) hem en (hij) scheurde (...) hen aan twee scheuren
- 13.
- en (hij) was hoog (tot) mantel Elia die (zij) is gevallen ontvreemd! (...) hem en inwoner en (hij) stond vast op oever van de Jordaan
- 14.
- en (hij) nam (tot) mantel Elia die (zij) is gevallen ontvreemd! (...) hem en (hij) sloeg (tot) het water en (hij) sprak waar? Jahweh mijn God Elia neus hij en (hij) sloeg (tot) het water WIHßW hier is en hier is en (hij) ging voorbij Elisa
- 15.
- en vrees (...) hem bouw! de profeten die bij Jericho op een afstand en (zij) spraken (zij) heeft gerust wind Elia op Elisa en voert in! hem tegemoet en (zij) bogen zich diep als naar land
- 16.
- en (zij) spraken naar hem hier is toch er is (tot) slaven (...) jou vijftig mensen bouw! macht (zij) gingen toch en (zij) zochten (tot) liggers (...) jou opdat niet (zij) hebben gedragen wind Jahweh en (zij) gingen neer (...) hem bij één naar de heuvels of bij één ECIAWT en (hij) sprak niet (jullie) zondden weg
- 17.
- WIPßRW bij hem tot (hij) heeft zich geschaamd en (hij) sprak zendt weg! en (zij) zondden weg vijftig man en (zij) zochten drie dagen noch (zij) heeft gevonden (...) hem
- 18.
- en (zij) hebben gewoond naar hem en hij inwoner bij Jericho en (hij) sprak naar hen toch? (ik) heb gesproken naar jullie naar (jullie) gingen
- 19.
- en (zij) spraken mens (...) mij (hij) heeft opgemerkt naar Elisa hier is toch zetel (hij) heeft opgemerkt goede zoals liggers van (hij) heeft gezien en het water kwaden en het land MSKLT
- 20.
- en (hij) sprak neemt! aan mij ßLHIT naar maand en plaatst! daar zout en (zij) namen naar hem
- 21.
- en uitgaande naar word(t) tevoorschijn gehaald het water en (hij) ging neer daar zout en (hij) sprak zo woord Jahweh (ik) heb genezen aan water (de) deze niet (hij) was van daar nog (eens) dood WMSKLT
- 22.
- en (zij) lieten los het water tot vandaag deze zoals woord Elisa die woord
- 23.
- en (hij) verhief van daar huis naar en hij blad bij (de) weg en jongens kleine (mv) voert uit! vanuit (hij) heeft opgemerkt WITQLXW bij hem en (zij) spraken als blad ijs blad ijs
- 24.
- en (hij) wendde zich na hem en gezien (...) hen en (hij) vervloekte (...) hen bij (de) naam Jahweh en (jij) ging uit (...) haar twee beren vanuit het bos WTBQONE (van)uit hen veertig en tweede kinderen
- 25.
- en (hij) ging van daar naar heuvel de Karmel en van daar woon! Samaria
Hoofdstuk 3
- 1.
- en (hij) stroomde (...) hen zoon Achab koning op Israël bij Samaria bij (het) jaar van acht tien aan Josafat koning Juda en (hij) heerste twee tien jaar
- 2.
- en (zij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh lege niet zoals vader (...) hem WKAMW en (hij) week af (tot) monument van de echtgenoot die (hij) heeft gedaan vader (...) hem
- 3.
- lege bij (de) zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël (hij) heeft geplakt niet (hij) is afgeweken (van)uit haar
- 4.
- en van redding koning Moab (hij) is geweest gestippelde en (hij) heeft teruggegeven aan koning Israël honderd duizend lammeren en honderd duizend rammen wol
- 5.
- en wees staan op Achab en (hij) misdreef koning Moab bij (de) koning Israël
- 6.
- en uitgaande kroon! (hij) stroomde (...) hen bij (de) dag dat van Samaria en (hij) beval (tot) alle Israël
- 7.
- en (hij) ging en (hij) zond weg naar Josafat koning Juda te spreken koning Moab misdaad bij mij (is het zo) dat (jij) ging (met) mij naar Moab aan strijd en (hij) sprak (ik) verhief zoals ik zoals jij zoals volkeren van zoals volk (...) jou zoals paarden van zoals paarden (...) jou
- 8.
- en (hij) sprak waar dit de weg (wij) verhieven en (hij) sprak weg woestijn Edom
- 9.
- en (hij) ging koning Israël en koning Juda en koning Edom en (zij) legden opzij weg zeven dagen noch (hij) is geweest water aan kamp en aan vee die bij (de) voeten (...) hen
- 10.
- en (hij) sprak koning Israël ach dat (hij) heeft genoemd Jahweh aan drie van de koningen (de) deze te geven hen bij (de) hand Moab
- 11.
- en (hij) sprak Josafat (is het zo) dat (er is) niet mond profeet aan Jahweh en (zij) is verzocht (tot) Jahweh honderden (...) hem en wegens één bewerk(t) (...) mij koning Israël en (hij) sprak mond Elisa zoon rechter die (hij) heeft uitgegoten water op handen van Elia
- 12.
- en (hij) sprak Josafat er is hem woord Jahweh en (zij) zijn gedaald naar hem koning Israël en Josafat en koning Edom
- 13.
- en (hij) sprak Elisa naar koning Israël wat? aan mij en aan jou aan jou naar profeten van vader (...) jou en naar profeten van moeder (...) jou en (hij) sprak als koning Israël naar dat (hij) heeft genoemd Jahweh aan drie van de koningen (de) deze te geven hen bij (de) hand Moab
- 14.
- en (hij) sprak Elisa levende Jahweh legers die (ik) heb gestaan voor hem dat indien niet aanzicht van Josafat koning Juda ik verheven als (ik) keek naar jou en als (ik) liet zien (...) jou
- 15.
- en nu neemt! aan mij muzikant en (hij) is geweest zoals muzikant de muzikant en (zij) was op hem hand Jahweh
- 16.
- en (hij) sprak zo woord Jahweh (hij) heeft gedaan de wadi deze CBIM CBIM
- 17.
- dat zo woord Jahweh niet (jullie) lieten zien wind noch (jullie) lieten zien nader! (...) hen en de wadi dat (hij) was vol water en (jullie) hebben gedronken (met) hen en van nesten (...) jullie WBEMTKM
- 18.
- en (wij) verlichtten deze bij bestudeer! Jahweh en (hij) heeft gegeven (tot) Moab bij (de) hand (...) jullie
- 19.
- en (jullie) hebben geslagen alle stad versterkte en alle stad om te kiezen en alle boom goede (jullie) lieten vallen en alle bestudeer(t) (...) mij water TXTMW en alle de perceel het goeds TKABW bij (de) stenen
- 20.
- en wees bij (het) rundvee zoals beklimmingen het geschenk en hier is water komen van weg Edom en (jij) was vol het land (tot) het water
- 21.
- en alle Moab (zij) hebben toegehoord dat (zij) zijn opgegaan de koningen aan het brood in hen en (zij) schreeuwden van alle (hij) heeft omgord (zij) heeft omgord en hoogte en (zij) stondden vast op de grens
- 22.
- en (zij) stondden vroeg op bij (het) rundvee en de zon (zij) is gerezen op het water en (zij) lieten zien Moab op een afstand (tot) het water mensen zoals bloed
- 23.
- en (zij) spraken bloed dit het zwaard (wij) werden vernield (...) hem de koningen en (zij) sloegen man (tot) zijn vriend en nu te ontnemen Moab
- 24.
- en voert in! naar kamp Israël en (zij) wraakten Israël en (zij) sloegen (tot) Moab en (zij) vluchtten van aanzichten (...) hen WIBW bij haar WEKWT (tot) Moab
- 25.
- en de steden (zij) braken af en alle perceel goeds (zij) wierpen af man vader (...) ons en (zij) zijn vol geweest (er)naar en alle bestudeer(t) water IXTMW en alle boom goede (zij) lieten vallen tot (hij) heeft achtergelaten naar stenen bij (de) muur (jij) hebt geploegd en (zij) legden opzij de gordijnen en (zij) sloegen (er)naar
- 26.
- en gezien koning Moab dat kracht (van)uit hem de strijd en (hij) nam hem zeven honderd man stoppelveld zwaard LEBQIO naar koning Edom noch (zij) hebben gekund
- 27.
- en (hij) nam (tot) bij ons de eerstgeborene die (hij) heerste in de plaats van hem en (hij) verhief (...) hem blad op de woede en wees woede grote op Israël en (zij) reisden ontvreemd! (...) hem en (zij) hebben gewoond aan land
Hoofdstuk 4
- 1.
- en vrouw één van vrouwen van bouw! de profeten (zij) heeft geschreeuwd naar Elisa te spreken slaaf (...) jou mannen van dode en (met) haar (jij) hebt geweten dat slaaf (...) jou (hij) is geweest gezien (tot) Jahweh en naar de vrouw (hij) is gekomen (jij) hebt genomen (tot) tweede help bij de geboorte! als aan slaven
- 2.
- en (hij) sprak vetstaart Elisa wat? (ik) werd gedaan aan jou vertel! aan mij wat? er is ga! bij (het) huis en (jij) sprak (er is) niet aan slavin (...) jou alle bij (het) huis dat als (ik) goot uit olie
- 3.
- en (hij) sprak ga! vraag! aan jou alle (mv) vanuit de straat honderd alle SKNKI alle (mv) lege (mv) naar TMOIÐI
- 4.
- en (jij) bent gekomen en (jij) hebt gesloten de deur bij (de) getuige (...) jou en door zonen (...) jou en (jij) hebt uitgegoten op alle (de) alle (mv) (de) deze WEMLA TXIOI
- 5.
- en (jij) ging van hem en (zij) sloot de deur bij (de) getuige en door bouw! (er)naar zij MCISIM vetstaart en zij MIßQT
- 6.
- en wees als (jij) bent vol geweest (de) alle (mv) en (jij) sprak naar (hij) heeft gebouwd ECISE naar mij nog (eens) gereedschap en (hij) sprak vetstaart (er is) niet nog (eens) gereedschap en (hij) stond vast de olie
- 7.
- en (zij) kwam en (zij) vertelde aan man naar God en (hij) sprak ga! verkoop! (tot) de olie en betaal! (tot) NSIKI en (tot) BNIKI (jij) leefde bij (de) overgebleven
- 8.
- en wees vandaag en (hij) ging voorbij Elisa naar SWNM en naam [van] vrouw grootheid en (jij) versterkte bij hem aan eten brood en wees van die (zij) zijn voorbijgegaan (hij) week af daarnaar (-s) aan eten brood
- 9.
- en (jij) sprak naar naar man hier is toch (ik) heb geweten dat man God heilige hij kant op ons altijd
- 10.
- (hij) is gedaan toch (jij) bent opgegaan muur kleine en worden verlaten als daar stam en tafel en stoel WMNWRE en (hij) is geweest bij (het) komen naar ons (hij) verblindde daarnaar (-s)
- 11.
- en wees vandaag en (hij) kwam daarnaar (-s) en (hij) week af naar (is het zo) dat op haar en (hij) lag neer daarnaar (-s)
- 12.
- en (hij) sprak naar Gehazi schudt! (hij) heeft genoemd aan Sunamitische (de) deze en (hij) noemde aan haar en (jij) stond vast voor hem
- 13.
- en (hij) sprak als woord toch vetstaart hier is (jij) bent geschrokken naar ons (tot) alle (is het zo) dat (zij) is geschrokken (de) deze wat? te doen aan jou is er? te spreken aan jou naar kroon! of naar aanvoerder de leger en (jij) sprak binnen met mij ik (jij) hebt gewoond
- 14.
- en (hij) sprak en wat? te doen aan haar en (hij) sprak Gehazi rouw zoon (er is) niet aan haar en naar man baard
- 15.
- en (hij) sprak (hij) heeft genoemd aan haar en (hij) noemde aan haar en (jij) stond vast bij (de) opening
- 16.
- en (hij) sprak aan ontmoeting deze zoals tijd dier (met) mij (jij) hebt omarmd zoon en (jij) sprak naar liggers van man naar God naar (jij) loog bij (de) slavin (...) jou
- 17.
- en (zij) werd zwanger de vrouw en (jij) baarde zoon aan ontmoeting deze zoals tijd dier die woord vetstaart Elisa
- 18.
- en (hij) groeide het kind en wees vandaag en uitgaande naar vader (...) hem naar EQßRIM
- 19.
- en (hij) sprak naar vader (...) hem hoofden van hoofden van en (hij) sprak naar de jeugd draagt! (...) hem naar moeder (...) hem
- 20.
- en (zij) droegen (...) hem en (zij) brachten (...) hem naar moeder (...) hem en inwoner op zegen! (er)naar tot de middag en (hij) stierf
- 21.
- en (zij) verhief en (jullie) lagen neer (...) hem op (jij) hebt gewankeld man naar God en (zij) sloot bij (de) getuige (...) hem en (jij) ging uit
- 22.
- en (jij) noemde naar naar man en (jij) sprak (zij) heeft gezonden toch aan mij één vanuit de jongens en één de ezelinnen en (ik) rende (er)naar tot man naar God en (ik) ging rond
- 23.
- en (hij) sprak waarom? (met) mij (ik) ben gegaan naar hem vandaag niet maand noch sabbat en (jij) sprak vrede
- 24.
- en (zij) verbond de ezelin en (jij) sprak naar meisje (hij) heeft bestuurd en aan jou naar (zij) hield vast aan mij aan wagen dat als (ik) heb gesproken aan jou
- 25.
- en (jij) ging en (zij) kwam naar man naar God naar heuvel de Karmel en wees zoals zicht man naar God (met) haar op een afstand en (hij) sprak naar Gehazi schudt! hier is (de) Sunamitische die
- 26.
- nu ren! toch haar tegemoet en woord aan haar de vrede aan jou de vrede aan man (...) jou de vrede bij de geboorte te helpen en (jij) sprak vrede
- 27.
- en (zij) kwam naar man naar God naar de heuvel en (jij) versterkte bij (de) voeten (...) hem en (hij) is genaderd Gehazi LEDPE en (hij) sprak man naar God (hij) heeft losgelaten aan haar dat (wij) verbreidden ons bittere aan haar en Jahweh de hoogtes (van)uit mij noch (hij) heeft verteld aan mij
- 28.
- en (jij) sprak (is het zo) dat (ik) heb gevraagd zoon honderd liggers van toch? (ik) heb gesproken niet TSLE (met) mij
- 29.
- en (hij) sprak aan Gehazi (hij) heeft omgord lendenen (...) jou en neem! MSONTI bij (de) hand (...) jou en aan jou dat (jij) vond man niet (jij) zegende (...) ons en dat (hij) zegende (...) jou man niet (zij) antwoordde (...) ons en (jij) hebt geplaatst MSONTI op aanzicht van de jeugd
- 30.
- en (jij) sprak als de jeugd levende Jahweh en levende ziel (...) jou als (ik) verliet (...) jou en (hij) stond op en (hij) ging na haar
- 31.
- WCHZI kant voor hen en pas toe! (tot) EMSONT op aanzicht van de jeugd en (er is) niet klank en (er is) niet aandacht en inwoner hem tegemoet en (hij) werd verteld als te spreken niet (hij) is wakker geworden de jeugd
- 32.
- en (hij) kwam Elisa naar het huis en hier is de jeugd dode bed op stam (...) hem
- 33.
- en (hij) kwam en (hij) sloot de deur door die twee en (hij) bad naar Jahweh
- 34.
- en (hij) verhief en (hij) lag neer op het kind en pas toe! monden (...) hem op monden (...) hem en ogen (...) hem op ogen (...) hem en lepels (...) hem op lepel (...) hem WICER op hem en (hij) is bronstig geweest vlees het kind
- 35.
- en inwoner en (hij) ging bij (het) huis één hier is en één hier is en (hij) verhief WICER op hem WIZWRR de jeugd tot zeven twee keer en (hij) opende de jeugd (tot) ogen (...) hem
- 36.
- en (hij) noemde naar Gehazi en (hij) sprak (hij) heeft genoemd naar (de) Sunamitische (de) deze en (hij) noemde (er)naar en (zij) kwam naar hem en (hij) sprak draag! zoon (...) jou
- 37.
- en (zij) kwam en (zij) viel op voeten (...) hem en (jij) boog je diep naar land en (jij) droeg (tot) (hij) heeft gebouwd en (jij) ging uit
- 38.
- en Elisa woon! (is het zo) dat (zij) heeft gerold en de honger bij (het) land en bouw! de profeten inwoners voor hem en (hij) sprak te schudden (...) hem oever van (hij) heeft verwijderd de grootheid WBSL NZID aan zonen van de profeten
- 39.
- en uitgaande één naar het veld te verzamelen ART en (hij) vond wijnstok veld en (hij) verzamelde (van)uit hem PQOT veld (hij) is vol geweest kleed (...) hem en (hij) kwam en (hij) ploegde naar pan ENZID dat niet (zij) hebben geweten
- 40.
- en (zij) hebben uitgegoten aan mensen te eten en wees zoals eten (...) hen MENZID en deze (mv) (zij) hebben geschreeuwd en (zij) spraken dood bij (de) pan man naar God noch (zij) hebben gekund aan eten
- 41.
- en (hij) sprak en neemt! meel en (hij) ging neer naar (hij) heeft verwijderd en (hij) sprak giet uit! aan volk en (zij) aten noch (hij) is geweest woord kwaad bij (de) pan
- 42.
- en man (hij) is gekomen van echtgenoot drie en (hij) kwam aan man naar God brood bij graven twintig brood dat worden wakker en Karmel BßQLNW en (hij) sprak geef! aan volk en (zij) aten
- 43.
- en (hij) sprak om in te weken (...) hem wat? (met) hen dit voor honderd man en (hij) sprak geef! aan volk en (zij) aten dat zo woord Jahweh eten WEWTR
- 44.
- en (hij) gaf voor hen en (zij) aten WIWTRW zoals woord Jahweh
Hoofdstuk 5
- 1.
- en Naaman aanvoerder leger koning Syrië (hij) is geweest man grote voor liggers (...) hem en verheven aanzicht dat bij hem (hij) heeft gegeven Jahweh (jij) schreeuwde om hulp (er)naar aan Syrië en de man (hij) is geweest held macht melaatse
- 2.
- en Syrië voert uit! eenheden en (zij) hebben gewoond van land Israël meisje kleine en (zij) was voor vuur van Naaman
- 3.
- en (jij) sprak naar (jij) bent sterk geworden (er)naar wens toe! liggers van voor de profeet die bij Samaria destijds (hij) verzamelde (met) hem van melaatsheid (...) hem
- 4.
- en (hij) kwam en (hij) werd verteld aan liggers (...) hem te spreken zoals deze en zoals deze woord het meisje die van land Israël
- 5.
- en (hij) sprak koning Syrië aan jou (hij) is gekomen en (ik) zond weg (er)naar boek naar koning Israël en (hij) ging en (hij) nam bij (hij) bedankte rijkdom als graaf! zilver en zes duizenden goud en rijkdom HLIPWT kledingstukken
- 6.
- en (hij) kwam het boek naar koning Israël te spreken en nu zoals komst het boek deze naar jou hier is (ik) heb gezonden naar jou (tot) Naaman werk! en (jij) hebt verzameld (...) hem van melaatsheid (...) hem
- 7.
- en wees als (hij) heeft genoemd koning Israël (tot) het boek en (hij) scheurde kledingstukken (...) hem en (hij) sprak naar God ik te doden WLEHIWT dat dit wapen naar mij aan Asaf man van melaatsheid (...) hem dat maar weet! toch en (zij) hebben gezien dat van vijg hij aan mij
- 8.
- en wees toen Elisa man naar God dat scheur koning Israël (tot) kledingstukken (...) hem en (hij) zond weg naar kroon! te spreken waarom (jij) hebt gescheurd kledingstukken (...) jou (hij) kwam toch naar mij en (hij) heeft geweten dat er is profeet bij Israël
- 9.
- en (hij) kwam Naaman bij (het) paard (...) hem en bij (de) wagen (...) hem en (hij) stond vast opening het huis aan Elisa
- 10.
- en (hij) zond weg naar hem Elisa boodschapper te spreken gang en (jij) hebt gewassen zeven twee keer bij (de) Jordaan en inwoner vlees (...) jou aan jou en zuiverheid
- 11.
- en (hij) maakte zich kwaad Naaman en (hij) ging en (hij) sprak hier is (ik) heb gesproken naar mij uitgaande IßWA en sta vast! en (hij) heeft genoemd bij (de) naam Jahweh zijn God en (hij) heeft gezwaaid (hij) bedankte naar de plaats en Asaf de melaatse
- 12.
- toch? goede (ik) bouwde WPRPR rivieren Damaskus van alle wateren van Israël toch? ARHß bij hen en (ik) heb gezuiverd en (hij) wendde zich en (hij) ging bij (de) woede
- 13.
- en (zij) zijn genaderd slaven (...) hem en (zij) spraken naar hem en (zij) spraken vader woord grote de profeet woord naar jou immers (jij) deed en neus dat woord naar jou (hij) heeft gewassen en zuiverheid
- 14.
- en (hij) is gedaald en (hij) doopte bij (de) Jordaan zeven twee keer zoals woord man naar God en inwoner kondigt aan! zoals vlees jeugd kleine en (hij) zuiverde zich
- 15.
- en inwoner naar man naar God hij en alle kamp (...) hem en (hij) kwam en (hij) stond vast voor hem en (hij) sprak hier is toch (ik) heb geweten dat (er is) niet God in alle het land dat als bij Israël en nu neem! toch gelukwens honderd slaaf (...) jou
- 16.
- en (hij) sprak levende Jahweh die (ik) heb gestaan voor hem als (ik) nam WIPßR bij hem (jij) hebt genomen en (hij) weigerde
- 17.
- en (hij) sprak Naaman noch (hij) gaf toch te bewerken (...) jou last span PRDIM aarde dat toch niet (zij) heeft gemaakt nog (eens) slaaf (...) jou blad en slachting aan God anderen dat als aan Jahweh
- 18.
- te spreken deze IXLH Jahweh te bewerken (...) jou bij (de) komst liggers van huis granaatappel zich diep te buigen daarnaar (-s) en hij (hij) heeft gesteund op handen van en (ik) heb me diep gebogen huis Rimmon bij (ik) heb me diep gebogen huis Rimmon IXLH toch Jahweh te bewerken (...) jou bij (het) woord deze
- 19.
- en (hij) sprak als aan jou volledig te zijn en (hij) ging van hem een stuk van land
- 20.
- en (hij) sprak Gehazi jeugd Elisa man naar God hier is duisternis liggers van (tot) Naaman de Syriër deze MQHT van hand (...) hem (tot) die (hij) heeft gebracht levende Jahweh dat als (ik) heb gerend na hem en (ik) heb genomen van hem iets
- 21.
- en (hij) achtervolgden Gehazi na Naaman en vrees Naaman (hij) heeft gerend na hem en (hij) liet vallen boven de rijtuig hem tegemoet en (hij) sprak de vrede
- 22.
- en (hij) sprak vrede liggers van (hij) mij gezonden te spreken hier is nu dit (zij) zijn gekomen naar mij tweede jongens vlugge Efraïm van zonen van de profeten geef! toch aan hen plein zilver en schering HLPWT kledingstukken
- 23.
- en (hij) sprak Naaman ga erin mee! neem! zoals lammeren en (hij) brak door bij hem en fabriceer! zoals lammeren zilver bij (de) tweede HRÐIM en schering HLPWT kledingstukken en (hij) gaf naar tweede jeugd (...) hem en (zij) droegen voor hem
- 24.
- en (hij) kwam naar EOPL en (hij) nam van hand (...) hen en (hij) beval bij (het) huis en (hij) zond weg (tot) de mensen en (zij) gingen
- 25.
- en hij (hij) is gekomen en (hij) stond vast naar liggers (...) hem en (hij) sprak naar hem Elisa (hij) heeft geweigerd CHZI en (hij) sprak niet beweging slaaf (...) jou waarheen? en waarheen?
- 26.
- en (hij) sprak naar hem niet hart (...) mij beweging zoals (hij) heeft omgekeerd man boven rijtuig (...) hem jou tegemoet de tijd (jij) hebt genomen (tot) het zilver en (jij) hebt genomen kledingstukken en olijven en wijngaarden en kleinvee en rundvee en slaven en slavinnen
- 27.
- en melaatsheid Naaman (zij) plakte bij jou en bij (de) nakomelingen (...) jou aan eeuwigheid en uitgaande weg van aanzichten (...) hem melaatse zoals sneeuw
Hoofdstuk 6
- 1.
- en (zij) spraken bouw! de profeten naar Elisa hier is toch de plaats die wij inwoners daar voor jou smalle (van)uit hem
- 2.
- (wij) gingen (er)naar toch tot de Jordaan en (wij) namen (er)naar van daar man gebeuur(t) één en (hij) is gedaan aan ons daar plaats te wonen daar en (hij) sprak ga(a)t!
- 3.
- en (hij) sprak de één ga erin mee! toch en aan jou (tot) slaven (...) jou en (hij) sprak ik (ik) ging
- 4.
- en (hij) ging (met) hen en voert in! naar de Jordaan WICZRW de bomen
- 5.
- en wees de één laat vallen (is het zo) dat gebeuur(t) en (tot) het ijzer ga neer! naar het water en (hij) schreeuwde en (hij) sprak ach liggers van en hij dodenrijk
- 6.
- en (hij) sprak man naar God waarheen? ga neer! en vrees (...) hem (tot) de plaats WIQßB boom en (hij) ging neer daarnaar (-s) en (hij) overtrok het ijzer
- 7.
- en (hij) sprak til op! aan jou en (hij) zond weg (hij) bedankte en (zij) namen (...) hem
- 8.
- en koning Syrië (hij) is geweest (hij) heeft gestreden bij Israël en adviseur naar slaven (...) hem te spreken naar plaats PLNI weduwnaar-en van smeekbede (...) mij
- 9.
- en (hij) zond weg man naar God naar koning Israël te spreken (is het zo) dat bewaar! trek(t) door de plaats deze dat daar Syrië land! (...) hen
- 10.
- en (hij) zond weg koning Israël naar de plaats die woord als man naar God en (zij) heeft gewaarschuwd en (wij) bewaarden daar niet één noch twee
- 11.
- WIXOR hart koning Syrië op het woord deze en (hij) noemde naar slaven (...) hem en (hij) sprak naar hen immers (jullie) vertelden aan mij water van (wij) hebben geheerst naar koning Israël
- 12.
- en (hij) sprak één van slaven (...) hem toch niet liggers van kroon! dat Elisa de profeet die bij Israël (hij) vertelde aan koning Israël (tot) de woorden die (jij) sprak bij (de) kamer bed (...) jou
- 13.
- en (hij) sprak ga(a)t! en (zij) hebben gezien hoe? hij en (ik) zond weg WAQHEW en (hij) werd verteld als te spreken hier is bij (de) wet (...) hen
- 14.
- en (hij) zond weg daarnaar (-s) paarden en wagen en macht lever en voert in! nacht WIQPW op (hij) heeft opgemerkt
- 15.
- en jullie zijn er dien(t) man naar God op te staan en uitgaande en hier is macht ga(a)(t) rond (tot) (hij) heeft opgemerkt en paard en wagen en (hij) sprak schudt! naar hem ach liggers van hoe? (hij) is gedaan
- 16.
- en (hij) sprak naar (je) zult vrezen dat twisten die (met) ons bevestig(t) hen
- 17.
- en (hij) bad Elisa en (hij) sprak Jahweh (hij) heeft geopend toch (tot) ogen (...) hem en vrees en (hij) opende Jahweh (tot) bestudeer! de jeugd en gezien en hier is de heuvel (hij) is vol geweest paarden en wagen vuur omgeving van Elisa
- 18.
- en (zij) zijn gedaald naar hem en (hij) bad Elisa naar Jahweh en (hij) sprak EK toch (tot) de volk deze bij (de) verblindingen en (hij) stond op bij (de) verblindingen zoals woord Elisa
- 19.
- en (hij) sprak naar hen Elisa niet dit de weg noch dit (hij) heeft opgemerkt ga(a)t! na WAWLIKE (met) jullie naar de man die (jullie) zochten (...) hen en (hij) ging hen naar Samaria
- 20.
- en wees als (hij) is gekomen (...) hen Samaria en (hij) sprak Elisa Jahweh (hij) heeft geopend (tot) bestudeer! deze en (zij) lieten zien en (hij) opende Jahweh (tot) ogen (...) hen en (zij) lieten zien en hier is binnen Samaria
- 21.
- en (hij) sprak koning Israël naar Elisa zoals zicht (...) hem hen (is het zo) dat (ik) sloeg (ik) sloeg vader
- 22.
- en (hij) sprak niet (jij) sloeg (is het zo) dat die gevangenschap van bij (het) zwaard (...) jou en bij (de) boog (...) jou (met) haar geslagen plaats! brood en water voor hen en (zij) aten en (zij) dronken en (zij) gingen naar liggers (...) hen
- 23.
- en (hij) groef aan hen (hij) heeft gegraven grootheid en (zij) aten en (zij) dronken en (hij) zond weg (...) hen en (zij) gingen naar liggers (...) hen noch (zij) hebben toegevoegd nog (eens) eenheden van Syrië te komen bij (het) land Israël
- 24.
- en wees na zo en (hij) verzamelde zoon Hadad koning Syrië (tot) alle kamp (...) hem en (hij) verhief en fabriceer! op Samaria
- 25.
- en wees honger grote bij Samaria en hier is smalle (mv) op haar tot te zijn hoofd ernstige bij tachtig zilver en kwart EQB ontbrand! doffers bij vijf zilver
- 26.
- en wees koning Israël kant op de woede en vrouw (zij) heeft geschreeuwd naar hem te spreken (zij) heeft gered liggers van kroon!
- 27.
- en (hij) sprak naar IWSOK Jahweh vanwaar? (ik) redde (...) jou het manna de vreemdeling (...) hen of vanuit EIQB
- 28.
- en (hij) sprak aan haar kroon! wat? aan jou en (jij) sprak de vrouw (de) deze (zij) heeft gesproken naar mij geef! (tot) zoon (...) jou en (wij) aten (...) ons vandaag en (tot) bouw! (wij) aten morgen
- 29.
- WNBSL (tot) bouw! WNAKLEW en woord vetstaart bij (de) dag (de) andere geef! (tot) zoon (...) jou en (wij) aten (...) ons WTHBA (tot) (hij) heeft gebouwd
- 30.
- en wees toen kroon! (tot) spreek! de vrouw en (hij) scheurde (tot) kledingstukken (...) hem en hij kant op de woede en gezien het volk en hier is de zak op kondigt aan! van huis
- 31.
- en (hij) sprak zo (zij) heeft gemaakt aan mij God en zo Jozef als (hij) stond vast hoofd Elisa zoon rechter op hem vandaag
- 32.
- en Elisa inwoner bij (het) huis (...) hem en de baarden inwoners (met) hem en (hij) zond weg man weg van aanzichten (...) hem voordat (hij) kwam de boodschapper naar hem en hij woord naar de baarden (jullie) hebben laten zien dat wapen zoon EMRßH deze te verwijderen (tot) hoofden van (zij) hebben gezien als (hij) is gekomen de boodschapper (zij) hebben gesloten de deur en (jullie) hebben gedrukt (met) hem (jij) bent gescheiden immers klank voeten van liggers (...) hem na hem
- 33.
- hij (...) nog woestijn volk (...) hen en hier is de boodschapper (hij) is gedaald naar hem en (hij) sprak hier is deze de herder honderd Jahweh wat? AWHIL aan Jahweh nog (eens)
Hoofdstuk 7
- 1.
- en (hij) sprak Elisa (zij) hebben toegehoord woord Jahweh zo woord Jahweh zoals tijd morgen XAE bloem(meel) bij (de) munt WXATIM dat worden wakker bij (de) munt bij (de) poort Samaria
- 2.
- en wegens ESLIS die aan koning (hij) heeft gesteund op (hij) bedankte (tot) man naar God en (hij) sprak hier is Jahweh (hij) heeft gedaan sprinkhanen bij (de) hemel word! het woord deze en (hij) sprak (is het zo) dat (wij) sloegen (hij) heeft gezien bij (de) ogen (...) jou en van daar niet (jij) at
- 3.
- en vier mensen (zij) zijn geweest melaatsen opening de poort en (zij) spraken man naar zijn vriend wat? wij inwoners mond tot verzacht!
- 4.
- als (wij) hebben gesproken (wij) kwamen (hij) heeft opgemerkt en de honger bij (de) stad en verzacht! daar en als (wij) hebben gewoond mond en verzacht! en nu ga(a)t! en (zij) is gevallen naar kamp Syrië als (hij) leefde (...) ons (wij) leefden en als (hij) doodde (...) ons en verzacht!
- 5.
- en (zij) wraakten bij (de) schemer te komen naar kamp Syrië en voert in! tot einde kamp Syrië en hier is (er is) niet daar man
- 6.
- en liggers van (hij) heeft laten horen (tot) kamp Syrië klank wagen klank paard klank macht grote en (zij) spraken man naar broers (...) hem hier is beloning op ons koning Israël (tot) heers! de angsten en (tot) heers! Egypte te komen op ons
- 7.
- en (zij) stondden op en (zij) vluchtten bij (de) schemer en (zij) verlieten (tot) tenten (...) hen en (tot) paarden (...) hen en (tot) ezeldrijvers (...) hen het kamp zoals zij en (zij) vluchtten naar ziel (...) hen
- 8.
- en voert in! de melaatsen (de) deze tot einde het kamp en voert in! naar tent één en (zij) aten en (zij) dronken en (zij) droegen van daar zilver en goud en kledingstukken en (zij) gingen en (zij) verborgen en (zij) hebben gewoond en voert in! naar tent andere en (zij) droegen van daar en (zij) gingen en (zij) verborgen
- 9.
- en (zij) spraken man naar zijn vriend niet zo wij maak! (...) hen vandaag deze dag bij Sara hij en wij MHSIM en verhemeltes (...) ons tot licht het rundvee en (wij) hebben gevonden OWWN en nu ga(a)t! en (zij) heeft geprofeteerd en naar leider huis kroon!
- 10.
- en voert in! en (zij) noemden naar poort (hij) heeft opgemerkt en (zij) vertelden aan hen te spreken (wij) zijn gekomen naar kamp Syrië en hier is (er is) niet daar man en klank mens dat als het paard verbod en (de) ernstige verbod en tenten zoals deze (mv)
- 11.
- en (hij) noemde de poorten en (zij) vertelden huis kroon! naar aanzicht
- 12.
- en (hij) stond op kroon! nacht en (hij) sprak naar slaven (...) hem (ik) vertelde (er)naar toch aan jullie (tot) die Ezau aan ons Syrië (zij) hebben geweten dat heb honger! (...) hen wij en voert uit! vanuit het kamp LEHBE BESDE te spreken dat voert uit! vanuit (hij) heeft opgemerkt WNTPSM leven en naar (hij) heeft opgemerkt (hij) heeft geprofeteerd
- 13.
- en wegens één van slaven (...) hem en (hij) sprak en (zij) namen toch vijf vanuit de paarden (is het zo) dat blijven die (zij) zijn gebleven bij haar hier zijn zij zoals alle de menigte Israël die (zij) zijn gebleven bij haar hier zijn zij zoals alle menigte Israël die (zij) hebben zich verbaasd en (wij) zondden weg (er)naar en (wij) lieten zien
- 14.
- en (zij) namen tweede wagen paarden en (hij) zond weg kroon! na kamp Syrië te spreken ga(a)t! en (zij) hebben gezien
- 15.
- en (zij) gingen na hen tot de Jordaan en hier is alle de weg (zij) is vol geweest kledingstukken en alle (mv) die (zij) hebben afgeworpen Syrië BEHPZM en (zij) hebben gewoond de boodschappers en (hij) werd verteld (...) hem aan koning
- 16.
- en uitgaande het volk en (zij) minachtten (tot) kamp Syrië en wees XAE bloem(meel) bij (de) munt WXATIM dat worden wakker bij (de) munt zoals woord Jahweh
- 17.
- en kroon! (hij) heeft neergelegd (tot) ESLIS die (hij) heeft gesteund op (hij) bedankte op de poort WIRMXEW het volk bij (de) poort en (hij) stierf zoals woord man naar God die woord BRDT kroon! naar hem
- 18.
- en wees zoals woord man naar God naar kroon! te spreken XATIM dat worden wakker bij (de) munt WXAE bloem(meel) bij (de) munt (hij) was zoals tijd morgen bij (de) poort Samaria
- 19.
- en wegens ESLIS (tot) man naar God en (hij) sprak en hier is Jahweh (hij) heeft gedaan sprinkhanen bij (de) hemel word! zoals woord deze en (hij) sprak hier ben jij (hij) heeft gezien bij (de) ogen (...) jou en van daar niet (jij) at
- 20.
- en wees als zo WIRMXW (met) hem het volk bij (de) poort en (hij) stierf
Hoofdstuk 8
- 1.
- en Elisa woord naar de vrouw die het dier (tot) (hij) heeft gebouwd te spreken sta op! en ga! (met) mij en huis (...) jou en woon! wat betreft (jij) woonde (...) mij dat (hij) heeft genoemd Jahweh aan honger en ook (hij) is gekomen naar het land zeven twee
- 2.
- en (zij) stond op de vrouw en (jij) maakte zoals woord man naar God en (jij) ging zij en naar huis en (zij) woonde bij (het) land Filistijnen zeven twee
- 3.
- en wees van einde zeven twee en (jij) woonde de vrouw van land Filistijnen en (jij) ging uit LßOQ naar kroon! naar naar huis en naar veld
- 4.
- en kroon! woestijn naar CHZI jeugd man naar God te spreken (zij) heeft geteld toch aan mij (tot) alle (de) groeiende (mv) die (hij) heeft gedaan Elisa
- 5.
- en wees hij getal aan koning (tot) die het dier (tot) dood! en hier is de vrouw die het dier (tot) (hij) heeft gebouwd (jij) hebt geschreeuwd naar kroon! op naar huis en op veld en (hij) sprak CHZI liggers van kroon! deze de vrouw en dit (hij) heeft gebouwd die het dier Elisa
- 6.
- en (hij) vroeg kroon! aan vrouw en (jij) vertelde als en (hij) gaf aan haar kroon! hoveling één te spreken (hij) heeft teruggegeven (tot) alle die aan haar en (tot) alle opbrengst van het veld van dag (zij) heeft verlaten (tot) het land en tot nu
- 7.
- en (hij) kwam Elisa Damaskus en zoon Hadad koning Syrië (hij) is ziek geworden en (hij) werd verteld als te spreken (hij) is gekomen man naar God tot hier is
- 8.
- en (hij) sprak kroon! naar HZEAL neem! bij (de) hand (...) jou geschenk en aan jou tegemoet man naar God en (jij) hebt uitgelegd (tot) Jahweh honderden (...) hem te spreken (is het zo) dat (ik) leefde van ziekte dit
- 9.
- en (hij) ging Hazaël hem tegemoet en (hij) nam geschenk bij (hij) bedankte en alle goede Damaskus last veertig kameel en (hij) kwam en (hij) stond vast voor hem en (hij) sprak zoon (...) jou zoon Hadad koning Syrië (hij) mij gezonden naar jou te spreken (is het zo) dat (ik) leefde van ziekte dit
- 10.
- en (hij) sprak naar hem Elisa aan jou woord niet dier (jij) leefde en (hij) heeft laten zien (...) mij Jahweh dat dood (hij) stierf
- 11.
- en (hij) stond vast (tot) aanzichten (...) hem en pas toe! tot (hij) heeft zich geschaamd en (hij) weende man naar God
- 12.
- en (hij) sprak Hazaël waarom? liggers van (hij) heeft geweend en (hij) sprak dat (ik) heb geweten (tot) die (jij) deed aan zonen van Israël herder vestingen (...) hen (jij) zond weg (hij) is verrot WBHRIEM bij (het) zwaard (zij) doodde WOLLIEM TRÐS WERTIEM TBQO
- 13.
- en (hij) sprak HZEAL dat wat? slaaf (...) jou de hond dat (zij) heeft gemaakt het woord (de) grote deze en (hij) sprak Elisa (hij) heeft laten zien (...) mij Jahweh (met) jou koning op Syrië
- 14.
- en (hij) ging honderd Elisa en (hij) kwam naar liggers (...) hem en (hij) sprak als wat? woord aan jou Elisa en (hij) sprak woord aan mij dier (jij) leefde
- 15.
- en wees de volgende dag en (hij) nam EMKBR en (hij) doopte bij (het) water en (hij) spreidde uit op aanzichten (...) hem en (hij) stierf en (hij) heerste HZEAL in de plaats van hem
- 16.
- en bij (het) jaar van vijf aan Joram zoon Achab koning Israël en Josafat koning Juda koning (hij) stroomde (...) hen zoon Josafat koning Juda
- 17.
- zoon dertig en twee jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en acht jaar koning bij Jeruzalem
- 18.
- en (hij) ging bij (de) weg heers! Israël zoals Ezau huis Achab dat dochter Achab (zij) is geweest als aan vrouw en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh
- 19.
- noch (hij) heeft gewenst Jahweh kapot te maken (tot) Juda opdat oom (zij) hebben gewerkt zoals woord als te geven als licht aan zonen (...) hem alle de dagen
- 20.
- bij (de) dagen (...) hem misdaad Edom onder vandaan hand Juda en (zij) heersten op hen koning
- 21.
- en (hij) ging voorbij Joram kleine en alle de wagen met hem en wees hij (hij) is opgestaan nacht en (hij) sloeg (tot) Edom EXBIB naar hem en (tot) Sarai de wagen en (hij) vluchtte het volk aan tenten (...) hem
- 22.
- en (hij) misdreef Edom onder vandaan hand Juda tot vandaag deze destijds (jij) misdreef witte bij (de) tijd die
- 23.
- en rest spreek! Joram en alle die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 24.
- en (hij) lag neer Joram met vaders (...) hem en (hij) begroef met vaders (...) hem bij (de) stad oom en (hij) heerste Ahazia bij ons in de plaats van hem
- 25.
- bij (het) jaar van twee tien jaar aan Joram zoon Achab koning Israël koning Ahazia zoon (hij) stroomde (...) hen koning Juda
- 26.
- zoon twintig en twee jaar Ahazia bij (zij) hebben geheerst en jaar één koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem Athalia dochter Omri koning Israël
- 27.
- en (hij) ging bij (de) weg huis Achab en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh (jij) bent uitgegaan Achab dat bruidegom huis Achab hij
- 28.
- en (hij) ging (tot) Joram zoon Achab aan strijd met Hazaël koning Syrië bij (jij) bent hoog geweest gedenkteken en (zij) sloegen Syriërs (tot) Joram
- 29.
- en inwoner Joram kroon! LETRPA bij Jizreël vanuit (is het zo) dat slaan die (zij) werden donker Syriërs bij (de) wormen BELHMW (tot) HZEAL koning Syrië en Ahazia zoon (hij) stroomde (...) hen koning Juda (hij) is gedaald te zien (tot) Joram zoon Achab bij Jizreël dat (hij) is ziek geworden hij
Hoofdstuk 9
- 1.
- en Elisa de profeet (hij) heeft genoemd aan één van zonen van de profeten en (hij) sprak als (hij) heeft omgord lendenen (...) jou en neem! PK de olie deze bij (de) hand (...) jou en aan jou (jij) bent hoog geweest gedenkteken
- 2.
- en (jij) bent gekomen daarnaar (-s) en (hij) heeft gezien daar Jehu zoon Josafat zoon Nimsi en (jij) bent gekomen en (jij) hebt gevestigd (...) hem van midden broers (...) hem WEBIAT (met) hem kamer bij (de) kamer
- 3.
- en (jij) hebt genomen PK de olie en (jij) hebt uitgegoten op hoofd (...) hem en (jij) hebt gesproken zo woord Jahweh (ik) heb gezalfd (...) jou aan koning naar Israël en (jij) hebt geopend de deur en (zij) heeft beproefd noch THKE
- 4.
- en (hij) ging de jeugd de jeugd de profeet (jij) bent hoog geweest gedenkteken
- 5.
- en (hij) kwam en hier is Sarai de macht inwoners en (hij) sprak woord aan mij naar jou de aanvoerder en (hij) sprak Jehu naar water van MKLNW en (hij) sprak naar jou de aanvoerder
- 6.
- en (hij) stond op en (hij) kwam naar het huis en (hij) heeft uitgegoten de olie naar hoofd (...) hem en (hij) sprak als zo woord Jahweh mijn God Israël (ik) heb gezalfd (...) jou aan koning naar met Jahweh naar Israël
- 7.
- en (jij) hebt geslagen (er)naar (tot) huis Achab liggers (...) jou en (ik) heb gewroken lijk! werk! de profeten en lijk! alle werk! Jahweh van hand Izebel
- 8.
- en (hij) is verloren gegaan alle huis Achab en (ik) zal vernietigen aan Achab van schering (...) hen bij (de) muur en houd vast! en verlaat! bij Israël
- 9.
- en (ik) heb gegeven (tot) huis Achab (jij) bent uitgegaan Jerobeam zoon kiem en (jij) bent uitgegaan Baesa zoon (ik) leefde
- 10.
- en (tot) Izebel (zij) aten de honden bij (het) deel Jizreël en (er is) niet graf en (hij) deed open de deur en (hij) vluchtte
- 11.
- en Jehu uitgaande naar werk! liggers (...) hem en (hij) sprak als de vrede waarom? (hij) is gekomen EMSCO deze naar jou en (hij) sprak naar hen (met) hen (jullie) hebben geweten (tot) de man en (tot) spreekt!
- 12.
- en (zij) spraken leugen vertel! toch aan ons en (hij) sprak zoals deze en zoals deze woord naar mij te spreken zo woord Jahweh (ik) heb gezalfd (...) jou aan koning naar Israël
- 13.
- en (zij) haastten zich en (zij) namen man kleed (...) hem en (zij) plaatsten in de plaats van hem naar knokkel (is het zo) dat om op te gaan en (zij) bliezen bij (de) ramshoorn en (zij) spraken koning Jehu
- 14.
- WITQSR Jehu zoon Josafat zoon Nimsi naar Joram en Joram (hij) is geweest bewaar! bij (jij) bent hoog geweest gedenkteken hij en alle Israël van aanzicht van Hazaël koning Syrië
- 15.
- en inwoner (hij) stroomde (...) hen kroon! LETRPA bij Jizreël vanuit (is het zo) dat slaan die (zij) werden donker Syriërs BELHMW (tot) Hazaël koning Syrië en (hij) sprak Jehu als er is ziel (...) jullie naar uitgaande vluchteling vanuit (hij) heeft opgemerkt te gaan LCID bij Jizreël
- 16.
- en (hij) reed Jehu en (hij) ging naar Jizreël dat Joram lig neer! daarnaar (-s) en grijp! (er)naar koning Juda (hij) is gedaald te zien (tot) Joram
- 17.
- en de wachter sta vast! op (is het zo) dat kweek(t) bij Jizreël en gezien (tot) SPOT Jehu bij (het) komen en (hij) sprak SPOT ik (hij) heeft gezien en (hij) sprak (hij) stroomde (...) hen neem! wagen en wapen hen tegemoet en (hij) sprak de vrede
- 18.
- en (hij) ging wagen het paard hem tegemoet en (hij) sprak zo woord kroon! de vrede en (hij) sprak Jehu wat? aan jou en volledig te zijn leg opzij! naar na en (hij) werd verteld de wachter te spreken (hij) is gekomen de boodschapper tot zij noch woon!
- 19.
- en (hij) zond weg wagen paard tweede en (hij) kwam naar hen en (hij) sprak zo woord kroon! vrede en (hij) sprak Jehu wat? aan jou en volledig te zijn leg opzij! naar na
- 20.
- en (hij) werd verteld de wachter te spreken (hij) is gekomen tot naar hen noch woon! WEMNEC KMNEC Jehu zoon Nimsi dat BSCOWN (hij) bestuurde
- 21.
- en (hij) sprak (hij) stroomde (...) hen (hij) heeft gevangen genomen en (hij) nam gevangen (zij) hebben gereden en uitgaande (hij) stroomde (...) hen koning Israël en Ahazia koning Juda man bij (zij) hebben gereden en voert uit! tegemoet Jehu en (zij) vondden (...) hem bij (de) perceel van Naboth de Jizreëliet
- 22.
- en wees zoals zicht (hij) stroomde (...) hen (tot) Jehu en (hij) sprak de vrede Jehu en (hij) sprak wat? de vrede tot hoererij (...) mij Izebel moeder (...) jou WKSPIE (is het zo) dat twisten
- 23.
- en (hij) keerde om (hij) stroomde (...) hen handen (...) hem en (hij) vluchtte en (hij) sprak naar Ahazia bedrog grijp! (er)naar
- 24.
- en Jehu (hij) is vol geweest (hij) bedankte bij (de) boog en (hij) sloeg (tot) (hij) stroomde (...) hen tussen zaaie! (...) hem en uitgaande (de) halve van zijn hart WIKRO bij (zij) hebben gereden
- 25.
- en (hij) sprak naar BDQR drie draag! (is het zo) dat ga(a)t neer! (...) hem bij (de) perceel van veld Naboth de Jizreëliet dat man ik en (met) haar (tot) Rechabieten koppel! (...) hen na Achab vader (...) hem en Jahweh verheven op hem (tot) de last deze
- 26.
- als niet (tot) lijk! Naboth en (tot) lijk! zonen (...) hem (ik) heb gezien AMS (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) ben volledig geweest aan jou bij (de) perceel (de) deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en nu draag! (is het zo) dat ga(a)t neer! (...) hem bij (de) perceel zoals woord Jahweh
- 27.
- en grijp! (er)naar koning Juda (hij) heeft gezien en (hij) vluchtte weg huis de tuin en (hij) achtervolgden na hem Jehu en (hij) sprak ook (met) hem (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden naar de rijtuig bij (de) hoogte woon! die (tot) Jibleam en (hij) vluchtte Megiddo en (hij) stierf daar
- 28.
- en (zij) reedden (met) hem slaven (...) hem naar Jeruzalem en (zij) begroeven (met) hem bij (jij) hebt begraven (...) hem met vaders (...) hem bij (de) stad oom
- 29.
- en bij (het) jaar van één tien jaar aan Joram zoon Achab koning grijp! (er)naar op Juda
- 30.
- en invoer Jehu naar Jizreël en Izebel (zij) heeft toegehoord en (zij) plaatste BPWK bestudeer! (er)naar WTIÐB (tot) naar hoofd WTSQP door (zij) zijn begonnen te (...) hen
- 31.
- en Jehu (hij) is gekomen bij (de) poort en (jij) sprak de vrede zing! (hij) heeft gedood liggers (...) hem
- 32.
- en (hij) droeg aanzichten (...) hem naar (zij) zijn begonnen te (...) hen en (hij) sprak water van (met) mij water van WISQIPW naar hem twee drie hovelingen
- 33.
- en (hij) sprak dat buig(t) om (...) hem WISMÐWE WIZ naar van bloed naar de muur en naar de paarden WIRMXNE
- 34.
- en (hij) kwam en (hij) at en (hij) legde en (hij) sprak beveelt! toch (tot) (de) vervloekte (de) deze en (zij) hebben begraven (er)naar dat dochter koning zij
- 35.
- en (zij) gingen naar aan graf noch (zij) hebben gevonden bij haar dat als de schedel en de voeten WKPWT de handen
- 36.
- en (zij) hebben gewoond en (zij) vertelden als en (hij) sprak woord Jahweh hij die woord bij (de) hand (zij) hebben gewerkt Elia de Thisbiet te spreken bij (het) deel Jizreël (zij) aten de honden (tot) vlees Izebel
- 37.
- WEIT (jij) bent verwelkt Izebel zoals bloed (...) hen op aanzicht van het veld bij (het) deel Jizreël die niet (zij) spraken deze Izebel
Hoofdstuk 10
- 1.
- en aan Achab zeventig zonen bij Samaria en (hij) schreef Jehu boeken en (hij) zond weg Samaria naar Sarai Jizreël de baarden en naar EAMNIM Achab te spreken
- 2.
- en nu als (hij) is gekomen het boek deze naar jullie en (met) jullie bouw! liggers (...) jullie en (met) jullie de wagen en de paarden en stad versterkte WENSQ
- 3.
- en (jullie) hebben gezien (de) goede en rechtuit van zonen van liggers (...) jullie en (jullie) hebben geplaatst op stoel vader (...) hem en het brood (...) hem op huis liggers (...) jullie
- 4.
- en (zij) lieten zien zeer zeer en (zij) spraken hier is tweede de koningen niet sta(a)t vast! voor hem en waar ben jij? (wij) stondden vast wij
- 5.
- en (hij) zond weg die op het huis en die op (hij) heeft opgemerkt en de baarden WEAMNIM naar Jehu te spreken slaven (...) jou wij en alle die (jij) sprak naar ons (hij) is gedaan niet NMLK man (de) goede bij (de) ogen (...) jou (hij) heeft gedaan
- 6.
- en (hij) schreef naar hen boek ten tweede te spreken als aan mij (met) hen en aan klanken van (met) hen nieuwsberichten neemt! (tot) hoofden van mens (...) mij bouw! liggers (...) jullie en (zij) zijn gekomen naar mij zoals tijd morgen naar Jizreël en bouw! kroon! zeventig man (tot) groeie! (hij) heeft opgemerkt kweken hen
- 7.
- en wees als (hij) is gekomen het boek naar hen en (zij) namen (tot) bouw! kroon! en (zij) slachtten zeventig man en (zij) plaatsten (tot) hoofden (...) hen bij (de) ooms en (zij) zondden weg naar hem naar Jizreël
- 8.
- en (hij) kwam de boodschapper en (hij) werd verteld als te spreken (zij) hebben gebracht hoofden van bouw! kroon! en (hij) sprak plaatst! (met) hen tweede ßBRIM opening de poort tot het rundvee
- 9.
- en wees bij (het) rundvee en uitgaande en (hij) stond vast en (hij) sprak naar alle het volk rechtvaardigheid-en (met) hen hier is ik (ik) heb verbonden op liggers van WAERCEW en water van (hij) heeft geslagen (tot) alle deze
- 10.
- weet! dus dat niet (je) zult vallen woestijn Jahweh naar land die woord Jahweh op huis Achab en Jahweh (hij) heeft gedaan (tot) die woord bij (de) hand (zij) hebben gewerkt Elia
- 11.
- en (hij) sloeg Jehu (tot) alle (is het zo) dat blijven aan huis Achab bij Jizreël en alle grootheden (...) hem WMIDOIW en priesters (...) hem tot niet (hij) heeft achtergelaten als overlevende
- 12.
- en (hij) stond op en (hij) kwam en (hij) ging Samaria hij huis OQD de kwaden bij (de) weg
- 13.
- en Jehu (hij) heeft gevonden (tot) broer Ahazia koning Juda en (hij) sprak water van (met) hen en (zij) spraken broer Ahazia wij en (wij) daalden volledig te zijn bouw! kroon! en bouw! naar de heer
- 14.
- en (hij) sprak (jullie) verbreidden je (...) hen leven WITPSWM leven en (zij) slachtten (...) hen naar put huis OQD veertig en twee man noch (hij) heeft achtergelaten man (van)uit hen
- 15.
- en (hij) ging van daar en (hij) vond (tot) Jonadab zoon wagen hem tegemoet en (hij) zegende (...) hem en (hij) sprak naar hem is er? (tot) hart (...) jou rechte zoals hart (...) mij met hart (...) jou en (hij) sprak Jonadab er is en er is geef! (tot) hand (...) jou en (hij) gaf (hij) bedankte en (hij) verhief (...) hem naar hem naar de rijtuig
- 16.
- en (hij) sprak ga! (er)naar (met) mij en (hij) heeft gezien bij (ik) ben jaloers geweest aan Jahweh en (zij) reedden (met) hem bij (zij) hebben gereden
- 17.
- en (hij) kwam Samaria en (hij) sloeg (tot) alle (is het zo) dat blijven aan Achab bij Samaria tot roeie uit! (...) hem zoals woord Jahweh die woord naar Elia
- 18.
- en (hij) verzamelde Jehu (tot) alle het volk en (hij) sprak naar hen Achab slaaf (tot) de echtgenoot een beetje Jehu (hij) werkte (...) ons veel
- 19.
- en nu alle profeten van de echtgenoot alle slaven (...) hem en alle priesters (...) hem (zij) hebben genoemd naar mij man naar (hij) beval dat slachting grote aan mij aan echtgenoot alle die (hij) beval niet (hij) leefde en Jehu (hij) heeft gedaan bij (de) voetstap opdat (hij) heeft verloren laten gaan (tot) werk! de echtgenoot
- 20.
- en (hij) sprak Jehu (zij) hebben geheiligd (zij) heeft vastgehouden aan echtgenoot en (zij) noemden
- 21.
- en (hij) zond weg Jehu in alle Israël en voert in! alle werk! de echtgenoot noch geblevene man die niet (hij) is gekomen en voert in! huis de echtgenoot en (hij) was vol huis de echtgenoot mond aan mond
- 22.
- en (hij) sprak te bevestigen op EMLTHE (hij) is tevoorschijn gehaald zich te schamen aan alle werk! de echtgenoot en uitgaande aan hen (is het zo) dat om zich te bekleden
- 23.
- en (hij) kwam Jehu en Jonadab zoon wagen huis de echtgenoot en (hij) sprak te bewerken (...) mij de echtgenoot vrijheid (...) hem en (zij) hebben gezien opdat niet er is mond met jullie bewerk(t) (...) mij Jahweh dat als werk! de echtgenoot alleen zij
- 24.
- en voert in! te doen slachtingen en beklimmingen en Jehu daar als bij (de) straat tachtig man en (hij) sprak de man die (hij) redde vanuit de mensen die ik breng(t) op handen (...) jullie ziel (...) hem in de plaats van ziel (...) hem
- 25.
- en wees zoals schoondochter (...) hem te doen dat wat opgaat en (hij) sprak Jehu LRßIM WLSLSIM (zij) zijn gekomen (is het zo) dat sta op! man naar uitgaande en (hij) stond op aan mond van zwaard en (zij) gingen neer (is het zo) dat rennen en (de) derde (mv) en (zij) gingen tot stad huis de echtgenoot
- 26.
- en voert uit! (tot) opgestelde (mv) huis de echtgenoot en (zij) verbrandden (er)naar
- 27.
- en (zij) sloopten (tot) monument van de echtgenoot en (zij) sloopten (tot) huis de echtgenoot en past toe! (...) hem LMHRAWT tot vandaag
- 28.
- WISMD Jehu (tot) de echtgenoot van Israël
- 29.
- lege zondig! Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël niet (hij) is afgeweken Jehu van na hen stierkalveren van het goud die huis naar en die bij Dan
- 30.
- en (hij) sprak Jahweh naar Jehu wegens die EÐIBT te doen rechtuit bij bestudeer! zoals alle die bij (het) hart (...) mij (jij) hebt gedaan aan huis Achab bouw! kwart (mv) (zij) hebben gewoond aan jou op stoel Israël
- 31.
- en Jehu niet bewaar! te gaan bij (het) Wetboek van Jahweh mijn God Israël in alle hart (...) hem niet (hij) is afgeweken boven zondige daden Jerobeam die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël
- 32.
- bij (de) dagen die (hij) is begonnen te Jahweh aan einden bij Israël en (hij) stond op Hazaël in alle grens Israël
- 33.
- vanuit de Jordaan Oosten de zon (tot) alle land het gedenkteken het bokje en de Rubeniet WEMNSI MOROR die op wadi (ik) roddelde en het gedenkteken en de Basan
- 34.
- en rest spreek! Jehu en alle die (hij) heeft gedaan en alle moed (...) hem immers zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 35.
- en (hij) lag neer Jehu met vaders (...) hem en (zij) begroeven (met) hem bij Samaria en (hij) heerste Joahaz bij ons in de plaats van hem
- 36.
- en de dagen die koning Jehu op Israël twintig en acht jaar bij Samaria
Hoofdstuk 11
- 1.
- WOTLIE als Ahazia en (zij) heeft gezien dat dode (hij) heeft gebouwd en (zij) stond op en (jij) ging verloren (tot) alle nakomelingen het rijk
- 2.
- en (jij) nam IEWSBO dochter kroon! Joram zus Ahazia (tot) Joas zoon grijp! (er)naar WTCNB (met) hem van midden bouw! kroon! EMMWTTIM (met) hem en (tot) MINQTW bij (de) kamer (is het zo) dat buigen om en (zij) bestreedden (met) hem van aanzicht van Athalia noch EWMT
- 3.
- en wees (met) haar huis Jahweh MTHBA zes twee WOTLIE om te gaan op het land
- 4.
- en in het jaar ESBIOIT wapen Jojada en (hij) nam (tot) Sarai EMAIWT aan velden van WLRßIM en (hij) kwam (met) hen naar hem huis Jahweh en (hij) hakte af aan hen verbond en (hij) was verzadigd (met) hen bij (het) huis Jahweh en gezien (met) hen (tot) zoon kroon!
- 5.
- en (hij) gaf opdracht (...) hen te spreken dit het woord die (jullie) maakten (...) hen het derde (van)uit jullie bij (de) eiland zet stop! en bewaar! bewaring huis kroon!
- 6.
- en het derde bij (de) poort verblind! en het derde bij (de) poort andere (is het zo) dat rennen en (jullie) hebben gehouden (tot) bewaring het huis MXH
- 7.
- en schering EIDWT bij jullie alle voer uit! zet stop! en bewaart! (tot) bewaring huis Jahweh naar kroon!
- 8.
- WEQPTM op kroon! rondom man en gereedschappen (...) hem bij (hij) bedankte en wat kwam naar ESDRWT (hij) zal worden laten sterven en (zij) zijn geweest (tot) kroon! bij uit te gaan (...) hem en bij (het) komen
- 9.
- en (zij) hebben gemaakt Sarai EMAIWT zoals alle die geef opdracht! Jojada de priester en (zij) namen man (tot) mensen (...) hem bij (de) eiland zet stop! met voer uit! zet stop! en voert in! naar Jojada de priester
- 10.
- en (hij) gaf de priester aan Sarai EMAIWT (tot) (is het zo) dat (jij) bent gelegerd en (tot) (is het zo) dat heers! (...) hen die aan koning oom die bij (het) huis Jahweh
- 11.
- en (zij) stondden vast (is het zo) dat rennen man en gereedschappen (...) hem bij (hij) bedankte van schouder het huis rechtse tot schouder het huis de linkerhand aan altaar en aan huis op kroon! rondom
- 12.
- en (hij) bracht naar buiten (tot) zoon kroon! en (hij) gaf op hem (tot) de kroon en (tot) het getuigenis en (zij) heersten (met) hem en (zij) zalfden (...) hem en (zij) sloegen lepel en (zij) spraken leve! kroon!
- 13.
- en (jij) hoorde toe OTLIE (tot) klank (is het zo) dat Rezin het volk en (zij) kwam naar het volk huis Jahweh
- 14.
- en (zij) liet zien en hier is kroon! sta vast! op de staander zoals rechtsregel en de aanvoerders en de trompetten naar kroon! en alle met het land maak blij! en (hij) heeft geblazen bij (de) trompetten en (jij) scheurde OTLIE (tot) naar kledingstukken en (jij) noemde verband verband
- 15.
- en (hij) gaf opdracht Jojada de priester (tot) Sarai EMAIWT beveel! de macht en (hij) sprak naar hen (zij) hebben tevoorschijn gehaald (met) haar naar van huis LSDRT en wat kwam na haar dood! bij (het) zwaard dat woord de priester naar onschuld van huis Jahweh
- 16.
- en past toe! aan haar handen en (jij) kwam weg om te komen de paarden huis kroon! en onschuld van daar
- 17.
- en (hij) hakte af Jojada (tot) het verbond tussen Jahweh en tussen kroon! en tussen het volk te zijn aan volk aan Jahweh en tussen kroon! en tussen het volk
- 18.
- en voert in! alle met het land huis de echtgenoot en (zij) sloopten (...) hem (tot) altaar (...) hem en (tot) beelden (...) hem (zij) hebben gebroken doe goed! en (tot) lenden priester de echtgenoot (zij) hebben gedood voor de altaren en pas toe! de priester (jij) hebt bekeken op huis Jahweh
- 19.
- en (hij) nam (tot) Sarai de honderd en (tot) (is het zo) dat graaf! en (tot) (is het zo) dat rennen en (tot) alle met het land WIRIDW (tot) kroon! van huis Jahweh en (zij) kwamen weg poort (is het zo) dat rennen huis kroon! en inwoner op stoel de koningen
- 20.
- en (hij) maakte blij alle met het land en (hij) heeft opgemerkt (zij) is stil geweest en (tot) Athalia (zij) hebben gedood bij (het) zwaard huis koning
Hoofdstuk 12
- 1.
- zoon zeven twee Joas bij (zij) hebben geheerst
- 2.
- bij (het) jaar van zeven aan Jehu koning Joas en veertig jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem naar pracht van put zeven
- 3.
- en (hij) heeft gemaakt Joas rechtuit bij bestudeer! Jahweh alle dagen (...) hem die word(t) zwanger (...) hem Jojada de priester
- 4.
- lege de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken nog (eens) het volk altaars en roken bij (de) verhogingen
- 5.
- en (hij) sprak Joas naar de priesters alle zilver de heiligheden die IWBA huis Jahweh zilver ga(a)(t) voorbij man zilver zielen (zij) hebben geordend alle zilver die (hij) verhief op hart man te brengen huis Jahweh
- 6.
- (zij) namen aan hen de priesters man honderd (zij) hebben verkocht en zij (zij) versterkten (tot) bij (de) dunne het huis aan alle die (hij) vond daar bij (de) dunne
- 7.
- en wees bij (het) jaar van twintig en drie jaar aan koning Joas niet versterkt! de priesters (tot) bij (de) dunne het huis
- 8.
- en (hij) noemde kroon! Joas aan Jojada de priester en aan priesters en (hij) sprak naar hen waarom? jullie zijn (er) niet versterken (tot) bij (de) dunne het huis en nu naar (jullie) namen zilver honderd bekenden (...) jullie dat LBDQ het huis (jij) gaf (...) hem
- 9.
- WIATW de priesters opdat niet QHT zilver honderd het volk en opdat niet kracht (tot) bij (de) dunne het huis
- 10.
- en (hij) nam Jojada de priester kist één WIQB (hij) is bleek geworden (jij) bent gescheiden (...) hem en (hij) gaf (met) hem naast het altaar bij (de) rechterhand bij (de) komst man huis Jahweh en (zij) hebben gegeven daarnaar (-s) de priesters bewaar! (is het zo) dat voeg toe! (tot) alle het zilver EMWBA huis Jahweh
- 11.
- en wees zoals zicht (...) hen dat meerderheid het zilver bij (de) kist en (hij) verhief boek kroon! en de priester (de) grote en fabriceert! en (zij) benoemden (tot) het zilver (is het zo) dat (wij) vondden huis Jahweh
- 12.
- en (zij) hebben gegeven (tot) het zilver (is het zo) dat ben(t) eerlijk op hand maak! het handwerk de opnamen huis Jahweh en (zij) haalden tevoorschijn (...) hem aan ambachtsmannen van de boom en witte (mv) (is het zo) dat maak! (...) hen huis Jahweh
- 13.
- WLCDRIM WLHßBI de steen en te kopen bomen en stenen van MHßB te versterken (tot) bij (de) dunne huis Jahweh en aan alle die uitgaande op het huis te versterken (er)naar
- 14.
- maar niet (zij) heeft gemaakt huis Jahweh XPWT zilver zingen offerschalen trompetten alle gereedschap goud en gereedschap zilver vanuit het zilver EMWBA huis Jahweh
- 15.
- dat LOSI het handwerk (hij) gaf (...) hem en versterkt! bij hem (tot) huis Jahweh
- 16.
- noch (zij) berekenden (tot) de mensen die (zij) gaven (tot) het zilver op (hij) leek te geven LOSI het handwerk dat bij (ik) benoemde zij maak! (...) hen
- 17.
- zilver (hij) heeft zich schuldig gemaakt en zilver zondige daden niet IWBA huis Jahweh aan priesters (zij) waren
- 18.
- destijds (hij) verhief Hazaël koning Syrië en (hij) streed op wijnpers en (hij) voegde samen (er)naar en pas toe! Hazaël aanzichten (...) hem op te gaan op Jeruzalem
- 19.
- en (hij) nam Joas koning Juda (tot) alle de heiligheden die (zij) hebben gewijd Josafat en (hij) stroomde (...) hen en Ahazia vaders (...) hem heers! Juda en (tot) heiligheden (...) hem en (tot) alle het goud (is het zo) dat (wij) vondden bij (de) bergingen huis Jahweh en huis kroon! en (hij) zond weg aan Hazaël koning Syrië en (hij) verhief boven Jeruzalem
- 20.
- en rest spreek! Joas en alle die (hij) heeft gedaan immers zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 21.
- en (zij) wraakten slaven (...) hem en (zij) verbondden verband en (zij) sloegen (tot) Joas huis (hij) is vol geweest (is het zo) dat (hij) is gedaald XLA
- 22.
- WIWZKR zoon (jij) hebt toegehoord WIEWZBD zoon bewaar! slaven (...) hem (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden en (hij) stierf en (zij) begroeven (met) hem met vaders (...) hem bij (de) stad oom en (hij) heerste Amazia bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 13
- 1.
- bij (het) jaar van twintig en drie jaar aan Joas zoon Ahazia koning Juda koning Joahaz zoon Jehu op Israël bij Samaria zeven tien jaar
- 2.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh en (hij) ging andere zondoffer Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël niet (hij) is afgeweken (van)uit haar
- 3.
- en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij Israël en (hij) gaf (...) hen bij (de) hand Hazaël koning Syrië en bij (de) hand zoon Hadad zoon Hazaël alle de dagen
- 4.
- en (hij) begon te Joahaz (tot) aanzicht van Jahweh en (hij) hoorde toe naar hem Jahweh dat (hij) heeft gezien (tot) druk Israël dat druk (met) hen koning Syrië
- 5.
- en (hij) gaf Jahweh aan Israël red(t) en voert uit! onder vandaan hand Syrië en (zij) hebben gewoond bouw! Israël bij (de) tenten (...) hen zoals gisteren eergisteren
- 6.
- maar niet (zij) zijn afgeweken van zondoffer huis Jerobeam die EHÐI (tot) Israël bij haar beweging en ook (is het zo) dat (ik) weekte in (zij) heeft gestaan bij Samaria
- 7.
- dat niet (hij) heeft achtergelaten aan Joahaz met dat als vijftig ruiters en tien wagen en tiental duizenden voeten van dat (hij) is verloren gegaan (...) hen koning Syrië en pas toe! (...) hen zoals stof LDS
- 8.
- en rest spreek! Joahaz en alle die (hij) heeft gedaan en moed (...) hem immers zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 9.
- en (hij) lag neer Joahaz met vaders (...) hem en (zij) begroeven (...) hem bij Samaria en (hij) heerste Joas bij ons in de plaats van hem
- 10.
- bij (het) jaar van dertig en zeven jaar aan Joas koning Juda koning Joas zoon Joahaz op Israël bij Samaria zes tien jaar
- 11.
- en (zij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh niet (hij) is afgeweken van alle zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël bij haar beweging
- 12.
- en rest spreek! Joas en alle die (hij) heeft gedaan en moed (...) hem die (hij) heeft gestreden met Amazia koning Juda toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 13.
- en (hij) lag neer Joas met vaders (...) hem en Jerobeam inwoner op stoel (...) hem en (hij) begroef Joas bij Samaria met heers! Israël
- 14.
- en Elisa (hij) is ziek geworden (tot) niet-heilige-en (...) hem die (hij) stierf bij hem en (hij) is gedaald naar hem Joas koning Israël en (hij) weende op aanzichten (...) hem en (hij) sprak vader vader wagen Israël en ruiters (...) hem
- 15.
- en (hij) sprak als Elisa neem! boog en pijlen en (hij) nam naar hem boog en pijlen
- 16.
- en (hij) sprak aan koning Israël de wagen hand (...) jou op de boog en (hij) reed (hij) bedankte en pas toe! Elisa handen (...) hem op handen van kroon!
- 17.
- en (hij) sprak opening (zij) zijn begonnen te (...) hen (zij) is voorgegaan en (hij) deed open en (hij) sprak Elisa (hij) heeft geworpen WIWR en (hij) sprak pijl (jij) schreeuwde om hulp (er)naar aan Jahweh en pijl (jij) schreeuwde om hulp (er)naar bij Syrië en (jij) hebt geslagen (tot) Syrië BAPQ tot schoondochter
- 18.
- en (hij) sprak neem! de pijlen en (hij) nam en (hij) sprak aan koning Israël EK naar land en (hij) sloeg drie twee keer en (hij) stond vast
- 19.
- en (hij) maakte zich kwaad op hem man naar God en (hij) sprak te slaan vijf of zes twee keer destijds (jij) hebt geslagen (tot) Syrië tot schoondochter en nu drie twee keer (jij) sloeg (tot) Syrië
- 20.
- en (hij) stierf Elisa en (zij) begroeven (...) hem en eenheden van Moab voert in! bij (het) land (hij) is gekomen jaar
- 21.
- en wees zij graven man en hier is (zij) hebben gezien (tot) de eenheid en (zij) wierpen af (tot) de man bij (het) graf Elisa en (hij) ging en vermoeide de man bij (de) botten Elisa en leve! en (hij) stond op op voeten (...) hem
- 22.
- en Hazaël koning Syrië druk (tot) Israël alle dagen van Joahaz
- 23.
- en (hij) legerde Jahweh (met) hen en (hij) had medelijden (...) hen en (hij) wendde zich naar hen opdat verbond (...) hem (tot) Abraham Izak en Jakob noch (hij) heeft gewenst (is het zo) dat (jullie) hebben je gebukt noch (hij) heeft afgeworpen (...) hen boven aanzichten (...) hem tot nu
- 24.
- en (hij) stierf Hazaël koning Syrië en (hij) heerste zoon Hadad bij ons in de plaats van hem
- 25.
- en inwoner Joas zoon Joahaz en (hij) nam (tot) de steden van hand zoon Hadad zoon Hazaël die lering van hand Joahaz vader (...) hem bij (de) strijd drie twee keer (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden Joas en inwoner (tot) steden van Israël
Hoofdstuk 14
- 1.
- bij (het) jaar van twee aan Joas zoon IWAHZ koning Israël koning Amazia zoon Joas koning Juda
- 2.
- zoon twintig en vijf jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en twintig en negen jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IEWODIN vanuit Jeruzalem
- 3.
- en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh lege niet zoals oom vader (...) hem zoals alle die (hij) heeft gedaan Joas vader (...) hem (hij) heeft gedaan
- 4.
- lege de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken nog (eens) het volk altaars en roken bij (de) verhogingen
- 5.
- en wees zoals (zij) is sterk geworden het rijk bij (hij) bedankte en (hij) sloeg (tot) slaven (...) hem (is het zo) dat slaan (tot) kroon! vader (...) hem
- 6.
- en (tot) bouw! (is het zo) dat slaan niet (jij) hebt geruist zoals geschreven bij (het) boek Wetboek van Mozes die geef opdracht! Jahweh te spreken niet (zij) zullen worden laten sterven vaders op zonen en zonen niet (zij) zullen worden laten sterven op vaders dat als man bij (zij) hebben gezondigd (hij) stierf
- 7.
- hij (hij) heeft geslagen (tot) Edom bij (het) dal het zout tiental duizenden en (zij) verbreidde zich (tot) de rots bij (de) strijd en (hij) noemde (tot) daarnaar (-s) IQTAL tot vandaag deze
- 8.
- destijds wapen Amazia boodschappers naar Joas zoon Joahaz zoon Jehu koning Israël te spreken ga! (er)naar NTRAE aanzicht
- 9.
- en (hij) zond weg Joas koning Israël naar Amazia koning Juda te spreken EHWH die bij (de) Libanon wapen naar de ceder die bij (de) Libanon te spreken geef! (tot) bij (zij) sloeg aan zonen van aan vrouw en (zij) ging voorbij dier van het veld die bij (de) Libanon WTRMX (tot) EHWH
- 10.
- (hij) heeft geslagen (jij) hebt geslagen (tot) Edom en (hij) heeft gedragen (...) jou hart (...) jou de lever en woon! bij (het) huis (...) jou en waarom TTCRE bij (de) herder en (jij) bent gevallen (er)naar (met) haar en Juda met jou
- 11.
- noch nieuws Amazia en (hij) verhief Joas koning Israël WITRAW aanzicht hij en Amazia koning Juda bij (het) huis zon die aan Juda
- 12.
- WINCP Juda voor Israël en (zij) vluchtten man aan tent (...) hem
- 13.
- en (tot) Amazia koning Juda zoon Joas zoon Ahazia (zij) verbreidde zich Joas koning Israël bij (het) huis zon en voert in! Jeruzalem en (hij) brak door bij (de) muur van Jeruzalem bij (de) poort Efraïm tot poort de hoek vier honderd natie
- 14.
- en lering (tot) alle het goud en het zilver en (tot) alle (de) alle (mv) (is het zo) dat bevinden zich huis Jahweh en bij (de) bergingen huis kroon! en (tot) bouw! ETORBWT en inwoner naar Samaria
- 15.
- en rest spreek! Joas die (hij) heeft gedaan en moed (...) hem en die (hij) heeft gestreden met Amazia koning Juda toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 16.
- en (hij) lag neer Joas met vaders (...) hem en (hij) begroef bij Samaria met heers! Israël en (hij) heerste Jerobeam bij ons in de plaats van hem
- 17.
- en leve! Amazia zoon Joas koning Juda na dood Joas zoon Joahaz koning Israël vijf tien jaar
- 18.
- en rest spreek! Amazia toch? zij (hand)schrift-en op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 19.
- en (zij) verbondden op hem verband bij Jeruzalem en (hij) vluchtte naar Lachis en (zij) zondden weg na hem naar Lachis en (zij) stierven (...) hem daar
- 20.
- en (zij) droegen (met) hem op de paarden en (hij) begroef bij Jeruzalem met vaders (...) hem bij (de) stad oom
- 21.
- en (zij) namen alle met Juda (tot) Azarja en hij zoon zes tien jaar en (zij) heersten (met) hem in de plaats van vader (...) hem Amazia
- 22.
- hij (hij) heeft gebouwd (tot) ree van en (zij) heeft gewoond aan Juda na lig neer! kroon! met vaders (...) hem
- 23.
- bij (het) jaar van vijf tien jaar aan Amazia zoon Joas koning Juda koning Jerobeam zoon Joas koning Israël bij Samaria veertig en één jaar
- 24.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh niet (hij) is afgeweken van alle zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël
- 25.
- hij (hij) heeft teruggegeven (tot) grens Israël weg van komst leren zak tot zee de wildernis zoals woord Jahweh mijn God Israël die woord bij (de) hand (zij) hebben gewerkt duif zoon waarheden van de profeet die van wijnpers (is het zo) dat Hefer
- 26.
- dat (hij) heeft gezien Jahweh (tot) arme Israël bittere zeer en niets houd vast! en niets verlaat! en (er is) niet hulp aan Israël
- 27.
- noch woord Jahweh uit te wissen (tot) daar Israël onder vandaan de hemel en (hij) redde (...) hen bij (de) hand Jerobeam zoon Joas
- 28.
- en rest spreek! Jerobeam en alle die (hij) heeft gedaan en moed (...) hem die (hij) heeft gestreden en die (hij) heeft teruggegeven (tot) Damaskus en (tot) leren zak aan Juda bij Israël toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 29.
- en (hij) lag neer Jerobeam met vaders (...) hem met heers! Israël en (hij) heerste herinner je! (er)naar bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 15
- 1.
- bij (het) jaar van twintig en zeven jaar aan Jerobeam koning Israël koning Azarja zoon Amazia koning Juda
- 2.
- zoon zes tien jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en vijftig en twee jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IKLIEW van Jeruzalem
- 3.
- en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Amazia vader (...) hem
- 4.
- lege de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken nog (eens) het volk altaars en roken bij (de) verhogingen
- 5.
- WINCO Jahweh (tot) kroon! en wees melaatse tot dag (zij) zijn gestorven en inwoner bij (het) huis EHPSIT en Jotham zoon kroon! op het huis rechter (tot) met het land
- 6.
- en rest spreek! Azarja en alle die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 7.
- en (hij) lag neer Azarja met vaders (...) hem en (zij) begroeven (met) hem met vaders (...) hem bij (de) stad oom en (hij) heerste Jotham bij ons in de plaats van hem
- 8.
- bij (het) jaar van dertig en acht jaar aan Azarja koning Juda koning Zacharia zoon Jerobeam op Israël bij Samaria zes maanden
- 9.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals Ezau vaders (...) hem niet (hij) is afgeweken van zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël
- 10.
- en (hij) verbond op hem gehele zoon droogte en (zij) werden donker tegenover met en (zij) doodden (...) hem en (hij) heerste in de plaats van hem
- 11.
- en rest spreek! herinner je! (er)naar hier zijn zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 12.
- hij woord Jahweh die woord naar Jehu te spreken bouw! vierde (mv) (zij) hebben gewoond aan jou op stoel Israël en wees zo
- 13.
- vrede zoon (hij) beschaamde koning bij (het) jaar van dertig en negen jaar aan Uzzia koning Juda en (hij) heerste maan dagen bij Samaria
- 14.
- en (hij) verhief troost zoon bokje van Thirza en (hij) kwam Samaria en (hij) sloeg (tot) vrede zoon (hij) beschaamde bij Samaria en (zij) doodden (...) hem en (hij) heerste in de plaats van hem
- 15.
- en rest spreek! vrede en verbindt! die verband hier zijn zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 16.
- destijds (hij) sloeg troost (tot) (zij) sloeg over en (tot) alle die bij haar en (tot) CBWLIE van Thirza dat niet opening en (hij) sloeg (tot) alle EERWTIE BQO
- 17.
- bij (het) jaar van dertig en negen jaar aan Azarja koning Juda koning troost zoon bokje op Israël rijkdom twee bij Samaria
- 18.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh niet (hij) is afgeweken boven zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël alle dagen (...) hem
- 19.
- (hij) is gekomen PWL koning bevestiging op het land en (hij) gaf troost LPWL duizend plein zilver te zijn handen (...) hem (met) hem te houden het rijk bij (hij) bedankte
- 20.
- en uitgaande troost (tot) het zilver op Israël op alle helden van de macht te geven aan koning bevestiging vijftig munten zilver aan man één en inwoner koning bevestiging noch sta vast! daar bij (het) land
- 21.
- en rest spreek! troost en alle die (hij) heeft gedaan immers zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 22.
- en (hij) lag neer troost met vaders (...) hem en (hij) heerste open! (er)naar bij ons in de plaats van hem
- 23.
- bij (het) jaar van vijftig jaar aan Azarja koning Juda koning open! (er)naar zoon troost op Israël bij Samaria twee jaren
- 24.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh niet (hij) is afgeweken van zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël
- 25.
- en (hij) verbond op hem (hij) heeft geopend zoon Remalia SLISW en (zij) werden donker bij Samaria bij (het) paleis huis koning (tot) Argob en (tot) de leeuw en met hem vijftig man van zonen van gedenktekens en (zij) stierven (...) hem en (hij) heerste in de plaats van hem
- 26.
- en rest spreek! open! (er)naar en alle die (hij) heeft gedaan hier zijn zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 27.
- bij (het) jaar van vijftig en twee jaar aan Azarja koning Juda koning (hij) heeft geopend zoon Remalia op Israël bij Samaria twintig jaar
- 28.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh niet (hij) is afgeweken vanuit zondige daden Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël
- 29.
- bij (de) dagen van (hij) heeft geopend koning Israël (hij) is gekomen TCLT PLAXR koning bevestiging en (hij) nam (tot) OIWN en (tot) rouw huis Maächa en (tot) (hij) rustte en (tot) heiligheid en (tot) Hazor en (tot) het gedenkteken en (tot) ECLILE alle land Nafthali en (hij) verheugde zich (...) hen naar bevestiging
- 30.
- en (hij) verbond verband Hosea zoon deze op (hij) heeft geopend zoon Remalia en (zij) werden donker en (zij) doodden (...) hem en (hij) heerste in de plaats van hem bij (het) jaar van twintig aan Jotham zoon Uzzia
- 31.
- en rest spreek! (hij) heeft geopend en alle die (hij) heeft gedaan hier zijn zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Israël
- 32.
- bij (het) jaar van twee LPQH zoon Remalia koning Israël koning Jotham zoon Uzzia koning Juda
- 33.
- zoon twintig en vijf jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en zes tien jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IRWSA dochter heb gelijk!
- 34.
- en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Uzzia vader (...) hem (hij) heeft gedaan
- 35.
- lege de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken nog (eens) het volk altaars en roken bij (de) verhogingen hij (hij) heeft gebouwd (tot) poort huis Jahweh (de) hoogste
- 36.
- en rest spreek! Jotham die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 37.
- bij (de) dagen die (hij) is begonnen te Jahweh aan de afgezant bij Juda Rezin koning Syrië en (tot) (hij) heeft geopend zoon Remalia
- 38.
- en (hij) lag neer Jotham met vaders (...) hem en (hij) begroef met vaders (...) hem bij (de) stad oom vader (...) hem en (hij) heerste Achaz bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 16
- 1.
- bij (het) jaar van zeven tien jaar LPQH zoon Remalia koning Achaz zoon Jotham koning Juda
- 2.
- zoon twintig jaar Achaz bij (zij) hebben geheerst en zes tien jaar koning bij Jeruzalem noch (hij) heeft gedaan rechtuit bij bestudeer! Jahweh zijn God zoals oom vader (...) hem
- 3.
- en (hij) ging bij (de) weg heers! Israël en ook (tot) bij ons (hij) heeft overgebracht (hij) is verrot KTOBWT de volken die (hij) heeft verdreven Jahweh (met) hen van aanzicht van bouw! Israël
- 4.
- en (hij) slachtte en (hij) rookte bij (de) verhogingen en op de heuvels en in de plaats van alle boom frisse
- 5.
- destijds (hij) verhief Rezin koning Syrië en (hij) heeft geopend zoon Remalia koning Israël Jeruzalem aan strijd en fabriceert! op Achaz noch (zij) hebben gekund aan het brood
- 6.
- bij (de) tijd die (hij) heeft teruggegeven Rezin koning Syrië (tot) ree van aan Syrië WINSL (tot) de Joden van reeën en Syriërs (zij) zijn gekomen ree van en (zij) hebben gewoond daar tot vandaag deze
- 7.
- en (hij) zond weg Achaz boodschappers naar TCLT PLXR koning bevestiging te spreken slaaf (...) jou en zoon (...) jou ik blad en red! (...) mij van lepel koning Syrië en van lepel koning Israël (is het zo) dat sta op! (...) hen op mij
- 8.
- en (hij) nam Achaz (tot) het zilver en (tot) het goud (is het zo) dat (wij) vondden huis Jahweh en bij (de) bergingen huis kroon! en (hij) zond weg aan koning bevestiging omkoperij
- 9.
- en (hij) hoorde toe naar hem koning bevestiging en (hij) verhief koning bevestiging naar Damaskus WITPSE en (hij) onthulde naar muur en (tot) Rezin (jij) hebt geruist
- 10.
- en (hij) ging kroon! Achaz tegemoet TCLT PLAXR koning bevestiging DWMSQ en gezien (tot) het altaar die bij Damaskus en (hij) zond weg kroon! Achaz naar naar lichten de priester (tot) gestalte het altaar en (tot) model (...) hem aan alle handeling (...) hem
- 11.
- en (hij) bouwde naar lichten de priester (tot) het altaar zoals alle die wapen kroon! Achaz van Damaskus zo (hij) heeft gedaan naar lichten de priester tot komst kroon! Achaz van Damaskus
- 12.
- en (hij) kwam kroon! van Damaskus en gezien kroon! (tot) het altaar en (hij) bracht nader kroon! op het altaar en (hij) verhief op hem
- 13.
- en (hij) rookte (tot) opgaan (...) hem en (tot) geschenk (...) hem en (hij) goot uit (tot) (zij) hebben uitgegoten en (hij) gooide (tot) bloed de vergoedingen die als op het altaar
- 14.
- en (tot) het altaar het koper die voor Jahweh en (hij) bracht nader honderd aanzicht van het huis van tussen het altaar en van tussen huis Jahweh en (hij) gaf (met) hem op heup het altaar naar Noorden
- 15.
- en (hij) gaf opdracht (...) hem kroon! Achaz (tot) naar lichten de priester te spreken op het altaar (de) grote laat roken! (tot) opgaan het rundvee en (tot) geschenk van (de) aangename en (tot) opgaan kroon! en (tot) geschenk (...) hem en (tot) opgaan alle met het land en geschenken (...) hen en uitgietingen (...) hen en alle bloed blad en alle bloed slachting op hem TZRQ en altaar het koper (hij) was aan mij te bezoeken
- 16.
- en (hij) heeft gemaakt naar lichten de priester zoals alle die geef opdracht! kroon! Achaz
- 17.
- WIQßß kroon! Achaz (tot) (is het zo) dat sluiten EMKWNT en (hij) week af van hoogtes (...) hen en (tot) (hij) heeft herkend en (tot) de zee (hij) is naar beneden gehaald boven het rundvee het koper die in de plaats van haar en (hij) gaf (met) hem op van plaveisel van stenen
- 18.
- en (tot) MIXK zet stop! die bij ons bij (het) huis en (tot) om te komen kroon! (de) uitwendige (hij) heeft opzij gelegd huis Jahweh van aanzicht van koning bevestiging
- 19.
- en rest spreek! Achaz die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 20.
- en (hij) lag neer Achaz met vaders (...) hem en (hij) begroef met vaders (...) hem bij (de) stad oom en (hij) heerste Hizkia bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 17
- 1.
- bij (het) jaar van twee tien aan Achaz koning Juda koning Hosea zoon deze bij Samaria op Israël negen twee
- 2.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh lege niet als heers! Israël die (zij) zijn geweest voor hem
- 3.
- op hem blad SLMNAXR koning bevestiging en wees als Hosea slaaf en inwoner als geschenk
- 4.
- en (hij) vond koning bevestiging bij Hosea verband die wapen boodschappers naar XWA koning Egypte noch dat wat opgaat geschenk aan koning bevestiging zoals jaar in het jaar en (zij) hieldden vast (...) hem koning bevestiging en (zij) namen gevangen (...) hem huis gevangenis
- 5.
- en (hij) verhief koning bevestiging in alle het land en (hij) verhief Samaria en fabriceer! op haar drie twee
- 6.
- bij (het) jaar van ETSOIT aan Hosea voeg samen! koning bevestiging (tot) Samaria en (hij) verheugde zich (tot) Israël naar bevestiging en inwoner hen BHLH WBHBWR rivier CWZN en steden van van die
- 7.
- en wees dat (zij) hebben gezondigd bouw! Israël aan Jahweh hun God de hoogte (met) hen van land Egypte onder vandaan hand farao koning Egypte en (zij) vreesden God anderen
- 8.
- en (zij) gingen bij (de) grondwetten de volken die (hij) heeft verdreven Jahweh van aanzicht van bouw! Israël en heers! Israël die Ezau
- 9.
- WIHPAW bouw! Israël woorden die niet zo op Jahweh hun God en (zij) bouwden aan hen bij (de) dood in alle steden (...) hen MMCDL NWßRIM tot stad versterkte
- 10.
- en zet vast! aan hen opgestelde (mv) en heil (...) hen op alle heuvel naar hoogte en in de plaats van alle boom frisse
- 11.
- en (zij) rookten daar in alle bij (de) dood zoals volken die de bol Jahweh van aanzichten (...) hen en (zij) hebben gemaakt woorden kwaden boos te maken (tot) Jahweh
- 12.
- en (zij) werkten (is het zo) dat draaie! (...) hen die woord Jahweh aan hen niet (jullie) maakten (tot) het woord deze
- 13.
- WIOD Jahweh bij Israël en met Juda bij (de) hand alle profeet (...) hem alle borst te spreken woont! van wegen (...) jullie de kwaden en bewaart! voorschrift (...) mij grondwetten (...) mij zoals alle het Wetboek die (ik) heb opdracht gegeven (tot) vaders (...) jullie en die (ik) heb gezonden naar jullie bij (de) hand werk! de profeten
- 14.
- noch (zij) hebben toegehoord en (zij) werden hard (tot) nek (...) hen zoals nek vaders (...) hen die niet (zij) hebben geloofd bij Jahweh hun God
- 15.
- en (hij) verafschuwde (...) hem (tot) wetten (...) hem en (tot) verbond (...) hem die (hij) heeft afgehakt (tot) vaders (...) hen en (tot) getuigen (...) hem die (hij) heeft getuigd in hen en (zij) gingen na de damp WIEBLW en na de volken die omgevingen (...) hen die geef opdracht! Jahweh (met) hen opdat niet te doen zoals zij
- 16.
- en (zij) verlieten (tot) alle voorschrift van Jahweh hun God en (zij) hebben gemaakt aan hen van hut twee stierkalveren en (zij) hebben gemaakt (ik) zong (er)naar en (zij) bogen zich diep aan alle leger de hemel en (zij) werkten (tot) de echtgenoot
- 17.
- en (zij) brachten over (tot) zonen (...) hen en (tot) bebouwingen (...) hen (hij) is verrot WIQXMW tovenarijen en (zij) vermoedden WITMKRW te doen juich! bij bestudeer! Jahweh boos te maken (...) hem
- 18.
- WITANP Jahweh zeer bij Israël en (hij) week af (...) hen boven aanzichten (...) hem niet geblevene lege stam Juda alleen hij
- 19.
- ook Juda niet bewaar! (tot) voorschrift van Jahweh hun God en (zij) gingen bij (de) grondwetten Israël die Ezau
- 20.
- en (hij) verafschuwde Jahweh in alle nakomelingen Israël en (hij) antwoordde (...) hen en (hij) gaf (...) hen bij (de) hand SXIM tot die (hij) heeft afgeworpen (...) hen van aanzichten (...) hem
- 21.
- dat scheur Israël boven huis oom en (zij) kroonden (tot) Jerobeam zoon kiem WIDA Jerobeam (tot) Israël van achter Jahweh en (hij) heeft laten zondigen (...) hen (zij) heeft gezondigd grootheid
- 22.
- en (zij) gingen bouw! Israël in alle zondige daden Jerobeam die (hij) heeft gedaan niet (zij) zijn afgeweken (van)uit haar
- 23.
- tot die (hij) heeft verwijderd Jahweh (tot) Israël boven aanzichten (...) hem zoals woord bij (de) hand alle slaven (...) hem de profeten en (hij) verheugde zich Israël boven aarde (...) hem naar bevestiging tot vandaag deze
- 24.
- en (hij) kwam koning bevestiging van Babel en slaan (er)naar WMOWA en om bronstig te zijn WXPRWIM en inwoner roeie uit! Samaria in de plaats van bouw! Israël en (zij) hebben veroverd (tot) Samaria en (zij) hebben gewoond roeie uit! (er)naar
- 25.
- en wees bij (het) begin van (jullie) zijn teruggekeerd daar niet (zij) lieten zien (tot) Jahweh en (hij) zond weg Jahweh bij hen (tot) de leeuwen en (zij) waren dood! (...) hen bij hen
- 26.
- en (zij) spraken aan koning bevestiging te spreken de volken die (is het zo) dat (jij) bent in verbanning gegaan en inwoner roeie uit! Samaria niet (zij) hebben geweten (tot) rechtsregel mijn God het land en (hij) zond weg in hen (tot) de leeuwen en hier zijn zij doden hen zoals zij zijn (er) niet IDOIM (tot) rechtsregel mijn God het land
- 27.
- en (hij) gaf opdracht koning bevestiging te spreken ELIKW daarnaar (-s) één van de priesters die (is het zo) dat (jullie) zijn in verbanning gegaan van daar en (zij) gingen en (zij) hebben gewoond daar en (hij) was hoog (tot) rechtsregel mijn God het land
- 28.
- en (hij) kwam één van de priesters die (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd van Samaria en inwoner bij (het) huis naar en wees leraar (met) hen waar ben jij? (zij) vreesden (tot) Jahweh
- 29.
- en (zij) waren maak! (...) hen volk volk zijn God en (zij) gaven rust bij (het) huis de verhogingen die Ezau ESMRNIM volk volk bij (de) steden (...) hen die zij inwoners daar
- 30.
- en mens (...) mij Babel Ezau (tot) hutten dochters en mens (...) mij KWT Ezau (tot) NRCL en mens (...) mij leren zak Ezau (tot) ASIMA
- 31.
- WEOWIM Ezau NBHZ en (tot) TRTQ WEXPRWIM engelen (tot) zonen (...) hen (hij) is verrot LADRMLK WONMLK deze boeken
- 32.
- en (zij) waren vrees! (...) hen (tot) Jahweh en (zij) hebben gemaakt aan hen van einden (...) hen priesters van bij (de) dood en (zij) waren maak! (...) hen aan hen bij (het) huis de verhogingen
- 33.
- (tot) Jahweh (zij) zijn geweest vrees! (...) hen en (tot) hun God (zij) zijn geweest slaven zoals rechtsregel de volken die (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd (met) hen van daar
- 34.
- tot vandaag deze zij maak! (...) hen zoals rechtsregels de eersten zij zijn (er) niet vrees! (...) hen (tot) Jahweh en zij zijn (er) niet maak! (...) hen zoals grondwetten (...) hen WKMSPÐM WKTWRE WKMßWE die geef opdracht! Jahweh (tot) bouw! Jakob die daar zijn naam Israël
- 35.
- en (hij) hakte af Jahweh (met) hen verbond en (hij) gaf opdracht (...) hen te spreken niet (jullie) vreesden God anderen noch (jullie) bogen je diep aan hen noch (jullie) werkten (...) hen noch (jullie) slachtten aan hen
- 36.
- dat als (tot) Jahweh die dat wat opgaat (met) jullie van land Egypte bij (de) kracht grote en bij (de) arm uitgestrekte (met) hem (jullie) vreesden en als (jullie) bogen je diep en als (jullie) slachtten
- 37.
- en (tot) de wetten en (tot) de rechtsregels en het Wetboek en het voorschrift die (hand)schrift aan jullie (jullie) bewaarden (...) hen te doen alle de dagen noch (jullie) vreesden God anderen
- 38.
- en het verbond die hak af! (met) jullie niet (jullie) lieten vergeten noch (jullie) vreesden God anderen
- 39.
- dat als (tot) Jahweh jullie God (jullie) vreesden en hij (hij) redde (met) jullie van hand alle vijanden (...) jullie
- 40.
- noch (zij) hebben toegehoord dat als zoals rechtsregel (...) hen (de) eerste zij maak! (...) hen
- 41.
- en (zij) waren de volken (de) deze vrees! (...) hen (tot) Jahweh en (tot) PXILIEM (zij) zijn geweest slaven ook zonen (...) hen en bouw! zonen (...) hen zoals Ezau vader (...) hen zij maak! (...) hen tot vandaag deze
Hoofdstuk 18
- 1.
- en wees bij (het) jaar van drie aan Hosea zoon deze koning Israël koning Hizkia zoon Achaz koning Juda
- 2.
- zoon twintig en vijf jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en twintig en negen jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem vader dochter herinner je! (er)naar
- 3.
- en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan oom vader (...) hem
- 4.
- hij (hij) heeft verwijderd (tot) de verhogingen en (hij) heeft gebroken (tot) de monument van en (hij) heeft afgehakt (tot) (is het zo) dat (ik) weekte in WKTT slang het koper die (hij) heeft gedaan Mozes dat tot de dagen (is het zo) dat deze (mv) (zij) zijn geweest bouw! Israël roken als en (hij) noemde als (jullie) hebben vermoed
- 5.
- bij Jahweh mijn God Israël veiligheid en na hem niet (hij) is geweest zoiets (...) hem in alle heers! Juda en die (zij) zijn geweest voor hem
- 6.
- en (hij) plakte bij Jahweh niet (hij) is afgeweken van na hem en (hij) bewaarde voorschriften (...) hem die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
- 7.
- en (hij) is geweest Jahweh met hem in alle die uitgaande (hij) werd wijs en (hij) kwam in opstand bij (de) koning bevestiging noch (zij) hebben gewerkt
- 8.
- hij (hij) heeft geslagen (tot) Filistijnen tot naar kracht en (tot) CBWLIE MMCDL NWßRIM tot stad versterkte
- 9.
- en wees in het jaar ERBIOIT aan koning Hizkia zij het jaar ESBIOIT aan Hosea zoon deze koning Israël blad SLMNAXR koning bevestiging op Samaria en fabriceer! op haar
- 10.
- en (hij) voegde samen (er)naar van einde drie twee bij (het) jaar van zes aan Hizkia zij jaar van negen aan Hosea koning Israël (wij) voegden samen (er)naar Samaria
- 11.
- en (hij) verheugde zich koning bevestiging (tot) Israël naar bevestiging en (hij) troostte BHLH WBHBWR rivier CWZN en steden van van die
- 12.
- op die niet (zij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh hun God en (zij) gingen voorbij (tot) verbond (...) hem (tot) alle die geef opdracht! Mozes slaaf Jahweh noch (zij) hebben toegehoord noch Ezau
- 13.
- WBARBO tien jaar aan koning Hizkia blad Sanherib koning bevestiging op alle steden van Juda (de) versterkte (mv) WITPSM
- 14.
- en (hij) zond weg Hizkia koning Juda naar koning bevestiging naar Lachis te spreken (ik) heb gezondigd terugkeren ontvreemd! (tot) die te geven (...) hen op mij (ik) droeg en pas toe! koning bevestiging op Hizkia koning Juda drie honderd plein zilver en dertig plein goud
- 15.
- en (hij) gaf Hizkia (tot) alle het zilver (is het zo) dat (wij) vondden huis Jahweh en bij (de) bergingen huis kroon!
- 16.
- bij (de) tijd die Qßß Hizkia (tot) deuren paleis Jahweh en (tot) EAMNWT die wachter Hizkia koning Juda en (hij) gaf (...) hen aan koning bevestiging
- 17.
- en (hij) zond weg koning bevestiging (tot) (jullie) hebben verspied en (tot) meerderheid hoveling en (tot) Rabsake vanuit Lachis naar kroon! Hizkia bij (de) macht lever Jeruzalem en (zij) verhieven en voert in! Jeruzalem en (zij) verhieven en voert in! en (zij) stondden vast BTOLT de gelukwens (de) hoogste die BMXLT veld was!
- 18.
- en (zij) noemden naar kroon! en uitgaande naar hen Eljakim zoon Hilkia die op het huis en Sebna het boek en Joah zoon Asaf de sekretaris
- 19.
- en (hij) sprak naar hen Rabsake (zij) hebben gesproken toch naar Hizkia zo woord kroon! (de) grote koning bevestiging wat? (is het zo) dat (zij) hebben zich verzekerd (...) hen deze die (jij) hebt je verzekerd
- 20.
- (jij) hebt gesproken maar woord lippen advies en moed aan strijd nu op water van (jij) hebt je verzekerd dat om te dalen bij mij
- 21.
- nu hier is (jij) hebt je verzekerd aan jou op MSONT de buis ERßWß deze op Egypte die (hij) steunde man op hem en (hij) is gekomen bij (de) lepel (...) hem en vrouw zo farao koning Egypte aan alle de veilige plaatsen op hem
- 22.
- en dat (jullie) spraken (...) hen naar mij naar Jahweh onze God (wij) hebben ons verzekerd immers hij die (hij) heeft verwijderd Hizkia (tot) verhogingen (...) hem en (tot) altaren (...) hem en (hij) sprak aan Juda en aan Jeruzalem voor het altaar deze (jullie) bogen je diep bij Jeruzalem
- 23.
- en nu (is het zo) dat (zij) was aangenaam toch (tot) liggers van (tot) koning bevestiging en (ik) gaf aan jou duizenden paarden als je zult kunnen te geven aan jou Rechabieten op hen
- 24.
- en waar ben jij? (jij) gaf terug (tot) aanzicht van vermindering één werk! liggers van de kleine-en en (jij) verzekerde je aan jou op Egypte aan wagen en aan ruiters
- 25.
- nu EMBLODI Jahweh (ik) ben opgegaan op de plaats deze aan de kuil (...) hem Jahweh woord naar mij blad op het land (de) deze en (zij) heeft kapot gemaakt
- 26.
- en (hij) sprak Eljakim zoon Hilkia en Sebna en Joah naar Rabsake woord toch naar slaven (...) jou ARMIT dat nieuwsberichten wij en naar (jij) sprak met ons Judith bij (de) oren van het volk die op de woede
- 27.
- en (hij) sprak naar hen Rabsake de hoogte liggers (...) jou en naar jou (hij) mij gezonden liggers van te spreken (tot) de woorden (de) deze toch? op de mensen de inwoners op de woede aan eten (tot) HRIEM en te drinken (tot) die twee met jullie
- 28.
- en (hij) stond vast Rabsake en (hij) noemde bij (de) klank grote Judith en (hij) sprak en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord woord kroon! (de) grote koning bevestiging
- 29.
- zo woord kroon! naar (hij) droeg aan jullie Hizkia dat niet (hij) zal kunnen te redden (met) jullie van hand (...) hem
- 30.
- en naar (hij) verzekerde zich (met) jullie Hizkia naar Jahweh te spreken red! (hij) redde (...) ons Jahweh noch (zij) zal gegeven worden (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand koning bevestiging
- 31.
- naar (jullie) hoorden toe naar Hizkia dat zo woord koning bevestiging Ezau (met) mij gelukwens en ga(a)t uit! naar mij en (zij) hebben gegeten man wijnstok (...) hem en man TANTW en (zij) hebben gelegd man water van graan (...) hem
- 32.
- tot bij (de) eiland en (ik) heb genomen (met) jullie naar land zoals land (...) jullie land graan en most land brood en wijngaarden land olijf zuivere olie en honing en (zij) hebben geleefd noch (jij) stierf (...) hem en naar (jullie) hoorden toe naar Hizkia dat IXIT (met) jullie te spreken Jahweh (hij) redde (...) ons
- 33.
- (is het zo) dat red! (zij) hebben gered mijn God de volken man (tot) land (...) hem van hand koning bevestiging
- 34.
- waar? mijn God leren zak WARPD waar? mijn God XPRWIM (is het zo) dat (hij) heeft gezworven WOWE dat (zij) hebben gered (tot) Samaria van handen van
- 35.
- water van in alle mijn God de landen die (zij) hebben gered (tot) land (...) hen van handen van dat (hij) redde Jahweh (tot) Jeruzalem van handen van
- 36.
- WEHRISW het volk noch nederige (met) hem woord dat voorschrift van kroon! zij te spreken niet (jij) antwoordde (...) hem
- 37.
- en (hij) kwam Eljakim zoon Hilkia die op het huis en Sebna het boek en Joah zoon Asaf de sekretaris naar Hizkia QRWOI kledingstukken en (hij) werd verteld (...) hem als spreek! Rabsake
Hoofdstuk 19
- 1.
- en wees toen kroon! Hizkia en (hij) scheurde (tot) kledingstukken (...) hem WITKX bij (de) zak en (hij) kwam huis Jahweh
- 2.
- en (hij) zond weg (tot) Eljakim die op het huis en Sebna het boek en (tot) ben oud! de priesters MTKXIM bij (de) zakken naar Jesaja de profeet zoon Amoz
- 3.
- en (zij) spraken naar hem zo woord Hizkia dag ellende en terechtwijzing en smaad vandaag deze dat (zij) zijn gekomen zonen tot verbrijzel(t) en kracht (er is) niet LLDE
- 4.
- misschien (hij) hoorde toe Jahweh jouw God (tot) alle spreek! Rabsake die zendt weg! koning bevestiging liggers (...) hem te beledigen God levende en (hij) heeft bewezen bij (de) woorden die nieuws Jahweh jouw God en (jij) hebt gedragen gebed door de rest (is het zo) dat (zij) heeft zich bevonden
- 5.
- en voert in! werk! kroon! Hizkia naar Jesaja
- 6.
- en (hij) sprak aan hen Jesaja zo (jullie) spraken (...) hen naar liggers (...) jullie zo woord Jahweh naar (je) zult vrezen van aanzicht van de woorden die (jij) hebt toegehoord die CDPW schud! koning bevestiging (met) mij
- 7.
- hier ben ik (hij) heeft gegeven bij hem wind en nieuws hoor toe! (er)naar en woon! aan land (...) hem en (ik) heb laten vallen (...) hem bij (het) zwaard bij (het) land (...) hem
- 8.
- en inwoner Rabsake en (hij) vond (tot) koning bevestiging (hij) heeft gestreden op witte dat nieuws dat (hij) heeft gereisd van Lachis
- 9.
- en (hij) hoorde toe naar TREQE koning Cusch te spreken hier is uitgaande aan het brood (met) jou en inwoner en (hij) zond weg boodschappers naar Hizkia te spreken
- 10.
- zo (jullie) spraken (...) hen naar Hizkia koning Juda te spreken naar (hij) droeg (...) jou jouw God die (met) haar veiligheid bij hem te spreken niet (zij) zal gegeven worden Jeruzalem bij (de) hand koning bevestiging
- 11.
- hier is (met) haar (jij) hebt toegehoord (tot) die Ezau heers! bevestiging aan alle de landen LEHRIMM en (met) haar TNßL
- 12.
- (is het zo) dat (zij) hebben gered (met) hen mijn God de volken die (zij) hebben bedorven vaders-en van (tot) CWZN en (tot) Haran WRßP en bouw! getuige (...) hen die BTLASR
- 13.
- waar is hij? koning leren zak en koning ARPD en koning aan stad XPRWIM (is het zo) dat (hij) heeft gezworven WOWE
- 14.
- en (hij) nam Hizkia (tot) de boeken van hand de boodschappers en (hij) noemde (...) hen en (hij) verhief huis Jahweh en (zij) spreidden uit (...) hem Hizkia voor Jahweh
- 15.
- en (hij) bad Hizkia voor Jahweh en (hij) sprak Jahweh mijn God Israël inwoner de beelden van meerderheid (met) haar hij naar God alleen jij aan alle van koninkrijk het land (met) haar (jij) hebt gedaan (tot) de hemel en (tot) het land
- 16.
- (hij) is omgebogen Jahweh oor (...) jou en nieuws (hij) heeft geopend Jahweh ogen (...) jou en (hij) heeft gezien en nieuws (tot) spreek! Sanherib die zendt weg! te beledigen God levende
- 17.
- echt Jahweh EHRIBW heers! bevestiging (tot) de volken en (tot) land (...) hen
- 18.
- en (zij) hebben gegeven (tot) hun God (hij) is verrot dat niet God deze (mv) dat als Mozes handen van mens boom en steen en (zij) gingen verloren (...) hen
- 19.
- en nu Jahweh onze God (hij) heeft gered (...) ons toch van hand (...) hem en (zij) hebben geweten alle van koninkrijk het land dat (met) haar Jahweh God alleen jij
- 20.
- en (hij) zond weg Jesaja zoon Amoz naar Hizkia te spreken zo woord Jahweh mijn God Israël die (jij) hebt gebeden naar mij naar XNHRB koning bevestiging (ik) heb toegehoord
- 21.
- dit het woord die woord Jahweh op hem hier aan jou (zij) heeft gespot aan jou maagd van dochter Sion na jou hoofd ENIOE dochter Jeruzalem
- 22.
- (tot) water van (jij) hebt beledigd WCDPT en op water van de wormen-en klank en (jij) droeg hoogte ogen (...) jou op heilige Israël
- 23.
- bij (de) hand boodschappers (...) jou (jij) hebt beledigd liggers van en (jij) sprak bij (de) wagen rijd! ik (ik) ben opgegaan hoogte (hij) heeft opgetild heup (...) mij Libanon en (ik) werd afgehakt hoogte van ceders (...) hem om te kiezen bij verover! (...) hem en (ik) kwam (er)naar om te overnachten einde bos Karmel (...) hem
- 24.
- ik stad-en van en (ik) heb gedronken water kransen WAHRB bij (de) lepel keren van alle rivieren van belegering
- 25.
- toch? (jij) hebt toegehoord tot van afstand (met) haar (ik) heb gedaan aan wateren van voorkant en (ik) heb geschapen (er)naar nu EBIATIE en (zij) was aan het lammetjes verheugen zich NßIM steden versterkte (mv)
- 26.
- en inwoners (...) hen QßRI hand angst en (zij) zijn droog geweest (zij) zijn geweest planten veld en groene grasveld hooi daken WSDPE voor (zij) is opgestaan
- 27.
- en sabbat (...) jou en uit te gaan (...) jou en (hij) is gekomen (...) jou (ik) heb geweten en (tot) (is het zo) dat (zij) was boos (...) jou naar mij
- 28.
- wegens (is het zo) dat (zij) was boos (...) jou naar mij WSANNK blad bij (de) oren van en (ik) heb geplaatst HHI bij (de) neus (...) jou WMTCI bij (de) lippen (...) jou en (ik) heb teruggegeven (...) jou bij (de) weg die (jij) bent gekomen bij haar
- 29.
- en dit aan jou de letter eten het jaar XPIH en in het jaar de tweede XHIS en in het jaar ESLISIT (zij) hebben gezaaid WQßRW en (zij) hebben geplant als zijn hoog en (zij) hebben gegeten stieren
- 30.
- en (zij) heeft toegevoegd PLIÐT huis Juda (is het zo) dat (zij) is gebleven wortel aan stam en (hij) heeft gedaan vrucht aan hoogte
- 31.
- dat van Jeruzalem (jij) ging uit rest en naar vluchteling vlugge Sion (jij) bent jaloers geweest Jahweh (jij) deed deze
- 32.
- daarom zo woord Jahweh naar koning bevestiging niet (hij) kwam naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze noch vroege regen daar pijl noch (hij) ging voor (...) haar schild noch (hij) stortte op haar (zij) heeft gebaand
- 33.
- bij (de) weg die (hij) kwam bij haar (hij) blies en naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze niet (hij) kwam (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
- 34.
- WCNWTI naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze te redden (er)naar tot van armoede en opdat oom werk!
- 35.
- en wees bij (de) nacht dat en uitgaande boodschapper Jahweh en (hij) sloeg bij (het) kamp bevestiging honderd tachtig en vijf duizend en (zij) stondden vroeg op bij (het) rundvee en hier is allemaal kadavers sterven
- 36.
- en (hij) reisde en (hij) ging en inwoner Sanherib koning bevestiging en inwoner bij Ninevé
- 37.
- en wees hij buig(t) zich diep (er)naar huis NXRK zijn God WADRMLK WSRAßR (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden bij (het) zwaard en deze (mv) (zij) zijn ontsnapt land ARRÐ en (hij) heerste (hij) heeft gevangen genomen punt (...) hen bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 20
- 1.
- bij (de) dagen die (hij) is ziek geworden Hizkia te sterven en (hij) kwam naar hem Jesaja zoon Amoz de profeet en (hij) sprak naar hem zo woord Jahweh opdracht aan huis (...) jou dat dode (met) haar noch (jij) leefde
- 2.
- en (hij) wendde zich af (tot) aanzichten (...) hem naar de muur en (hij) bad naar Jahweh te spreken
- 3.
- waarheen? Jahweh man toch (tot) die (ik) heb rondgewandeld voor jou bij (de) waarheid en bij (het) hart gehele en (de) goede bij (de) ogen (...) jou (ik) heb gedaan en (hij) weende Hizkia geween grote
- 4.
- en wees Jesaja niet uitgaande (hij) heeft opgemerkt (is het zo) dat (zij) is eerlijk geweest en woord Jahweh (hij) is geweest naar hem te spreken
- 5.
- terugkeren en (jij) hebt gesproken naar Hizkia leider met mij zo woord Jahweh mijn God oom vader (...) jou (ik) heb toegehoord (tot) gebed (...) jou (ik) heb gezien (tot) traan (...) jou hier ben ik genees! aan jou bij (de) dag (de) derde (jij) verhief huis Jahweh
- 6.
- WEXPTI op dagen (...) jou vijf tien jaar en van lepel koning bevestiging (ik) redde (...) jou en (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze WCNWTI op (hij) heeft opgemerkt (de) deze tot van armoede en opdat oom werk!
- 7.
- en (hij) sprak Jesaja neemt! DBLT vijgen en (zij) namen en (zij) plaatsten op (is het zo) dat buk je! (...) hen en leve!
- 8.
- en (hij) sprak Hizkia naar Jesaja wat? letter dat (hij) genas Jahweh aan mij en (ik) ben opgegaan bij (de) dag (de) derde huis Jahweh
- 9.
- en (hij) sprak Jesaja dit aan jou de letter honderd Jahweh dat (zij) heeft gemaakt Jahweh (tot) het woord die woord beweging red! rijkdom om op te gaan als (hij) blies rijkdom om op te gaan
- 10.
- en (hij) sprak Hizkia (wij) verlichtten aan schaduw te neigen rijkdom om op te gaan niet dat (hij) blies red! achterwaarts rijkdom om op te gaan
- 11.
- en (hij) noemde Jesaja de profeet naar Jahweh en inwoner (tot) red! bij om op te gaan die (zij) is gedaald bij om op te gaan Achaz achterwaarts rijkdom om op te gaan
- 12.
- bij (de) tijd die wapen BRADK BLADN zoon BLADN koning Babel boeken en geschenk naar Hizkia dat nieuws dat (hij) is ziek geworden Hizkia
- 13.
- en (hij) hoorde toe op hen Hizkia en gezien (...) hen (tot) alle huis NKTE (tot) het zilver en (tot) het goud en (tot) EBSMIM en (tot) olie (de) goede en (tot) huis gereedschappen (...) hem en (tot) alle die (wij) vondden bij (de) schatten (...) hem niet (hij) is geweest woord die niet (hij) heeft laten zien (...) hen Hizkia bij (het) huis (...) hem en in alle regering (...) hem
- 14.
- en (hij) kwam Jesaja de profeet naar kroon! Hizkia en (hij) sprak naar hem wat? (zij) hebben gesproken de mensen (de) deze en vanwaar? voert in! naar jou en (hij) sprak Hizkia van land naar afstand (zij) zijn gekomen van Babel
- 15.
- en (hij) sprak wat? (zij) hebben gezien bij (het) huis (...) jou en (hij) sprak Hizkia (tot) alle die bij (de) huis-en van (zij) hebben gezien niet (hij) is geweest woord die niet (jullie) hebben laten zien bij (ik) heb opgeborgen
- 16.
- en (hij) sprak Jesaja naar Hizkia nieuws woord Jahweh
- 17.
- hier is dagen komen en verheven alle die bij (het) huis (...) jou en die (zij) hebben opgeborgen vaders (...) jou tot vandaag deze naar Babel niet meer woord woord Jahweh
- 18.
- en van zonen (...) jou die voert uit! (van)uit jou die (jij) bracht voort (hij) nam en (zij) zijn geweest hovelingen bij (het) paleis koning Babel
- 19.
- en (hij) sprak Hizkia naar Jesaja goede woord Jahweh die woord van en (hij) sprak immers als vrede en waarheid (hij) was bij (de) dagen van
- 20.
- en rest spreek! Hizkia en alle moed (...) hem en die (hij) heeft gedaan (tot) de gelukwens en (tot) (is het zo) dat (jij) verhief en (hij) kwam (tot) het water (zij) heeft opgemerkt toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 21.
- en (hij) lag neer Hizkia met vaders (...) hem en (hij) heerste Manasse bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 21
- 1.
- zoon twee tien jaar Manasse bij (zij) hebben geheerst en vijftig en vijf jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem wens! bij haar
- 2.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh als (jij) bent verafschuwd de volken die (hij) heeft verdreven Jahweh van aanzicht van bouw! Israël
- 3.
- en inwoner en (hij) bouwde (tot) de verhogingen die (hij) is verloren gegaan Hizkia vader (...) hem en (hij) stond op altaar van aan echtgenoot en (hij) heeft gemaakt (ik) weekte in zoals (hij) heeft gedaan Achab koning Israël en (hij) boog zich diep aan alle leger de hemel en (hij) werkte (met) hen
- 4.
- en (hij) heeft gebouwd altaar van bij (het) huis Jahweh die woord Jahweh bij Jeruzalem (ik) plaatste (tot) namen van
- 5.
- en (hij) bouwde altaren aan alle leger de hemel (ik) heb me geschaamd grondgebieden huis Jahweh
- 6.
- en (hij) heeft overgebracht (tot) bij ons (hij) is verrot en misdaad (...) hen en slang en (hij) heeft gedaan oproeping van geesten en wetenschappers veel te doen juich! bij bestudeer! Jahweh boos te maken
- 7.
- en pas toe! (tot) (hij) heeft gehouwen (is het zo) dat (ik) weekte in die (hij) heeft gedaan bij (het) huis die woord Jahweh naar oom en naar Salomo bij ons bij (het) huis deze en met Jeruzalem die (ik) heb gekozen van alle stammen van Israël (ik) plaatste (tot) namen van aan eeuwigheid
- 8.
- noch (ik) voegde toe te schudden voet Israël vanuit de aarde die (ik) heb gegeven te wensen (...) hen lege als (zij) bewaarden te doen zoals alle die (ik) heb opdracht gegeven (...) hen en aan alle het Wetboek die geef opdracht! (met) hen werk! Mozes
- 9.
- noch (zij) hebben toegehoord en (hij) liep verkeerd (...) hen Manasse te doen (tot) juich! vanuit de volken die (hij) heeft uitgeroeid Jahweh van aanzicht van bouw! Israël
- 10.
- en (hij) sprak Jahweh bij (de) hand slaven (...) hem de profeten te spreken
- 11.
- wegens die (hij) heeft gedaan Manasse koning Juda ETOBWT (de) deze juich! van alle die Ezau de Amoriet die voor hem en (hij) zondigde ook (tot) Juda bij (de) verdraaiingen (...) hem
- 12.
- daarom zo woord Jahweh mijn God Israël hier ben ik breng(t) herder op Jeruzalem en Juda die alle nieuwsberichten (...) hem TßLNE schering oren (...) hem
- 13.
- en (ik) ben genegen op Jeruzalem (tot) lijn Samaria en (tot) MSQLT huis Achab en (ik) heb uitgewist (tot) Jeruzalem zoals (hij) wiste uit (tot) (jij) bent geslaagd (hij) heeft uitgewist en (hij) heeft omgekeerd op naar aanzicht van
- 14.
- en (ik) heb verlaten (tot) rest (ik) heb verworven en (ik) heb gegeven (...) hen bij (de) hand vijanden (...) hen en (zij) zijn geweest aan minachting WLMSXE aan alle vijanden (...) hen
- 15.
- wegens die Ezau (tot) juich! bij bestudeer! en (zij) waren MKOXIM (met) mij vanuit vandaag die voert uit! vaders (...) hen van Egypte en tot vandaag deze
- 16.
- en ook bloed schone monding Manasse veel zeer tot die (hij) is vol geweest (tot) Jeruzalem mond aan mond alleen van zonde (...) hem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Juda te doen juich! bij bestudeer! Jahweh
- 17.
- en rest spreek! Manasse en alle die (hij) heeft gedaan en zonde (...) hem die zondaar toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 18.
- en (hij) lag neer Manasse met vaders (...) hem en (hij) begroef bij (de) tuin huis (...) hem bij (de) tuin Uzza en (hij) heerste Amon bij ons in de plaats van hem
- 19.
- zoon twintig en twee jaar Amon bij (zij) hebben geheerst en twee twee koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem betaal(t) dochter vlijtige vanuit (zij) is goed geweest
- 20.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals (hij) heeft gedaan Manasse vader (...) hem
- 21.
- en (hij) ging in alle de weg die beweging vader (...) hem en (hij) werkte (tot) (is het zo) dat draaie! (...) hen die slaaf vader (...) hem en (hij) boog zich diep aan hen
- 22.
- en (hij) verliet (tot) Jahweh mijn God vaders (...) hem noch beweging bij (de) weg Jahweh
- 23.
- en (zij) verbondden werk! Amon op hem en (zij) doodden (tot) kroon! bij (het) huis (...) hem
- 24.
- en (hij) sloeg met het land (tot) alle (is het zo) dat verbind! (...) hen op kroon! Amon en (zij) kroonden met het land (tot) Josia bij ons in de plaats van hem
- 25.
- en rest spreek! Amon die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 26.
- en (hij) begroef (met) hem bij (jij) hebt begraven (...) hem bij (de) tuin Uzza en (hij) heerste Josia bij ons in de plaats van hem
Hoofdstuk 22
- 1.
- zoon acht jaar Josia bij (zij) hebben geheerst en dertig en één jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IDIDE dochter naar sieraad MBßQT
- 2.
- en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh en (hij) ging in alle weg oom vader (...) hem noch (hij) is afgeweken rechterhand en linkerhand
- 3.
- en wees bij acht tien jaar aan koning Josia wapen kroon! (tot) klipdas zoon AßLIEW zoon Mesullam het boek huis Jahweh te spreken
- 4.
- blad naar Hilkia de priester (de) grote en (hij) verbaasde zich (tot) het zilver EMWBA huis Jahweh die (zij) hebben verzameld bewaar! (is het zo) dat voeg toe! honderd het volk
- 5.
- en (hij) gaf op hand maak! het handwerk (is het zo) dat bevelen bij (het) huis Jahweh en (zij) gaven (met) hem LOSI het handwerk die bij (het) huis Jahweh te versterken bij (de) dunne het huis
- 6.
- aan stille (mv) en witte (mv) WLCDRIM en te kopen bomen en stenen van MHßB te versterken (tot) het huis
- 7.
- maar niet (hij) berekende (met) hen het zilver (is het zo) dat (hij) heeft gegeven op (hij) leek dat bij (de) waarheid zij maak! (...) hen
- 8.
- en (hij) sprak Hilkia de priester (de) grote op klipdas het boek boek het Wetboek (ik) heb gevonden bij (het) huis Jahweh en (hij) gaf Hilkia (tot) het boek naar klipdas en (zij) noemden (...) hem
- 9.
- en (hij) kwam klipdas het boek naar kroon! en inwoner (tot) kroon! woord en (hij) sprak (is het zo) dat (jullie) sloegen slaven (...) jou (tot) het zilver (is het zo) dat (wij) vondden bij (het) huis en (hij) gaf (...) hem op hand maak! het handwerk (is het zo) dat bevelen huis Jahweh
- 10.
- en (hij) werd verteld klipdas het boek aan koning te spreken boek (hij) heeft gegeven aan mij Hilkia de priester en (zij) noemden (...) hem klipdas voor kroon!
- 11.
- en wees toen kroon! (tot) spreek! boek het Wetboek en (hij) scheurde (tot) kledingstukken (...) hem
- 12.
- en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) Hilkia de priester en (tot) Ahikam zoon klipdas en (tot) Achbor zoon MIKIE en (tot) klipdas het boek en (tot) maak! (er)naar slaaf kroon! te spreken
- 13.
- ga(a)t! (zij) hebben uitgelegd (tot) Jahweh bij (het) sieraad en door het volk en door alle Juda op spreek! het boek (is het zo) dat (wij) vondden deze dat grootheid leren zak Jahweh die zij NßTE bij ons op die niet (zij) hebben toegehoord vaders (...) ons op spreek! het boek deze te doen zoals alle het geschrevene op ons
- 14.
- en (hij) ging Hilkia de priester en Ahikam en Achbor en klipdas en maak! (er)naar naar HLDE naar de profeet vuur van gehele zoon hoop zoon HRHX bewaar! de kledingstukken en zij (jij) hebt gewoond bij Jeruzalem BMSNE en (zij) spraken vetstaart
- 15.
- en (jij) sprak naar hen zo woord Jahweh mijn God Israël (zij) hebben gesproken aan man die wapen (met) jullie naar mij
- 16.
- zo woord Jahweh hier ben ik breng(t) herder naar de plaats deze en op inwoners (...) hem (tot) alle spreek! het boek die (hij) heeft genoemd koning Juda
- 17.
- in de plaats van die (zij) hebben verlaten (...) mij en (zij) rookten aan God anderen opdat (hij) heeft boos gemaakt (...) mij in alle Mozes handen (...) hen WNßTE leren zak-en van bij (de) plaats deze noch (jij) ging uit
- 18.
- en naar koning Juda de wapen (met) jullie aan advies (tot) Jahweh zo (jullie) spraken naar hem zo woord Jahweh mijn God Israël de woorden die (jij) hebt toegehoord
- 19.
- wegens zachtheid hart (...) jou en (zij) werd vernederd van aanzicht van Jahweh bij (het) nieuws (...) jou die woord (...) mij op de plaats deze en op inwoners (...) hem te zijn aan haar naam en aan vervloeking en (jij) scheurde (tot) kledingstukken (...) jou en (jij) weende voor en ook ik (ik) heb toegehoord (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
- 20.
- daarom hier ben ik (hij) heeft verzameld (...) jou op vaders (...) jou WNAXPT naar (ik) heb begraven (...) jou bij (de) vrede noch (jullie) lieten zien ogen (...) jou in alle de herder die ik breng(t) op de plaats deze en (zij) hebben gewoond (tot) kroon! woord
Hoofdstuk 23
- 1.
- en (hij) zond weg kroon! en (zij) verzamelden naar hem alle ben oud! Juda en Jeruzalem
- 2.
- en (hij) verhief kroon! huis Jahweh en alle man Juda en alle inwoners van Jeruzalem (met) hem en de priesters en de profeten en alle het volk LMQÐN en tot grote en (hij) noemde bij (de) oren (...) hen (tot) alle spreek! boek het verbond (is het zo) dat (wij) vondden bij (het) huis Jahweh
- 3.
- en (hij) stond vast kroon! op de staander en (hij) hakte af (tot) het verbond voor Jahweh te gaan andere Jahweh en te bewaren voorschriften (...) hem en (tot) getuigen (...) hem en (tot) grondwetten (...) hem in alle hart en in alle ziel te vestigen (tot) spreek! het verbond (de) deze de (hand)schrift-en op het boek deze en (hij) stond vast alle het volk bij (het) verbond
- 4.
- en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) Hilkia de priester (de) grote en (tot) priesters van wijkt! en (tot) bewaar! (is het zo) dat voeg toe! tevoorschijn te halen van paleis Jahweh (tot) alle (de) alle (mv) EOSWIM aan echtgenoot en te bevestigen (er)naar en aan alle leger de hemel en (hij) verbrandde (...) hen buiten aan Jeruzalem BSDMWT (zij) zijn donker geworden (...) hen en verheven (tot) stof (...) hen huis naar
- 5.
- en (hij) heeft stopgezet (tot) EKMRIM die (zij) hebben gegeven heers! Juda en (hij) rookte bij (de) verhogingen roeie uit! Juda en leg(t) opzij (...) mij Jeruzalem en (tot) (is het zo) dat roken aan echtgenoot aan zon en aan maan WLMZLWT en aan alle leger de hemel
- 6.
- en uitgaande (tot) (is het zo) dat (ik) weekte in van huis Jahweh buiten aan Jeruzalem naar wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen en (hij) verbrandde (met) haar bij (de) wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen WIDQ aan stof en (hij) ging neer (tot) jonge ree op graf bouw! het volk
- 7.
- WITß (tot) dochter (...) mij de heiligheden die bij (het) huis Jahweh die (is het zo) dat worden verlaten ARCWT daar huizen te bevestigen (er)naar
- 8.
- en (hij) kwam (tot) alle de priesters leg(t) bloot (...) mij Juda en (hij) verklaarde onrein (tot) de verhogingen die rookt! daarnaar (-s) de priesters van heuvel tot put zeven en (hij) heeft gesloopt (tot) bij (de) dood de poorten die opening poort Jozua aanvoerder (hij) heeft opgemerkt die op linkerhand man bij (de) poort (hij) heeft opgemerkt
- 9.
- maar niet (zij) verhieven priesters van de verhogingen naar altaar Jahweh bij Jeruzalem dat als (zij) hebben gegeten voorschrift van binnen broers (...) hen
- 10.
- en onreine (tot) ETPT die bij (het) dal bouw! hier zijn zij opdat niet over te brengen man (tot) bij ons en (tot) dochter (...) hem (hij) is verrot aan koning
- 11.
- en (jij) hebt gewoond (tot) de paarden die (zij) hebben gegeven heers! Juda aan zon MBA huis Jahweh naar kantoor van (hij) heeft gegeven koning de hoveling die BPRWRIM en (tot) rijtuigen de zon engel (hij) is verrot
- 12.
- en (tot) de altaren die op de dak (jij) bent opgegaan Achaz die Ezau heers! Juda en (tot) de altaren die (hij) heeft gedaan Manasse (ik) heb me geschaamd grondgebieden huis Jahweh (hij) heeft gesloopt kroon! en (hij) rende van daar en (hij) heeft afgeworpen (tot) stof (...) hen naar wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen
- 13.
- en (tot) de verhogingen die op aanzicht van Jeruzalem die van rechterhand aan heuvel de vernieler die (hij) heeft gebouwd Salomo koning Israël LOSTRT verafschuw! ßIDNIM WLKMWS verafschuw! Moab en aan koning (...) hen (jij) bent verafschuwd bouw! Ammon onreine kroon!
- 14.
- en (hij) heeft gebroken (tot) (de) opgestelde (mv) en (hij) hakte af (tot) de heil (...) hen en (hij) was vol (tot) plaats (...) hen botten mens
- 15.
- en ook (tot) het altaar die bij (het) huis naar de verhoging die (hij) heeft gedaan Jerobeam zoon kiem die (hij) heeft laten zondigen (tot) Israël ook (tot) het altaar dat en (tot) de verhoging (hij) heeft gesloopt en (hij) verbrandde (tot) de verhoging (de) dunne aan stof en engel (ik) weekte in
- 16.
- en (hij) wendde zich Josia en gezien (tot) de graven die daar bij (de) heuvel en (hij) zond weg en (hij) nam (tot) de botten vanuit de graven en (hij) verbrandde op het altaar en (zij) verklaarden onrein (...) hem zoals woord Jahweh die (hij) heeft genoemd man naar God die (hij) heeft genoemd (tot) de woorden (de) deze
- 17.
- en (hij) sprak wat? (is het zo) dat Sion die die ik (hij) heeft gezien en (zij) spraken naar hem mens (...) mij (hij) heeft opgemerkt het graf man naar God die (hij) is gekomen van Juda en (hij) noemde (tot) de woorden (de) deze die (jij) hebt gedaan op het altaar huis naar
- 18.
- en (hij) sprak (zij) hebben rust gegeven als man naar (hij) zwierf botten (...) hem en (zij) redden botten (...) hem (tot) botten de profeet die (hij) is gekomen van Samaria
- 19.
- en ook (tot) alle dochter (...) mij de verhogingen die roeie uit! Samaria die Ezau heers! Israël boos te maken (hij) heeft verwijderd Josia en (hij) heeft gemaakt aan hen zoals alle de daden die (hij) heeft gedaan bij (het) huis naar
- 20.
- en (hij) slachtte (tot) alle priesters van de verhogingen die daar op de altaren en (hij) verbrandde (tot) botten mens op hen en inwoner Jeruzalem
- 21.
- en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) alle het volk te spreken Ezau Pesach aan Jahweh jullie God zoals geschreven op boek het verbond deze
- 22.
- dat niet (hij) is gedaan zoals Pesach deze wateren van de rechters die (zij) hebben berecht (tot) Israël en alle dagen van heers! Israël en heers! Juda
- 23.
- dat als bij acht tien jaar aan koning Josia (hij) is gedaan het Pesach deze aan Jahweh bij Jeruzalem
- 24.
- en ook (tot) de vaders en (tot) de wetenschappers en (tot) (is het zo) dat (jij) liet los (...) hen en (tot) (is het zo) dat draaie! (...) hen en (tot) alle (is het zo) dat verafschuw! (...) hen die (wij) lieten zien (...) hem bij (het) land Juda en met Jeruzalem onwetende Josia opdat (hij) heeft gevestigd (tot) spreek! het Wetboek de (hand)schrift-en op het boek die (hij) heeft gevonden Hilkia de priester huis Jahweh
- 25.
- en zoiets (...) hem niet (hij) is geweest voor hem koning die woon! naar Jahweh in alle hart (...) hem en in alle ziel (...) hem en in alle van Iddo zoals alle Wetboek van Mozes en na hem niet (hij) is opgestaan zoiets (...) hem
- 26.
- maar niet woon! Jahweh van woede neus (...) hem (de) grote die (hij) is ontbrand neus (...) hem bij Juda op alle (is het zo) dat ben boos! (...) hen die (zij) hebben boos gemaakt Manasse
- 27.
- en (hij) sprak Jahweh ook (tot) Juda (ik) verwijderde boven aanzicht van zoals (ik) heb verwijderd (tot) Israël en (ik) heb verafschuwd (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze die (ik) heb gekozen (tot) Jeruzalem en (tot) het huis die (ik) heb gesproken (hij) was namen van daar
- 28.
- en rest spreek! Josia en alle die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 29.
- bij (de) dagen (...) hem blad farao (wij) sloegen koning Egypte op koning bevestiging op rivier koe van en (hij) ging kroon! Josia hem tegemoet en (zij) doodden (...) hem bij Megiddo zoals zicht (...) hem (met) hem
- 30.
- en (zij) reedden (...) hem slaven (...) hem dode van Megiddo en voert in! (...) hem Jeruzalem en (zij) begroeven (...) hem bij (jij) hebt begraven (...) hem en (hij) nam met het land (tot) Joahaz zoon Josia en (zij) zalfden (met) hem en (zij) kroonden (met) hem in de plaats van vader (...) hem
- 31.
- zoon twintig en drie jaar Joahaz bij (zij) hebben geheerst en drie maanden koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem HMWÐL dochter Jeremia van witte
- 32.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals alle die Ezau vaders (...) hem
- 33.
- en (zij) namen gevangen (...) hem farao (wij) sloegen BRBLE bij (het) land leren zak bij (de) koning bij Jeruzalem en (hij) gaf ONS op het land honderd plein zilver en plein goud
- 34.
- en (hij) heerste farao (wij) sloegen (tot) Eljakim zoon Josia in de plaats van Josia vader (...) hem en (hij) wendde zich af (tot) zijn naam Jojakim en (tot) Joahaz lering en (hij) kwam Egypte en (hij) stierf daar
- 35.
- en het zilver en het goud (hij) heeft gegeven Jojakim aan farao maar de steden (...) jou (tot) het land te geven (tot) het zilver op mond van farao man als (zij) hebben geordend (wij) naderden (tot) het zilver en (tot) het goud (tot) met het land te geven aan farao (wij) sloegen
- 36.
- zoon twintig en vijf jaar Jojakim bij (zij) hebben geheerst en één tien jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem ZBIDE dochter bevrijd! (er)naar vanuit naar hoogte
- 37.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals alle die Ezau vaders (...) hem
Hoofdstuk 24
- 1.
- bij (de) dagen (...) hem blad Nebukadnezar koning Babel en wees als Jojakim slaaf drie twee en inwoner en (hij) kwam in opstand bij hem
- 2.
- en (hij) zond weg Jahweh bij hem (tot) eenheden van Chaldeeën en (tot) eenheden van Syrië en (tot) eenheden van Moab en (tot) eenheden van bouw! Ammon en (hij) zond weg (...) hen bij Juda verloren gaan te laten (...) hem zoals woord Jahweh die woord bij (de) hand slaven (...) hem de profeten
- 3.
- maar op mond van Jahweh (zij) is geweest bij Juda te verwijderen boven aanzichten (...) hem bij (het) zondoffer Manasse zoals alle die (hij) heeft gedaan
- 4.
- en ook bloed (de) schone die monding en (hij) was vol (tot) Jeruzalem bloed schone noch (hij) heeft gewenst Jahweh LXLH
- 5.
- en rest spreek! Jojakim en alle die (hij) heeft gedaan toch? zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van Juda
- 6.
- en (hij) lag neer Jojakim met vaders (...) hem en (hij) heerste Jojachin bij ons in de plaats van hem
- 7.
- noch EXIP nog (eens) koning Egypte uit te gaan van land (...) hem dat lering koning Babel van wadi Egypte tot rivier koe van alle die (zij) is geweest aan koning Egypte
- 8.
- zoon acht tien jaar Jojachin bij (zij) hebben geheerst en drie maanden koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem NHSTA dochter ALNTN van Jeruzalem
- 9.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan vader (...) hem
- 10.
- bij (de) tijd die blad werk! Nebukadnezar koning Babel Jeruzalem en (zij) kwam (hij) heeft opgemerkt bij (de) belegering
- 11.
- en (hij) kwam Nebukadnezar koning Babel op (hij) heeft opgemerkt en slaven (...) hem smalle (mv) op haar
- 12.
- en uitgaande Jojachin koning Juda op koning Babel hij en moeder (...) hem en slaven (...) hem en aanvoerders (...) hem en hovelingen (...) hem en (hij) nam (met) hem koning Babel bij (het) jaar van acht te heersen (...) hem
- 13.
- en (hij) bracht naar buiten van daar (tot) alle bergen op huis Jahweh en bergen op huis kroon! WIQßß (tot) alle gereedschap het goud die (hij) heeft gedaan Salomo koning Israël bij (het) paleis Jahweh zoals woord Jahweh
- 14.
- en de bol (tot) alle Jeruzalem en (tot) alle (is het zo) dat zingen en (tot) alle helden van de macht tien duizenden ballingschap en alle (de) stille WEMXCR niet geblevene behalve deur met het land
- 15.
- en (hij) verheugde zich (tot) Jojachin naar Babel en (tot) als kroon! en (tot) vrouwen van kroon! en (tot) hovelingen (...) hem en (tot) misschien het land EWLIK ballingschap van Jeruzalem naar Babel
- 16.
- en (tot) alle mens (...) mij de macht zeven duizenden en (de) stille WEMXCR duizend (de) alle helden maak! strijd en (hij) bracht (...) hen koning Babel ballingschap naar Babel
- 17.
- en (hij) heerste koning Babel (tot) verzacht! (er)naar tepel (...) hem in de plaats van hem en (hij) wendde zich af (tot) zijn naam Zedekia
- 18.
- zoon twintig en één jaar Zedekia bij (zij) hebben geheerst en één tien jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem HMIÐL dochter Jeremia van witte
- 19.
- en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Jojakim
- 20.
- dat op neus Jahweh (zij) is geweest bij Jeruzalem en met Juda tot (is het zo) dat ga(a)t neer! (met) hen boven aanzichten (...) hem en (hij) kwam in opstand Zedekia bij (de) koning Babel
Hoofdstuk 25
- 1.
- en wees bij (het) jaar van ETSIOIT te heersen (...) hem bij (de) maand (de) tiende bij (het) decennium aan maand (hij) is gekomen Nebukadnezar koning Babel hij en alle macht (...) hem op Jeruzalem en (hij) legerde op haar en (zij) bouwden op haar schans rondom
- 2.
- en (zij) kwam (hij) heeft opgemerkt bij (de) belegering tot opvolging van tien jaar aan koning Zedekia
- 3.
- bij negen aan maand en (hij) versterkte de honger bij (de) stad noch (hij) is geweest brood aan volk het land
- 4.
- WTBQO (hij) heeft opgemerkt en alle mens (...) mij de strijd de nacht weg poort tussen de leren zak-en die op tuin kroon! en Chaldeeën op (hij) heeft opgemerkt rondom en (hij) ging weg de wildernis
- 5.
- en (zij) achtervolgdenen macht Chaldeeën andere kroon! WISCW (met) hem bij (de) aangename (mv) maan (...) hem en alle macht (...) hem verbrijzelt! ontvreemd! (...) hem
- 6.
- WITPSW (tot) kroon! en (zij) verhieven (met) hem naar koning Babel RBLTE en (zij) spraken (met) hem rechtsregel
- 7.
- en (tot) bouw! Zedekia (zij) hebben geslacht aan ogen (...) hem en (tot) bestudeer! Zedekia huid en (zij) namen gevangen (...) hem bij (de) koper-en en voert in! (...) hem Babel
- 8.
- en bij (de) maand (de) vijfde bij zeven aan maand zij jaar van negen tien jaar aan koning Nebukadnezar koning Babel (hij) is gekomen Nebuzaradan meerderheid slagers slaaf koning Babel Jeruzalem
- 9.
- en (hij) verbrandde (tot) huis Jahweh en (tot) huis kroon! en (tot) alle dochter (...) mij Jeruzalem en (tot) alle huis grote engel (hij) is verrot
- 10.
- en (tot) muur van Jeruzalem rondom (zij) hebben gesloopt alle macht Chaldeeën die meerderheid slagers
- 11.
- en (tot) rest het volk (is het zo) dat blijven bij (de) stad en (tot) (is het zo) dat ga neer! (...) hen die ga(a)t neer! op kroon! Babel en (tot) rest de menigte de bol Nebuzaradan meerderheid slagers
- 12.
- en van deur het land (hij) heeft achtergelaten meerderheid slagers aan wijngaarden WLICBIM
- 13.
- en (tot) staanders van het koper die huis Jahweh en (tot) de onderstellen en (tot) zee het koper die bij (het) huis Jahweh (zij) hebben gebroken Chaldeeën en (zij) droegen (tot) (jullie) hebben vermoed naar Babel
- 14.
- en (tot) EXIRT en (tot) de schoffels en (tot) (is het zo) dat zingen en (tot) EKPWT en (tot) alle gereedschap het koper die (zij) dienden in hen (zij) hebben genomen
- 15.
- en (tot) EMHTWT en (tot) de offerschalen die goud goud en die zilver zilver lering meerderheid slagers
- 16.
- de staanders twee de zee de één en de onderstellen die (hij) heeft gedaan Salomo aan huis Jahweh niet (hij) is geweest gewicht aan koper alle (de) alle (mv) (de) deze
- 17.
- acht tien natie hoogte van de staander de één en (jij) hebt omsingeld op hem koper en hoogte van (is het zo) dat (jij) hebt omsingeld drie natie WSBKE en granaatappels op (is het zo) dat (jij) hebt omsingeld rondom (de) alle koper WKALE te staan (de) tweede op ESBKE
- 18.
- en (hij) nam meerderheid slagers (tot) Seraja priester het hoofd en (tot) ßPNIEW priester van jaar en (tot) drie van bewaar! (is het zo) dat voeg toe!
- 19.
- en vanuit (hij) heeft opgemerkt lering hoveling één die hij PQID op mens (...) mij de strijd en vijf mensen van spiegel aanzicht van kroon! die (zij) hebben zich bevonden bij (de) stad en (tot) het boek aanvoerder de leger (is het zo) dat om zich te scharen (tot) met het land en zestig man bij vandaan het land (is het zo) dat bevinden zich bij (de) stad
- 20.
- en (hij) nam (met) hen Nebuzaradan meerderheid slagers en (hij) ging (met) hen op koning Babel RBLTE
- 21.
- en (hij) sloeg (met) hen koning Babel en (hij) doodde (...) hen BRBLE bij (het) land leren zak en (hij) verheugde zich Juda boven aarde (...) hem
- 22.
- en het volk de geblevene bij (het) land Juda die (hij) heeft achtergelaten Nebukadnezar koning Babel en (hij) beval op hen (tot) Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas
- 23.
- en (zij) hoorden toe alle Sarai de machten deze (mv) en de mensen dat (hij) heeft neergelegd koning Babel (tot) Gedalja en voert in! naar Gedalja de uitkijkpunt en Ismaël zoon Nathanja en Johanan zoon ijs en Seraja zoon TNHMT ENÐPTI WIAZNIEW zoon (is het zo) dat (ik) heb samengedrukt deze (mv) en mensen (...) hen
- 24.
- en (hij) was verzadigd aan hen Gedalja en aan mensen (...) hen en (hij) sprak aan hen naar (jullie) vreesden bewerk(t) (...) mij de Chaldeeën woont! bij (het) land en (zij) hebben gewerkt (tot) koning Babel en (hij) is goed geweest aan jullie
- 25.
- en wees bij (de) maand (de) zevende (hij) is gekomen Ismaël zoon Nathanja zoon Elisama van nakomelingen (is het zo) dat heers! (er)naar en tien mensen (met) hem en (zij) sloegen (tot) Gedalja en (hij) stierf en (tot) de Joden en (tot) de Chaldeeën die (zij) zijn geweest (met) hem bij (de) uitkijkpunt
- 26.
- en (zij) wraakten alle het volk van kleine en tot grote en Sarai de machten en voert in! Egypte dat (zij) lieten zien van aanzicht van Chaldeeën
- 27.
- en wees bij dertig en zeven jaar in verbanning te gaan Jojachin koning Juda bij twee rijkdom maand bij twintig en zeven aan maand verheven dwaas (hij) is in opstand gekomen (...) jou koning Babel bij (het) jaar van (zij) hebben geheerst (tot) hoofd Jojachin koning Juda van huis gevangenis
- 28.
- en (hij) sprak (met) hem goede (mv) en (hij) gaf (tot) stoel (...) hem boven stoel de koningen die (met) hem bij Babel
- 29.
- en (hij) heeft gehaat (tot) bij (het) bokje (zij) hebben gevangen gezet en eten brood altijd voor hem alle dagen van leef! (...) hem
- 30.
- en manier (...) hem (jij) hebt gastvrijheid verleend altijd (zij) heeft gegeven als honderd kroon! woord dag bij (de) dag (...) hem alle dagen van (zij) hebben geleefd