Hoofdstuk 1

1.
deze de woorden die woord Mozes naar alle Israël bij (de) kant de Jordaan bij (de) woestijn bij (de) wildernis tegenover riet tussen Paran en tussen zoutloze en tot zoon en grondgebied van en welke goud
2.
één rijkdom dag van zwaard weg heuvel bok tot heiligheid Barnea
3.
en wees bij veertig jaar bij (de) opvolging van rijkdom maand bij één aan maand woord Mozes naar bouw! Israël zoals alle die geef opdracht! Jahweh (met) hem naar hen
4.
na EKTW (tot) Sihon koning de Amoriet die bewoner bij Hesbon en (tot) Og koning de Basan die bewoner BOSTRT BADROI
5.
bij (de) kant de Jordaan bij (het) land Moab (hij) is erin meegegaan Mozes put (tot) het Wetboek (de) deze te spreken
6.
Jahweh onze God woord naar ons bij (het) zwaard te spreken meerderheid aan jullie sabbat bij (de) heuvel deze
7.
(zij) hebben zich gewend WXOW aan jullie en (zij) zijn gekomen heuvel de Amoriet en naar alle buurmannen (...) hem bij (de) wildernis bij (de) heuvel en bij (het) laagland en bij (het) Zuiden WBHWP de zee land (de) Kanaänitische en de Libanon tot de rivier de grote rivier koe van
8.
(hij) heeft gezien (ik) heb gegeven voor jullie (tot) het land (zij) zijn gekomen en verovert! (tot) het land die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jullie aan Abraham aan Izak en aan Jakob te geven aan hen en aan nakomelingen (...) hen na hen
9.
en woord naar jullie bij (de) tijd dat te spreken niet eet alleen ik te dragen (met) jullie
10.
Jahweh jullie God veel (met) jullie en hier zijn jullie vandaag zoals sterren van de hemel aan meerderheid
11.
Jahweh mijn God vaders (...) jullie (hij) heeft toegevoegd op jullie zoals jullie duizend twee keer en (hij) zegende (met) jullie zoals woord aan jullie
12.
hoe? (ik) droeg alleen ik ÐRHKM en last (...) jullie en twist! (...) jullie
13.
brengt aan jullie mensen wijze (mv) WNBNIM WIDOIM aan stammen (...) jullie en (ik) plaatste (...) hen bij (de) hoofden (...) jullie
14.
en (jullie) antwoordden (met) mij en (jullie) spraken goede het woord die woord van te doen
15.
en (ik) nam (tot) hoofden van stammen (...) jullie mensen wijze (mv) WIDOIM en (met) hen hen hoofden op jullie Sarai duizenden en Sarai honderd en Sarai vijftig en Sarai tiental en politie aan stammen (...) jullie
16.
en (ik) gaf opdracht (tot) rechters (...) jullie bij (de) tijd dat te spreken nieuws tussen broers (...) jullie en (jullie) hebben berecht rechtvaardigheid tussen man en tussen broers (...) hem en tussen (zij) hebben gewoond
17.
niet (jullie) herkenden aanzicht bij (de) rechtsregel zoals kleine zoals grootheid (jullie) hoorden toe (...) hen niet (jullie) woonden van aanzicht van man dat de rechtsregel aan God hij en het woord die (hij) werd hard (van)uit jullie (jullie) brachten nader (...) hen naar mij en (ik) heb toegehoord (...) hem
18.
en (ik) gaf opdracht (met) jullie bij (de) tijd dat (tot) alle de woorden die (jullie) maakten (...) hen
19.
en (hij) heeft gereisd van zwaard en (wij) gingen (tot) alle de woestijn (de) grote en (de) ontzagwekkende dat die (jullie) hebben gezien weg heuvel de Amoriet zoals geef opdracht! Jahweh onze God (met) ons en (hij) heeft geprofeteerd tot heiligheid Barnea
20.
en woord naar jullie (jullie) zijn gekomen tot heuvel de Amoriet die Jahweh onze God (hij) heeft gegeven aan ons
21.
(hij) heeft gezien (hij) heeft gegeven Jahweh jouw God voor jou (tot) het land blad verover! zoals woord Jahweh mijn God vaders (...) jou aan jou naar (je) zult vrezen en naar in de plaats van
22.
en (jullie) brachten nader (...) hen naar mij kun! (...) jullie en (jullie) spraken (wij) zondden weg (er)naar mensen voor ons en (zij) groeven aan ons (tot) het land en (zij) hebben gewoond (met) ons woord (tot) de weg die (wij) verhieven bij haar en (tot) de steden die (hij) heeft geprofeteerd naar hen
23.
en (hij) was goed bij bestudeer! het woord en (ik) nam (van)uit jullie twee rijkdom mensen man één aan stam
24.
en (zij) wendden zich en (zij) verhieven naar de heuvel en voert in! tot wadi Eskol WIRCLW (met) haar
25.
en (zij) namen bij (hij) leek van vrucht het land en (zij) werden naar beneden gehaald naar ons en (zij) hebben gewoond (met) ons woord en (zij) spraken goeds het land die Jahweh onze God (hij) heeft gegeven aan ons
26.
noch (jullie) hebben gewenst LOLT en (jullie) verbitterden (tot) mond van Jahweh jullie God
27.
WTRCNW bij (de) tenten (...) jullie en (jullie) spraken bij (jij) hebt gehaat Jahweh (met) ons (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) ons van land Egypte te geven (met) ons bij (de) hand de Amoriet uit te roeien (...) ons
28.
waarheen? wij hoogtes broers (...) ons de belasting (...) hem (tot) hart (...) ons te spreken met grote en (hij) is hoog geweest (van)uit hem steden (jij) bent gegroeid WBßWRT bij (de) hemel en ook bouw! reuzen (wij) hebben gezien daar
29.
en woord naar jullie niet TORßWN noch (jullie) vreesden (...) hen (van)uit hen
30.
Jahweh jullie God de beweging voor jullie hij (hij) streed aan jullie zoals alle die (hij) heeft gedaan (met) jullie bij Egypte aan ogen (...) jullie
31.
en bij (de) woestijn die (jij) hebt gezien die (hij) heeft gedragen (...) jou Jahweh jouw God zoals (hij) droeg man (tot) bij ons in alle de weg die (jullie) zijn gegaan tot (hij) is gekomen (...) jullie tot de plaats deze
32.
en bij (het) woord deze jullie zijn (er) niet geloof(t) (...) hen bij Jahweh jullie God
33.
de beweging voor jullie bij (de) weg te verspieden aan jullie plaats LHNTKM (hij) is verrot nacht te vrezen (...) jullie bij (de) weg die (jullie) gingen bij haar en bij (de) wolk dag (...) hen
34.
en (hij) hoorde toe Jahweh (tot) klank woorden (...) jullie en (hij) maakte zich kwaad en (hij) was verzadigd te spreken
35.
als vrees man bij (de) mensen (de) deze de generatie juich! deze (tot) het land het goeds die (ik) heb gezworen te geven aan vaders (...) jullie
36.
behalve hond zoon Jefunne hij vreest! en als (met) hen (tot) het land die weg bij haar en aan zonen (...) hem wegens die (hij) is vol geweest na Jahweh
37.
ook bij mij ETANP Jahweh bij (hij) heeft gedraaid (...) jullie te spreken ook (met) haar niet (zij) kwam daar
38.
Jozua zoon Nun stel op! voor jou hij (hij) kwam daarnaar (-s) (met) hem kracht dat hij INHLNE (tot) Israël
39.
en kleine kinderen (...) jullie die (jullie) hebben gesproken aan minachting (hij) was en zonen (...) jullie die niet (zij) hebben geweten vandaag goede en kwaad deze (mv) voert in! daarnaar (-s) en aan hen (ik) zal geven en zij (zij) veroverden (er)naar
40.
en (met) hen (zij) hebben zich gewend aan jullie WXOW naar de woestijn weg zee riet
41.
en (jullie) antwoordden en (jullie) spraken naar mij (wij) hebben gezondigd aan Jahweh wij (wij) verhieven en (wij) hebben gestreden zoals alle die opdracht (...) ons Jahweh onze God en (jullie) omgordden man (tot) gereedschap strijd (...) hem en (zij) was (...) ons LOLT naar de heuvel
42.
en (hij) sprak Jahweh naar mij woord aan hen niet (jullie) verhieven noch (jullie) streedden dat ik ben (er) niet bij (het) binnenste (...) jullie noch TNCPW voor vijanden (...) jullie
43.
en (ik) sprak naar jullie noch (jullie) hebben toegehoord en (jullie) verbitterden (tot) mond van Jahweh WTZDW en (jullie) verhieven naar de heuvel
44.
en uitgaande de Amoriet de inwoner bij (de) heuvel dat jullie tegemoet en (zij) achtervolgdenen (met) jullie zoals (jullie) deedden de woorden WIKTW (met) jullie bij (de) bok tot naar boycot
45.
en (jullie) woonden en (jullie) weenden voor Jahweh noch nieuws Jahweh bij (de) klank (...) jullie noch (hij) heeft geluisterd naar jullie
46.
en (jullie) woonden bij (de) heiligheid dagen twisten zoals dagen die (jullie) hebben gewoond

Hoofdstuk 2

1.
WNPN en (hij) heeft gereisd naar de woestijn weg zee riet zoals woord Jahweh naar mij en (wij) legden opzij (tot) heuvel bok dagen twisten
2.
en (hij) sprak Jahweh naar mij te spreken
3.
meerderheid aan jullie leg opzij! (tot) de heuvel deze (zij) hebben zich gewend aan jullie naar Noorden
4.
en (tot) het volk opdracht te spreken (met) hen voorbijgaan bij (de) grens broers (...) jullie bouw! Ezau de inwoners bij (de) bok en (zij) vreesden (van)uit jullie WNSMRTM zeer
5.
naar TTCRW in hen dat niet (met) hen aan jullie van land (...) hen tot van weg lepel voet dat erfenis aan Ezau (ik) heb gegeven (tot) heuvel bok
6.
eten (jullie) braken van jullie bij (het) zilver en (jullie) hebben gegeten en ook water (jullie) groeven van jullie bij (het) zilver en (jullie) hebben gedronken
7.
dat Jahweh jouw God zegen! (...) jou in alle Mozes hand (...) jou (hij) heeft geweten te gaan (...) jou (tot) de woestijn de grote deze dit veertig jaar Jahweh jouw God met jou niet (jij) hebt ontbroken woord
8.
en (wij) troken door honderd broers (...) ons bouw! Ezau de inwoners bij (de) bok van weg de wildernis van ree van WMOßIN man WNPN en (wij) troken door weg woestijn Moab
9.
en (hij) sprak Jahweh naar mij naar (jij) schiep (tot) Moab en naar TTCR in hen strijd dat niet (met) hen aan jou van land (...) hem erfenis dat aan zonen van Lot (ik) heb gegeven (tot) wakkere erfenis
10.
de naties vroeger (zij) hebben gewoond bij haar met grote en meerderheid en (hij) is hoog geweest zoals reuzen
11.
spoken (zij) berekenden neus zij zoals reuzen WEMABIM (zij) noemden aan hen naties
12.
en bij (de) bok (zij) hebben gewoond (is het zo) dat worden bleek vroeger en bouw! Ezau (zij) veroverden (...) hen en (zij) roeiden uit (...) hen van aanzichten (...) hen en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen zoals (hij) heeft gedaan Israël aan land erfenis (...) hem die (hij) heeft gegeven Jahweh aan hen
13.
nu (zij) zijn opgestaan en (zij) zijn voorbijgegaan aan jullie (tot) wadi ZRD en (wij) troken door (tot) wadi ZRD
14.
en de dagen die (wij) zijn gegaan heilig(t) Barnea tot die (wij) zijn voorbijgegaan (tot) wadi ZRD dertig en acht jaar tot onschuldige alle de generatie mens (...) mij de strijd nastaande het kamp zoals (hij) heeft gezworen Jahweh aan hen
15.
en ook hand Jahweh (zij) is geweest in hen LEMM nastaande het kamp tot (hij) is volledig geweest
16.
en wees zoals (zij) hebben zich verbaasd alle mens (...) mij de strijd te sterven nastaande het volk
17.
en (hij) sprak Jahweh naar mij te spreken
18.
(met) haar kant vandaag (tot) grens Moab (tot) wakkere
19.
en (jij) hebt nader gebracht tegenover bouw! Ammon naar (jij) schiep (...) hen en naar TTCR in hen dat niet (met) hen van land bouw! Ammon aan jou erfenis dat aan zonen van Lot (ik) heb gegeven (er)naar erfenis
20.
land spoken (jij) berekende neus hij spoken (zij) hebben gewoond bij haar vroeger WEOMNIM (zij) noemden aan hen ZMZMIM
21.
met grote en meerderheid en (hij) is hoog geweest zoals reuzen en (hij) roeide uit (...) hen Jahweh van aanzichten (...) hen en (hij) veroverde (...) hen en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen
22.
zoals (hij) heeft gedaan aan zonen van Ezau de inwoners bij (de) bok die (hij) heeft uitgeroeid (tot) (is het zo) dat ontbrand! van aanzichten (...) hen en (hij) veroverde (...) hen en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen tot vandaag deze
23.
WEOWIM de inwoners bij (de) dorpen tot naar kracht KPTRIM de uitgaanden MKPTR (hij) heeft uitgeroeid (...) hen en (zij) hebben gewoond in de plaats van hen
24.
sta(a)t op! XOW en (zij) zijn voorbijgegaan (tot) wadi (ik) roddelde (hij) heeft gezien (ik) heb gegeven bij (de) hand (...) jou (tot) Sihon koning Hesbon de Amoriet en (tot) land (...) hem (hij) is begonnen te verover! WETCR bij hem strijd
25.
vandaag deze wens toe! te geven angst (...) jou en (jij) hebt gevreesd (...) jou op aanzicht van de volkeren in de plaats van alle de hemel die (zij) hoorden toe (...) hen dat (hij) heeft samengedrukt en (zij) zijn boos geweest en (zij) zijn ziek geworden van aanzichten (...) jou
26.
en (ik) zond weg boodschappers van woestijn QDMWT naar Sihon koning Hesbon spreek! vrede te spreken
27.
(ik) trok door (er)naar bij (het) land (...) jou bij (de) weg bij (de) weg (ik) ging niet verbod rechterhand en linkerhand
28.
eten bij (het) zilver (zij) brak (...) mij en (ik) heb gegeten en water bij (het) zilver te geven (...) hen aan mij en (ik) heb gedronken lege (ik) trok door (er)naar bij (de) voeten van
29.
zoals Ezau aan mij bouw! Ezau de inwoners bij (de) bok WEMWABIM de inwoners onwetende tot die (ik) trok door (tot) de Jordaan naar het land die Jahweh onze God (hij) heeft gegeven aan ons
30.
noch (hij) heeft gewenst Sihon koning Hesbon (wij) hebben overgebracht bij hem dat (de) harde Jahweh jouw God (tot) wind (...) hem en (hij) is sterk geweest (tot) hart (...) hem opdat te geven (...) hem bij (de) hand (...) jou zoals dag deze
31.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (hij) heeft gezien EHLTI te geven voor jou (tot) Sihon en (tot) land (...) hem (hij) is begonnen te verover! te veroveren (tot) land (...) hem
32.
en uitgaande Sihon ons tegemoet hij en alle met hem aan strijd IEßE
33.
en (hij) gaf (...) hem Jahweh onze God voor ons WNK (met) hem en (tot) bij ons en (tot) alle met hem
34.
en (wij) voegden samen (tot) alle steden (...) hem bij (de) tijd dat WNHRM (tot) alle stad van onschuldige en de vrouwen en de kleine kinderen niet (wij) hebben achtergelaten overlevende
35.
lege de vee (wij) hebben geplunderd aan ons en buit de steden die (wij) hebben gevangengenomen
36.
MOROR die op oever van wadi (ik) roddelde en (hij) heeft opgemerkt die bij (de) wadi en tot het gedenkteken niet (zij) is geweest stad die dat hoge (van)uit hem (tot) (de) alle (hij) heeft gegeven Jahweh onze God voor ons
37.
lege naar land bouw! Ammon niet (jij) hebt nader gebracht alle hand wadi IBQ en steden van de heuvel en alle die geef opdracht! Jahweh onze God

Hoofdstuk 3

1.
WNPN en schoen weg de Basan en uitgaande Og koning de Basan ons tegemoet hij en alle met hem aan strijd ADROI
2.
en (hij) sprak Jahweh naar mij naar (je) zult vrezen (met) hem dat bij (de) hand (...) jou (ik) heb gegeven (met) hem en (tot) alle met hem en (tot) land (...) hem en (jij) hebt gedaan als zoals (jij) hebt gedaan aan Sihon koning de Amoriet die bewoner bij Hesbon
3.
en (hij) gaf Jahweh onze God bij (de) hand (...) ons ook (tot) Og koning de Basan en (tot) alle met hem en (wij) sloegen (...) hem tot niet (hij) heeft achtergelaten als overlevende
4.
en (wij) voegden samen (tot) alle steden (...) hem bij (de) tijd dat niet (zij) is geweest stad die niet (wij) hebben genomen van jullie zestig stad alle koord Argob rijk van Og bij (de) Basan
5.
alle deze steden (jij) hebt druiven geplukt muur naar hoogte deuren en grendel alleen leg(t) bloot (...) mij de Fereziet veel zeer
6.
WNHRM hen zoals (wij) hebben gedaan aan Sihon koning Hesbon de boycot alle stad van onschuldige (is het zo) dat worden verlaten en de kleine kinderen
7.
en alle de vee en buit de steden bij onderhoudt! aan ons
8.
en (wij) namen bij (de) tijd dat (tot) het land van hand tweede heers! de Amoriet die bij (de) kant de Jordaan van wadi (ik) roddelde tot heuvel Hermon
9.
ßIDNIM (zij) noemden aan Hermon week in! (...) hen en de Amoriet (zij) noemden als SNIR
10.
alle steden van (is het zo) dat effen(t) en alle het gedenkteken en alle de Basan tot XLKE WADROI steden van rijk van Og bij (de) Basan
11.
dat lege Og koning de Basan geblevene van rest de spoken hier is ORSW ORS ijzer (is het zo) dat aan haar hij bij (jij) hebt getwist bouw! Ammon negen (ik) stierf (zij) heeft geduurd en vier (ik) stierf plein bij (de) waarheid man
12.
en (tot) het land (de) deze (wij) hebben veroverd bij (de) tijd dat MOROR die op wadi (ik) roddelde en halve heuvel het gedenkteken en steden (...) hem (ik) heb gegeven aan Rubeniet en aan bokje
13.
en rest het gedenkteken en alle de Basan rijk van Og (ik) heb gegeven druk! stam die van Manasse alle koord (is het zo) dat Argob aan alle de Basan dat (hij) noemde land spoken
14.
(hij) verlichtte zoon Manasse lering (tot) alle koord Argob tot grens de Gesuriet WEMOKTI en (hij) noemde (met) hen op zijn naam (tot) de Basan boerderij van (hij) verlichtte tot vandaag deze
15.
en aan Machir (ik) heb gegeven (tot) het gedenkteken
16.
en aan Rubeniet en aan bokje (ik) heb gegeven vanuit het gedenkteken en tot wadi (ik) roddelde midden de wadi en grens en tot IBQ de wadi grens bouw! Ammon
17.
en de wildernis en de Jordaan en grens MKNRT en tot zee de wildernis zee het zout in de plaats van ASDT de top naar Oosten
18.
WAßW (met) jullie bij (de) tijd dat te spreken Jahweh jullie God (hij) heeft gegeven aan jullie (tot) het land (de) deze te veroveren (er)naar HLWßIM (jullie) gingen voorbij voor broers (...) jullie bouw! Israël alle bouw! macht
19.
lege vrouwen (...) jullie en kleine kinderen (...) jullie en van nest (...) jullie (ik) heb geweten dat bezit meerderheid aan jullie (zij) hebben gewoond roeie uit! (...) jullie die (ik) heb gegeven aan jullie
20.
tot die (hij) gaf rust Jahweh aan broers (...) jullie zoals jullie en (zij) hebben veroverd ook zij (tot) het land die Jahweh jullie God (hij) heeft gegeven aan hen bij (de) kant de Jordaan en (jullie) zijn teruggekeerd man aan erfenis (...) hem die (ik) heb gegeven aan jullie
21.
en (tot) IEWSWO (ik) heb opdracht gegeven bij (de) tijd dat te spreken ogen (...) jou ERAT (tot) alle die (hij) heeft gedaan Jahweh jullie God aan tweede de koningen (de) deze zo (zij) heeft gemaakt Jahweh aan alle de rijken die (met) haar kant daarnaar (-s)
22.
niet (jullie) vreesden (...) hen dat Jahweh jullie God hij (is het zo) dat (hij) heeft gestreden aan jullie
23.
WATHNN naar Jahweh bij (de) tijd dat te spreken
24.
liggers van Jahweh (met) haar EHLWT zien te laten (tot) slaaf (...) jou (tot) grootheid (...) jou en (tot) hand (...) jou (is het zo) dat (zij) is sterk geworden die water van naar bij (de) hemel en bij (het) land die (zij) heeft gemaakt zoals daden (...) jou WKCBWRTK
25.
(ik) trok door (er)naar toch en (ik) liet zien (tot) het land het goeds die bij (de) kant de Jordaan de heuvel (de) goede deze WELBNN
26.
WITOBR Jahweh bij mij LMONKM noch nieuws naar mij en (hij) sprak Jahweh naar mij meerderheid aan jou naar (jij) liet toevoegen woord naar mij nog (eens) bij (het) woord deze
27.
blad hoofd de top en draag! ogen (...) jou naar dag en naar Noorden en naar Zuiden en naar Oosten en (hij) heeft gezien bij (de) ogen (...) jou dat niet (zij) ging voorbij (tot) de Jordaan deze
28.
en opdracht (tot) Jozua en versterkt! (...) hem en (zij) is sterk geweest (...) hem dat hij (hij) ging voorbij voor het volk deze en hij INHIL hen (tot) het land die (jij) liet zien
29.
en (wij) woonden bij (het) dal tegenover huis Peor

Hoofdstuk 4

1.
en nu Israël nieuws naar de wetten en naar de rechtsregels die ik onderwijs(t) (met) jullie te doen opdat (jullie) leefden en (jullie) zijn gekomen en (jullie) hebben veroverd (tot) het land die Jahweh mijn God vaders (...) jullie (hij) heeft gegeven aan jullie
2.
niet (jullie) voegden toe op het woord die ik voorschrift (met) jullie noch (jullie) verminderden (van)uit hem te bewaren (tot) voorschrift van Jahweh jullie God die ik voorschrift (met) jullie
3.
ogen (...) jullie het zicht (tot) die (hij) heeft gedaan Jahweh bij (de) echtgenoot Peor dat alle de man die beweging na echtgenoot Peor (zij) hebben uitgeroeid Jahweh jouw God nastaande (...) jou
4.
en (met) hen (is het zo) dat plak! (...) hen bij Jahweh jullie God leven kun! (...) jullie vandaag
5.
(hij) heeft gezien (ik) heb gestudeerd (met) jullie wetten en rechtsregels zoals (hij) heeft opdracht gegeven (...) mij Jahweh mijn God te doen zo te midden van het land die (met) hen komen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
6.
en (jullie) hebben gehouden en (jullie) hebben gedaan dat hij (jij) bent wijs geworden (...) jullie WBINTKM te bestuderen (...) mij de volkeren die (zij) hoorden toe (...) hen (tot) alle de wetten (de) deze en (zij) hebben gesproken lege met wijze en verstandige de volk (de) grote deze
7.
dat water van volk grote die als God binnensten naar hem zoals Jahweh onze God in alle (wij) hebben genoemd naar hem
8.
en water van volk grote die als wetten en rechtsregels rechtvaardige (...) hen zoals alle het Wetboek (de) deze die ik (hij) heeft gegeven voor jullie vandaag
9.
lege (is het zo) dat bewaar! aan jou en bewaar! ziel (...) jou zeer opdat niet (jij) liet vergeten (tot) de woorden die (zij) hebben gezien ogen (...) jou en opdat niet (zij) verblindden van hart (...) jou alle dagen van leven (...) jou en (jullie) hebben meegedeeld aan zonen (...) jou en aan zonen van zonen (...) jou
10.
dag die (jij) hebt gestaan voor Jahweh jouw God bij (het) zwaard bij (de) woord Jahweh naar mij de menigte aan mij (tot) het volk en (ik) hoorde toe (...) hen (tot) spreek! die (zij) onderwezen (...) hen aan vrees (met) mij alle de dagen die zij leven op de aarde en (tot) zonen (...) hen (zij) onderwezen (...) hen
11.
en (jullie) brachten nader (...) hen en (jullie) stondden vast (...) hen in de plaats van de heuvel en de heuvel onwetende (hij) is verrot tot hart de hemel duisternis wolk en nevel
12.
en (hij) sprak Jahweh naar jullie van midden het vuur klank woorden (met) hen nieuwsberichten en afbeelding jullie zijn (er) niet spiegel (...) hen behalve klank
13.
en (hij) werd verteld aan jullie (tot) verbond (...) hem die geef opdracht! (met) jullie te doen tiental de woorden en (hij) schreef (...) hen op tweede frisse (mv) stenen
14.
en (met) mij geef opdracht! Jahweh bij (de) tijd dat te onderwijzen (met) jullie wetten en rechtsregels te maken (...) jullie (met) hen bij (het) land die (met) hen voorbijgaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
15.
WNSMRTM zeer aan zielen (...) jullie dat niet (jullie) hebben gezien alle afbeelding bij (de) dag woord Jahweh naar jullie bij (het) zwaard van midden het vuur
16.
opdat niet (jullie) bedierven (...) hen en (jullie) hebben gedaan aan jullie (hij) heeft gehouwen afbeelding van alle XML model man of vrouw
17.
model alle vee die bij (het) land model alle Zippor vleugel die (jij) vloog bij (de) hemel
18.
model alle kruipend gedierte bij (de) aarde model alle naar vis die bij (het) water onder vandaan aan land
19.
en opdat niet (jij) droeg ogen (...) jou naar de hemel en (jij) hebt gezien (tot) de zon en (tot) de maan en (tot) de sterren alle leger de hemel WNDHT en (jij) hebt je diep gebogen aan hen en (jullie) hebben gewerkt die deel Jahweh jouw God (met) hen aan alle de volkeren in de plaats van alle de hemel
20.
en (met) jullie lering Jahweh en (hij) bracht naar buiten (met) jullie verkoop! het ijzer van Egypte te zijn als aan volk erfgoed zoals dag deze
21.
en Jahweh ETANP bij mij op woorden (...) jullie en (hij) was verzadigd opdat niet Hebreeër (tot) de Jordaan en opdat niet (hij) is gekomen naar het land het goeds die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed
22.
dat ik dode bij (het) land (de) deze ik ben (er) niet kant (tot) de Jordaan en (met) hen voorbijgaan en (jullie) hebben veroverd (tot) het land het goeds (de) deze
23.
(is het zo) dat bewaart! aan jullie opdat niet (jullie) lieten vergeten (tot) verbond Jahweh jullie God die (hij) heeft afgehakt met jullie en (jullie) hebben gedaan aan jullie (hij) heeft gehouwen afbeelding van alle die opdracht (...) jou Jahweh jouw God
24.
dat Jahweh jouw God vuur (zij) heeft gegeten hij naar (hij) is jaloers geweest
25.
dat (jij) bracht voort zonen en bouw! zonen WNWSNTM bij (het) land en maak kapot! (...) hen en (jullie) hebben gedaan (hij) heeft gehouwen afbeelding van alle en (jullie) hebben gedaan juich! bij bestudeer! Jahweh jouw God boos te maken (...) hem
26.
EOIDTI bij jullie vandaag (tot) de hemel en (tot) het land dat (hij) is verloren gegaan (jullie) gingen verloren (...) hen vlugge boven het land die (met) hen voorbijgaan (tot) de Jordaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar niet beschrijf! (...) jullie dagen op haar dat roeie uit! TSMDWN
27.
WEPIß Jahweh (met) jullie bij (de) volkeren en (jullie) zijn gebleven wanneer? getal bij (de) volken die (hij) bestuurde Jahweh (met) jullie daarnaar (-s)
28.
en (jullie) hebben gewerkt daar God Mozes handen van mens boom en steen die niet (zij) lieten zien (...) hen noch (zij) hoorden toe (...) hen noch (zij) aten (...) hen noch IRIHN
29.
en bij (de) boog (...) hen van daar (tot) Jahweh jouw God en om uit te gaan dat TDRSNW in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou
30.
versterkte aan jou en (zij) hebben gevonden (...) jou alle de woorden (de) deze aan het einde van de dagen en sabbat tot Jahweh jouw God en (jij) hebt toegehoord bij (de) klank (...) hem
31.
dat naar barmhartige Jahweh jouw God niet (hij) liet los (...) jou noch (hij) maakte kapot (...) jou noch (hij) liet vergeten (tot) verbond vaders (...) jou die (hij) heeft gezworen aan hen
32.
dat (hij) heeft gevraagd toch aan dagen eersten die (zij) zijn geweest voor jou aan manna vandaag die (hij) heeft geschapen God mens op het land WLMQßE de hemel en tot einde de hemel (is het zo) dat (wij) waren zoals woord (de) grote deze of (is het zo) dat (wij) hoorden toe zoiets (...) hem
33.
laat horen! met klank God woestijn van midden het vuur zoals (jij) hebt toegehoord (met) haar en leve!
34.
of (is het zo) dat (zij) is gevlucht God te komen (jij) hebt genomen als volk nastaande volk BMXT BATT en bij (de) wondertekenen en bij (de) strijd en bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) arm uitgestrekte WBMWRAIM grootheden zoals alle die (hij) heeft gedaan aan jullie Jahweh jullie God bij Egypte aan ogen (...) jou
35.
(met) haar ERAT te weten dat Jahweh hij naar God (er is) niet nog (eens) weg van tak (...) hem
36.
vanuit de hemel (hij) heeft laten horen (...) jou (tot) klank (...) hem LIXRK en op het land (hij) heeft laten zien (...) jou (tot) vuur (...) hem de grootheid en woorden (...) hem (jij) hebt toegehoord van midden het vuur
37.
en in de plaats van dat (hij) heeft liefgehad (tot) vaders (...) jou en (hij) koos bij (zij) hebben gezaaid na hem en (hij) bracht naar buiten (...) jou bij (de) aanzichten (...) hem bij (de) kracht (...) hem de grote van Egypte
38.
te verdrijven volken grootheden en kernen (van)uit jou van aanzichten (...) jou te brengen (...) jou te geven aan jou (tot) land (...) hen erfgoed zoals dag deze
39.
en (jij) hebt geweten vandaag en zet stop! naar hart (...) jou dat Jahweh hij naar God bij (de) hemel boven en op het land onder vandaan (er is) niet nog (eens)
40.
en (jij) hebt gehouden (tot) wetten (...) hem en (tot) voorschriften (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag die (hij) was goed aan jou en aan zonen (...) jou na jou en opdat (jij) verlengde dagen op de aarde die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou alle de dagen
41.
destijds IBDIL Mozes drie steden bij (de) kant de Jordaan naar Oosten zon
42.
aan teken daarnaar (-s) vermoord(t) die IRßH (tot) zijn vriend bij (de) echtgenoten van kennis en hij niet (hij) heeft gehaat als MTML eergisteren en teken naar één vanuit de steden deze en levende
43.
(tot) versterkte bij (de) woestijn bij (het) land (is het zo) dat effen(t) aan Rubeniet en (tot) RAMT bij (het) gedenkteken aan bokje en (tot) CWLN bij (de) Basan tot van vrouwen van
44.
en deze het Wetboek die daar Mozes voor bouw! Israël
45.
deze (jij) hebt getuigd en de wetten en de rechtsregels die woord Mozes naar bouw! Israël bij uit te gaan (...) hen van Egypte
46.
bij (de) kant de Jordaan bij (het) dal tegenover huis Peor bij (het) land Sihon koning de Amoriet die bewoner bij Hesbon die (hij) heeft geslagen Mozes en bouw! Israël bij uit te gaan (...) hen van Egypte
47.
en (zij) veroverden (tot) land (...) hem en (tot) land Og koning de Basan tweede heers! de Amoriet die bij (de) kant de Jordaan Oosten zon
48.
MOROR die op oever van wadi (ik) roddelde en tot heuvel SIAN hij Hermon
49.
en alle de wildernis kant de Jordaan naar Oosten en tot zee de wildernis in de plaats van ASDT de top

Hoofdstuk 5

1.
en (hij) noemde Mozes naar alle Israël en (hij) sprak naar hen nieuws Israël (tot) de wetten en (tot) de rechtsregels die ik woord bij (de) oren (...) jullie vandaag en (jullie) hebben gestudeerd (met) hen en (jullie) hebben gehouden te maken (...) hen
2.
Jahweh onze God (hij) heeft afgehakt met ons verbond bij (het) zwaard
3.
niet (tot) vaders (...) ons (hij) heeft afgehakt Jahweh (tot) het verbond (de) deze dat (met) ons wij deze mond vandaag als (zij) hebben overnacht leven
4.
aanzicht bij (het) aanzicht woord Jahweh met jullie bij (de) heuvel van midden het vuur
5.
ik sta vast! tussen Jahweh en tussen jullie bij (de) tijd dat te vertellen aan jullie (tot) woord Jahweh dat (jullie) hebben gevreesd van aanzicht van het vuur noch (jullie) zijn opgegaan bij (de) heuvel te spreken
6.
ik Jahweh jouw God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (...) jou van land Egypte van huis slaven niet (hij) was aan jou God anderen op aanzicht van
7.
niet (jij) deed aan jou (hij) heeft gehouwen alle afbeelding die bij (de) hemel boven en die bij (het) land onder vandaan en die bij (het) water onder vandaan aan land
8.
niet (jij) boog je diep (er)naar aan hen noch (zij) werkte (...) hen dat ik Jahweh jouw God naar (hij) is jaloers geweest opname vijandige vaders op zonen en op dertig en op kwart (mv) te haten (...) mij
9.
en (hij) heeft gedaan genade aan duizenden LAEBI en te bewaren (...) mij voorschrift (...) hem
10.
niet (jij) droeg (tot) daar Jahweh jouw God voor niets dat niet (hij) maakte schoon Jahweh (tot) die (hij) droeg (tot) zijn naam voor niets
11.
houd! (tot) dag zet stop! te heiligen (...) hem zoals opdracht (...) jou Jahweh jouw God
12.
zes dagen (zij) werkte en (jij) hebt gedaan alle handwerk (...) jou
13.
en dag (de) zevende sabbat aan Jahweh jouw God niet (jij) deed alle handwerk (met) haar en zoon (...) jou en dochter (...) jou en slaaf (...) jou en waarheid (...) jou en os (...) jou en klei (...) jou en alle vee (...) jou en vreemdeling (...) jou die bij (de) poorten (...) jou opdat (hij) rustte slaaf (...) jou en waarheid (...) jou zoals jij
14.
en (jij) hebt je herinnerd dat slaaf (jij) bent geweest bij (het) land Egypte en uitgaande (...) jou Jahweh jouw God van daar bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) nakomelingen uitgestrekte op zo opdracht (...) jou Jahweh jouw God te doen (tot) dag zet stop!
15.
lever (tot) vader (...) jou en (tot) moeder (...) jou zoals opdracht (...) jou Jahweh jouw God opdat rivieren (...) jullie dagen (...) jou en opdat (hij) was goed aan jou op de aarde die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
16.
niet TRßH noch TNAP noch TCNB noch (jij) antwoordde bij (het) kwaad (...) jou tot (het) niets
17.
noch (zij) begeerde vuur van kwaad (...) jou noch (jullie) zullen begeren (er)naar huis kwaad (...) jou veld (...) hem en (zij) hebben gewerkt en moeder (...) hem os (...) hem en klei (...) hem en alle die aan kwaad (...) jou
18.
(tot) de woorden (de) deze woord Jahweh naar alle menigte (...) jullie bij (de) heuvel van midden het vuur de wolk en de nevel klank grote noch (hij) heeft toegevoegd en (hij) schreef (...) hen op tweede panelen [van] stenen en (hij) gaf (...) hen naar mij
19.
en wees zoals nieuws (...) jullie (tot) de klank van midden de duisternis en de heuvel onwetende (hij) is verrot en (jullie) brachten nader (...) hen naar mij alle hoofden van stammen (...) jullie en baarden (...) jullie
20.
en (jullie) spraken èn (hij) heeft laten zien (...) ons Jahweh onze God (tot) (zij) zijn zwaar geweest en (tot) (zij) zijn gegroeid en (tot) klank (...) hem (wij) hebben toegehoord van midden het vuur vandaag deze (wij) hebben gezien dat (hij) sprak God (tot) de mens en levende
21.
en nu waarom (wij) stierven dat (jij) at (...) ons het vuur de grootheid (de) deze als IXPIM wij aan nieuws (tot) klank Jahweh onze God nog (eens) en verzacht!
22.
dat water van alle vlees die nieuws klank God leven woestijn van midden het vuur (wij) zijn opgestaan en leve!
23.
binnenste (met) haar en nieuws (tot) alle die (hij) sprak Jahweh onze God en (tot) (jij) sprak naar ons (tot) alle die (hij) sprak Jahweh onze God naar jou en (wij) hebben toegehoord en (wij) hebben gedaan
24.
en (hij) hoorde toe Jahweh (tot) klank woorden (...) jullie bij (het) woord (...) jullie naar mij en (hij) sprak Jahweh naar mij (ik) heb toegehoord (tot) klank spreek! het volk deze die spreekt! naar jou (zij) hebben goed gedaan alle die spreekt!
25.
water van (hij) gaf en (hij) is geweest hart (...) hen dit aan hen aan vrees (met) mij en te bewaren (tot) alle voorschrift (...) mij alle de dagen opdat (hij) was goed aan hen en aan zonen (...) hen aan eeuwigheid
26.
aan jou woord aan hen keert terug! aan jullie aan tenten (...) jullie
27.
en (met) haar mond sta vast! met mij en (ik) sprak (er)naar naar jou (tot) alle het voorschrift en de wetten en de rechtsregels die (jij) onderwees (...) hen en Ezau bij (het) land die ik (hij) heeft gegeven aan hen te veroveren (er)naar
28.
en (jullie) hebben gehouden te doen zoals geef opdracht! Jahweh jullie God (met) jullie niet (jij) verblindde (...) hem rechterhand WSMAL
29.
in alle de weg die geef opdracht! Jahweh jullie God (met) jullie (jullie) gingen opdat (jullie) leefden (...) hen en goede aan jullie en (jullie) hebben verlengd dagen bij (het) land die TIRSWN

Hoofdstuk 6

1.
en deze het voorschrift de wetten en de rechtsregels die geef opdracht! Jahweh jullie God te onderwijzen (met) jullie te doen bij (het) land die (met) hen voorbijgaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
2.
opdat (je) zult vrezen (tot) Jahweh jouw God te bewaren (tot) alle grondwetten (...) hem en voorschriften (...) hem die ik van opdracht (...) jou (met) haar en zoon (...) jou en zoon zoon (...) jou alle dagen van leven (...) jou en opdat rivier (...) jullie dagen (...) jou
3.
en (jij) hebt toegehoord Israël en (jij) hebt gehouden te doen die (hij) was goed aan jou en die (jullie) vermeerderden (...) hen zeer zoals woord Jahweh mijn God vaders (...) jou aan jou land (jij) hebt gevloeid melk en honing
4.
nieuws Israël Jahweh onze God Jahweh één
5.
en (jij) hebt liefgehad (tot) Jahweh jouw God in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou en in alle van damp (...) jou
6.
en (zij) zijn geweest de woorden (de) deze die ik van opdracht (...) jou vandaag op hart (...) jou
7.
WSNNTM aan zonen (...) jou en woord van in hen bij (de) sabbat (...) jou bij (het) huis (...) jou WBLKTK bij (de) weg WBSKBK WBQWMK
8.
en (jullie) hebben verbonden aan letter op hand (...) jou en (zij) zijn geweest LÐÐPT tussen ogen (...) jou
9.
en (jullie) hebben geschreven op MZZWT huis (...) jou en bij (de) poorten (...) jou
10.
en (hij) is geweest dat (hij) bracht (...) jou Jahweh jouw God naar het land die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou aan Abraham aan Izak en aan Jakob te geven aan jou steden (jij) bent gegroeid WÐBT die niet (jij) hebt gebouwd
11.
en huizen ben vol! (...) hen alle goede die niet (jij) bent vol geweest WBRT HßWBIM die niet HßBT als zijn hoog en olijven die niet (jij) hebt geplant en (jij) hebt gegeten en zeven
12.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (jij) liet vergeten (tot) Jahweh die (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) jou van land Egypte van huis slaven
13.
(tot) Jahweh jouw God (je) zult vrezen en (met) hem (zij) werkte en bij (de) zijn naam (jij) was verzadigd
14.
niet (jullie) gingen (...) hen na God anderen van mijn God de volkeren die omgevingen (...) jullie
15.
dat naar (hij) is jaloers geweest Jahweh jouw God bij (het) binnenste (...) jou opdat niet (hij) ontbrandde neus Jahweh jouw God bij jou en (hij) heeft uitgeroeid (...) jou boven aanzicht van de aarde
16.
niet (jullie) beproefden (tot) Jahweh jullie God zoals (jullie) hebben beproefd naar bij (de) belasting
17.
houd! (jullie) bewaarden (...) hen (tot) voorschrift van Jahweh jullie God en getuigen (...) hem en wetten (...) hem die opdracht (...) jou
18.
en (jij) hebt gedaan rechtuit en (de) goede bij bestudeer! Jahweh opdat (hij) was goed aan jou en (jij) bent gekomen en (jij) hebt veroverd (tot) het land doe goed! (er)naar die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jou
19.
LEDP (tot) alle vijanden (...) jou van aanzichten (...) jou zoals woord Jahweh
20.
dat (hij) vroeg (...) jou zoon (...) jou morgen te spreken wat? (jij) hebt getuigd en de wetten en de rechtsregels die geef opdracht! Jahweh onze God (met) jullie
21.
en (jij) hebt gesproken aan zoon (...) jou slaven (wij) zijn geweest aan farao bij Egypte WIßIANW Jahweh van Egypte bij (de) hand (zij) is sterk geworden
22.
en (hij) gaf Jahweh letter van en van dwazen grootheden en kwaden bij Egypte bij (de) farao en in alle huis (...) hem aan ogen (...) ons
23.
en letter (...) ons (hij) heeft tevoorschijn gehaald van daar opdat (hij) heeft gebracht (met) ons te geven aan ons (tot) het land die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) ons
24.
en (hij) gaf opdracht (...) ons Jahweh te doen (tot) alle de wetten (de) deze aan vrees (tot) Jahweh onze God aan goede aan ons alle de dagen LHITNW zoals de dag deze
25.
en weldadigheid (jij) was aan ons dat (wij) bewaarden te doen (tot) alle het voorschrift (de) deze voor Jahweh onze God zoals opdracht (...) ons

Hoofdstuk 7

1.
dat (hij) bracht (...) jou Jahweh jouw God naar het land die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar WNSL volken twisten van aanzichten (...) jou de angsten van WECRCSI en de Amoriet en (de) Kanaänitische en de Fereziet en de Heviet en de Jebusiet zeven volken twisten WOßWMIM (van)uit jou
2.
en (hij) heeft gegeven (...) hen Jahweh jouw God voor jou en (jullie) hebben geslagen de boycot (jij) ontbrandde (...) hen (met) hen niet (jij) zult uitgeroeid worden aan hen verbond noch (zij) legerde (...) hen
3.
noch TTHTN in hen bij (zij) sloeg niet te geven (...) hen hart (...) ons en dochter (...) hem niet (jij) nam aan zoon (...) jou
4.
dat (hij) verwijderde (tot) zoon (...) jou van achter en (zij) hebben gewerkt God anderen en (hij) is ontbrand neus Jahweh bij jullie en (hij) heeft uitgeroeid (...) jou vlugge
5.
dat als zo (jullie) maakten aan hen MZBHTIEM (jullie) sloopten en monument-en (...) hen (jullie) braken WASIREM TCDOWN WPXILIEM (jullie) verbrandden (...) hen (hij) is verrot
6.
dat met heilige (met) haar aan Jahweh jouw God bij jou (hij) heeft gekozen Jahweh jouw God te zijn als aan volk trots van alle de volkeren die op aanzicht van de aarde
7.
niet van meerderheid (...) jullie van alle de volkeren verlangen Jahweh bij jullie en (hij) koos bij jullie dat (met) hen het een beetje van alle de volkeren
8.
dat van liefde van Jahweh (met) jullie en bewaar(t) (...) hem (tot) de zeven die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jullie (hij) heeft tevoorschijn gehaald Jahweh (met) jullie bij (de) hand (zij) is sterk geworden en (hij) bevrijdde (...) jou van huis slaven van hand farao koning Egypte
9.
en (jij) hebt geweten dat Jahweh jouw God hij naar God deze (de) loyale bewaar! het verbond en de genade LAEBIW en te bewaren (...) mij voorschrift (...) hem aan duizend generatie
10.
en Mesullam LSNAIW naar aanzichten (...) hem verloren gaan te laten (...) hem niet (hij) kwam te laat te haten (...) hem naar aanzichten (...) hem (hij) betaalde als
11.
en (jij) hebt gehouden (tot) het voorschrift en (tot) de wetten en (tot) de rechtsregels die ik van opdracht (...) jou vandaag te doen (...) hen
12.
en (hij) is geweest voetstap (jullie) hoorden toe (...) hen (tot) de rechtsregels (de) deze en (jullie) hebben gehouden en (jullie) hebben gedaan (met) hen en bewaar! Jahweh jouw God aan jou (tot) het verbond en (tot) de genade die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou
13.
en (hij) heeft liefgehad (...) jou en zegen! (...) jou en de meerderheid (...) jou en zegen! vrucht buik (...) jou en vrucht aarde (...) jou graan (...) jou WTIRSK en zuivere olie (...) jou dat (hij) heeft gewoond ALPIK WOSTRT kleinvee (...) jou op de aarde die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou te geven aan jou
14.
gezegende (jij) was van alle de volkeren niet (hij) was bij jou OQR en onvruchtbare en bij (de) vee (...) jou
15.
en (hij) heeft verwijderd Jahweh (van)uit jou alle ziekte en alle bedank(t) (...) mij Egypte de kwaden die (jij) hebt geweten niet (hij) plaatste (...) hen bij jou en (hij) heeft gegeven (...) hen in alle haat! (...) jou
16.
en (jij) hebt gegeten (tot) alle de volkeren die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou niet (jij) had medelijden oog (...) jou op hen noch (zij) werkte (tot) hun God dat valstrik hij aan jou
17.
dat (jij) sprak bij (het) hart (...) jou twisten de volken (de) deze (van)uit mij hoe? eet te verdrijven (...) hen
18.
niet (je) zult vrezen (van)uit hen man (zij) herinnerde zich (tot) die (hij) heeft gedaan Jahweh jouw God aan farao en aan alle Egypte
19.
EMXT (jij) hebt vergroot die (zij) hebben gezien ogen (...) jou WEATT WEMPTIM en de hand (is het zo) dat (zij) is sterk geworden en de nakomelingen (de) uitgestrekte die (hij) is tevoorschijn gehaald (...) jou Jahweh jouw God zo (zij) heeft gemaakt Jahweh jouw God aan alle de volkeren die (met) haar gezien van aanzichten (...) hen
20.
en ook (tot) (is het zo) dat Zora (hij) zond weg Jahweh jouw God in hen tot (hij) is verloren gegaan (is het zo) dat blijven WENXTRIM van aanzichten (...) jou
21.
niet TORß van aanzichten (...) hen dat Jahweh jouw God bij (het) binnenste (...) jou naar grote en ontzagwekkende
22.
WNSL Jahweh jouw God (tot) de volken deze van aanzichten (...) jou een beetje een beetje niet je zult kunnen schoondochters (...) hen vlugge opdat niet (jij) vermeerderde op jou dier van het veld
23.
en (hij) heeft gegeven (...) hen Jahweh jouw God voor jou WEMM MEWME grootheid tot roeie uit! (...) hen
24.
en (hij) heeft gegeven koningen (...) hen bij (de) hand (...) jou en (jij) hebt verloren laten gaan (tot) naam (...) hen onder vandaan de hemel niet (hij) stelde zich op man bij (de) aanzichten (...) jou tot roeie uit! (...) jou (met) hen
25.
PXILI hun God (jullie) verbrandden (...) hen (hij) is verrot niet (zij) begeerde zilver en goud op hen en (jij) hebt genomen aan jou opdat niet TWQS bij hem dat (jij) bent verafschuwd Jahweh jouw God hij
26.
noch (jij) bracht gruwel naar huis (...) jou en (jij) bent geweest boycot zoiets (...) hem verafschuw! (jij) verafschuwde (...) ons en (hij) is verafschuwd TTOBNW dat boycot hij

Hoofdstuk 8

1.
alle het voorschrift die ik van opdracht (...) jou vandaag (jullie) bewaarden (...) hen te doen opdat (jullie) leefden (...) hen en (jullie) zijn veel geweest en (jullie) zijn gekomen en (jullie) hebben veroverd (tot) het land die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jullie
2.
en (jij) hebt je herinnerd (tot) alle de weg die EWLIKK Jahweh jouw God dit veertig jaar bij (de) woestijn opdat ONTK LNXTK te weten (tot) die bij (het) hart (...) jou (is het zo) dat (jij) bewaarde voorschrift (...) hem als niet
3.
en (hij) antwoordde (...) jou en (hij) had honger (...) jou en (hij) at (...) jou (tot) het manna die niet (jij) hebt geweten noch (zij) hebben geweten (...) hen vaders (...) jou opdat (hij) heeft meegedeeld (...) jou dat niet op het brood alleen hij (hij) leefde de mens dat op alle word(t) tevoorschijn gehaald mond van Jahweh (hij) leefde de mens
4.
jurk (...) jou niet BLTE ontvreemd! (...) jou en voet (...) jou niet bij giet uit! (er)naar dit veertig jaar
5.
en (jij) hebt geweten met hart (...) jou dat zoals IIXR man (tot) bij ons Jahweh jouw God MIXRK
6.
en (jij) hebt gehouden (tot) voorschrift van Jahweh jouw God te gaan bij (de) wegen (...) hem en aan vrees (met) hem
7.
dat Jahweh jouw God breng(t) (...) jou naar land goeds land verwerf! water bron van WTEMT uitgaanden BBQOE en bij (de) heuvel
8.
land tarwe en naar poort en wijnstok en vijg en granaatappel land olijf olie en honing
9.
land die niet BMXKNT (jij) at bij haar brood niet (zij) ontbrak alle bij haar land die naar stenen ijzer WMERRIE THßB koper
10.
en (jij) hebt gegeten en zeven en (jij) hebt gezegend (tot) Jahweh jouw God op het land doe goed! (er)naar die (hij) heeft gegeven aan jou
11.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (jij) liet vergeten (tot) Jahweh jouw God opdat niet bewaar! voorschriften (...) hem en rechtsregels (...) hem en grondwetten (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag
12.
opdat niet (jij) at en zeven en huizen ben goed! (...) hen (jij) bouwde en (jij) hebt gewoond
13.
en rundvee (...) jou en kleinvee (...) jou IRBIN en zilver en goud (hij) vermeerderde aan jou en alle die aan jou (hij) vermeerderde
14.
en (hij) is hoog geweest hart (...) jou en (jij) hebt vergeten (tot) Jahweh jouw God (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn (...) jou van land Egypte van huis slaven
15.
EMWLIKK bij (de) woestijn de grote en (de) ontzagwekkende slang engel WOQRB en (zij) hebben dorst gehad (...) hen die (er is) niet water (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn aan jou water belegering de kiezel
16.
de voedsel (...) jou vanuit bij (de) woestijn die niet (zij) hebben geweten (...) hen vaders (...) jou opdat ONTK en opdat (jij) bent gevlucht (...) jou LEIÐBK BAHRITK
17.
en (jij) hebt gesproken bij (het) hart (...) jou zoals levende en bot handen van (hij) heeft gedaan aan mij (tot) de macht deze
18.
en (jij) hebt je herinnerd (tot) Jahweh jouw God dat hij (is het zo) dat (hij) heeft gegeven aan jou kracht te doen macht opdat (hij) heeft gevestigd (tot) verbond (...) hem die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou zoals dag deze
19.
en (hij) is geweest als laat vergeten! (jij) liet vergeten (tot) Jahweh jouw God en (jij) bent gegaan na God anderen en (jullie) hebben gewerkt en (jij) hebt je diep gebogen aan hen (ik) heb getuigd bij jullie vandaag dat (hij) is verloren gegaan (jullie) gingen verloren (...) hen
20.
zoals volken die Jahweh laat verloren gaan van aanzichten (...) jullie zo (jullie) gingen verloren (...) hen voetstap niet (jullie) hoorden toe (...) hen bij (de) klank Jahweh jullie God

Hoofdstuk 9

1.
nieuws Israël (met) haar kant vandaag (tot) de Jordaan te komen te veroveren volken grootheden en kernen (van)uit jou steden (jij) bent gegroeid en (jij) hebt druiven geplukt bij (de) hemel
2.
met grote en (hij) is hoog geweest bouw! reuzen die (met) haar (jij) hebt geweten en (met) haar (jij) hebt toegehoord water van (hij) stelde zich op voor bouw! reus
3.
en (jij) hebt geweten vandaag dat Jahweh jouw God hij breng over! voor jou vuur (zij) heeft gegeten hij (hij) roeide uit (...) hen en hij (hij) onderwierp (...) hen voor jou en (jullie) hebben verdreven en (jullie) hebben verloren laten gaan vlugge zoals woord Jahweh aan jou
4.
naar (jij) sprak bij (het) hart (...) jou BEDP Jahweh jouw God (met) hen weg van aanzichten (...) jou te spreken bij (ik) heb gelijk gehad (hij) heeft gebracht (...) mij Jahweh te veroveren (tot) het land (de) deze en bij (de) zonde van de volken (de) deze Jahweh verdrijf(t) (...) hen van aanzichten (...) jou
5.
niet bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou en (hij) heeft aangekondigd hart (...) jou (met) haar (hij) is gekomen te veroveren (tot) land (...) hen dat bij (de) zonde van de volken (de) deze Jahweh jouw God verdrijf(t) (...) hen van aanzichten (...) jou en opdat (hij) heeft gevestigd (tot) het woord die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jou aan Abraham aan Izak en aan Jakob
6.
en (jij) hebt geweten dat niet bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou (tot) het land het goeds (de) deze te veroveren (er)naar dat met harde nek (met) haar
7.
man naar (jij) liet vergeten (tot) die (is het zo) dat (jij) bent boos geworden (tot) Jahweh jouw God bij (de) woestijn aan manna vandaag die (jij) bent uitgegaan van land Egypte tot (hij) is gekomen (...) jullie tot de plaats deze van Mirjam (jullie) zijn geweest met Jahweh
8.
en bij (het) zwaard (is het zo) dat (jullie) zijn boos geworden (tot) Jahweh WITANP Jahweh bij jullie uit te roeien (met) jullie
9.
vrouw (...) mij naar de heuvel (jij) hebt genomen paneel van de stenen paneel van het verbond die (hij) heeft afgehakt Jahweh met jullie en (ik) woonde bij (de) heuvel veertig dag en veertig nacht brood niet (ik) heb gegeten en water niet (ik) heb gedronken
10.
en (hij) gaf Jahweh naar mij (tot) tweede paneel van de stenen (hand)schrift-en bij (de) vinger God en op hen zoals alle de woorden die woord Jahweh met jullie bij (de) heuvel van midden het vuur bij (de) dag de menigte
11.
en wees van eind veertig dag en veertig nacht (hij) heeft gegeven Jahweh naar mij (tot) tweede panelen [van] de stenen frisse (mv) het verbond
12.
en (hij) sprak Jahweh naar mij sta op! daal! vlugge hiervandaan dat kuil met jou die (jij) bent tevoorschijn gehaald van Egypte (zij) zijn afgeweken vlugge vanuit de weg die (jullie) hebben opdracht gegeven Ezau aan hen van hut
13.
en (hij) sprak Jahweh naar mij te spreken (ik) heb gezien (tot) het volk deze en hier is met harde nek hij
14.
laat los! (van)uit mij en (ik) roeide uit (...) hen en (ik) wiste uit (tot) naam (...) hen onder vandaan de hemel en (ik) werd gedaan jou aan volk word machtig! en meerderheid (van)uit hem
15.
en neus (...) hen en (ik) daalde vanuit de heuvel en de heuvel onwetende (hij) is verrot en tweede paneel van het verbond op schering handen van
16.
en (ik) zag en hier is (jullie) hebben gezondigd aan Jahweh jullie God (jullie) hebben gedaan aan jullie stierkalf van hut (jullie) zijn afgeweken vlugge vanuit de weg die geef opdracht! Jahweh (met) jullie
17.
WATPS bij (de) tweede de panelen [van] en (ik) ging neer (...) hen boven schering handen van en (ik) verbrijzelde (...) hen aan ogen (...) jullie
18.
WATNPL voor Jahweh KRASNE veertig dag en veertig nacht brood niet (ik) heb gegeten en water niet (ik) heb gedronken op alle zondoffer (...) jullie die (jullie) hebben gezondigd te doen juich! bij bestudeer! Jahweh boos te maken (...) hem
19.
dat ICRTI van aanzicht van de neus en de woede die woede Jahweh op jullie uit te roeien (met) jullie en (hij) hoorde toe Jahweh naar mij ook bij (de) keer dat
20.
en met Aäron ETANP Jahweh zeer uit te roeien (...) hem en (ik) bad ook door Aäron bij (de) tijd dat
21.
en (tot) zondoffer (...) jullie die (jullie) hebben gedaan (tot) het stierkalf (ik) heb genomen en (ik) verbrandde (met) hem (hij) is verrot WAKT (met) hem ÐHWN doe goed! tot die dunne aan stof en (ik) ging neer (tot) stof (...) hem naar de wadi (is het zo) dat (hij) is gedaald vanuit de heuvel
22.
WBTBORE en naar bij (de) belasting WBQBRT de begeerte maken zich kwaad (jullie) zijn geweest (tot) Jahweh
23.
en bij (de) wapen Jahweh (met) jullie heilig(t) Barnea te spreken (zij) zijn opgegaan en verovert! (tot) het land die (ik) heb gegeven aan jullie en (jullie) verbitterden (tot) mond van Jahweh jullie God noch (jullie) hebben geloofd als noch (jullie) hebben toegehoord bij (de) klank (...) hem
24.
van Mirjam (jullie) zijn geweest met Jahweh van dag meningen van (met) jullie
25.
WATNPL voor Jahweh (tot) veertig vandaag en (tot) veertig de nacht die ETNPLTI dat woord Jahweh uit te roeien (met) jullie
26.
en (ik) bad naar Jahweh en woord liggers van Jahweh naar (jij) bedierf met jou en (jij) hebt verworven (...) jou die (jij) hebt bevrijd bij (de) grootheid (...) jou die (jij) bent tevoorschijn gehaald van Egypte bij (de) hand (zij) is sterk geworden
27.
man aan slaven (...) jou aan Abraham aan Izak en aan Jakob naar (zij) wendde zich naar word hard! het volk deze en naar slechtheid (...) hem en naar zonde (...) hem
28.
opdat niet (zij) spraken het land die (jij) bent tevoorschijn gehaald (...) ons van daar zonder (jij) hebt gekund Jahweh te brengen (...) hen naar het land die woord aan hen WMSNATW hen (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) hen aan de dood (...) hen bij (de) woestijn
29.
en zij met jou en (jij) hebt verworven (...) jou die (jij) bent tevoorschijn gehaald bij (de) kracht (...) jou de grote en bij (de) nakomelingen (...) jou (de) uitgestrekte

Hoofdstuk 10

1.
bij (de) tijd dat woord Jahweh naar mij (hij) heeft gehouwen aan jou tweede paneel van stenen zoals eersten en blad naar mij naar de heuvel en (jij) hebt gedaan aan jou kist boom
2.
en (ik) werd geschreven op de panelen [van] (tot) de woorden die (zij) zijn geweest op de panelen [van] de eersten die (jij) hebt gebroken en (jullie) hebben geplaatst bij (de) kist
3.
en (ik) maakte kist houten acacia's WAPXL tweede panelen [van] stenen zoals eersten WAOL naar de heuvel en tweede de panelen [van] bij (de) handen van
4.
en (hij) schreef op de panelen [van] zoals brief (de) eerste (tot) tiental de woorden die woord Jahweh naar jullie bij (de) heuvel van midden het vuur bij (de) dag de menigte en (hij) gaf (...) hen Jahweh naar mij
5.
en neus (...) hen en (ik) daalde vanuit de heuvel en (hij) heeft zich schuldig gemaakt (tot) de panelen [van] bij (de) kist die (ik) heb gedaan en (zij) waren daar zoals (hij) heeft opdracht gegeven (...) mij Jahweh
6.
en bouw! Israël (zij) hebben gereisd MBART bouw! IOQN naar zedeles daar dode Aäron en (hij) begroef daar en (hij) sloeg (...) hen Eleazar bij ons in de plaats van hem
7.
van daar (zij) hebben gereisd ECDCDE en vanuit ECDCDE (jij) bent goed geweest (er)naar land verwerf! water
8.
bij (de) tijd dat EBDIL Jahweh (tot) stam (is het zo) dat Levi te dragen (tot) kist verbond Jahweh vast te staan voor Jahweh in te weken (...) hem en te zegenen bij (de) zijn naam tot vandaag deze
9.
op zo niet (hij) is geweest aan Levi deel en erfgoed met broers (...) hem Jahweh hij erfgoed (...) hem zoals woord Jahweh jouw God als
10.
en ik (ik) heb gestaan bij (de) heuvel zoals dagen de eersten veertig dag en veertig nacht en (hij) hoorde toe Jahweh naar mij ook bij (de) keer dat niet (hij) heeft gewenst Jahweh (hij) heeft kapot gemaakt (...) jou
11.
en (hij) sprak Jahweh naar mij sta op! aan jou aan tocht voor het volk en voert in! en (zij) veroverden (tot) het land die (ik) heb gezworen aan vader (...) hen te geven aan hen
12.
en nu Israël wat? Jahweh jouw God (hij) heeft gevraagd van volk (...) jou dat als aan vrees (tot) Jahweh jouw God te gaan in alle wegen (...) hem en aan liefde (met) hem en te bewerken (tot) Jahweh jouw God in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou
13.
te bewaren (tot) voorschrift van Jahweh en (tot) grondwetten (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag aan goede aan jou
14.
èn aan Jahweh jouw God de hemel en naam [van]-en van de hemel het land en alle die bij haar
15.
lege bij (de) vaders (...) jou verlangen Jahweh aan liefde hen en (hij) koos bij (de) nakomelingen (...) hen na hen bij jullie van alle de volkeren zoals dag deze
16.
en (jullie) hebben besneden (tot) voorhuid van hart (...) jullie en nek (...) jullie niet (jullie) werden hard nog (eens)
17.
dat Jahweh jullie God hij mijn God naar God en liggers van de liggers deze de grote de man en (de) ontzagwekkende die niet (hij) droeg aanzicht noch (hij) nam omkoperij
18.
(hij) heeft gedaan rechtsregel wees en weduwe en (hij) heeft liefgehad vreemdeling te geven als brood en jurk
19.
en (jullie) hebben liefgehad (tot) Hagar dat wonen (jullie) zijn geweest bij (het) land Egypte
20.
(tot) Jahweh jouw God (je) zult vrezen (met) hem (zij) werkte en bij hem (zij) plakte en bij (de) zijn naam (jij) was verzadigd
21.
hij lof(lied) (...) jou en hij jouw God die (hij) heeft gedaan (met) jou (tot) (jij) hebt vergroot en (tot) ENWRAT (de) deze die (zij) hebben gezien ogen (...) jou
22.
bij zeventig ziel (zij) zijn gedaald vaders (...) jou naar Egypte en nu naam (...) jou Jahweh jouw God zoals sterren van de hemel aan meerderheid

Hoofdstuk 11

1.
en (jij) hebt liefgehad (tot) Jahweh jouw God en (jij) hebt gehouden bewaring (...) hem en grondwetten (...) hem en rechtsregels (...) hem en voorschriften (...) hem alle de dagen
2.
en (jullie) hebben geweten vandaag dat niet (tot) zonen (...) jullie die niet (zij) hebben geweten en die niet (zij) hebben gezien (tot) zedeles Jahweh jullie God (tot) (zij) zijn gegroeid (tot) (hij) bedankte (is het zo) dat (zij) is sterk geworden en (zij) hebben gezaaid (de) uitgestrekte
3.
en (tot) ATTIW en (tot) daden (...) hem die (hij) heeft gedaan binnen Egypte aan farao koning Egypte en aan alle land (...) hem
4.
en die (hij) heeft gedaan aan macht Egypte aan paarden (...) hem en te rijden (...) hem die EßIP (tot) water van zee riet op aanzichten (...) hen bij (hij) heeft achtervolgd (...) hen na jullie en (hij) ging verloren (...) hen Jahweh tot vandaag deze
5.
en die (hij) heeft gedaan aan jullie bij (de) woestijn tot (hij) is gekomen (...) jullie tot de plaats deze
6.
en die (hij) heeft gedaan aan wet (...) hen en aan Abiram bouw! Eliab zoon Ruben die (zij) heeft geopend het land (tot) naar mond van en (jij) slikte (...) hen en (tot) huizen (...) hen en (tot) tenten (...) hen en (tot) alle (is het zo) dat (hij) wraakte die bij (de) voeten (...) hen te midden van alle Israël
7.
dat ogen (...) jullie ERAT (tot) alle Mozes Jahweh de grote die (hij) heeft gedaan
8.
en (jullie) hebben gehouden (tot) alle het voorschrift die ik van opdracht (...) jou vandaag opdat (jullie) versterkten en (jullie) zijn gekomen en (jullie) hebben veroverd (tot) het land die (met) hen voorbijgaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
9.
en opdat (jullie) verlengden dagen op de aarde die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jullie te geven aan hen en aan nakomelingen (...) hen land (jij) hebt gevloeid melk en honing
10.
dat het land die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar niet zoals land Egypte hij die (jullie) zijn uitgegaan van daar die (jij) zaaide (tot) nakomelingen (...) jou en (jij) hebt te drinken gegeven bij (de) voet (...) jou zoals tuin (de) groene
11.
en het land die (met) hen voorbijgaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar land (hij) heeft opgetild WBQOT aan regen de hemel (jij) dronk water
12.
land die Jahweh jouw God advies (met) haar altijd bestudeer! Jahweh jouw God bij haar MRSIT het jaar en tot einde van jaar
13.
en (hij) is geweest als nieuws (jullie) hoorden toe naar voorschrift (...) mij die ik voorschrift (met) jullie vandaag aan liefde (tot) Jahweh jullie God en te werken (...) hem in alle hart (...) jullie en in alle ziel (...) jullie
14.
en (ik) heb gegeven regen land (...) jullie bij (de) tijd (...) hem vroege regen en late regen en (jij) hebt verzameld graan (...) jou WTIRSK en zuivere olie (...) jou
15.
en (ik) heb gegeven planten bij (de) jouw veld aan vee (...) jou en (jij) hebt gegeten en zeven
16.
(is het zo) dat bewaart! aan jullie opdat niet (zij) is mooi geweest hart (...) jullie en (jullie) zijn afgeweken en (jullie) hebben gewerkt God anderen en (jullie) hebben je diep gebogen aan hen
17.
en (hij) is ontbrand neus Jahweh bij jullie en (hij) heeft vastgehouden (tot) de hemel noch (hij) was regen en de aarde niet te geven (...) hen (tot) (hij) verwelkte (er)naar en (jullie) zijn verloren gegaan (zij) heeft zich gehaast boven het land doe goed! (er)naar die Jahweh (hij) heeft gegeven aan jullie
18.
en (jullie) hebben geplaatst (tot) spreek! deze op hart (...) jullie en op ziel (...) jullie en (jullie) hebben verbonden (met) hen aan letter op hand (...) jullie en (zij) zijn geweest LÐWÐPT tussen ogen (...) jullie
19.
en (jullie) hebben gestudeerd (met) hen (tot) zonen (...) jullie te spreken in hen bij (de) sabbat (...) jou bij (het) huis (...) jou WBLKTK bij (de) weg WBSKBK WBQWMK
20.
en (jullie) hebben geschreven op deurposten huis (...) jou en bij (de) poorten (...) jou
21.
opdat (zij) vermeerderden dagen (...) jullie en dagen van zonen (...) jullie op de aarde die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jullie te geven aan hen zoals dagen van de hemel op het land
22.
dat als bewaar! (jullie) bewaarden (...) hen (tot) alle het voorschrift (de) deze die ik voorschrift (met) jullie te maken (er)naar aan liefde (tot) Jahweh jullie God te gaan in alle wegen (...) hem WLDBQE bij hem
23.
en (hij) heeft verdreven Jahweh (tot) alle de volken (de) deze weg van aanzichten (...) jullie en (jullie) hebben veroverd volken grootheden en kernen (van)uit jullie
24.
alle de plaats die (zij) woonde (...) jou lepel voet (...) jullie bij hem aan jullie (hij) was vanuit de woestijn en de Libanon vanuit de rivier rivier koe van en tot de zee (de) laatste (hij) was grens (...) jullie
25.
niet (hij) stelde zich op man bij (de) aanzichten (...) jullie angst (...) jullie en vrees (...) jullie (hij) gaf Jahweh jullie God op aanzicht van alle het land die TDRKW bij haar zoals woord aan jullie
26.
(hij) heeft gezien ik (hij) heeft gegeven voor jullie vandaag gelukwens en vervloeking
27.
(tot) de gelukwens die (jullie) hoorden toe naar voorschrift van Jahweh jullie God die ik voorschrift (met) jullie vandaag
28.
en de vervloeking als niet (jullie) hoorden toe naar voorschrift van Jahweh jullie God en (jullie) zijn afgeweken vanuit de weg die ik voorschrift (met) jullie vandaag te gaan na God anderen die niet (jullie) hebben geweten
29.
en (hij) is geweest dat (hij) bracht (...) jou Jahweh jouw God naar het land die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar en zet (tot) de gelukwens op heuvel CRZIM en (tot) de vervloeking op heuvel Ebal
30.
toch? deze (mv) bij (de) kant de Jordaan na weg om te komen de zon bij (het) land (de) Kanaänitische de inwoner bij (de) wildernis tegenover de Gilgal naast eiken van bittere
31.
dat (met) hen voorbijgaan (tot) de Jordaan te komen te veroveren (tot) het land die Jahweh jullie God (hij) heeft gegeven aan jullie en (jullie) hebben veroverd (met) haar en (jullie) hebben gewoond bij haar
32.
en (jullie) hebben gehouden te doen (tot) alle de wetten en (tot) de rechtsregels die ik (hij) heeft gegeven voor jullie vandaag

Hoofdstuk 12

1.
deze de wetten en de rechtsregels die (jullie) bewaarden (...) hen te doen bij (het) land die (hij) heeft gegeven Jahweh mijn God vaders (...) jou aan jou te veroveren (er)naar alle de dagen die (met) hen leven op de aarde
2.
(hij) is verloren gegaan (jullie) gingen verloren (...) hen (tot) alle de plaatsen die (zij) hebben gewerkt daar de volken die (met) hen IRSIM (met) hen (tot) hun God op naar de heuvels (is het zo) dat zijn hoog en op de heuvels en in de plaats van alle boom frisse
3.
en (jullie) hebben gesloopt (tot) altaren (...) hen en (jullie) hebben gebroken (tot) monument-en (...) hen WASRIEM (jullie) verbrandden (...) hen (hij) is verrot WPXILI hun God TCDOWN en (jullie) zijn verloren gegaan (tot) naam (...) hen vanuit de plaats dat
4.
niet (jullie) maakten (...) hen zo aan Jahweh jullie God
5.
dat als naar de plaats die (hij) koos Jahweh jullie God van alle stammen (...) jullie te plaatsen (tot) zijn naam daar te behuizen (...) hem (jullie) legden uit en (jij) bent gekomen daarnaar (-s)
6.
en (jullie) hebben gebracht daarnaar (-s) OLTIKM en slachtingen (...) jullie en (tot) MOSRTIKM en (tot) bijdrage van hand (...) jullie en geloften (...) jullie en (ik) heb geschonken (...) jullie en (jij) hebt voorgetrokken rundvee (...) jullie en kleinvee (...) jullie
7.
en (jullie) hebben gegeten daar voor Jahweh jullie God en (jullie) zijn blij geweest in alle zend(t) weg hand (...) jullie (met) hen en huizen (...) jullie die zegen! (...) jou Jahweh jouw God
8.
niet (jullie) maakten (...) hen zoals alle die wij maak! (...) hen mond vandaag man alle rechtuit bij (de) ogen (...) hem
9.
dat niet (jullie) zijn gekomen tot nu naar (is het zo) dat om te rusten (er)naar en naar het erfgoed die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
10.
en (jullie) zijn voorbijgegaan (tot) de Jordaan en (jullie) hebben gewoond bij (het) land die Jahweh jullie God MNHIL (met) jullie en (hij) heeft rust gegeven aan jullie van alle vijanden (...) jullie van rondom en (jullie) hebben gewoond veiligheid
11.
en (hij) is geweest de plaats die (hij) koos Jahweh jullie God bij hem te behuizen zijn naam daar daarnaar (-s) (jullie) brachten (tot) alle die ik voorschrift (met) jullie OWLTIKM en slachtingen (...) jullie MOSRTIKM WTRMT hand (...) jullie en alle keuze geloften (...) jullie die (jullie) legden gelofte af aan Jahweh
12.
en (jullie) zijn blij geweest voor Jahweh jullie God (met) hen en zonen (...) jullie en dochters (...) jullie en slaven (...) jullie WAMETIKM en de Levi die bij (de) poorten (...) jullie dat (er is) niet als deel en erfgoed (met) jullie
13.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (jij) verhief OLTIK in alle plaats die (jij) liet zien
14.
dat als bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh bij één stammen (...) jou daar (jij) verhief OLTIK en naam [van] (jij) deed alle die ik van opdracht (...) jou
15.
lege in alle letter ziel (...) jou (zij) slachtte en (jij) hebt gegeten vlees als (jij) hebt gezegend Jahweh jouw God die (hij) heeft gegeven aan jou in alle poorten (...) jou (de) onreine en (de) zuivere (hij) at (...) ons zoals pracht WKAIL
16.
lege het bloed niet (jullie) aten op het land (zij) stortte (...) ons staan op
17.
niet je zult kunnen aan eten bij (de) poorten (...) jou tiende graan (...) jou WTIRSK en zuivere olie (...) jou en (jij) hebt voorgetrokken rundvee (...) jou en kleinvee (...) jou en alle geloften (...) jou die (zij) woonde en (ik) heb geschonken (...) jou en bijdrage van hand (...) jou
18.
dat als voor Jahweh jouw God (jij) at (...) ons bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh jouw God bij hem (met) haar en zoon (...) jou en dochter (...) jou en slaaf (...) jou en waarheid (...) jou en de Levi die bij (de) poorten (...) jou en (jij) bent blij geweest voor Jahweh jouw God in alle zend(t) weg hand (...) jou
19.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (jij) verliet (tot) (is het zo) dat Levi alle dagen (...) jou op aarde (...) jou
20.
dat IRHIB Jahweh jouw God (tot) grens (...) jou zoals woord aan jou en (jij) hebt gesproken (zij) heeft gegeten vlees dat begeerte ziel (...) jou aan eten vlees in alle letter ziel (...) jou (jij) at vlees
21.
dat (hij) was ver (van)uit jou de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God te plaatsen zijn naam daar en (jij) hebt geslacht bezoek(t) (...) jou en van kleinvee (...) jou die (hij) heeft gegeven Jahweh aan jou zoals (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou en (jij) hebt gegeten bij (de) poorten (...) jou in alle letter ziel (...) jou
22.
maar zoals (hij) at (tot) de pracht en (tot) de ram zo (jij) at (...) ons (de) onreine en (de) zuivere samen (hij) at (...) ons
23.
lege kracht opdat niet eten het bloed dat het bloed hij de ziel noch (jij) at de ziel met het vlees
24.
niet (jij) at (...) ons op het land (zij) stortte (...) ons staan op
25.
niet (jij) at (...) ons opdat (hij) was goed aan jou en aan zonen (...) jou na jou dat (jij) deed rechtuit bij bestudeer! Jahweh
26.
lege heiligheden (...) jou die (zij) waren aan jou en geloften (...) jou (jij) droeg en (jij) bent gekomen naar de plaats die (hij) koos Jahweh
27.
en (jij) hebt gedaan OLTIK het vlees en het bloed op altaar Jahweh jouw God en bloed slachtingen (...) jou (hij) stortte op altaar Jahweh jouw God en het vlees (jij) at
28.
bewaar! en (jij) hebt toegehoord (tot) alle de woorden (de) deze die ik van opdracht (...) jou opdat (hij) was goed aan jou en aan zonen (...) jou na jou tot eeuwigheid dat (jij) deed (de) goede en rechtuit bij bestudeer! Jahweh jouw God
29.
dat (hij) vernietigde Jahweh jouw God (tot) de volken die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren hen van aanzichten (...) jou en (jij) hebt veroverd (met) hen en (jij) hebt gewoond bij (het) land (...) hen
30.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet TNQS na hen na roeie uit! (...) hen van aanzichten (...) jou en opdat niet TDRS aan hun God te spreken hoe? (zij) werkten de volken (de) deze (tot) hun God en (ik) werd gedaan zo ook ik
31.
niet (jij) deed zo aan Jahweh jouw God dat alle (jij) bent verafschuwd Jahweh die (hij) heeft gehaat Ezau aan hun God dat ook (tot) zonen (...) hen en (tot) BNTIEM (zij) verbrandden (hij) is verrot aan hun God

Hoofdstuk 13

1.
(tot) alle het woord die ik voorschrift (met) jullie (met) hem (jullie) bewaarden te doen niet (jij) voegde toe op hem noch (jij) verminderde (van)uit hem
2.
dat (hij) wraakte bij (het) binnenste (...) jou profeet of (hij) heeft gedroomd droom en (hij) heeft gegeven naar jou letter of wonderteken
3.
en (hij) is gekomen de letter en de wonderteken die woord naar jou te spreken (wij) gingen (er)naar na God anderen die niet (jullie) hebben geweten en (wij) bewerkten (...) hen
4.
niet (jij) hoorde toe naar spreek! de profeet dat of naar droom(t) de droom dat dat beproef(t) Jahweh jullie God (met) jullie te weten (is het zo) dat jullie zijn er heb lief! (...) hen (tot) Jahweh jullie God in alle hart (...) jullie en in alle ziel (...) jullie
5.
na Jahweh jullie God (jullie) gingen en (met) hem (jullie) vreesden en (tot) voorschriften (...) hem (jullie) bewaarden en bij (de) klank (...) hem (jullie) hoorden toe en (met) hem (jullie) werkten en bij hem (jullie) plakten (...) hen
6.
en de profeet dat of (hij) heeft gedroomd de droom dat (hij) zal worden laten sterven dat woord (zij) is afgeweken op Jahweh jullie God (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn (met) jullie van land Egypte WEPDK van huis slaven LEDIHK vanuit de weg die opdracht (...) jou Jahweh jouw God te gaan bij haar en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
7.
dat IXITK broers (...) jou zoon moeder (...) jou of zoon (...) jou of bij (zij) sloeg of vuur van boezem (...) jou of kwaad (...) jou die zoals ziel (...) jou bij (het) geheim te spreken (wij) gingen (er)naar en (wij) bewerkten (er)naar God anderen die niet (jij) hebt geweten (met) haar en vaders (...) jou
8.
van mijn God de volkeren die omgevingen (...) jullie de binnensten naar jou of de afstanden (van)uit jou van einde het land en tot einde het land
9.
niet (jij) wenste als noch (jij) hoorde toe naar hem noch (jij) had medelijden oog (...) jou op hem noch (zij) had medelijden noch (jij) bedekte op hem
10.
dat (hij) heeft gedood (zij) doodde (...) ons hand (...) jou (jij) was bij hem in het eerste te doden (...) hem en hand alle het volk bij (de) laatste
11.
WXQLTW bij (de) stenen en dode dat zoek! LEDIHK boven Jahweh jouw God (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn (...) jou van land Egypte van huis slaven
12.
en alle Israël (zij) hoorden toe en (zij) lieten zien (...) hen noch (zij) lieten toevoegen te doen zoals woord juich! deze bij (het) binnenste (...) jou
13.
dat (jij) hoorde toe bij één steden (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou te wonen daar te spreken
14.
voert uit! mensen bouw! slechtheid nastaande (...) jou WIDIHW (tot) inwoners van stad (...) hen te spreken (wij) gingen (er)naar en (wij) bewerkten (er)naar God anderen die niet (jullie) hebben geweten
15.
en (jij) hebt uitgelegd en (jij) hebt onderzocht en (jij) hebt gevraagd doe goed! en hier is waarheid juiste het woord (zij) is gedaan de gruwel (de) deze bij (het) binnenste (...) jou
16.
(hij) heeft geslagen (jij) sloeg (tot) inwoners van (hij) heeft opgemerkt dat aan mond van zwaard de boycot (met) haar en (tot) alle die bij haar en (tot) bij (zij) heeft geruist aan mond van zwaard
17.
en (tot) alle (zij) heeft ontnomen (jij) verzamelde naar midden plein en (jij) hebt verbrand (hij) is verrot (tot) (hij) heeft opgemerkt en (tot) alle (zij) heeft ontnomen zoals nacht aan Jahweh jouw God en (zij) is geweest TL eeuwigheid niet (jij) bouwde nog (eens)
18.
noch (hij) plakte bij (de) hand (...) jou iets vanuit de boycot opdat (hij) blies Jahweh van woede neus (...) hem en (hij) heeft gegeven aan jou medelijden en baarmoeder (...) jou en de meerderheid (...) jou zoals (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou
19.
dat (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren (tot) alle voorschriften (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag te doen rechtuit bij bestudeer! Jahweh jouw God

Hoofdstuk 14

1.
zonen (met) hen aan Jahweh jullie God niet TTCDDW noch (jullie) plaatsten naar ijs tussen ogen (...) jullie aan dode
2.
dat met heilige (met) haar aan Jahweh jouw God en bij jou (hij) heeft gekozen Jahweh te zijn als aan volk trots van alle de volkeren die op aanzicht van de aarde
3.
niet (jij) at alle gruwel
4.
deze de vee die (jullie) aten os lammetje als keren terug en lammetje geiten
5.
ram en pracht WIHMWR WAQW en (hij) heeft bemest en (zij) begeerde en lied
6.
en alle vee MPRXT (zij) heeft uitgespreid WSXOT SXO schering PRXWT (jij) hebt ontvreemd (zij) heeft gewoond bij (de) vee (met) haar (jullie) aten
7.
maar (tot) dit niet (jullie) aten MMOLI (is het zo) dat (zij) heeft gewoond WMMPRIXI (is het zo) dat (zij) heeft uitgespreid ESXWOE (tot) de kameel en (tot) EARNBT en (tot) de klipdas dat hoogte (zij) heeft gewoond deze (mv) en (zij) heeft uitgespreid niet EPRIXW onreine (mv) zij aan jullie
8.
en (tot) (hij) heeft teruggegeven dat MPRIX (zij) heeft uitgespreid hij noch (zij) heeft gewoond onreine hij aan jullie kondig(t) aan (...) hen niet (jullie) aten en bij (de) kadavers (...) hen niet (jullie) deedden moeite
9.
(tot) dit (jullie) aten van alle die bij (het) water alle die als vin en schub (jullie) aten
10.
en alle die (er is) niet als vin en schub niet (jullie) aten onreine hij aan jullie
11.
alle Zippor (zij) heeft gezuiverd (jullie) aten
12.
en dit die niet (jullie) aten (van)uit hen de gier en de Perzië WEOZNIE
13.
en (hij) heeft laten zien en (tot) (is het zo) dat waar? WEDIE aan variatie
14.
en (tot) alle aangename aan soort (...) hem
15.
en (tot) dochter (is het zo) dat (hij) antwoordde en (tot) (is het zo) dat (zij) beroofde en (tot) ESHP en (tot) ENß aan variatie (...) hem
16.
(tot) de beker en (tot) EINSWP WETNSMT
17.
WEQAT en (tot) (is het zo) dat (zij) heeft medelijden gehad en (tot) werp af!
18.
en naar de getrouwe WEANPE aan variatie WEDWKIPT WEOÐLP
19.
en alle (hij) heeft gekrioeld de vogel onreine hij aan jullie niet (zij) aten
20.
alle vogel zuivere (jullie) aten
21.
niet (jullie) aten alle kadaver aan vreemdeling die bij (de) poorten (...) jou TTNNE en (zij) heeft gegeten of verkoop aan vreemdeling dat met heilige (met) haar aan Jahweh jouw God niet TBSL bokje bij (de) melk moeder (...) hem
22.
rijkdom (zij) nam een tiende (tot) alle opbrengst van nakomelingen (...) jou de uitgaande het veld jaar jaar
23.
en (jij) hebt gegeten voor Jahweh jouw God bij (de) plaats die (hij) koos te behuizen zijn naam daar tiende graan (...) jou TIRSK en zuivere olie (...) jou en (jij) hebt voorgetrokken rundvee (...) jou en kleinvee (...) jou opdat (jij) onderwees aan vrees (tot) Jahweh jouw God alle de dagen
24.
en dat (hij) vermeerderde (van)uit jou de weg dat niet je zult kunnen te dragen (...) hem dat (hij) was ver (van)uit jou de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God te plaatsen zijn naam daar dat (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God
25.
en zet bij (het) zilver en ellende van het zilver bij (de) hand (...) jou en (jij) bent gegaan naar de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God bij hem
26.
en zet het zilver in alle die begeerte ziel (...) jou bij (het) rundvee en bij (het) kleinvee en bij (de) wijn en bij (de) beloning en in alle die (jij) vroeg (...) jou ziel (...) jou en (jij) hebt gegeten daar voor Jahweh jouw God en (jij) bent blij geweest (met) haar en huis (...) jou
27.
en de Levi die bij (de) poorten (...) jou niet (jij) verliet (...) ons dat (er is) niet als deel en erfgoed met jou
28.
van einde drie twee (jij) haalde tevoorschijn (tot) alle tiende opbrengst (...) jou in het jaar dat en (jij) hebt rust gegeven bij (de) poorten (...) jou
29.
en (hij) is gekomen (is het zo) dat Levi dat (er is) niet als deel en erfgoed met jou en Hagar en de wees en de weduwe die bij (de) poorten (...) jou en (zij) hebben gegeten en (zij) zijn verzadigd geweest opdat (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God in alle Mozes hand (...) jou die (jij) deed

Hoofdstuk 15

1.
van eind zeven twee (jij) deed dat buig(t) om
2.
en dit woord ESMÐE dat wankel! alle echtgenoot Mozes (hij) bedankte die er is (er)naar bij (de) zijn vriend niet (hij) is genaderd (tot) zijn vriend en (tot) broers (...) hem dat (hij) heeft genoemd dat buig(t) om aan Jahweh
3.
(tot) de vreemdeling (jij) naderde en die (hij) was aan jou (tot) broers (...) jou TSMÐ hand (...) jou
4.
niets dat niet (hij) was bij jou arme dat zegen! (hij) zegende (...) jou Jahweh bij (het) land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed te veroveren (er)naar
5.
lege als hoor toe! (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren te doen (tot) alle het voorschrift (de) deze die ik van opdracht (...) jou vandaag
6.
dat Jahweh jouw God zegen! (...) jou zoals woord aan jou WEOBÐT volken twisten en (met) haar niet TOBÐ en (jij) hebt geheerst bij (de) volken twisten en bij jou niet (zij) heersten
7.
dat (hij) was bij jou arme van eerste broers (...) jou bij één poorten (...) jou bij (het) land (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou niet (jij) was sterk (tot) hart (...) jou noch TQPß (tot) hand (...) jou van broers (...) jou (de) arme
8.
dat opening (jij) deed open (tot) hand (...) jou als WEOBÐ TOBIÐNW welke om te ontbreken (...) hem die (hij) ontbrak als
9.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (hij) was woord met hart (...) jou slechtheid te spreken (zij) heeft nader gebracht jaar van de zeven jaar van ESMÐE en herder oog (...) jou bij (de) broers (...) jou (de) arme noch te geven (...) hen als en (hij) heeft genoemd op jou naar Jahweh en (hij) is geweest bij jou zondaar
10.
geschonken te geven (...) hen als noch (hij) achtervolgde hart (...) jou dochter (...) jou als dat wegens het woord deze (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God in alle daad (...) jou en in alle zend(t) weg hand (...) jou
11.
dat niet (hij) hield op arme nastaande het land op zo ik van opdracht (...) jou te spreken opening (jij) deed open (tot) hand (...) jou aan broers (...) jou aan armoede (...) jou WLABINK bij (het) land (...) jou
12.
dat (hij) verkocht aan jou broers (...) jou de Hebreeër of naar de Hebreeër en slaaf (...) jou zes twee en in het jaar ESBIOT (jij) zond weg (...) ons vrije van volk (...) jou
13.
en dat (jij) zond weg (...) ons vrije van volk (...) jou niet (jij) zond weg (...) ons leegte (...) hen
14.
EONIQ TONIQ als van kleinvee (...) jou WMCRNK WMIQBK die zegen! (...) jou Jahweh jouw God te geven (...) hen als
15.
en (jij) hebt je herinnerd dat slaaf (jij) bent geweest bij (het) land Egypte en (hij) bevrijdde (...) jou Jahweh jouw God op zo ik van opdracht (...) jou (tot) het woord deze vandaag
16.
en (hij) is geweest dat (hij) sprak naar jou niet (ik) ging uit van volk (...) jou dat (hij) heeft liefgehad (...) jou en (tot) huis (...) jou dat goede als met jou
17.
en (jij) hebt genomen (tot) EMRßO en zet bij (de) oor (...) hem en (jij) bent gescheiden en (hij) is geweest aan jou slaaf eeuwigheid en neus aan waarheid (...) jou (jij) deed zo
18.
niet (hij) werd hard bij (de) oog (...) jou bij (de) wapen (...) jou (met) hem vrije van volk (...) jou dat van jaar beloning loonarbeider slaaf (...) jou zes twee en zegen! (...) jou Jahweh jouw God in alle die (jij) deed
19.
alle de eerstgeborene die baar(t) bij (het) rundvee (...) jou en bij (het) kleinvee (...) jou de man (jij) wijdde aan Jahweh jouw God niet (zij) werkte bij trek voor! os (...) jou noch TCZ eerstgeborene kleinvee (...) jou
20.
voor Jahweh jouw God (jij) at (...) ons jaar in het jaar bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh (met) haar en huis (...) jou
21.
en dat (hij) was bij hem gebrek Pesach of huid alle gebrek kwaad niet (zij) slachtte (...) ons aan Jahweh jouw God
22.
bij (de) poorten (...) jou (jij) at (...) ons (de) onreine en (de) zuivere samen zoals pracht WKAIL
23.
lege (tot) (zij) hebben geleken niet (jij) at op het land (zij) stortte (...) ons staan op

Hoofdstuk 16

1.
houd! (tot) maand de lente en (jij) hebt gedaan Pesach aan Jahweh jouw God dat bij (de) maand de lente (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) jou Jahweh jouw God van Egypte nacht
2.
en (jij) hebt geslacht Pesach aan Jahweh jouw God kleinvee en rundvee bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh te behuizen zijn naam daar
3.
niet (jij) at op hem zuurdesem zeven dagen (jij) at op hem voorschrift van brood arme dat BHPZWN (jij) bent uitgegaan van land Egypte opdat (zij) herinnerde zich (tot) dag uit te gaan (...) jou van land Egypte alle dagen van leven (...) jou
4.
noch vrees aan jou rest in alle grens (...) jou zeven dagen noch (hij) liet overnachten vanuit het vlees die (zij) slachtte bij (de) aangename bij (de) dag (de) eerste te bezoeken
5.
niet je zult kunnen aan slachting (tot) het Pesach bij één poorten (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
6.
dat als naar de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God te behuizen zijn naam daar (zij) slachtte (tot) het Pesach bij (de) aangename zoals komst de zon ontmoeting uit te gaan (...) jou van Egypte
7.
WBSLT en (jij) hebt gegeten bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh jouw God bij hem en (jij) hebt je gewend bij (het) rundvee en (jij) bent gegaan aan tenten (...) jou
8.
zes dagen (jij) at voorschrift van en bij (de) dag (de) zevende (jij) hebt vastgehouden aan Jahweh jouw God niet (jij) deed handwerk
9.
zeven zeven (jij) vertelde aan jou om te te beginnen HRMS bij (zij) is opgestaan (jij) begon te te vertellen zeven weken
10.
en (jij) hebt gedaan feest weken aan Jahweh jouw God MXT (jij) hebt geschonken hand (...) jou die te geven (...) hen zoals (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God
11.
en (jij) bent blij geweest voor Jahweh jouw God (met) haar en zoon (...) jou en dochter (...) jou en slaaf (...) jou en waarheid (...) jou en de Levi die bij (de) poorten (...) jou en Hagar en de wees en de weduwe die bij (het) binnenste (...) jou bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh jouw God te behuizen zijn naam daar
12.
en (jij) hebt je herinnerd dat slaaf (jij) bent geweest bij Egypte en (jij) hebt gehouden en (jij) hebt gedaan (tot) de wetten (de) deze
13.
feest de hut van (jij) deed aan jou zeven dagen bij (hij) heeft verzameld (...) jou MCRNK WMIQBK
14.
en (jij) bent blij geweest bij (het) feest (...) jou (met) haar en zoon (...) jou en dochter (...) jou en slaaf (...) jou en waarheid (...) jou en de Levi en Hagar en de wees en de weduwe die bij (de) poorten (...) jou
15.
zeven dagen (zij) trok een cirkel aan Jahweh jouw God bij (de) plaats die (hij) koos Jahweh dat (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God in alle opbrengst (...) jou en in alle Mozes handen (...) jou en (jij) bent geweest maar maak blij!
16.
drie twee keer in het jaar vrees alle herinner je! (...) jou (tot) aanzicht van Jahweh jouw God bij (de) plaats die (hij) koos bij (het) feest het voorschrift van en bij (het) feest de weken en bij (het) feest de hutten noch vrees (tot) aanzicht van Jahweh leegte (...) hen
17.
man als (jij) hebt verzacht (hij) bedankte als (jij) hebt gezegend Jahweh jouw God die (hij) heeft gegeven aan jou
18.
rechters en politie te geven (...) hen aan jou in alle poorten (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou aan stammen (...) jou en (zij) hebben berecht (tot) het volk rechtsregel rechtvaardigheid
19.
niet (jij) boog om rechtsregel niet (jij) herkende aanzicht noch (jij) nam omkoperij dat de omkoperij (hij) schudde uit bestudeer! wijze (mv) WIXLP spreek! rechtvaardige (...) hen
20.
rechtvaardigheid rechtvaardigheid (zij) achtervolgden opdat (jij) leefde en (jij) hebt veroverd (tot) het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
21.
niet TÐO aan jou (ik) weekte in alle boom naast altaar Jahweh jouw God die (jij) deed aan jou
22.
noch (jij) vestigde aan jou monument die (hij) heeft gehaat Jahweh jouw God

Hoofdstuk 17

1.
niet (zij) slachtte aan Jahweh jouw God os en lammetje die (hij) was bij hem gebrek alle woord kwaad dat (jij) bent verafschuwd Jahweh jouw God hij
2.
dat (hij) vond bij (het) binnenste (...) jou bij één poorten (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou man of vrouw die (zij) heeft gemaakt (tot) juich! bij bestudeer! Jahweh jouw God door te trekken verbond (...) hem
3.
en (hij) ging en (hij) werkte God anderen en (hij) boog zich diep aan hen en aan zon of aan maan of aan alle leger de hemel die niet (ik) heb opdracht gegeven
4.
en vertel! aan jou en (jij) hebt toegehoord en (jij) hebt uitgelegd doe goed! en hier is waarheid juiste het woord (zij) is gedaan de gruwel (de) deze bij Israël
5.
en (jij) bent tevoorschijn gehaald (tot) de man dat of (tot) de vrouw dat die Ezau (tot) het woord juich! deze naar poorten (...) jou (tot) de man of (tot) de vrouw WXQLTM bij (de) stenen en (zij) zijn gestorven
6.
op mond van twee getuigen of drie getuigen (hij) zal worden laten sterven dood! niet (hij) zal worden laten sterven op mond van tot één
7.
hand de getuigen (jij) was bij hem in het eerste te doden (...) hem en hand alle het volk bij (de) laatste en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
8.
dat (hij) was wonderlijk (van)uit jou woord aan rechtsregel tussen bloed aan bloed tussen gerecht te berechten en tussen plaag aan plaag spreek! RIBT bij (de) poorten (...) jou en (jij) bent opgestaan en (jij) bent opgegaan naar de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God bij hem
9.
en (jij) bent gekomen naar de priesters de Levieten en naar de rechter die (hij) was bij (de) dagen die en (jij) hebt uitgelegd en (zij) hebben verteld aan jou (tot) woord de rechtsregel
10.
en (jij) hebt gedaan op mond van het woord die (zij) vertelden aan jou vanuit de plaats dat die (hij) koos Jahweh en (jij) hebt gehouden te doen zoals alle die IWRWK
11.
op mond van het Wetboek die IWRWK en op de rechtsregel die (zij) spraken aan jou (jij) deed niet (jij) verblindde vanuit het woord die (zij) vertelden aan jou rechterhand WSMAL
12.
en de man die (zij) heeft gemaakt bij (de) trots opdat niet nieuws naar de priester stel op! te dienen daar (tot) Jahweh jouw God of naar de rechter en dode de man dat en (jij) hebt uitgeroeid juich! van Israël
13.
en alle het volk (zij) hoorden toe en (zij) lieten zien noch IZIDWN nog (eens)
14.
dat (zij) kwam naar het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou en (jij) hebt veroverd (er)naar en (jij) hebt gewoond (er)naar bij haar en (jij) hebt gesproken (ik) plaatste (er)naar op mij koning zoals alle de volken die omgeving (...) mij
15.
SWM (jij) plaatste op jou koning die (hij) koos Jahweh jouw God bij hem nastaande broers (...) jou (jij) plaatste op jou koning niet je zult kunnen te geven op jou man vreemdeling die niet broers (...) jou hij
16.
lege niet (hij) vermeerderde als paarden noch (hij) gaf terug (tot) het volk naar Egypte opdat (is het zo) dat twisten paard en Jahweh woord aan jullie niet (jullie) voegden toe (...) hen terug te keren bij (de) weg deze nog (eens)
17.
noch (hij) vermeerderde als worden verlaten noch (hij) verblindde hart (...) hem en zilver en goud niet (hij) vermeerderde als zeer
18.
en (hij) is geweest als (zij) hebben gerust op stoel rijk (...) hem en (hand)schrift als (tot) van jaar het Wetboek (de) deze op boek weg van aanzicht van de priesters de Levieten
19.
en (zij) is geweest met hem en (hij) heeft genoemd bij hem alle dagen van leef! (...) hem opdat (hij) onderwees aan vrees (tot) Jahweh zijn God te bewaren (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze en (tot) de wetten (de) deze te maken (...) hen
20.
opdat niet hoogte hart (...) hem van broers (...) hem en opdat niet verblind! vanuit het voorschrift rechterhand en linkerhand opdat (hij) verlengde dagen op rijk (...) hem hij en zonen (...) hem te midden van Israël

Hoofdstuk 18

1.
niet (hij) was aan priesters de Levieten alle stam Levi deel en erfgoed met Israël vuur (...) mij Jahweh en erfgoed (...) hem (zij) aten (...) hen
2.
en erfgoed niet (hij) was als te midden van broers (...) hem Jahweh hij erfgoed (...) hem zoals woord als
3.
en dit (hij) was rechtsregel de priesters honderd het volk honderd slacht! de slachting als os als lammetje en (hij) heeft gegeven aan priester de nakomelingen en de wangen WEQBE
4.
begin graan (...) jou TIRSK en zuivere olie (...) jou en begin CZ kleinvee (...) jou te geven (...) hen als
5.
dat bij hem (hij) heeft gekozen Jahweh jouw God van alle stammen (...) jou vast te staan te dienen bij (de) naam Jahweh hij en zonen (...) hem alle de dagen
6.
en dat (hij) kwam (is het zo) dat Levi van eerste poorten (...) jou van alle Israël die hij vreemdeling daar en (hij) is gekomen in alle letter ziel (...) hem naar de plaats die (hij) koos Jahweh
7.
en dienst bij (de) naam Jahweh zijn God zoals alle broers (...) hem de Levieten de staanders daar voor Jahweh
8.
deel zoals deel (zij) aten alleen van bekenden (...) hem op de vaders
9.
dat (met) haar (hij) is gekomen naar het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou niet (jij) onderwees te doen als (jij) bent verafschuwd de volken die
10.
niet (hij) vond bij jou breng(t) over bij ons en dochter (...) hem (hij) is verrot tovenarij tovenarijen van misdaad (...) hen en vermoed(t) WMKSP
11.
en verbond verbond en (hij) heeft gevraagd oproeping van geesten en wetenschappers van en advies naar (is het zo) dat sterven
12.
dat (jij) bent verafschuwd Jahweh alle (hij) heeft gedaan deze en wegens (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd (de) deze Jahweh jouw God verdrijf(t) hen van aanzichten (...) jou
13.
volledige (jij) was met Jahweh jouw God
14.
dat de volken (de) deze die (met) haar verover(t) hen naar van wolken en naar tovenarijen (zij) hoorden toe en (met) haar niet zo (hij) heeft gegeven aan jou Jahweh jouw God
15.
profeet nastaande (...) jou van broers (...) jou zoals ik (hij) vestigde aan jou Jahweh jouw God naar hem (jullie) hoorden toe (...) hen
16.
zoals alle die (jij) hebt gevraagd bij vandaan Jahweh jouw God bij (het) zwaard bij (de) dag de menigte te spreken niet Asaf aan nieuws (tot) klank Jahweh mijn God en (tot) het vuur de grootheid (de) deze niet (ik) liet zien nog (eens) noch (ik) stierf
17.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (zij) hebben goed gedaan die spreekt!
18.
profeet (ik) vestigde aan hen nastaande broers (...) hen zoals jij en (ik) heb gegeven spreek! bij (de) monden (...) hem en woord naar hen (tot) alle die AßWNW
19.
en (hij) is geweest de man die niet (hij) hoorde toe naar spreek! die (hij) sprak bij (de) namen van ik (ik) werd verzocht van volk (...) hem
20.
maar de profeet die IZID te spreken woord bij (de) namen van (tot) die niet (ik) heb opdracht gegeven (...) hem te spreken en die (hij) sprak bij (de) naam God anderen en dode de profeet dat
21.
en dat (jij) sprak bij (het) hart (...) jou hoe? (wij) wisten (tot) het woord die niet spreekt! Jahweh
22.
die (hij) sprak de profeet bij (de) naam Jahweh noch (hij) was het woord noch (hij) kwam hij het woord die niet spreekt! Jahweh bij (de) trots spreekt! de profeet niet (jij) woonde (van)uit hem

Hoofdstuk 19

1.
dat (hij) vernietigde Jahweh jouw God (tot) de volken die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou (tot) land (...) hen en (jullie) hebben veroverd en (jij) hebt gewoond bij (de) steden (...) hen en bij (de) huizen (...) hen
2.
drie steden TBDIL aan jou binnen land (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou te veroveren (er)naar
3.
(jij) bereidde voor aan jou de weg en drie van (tot) grens land (...) jou die INHILK Jahweh jouw God en (hij) is geweest te vluchten daarnaar (-s) alle moord
4.
en dit woord de moord die (hij) vluchtte daarnaar (-s) en levende die (hij) sloeg (tot) zijn vriend bij (de) echtgenoten van kennis en hij niet (hij) heeft gehaat als MTML eergisteren
5.
en die (hij) kwam (tot) zijn vriend (hij) heeft uitgeroeid LHÐB bomen en verstotene (hij) bedankte BCRZN LKRT de boom WNSL het ijzer vanuit de boom en (hij) heeft gevonden (tot) zijn vriend en dode hij (hij) vluchtte naar één de steden (de) deze en levende
6.
opdat niet (hij) achtervolgden wreker het bloed na de moord dat (hij) is bronstig geweest hart (...) hem en (zij) hebben bereikt dat (hij) vermeerderde de weg en (hij) heeft geslagen (...) hem ziel en als (er is) niet rechtsregel dood dat niet (hij) heeft gehaat hij als MTMWL eergisteren
7.
op zo ik van opdracht (...) jou te spreken drie steden TBDIL aan jou
8.
en als IRHIB Jahweh jouw God (tot) grens (...) jou zoals (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou en (hij) heeft gegeven aan jou (tot) alle het land die woord te geven aan vaders (...) jou
9.
dat (jij) bewaarde (tot) alle het voorschrift (de) deze te maken (er)naar die ik van opdracht (...) jou vandaag aan liefde (tot) Jahweh jouw God en te gaan bij (de) wegen (...) hem alle de dagen en (jij) hebt toegevoegd aan jou nog (eens) drie steden op de drie (de) deze
10.
noch (hij) stortte bloed schone te midden van land (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed en (hij) is geweest op jou kosten
11.
en dat (hij) was man (hij) heeft gehaat aan zijn vriend en (hij) heeft in hinderlaag gelegen als en (hij) is opgestaan op hem en (hij) heeft geslagen (...) hem ziel en dode en teken naar één de steden deze
12.
en zendt weg! ben oud! (zij) hebben blootgelegd en (zij) hebben genomen (met) hem van daar en (zij) hebben gegeven (met) hem bij (de) hand wreker het bloed en dode
13.
niet (jij) had medelijden oog (...) jou op hem en (jij) hebt uitgeroeid bloed (de) schone van Israël en goede aan jou
14.
niet TXIC grens kwaad (...) jou die grens (...) hem eersten bij (jij) hebt verworven (...) jou die TNHL bij (het) land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou te veroveren (er)naar
15.
niet (hij) wraakte tot één bij (de) man aan alle vijandige en aan alle zondoffer in alle zondaar die (hij) zondigde op mond van tweede getuigen of op mond van drie getuigen (hij) wraakte woord
16.
dat (hij) wraakte tot roof bij (de) man te antwoorden bij hem (zij) is afgeweken
17.
en sta(a)t vast! tweede de mensen die aan hen (is het zo) dat twist! voor Jahweh voor de priesters en de rechters die (zij) waren bij (de) dagen die
18.
en (zij) hebben uitgelegd de rechters doe goed! en hier is tot leugen getuig! leugen (hij) heeft geantwoord bij (de) broers (...) hem
19.
en (jullie) hebben gedaan als zoals (hij) heeft plannen gesmeed te doen aan broers (...) hem en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
20.
en de geblevenen (zij) hoorden toe en (zij) lieten zien noch (zij) hebben toegevoegd te doen nog (eens) zoals woord juich! deze bij (het) binnenste (...) jou
21.
noch (jij) had medelijden oog (...) jou ziel bij (de) ziel oog bij (de) oog tand Basan hand bij (de) hand voet bij (de) voet

Hoofdstuk 20

1.
dat (jij) ging uit aan strijd op vijand (...) jou en (jij) hebt gezien paard en wagen met meerderheid (van)uit jou niet (je) zult vrezen (van)uit hen dat Jahweh jouw God met jou (is het zo) dat (hij) heeft ontvreemd (...) jou van land Egypte
2.
en (hij) is geweest zoals binnenste (...) jullie naar de strijd en (wij) naderden de priester en woord naar het volk
3.
en woord naar hen nieuws Israël (met) hen binnensten vandaag aan strijd op vijanden (...) jullie naar heup hart (...) jullie naar (jullie) vreesden en naar THPZW en naar TORßW van aanzichten (...) hen
4.
dat Jahweh jullie God de beweging met jullie aan het brood aan jullie met vijanden (...) jullie te redden (met) jullie
5.
en spreekt! de politie naar het volk te spreken water van de man die (hij) heeft gebouwd huis maand noch HNKW (hij) ging en inwoner aan huis (...) hem opdat niet (hij) stierf bij (de) strijd en man andere IHNKNW
6.
en water van de man die (hij) heeft geplant wijngaard noch ontheiligt! (hij) ging en inwoner aan huis (...) hem opdat niet (hij) stierf bij (de) strijd en man andere (hij) ontheiligde (...) ons
7.
en water van de man die (ik) veroverde vrouw noch (zij) heeft genomen (hij) ging en inwoner aan huis (...) hem opdat niet (hij) stierf bij (de) strijd en man andere (hij) nam (...) haar
8.
en (zij) hebben toegevoegd de politie te spreken naar het volk en (zij) hebben gesproken water van de man (is het zo) dat gezien en zachtheid het hart (hij) ging en inwoner aan huis (...) hem noch IMX (tot) hart broers (...) hem zoals hart (...) hem
9.
en (hij) is geweest zoals schoondochter van de politie te spreken naar het volk en beveelt! Sarai legers bij (het) hoofd het volk
10.
dat (jij) bracht nader naar stad aan het brood op haar en (jij) hebt genoemd vetstaart volledig te zijn
11.
en (hij) is geweest als vrede (zij) antwoordde (...) jou en (zij) heeft geopend aan jou en (hij) is geweest alle het volk (is het zo) dat (wij) vondden bij haar (zij) waren aan jou aan belasting en (zij) hebben gewerkt (...) jou
12.
en als niet (jij) voltooide met jou en (zij) heeft gedaan met jou strijd en ellende van op haar
13.
en (zij) heeft gegeven Jahweh jouw God bij (de) hand (...) jou en (jij) hebt geslagen (tot) alle naar Zakkur aan mond van zwaard
14.
lege (is het zo) dat worden verlaten en de kleine kinderen en de vee en alle die (hij) was bij (de) stad alle (zij) heeft ontnomen (zij) minachtte aan jou en (jij) hebt gegeten (tot) buit vijanden (...) jou die (hij) heeft gegeven Jahweh jouw God aan jou
15.
zo (jij) deed aan alle de steden (is het zo) dat (jij) bent ver geweest (van)uit jou zeer die niet leg(t) bloot (...) mij de volken (de) deze hier is
16.
lege leg(t) bloot (...) mij de volkeren (de) deze die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed niet (jij) leefde alle ziel
17.
dat de boycot THRIMM de angsten van en de Amoriet (de) Kanaänitische en de Fereziet de Heviet en de Jebusiet zoals opdracht (...) jou Jahweh jouw God
18.
opdat die niet (zij) onderwezen (met) jullie te doen zoals alle (jullie) zijn verafschuwd die Ezau aan hun God en (jullie) hebben gezondigd aan Jahweh jullie God
19.
dat TßWR naar stad dagen twisten aan het brood op haar LTPSE niet (jij) maakte kapot (tot) advies aan verstotene op hem CRZN dat (van)uit hem (jij) at en (met) hem niet (jij) zult uitgeroeid worden dat de mens boom het veld te komen van aanzichten (...) jou bij (de) belegering
20.
lege boom die (jij) wist dat niet boom voedsel hij (met) hem (jij) maakte kapot en (hij) heeft afgehakt en (jij) hebt gebouwd belegering op (hij) heeft opgemerkt die hij (hij) heeft gedaan met jou strijd tot RDTE

Hoofdstuk 21

1.
dat (hij) vond dode bij (de) aarde die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou te veroveren (er)naar ga neer! bij (het) veld niet (wij) werden bekend water van (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden
2.
en voert uit! baarden (...) jou en rechters (...) jou en (zij) hebben gemeten naar de steden die omgeving van de dode
3.
en (hij) is geweest (hij) heeft opgemerkt (is het zo) dat (zij) heeft nader gebracht naar de dode en (zij) hebben genomen ben oud! (hij) heeft opgemerkt dat koekalf van rundvee die niet slaaf bij haar die niet (zij) heeft getrokken echtgenoot
4.
en (zij) zijn naar beneden gehaald ben oud! (hij) heeft opgemerkt dat (tot) het koekalf naar wadi sterke die niet (hij) werkte bij hem noch (hij) zaaide en (zij) hebben gedropen daar (tot) het koekalf bij (de) wadi
5.
en (zij) zijn naderbij gekomen de priesters bouw! Levi dat in hen (hij) heeft gekozen Jahweh jouw God in te weken (...) hem en te zegenen bij (de) naam Jahweh en op monden (...) hen (hij) was alle twist! en alle plaag
6.
en alle ben oud! (hij) heeft opgemerkt dat de binnensten naar de dode (zij) wasten (tot) handen (...) hen op het koekalf (is het zo) dat druip! (er)naar bij (de) wadi
7.
en nederige en (zij) hebben gesproken (zij) berechtten niet (zij) heeft gestort (tot) het bloed deze en ogen (...) ons niet (zij) hebben gezien
8.
dorp aan volk (...) jou Israël die (jij) hebt bevrijd Jahweh en naar te geven (...) hen bloed schone te midden van met jou Israël en (wij) verzoenden aan hen het bloed
9.
en (met) haar (jij) roeide uit het bloed (de) schone nastaande (...) jou dat (jij) deed rechtuit bij bestudeer! Jahweh
10.
dat (jij) ging uit aan strijd op vijanden (...) jou en (zij) hebben gegeven Jahweh jouw God bij (de) hand (...) jou en gevangenschap van gevangenschap (...) hem
11.
en (jij) hebt gezien naar bij (de) gevangenschap vuur van Jafeth (hij) heeft beschreven en (jij) hebt begeerd bij haar en (jij) hebt genomen aan jou aan vrouw
12.
en (jij) hebt gebracht (er)naar naar midden huis (...) jou WCLHE (tot) naar hoofd en (zij) heeft gedaan (tot) ßPRNIE
13.
en (zij) heeft verwijderd (tot) dat (jij) hebt besneden naar gevangenschap van opgang en (zij) heeft gewoond bij (het) huis (...) jou en (zij) heeft geweend (tot) naar vader en (tot) natie maan dagen en andere zo (jij) kwam vetstaart en vrouw (...) haar en (zij) is geweest aan jou aan vrouw
14.
en (hij) is geweest als niet (jij) hebt gewenst bij haar en (jij) hebt gezonden (er)naar naar aan ziel en verkoop niet (zij) verkocht (...) haar bij (het) zilver niet TTOMR bij haar in de plaats van die (jij) hebt geantwoord (er)naar
15.
dat (jij) was (...) hen aan man schering worden verlaten de één heb lief! (er)naar en de eerste SNWAE en helpt bij de geboorte! als zonen (is het zo) dat heb lief! (er)naar WESNWAE en (hij) is geweest begrijp! (is het zo) dat trek voor! LSNIAE
16.
en (hij) is geweest bij (de) dag ENHILW (tot) zonen (...) hem (tot) die (hij) was als niet (hij) zal kunnen voor te trekken (tot) zoon (is het zo) dat heb lief! (er)naar op aanzicht van zoon ESNWAE (is het zo) dat trek voor!
17.
dat (tot) (is het zo) dat trek voor! zoon ESNWAE (hij) herkende te geven als mond van twee in alle die (hij) vond als dat hij begin kracht (...) hem als rechtsregel (is het zo) dat (zij) heeft voorgetrokken
18.
dat (hij) was aan man zoon opstandige en leraar hij is (er) niet nieuws bij (de) klank vader (...) hem en bij (de) klank moeder (...) hem en (hij) verblindde (...) hem (met) hem noch (hij) hoorde toe naar hen
19.
en (jullie) verbreidden je bij hem vader (...) hem en moeder (...) hem en (zij) hebben tevoorschijn gehaald (met) hem naar ben oud! (zij) hebben blootgelegd en naar poort plaats (...) hem
20.
en (zij) hebben gesproken naar ben oud! (zij) hebben blootgelegd zoon (...) ons dit opstandige en bittere hij is (er) niet nieuws bij (de) klank (...) ons ZWLL WXBA
21.
WRCMEW alle mens (...) mij (zij) hebben blootgelegd bij (de) stenen en dode en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou en alle Israël (zij) hoorden toe en (zij) lieten zien
22.
en dat (hij) was bij (de) man zondaar rechtsregel dood WEWMT en (jij) hebt opgehangen (met) hem op boom
23.
niet (jij) liet overnachten kadaver (...) hem op de boom dat begraaf! (zij) begroef (...) ons bij (de) dag dat dat (jij) hebt vervloekt God (zij) hebben opgehangen (...) mij noch (jij) verklaarde onrein (tot) aarde (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed

Hoofdstuk 22

1.
niet (jij) liet zien (tot) os broers (...) jou of (tot) SIW verstotene (mv) WETOLMT (van)uit hen geef terug! (jij) gaf terug (...) hen aan broers (...) jou
2.
en als niet verwant broers (...) jou naar jou noch (jij) hebt geweten (...) hem en (jij) hebt verzameld (...) hem naar midden huis (...) jou en (hij) is geweest met jou tot advies broers (...) jou (met) hem en zet stop! (...) hem als
3.
en zo (jij) deed aan klei (...) hem en zo (jij) deed aan jurk (...) hem en zo (jij) deed aan alle (jij) bent verloren gegaan broers (...) jou die (jij) ging verloren (van)uit hem en om uit te gaan (er)naar niet je zult kunnen LETOLM
4.
niet (jij) liet zien (tot) ernstige broers (...) jou of os (...) hem ga neer! (...) hen bij (de) weg WETOLMT (van)uit hen vestig! (jij) vestigde met hem
5.
niet (hij) was gereedschap man op vrouw noch (hij) bekleedde zich man dat (jij) hebt besneden vrouw dat (jij) bent verafschuwd Jahweh jouw God alle (hij) heeft gedaan deze
6.
dat (hij) noemde nest Zippor voor jou bij (de) weg in alle boom of op het land APRHIM of BIßIM en de moeder RBßT op EAPRHIM of op EBIßIM niet (jij) nam (is het zo) dat als op de zonen
7.
wapen (jij) zond weg (tot) (is het zo) dat als en (tot) de zonen (jij) nam aan jou opdat (hij) was goed aan jou en (jij) hebt verlengd dagen
8.
dat (jij) bouwde huis maand en (jij) hebt gedaan MOQE aan dak (...) jou noch (jij) plaatste kosten bij (het) huis (...) jou dat (je) zult vallen (is het zo) dat ga neer! (van)uit hem
9.
niet (jij) zaaide wijngaard (...) jou gevangenissen opdat niet (jij) heiligde (is het zo) dat (zij) is vol geweest de nakomelingen die (jij) zaaide en opbrengst van de wijngaard
10.
niet (jij) zult ploegen bij (de) os en bij (de) klei samen
11.
niet (zij) bekleedde zich SOÐNZ wol en linnen (mv) samen
12.
grootheden (jij) deed aan jou op vier KNPWT bekleding (...) jou die (jij) bedekte bij haar
13.
dat (hij) nam man vrouw en (hij) is gekomen vetstaart en (zij) heeft gehaat
14.
en naam [van] aan haar daad van woorden en (hij) is tevoorschijn gehaald op haar daar kwaad en woord (tot) de vrouw (de) deze (ik) heb genomen en (ik) bracht nader vetstaart noch (ik) heb gevonden aan haar bij hangen op
15.
en lering vader de jeugd en natie en (zij) hebben tevoorschijn gehaald (tot) BTWLI de jeugd naar ben oud! (hij) heeft opgemerkt naar de poort
16.
en woord vader de jeugd naar de baarden (tot) dochter (...) mij (ik) heb gegeven aan man deze aan vrouw en (hij) haatte (er)naar
17.
en hier is hij daar daad van woorden te spreken niet (ik) heb gevonden hart (...) jou bij hangen op en deze BTWLI dochter (...) mij en (zij) hebben uitgespreid de jurk voor ben oud! (hij) heeft opgemerkt
18.
en (zij) hebben genomen ben oud! (hij) heeft opgemerkt dat (tot) de man en (hij) verblindde (...) hem (met) hem
19.
WONSW (met) hem honderd zilver en (zij) hebben gegeven aan vader het meisje dat (hij) heeft tevoorschijn gehaald daar kwaad op maagd van Israël en als (jij) was aan vrouw niet (hij) zal kunnen weg te zenden (er)naar alle dagen (...) hem
20.
en als waarheid (hij) is geweest het woord deze niet (zij) hebben zich bevonden bij hangen op te schudden
21.
en (zij) hebben tevoorschijn gehaald (tot) de jeugd naar opening huis naar vader WXQLWE mens (...) mij (hij) heeft blootgelegd bij (de) stenen en (zij) is gestorven dat (zij) heeft gedaan kadaver bij Israël te hoereren huis naar vader en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
22.
dat (hij) vond man lig neer! met vrouw bij opgaan echtgenoot en (zij) zijn gestorven ook die twee de man (is het zo) dat lig neer! met de vrouw en de vrouw en (jij) hebt uitgeroeid juich! van Israël
23.
dat (hij) was jeugd maagd MARSE aan man en (zij) heeft gevonden man bij (de) stad en lig neer! met haar
24.
en (jullie) zijn tevoorschijn gehaald (tot) die twee naar poort (hij) heeft opgemerkt dat WXQLTM (met) hen bij (de) stenen en (zij) zijn gestorven (tot) de jeugd op woord die niet (zij) heeft geschreeuwd bij (de) stad en (tot) de man op woord die (hij) heeft geantwoord (tot) vuur van zijn vriend en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
25.
en als bij (het) veld (hij) vond de man (tot) de jeugd EMARSE en (hij) heeft gehouden bij haar de man en lig neer! met haar en dode de man die lig neer! met haar alleen hij
26.
en te schudden niet (jij) deed woord (er is) niet te schudden zondaar dood dat zoals (hij) wraakte man op zijn vriend en (zij) hebben vermoord ziel zo het woord deze
27.
dat bij (het) veld (zij) heeft gevonden (zij) heeft geschreeuwd de jeugd EMARSE en (er is) niet red(t) aan haar
28.
dat (hij) vond man jeugd maagd die niet (ik) veroverde (er)naar en (jij) verbreidde je en lig neer! met haar en (zij) hebben zich bevonden
29.
en (hij) heeft gegeven de man (is het zo) dat lig neer! met haar aan vader de jeugd vijftig zilver en als (jij) was aan vrouw in de plaats van die (hij) heeft geantwoord niet (hij) zal kunnen (zij) heeft gezonden alle dagen (...) hem

Hoofdstuk 23

1.
niet (hij) nam man (tot) vuur van vader (...) hem noch (hij) onthulde vleugel vader (...) hem
2.
niet (hij) kwam verwond! DKA en hak af! (zij) heeft gestort bij (de) menigte Jahweh
3.
niet (hij) kwam MMZR bij (de) menigte Jahweh ook generatie tiende niet (hij) kwam als bij (de) menigte Jahweh
4.
niet (hij) kwam OMWNI WMWABI bij (de) menigte Jahweh ook generatie tiende niet (hij) kwam aan hen bij (de) menigte Jahweh tot eeuwigheid
5.
op woord die niet (zij) zijn voorgegaan (met) jullie bij (het) brood en bij (het) water bij (de) weg bij uit te gaan (...) jullie van Egypte en die beloning op jou (tot) Bileam zoon bij (de) huid MPTWR Syrië rivieren te vervloeken (...) jou
6.
noch (hij) heeft gewenst Jahweh jouw God aan nieuws naar Bileam en (hij) keerde om Jahweh jouw God aan jou (tot) de vervloeking aan gelukwens dat (hij) heeft liefgehad (...) jou Jahweh jouw God
7.
niet TDRS betaal! (...) hen WÐBTM alle dagen (...) jou aan eeuwigheid
8.
niet TTOB mensen van dat broers (...) jou hij niet TTOB Egyptenaar dat vreemdeling (jij) bent geweest bij (het) land (...) hem
9.
zonen die (zij) zijn geboren aan hen generatie derde (hij) kwam aan hen bij (de) menigte Jahweh
10.
dat (jij) ging uit kamp op vijanden (...) jou WNSMRT van alle woord kwaad
11.
dat (hij) was bij jou man die niet (hij) was zuivere gebeurtenis nacht en uitgaande naar buiten aan kamp niet (hij) kwam naar midden het kamp
12.
en (hij) is geweest zich te wenden aangename (hij) waste bij (het) water WKBA de zon (hij) kwam naar midden het kamp
13.
en hand (jij) was aan jou buiten aan kamp en (jij) bent uitgegaan daarnaar (-s) straat
14.
en pin (jij) was aan jou op oor (...) jou en (hij) is geweest bij (de) sabbat (...) jou straat en (jij) hebt gegraven (er)naar bij haar en sabbat en (jij) hebt bedekt (tot) uit te gaan (...) jou
15.
dat Jahweh jouw God wandel(t) rond te midden van van gratie (...) jou te redden (...) jou en te geven vijanden (...) jou voor jou en (hij) is geweest kampen (...) jou heilige noch vrees bij jou worden wakker woord en woon! van anderen (...) jou
16.
niet (jij) bracht in quarantaine slaaf naar liggers (...) hem die INßL naar jou bij vandaan liggers (...) hem
17.
met jou inwoner bij (het) binnenste (...) jou bij (de) plaats die (hij) koos bij één poorten (...) jou bij (de) goede als niet (zij) bedroog (...) ons
18.
niet (jij) was tempel-prostituee om te bouwen Israël noch (hij) was heiligheid van zonen van Israël
19.
niet (jij) bracht (ik) zal geven (...) hen hoereer(t) en prijs hond huis Jahweh jouw God aan alle gelofte dat (jij) bent verafschuwd Jahweh jouw God ook die twee
20.
niet (jij) plaatste (...) jou aan broers (...) jou woekerrente zilver woekerrente eten woekerrente alle woord die jij bent er
21.
aan vreemdeling (jij) plaatste (...) jou en aan broers (...) jou niet (jij) plaatste (...) jou opdat (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God in alle zend(t) weg hand (...) jou op het land die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
22.
dat (zij) woonde gelofte aan Jahweh jouw God niet (jij) kwam te laat te betalen (...) hem dat advies IDRSNW Jahweh jouw God van volk (...) jou en (hij) is geweest bij jou zondaar
23.
en dat (zij) hield op aan gelofte niet (hij) was bij jou zondaar
24.
word(t) tevoorschijn gehaald lippen (...) jou (jij) bewaarde en (jij) hebt gedaan zoals (jij) hebt gelofte afgelegd aan Jahweh jouw God (zij) heeft geschonken die woord van bij (de) monden (...) jou
25.
dat (zij) kwam bij (de) wijngaard kwaad (...) jou en (jij) hebt gegeten druiven zoals ziel (...) jou (hij) is verzadigd geweest (...) jou en naar gereedschappen (...) jou niet te geven (...) hen
26.
dat (zij) kwam bij (jij) bent opgestaan kwaad (...) jou WQÐPT van nacht van bij (de) hand (...) jou WHRMS niet (jij) zwaaide op (jij) bent opgestaan kwaad (...) jou

Hoofdstuk 24

1.
dat (hij) nam man vrouw en vrouw en (hij) is geweest als niet (jij) vond gratie bij (de) ogen (...) hem dat (hij) heeft gevonden bij haar worden wakker woord en (hand)schrift aan haar boek KRITT en (hij) heeft gegeven naar bij (de) hand en (zij) heeft gezonden van huis (...) hem
2.
en (zij) is uitgegaan van huis (...) hem en (zij) is gegaan en (zij) is geweest aan man andere
3.
en (zij) heeft gehaat de man (de) laatste en (hand)schrift aan haar boek KRITT en (hij) heeft gegeven naar bij (de) hand en (zij) heeft gezonden van huis (...) hem of dat (hij) stierf de man (de) laatste die (zij) heeft genomen als aan vrouw
4.
niet (hij) zal kunnen vrouw (de) eerste die (zij) heeft gezonden terug te keren (jij) hebt genomen (er)naar te zijn als aan vrouw na die de onreinheid dat gruwel hij voor Jahweh noch (jij) liet zondigen (tot) het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed
5.
dat (hij) nam man vrouw naar maand niet uitgaande bij (de) leger noch (hij) ging voorbij op hem aan alle woord schone (hij) was aan huis (...) hem jaar één en maak blij! (tot) vuur (...) hem die lering
6.
niet (hij) saboteerde RHIM en wagen dat ziel hij koord
7.
dat (hij) vond man dief ziel van broers (...) hem van zonen van Israël WETOMR bij hem en (zij) hebben verkocht en dode de dief dat en (jij) hebt uitgeroeid juich! nastaande (...) jou
8.
(is het zo) dat bewaar! bij (de) plaag de melaatsheid te bewaren zeer en te doen zoals alle die IWRW (met) jullie de priesters de Levieten zoals (jullie) hebben opdracht gegeven (jullie) bewaarden te doen
9.
Zakkur (tot) die (hij) heeft gedaan Jahweh jouw God aan Mirjam bij (de) weg bij uit te gaan (...) jullie van Egypte
10.
dat TSE bij (het) kwaad (...) jou om te dragen iets niet (zij) kwam naar huis (...) hem LOBÐ OBÐW
11.
bij (de) straat (jij) stond vast en de man die (met) haar (zij) is verlaten bij hem (hij) haalde tevoorschijn naar jou (tot) EOBWÐ naar de straat
12.
en als man arme hij niet (jij) lag neer BOBÐW
13.
geef terug! (jij) gaf terug als (tot) EOBWÐ zoals komst de zon en lig neer! bij (jij) bent volledig geweest (...) hem en zegen! (...) jou en aan jou (jij) was weldadigheid voor Jahweh jouw God
14.
niet (zij) deed tekort loonarbeider arme en arme van broers (...) jou of van vreemdeling (...) jou die bij (het) land (...) jou bij (de) poorten (...) jou
15.
bij (de) dag (...) hem te geven (...) hen (zij) hebben gehuurd noch (jij) kwam op hem de zon dat arme hij en naar hem hij verheven (tot) ziel (...) hem noch (hij) noemde op jou naar Jahweh en (hij) is geweest bij jou zondaar
16.
niet (zij) zullen worden laten sterven vaders op zonen en zonen niet (zij) zullen worden laten sterven op vaders man bij (zij) hebben gezondigd (zij) zullen worden laten sterven
17.
niet (jij) boog om rechtsregel vreemdeling wees noch (jij) saboteerde kleed weduwe
18.
en (jij) hebt je herinnerd dat slaaf (jij) bent geweest bij Egypte en (hij) bevrijdde (...) jou Jahweh jouw God van daar op zo ik van opdracht (...) jou te doen (tot) het woord deze
19.
dat TQßR oogst (...) jou bij (de) jouw veld en (jij) hebt vergeten korenschoof bij (het) veld niet (jij) blies (jij) hebt genomen (...) hem aan vreemdeling aan wees en aan weduwe (hij) was opdat (hij) zegende (...) jou Jahweh jouw God in alle Mozes handen (...) jou
20.
dat THBÐ olijf (...) jou niet TPAR na jou aan vreemdeling aan wees en aan weduwe (hij) was
21.
dat (zij) plukte druiven wijngaard (...) jou niet TOWLL na jou aan vreemdeling aan wees en aan weduwe (hij) was
22.
en (jij) hebt je herinnerd dat slaaf (jij) bent geweest bij (het) land Egypte op zo ik van opdracht (...) jou te doen (tot) het woord deze

Hoofdstuk 25

1.
dat (hij) was twist! tussen mensen en (zij) zijn naderbij gekomen naar de rechtsregel en (zij) hebben berecht (...) hen en (zij) hebben gelijk gegeven (tot) (hij) heeft gelijk gegeven WERSIOW (tot) (de) slechte
2.
en (hij) is geweest als zoon EKWT (de) slechte en (zij) hebben laten vallen de rechter en (hij) heeft geslagen (...) hem voor hem kruiken van zonde (...) hem bij (het) getal
3.
veertig (zij) bereidden niet (hij) zal toevoegen opdat niet (hij) zal toevoegen te slaan (...) hem op deze geslagen veelheid en (wij) verlichtten (er)naar broers (...) jou aan ogen (...) jou
4.
niet (zij) had medelijden (...) hen os BDISW
5.
dat (zij) hebben gewoond broers samen en dode één (van)uit hen en zoon (er is) niet als niet (jij) was vuur van dood! naar de straat aan man krans schoonzus (hij) kwam op haar en (zij) heeft genomen als aan vrouw en schoonzus
6.
en (hij) is geweest de eerstgeborene die (jij) baarde (hij) wraakte op daar broers (...) hem dood! noch (hij) wiste uit zijn naam van Israël
7.
en als niet (hij) wenste de man (jij) hebt genomen (tot) schoonzus (...) hem en (zij) is opgegaan schoonzus (...) hem naar de poort naar de baarden en (zij) heeft gesproken (hij) heeft geweigerd IBMI te vestigen aan broers (...) hem daar bij Israël niet (hij) heeft gewenst IBMI
8.
en (zij) hebben genoemd als ben oud! (zij) hebben blootgelegd en spreekt! naar hem en sta vast! en woord niet (ik) heb gewenst (jij) hebt genomen (er)naar
9.
en (zij) is naderbij gekomen schoonzus (...) hem naar hem te bestuderen (...) mij de baarden en (zij) heeft uitgetrokken schoen (...) hem boven voet (...) hem en groene bij (de) aanzichten (...) hem en (zij) heeft geantwoord en (zij) heeft gesproken zodoende (zij) heeft gemaakt aan man die niet (hij) bouwde (tot) huis broers (...) hem
10.
en (hij) is genoemd zijn naam bij Israël huis trek uit! de schoen
11.
dat INßW mensen samen man en broers (...) hem en (zij) heeft nader gebracht vuur van de één te redden (tot) naar man van hand slag (...) hem en (zij) heeft gezonden naar hand en (zij) heeft gehouden BMBSIW
12.
en einde (...) haar (tot) zoals mond niet (jij) had medelijden oog (...) jou
13.
niet (hij) was aan jou BKIXK steen en steen grootheid en kleine
14.
niet (hij) was aan jou bij (het) huis (...) jou (ik) was mooi en (ik) was mooi grootheid en kleine
15.
steen Salomo en rechtvaardigheid (hij) was aan jou (ik) was mooi Salomo en rechtvaardigheid (hij) was aan jou opdat (zij) verlengden dagen (...) jou op de aarde die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
16.
dat (jij) bent verafschuwd Jahweh jouw God alle (hij) heeft gedaan deze alle (hij) heeft gedaan onrecht
17.
Zakkur (tot) die (hij) heeft gedaan aan jou Amelek bij (de) weg bij uit te gaan (...) jullie van Egypte
18.
die QRK bij (de) weg WIZNB bij jou alle ENHSLIM na jou en (met) haar vermoeide en vermoeide noch gezien God
19.
en (hij) is geweest bij (hij) heeft rust gegeven Jahweh jouw God aan jou van alle vijanden (...) jou van rondom bij (het) land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed te veroveren (er)naar (jij) wiste uit (tot) man Amelek onder vandaan de hemel niet (jij) liet vergeten

Hoofdstuk 26

1.
en (hij) is geweest dat (jij) kwam naar het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou erfgoed en (jij) hebt veroverd (er)naar en (jij) hebt gewoond bij haar
2.
en (jij) hebt genomen van begin alle vrucht de aarde die (jij) bracht van land (...) jou die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou en (jij) hebt geplaatst BÐNA en (jij) bent gegaan naar de plaats die (hij) koos Jahweh jouw God te behuizen zijn naam daar
3.
en (jij) bent gekomen naar de priester die (hij) was bij (de) dagen die en (jij) hebt gesproken naar hem (ik) heb verteld vandaag aan Jahweh jouw God dat (ik) ben gekomen naar het land die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) ons te geven aan ons
4.
en lering de priester EÐNA van hand (...) jou en (zij) hebben rust gegeven voor altaar Jahweh jouw God
5.
en (jij) hebt geantwoord en (jij) hebt gesproken voor Jahweh jouw God Syriër (hij) is verloren gegaan vader en (hij) is gedaald naar Egypte en (hij) woonde daar verhoging (...) mij een beetje en wees daar aan volk grote word machtig! en meerderheid
6.
en (zij) achtervolgden (met) ons (is het zo) dat Egypte en (zij) antwoordden (...) ons en (zij) gaven op ons feit harde
7.
WNßOQ naar Jahweh mijn God vaders (...) ons en (hij) hoorde toe Jahweh (tot) klank (...) ons en gezien (tot) (wij) hebben geantwoord en (tot) (wij) hebben gezwoegd en (tot) (wij) hebben gedrukt
8.
en (hij) bracht naar buiten (...) ons Jahweh van Egypte bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) nakomelingen uitgestrekte WBMRA grootheid en bij (de) tekens WBMPTIM
9.
en (hij) kwam (...) ons naar de plaats deze en (hij) gaf aan ons (tot) het land (de) deze land (jij) hebt gevloeid melk en honing
10.
en nu hier is (ik) heb gebracht (tot) begin vrucht de aarde die zet aan mij Jahweh en (jij) hebt rust gegeven (...) hem voor Jahweh jouw God en (jij) hebt je diep gebogen voor Jahweh jouw God
11.
en (jij) bent blij geweest in alle (de) goede die (hij) heeft gegeven aan jou Jahweh jouw God en aan huis (...) jou (met) haar en de Levi en Hagar die bij (het) binnenste (...) jou
12.
dat (jij) beëindigde aan rijkdom (tot) alle tiende opbrengst (...) jou in het jaar ESLIST jaar van de tiende en zet aan Levi aan vreemdeling aan wees en aan weduwe en (zij) hebben gegeten bij (de) poorten (...) jou en (zij) zijn verzadigd geweest
13.
en (jij) hebt gesproken voor Jahweh jouw God (ik) heb uitgeroeid wijd! vanuit het huis en ook (ik) heb gegeven (...) hem aan Levi en aan vreemdeling aan wees en aan weduwe zoals alle voorschrift (...) jou die (jullie) hebben opdracht gegeven (...) mij niet (ik) ben voorbijgegaan van voorschriften (...) jou noch (ik) heb vergeten
14.
niet (ik) heb gegeten bij ik (van)uit hem noch (ik) heb uitgeroeid (van)uit hem bij (de) onreine noch (ik) heb gegeven (van)uit hem aan dode (ik) heb toegehoord bij (de) klank Jahweh mijn God (ik) heb gedaan zoals alle die (jullie) hebben opdracht gegeven (...) mij
15.
ESQIPE MMOWN heiligheid (...) jou vanuit de hemel en zegen! (tot) met jou (tot) Israël en (tot) de aarde die zet aan ons zoals (jij) hebt gezworen aan vaders (...) ons land (jij) hebt gevloeid melk en honing
16.
vandaag deze Jahweh jouw God van opdracht (...) jou te doen (tot) de wetten (de) deze en (tot) de rechtsregels en (jij) hebt gehouden en (jij) hebt gedaan hen in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou
17.
(tot) Jahweh (is het zo) dat (jij) hebt gesproken vandaag te zijn aan jou aan God en te gaan bij (de) wegen (...) hem en te bewaren wetten (...) hem en voorschriften (...) hem en rechtsregels (...) hem en aan nieuws bij (de) klank (...) hem
18.
en Jahweh (is het zo) dat (ik) verwisselde (...) jou vandaag te zijn als aan volk trots zoals woord aan jou en te bewaren alle voorschriften (...) hem
19.
en te geven (...) jou hoogste op alle de volken die (hij) heeft gedaan aan lof(lied) en aan naam en aan glans en er te zijn (...) jou met heiligheid aan Jahweh jouw God zoals woord

Hoofdstuk 27

1.
en (hij) gaf opdracht Mozes en ben oud! Israël (tot) het volk te spreken bewaar! (tot) alle het voorschrift die ik voorschrift (met) jullie vandaag
2.
en (hij) is geweest bij (de) dag die (jullie) gingen voorbij (tot) de Jordaan naar het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou en (jij) hebt gevestigd aan jou stenen groeiende (mv) en veld van (met) hen BSID
3.
en (jij) hebt geschreven op hen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze bij (de) kant (...) jou opdat die (zij) kwam naar het land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou land (jij) hebt gevloeid melk en honing zoals woord Jahweh mijn God vaders (...) jou aan jou
4.
en (hij) is geweest bij (de) kant (...) jullie (tot) de Jordaan (jullie) vestigden (tot) de stenen (de) deze die ik voorschrift (met) jullie vandaag bij (de) heuvel Ebal en veld van hen BSID
5.
en (jij) hebt gebouwd daar altaar aan Jahweh jouw God altaar stenen niet (jij) zwaaide op hen ijzer
6.
stenen dat te sterven (jij) bouwde (tot) altaar Jahweh jouw God en de opgang van op hem OWLT aan Jahweh jouw God
7.
en (jij) hebt geslacht vergoedingen en (jij) hebt gegeten daar en (jij) bent blij geweest voor Jahweh jouw God
8.
en (jij) hebt geschreven op de stenen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze put doe goed!
9.
en (hij) sprak Mozes en de priesters de Levieten naar alle Israël te spreken de hut van en nieuws Israël vandaag deze (jij) bent geworden aan volk aan Jahweh jouw God
10.
en (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh jouw God en (jij) hebt gedaan (tot) voorschrift (...) hem en (tot) wetten (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag
11.
en (hij) gaf opdracht Mozes (tot) het volk bij (de) dag dat te spreken
12.
deze (zij) stondden vast te zegenen (tot) het volk op heuvel CRZIM bij (de) kant (...) jullie (tot) de Jordaan Simeon en Levi en Juda en Issaschar en Jozef en Benjamin
13.
en deze (zij) stondden vast op de vervloeking bij (de) heuvel Ebal Ruben Gad en die en Zebulon Dan en Nafthali
14.
en nederige de Levieten en (zij) hebben gesproken naar alle man Israël klank (hij) is hoog geweest
15.
vervloekte de man die (zij) heeft gemaakt (hij) heeft gehouwen en van hut (jij) bent verafschuwd Jahweh Mozes handen van stille en naam [van] bij (het) geheim en nederige alle het volk en (zij) hebben gesproken amen!
16.
vervloekte verlicht (er)naar vader (...) hem en moeder (...) hem en woord alle het volk amen!
17.
vervloekte van ertsrest grens zijn vriend en woord alle het volk amen!
18.
vervloekte MSCE huid bij (de) weg en woord alle het volk amen!
19.
vervloekte stam rechtsregel vreemdeling wees en weduwe en woord alle het volk amen!
20.
vervloekte lig neer! met vuur van vader (...) hem dat bol vleugel vader (...) hem en woord alle het volk amen!
21.
vervloekte lig neer! met alle vee en woord alle het volk amen!
22.
vervloekte lig neer! met eerste (...) hem dochter vader (...) hem of dochter moeder (...) hem en woord alle het volk amen!
23.
vervloekte lig neer! met HTNTW en woord alle het volk amen!
24.
vervloekte geslagen zijn vriend bij (het) geheim en woord alle het volk amen!
25.
vervloekte lering omkoperij te slaan ziel bloed schone en woord alle het volk amen!
26.
vervloekte die niet (hij) vestigde (tot) spreek! het Wetboek (de) deze te doen hen en woord alle het volk amen!

Hoofdstuk 28

1.
en (hij) is geweest als hoor toe! (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren te doen (tot) alle voorschriften (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag en (hij) heeft gegeven (...) jou Jahweh jouw God hoogste op alle volk (...) mij het land
2.
en (zij) zijn gekomen op jou alle de gelukwensen (de) deze en (hij) heeft bereikt (...) jou dat (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God
3.
gezegende (met) haar bij (de) stad en gezegende (met) haar bij (het) veld
4.
gezegende vrucht buik (...) jou en vrucht aarde (...) jou en vrucht vee (...) jou dat (hij) heeft gewoond ALPIK WOSTRWT kleinvee (...) jou
5.
gezegende ÐNAK WMSARTK
6.
gezegende (met) haar bij (hij) is gekomen (...) jou en gezegende (met) haar bij uit te gaan (...) jou
7.
(hij) gaf Jahweh (tot) vijanden (...) jou (is het zo) dat staan op op jou worden verslagen voor jou bij (de) weg één voert uit! naar jou WBSBOE wegen (zij) vluchtten voor jou
8.
(hij) gaf opdracht Jahweh (met) jou (tot) de gelukwens BAXMIK en in alle zend(t) weg hand (...) jou en zegen! (...) jou bij (het) land die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
9.
IQIMK Jahweh als aan volk heilige zoals (hij) heeft gezworen aan jou dat (jij) bewaarde (tot) voorschrift van Jahweh jouw God en (jij) bent gegaan bij (de) wegen (...) hem
10.
en (zij) hebben gezien alle met mij het land dat daar Jahweh (hij) is genoemd op jou en (zij) lieten zien (van)uit jou
11.
WEWTRK Jahweh aan goeds bij (de) vrucht buik (...) jou en bij (de) vrucht vee (...) jou en bij (de) vrucht aarde (...) jou op de aarde die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jou te geven aan jou
12.
(hij) deed open Jahweh aan jou (tot) schat (...) hem (de) goede (tot) de hemel te geven regen land (...) jou bij (de) tijd (...) hem en te zegenen (tot) alle Mozes hand (...) jou WELWIT volken twisten en (met) haar niet (zij) hebben opgehangen (er)naar
13.
en (hij) heeft gegeven (...) jou Jahweh aan hoofd noch LZNB en (jij) bent geweest lege aan hoogte noch (jij) was aan stam dat (jij) hoorde toe naar voorschrift van Jahweh jouw God die ik van opdracht (...) jou vandaag te bewaren en te doen
14.
noch (jij) verblindde van alle de woorden die ik voorschrift (met) jullie vandaag rechterhand en linkerhand te gaan na God anderen te bewerken (...) hen
15.
en (hij) is geweest als niet (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren te doen (tot) alle voorschriften (...) hem en grondwetten (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag en (zij) zijn gekomen op jou alle de vervloekingen (de) deze en (zij) hebben bereikt (...) jou
16.
vervloekte (met) haar bij (de) stad en vervloekte (met) haar bij (het) veld
17.
vervloekte ÐNAK WMSARTK
18.
vervloekte vrucht buik (...) jou en vrucht aarde (...) jou dat (hij) heeft gewoond ALPIK WOSTRT kleinvee (...) jou
19.
vervloekte (met) haar bij (hij) is gekomen (...) jou en vervloekte (met) haar bij uit te gaan (...) jou
20.
(hij) zond weg Jahweh bij jou (tot) EMARE (tot) EMEWME en (tot) EMCORT in alle zend(t) weg hand (...) jou die (jij) deed tot roeie uit! (...) jou en tot (hij) is verloren gegaan (...) jou vlugge van aanzicht van kwaad daden (...) jou die (jullie) hebben verlaten (...) mij
21.
(hij) plakte Jahweh bij jou (tot) het woord tot schoondochter (...) hem (met) jou boven de aarde die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
22.
(hij) zal slaan Jahweh BSHPT WBQDHT WBDLQT WBHRHR en bij (het) zwaard WBSDPWN WBIRQWN en (zij) hebben achtervolgd (...) jou tot (hij) is verloren gegaan (...) jou
23.
en (zij) zijn geweest namen (...) jou die op hoofd (...) jou koper en het land die in de plaats van jou ijzer
24.
(hij) gaf Jahweh (tot) regen land (...) jou ABQ en stof vanuit de hemel (hij) is gedaald op jou tot roeie uit! (...) jou
25.
(hij) gaf (...) jou Jahweh (hij) heeft geslagen voor vijanden (...) jou bij (de) weg één (jij) ging uit naar hem WBSBOE wegen (jij) vluchtte voor hem en (jij) bent geweest LZOWE aan alle van koninkrijk het land
26.
en (zij) is geweest (jij) bent verwelkt (...) jou aan voedsel aan alle vogel de hemel en aan vee van het land en (er is) niet verschrikkelijke
27.
(hij) zal slaan Jahweh bij buk je! (...) hen Egypte WBOPLIM WBCRB WBHRX die niet je zult kunnen LERPA
28.
(hij) zal slaan Jahweh BSCOWN WBOWRWN WBTMEWN hart
29.
en (jij) bent geweest MMSS bij (de) middag zoals IMSS de huid bij (de) duisternis noch (jij) slaagde (tot) wegen (...) jou en (jij) bent geweest maar doe tekort! en beroof! alle de dagen en (er is) niet red(t)
30.
vrouw TARS en man andere ISCLNE huis (jij) bouwde noch (jij) woonde bij hem wijngaard TÐO noch (jij) ontheiligde (...) ons
31.
os (...) jou slacht! aan ogen (...) jou noch (jij) at (van)uit hem klei (...) jou beroof! weg van aanzichten (...) jou noch (hij) blies aan jou kleinvee (...) jou (jij) bent gegeven aan vijanden (...) jou en (er is) niet aan jou red(t)
32.
zonen (...) jou en dochters (...) jou worden gegeven aan volk andere en ogen (...) jou zicht en alle (mv) naar hen alle vandaag en (er is) niet tot God hand (...) jou
33.
vrucht aarde (...) jou en alle moeite (...) jou (hij) at met die niet (jij) hebt geweten en (jij) bent geweest lege doe tekort! WRßWß alle de dagen
34.
en (jij) bent geweest MSCO van verschijning ogen (...) jou die (jij) liet zien
35.
(hij) zal slaan Jahweh bij buk je! (...) hen kwaad op (is het zo) dat zegen! (...) hen en op geef te drinken! (...) hen die niet je zult kunnen LERPA van lepel voet (...) jou en tot QDQDK
36.
ga(a)(t) Jahweh (met) jou en (tot) koning (...) jou die (jij) vestigde op jou naar volk die niet (jij) hebt geweten (met) haar en vaders (...) jou en (jij) hebt gewerkt daar God anderen boom en steen
37.
en (jij) bent geweest aan haar naam aan heerser WLSNINE in alle de volkeren die (hij) bestuurde (...) jou Jahweh daarnaar (-s)
38.
nakomelingen meerderheid (jij) haalde tevoorschijn het veld en een beetje (jij) verzamelde dat IHXLNW de sprinkhaan
39.
als zijn hoog TÐO en (jij) hebt gewerkt en wijn niet (jij) dronk noch TACR dat (jij) at (...) ons ETLOT
40.
olijven (zij) waren aan jou in alle grens (...) jou en olie niet (jij) goot uit dat ISL olijf (...) jou
41.
zonen en dochters (jij) bracht voort noch (zij) waren aan jou dat (zij) gingen bij (de) gevangenschap
42.
alle boom (...) jou en vrucht aarde (...) jou (hij) veroverde EßLßL
43.
Hagar die bij (het) binnenste (...) jou (hij) verhief op jou hoogte hoogte en (met) haar (jij) daalde stam stam
44.
hij ILWK en (met) haar niet (jullie) overnachtten hij (hij) was aan hoofd en (met) haar (jij) was LZNB
45.
en (zij) zijn gekomen op jou alle de vervloekingen (de) deze en (zij) hebben achtervolgd (...) jou en (zij) hebben bereikt (...) jou tot roeie uit! (...) jou dat niet (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren voorschriften (...) hem en grondwetten (...) hem die opdracht (...) jou
46.
en (zij) zijn geweest bij jou aan letter en aan wonderteken en bij (de) nakomelingen (...) jou tot eeuwigheid
47.
in de plaats van die niet (jij) hebt gewerkt (tot) Jahweh jouw God bij (de) vreugde en bij (de) goedheid hart van meerderheid alle
48.
en (jij) hebt gewerkt (tot) vijanden (...) jou die (hij) zond weg (...) ons Jahweh bij jou bij (de) honger en bij (de) dorst en bij (de) stad (...) hen en bij (het) gebrek alle en (hij) heeft gegeven op ijzer op hals (...) jou tot (zij) hebben uitgeroeid (met) jou
49.
(hij) droeg Jahweh op jou volk afstand van einde het land zoals IDAE de gier volk die niet (jij) hoorde toe tong (...) hem
50.
volk kracht aanzicht die niet (hij) droeg aanzicht aan baard en jeugd niet (hij) legerde
51.
en eten vrucht vee (...) jou en vrucht aarde (...) jou tot roeie uit! (...) jou die niet (hij) liet achter aan jou graan most en zuivere olie dat (hij) heeft gewoond ALPIK WOSTRT kleinvee (...) jou tot (zij) hebben verloren laten gaan (met) jou
52.
en (de) smalle aan jou in alle poorten (...) jou tot RDT leren zak-en (...) jou ECBET en (de) versterkte (mv) die (met) haar veiligheid bij hen in alle land (...) jou en (de) smalle aan jou in alle poorten (...) jou in alle land (...) jou die (hij) heeft gegeven Jahweh jouw God aan jou
53.
en (jij) hebt gegeten vrucht buik (...) jou vlees zonen (...) jou en dochters (...) jou die (hij) heeft gegeven aan jou Jahweh jouw God bij (de) belegering WBMßWQ die IßIQ aan jou vijand (...) jou
54.
de man de zachtheid bij jou WEONC zeer (zij) achtervolgde bestudeert! bij (de) broers (...) hem en (jij) bent verrot boezem (...) hem en bij (de) rest zonen (...) hem die IWTIR
55.
(jij) bent gestorven aan één (van)uit hen kondig(t) aan zonen (...) hem die (hij) at zonder (hij) heeft achtergelaten als alle bij (de) belegering WBMßWQ die IßIQ aan jou vijand (...) jou in alle poorten (...) jou
56.
naar de zachtheid bij jou WEONCE die niet (zij) heeft beproefd lepel naar voet EßC op het land METONC en van zachtheid (zij) achtervolgde naar oog bij (de) man naar boezem en naar bij (de) zoon en naar bij (de) dochter
57.
WBSLITE EIWßT van tussen naar voeten en naar bij (de) zonen die (jij) baarde dat (jij) at (...) hen bij (het) gebrek alle bij (het) geheim bij (de) belegering WBMßWQ die IßIQ aan jou vijand (...) jou bij (de) poorten (...) jou
58.
als niet (jij) bewaarde te doen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze de (hand)schrift-en bij (het) boek deze aan vrees (tot) (is het zo) dat daar (de) belangrijke en (de) ontzagwekkende deze (tot) Jahweh jouw God
59.
en de wonder Jahweh (tot) slag (...) jou en (tot) slaan nakomelingen (...) jou slaan (jij) bent gegroeid en loyale (mv) en niet-heilige-en kwaden en loyale (mv)
60.
en (hij) heeft teruggegeven bij jou (tot) alle bedank(t) Egypte die ICRT van aanzichten (...) hen en (zij) hebben geplakt bij jou
61.
ook alle ziekte en alle geslagen die niet geschreven bij (het) boek het Wetboek (de) deze (hij) verhief (...) hen Jahweh op jou tot roeie uit! (...) jou
62.
en (jullie) zijn gebleven verhoging (...) mij een beetje in de plaats van die (jullie) zijn geweest zoals sterren van de hemel aan meerderheid dat niet (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh jouw God
63.
en (hij) is geweest zoals zes Jahweh op jullie goed te doen (met) jullie en te vermeerderen (met) jullie zo (hij) verblijdde zich Jahweh op jullie verloren gaan te laten (met) jullie en uit te roeien (met) jullie WNXHTM boven de aarde die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
64.
WEPIßK Jahweh in alle de volkeren van einde het land en tot einde het land en (jij) hebt gewerkt daar God anderen die niet (jij) hebt geweten (met) haar en vaders (...) jou boom en steen
65.
en bij (de) volken die niet TRCIO noch (hij) was om te rusten aan lepel voet (...) jou en (hij) heeft gegeven Jahweh aan jou daar hart (hij) is boos geweest en sluiting ogen en verdriet ziel
66.
en (zij) zijn geweest leven (...) jou TLAIM aan jou op een afstand en (jij) bent bang geweest nacht en dag (...) hen noch (jij) geloofde bij (de) leven (...) jou
67.
bij (het) rundvee (jij) sprak water van (hij) gaf aangename en bij (de) borg (jij) sprak water van (hij) gaf rundvee ben(t) bang hart (...) jou die (jij) was bang en van verschijning ogen (...) jou die (jij) liet zien
68.
en (hij) heeft teruggegeven (...) jou Jahweh Egypte bij (de) schepen bij (de) weg die (ik) heb gesproken aan jou niet TXIP nog (eens) te vrezen (er)naar WETMKRTM daar aan vijanden (...) jou aan slaven en aan slavinnen en (er is) niet buis
69.
deze spreek! het verbond die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes LKRT (tot) bouw! Israël bij (het) land Moab weg van tak het verbond die (hij) heeft afgehakt (met) hen bij (het) zwaard

Hoofdstuk 29

1.
en (hij) noemde Mozes naar alle Israël en (hij) sprak naar hen (met) hen (jullie) hebben gezien (tot) alle die (hij) heeft gedaan Jahweh aan ogen (...) jullie bij (het) land Egypte aan farao en aan alle slaven (...) hem en aan alle land (...) hem
2.
EMXWT (jij) hebt vergroot die (zij) hebben gezien ogen (...) jou EATT WEMPTIM de groten die
3.
noch (hij) heeft gegeven Jahweh aan jullie hart te weten en ogen te zien en oren aan nieuws tot vandaag deze
4.
WAWLK (met) jullie veertig jaar bij (de) woestijn niet echtgenoot (...) hem (ik) ben volledig geweest (...) jullie ontvreemd! (...) jullie en schoen (...) jou niet BLTE boven voet (...) jou
5.
brood niet (jullie) hebben gegeten en wijn en beloning niet (jullie) hebben gedronken opdat (jullie) wisten dat ik Jahweh jullie God
6.
en (jij) kwam (...) hem naar de plaats deze en uitgaande Sihon koning Hesbon en Og koning de Basan ons tegemoet aan strijd WNKM
7.
en (wij) namen (tot) land (...) hen en (zij) heeft gegeven aan erfgoed aan Rubeniet en aan bokje en druk! stam EMNSI
8.
en (jullie) hebben gehouden (tot) spreek! het verbond (de) deze en (jullie) hebben gedaan (met) hen opdat (jullie) werden wijs (tot) alle die (jullie) maakten (...) hen
9.
(met) hen heft-en vandaag kun! (...) jullie voor Jahweh jullie God hoofden (...) jullie stammen (...) jullie baarden (...) jullie en politie (...) jullie alle man Israël
10.
kleine kinderen (...) jullie vrouwen (...) jullie en vreemdeling (...) jou die te midden van kampen (...) jou MHÐB bomen (...) jou tot (hij) heeft geput wateren (...) jou
11.
door te trekken (...) jou bij (het) verbond Jahweh jouw God WBALTW die Jahweh jouw God (hij) heeft afgehakt met jou vandaag
12.
opdat (hij) heeft gevestigd (met) jou vandaag als aan volk en hij (hij) was aan jou aan God zoals woord aan jou en zoals (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou aan Abraham aan Izak en aan Jakob
13.
noch (met) jullie alleen jullie ik (hij) heeft afgehakt (tot) het verbond (de) deze en (tot) (de) deze (de) deze
14.
dat (tot) die hij is er mond met ons sta vast! vandaag voor Jahweh onze God en (tot) die hij is (er) niet mond met ons vandaag
15.
dat (met) hen (jullie) hebben geweten (tot) die (wij) hebben gewoond bij (het) land Egypte en (tot) die (wij) zijn voorbijgegaan te midden van de volken die (jullie) zijn voorbijgegaan
16.
en (jullie) lieten zien (tot) afgoden (...) hen en (tot) CLLIEM boom en steen zilver en goud die met hen
17.
opdat niet er is bij jullie man of vrouw of familie of stam die hart (...) hem hoek vandaag bij vandaan Jahweh onze God te gaan te bewerken (tot) mijn God de volken die opdat niet er is bij jullie wortel koe hoofd WLONE
18.
en (hij) is geweest bij (zij) hebben toegehoord (tot) spreek! (de) deze (de) deze WETBRK bij (het) hart (...) hem te spreken vrede (hij) was aan mij dat BSRRWT hart (...) mij (ik) ging opdat XPWT (is het zo) dat (hij) heeft genoeg gedronken (tot) (is het zo) dat (zij) heeft dorst gehad
19.
niet (hij) wenste Jahweh (hij) heeft vergeven als dat destijds (hij) heeft gemaakt (...) hen neus Jahweh en jaloezie (...) hem bij (de) man dat WRBßE bij hem alle (de) deze naar het geschrevene bij (het) boek deze en (hij) heeft uitgewist Jahweh (tot) zijn naam onder vandaan de hemel
20.
WEBDILW Jahweh aan herder van alle stammen van Israël zoals alle deze (mv) het verbond naar het geschrevene bij (het) boek het Wetboek deze
21.
en woord de generatie (de) laatste zonen (...) jullie die (zij) stondden op MAHRIKM en de vreemdeling die (hij) kwam van land naar afstand en (zij) hebben gezien (tot) slaan het land dat en (tot) THLAIE die (hij) is ziek geworden Jahweh bij haar
22.
zwavel en zout (zij) heeft verbrand alle naar land niet (jij) zaaide noch (zij) groeide noch (hij) verhief bij haar alle planten zoals omkering van Sodom en Gomorra aarde en gazellen die (hij) heeft omgekeerd Jahweh bij (de) neus (...) hem en bij (de) woede (...) hem
23.
en (zij) hebben gesproken alle de volken op wat? (hij) heeft gedaan Jahweh zodoende aan land (de) deze wat? ontbrand! de neus (de) grote deze
24.
en (zij) hebben gesproken op die (zij) hebben verlaten (tot) verbond Jahweh mijn God vader (...) hen die (hij) heeft afgehakt volk (...) hen bij (zij) hebben tevoorschijn gehaald (met) hen van land Egypte
25.
en (zij) gingen en (zij) werkten God anderen en (zij) bogen zich diep aan hen God die niet (zij) hebben geweten (...) hen noch deel aan hen
26.
en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij (het) land dat te brengen op haar (tot) alle de vervloeking naar het geschrevene bij (het) boek deze
27.
WITSM Jahweh boven aarde-en (...) hen bij (de) neus en bij (de) woede en bij (de) woede grote en (hij) ging neer (...) hen naar land andere zoals dag deze
28.
ENXTRT aan Jahweh onze God WENCLT aan ons en aan zonen (...) ons tot eeuwigheid te doen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze

Hoofdstuk 30

1.
en (hij) is geweest dat voert in! op jou alle de woorden (de) deze de gelukwens en de vervloeking die (ik) heb gegeven voor jou en zet stop! naar hart (...) jou in alle de volken die EDIHK Jahweh jouw God daarnaar (-s)
2.
en sabbat tot Jahweh jouw God en (jij) hebt toegehoord bij (de) klank (...) hem zoals alle die ik van opdracht (...) jou vandaag (met) haar en zonen (...) jou in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou
3.
en woon! Jahweh jouw God (tot) rust! (...) jou en baarmoeder (...) jou en woon! en (hij) heeft verzameld (...) jou van alle de volkeren die EPIßK Jahweh jouw God daarnaar (-s)
4.
als (hij) was NDHK bij (het) einde de hemel van daar (hij) verzamelde (...) jou Jahweh jouw God en van daar (hij) nam (...) jou
5.
en (hij) heeft gebracht (...) jou Jahweh jouw God naar het land die (zij) hebben veroverd vaders (...) jou en (jij) hebt veroverd (er)naar en doe goed! (...) jou en de meerderheid (...) jou van vaders (...) jou
6.
en (hij) heeft besneden Jahweh jouw God (tot) hart (...) jou en (tot) hart nakomelingen (...) jou aan liefde (tot) Jahweh jouw God in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou opdat leven (...) jou
7.
en (hij) heeft gegeven Jahweh jouw God (tot) alle deze (mv) (de) deze op vijanden (...) jou en op haat! (...) jou die (zij) hebben achtervolgd (...) jou
8.
en (met) haar (jij) blies en (jij) hebt toegehoord bij (de) klank Jahweh en (jij) hebt gedaan (tot) alle voorschriften (...) hem die ik van opdracht (...) jou vandaag
9.
WEWTIRK Jahweh jouw God in alle Mozes hand (...) jou bij (de) vrucht buik (...) jou en bij (de) vrucht vee (...) jou en bij (de) vrucht aarde (...) jou LÐBE dat (hij) blies Jahweh LSWS op jou aan goede zoals zes op vaders (...) jou
10.
dat (jij) hoorde toe bij (de) klank Jahweh jouw God te bewaren voorschriften (...) hem en grondwetten (...) hem naar het geschrevene bij (het) boek het Wetboek deze dat (jij) blies naar Jahweh jouw God in alle hart (...) jou en in alle ziel (...) jou
11.
dat het voorschrift (de) deze die ik van opdracht (...) jou vandaag niet NPLAT hij (van)uit jou noch (zij) is ver geweest hij
12.
niet bij (de) hemel hij te spreken water van (hij) verhief aan ons naar de hemel en (hij) nam (er)naar aan ons en (hij) hoorde toe (...) ons (met) haar en (wij) maakten (...) haar
13.
noch trek(t) door aan zee hij te spreken water van (hij) ging voorbij aan ons naar kant de zee en (hij) nam (er)naar aan ons en (hij) hoorde toe (...) ons (met) haar en (wij) maakten (...) haar
14.
dat verwant naar jou het woord zeer bij (de) monden (...) jou en bij (het) hart (...) jou te maken (...) hem
15.
(hij) heeft gezien (ik) heb gegeven voor jou vandaag (tot) de leven en (tot) (de) goede en (tot) de dood en (tot) juich!
16.
die ik van opdracht (...) jou vandaag aan liefde (tot) Jahweh jouw God te gaan bij (de) wegen (...) hem en te bewaren voorschriften (...) hem en grondwetten (...) hem en rechtsregels (...) hem en (jij) hebt geleefd en (jij) bent veel geweest en zegen! (...) jou Jahweh jouw God bij (het) land die (met) haar (hij) is gekomen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
17.
en als Jefunne hart (...) jou noch (jij) hoorde toe WNDHT en (jij) hebt je diep gebogen aan God anderen en (jullie) hebben gewerkt
18.
(ik) heb verteld aan jullie vandaag dat (hij) is verloren gegaan (jullie) gingen verloren (...) hen niet beschrijf! (...) jullie dagen op de aarde die (met) haar kant (tot) de Jordaan te komen daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
19.
(ik) heb getuigd bij jullie vandaag (tot) de hemel en (tot) het land de leven en de dood (ik) heb gegeven voor jou de gelukwens en de vervloeking en (jij) hebt gekozen bij (de) leven opdat (jij) leefde (met) haar en nakomelingen (...) jou
20.
aan liefde (tot) Jahweh jouw God aan nieuws bij (de) klank (...) hem WLDBQE bij hem dat hij leven (...) jou en lange dagen (...) jou te wonen op de aarde die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vaders (...) jou aan Abraham aan Izak en aan Jakob te geven aan hen

Hoofdstuk 31

1.
en (hij) ging Mozes en (hij) sprak (tot) de woorden (de) deze naar alle Israël
2.
en (hij) sprak naar hen zoon honderd en twintig jaar ik vandaag niet eet nog (eens) uit te gaan en te komen en Jahweh woord naar mij niet (zij) ging voorbij (tot) de Jordaan deze
3.
Jahweh jouw God hij kant voor jou hij (hij) roeide uit (tot) de volken (de) deze weg van aanzichten (...) jou en (jullie) hebben veroverd Jozua hij kant voor jou zoals woord Jahweh
4.
en (hij) heeft gedaan Jahweh aan hen zoals (hij) heeft gedaan aan Sihon en spot! heers! de Amoriet en aan land (...) hen die (hij) heeft uitgeroeid (met) hen
5.
en (hij) heeft gegeven (...) hen Jahweh voor jullie en (jullie) hebben gedaan aan hen zoals alle het voorschrift die (ik) heb opdracht gegeven (met) jullie
6.
versterkt! en (zij) zijn sterk geweest naar (jullie) vreesden en naar TORßW van aanzichten (...) hen dat Jahweh jouw God hij de beweging met jou niet (hij) liet los (...) jou noch (hij) verliet (...) jou
7.
en (hij) noemde Mozes aan Jozua en (hij) sprak naar hem te bestuderen (...) mij alle Israël kracht en (hij) is sterk geweest dat (met) haar (jij) kwam (tot) het volk deze naar het land die (hij) heeft gezworen Jahweh aan vader (...) hen te geven aan hen en (met) haar TNHILNE hen
8.
en Jahweh hij de beweging voor jou hij (hij) was met jou niet (hij) liet los (...) jou noch (hij) verliet (...) jou niet (je) zult vrezen noch in de plaats van
9.
en (hij) schreef Mozes (tot) het Wetboek (de) deze en (hij) gaf naar de priesters bouw! Levi de dragers (tot) kist verbond Jahweh en naar alle ben oud! Israël
10.
en (hij) gaf opdracht Mozes hen te spreken van eind zeven twee BMOD jaar van ESMÐE bij (het) feest de hutten
11.
bij (de) komst alle Israël te zien (tot) aanzicht van Jahweh jouw God bij (de) plaats die (hij) koos (jij) noemde (tot) het Wetboek (de) deze tegenover alle Israël bij (de) oren (...) hen
12.
de menigte (tot) het volk de mensen en de vrouwen en de kleine kinderen en vreemdeling (...) jou die bij (de) poorten (...) jou opdat (zij) hoorden toe en opdat (zij) onderwezen en (zij) lieten zien (tot) Jahweh jullie God en bewaart! te doen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze
13.
en zonen (...) hen die niet (zij) hebben geweten (zij) hoorden toe en onderwijst! aan vrees (tot) Jahweh jullie God alle de dagen die (met) hen leven op de aarde die (met) hen voorbijgaan (tot) de Jordaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
14.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes èn (zij) hebben nader gebracht dagen (...) jou te sterven (hij) heeft genoemd (tot) Jozua en (zij) hebben zich opgesteld bij (de) tent ontmoeting WAßWNW en (hij) ging Mozes en Jozua en (zij) stelden zich op bij (de) tent ontmoeting
15.
en gezien Jahweh bij (de) tent bij (de) staander wolk en (hij) stond vast staander de wolk op opening de tent
16.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes hier ben jij lig neer! met vaders (...) jou en (hij) is opgestaan het volk deze en (hij) heeft gehoereerd na mijn God vreemde land het land die hij (hij) is gekomen daarnaar (-s) bij (zij) hebben nader gebracht en (hij) heeft verlaten (...) mij en de stier (tot) verbonden van die hak af! (met) hem
17.
en (hij) is ontbrand neuzen van bij hem bij (de) dag dat en (ik) heb verlaten (...) hen en (ik) heb verborgen aanzicht van (van)uit hen en (hij) is geweest aan eten en (zij) heeft gevonden (...) hem medemensen twisten en smalle (mv) en woord bij (de) dag dat toch? op dat (er is) niet mijn God bij breng nader! (zij) hebben gevonden (...) mij de medemensen (de) deze
18.
en ik verberg! (ik) verborg aanzicht van bij (de) dag dat op alle de herder die (hij) heeft gedaan dat hoek naar God anderen
19.
en nu (zij) hebben geschreven aan jullie (tot) naar het lied (de) deze en (zij) heeft gestudeerd (tot) bouw! Israël plaats! (er)naar bij (de) monden (...) hen opdat (jij) was aan mij naar het lied (de) deze voor altijd bij bouw! Israël
20.
dat (ik) bracht (...) ons naar de aarde die (ik) heb gezworen aan vaders (...) hem (jij) hebt gevloeid melk en honing en eten en zeven en vette en hoek naar God anderen en (zij) hebben gewerkt (...) hen en (zij) hebben gesmaad (...) mij en de stier (tot) verbonden van
21.
en (hij) is geweest dat (jij) vond (...) hen (met) hem medemensen twisten en smalle (mv) en (zij) heeft geantwoord naar het lied (de) deze voor hem voor altijd dat niet (jij) liet vergeten van mond van (zij) hebben gezaaid dat (ik) heb geweten (tot) fabriceert! die hij (hij) heeft gedaan vandaag voordat (ik) bracht (...) ons naar het land die (ik) heb gezworen
22.
en (hij) schreef Mozes (tot) naar het lied (de) deze bij (de) dag dat en (hij) onderwees (er)naar (tot) bouw! Israël
23.
en (hij) gaf opdracht (tot) Jozua zoon Nun en (hij) sprak kracht en (hij) is sterk geweest dat (met) haar (jij) bracht (tot) bouw! Israël naar het land die (ik) heb gezworen aan hen en ik (ik) was met jou
24.
en wees zoals alle (mv) Mozes aan (hand)schrift (tot) spreek! het Wetboek (de) deze op boek tot (hij) is volledig geweest
25.
en (hij) gaf opdracht Mozes (tot) de Levieten (hij) heeft gedragen (...) mij kist verbond Jahweh te spreken
26.
lering (tot) boek het Wetboek deze en (jullie) hebben geplaatst (met) hem vesting kist verbond Jahweh jullie God en (hij) is geweest daar bij jou voor altijd
27.
dat ik (ik) heb geweten (tot) verzet-en (...) jou en (tot) nek (...) jou (de) harde èn BOWDNI levende met jullie vandaag van Mirjam (is het zo) dat (hij) verbaasde zich met Jahweh en neus dat na sterf!
28.
EQEILW naar mij (tot) alle ben oud! stammen (...) jullie en politie (...) jullie en (ik) sprak (er)naar bij (de) oren (...) hen (tot) de woorden (de) deze en (ik) getuigde (er)naar in hen (tot) de hemel en (tot) het land
29.
dat (ik) heb geweten na sterf! dat maak kapot! (jullie) bedierven (...) hen en (jullie) zijn afgeweken vanuit de weg die (ik) heb opdracht gegeven (met) jullie en (jij) hebt genoemd (met) jullie de herder aan het einde van de dagen dat (jullie) maakten (tot) juich! bij bestudeer! Jahweh boos te maken (...) hem bij Mozes handen (...) jullie
30.
en (hij) sprak Mozes bij (de) oren van alle menigte Israël (tot) spreek! naar het lied (de) deze tot (hij) is volledig geweest

Hoofdstuk 32

1.
(zij) hebben geluisterd de hemel en (ik) sprak (er)naar en (jij) hoorde toe het land Amoriet mond van
2.
(hij) droop zoals regen leringen van TZL zoals dauw (ik) heb gesproken zoals bok (...) hen op mij grasveld WKRBIBIM op mij planten
3.
dat daar Jahweh (ik) werd genoemd brengt grootheid aan onze God
4.
de rots volledige daad (...) hem dat alle wegen (...) hem rechtsregel naar waarheid en (er is) niet onrecht rechtvaardige en rechte hij
5.
kuil als niet zonen (...) hem gebrek (...) hen generatie eigenzinnige WPTLTL
6.
E aan Jahweh (jullie) lieten ontwennen deze met harp noch wijze immers hij vader (...) jou nest (...) jou hij maak! (...) jou WIKNNK
7.
man (hij) stierf eeuwigheid bij (de) doffer (...) hem jaren generatie en generatie (hij) heeft gevraagd vader (...) jou en (hij) werd verteld (...) jou baarden (...) jou en (zij) spraken aan jou
8.
BENHL hoogste volken bij (zij) zijn gescheiden bouw! mens zet vast! grens van volkeren aan getal bouw! Israël
9.
dat deel Jahweh met hem Jakob koord erfgoed (...) hem
10.
(zij) vondden (...) hem bij (het) land woestijn en bij (de) verlatenheid (hij) heeft gehuild (hij) werd vet IXBBNEW IBWNNEW (wij) hebben geschapen (...) hem KAISWN bestudeert!
11.
zoals gier (hij) merkte op (zij) hebben gekocht op kuikens (...) hem (hij) liet zich zweven (hij) spreidde uit vleugels (...) hem (zij) namen (...) hem (zij) droegen (...) hem op ABRTW
12.
Jahweh eenzame (hij) rustte (...) ons en (er is) niet met hem naar vreemde land
13.
(zij) reedden (...) hem op bij sterf! land en (hij) at TNWBT Sjadai en (hij) maakte schoon (...) hem honing van rots en olie van kiezel rots
14.
boter van rundvee en melk kleinvee met melk lammeren en rammen bouw! Basan en bokken met melk nieren tarwe en bloed druif (jij) dronk klei
15.
en (hij) werd vet effent! (...) hen WIBOÐ acht OBIT zoals doorn en (hij) gaf op God maakt! (...) hem en (hij) bevuilde rots ISOTW
16.
(zij) waren jaloers (...) hem bij (de) kransen bij (jij) bent verafschuwd (zij) maakten boos (...) hem
17.
(zij) slachtten aan roven niet deze God niet (zij) hebben geweten (...) hen maanden nastaande (zij) zijn gekomen niet dat (zij) hebben blootgelegd (...) hen vaders (...) jullie
18.
rots kind (...) jou TSI en (jij) liet vergeten naar ontheilig(t) (...) jou
19.
en gezien Jahweh en (hij) smaadde van boosheid zonen (...) hem en dochters (...) hem
20.
en (hij) sprak (ik) verborg (er)naar aanzicht van (van)uit hen (ik) liet zien wat? AHRITM dat generatie TEPKT deze (mv) zonen niet amen! in hen
21.
zij (zij) zijn jaloers geweest (...) mij zonder naar (zij) zijn boos geweest (...) mij bij (de) dampen (...) hen en ik AQNIAM zonder met bij (de) volk harp (ik) maakte boos (...) hen
22.
dat vuur QDHE bij (de) neuzen van WTIQD tot dodenrijk bodem en (jij) at land en naar 50e jaardag WTLEÐ fundamenten van (hij) heeft opgetild
23.
(zij) heeft verzameld op hen medemensen halve (zij) heeft gegeten in hen
24.
MZI honger en strijd! RSP WQÐB MRIRI en tand bij dood! (ik) zond weg in hen met leren zak ZHLI stof
25.
buiten TSKL zwaard en van kamers verschrikking ook jongeman ook maagd zuigeling met man ouderdom
26.
(ik) heb gesproken APAIEM (ik) zette stop (er)naar van mens man (...) hen
27.
indien niet boosheid vijand (ik) woonde opdat niet INKRW ßRIMW opdat niet (zij) spraken hand (...) ons wormen noch Jahweh daad alle deze
28.
dat volk (hij) is verloren gegaan adviezen deze (mv) en (er is) niet bij hen wijsheid
29.
als (zij) zijn wijs geworden (zij) werden wijs deze (zij) begrepen LAHRITM
30.
hoe? (hij) achtervolgden één duizend en twee INIXW tienduizend als niet dat rots (...) hen van wijngaard en Jahweh (hij) heeft in quarantaine gebracht (...) hen
31.
dat niet zoals rots (...) ons rots (...) hen en vijanden (...) ons PLILIM
32.
dat van wijnstok Sodom wijnstok (...) hen WMSDMT Gomorra ONBMW druiven van RWS ASKLT (jij) hebt verbitterd voor hen
33.
leren zak krokodil (...) hen wijn (...) hen en hoofd PTNIM AKZR
34.
toch? hij zoals belasting met mij angst (...) hen bij berg(t) op (...) mij
35.
aan mij wraak en gehele aan tijd (jij) wankelde voet (...) hen dat verwant dag tegenslag (...) hen en (hij) heeft zich gehaast OTDT voor hen
36.
dat (hij) berechtte Jahweh met hem en op slaven (...) hem ITNHM dat vrees dat AZLT hand en niets houd vast! en verlaat!
37.
en woord waar goden (...) hem rots zoek bescherming! (...) hem bij hem
38.
die melk ZBHIMW (zij) aten (zij) dronken wijn tekens (...) jullie (zij) stondden op en (hij) hielp (...) jullie wees op jullie (zij) heeft bestreden
39.
(zij) hebben gezien nu dat ik ik hij en (er is) niet God met mij ik (ik) doodde en (ik) leefde (ik) heb vermorzeld en ik (ik) genas en (er is) niet van handen van redder
40.
dat (ik) droeg naar hemel handen van en (ik) heb gesproken levende ik aan eeuwigheid
41.
als jaren (...) mij flits word vernield! en (jij) greep bij (de) rechtsregel handen van (ik) gaf terug wraak aan vijanden van WLMSNAI (ik) betaalde
42.
ASKIR halve van bloed en word vernield! (jij) at vlees van bloed dode en naar gevangenschap van hoofd PROWT vijand
43.
(is het zo) dat zing! (...) ons volken met hem dat bloed slaven (...) hem (hij) wraakte en wraak (hij) gaf terug aan vijanden (...) hem en dorp aarde (...) hem met hem
44.
en (hij) kwam Mozes en (hij) sprak (tot) alle spreek! naar het lied (de) deze bij (de) oren van het volk hij en Hosea zoon Nun
45.
en (hij) heeft gekund Mozes te spreken (tot) alle de woorden (de) deze naar alle Israël
46.
en (hij) sprak naar hen plaatst! hart (...) jullie aan alle de woorden die ik getuig(t) bij jullie vandaag die (zij) gaf opdracht (...) hen (tot) zonen (...) jullie te bewaren te doen (tot) alle spreek! het Wetboek (de) deze
47.
dat niet woord lege hij (van)uit jullie dat hij leef! (...) jullie en bij (het) woord deze (jullie) verlengden dagen op de aarde die (met) hen voorbijgaan (tot) de Jordaan daarnaar (-s) te veroveren (er)naar
48.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes bij (het) bot vandaag deze te spreken
49.
blad naar heuvel (is het zo) dat voorbijgaan deze heuvel Nebo die bij (het) land Moab die op aanzicht van maan (...) hem en (hij) heeft gezien (tot) land Kanaän die ik (hij) heeft gegeven aan zonen van Israël naar aan Achaz
50.
en dode bij (de) heuvel die (met) haar blad daarnaar (-s) en de Asaf naar volkeren (...) jou zoals dode Aäron broers (...) jou bij (de) heuvel de heuvel en (hij) verzamelde naar volkeren (...) hem
51.
op die (jullie) hebben ontvreemd bij mij binnen bouw! Israël bij (het) water van MRIBT heiligheid woestijn Zin op die niet (jullie) hebben geheiligd mij binnen bouw! Israël
52.
dat op een afstand (jij) liet zien (tot) het land en daarnaar (-s) niet (jij) kwam naar het land die ik (hij) heeft gegeven aan zonen van Israël

Hoofdstuk 33

1.
en deze de gelukwens die zegen! Mozes man naar God (tot) bouw! Israël voor sterft!
2.
en (hij) sprak Jahweh van Sinaï (hij) is gekomen en glans van bok voor hen EWPIO vlugge Paran en (met) haar MRBBT heiligheid wateren (...) ons ASDT voor hen
3.
neus HBB volkeren alle heiligheden (...) hem bij (de) hand (...) jou en zij (jullie) sloegen aan voet (...) jou (hij) droeg van woorden (...) jou
4.
Wetboek geef opdracht! aan ons Mozes erfdeel (jij) hebt verzameld Jakob
5.
en wees (zij) hebben aangekondigd (...) hen koning BETAXP hoofden van met samen stammen van Israël
6.
leve! Ruben en naar (hij) stierf en wees dood-en (...) hem getal
7.
en deze aan Juda en (hij) sprak nieuws Jahweh klank Juda en naar met hem (jij) bracht (...) ons handen (...) hem meerderheid als en hulp Egyptenaars (...) hem (jij) was
8.
en aan Levi woord verbaas je! (...) jou en lichten (...) jou aan man getrouwe (...) jou die (jij) hebt beproefd (...) hem naar bij (de) belasting (jullie) twistten (...) hem op water van om te twisten (er)naar
9.
de woord aan vader (...) hem en natie (...) hem niet (ik) heb gezien (...) hem en (tot) broers (...) hem niet (hij) heeft herkend en (tot) bij ons niet (hij) heeft geweten dat bewaart! (jij) hebt gesproken (...) jou en verbond (...) jou INßRW
10.
IWRW rechtsregels (...) jou aan Jakob en Wetboek (...) jou aan Israël (zij) plaatsten pluk! (er)naar bij (de) neus (...) jou WKLIL op altaar (...) jou
11.
zegen! Jahweh macht (...) hem en daad handen (...) hem Thirza (hij) heeft vermorzeld lendenen QMIW WMSNAIW vanuit (zij) stondden op (...) hen
12.
aan Benjamin woord IDID Jahweh jullie zijn er zich te verzekeren op hem HPP op hem alle vandaag en tussen flanken (...) hem buurman
13.
en aan Jozef woord zegen(t) Jahweh land (...) hem MMCD hemel van dauw en van afgrond RBßT in de plaats van
14.
WMMCD opbrengst van zon WMMCD verjaag! maan-en
15.
en van hoofd ERRI voorkant WMMCD heuvels eeuwigheid
16.
WMMCD land en (zij) is vol geweest en wil behuis! XNE opbrengst (...) haar aan hoofd Jozef WLQDQD monnik broers (...) hem
17.
eerstgeborene os (...) hem pracht als en groeie! (hij) heeft gezien (...) hen hoornen (...) hem bij hen volkeren INCH samen houd op! land en zij RBBWT Efraïm en zij duizend(en) van Manasse
18.
en aan Zebulon woord maak blij! Zebulon bij uit te gaan (...) jou en Issaschar bij (de) tenten (...) jou
19.
volkeren heuvel (zij) noemden daar (zij) slachtten slacht! rechtvaardigheid dat SPO dagen IINQW en klipdassen van verberg! (...) mij zand
20.
en aan Gad woord gezegende MRHIB Gad zoals leeuw buurman en prooi arm neus QDQD
21.
en gezien begin als dat daar perceel van MHQQ voegt toe! (...) hen WITA hoofden van met (jij) hebt gelijk gehad Jahweh (hij) heeft gedaan en rechtsregels (...) hem met Israël
22.
en aan Dan woord Dan woon! leeuw IZNQ vanuit de Basan
23.
en aan Nafthali woord Nafthali zeven wil en (hij) is vol geweest (jij) hebt gezegend Jahweh zee en zuid erfenis
24.
en te bevestigen woord gezegende van zonen die wees (zij) hebben gerend (...) mij broers (...) hem en (hij) heeft gedoopt bij (de) olie voet (...) hem
25.
ijzer en koper van schoen (...) jou WKIMIK DBAK
26.
(er is) niet zoals macht effent! (...) hen wagen hemel bij (de) hulp (...) jou en bij (de) hoogmoed (...) hem wolken
27.
antwoord mijn God voorkant en onder vandaan (jij) hebt gezaaid eeuwigheid en (hij) verjoeg van aanzichten (...) jou vijand en (hij) sprak roeie uit!
28.
en jullie zijn er Israël veiligheid eenzame oog Jakob naar land graan en most neus namen (...) hem (zij) dropen dauw
29.
heil (...) jou Israël water van zoals jij met NWSO bij Jahweh schild hulp (...) jou en die zwaard hoogmoed (...) jou en (zij) logen vijanden (...) jou aan jou en (met) haar op BMWTIMW (zij) woonde (...) jou

Hoofdstuk 34

1.
en (hij) verhief Mozes van wildernis van Moab naar heuvel Nebo hoofd de top die op aanzicht van maan (...) hem en vrees (...) hem Jahweh (tot) alle het land (tot) het gedenkteken tot Dan
2.
en (tot) alle Nafthali en (tot) land Efraïm en Manasse en (tot) alle land Juda tot de zee (de) laatste
3.
en (tot) het Zuiden en (tot) het plein BQOT maan (...) hem stad de dadels tot Zoar
4.
en (hij) sprak Jahweh naar hem deze het land die (ik) heb gezworen aan Abraham aan Izak en aan Jakob te spreken aan nakomelingen (...) jou (ik) zal geven (ik) heb laten zien (...) jou bij (de) ogen (...) jou en daarnaar (-s) niet (zij) ging voorbij
5.
en (hij) stierf daar Mozes slaaf Jahweh bij (het) land Moab op mond van Jahweh
6.
en (hij) begroef (met) hem bij (het) dal bij (het) land Moab tegenover huis Peor noch (hij) heeft geweten man (tot) (jij) hebt begraven (...) hem tot vandaag deze
7.
en Mozes zoon honderd en twintig jaar bij (zij) zijn gestorven niet (zij) is donker geworden bestudeert! noch teken naar frisheid
8.
en (zij) weenden bouw! Israël (tot) Mozes bij (jij) bent aangenaam geweest Moab dertig dag en (zij) verbaasden zich dagen van geween rouw Mozes
9.
en Jozua zoon Nun (hij) is vol geweest wind wijsheid dat (hij) heeft gesteund Mozes (tot) handen (...) hem op hem en (zij) hoorden toe naar hem bouw! Israël en (zij) hebben gemaakt zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
10.
noch (hij) is opgestaan profeet nog (eens) bij Israël zoals Mozes die (zij) hebben geweten Jahweh aanzicht naar aanzicht
11.
aan alle EATT en de wondertekenen die zendt weg! Jahweh te doen bij (het) land Egypte aan farao en aan alle slaven (...) hem en aan alle land (...) hem
12.
en aan alle de hand (is het zo) dat (zij) is sterk geworden en aan alle de vrees (de) grote die (hij) heeft gedaan Mozes te bestuderen (...) mij alle Israël