Hoofdstuk 1

1.
en (hij) werd sterker Salomo zoon David op koninkrijk (...) hem en Jahweh zijn God met hem en (zij) groeiden (...) hem aan hoogte
2.
en (hij) sprak Salomo aan alle Israël aan Sarai (de) duizenden en de honderden en aan rechters en aan alle vorst aan alle Israël hoofden van de vaders
3.
en (zij) gingen Salomo en alle de menigte met hem aan verhoging die bij Gibeon dat daar (hij) is geweest tent ontmoeting naar God die (hij) heeft gedaan Mozes slaaf Jahweh bij (de) woestijn
4.
rouw kist naar God dat wat opgaat David van Stad van bossen bij (hij) heeft voorbereid als David dat (wij) bogen om als tent bij Jeruzalem
5.
en altaar het koper die (hij) heeft gedaan Bezaleël zoon lichten van zoon Hur daar voor residentie Jahweh en (zij) legden uit (...) hem Salomo en de menigte
6.
en (hij) verhief Salomo daar op altaar het koper voor Jahweh die aan tent ontmoeting en (hij) verhief op hem beklimmingen duizend
7.
bij (de) nacht dat (wij) lieten zien God aan Salomo en (hij) sprak als (hij) heeft gevraagd wat? (met) hen aan jou
8.
en (hij) sprak Salomo aan God (met) haar (jij) hebt gedaan met David vader genade grote en (jullie) hebben gekroond (...) mij in de plaats van hem
9.
nu Jahweh God IAMN woord (...) jou met David vader dat (met) haar (jullie) hebben gekroond (...) mij op met meerderheid zoals stof het land
10.
nu wijsheid WMDO geef! aan mij en (ik) ging uit (er)naar voor het volk deze en (ik) kwam (er)naar dat water van (hij) berechtte (tot) met jou deze (de) grote
11.
en (hij) sprak God aan Salomo wegens die (zij) is geweest deze met hart (...) jou noch (jij) hebt gevraagd rijkdom NKXIM en eer en (tot) ziel haat! (...) jou en ook dagen twisten niet (jij) hebt gevraagd en (jij) vroeg aan jou wijsheid WMDO die (jij) berechtte (tot) met mij die (ik) heb gekroond (...) jou op hem
12.
de wijsheid WEMDO geschonken aan jou en rijkdom WNKXIM en eer (met) hen aan jou die niet (hij) is geweest zo aan koningen die voor jou en na jou niet (hij) was zo
13.
en (hij) kwam Salomo aan verhoging die bij Gibeon Jeruzalem weg van aanzicht van tent ontmoeting en (hij) heerste op Israël
14.
en (hij) verzamelde Salomo wagen en ruiters en wees als duizend en vier honderd wagen en twee rijkdom duizend ruiters en (hij) gaf rust (...) hen roeie uit! de wagen en met kroon! bij Jeruzalem
15.
en (hij) gaf kroon! (tot) het zilver en (tot) het goud bij Jeruzalem zoals stenen en (tot) de ceders (hij) heeft gegeven KSQMIM die bij (het) laagland aan meerderheid
16.
en word(t) tevoorschijn gehaald de paarden die aan Salomo van Egypte WMQWA XHRI kroon! MQWA (zij) namen bij (de) prijs
17.
en (zij) verhieven en (zij) haalden tevoorschijn van Egypte rijtuig bij zes honderd zilver en paard bij vijftig en honderd en zo aan alle heers! de angsten en heers! Syrië bij (hij) leek (zij) haalden tevoorschijn
18.
en (hij) sprak Salomo te bouwen huis aan naam Jahweh en huis aan koninkrijk (...) hem

Hoofdstuk 2

1.
en (hij) vertelde Salomo zeventig duizend man XBL en tachtig duizend man HßB bij (de) heuvel en overwinnen op hen drie van duizenden en zes honderd
2.
en (hij) zond weg Salomo naar gat (...) hen koning smalle te spreken zoals (jij) hebt gedaan met David vader en (jij) zond weg als ceders te bouwen als huis te wonen bij hem
3.
hier is ik bouw(t) huis aan naam Jahweh mijn God te wijden als roken te laten voor hem wierook medicinale kruiden en orde van altijd en beklimmingen te bezoeken en aan borg aan sabbatten en aan maanden en aan ontmoetingen van Jahweh onze God aan eeuwigheid deze op Israël
4.
en het huis die ik bouw(t) grote dat grote onze God van alle naar God
5.
en water van (hij) hield vast kracht te bouwen als huis dat de hemel en naam [van]-en van de hemel niet IKLKLEW en water van ik die (ik) bouwde als huis dat als roken te laten voor hem
6.
en nu wapen aan mij man wijze te doen bij (het) goud en bij (het) zilver en bij (het) koper en bij (het) ijzer WBARCWN WKRMIL en lichtblauwe kleur en (hij) heeft geweten open te doen geopende (mv) met (de) wijze (mv) die met mij bij Juda en met Jeruzalem die (hij) heeft voorbereid David vader
7.
en wapen aan mij houten ceders cipressen WALCWMIM van de Libanon dat ik (ik) heb geweten die slaven (...) jou weten te graven houten Libanon en hier is werk! met slaven (...) jou
8.
en voor te bereiden aan mij bomen aan meerderheid dat het huis die ik bouw(t) grote en de wonder
9.
en hier is LHÐBIM LKRTI de bomen (ik) heb gegeven tarwe slaan aan slaven (...) jou lammeren twintig duizend en poorten lammeren twintig duizend en wijn huizen twintig duizend en olie huizen twintig duizend
10.
en (hij) sprak gat (...) hen koning smalle bij (de) (hand)schrift en (hij) zond weg naar Salomo bij (jij) hebt liefgehad Jahweh (tot) met hem (hij) heeft gegeven (...) jou op hen koning
11.
en (hij) sprak gat (...) hen gezegende Jahweh mijn God Israël die (hij) heeft gedaan (tot) de hemel en (tot) het land die (hij) heeft gegeven aan David kroon! zoon wijze (hij) werd bekend verstand en verstand die (hij) bouwde huis aan Jahweh en huis aan koninkrijk (...) hem
12.
en nu (ik) heb gezonden man wijze (hij) werd bekend verstand bleek te worden (...) hen vader
13.
zoon vrouw vanuit dochters Dan en vader (...) hem man schep! (hij) werd bekend te doen bij (het) goud en bij (het) zilver bij (het) koper bij (het) ijzer bij (de) stenen en bij (de) bomen bij (de) purper bij (de) lichtblauwe kleur WBBWß WBKRMIL en open te doen alle geopende en te berekenen alle bereken(t) die (hij) zal gegeven worden als met wijzen (...) jou en word wijs! liggers van David vader (...) jou
14.
en nu de tarwe en de poorten de olie en de wijn die woord liggers van (hij) zond weg aan slaven (...) hem
15.
en wij (hij) is afgehakt bomen vanuit de Libanon zoals alle behoefte (...) jou en profeet (...) hen aan jou RPXDWT op zee (zij) zijn mooi geweest en (met) haar (jij) verhief (met) hen Jeruzalem
16.
en (hij) vertelde Salomo alle de mensen ECIRIM die bij (het) land Israël na het boek die boek (...) hen David vader (...) hem en (zij) vondden honderd en vijftig duizend en drie van duizenden en zes honderd
17.
en (hij) heeft gemaakt (van)uit hen zeventig duizend XBL en tachtig duizend HßB bij (de) heuvel en drie van duizenden en zes honderd overwinnen LEOBID (tot) het volk

Hoofdstuk 3

1.
en (hij) begon te Salomo te bouwen (tot) huis Jahweh bij Jeruzalem bij (de) heuvel naar de leraars die (wij) lieten zien aan David vader (...) hem die (hij) heeft voorbereid bij (de) plaats David bij (de) vreemdeling (...) hen (ik) roddelde de Jebusiet
2.
en (hij) begon te te bouwen bij (de) maand (de) tweede bij (de) tweede bij (het) jaar van vier aan koninkrijk (...) hem
3.
en deze EWXD Salomo te bouwen (tot) huis naar God verleng! (ik) stierf bij (de) maat (de) eerste (ik) stierf zestig en breedte (ik) stierf twintig
4.
en de zaal die op aanzicht van verleng! op aanzicht van breedte het huis (ik) stierf twintig en de hoogte honderd en twintig en (hij) overtrok (...) hem naar van aanzicht goud zuivere
5.
en (tot) het huis (de) grote HPE boom cipressen WIHPEW goud goede en (hij) verhief op hem dadels WSRSRT
6.
en (hij) overtrok (tot) het huis steen (hij) gebeurde aan glans en het goud goud PRWIM
7.
WIHP (tot) het huis EQRWT (is het zo) dat voeg toe! (...) hen en muren (...) hem en deuren (...) hem goud en opening als zijn veel op de muren
8.
en (hij) heeft gemaakt (tot) huis heiligheid de heiligheden (zij) hebben geduurd op aanzicht van breedte het huis (ik) stierf twintig en (zij) zijn breder geworden (ik) stierf twintig WIHPEW goud goede aan pleinen zes honderd
9.
en gewicht LMXMRWT aan munten vijftig goud en (de) hoge (mv) HPE goud
10.
en (hij) heeft gemaakt bij (het) huis heiligheid de heiligheden als zijn veel twee Mozes ßOßOIM en (zij) overtroken (met) hen goud
11.
en vleugels van de beelden van meerderheid lengte (...) hen (ik) stierf twintig vleugel de één aan moeders vijf om moeite te doen aan muur het huis en de vleugel (de) andere (ik) stierf vijf kom(t) toe aan vleugel de beeld van meerderheid (de) andere
12.
en vleugel de beeld van meerderheid de één (ik) stierf vijf kom(t) toe aan muur het huis en de vleugel (de) andere (ik) stierf vijf (zij) heeft geplakt aan vleugel de beeld van meerderheid (de) andere
13.
vleugels van de beelden van meerderheid (de) deze ruiters (ik) stierf twintig en zij staanders op voeten (...) hen en aanzichten (...) hen aan huis
14.
en (hij) heeft gemaakt (tot) het voorhangsel lichtblauwe kleur en purper WKRMIL WBWß en (hij) verhief op hem als zijn veel
15.
en (hij) heeft gemaakt voor het huis staanders twee (ik) stierf dertig en vijf lange WEßPT die op hoofd (...) hem (ik) stierf vijf
16.
en (hij) heeft gemaakt SRSRWT bij (de) aanspraakplaats en (hij) gaf op hoofd de staanders en (hij) heeft gemaakt granaatappels honderd en (hij) gaf BSRSRWT
17.
en (hij) stond op (tot) de staanders op aanzicht van het paleis één van rechterhand en één van de linkerhand en (hij) noemde daar de rechterhanden van (hij) bereidde voor en naam [van] (de) linkse Boaz

Hoofdstuk 4

1.
en (hij) heeft gemaakt altaar koper twintig natie (zij) hebben geduurd en twintig natie (zij) zijn breder geworden en rijkdom (ik) stierf hoogte (...) hem
2.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de zee gegoten rijkdom bij (de) natie van oever (...) hem naar oever (...) hem OCWL rondom en vijf bij (de) natie hoogte (...) hem en lijn dertig bij (de) natie (hij) legde opzij (met) hem rondom
3.
en gestalte rundvee-en in de plaats van als rondom rondom gaan rond (met) hem rijkdom bij (de) natie MQIPIM (tot) de zee rondom twee kolommen het rundvee IßWQIM bij om uit te gieten (...) hem
4.
sta(a)(t) op twee rijkdom rundvee drie aanzicht naar Noorden en drie aanzicht naar dag en drie aanzicht (zij) heeft afgedroogd en drie aanzicht naar Oosten en de zee op hen weg van hoogte en alle na hen naar huis
5.
en wolken (...) hem handbreedte en oever (...) hem zoals Mozes oever van beker bloem roos houd(t) huizen drie van duizenden IKIL
6.
en (hij) heeft gemaakt als werpen tien en (hij) gaf vijf van rechterhand en vijf van linkerhand LRHßE bij hen (tot) Mozes (is het zo) dat ga(a)(t) op IDIHW in hen en de zee LRHßE aan priesters bij hem
7.
en (hij) heeft gemaakt (tot) armaturen het goud rijkdom zoals rechtsregel (...) hen en (hij) gaf bij (het) paleis vijf van rechterhand en vijf van linkerhand
8.
en (hij) heeft gemaakt dat te legeren tien en (hij) rustte bij (het) paleis vijf van rechterhand en vijf van linkerhand en (hij) heeft gemaakt offerschaal (...) mij goud honderd
9.
en (hij) heeft gemaakt grondgebied de priesters en de hulp de grootheid en deuren aan hulp WDLTWTIEM wachter koper
10.
en (tot) de zee (hij) heeft gegeven van schouder rechtse (zij) is voorgegaan tegenover (zij) heeft afgedroogd
11.
en (hij) heeft gemaakt gat (...) hen (tot) EXIRWT en (tot) de schoffels en (tot) de offerschalen en (hij) heeft gekund Hiram te doen (tot) het handwerk die (hij) heeft gedaan aan koning Salomo bij (het) huis naar God
12.
staanders twee en de ballingschap WEKTRWT op hoofd de staanders twee WESBKWT twee aan bekleding (tot) schering ballingschap EKTRWT die op hoofd de staanders
13.
en (tot) de granaatappels vier honderd aan schering ESBKWT twee kolommen granaatappels LSBKE de één aan bekleding (tot) schering ballingschap EKTRWT die op aanzicht van de staanders
14.
en (tot) de onderstellen (hij) heeft gedaan en (tot) de wasvaten (hij) heeft gedaan op de onderstellen
15.
(tot) de zee één en (tot) het rundvee twee rijkdom in de plaats van hem
16.
en (tot) EXIRWT en (tot) de schoffels en (tot) EMZLCWT en (tot) alle gereedschappen (...) hen (hij) heeft gedaan gat (...) hen vader (...) hem aan koning Salomo aan huis Jahweh koper MRWQ
17.
bij (het) plein de Jordaan (hij) heeft uitgegoten (...) hen kroon! bij (de) wolk (...) mij de aarde tussen hutten en tussen ßRDTE
18.
en (hij) heeft gemaakt Salomo alle (de) alle (mv) (de) deze aan meerderheid zeer dat niet NHQR gewicht het koper
19.
en (hij) heeft gemaakt Salomo (tot) alle (de) alle (mv) die huis naar God en (tot) altaar het goud en (tot) de tafels en op hen brood het aanzicht
20.
en (tot) de armaturen WNRTIEM uit te roeien (...) hen zoals rechtsregel voor de aanspraakplaats goud slot
21.
en de bloem en de lichten WEMLQHIM goud hij om te eindigen goud
22.
WEMZMRWT en de offerschalen WEKPWT WEMHTWT goud slot en opening het huis deuren (...) hem (de) binnenste (mv) te heiligen de heiligheden en deur (...) mij het huis aan paleis goud

Hoofdstuk 5

1.
en (jij) betaalde alle het handwerk die (hij) heeft gedaan Salomo aan huis Jahweh en (hij) kwam Salomo (tot) heilig! David vader (...) hem en (tot) het zilver en (tot) het goud en (tot) alle (de) alle (mv) (hij) heeft gegeven bij (de) bergingen huis naar God
2.
destijds IQEIL Salomo (tot) ben oud! Israël en (tot) alle hoofden van (is het zo) dat buigen om vorsten van de vaders aan zonen van Israël naar Jeruzalem aan de beklimmingen (tot) kist verbond Jahweh merk(t) op David zij Sion
3.
en (zij) verzamelden naar kroon! alle man Israël bij (het) feest hij de maand (is het zo) dat ben verzadigd!
4.
en voert in! alle ben oud! Israël en (zij) droegen de Levieten (tot) de kist
5.
en (zij) verhieven (tot) de kist en (tot) tent ontmoeting en (tot) alle gereedschap wijd! die bij (de) tent (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan (met) hen de priesters de Levieten
6.
en kroon! Salomo en alle getuige van Israël ENWODIM op hem voor de kist altaars kleinvee en rundvee die niet (zij) vertelden noch (zij) benoemden van meerderheid
7.
en (zij) brachten de priesters (tot) kist verbond Jahweh naar plaats (...) hem naar aanspraakplaats het huis naar heiligheid de heiligheden naar in de plaats van vleugels van de beelden van meerderheid
8.
en (zij) waren de beelden van meerderheid ruiters vleugels op plaats de kist en (zij) bedekten de beelden van meerderheid op de kist en op takken (...) hem weg van hoogte
9.
en (zij) verlengden de takken en (zij) lieten zien hoofden van de takken vanuit de kist op aanzicht van de aanspraakplaats noch (zij) lieten zien naar de straat en wees daar tot vandaag deze
10.
(er is) niet bij (de) kist lege tweede (de) frisse (mv) die (hij) heeft gegeven Mozes bij (het) zwaard die (hij) heeft afgehakt Jahweh met bouw! Israël bij uit te gaan (...) hen van Egypte
11.
en wees bij uit te gaan de priesters vanuit wijd! dat alle de priesters (is het zo) dat bevinden zich (is het zo) dat (jullie) heiligden (er is) niet te houden tot van percelen
12.
en de Levieten de zangers aan allen (...) hen aan Asaf aan Heman LIDTWN en aan zonen (...) hen en aan broers (...) hen MLBSIM BWß BMßLTIM en bij (de) harpen en violen staanders Oosten aan altaar en met hen priesters aan honderd en twintig MHßRRIM bij (de) trompetten
13.
en wees zoals een LMHßßRIM en aan zangers horen te laten klank één te loven en te bedanken aan Jahweh WKERIM klank bij (de) trompetten WBMßLTIM en bij (het) gereedschap het lied en bij (de) lofzang aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem en het huis (hij) is vol geweest wolk huis Jahweh
14.
noch (zij) hebben gekund de priesters te staan te dienen van aanzicht van de wolk dat (hij) is vol geweest eer Jahweh (tot) huis naar God

Hoofdstuk 6

1.
destijds woord Salomo Jahweh woord te wonen bij (de) nevel
2.
en ik (ik) heb gebouwd huis woning aan jou en plaats te wonen (...) jou eeuwigheden
3.
en (hij) wendde zich af kroon! (tot) aanzichten (...) hem en (hij) zegende (tot) alle menigte Israël en alle menigte Israël sta(a)(t)
4.
en (hij) sprak gezegende Jahweh mijn God Israël die woord bij (de) monden (...) hem (tot) David vader en bij (de) handen (...) hem (hij) is vol geweest te spreken
5.
vanuit vandaag die (ik) ben tevoorschijn gehaald (tot) met mij van land Egypte niet (ik) heb gekozen bij (de) stad van alle stammen van Israël te bouwen huis te zijn namen van daar noch (ik) heb gekozen bij (de) man te zijn leider op met mij Israël
6.
WABHR bij Jeruzalem te zijn namen van daar WABHR bij David te zijn op met mij Israël
7.
en wees met hart David vader te bouwen huis aan naam Jahweh mijn God Israël
8.
en (hij) sprak Jahweh naar David vader wegens die (hij) is geweest met hart (...) jou te bouwen huis aan namen van EÐIBWT dat (hij) is geweest met hart (...) jou
9.
lege (met) haar niet (jij) bouwde het huis dat zoon (...) jou (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald MHLßIK hij (hij) bouwde het huis aan namen van
10.
en (hij) stond op Jahweh (tot) spreekt! die woord en (ik) wraakte in de plaats van David vader en (ik) woonde op stoel Israël zoals woord Jahweh en (ik) bouwde het huis aan naam Jahweh mijn God Israël
11.
en (ik) plaatste daar (tot) de kist die daar verbond Jahweh die (hij) heeft afgehakt met bouw! Israël
12.
en (hij) stond vast voor altaar Jahweh tegenover alle menigte Israël en (hij) spreidde uit lepels (...) hem
13.
dat (hij) heeft gedaan Salomo KIWR koper en (hij) gaf (...) hem binnen de hulp vijf (ik) stierf (zij) hebben geduurd en vijf (ik) stierf (zij) zijn breder geworden en (ik) stierf drie hoogte (...) hem en (hij) stond vast op hem en (hij) zegende op zegen! (...) hem tegenover alle menigte Israël en (hij) spreidde uit lepels (...) hem naar de hemel
14.
en (hij) sprak Jahweh mijn God Israël (er is) niet zoals jij God bij (de) hemel en bij (het) land bewaar! het verbond en de genade aan slaven (...) jou de voorbijgangers voor jou in alle hart (...) hen
15.
die (jij) hebt gehouden te bewerken (...) jou David vader (tot) die woord van als en (jij) sprak bij (de) monden (...) jou en bij (de) hand (...) jou (jij) bent vol geweest zoals dag deze
16.
en nu Jahweh mijn God Israël bewaar! te bewerken (...) jou David vader (tot) die woord van als te spreken niet (hij) hakte af aan jou man weg van aanzicht van bewoner op stoel Israël lege als (zij) bewaarden zonen (...) jou (tot) generatie (...) jullie te gaan bij (het) Wetboek (...) mij zoals (jij) bent gegaan voor
17.
en nu Jahweh mijn God Israël IAMN woord (...) jou die woord van te bewerken (...) jou aan David
18.
dat (is het zo) dat echt inwoner God (tot) de mens op het land hier is hemel en naam [van]-en van de hemel niet IKLKLWK neus dat het huis deze die (ik) heb gebouwd
19.
en (jij) hebt je gewend naar gebed van slaaf (...) jou en naar smeekbede (...) hem Jahweh mijn God aan nieuws naar de gezang en naar de gebed die slaaf (...) jou bid(t) voor jou
20.
te zijn ogen (...) jou geopende (mv) naar het huis deze dag (...) hen en nacht naar de plaats die (jij) hebt gesproken te plaatsen naam (...) jou daar toe te horen naar de gebed die (hij) bad slaaf (...) jou naar de plaats deze
21.
en (jij) hebt toegehoord naar (jullie) legerden (...) mij slaaf (...) jou en met jou Israël die (zij) badden naar de plaats deze en (met) haar (jij) hoorde toe van plaats sabbat (...) jou vanuit de hemel en (jij) hebt toegehoord en (jij) hebt vergeven
22.
als (hij) zondigde man aan zijn vriend en verheven bij hem deze LEALTW en (hij) is gekomen deze voor altaar (...) jou bij (het) huis deze
23.
en (met) haar (jij) hoorde toe vanuit de hemel en (jij) hebt gedaan en (jij) hebt berecht (tot) slaven (...) jou terug te geven aan slechte te geven weg (...) hem bij (het) hoofd (...) hem en gelijk te geven rechtvaardige te geven als zoals weldadigheid (...) hem
24.
en als INCP met jou Israël voor vijand dat (zij) zondigden aan jou en woont! en (zij) hebben bedankt (tot) naam (...) jou en (zij) hebben gebeden WETHNNW voor jou bij (het) huis deze
25.
en (met) haar (jij) hoorde toe vanuit de hemel en (jij) hebt vergeven aan zondoffer met jou Israël WESIBWTM naar de aarde die zet aan hen en aan vaders (...) hen
26.
BEOßR de hemel noch (hij) was regen dat (zij) zondigden aan jou en (zij) hebben gebeden naar de plaats deze en (zij) hebben bedankt (tot) naam (...) jou van zondoffer (...) hen (zij) keerden terug (...) hen dat (zij) antwoordde (...) hen
27.
en (met) haar (jij) hoorde toe de hemel en (jij) hebt vergeven aan zondoffer slaven (...) jou en met jou Israël dat (jij) werd opgeheven naar de weg het goeds die (zij) gingen bij haar en zet regen op land (...) jou die zet aan volk (...) jou aan erfgoed
28.
honger dat (hij) was bij (het) land woord dat (hij) was SDPWN WIRQWN sprinkhaan WHXIL dat (hij) was dat fabriceer! als vijanden (...) hem bij (het) land poorten (...) hem alle plaag en alle begin(t) te (er)naar
29.
alle gebed alle smeekbede die (hij) was aan alle de mens en aan alle met jou Israël die (zij) hebben geweten man (zij) hebben aangeraakt WMKABW en ruiter lepels (...) hem naar het huis deze
30.
en (met) haar (jij) hoorde toe vanuit de hemel plaats sabbat (...) jou en (jij) hebt vergeven en zet aan man zoals alle wegen (...) hem die (jij) wist (tot) hart (...) hem dat (met) haar alleen jij (jij) hebt geweten (tot) hart bouw! de mens
31.
opdat (zij) vreesden (...) jou te gaan bij (de) wegen (...) jou alle de dagen die zij leven op aanzicht van de aarde die zet aan vaders (...) ons
32.
en ook naar de vreemdeling die niet van volk (...) jou Israël hij en (hij) is gekomen van land naar afstand opdat naam (...) jou (de) grote en hand (...) jou (is het zo) dat (zij) is sterk geworden en arm (...) jou (de) uitgestrekte en (zij) zijn gekomen en (zij) hebben gebeden naar het huis deze
33.
en (met) haar (jij) hoorde toe vanuit de hemel van plaats sabbat (...) jou en (jij) hebt gedaan zoals alle die (hij) noemde naar jou de vreemdeling opdat (zij) hebben geweten alle met mij het land (tot) naam (...) jou en aan vrees (met) jou zoals volk (...) jou Israël en te weten dat naam (...) jou (hij) is genoemd op het huis deze die (ik) heb gebouwd
34.
dat uitgaande met jou aan strijd op vijanden (...) hem bij (de) weg die (jij) zond weg (...) hen en (zij) hebben gebeden naar jou weg (hij) heeft opgemerkt (de) deze die (jij) hebt gekozen bij haar en het huis die (ik) heb gebouwd aan naam (...) jou
35.
en (jij) hebt toegehoord vanuit de hemel (tot) gebeden (...) hen en (tot) smeekbeden (...) hen en (jij) hebt gedaan rechtsregel (...) hen
36.
dat (zij) zondigden aan jou dat (er is) niet mens die niet (hij) zondigde WANPT in hen en (jij) hebt gegeven (...) hen voor vijand en woont! (...) hen SWBIEM naar land naar afstand of naar verwant
37.
en (zij) hebben teruggegeven naar hart (...) hen bij (het) land die (zij) hebben geblazen daar en woont! WETHNNW naar jou bij (het) land keren terug te spreken (wij) hebben gezondigd EOWINW en slechtheid (...) ons
38.
en woont! naar jou in alle hart (...) hen en in alle ziel (...) hen bij (het) land keren terug die woont! (met) hen en (zij) hebben gebeden weg land (...) hen die zet te wensen (...) hen en (hij) heeft opgemerkt die (jij) hebt gekozen en aan huis die (ik) heb gebouwd aan naam (...) jou
39.
en (jij) hebt toegehoord vanuit de hemel van plaats sabbat (...) jou (tot) gebeden (...) hen en (tot) THNTIEM en (jij) hebt gedaan rechtsregel (...) hen en (jij) hebt vergeven aan volk (...) jou die (zij) hebben gezondigd aan jou
40.
nu mijn God (zij) waren toch ogen (...) jou geopende (mv) en oren (...) jou QSBWT aan gebed van de plaats deze
41.
en nu hoogte Jahweh God te rusten (...) jou (met) haar en kist kracht (...) jou priesters (...) jou Jahweh God (zij) bekleedden zich (jij) schreeuwde om hulp (er)naar en getrouwe-en (...) jou (zij) maakten blij bij (de) goede
42.
Jahweh God naar (jij) woonde aanzicht van Messias (...) jou (zij) heeft zich herinnerd aan genade-en van David slaaf (...) jou

Hoofdstuk 7

1.
WKKLWT Salomo te bidden en het vuur (zij) is gedaald van de hemel en (jij) at dat wat opgaat en de slachtingen en eer Jahweh (hij) is vol geweest (tot) het huis
2.
noch (zij) hebben gekund de priesters te komen naar huis Jahweh dat (hij) is vol geweest eer Jahweh (tot) huis Jahweh
3.
en alle bouw! Israël spiegel (...) hen BRDT het vuur en eer Jahweh op het huis WIKROW neuzen naar land op het plaveisel en (zij) bogen zich diep WEDWT aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
4.
en kroon! en alle het volk slachtingen slachting voor Jahweh
5.
en (hij) slachtte kroon! Salomo (tot) slachting het rundvee twintig en twee duizend en kleinvee honderd en twintig duizend WIHNKW (tot) huis naar God kroon! en alle het volk
6.
en de priesters op bewaren (...) hen staanders en de Levieten bij (het) gereedschap lied Jahweh die (hij) heeft gedaan David kroon! te bedanken aan Jahweh dat aan eeuwigheid genade (...) hem bij (de) lofzang David bij (hij) leek en de priesters MHßßRIM NCDM en alle Israël staanders
7.
en (hij) heiligde Salomo (tot) midden het grondgebied die voor huis Jahweh dat (hij) heeft gedaan daar de beklimmingen en (tot) melk-en van de vergoedingen dat altaar het koper die (hij) heeft gedaan Salomo niet (hij) heeft gekund LEKIL (tot) dat wat opgaat en (tot) het geschenk en (tot) de melk-en
8.
en (hij) heeft gemaakt Salomo (tot) het feest bij (de) tijd die zeven dagen en alle Israël met hem menigte grote zeer weg van komst leren zak tot wadi Egypte
9.
en (zij) hebben gemaakt bij (de) dag (de) achtste (jij) hebt vastgehouden dat HNKT het altaar Ezau zeven dagen en het feest zeven dagen
10.
en bij (de) dag twintig en drie aan maand (de) zevende wapen (tot) het volk aan tenten (...) hen maak blij! (...) hen en goedheden van hart op het goeds die (hij) heeft gedaan Jahweh aan David en aan Salomo en aan Israël met hem
11.
en (hij) heeft gekund Salomo (tot) huis Jahweh en (tot) huis kroon! en (tot) alle wat kwam op hart Salomo te doen bij (het) huis Jahweh en bij (het) huis (...) hem (hij) is geslaagd
12.
en gezien Jahweh naar Salomo bij (de) nacht en (hij) sprak als (ik) heb toegehoord (tot) gebed (...) jou en (ik) heb gekozen bij (de) plaats deze aan mij aan huis slachting
13.
èn AOßR de hemel noch (hij) was regen en èn (ik) gaf opdracht op HCB te eten het land en als (ik) zond weg woord bij (de) volkeren van
14.
en (zij) werden vernederd met mij die (hij) is genoemd namen van op hen en (zij) badden en (zij) zochten aanzicht van en (zij) hebben gewoond van wegen (...) hen de kwaden en ik (ik) hoorde toe vanuit de hemel en (ik) werd vergeven aan zondoffer (...) hen en (ik) genas (tot) land (...) hen
15.
nu bestudeer! (zij) waren geopende (mv) en oren van QSBWT aan gebed van de plaats deze
16.
en nu (ik) heb gekozen en (ik) heb gewijd (tot) het huis deze te zijn namen van daar tot eeuwigheid en (zij) zijn geweest bestudeer! en hart (...) mij daar alle de dagen
17.
en (met) haar als (jij) ging voor zoals beweging David vader (...) jou en te doen zoals alle die (ik) heb opdracht gegeven (...) jou en wetten van en rechtsregels van (jij) hield
18.
WEQIMWTI (tot) stoel koninkrijk (...) jou zoals hak af! aan David vader (...) jou te spreken niet (hij) hakte af aan jou man heers(t) bij Israël
19.
en als (jullie) keerden terug (...) hen (met) hen en (jullie) hebben verlaten grondwetten (...) mij en voorschrift (...) mij die (ik) heb gegeven voor jullie en (jullie) zijn gegaan en (jullie) hebben gewerkt God anderen en (jullie) hebben je diep gebogen aan hen
20.
WNTSTIM boven aarde (...) mij die (ik) heb gegeven aan hen en (tot) het huis deze die (ik) heb gewijd aan namen van (ik) wierp af boven aanzicht van en (ik) zal geven (...) ons aan heerser WLSNINE in alle de volkeren
21.
en het huis deze die (hij) is geweest hoogste aan alle kant op hem pas toe! en woord verhoging (hij) heeft gedaan Jahweh zodoende aan land (de) deze en aan huis deze
22.
en (zij) hebben gesproken op die (zij) hebben verlaten (tot) Jahweh mijn God vaders (...) hen die (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) hen van land Egypte en (zij) hieldden bij God anderen en (zij) bogen zich diep aan hen en (zij) werkten (...) hen op zo (hij) heeft gebracht op hen (tot) alle de herder (de) deze

Hoofdstuk 8

1.
en wees van eind twintig jaar die (hij) heeft gebouwd Salomo (tot) huis Jahweh en (tot) huis (...) hem
2.
en de steden die (hij) heeft gegeven gat (...) hen aan Salomo (hij) heeft gebouwd Salomo (met) hen en bewoner daar (tot) bouw! Israël
3.
en (hij) ging Salomo leren zak Zoba en (hij) versterkte op haar
4.
en (hij) bouwde (tot) TDMR bij (de) woestijn en (tot) alle steden van EMXKNWT die (hij) heeft gebouwd bij (de) leren zak
5.
en (hij) bouwde (tot) huis wordt bleek! (...) hen (de) hoogste en (tot) huis wordt bleek! (...) hen (is het zo) dat (jullie) landden (...) hen steden van belegering bruine (mv) deuren en grendel
6.
en (tot) bij opgaan en (tot) alle steden van EMXKNWT die (zij) zijn geweest aan Salomo en (tot) alle steden van de wagen en (tot) steden van de ruiters en (tot) alle verlangen Salomo die verlangen te bouwen bij Jeruzalem en bij (de) Libanon en in alle land regering (...) hem
7.
alle het volk (de) overgebleven vanuit de angsten van en de Amoriet en de Fereziet en de Heviet en de Jebusiet die niet van Israël deze (mv)
8.
vanuit zonen (...) hen die (zij) zijn overgebleven na hen bij (het) land die niet kunt! (...) hen bouw! Israël en (hij) verhief (...) hen Salomo aan belasting tot vandaag deze
9.
en vanuit bouw! Israël die niet (hij) heeft gegeven Salomo aan slaven aan handwerk (...) hem dat deze (mv) mens (...) mij strijd en Sarai SLISIW en Sarai (zij) hebben gereden en ruiters (...) hem
10.
en deze Sarai ENßIBIM die aan koning Salomo vijftig en honderd paar (is het zo) dat daal! (...) hen bij (het) volk
11.
en (tot) dochter farao dat wat opgaat Salomo merk(t) op David aan huis die (hij) heeft gebouwd aan haar dat woord niet (jij) woonde vrouw aan mij bij (het) huis David koning Israël dat heiligheid deze (mv) die kom(t) naar hen kist Jahweh
12.
destijds dat wat opgaat Salomo beklimmingen aan Jahweh op altaar Jahweh die (hij) heeft gebouwd voor (is het zo) dat maar
13.
en bij (het) woord dag bij (de) dag aan de beklimmingen zoals voorschrift van Mozes aan sabbatten en aan maanden WLMWODWT drie twee keer in het jaar bij (het) feest het voorschrift van en bij (het) feest de weken en bij (het) feest de hutten
14.
en (hij) stond vast zoals rechtsregel David vader (...) hem (tot) verdelen de priesters op (jullie) hebben gewerkt en de Levieten op bewaren (...) hen te loven en te dienen tegenover de priesters te spreken dag bij (de) dag (...) hem en de poorten bij verdelen (...) hen aan poort en poort dat zo voorschrift van David man naar God
15.
noch (zij) zijn afgeweken voorschrift van kroon! op de priesters en de Levieten aan alle woord en aan bergingen
16.
en (jij) bereidde alle handwerk van Salomo tot vandaag fundament huis Jahweh en tot schoondochter (...) hem gehele huis Jahweh
17.
destijds beweging Salomo LOßIWN man en naar reeën op oever van de zee bij (het) land Edom
18.
en (hij) zond weg als gat (...) hen bij (de) hand slaven (...) hem AWNIWT en slaven (hij) werd bekend (...) mij zee en voert in! met werk! Salomo naar Ofir en (zij) namen van daar vier honderd en vijftig plein goud en (zij) brachten naar kroon! Salomo

Hoofdstuk 9

1.
en om te gaan Scheba (zij) heeft toegehoord (tot) nieuws Salomo en (jij) kwam LNXWT (tot) Salomo BHIDWT bij Jeruzalem bij (de) macht lever zeer en kamelen dragers bij (de) hemel en goud aan meerderheid en steen (hij) gebeurde en (jij) kwam naar Salomo en (jij) sprak met hem (tot) alle die (hij) is geweest met naar hart
2.
en (hij) werd verteld aan haar Salomo (tot) alle spreek! (er)naar noch schoen (...) hen woord van Salomo die niet (hij) heeft verteld aan haar
3.
en (zij) liet zien om te gaan Scheba (tot) (jij) bent wijs geworden Salomo en het huis die (hij) heeft gebouwd
4.
en voedsel (wij) hebben gezonden en zetel slaven (...) hem en sta(a)(t) vast van diensten (...) hem WMLBWSIEM en van zakken (...) hem WMLBWSIEM en opgang (...) hem die (hij) verhief huis Jahweh noch (hij) is geweest nog (eens) bij haar wind
5.
en (jij) sprak naar kroon! waarheid het woord die (ik) heb toegehoord bij (het) land (...) mij op woorden (...) jou en op (jij) bent wijs geworden (...) jou
6.
noch (ik) heb geloofd aan woorden (...) hen tot die (ik) ben gekomen en (jullie) lieten zien bestudeer! en hier is niet vertel! aan mij halve MRBIT (jij) bent wijs geworden (...) jou (jij) hebt toegevoegd op (is het zo) dat hoor toe! (er)naar die (ik) heb toegehoord
7.
heil mensen (...) jou en heil slaven (...) jou deze de staanders voor jou altijd en nieuwsberichten (tot) (jij) bent wijs geworden (...) jou
8.
wees Jahweh jouw God gezegende die wens bij jou te geven (...) jou op stoel (...) hem aan koning aan Jahweh jouw God bij (jij) hebt liefgehad jouw God (tot) Israël op te stellen (...) hem aan eeuwigheid en (hij) gaf (...) jou op hen aan koning te doen rechtsregel en weldadigheid
9.
en te geven (...) hen aan koning honderd en twintig plein goud en bij (de) hemel aan meerderheid zeer en steen (hij) gebeurde noch (hij) is geweest schaap (...) hen dat die (zij) heeft gegeven om te gaan Scheba aan koning Salomo
10.
en ook werk! Hiram en werk! Salomo die (zij) hebben gebracht goud van Ofir (zij) hebben gebracht houten ALCWMIM en steen (hij) gebeurde
11.
en (hij) heeft gemaakt kroon! (tot) houten EALCWMIM MXLWT aan huis Jahweh en aan huis kroon! en violen en harpen aan aanvoerders noch (wij) lieten zien (...) hem zoals zij vroeger bij (het) land Juda
12.
en kroon! Salomo (hij) heeft gegeven aan koningin van Scheba (tot) alle (zij) heeft gewenst die vraag weg van tak die (zij) heeft gebracht naar kroon! en (zij) keerde om en (jij) ging naar aan land zij en werk! (er)naar
13.
en wees gewicht het goud die (hij) is gekomen aan Salomo in het jaar één zes honderd en zestig en zes als graaf! goud
14.
alleen van mens (...) mij (is het zo) dat (jij) tilde op WEXHRIM brengen en alle heers! aangename en word minder! het land brengen goud en zilver aan Salomo
15.
en (hij) heeft gemaakt kroon! Salomo honderd paar schild goud slacht! zes honderd goud slacht! (hij) verhief op het schild de één
16.
en drie honderd schilden goud slacht! drie honderd goud (hij) verhief op het schild de één en (hij) gaf (...) hen kroon! bij (het) huis bos de Libanon
17.
en (hij) heeft gemaakt kroon! stoel tand grote en (hij) overtrok (...) hem goud zuivere
18.
en zes om op te gaan aan stoel en schaap bij (het) goud aan stoel MAHZIM WIDWT hiervandaan en hiervandaan op plaats zet stop! en twee leeuwen staanders naast EIDWT
19.
en twee rijkdom leeuwen staanders daar op zes (is het zo) dat om op te gaan hiervandaan en hiervandaan niet (hij) is gedaan zo aan alle rijk
20.
en alle gereedschap geef(t) te drinken kroon! Salomo goud en alle gereedschap huis bos de Libanon goud slot (er is) niet zilver (wij) berekenden bij (de) dagen van Salomo LMAWME
21.
dat schepen aan koning ELKWT Tharsis met werk! gat (...) hen één aan drie twee (jij) kwam (...) haar schepen Tharsis (jij) bent gedragen goud en zilver SNEBIM WQWPIM WTWKIIM
22.
en (hij) groeide kroon! Salomo van alle heers! het land aan rijkdom en wijsheid
23.
en alle heers! het land zoeken (tot) aanzicht van Salomo aan nieuws (tot) wijsheid (...) hem die (hij) heeft gegeven naar God bij (de) zijn hart
24.
en zij brengen man geschenk (...) hem gereedschap zilver en gereedschap goud en gehele (mv) (hij) heeft gekust en bij (de) hemel paarden WPRDIM woord jaar in het jaar
25.
en wees aan Salomo vier duizenden leeuwen paarden en rijtuigen en twee rijkdom duizend ruiters en (hij) gaf rust (...) hen roeie uit! de wagen en met kroon! bij Jeruzalem
26.
en wees heers(t) in alle de koningen vanuit de rivier en tot land Filistijnen en tot grens Egypte
27.
en (hij) gaf kroon! (tot) het zilver bij Jeruzalem zoals stenen en (tot) de ceders (hij) heeft gegeven KSQMIM die bij (het) laagland aan meerderheid
28.
en halen tevoorschijn paarden van Egypte aan Salomo en van alle de landen
29.
en rest spreek! Salomo de eersten en (de) laatste (mv) toch? zij geschriften op spreek! (hij) heeft gegeven de profeet en op NBWAT (ik) leefde ESILWNI WBHZWT IODI de borst op Jerobeam zoon kiem
30.
en (hij) heerste Salomo bij Jeruzalem op alle Israël veertig jaar
31.
en (hij) lag neer Salomo met vaders (...) hem en (zij) begroeven (...) hem bij (de) stad David vader (...) hem en (hij) heerste Rehabeam bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 10

1.
en (hij) ging Rehabeam dat (zij) is opgestaan dat schouder (zij) zijn gekomen alle Israël te kronen (met) hem
2.
en wees toen Jerobeam zoon kiem en hij bij Egypte die vlucht van aanzicht van Salomo kroon! en inwoner Jerobeam van Egypte
3.
en (zij) zondden weg en (zij) noemden als en (hij) kwam Jerobeam en alle Israël en (zij) spraken naar Rehabeam te spreken
4.
vader (...) jou (de) harde (tot) hoogte (...) ons en nu (hij) heeft verlicht van werk van vader (...) jou (de) harde en (zij) hebben ontvreemd de lever die (hij) heeft gegeven op ons en (wij) bewerkten (...) jou
5.
en (hij) sprak naar hen nog (eens) drie van dagen en keert terug! naar mij en (hij) ging het volk
6.
en adviseur kroon! Rehabeam (tot) de baarden die (zij) zijn geweest staanders voor Salomo vader (...) hem bij te zijn (...) hem levende te spreken waar ben jij? (met) hen NWOßIM terug te geven aan volk deze woord
7.
en (zij) spraken naar hem te spreken als (jij) was aan goede aan het volk deze WRßITM en woord van naar hen woorden goede (mv) en (zij) zijn geweest aan jou slaven alle de dagen
8.
en (hij) verliet (tot) raad de baarden die (zij) heeft geadviseerd (...) hem en adviseur (tot) de kinderen die (zij) zijn gegroeid (met) hem de staanders voor hem
9.
en (hij) sprak naar hen wat? (met) hen NWOßIM en (wij) gaven terug woord (tot) het volk deze die spreekt! naar mij te spreken (hij) heeft verlicht vanuit de hoogte die (hij) heeft gegeven vader (...) jou op ons
10.
en (zij) spraken (met) hem de kinderen die (zij) zijn gegroeid (met) hem te spreken zo (jij) sprak aan volk die spreekt! naar jou te spreken vader (...) jou EKBID (tot) hoogte (...) ons en (met) haar (hij) heeft verlicht ontvreemd! (...) ons zo (jij) sprak naar hen QÐNI naar wolk verzacht (...) mij vader
11.
en nu vader EOMIX op jullie op lever en ik (ik) voegde toe op hoogte (...) jullie vader (hij) week af (met) jullie bij (de) zwepen en ik BOQRBIM
12.
en (hij) kwam Jerobeam en alle het volk naar Rehabeam bij (de) dag (de) derde zoals woord kroon! te spreken keert terug! naar mij bij (de) dag (de) derde
13.
en (hij) antwoordde (...) hen kroon! harde en (hij) verliet kroon! Rehabeam (tot) raad de baarden
14.
en (hij) sprak naar hen zoals raad de kinderen te spreken AKBID (tot) hoogte (...) jullie en ik (ik) voegde toe op hem vader (hij) week af (met) jullie bij (de) zwepen en ik BOQRBIM
15.
noch nieuws kroon! naar het volk dat (zij) is geweest (zij) heeft zich afgewend bij vandaan naar God opdat (hij) heeft gevestigd Jahweh (tot) spreekt! die woord bij (de) hand (ik) leefde (...) hem ESLWNI naar Jerobeam zoon kiem
16.
en alle Israël dat niet nieuws kroon! aan hen en (zij) gaven terug het volk (tot) kroon! te spreken wat? aan ons deel bij David noch erfgoed bij (de) zoon Isaï man aan tenten (...) jou Israël nu (hij) heeft gezien huis (...) jou David en (hij) ging alle Israël aan tenten (...) hem
17.
en bouw! Israël de inwoners roeie uit! Juda en (hij) heerste op hen Rehabeam
18.
en (hij) zond weg kroon! Rehabeam (tot) pracht (...) hen die op de belasting WIRCMW bij hem bouw! Israël steen en (hij) stierf en kroon! Rehabeam (hij) heeft zich ingespannen op te gaan bij (de) rijtuig te vluchten Jeruzalem
19.
en (zij) misdreven Israël bij (het) huis David tot vandaag deze

Hoofdstuk 11

1.
en (hij) kwam Rehabeam Jeruzalem en (hij) verzamelde (tot) huis Juda en Benjamin honderd en tachtig duizend jongeman (hij) heeft gedaan strijd aan het brood met Israël terug te geven (tot) het rijk aan Rehabeam
2.
en wees woord Jahweh naar Semaja man naar God te spreken
3.
woord naar Rehabeam zoon Salomo koning Juda en naar alle Israël bij Juda en Benjamin te spreken
4.
zo woord Jahweh niet (jullie) verhieven noch (jullie) streedden met broers (...) jullie keert terug! man aan huis (...) hem dat van mij (wij) waren het woord deze en (zij) hoorden toe (tot) spreek! Jahweh en (zij) hebben gewoond om te gaan naar Jerobeam
5.
en inwoner Rehabeam bij Jeruzalem en (hij) bouwde steden aan belegering bij Juda
6.
en (hij) bouwde (tot) huis brood en (tot) Etam en (tot) Tekoa
7.
en (tot) huis rots en (tot) SWKW en (tot) Adullam
8.
en (tot) wijnpers en (tot) Maresa en (tot) Zif
9.
en (tot) ADWRIM en (tot) Lachis en (tot) Azeka
10.
en (tot) Zora en (tot) Elon en (tot) Hebron die bij Juda en met Benjamin steden van van smalle (mv)
11.
en (hij) versterkte (tot) EMßWRWT en (hij) gaf bij hen leiders en bergingen voedsel en olie en wijn
12.
en in alle stad en stad schilden WRMHIM en (hij) versterkte (...) hen aan de veelheid zeer en wees als Juda en Benjamin
13.
en de priesters en de Levieten die in alle Israël (zij) hebben zich opgesteld op hem van alle grens (...) hen
14.
dat (zij) hebben verlaten de Levieten (tot) terreinen (...) hen en (jullie) hebben gegrepen en (zij) gingen aan Juda en aan Jeruzalem dat EZNIHM Jerobeam en zonen (...) hem van priester aan Jahweh
15.
en (hij) stond vast als priesters aan verhogingen en aan bokken en aan stierkalveren die (hij) heeft gedaan
16.
en na hen van alle stammen van Israël (is het zo) dat worden gegeven (tot) hart (...) hen te zoeken (tot) Jahweh mijn God Israël (zij) zijn gekomen Jeruzalem te slachten aan Jahweh mijn God vaders-en (...) hen
17.
en (zij) versterkten (tot) koninkrijk Juda en (zij) waren sterk (tot) Rehabeam zoon Salomo aan twee drie dat (zij) zijn gegaan bij (de) weg David en Salomo aan twee drie
18.
en (hij) nam als Rehabeam vrouw (tot) MHLT zoon IRIMWT zoon David ABIEIL dochter Eliab zoon Isaï
19.
en (jij) baarde als zonen (tot) IOWS en (tot) bewaar! (er)naar en (tot) ZEM
20.
en na haar lering (tot) Maächa dochter Absalom en (jij) baarde als (tot) naar vader en (tot) tijden van en (tot) ZIZA en (tot) Selomith
21.
en (hij) had lief Rehabeam (tot) Maächa dochter Absalom van alle vrouwen (...) hem WPILCSIW dat worden verlaten acht tien verheven WPILCSIM zestig en baar(t) twintig en acht zonen en zestig dochters
22.
en (hij) stond vast aan hoofd Rehabeam (tot) naar vader zoon Maächa aan leider bij (de) broers (...) hem dat te kronen (...) hem
23.
en (hij) bouwde en (hij) brak door van alle zonen (...) hem aan alle landen Juda en Benjamin aan alle steden van EMßRWT en (hij) gaf aan hen (is het zo) dat om te onderhouden aan meerderheid en (hij) vroeg menigte worden verlaten

Hoofdstuk 12

1.
en wees als (hij) heeft voorbereid koninkrijk Rehabeam WKHZQTW (hij) heeft verlaten (tot) Wetboek van Jahweh en alle Israël met hem
2.
en wees in het jaar EHMISIT aan koning Rehabeam blad dat (hij) gaf te drinken koning Egypte op Jeruzalem dat (zij) hebben ontvreemd bij Jahweh
3.
bij duizend en honderd paar wagen WBSSIM duizend ruiters en (er is) niet getal aan volk die (zij) zijn gekomen met hem van Egypte LWBIM XKIIM en afrikanen
4.
en (hij) voegde samen (tot) steden van EMßRWT die aan Juda en (hij) kwam tot Jeruzalem
5.
en hoor toe! (er)naar de profeet (hij) is gekomen naar Rehabeam en Sarai Juda die (wij) verzamelden (...) hem naar Jeruzalem van aanzicht van dat (hij) gaf te drinken en (hij) sprak aan hen zo woord Jahweh (met) hen (jullie) hebben verlaten (met) mij en neus ik (ik) heb verlaten (met) jullie bij (de) hand dat (hij) gaf te drinken
6.
en (zij) werden vernederd Sarai Israël en kroon! en (zij) spraken rechtvaardige Jahweh
7.
en bij (het) zicht Jahweh dat (zij) zijn vernederd (hij) is geweest woord Jahweh naar hoor toe! (er)naar te spreken (zij) zijn vernederd niet (ik) maakte kapot (...) hen en (ik) heb gegeven aan hen zoals een beetje naar aan vluchteling noch te geven (...) jou leren zak-en van bij Jeruzalem bij (de) hand dat (hij) gaf te drinken
8.
dat (zij) waren als aan slaven en (zij) hebben geweten werk (...) mij en werk van van koninkrijk de landen
9.
en (hij) verhief dat (hij) gaf te drinken koning Egypte op Jeruzalem en (hij) nam (tot) bergingen huis Jahweh en (tot) bergingen huis kroon! (tot) (de) alle lering en (hij) nam (tot) schilden van het goud die (hij) heeft gedaan Salomo
10.
en (hij) heeft gemaakt kroon! Rehabeam in de plaats van hen schilden van koper en (hij) heeft neergelegd op hand Sarai (is het zo) dat rennen (is het zo) dat bewaar! (...) hen opening huis kroon!
11.
en wees van die komst kroon! huis Jahweh (zij) zijn gekomen (is het zo) dat rennen en (zij) hebben gedragen (...) hen WESBWM naar cel (is het zo) dat rennen
12.
WBEKNOW woon! (van)uit hem neus Jahweh noch kapot te maken te beëindigen en ook bij Juda (hij) is geweest woorden goede (mv)
13.
en (hij) werd sterker kroon! Rehabeam bij Jeruzalem en (hij) heerste dat zoon veertig en één jaar Rehabeam bij (zij) hebben geheerst en zeven tien jaar koning bij Jeruzalem (hij) heeft opgemerkt die (hij) heeft gekozen Jahweh te plaatsen (tot) zijn naam daar van alle stammen van Israël en naam [van] moeder (...) hem (zij) is aangenaam geweest EOMNIT
14.
en (hij) heeft gemaakt juich! dat niet (hij) heeft voorbereid zijn hart uit te leggen (tot) Jahweh
15.
en spreek! Rehabeam de eersten en (de) laatste (mv) toch? zij geschriften bij spreek! hoor toe! (er)naar de profeet en getuige (...) hem de borst LETIHS en oorlogen Rehabeam en Jerobeam alle de dagen
16.
en (hij) lag neer Rehabeam met vaders (...) hem en (hij) begroef bij (de) stad David en (hij) heerste naar vader bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 13

1.
bij (het) jaar van acht tien aan koning Jerobeam en (hij) heerste naar vader op Juda
2.
drie twee koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem Micha dochter AWRIAL vanuit heuvel en strijd (zij) is geweest tussen naar vader en tussen Jerobeam
3.
en (hij) nam gevangen naar vader (tot) de strijd bij (de) macht helden van strijd vier honderd duizend man jongeman en Jerobeam waarde met hem strijd bij acht honderd duizend man jongeman held macht
4.
en (hij) stond op naar vader boven aan heuvel ßMRIM die bij (de) heuvel Efraïm en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord (...) mij Jerobeam en alle Israël
5.
toch? aan jullie te weten dat Jahweh mijn God Israël (hij) heeft gegeven rijk aan David op Israël aan eeuwigheid als en aan zonen (...) hem verbond zout
6.
en (hij) stond op Jerobeam zoon kiem slaaf Salomo zoon David en (hij) kwam in opstand op liggers (...) hem
7.
en (zij) verzamelden op hem mensen lege (mv) bouw! slechtheid en (zij) spanden zich in op Rehabeam zoon Salomo en Rehabeam (hij) is geweest jeugd en zachtheid hart noch (hij) is sterker geworden voor hen
8.
en nu (met) hen woorden sterker te worden voor rijk van Jahweh bij (de) hand bouw! David en (met) hen menigte meerderheid en met jullie stierkalveren van goud die (hij) heeft gedaan aan jullie Jerobeam aan God
9.
toch? EDHTM (tot) priesters van Jahweh (tot) bouw! Aäron en de Levieten en (jullie) maakten aan jullie priesters zoals volkeren van de landen alle wat kwam vol te zijn (hij) bedankte bij (de) stier zoon rundvee en ram (...) hen zeven en (hij) is geweest priester zonder God
10.
en wij Jahweh onze God noch (wij) hebben verlaten (...) hem en priesters dienen aan Jahweh bouw! Aäron en de Levieten bij (het) handwerk van
11.
en roken aan Jahweh beklimmingen bij (het) rundvee bij (het) rundvee en bij (de) borg bij (de) aangename en wierook medicinale kruiden en orde van brood op de tafel (de) zuivere WMNWRT het goud en naar lichten uit te roeien bij (de) aangename bij (de) aangename dat dat til(t) op wij (tot) bewaring Jahweh onze God en (met) hen (jullie) hebben verlaten (met) hem
12.
en hier is met ons bij (het) hoofd naar God en priesters (...) hem en trompetten het gejubel te juichen op jullie bouw! Israël naar (jullie) streedden met Jahweh mijn God vaders (...) jullie dat niet (jullie) slaagden
13.
en Jerobeam (hij) heeft opzij gelegd (tot) de hinderlaag te komen van na hen en (zij) waren voor Juda en de hinderlaag van na hen
14.
en (zij) wendden zich Juda en hier is aan hen de strijd aanzicht en achterzijde en (zij) schreeuwden aan Jahweh en de priesters MHßßRIM bij (de) trompetten
15.
en (zij) juichten man Juda en wees bij (hij) heeft gejuicht man Juda en naar God (hij) heeft geslagen (tot) Jerobeam en alle Israël voor naar vader en Juda
16.
en (zij) vluchtten bouw! Israël van aanzicht van Juda en (hij) gaf (...) hen God bij (hij) leek
17.
en (zij) sloegen bij hen naar vader en met hem geslagen veelheid en (zij) vielen doden van Israël vijf honderd duizend man jongeman
18.
en (zij) werden vernederd bouw! Israël bij (de) tijd die en (zij) waren sterk bouw! Juda dat (zij) hebben gesteund op Jahweh mijn God vaders-en (...) hen
19.
en (hij) achtervolgden naar vader na Jerobeam en (hij) voegde samen (van)uit hem steden (tot) huis naar en (tot) naar bebouwingen en (tot) er is (...) haar en (tot) naar bebouwingen en (tot) Efron en naar dochters
20.
noch (hij) heeft vastgehouden kracht Jerobeam nog (eens) bij (de) dagen van vader (...) hem en (zij) sloegen (...) hem Jahweh en (hij) stierf
21.
en (hij) werd sterker vader (...) hem en (hij) droeg als worden verlaten vier tien en baar(t) twintig en twee zonen en zes tien dochters
22.
en rest spreek! naar vader en wegen (...) hem en woorden (...) hem geschriften BMDRS de profeet getuige (...) hem
23.
en (hij) lag neer naar vader met vaders (...) hem en (zij) begroeven (met) hem bij (de) stad David en (hij) heerste Asa bij ons in de plaats van hem bij (de) dagen (...) hem (zij) is stil geweest het land rijkdom twee

Hoofdstuk 14

1.
en (hij) heeft gemaakt Asa (de) goede en rechtuit bij bestudeer! Jahweh zijn God
2.
en (hij) week af (tot) altaren het vreemde land en de verhogingen en (hij) brak (tot) (de) opgestelde (mv) WICDO (tot) de heil (...) hen
3.
en (hij) sprak aan Juda uit te leggen (tot) Jahweh mijn God vaders-en (...) hen en te doen het Wetboek en het voorschrift
4.
en (hij) week af van alle steden van Juda (tot) de verhogingen en (tot) EHMNIM en (jij) was stil het rijk voor hem
5.
en (hij) bouwde steden van naar belegering bij Juda dat (zij) is stil geweest het land en (er is) niet met hem strijd bij twee (de) deze dat (hij) heeft rust gegeven Jahweh als
6.
en (hij) sprak aan Juda (wij) bouwden (tot) de steden (de) deze en (wij) legden opzij muur en kweken deuren en grendels hij (...) nog het land voor ons dat (wij) hebben uitgelegd (tot) Jahweh onze God (wij) hebben uitgelegd en (hij) rustte aan ons van rondom en (zij) bouwden en (zij) slaagden
7.
en wees aan Asa macht verheven schild WRMH van Juda drie honderd duizend en van Benjamin (hij) heeft gedragen (...) mij schild en wegen van boog honderd paar en tachtig duizend alle deze helden van macht
8.
en uitgaande naar hen glans de afrikaan bij (de) macht duizend duizenden en rijtuigen drie honderd en (hij) kwam tot Maresa
9.
en uitgaande Asa voor hem en (zij) ordenden strijd bij (het) dal (zij) heeft uitgekeken aan Maresa
10.
en (hij) noemde Asa naar Jahweh zijn God en (hij) sprak Jahweh (er is) niet met jou aan hulp tussen meerderheid aan eiland (...) hen kracht (wij) hebben geholpen Jahweh onze God dat op jou (zij) hebben gesteund en bij (de) naam (...) jou (wij) zijn gekomen op de menigte deze Jahweh onze God (met) haar naar (hij) hield vast met jou mens
11.
en (hij) sloeg Jahweh (tot) de afrikanen voor Asa en voor Juda en (zij) vluchtten de afrikanen
12.
en (hij) achtervolgden (...) hen Asa en het volk die met hem tot aan Gerar en (hij) liet vallen van afrikanen aan eiland (...) hen aan hen laat leven dat (wij) braken (...) hem voor Jahweh en voor kamp (...) hem en (zij) droegen buit veel zeer
13.
en (zij) sloegen (tot) alle de steden omgevingen Gerar dat (hij) is geweest angst Jahweh op hen en (zij) minachtten (tot) alle de steden dat hier veelheid (zij) is geweest bij hen
14.
en ook tenten van bezit (zij) hebben geslagen en (zij) hebben gewoond kleinvee aan meerderheid en kamelen en (zij) hebben gewoond Jeruzalem

Hoofdstuk 15

1.
en Azarja zoon OWDD (zij) is geweest op hem wind God
2.
en uitgaande voor Asa en (hij) sprak als (zij) hebben toegehoord (...) mij Asa en alle Juda en Benjamin Jahweh met jullie bij te zijn (...) jullie met hem en als (jullie) legden uit (...) hem (hij) vond aan jullie en als (jullie) verlieten (...) hem (hij) verliet (met) jullie
3.
en dagen twisten aan Israël zonder mijn God waarheid en zonder priester leraar en zonder Wetboek
4.
en inwoner versterkte als op Jahweh mijn God Israël en (zij) zochten (...) hem en (hij) vond aan hen
5.
en bij (de) tijden die (er is) niet vrede LIWßA en te komen dat MEWMT twisten op alle inwoners van de landen
6.
WKTTW volk bij (de) volk en stad bij (de) stad dat God EMMM in alle ellende
7.
en (met) hen versterkt! en naar (zij) lieten los handen (...) jullie dat er is beloning LPOLTKM
8.
en toen Asa de woorden (de) deze WENBWAE ODD de profeet (hij) is sterker geworden en (hij) ging voorbij de afgoden van alle land Juda en Benjamin en vanuit de steden die voeg samen! vlugge Efraïm WIHDS (tot) altaar Jahweh die voor maar Jahweh
9.
en (hij) verzamelde (tot) alle Juda en Benjamin en de vreemdelingen met hen van Efraïm en Manasse en van Simeon dat ga(a)t neer! op hem van Israël aan meerderheid (jullie) hebben geschapen dat Jahweh zijn God met hem
10.
en (zij) verzamelden Jeruzalem bij (de) maand (de) derde aan jaar van vijf tien aan koninkrijk Asa
11.
en (zij) slachtten aan Jahweh bij (de) dag dat vanuit de buit (zij) hebben gebracht rundvee zeven honderd en kleinvee zeven duizenden
12.
en voert in! bij (het) verbond uit te leggen (tot) Jahweh mijn God vaders-en (...) hen in alle hart (...) hen en in alle ziel (...) hen
13.
en alle die niet IDRS aan Jahweh mijn God Israël (hij) zal worden laten sterven aan manna kleine en tot grote tot van man en tot vrouw
14.
en (zij) waren verzadigd aan Jahweh bij (de) klank grote en bij (het) gejubel en bij (de) trompetten en bij (de) ramshoorns
15.
en (zij) maakten blij alle Juda op naar de week dat in alle hart (...) hen (zij) hebben gezworen en in alle wil (...) hen zoekt! (...) hem en (hij) vond aan hen en (hij) rustte Jahweh aan hen van rondom
16.
en ook Maächa als Asa kroon! (zij) heeft verwijderd naar van heer die (zij) heeft gedaan te bevestigen (er)naar MPLßT en (hij) hakte af Asa (tot) MPLßTE WIDQ en (hij) verbrandde bij (de) wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen
17.
en de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken van Israël lege hart Asa (hij) is geweest gehele alle dagen (...) hem
18.
en (hij) kwam (tot) heilig! vader (...) hem en heiligheden (...) hem huis naar God zilver en goud en alle (mv)
19.
en strijd niet (zij) is geweest tot jaar van dertig en vijf aan koninkrijk Asa

Hoofdstuk 16

1.
bij (het) jaar van dertig en zes aan koninkrijk Asa blad Baesa koning Israël op Juda en (hij) bouwde (tot) de wormen opdat niet te geven (hij) werd tevoorschijn gehaald en (hij) is gekomen aan Asa koning Juda
2.
en uitgaande Asa zilver en goud van bergingen huis Jahweh en huis kroon! en (hij) zond weg naar zoon Hadad koning Syrië de bewoner BDRMSQ te spreken
3.
verbond tussen mij en tussen jou en tussen vader en tussen vader (...) jou hier is (ik) heb gezonden aan jou zilver en goud aan jou de stier verbond (...) jou (tot) Baesa koning Israël en (hij) verhief ontvreemd!
4.
en (hij) hoorde toe zoon Hadad naar kroon! Asa en (hij) zond weg (tot) Sarai de machten die als naar steden van Israël en (zij) sloegen (tot) OIWN en (tot) Dan en (tot) rouw water en (tot) alle MXKNWT steden van Nafthali
5.
en wees toen Baesa en (hij) hield op om te bouwen (tot) de wormen en (jij) hebt gewoond (tot) handwerk (...) hem
6.
en Asa kroon! lering (tot) alle Juda en (zij) droegen (tot) stenen van de wormen en (tot) houten die (hij) heeft gebouwd Baesa en (hij) bouwde bij hen (tot) heuvel en (tot) de uitkijkpunt
7.
en bij (de) tijd die (hij) is gekomen Hanani (hij) heeft laten zien naar Asa koning Juda en (hij) sprak naar hem BESONK op koning Syrië noch (jij) hebt gesteund op Jahweh jouw God op zo (wij) redden macht koning Syrië van hand (...) jou
8.
toch? de afrikanen WELWBIM (zij) zijn geweest aan macht aan meerderheid aan wagen en aan ruiters aan de veelheid zeer WBESONK op Jahweh (hij) heeft gegeven (...) hen bij (de) hand (...) jou
9.
dat Jahweh ogen (...) hem zwerven rond in alle het land sterker te worden met hart (...) hen gehele naar hem NXKLT op deze dat naar van tijd er is met jou weg van schoonmoeder
10.
en (hij) was boos Asa naar (hij) heeft laten zien en (hij) gaf (...) hem huis de omkering van dat bij (de) boosheid met hem op deze WIRßß Asa vanuit het volk bij (de) tijd die
11.
en hier is spreek! Asa (de) eerste (mv) en (de) laatste (mv) hier zijn zij geschriften op boek de koningen aan Juda en Israël
12.
WIHLA Asa bij (het) jaar van SLWSIM en negen aan koninkrijk (...) hem bij (de) voeten (...) hem tot aan hoogte niet-heilige-en (...) hem en ook bij (de) niet-heilige-en (...) hem niet advies (tot) Jahweh dat bij (de) spoken
13.
en (hij) lag neer Asa met vaders (...) hem en (hij) stierf bij (het) jaar van veertig en één te heersen (...) hem
14.
en (zij) begroeven (...) hem bij (ik) heb begraven (...) hem die (hij) heeft gegraven als bij (de) stad David WISKIBEW bij (de) bed die (hij) is vol geweest bij (de) hemel en onderhouden MRQHIM BMRQHT Mozes en (zij) verbrandden als (zij) heeft verbrand grootheid tot aan zeer

Hoofdstuk 17

1.
en (hij) heerste Josafat bij ons in de plaats van hem en (hij) werd sterker op Israël
2.
en (hij) gaf macht in alle steden van Juda (de) versterkte (mv) en (hij) gaf NßIBIM bij (het) land Juda en roeie uit! Efraïm die voeg samen! Asa vader (...) hem
3.
en wees Jahweh met Josafat dat beweging bij (de) wegen van David vader (...) hem de eersten noch advies aan echtgenoten
4.
dat aan mijn God vader (...) hem advies en bij (de) voorschriften (...) hem beweging noch zoals Mozes Israël
5.
en (hij) bereidde Jahweh (tot) het rijk bij (hij) bedankte en (zij) gaven alle Juda geschenk aan Josafat en wees als rijkdom en eer aan meerderheid
6.
WICBE zijn hart bij (de) wegen van Jahweh en nog (eens) (hij) heeft verwijderd (tot) de verhogingen en (tot) de heil (...) hen van Juda
7.
en bij (het) jaar van drie te heersen (...) hem wapen aan aanvoerders (...) hem tot zoon macht en naar aan slaven en naar aan mannen en aan Nataneël en aan Micha te onderwijzen roeie uit! Juda
8.
en met hen de Levieten Semaja WNTNIEW WZBDIEW en Asahel WSMRIMWT en Jonathan en Adonia WÐWBIEW en goede naar heren de Levieten en met hen Elisama en (hij) stroomde (...) hen de priesters
9.
en (zij) onderwezen bij Juda en met hen boek Wetboek van Jahweh en (zij) legden opzij in alle steden van Juda en (zij) onderwezen bij (het) volk
10.
en wees angst Jahweh op alle van koninkrijk de landen die omgevingen Juda noch (zij) hebben gestreden met Josafat
11.
en vanuit Filistijnen brengen aan Josafat geschenk en zilver last ook EORBIAIM brengen als kleinvee rammen zeven duizenden en zeven honderd en (jij) werd verlaten (...) hen zeven duizenden en zeven honderd
12.
en wees Josafat beweging en grootheid tot aan hoogte en (hij) bouwde bij Juda BIRNIWT en steden van MXKNWT
13.
en handwerk veelheid (hij) is geweest als roeie uit! Juda en mens (...) mij strijd helden van macht bij Jeruzalem
14.
en deze (jullie) hebben bekeken aan huis vaders-en (...) hen aan Juda Sarai duizenden ODNE de aanvoerder en met hem helden van macht drie honderd duizend
15.
en op (hij) bedankte Johanan de aanvoerder en met hem honderd paar en tachtig duizend
16.
en op (hij) bedankte OMXIE zoon herinner je! EMTNDB aan Jahweh en met hem honderd paar duizend held macht
17.
en vanuit Benjamin held macht ALIDO en met hem kus! boog en schild honderd paar duizend
18.
en op (hij) bedankte IEWZBD en met hem honderd en tachtig duizend trek uit! (...) mij leger
19.
deze (is het zo) dat dienen (tot) kroon! weg van tak die (hij) heeft gegeven kroon! roeie uit! (de) versterkte in alle Juda

Hoofdstuk 18

1.
en wees aan Josafat rijkdom en eer aan meerderheid WITHTN aan Achab
2.
en (hij) is gedaald aan eind twee naar Achab aan Samaria en (hij) slachtte als Achab kleinvee en rundvee aan meerderheid en aan volk die met hem WIXITEW op te gaan naar (jij) bent hoog geweest gedenkteken
3.
en (hij) sprak Achab koning Israël naar Josafat koning Juda (is het zo) dat (jij) ging met mij (jij) bent hoog geweest gedenkteken en (hij) sprak als zoals ik zoals jij WKOMK met mij en met jou bij (de) strijd
4.
en (hij) sprak Josafat naar koning Israël advies toch zoals dag (tot) woord Jahweh
5.
en (hij) verzamelde koning Israël (tot) de profeten vier honderd man en (hij) sprak naar hen (is het zo) dat (wij) gingen naar (jij) bent hoog geweest gedenkteken aan strijd als AHDL en (zij) spraken blad en (hij) gaf naar God bij (de) hand kroon!
6.
en (hij) sprak Josafat (is het zo) dat (er is) niet mond profeet aan Jahweh nog (eens) en (zij) is verzocht van hem
7.
en (hij) sprak koning Israël naar Josafat nog (eens) man één uit te leggen (tot) Jahweh van hem en ik SNATIEW dat hij is (er) niet raak(t) in vervoering op mij aan goeds dat alle dagen (...) hem aan herder hij Micha zoon (hij) was vol en (hij) sprak Josafat naar (hij) sprak kroon! zo
8.
en (hij) noemde koning Israël naar hoveling één en (hij) sprak vlugge sla(a)(t) (...) hem zoon (hij) was vol
9.
en koning Israël en Josafat koning Juda wonen man op stoel (...) hem MLBSIM kledingstukken en inwoners bij (de) vreemdeling (...) hen opening poort Samaria en alle de profeten raken in vervoering voor hen
10.
en (hij) heeft gemaakt als Zedekia zoon als (wij) antwoordden groeie! ijzer en (hij) sprak zo woord Jahweh bij (de) deze TNCH (tot) Syrië tot schoondochters (...) hen
11.
en alle de profeten profeten zo te spreken blad (jij) bent hoog geweest gedenkteken en slaag! en (hij) heeft gegeven Jahweh bij (de) hand kroon!
12.
en de boodschapper die beweging te noemen aan Micha woord naar hem te spreken hier is spreek! de profeten mond één goede naar kroon! en wees toch woord (...) jou zoals een (van)uit hen en woord van goede
13.
en (hij) sprak Micha levende Jahweh dat (tot) die (hij) sprak mijn God (met) hem (ik) sprak
14.
en (hij) kwam naar kroon! en (hij) sprak kroon! naar hem Micha (is het zo) dat (wij) gingen naar (jij) bent hoog geweest gedenkteken aan strijd als AHDL en (hij) sprak (zij) zijn opgegaan en (zij) zijn geslaagd en (hij) zal gegeven worden (...) hem bij (de) hand (...) jullie
15.
en (hij) sprak naar hem kroon! tot zoiets twee keer ik MSBIOK die niet (jij) sprak naar mij lege waarheid bij (de) naam Jahweh
16.
en (hij) sprak (ik) heb gezien (tot) alle Israël NPWßIM op naar de heuvels zoals kleinvee die (er is) niet aan hen herder en (hij) sprak Jahweh niet liggers aan deze (zij) keerden terug man aan huis (...) hem bij (de) vrede
17.
en (hij) sprak koning Israël naar Josafat toch? (ik) heb gesproken naar jou niet (hij) raakte in vervoering op mij goede dat als aan kwaad
18.
en (hij) sprak daarom (zij) hebben toegehoord woord Jahweh (ik) heb gezien (tot) Jahweh bewoner op stoel (...) hem en alle leger de hemel staanders op dagen (...) ons en linkerhand (...) hem
19.
en (hij) sprak Jahweh water van (zij) is mooi geweest (tot) Achab koning Israël en (hij) verhief en (hij) liet vallen bij zijn hoog gedenkteken en (hij) sprak dit woord zodoende en dit woord zodoende
20.
en uitgaande de wind en (hij) stond vast voor Jahweh en (hij) sprak ik APTNW en (hij) sprak Jahweh naar hem verhoging
21.
en (hij) sprak (ik) ging uit en (ik) ben geweest aan wind leugen bij (de) mond van alle profeten (...) hem en (hij) sprak TPTE en ook je zult kunnen ga weg! en (hij) heeft gedaan zo
22.
en nu hier is (hij) heeft gegeven Jahweh wind leugen bij (de) mond van profeten (...) jou deze en Jahweh woord op jou herder
23.
en (hij) is genaderd Zedekia zoon als (wij) antwoordden en (hij) sloeg (tot) Micha op de wang en (hij) sprak waar dit de weg kant wind Jahweh van mij te spreken (met) jou
24.
en (hij) sprak Micha hier ben jij (hij) heeft gezien bij (de) dag dat die (jij) kwam kamer bij (de) kamer LEHBA
25.
en (hij) sprak koning Israël neemt! (tot) Micha en (zij) heeft teruggegeven (...) hem naar Amon aanvoerder (hij) heeft opgemerkt en naar Joas zoon kroon!
26.
en (jullie) hebben gesproken zo woord kroon! plaatst! dit huis de gevangenis WEAKLEW brood druk en water druk tot keer terug! bij (de) vrede
27.
en (hij) sprak Micha als terugkeren (jij) blies bij (de) vrede niet woord Jahweh bij mij en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord volkeren allemaal
28.
en (hij) verhief koning Israël en Josafat koning Juda naar (jij) bent hoog geweest gedenkteken
29.
en (hij) sprak koning Israël naar Josafat ETHPS en komst bij (de) strijd en (met) haar (hij) heeft zich bekleed kledingstukken (...) jou WITHPS koning Israël en voert in! bij (de) strijd
30.
en koning Syrië geef opdracht! (tot) Sarai de wagen die als te spreken niet (jullie) streedden (tot) de kleine (tot) (de) grote dat als (tot) koning Israël alleen hij
31.
en wees zoals zicht Sarai de wagen (tot) Josafat en deze (mv) (zij) hebben gesproken koning Israël hij en (zij) legden opzij op hem aan het brood en (hij) schreeuwde Josafat en Jahweh (zij) hebben geholpen WIXITM God (van)uit hem
32.
en wees zoals zicht Sarai de wagen dat niet (hij) is geweest koning Israël en (zij) keerden terug van na hem
33.
en man (hij) heeft getrokken bij (de) boog aan onschuld (...) hem en (hij) sloeg (tot) koning Israël tussen (is het zo) dat plak! (...) hen en tussen (is het zo) dat week in! (...) hen en (hij) sprak aan wagen (hij) heeft omgekeerd handen (...) jou en (jullie) zijn tevoorschijn gehaald (...) mij vanuit het kamp dat (is het zo) dat (ik) ben ziek geworden
34.
en (zij) verhief de strijd bij (de) dag dat en koning Israël (hij) is geweest stel(t) op bij (de) rijtuig tegenover Syrië tot (de) aangename en (hij) stierf aan tijd komst de zon

Hoofdstuk 19

1.
en inwoner Josafat koning Juda naar huis (...) hem bij (de) vrede aan Jeruzalem
2.
en uitgaande naar aanzichten (...) hem Jehu zoon Hanani de borst en (hij) sprak naar kroon! Josafat ELRSO aan hulp en te haten (...) mij Jahweh (jij) had lief en bij deze op jou woede weg van aanzicht van Jahweh
3.
rouw woorden goede (mv) (zij) hebben zich bevonden met jou dat (jij) hebt uitgeroeid EASRWT vanuit het land en (jij) hebt bereid hart (...) jou aan advies naar God
4.
en inwoner Josafat bij Jeruzalem en inwoner en uitgaande bij (het) volk van put zeven tot heuvel Efraïm en (hij) gaf terug (...) hen naar Jahweh mijn God vaders-en (...) hen
5.
en (hij) stond vast rechters bij (het) land in alle steden van Juda (de) versterkte (mv) aan stad en stad
6.
en (hij) sprak naar de rechters (zij) hebben gezien wat? (met) hen maak! (...) hen dat niet aan mens (jullie) berechtten dat aan Jahweh en met jullie bij (het) woord rechtsregel
7.
en nu wees angst Jahweh op jullie bewaart! en Ezau dat (er is) niet met Jahweh onze God ga(a)(t) op en last aanzicht WMQH omkoperij
8.
en ook bij Jeruzalem (hij) heeft opgesteld Josafat vanuit de Levieten en de priesters en van hoofden van de vaders aan Israël aan rechtsregel Jahweh en te twisten en (zij) hebben gewoond Jeruzalem
9.
en (hij) gaf opdracht op hen te spreken zo (jullie) maakten (...) hen bij (jij) hebt gevreesd Jahweh bij (de) waarheid en bij (het) hart gehele
10.
en alle twist! die invoer op jullie van broers (...) jullie de inwoners bij (de) steden (...) hen tussen bloed aan bloed tussen Wetboek aan voorschrift aan wetten en aan rechtsregels en (jullie) hebben gewaarschuwd (met) hen noch (zij) maakten zich schuldig aan Jahweh en (hij) is geweest woede op jullie en op broers (...) jullie zo (jullie) maakten (...) hen noch (jullie) maakten je schuldig
11.
en hier is AMRIEW priester het hoofd op jullie aan alle woord Jahweh WZBDIEW zoon Ismaël de leider aan huis Juda aan alle woord kroon! en politie de Levieten voor jullie versterkt! en Ezau en wees Jahweh met (de) goede

Hoofdstuk 20

1.
en wees na zo (zij) zijn gekomen bouw! Moab en bouw! Ammon en met hen MEOMWNIM op Josafat aan strijd
2.
en voert in! en (zij) vertelden aan Josafat te spreken (hij) is gekomen op jou menigte meerderheid trek(t) door aan zee van Syrië en hier zijn zij BHßßWN dadel zij oog bokje
3.
en gezien en (hij) gaf Josafat (tot) aanzichten (...) hem uit te leggen aan Jahweh en (hij) noemde opdracht (...) hen op alle Juda
4.
en (zij) verzamelden Juda te zoeken van Jahweh ook van alle steden van Juda (zij) zijn gekomen te zoeken (tot) Jahweh
5.
en (hij) stond vast Josafat bij (de) menigte Juda en Jeruzalem bij (het) huis Jahweh voor het grondgebied naar de maand
6.
en (hij) sprak Jahweh mijn God vaders (...) ons toch? (met) haar hij God bij (de) hemel en (met) haar heers(t) in alle van koninkrijk de volken en bij (de) hand (...) jou kracht en moed en (er is) niet met jou zich op te stellen
7.
toch? (met) haar onze God (jij) hebt verdreven (tot) inwoners van het land (de) deze weg van aanzicht van met jou Israël en (jij) gaf aan nakomelingen Abraham (hij) heeft liefgehad (...) jou aan eeuwigheid
8.
en (zij) hebben gewoond bij haar en (zij) bouwden aan jou bij haar heilig(t) aan naam (...) jou te spreken
9.
als (jij) kwam op ons herder zwaard berecht! en woord en honger (wij) stondden vast (er)naar voor het huis deze en voor jou dat naam (...) jou bij (het) huis deze WNZOQ naar jou om te scheppen (...) ons en (jij) hoorde toe en (jij) redde
10.
en nu hier is bouw! Ammon en Moab en heuvel bok die niet zet aan Israël te komen bij hen bij (hij) is gekomen (...) hen van land Egypte dat (zij) zijn afgeweken van hoogtes (...) hen noch (zij) hebben uitgeroeid (...) hen
11.
en hier is zij kamelen op ons te komen te verjagen (...) ons van erfenis (...) jou die (jij) hebt verdreven (...) ons
12.
onze God toch? (zij) berechtte in hen dat (er is) niet bij ons kracht voor de menigte de meerderheid deze wat kwam op ons en wij niet (wij) wisten wat? (hij) is gedaan dat op jou ogen (...) ons
13.
en alle Juda staanders voor Jahweh ook kleine kinderen (...) hen vrouwen (...) hen en zonen (...) hen
14.
WIHZIAL zoon Zacharia zoon bouw! (er)naar zoon IOIAL zoon verzacht! (er)naar (is het zo) dat Levi vanuit bouw! Asaf (zij) is geweest op hem wind Jahweh binnen de menigte
15.
en (hij) sprak (zij) hebben opgelet alle Juda en inwoners van Jeruzalem en kroon! Josafat zo woord Jahweh aan jullie (met) hen naar (jullie) vreesden en naar (jullie) landden van aanzicht van de menigte de meerderheid deze dat niet aan jullie de strijd dat aan God
16.
morgen daalt! op hen hier zijn zij hoogtes bij (de) hoogte de bloesem en (jullie) hebben gevonden (met) hen bij (het) riet de wadi aanzicht van woestijn IRWAL
17.
niet aan jullie aan het brood bij deze (zij) hebben zich opgesteld sta(a)t vast! en (zij) hebben gezien (tot) verlossing van Jahweh met jullie Juda en Jeruzalem naar (jullie) vreesden en naar (jullie) landden morgen ga(a)t uit! voor hen en Jahweh met jullie
18.
en (hij) heeft gebrand Josafat neuzen naar land en alle Juda en inwoners van Jeruzalem ga(a)t neer! voor Jahweh zich diep te buigen aan Jahweh
19.
en (zij) wraakten de Levieten vanuit bouw! de Kahathieten en vanuit bouw! (de) kale (mv) te loven aan Jahweh mijn God Israël bij (de) klank grote aan hoogte
20.
en (zij) stondden vroeg op bij (het) rundvee en voert uit! aan woestijn Tekoa en bij (het) weggaan (...) hen sta vast! Josafat en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord (...) mij Juda en inwoners van Jeruzalem (zij) hebben geloofd bij Jahweh jullie God WTAMNW (zij) hebben geloofd bij (de) profeten (...) hem en (zij) zijn geslaagd
21.
en adviseur naar het volk en (hij) stond vast zangers aan Jahweh en loven aan de generatie van heiligheid bij uit te gaan voor (is het zo) dat trek uit! en woorden (zij) hebben bedankt aan Jahweh dat aan eeuwigheid genade (...) hem
22.
en bij (de) tijd (zij) zijn begonnen te bij (de) gezang en lof(lied) (hij) heeft gegeven Jahweh hinderlagen op bouw! Ammon Moab en heuvel bok die gekomen aan Juda WINCPW
23.
en (zij) stondden vast bouw! Ammon en Moab op inwoners van heuvel bok LEHRIM en uit te roeien WKKLWTM bij (de) bewoners van bok (zij) hebben geholpen man bij (de) zijn vriend aan vernieler
24.
en Juda (hij) is gekomen op de uitkijkpunt aan woestijn en (zij) wendden zich naar de menigte en hier zijn zij kadavers ga neer! (...) hen naar land en (er is) niet naar vluchteling
25.
en (hij) kwam Josafat en met hem aan minachting (tot) buit (...) hen en (zij) vondden bij hen aan meerderheid WRKWS en kadavers en gereedschap HMDWT WINßLW aan hen aan eiland (...) hen last en (zij) waren dagen drie plunder! (...) hen (tot) de buit dat meerderheid hij
26.
en bij (de) dag de vierkanten van (wij) verzamelden (...) hem aan diepte gelukwens dat daar zegent! (tot) Jahweh op zo (zij) hebben genoemd (tot) daar de plaats dat diepte gelukwens tot vandaag
27.
en (zij) hebben gewoond alle man Juda en Jeruzalem en Josafat bij (het) hoofd (...) hen terug te keren naar Jeruzalem bij (de) vreugde dat maak blij! (...) hen Jahweh van vijanden (...) hen
28.
en voert in! Jeruzalem bij (de) harpen en bij (de) violen en bij (de) trompetten naar huis Jahweh
29.
en wees angst God op alle van koninkrijk de landen bij (het) nieuws (...) hen dat (hij) heeft gestreden Jahweh met vijanden van Israël
30.
en (jij) was stil koninkrijk Josafat en (hij) rustte als zijn God van rondom
31.
en (hij) heerste Josafat op Juda zoon dertig en vijf jaar bij (zij) hebben geheerst en twintig en vijf jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem verlaat! (er)naar dochter zend weg!
32.
en (hij) ging bij (de) weg vader (...) hem Asa noch (hij) is afgeweken (van)uit haar te doen rechtuit bij bestudeer! Jahweh
33.
maar de verhogingen niet (zij) zijn afgeweken en nog (eens) het volk niet (wij) hebben geslagen hart (...) hen aan mijn God vaders (...) hen
34.
en rest spreek! Josafat de eersten en (de) laatste (mv) hier zijn zij geschriften bij spreek! Jehu zoon Hanani die dat wat opgaat op boek heers! Israël
35.
en na zo ATHBR Josafat koning Juda met grijp! (er)naar koning Israël hij ERSIO te doen
36.
en (zij) sloten zich aan (...) hem met hem te doen schepen te gaan Tharsis en (zij) hebben gemaakt schepen BOßIWN man
37.
en (hij) raakte in vervoering ALIOZR zoon DDWEW van Maresa op Josafat te spreken KETHBRK met Ahazia doorbraak Jahweh (tot) daden (...) jou en (zij) braken schepen noch (zij) hebben vastgehouden te gaan naar Tharsis

Hoofdstuk 21

1.
en (hij) lag neer Josafat met vaders (...) hem en (hij) begroef met vaders (...) hem bij (de) stad David en (hij) heerste (hij) stroomde (...) hen bij ons in de plaats van hem
2.
en als broers bouw! Josafat Azarja en Jehiël en Zacharia en Azarja en Michaël WSPÐIEW alle deze bouw! Josafat koning Israël
3.
en (hij) gaf aan hen vaders (...) hen geschenken twisten aan zilver en aan goud WLMCDNWT met steden van van smalle (mv) bij Juda en (tot) het rijk (hij) heeft gegeven LIEWRM dat hij de eerstgeborene
4.
en (hij) stond op (hij) stroomde (...) hen op rijk van vader (...) hem en (hij) werd sterker en (hij) doodde (tot) alle broers (...) hem bij (het) zwaard en ook van Sarai Israël
5.
zoon dertig en twee jaar (hij) stroomde (...) hen bij (zij) hebben geheerst en acht twee koning bij Jeruzalem
6.
en (hij) ging bij (de) weg heers! Israël zoals Ezau huis Achab dat dochter Achab (zij) is geweest als vrouw en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh
7.
noch (hij) heeft gewenst Jahweh kapot te maken (tot) huis David opdat het verbond die (hij) heeft afgehakt aan David en zoals woord te geven als licht en aan zonen (...) hem alle de dagen
8.
bij (de) dagen (...) hem misdaad Edom onder vandaan hand Juda en (zij) kroonden op hen koning
9.
en (hij) ging voorbij (hij) stroomde (...) hen met aanvoerders (...) hem en alle de wagen met hem en wees (hij) is opgestaan nacht en (hij) sloeg (tot) Edom (is het zo) dat ga(a)(t) rond naar hem en (tot) Sarai de wagen
10.
en (hij) misdreef Edom onder vandaan hand Juda tot vandaag deze destijds (jij) misdreef witte bij (de) tijd die onder vandaan (hij) bedankte dat (hij) heeft verlaten (tot) Jahweh mijn God vaders (...) hem
11.
ook hij (hij) heeft gedaan bij (de) dood bij word zwanger! Juda en (hij) hoereerde (tot) inwoners van Jeruzalem WIDH (tot) Juda
12.
en (hij) kwam naar hem brief van Elia de profeet te spreken zo woord Jahweh mijn God David vader (...) jou in de plaats van die niet (jij) bent gegaan bij (de) wegen van Josafat vader (...) jou en bij (de) wegen van Asa koning Juda
13.
en (jij) ging bij (de) weg heers! Israël en (jij) hoereerde (tot) Juda en (tot) inwoners van Jeruzalem zoals de hoererij huis Achab en ook (tot) broers (...) jou huis vader (...) jou (de) goede (mv) (van)uit jou (jij) hebt gedood
14.
hier is Jahweh (hij) heeft geslagen epidemie grootheid bij (het) volk (...) jou en bij (de) zonen (...) jou en bij (de) vrouwen (...) jou en in alle RKWSK
15.
en (met) haar bij (de) ziekten twisten bij begin(t) te (er)naar ingewanden (...) jou tot voert uit! ingewanden (...) jou vanuit begin te! dagen op dagen
16.
en bos Jahweh op (hij) stroomde (...) hen (tot) wind de Filistijnen en (de) aangename (mv) die op hand afrikanen
17.
en (zij) verhieven bij Juda WIBQOWE en (zij) hebben gewoond (tot) alle ERKWS (is het zo) dat (wij) vondden aan huis kroon! en ook zonen (...) hem en vrouwen (...) hem noch geblevene als zoon dat als Joahaz kleine zonen (...) hem
18.
en na alle deze (zij) hebben geslagen Jahweh BMOIW aan ziekte aan eiland (...) hen genees(t)
19.
en wees aan dagen van dagen WKOT uit te gaan word wakker! aan dagen twee voert uit! MOIW met niet-heilige-en (...) hem en (hij) stierf BTHLAIM kwaden noch Ezau als met hem (zij) heeft verbrand als (jij) hebt verbrand vaders (...) hem
20.
zoon dertig en twee (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en acht twee koning bij Jeruzalem en (hij) ging zonder (zij) heeft begeerd en (zij) begroeven (...) hem bij (de) stad David noch BQBRWT de koningen

Hoofdstuk 22

1.
en (zij) kroonden bewoners van Jeruzalem (tot) Ahazia bij ons de kleine in de plaats van hem dat alle de eersten (hij) heeft gedood de eenheid wat kwam bij (de) aangename (mv) aan kamp en (hij) heerste Ahazia zoon (hij) stroomde (...) hen koning Juda
2.
zoon veertig en twee jaar Ahazia bij (zij) hebben geheerst en jaar één koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem Athalia dochter Omri
3.
ook hij beweging bij (de) wegen van huis Achab dat moeder (...) hem (zij) is geweest IWOßTW LERSIO
4.
en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh (jij) bent uitgegaan Achab dat deze (mv) (zij) zijn geweest als adviseurs na dood vader (...) hem aan vernieler als
5.
ook bij (de) raad (...) hen beweging en (hij) ging (tot) (hij) stroomde (...) hen zoon Achab koning Israël aan strijd op Hazaël koning Syrië bij zijn hoog gedenkteken en (zij) sloegen (is het zo) dat zijn hoog (tot) Joram
6.
en inwoner LETRPA bij Jizreël dat (is het zo) dat slaan die (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden bij (de) wormen BELHMW (tot) HZEAL koning Syrië en Azarja zoon (hij) stroomde (...) hen koning Juda (hij) is gedaald te zien (tot) (hij) stroomde (...) hen zoon Achab bij Jizreël dat (hij) is ziek geworden hij
7.
en van God (zij) is geweest TBWXT Ahazia te komen naar Joram en bij (het) komen uitgaande met (hij) stroomde (...) hen naar Jehu zoon Nimsi die (zij) hebben gezalfd Jahweh te vernietigen (tot) huis Achab
8.
en wees zoals de rechter Jehu met huis Achab en (hij) vond (tot) Sarai Juda en bouw! broer Ahazia dienen aan Ahazia en (hij) doodde (...) hen
9.
en (hij) zocht (tot) Ahazia en (zij) voegden samen (...) hem en hij MTHBA bij Samaria en voert in! (...) hem naar Jehu en (zij) doodden (...) hem en (zij) begroeven (...) hem dat (zij) hebben gesproken zoon Josafat hij die advies (tot) Jahweh in alle hart (...) hem en (er is) niet aan huis Ahazia LOßR kracht aan rijk
10.
en Athalia als Ahazia (zij) heeft gezien dat dode (hij) heeft gebouwd en (zij) stond op en (jij) sprak (tot) alle nakomelingen het rijk aan huis Juda
11.
en (jij) nam IEWSBOT dochter kroon! (tot) Joas zoon Ahazia WTCNB (met) hem van midden bouw! kroon! EMWMTIM en te geven (...) hen (met) hem en (tot) MINQTW bij (de) kamer (is het zo) dat buigen om en (jullie) verborgen (...) hem IEWSBOT dochter kroon! (hij) stroomde (...) hen vuur van Jojada de priester dat zij (zij) is geweest zus Ahazia van aanzicht van Athalia noch EMITTEW
12.
en wees (met) hen bij (het) huis naar God MTHBA zes twee WOTLIE om te gaan op het land

Hoofdstuk 23

1.
en in het jaar ESBOIT (hij) is sterker geworden Jojada en (hij) nam (tot) Sarai de honderd aan Azarja zoon (hij) had medelijden en aan Ismaël zoon Johanan en aan Azarja zoon Obed en (tot) MOSIEW zoon ODIEW en (tot) ALISPÐ zoon herinner je! met hem bij (het) verbond
2.
en (zij) legden opzij bij Juda en (zij) verzamelden (tot) de Levieten van alle steden van Juda en hoofden van de vaders aan Israël en voert in! naar Jeruzalem
3.
en (hij) hakte af alle de menigte verbond bij (het) huis naar God met kroon! en (hij) sprak aan hen hier is zoon kroon! (hij) heerste zoals woord Jahweh op bouw! David
4.
dit het woord die (jullie) maakten het derde (van)uit jullie bij (de) eiland zet stop! aan priesters en aan Levieten aan poorten van (is het zo) dat voeg toe! (...) hen
5.
en het derde bij (het) huis kroon! en het derde bij (de) poort de fundament en alle het volk bij (de) grondgebieden huis Jahweh
6.
en naar invoer huis Jahweh dat als de priesters WEMSRTIM aan Levieten deze (mv) voert in! dat heiligheid deze (mv) en alle het volk (zij) bewaarden bewaring Jahweh
7.
WEQIPW de Levieten (tot) kroon! rondom man en gereedschappen (...) hem bij (hij) bedankte en wat kwam naar het huis (hij) zal worden laten sterven en (zij) zijn geweest (tot) kroon! bij (het) komen en bij (het) weggaan (...) hem
8.
en (zij) hebben gemaakt de Levieten en alle Juda zoals alle die geef opdracht! Jojada de priester en (zij) namen man (tot) mensen (...) hem bij (de) eiland zet stop! met (hij) werd tevoorschijn gehaald (...) mij zet stop! dat niet eerstgeborene Jojada de priester (tot) (is het zo) dat verdelen
9.
en (hij) gaf Jojada de priester aan Sarai de honderd (tot) (is het zo) dat (ik) ben gelegerd (...) hen en (tot) EMCNWT en (tot) (is het zo) dat heers! (...) hen die aan koning David die huis naar God
10.
en (hij) stond vast (tot) alle het volk en man zendt weg! bij (hij) bedankte van schouder het huis rechtse tot schouder het huis de linkerhand aan altaar en aan huis op kroon! rondom
11.
en (zij) haalden tevoorschijn (tot) zoon kroon! en (zij) gaven op hem (tot) de kroon en (tot) het getuigenis en (zij) kroonden (met) hem en (zij) zalfden (...) hem Jojada en zonen (...) hem en (zij) spraken leve! kroon!
12.
en (jij) hoorde toe Athalia (tot) klank het volk (is het zo) dat rennen WEMELLIM (tot) kroon! en (jij) kwam naar het volk huis Jahweh
13.
en (zij) liet zien en hier is kroon! sta(a)(t) op staander (...) hem bij om te komen en de aanvoerders en de trompetten op kroon! en alle met het land maak blij! en blaas(t) bij (de) trompetten WEMSWRRIM bij (het) gereedschap het lied en delen mee te loven en (jij) scheurde Athalia (tot) naar kledingstukken en (jij) sprak verband verband
14.
en (hij) bracht naar buiten Jojada de priester (tot) Sarai de honderd opperbevel (...) mij de macht en (hij) sprak naar hen (zij) hebben tevoorschijn gehaald (er)naar naar van huis ESDRWT en wat kwam na haar (hij) zal worden laten sterven bij (het) zwaard dat woord de priester niet (jullie) doodden (er)naar huis Jahweh
15.
en (zij) plaatsten aan haar handen en (jij) kwam naar om te komen poort de paarden huis kroon! en (zij) doodden (er)naar daar
16.
en (hij) hakte af Jojada verbond bij (de) doffer (...) hem en tussen alle het volk en tussen kroon! te zijn aan volk aan Jahweh
17.
en voert in! alle het volk huis de echtgenoot en (zij) sloopten (...) hem en (tot) altaren (...) hem en (tot) beelden (...) hem (zij) hebben gebroken en (tot) lenden priester de echtgenoot (zij) hebben gedood voor de altaren
18.
en pas toe! Jojada PQDWT huis Jahweh bij (de) hand de priesters de Levieten die deel David op huis Jahweh aan de beklimmingen beklimmingen Jahweh zoals geschreven bij (het) Wetboek van Mozes bij (de) vreugde en bij (het) lied op handen van David
19.
en (hij) stond vast ESWORIM op poorten van huis Jahweh noch invoer onreine aan alle woord
20.
en (hij) nam (tot) Sarai de honderd en (tot) (de) geweldige (mv) en (tot) (is het zo) dat heersen bij (het) volk en (tot) alle met het land en (hij) werd naar beneden gehaald (tot) kroon! van huis Jahweh en voert in! binnen poort (de) hoogste huis kroon! WIWSIBW (tot) kroon! op stoel het rijk
21.
en (zij) maakten blij alle met het land en (hij) heeft opgemerkt (zij) is stil geweest en (tot) Athalia (zij) hebben gedood bij (het) zwaard

Hoofdstuk 24

1.
zoon zeven twee IAS bij (zij) hebben geheerst en veertig jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem naar pracht van put zeven
2.
en (hij) heeft gemaakt Joas rechtuit bij bestudeer! Jahweh alle dagen van Jojada de priester
3.
en (hij) droeg als Jojada worden verlaten twee en baar(t) zonen en dochters
4.
en wees na zo (hij) is geweest met hart Joas aan maand (tot) huis Jahweh
5.
en (hij) verzamelde (tot) de priesters en de Levieten en (hij) sprak aan hen ga(a)t uit! aan steden van Juda en (zij) hebben verzameld van alle Israël zilver te versterken (tot) huis jullie God van die jaar in het jaar en (met) hen (jullie) haastten je te spreken noch (zij) hebben zich gehaast de Levieten
6.
en (hij) noemde kroon! aan Jojada het hoofd en (hij) sprak als waarom? niet (jij) hebt uitgelegd op de Levieten te brengen van Juda en van Jeruzalem (tot) om te dragen Mozes slaaf Jahweh en de menigte aan Israël aan tent het getuigenis
7.
dat Athalia EMRSOT bouw! (er)naar (zij) hebben doorgebroken (tot) huis naar God en ook alle heilig! huis Jahweh Ezau aan echtgenoten
8.
en (hij) sprak kroon! en (zij) hebben gemaakt kist één en (hij) gaf (...) hem bij (de) poort huis Jahweh naar straat
9.
en (zij) gaven klank bij Juda en met Jeruzalem te brengen aan Jahweh om te dragen Mozes slaaf naar God op Israël bij (de) woestijn
10.
en (zij) maakten blij alle (is het zo) dat zingen en alle het volk en (zij) brachten en (zij) wierpen af aan kist tot te beëindigen
11.
en wees bij (de) tijd (hij) bracht (tot) de kist naar (jij) hebt bekeken kroon! bij (de) hand de Levieten WKRAWTM dat meerderheid het zilver en (hij) is gekomen tel(t) kroon! WPQID priester het hoofd en (zij) schudden uit (tot) de kist en (zij) droegen (...) hem en (zij) gaven terug (...) hem naar plaats (...) hem zo Ezau aan dag bij (de) dag en (zij) verzamelden zilver aan meerderheid
12.
en (hij) gaf (...) hem kroon! en Jojada naar doe(t) handwerk van werk van huis Jahweh en (zij) waren beloningen HßBIM en stille (mv) aan maand huis Jahweh en ook aan ambachtsmannen van ijzer en koper te versterken (tot) huis Jahweh
13.
en (zij) hebben gemaakt maak! het handwerk en (zij) verhief lange aan handwerk bij (hij) leek en (zij) stelden op (tot) huis naar God op ben(t) eerlijk (...) hem en (zij) waren sterk (...) hem
14.
WKKLWTM (zij) hebben gebracht voor kroon! en Jojada (tot) rest het zilver en (zij) heeft gemaakt (...) hem alle (mv) aan huis Jahweh gereedschap dienst en de beklimmingen WKPWT en gereedschap goud en zilver en (zij) waren ontvreemd! (...) hen beklimmingen bij (het) huis Jahweh altijd alle dagen van Jojada
15.
WIZQN Jojada en (hij) was verzadigd dagen en (hij) stierf zoon honderd en dertig jaar bij sterft!
16.
en (zij) begroeven (...) hem bij (de) stad David met de koningen dat (hij) heeft gedaan goeds bij Israël en met naar God en huis (...) hem
17.
en na dood Jojada (zij) zijn gekomen Sarai Juda en (zij) bogen zich diep aan koning destijds nieuws kroon! naar hen
18.
en (zij) verlieten (tot) huis Jahweh mijn God vaders-en (...) hen en (zij) werkten (tot) de heil (...) hen en (tot) (de) bedroefde (mv) en wees woede op Juda en Jeruzalem bij (jullie) hebben je schuldig gemaakt deze
19.
en (hij) zond weg bij hen profeten terug te geven (...) hen naar Jahweh en (zij) getuigden in hen noch (zij) hebben geluisterd
20.
en wind God (zij) heeft zich bekleed (tot) herinner je! (er)naar zoon Jojada de priester en (hij) stond vast boven aan volk en (hij) sprak aan hen zo woord naar God waarom (met) hen voorbijgaan (tot) voorschrift van Jahweh noch (jullie) slaagden dat (jullie) hebben verlaten (tot) Jahweh en (hij) verliet (met) jullie
21.
en (zij) verbondden op hem WIRCMEW steen bij (het) voorschrift van kroon! bij (het) grondgebied huis Jahweh
22.
noch man Joas kroon! de genade die (hij) heeft gedaan Jojada vader (...) hem met hem en (hij) doodde (tot) bij ons en staan op (...) hem woord gezien Jahweh WIDRS
23.
en wees LTQWPT het jaar blad op hem macht Syrië en voert in! naar Juda en Jeruzalem en (zij) maakten kapot (tot) alle Sarai het volk bij vandaan en alle buit (...) hen zendt weg! aan koning DRMSQ
24.
dat BMßOR mensen (zij) zijn gekomen macht Syrië en Jahweh (hij) heeft gegeven bij (hij) leek macht aan meerderheid zeer dat (zij) hebben verlaten (tot) Jahweh mijn God vaders-en (...) hen en (tot) Joas Ezau rechters
25.
WBLKTM (van)uit hem dat (zij) hebben verlaten (met) hem BMHLIIM twisten (is het zo) dat (jullie) verbondden op hem slaven (...) hem bij lijk! bouw! Jojada de priester en (zij) doodden (...) hem op stam (...) hem en (hij) stierf en (zij) begroeven (...) hem bij (de) stad David noch (zij) heeft begraven (...) hem BQBRWT de koningen
26.
en deze EMTQSRIM op hem gift zoon (jij) hebt toegehoord EOMWNIT WIEWZBD zoon SMRIT de Moabitische van
27.
en zonen (...) hem en meerderheid de last op hem en fundament huis naar God hier zijn zij geschriften op van advies boek de koningen en (hij) heerste Amazia bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 25

1.
zoon twintig en vijf jaar koning Amazia en twintig en negen jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IEWODN van Jeruzalem
2.
en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh lege niet bij (het) hart gehele
3.
en wees zoals (zij) is sterk geworden het rijk op hem en (hij) doodde (tot) slaven (...) hem (is het zo) dat slaan (tot) kroon! vader (...) hem
4.
en (tot) zonen (...) hen niet (jij) hebt geruist dat zoals geschreven bij (het) Wetboek bij (het) boek Mozes die geef opdracht! Jahweh te spreken niet (zij) stierven vaders op zonen en zonen niet (zij) stierven op vaders dat man bij (zij) hebben gezondigd (zij) stierven
5.
en (hij) verzamelde Amazia (tot) Juda en (hij) stelde op (...) hen aan huis vaders aan Sarai (de) duizenden en aan Sarai de honderd aan alle Juda en Benjamin en (hij) beval (...) hen tot van zoon twintig jaar en hoogte en (hij) vond (...) hen drie honderd duizend jongeman (hij) werd tevoorschijn gehaald leger Achaz RMH en schild
6.
en (hij) huurde van Israël honderd duizend held macht bij honderd plein zilver
7.
en man naar God (hij) is gekomen naar hem te spreken kroon! naar invoer met jou leger Israël dat (er is) niet Jahweh met Israël alle bouw! Efraïm
8.
dat als (hij) is gekomen (met) haar (hij) heeft gedaan kracht aan strijd IKSILK naar God voor vijand dat er is kracht bij God te helpen WLEKSIL
9.
en (hij) sprak Amazia aan man naar God en wat? te doen aan honderd het plein die (ik) heb gegeven aan eenheid Israël en (hij) sprak man naar God er is aan Jahweh te geven aan jou veel hiervandaan
10.
WIBDILM Amazia aan de eenheid die (hij) is gekomen naar hem van Efraïm te gaan aan plaats (...) hen en (hij) ontbrandde neus (...) hen zeer bij Juda en (zij) keerden terug aan plaats (...) hen kies! neus
11.
en Amazia (hij) is sterker geworden en (hij) bestuurde (tot) met hem en (hij) ging dal het zout en (hij) sloeg (tot) bouw! bok tiental duizenden
12.
en tiental duizenden leven woont! bouw! Juda en (zij) brachten (...) hen aan hoofd de rots en (zij) wierpen af (...) hen van hoofd de rots en allemaal NBQOW
13.
en bouw! de eenheid die (hij) heeft teruggegeven Amazia om te gaan met hem aan strijd en (zij) kleedden uit roeie uit! Juda van Samaria en tot huis wordt bleek! (...) hen en (zij) sloegen (van)uit hen drie van duizenden en (zij) minachtten hier veelheid
14.
en wees na komst Amazia om te slaan (tot) ADWMIM en (hij) kwam (tot) mijn God bouw! bok en (hij) stelde op (...) hen als aan God en voor hen (hij) boog zich diep (er)naar en aan hen (hij) rookte
15.
en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij Amazia en (hij) zond weg naar hem profeet en (hij) sprak als waarom (jij) hebt uitgelegd (tot) mijn God het volk die niet (zij) hebben gered (tot) volk (...) hen van hand (...) jou
16.
en wees bij spreekt! naar hem en (hij) sprak als ELIWOß aan koning (zij) hebben gegeven (...) jou (hij) heeft opgehouden aan jou waarom (zij) sloegen (...) jou en (hij) hield op de profeet en (hij) sprak (ik) heb geweten dat advies God kapot te maken (...) jou dat (jij) hebt gedaan deze noch (jij) hebt toegehoord aan raden van
17.
en adviseur Amazia koning Juda en (hij) zond weg naar Joas zoon Joahaz zoon Jehu koning Israël te spreken aan jou NTRAE aanzicht
18.
en (hij) zond weg Joas koning Israël naar Amazia koning Juda te spreken EHWH die bij (de) Libanon wapen naar de ceder die bij (de) Libanon te spreken geef! (tot) bij (zij) sloeg aan zonen van aan vrouw en (zij) ging voorbij dier van het veld die bij (de) Libanon WTRMX (tot) EHWH
19.
(jij) hebt gesproken hier is (jij) hebt geslagen (tot) Edom en (hij) heeft gedragen (...) jou hart (...) jou LEKBID nu (zij) is teruggekeerd bij (het) huis (...) jou waarom TTCRE bij (de) herder en (jij) bent gevallen (met) haar en Juda met jou
20.
noch nieuws Amazia dat van de goden zij opdat (zij) verbaasde zich bij (de) hand dat (zij) hebben uitgelegd (tot) mijn God Edom
21.
en (hij) verhief Joas koning Israël WITRAW aanzicht hij en Amazia koning Juda bij (het) huis zon die aan Juda
22.
WINCP Juda voor Israël en (zij) vluchtten man aan tenten (...) hem
23.
en (tot) Amazia koning Juda zoon Joas zoon Joahaz (zij) verbreidde zich Joas koning Israël bij (het) huis zon en (zij) brachten (...) hem Jeruzalem en (hij) brak door bij (de) muur van Jeruzalem van poort Efraïm tot poort (is het zo) dat wend(t) zich vier honderd natie
24.
en alle het goud en het zilver en (tot) alle (de) alle (mv) (is het zo) dat bevinden zich bij (het) huis naar God met slaaf Edom en (tot) bergen op huis kroon! en (tot) bouw! ETORBWT en inwoner Samaria
25.
en leve! Amazia zoon Joas koning Juda na dood Joas zoon Joahaz koning Israël vijf tien jaar
26.
en rest spreek! Amazia de eersten en (de) laatste (mv) toch? hier zijn zij geschriften op boek heers! Juda en Israël
27.
en van tijd die (hij) is afgeweken Amazia van achter Jahweh en (zij) verbondden op hem verband bij Jeruzalem en (hij) vluchtte naar Lachis en (zij) zondden weg na hem naar Lachis en (zij) doodden (...) hem daar
28.
en (zij) droegen (...) hem op de paarden en (zij) begroeven (met) hem met vaders (...) hem bij (de) stad Juda

Hoofdstuk 26

1.
en (zij) namen alle met Juda (tot) Uzzia en hij zoon zes tien jaar en (zij) kroonden (met) hem in de plaats van vader (...) hem Amazia
2.
hij (hij) heeft gebouwd (tot) reeën en (hij) gaf terug (er)naar aan Juda na lig neer! kroon! met vaders (...) hem
3.
zoon zes tien jaar Uzzia bij (zij) hebben geheerst en vijftig en twee jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IKILIE vanuit Jeruzalem
4.
en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Amazia vader (...) hem
5.
en wees aan advies God bij (de) dagen van Zacharia (is het zo) dat begrijp(t) (jij) hebt geschapen naar God en bij (de) dagen van (zij) hebben uitgelegd (tot) Jahweh (zij) zijn geslaagd naar God
6.
en uitgaande en (hij) streed bij (de) Filistijnen en (hij) brak door (tot) muur van wijnpers en (tot) muur van (hij) bouwde en (tot) muur van Asdod en (hij) bouwde steden bij Asdod en bij (de) Filistijnen
7.
en (zij) hielpen (...) hem naar God op Filistijnen en op EORBIIM de inwoners bij woon! echtgenoot WEMOWNIM
8.
en (zij) gaven EOMWNIM geschenk aan Uzzia en (hij) ging zijn naam tot te komen Egypte dat (hij) heeft gehouden tot aan hoogte
9.
en (hij) bouwde Uzzia kweken bij Jeruzalem op poort de hoek en op poort het dal en op EMQßWO en (hij) versterkte (...) hen
10.
en (hij) bouwde kweken bij (de) woestijn WIHßB bij Ruth twisten dat bezit meerderheid (hij) is geweest als en bij (het) laagland WBMISWR AKRIM en wijngaarden bij (hij) heeft opgetild en bij (de) Karmel dat (hij) heeft liefgehad aarde (hij) is geweest
11.
en wees aan Uzzia macht (hij) heeft gedaan strijd (hij) werd tevoorschijn gehaald (...) mij leger aan eenheid bij (het) getal (jullie) hebben bekeken bij (de) hand IOWAL (is het zo) dat tel(t) WMOSIEW ESWÐR op hand HNNIEW van Sarai kroon!
12.
alle getal hoofden van de vaders sterk te worden (...) mij macht duizenden en zes honderd
13.
en op (hij) leek macht leger drie honderd duizend en zeven duizenden en vijf honderd OWSI strijd bij (de) kracht macht aan hulp aan koning op de vijand
14.
en (hij) bereidde aan hen Uzzia aan alle de leger schilden WRMHIM WKWBOIM WSRINWT WQSTWT en aan stenen van gordijnen
15.
en (hij) heeft gemaakt bij Jeruzalem HSBNWT bereken(t) denk(t) te zijn op (is het zo) dat kweken en op de hoeken LIRWA bij (de) pijlen en bij (de) stenen groeiende (mv) en uitgaande zijn naam tot tot van afstand dat EPLIA aan de hulp tot dat kracht
16.
WKHZQTW hoogte zijn hart tot kapot te maken en (hij) ontvreemdde bij Jahweh zijn God en (hij) kwam naar paleis Jahweh roken te laten op altaar (jij) hebt laten roken
17.
en (hij) kwam na hem Azarja de priester en met hem priesters aan Jahweh tachtig bouw! macht
18.
en (zij) stondden vast op Uzzia kroon! en (zij) spraken als niet aan jou Uzzia roken te laten aan Jahweh dat aan priesters bouw! Aäron (is het zo) dat heiligen roken te laten ga weg! vanuit (is het zo) dat heilig(t) dat (jij) hebt ontvreemd noch aan jou zwaar te zijn van Jahweh God
19.
en (hij) was boos Uzzia en bij (de) hand (...) hem rook(t) roken te laten en bij (de) boosheid (...) hem met de priesters en de melaatsheid (zij) is gerezen BMßHW voor de priesters bij (het) huis Jahweh boven aan altaar (jij) hebt laten roken
20.
en (hij) wendde zich naar hem Azarja priester het hoofd en alle de priesters en hier is hij melaatse BMßHW WIBELWEW van daar en ook hij NDHP uit te gaan dat (zij) hebben aangeraakt Jahweh
21.
en wees Uzzia kroon! melaatse tot dag sterft! en inwoner huis EHPSWT melaatse dat NCZR van huis Jahweh en Jotham bij ons op huis kroon! berecht (tot) met het land
22.
en rest spreek! Uzzia de eersten en (de) laatste (mv) (hand)schrift Jesaja zoon Amoz de profeet
23.
en (hij) lag neer Uzzia met vaders (...) hem en (zij) begroeven (met) hem met vaders (...) hem bij (het) veld (is het zo) dat begraaf! (er)naar die aan koningen dat (zij) hebben gesproken MßWRO hij en (hij) heerste Jotham bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 27

1.
zoon twintig en vijf jaar Jotham bij (zij) hebben geheerst en zes tien jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem IRWSE dochter heb gelijk!
2.
en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Uzzia vader (...) hem lege niet (hij) is gekomen naar paleis Jahweh en nog (eens) het volk maken kapot
3.
hij (hij) heeft gebouwd (tot) poort huis Jahweh (de) hoogste en bij (de) muur van EOPL (hij) heeft gebouwd aan meerderheid
4.
en steden (hij) heeft gebouwd bij (de) heuvel Juda en bij (de) ambachtsmannen (hij) heeft gebouwd BIRNIWT en kweken
5.
en hij (hij) heeft gestreden met koning bouw! Ammon en (hij) versterkte op hen en (zij) gaven als bouw! Ammon in het jaar die honderd plein zilver en tiental duizenden lammeren tarwe WSOWRIM tiental duizenden deze (zij) hebben teruggegeven als bouw! Ammon en in het jaar de tweede en het derde
6.
en (hij) werd sterker Jotham dat (hij) heeft voorbereid wegen (...) hem voor Jahweh zijn God
7.
en rest spreek! Jotham en alle oorlogen (...) hem en wegen (...) hem hier zijn zij geschriften op boek heers! Israël en Juda
8.
zoon twintig en vijf jaar (hij) is geweest bij (zij) hebben geheerst en zes tien jaar koning bij Jeruzalem
9.
en (hij) lag neer Jotham met vaders (...) hem en (zij) begroeven (met) hem bij (de) stad David en (hij) heerste Achaz bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 28

1.
zoon twintig jaar Achaz bij (zij) hebben geheerst en zes tien jaar koning bij Jeruzalem noch (hij) heeft gedaan rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals David vader (...) hem
2.
en (hij) ging bij (de) wegen van heers! Israël en ook van hutten (hij) heeft gedaan aan echtgenoten
3.
en hij (hij) heeft laten roken bij (het) dal zoon hier zijn zij en (hij) roeide uit (tot) zonen (...) hem (hij) is verrot KTOBWT de volken die ERIS Jahweh van aanzicht van bouw! Israël
4.
en (hij) slachtte en (hij) rookte bij (de) verhogingen en op de heuvels en in de plaats van alle boom frisse
5.
en (hij) gaf (...) hem Jahweh zijn God bij (de) hand koning Syrië en (zij) sloegen bij hem en (zij) hebben gewoond (van)uit hem naar gevangenschap grootheid en (zij) brachten DRMSQ en ook bij (de) hand koning Israël (hij) heeft gegeven en (hij) sloeg bij hem geslagen grootheid
6.
en (hij) doodde (hij) heeft geopend zoon Remalia bij Juda honderd en twintig duizend bij (de) dag één (de) alle bouw! macht bij (hij) heeft verlaten (...) hen (tot) Jahweh mijn God vaders (...) hen
7.
en (hij) doodde herinner je! held Efraïm (tot) MOSIEW zoon kroon! en (tot) OZRIQM leider het huis en (tot) Elkana van jaar kroon!
8.
en (zij) hebben gewoond bouw! Israël van broers (...) hen honderd paar duizend worden verlaten zonen en dochters en ook buit meerderheid (zij) hebben geplunderd (van)uit hen en (zij) brachten (tot) de buit aan Samaria
9.
en naam [van] (hij) is geweest profeet aan Jahweh ODD zijn naam en uitgaande voor de leger wat kwam aan Samaria en (hij) sprak aan hen hier is bij (de) leren zak Jahweh mijn God vaders-en (...) jullie op Juda (hij) heeft gegeven (...) hen bij (de) hand (...) jullie en (jullie) doodden in hen bij (de) boosheid tot aan hemel (hij) is toegekomen
10.
en nu bouw! Juda en Jeruzalem (met) hen woorden aan schaap aan slaven en aan slavinnen aan jullie toch? lege (met) hen met jullie schulden aan Jahweh jullie God
11.
en nu (zij) hebben toegehoord (...) mij en (zij) hebben teruggegeven naar de gevangenschap die gevangenschap (...) hen van broers (...) jullie dat woede neus Jahweh op jullie
12.
en (zij) wraakten mensen van hoofden van bouw! Efraïm Azarja zoon Johanan BRKIEW zoon betalen en Hizkia zoon gehele en Amasa zoon houd op! op die gekomen vanuit de leger
13.
en (zij) spraken aan hen niet (jullie) brachten (tot) naar de gevangenschap hier is dat aan schuld van Jahweh op ons (met) hen woorden LEXIP op zondoffer (...) ons en op (jij) hebt je schuldig gemaakt (...) ons dat veelheid schuld aan ons en woede neus op Israël
14.
en (hij) verliet (is het zo) dat trek uit! (tot) naar de gevangenschap en (tot) (is het zo) dat hier voor (is het zo) dat zingen en alle de menigte
15.
en (zij) wraakten de mensen die (zij) hebben vastgesteld bij (de) namen en (zij) hieldden naar bij (de) gevangenschap en alle MORMIEM (is het zo) dat te beschamen (...) hem vanuit de buit en (hij) bekleedde zich (...) hen WINOLWM en (zij) aten (...) hen en (zij) gaven te drinken (...) hen en (zij) goten uit (...) hen WINELWM bij (de) ezeldrijvers aan alle struikel(t) en (zij) brachten (...) hen maan (...) hem stad de dadels naast broers (...) hen en (zij) keerden terug Samaria
16.
bij (de) tijd die wapen kroon! Achaz op heers! bevestiging aan hulp als
17.
en nog (eens) ADWMIM (zij) zijn gekomen en (zij) sloegen bij Juda en (zij) hebben gewoond gevangenschap
18.
en Filistijnen kleedt uit! roeie uit! het laagland en het Zuiden aan Juda en (zij) voegden samen (tot) huis zon en (tot) Elon en (tot) de omheiningen en (tot) SWKW en naar bebouwingen en (tot) Timna en naar bebouwingen en (tot) CMZW en (tot) naar dochters en (zij) hebben gewoond daar
19.
dat (hij) heeft onderworpen Jahweh (tot) Juda wegens Achaz koning Israël dat EPRIO bij Juda en ontvreemd! boven bij Jahweh
20.
en (hij) kwam op hem TLCT PLNAXR koning bevestiging en fabriceer! als noch versterkt!
21.
dat deel Achaz (tot) huis Jahweh en (tot) huis kroon! en de aanvoerders en (hij) gaf aan koning bevestiging noch aan hulp als
22.
en bij (de) tijd (de) smalle als en Jozef te ontvreemden bij Jahweh hij kroon! Achaz
23.
en (hij) slachtte aan mijn God DRMSQ (is het zo) dat slaan bij hem en (hij) sprak dat mijn God heers! Syrië zij van hulpen (met) hen aan hen AZBH en (zij) hielpen (...) mij en zij (zij) zijn geweest als LEKSILW en aan alle Israël
24.
en (hij) verzamelde Achaz (tot) gereedschap huis naar God WIQßß (tot) gereedschap huis naar God en (hij) sloot (tot) deuren huis Jahweh en (hij) heeft gemaakt als altaren in alle hoek bij Jeruzalem
25.
en in alle stad en stad aan Juda (hij) heeft gedaan bij (de) dood te roken aan God anderen en (hij) was boos (tot) Jahweh mijn God vaders (...) hem
26.
en rest woorden (...) hem en alle wegen (...) hem de eersten en (de) laatste (mv) hier zijn zij geschriften op boek heers! Juda en Israël
27.
en (hij) lag neer Achaz met vaders (...) hem en (zij) begroeven (...) hem bij (de) stad bij Jeruzalem dat niet (zij) heeft gebracht (...) hem aan graven van heers! Israël en (hij) heerste Hizkia bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 29

1.
Hizkia koning zoon twintig en vijf jaar en twintig en negen jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem naar vader dochter Zacharia
2.
en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan David vader (...) hem
3.
hij in het jaar (de) eerste te heersen (...) hem bij (de) maand (de) eerste opening (tot) deuren huis Jahweh en (hij) versterkte (...) hen
4.
en (hij) kwam (tot) de priesters en (tot) de Levieten en (hij) verzamelde (...) hen breder te worden het Oosten
5.
en (hij) sprak aan hen (zij) hebben toegehoord (...) mij de Levieten nu (is het zo) dat (jullie) heiligden en (zij) hebben geheiligd (tot) huis Jahweh mijn God vaders (...) jullie en (zij) hebben tevoorschijn gehaald (tot) de afzondering vanuit wijd!
6.
dat (zij) hebben ontvreemd vaders (...) ons en Ezau juich! bij bestudeer! Jahweh onze God en (zij) verlieten (...) hem en (zij) legden opzij aanzichten (...) hen van residentie Jahweh en (zij) gaven nek
7.
ook (zij) hebben gesloten deuren (is het zo) dat maar en (zij) gingen uit (tot) de lichten en wierook niet (zij) hebben laten roken en blad niet (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan bij (de) heiligheid aan mijn God Israël
8.
en wees woede Jahweh op Juda en Jeruzalem en (hij) gaf (...) hen LZWOE aan haar naam WLSRQE zoals (met) hen spiegel (...) hen bij (de) ogen (...) jullie
9.
en hier is ga(a)t neer! vaders-en (...) ons bij (het) zwaard en (wij) hebben gebouwd en bebouwingen (...) ons en vrouwen (...) ons bij (de) gevangenschap op deze
10.
nu met hart (...) mij te graven verbond aan Jahweh mijn God Israël en inwoner (van)uit hem woede neus (...) hem
11.
bouw! nu naar TSLW dat bij jullie (hij) heeft gekozen Jahweh vast te staan voor hem in te weken (...) hem en te zijn als dienen en roken
12.
en (zij) wraakten de Levieten van angst zoon OMSI en Joël zoon Azarja vanuit bouw! de Kahathiet en vanuit bouw! Merari Kis zoon werk! en Azarja zoon IELLAL en vanuit de Gersoniet Joah zoon vuiligheid en getuige (...) hen zoon Joah
13.
en vanuit bouw! ALIßPN bewaar! WIOWAL en vanuit bouw! Asaf Zacharia WMTNIEW
14.
en vanuit bouw! Heman IHWAL en hoor toe! en vanuit bouw! Jeduthun hoor toe! (er)naar en Uzziël
15.
en (zij) verzamelden (tot) broers (...) hen WITQDSW en voert in! zoals voorschrift van kroon! bij spreek! Jahweh te zuiveren huis Jahweh
16.
en voert in! de priesters naar aan aanzicht huis Jahweh te zuiveren en (zij) haalden tevoorschijn (tot) alle de onreinheid die (zij) hebben gevonden bij (het) paleis Jahweh aan grondgebied huis Jahweh en (zij) ontvingen de Levieten tevoorschijn te halen aan wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen naar straat
17.
en (zij) begonen te bij één aan maand (de) eerste te heiligen en bij (de) dag acht aan maand (zij) zijn gekomen aan zaal Jahweh en (zij) heiligden (tot) huis Jahweh aan dagen acht en bij (de) dag zes rijkdom aan maand (de) eerste kunt!
18.
en (zij) kwamen naar aanzicht naar Hizkia kroon! en (zij) spraken (wij) hebben gezuiverd (tot) alle huis Jahweh (tot) altaar (is het zo) dat ga(a)(t) op en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) tafel de orde van en (tot) alle gereedschappen (...) hem
19.
en (tot) alle (de) alle (mv) die EZNIH kroon! Achaz bij (het) koninkrijk (...) hem bij (zij) hebben ontvreemd (zij) hebben bereid en (wij) hebben gewijd en hier zijn zij voor altaar Jahweh
20.
en jullie zijn er Hizkia kroon! en (hij) verzamelde (tot) Sarai (hij) heeft opgemerkt en (hij) verhief huis Jahweh
21.
en (zij) brachten stieren zeven en rammen zeven en schapen zeven WßPIRI geiten zeven aan zondoffer op het rijk en op (is het zo) dat heilig(t) en op Juda en (hij) sprak aan zonen van Aäron de priesters aan de beklimmingen op altaar Jahweh
22.
en (zij) slachtten het rundvee en (zij) ontvingen de priesters (tot) het bloed en (zij) gooiden naar het altaar en (zij) slachtten deze (mv) en (zij) gooiden het bloed naar het altaar en (zij) slachtten de schapen en (zij) gooiden het bloed naar het altaar
23.
WICISW (tot) bokken van (jij) hebt laten zondigen voor kroon! en de menigte en (zij) steunden handen (...) hen op hen
24.
en (zij) slachtten (...) hen de priesters en (zij) zondigden (tot) bloed (...) hen naar het altaar te verzoenen op alle Israël dat aan alle Israël woord kroon! (is het zo) dat ga(a)(t) op en (jij) hebt laten zondigen
25.
en (hij) stond vast (tot) de Levieten huis Jahweh BMßLTIM bij (de) harpen en bij (de) violen bij (het) voorschrift van David en Gad borst kroon! en (hij) heeft gegeven de profeet dat bij (de) hand Jahweh het voorschrift bij (de) hand profeten (...) hem
26.
en (zij) stondden vast de Levieten bij (het) gereedschap David en de priesters bij (de) trompetten
27.
en (hij) sprak Hizkia aan de beklimmingen dat wat opgaat aan het altaar en bij (de) tijd (hij) is begonnen te (is het zo) dat ga(a)(t) op (hij) is begonnen te lied Jahweh en de trompetten en op handen van gereedschap David koning Israël
28.
en alle de menigte buigen zich diep en het lied MSWRR en de trompetten MHßßRIM (de) alle tot te eindigen dat wat opgaat
29.
WKKLWT aan de beklimmingen als (zij) hebben achtervolgd kroon! en alle (is het zo) dat bevinden zich (met) hem en (zij) bogen zich diep
30.
en (hij) sprak Hizkia kroon! en de aanvoerders aan Levieten te loven aan Jahweh bij spreek! David en Asaf de borst en (zij) zullen loven tot aan vreugde en (zij) hebben gebrand en (zij) bogen zich diep
31.
en wegens Hizkia en (hij) sprak nu (jullie) zijn vol geweest hand (...) jullie aan Jahweh nadert! en (zij) hebben gebracht slachtingen WTWDWT aan huis Jahweh en (zij) brachten de menigte slachtingen WTWDWT en alle vrijgevige hart beklimmingen
32.
en wees getal dat wat opgaat die (zij) hebben gebracht de menigte rundvee zeventig rammen honderd als schamen zich honderd paar te verheffen aan Jahweh alle deze
33.
en de heiligheden rundvee zes honderd en kleinvee drie van duizenden
34.
lege de priesters (zij) zijn geweest aan een beetje noch (zij) hebben gekund LEPSIÐ (tot) alle de beklimmingen en (zij) versterkten (...) hen broers (...) hen de Levieten tot alle (mv) het handwerk en tot ITQDSW de priesters dat de Levieten effen! hart LETQDS van de priesters
35.
en ook blad aan meerderheid bij (de) melk-en van de vergoedingen en bij (de) uitgietingen te verheffen en (jullie) sloegen (...) hen werk van huis Jahweh
36.
en (hij) maakte blij Hizkia en alle het volk op (is het zo) dat (hij) heeft voorbereid naar God aan volk dat BPTAM (hij) is geweest het woord

Hoofdstuk 30

1.
en (hij) zond weg Hizkia op alle Israël en Juda en ook ACRWT (hand)schrift op Efraïm en Manasse te komen aan huis Jahweh bij Jeruzalem te doen Pesach aan Jahweh mijn God Israël
2.
en adviseur kroon! en aanvoerders (...) hem en alle de menigte bij Jeruzalem te doen het Pesach bij (de) maand (de) tweede
3.
dat niet (zij) hebben gekund te maken (...) hem bij (de) tijd die dat de priesters niet (is het zo) dat (jullie) heiligden onderwijs! en het volk niet (wij) verzamelden (...) hem aan Jeruzalem
4.
en (hij) heeft geeffend het woord bij bestudeer! kroon! en bij (de) ogen van alle de menigte
5.
en (zij) stelden op woord over te brengen klank in alle Israël van put zeven en tot Dan te komen te doen Pesach aan Jahweh mijn God Israël bij Jeruzalem dat niet aan meerderheid Ezau zoals geschreven
6.
en (zij) gingen (is het zo) dat rennen BACRWT van hand kroon! en aanvoerders (...) hem in alle Israël en Juda WKMßWT kroon! te spreken bouw! Israël keert terug! naar Jahweh mijn God Abraham Izak en Israël en inwoner naar (zij) heeft eruit gelaten (is het zo) dat (jij) bent gebleven aan jullie van lepel heers! bevestiging
7.
en naar (jullie) waren zoals vaders-en (...) jullie WKAHIKM die (zij) hebben ontvreemd bij Jahweh mijn God vaders-en (...) hen en (hij) gaf (...) hen aan haar naam zoals (met) hen spiegel (...) hen
8.
nu naar (jullie) werden hard nek (...) jullie zoals vaders-en (...) jullie geeft! hand aan Jahweh en (zij) zijn gekomen tot van heiligheid (...) hem die (hij) heeft gewijd aan eeuwigheid en (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh jullie God en inwoner (van)uit jullie woede neus (...) hem
9.
dat bij (het) terugkeren (...) jullie op Jahweh broers (...) jullie en zonen (...) jullie aan medelijden voor SWBIEM en terug te keren aan land (de) deze dat (zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige Jahweh jullie God noch (hij) verwijderde aanzicht (van)uit jullie als (jullie) keerden terug naar hem
10.
en (zij) waren (is het zo) dat rennen voorbijgaan merk(t) op aan stad bij (het) land Efraïm en Manasse en tot Zebulon en (zij) waren MSHIQIM op hen WMLOCIM in hen
11.
maar mensen bevestig(t) en Manasse en van Zebulon (zij) zijn vernederd en voert in! aan Jeruzalem
12.
ook bij Juda (zij) is geweest hand naar God te geven aan hen hart één te doen voorschrift van kroon! en de aanvoerders bij (het) woord Jahweh
13.
en (zij) verzamelden Jeruzalem met meerderheid te doen (tot) feest het voorschrift van bij (de) maand (de) tweede menigte aan meerderheid zeer
14.
en (zij) wraakten en (zij) verwijderden (tot) de altaren die bij Jeruzalem en (tot) alle (is het zo) dat roken (zij) hebben verwijderd en (zij) wierpen af aan wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen
15.
en (zij) slachtten het Pesach bij vier rijkdom aan maand (de) tweede en de priesters en de Levieten NKLMW WITQDSW en (zij) brachten beklimmingen huis Jahweh
16.
en (zij) stondden vast op sta vast! (...) hen zoals rechtsregel (...) hen zoals Wetboek van Mozes man naar God de priesters gooie! (...) hen (tot) het bloed van hand de Levieten
17.
dat (jij) hebt getwist bij (de) menigte die niet (is het zo) dat (jullie) heiligden en de Levieten op SHIÐT de Pesach-en aan alle niet zuivere te wijden aan Jahweh
18.
dat MRBIT het volk (jij) hebt getwist van Efraïm en Manasse Issaschar en Zebulon niet (zij) hebben zich gezuiverd dat (zij) hebben gegeten (tot) het Pesach zonder zoals geschreven dat (hij) heeft gebeden Hizkia op hen te spreken Jahweh (de) goede (hij) verzoende door
19.
alle hart (...) hem (hij) heeft voorbereid uit te leggen naar God Jahweh mijn God vaders-en (...) hem noch als (jij) hebt gezuiverd wijd!
20.
en (hij) hoorde toe Jahweh naar Hizkia en (hij) genas (tot) het volk
21.
en (zij) hebben gemaakt bouw! Israël (is het zo) dat bevinden zich bij Jeruzalem (tot) feest het voorschrift van zeven dagen bij (de) vreugde grootheid en loven aan Jahweh dag bij (de) dag de Levieten en de priesters bij (het) gereedschap kracht aan Jahweh
22.
en (hij) sprak Hizkia op hart alle de Levieten (is het zo) dat worden wijs verstand goede aan Jahweh en (zij) aten (tot) de ontmoeting zeven de dagen altaars slacht! vergoedingen WMTWDIM aan Jahweh mijn God vaders-en (...) hen
23.
en adviseur (...) hem alle de menigte te doen zeven dagen anderen en (zij) hebben gemaakt zeven dagen vreugde
24.
dat Hizkia koning Juda (hij) heeft opgetild aan menigte duizend stieren en zeven duizenden kleinvee en de aanvoerders (zij) hebben opgetild aan menigte stieren duizend en kleinvee tiental duizenden WITQDSW priesters aan meerderheid
25.
en (zij) maakten blij alle menigte Juda en de priesters en de Levieten en alle de menigte die gekomen van Israël en de vreemdelingen die gekomen van land Israël en de bewoners bij Juda
26.
en (zij) was vreugde grootheid bij Jeruzalem dat wateren van Salomo zoon David koning Israël niet zoals deze bij Jeruzalem
27.
en (zij) wraakten de priesters de Levieten en (zij) zegenden (tot) het volk en (hij) hoorde toe bij (de) klank (...) hen en (jij) kwam gebeden (...) hen tot van misdaad (zij) hebben geheiligd aan hemel

Hoofdstuk 31

1.
WKKLWT alle deze voert uit! alle Israël (is het zo) dat bevinden zich aan steden van Juda en (zij) braken (de) opgestelde (mv) WICDOW de heil (...) hen WINTßW (tot) de verhogingen en (tot) de altaren van alle Juda en Benjamin en met Efraïm en Manasse tot te beëindigen en (zij) keerden terug alle bouw! Israël man LAHZTW aan steden (...) hen
2.
en (hij) stond vast Hizkia (tot) verdelen de priesters en de Levieten op verdelen (...) hen man zoals mond van feit (...) hem aan priesters en aan Levieten te verheffen en aan vergoedingen te dienen en te bedanken en te loven bij (de) poorten van om te legeren Jahweh
3.
en rantsoen van kroon! vanuit RKWSW op te gaan op te gaan het rundvee en (de) aangename en de beklimmingen aan sabbatten en aan maanden WLMODIM zoals geschreven bij (het) Wetboek van Jahweh
4.
en (hij) sprak aan volk aan bewoners van Jeruzalem te geven rantsoen van de priesters en de Levieten opdat (zij) versterkten bij (het) Wetboek van Jahweh
5.
WKPRß het woord (zij) hebben vermeerderd bouw! Israël begin graan most en zuivere olie en honing en alle opbrengst van veld en tiende (de) alle aan meerderheid (zij) hebben gebracht
6.
en bouw! Israël en Juda (is het zo) dat wonen roeie uit! Juda ook zij tiende rundvee en kleinvee en tiende heiligheden (is het zo) dat heiligen aan Jahweh hun God (zij) hebben gebracht en (zij) gaven ORMWT ORMWT
7.
bij (de) maand (de) derde (zij) zijn begonnen te EORMWT aan fundament en bij (de) maand (de) zevende kunt!
8.
en voert in! Hizkia en de aanvoerders en (zij) lieten zien (tot) EORMWT en (zij) zegenden (tot) Jahweh en (tot) met hem Israël
9.
WIDRS Hizkia op de priesters en de Levieten op EORMWT
10.
en (hij) sprak naar hem Azarja de priester het hoofd aan huis heb gelijk! en (hij) sprak om te te beginnen de bijdrage leeuw huis Jahweh eten en week WEWTR tot aan meerderheid dat Jahweh zegen! (tot) met hem en (de) overgebleven (tot) de menigte deze
11.
en (hij) sprak Hizkia voor te bereiden kantoren bij (het) huis Jahweh en (zij) bereidden voor
12.
en (zij) brachten (tot) de bijdrage en de tiende en de heiligheden bij (de) waarheid en op hen leider KWNNIEW (is het zo) dat Levi en hoor toe! (ik) leefde (...) hem van jaar
13.
en Jehiël WOZZIEW en (hij) is geland en Asahel WIRIMWT en Jozabad en Eliel WIXMKIEW en van angst en Benaja PQIDIM van hand KWNNIEW en hoor toe! broers (...) hem bij beveel(t) Hizkia kroon! en Azarja leider huis naar God
14.
en noem(t) zoon (hij) benoemde (is het zo) dat Levi ESWOR naar aan Oosten op NDBWT naar God te geven bijdrage van Jahweh en heilig! de heiligheden
15.
en op (hij) bedankte getuige (...) hen WMNIMN en Jozua en Semaja AMRIEW WSKNIEW roeie uit! de priesters bij (de) waarheid te geven aan broers (...) hen bij verdelen zoals grote zoals kleine
16.
weg van tak ETIHSM aan mannen van zoon drie twee en aan hoogte aan alle wat kwam aan huis Jahweh te spreken dag bij (de) dag (...) hem aan werken (...) hen bij bewaren (...) hen KMHLQWTIEM
17.
en (tot) ETIHS de priesters aan huis vaders-en (...) hen en de Levieten van zoon twintig jaar en aan hoogte BMSMRWTIEM BMHLQWTIEM
18.
WLETIHS in alle kleine kinderen (...) hen vrouwen (...) hen en zonen (...) hen en bebouwingen (...) hen aan alle menigte dat bij (de) waarheid (...) hen ITQDSW heiligheid
19.
en aan zonen van Aäron de priesters bij Sjadai terrein steden (...) hen in alle stad en stad mensen die (zij) hebben vastgesteld bij (de) namen te geven rantsoenen aan alle man bij (de) priesters en aan alle ETIHS bij (de) Levieten
20.
en (hij) heeft gemaakt zoals deze Hizkia in alle Juda en (hij) heeft gemaakt (de) goede en rechtuit en de waarheid voor Jahweh zijn God
21.
en in alle Mozes die (hij) is begonnen te bij (het) werk van huis naar God en bij (het) Wetboek en bij (het) voorschrift aan advies aan zijn God in alle hart (...) hem (hij) heeft gedaan en (hij) is geslaagd

Hoofdstuk 32

1.
na de woorden en de waarheid (de) deze (hij) is gekomen Sanherib koning bevestiging en (hij) kwam bij Juda en (hij) legerde op de steden (de) versterkte (mv) en (hij) sprak LBQOM naar hem
2.
en gezien Hizkia dat (hij) is gekomen Sanherib en aanzichten (...) hem aan strijd op Jeruzalem
3.
en adviseur met aanvoerders (...) hem en mannen (...) hem LXTWM (tot) wateren van de bronnen die buiten aan stad WIOZRWEW
4.
en (zij) verzamelden met meerderheid WIXTMW (tot) alle (is het zo) dat bestuderen en (tot) de wadi (de) vloeiende binnen het land te spreken waarom (zij) kwamen heers! bevestiging en (zij) hebben gevonden water twisten
5.
en (hij) werd sterker en (hij) bouwde (tot) alle de muur (is het zo) dat breek door! (er)naar en (hij) verhief op (is het zo) dat kweken en druk! (er)naar de muur andere en (hij) versterkte (tot) de volheid stad David en (hij) heeft gemaakt wapen aan meerderheid en schilden
6.
en (hij) gaf Sarai weg van schoonmoeder op het volk en (hij) verzamelde (...) hen naar hem naar straat poort (hij) heeft opgemerkt en (hij) sprak op hart (...) hen te spreken
7.
versterkt! en (zij) zijn sterk geweest naar (jullie) vreesden en naar (jullie) landden van aanzicht van koning bevestiging WMLPNI alle de menigte die met hem dat met ons meerderheid van volk (...) hem
8.
met hem arm vlees en met ons Jahweh onze God aan hulp (...) ons WLELHM weg van leren zak (...) ons en (zij) steunden het volk op spreek! Hizkia koning Juda
9.
andere dit wapen Sanherib koning bevestiging slaven (...) hem naar Jeruzalem en hij op Lachis en alle regering (...) hem met hem op Hizkia koning Juda en op alle Juda die bij Jeruzalem te spreken
10.
zo woord Sanherib koning bevestiging op wat? (met) hen veilige plaatsen en inwoners bij (de) belegering bij Jeruzalem
11.
toch? Hizkia MXIT (met) jullie te geven (met) jullie te sterven bij (de) honger en bij (de) dorst te spreken Jahweh onze God (hij) redde (...) ons van lepel koning bevestiging
12.
toch? hij Hizkia (hij) heeft verwijderd (tot) verhogingen (...) hem en (tot) altaren (...) hem en (hij) sprak aan Juda en aan Jeruzalem te spreken voor altaar één (jullie) bogen je diep en op hem (jullie) lieten roken
13.
toch? (jullie) wisten wat? (ik) heb gedaan ik en vaders-en van aan alle met mij de landen (is het zo) dat (hij) heeft gekund (zij) hebben gekund mijn God volk de landen te redden (tot) land (...) hen van handen van
14.
water van in alle mijn God de volken (de) deze die (is het zo) dat worden bleek (...) hem vaders-en van die (hij) heeft gekund te redden (tot) met hem van handen van dat (hij) zal kunnen jullie God te redden (met) jullie van handen van
15.
en nu naar ISIA (met) jullie Hizkia en naar IXIT (met) jullie zoals deze en naar (jullie) geloofden als dat niet (hij) zal kunnen alle God alle volk en rijk te redden met hem van handen van en van hand vaders-en van neus dat jullie God niet (zij) redden (met) jullie van handen van
16.
en nog (eens) spreekt! slaven (...) hem op Jahweh naar God en op Hizkia (zij) hebben gewerkt
17.
en boeken (hand)schrift te beledigen aan Jahweh mijn God Israël en te spreken op hem te spreken zoals mijn God volk (...) mij de landen die niet (zij) hebben gered volk (...) hen van handen van zo niet (hij) redde mijn God Hizkia met hem van handen van
18.
en (zij) noemden bij (de) klank grote Judith op met Jeruzalem die op de muur aan vrees (...) hen WLBELM opdat (zij) voegden samen (tot) (hij) heeft opgemerkt
19.
en (zij) spraken naar mijn God Jeruzalem zoals hoogte mijn God met mij het land Mozes handen van de mens
20.
en (hij) bad Hizkia kroon! en Jesaja zoon Amoz de profeet op deze en (zij) schreeuwden de hemel
21.
en (hij) zond weg Jahweh boodschapper en (hij) verborg alle held macht en leider en aanvoerder bij (het) kamp koning bevestiging en inwoner bij (jij) hebt je geschaamd aanzicht aan land (...) hem en (hij) kwam huis zijn God WMIßIAW MOIW daar (zij) heeft laten vallen (...) hem bij (het) zwaard
22.
en (hij) redde Jahweh (tot) Hizkia en (tot) inwoners van Jeruzalem van hand Sanherib koning bevestiging en van hand alle WINELM van rondom
23.
en twisten brengen geschenk aan Jahweh aan Jeruzalem WMCDNWT aan Hizkia koning Juda WINSA te bestuderen (...) mij alle de volken van achter zo
24.
bij (de) dagen die (hij) is ziek geworden Hizkia tot te sterven en (hij) bad naar Jahweh en (hij) sprak als en wonderteken (hij) heeft gegeven als
25.
noch zoals kameel op hem (hij) heeft teruggegeven Hizkia dat hoogte zijn hart en wees op hem woede en op Juda en Jeruzalem
26.
en (hij) werd vernederd Hizkia bij (de) hoogte zijn hart hij en bewoners van Jeruzalem noch (hij) is gekomen op hen woede Jahweh bij (de) dagen van Hizkia
27.
en wees aan Hizkia rijkdom en eer veel zeer en bergingen (hij) heeft gedaan als aan zilver en aan goud en aan steen (hij) gebeurde WLBSMIM en aan schilden en aan alle gereedschap (zij) heeft begeerd
28.
WMXKNWT aan opbrengst van graan en most en zuivere olie WARWT aan alle vee en vee en kudden LAWRT
29.
en steden (hij) heeft gedaan als en bezit kleinvee en rundvee aan meerderheid dat (hij) heeft gegeven als God RKWS meerderheid zeer
30.
en hij Hizkia XTM (tot) word(t) tevoorschijn gehaald wateren van Gihon (de) hoogste en (hij) heeft geeffend (...) hen aan stam van wildernis aan stad David en (hij) bereikte Hizkia in alle handeling (...) hem
31.
en zo BMLIßI Sarai Babel (is het zo) dat zenden weg op hem aan advies de wonderteken die (hij) is geweest bij (het) land (zij) hebben verlaten naar God LNXWTW te weten alle bij (het) hart (...) hem
32.
en rest spreek! Hizkia en genade-en (...) hem hier zijn zij geschriften bij (het) visioen Jesaja zoon Amoz de profeet op boek heers! Juda en Israël
33.
en (hij) lag neer Hizkia met vaders (...) hem en (zij) begroeven (...) hem bij (de) hoogte begraaf! bouw! David en eer Ezau als bij sterft! alle Juda en inwoners van Jeruzalem en (hij) heerste Manasse bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 33

1.
zoon twee tien jaar Manasse bij (zij) hebben geheerst en vijftig en vijf jaar koning bij Jeruzalem
2.
en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals gruwelijkheid de volken die (hij) heeft verdreven Jahweh van aanzicht van bouw! Israël
3.
en inwoner en (hij) bouwde (tot) de verhogingen die (hij) heeft gesloopt Hizkia vader (...) hem en (hij) stond op altaren aan echtgenoten en (hij) heeft gemaakt ASRWT en (hij) boog zich diep aan alle leger de hemel en (hij) werkte (met) hen
4.
en (hij) heeft gebouwd altaren bij (het) huis Jahweh die woord Jahweh bij Jeruzalem (hij) was namen van aan eeuwigheid
5.
en (hij) bouwde altaren aan alle leger de hemel (ik) heb me geschaamd grondgebieden huis Jahweh
6.
en hij (hij) heeft overgebracht (tot) zonen (...) hem (hij) is verrot bij (het) dal zoon hier zijn zij en misdaad (...) hen en slang WKSP en (hij) heeft gedaan oproeping van geesten en (zij) hebben geweten (...) mij veel te doen juich! bij bestudeer! Jahweh boos te maken (...) hem
7.
en pas toe! (tot) (hij) heeft gehouwen EXML die (hij) heeft gedaan bij (het) huis naar God die woord God naar David en naar Salomo bij ons bij (het) huis deze en met Jeruzalem die (ik) heb gekozen van alle stammen van Israël (ik) plaatste (tot) namen van LOILWM
8.
noch (ik) voegde toe te verwijderen (tot) voet Israël boven de aarde die (ik) heb opgesteld aan vaders-en (...) jullie lege als (zij) bewaarden te doen (tot) alle die (ik) heb opdracht gegeven (...) hen aan alle het Wetboek en de wetten en de rechtsregels bij (de) hand Mozes
9.
en (hij) liep verkeerd Manasse (tot) Juda en inwoners van Jeruzalem te doen kwaad vanuit de volken die (hij) heeft uitgeroeid Jahweh van aanzicht van bouw! Israël
10.
en (hij) sprak Jahweh naar Manasse en naar met hem noch (zij) hebben opgelet
11.
en (hij) kwam Jahweh op hen (tot) Sarai de leger die aan koning bevestiging en (zij) voegden samen (tot) Manasse BHHIM en (zij) namen gevangen (...) hem bij (de) koper-en WIWLIKEW naar Babel
12.
WKEßR als (hij) is ziek geworden (tot) aanzicht van Jahweh zijn God en (hij) werd vernederd zeer weg van aanzicht van mijn God vaders (...) hem
13.
en (hij) bad naar hem en (hij) bad als en (hij) hoorde toe smeekbede (...) hem en (zij) gaven terug (...) hem Jeruzalem aan koninkrijk (...) hem en (hij) heeft geweten Manasse dat Jahweh hij naar God
14.
en na zo (hij) heeft gebouwd muur uitwendige aan stad David van wildernis aan Gihon bij (de) wadi en te komen bij (de) poort de vissen en (hij) is rondgegaan LOPL WICBIEE zeer en pas toe! Sarai macht in alle de steden (de) versterkte (mv) bij Juda
15.
en (hij) week af (tot) mijn God het vreemde land en (tot) EXML van huis Jahweh en alle de altaren die (hij) heeft gebouwd bij (de) heuvel huis Jahweh en met Jeruzalem en (hij) ging neer naar straat aan stad
16.
en (hij) bereidde (tot) altaar Jahweh en (hij) slachtte op hem slacht! vergoedingen en dank en (hij) sprak aan Juda te werken (tot) Jahweh mijn God Israël
17.
rouw nog (eens) het volk slachtingen bij (de) verhogingen lege aan Jahweh hun God
18.
en rest spreek! Manasse en gebed (...) hem naar zijn God en spreek! (is het zo) dat voorspel! (...) hen (is het zo) dat spreken naar hem bij (de) naam Jahweh mijn God Israël hier zijn zij op spreek! heers! Israël
19.
en gebed (...) hem WEOTR als en alle zonde (...) hem en (zij) hebben ontvreemd en de plaatsen die (hij) heeft gebouwd bij hen bij (de) dood en (hij) heeft opgesteld de heil (...) hen WEPXLIM voor onderwerp! (...) hem hier zijn zij geschriften op spreek! HWZI
20.
en (hij) lag neer Manasse met vaders (...) hem en (zij) begroeven (...) hem huis (...) hem en (hij) heerste Amon bij ons in de plaats van hem
21.
zoon twintig en twee jaar Amon bij (zij) hebben geheerst en twee twee koning bij Jeruzalem
22.
en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals (hij) heeft gedaan Manasse vader (...) hem en aan alle de afgodsbeelden die (hij) heeft gedaan Manasse vader (...) hem slachting Amon en (hij) werkte (...) hen
23.
noch (hij) is vernederd weg van aanzicht van Jahweh als onderwerp! Manasse vader (...) hem dat hij Amon veel schuld
24.
en (zij) verbondden op hem slaven (...) hem en (zij) doodden (...) hem bij (het) huis (...) hem
25.
en (zij) sloegen met het land (tot) alle (is het zo) dat verbind! (...) hen op kroon! Amon en (zij) kroonden met het land (tot) Josia bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 34

1.
zoon acht twee Josia bij (zij) hebben geheerst en dertig en één jaar koning bij Jeruzalem
2.
en (hij) heeft gemaakt rechtuit bij bestudeer! Jahweh en (hij) ging bij (de) wegen van David vader (...) hem noch (hij) is afgeweken rechterhand en linkerhand
3.
WBSMWNE twee te heersen (...) hem en hij hij (...) nog jeugd (hij) is begonnen te uit te leggen aan mijn God David vader (...) hem en (ik) heb me geschaamd (...) hen tien jaar (hij) is begonnen te te zuiveren (tot) Juda en Jeruzalem vanuit de verhogingen en de heil (...) hen WEPXLIM WEMXKWT
4.
WINTßW voor hem (tot) altaren de echtgenoten WEHMNIM die aan hoogte van hoogtes (...) hen CDO en de heil (...) hen WEPXLIM WEMXKWT (hij) heeft gebroken en (de) dunne en (hij) gooide op aanzicht van de graven de slachtingen aan hen
5.
en botten priesters engel op MZBHWTIM en (hij) zuiverde zich (tot) Juda en (tot) Jeruzalem
6.
en roeie uit! Manasse en Efraïm en Simeon en tot Nafthali (hij) heeft gekozen huizen (...) hen rondom
7.
WINTß (tot) de altaren en (tot) de heil (...) hen WEPXLIM als te geven aan het poeder en alle EHMNIM CDO in alle land Israël en inwoner aan Jeruzalem
8.
en bij (het) jaar van acht tien te heersen (...) hem te zuiveren het land en het huis wapen (tot) klipdas zoon AßLIEW en (tot) MOSIEW aanvoerder (hij) heeft opgemerkt en (tot) Joah zoon IWAHZ de sekretaris te versterken (tot) huis Jahweh zijn God
9.
en voert in! naar Hilkia de priester (de) grote en (zij) gaven (tot) het zilver EMWBA huis God die (zij) hebben verzameld de Levieten bewaar! (is het zo) dat voeg toe! van hand Manasse en Efraïm en van alle rest Israël en van alle Juda en Benjamin en inwoners van Jeruzalem
10.
en (zij) gaven op hand (hij) heeft gedaan het handwerk (is het zo) dat bevelen bij (het) huis Jahweh en (zij) gaven (met) hem OWSI het handwerk die maak! (...) hen bij (het) huis Jahweh LBDWQ en te versterken het huis
11.
en (zij) gaven aan stille (mv) en witte (mv) te kopen stenen van MHßB en bomen LMHBRWT en te gebeuren (tot) de huizen die (zij) hebben kapot gemaakt heers! Juda
12.
en de mensen maak! (...) hen bij (de) waarheid bij (het) handwerk en op hen bevelen Jahath en Obadja de Levieten vanuit bouw! Merari en herinner je! (er)naar en Mesullam vanuit bouw! de Kahathieten uiteindelijk en de Levieten alle van tussen bij (het) gereedschap lied
13.
en op EXBLIM en overwinnen aan alle (hij) heeft gedaan handwerk aan werk en werk WMELWIM tellen en politie WSWORIM
14.
WBEWßIAM (tot) het zilver EMWBA huis Jahweh (hij) heeft gevonden Hilkia de priester (tot) boek Wetboek van Jahweh bij (de) hand Mozes
15.
en wegens Hilkia en (hij) sprak naar klipdas (is het zo) dat tel(t) boek het Wetboek (ik) heb gevonden bij (het) huis Jahweh en (hij) gaf Hilkia (tot) het boek naar klipdas
16.
en (hij) kwam klipdas (tot) het boek naar kroon! en inwoner nog (eens) (tot) kroon! woord te spreken alle die (hij) heeft gegeven bij (de) hand slaven (...) jou zij maak! (...) hen
17.
WITIKW (tot) het zilver (is het zo) dat (wij) vondden bij (het) huis Jahweh WITNWEW op hand (is het zo) dat bevelen en op hand OWSI het handwerk
18.
en (hij) werd verteld klipdas (is het zo) dat tel(t) aan koning te spreken boek (hij) heeft gegeven aan mij Hilkia de priester en (hij) noemde bij hem klipdas voor kroon!
19.
en wees toen kroon! (tot) spreek! het Wetboek en (hij) scheurde (tot) kledingstukken (...) hem
20.
en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) Hilkia en (tot) Ahikam zoon klipdas en (tot) (zij) hebben gewerkt (...) hen zoon Micha en (tot) klipdas (is het zo) dat tel(t) en (tot) maak! (er)naar slaaf kroon! te spreken
21.
ga(a)t! (zij) hebben uitgelegd (tot) Jahweh bij (het) sieraad en door de geblevene bij Israël en met Juda op spreek! het boek die (wij) vondden dat grootheid leren zak Jahweh die NTKE bij ons op die niet bewaart! vaders-en (...) ons (tot) woord Jahweh te doen zoals alle het geschrevene op het boek deze
22.
en (hij) ging Hilkia en die kroon! naar HLDE naar de profeet vuur van gehele zoon TWQET zoon (zij) heeft ontbroken houd(t) de kledingstukken en zij woon(t) bij Jeruzalem BMSNE en (zij) spraken vetstaart zoals deze
23.
en (jij) sprak aan hen zo woord Jahweh mijn God Israël (zij) hebben gesproken aan man die wapen (met) jullie naar mij
24.
zo woord Jahweh hier ben ik breng(t) herder op de plaats deze en op bewoners (...) hem (tot) alle deze (mv) (de) geschreven (mv) op het boek die (zij) hebben genoemd voor koning Juda
25.
in de plaats van die (zij) hebben verlaten (...) mij en (zij) lieten roken aan God anderen opdat (hij) heeft boos gemaakt (...) mij in alle daden van handen (...) hen en te geven (...) jou leren zak-en van bij (de) plaats deze noch (jij) ging uit
26.
en naar koning Juda de wapen (met) jullie uit te leggen bij Jahweh zo (jullie) spraken naar hem zo woord Jahweh mijn God Israël de woorden die (jij) hebt toegehoord
27.
wegens zachtheid hart (...) jou en (zij) werd vernederd weg van aanzicht van God bij (het) nieuws (...) jou (tot) woorden (...) hem op de plaats deze en op inwoners (...) hem en (zij) werd vernederd voor en (jij) scheurde (tot) kledingstukken (...) jou en (zij) weende voor en ook ik (ik) heb toegehoord (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
28.
hier ben ik (hij) heeft verzameld (...) jou naar vaders (...) jou WNAXPT naar QBRWTIK bij (de) vrede noch (jullie) lieten zien ogen (...) jou in alle de herder die ik breng(t) op de plaats deze en op inwoners (...) hem en (zij) gaven terug (tot) kroon! woord
29.
en (hij) zond weg kroon! en (hij) verzamelde (tot) alle ben oud! Juda en Jeruzalem
30.
en (hij) verhief kroon! huis Jahweh en alle man Juda en inwoners van Jeruzalem en de priesters en de Levieten en alle het volk om te groeien en tot kleine en (hij) noemde bij (de) oren (...) hen (tot) alle spreek! boek het verbond (is het zo) dat (wij) vondden huis Jahweh
31.
en (hij) stond vast kroon! op sta(a)t vast! en (hij) hakte af (tot) het verbond voor Jahweh te gaan na Jahweh en te houden (tot) voorschriften (...) hem en getuigen (...) hem en wetten (...) hem in alle hart (...) hem en in alle ziel (...) hem te doen (tot) spreek! het verbond de geschriften op het boek deze
32.
en (hij) stond vast (tot) alle (is het zo) dat (wij) vondden bij Jeruzalem en Benjamin en (zij) hebben gemaakt bewoners van Jeruzalem zoals verbond God mijn God vaders-en (...) hen
33.
en (hij) week af Josia (tot) alle ETOBWT van alle de landen die aan zonen van Israël en (hij) werkte (tot) alle (is het zo) dat (wij) vondden bij Israël te werken (tot) Jahweh hun God alle dagen (...) hem niet (zij) zijn afgeweken van achter Jahweh mijn God vaders-en (...) hen

Hoofdstuk 35

1.
en (hij) heeft gemaakt Josia bij Jeruzalem Pesach aan Jahweh en (zij) slachtten het Pesach bij vier rijkdom aan maand (de) eerste
2.
en (hij) stond vast de priesters op bewaren (...) hen en (hij) versterkte (...) hen aan werk van huis Jahweh
3.
en (hij) sprak aan Levieten EMBWNIM aan alle Israël (de) heilige (mv) aan Jahweh geeft! (tot) kist wijd! bij (het) huis die (hij) heeft gebouwd Salomo zoon David koning Israël (er is) niet aan jullie last bij (de) schouder nu (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh jullie God en (tot) met hem Israël
4.
en (zij) hebben geslagen (...) ons aan huis vaders-en (...) jullie KMHLQWTIKM bij (de) (hand)schrift David koning Israël en bij (de) brief Salomo bij ons
5.
en sta(a)t vast! bij (de) heiligheid LPLWCT huis de vaders aan broers (...) jullie bouw! het volk en perceel van huis vader aan Levieten
6.
en (zij) hebben geslacht het Pesach WETQDSW en (wij) hebben geslagen aan broers (...) jullie te doen zoals woord Jahweh bij (de) hand Mozes
7.
en (hij) was hoog Josia aan zonen van het volk kleinvee als schamen zich en bouw! geiten (de) alle aan Pesach-en aan alle (is het zo) dat (wij) vondden aan getal dertig duizend en rundvee drie van duizenden deze MRKWS kroon!
8.
en aanvoerders (...) hem LNDBE aan volk aan priesters en aan Levieten (zij) hebben opgetild Hilkia en Zacharia en Jehiël leiders van huis naar God aan priesters (zij) hebben gegeven aan Pesach-en duizenden en zes honderd en rundvee drie honderd
9.
WKWNNIEW en Semaja en Nataneël broers (...) hem WHSBIEW WIOIAL en Jozabad Sarai de Levieten (zij) hebben opgetild aan Levieten aan Pesach-en vijf duizenden en rundvee vijf honderd
10.
en (jullie) sloegen (...) hen het werk en (zij) stondden vast de priesters op sta vast! (...) hen en de Levieten op verdelen (...) hen zoals voorschrift van kroon!
11.
en (zij) slachtten het Pesach en (zij) gooiden de priesters van hand (...) hen en de Levieten MPSIÐIM
12.
en (zij) verwijderden dat wat opgaat te geven (...) hen LMPLCWT aan huis vaders aan zonen van het volk aan te bieden aan Jahweh zoals geschreven bij (het) boek Mozes en zo te bezoeken
13.
WIBSLW het Pesach (hij) is verrot zoals rechtsregel en de heiligheden bij (de) kwartel BXIRWT en bij (de) ooms WBßLHWT WIRIßW aan alle bouw! het volk
14.
en andere (wij) hebben geslagen aan hen en aan priesters dat de priesters bouw! Aäron bij (de) dat wat opgaat-en (is het zo) dat ga(a)(t) op en de melk-en tot nacht en de Levieten (wij) hebben geslagen aan hen en aan priesters bouw! Aäron
15.
en de zangers bouw! Asaf op sta(a)(t) vast (...) hen zoals voorschrift van David en Asaf en Heman WIDTWN voorspel(t) kroon! en de poorten aan poort en poort (er is) niet aan hen te verblinden boven (jullie) hebben gewerkt dat broers (...) hen de Levieten (wij) hebben geslagen aan hen
16.
en (jullie) sloegen (...) hen alle werk van Jahweh bij (de) dag dat te doen het Pesach en de beklimmingen beklimmingen op altaar Jahweh zoals voorschrift van kroon! Josia
17.
en (zij) hebben gemaakt bouw! Israël (is het zo) dat bevinden zich (tot) het Pesach bij (de) tijd die en (tot) feest het voorschrift van zeven dagen
18.
noch (hij) is gedaan Pesach zoiets (...) hem bij Israël wateren van Samuël de profeet en alle heers! Israël niet Ezau zoals Pesach die (hij) heeft gedaan Josia en de priesters en de Levieten en alle Juda en Israël (is het zo) dat (wij) vondden en bewoners van Jeruzalem
19.
bij acht tien jaar aan koninkrijk Josia (hij) is gedaan het Pesach deze
20.
na alle deze die (hij) heeft voorbereid Josia (tot) het huis blad NKW koning Egypte aan het brood BKRKMIS op koe van en uitgaande hem tegemoet Josia
21.
en (hij) zond weg naar hem boodschappers te spreken wat? aan mij en aan jou koning Juda niet op jou (met) haar vandaag dat naar huis strijd (...) mij en God woord LBELNI (hij) heeft opgehouden aan jou van God die met mij en naar (hij) maakte kapot (...) jou
22.
noch (hij) heeft opzij gelegd Josia aanzichten (...) hem (van)uit hem dat aan het brood bij hem ETHPS noch nieuws naar spreek! NKW van mond van God en (hij) kwam aan het brood BBQOT Megiddo
23.
en (zij) hebben geworpen (is het zo) dat (hij) tilde op aan koning Josia en (hij) sprak kroon! aan slaven (...) hem (zij) hebben overgebracht (...) mij dat (is het zo) dat (ik) ben ziek geworden zeer
24.
en (zij) brachten over (...) hem slaven (...) hem vanuit de rijtuig WIRKIBEW op wagen wijkt! die als WIWLIKEW Jeruzalem en (hij) stierf en (hij) begroef BQBRWT vaders (...) hem en alle Juda en Jeruzalem rouwen op Josia
25.
WIQWNN Jeremia op Josia en (zij) spraken alle (is het zo) dat zingen WESRWT BQINWTIEM op Josia tot vandaag en (zij) gaven (...) hen aan wet op Israël en hier zijn zij geschriften op EQINWT
26.
en rest spreek! Josia en genade-en (...) hem zoals geschreven bij (het) Wetboek van Jahweh
27.
en woorden (...) hem de eersten en (de) laatste (mv) hier zijn zij geschriften op boek heers! Israël en Juda

Hoofdstuk 36

1.
en (zij) namen met het land (tot) Joahaz zoon Josia en (zij) kroonden (...) hem in de plaats van vader (...) hem bij Jeruzalem
2.
zoon drie en twintig jaar IWAHZ bij (zij) hebben geheerst en drie maanden koning bij Jeruzalem
3.
en (zij) verwijderden (...) hem koning Egypte bij Jeruzalem WIONS (tot) het land honderd plein zilver en plein goud
4.
en (hij) heerste koning Egypte (tot) Eljakim broers (...) hem op Juda en Jeruzalem en (hij) wendde zich af (tot) zijn naam Jojakim en (tot) IWAHZ broers (...) hem lering NKW en (zij) brachten (...) hem naar Egypte
5.
zoon twintig en vijf jaar Jojakim bij (zij) hebben geheerst en één tien jaar koning bij Jeruzalem en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zijn God
6.
op hem blad Nebukadnezar koning Babel en (zij) namen gevangen (...) hem bij (de) koper-en LELIKW naar Babel
7.
en van gereedschap huis Jahweh (hij) heeft gebracht Nebukadnezar aan Babel en (hij) gaf (...) hen bij (het) paleis (...) hem bij Babel
8.
en rest spreek! Jojakim en (ik) ben verafschuwd (...) hem die (hij) heeft gedaan WENMßA op hem hier zijn zij geschriften op boek heers! Israël en Juda en (hij) heerste Jojachin bij ons in de plaats van hem
9.
zoon acht twee Jojachin bij (zij) hebben geheerst en drie maanden en tiental dagen koning bij Jeruzalem en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh
10.
WLTSWBT het jaar wapen kroon! Nebukadnezar en voert in! (...) hem naar Babel met gereedschap (jij) hebt begeerd huis Jahweh en (hij) heerste (tot) Zedekia broers (...) hem op Juda en Jeruzalem
11.
zoon twintig en één jaar Zedekia bij (zij) hebben geheerst en één tien jaar koning bij Jeruzalem
12.
en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zijn God niet (hij) is vernederd weg van aanzicht van Jeremia de profeet van mond van Jahweh
13.
en ook bij (de) koning Nebukadnezar opstand (-en) die ESBIOW bij God en (hij) werd hard (tot) (zij) hebben gedropen en (hij) was sterk (tot) hart (...) hem om terug te keren naar Jahweh mijn God Israël
14.
ook alle Sarai de priesters en het volk (zij) hebben vermeerderd te ontvreemden boven zoals alle TOBWT de volken en (zij) verklaarden onrein (tot) huis Jahweh die (hij) heeft gewijd bij Jeruzalem
15.
en (hij) zond weg Jahweh mijn God vaders-en (...) hen op hen bij (de) hand boodschappers (...) hem sta vroeg op! en zend! dat (hij) heeft medelijden gehad op met hem en op van misdaad (...) hem
16.
en (zij) waren weg van wolken bij (de) boodschappers van naar God en minachten woorden (...) hem WMTOTOIM bij profeteer! (...) hem tot beklimmingen leren zak Jahweh bij (het) volk (...) hem tot aan eiland (...) hen genees(t)
17.
en (hij) verhief op hen (tot) koning zoals borsten en (hij) doodde jongemannen (...) hen bij (het) zwaard bij (het) huis heilig(t) (...) hen noch (hij) heeft medelijden gehad op jongeman en maagd baard en (hij) verblijdde zich (de) alle (hij) heeft gegeven bij (hij) bedankte
18.
en alle gereedschap huis naar God de groten en de kleine-en en bergingen huis Jahweh en bergingen kroon! en aanvoerders (...) hem (de) alle (hij) heeft gebracht Babel
19.
en (zij) verbrandden (tot) huis naar God WINTßW (tot) muur van Jeruzalem en alle paleizen (...) haar verbrandt! (hij) is verrot en alle gereedschap MHMDIE kapot te maken
20.
en (hij) verheugde zich de rest vanuit het zwaard naar Babel en (zij) waren als en aan zonen (...) hem aan slaven tot koning koninkrijk Perzië
21.
LMLAWT woord Jahweh bij (de) mond van Jeremia tot (jij) hebt gerend (er)naar het land (tot) SBTWTIE alle dagen van (is het zo) dat daarnaar (-s) (zij) heeft gerust LMLAWT zeventig jaar
22.
en bij (het) jaar van één aan Kores koning Perzië te eindigen woord Jahweh bij (de) mond van Jeremia (hij) heeft opgemerkt Jahweh (tot) wind Kores koning Perzië en (hij) ging voorbij klank in alle koninkrijk (...) hem en ook bij (de) brief te spreken
23.
zo woord Kores koning Perzië alle van koninkrijk het land (hij) heeft gegeven aan mij Jahweh mijn God de hemel en hij opname op mij te bouwen als huis bij Jeruzalem die bij Juda water van bij jullie van alle met hem Jahweh zijn God met hem en (hij) verhief