Hoofdstuk 1

1.
en wees bij (de) dagen van Ahasveros hij Ahasveros kroon! van India en tot Cusch zeven en twintig en honderd staat
2.
bij (de) dagen die zoals sabbat kroon! Ahasveros op stoel koninkrijk (...) hem die bij Susan de hoofdstad
3.
bij (het) jaar van drie te heersen (...) hem (hij) heeft gedaan banket aan alle aanvoerders (...) hem en slaven (...) hem macht Perzië en van die EPRTMIM en Sarai de staten voor hem
4.
BERATW (tot) rijkdom eer koninkrijk (...) hem en (tot) waarde glans grootheid (...) hem dagen twisten tachtig en honderd dag
5.
WBMLWAT de dagen (de) deze (hij) heeft gedaan kroon! aan alle het volk (is het zo) dat bevinden zich bij Susan de hoofdstad LMCDWL en tot kleine banket zeven dagen bij (het) grondgebied CNT bij (hij) gaf kroon!
6.
Hur KRPX en lichtblauwe kleur grijp! bij saboteer! BWß en purper op CLILI zilver en staanders van zes buigen om goud en zilver op plaveisel van marmer en zes en generatie WXHRT
7.
WESQWT bij (het) gereedschap goud en alle (mv) van alle (mv) SWNIM en wijn koninkrijk meerderheid zoals hand kroon!
8.
en naar de schering zoals wet (er is) niet ANX dat zo vestig! kroon! op alle meerderheid huis (...) hem te doen zoals wil man en man
9.
ook en schering de koningin (zij) heeft gedaan banket worden verlaten huis het koninkrijk die aan koning Ahasveros
10.
bij (de) dag (de) zevende zoals goede hart kroon! bij (de) wijn woord LMEWMN BZTA HRBWNA BCTA WABCTA ZTR WKRKX zeven de hovelingen (is het zo) dat dienen (tot) aanzicht van kroon! Ahasveros
11.
te brengen (tot) en schering de koningin voor kroon! bij (de) kroon koninkrijk zien te laten de volkeren en de aanvoerders (tot) naar schoonheid dat goeds van verschijning zij
12.
en (jij) weigerde de koningin en schering te komen bij (het) woord kroon! die bij (de) hand de hovelingen en (hij) maakte zich kwaad kroon! zeer en woede (...) hem brand bij hem
13.
en (hij) sprak kroon! aan wijze (mv) (hij) heeft geweten (...) mij de tijden dat zo woord kroon! voor alle (hij) heeft geweten (...) mij wet en gerecht
14.
en bied aan! naar hem KRSNA dat (hij) heeft verspied ADMTA Tharsis MRX MRXNA MMWKN zeven Sarai Perzië en van die spiegel aanzicht van kroon! de inwoners in de eerste plaats bij (het) koninkrijk
15.
zoals wet wat? te doen bij (de) koningin en schering op die niet (zij) heeft gedaan (tot) om te spreken kroon! Ahasveros bij (de) hand de hovelingen
16.
en (hij) sprak gebrek (...) jullie voor kroon! en de aanvoerders niet op kroon! alleen hij (zij) heeft verdraaid en schering de koningin dat op alle (is het zo) dat zingen en op alle de volkeren die in alle staten kroon! Ahasveros
17.
dat uitgaande woord de koningin op alle (is het zo) dat worden verlaten LEBZWT echtgenoten (...) hen bij (de) ogen (...) hen bij (de) woord (...) hen kroon! Ahasveros woord te brengen (tot) en schering de koningin voor hem noch kom(t)
18.
en vandaag deze (jullie) spraken zingen Perzië en van die die (zij) hebben toegehoord (tot) woord de koningin aan alle Sarai kroon! en kruiken van BZIWN en woede
19.
als op kroon! goede uitgaande woord koninkrijk weg van aanzichten (...) hem en (hij) schreef bij (de) wet (...) mij Perzië en van die noch (hij) ging voorbij die niet (jij) kwam en schering voor kroon! Ahasveros en naar koninkrijk (hij) gaf kroon! te achtervolgen (er)naar het goeds (van)uit haar
20.
en (wij) hoorden toe PTCM kroon! die (zij) heeft gemaakt in alle koninkrijk (...) hem dat veelheid zij en alle (is het zo) dat worden verlaten (zij) gaven waarde aan echtgenoten (...) hen LMCDWL en tot kleine
21.
en (hij) was goed het woord bij bestudeer! kroon! en de aanvoerders en (hij) heeft gemaakt kroon! zoals woord MMWKN
22.
en (hij) zond weg boeken naar alle staten kroon! naar staat en staat als (zij) heeft geschreven en naar met en met zoals tong (...) hem te zijn alle man SRR bij (het) huis (...) hem en woestijn zoals tong met hem

Hoofdstuk 2

1.
andere de woorden (de) deze KSK leren zak kroon! Ahasveros man (tot) en schering en (tot) die (zij) heeft gedaan en (tot) die NCZR op haar
2.
en (zij) spraken schud! kroon! van diensten (...) hem (zij) zochten aan koning meisjes bij hangen op goede (mv) verschijning
3.
en (hij) beval kroon! PQIDIM in alle staten koninkrijk (...) hem en (zij) verzamelden (tot) alle meisje maagd goeds van verschijning naar Susan de hoofdstad naar huis (is het zo) dat worden verlaten naar hand ECA hoveling kroon! bewaar! (is het zo) dat worden verlaten en geschonken TMRQIEN
4.
en het meisje die TIÐB bij bestudeer! kroon! (zij) heerste in de plaats van en schering en (hij) was goed het woord bij bestudeer! kroon! en (hij) heeft gemaakt zo
5.
man Joden van (hij) is geweest bij Susan de hoofdstad en zijn naam Mordechai zoon (hij) verlichtte zoon hoor toe! zoon Kis man rechterhanden van
6.
die de bol van Jeruzalem met de bol die (is het zo) dat (zij) is in verbanning gegaan met IKNIE koning Juda die de bol Nebukadnezar koning Babel
7.
en wees amen! (tot) Hadassa zij Esther dochter tepel (...) hem dat (er is) niet aan haar vader en als en het meisje Jafeth (hij) heeft beschreven en goeds van verschijning en bij (de) dood naar vader en natie (zij) heeft genomen Mordechai als aan dochter
8.
en wees bij laat horen! woord kroon! en wet (...) hem WBEQBß meisjes twisten naar Susan de hoofdstad naar hand spreek uit! WTLQH Esther naar huis kroon! naar hand spreek uit! bewaar! (is het zo) dat worden verlaten
9.
WTIÐB het meisje bij (de) ogen (...) hem en (jij) droeg genade voor hem WIBEL (tot) TMRWQIE en (tot) MNWTE te geven aan haar en (tot) zeven het meisjes ERAIWT te geven aan haar van huis kroon! en er is (...) haar en (tot) NORWTIE aan goede huis (is het zo) dat worden verlaten
10.
niet (zij) heeft verteld Esther (tot) met haar en (tot) naar vaderland dat Mordechai geef opdracht! op haar die niet (jij) vertelde
11.
en in alle dag en dag Mordechai wandel(t) rond voor grondgebied huis (is het zo) dat worden verlaten te weten (tot) vrede Esther en wat? (zij) heeft gemaakt bij haar
12.
WBECIO tortelduif meisje en meisje te komen naar kroon! Ahasveros van eind te zijn aan haar zoals wet (is het zo) dat worden verlaten twee rijkdom maand dat zo (zij) waren vol dagen van MRWQIEN zes maanden bij (de) olie (hij) heeft verbitterd en zes maanden BBSMIM WBTMRWQI (is het zo) dat worden verlaten
13.
en hier het meisje kom(t) naar kroon! (tot) alle die (jij) sprak (hij) zal gegeven worden aan haar te komen met haar van huis (is het zo) dat worden verlaten tot huis kroon!
14.
bij (de) aangename zij kom(t) en bij (het) rundvee zij (zij) is teruggekeerd naar huis (is het zo) dat worden verlaten tweede naar hand SOSCZ hoveling kroon! bewaar! EPILCSIM niet (jij) kwam nog (eens) naar kroon! dat als wens bij haar kroon! en (zij) is genoemd bij (de) naam
15.
WBECIO tortelduif Esther dochter ABIHIL tepel Mordechai die lering als aan dochter te komen naar kroon! niet bij (de) harde woord dat als (tot) die (hij) sprak spreek uit! hoveling kroon! bewaar! (is het zo) dat worden verlaten en (zij) was Esther (jij) hebt gedragen gratie bij bestudeer! alle naar spiegel
16.
WTLQH Esther naar kroon! Ahasveros naar huis koninkrijk (...) hem bij (de) maand (de) tiende hij maand ÐBT bij (het) jaar van zeven aan koninkrijk (...) hem
17.
en (hij) had lief kroon! (tot) Esther van alle (is het zo) dat worden verlaten en (jij) droeg gratie en genade voor hem van alle de maagd-en en pas toe! kroon koninkrijk naar bij (het) hoofd en (hij) kroonde (er)naar in de plaats van en schering
18.
en (hij) heeft gemaakt kroon! banket grote aan alle aanvoerders (...) hem en slaven (...) hem (tot) banket Esther en geef rust! (er)naar aan staten (hij) heeft gedaan en (hij) gaf om te dragen zoals hand kroon!
19.
WBEQBß bij hangen op ten tweede en Mordechai inwoner bij (de) poort kroon!
20.
(er is) niet Esther MCDT naar vaderland en (tot) met haar zoals geef opdracht! op haar Mordechai en (tot) om te spreken Mordechai Esther (hij) heeft gedaan zoals (zij) is geweest bij (ik) benoemde (met) hem
21.
bij (de) dagen die en Mordechai bewoner bij (de) poort kroon! woede bij (de) wijnpers (...) hen en (jij) veroverde tweede hovelingen van kroon! bewaar(t) (...) mij (is het zo) dat voeg toe! en (zij) zochten weg te zenden hand bij (de) koning AHSWRS
22.
en (hij) werd bekend het woord aan Mordechai en (hij) werd verteld aan Esther de koningin en (jij) sprak Esther aan koning bij (de) naam Mordechai
23.
en (hij) zocht het woord en (hij) vond en (zij) hingen op die twee op boom en (hij) schreef bij (het) boek spreek! de dagen voor kroon!

Hoofdstuk 3

1.
andere de woorden (de) deze grootheid kroon! Ahasveros (tot) het manna zoon EMDTA EACCI WINSAEW en pas toe! (tot) stoel (...) hem boven alle (is het zo) dat zingen die (met) hem
2.
en alle werk! kroon! die bij (de) poort kroon! zoals kwaden en buigen zich diep aan het manna dat zo geef opdracht! als kroon! en Mordechai niet IKRO noch (hij) boog zich diep (er)naar
3.
en (zij) spraken werk! kroon! die bij (de) poort kroon! aan Mordechai waarom? (met) haar ga(a)(t) voorbij (tot) voorschrift van kroon!
4.
en wees bij (de) woord (...) hen naar hem dag en dag noch nieuws naar hen en (zij) vertelden aan het manna te zien (is het zo) dat (zij) stondden vast spreek! Mordechai dat (hij) heeft verteld aan hen die hij Joden van
5.
en gezien het manna dat (er is) niet Mordechai zoals kwaad en buig(t) zich diep (er)naar als en (hij) was vol het manna woede
6.
en (hij) minachtte bij (de) ogen (...) hem weg te zenden hand bij Mordechai alleen hij dat (zij) hebben verteld als (tot) met Mordechai en (hij) zocht het manna uit te roeien (tot) alle de Joden die in alle koninkrijk Ahasveros met Mordechai
7.
bij (de) maand (de) eerste hij maand NIXN bij (het) jaar van twee tien aan koning Ahasveros (hij) heeft laten vallen PWR hij het lot voor het manna van dag aan dag en van maand aan maand twee rijkdom hij maand Adar
8.
en (hij) sprak het manna aan koning Ahasveros hij is er met één MPZR WMPRD tussen de volkeren in alle staten koninkrijk (...) jou WDTIEM jaren van alle met en (tot) wet (...) mij kroon! zij zijn (er) niet maak! (...) hen en aan koning (er is) niet gelijke rust te geven (...) hen
9.
als op kroon! goede (hij) schreef te verliezen (...) hen en tiental duizenden plein zilver (ik) woog op handen van maak! het handwerk te brengen naar CNZI kroon!
10.
en (hij) week af kroon! (tot) ring (...) hem boven (hij) bedankte en (hij) gaf aan het manna zoon EMDTA EACCI (hij) heeft gebundeld de Joden
11.
en (hij) sprak kroon! aan het manna het zilver geschonken aan jou en het volk te doen bij hem zoals goede bij (de) ogen (...) jou
12.
en (zij) noemden vertel! kroon! bij (de) maand (de) eerste bij drie rijkdom dag bij hem en (hij) schreef zoals alle die geef opdracht! het manna naar AHSDRPNI kroon! en naar (is het zo) dat word minder! die op staat en staat en naar Sarai met en met staat en staat als (zij) heeft geschreven en met en met zoals tong (...) hem bij (de) naam kroon! AHSWRS (hij) is geschreven en (jullie) hebben gerust bij (de) ring kroon!
13.
en (wij) zondden boeken bij (de) hand (is het zo) dat rennen naar alle staten kroon! uit te roeien te doden en te verliezen (tot) alle de Joden schud(t) en tot baard kleine kinderen en worden verlaten bij (de) dag één bij drie rijkdom aan maand twee rijkdom hij maand Adar en buit (...) hen te minachten
14.
PTSCN de (hand)schrift LENTN wet in alle staat en staat (zij) hebben zich verheugd (...) mij aan alle de volkeren te zijn bokken aan dag deze
15.
(is het zo) dat rennen voert uit! DHWPIM bij (het) woord kroon! en de wet (zij) heeft gegeven bij Susan de hoofdstad en kroon! en het manna (zij) hebben gewoond te drinken en (hij) heeft opgemerkt Susan NBWKE

Hoofdstuk 4

1.
en Mordechai (hij) heeft geweten (tot) alle die (hij) is gedaan en (hij) scheurde Mordechai (tot) kledingstukken (...) hem en (hij) bekleedde zich zak en as en uitgaande binnen (hij) heeft opgemerkt en (hij) schreeuwde (zij) heeft geschreeuwd grootheid en bittere
2.
en invoer tot voor poort kroon! dat (er is) niet te komen naar poort kroon! bij zich te schamen zak
3.
en in alle staat en staat plaats die woord kroon! en wet (...) hem kom(t) toe rouw grote aan Joden en opdracht (...) hen en geween en rouwklacht zak en as IßO aan meerderheden
4.
en (jullie) kwamen meisjes Esther en naar hovelingen en (zij) vertelden aan haar WTTHLHL de koningin zeer en (jij) zond weg kledingstukken LELBIS (tot) Mordechai en te verwijderen zak (...) hem ontvreemd! (...) hem noch tegenover
5.
en (jij) noemde Esther LETK van hovelingen van kroon! die (hij) heeft opgesteld voor haar en (jij) gaf opdracht (...) hem op Mordechai te weten wat? dit en op wat? dit
6.
en uitgaande (is het zo) dat (zij) sloeg naar Mordechai naar straat (hij) heeft opgemerkt die voor poort kroon!
7.
en (hij) werd verteld als Mordechai (tot) alle die (hij) is gebeurd (...) hem en (tot) (jij) hebt uitgespreid het zilver die woord het manna te wegen op CNZI kroon! BIEWDIIM te verliezen (...) hen
8.
en (tot) PTSCN (hand)schrift de wet die (hij) heeft gegeven bij Susan uit te roeien (...) hen (hij) heeft gegeven als zien te laten (tot) Esther en te vertellen aan haar WLßWWT op haar te komen naar kroon! LETHNN als en te zoeken weg van aanzichten (...) hem op met haar
9.
en invoer (is het zo) dat (zij) sloeg en (hij) werd verteld aan Esther (tot) spreek! Mordechai
10.
en (jij) sprak Esther LETK en (jij) gaf opdracht (...) hem naar Mordechai
11.
alle werk! kroon! en met staten kroon! IDOIM die alle man en vrouw die invoer naar kroon! naar het grondgebied (de) binnenste die niet (hij) noemde één wet (...) hem te doden alleen bevestig(t) IWSIÐ als kroon! (tot) SRBIÐ het goud en dier en ik niet (ik) ben genoemd te komen naar kroon! dit SLWSIM dag
12.
en (zij) vertelden aan Mordechai (tot) spreek! Esther
13.
en (hij) sprak Mordechai terug te geven naar Esther naar (jij) leek bij (de) ziel (...) jou LEMLÐ huis kroon! van alle de Joden
14.
dat als (de) stille THRISI bij (de) tijd (de) deze wind en red! (er)naar (hij) stond aan Joden van plaats andere en (tot) en huis vader (...) jou (jullie) gingen verloren en water van (hij) werd bekend als aan tijd zoals deze (jij) bent toegekomen aan koninkrijk
15.
en (jij) sprak Esther terug te geven naar Mordechai
16.
aan jou als vlucht! (tot) alle de Joden (is het zo) dat bevinden zich bij Susan WßWMW op mij en naar (jullie) aten en naar (jullie) dronken drie van dagen nacht en dag ook ik en (ik) heb uitgeschud AßWM zo en bij jullie (ik) kwam naar kroon! die niet zoals wet en zoals (ik) ben verloren gegaan (ik) ben verloren gegaan
17.
en (hij) ging voorbij Mordechai en (hij) heeft gemaakt zoals alle die (zij) heeft opdracht gegeven op hem Esther

Hoofdstuk 5

1.
en wees bij (de) dag (de) derde en (zij) bekleedde zich Esther koninkrijk en (jij) stond vast bij (het) grondgebied huis kroon! (de) binnenste tegenover huis kroon! en kroon! bewoner op stoel koninkrijk (...) hem bij (het) huis het koninkrijk tegenover opening het huis
2.
en wees zoals zicht kroon! (tot) Esther de koningin (jij) hebt gestaan bij (het) grondgebied (zij) heeft gedragen gratie bij (de) ogen (...) hem WIWSÐ kroon! aan Esther (tot) SRBIÐ het goud die bij (hij) bedankte en (jij) bracht nader Esther en (zij) stierf bij (het) hoofd ESRBIÐ
3.
en (hij) sprak aan haar kroon! wat? aan jou Esther de koningin en wat? bij (de) boog (...) jou tot halve het koninkrijk en (hij) zal gegeven worden aan jou
4.
en (jij) sprak Esther als op kroon! goede invoer kroon! en het manna vandaag naar het banket die (ik) heb gedaan als
5.
en (hij) sprak kroon! (zij) hebben zich gehaast (tot) het manna te doen (tot) woord Esther en (hij) kwam kroon! en het manna naar het banket die (zij) heeft gedaan Esther
6.
en (hij) sprak kroon! aan Esther bij (het) banket de wijn wat? (jij) hebt gevraagd (...) jou en (hij) zal gegeven worden aan jou en wat? bij (de) boog (...) jou tot halve het koninkrijk en (jij) maakte
7.
en (zij) antwoordde Esther en (jij) sprak (ik) heb gevraagd en bij (de) bogen van
8.
als (ik) heb gevonden gratie bij bestudeer! kroon! en als op kroon! goede te geven (tot) (ik) heb gevraagd en te doen (tot) bij (de) bogen van invoer kroon! en het manna naar het banket die (ik) werd gedaan aan hen en morgen (ik) werd gedaan zoals woord kroon!
9.
en uitgaande het manna bij (de) dag dat maak blij! en goede hart WKRAWT het manna (tot) Mordechai bij (de) poort kroon! noch (hij) is opgestaan noch ZO (van)uit hem en (hij) was vol het manna op Mordechai woede
10.
en (hij) bedwong zich het manna en invoer naar huis (...) hem en (hij) zond weg en (hij) kwam (tot) heb lief! (...) hem en (tot) ZRS vuur (...) hem
11.
en (hij) vertelde aan hen het manna (tot) eer (zij) hebben een tiende genomen en meerderheid zonen (...) hem en (tot) alle die (zij) zijn gegroeid kroon! en (tot) die (zij) hebben gedragen op (is het zo) dat zingen en werk! kroon!
12.
en (hij) sprak het manna neus niet (zij) heeft gebracht Esther de koningin met kroon! naar het banket die (zij) heeft gedaan dat als mij en ook LMHR ik QRWA aan haar met kroon!
13.
en alle dit hij is (er) niet gelijke aan mij in alle tijd die ik (hij) heeft gezien (tot) Mordechai de Joden van bewoner bij (de) poort kroon!
14.
en (jij) sprak als ZRS vuur (...) hem en alle heb lief! (...) hem (zij) hebben gemaakt boom hoogte vijftig natie en bij (het) rundvee woord aan koning en (zij) hingen op (tot) Mordechai op hem en (hij) is gekomen met kroon! naar het banket maak blij! en (hij) was goed het woord voor het manna en (hij) heeft gemaakt de boom

Hoofdstuk 6

1.
bij (de) nacht dat (zij) heeft gezworven jaar van kroon! en (hij) sprak te brengen (tot) boek EZKRNWT spreek! de dagen en (zij) waren worden genoemd voor kroon!
2.
en (hij) vond geschreven die (hij) heeft verteld Mordechai op BCTNA en (jij) veroverde tweede hovelingen van kroon! bewaar(t) (...) mij (is het zo) dat voeg toe! die zoekt! weg te zenden hand bij (de) koning Ahasveros
3.
en (hij) sprak kroon! wat? (hij) is gedaan waarde en grootheid aan Mordechai op dit en (zij) spraken schud! kroon! van diensten (...) hem niet (hij) is gedaan met hem woord
4.
en (hij) sprak kroon! water van bij (het) grondgebied en het manna (hij) is gekomen aan grondgebied huis kroon! (de) uitwendige te spreken aan koning op te hangen (tot) Mordechai op de boom die (hij) heeft voorbereid als
5.
en (zij) spraken schud! kroon! naar hem hier is het manna sta vast! bij (het) grondgebied en (hij) sprak kroon! invoer
6.
en invoer het manna en (hij) sprak als kroon! wat? te doen bij (de) man die kroon! wens (zij) hebben bezocht en (hij) sprak het manna bij (de) zijn hart aan water van (hij) wenste kroon! te doen waarde meer (van)uit mij
7.
en (hij) sprak het manna naar kroon! man die kroon! wens (zij) hebben bezocht
8.
(zij) brachten zich te schamen koninkrijk die (hij) heeft zich bekleed bij hem kroon! en paard die wagen op hem kroon! en die (hij) heeft gegeven kroon koninkrijk bij (het) hoofd (...) hem
9.
en geschonken (is het zo) dat zich te schamen en het paard op hand man van Sarai kroon! EPRTMIM WELBISW (tot) de man die kroon! wens (zij) hebben bezocht WERKIBEW op het paard bij (de) straat (hij) heeft opgemerkt en (zij) hebben genoemd voor hem zodoende (zij) heeft gemaakt aan man die kroon! wens (zij) hebben bezocht
10.
en (hij) sprak kroon! aan het manna vlugge neem! (tot) (is het zo) dat zich te schamen en (tot) het paard zoals woord van en (hij) heeft gedaan zo aan Mordechai de Joden van de bewoner bij (de) poort kroon! naar zoutloze woord van alle die woord van
11.
en (hij) nam het manna (tot) (is het zo) dat zich te schamen en (tot) het paard en (hij) bekleedde zich (tot) Mordechai WIRKIBEW bij (de) straat (hij) heeft opgemerkt en (hij) noemde voor hem zodoende (zij) heeft gemaakt aan man die kroon! wens (zij) hebben bezocht
12.
en inwoner Mordechai naar poort kroon! en het manna NDHP naar huis (...) hem rouw WHPWI hoofd
13.
en (hij) vertelde het manna LZRS vuur (...) hem en aan alle heb lief! (...) hem (tot) alle die (hij) is gebeurd (...) hem en (zij) spraken als wijzen (...) hem WZRS vuur (...) hem als van nakomelingen de Joden Mordechai die EHLWT neer te gaan voor hem niet je zult kunnen als dat (wij) vielen (jij) viel voor hem
14.
OWDM spreken met hem en hovelingen van kroon! (zij) zijn toegekomen WIBELW te brengen (tot) het manna naar het banket die (zij) heeft gedaan Esther

Hoofdstuk 7

1.
en (hij) kwam kroon! en het manna te drinken met Esther de koningin
2.
en (hij) sprak kroon! aan Esther ook bij (de) dag (de) tweede bij (het) banket de wijn wat? (jij) hebt gevraagd (...) jou Esther de koningin en (zij) zal gegeven worden aan jou en wat? bij (de) boog (...) jou tot halve het koninkrijk en (jij) maakte
3.
en (zij) antwoordde Esther de koningin en (jij) sprak als (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou kroon! en als op kroon! goede (zij) zal gegeven worden aan mij ziel (...) mij bij (ik) heb gevraagd en met mij BBQSTI
4.
dat NMKRNW ik en met mij uit te roeien te doden en te verliezen en macht (...) hem aan slaven en aan slavinnen NMKRNW (is het zo) dat (ik) heb geploegd dat (er is) niet (de) smalle gelijke BNZQ kroon!
5.
en (hij) sprak kroon! Ahasveros en (hij) sprak aan Esther de koningin water van hij dit en waar dit hij die (zij) zijn vol geweest zijn hart te doen zo
6.
en (jij) sprak Esther man smalle en vijand het manna juich! deze en het manna NBOT weg van aanzicht van kroon! en de koningin
7.
en kroon! (hij) is opgestaan bij (de) woede (...) hem van banket de wijn naar CNT het huis (...) hen en het manna sta vast! te zoeken op ziel (...) hem van Esther de koningin dat (hij) heeft gezien dat (zij) is geëindigd naar hem de herder honderd kroon!
8.
en kroon! woon! MCNT het huis (...) hen naar huis banket de wijn en het manna ga neer! op de stam die Esther op haar en (hij) sprak kroon! ook? te onderdrukken (tot) de koningin met mij bij (het) huis het woord uitgaande van mond van kroon! en aanzicht van het manna HPW
9.
en (hij) sprak (zij) zijn vernield (...) haar één vanuit de hovelingen voor kroon! ook hier is de boom die (hij) heeft gedaan het manna aan Mordechai die woord goede op kroon! sta vast! bij (het) huis het manna hoogte vijftig natie en (hij) sprak kroon! (hij) heeft opgehangen (...) hem op hem
10.
en (zij) hingen op (tot) het manna op de boom die (hij) heeft voorbereid aan Mordechai en leren zak kroon! SKKE

Hoofdstuk 8

1.
bij (de) dag dat (hij) heeft gegeven kroon! Ahasveros aan Esther de koningin (tot) huis het manna (hij) heeft gebundeld EIEWDIIM en Mordechai (hij) is gekomen voor kroon! dat (zij) heeft verteld Esther wat? hij aan haar
2.
en (hij) week af kroon! (tot) ring (...) hem die (hij) heeft overgebracht van het manna en (hij) gaf aan Mordechai en (zij) plaatste Esther (tot) Mordechai op huis het manna
3.
en (jij) liet toevoegen Esther en (jij) sprak voor kroon! en (zij) viel voor voeten (...) hem en (zij) weende WTTHNN als over te brengen (tot) medemens van het manna EACCI en (tot) bereken(t) (...) hem die bereken! op de Joden
4.
WIWSÐ kroon! aan Esther (tot) SRBÐ het goud en (zij) stond op Esther en (jij) stond vast voor kroon!
5.
en (jij) sprak als op kroon! goede en als (ik) heb gevonden gratie voor hem WKSR het woord voor kroon! en goeds ik bij (de) ogen (...) hem (hij) schreef terug te geven (tot) de boeken bereken(t) het manna zoon EMDTA EACCI die (hand)schrift te verliezen (tot) de Joden die in alle staten kroon!
6.
dat AIKKE eet en (ik) heb gezien bij (de) herder die (hij) vond (tot) met mij WAIKKE eet en (ik) heb gezien bij (hij) is verloren gegaan (...) hen vaderlanden van
7.
en (hij) sprak kroon! AHSWRS aan Esther de koningin en aan Mordechai de Joden van hier is huis het manna (ik) heb gegeven aan Esther en (met) hem (zij) hebben opgehangen op de boom op die wapen (hij) bedankte BIEWDIIM
8.
en (met) hen (zij) hebben geschreven op de Joden zoals goede bij (de) ogen (...) jullie bij (de) naam kroon! WHTMW bij (de) ring kroon! dat (hand)schrift die (hij) is geschreven bij (de) naam kroon! en (zij) zijn geland (...) hen bij (de) ring kroon! (er is) niet terug te geven
9.
en (zij) noemden vertel! kroon! bij (de) tijd die bij (de) maand (de) derde hij maand XIWN bij drie en twintig bij hem en (hij) schreef zoals alle die geef opdracht! Mordechai naar de Joden en naar EAHSDRPNIM en de stadhouders en Sarai de staten die van India en tot Cusch zeven en twintig en honderd staat staat en staat als (zij) heeft geschreven en met en met zoals tong (...) hem en naar de Joden zoals (hand)schrift (...) hen WKLSWNM
10.
en (hij) schreef bij (de) naam kroon! AHSWRS WIHTM bij (de) ring kroon! en (hij) zond weg boeken bij (de) hand (is het zo) dat rennen bij (de) paarden rijd! ERKS EAHSTRNIM bouw! ERMKIM
11.
die (hij) heeft gegeven kroon! aan Joden die in alle stad en stad aan de menigte en vast te staan op ziel (...) hen uit te roeien en te doden en te verliezen (tot) alle macht met en staat (de) smalle (mv) (met) hen kleine kinderen en worden verlaten en buit (...) hen te minachten
12.
bij (de) dag één in alle staten kroon! Ahasveros bij drie rijkdom aan maand twee rijkdom hij maand Adar
13.
PTSCN de (hand)schrift LENTN wet in alle staat en staat (zij) hebben zich verheugd (...) mij aan alle de volkeren en te zijn EIEWDIIM bokken aan dag deze aan de wraak van vijanden (...) hen
14.
(is het zo) dat rennen rijd! ERKS EAHSTRNIM voert uit! MBELIM WDHWPIM bij (het) woord kroon! en de wet (zij) heeft gegeven bij Susan de hoofdstad
15.
en Mordechai uitgaande weg van aanzicht van kroon! bij zich te schamen koninkrijk lichtblauwe kleur en Hur en (jij) hebt omgeven goud grootheid en (jij) groef (...) jou BWß en purper en (hij) heeft opgemerkt Susan ßELE en vreugde
16.
aan Joden (zij) is geweest naar licht en vreugde en zes (...) hen en waarde
17.
en in alle staat en staat en in alle stad en stad plaats die woord kroon! en wet (...) hem kom(t) toe vreugde en (zij) hebben zich verblijd (...) hen aan Joden banket en dag goede en twisten van volkeren van het land MTIEDIM dat ga neer! angst de Joden op hen

Hoofdstuk 9

1.
en bij (de) jaren rijkdom maand hij maand Adar bij drie rijkdom dag bij hem die (hij) is toegekomen woord kroon! en wet (...) hem LEOSWT bij (de) dag die (zij) hebben gebroken vijanden van de Joden te heersen bij hen en (wij) keerden om hij die (zij) heersten de Joden deze (mv) BSNAIEM
2.
(wij) verzamelden (...) hem de Joden bij (de) steden (...) hen in alle staten kroon! Ahasveros weg te zenden hand bij zoek(t) (...) mij medemensen (...) hen en man niet sta vast! voor hen dat ga neer! angst (...) hen op alle de volkeren
3.
en alle Sarai de staten WEAHSDRPNIM en de stadhouders en maak! het handwerk die aan koning van dragers (tot) de Joden dat ga neer! angst Mordechai op hen
4.
dat grote Mordechai bij (het) huis kroon! en (zij) hebben toegehoord ga(a)(t) in alle de staten dat de man Mordechai ga(a)(t) en grote
5.
en (zij) sloegen de Joden in alle vijanden (...) hen slag van zwaard en (hij) heeft gedood en (hij) is verloren gegaan (...) hen en (zij) hebben gemaakt BSNAIEM zoals wil (...) hen
6.
en met Susan de hoofdstad (zij) hebben gedood de Joden en (hij) is verloren gegaan vijf honderd man
7.
en (tot) PRSNDTA en (tot) DLPWN en (tot) AXPTA
8.
en (tot) PWRTA en (tot) ADLIA en (tot) ARIDTA
9.
en (tot) PRMSTA en (tot) ARIXI en (tot) ARIDI en (tot) WIZTA
10.
tiental bouw! het manna zoon EMDTA (hij) heeft gebundeld de Joden (zij) hebben gedood en naar bij (de) minachting niet zendt weg! (tot) (hij) leek
11.
bij (de) dag dat (hij) is gekomen getal EERWCIM bij Susan de hoofdstad voor kroon!
12.
en (hij) sprak kroon! aan Esther de koningin bij Susan de hoofdstad (zij) hebben gedood de Joden en (hij) is verloren gegaan vijf honderd man en (tot) tiental bouw! het manna bij (de) rest staten kroon! wat? Ezau en wat? (jij) hebt gevraagd (...) jou en (hij) zal gegeven worden aan jou en wat? bij (de) boog (...) jou nog (eens) en (jij) maakte
13.
en (jij) sprak Esther als op kroon! goede (hij) zal gegeven worden ook morgen aan Joden die bij Susan te doen zoals wet vandaag en (tot) tiental bouw! het manna (zij) hingen op op de boom
14.
en (hij) sprak kroon! LEOSWT zo en (zij) zal gegeven worden wet bij Susan en (tot) tiental bouw! het manna (zij) hebben opgehangen
15.
en (zij) verzamelden EIEWDIIM die bij Susan ook bij (de) dag vier rijkdom aan maand Adar en (zij) doodden bij Susan drie honderd man en naar bij (de) minachting niet zendt weg! (tot) (hij) leek
16.
en rest de Joden die bij (de) staten kroon! (wij) verzamelden (...) hem en sta vast! op ziel (...) hen en rust! van vijanden (...) hen en dood! BSNAIEM vijf en zeventig duizend en naar bij (de) minachting niet zendt weg! (tot) (hij) leek
17.
bij (de) dag drie rijkdom aan maand Adar en rust! bij vier rijkdom bij hem en (hij) heeft gedaan (met) hem dag banket en vreugde
18.
WEIEWDIIM die bij Susan (wij) verzamelden (...) hem bij drie rijkdom bij hem en bij (de) vierde rijkdom bij hem en rust! bij vijf rijkdom bij hem en (hij) heeft gedaan (met) hem dag banket en vreugde
19.
op zo de Joden EPRWZIM de inwoners roeie uit! EPRZWT maak! (...) hen (tot) dag vier rijkdom aan maand Adar vreugde en banket en dag goede en zend(t) weg rantsoenen man aan zijn vriend
20.
en (hij) schreef Mordechai (tot) de woorden (de) deze en (hij) zond weg boeken naar alle de Joden die in alle staten kroon! Ahasveros de verwanten en de afstanden
21.
te handhaven op hen te zijn maak! (...) hen (tot) dag vier rijkdom aan maand Adar en (tot) dag vijf rijkdom bij hem in alle jaar en jaar
22.
zoals dagen die (zij) hebben gerust bij hen de Joden van vijanden (...) hen en de maand die (hij) is veranderd aan hen MICWN aan vreugde en van rouw aan dag goede te doen hen dagen van banket en vreugde en zend(t) weg rantsoenen man aan zijn vriend en geschenken LABINIM
23.
en tegenover de Joden (tot) die (zij) zijn begonnen te te doen en (tot) die (hand)schrift Mordechai naar hen
24.
dat het manna zoon EMDTA EACCI (hij) heeft gebundeld alle de Joden bereken! op de Joden te verliezen (...) hen en laat vallen! PWR hij het lot LEMM en te verliezen (...) hen
25.
WBBAE voor kroon! woord met het boek (hij) blies bereken(t) (...) hem de herder die bereken! op de Joden op hoofd (...) hem en (zij) hebben opgehangen (met) hem en (tot) zonen (...) hem op de boom
26.
op zo (zij) hebben genoemd aan dagen (de) deze zijn vruchtbaar op daar EPWR op zo op alle spreek! EACRT (de) deze en wat? (zij) hebben gezien op zodoende en wat? (hij) is toegekomen naar hen
27.
(zij) hebben gehandhaafd en tegenover de Joden op hen en op nakomelingen (...) hen en op alle ENLWIM op hen noch (hij) ging voorbij te zijn maak! (...) hen (tot) tweede de dagen (de) deze zoals (hand)schrift (...) hen WKZMNM in alle jaar en jaar
28.
en de dagen (de) deze NZKRIM WNOSIM in alle generatie en generatie familie en familie staat en staat en stad en stad en dagen van (is het zo) dat zijn vruchtbaar (de) deze niet (zij) gingen voorbij van midden de Joden en man (...) hen niet IXWP van nakomelingen (...) hen
29.
en (zij) schreef Esther de koningin dochter ABIHIL en Mordechai de Joden van (tot) alle TQP te handhaven (tot) ACRT de stieren (de) deze de tweede
30.
en (hij) zond weg boeken naar alle de Joden naar zeven en twintig en honderd staat koninkrijk Ahasveros spreek! vrede en waarheid
31.
te handhaven (tot) dagen van de stieren (de) deze BZMNIEM zoals (hij) heeft gehandhaafd op hen Mordechai de Joden van en Esther de koningin en zoals (zij) hebben gehandhaafd op ziel (...) hen en op nakomelingen (...) hen spreek! EßWMWT en (jullie) hebben geschreeuwd
32.
en om te spreken Esther (hij) heeft gehandhaafd spreek! de stieren (de) deze en (hij) is geschreven bij (het) boek

Hoofdstuk 10

1.
en pas toe! kroon! AHSRS belasting op het land en eilanden van de zee
2.
en alle Mozes TQPW en moed (...) hem en (jij) hebt uitgespreid (jij) bent gegroeid Mordechai die (zij) zijn gegroeid kroon! immers zij geschriften op boek spreek! de dagen aan koningen van van die en Perzië
3.
dat Mordechai de Joden van van jaar aan koning Ahasveros en grote aan Joden en (zij) hebben gerend (...) mij aan meerderheid broers (...) hem advies goede aan zijn volk en woord vrede aan alle (zij) hebben gezaaid