Hoofdstuk 1

1.
en deze namen bouw! Israël die gekomen naar Egypte (tot) Jakob man en huis (...) hem (zij) zijn gekomen
2.
Ruben Simeon Levi en Juda
3.
Issaschar Zebulon en Benjamin
4.
Dan en Nafthali Gad en die
5.
en wees alle ziel voer uit! heup Jakob zeventig ziel en Jozef (hij) is geweest bij Egypte
6.
en (hij) stierf Jozef en alle broers (...) hem en alle de generatie dat
7.
en bouw! Israël (zij) zijn vruchtbaar geweest en (zij) krioelden en (zij) vermeerderden en (zij) werden machtig bij (de) zeer zeer en (jij) was vol het land (met) hen
8.
en (hij) stond op koning maand op Egypte die niet (hij) heeft geweten (tot) Jozef
9.
en (hij) sprak naar met hem hier is met bouw! Israël meerderheid en word machtig! (van)uit hem
10.
vooruit! NTHKME als opdat niet (hij) vermeerderde en (hij) is geweest dat (jullie) noemden strijd en (wij) lieten toevoegen ook hij op haat! (...) ons en (hij) heeft gestreden bij ons en blad vanuit het land
11.
en (zij) plaatsten op hem Sarai zeker opdat ONTW BXBLTM en (hij) bouwde steden van MXKNWT aan farao (tot) monden (...) hen en (tot) Rameses
12.
en zoals (zij) antwoordden (met) hem zo (hij) vermeerderde en zo (hij) brak door en (zij) zijn wakker geworden van aanzicht van bouw! Israël
13.
en (zij) werkten Egypte (tot) bouw! Israël bij (de) dwang
14.
en (zij) verbitterden (tot) HIIEM bij (het) feit harde bij (de) klei WBLBNIM en in alle feit bij (het) veld (tot) alle (jullie) hebben gewerkt die (zij) hebben gewerkt bij hen bij (de) dwang
15.
en (hij) sprak koning Egypte LMILDT EOBRIT die daar de één dat (hij) is vruchtbaar geweest en naam [van] de tweede PWOE
16.
en (hij) sprak bij (het) kind (...) jullie (tot) EOBRIWT en (jullie) hebben gezien op de stenen als zoon hij en de lenden (met) hem en als dochter hij en dier
17.
en (je) zult vrezen (...) hen (is het zo) dat help(t) bij de geboorte (tot) naar God noch Ezau zoals woord naar hen koning Egypte en (jij) leefde (...) hen (tot) de kinderen
18.
en (hij) noemde koning Egypte LMILDT en (hij) sprak aan hen waarom? (jullie) hebben gedaan het woord deze en (jij) leefde (...) hen (tot) de kinderen
19.
en (jij) sprak (...) hen (is het zo) dat help(t) bij de geboorte naar farao dat niet als worden verlaten EMßRIT EOBRIT dat levende (mv) hier is voordat (jij) kwam machten (...) hen (is het zo) dat help(t) bij de geboorte en helpt bij de geboorte!
20.
en (hij) was goed God LMILDT en (hij) vermeerderde het volk en (zij) werden machtig zeer
21.
en wees dat (zij) lieten zien (is het zo) dat help(t) bij de geboorte (tot) naar God en (hij) heeft gemaakt aan hen huizen
22.
en (hij) gaf opdracht farao aan alle met hem te spreken alle begrijp! EILWD naar de rivier (jullie) wierpen af (...) hem en alle de dochter (jullie) leefden (...) hen

Hoofdstuk 2

1.
en (hij) ging man van huis Levi en (hij) nam (tot) dochter Levi
2.
en (zij) werd zwanger de vrouw en (jij) baarde zoon en (zij) liet zien (met) hem dat goede hij WTßPNEW drie maan-en
3.
noch (zij) heeft gekund nog (eens) (is het zo) dat (wij) hebben uitgekeken en (jij) nam als kist van CMA WTHMRE bij (de) klei WBZPT en (zij) plaatste bij haar (tot) het kind en (zij) plaatste bij (het) riet op oever van de rivier
4.
WTTßB eerste (...) hem afstand aan mening wat? (zij) heeft gemaakt als
5.
en (jij) daalde dochter farao LRHß op de rivier en (ik) heb uitgeschud (er)naar (jij) bent gegaan op hand de rivier en (zij) liet zien (tot) de kist binnen het riet en (jij) zond weg (tot) naar waarheid en (jij) nam (er)naar
6.
en (jij) deed open en (jij) liet zien (...) hem (tot) het kind en hier is jeugd (hij) heeft geweend en (zij) had medelijden op hem en (jij) sprak help(t) bij de geboorte (...) mij (is het zo) dat voorbijgaan dit
7.
en (jij) sprak eerste (...) hem naar dochter farao (is het zo) dat (ik) ging en (ik) heb genoemd aan jou vrouw MINQT vanuit EOBRIT WTINQ aan jou (tot) het kind
8.
en (jij) sprak aan haar dochter farao ga! en (jij) ging de jonge vrouw en (jij) noemde (tot) als het kind
9.
en (jij) sprak aan haar dochter farao EILIKI (tot) het kind deze WEINQEW aan mij en ik (met) hen (tot) beloning (...) jou en (jij) nam de vrouw het kind WTNIQEW
10.
en (hij) groeide het kind WTBAEW aan dochter farao en wees aan haar tot zoon en (jij) noemde zijn naam Mozes en (jij) sprak dat vanuit het water MSITEW
11.
en wees bij (de) dagen die en (hij) groeide Mozes en uitgaande naar broers (...) hem en gezien BXBLTM en gezien man Egyptenaar geslagen man Hebreeër van broers (...) hem
12.
en (hij) wendde zich zo en zo en gezien dat (er is) niet man en (hij) sloeg (tot) de Egyptenaar en (zij) verborgen (...) hem bij (het) zand
13.
en uitgaande bij (de) dag (de) tweede en hier is tweede mensen voorbijgaan NßIM en (hij) sprak aan slechte waarom (jij) sloeg kwaad (...) jou
14.
en (hij) sprak water van naam (...) jou aan man aanvoerder en rechter op ons (is het zo) dat te doden (...) mij (met) haar woord zoals (jij) hebt gedood (tot) de Egyptenaar en zal zien Mozes en (hij) sprak werkelijk (wij) werden bekend het woord
15.
en (hij) hoorde toe farao (tot) het woord deze en (hij) zocht te doden (tot) Mozes en (hij) vluchtte Mozes van aanzicht van farao en inwoner bij (het) land Midian en inwoner op de put
16.
en aan priester Midian zeven dochters en (zij) kwam (...) haar en (zij) putte (...) haar en (jullie) waren vol (tot) EREÐIM te drinken te geven kleinvee vaders (...) hen
17.
en voert in! de kwaden en (zij) verjoegen (...) hen en (hij) stond op Mozes en (hij) redde (...) hen en (hij) gaf te drinken (tot) kleinvee (...) hen
18.
en (zij) kwam (...) haar naar Rehuël vaders (...) hen en (hij) sprak waarom? (jullie) hebben je gehaast (hij) is gekomen vandaag
19.
en (jij) sprak (...) hen man Egyptenaar (hij) heeft gered (...) ons van hand de kwaden en ook (hij) heeft geput (hij) heeft geput aan ons en (hij) gaf te drinken (tot) het kleinvee
20.
en (hij) sprak naar dochters (...) hem en waar is hij? waarom dit (jullie) hebben verlaten (tot) de man (hij) heeft genoemd (...) hen als en (hij) at brood
21.
en Joël Mozes te wonen (tot) de man en (hij) gaf (tot) Zippora dochter (...) hem aan Mozes
22.
en (jij) baarde zoon en (hij) noemde (tot) zijn naam verjaag! (...) hen dat woord vreemdeling (ik) ben geweest bij (het) land naar vreemdeling
23.
en wees bij (de) dagen (is het zo) dat twisten die en (hij) stierf koning Egypte WIANHW bouw! Israël vanuit het feit en (zij) schreeuwden en (zij) verhief (jullie) hebben om hulp geschreeuwd naar naar God vanuit het feit
24.
en (hij) hoorde toe God (tot) NAQTM en (hij) herinnerde zich God (tot) verbond (...) hem (tot) Abraham (tot) Izak en (tot) Jakob
25.
en gezien God (tot) bouw! Israël en (hij) heeft geweten God

Hoofdstuk 3

1.
en Mozes (hij) is geweest herder (tot) kleinvee Jethro angst (...) ons priester Midian en (hij) bestuurde (tot) het kleinvee andere de woestijn en (hij) kwam naar heuvel naar God droog land
2.
en gezien boodschapper Jahweh naar hem bij (het) hart van vuur van midden EXNE en gezien en hier is EXNE onwetende (hij) is verrot WEXNE hij is (er) niet eten
3.
en (hij) sprak Mozes (zij) heeft gevangen genomen toch en (ik) liet zien (tot) de verschijning de grote deze waarom? niet (hij) roeide uit EXNE
4.
en gezien Jahweh dat (hij) is afgeweken te zien en (hij) noemde naar hem God van midden EXNE en (hij) sprak Mozes Mozes en (hij) sprak hier ben ik
5.
en (hij) sprak naar (jij) bracht nader hierheen van schoenen (...) jou boven voeten (...) jou dat de plaats die (met) haar sta(a)(t) op hem aarde van heiligheid hij
6.
en (hij) sprak ik mijn God vader (...) jou mijn God Abraham mijn God Izak en mijn God Jakob en (hij) weerlegde Mozes aanzichten (...) hem dat gezien om te kijken naar naar God
7.
en (hij) sprak Jahweh (hij) heeft gezien (ik) heb gezien (tot) arme met mij die bij Egypte en (tot) (jullie) hebben geschreeuwd (ik) heb toegehoord van aanzicht van kom naderbij! (...) hem dat (ik) heb geweten (tot) MKABIW
8.
en (ik) daalde te redden (...) hem van hand Egypte en aan dat wat opgaat (...) hem vanuit het land dat naar land goeds en plein naar land (jij) hebt gevloeid melk en honing naar plaats (de) Kanaänitische en de angsten van en de Amoriet en de Fereziet en de Heviet en de Jebusiet
9.
en nu hier is (jij) hebt geschreeuwd bouw! Israël kom(t) naar mij en ook (ik) heb gezien (tot) de druk die Egypte druk! (...) hen (met) hen
10.
en nu ga! (er)naar en (ik) zond weg (...) jou naar farao en (hij) is tevoorschijn gehaald (tot) met mij bouw! Israël van Egypte
11.
en (hij) sprak Mozes naar naar God water van ik dat (ik) ging naar farao en dat (ik) haalde tevoorschijn (tot) bouw! Israël van Egypte
12.
en (hij) sprak dat (ik) was met jou en dit aan jou de letter dat ik (ik) heb gezonden (...) jou bij (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) jou (tot) het volk van Egypte (jullie) werkten (...) hen (tot) naar God op de heuvel deze
13.
en (hij) sprak Mozes naar naar God hier is ik (hij) is gekomen naar bouw! Israël en (ik) heb gesproken aan hen mijn God vaders-en (...) jullie (hij) mij gezonden naar jullie en (zij) hebben gesproken aan mij wat? zijn naam wat? woord naar hen
14.
en (hij) sprak God naar Mozes (ik) was die (ik) was en (hij) sprak zo (jij) sprak aan zonen van Israël (ik) was (hij) mij gezonden naar jullie
15.
en (hij) sprak nog (eens) God naar Mozes zo (jij) sprak naar bouw! Israël Jahweh mijn God vaders (...) jullie mijn God Abraham mijn God Izak en mijn God Jakob (hij) mij gezonden naar jullie dit namen van aan eeuwigheid en dit herinner je! aan generatie generatie
16.
aan jou en (jij) hebt verzameld (tot) ben oud! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen Jahweh mijn God vaders (...) jullie (wij) lieten zien naar mij mijn God Abraham Izak en Jakob te spreken opname (ik) heb bekeken (met) jullie en (tot) (is het zo) dat maakt! (...) mij aan jullie bij Egypte
17.
en woord (ik) verhief (met) jullie van arme Egypte naar land (de) Kanaänitische en de angsten van en de Amoriet en de Fereziet en de Heviet en de Jebusiet naar land (jij) hebt gevloeid melk en honing
18.
en (zij) hebben toegehoord aan klank (...) jou en (jij) bent gekomen (met) haar en ben oud! Israël naar koning Egypte en (jullie) hebben gesproken naar hem Jahweh mijn God de Hebreeërs (zij) heeft uitgestoken op ons en nu (wij) gingen (er)naar toch weg drie van dagen bij (de) woestijn WNZBHE aan Jahweh onze God
19.
en ik (ik) heb geweten dat niet (hij) gaf (met) jullie koning Egypte te gaan noch bij (de) hand (zij) is sterk geworden
20.
en (ik) heb gezonden (tot) handen van en (ik) heb geslagen (tot) Egypte in alle NPLATI die (ik) werd gedaan bij (zij) hebben nader gebracht en na zo (hij) zond weg (met) jullie
21.
en (ik) heb gegeven (tot) gratie het volk deze bij bestudeer! Egypte en (hij) is geweest dat (jullie) gingen (...) hen niet (jullie) gingen leegte (...) hen
22.
en vraag vrouw behuis(t) (er)naar WMCRT naar huis gereedschap zilver en gereedschap goud en jurk van en (jullie) hebben geplaatst op zonen (...) jullie en op dochters (...) jullie WNßLTM (tot) Egypte

Hoofdstuk 4

1.
en wegens Mozes en (hij) sprak en èn niet (zij) geloofden aan mij noch (zij) hoorden toe bij (de) klanken van dat (zij) spraken niet (wij) lieten zien naar jou Jahweh
2.
en (hij) sprak naar hem Jahweh hiervandaan bij (de) hand (...) jou en (hij) sprak stam
3.
en (hij) sprak (zij) heeft afgeworpen (...) hem naar land en (zij) gingen neer (...) hem naar land en wees te vermoeden en (hij) vluchtte Mozes van aanzichten (...) hem
4.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes wapen hand (...) jou en Achaz BZNBW en (hij) zond weg (hij) bedankte en (hij) versterkte bij hem en wees aan stam bij (de) lepel (...) hem
5.
opdat (zij) geloofden dat (wij) lieten zien naar jou Jahweh mijn God vader (...) hen mijn God Abraham mijn God Izak en mijn God Jakob
6.
en (hij) sprak Jahweh als nog (eens) wat kwam toch hand (...) jou bij (de) boezem (...) jou en (hij) kwam (hij) bedankte bij (de) boezem (...) hem en (hij) bracht naar buiten (er)naar en hier is (hij) bedankte van melaatsheid zoals sneeuw
7.
en (hij) sprak geef terug! hand (...) jou naar boezem (...) jou en inwoner (hij) bedankte naar boezem (...) hem en (hij) bracht naar buiten (er)naar van boezem (...) hem en hier is (zij) is teruggekeerd als kondigt aan!
8.
en (hij) is geweest als niet (zij) geloofden aan jou noch (zij) hoorden toe aan vlotte EAT (de) eerste en (zij) hebben geloofd aan vlotte EAT (de) laatste
9.
en (hij) is geweest als niet (zij) geloofden ook aan tweede de tekens (de) deze noch (zij) hoorden toe (...) hen aan klank (...) jou en (jij) hebt genomen van wateren van de rivier en (jij) hebt gestort het vasteland en (zij) zijn geweest het water die (jij) nam vanuit de rivier en (zij) zijn geweest aan bloed bij (jij) bent droog geweest
10.
en (hij) sprak Mozes naar Jahweh bij mij liggers van niet man woorden ik ook MTMWL ook MSLSM ook van destijds woord (...) jou naar slaaf (...) jou dat lever mond en lever tong ik
11.
en (hij) sprak Jahweh naar hem water van daar mond aan mens of water van (hij) ademde voorhal of stille of (hij) heeft geopend of huid toch? ik Jahweh
12.
en nu aan jou en ik (ik) was met monden (...) jou WEWRITIK die (jij) sprak
13.
en (hij) sprak bij mij liggers van wapen toch bij (de) hand (jij) zond weg
14.
en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij Mozes en (hij) sprak toch? Aäron broers (...) jou (is het zo) dat Levi (ik) heb geweten dat woord (hij) sprak hij en ook hier is hij uitgaande jou tegemoet en (hij) heeft gezien (...) jou en maak blij! bij (de) zijn hart
15.
en woord van naar hem en (jij) hebt geplaatst (tot) de woorden bij (de) monden (...) hem en ik (ik) was met monden (...) jou en met mond van hem WEWRITI (met) jullie (tot) die (jullie) maakten (...) hen
16.
en woord hij aan jou naar het volk en (hij) is geweest hij (hij) was aan jou aan mond en (met) haar (jij) was als aan God
17.
en (tot) de stam deze (jij) nam bij (de) hand (...) jou die (jij) deed bij hem (tot) EATT
18.
en (hij) ging Mozes en inwoner naar rest angst (...) ons en (hij) sprak als (ik) ging (er)naar toch en (ik) ging rond naar broer die bij Egypte en (ik) liet zien is er nog? (...) hen leven en (hij) sprak Jethro aan Mozes aan jou volledig te zijn
19.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes bij Midian aan jou woon! Egypte dat (zij) zijn gestorven alle de mensen (is het zo) dat zoeken (tot) ziel (...) jou
20.
en (hij) nam Mozes (tot) vuur (...) hem en (tot) zonen (...) hem en (hij) reed (...) hen op de klei en inwoner naar land Egypte en (hij) nam Mozes (tot) stam naar God bij (hij) bedankte
21.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes bij te gaan (...) jou terug te keren naar Egypte (hij) heeft gezien alle EMPTIM die (ik) heb geplaatst bij (de) hand (...) jou en (jullie) hebben gedaan voor farao en ik (ik) versterkte (tot) zijn hart noch (hij) zond weg (tot) het volk
22.
en (jij) hebt gesproken naar farao zo woord Jahweh bouw! trek voor! Israël
23.
en woord naar jou wapen (tot) bouw! en (hij) werkte (...) mij en (jij) weigerde weg te zenden (...) hem hier is ik (hij) heeft gedood (tot) zoon (...) jou trek voor! (...) jou
24.
en wees bij (de) weg bij om te overnachten en (zij) ontmoetten (...) hem Jahweh en (hij) zocht (zij) hebben gedood
25.
en (jij) nam Zippora smalle en (jij) zult uitgeroeid worden (tot) voorhuid van (hij) heeft gebouwd en (zij) stierf aan voeten (...) hem en (jij) sprak dat bruidegom kosten (met) haar aan mij
26.
en (hij) liet los (van)uit hem destijds (zij) heeft gesproken bruidegom kosten LMWLT
27.
en (hij) sprak Jahweh naar Aäron aan jou tegemoet Mozes naar de woestijn en (hij) ging en (zij) ontmoetten (...) hem bij (de) heuvel naar God en (hij) gaf te drinken als
28.
en (hij) werd verteld Mozes aan Aäron (tot) alle spreek! Jahweh die zendt weg! en (tot) alle EATT die geeft opdracht!
29.
en (hij) ging Mozes en Aäron en (zij) verzamelden (tot) alle ben oud! bouw! Israël
30.
en (hij) sprak Aäron (tot) alle de woorden die woord Jahweh naar Mozes en (hij) heeft gemaakt EATT te bestuderen (...) mij het volk
31.
WIAMN het volk en (zij) hoorden toe dat opname Jahweh (tot) bouw! Israël en dat (hij) heeft gezien (tot) arme (mv) en (zij) hebben gebrand en (zij) bogen zich diep

Hoofdstuk 5

1.
en andere (zij) zijn gekomen Mozes en Aäron en (zij) spraken naar farao zo woord Jahweh mijn God Israël wapen (tot) met mij en (hij) trok een cirkel (...) hem aan mij bij (de) woestijn
2.
en (hij) sprak farao water van Jahweh die (ik) hoorde toe bij (de) klank (...) hem weg te zenden (tot) Israël niet (ik) heb geweten (tot) Jahweh en ook (tot) Israël niet (ik) zond weg
3.
en (zij) spraken mijn God (is het zo) dat voorbijgaan (hij) is genoemd op ons (wij) gingen (er)naar toch weg drie van dagen bij (de) woestijn WNZBHE aan Jahweh onze God opdat niet (hij) trof (...) ons bij (het) woord of bij (het) zwaard
4.
en (hij) sprak naar hen koning Egypte waarom Mozes en Aäron TPRIOW (tot) het volk van daden (...) hem ga(a)t! LXBLTIKM
5.
en (hij) sprak farao èn twisten nu met het land en (jullie) hebben teruggegeven (met) hen MXBLTM
6.
en (hij) gaf opdracht farao bij (de) dag dat (tot) (is het zo) dat kom naderbij! (...) hen bij (het) volk en (tot) politie (...) hem te spreken
7.
niet (jullie) verzamelden (...) hen te geven haksel aan volk aan witte (de) witte (mv) zoals gisteren eergisteren zij (zij) gingen WQSSW aan hen haksel
8.
en (tot) ben(t) eerlijk (de) witte (mv) die zij maak! (...) hen gisteren eergisteren (jullie) plaatsten op hen niet (jullie) verminderden (van)uit hem dat NRPIM zij op zo zij schreeuw! (...) hen te spreken (wij) gingen (er)naar NZBHE aan onze God
9.
(zij) was zwaar het feit op de mensen en (zij) hebben gemaakt bij haar en naar redding (...) hem bij spreek! leugen
10.
en voert uit! kom naderbij! het volk en politie (...) hem en (zij) spraken naar het volk te spreken zo woord farao ik ben (er) niet (hij) heeft gegeven aan jullie haksel
11.
(met) hen ga(a)t! neemt! aan jullie haksel bevestig(t) (jullie) vondden dat (er is) niet (wij) verminderden bewerk(t) (...) jullie woord
12.
en (hij) opende het volk in alle land Egypte LQSS stro aan haksel
13.
WENCSIM AßIM te spreken kunt! daden (...) jullie woord dag bij (de) dag (...) hem zoals toen (hij) was het haksel
14.
en (zij) sloegen politie van bouw! Israël die zijn naam hoogtes (...) hen kom naderbij! farao te spreken waarom? niet (jullie) zijn geëindigd wet (...) jullie aan witte zoals gisteren eergisteren ook gisteren ook vandaag
15.
en voert in! politie van bouw! Israël en (zij) schreeuwden naar farao te spreken waarom (jij) deed zo aan slaven (...) jou
16.
haksel (er is) niet (hij) heeft gegeven aan slaven (...) jou en witte (mv) woorden aan ons Ezau en hier is slaven (...) jou slaan en zondoffer met jou
17.
en (hij) sprak NRPIM (met) hen NRPIM op zo (met) hen woorden (wij) gingen (er)naar NZBHE aan Jahweh
18.
en nu ga(a)t! (zij) hebben gewerkt en haksel niet (hij) zal gegeven worden aan jullie en (jij) bereidde witte (mv) (jullie) gaven
19.
en (zij) lieten zien politie van bouw! Israël (met) hen bij (het) kwaad te spreken niet (jullie) verminderden weg van zonen (...) jullie woord dag bij (de) dag (...) hem
20.
en (zij) troven (tot) Mozes en (tot) Aäron heft-en hen tegemoet bij uit te gaan (...) hen honderd farao
21.
en (zij) spraken naar hen gezien Jahweh op jullie en (hij) berechtte die (is het zo) dat (jullie) zijn verrot (tot) geur (...) ons bij bestudeer! farao en bij (de) ogen van slaven (...) hem te geven zwaard bij (hij) leek te doden (...) ons
22.
en inwoner Mozes naar Jahweh en (hij) sprak liggers van waarom (is het zo) dat (zij) heeft achtervolgd aan volk deze waarom dit (jullie) hebben gezonden (...) mij
23.
en van destijds (ik) ben gekomen naar farao te spreken bij (de) naam (...) jou juich! aan volk deze en red! niet (jij) hebt gered (tot) met jou

Hoofdstuk 6

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes nu (jij) liet zien die (ik) werd gedaan aan farao dat bij (de) hand (zij) is sterk geworden (hij) zond weg (...) hen en bij (de) hand (zij) is sterk geworden (hij) verjoeg (...) hen van land (...) hem
2.
en (hij) sprak God naar Mozes en (hij) sprak naar hem ik Jahweh
3.
en (ik) zag naar Abraham naar Izak en naar Jakob bij (de) macht Sjadai en naam [van]-en van Jahweh niet (ik) ben bekend geworden aan hen
4.
en ook (ik) heb gevestigd (tot) verbonden van (met) hen te geven aan hen (tot) land Kanaän (tot) land van vreemdelingen (...) hen die (zij) hebben gewoond bij haar
5.
en ook ik (ik) heb toegehoord (tot) NAQT bouw! Israël die Egypte bewerken (met) hen WAZKR (tot) verbonden van
6.
daarom woord aan zonen van Israël ik Jahweh en (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie onder vandaan XBLT Egypte en (ik) heb gered (met) jullie bewerk(t) (...) hen en (ik) heb verlost (met) jullie bij (de) arm uitgestrekte en bij (de) rechters grootheden
7.
en (ik) heb genomen (met) jullie aan mij aan volk en (ik) ben geweest aan jullie aan God en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh jullie God (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn (met) jullie onder vandaan kruierswerk Egypte
8.
en (ik) heb gebracht (met) jullie naar het land die (ik) heb gedragen (tot) handen van te geven (met) haar aan Abraham aan Izak en aan Jakob en (ik) heb gegeven (met) haar aan jullie erfdeel ik Jahweh
9.
en (hij) sprak Mozes zo naar bouw! Israël noch (zij) hebben toegehoord naar Mozes MQßR wind en van feit harde
10.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
11.
(hij) is gekomen woord naar farao koning Egypte en (hij) zond weg (tot) bouw! Israël van land (...) hem
12.
en (hij) sprak Mozes voor Jahweh te spreken èn bouw! Israël niet (zij) hebben toegehoord naar mij en waar ben jij? (hij) hoorde toe (...) mij farao en ik onbesnedene lippen
13.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron en (hij) gaf opdracht (...) hen naar bouw! Israël en naar farao koning Egypte tevoorschijn te halen (tot) bouw! Israël van land Egypte
14.
deze hoofden van huis vader (...) hen bouw! Ruben trek voor! Israël (zij) zijn gelegerd (...) jou WPLWA grondgebied (...) hen en wijngaarden van deze familie van Ruben
15.
en bouw! Simeon IMWAL en rechterhand WAED en (hij) bereidde voor WßHR en dodenrijk zoon EKNONIT deze familie van Simeon
16.
en deze namen bouw! Levi LTLDTM Gerson en Kahath en Merari en tweede leef! Levi zeven en dertig en honderd jaar
17.
bouw! Gerson aan zonen van en hoor toe! aan families (...) hen
18.
en bouw! Kahath korenschoof (...) hen en zuivere olie en Hebron en Uzziël en tweede leef! Kahath drie en dertig en honderd jaar
19.
en bouw! Merari van ziekte WMWSI deze familie van (is het zo) dat Levi LTLDTM
20.
en (hij) nam korenschoof (...) hen (tot) IWKBD DDTW als aan vrouw en (jij) baarde als (tot) Aäron en (tot) Mozes en tweede leef! korenschoof (...) hen zeven en dertig en honderd jaar
21.
en bouw! zuivere olie ijs WNPC en herinner je!
22.
en bouw! Uzziël MISAL WALßPN en bestrijd!
23.
en (hij) nam Aäron (tot) ALISBO dochter Amminadab zus (zij) hebben vermoed (...) hen als aan vrouw en (jij) baarde als (tot) (hij) heeft geschonken en (tot) Abihu (tot) Eleazar en (tot) Ithamar
24.
en bouw! ijs (ik) verwijderde en Elkana WABIAXP deze familie van het ijs (...) mij
25.
en Eleazar zoon Aäron lering als om te bouwen PWÐIAL als aan vrouw en (jij) baarde als (tot) Pinehas deze hoofden van vaders de Levieten aan families (...) hen
26.
hij Aäron en Mozes die woord Jahweh aan hen (zij) hebben tevoorschijn gehaald (tot) bouw! Israël van land Egypte op (jullie) hebben je geschaard
27.
zij (is het zo) dat spreken naar farao koning Egypte tevoorschijn te halen (tot) bouw! Israël van Egypte hij Mozes en Aäron
28.
en wees bij (de) dag woord Jahweh naar Mozes bij (het) land Egypte
29.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken ik Jahweh woord naar farao koning Egypte (tot) alle die ik woord naar jou
30.
en (hij) sprak Mozes voor Jahweh èn ik onbesnedene lippen en waar ben jij? (hij) hoorde toe naar mij farao

Hoofdstuk 7

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hij) heeft gezien (ik) heb gegeven (...) jou God aan farao en Aäron broers (...) jou (hij) was profeet (...) jou
2.
(met) haar (jij) sprak (tot) alle die AßWK en Aäron broers (...) jou (hij) sprak naar farao en wapen (tot) bouw! Israël van land (...) hem
3.
en ik (ik) werd hard (tot) hart farao en (ik) heb vermeerderd (tot) ATTI en (tot) wondertekenen van bij (het) land Egypte
4.
noch (hij) hoorde toe naar jullie farao en (ik) heb gegeven (tot) handen van bij Egypte en (ik) ben tevoorschijn gehaald (tot) (ik) heb me geschaard (tot) met mij bouw! Israël van land Egypte bij (de) rechters grootheden
5.
en (zij) hebben geweten Egypte dat ik Jahweh BNÐTI (tot) handen van op Egypte en (ik) ben tevoorschijn gehaald (tot) bouw! Israël (zij) zijn gestorven (...) jullie
6.
en (hij) heeft gemaakt Mozes en Aäron zoals geef opdracht! Jahweh (met) hen zo Ezau
7.
en Mozes zoon tachtig jaar en Aäron zoon drie en tachtig jaar bij (het) woord (...) hen naar farao
8.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron te spreken
9.
dat (hij) sprak naar jullie farao te spreken geeft! aan jullie wonderteken en (jij) hebt gesproken naar Aäron neem! (tot) (hij) heeft gewankeld (...) jou en werp af! voor farao wees aan krokodil
10.
en (hij) kwam Mozes en Aäron naar farao en (zij) hebben gemaakt zo zoals geef opdracht! Jahweh en (hij) ging neer Aäron (tot) stam (...) hem voor farao en voor slaven (...) hem en wees aan krokodil
11.
en (hij) noemde ook farao aan wijze (mv) WLMKSPIM en (zij) hebben gemaakt ook zij HRÐMI Egypte BLEÐIEM zo
12.
en (zij) wierpen af man stam (...) hem en (zij) waren aan krokodil (...) hen en (hij) slikte stam Aäron (tot) (jullie) hebben gewankeld
13.
en (hij) versterkte hart farao noch nieuws naar hen zoals woord Jahweh
14.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes lever hart farao (hij) heeft geweigerd weg te zenden het volk
15.
aan jou naar farao bij (het) rundvee hier is uitgaande naar het water WNßBT hem tegemoet op oever van de rivier en de stam die (hij) is veranderd te vermoeden (jij) nam bij (de) hand (...) jou
16.
en (jij) hebt gesproken naar hem Jahweh mijn God (is het zo) dat voorbijgaan (hij) mij gezonden naar jou te spreken wapen (tot) met mij en (hij) werkte (...) mij bij (de) woestijn en hier is niet (jij) hebt toegehoord tot zo
17.
zo woord Jahweh bij deze (jij) wist dat ik Jahweh hier is ik geslagen bij (de) stam die bij (de) handen van op het water die bij (de) rivier en (zij) zijn veranderd aan bloed
18.
en naar de vis die bij (de) rivier (jij) stierf en (hij) is verrot de rivier WNLAW Egypte te drinken water vanuit de rivier
19.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar Aäron neem! (hij) heeft gewankeld (...) jou en (wij) bogen om hand (...) jou op wateren van Egypte op (jullie) zijn gestroomd op rivieren (...) hen en op ACMIEM en op alle waterreservoir wateren (...) hen en (zij) waren bloed en (hij) is geweest bloed in alle land Egypte en bij (de) bomen en bij (de) stenen
20.
en (zij) hebben gemaakt zo Mozes en Aäron zoals geef opdracht! Jahweh en (hij) was hoog bij (de) stam en (hij) sloeg (tot) het water die bij (de) rivier te bestuderen (...) mij farao en te bestuderen (...) mij slaven (...) hem en (zij) keerden om alle het water die bij (de) rivier aan bloed
21.
en naar de vis die bij (de) rivier (zij) is gestorven en (hij) verrotte de rivier noch (zij) hebben gekund Egypte te drinken water vanuit de rivier en wees het bloed in alle land Egypte
22.
en (zij) hebben gemaakt zo HRÐMI Egypte BLÐIEM en (hij) versterkte hart farao noch nieuws naar hen zoals woord Jahweh
23.
en (hij) wendde zich farao en (hij) kwam naar huis (...) hem noch Set zijn hart ook aan deze
24.
en (zij) groeven alle Egypte omgeving van de rivier water te drinken dat niet (zij) hebben gekund LSTT van wateren van de rivier
25.
en (hij) was vol zeven dagen na EKWT Jahweh (tot) de rivier
26.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hij) is gekomen naar farao en (jij) hebt gesproken naar hem zo woord Jahweh wapen (tot) met mij en (hij) werkte (...) mij
27.
en als (hij) heeft geweigerd (met) haar weg te zenden hier is ik (hij) heeft geslagen (tot) alle grens (...) jou bij (de) kikkers
28.
en (hij) heeft gekrioeld de rivier kikkers en (zij) zijn opgegaan en (zij) zijn gekomen bij (het) huis (...) jou en bij (de) kamer bed (...) jou en op (jij) hebt gewankeld (...) jou en bij (het) huis slaven (...) jou en bij (het) volk (...) jou WBTNWRIK WBMSARWTIK
29.
en (hij) heeft geweend en bij (het) volk (...) jou en in alle slaven (...) jou (zij) verhieven de kikkers

Hoofdstuk 8

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar Aäron (wij) bogen om (tot) hand (...) jou bij (hij) heeft gewankeld (...) jou op (is het zo) dat (jij) bent gestroomd op de rivieren en op EACMIM en de hoogte (tot) de kikkers op land Egypte
2.
en (hij) neeg Aäron (tot) (hij) bedankte op wateren van Egypte en (zij) verhief de kikker en (zij) bedekte (tot) land Egypte
3.
en (zij) hebben gemaakt zo EHRÐMIM BLÐIEM en (zij) verhieven (tot) de kikkers op land Egypte
4.
en (hij) noemde farao aan Mozes en aan Aäron en (hij) sprak EOTIRW naar Jahweh en (hij) week af de kikkers (van)uit mij en van volkeren van en (ik) zond weg (er)naar (tot) het volk en (zij) slachtten aan Jahweh
5.
en (hij) sprak Mozes aan farao ETPAR op mij aan dood-en van AOTIR aan jou en aan slaven (...) jou en aan volk (...) jou te vernietigen de kikkers (van)uit jou en van huizen (...) jou lege bij (de) rivier TSARNE
6.
en (hij) sprak LMHR en (hij) sprak zoals woord (...) jou opdat (jij) wist dat (er is) niet zoals Jahweh onze God
7.
en (zij) zijn afgeweken de kikkers (van)uit jou en van huizen (...) jou en van slaven (...) jou en van volk (...) jou lege bij (de) rivier TSARNE
8.
en uitgaande Mozes en Aäron bij vandaan farao en (hij) schreeuwde Mozes naar Jahweh op woord de kikkers die daar aan farao
9.
en (hij) heeft gemaakt Jahweh zoals woord Mozes en (zij) stierven de kikkers vanuit de huizen vanuit het grondgebied van en vanuit het veld van
10.
WIßBRW (met) hen klei (...) hen klei (...) hen en (jij) verrotte het land
11.
en gezien farao dat (zij) is geweest naar de wind en de lever (tot) zijn hart noch nieuws naar hen zoals woord Jahweh
12.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar Aäron (wij) bogen om (tot) (hij) heeft gewankeld (...) jou WEK (tot) stof het land en (hij) is geweest aan fundament (...) hen in alle land Egypte
13.
en (zij) hebben gemaakt zo en (hij) neeg Aäron (tot) (hij) bedankte bij (de) stam (...) hem en (hij) sloeg (tot) stof het land en (zij) was bereid voor! (...) hen bij (de) mens en bij (de) vee alle stof het land (hij) is geweest fundamenten in alle land Egypte
14.
en (zij) hebben gemaakt zo EHRÐMIM BLÐIEM tevoorschijn te halen (tot) bereid! (...) hen noch (zij) hebben gekund en (zij) was bereid voor! (...) hen bij (de) mens en bij (de) vee
15.
en (zij) spraken EHRÐMM naar farao vinger God hij en (hij) versterkte hart farao noch nieuws naar hen zoals woord Jahweh
16.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes sta vroeg op! bij (het) rundvee en (hij) heeft zich opgesteld voor farao hier is (hij) werd tevoorschijn gehaald naar het water en (jij) hebt gesproken naar hem zo woord Jahweh wapen met mij en (hij) werkte (...) mij
17.
dat als jij bent (er) niet zend(t) weg (tot) met mij hier ben ik van afgezant bij jou en bij (de) slaven (...) jou en bij (het) volk (...) jou en bij (de) huizen (...) jou (tot) (de) aangename en (zij) zijn vol geweest dochter (...) mij Egypte (tot) (de) aangename en ook de aarde die zij op haar
18.
WEPLITI bij (de) dag dat (tot) land nader! (...) hen die met mij sta vast! op haar opdat niet te zijn daar aangename opdat (jij) wist dat ik Jahweh te midden van het land
19.
en (ik) heb geplaatst PDT tussen met mij en tussen met jou LMHR (hij) was EAT deze
20.
en (hij) heeft gemaakt Jahweh zo en (hij) kwam aangename lever naar huis farao en huis slaven (...) hem en in alle land Egypte (jij) bedierf het land van aanzicht van (de) aangename
21.
en (hij) noemde farao naar Mozes en aan Aäron en (hij) sprak ga(a)t! (zij) hebben geslacht aan jullie God bij (het) land
22.
en (hij) sprak Mozes niet juiste te doen zo dat (jij) bent verafschuwd Egypte NZBH aan Jahweh onze God èn NZBH (tot) (jij) bent verafschuwd Egypte aan ogen (...) hen noch IXQLNW
23.
weg drie van dagen (wij) gingen bij (de) woestijn en (wij) hebben geslacht aan Jahweh onze God zoals (hij) sprak naar ons
24.
en (hij) sprak farao ik (ik) zond weg (met) jullie en (jullie) hebben geslacht aan Jahweh jullie God bij (de) woestijn lege de afstand niet TRHIQW te gaan EOTIRW bij (het) sieraad
25.
en (hij) sprak Mozes hier is ik (hij) werd tevoorschijn gehaald van volk (...) jou WEOTRTI naar Jahweh en (hij) is afgeweken (de) aangename van farao van slaven (...) hem en van volk (...) hem morgen lege naar (hij) heeft toegevoegd farao ETL opdat niet wapen (tot) het volk aan slachting aan Jahweh
26.
en uitgaande Mozes bij vandaan farao en (hij) bad naar Jahweh
27.
en (hij) heeft gemaakt Jahweh zoals woord Mozes en (hij) week af (de) aangename van farao van slaven (...) hem en van volk (...) hem niet geblevene één
28.
en (hij) was zwaar farao (tot) zijn hart ook bij (de) keer (de) deze noch wapen (tot) het volk

Hoofdstuk 9

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hij) is gekomen naar farao en woord van naar hem zo woord Jahweh mijn God (is het zo) dat voorbijgaan wapen (tot) met mij en (hij) werkte (...) mij
2.
dat als (hij) heeft geweigerd (met) haar weg te zenden en jij (...) nog houd(t) in hen
3.
hier is hand Jahweh ben(t) BMQNK die bij (het) veld bij (de) paarden bij (de) ezeldrijvers bij (de) kamelen bij (het) rundvee en bij (het) kleinvee woord lever zeer
4.
en laat vallen! (er)naar Jahweh tussen bezit Israël en tussen bezit Egypte noch (hij) stierf van alle aan zonen van Israël woord
5.
en pas toe! Jahweh ontmoeting te spreken morgen (zij) heeft gemaakt Jahweh het woord deze bij (het) land
6.
en (hij) heeft gemaakt Jahweh (tot) het woord deze de volgende dag en (hij) stierf alle bezit Egypte en van bezit bouw! Israël niet dode één
7.
en (hij) zond weg farao en hier is niet dode van bezit Israël tot één en (hij) was zwaar hart farao noch wapen (tot) het volk
8.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron neemt! aan jullie (hij) is vol geweest HPNIKM PIH zoals Basan en (zij) hebben gegooid Mozes naar de hemel te bestuderen (...) mij farao
9.
en (hij) is geweest LABQ op alle land Egypte en (hij) is geweest op de mens en op de vee LSHIN bloem ABOBOT in alle land Egypte
10.
en (zij) namen (tot) PIH het schaap (...) hen en (zij) stondden vast voor farao en (hij) gooide (met) hem Mozes naar de hemel en wees buk je! (...) hen ABOBOT bloem bij (de) mens en bij (de) vee
11.
noch (zij) hebben gekund EHRÐMIM vast te staan voor Mozes van aanzicht van (is het zo) dat buk je! (...) hen dat (hij) is geweest (is het zo) dat buk je! (...) hen BHRÐMM en in alle Egypte
12.
en (hij) versterkte Jahweh (tot) hart farao noch nieuws naar hen zoals woord Jahweh naar Mozes
13.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes sta vroeg op! bij (het) rundvee en (hij) heeft zich opgesteld voor farao en (jij) hebt gesproken naar hem zo woord Jahweh mijn God (is het zo) dat voorbijgaan wapen (tot) met mij en (hij) werkte (...) mij
14.
dat bij (de) keer (de) deze ik wapen (tot) alle epidemie (...) mij naar hart (...) jou en bij (de) slaven (...) jou en bij (het) volk (...) jou wegens (jij) wist dat (er is) niet zoals ik in alle het land
15.
dat nu (ik) heb gezonden (tot) handen van en maar jou en (tot) met jou bij (het) woord en (jij) verborg vanuit het land
16.
daarentegen wegens deze (ik) heb opgesteld (...) jou wegens ERATK (tot) zoals levende en opdat boek namen van in alle het land
17.
jij (...) nog MXTWLL bij (de) volkeren van opdat niet dat (hij) heeft gestreden
18.
hier ben ik MMÐIR zoals tijd morgen hagel lever zeer die niet (hij) is geweest zoiets (...) hem bij Egypte aan manna vandaag EWXDE en tot nu
19.
en nu wapen de kracht (tot) van nest (...) jou en (tot) alle die aan jou bij (het) veld alle de mens en de vee die (hij) vond bij (het) veld noch (hij) verzamelde naar het huis en (hij) is gedaald hoogtes (...) hen de hagel en (zij) zijn gestorven
20.
(is het zo) dat gezien (tot) woord Jahweh bewerk(t) (...) mij farao ENIX (tot) slaven (...) hem en (tot) bezit (...) hem naar de huizen
21.
en die niet daar zijn hart naar woord Jahweh en (hij) verliet (tot) slaven (...) hem en (tot) bezit (...) hem bij (het) veld
22.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (wij) bogen om (tot) hand (...) jou op de hemel en wees hagel in alle land Egypte op de mens en op de vee en op alle planten het veld bij (het) land Egypte
23.
en (hij) neeg Mozes (tot) stam (...) hem op de hemel en Jahweh (hij) heeft gegeven QLT en hagel en (jij) ging vuur naar land WIMÐR Jahweh hagel op land Egypte
24.
en wees hagel en vuur MTLQHT binnen de hagel lever zeer die niet (hij) is geweest zoiets (...) hem in alle land Egypte van destijds (zij) is geweest aan volk
25.
en (hij) sloeg de hagel in alle land Egypte (tot) alle die bij (het) veld van mens en tot vee en (tot) alle planten het veld (hij) heeft geslagen de hagel en (tot) alle boom het veld (hij) heeft gebroken
26.
lege bij (het) land nader! (...) hen die daar bouw! Israël niet (hij) is geweest hagel
27.
en (hij) zond weg farao en (hij) noemde aan Mozes en aan Aäron en (hij) sprak naar hen (ik) heb gezondigd de keer Jahweh (hij) heeft gelijk gegeven en ik en met mij (de) slechte (mv)
28.
EOTIRW naar Jahweh en meerderheid om er te zijn QLT God en hagel en (ik) zond weg (er)naar (met) jullie noch (jullie) voegden toe (...) hen vast te staan
29.
en (hij) sprak naar hem Mozes als uit te gaan (...) mij (tot) (hij) heeft opgemerkt (ik) verklaarde (tot) zoals mond van naar Jahweh (de) vlotte (mv) (zij) hieldden op (...) hen en de hagel niet (hij) was nog (eens) opdat (jij) wist dat aan Jahweh het land
30.
en (met) haar en slaven (...) jou (ik) heb geweten dat voordat (jullie) vreesden (...) hen van aanzicht van Jahweh God
31.
en de vlas en naar de poort NKTE dat naar de poort lente en de vlas CBOL
32.
en de tarwe en de boekweit niet NKW dat APILT hier is
33.
en uitgaande Mozes bij vandaan farao (tot) (hij) heeft opgemerkt en (hij) spreidde uit lepels (...) hem naar Jahweh en (zij) hieldden op (de) vlotte (mv) en de hagel en regen niet NTK naar land
34.
en gezien farao dat (hij) heeft opgehouden de regen en de hagel WEQLT en (hij) heeft toegevoegd te zondigen en (hij) was zwaar zijn hart hij en slaven (...) hem
35.
en (hij) versterkte hart farao noch wapen (tot) bouw! Israël zoals woord Jahweh bij (de) hand Mozes

Hoofdstuk 10

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hij) is gekomen naar farao dat ik (is het zo) dat (ik) ben zwaar geweest (tot) zijn hart en (tot) hart slaven (...) hem opdat schering ATTI deze bij (zij) hebben nader gebracht
2.
en opdat (jij) vertelde bij (de) oren van zoon (...) jou en zoon zoon (...) jou (tot) die ETOLLTI bij Egypte en (tot) ATTI die (ik) heb geplaatst in hen en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
3.
en (hij) kwam Mozes en Aäron naar farao en (zij) spraken naar hem zo woord Jahweh mijn God (is het zo) dat voorbijgaan tot wanneer? (jij) hebt geweigerd aan Anath van aanzicht van wapen met mij en (hij) werkte (...) mij
4.
dat als (hij) heeft geweigerd (met) haar weg te zenden (tot) met mij hier ben ik breng(t) morgen sprinkhaan bij (de) grens (...) jou
5.
en bedek! (tot) oog het land noch (hij) zal kunnen te vrezen (tot) het land en eten (tot) rest laat eruit! (er)naar (is het zo) dat (jij) bent gebleven aan jullie vanuit de hagel en eten (tot) alle de boom laat groeien! aan jullie vanuit het veld
6.
en (zij) zijn vol geweest bij (zij) sloeg en dochter (...) mij alle slaven (...) jou en dochter (...) mij alle Egypte die niet (zij) hebben gezien vaders (...) jou en vaders vaders (...) jou van dag (is het zo) dat Jotham op de aarde tot vandaag deze en (hij) wendde zich en uitgaande bij vandaan farao
7.
en (zij) spraken werk! farao naar hem tot wanneer? (hij) was dit aan ons aan valstrik wapen (tot) de mensen en (zij) werkten (tot) Jahweh hun God (is het zo) dat voordat (jij) wist dat (zij) is verloren gegaan Egypte
8.
en bewoner (tot) Mozes en (tot) Aäron naar farao en (hij) sprak naar hen ga(a)t! (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh jullie God water van en water van de voorbijgangers
9.
en (hij) sprak Mozes bij (de) jeugd (...) ons en bij (de) baarden (...) ons (wij) gingen bij (wij) hebben gebouwd WBBNWTNW bij (het) kleinvee (...) ons en bij (het) rundvee (...) ons (wij) gingen dat feest Jahweh aan ons
10.
en (hij) sprak naar hen wees zo Jahweh met jullie zoals (ik) zond weg (met) jullie en (tot) kleine kinderen (...) jullie (zij) hebben gezien dat herder tegenover aanzichten (...) jullie
11.
niet zo ga(a)t! toch de mannen en (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh dat (met) haar (met) hen zoeken en (hij) verjoeg (met) hen honderd aanzicht van farao
12.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (wij) bogen om hand (...) jou op land Egypte bij (de) sprinkhaan en (hij) verhief op land Egypte en (hij) at (tot) alle planten het land (tot) alle die (hij) heeft achtergelaten de hagel
13.
en (hij) neeg Mozes (tot) stam (...) hem op land Egypte en Jahweh (hij) heeft bestuurd wind Oosten bij (het) land alle vandaag dat en alle de nacht het rundvee (hij) is geweest en wind het Oosten verheven (tot) de sprinkhaan
14.
en (hij) verhief de sprinkhaan op alle land Egypte en (hij) rustte in alle grens Egypte lever zeer voor hem niet (hij) is geweest zo sprinkhaan zoiets (...) hem en na hem niet (hij) was zo
15.
en (hij) bedekte (tot) oog alle het land en (zij) haastte zich (...) jou het land en (hij) at (tot) alle planten het land en (tot) alle vrucht de boom die EWTIR de hagel noch overgebleven alle groene bij (de) boom en bij (de) planten het veld in alle land Egypte
16.
en (hij) haastte zich farao te noemen aan Mozes en aan Aäron en (hij) sprak (ik) heb gezondigd aan Jahweh jullie God en aan jullie
17.
en nu draag! toch (ik) heb gezondigd maar de keer WEOTIRW aan Jahweh jullie God en (hij) week af ontvreemd! lege (tot) de dood deze
18.
en uitgaande bij vandaan farao en (hij) bad naar Jahweh
19.
en (hij) keerde om Jahweh wind zee kracht zeer en (hij) droeg (tot) de sprinkhaan en (zij) bliezen (...) hem naar dag riet niet geblevene sprinkhaan één in alle grens Egypte
20.
en (hij) versterkte Jahweh (tot) hart farao noch wapen (tot) bouw! Israël
21.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (wij) bogen om hand (...) jou op de hemel en wees duisternis op land Egypte WIMS duisternis
22.
en (hij) neeg Mozes (tot) (hij) bedankte op de hemel en wees duisternis duisternis in alle land Egypte drie van dagen
23.
niet (zij) hebben gezien man (tot) broers (...) hem noch (zij) zijn opgestaan man MTHTIW drie van dagen en aan alle bouw! Israël (hij) is geweest licht bij (de) nederzettingen (...) hen
24.
en (hij) noemde farao naar Mozes en (hij) sprak ga(a)t! (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh lege kleinvee (...) jullie en rundvee (...) jullie IßC ook kleine kinderen (...) jullie (hij) ging met jullie
25.
en (hij) sprak Mozes ook (met) haar te geven (...) hen bij (de) hand (...) ons slachtingen en opgaan en (wij) hebben gedaan aan Jahweh onze God
26.
en ook van nest (...) ons (hij) ging met ons niet TSAR (zij) heeft uitgespreid dat (van)uit hem (wij) namen te bewerken (tot) Jahweh onze God en wij niet (wij) wisten wat? (wij) bewerkten (tot) Jahweh tot (wij) zijn gekomen daarnaar (-s)
27.
en (hij) versterkte Jahweh (tot) hart farao noch (hij) heeft gewenst weg te zenden (...) hen
28.
en (hij) sprak als farao aan jou ontvreemd! (is het zo) dat bewaar! aan jou naar (jij) voegde toe zicht aanzicht van dat bij (de) dag RATK aanzicht van (jij) stierf
29.
en (hij) sprak Mozes zo woord van niet Asaf nog (eens) zicht aanzichten (...) jou

Hoofdstuk 11

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes nog (eens) plaag één Abia op farao en op Egypte na zo (hij) zond weg (met) jullie hiervandaan als zendt weg! schoondochter verjaag! (hij) verjoeg (met) jullie hiervandaan
2.
woord toch bij (de) oren van het volk en (hij) vroeg (...) hem man honderd zijn vriend en vrouw honderd ROWTE gereedschap zilver en gereedschap goud
3.
en (hij) gaf Jahweh (tot) gratie het volk bij bestudeer! Egypte ook de man Mozes grote zeer bij (het) land Egypte bij bestudeer! werk! farao en bij (de) ogen van het volk
4.
en (hij) sprak Mozes zo woord Jahweh KHßT de nacht ik (hij) werd tevoorschijn gehaald binnen Egypte
5.
en dode alle eerstgeborene bij (het) land Egypte van eerstgeborene farao de inwoner op stoel (...) hem tot eerstgeborene de slavin die andere ERHIM en alle eerstgeborene vee
6.
en (zij) is geweest (zij) heeft geschreeuwd grootheid in alle land Egypte die zoiets (...) hem niet (zij) is geworden en zoiets (...) hem niet (jij) voegde toe
7.
en aan alle bouw! Israël niet (hij) sneed in hond tong (...) hem tot van man en tot vee opdat (jullie) wisten (...) hen die (je) zult vallen (er)naar Jahweh tussen Egypte en tussen Israël
8.
en (zij) zijn gedaald alle slaven (...) jou deze naar mij en (zij) hebben zich diep gebogen aan mij te spreken ga weg! (met) haar en alle het volk die bij (de) voeten (...) jou en na zo (ik) ging uit en uitgaande bij vandaan farao kies! neus
9.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes niet (hij) hoorde toe naar jullie farao opdat twisten wondertekenen van bij (het) land Egypte
10.
en Mozes en Aäron Ezau (tot) alle EMPTIM (de) deze voor farao en (hij) versterkte Jahweh (tot) hart farao noch wapen (tot) bouw! Israël van land (...) hem

Hoofdstuk 12

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron bij (het) land Egypte te spreken
2.
de maand deze aan jullie hoofd maanden eerste hij aan jullie aan maanden van het jaar
3.
spreekt! naar alle getuige van Israël te spreken bij (de) rijkdom aan maand deze en (zij) namen aan hen man lammetje aan huis vader van lammetje aan huis
4.
en als (hij) verminderde het huis om te zijn Mozes en lering hij en behuist! bied aan! naar huis (...) hem BMKXT ziel van man aan mond van (zij) hebben gegeten (jullie) bedekten op het lammetje
5.
lammetje volledige man zoon jaar (hij) was aan jullie vanuit de schapen en vanuit de geiten (jullie) namen
6.
en (hij) is geweest aan jullie aan bewaring tot vier rijkdom dag aan maand deze en (zij) hebben geslacht (met) hem alle menigte getuige van Israël tussen (de) aangename (mv)
7.
en (zij) hebben genomen vanuit het bloed en (zij) hebben gegeven op schering de deurpost van en op EMSQWP op de huizen die (zij) aten (met) hem bij hen
8.
en (zij) hebben gegeten (tot) het vlees bij (de) nacht deze schaduw (...) mij vuur en voorschrift van op verbitter! (...) hen (zij) aten (...) hem
9.
naar (jullie) aten (van)uit hem toch WBSL MBSL bij (het) water dat als schaduw (...) mij vuur hoofd (...) hem op zoals kwaden (...) hem en op (zij) hebben nader gebracht
10.
noch TWTIRW (van)uit hem tot rundvee WENTR (van)uit hem tot rundvee (hij) is verrot (jullie) verbrandden
11.
en zodoende (jullie) aten (met) hem lendenen (...) jullie omgord! (...) hen schoenen (...) jullie bij (de) voeten (...) jullie en verlicht (...) jullie bij (de) hand (...) jullie en (jullie) hebben gegeten (met) hem BHPZWN Pesach hij aan Jahweh
12.
en (ik) ben voorbijgegaan bij (het) land Egypte bij (de) nacht deze en (ik) heb geslagen alle eerstgeborene bij (het) land Egypte van mens en tot vee en in alle mijn God Egypte (ik) werd gedaan rechters ik Jahweh
13.
en (hij) is geweest het bloed aan jullie LAT op de huizen die (met) hen daar en (ik) heb gezien (tot) het bloed en (ik) heb overgeslagen hoogte (...) jullie noch (hij) was bij jullie (hij) heeft geslagen aan vernieler BEKTI bij (het) land Egypte
14.
en (hij) is geweest vandaag deze aan jullie aan herinnering en (jullie) hebben een cirkel getrokken (met) hem feest aan Jahweh aan generaties (...) jullie grondwet van eeuwigheid THCEW
15.
zeven dagen voorschrift van (jullie) aten maar bij (de) dag (de) eerste (jullie) zetten stop rest van huizen (...) jullie dat alle eten zuurdesem en (zij) is afgehakt de ziel dat van Israël van dag het hoofd (...) hen tot dag (is het zo) dat ben verzadigd!
16.
en bij (de) dag (de) eerste lezen heiligheid en bij (de) dag (de) zevende lezen heiligheid (hij) was aan jullie alle handwerk niet (zij) heeft gemaakt bij hen maar die (hij) at aan alle ziel hij alleen hij (zij) heeft gemaakt aan jullie
17.
en (jullie) hebben gehouden (tot) het voorschrift van dat bij (het) bot vandaag deze (ik) ben tevoorschijn gehaald (tot) legers (...) jullie van land Egypte en (jullie) hebben gehouden (tot) vandaag deze aan generaties (...) jullie grondwet van eeuwigheid
18.
bij (het) hoofd (...) hen bij vier rijkdom dag aan maand bij (de) aangename (jullie) aten matze van tot dag de één en twintig aan maand bij (de) aangename
19.
zeven dagen rest niet (hij) vond bij (de) huizen (...) jullie dat alle eten MHMßT en (zij) is afgehakt de ziel dat van getuige van Israël bij (de) vreemdeling en bij (de) burger het land
20.
alle MHMßT niet (jullie) aten in alle nederzettingen (...) jullie (jullie) aten voorschrift van
21.
en (hij) noemde Mozes aan alle ben oud! Israël en (hij) sprak naar hen (zij) hebben getrokken en neemt! aan jullie kleinvee aan families (...) jullie en (zij) hebben geslacht het Pesach
22.
en (jullie) hebben genomen ACDT (ik) vloeide en (jullie) hebben gedoopt bij (het) bloed die bij voeg toe! en (jullie) zijn toegekomen naar EMSQWP en naar schering de deurpost van vanuit het bloed die bij voeg toe! en (met) hen niet (jullie) gingen uit man doe(t) open huis (...) hem tot rundvee
23.
en kant Jahweh LNCP (tot) Egypte en (hij) heeft gezien (tot) het bloed op EMSQWP en op schering de deurpost van en Pesach Jahweh op de opening noch (hij) gaf de vernieler te komen naar huizen (...) jullie LNCP
24.
en (jullie) hebben gehouden (tot) het woord deze aan wet aan jou en aan zonen (...) jou tot eeuwigheid
25.
en (hij) is geweest dat (jij) kwam (...) hem naar het land die (hij) gaf Jahweh aan jullie zoals woord en (jullie) hebben gehouden (tot) het feit (de) deze
26.
en (hij) is geweest dat (zij) spraken naar jullie zonen (...) jullie wat? het feit (de) deze aan jullie
27.
en (jullie) hebben gesproken slachting Pesach hij aan Jahweh die Pesach op dochter (...) mij bouw! Israël bij Egypte bij (zij) hebben geslagen (tot) Egypte en (tot) huizen (...) ons (hij) heeft gered en (hij) heeft gebrand het volk en (zij) bogen zich diep
28.
en (zij) gingen en (zij) hebben gemaakt bouw! Israël zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes en Aäron zo Ezau
29.
en wees bij (de) halve de nacht en Jahweh (hij) heeft geslagen alle eerstgeborene bij (het) land Egypte trek(t) voor farao de inwoner op stoel (...) hem tot eerstgeborene de gevangenschap die bij (het) huis de put en alle eerstgeborene vee
30.
en (hij) stond op farao nacht hij en alle slaven (...) hem en alle Egypte en (zij) was (zij) heeft geschreeuwd grootheid bij Egypte dat (er is) niet huis die (er is) niet daar dode
31.
en (hij) noemde aan Mozes en aan Aäron nacht en (hij) sprak sta(a)t op! ga(a)t uit! van midden met mij ook (met) hen ook bouw! Israël en ga(a)t! (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh zoals woord (...) jullie
32.
ook kleinvee (...) jullie ook rundvee (...) jullie neemt! zoals woorden (...) hen en ga(a)t! en (jullie) hebben gezegend ook (met) mij
33.
en (jij) versterkte Egypte op het volk zich te haasten weg te zenden (...) hen vanuit het land dat (zij) hebben gesproken als (zij) hebben overnacht sterven
34.
en (hij) droeg het volk (tot) bij giet uit! voordat IHMß MSARTM (jij) hebt gebundeld bij (de) jurken (...) hen op schouder (...) hen
35.
en bouw! Israël Ezau zoals woord Mozes en (hij) vroeg (...) hem van Egypte gereedschap zilver en gereedschap goud en jurk van
36.
en Jahweh (hij) heeft gegeven (tot) gratie het volk bij bestudeer! Egypte WISALWM WINßLW (tot) Egypte
37.
en (zij) reisden bouw! Israël van Rameses hut (...) haar als (hij) heeft zich verblijd honderd duizend voeten van de mannen alleen van kleine kinderen
38.
en ook aangename meerderheid blad (met) hen en kleinvee en rundvee bezit lever zeer
39.
en (zij) braken echt (tot) EBßQ die (zij) hebben tevoorschijn gehaald van Egypte (jij) hebt cirkel getrokken voorschrift van dat niet zuurdesem dat verjaagt! van Egypte noch (zij) hebben gekund LETMEME en ook (zij) heeft gevangen niet Ezau aan hen
40.
en zetel bouw! Israël die (zij) hebben gewoond bij Egypte dertig jaar en vier honderd jaar
41.
en wees van eind dertig jaar en vier honderd jaar en wees bij (het) bot vandaag deze voert uit! alle legers Jahweh van land Egypte
42.
nacht dat til(t) op hij aan Jahweh tevoorschijn te halen (...) hen van land Egypte hij de nacht deze aan Jahweh dat til(t) op aan alle bouw! Israël aan generaties (...) hen
43.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en Aäron deze grondwet van het Pesach alle zoon vreemde land niet (hij) at bij hem
44.
en alle slaaf man bezit van zilver en (jij) hebt besneden (er)naar (met) hem destijds (hij) at bij hem
45.
inwoner en loonarbeider niet (hij) at bij hem
46.
bij (het) huis één (hij) at niet (jij) haalde tevoorschijn vanuit het huis vanuit het vlees naar straat en bot niet (jullie) braken bij hem
47.
alle getuige van Israël (zij) hebben gemaakt (met) hem
48.
en dat (hij) woonde (met) jou vreemdeling en (hij) heeft gedaan Pesach aan Jahweh (is het zo) dat besnijd! als alle man en destijds (hij) bracht nader te maken (...) hem en (hij) is geweest zoals burger het land en alle onbesnedene niet (hij) at bij hem
49.
Wetboek één (hij) was aan burger en aan vreemdeling Hagar bij (het) midden (...) jullie
50.
en (zij) hebben gemaakt alle bouw! Israël zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes en (tot) Aäron zo Ezau
51.
en wees bij (het) bot vandaag deze (hij) heeft tevoorschijn gehaald Jahweh (tot) bouw! Israël van land Egypte op (jullie) hebben je geschaard

Hoofdstuk 13

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
heiligheid aan mij alle eerstgeborene eerstgeborene alle baarmoeder bij bouw! Israël bij (de) mens en bij (de) vee aan mij hij
3.
en (hij) sprak Mozes naar het volk Zakkur (tot) vandaag deze die (jullie) zijn uitgegaan van Egypte van huis slaven dat bij (de) kracht hand (hij) heeft tevoorschijn gehaald Jahweh (met) jullie hiervandaan noch (hij) at zuurdesem
4.
vandaag (met) hen uitgaanden bij (de) maand de lente
5.
en (hij) is geweest dat (hij) bracht (...) jou Jahweh naar land (de) Kanaänitische en de angsten van en de Amoriet en de Heviet en de Jebusiet die (hij) heeft gezworen aan vaders (...) jou te geven aan jou land (jij) hebt gevloeid melk en honing en (jij) hebt gewerkt (tot) het feit (de) deze bij (de) maand deze
6.
zeven dagen (jij) at matze van en bij (de) dag (de) zevende feest aan Jahweh
7.
voorschrift van (hij) at (tot) zeven de dagen noch vrees aan jou zuurdesem noch vrees aan jou rest in alle grens (...) jou
8.
en (jij) hebt verteld aan zoon (...) jou bij (de) dag dat te spreken wegens dit (hij) heeft gedaan Jahweh aan mij bij uit te gaan (...) mij van Egypte
9.
en (hij) is geweest aan jou aan letter op hand (...) jou en aan herinnering tussen ogen (...) jou opdat (jij) was Wetboek van Jahweh bij (de) monden (...) jou dat bij (de) hand (zij) is sterk geworden (hij) is tevoorschijn gehaald (...) jou Jahweh van Egypte
10.
en (jij) hebt gehouden (tot) de grondwet (de) deze naar aan ontmoeting van dagen naar dagen
11.
en (hij) is geweest dat (hij) kwam (...) jou Jahweh naar land (de) Kanaänitische zoals (hij) heeft gezworen aan jou en aan vaders (...) jou en (zij) heeft gegeven aan jou
12.
en (jij) hebt overgebracht alle eerstgeborene baarmoeder aan Jahweh en alle eerstgeborene dat (hij) heeft gewoond vee die (hij) was aan jou de mannen aan Jahweh
13.
en alle eerstgeborene klei (jij) bevrijdde (zij) heeft zich geschaamd en als niet (jij) bevrijdde en (jij) hebt gedropen (...) hem en alle eerstgeborene mens bij (de) zonen (...) jou (jij) bevrijdde
14.
en (hij) is geweest dat (hij) vroeg (...) jou zoon (...) jou morgen te spreken wat? deze en (jij) hebt gesproken naar hem bij (de) kracht hand (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) ons Jahweh van Egypte van huis slaven
15.
en wees dat (de) harde farao weg te zenden (...) ons en (hij) doodde Jahweh alle eerstgeborene bij (het) land Egypte trek(t) voor mens en tot eerstgeborene vee op zo ik slachting aan Jahweh alle eerstgeborene baarmoeder de mannen en alle eerstgeborene bouw! (ik) bevrijdde
16.
en (hij) is geweest aan letter op IDKE WLÐWÐPT tussen ogen (...) jou dat bij (de) kracht hand (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) ons Jahweh van Egypte
17.
en wees bij (de) wapen farao (tot) het volk noch (wij) waren bronstig God weg land Filistijnen dat verwant hij dat woord God opdat niet (hij) troostte het volk (jullie) hebben geschapen strijd en woont! naar Egypte
18.
en (hij) wendde zich af God (tot) het volk weg de woestijn zee riet en vijftig (zij) zijn opgegaan bouw! Israël van land Egypte
19.
en (hij) nam Mozes (tot) botten Jozef met hem dat de zeven ESBIO (tot) bouw! Israël te spreken opname (hij) beval God (met) jullie en de opgang-en (...) hen (tot) (ik) ben machtig geworden hiervandaan (met) jullie
20.
en (zij) reisden van hut van en (zij) legerden (jullie) zijn gekomen bij (het) einde de woestijn
21.
en Jahweh beweging voor hen dag (...) hen bij (de) staander wolk LNHTM de weg en nacht bij (de) staander vuur te verlichten aan hen te gaan dag (...) hen en nacht
22.
niet (hij) week staander de wolk dag (...) hen en staander het vuur nacht voor het volk

Hoofdstuk 14

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (zij) hebben gewoond en (zij) legerden voor mond van EHIRT tussen kweek(t) en tussen de zee voor echtgenoot Noorden (zij) zijn aanwezig geweest (jullie) legerden op de zee
3.
en woord farao aan zonen van Israël NBKIM zij bij (het) land slot op hen de woestijn
4.
en (ik) ben sterk geworden (tot) hart farao en (hij) heeft achtervolgd na hen en (ik) eerde (er)naar bij (de) farao en in alle macht (...) hem en (zij) hebben geweten Egypte dat ik Jahweh en (zij) hebben gemaakt zo
5.
en (hij) werd verteld aan koning Egypte dat vlucht het volk en (hij) keerde om hart farao en slaven (...) hem naar het volk en (zij) spraken wat? deze (wij) hebben gedaan dat (wij) hebben gezonden (tot) Israël bewerk(t) (...) ons
6.
en (hij) nam gevangen (tot) (zij) hebben gereden en (tot) met hem lering met hem
7.
en (hij) nam zes honderd wagen jongeman en alle wagen Egypte en eergisteren op kunt!
8.
en (hij) versterkte Jahweh (tot) hart farao koning Egypte en (hij) achtervolgden na bouw! Israël en bouw! Israël uitgaanden bij (de) hand wormen
9.
en (zij) achtervolgdenen Egypte na hen en (zij) bereikten hen leger! (...) hen op de zee alle paard wagen farao en ruiters (...) hem en macht (...) hem op mond van EHIRT voor echtgenoot Noorden
10.
en farao (hij) heeft aangeboden en (zij) droegen bouw! Israël (tot) ogen (...) hen en hier is Egypte (hij) heeft gereisd na hen en (zij) vreesden zeer en (zij) schreeuwden bouw! Israël naar Jahweh
11.
en (zij) spraken naar Mozes EMBLI (er is) niet graven bij Egypte (jij) hebt genomen (...) ons te sterven bij (de) woestijn wat? deze (jij) hebt gedaan aan ons tevoorschijn te halen (...) ons van Egypte
12.
toch? dit het woord die woord (...) ons naar jou bij Egypte te spreken (hij) heeft opgehouden (van)uit hem en (wij) bewerkten (er)naar (tot) Egypte dat goede aan ons slaaf (tot) Egypte verzacht (...) hem bij (de) woestijn
13.
en (hij) sprak Mozes naar het volk naar (jullie) vreesden (zij) hebben zich opgesteld en (zij) hebben gezien (tot) verlossing van Jahweh die (zij) heeft gemaakt aan jullie vandaag dat die (jullie) hebben gezien (tot) Egypte vandaag niet (jullie) voegden toe te vrezen (...) hen nog (eens) tot eeuwigheid
14.
Jahweh (hij) streed aan jullie en (met) hen (jullie) ploegden (...) hen
15.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes wat? (zij) schreeuwde naar mij woord naar bouw! Israël en (zij) reisden
16.
en (met) haar til op! (tot) (hij) heeft gewankeld (...) jou en (wij) bogen om (tot) hand (...) jou op de zee WBQOEW en voert in! bouw! Israël binnen de zee bij (het) vasteland
17.
en ik hier ben ik versterk(t) (tot) hart Egypte en voert in! na hen en (ik) eerde (er)naar bij (de) farao en in alle macht (...) hem bij (zij) hebben gereden en bij (de) ruiters (...) hem
18.
en (zij) hebben geweten Egypte dat ik Jahweh BEKBDI bij (de) farao bij (zij) hebben gereden en bij (de) ruiters (...) hem
19.
en (hij) reisde boodschapper naar God de beweging voor kamp Israël en (hij) ging van na hen en (hij) reisde staander de wolk van aanzichten (...) hen en (hij) stond vast van na hen
20.
en (hij) kwam tussen kamp Egypte en tussen kamp Israël en wees de wolk en de duisternis en rivier (tot) de nacht noch binnenste dit naar dit alle de nacht
21.
en (hij) neeg Mozes (tot) (hij) bedankte op de zee en ga(a)(t) Jahweh (tot) de zee vlucht! Oosten naar kracht alle de nacht en pas toe! (tot) de zee aan droog land WIBQOW het water
22.
en voert in! bouw! Israël binnen de zee bij (het) vasteland en het water aan hen muur van rechterhand (...) hen WMSMALM
23.
en (zij) achtervolgdenen Egypte en voert in! na hen alle paard farao (zij) hebben gereden en ruiters (...) hem naar midden de zee
24.
en wees BASMRT het rundvee WISQP Jahweh naar kamp Egypte bij (de) staander vuur en wolk en (hij) ruiste (tot) kamp Egypte
25.
en (hij) week af (tot) neus (...) hen rijtuigen (...) hem WINECEW bij (jij) bent zwaar geweest en (hij) sprak Egypte (ik) vluchtte (er)naar van aanzicht van Israël dat Jahweh (hij) heeft gestreden aan hen bij Egypte
26.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (wij) bogen om (tot) hand (...) jou op de zee en (zij) hebben gewoond het water op Egypte op (zij) hebben gereden en op ruiters (...) hem
27.
en (hij) neeg Mozes (tot) (hij) bedankte op de zee en inwoner de zee zich te wenden rundvee LAITNW en Egypte vluchten hem tegemoet en (hij) schudde Jahweh (tot) Egypte binnen de zee
28.
en (zij) hebben gewoond het water en (zij) bedekten (tot) de wagen en (tot) de ruiters aan alle macht farao die gekomen na hen bij (de) zee niet geblevene bij hen tot één
29.
en bouw! Israël (zij) zijn gegaan bij (het) vasteland binnen de zee en het water aan hen woede van rechterhand (...) hen WMSMALM
30.
en (hij) redde Jahweh bij (de) dag dat (tot) Israël van hand Egypte en gezien Israël (tot) Egypte dode op oever van de zee
31.
en gezien Israël (tot) de hand de grootheid die (hij) heeft gedaan Jahweh bij Egypte en (zij) vreesden het volk (tot) Jahweh en (zij) geloofden bij Jahweh en met Mozes (zij) hebben gewerkt

Hoofdstuk 15

1.
destijds (hij) zong Mozes en bouw! Israël (tot) naar het lied (de) deze aan Jahweh en (zij) spraken te spreken (ik) zong (er)naar aan Jahweh dat (hij) heeft zich verheven (hij) heeft zich verheven paard en (zij) hebben gereden wormen bij (de) zee
2.
kracht (...) mij en gezang van God en wees aan mij aan verlossing dit naar mij WANWEW mijn God vader WARMMNEW
3.
Jahweh man strijd Jahweh zijn naam
4.
rijtuig van farao en macht (...) hem (hij) heeft geworpen bij (de) zee en keuze SLSIW ÐBOW bij (de) zee riet
5.
TEMT IKXIMW (zij) zijn gedaald BMßWLT zoals steen
6.
rechterhand (...) jou Jahweh NADRI bij (de) kracht rechterhand (...) jou Jahweh TROß vijand
7.
en bij (de) meerderheid CAWNK (zij) brak af staan op (...) jou (jij) zond weg HRNK IAKLMW zoals stro
8.
en vlucht! neuzen (...) jou NORMW water heft (...) hem zoals dolende NZLIM QPAW TEMT bij (het) hart zee
9.
woord vijand ARDP (ik) bereikte (ik) verdeelde buit TMLAMW ziel (...) mij ARIQ word vernield! TWRISMW handen van
10.
(jij) hebt uitgeademd vlucht! (...) jou zoals medicinaal kruid (...) hem zee ßLLW KOWPRT bij (het) water geweldige (mv)
11.
water van zoals geslagen bij (de) voorhal Jahweh water van zoals geslagen NADR bij (de) heiligheid ontzagwekkende lof(lied) van (hij) heeft gedaan wonder
12.
(jij) bent genegen rechterhand (...) jou TBLOMW land
13.
NHIT bij (de) genade (...) jou met deze (jij) hebt verlost NELT bij (de) kracht (...) jou naar woonplaats heiligheid (...) jou
14.
(zij) hebben toegehoord volkeren (zij) waren boos (...) hen macht Achaz inwoners van Filistea
15.
destijds (zij) zijn geschrokken aanvoerders van Edom rammen van Moab IAHZMW ROD NMCW alle inwoners van Kanaän
16.
zoutloze op hen verschrikking (...) haar en angst bij (de) grootheid arm (...) jou (zij) leken zoals steen tot (hij) ging voorbij met jou Jahweh tot (hij) ging voorbij met deze (jij) hebt gekocht
17.
TBAMW en (jullie) proefden bij (de) heuvel (jij) hebt verworven (...) jou plaats te wonen (...) jou onderneming van Jahweh heilig(t) liggers van (zij) hebben opgezet handen (...) jou
18.
Jahweh (hij) heerste aan eeuwigheid en tot
19.
dat (hij) is gekomen paard farao bij (zij) hebben gereden en bij (de) ruiters (...) hem bij (de) zee en inwoner Jahweh hoogtes (...) hen (tot) water van de zee en bouw! Israël (zij) zijn gegaan bij (het) vasteland binnen de zee
20.
en (jij) nam Mirjam naar de profeet zus Aäron (tot) ETP naar bij (de) hand en uitloper (...) hen alle (is het zo) dat worden verlaten na haar BTPIM WBMHLT
21.
en (zij) antwoordde aan hen Mirjam zingt! aan Jahweh dat (hij) heeft zich verheven (hij) heeft zich verheven paard en (zij) hebben gereden wormen bij (de) zee
22.
en (hij) reisde Mozes (tot) Israël water riet en voert uit! naar woestijn os en (zij) gingen drie van dagen bij (de) woestijn noch (zij) hebben gevonden water
23.
en voert in! MRTE noch (zij) hebben gekund LSTT water verbitter(t) (er)naar dat Mirjam zij op zo (hij) heeft genoemd daarnaar (-s) bittere
24.
en (hij) overnachtte (...) hem het volk op Mozes te spreken wat? (wij) dronken
25.
en (hij) schreeuwde naar Jahweh en vroege regen (...) hem Jahweh boom en (hij) ging neer naar het water WIMTQW het water daar daar als wet en rechtsregel en naam [van] beproeft!
26.
en (hij) sprak als hoor toe! (jij) hoorde toe aan klank Jahweh jouw God en rechtuit bij (de) ogen (...) hem (jij) deed en (jij) hebt geluisterd aan voorschriften (...) hem en (jij) hebt gehouden alle wetten (...) hem alle (is het zo) dat begin(t) te (er)naar die (ik) heb geplaatst bij Egypte niet (ik) plaatste op jou dat ik Jahweh genees! (...) jou
27.
en voert in! AILME en naam [van] twee tien bron van water en zeventig dadels en (zij) legerden daar op het water

Hoofdstuk 16

1.
en (zij) reisden van ram (...) hen en voert in! alle getuige van bouw! Israël naar woestijn Sin die tussen ram (...) hen en tussen Sinaï bij vijf rijkdom dag aan maand (de) tweede uit te gaan (...) hen van land Egypte
2.
en (zij) lieten overnachten alle getuige van bouw! Israël op Mozes en op Aäron bij (de) woestijn
3.
en (zij) spraken naar hen bouw! Israël water van (hij) gaf dood (...) ons bij (de) hand Jahweh bij (het) land Egypte bij (wij) hebben gerust op pan het vlees bij (wij) hebben gegeten brood aan zeven dat (jullie) zijn tevoorschijn gehaald (met) ons naar de woestijn deze te doden (tot) alle de menigte deze bij (de) honger
4.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes hier ben ik MMÐIR aan jullie brood vanuit de hemel en uitgaande het volk en verzamelt! woord dag bij (de) dag (...) hem opdat ANXNW (is het zo) dat (hij) ging bij (het) Wetboek (...) mij als niet
5.
en (hij) is geweest bij (de) dag (de) zesde en (wij) hebben geslagen (tot) die (zij) brachten en (hij) is geweest van jaar op die (zij) verzamelden dag dag
6.
en (hij) sprak Mozes en Aäron naar alle bouw! Israël aangename en (jullie) hebben geweten dat Jahweh (hij) heeft tevoorschijn gehaald (met) jullie van land Egypte
7.
en rundvee en (jullie) hebben gezien (tot) eer Jahweh bij (zij) hebben toegehoord (tot) TLNTIKM op Jahweh en (wij) hebben gerust wat? dat (jullie) overnachtten op ons
8.
en (hij) sprak Mozes bij te geven Jahweh aan jullie bij (de) aangename vlees aan eten en brood bij (het) rundvee aan zeven bij (het) nieuws Jahweh (tot) TLNTIKM die (met) hen laat overnachten (...) hen op hem en (wij) hebben gerust wat? niet op ons TLNTIKM dat op Jahweh
9.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron woord naar alle getuige van bouw! Israël (zij) hebben nader gebracht voor Jahweh dat nieuws (tot) TLNTIKM
10.
en wees zoals woord Aäron naar alle getuige van bouw! Israël en (zij) wendden zich naar de woestijn en hier is eer Jahweh (wij) lieten zien bij (de) wolk
11.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
12.
(ik) heb toegehoord (tot) TLWNT bouw! Israël woord naar hen te spreken tussen (de) aangename (mv) (jullie) aten vlees en bij (het) rundvee (jullie) waren verzadigd brood en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh jullie God
13.
en wees bij (de) aangename en (zij) verhief de kwartel en (zij) bedekte (tot) het kamp en bij (het) rundvee (zij) is geweest (jij) hebt gelegen de dauw rondom aan kamp
14.
en (zij) verhief (jij) hebt gelegen de dauw en hier is op aanzicht van de woestijn dunne MHXPX dunne zoals dorp op het land
15.
en (zij) lieten zien bouw! Israël en (zij) spraken man naar broers (...) hem vanuit hij dat niet (zij) hebben geweten wat? hij en (hij) sprak Mozes naar hen hij het brood die (hij) heeft gegeven Jahweh aan jullie naar aan eten
16.
dit het woord die geef opdracht! Jahweh verzamelt! (van)uit hem man aan mond van (zij) hebben gegeten korenschoof aan schedel getal zielen (...) jullie man te bevestigen bij (de) tent (...) hem (jullie) namen
17.
en (zij) hebben gemaakt zo bouw! Israël en (zij) verzamelden (is het zo) dat vermeerder(t) WEMMOIÐ
18.
en (zij) maten af bij (de) korenschoof noch EODIP (is het zo) dat vermeerder(t) WEMMOIÐ niet EHXIR man aan mond van (zij) hebben gegeten verzamelt!
19.
en (hij) sprak Mozes naar hen man naar meer (van)uit hem tot rundvee
20.
noch (zij) hebben toegehoord naar Mozes WIWTRW mensen (van)uit hem tot rundvee en (hij) was hoog wormen en (hij) verrotte en (hij) maakte zich kwaad hoogtes (...) hen Mozes
21.
en (zij) verzamelden (met) hem bij (het) rundvee bij (het) rundvee man zoals mond van (zij) hebben gegeten en hete de zon WNMX
22.
en wees bij (de) dag (de) zesde verzamelt! brood van jaar tweede de korenschoof aan één en voert in! alle vorsten van de getuige en (zij) vertelden aan Mozes
23.
en (hij) sprak naar hen hij die woord Jahweh (zij) hebben gerust (...) hen sabbat heiligheid aan Jahweh morgen (tot) die (jullie) braken echt neus (...) hem en (tot) die TBSLW bij (de) kwartel en (tot) alle EODP (zij) hebben rust gegeven aan jullie aan bewaring tot het rundvee
24.
en (zij) gaven rust (met) hem tot het rundvee zoals geef opdracht! Mozes noch EBAIS en wormen niet (zij) is geweest bij hem
25.
en (hij) sprak Mozes (zij) heeft gegeten (...) hem vandaag dat sabbat vandaag aan Jahweh vandaag niet (jullie) vondden (...) hem bij (het) veld
26.
zes dagen (jullie) verzamelden (...) hem en bij (de) dag (de) zevende sabbat niet (hij) was bij hem
27.
en wees bij (de) dag (de) zevende voert uit! vanuit het volk te verzamelen noch (zij) hebben gevonden
28.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes tot waarheen? (jullie) hebben geweigerd te bewaren voorschrift (...) mij en Wetboek (...) mij
29.
(zij) hebben gezien dat Jahweh (hij) heeft gegeven aan jullie zet stop! op zo hij (hij) heeft gegeven aan jullie bij (de) dag (de) zesde brood dagen woont! man in de plaats van hem naar uitgaande man van plaats (...) hem bij (de) dag (de) zevende
30.
en (zij) rustten het volk bij (de) dag (is het zo) dat ben verzadigd!
31.
en (zij) noemden huis Israël (tot) zijn naam vanuit en hij zoals nakomelingen Gad tot zoon en (zij) hebben geproefd KßPIHT bij (de) honing
32.
en (hij) sprak Mozes dit het woord die geef opdracht! Jahweh (hij) is vol geweest de korenschoof (van)uit hem aan bewaring aan generaties (...) jullie opdat (zij) lieten zien (tot) het brood die (ik) heb gevoed (met) jullie bij (de) woestijn bij haal tevoorschijn! (met) jullie van land Egypte
33.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron neem! ßNßNT één en geef! daarnaar (-s) (hij) is vol geweest de korenschoof vanuit en geef rust! (met) hem voor Jahweh aan bewaring aan generaties (...) jullie
34.
zoals geef opdracht! Jahweh naar Mozes en (zij) gaven rust (...) hem Aäron voor (jij) hebt getuigd aan bewaring
35.
en bouw! Israël (zij) hebben gegeten (tot) het manna veertig jaar tot bij (de) moeder naar land blaas(t) (tot) het manna (zij) hebben gegeten tot bij (de) moeder naar einde land Kanaän
36.
en de korenschoof OSRIT (is het zo) dat (ik) was mooi hij

Hoofdstuk 17

1.
en (zij) reisden alle getuige van bouw! Israël van woestijn Sin aan tochten (...) hen op mond van Jahweh en (zij) legerden BRPIDIM en (er is) niet water LSTT het volk
2.
en (hij) vermeerderde het volk met Mozes en (zij) spraken geeft! aan ons water en (wij) dronken en (hij) sprak aan hen Mozes wat? (jullie) twistten (...) hen met mij wat? (jullie) beproefden (...) hen (tot) Jahweh
3.
en (hij) had dorst daar het volk aan water en (hij) overnachtte het volk op Mozes en (hij) sprak waarom dit (is het zo) dat (jij) bent opgegaan (...) ons van Egypte te doden (met) mij en (tot) bouw! en (tot) van nesten van bij (de) dorst
4.
en (hij) schreeuwde Mozes naar Jahweh te spreken wat? (ik) werd gedaan aan volk deze nog (eens) een beetje WXQLNI
5.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes kant voor het volk en neem! (met) jou van baarden van Israël en (hij) heeft gewankeld (...) jou die (jij) hebt geslagen bij hem (tot) de rivier neem! bij (de) hand (...) jou en (jij) bent gegaan
6.
hier ben ik sta vast! voor jou daar op de rots bij (het) zwaard en (jij) hebt geslagen pluk druiven! en voert uit! (van)uit hem water en (zij) heeft gelegd het volk en (hij) heeft gemaakt zo Mozes te bestuderen (...) mij ben oud! Israël
7.
en (hij) noemde daar de plaats naar belasting en om te twisten (er)naar op twist! bouw! Israël en op (jullie) zijn gevlucht (tot) Jahweh te spreken is er? Jahweh bij (wij) hebben nader gebracht als (er is) niet
8.
en (hij) kwam Amelek en (hij) streed met Israël BRPIDM
9.
en (hij) sprak Mozes naar Jozua (hij) heeft gekozen aan ons mensen en ga weg! het brood bij Amelek morgen ik opgesteld op hoofd de heuvel en stam naar God bij (de) handen van
10.
en (hij) heeft gemaakt Jozua zoals woord als Mozes aan het brood bij Amelek en Mozes Aäron en Hur (zij) zijn opgegaan hoofd de heuvel
11.
en (hij) is geweest zoals (hij) tilde op Mozes (hij) bedankte en man Israël en zoals (hij) gaf rust (hij) bedankte en man Amelek
12.
en handen van Mozes levers en (zij) namen steen en (zij) plaatsten in de plaats van hem en inwoner op haar en Aäron en Hur TMKW bij (de) handen (...) hem hiervandaan één en hiervandaan één en wees handen (...) hem waarheid tot (hij) is gekomen de zon
13.
WIHLS Jozua (tot) Amelek en (tot) met hem aan mond van zwaard
14.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hand)schrift deze herinnering bij (het) boek en plaats! bij (de) oren van Jozua dat (hij) heeft uitgewist (ik) wiste uit (tot) man Amelek onder vandaan de hemel
15.
en (hij) bouwde Mozes altaar en (hij) noemde zijn naam Jahweh tekens van
16.
en (hij) sprak dat hand op KX God strijd aan Jahweh bij Amelek van generatie generatie

Hoofdstuk 18

1.
en (hij) hoorde toe Jethro priester Midian bruidegom Mozes (tot) alle die (hij) heeft gedaan God aan Mozes en aan Israël met hem dat (hij) heeft tevoorschijn gehaald Jahweh (tot) Israël van Egypte
2.
en (hij) nam Jethro bruidegom Mozes (tot) Zippora vuur van Mozes andere SLWHIE
3.
en (tot) tweede bouw! (er)naar die daar de één verjaag! (...) hen dat woord vreemdeling (ik) ben geweest bij (het) land naar vreemdeling
4.
en naam [van] de één ALIOZR dat mijn God vader bij help! en (hij) redde (...) mij van zwaard farao
5.
en (hij) kwam Jethro bruidegom Mozes en zonen (...) hem en vuur (...) hem naar Mozes naar de woestijn die hij Hanna daar heuvel naar God
6.
en (hij) sprak naar Mozes ik bruidegom (...) jou Jethro (hij) is gekomen naar jou en vuur (...) jou en tweede bouw! (er)naar met haar
7.
en uitgaande Mozes tegemoet angst (...) ons en (hij) boog zich diep en (hij) gaf te drinken als en (hij) vroeg (...) hem man aan zijn vriend volledig te zijn en voert in! naar de tent
8.
en (hij) vertelde Mozes panelen [van] (...) ons (tot) alle die (hij) heeft gedaan Jahweh aan farao en aan Egypte op AWDT Israël (tot) alle ETLAE die (jullie) hebben gevonden bij (de) weg en (hij) redde (...) hen Jahweh
9.
en samen Jethro op alle het goeds die (hij) heeft gedaan Jahweh aan Israël die (zij) hebben gered van hand Egypte
10.
en (hij) sprak Jethro gezegende Jahweh die (hij) heeft gered (met) jullie van hand Egypte en van hand farao die (hij) heeft gered (tot) het volk onder vandaan hand Egypte
11.
nu (ik) heb geweten dat grote Jahweh van alle naar God dat bij (het) woord die hoogmoedige (...) hem op hen
12.
en (hij) nam Jethro bruidegom Mozes blad en slachtingen aan God en (hij) kwam Aäron en alle ben oud! Israël aan eten brood met bruidegom Mozes voor naar God
13.
en wees de volgende dag en inwoner Mozes aan rechter (tot) het volk en (hij) stond vast het volk op Mozes vanuit het rundvee tot (de) aangename
14.
en gezien bruidegom Mozes (tot) alle die hij (hij) heeft gedaan aan volk en (hij) sprak wat? het woord deze die (met) haar (hij) heeft gedaan aan volk waarom? (met) haar bewoner alleen jij en alle het volk opgesteld op jou vanuit rundvee tot aangename
15.
en (hij) sprak Mozes panelen [van] (...) ons dat (hij) kwam naar mij het volk aan advies God
16.
dat (hij) was aan hen woord (hij) is gekomen naar mij en (ik) heb berecht tussen man en tussen zijn vriend en (ik) heb meegedeeld (tot) wetten van naar God en (tot) Wetboeken (...) hem
17.
en (hij) sprak bruidegom Mozes naar hem niet goede het woord die (met) haar (hij) heeft gedaan
18.
harp wereld ook (met) haar ook het volk deze die met jou dat lever (van)uit jou het woord niet je zult kunnen maakt! (...) hem alleen jij
19.
nu nieuws bij (de) klanken van (ik) adviseerde (...) jou en wees God met jou (hij) is geweest (met) haar aan volk tegenover naar God en (jij) hebt gebracht (met) haar (tot) de woorden naar naar God
20.
en (jij) hebt gewaarschuwd (er)naar ATEM (tot) de wetten en (tot) het Wetboek van en (jij) hebt meegedeeld aan hen (tot) de weg (zij) gingen bij haar en (tot) (is het zo) dat Mozes die (zij) hebben gemaakt (...) hen
21.
en (met) haar (jij) voorspelde van alle het volk mens (...) mij macht vrees! God mens (...) mij waarheid haat! voordeel en (jij) hebt geplaatst hoogtes (...) hen Sarai duizenden Sarai honderd Sarai vijftig en Sarai tiental
22.
en (zij) hebben berecht (tot) het volk in alle tijd en (hij) is geweest alle het woord de grote (zij) brachten naar jou en alle het woord de kleine (zij) berechtten zij en (hij) heeft verlicht ontvreemd! (...) jou en (zij) hebben gedragen (met) jou
23.
als (tot) het woord deze (jij) deed en opdracht (...) jou God en (jij) hebt gekund sta vast! en ook alle het volk deze op plaats (...) hem (hij) kwam bij (de) vrede
24.
en (hij) hoorde toe Mozes aan klank angst (...) ons en (hij) heeft gemaakt alle die woord
25.
en (hij) koos Mozes mens (...) mij macht van alle Israël en (hij) gaf (met) hen hoofden op het volk Sarai duizenden Sarai honderd Sarai vijftig en Sarai tiental
26.
en (zij) hebben berecht (tot) het volk in alle tijd (tot) het woord (de) harde (zij) brachten (...) hen naar Mozes en alle het woord de kleine (hij) berechtte (...) hem zij
27.
en (hij) zond weg Mozes (tot) angst (...) ons en (hij) ging als naar land (...) hem

Hoofdstuk 19

1.
bij (de) maand (de) derde uit te gaan bouw! Israël van land Egypte bij (de) dag deze (zij) zijn gekomen woestijn Sinaï
2.
en (zij) reisden MRPIDIM en voert in! woestijn Sinaï en (zij) legerden bij (de) woestijn en (hij) legerde daar Israël tegenover de heuvel
3.
en Mozes blad naar naar God en (hij) noemde naar hem Jahweh vanuit de heuvel te spreken zo (jij) sprak aan huis Jakob en (jij) vertelde aan zonen van Israël
4.
(met) hen (jullie) hebben gezien die (ik) heb gedaan aan Egypte en (ik) droeg (met) jullie op vleugels van gieren en (ik) profeteerde (met) jullie naar mij
5.
en nu als hoor toe! (jullie) hoorden toe bij (de) klanken van en (jullie) hebben gehouden (tot) verbonden van en (jullie) zijn geweest aan mij trots van alle de volkeren dat aan mij alle het land
6.
en (met) hen (jullie) waren aan mij rijk van priesters en volk heilige deze de woorden die (jij) sprak naar bouw! Israël
7.
en (hij) kwam Mozes en (hij) noemde aan baarden van het volk en pas toe! voor hen (tot) alle de woorden (de) deze die geeft opdracht! Jahweh
8.
en (zij) antwoordden alle het volk samen en (zij) spraken alle die woord Jahweh (hij) is gedaan en inwoner Mozes (tot) spreek! het volk naar Jahweh
9.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes hier is ik (hij) is gekomen naar jou bij (de) wolk de wolk wegens (hij) hoorde toe het volk bij spreek! met jou en ook bij jou (zij) geloofden aan eeuwigheid en (hij) werd verteld Mozes (tot) spreek! het volk naar Jahweh
10.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes aan jou naar het volk en (jullie) hebben geheiligd vandaag en morgen en wast! dat (jullie) hebben besneden
11.
en (zij) zijn geweest NKNIM aan dag (de) derde dat bij (de) dag (de) derde (hij) is gedaald Jahweh te bestuderen (...) mij alle het volk op heuvel Sinaï
12.
en (jij) hebt beperkt (tot) het volk rondom te spreken (is het zo) dat bewaart! aan jullie beklimmingen bij (de) heuvel en plaag bij (het) einde (...) hem alle de plaag bij (de) heuvel dood (hij) zal worden laten sterven
13.
niet (zij) stierf bij hem hand dat XQWL IXQL of (hij) heeft geworpen (hij) wierp als vee als man niet (hij) leefde bij (hij) heeft getrokken de 50e jaardag deze (mv) (zij) verhieven bij (de) heuvel
14.
en (hij) is gedaald Mozes vanuit de heuvel naar het volk en (hij) heiligde (tot) het volk en (zij) wasten dat (jullie) hebben besneden
15.
en (hij) sprak naar het volk (zij) zijn geweest NKNIM aan drie van dagen naar (jullie) naderden naar vrouw
16.
en wees bij (de) dag (de) derde BEIT het rundvee en wees QLT en flitsen en wolk lever op de heuvel en vlotte schoonheid kracht zeer en (hij) schrok alle het volk die bij (het) kamp
17.
en (hij) bracht naar buiten Mozes (tot) het volk tegemoet naar God vanuit het kamp en (zij) stelden zich op bij (de) bodem de heuvel
18.
en heuvel Sinaï maak! (...) hen kunt! van aanzicht van die (hij) is gedaald op hem Jahweh (hij) is verrot en (hij) verhief maak! (...) ons als maak! (...) hen het schaap (...) hen en (hij) schrok alle de heuvel zeer
19.
en wees klank de schoonheid ga(a)(t) en kracht zeer Mozes (hij) sprak en naar God (hij) antwoordde (...) ons bij (de) klank
20.
en (hij) is gedaald Jahweh op heuvel Sinaï naar hoofd de heuvel en (hij) noemde Jahweh aan Mozes naar hoofd de heuvel en (hij) verhief Mozes
21.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes daal! getuig! bij (het) volk opdat niet (zij) braken af naar Jahweh te zien en ga neer! (van)uit hem meerderheid
22.
en ook de priesters (is het zo) dat kom naderbij! (...) hen naar Jahweh ITQDSW opdat niet (hij) brak door bij hen Jahweh
23.
en (hij) sprak Mozes naar Jahweh niet (hij) zal kunnen het volk LOLT naar heuvel Sinaï dat (met) haar (jij) hebt getuigd (er)naar bij ons te spreken beperk! (tot) de heuvel en tempel-prostituee (...) hem
24.
en (hij) sprak naar hem Jahweh aan jou daal! en (jij) bent opgegaan (met) haar en Aäron met jou en de priesters en het volk naar (zij) braken af LOLT naar Jahweh opdat niet (hij) brak door in hen
25.
en (hij) is gedaald Mozes naar het volk en (hij) sprak naar hen

Hoofdstuk 20

1.
en (hij) sprak God (tot) alle de woorden (de) deze te spreken
2.
ik Jahweh jouw God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (...) jou van land Egypte van huis slaven niet (hij) was aan jou God anderen op aanzicht van
3.
niet (jij) deed aan jou (hij) heeft gehouwen en alle afbeelding die bij (de) hemel boven en die bij (het) land onder vandaan en die bij (het) water onder vandaan aan land
4.
niet (jij) boog je diep (er)naar aan hen noch (zij) werkte (...) hen dat ik Jahweh jouw God naar (hij) is jaloers geweest opname vijandige vader van op zonen op dertig en op kwart (mv) te haten (...) mij
5.
en (hij) heeft gedaan genade aan duizenden LAEBI en te bewaren (...) mij voorschrift (...) mij
6.
niet (jij) droeg (tot) daar Jahweh jouw God voor niets dat niet (hij) maakte schoon Jahweh (tot) die (hij) droeg (tot) zijn naam voor niets
7.
Zakkur (tot) dag zet stop! te heiligen (...) hem
8.
zes dagen (zij) werkte en (jij) hebt gedaan alle handwerk (...) jou
9.
en dag (de) zevende sabbat aan Jahweh jouw God niet (jij) deed alle handwerk (met) haar en zoon (...) jou en dochter (...) jou slaaf (...) jou en waarheid (...) jou en vee (...) jou en vreemdeling (...) jou die bij (de) poorten (...) jou
10.
dat zes dagen (hij) heeft gedaan Jahweh (tot) de hemel en (tot) het land (tot) de zee en (tot) alle die in hen en (hij) rustte bij (de) dag (de) zevende op zo zegen! Jahweh (tot) dag zet stop! en (zij) heiligden (...) hem
11.
lever (tot) vader (...) jou en (tot) moeder (...) jou opdat (zij) duurden (...) hen dagen (...) jou op de aarde die Jahweh jouw God (hij) heeft gegeven aan jou
12.
niet TRßH niet TNAP niet TCNB niet (jij) antwoordde bij (het) kwaad (...) jou tot leugen
13.
niet (zij) begeerde huis kwaad (...) jou niet (zij) begeerde vuur van kwaad (...) jou en (zij) hebben gewerkt en moeder (...) hem en os (...) hem en klei (...) hem en alle die aan kwaad (...) jou
14.
en alle het volk spiegel (...) hen (tot) EQWLT en (tot) ELPIDM en (tot) klank de schoonheid en (tot) de heuvel maak! (...) hen en gezien het volk en (hij) zwierf (...) hem en (zij) stondden vast afstand
15.
en (zij) spraken naar Mozes woord (met) haar met ons en (wij) hoorden toe (er)naar en naar (hij) sprak met ons God opdat niet (wij) stierven
16.
en (hij) sprak Mozes naar het volk naar (jullie) vreesden dat LBOBWR vluchten (met) jullie (hij) is gekomen naar God en wegens (jij) was vrees (...) hem op aanzichten (...) jullie opdat niet (jullie) zondigden
17.
en (hij) stond vast het volk afstand en Mozes (wij) naderden naar de nevel die daar naar God
18.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes zo (jij) sprak naar bouw! Israël (met) hen (jullie) hebben gezien dat vanuit de hemel woord (...) mij met jullie
19.
niet (jullie) maakten (...) hen (met) mij mijn God zilver en mijn God goud niet (jullie) maakten aan jullie
20.
altaar aarde (jij) deed aan mij en (jij) hebt geslacht op hem (tot) OLTIK en (tot) vergoedingen (...) jou (tot) kleinvee (...) jou en (tot) rundvee (...) jou in alle de plaats die AZKIR (tot) namen van (ik) kwam naar jou en (ik) heb gezegend (...) jou
21.
en als altaar stenen (jij) deed aan mij niet (jij) bouwde (met) hen bewerkte steen dat zwaard (...) jou (jij) hebt gezwaaid op haar en (jij) ontheiligde (er)naar
22.
noch (jij) verhief bij (jij) hebt ontvreemd op altaars van die niet (jij) onthulde worden wakker (...) jou op hem

Hoofdstuk 21

1.
en deze de rechtsregels die (jij) plaatste voor hen
2.
dat (jij) kocht slaaf Hebreeër zes twee (hij) werkte WBSBOT uitgaande aan vrije gratis
3.
als BCPW (hij) kwam BCPW uitgaande als echtgenoot vrouw hij en (zij) is uitgegaan vuur (...) hem met hem
4.
als liggers (...) hem (hij) gaf als vrouw en (zij) heeft gebaard als zonen of dochters de vrouw en help bij de geboorte! (er)naar (jij) was naar aan liggers en hij uitgaande BCPW
5.
en als woord (hij) sprak de slaaf (ik) heb liefgehad (tot) liggers van (tot) mijn vrouw en (tot) bouw! niet (ik) ging uit vrije
6.
WECISW liggers (...) hem naar naar God WECISW naar de deur of naar de deurpost WRßO liggers (...) hem (tot) oor (...) hem BMRßO en (zij) hebben gewerkt aan eeuwigheid
7.
en dat (hij) verkocht man (tot) dochter (...) hem aan natie niet (jij) ging uit als uit te gaan de slaven
8.
als herder bij bestudeer! naar liggers die niet IODE WEPDE aan volk vreemdeling niet (hij) heerste naar aan verkoop bij (het) kleed (...) hem bij haar
9.
en als hart (...) ons IIODNE zoals rechtsregel de dochters (zij) heeft gemaakt aan haar
10.
als andere (hij) nam als naar rest naar bekleding en (zij) heeft geantwoord niet (hij) verminderde
11.
en als drie deze niet (zij) heeft gemaakt aan haar en (zij) is uitgegaan gratis (er is) niet zilver
12.
geslagen man en dode dood (hij) zal worden laten sterven
13.
en die niet (zij) heeft gevangen en naar God waarheen? aan hand (...) hem en (ik) heb geplaatst aan jou plaats die (hij) vluchtte daarnaar (-s)
14.
en dat IZD man op zijn vriend te doden (...) hem BORME bij vandaan altaars van (jij) nam (...) ons te sterven
15.
en geslagen vader (...) hem en moeder (...) hem dood (hij) zal worden laten sterven
16.
en dief man en (zij) hebben verkocht en (wij) vondden bij (hij) bedankte dood (hij) zal worden laten sterven
17.
en vervloek(t) vader (...) hem en moeder (...) hem dood (hij) zal worden laten sterven
18.
en dat (hij) twistte (...) hen mensen en (hij) heeft geslagen man (tot) zijn vriend bij (de) steen of BACRP noch (hij) stierf en ga neer! aan bed
19.
als (hij) wraakte en (hij) heeft rondgewandeld bij (de) straat op MSONTW en maak schoon! (de) geslagen lege (zij) hebben gerust (hij) gaf en genees! (hij) genas
20.
en dat (hij) sloeg man (tot) (zij) hebben gewerkt of (tot) moeder (...) hem bij (de) stam en dode in de plaats van (hij) bedankte wraak (hij) maakte schoon (...) hen
21.
maar als dag of dagen (hij) stond vast niet (hij) stond op dat als voegt toe! hij
22.
en dat INßW mensen en (zij) hebben geslagen vrouw naar heuvel en voert uit! help bij de geboorte! (er)naar noch (hij) was AXWN ONWS IONS zoals (hij) legde op hem echtgenoot de vrouw en (hij) heeft gegeven BPLLIM
23.
en als AXWN (hij) was en zet ziel in de plaats van ziel
24.
oog in de plaats van oog tand in de plaats van tand hand in de plaats van hand voet in de plaats van voet
25.
KWIE in de plaats van KWIE wond in de plaats van wond sluit je aan! (er)naar in de plaats van sluit je aan! (er)naar
26.
en dat (hij) sloeg man (tot) oog (zij) hebben gewerkt of (tot) oog moeder (...) hem en (zij) heeft zich gebukt aan vrije (hij) zond weg (...) ons in de plaats van bestudeert!
27.
en als tand (zij) hebben gewerkt of tand moeder (...) hem (hij) liet vallen aan vrije (hij) zond weg (...) ons in de plaats van tand (...) hem
28.
en dat ICH os (tot) man of (tot) vrouw en dode XQWL IXQL de os noch (hij) at (tot) kondigt aan! en echtgenoot de os schone
29.
en als os NCH hij MTML eergisteren WEWOD bij (de) echtgenoten (...) hem noch (hij) bewaarde (...) ons en (jij) hebt geruist man of vrouw de os IXQL en ook echtgenoten (...) hem (hij) zal worden laten sterven
30.
als dorp IWST op hem en (hij) heeft gegeven bevrijd! (...) hen ziel (...) hem zoals alle die IWST op hem
31.
of zoon ICH of dochter ICH zoals rechtsregel deze (zij) heeft gemaakt als
32.
als slaaf ICH de os of natie zilver dertig munten (hij) gaf aan liggers (...) hem en de os IXQL
33.
en dat (hij) deed open man put of dat (hij) groef man graan noch (hij) bedekte (...) ons en ga neer! daarnaar (-s) os of ernstige
34.
echtgenoot de put (hij) betaalde zilver (hij) gaf terug aan echtgenoten (...) hem en dood! (hij) was als
35.
en dat ICP os man (tot) os zijn vriend en dode en (zij) hebben verkocht (tot) de os (de) levende en straat (...) hem (tot) als voegt toe! en ook (tot) dood! IHßWN
36.
of (wij) werden bekend dat os NCH hij MTMWL eergisteren noch (hij) bewaarde (...) ons echtgenoten (...) hem gehele (hij) betaalde os in de plaats van de os en dood! (hij) was als
37.
dat ICNB man os of lammetje en (zij) hebben geslacht of (zij) hebben verkocht vijf rundvee (hij) betaalde in de plaats van de os en vier kleinvee in de plaats van het lammetje

Hoofdstuk 22

1.
als BMHTRT (hij) vond de dief en (hij) heeft geslagen en dode (er is) niet als kosten
2.
als (zij) is gerezen de zon op hem kosten als gehele (hij) betaalde als (er is) niet als WNMKR bij (jij) hebt gestolen (...) hem
3.
als (is het zo) dat (hij) heeft gevonden (jij) vond bij (hij) bedankte (is het zo) dat (zij) heeft gestolen van os tot ernstige tot lammetje leven twee (hij) betaalde
4.
dat (hij) roeide uit man veld of wijngaard en wapen (tot) bij (hij) heeft blootgelegd en onwetende bij (het) veld andere MIÐB veld (...) hem WMIÐB als (zij) zijn hoog geweest (hij) betaalde
5.
dat (jij) ging uit vuur en (zij) heeft gevonden einden en (wij) aten CDIS of (is het zo) dat (zij) is opgestaan of het veld gehele (hij) betaalde (is het zo) dat roeie(t) uit (tot) de brand
6.
dat (hij) gaf man naar zijn vriend zilver of alle (mv) te bewaren en dief van huis de man als (hij) vond de dief (hij) betaalde twee
7.
als niet (hij) vond de dief en (wij) brachten nader echtgenoot het huis naar naar God als niet wapen (hij) bedankte bij (het) handwerk van zijn vriend
8.
op alle woord misdaad op os op ernstige op lammetje op Salomo op alle (zij) is verloren gegaan die (hij) sprak dat hij dit tot naar God (hij) kwam woord die twee die IRSION God (hij) betaalde twee aan zijn vriend
9.
dat (hij) gaf man naar zijn vriend ernstige of os of lammetje en alle vee te bewaren en dode of (wij) verbrijzelden of (zij) heeft geblazen (er is) niet (hij) heeft gezien
10.
zeven Jahweh (jij) was tussen die twee als niet wapen (hij) bedankte bij (het) handwerk van zijn vriend en lering echtgenoten (...) hem noch (hij) betaalde
11.
en als dief ICNB van volk (...) hem (hij) betaalde aan echtgenoten (...) hem
12.
als prooi IÐRP voert in! (...) hem tot (is het zo) dat (zij) heeft verscheurd niet (hij) betaalde
13.
en dat (hij) vroeg man bij vandaan zijn vriend en (wij) verbrijzelden of dode echtgenoten (...) hem (er is) niet met hem gehele (hij) betaalde
14.
als echtgenoten (...) hem met hem niet (hij) betaalde als loonarbeider hij (hij) is gekomen bij (zij) hebben gehuurd
15.
en dat (zij) is mooi geweest man maagd die niet (ik) veroverde (er)naar en lig neer! met haar vlugge (hij) haastte zich (...) haar als aan vrouw
16.
als (hij) heeft geweigerd (hij) weigerde naar vader te geven (er)naar als zilver ISQL zoals vlugge de maagd van
17.
MKSPE niet (jij) leefde
18.
alle lig neer! met vee dood (hij) zal worden laten sterven
19.
slachting aan God (hij) ontbrandde (...) hen niet aan Jahweh alleen hij
20.
en vreemdeling niet (jij) bedroog noch (zij) drukte (...) ons dat wonen (jullie) zijn geweest bij (het) land Egypte
21.
alle weduwe en wees niet (jullie) antwoordden (...) hen
22.
als (hij) heeft geantwoord (jij) antwoordde (met) hem dat als (hij) heeft geschreeuwd (hij) schreeuwde naar mij nieuws (ik) hoorde toe (jij) hebt geschreeuwd (...) hem
23.
en (hij) is ontbrand neuzen van en (ik) heb gedood (met) jullie bij (het) zwaard en (zij) zijn geweest vrouwen (...) jullie weduwe-en en zonen (...) jullie ITMIM
24.
als zilver (zij) hebben opgehangen (er)naar (tot) met mij (tot) (de) arme met jou niet (jij) was als als (zij) is verlaten niet (jullie) plaatsten (...) hen op hem woekerrente
25.
als koord (jij) saboteerde (jij) bent volledig geweest kwaad (...) jou tot (hij) is gekomen de zon (jij) gaf terug (...) ons als
26.
dat hij naar bekleding naar aan tak hij jurk (...) hem wakker te worden (...) hem verhoging (hij) lag neer en (hij) is geweest dat (hij) schreeuwde naar mij en (ik) heb toegehoord dat (zij) zijn gelegerd (...) hen ik
27.
God niet (jij) vervloekte en vorst bij (het) volk (...) jou niet (hij) heeft beschreven
28.
(jij) bent vol geweest (...) jou WDMOK niet (jij) kwam te laat eerstgeborene zonen (...) jou te geven (...) hen aan mij
29.
zo (jij) deed aan aanvoerder (...) jou aan kleinvee (...) jou zeven dagen (hij) was met moeder (...) hem bij (de) dag (de) achtste (jullie) gaven aan mij
30.
en mens (...) mij heiligheid (jullie) waren (...) hen aan mij en vlees bij (het) veld (zij) heeft verscheurd niet (jullie) aten aan hond (jullie) gingen neer (...) hen (met) hem

Hoofdstuk 23

1.
niet (jij) droeg nieuws (het) niets naar (zij) legde hand (...) jou met slechte er te zijn tot roof
2.
niet (jij) was na twisten aan medemens van noch (jij) antwoordde op meerderheid LNÐT na twisten LEÐT
3.
en armelijke niet TEDR bij twist!
4.
dat (jij) trof os vijand (...) jou of klei (...) hem (hij) is verkeerd gelopen geef terug! (jij) gaf terug (...) ons als
5.
dat (jij) liet zien ernstige (hij) heeft gehaat (...) jou RBß in de plaats van last (...) hem en (jij) hebt opgehouden MOZB als (hij) heeft verlaten (jij) verliet met hem
6.
niet (jij) boog om rechtsregel (ik) begreep (...) jou bij twist!
7.
woestijn leugen (zij) was ver en schone en rechtvaardige naar (zij) doodde dat niet (ik) gaf gelijk slechte
8.
en omkoperij niet (jij) nam dat de omkoperij (hij) schudde uit open! (...) hen WIXLP spreek! rechtvaardigen
9.
en vreemdeling niet (zij) drukte en (met) hen (jullie) hebben geweten (tot) ziel Hagar dat wonen (jullie) zijn geweest bij (het) land Egypte
10.
en zes twee (jij) zaaide (tot) land (...) jou en (jij) hebt verzameld (tot) opbrengst (...) haar
11.
WESBIOT TSMÐNE en (jij) hebt verlaten (er)naar en (zij) hebben gegeten (ik) begreep (...) mij met jou en rest (...) hen (jij) at dier van het veld zo (jij) deed aan wijngaard (...) jou aan olijf (...) jou
12.
zes dagen (jij) deed daden (...) jou en bij (de) dag (de) zevende (zij) rustte opdat (hij) rustte os (...) jou en klei (...) jou WINPS zoon waarheid (...) jou en Hagar
13.
en in alle die (ik) heb gesproken naar jullie (jullie) bewaarden en naam [van] God anderen niet TZKIRW niet (hij) hoorde toe op monden (...) jou
14.
drie voeten (zij) trok een cirkel aan mij in het jaar
15.
(tot) feest het voorschrift van (jij) bewaarde zeven dagen (jij) at voorschrift van zoals (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou aan ontmoeting maand de lente dat bij hem (jij) bent uitgegaan van Egypte noch (zij) lieten zien aanzicht van leegte (...) hen
16.
en feest de oogst eerstgeborenen van daden (...) jou die (jij) zaaide bij (het) veld en feest (is het zo) dat Asaf bij uit te gaan het jaar bij (hij) heeft verzameld (...) jou (tot) daden (...) jou vanuit het veld
17.
drie twee keer in het jaar vrees alle herinner je! (...) jou naar aanzicht van de basis Jahweh
18.
niet (zij) slachtte op zuurdesem bloed slacht! noch (hij) liet overnachten melk feesten van tot rundvee
19.
begin eerstgeborenen van aarde (...) jou (jij) bracht huis Jahweh jouw God niet TBSL bokje bij (de) melk moeder (...) hem
20.
hier is ik wapen boodschapper voor jou te bewaren (...) jou bij (de) weg en te brengen (...) jou naar de plaats die (ik) heb voorbereid
21.
(is het zo) dat bewaar! van aanzichten (...) hem en nieuws bij (de) klank (...) hem naar dadel bij hem dat niet (hij) droeg aan misdaad (...) jullie dat namen van bij (zij) hebben nader gebracht
22.
dat als hoor toe! (jij) hoorde toe bij (de) klank (...) hem en (jij) hebt gedaan alle die (ik) sprak en vijandschap (...) mij (tot) vijanden (...) jou en ellende (...) mij (tot) bundel! (...) jou
23.
dat (hij) ging boodschappers van voor jou en (hij) heeft gebracht (...) jou naar de Amoriet en de angsten van en de Fereziet en (de) Kanaänitische de Heviet en de Jebusiet WEKHDTIW
24.
niet (jij) boog je diep (er)naar aan hun God noch (zij) werkte (...) hen noch (jij) deed zoals daden (...) hen dat (hij) heeft afgebroken (zij) brak af (...) hen en (hij) heeft gebroken (zij) brak MßBTIEM
25.
en (jullie) hebben gewerkt (tot) Jahweh jullie God en zegen! (tot) brood (...) jou en (tot) wateren (...) jou en (ik) heb verwijderd begin(t) te (er)naar nastaande (...) jou
26.
niet (jij) was naar van verstand en onvruchtbare bij (het) land (...) jou (tot) getal dagen (...) jou (ik) was vol
27.
(tot) verschrikking (...) mij (ik) zond weg voor jou en dood! (...) mij (tot) alle het volk die (zij) kwam bij hen en (ik) heb gegeven (tot) alle vijanden (...) jou naar jou nek
28.
en (ik) heb gezonden (tot) (is het zo) dat Zora voor jou en (zij) heeft verjaagd (tot) de Heviet (tot) (de) Kanaänitische en (tot) de angsten van weg van aanzichten (...) jou
29.
niet (ik) verjoeg (...) ons van aanzichten (...) jou in het jaar één opdat niet (jij) was het land wildernis en veelheid op jou dier van het veld
30.
een beetje een beetje (ik) verjoeg (...) ons van aanzichten (...) jou tot die (jij) was vruchtbaar en (jij) hebt verworven (tot) het land
31.
en schering (tot) grens (...) jou water riet en tot zee Filistijnen en van woestijn tot de rivier dat (met) hen bij (de) hand (...) jullie (tot) inwoners van het land en (jullie) hebben verjaagd (...) hem van aanzichten (...) jou
32.
niet (jij) zult uitgeroeid worden aan hen en aan hun God verbond
33.
niet (zij) hebben gewoond bij (het) land (...) jou opdat niet (zij) lieten zondigen (met) jou aan mij dat (zij) werkte (tot) hun God dat (hij) was aan jou aan valstrik

Hoofdstuk 24

1.
en naar Mozes woord blad naar Jahweh (met) haar en Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu en zeventig van baarden van Israël en (jullie) hebben je diep gebogen afstand
2.
en (wij) naderden Mozes alleen hij naar Jahweh en zij niet (zij) zijn genaderd en het volk niet (zij) verhieven met hem
3.
en (hij) kwam Mozes en (hij) vertelde aan volk (tot) alle spreek! Jahweh en (tot) alle de rechtsregels en wegens alle het volk klank één en (zij) spraken alle de woorden die woord Jahweh (hij) is gedaan
4.
en (hij) schreef Mozes (tot) alle spreek! Jahweh en jullie zijn er bij (het) rundvee en (hij) bouwde altaar in de plaats van de heuvel en twee tien monument aan twee rijkdom stammen van Israël
5.
en (hij) zond weg (tot) schud! bouw! Israël en (zij) verhieven opgaan en (zij) slachtten slachtingen vergoedingen aan Jahweh stieren
6.
en (hij) nam Mozes halve het bloed en pas toe! BACNT en halve het bloed (hij) heeft gegooid op het altaar
7.
en (hij) nam boek het verbond en (hij) noemde bij (de) oren van het volk en (zij) spraken alle die woord Jahweh (hij) is gedaan en (wij) hoorden toe
8.
en (hij) nam Mozes (tot) het bloed en (hij) gooide op het volk en (hij) sprak hier is bloed het verbond die (hij) heeft afgehakt Jahweh met jullie op alle de woorden (de) deze
9.
en (hij) verhief Mozes en Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu en zeventig van baarden van Israël
10.
en (zij) lieten zien (tot) mijn God Israël en in de plaats van voeten (...) hem zoals Mozes aan dochter van de saffier WKOßM de hemel te zuiveren
11.
en naar (ik) redde (...) mij bouw! Israël niet wapen (hij) bedankte en (zij) voorspelden (tot) naar God en (zij) aten en (zij) dronken
12.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes blad naar mij naar de heuvel en (hij) is geweest daar en (ik) gaf aan jou (tot) panelen [van] de steen en het Wetboek en het voorschrift die (ik) heb geschreven LEWRTM
13.
en (hij) stond op Mozes en Jozua om in te weken (...) hem en (hij) verhief Mozes naar heuvel naar God
14.
en naar de baarden woord woont! aan ons hier tot die (wij) bliezen naar jullie en hier is Aäron en Hur met jullie water van echtgenoot woorden (hij) is genaderd naar hen
15.
en (hij) verhief Mozes naar de heuvel en (hij) bedekte de wolk (tot) de heuvel
16.
en jullie zijn er eer Jahweh op heuvel Sinaï en (hij) bedekte (...) hem de wolk zes dagen en (hij) noemde naar Mozes bij (de) dag (de) zevende van midden de wolk
17.
en verschijning eer Jahweh zoals vuur (jij) hebt gegeten bij (het) hoofd de heuvel te bestuderen (...) mij bouw! Israël
18.
en (hij) kwam Mozes binnen de wolk en (hij) verhief naar de heuvel en wees Mozes bij (de) heuvel veertig dag en veertig nacht

Hoofdstuk 25

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (zij) namen aan mij bijdrage honderd alle man die IDBNW zijn hart (jullie) namen (tot) bijdrage (...) mij
3.
en deze de bijdrage die (jullie) namen van jullie goud en zilver en koper
4.
en lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes en geiten
5.
en vellen ram (...) hen van mensen en vellen THSIM en houten acacia's
6.
olie LMAR bij (de) hemel aan olie de zalf en aan wierook de medicinale kruiden
7.
stenen van onyx en stenen van ben vol! (...) hen aan priesterkleed en aan borstschild
8.
en Ezau aan mij heilig(t) en (ik) heb gewoond bij (het) midden (...) hen
9.
zoals alle die ik verschijning jou (tot) model de residentie en (tot) model alle gereedschappen (...) hem en zo (jullie) maakten
10.
en Ezau kist houten acacia's waarheden en halve (zij) hebben geduurd en natie en halve (zij) zijn breder geworden en natie en halve (jij) bent opgestaan (...) hem
11.
en (jij) hebt uitgekeken (met) hem goud zuivere van huis en buiten (zij) overtrok (...) ons en (jij) hebt gedaan op hem krans goud rondom
12.
en (jij) hebt uitgegoten als vier ring goud en zet op vier POMTIW en schering ring op rib (...) hem de één en schering ring op rib (...) hem de tweede
13.
en (jij) hebt gedaan takken van houten acacia's en (jij) hebt uitgekeken (met) hen goud
14.
en (jij) hebt gebracht (tot) de takken bij (de) ring op rib van de ark te dragen (tot) de ark bij hen
15.
bij (de) ring de ark (zij) waren de takken niet (hij) verblindde (...) hem (van)uit hem
16.
en (jij) hebt gegeven naar de ark (tot) (jij) hebt getuigd die (met) hen naar jou
17.
en (jij) hebt gedaan verzoendeksel goud zuivere waarheden en halve (zij) heeft geduurd en natie en halve plein
18.
en (jij) hebt gedaan twee beelden van meerderheid goud gesmeed metaal (jij) deed (met) hen ondergeschikte einden het verzoendeksel
19.
en (hij) heeft gedaan beeld van meerderheid één van einde hiervandaan en beeld van meerderheid één van einde hiervandaan vanuit het verzoendeksel (jullie) maakten (tot) de beelden van meerderheid op tweede einden (...) hem
20.
en (zij) zijn geweest de beelden van meerderheid spreid uit! vleugels aan hoogte bedek! (...) hen bij (de) vleugels (...) hen op het verzoendeksel en aanzichten (...) hen man naar broers (...) hem naar het verzoendeksel (zij) waren aanzicht van de beelden van meerderheid
21.
en (jij) hebt gegeven (tot) het verzoendeksel op de ark weg van hoogte en naar de ark te geven (...) hen (tot) (jij) hebt getuigd die (met) hen naar jou
22.
WNWODTI aan jou daar en woord (...) mij (met) jou boven het verzoendeksel van tussen tweede de beelden van meerderheid die op kist (jij) hebt getuigd (tot) alle die (ik) gaf opdracht jou naar bouw! Israël
23.
en (jij) hebt gedaan tafel houten acacia's waarheden (zij) hebben geduurd en natie (zij) zijn breder geworden en natie en halve (jij) bent opgestaan (...) hem
24.
en (jij) hebt uitgekeken (met) hem goud zuivere en (jij) hebt gedaan als krans goud rondom
25.
en (jij) hebt gedaan als sluit handbreedte rondom en (jij) hebt gedaan krans goud LMXCRTW rondom
26.
en (jij) hebt gedaan als vier ring goud en (jij) hebt gegeven (tot) de ring op vier de hoek van die aan vier voeten (...) hem
27.
tegenover (is het zo) dat sluit (jij) was (...) hen de ring aan huizen aan takken te dragen (tot) de tafel
28.
en (jij) hebt gedaan (tot) de takken houten acacia's en (jij) hebt uitgekeken (met) hen goud en verheven in hen (tot) de tafel
29.
en (jij) hebt gedaan schalen (...) hem WKPTIW WQSWTIW WMNQITIW die (hij) goot uit bij hen goud zuivere (jij) deed (met) hen
30.
en (jij) hebt gegeven op de tafel brood aanzicht voor altijd
31.
en (jij) hebt gedaan armatuur van goud zuivere gesmeed metaal (jij) deed EMNWRE naar heup en buis CBIOIE KPTRIE en bloeie! (er)naar (van)uit haar (zij) waren
32.
en zes buizen uitgaanden naar vestingen drie koop! armatuur fort de één en drie koop! armatuur fort (de) tweede
33.
drie heuvels van amandelen bij (de) buis de één (hij) heeft dichtgeknoopt en bloem en drie heuvels van amandelen bij (de) buis de één (hij) heeft dichtgeknoopt en bloem zo aan zes de buizen de uitgaanden vanuit de armatuur
34.
en bij (de) armatuur vier heuvels van amandelen KPTRIE en bloeie! (er)naar
35.
en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar aan zes de buizen de uitgaanden vanuit de armatuur
36.
KPTRIEM WQNTM (van)uit haar (zij) waren schoondochter gesmeed metaal één goud zuivere
37.
en (jij) hebt gedaan (tot) naar lichten zeven en dat wat opgaat (tot) naar lichten en (hij) heeft verlicht op kant naar aanzicht van
38.
en naar van leringen WMHTTIE goud zuivere
39.
plein goud zuivere (zij) heeft gemaakt (met) haar (tot) alle (de) alle (mv) (de) deze
40.
en (hij) heeft gezien en (hij) heeft gedaan bij (de) model (...) hen die (met) haar verschijning bij (de) heuvel

Hoofdstuk 26

1.
en (tot) de residentie (jij) deed rijkdom gordijnen zes gevlochten en lichtblauwe kleur en purper WTLOT tweede beelden van meerderheid Mozes bereken! (jij) deed (met) hen
2.
lange het voorhangsel de één acht en twintig bij (de) natie en breedte vier bij (de) natie het voorhangsel de één maat één aan alle de gordijnen
3.
vijf de gordijnen (jij) was (...) hen (jij) hebt je aangesloten vrouw naar naar eerste en vijf gordijnen (jij) hebt je aangesloten vrouw naar naar eerste
4.
en (jij) hebt gedaan lussen lichtblauwe kleur op oever van het voorhangsel de één van einde bij (jij) hebt je aangesloten en zo (jij) deed bij (de) oever van het voorhangsel (zij) zijn wakker geworden (...) haar bij bind(t) samen de tweede
5.
vijftig lussen (jij) deed bij (het) voorhangsel de één en vijftig lussen (jij) deed bij (het) einde het voorhangsel die bij bind(t) samen de tweede MQBILT de lussen vrouw naar naar eerste
6.
en (jij) hebt gedaan vijftig QRXI goud en (jij) hebt je aangesloten (tot) de gordijnen vrouw naar naar eerste BQRXIM en (hij) is geweest de residentie één
7.
en (jij) hebt gedaan gordijnen geiten aan tent op de residentie opvolging van tien gordijnen (jij) deed (met) hen
8.
lange het voorhangsel de één dertig bij (de) natie en breedte vier bij (de) natie het voorhangsel de één maat één aan opvolging van tien gordijnen
9.
en (jij) hebt je aangesloten (tot) vijf de gordijnen alleen en (tot) zes de gordijnen alleen WKPLT (tot) het voorhangsel ESSIT naar tegenover aanzicht van de tent
10.
en (jij) hebt gedaan vijftig lussen op oever van het voorhangsel de één (hij) is wakker geworden (...) haar bij (jij) hebt je aangesloten en vijftig lussen op oever van het voorhangsel (is het zo) dat (jij) hebt je aangesloten de tweede
11.
en (jij) hebt gedaan QRXI koper vijftig en (jij) hebt gebracht (tot) EQRXIM bij (de) lussen en (jij) hebt je aangesloten (tot) de tent en (hij) is geweest één
12.
WXRH EODP bij (de) gordijnen de tent halve het voorhangsel EODPT TXRH op na de residentie
13.
en de natie hiervandaan en de natie hiervandaan BODP bij (de) lange gordijnen de tent (hij) was XRWH op kanten van de residentie hiervandaan en hiervandaan aan bekleding (...) hem
14.
en (jij) hebt gedaan bedek(t) aan tent vellen ram (...) hen van mensen en bedek(t) vellen THSIM weg van hoogte
15.
en (jij) hebt gedaan (tot) de planken aan residentie houten acacia's staanders
16.
rijkdom (ik) stierf lange de plank en natie en halve de natie breedte de plank de één
17.
schering IDWT aan plank de één MSLBT vrouw naar naar eerste zo (jij) deed aan alle stol! de residentie
18.
en (jij) hebt gedaan (tot) de planken aan residentie twintig plank aan hoek van (zij) heeft afgedroogd naar Zuiden
19.
en veertig liggers van zilver (jij) deed in de plaats van twintig de plank tweede liggers in de plaats van de plank de één aan schering IDTIW en tweede liggers in de plaats van de plank de één aan schering IDTIW
20.
en aan rib de residentie de tweede aan hoek van Noorden twintig plank
21.
en veertig liggers (...) hen zilver tweede liggers in de plaats van de plank de één en tweede liggers in de plaats van de plank de één
22.
en aan heup (...) mij de residentie naar dag (jij) deed zes planken
23.
en tweede planken (jij) deed LMQßOT de residentie (ik) heb gezegend (...) hen
24.
en (zij) waren TAMM weg van stam en samen (zij) waren volledige op hoofd (...) hem naar de ring de één zo (hij) was aan die twee aan tweede EMQßOT (zij) waren
25.
en (zij) zijn geweest acht planken en liggers (...) hen zilver zes rijkdom liggers tweede liggers in de plaats van de plank de één en tweede liggers in de plaats van de plank de één
26.
en (jij) hebt gedaan bij (hij) heeft medelijden gehad houten acacia's vijf aan planken van rib de residentie de één
27.
en vijf bij (hij) heeft medelijden gehad aan planken van rib de residentie de tweede en vijf bij (hij) heeft medelijden gehad aan planken van rib de residentie LIRKTIM naar dag
28.
en de grendel (is het zo) dat (hij) is eerlijk geweest binnen de planken van vlucht vanuit het einde naar het einde
29.
en (tot) de planken (jij) overtrok goud en (tot) ringen (...) hen (jij) deed goud huizen aan grendel (...) hen en (jij) hebt uitgekeken (tot) de grendel (...) hen goud
30.
en (jij) hebt gevestigd (tot) de residentie zoals rechtsregel (...) hem die (jij) hebt laten zien bij (de) heuvel
31.
en (jij) hebt gedaan voorhangsel lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten Mozes bereken! (zij) heeft gemaakt (met) haar beelden van meerderheid
32.
en zet (met) haar op vier staanders van acacia's van wachters goud haken (...) hen goud op vier liggers van zilver
33.
en zet (tot) het voorhangsel in de plaats van EQRXIM en (jij) hebt gebracht daarnaar (-s) van huis aan voorhangsel (tot) kist het getuigenis WEBDILE het voorhangsel aan jullie tussen wijd! en tussen heiligheid de heiligheden
34.
en (jij) hebt gegeven (tot) het verzoendeksel op kist (jij) hebt getuigd bij (de) heiligheid de heiligheden
35.
en (jij) hebt geplaatst (tot) de tafel buiten aan voorhangsel en (tot) de armatuur tegenover de tafel op rib de residentie naar Zuiden en de tafel te geven (...) hen op rib Noorden
36.
en (jij) hebt gedaan scherm open te doen de tent lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten Mozes (hij) heeft geborduurd
37.
en (jij) hebt gedaan aan scherm vijf staanders van acacia's en (jij) hebt uitgekeken (met) hen goud haken (...) hen goud en (jij) hebt uitgegoten aan hen vijf liggers van koper

Hoofdstuk 27

1.
en (jij) hebt gedaan (tot) het altaar houten acacia's vijf (ik) stierf lange en vijf (ik) stierf breedte vierkant (hij) was het altaar en drie (ik) stierf (jij) bent opgestaan (...) hem
2.
en (jij) hebt gedaan hoornen (...) hem op vier hoeken (...) hem (van)uit hem (jij) was (...) hen hoornen (...) hem en (jij) hebt uitgekeken (met) hem koper
3.
en (jij) hebt gedaan XIRTIW te bemesten (...) hem en schoffels (...) hem en offerschalen (...) hem WMZLCTIW WMHTTIW aan alle gereedschappen (...) hem (jij) deed koper
4.
en (jij) hebt gedaan als MKBR Mozes netwerk koper en (jij) hebt gedaan op het netwerk vier ring koper op vier einden (...) hem
5.
en zet (met) haar in de plaats van zoals wagen het altaar weg van stam en (zij) is geweest het netwerk tot halve het altaar
6.
en (jij) hebt gedaan takken aan altaar takken van houten acacia's en (jij) hebt uitgekeken (met) hen koper
7.
WEWBA (tot) takken (...) hem bij (de) ring en (zij) zijn geweest de takken op schering rib van het altaar bij te dragen (met) hem
8.
NBWB panelen [van] (jij) deed (met) hem zoals (hij) heeft laten zien (met) jou bij (de) heuvel zo (zij) hebben gemaakt
9.
en (jij) hebt gedaan (tot) grondgebied de residentie aan hoek van Zuiden naar Zuiden gordijnen aan grondgebied zes gevlochten honderd bij (de) natie lange aan hoek de één
10.
en sta vast! (...) hem twintig en liggers (...) hen twintig koper haken van de staanders en verlangens (...) hen zilver
11.
en zo aan hoek van Noorden bij (de) lange gordijnen honderd lange en sta(a)t vast! twintig en liggers (...) hen twintig koper haken van de staanders en verlangens (...) hen zilver
12.
en breedte het grondgebied aan hoek van zee gordijnen vijftig natie OMDIEM tien en liggers (...) hen tien
13.
en breedte het grondgebied aan hoek van (zij) is voorgegaan naar Oosten vijftig natie
14.
en vijf tien natie gordijnen aan schouder OMDIEM drie en liggers (...) hen drie
15.
en aan schouder de tweede vijf tien gordijnen OMDIEM drie en liggers (...) hen drie
16.
en aan poort het grondgebied scherm twintig natie lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten Mozes (hij) heeft geborduurd OMDIEM vier en liggers (...) hen vier
17.
alle staanders van het grondgebied rondom van verlangens zilver haken (...) hen zilver en liggers (...) hen koper
18.
lange het grondgebied honderd bij (de) natie en breedte vijftig bij vijftig en (zij) is opgestaan vijf (ik) stierf zes gevlochten en liggers (...) hen koper
19.
aan alle gereedschap de residentie in alle feit (...) hem en alle pinnen (...) hem en alle pin van het grondgebied koper
20.
en (met) haar (jij) gaf opdracht (tot) bouw! Israël en (zij) namen naar jou olie olijf zuivere fijngestampte aan licht aan dat wat opgaat van licht altijd
21.
bij (de) tent ontmoeting buiten aan voorhangsel die op (jij) hebt getuigd (hij) ordende (met) hem Aäron en zonen (...) hem west tot rundvee voor Jahweh grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) hen honderd bouw! Israël

Hoofdstuk 28

1.
en (met) haar bied aan! naar jou (tot) Aäron broers (...) jou en (tot) zonen (...) hem (met) hem van midden bouw! Israël aan priester (...) hem aan mij Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu Eleazar en Ithamar bouw! Aäron
2.
en (jij) hebt gedaan bij (het) bokje heiligheid aan Aäron broers (...) jou zwaar te zijn en aan glans
3.
en (met) haar (jij) sprak naar alle word wijs! hart die (ik) ben vol geweest (...) hem wind wijsheid en Ezau (tot) bij (het) bokje Aäron te heiligen (...) hem aan priester (...) hem aan mij
4.
en deze de kledingstukken die (zij) hebben gemaakt borstschild en priesterkleed en mantel en hemd (jij) vlechtte in muts WABNÐ en Ezau bij (het) bokje heiligheid aan Aäron broers (...) jou en aan zonen (...) hem aan priester (...) hem aan mij
5.
en zij (zij) namen (tot) het goud en (tot) de lichtblauwe kleur en (tot) de purper en (tot) worm van (de) tweede en (tot) de zes
6.
en Ezau (tot) het priesterkleed goud lichtblauwe kleur en purper worm van tweede en zes gevlochten Mozes bereken!
7.
schering schouderband van (jij) hebt je aangesloten (hij) was als naar tweede einden (...) hem en verbond
8.
en bereken! APDTW die op hem zoals handeling (...) hem (van)uit hem (hij) was goud lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten
9.
en (jij) hebt genomen (tot) schering stenen van onyx en (jij) hebt geopend op hen namen bouw! Israël
10.
zes van haar naam-en (...) hen op de steen de één en (tot) namen de zes (is het zo) dat blijven over op de steen de tweede zoals geschiedenis (...) hen
11.
Mozes stille steen open! (...) mij angst (...) hen (jij) deed open (tot) schering de stenen op (jij) hebt geplaatst bouw! Israël MXBT vlechten in goud (jij) deed (met) hen
12.
en (jij) hebt geplaatst (tot) schering de stenen op schouderband van het priesterkleed stenen van man (...) hen aan zonen van Israël en verheven Aäron (tot) namen (...) hen voor Jahweh op schering flanken (...) hem aan man (...) hen
13.
en (jij) hebt gedaan vlecht in goud
14.
en schering SRSRT goud zuivere van grens van (jij) deed (met) hen Mozes wolk van en zet (tot) SRSRT EOBTT op (is het zo) dat vlecht in
15.
en (jij) hebt gedaan borstschild rechtsregel Mozes bereken! zoals Mozes priesterkleed (jij) maakte (...) ons goud lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten (jij) deed (met) hem
16.
vierkant (hij) was KPWL ZRT (zij) hebben geduurd WZRT (zij) zijn breder geworden
17.
en (jij) bent vol geweest bij hem (jij) bent vol geweest steen vier kolommen steen kolom mens PÐDE WBRQT de kolom de één
18.
en de kolom (de) tweede NPK saffier WIELM
19.
en de kolom (de) derde aan naam woont! WAHLME
20.
en de kolom (de) vierde Tharsis en onyx en jaspis vlechten in goud (zij) waren BMLWATM
21.
en de stenen (jij) was (...) hen op (jij) hebt geplaatst bouw! Israël twee tien op (jullie) hebben geplaatst open! (...) mij zegel man op zijn naam (jij) was (...) hen aan tweede rijkdom stam
22.
en (jij) hebt gedaan op het borstschild SRST grens van Mozes wolk van goud zuivere
23.
en (jij) hebt gedaan op het borstschild schering ÐBOWT goud en (jij) hebt gegeven (tot) schering EÐBOWT op tweede einden het borstschild
24.
en zet (tot) schering OBTT het goud op schering de ring naar einden het borstschild
25.
en (tot) schering einden schering EOBTT te geven (...) hen op schering (is het zo) dat vlechten in en zet op schouderbanden het priesterkleed naar tegenover aanzichten (...) hem
26.
en (jij) hebt gedaan schering ÐBOWT goud en (jij) hebt geplaatst (met) hen op tweede einden het borstschild op oever (...) hem die naar kant het priesterkleed naar huis
27.
en (jij) hebt gedaan schering ÐBOWT goud en zet (met) hen op schering schouderbanden het priesterkleed weg van stam tegenover aanzichten (...) hem tegenover bind(t) samen (...) hem boven te berekenen het priesterkleed
28.
WIRKXW (tot) het borstschild van ring (...) hem naar ring het priesterkleed bij (het) snoer lichtblauwe kleur te zijn op bereken! het priesterkleed noch IZH het borstschild boven het priesterkleed
29.
en verheven Aäron (tot) namen bouw! Israël bij (het) borstschild de rechtsregel op zijn hart bij (het) komen naar wijd! aan man (...) hen voor Jahweh altijd
30.
en (jij) hebt gegeven naar borstschild de rechtsregel (tot) de lichten en (tot) (de) volledige en (zij) zijn geweest op hart Aäron bij (het) komen voor Jahweh en verheven Aäron (tot) rechtsregel bouw! Israël op zijn hart voor Jahweh altijd
31.
en (jij) hebt gedaan (tot) mantel het priesterkleed zoals nacht lichtblauwe kleur
32.
en (hij) is geweest mond van hoofd (...) hem bij (het) midden (...) hem oever (hij) was aan monden (...) hem rondom Mozes ARC zoals mond van THRA (hij) was als niet (hij) scheurde
33.
en (jij) hebt gedaan op SWLIW (hij) is hoog geweest (...) mij lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede op SWLIW rondom WPOMNI goud bij (het) midden (...) hen rondom
34.
keer (...) hen goud en granaatappel keer (...) hen goud en granaatappel op SWLI de mantel rondom
35.
en (hij) is geweest op Aäron te dienen en (wij) hoorden toe klank (...) hem bij (het) komen naar wijd! voor Jahweh en bij (het) weggaan (...) hem noch (hij) stierf
36.
en (jij) hebt gedaan bloesem goud zuivere en (jij) hebt geopend op hem open! (...) mij angst (...) hen heiligheid aan Jahweh
37.
en (jij) hebt geplaatst (met) hem op snoer lichtblauwe kleur en (hij) is geweest op de muts naar tegenover aanzicht van de muts (hij) was
38.
en (hij) is geweest op MßH Aäron en verheven Aäron (tot) vijandige de heiligheden die (zij) wijdden bouw! Israël aan alle (jij) hebt verzacht heiligheden (...) hen en (hij) is geweest op MßHW altijd aan wil aan hen voor Jahweh
39.
en (jij) hebt ingevlecht de hemd zes en (jij) hebt gedaan muts zes WABNÐ (jij) deed Mozes (hij) heeft geborduurd
40.
en aan zonen van Aäron (jij) deed hemd en (jij) hebt gedaan aan hen ABNÐIM en van heuvels (jij) deed aan hen zwaar te zijn en aan glans
41.
WELBST (met) hen (tot) Aäron broers (...) jou en (tot) zonen (...) hem (met) hem en (jij) hebt gezalfd (met) hen en (jij) bent vol geweest (tot) (hij) leek en (jij) hebt geheiligd (met) hen en priester (...) hem aan mij
42.
en (hij) heeft gedaan aan hen MKNXI tak aan bekleding vlees naaktheid verzachten en tot IRKIM (zij) waren
43.
en (zij) zijn geweest op Aäron en op zonen (...) hem bij (hij) is gekomen (...) hen naar tent ontmoeting of BCSTM naar het altaar te dienen bij (de) heiligheid noch (zij) droegen vijandige en (zij) zijn gestorven grondwet van eeuwigheid als en te zaaien (...) hem na hem

Hoofdstuk 29

1.
en dit het woord die (jij) deed aan hen te heiligen (met) hen aan priester aan mij lering stier één zoon rundvee en ram (...) hen twee volledige (mv)
2.
en brood voorschrift van WHLT matze van BLWLT bij (de) olie WRQIQI voorschrift van zalf! (...) hen bij (de) olie bloem(meel) tarwe (jij) deed (met) hen
3.
en (jij) hebt gegeven hen op XL één en (jij) hebt aangeboden (met) hen BXL en (tot) de stier en (tot) tweede de ram (...) hen
4.
en (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem (jij) bood aan naar opening tent ontmoeting en (jij) hebt gewassen (met) hen bij (het) water
5.
en (jij) hebt genomen (tot) de kledingstukken WELBST (tot) Aäron (tot) de hemd en (tot) mantel het priesterkleed en (tot) het priesterkleed en (tot) het borstschild WAPDT als bij bereken! het priesterkleed
6.
en (jij) hebt geplaatst de muts op hoofd (...) hem en (jij) hebt gegeven (tot) kroon wijd! op de muts
7.
en (jij) hebt genomen (tot) olie de zalf en (jij) hebt uitgegoten op hoofd (...) hem en (jij) hebt gezalfd (met) hem
8.
en (tot) zonen (...) hem (jij) bood aan WELBSTM hemd
9.
en (jij) hebt omgord (met) hen ABNÐ Aäron en zonen (...) hem en (jij) hebt verbonden aan hen van heuvel van en (zij) is geweest aan hen zoals zij aan grondwet van eeuwigheid en (jij) bent vol geweest hand Aäron en hand zonen (...) hem
10.
en (jij) hebt aangeboden (tot) de stier voor tent ontmoeting en (hij) heeft gesteund Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd de stier
11.
en (jij) hebt geslacht (tot) de stier voor Jahweh opening tent ontmoeting
12.
en (jij) hebt genomen van bloed de stier en zet op (jij) bent gegroeid het altaar bij (de) vinger (...) jou en (tot) alle het bloed (zij) stortte naar fundament het altaar
13.
en (jij) hebt genomen (tot) alle de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan! en (tot) het overschot van op de lever en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die op hen en (jij) hebt laten roken naar het altaar
14.
en (tot) vlees de stier en (tot) (zij) hebben blootgelegd en (tot) (zij) hebben uitgespreid (jij) verbrandde (hij) is verrot buiten aan kamp zondoffer hij
15.
en (tot) de ram de één (jij) nam en (zij) hebben gesteund Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd de ram
16.
en (jij) hebt geslacht (tot) de ram en (jij) hebt genomen (tot) (zij) hebben geleken en (jij) hebt gegooid op het altaar rondom
17.
en (tot) de ram TNTH LNTHIW en (jij) hebt gewassen (zij) hebben nader gebracht WKROIW en (jij) hebt gegeven op NTHIW en op hoofd (...) hem
18.
en (jij) hebt laten roken (tot) alle de ram naar het altaar blad hij aan Jahweh geur aangenaamheid vrouw aan Jahweh hij
19.
en (jij) hebt genomen (tot) de ram (de) tweede en (hij) heeft gesteund Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd de ram
20.
en (jij) hebt geslacht (tot) de ram en (jij) hebt genomen van bloed (...) hem en zet op geeft! (...) jou oor Aäron en op geeft! (...) jou oor zonen (...) hem rechtse en op bij hen (hij) leek rechtse en op bij hen voet (...) hen rechtse en (jij) hebt gegooid (tot) het bloed op het altaar rondom
21.
en (jij) hebt genomen vanuit het bloed die op het altaar en van olie de zalf en de olijf op Aäron en op kledingstukken (...) hem en op zonen (...) hem en op bij (het) bokje zonen (...) hem (met) hem en heiligheid hij en kledingstukken (...) hem en zonen (...) hem en bij (het) bokje zonen (...) hem (met) hem
22.
en (jij) hebt genomen vanuit de ram de melk en de vetstaart en (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan! en (tot) overschot van de lever en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die op hen en (tot) onderbeen de rechterhand dat ram ben vol! (...) hen hij
23.
en plein brood één WHLT brood olie één WRQIQ één MXL het voorschrift van die voor Jahweh
24.
en (jij) hebt geplaatst (de) alle op zoals mond van Aäron en op zoals mond van zonen (...) hem en (jij) hebt gezwaaid (met) hen opwaartse zwaai voor Jahweh
25.
en (jij) hebt genomen (met) hen van hand (...) hen en (jij) hebt laten roken naar het altaar op dat wat opgaat aan geur aangenaamheid voor Jahweh vrouw hij aan Jahweh
26.
en (jij) hebt genomen (tot) de borst van ram (is het zo) dat ben vol! (...) hen die aan Aäron en (jij) hebt gezwaaid (met) hem opwaartse zwaai voor Jahweh en (hij) is geweest aan jou te benoemen
27.
en (jij) hebt geheiligd (tot) borst de opwaartse zwaai en (tot) onderbeen de bijdrage die EWNP en die (hij) is opgeheven van ram (is het zo) dat ben vol! (...) hen bevestig(t) aan Aäron en bevestig(t) aan zonen (...) hem
28.
en (hij) is geweest aan Aäron en aan zonen (...) hem aan wet eeuwigheid honderd bouw! Israël dat bijdrage hij en bijdrage (hij) was honderd bouw! Israël altaars van SLMIEM bijdragen (...) hen aan Jahweh
29.
en bij (het) bokje wijd! die aan Aäron (zij) waren aan zonen (...) hem na hem aan zalf bij hen en vol te zijn in hen (tot) (hij) leek
30.
zeven dagen (hij) bekleedde zich (...) hen de priester in de plaats van hem van zonen (...) hem die (hij) kwam naar tent ontmoeting te dienen bij (de) heiligheid
31.
en (tot) ram (is het zo) dat ben vol! (...) hen (jij) nam WBSLT (tot) kondigt aan! BMQM heiligheid
32.
en eten Aäron en zonen (...) hem (tot) vlees de ram en (tot) het brood die BXL opening tent ontmoeting
33.
en (zij) hebben gegeten (met) hen die dorp bij hen vol te zijn (tot) (hij) leek te heiligen (met) hen en krans niet (hij) at dat heiligheid zij
34.
en als meer kondig(t) aan (is het zo) dat ben vol! (...) hen en vanuit het brood tot het rundvee en (jij) hebt verbrand (tot) (de) overgebleven (hij) is verrot niet (hij) at dat heiligheid hij
35.
en (jij) hebt gedaan aan Aäron en aan zonen (...) hem zodoende zoals alle die (ik) heb opdracht gegeven ATKE zeven dagen (jij) was vol (hij) leek
36.
en stier zondoffer (jij) deed aan dag op de dorpen en zondoffer op het altaar bij (de) dorp (...) jou op hem en (jij) hebt gezalfd (met) hem te heiligen (...) hem
37.
zeven dagen (jij) verzoende op het altaar en (jij) hebt geheiligd (met) hem en (hij) is geweest het altaar heiligheid heiligheden alle de plaag bij (het) altaar (hij) heiligde
38.
en dit die (jij) deed op het altaar als schamen zich bouw! jaar twee aan dag altijd
39.
(tot) het schaap de één (jij) deed bij (het) rundvee en (tot) het schaap (de) tweede (jij) deed tussen (de) aangename (mv)
40.
en rijkdom (...) hen bloem(meel) vermengde bij (de) olie fijngestampte kwart (is het zo) dat ben er! (...) hen en uitgieting RBIOT (is het zo) dat ben er! (...) hen wijn aan schaap de één
41.
en (tot) het schaap (de) tweede (jij) deed tussen (de) aangename (mv) zoals geschenk van het rundvee WKNXKE (jij) deed aan haar aan geur aangename vrouw aan Jahweh
42.
opgaan altijd aan generaties (...) jullie opening tent ontmoeting voor Jahweh die AWOD aan jullie daarnaar (-s) te spreken naar jou daar
43.
WNODTI daarnaar (-s) aan zonen van Israël en (hij) is geheiligd bij ben zwaar!
44.
en (ik) heb geheiligd (tot) tent ontmoeting en (tot) het altaar en (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem (ik) werd geheiligd aan priester aan mij
45.
en (ik) heb gewoond binnen bouw! Israël en (ik) ben geweest aan hen aan God
46.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh hun God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) hen van land Egypte te behuizen (...) mij bij (het) midden (...) hen ik Jahweh hun God

Hoofdstuk 30

1.
en (jij) hebt gedaan altaar rook(t) wierook houten acacia's (jij) deed (met) hem
2.
natie (zij) hebben geduurd en natie (zij) zijn breder geworden vierkant (hij) was en waarheden (jij) bent opgestaan (...) hem (van)uit hem hoornen (...) hem
3.
en (jij) hebt uitgekeken (met) hem goud zuivere (tot) dak (...) hem en (tot) muren (...) hem rondom en (tot) hoornen (...) hem en (jij) hebt gedaan als krans goud rondom
4.
en schering ring goud (jij) deed als onder vandaan aan krans (...) hem op schering ribben (...) hem (jij) deed op tweede kanten (...) hem en (hij) is geweest aan huizen aan takken te dragen (met) hem vee
5.
en (jij) hebt gedaan (tot) de takken houten acacia's en (jij) hebt uitgekeken (met) hen goud
6.
en zet (met) hem voor het voorhangsel die op ark (jij) hebt getuigd voor het verzoendeksel die op (jij) hebt getuigd die AWOD aan jou daarnaar (-s)
7.
en (hij) heeft laten roken op hem Aäron wierook medicinale kruiden bij (het) rundvee bij (het) rundvee bij (zij) hebben goed gedaan (tot) de lamp(en) (hij) liet roken (...) haar
8.
en bij (de) dat wat opgaat van Aäron (tot) de lamp(en) tussen (de) aangename (mv) (hij) liet roken (...) haar wierook altijd voor Jahweh aan generaties (...) jullie
9.
niet (jullie) verhieven op hem wierook (hij) heeft uitgestrooid en blad en geschenk en uitgieting niet (jullie) goten uit op hem
10.
en dorp Aäron op hoornen (...) hem één in het jaar van bloed zondoffer de dorpen één in het jaar (hij) verzoende op hem aan generaties (...) jullie heiligheid heiligheden hij aan Jahweh
11.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
12.
dat (jij) droeg (tot) hoofd bouw! Israël aan opnamen (...) hen en (zij) hebben gegeven man dorp ziel (...) hem aan Jahweh bij (de) opname (met) hen noch (hij) was bij hen (hij) heeft geslagen bij (de) opname (met) hen
13.
dit (zij) gaven alle breng over! op de opnamen MHßIT de munt bij (de) munt wijd! twintig (zij) heeft gewoond de munt MHßIT de munt bijdrage aan Jahweh
14.
alle breng over! op de opnamen van zoon twintig jaar en hoogte (hij) gaf bijdrage van Jahweh
15.
(de) rijke niet (hij) vermeerderde en (de) armelijke niet IMOIÐ MMHßIT de munt te geven (tot) bijdrage van Jahweh te verzoenen op zielen (...) jullie
16.
en (jij) hebt genomen (tot) zilver de dorpen honderd bouw! Israël en (jij) hebt gegeven (met) hem op (jij) hebt gewerkt tent ontmoeting en (hij) is geweest aan zonen van Israël aan herinnering voor Jahweh te verzoenen op zielen (...) jullie
17.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
18.
en (jij) hebt gedaan KIWR koper en (zij) hebben genoemd koper LRHßE en (jij) hebt gegeven (met) hem tussen tent ontmoeting en tussen het altaar en (jij) hebt gegeven daarnaar (-s) water
19.
en (zij) hebben gewassen Aäron en zonen (...) hem (van)uit hem (tot) handen (...) hen en (tot) voeten (...) hen
20.
bij (hij) is gekomen (...) hen naar tent ontmoeting (zij) wasten water noch (hij) stierf (...) hem of BCSTM naar het altaar te dienen roken te laten vrouw aan Jahweh
21.
en (zij) hebben gewassen handen (...) hen en voeten (...) hen noch (hij) stierf (...) hem en (zij) is geweest aan hen wet eeuwigheid als en te zaaien (...) hem aan generaties (...) hen
22.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
23.
en (met) haar neem! aan jou bij (de) hemel hoofd bittere vrijheid vijf honderd WQNMN bij (de) naam MHßITW vijftig en honderd paar en buis bij (de) naam vijftig en honderd paar
24.
en brand! (er)naar vijf honderd bij (de) munt wijd! en olie olijf ben er! (...) hen
25.
en (jij) hebt gedaan (met) hem olie (jij) hebt gezalfd heiligheid RQH MRQHT Mozes RQH olie (jij) hebt gezalfd heiligheid (hij) was
26.
en (jij) hebt gezalfd bij hem (tot) tent ontmoeting en (tot) kist (jij) hebt getuigd
27.
en (tot) de tafel en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) de armatuur en (tot) nier en (tot) altaar (jij) hebt laten roken
28.
en (tot) altaar dat wat opgaat en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) (hij) heeft herkend en (tot) (zij) hebben genoemd
29.
en (jij) hebt geheiligd (met) hen en (zij) zijn geweest heiligheid heiligheden alle de plaag bij hen (hij) heiligde
30.
en (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem (zij) zalfde en (jij) hebt geheiligd (met) hen aan priester aan mij
31.
en naar bouw! Israël (jij) sprak te spreken olie (jij) hebt gezalfd heiligheid (hij) was dit aan mij aan generaties (...) jullie
32.
op vlees mens niet IIXK WBMTKNTW niet (jullie) maakten zoiets (...) hem heiligheid hij heiligheid (hij) was aan jullie
33.
man die IRQH zoiets (...) hem en die (hij) gaf (van)uit hem op krans en (hij) is afgehakt van volkeren (...) hem
34.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes neem! aan jou medicinale kruiden NÐP WSHLT WHLBNE medicinale kruiden en witte reinig! tak bij (de) tak (hij) was
35.
en (jij) hebt gedaan (met) haar wierook RQH Mozes RWQH van zout zuivere heiligheid
36.
en (jij) hebt fijngewreven (van)uit haar (de) dunne en zet (van)uit haar voor (jij) hebt getuigd bij (de) tent ontmoeting die AWOD aan jou daarnaar (-s) heiligheid heiligheden (jij) was aan jullie
37.
en (jij) hebt laten roken die (jij) deed bij ben(t) eerlijk (er)naar niet (jullie) maakten aan jullie heiligheid (jij) was aan jou aan Jahweh
38.
man die (zij) heeft gemaakt zoals zij aan de geur bij haar en (hij) is afgehakt van volkeren (...) hem

Hoofdstuk 31

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
(hij) heeft gezien (ik) heb genoemd bij (de) naam Bezaleël zoon lichten van zoon Hur aan stam Juda
3.
en (ik) was vol (met) hem wind God bij (de) wijsheid en bij (de) wijsheid en bij (de) kennis en in alle handwerk
4.
te berekenen bereken(t) te doen bij (het) goud en bij (het) zilver en bij (het) koper
5.
WBHRST steen LMLAT WBHRST boom te doen in alle handwerk
6.
en ik hier is (ik) heb gegeven (met) hem (tot) AELIAB zoon AHIXMK aan stam Dan en bij (het) hart alle wijze hart (ik) heb gegeven wijsheid en Ezau (tot) alle die (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou
7.
(tot) tent ontmoeting en (tot) de ark aan getuige van en (tot) het verzoendeksel die op hem en (tot) alle gereedschap de tent
8.
en (tot) de tafel en (tot) gereedschappen (...) hem en (tot) de armatuur (zij) heeft zich gezuiverd en (tot) alle nier en (tot) altaar (jij) hebt laten roken
9.
en (tot) altaar dat wat opgaat en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) EKIWR en (tot) (zij) hebben genoemd
10.
en (tot) bij (het) bokje ESRD en (tot) bij (het) bokje wijd! aan Aäron de priester en (tot) bij (het) bokje zonen (...) hem aan priester
11.
en (tot) olie de zalf en (tot) wierook de medicinale kruiden te heiligen zoals alle die (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou (zij) hebben gemaakt
12.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
13.
en (met) haar woord naar bouw! Israël te spreken maar (tot) (ik) heb gerust (jullie) bewaarden dat letter hij tussen mij en tussen jullie aan generaties (...) jullie te weten dat ik Jahweh heilig(t) (...) jullie
14.
en (jullie) hebben gehouden (tot) zet stop! dat heiligheid hij aan jullie naar van doden dood (hij) zal worden laten sterven dat alle (is het zo) dat (hij) heeft gedaan bij haar handwerk en (zij) is afgehakt de ziel dat nastaande naar volkeren
15.
zes dagen (zij) heeft gemaakt handwerk en bij (de) dag (de) zevende sabbat (zij) hebben gerust (...) hen heiligheid aan Jahweh alle (is het zo) dat (hij) heeft gedaan handwerk bij (de) dag zet stop! dood (hij) zal worden laten sterven
16.
en bewaart! bouw! Israël (tot) zet stop! te doen (tot) zet stop! aan generaties (...) hen verbond eeuwigheid
17.
tussen mij en tussen bouw! Israël letter hij aan eeuwigheid dat zes dagen (hij) heeft gedaan Jahweh (tot) de hemel en (tot) het land en bij (de) dag (de) zevende sabbat WINPS
18.
en (hij) gaf naar Mozes zoals schoondochter (...) hem te spreken (met) hem bij (de) heuvel Sinaï tweede panelen [van] (jij) hebt getuigd panelen [van] steen (hand)schrift-en bij (de) vinger God

Hoofdstuk 32

1.
en gezien het volk dat bij zes Mozes te dalen vanuit de heuvel en (hij) verzamelde het volk op Aäron en (zij) spraken naar hem sta op! (hij) heeft gedaan aan ons God die (zij) gingen voor ons dat dit Mozes de man die de hoogte (...) ons van land Egypte niet (wij) hebben geweten wat? (hij) is geweest als
2.
en (hij) sprak naar hen Aäron PRQW neusringen van het goud die bij (de) oren van vrouwen (...) jullie zonen (...) jullie en dochters (...) jullie en (zij) hebben gebracht naar mij
3.
WITPRQW alle het volk (tot) neusringen van het goud die bij (de) oren (...) hen en (zij) brachten naar Aäron
4.
en (hij) nam van hand (...) hen en fabriceer! (met) hem BHRÐ en (zij) heeft gemaakt (...) hem stierkalf van hut en (zij) spraken deze jouw God Israël die (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan (...) jou van land Egypte
5.
en gezien Aäron en (hij) bouwde altaar voor hem en (hij) noemde Aäron en (hij) sprak feest aan Jahweh morgen
6.
en (zij) stondden vroeg op de volgende dag en (zij) verhieven opgaan en (zij) zijn genaderd vergoedingen en inwoner het volk aan eten en (zij) hebben gelegd en (zij) wraakten LßHQ
7.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes aan jou daal! dat kuil met jou die (is het zo) dat (jij) bent opgegaan van land Egypte
8.
(zij) zijn afgeweken vlugge vanuit de weg die (jullie) hebben opdracht gegeven Ezau aan hen stierkalf van hut en (zij) bogen zich diep als en (zij) slachtten als en (zij) spraken deze jouw God Israël die (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan (...) jou van land Egypte
9.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (ik) heb gezien (tot) het volk deze en hier is met harde nek hij
10.
en nu (zij) heeft rust gegeven aan mij en (hij) ontbrandde neuzen van bij hen en eten (...) hen en (ik) werd gedaan jou aan volk grote
11.
en (hij) begon te Mozes (tot) aanzicht van Jahweh zijn God en (hij) sprak waarom Jahweh (hij) ontbrandde neus (...) jou bij (het) volk (...) jou die (jij) bent tevoorschijn gehaald van land Egypte bij (de) kracht grote en bij (de) hand (zij) is sterk geworden
12.
waarom (zij) spraken Egypte te spreken bij (de) herder (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) hen te doden (met) hen bij (hij) heeft opgetild en te kunnen (...) hen boven aanzicht van de aarde terugkeren van woede neus (...) jou en geef rust! (...) hen op de herder aan volk (...) jou
13.
man aan Abraham aan Izak en aan Israël slaven (...) jou die (jij) hebt gezworen aan hen bij jou en (jij) sprak naar hen sprinkhaan (tot) nakomelingen (...) jullie zoals sterren van de hemel en alle het land (de) deze die (ik) heb gesproken (met) hen aan nakomelingen (...) jullie en (zij) hebben verworven aan eeuwigheid
14.
en (hij) troostte Jahweh op de herder die woord te doen aan zijn volk
15.
en (hij) wendde zich en (hij) is gedaald Mozes vanuit de heuvel en tweede panelen [van] (jij) hebt getuigd bij (hij) bedankte panelen [van] (hand)schrift-en ondergeschikte Hebreeërs (...) hen hiervandaan en hiervandaan zij (hand)schrift-en
16.
en de panelen [van] Mozes God deze (mv) en de brief brief God hij worden bleek op de panelen [van]
17.
en (hij) hoorde toe Jozua (tot) klank het volk bij (de) herder en (hij) sprak naar Mozes klank strijd bij (het) kamp
18.
en (hij) sprak (er is) niet klank nederigheid van moed en (er is) niet klank nederigheid van HLWSE klank nederigheid van ik nieuws
19.
en wees zoals binnenste naar het kamp en gezien (tot) het stierkalf WMHLT en (hij) ontbrandde neus Mozes en (hij) ging neer van hand (...) hem (tot) de panelen [van] en (hij) brak (met) hen in de plaats van de heuvel
20.
en (hij) nam (tot) het stierkalf die Ezau en (hij) verbrandde (hij) is verrot WIÐHN tot die dunne en (hij) strooide uit op aanzicht van het water en (hij) gaf te drinken (tot) bouw! Israël
21.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron wat? (hij) heeft gedaan aan jou het volk deze dat (jij) hebt gebracht op hem (zij) heeft gezondigd grootheid
22.
en (hij) sprak Aäron naar (hij) ontbrandde neus liggers van (met) haar (jij) hebt geweten (tot) het volk dat bij (het) kwaad hij
23.
en (zij) spraken aan mij (hij) heeft gedaan aan ons God die (zij) gingen voor ons dat dit Mozes de man die de hoogte (...) ons van land Egypte niet (wij) hebben geweten wat? (hij) is geweest als
24.
en woord aan hen aan water van goud ETPRQW en (zij) gaven aan mij WASLKEW (hij) is verrot en uitgaande het stierkalf deze
25.
en gezien Mozes (tot) het volk dat PRO hij dat farao Aäron LSMßE BQMIEM
26.
en (hij) stond vast Mozes bij (de) poort het kamp en (hij) sprak water van aan Jahweh naar mij en (zij) verzamelden naar hem alle bouw! Levi
27.
en (hij) sprak aan hen zo woord Jahweh mijn God Israël plaatst! man (zij) zijn vernield op heup (...) hem (zij) zijn voorbijgegaan en keert terug! van poort aan poort bij (het) kamp en (zij) hebben gedood man (tot) broers (...) hem en man (tot) zijn vriend en man (tot) (zij) hebben nader gebracht
28.
en (zij) hebben gemaakt bouw! Levi zoals woord Mozes en (hij) liet vallen vanuit het volk bij (de) dag dat zoals drie van duizend(en) van man
29.
en (hij) sprak Mozes (zij) zijn vol geweest hand (...) jullie vandaag aan Jahweh dat man bij (zij) hebben gebouwd en bij (de) broers (...) hem en te geven op jullie vandaag gelukwens
30.
en wees de volgende dag en (hij) sprak Mozes naar het volk (met) hen (jullie) hebben gezondigd (zij) heeft gezondigd grootheid en nu (ik) verhief naar Jahweh misschien (ik) verzoende (er)naar door zondoffer (...) jullie
31.
en inwoner Mozes naar Jahweh en (hij) sprak och zondaar het volk deze (zij) heeft gezondigd grootheid en (zij) hebben gemaakt aan hen mijn God goud
32.
en nu als (jij) droeg (jullie) hebben gezondigd en als (er is) niet kampen van toch getal (...) jou die (jij) hebt geschreven
33.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes water van die zondaar aan mij AMHNW getalen van
34.
en nu aan jou (zij) heeft gerust (tot) het volk naar die woord (...) mij aan jou hier is boodschappers van (hij) ging voor jou en bij (de) dag beveel! en (ik) heb bekeken hoogtes (...) hen (jullie) hebben gezondigd
35.
en (hij) sloeg Jahweh (tot) het volk op die Ezau (tot) het stierkalf die (hij) heeft gedaan Aäron

Hoofdstuk 33

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes aan jou blad hiervandaan (met) haar en het volk die (is het zo) dat (jij) bent opgegaan van land Egypte naar het land die (ik) heb gezworen aan Abraham aan Izak en aan Jakob te spreken aan nakomelingen (...) jou (ik) zal geven
2.
en (ik) heb gezonden voor jou boodschapper en (ik) heb verjaagd (tot) (de) Kanaänitische de Amoriet en de angsten van en de Fereziet de Heviet en de Jebusiet
3.
naar land (jij) hebt gevloeid melk en honing dat niet (ik) verhief bij (het) binnenste (...) jou dat met harde nek (met) haar opdat niet eten (...) jou bij (de) weg
4.
en (hij) hoorde toe het volk (tot) het woord juich! deze en (zij) rouwden noch (zij) hebben gelegd man getuigen (...) hem op hem
5.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar bouw! Israël (met) hen met harde nek ogenblik één (ik) verhief bij (het) binnenste (...) jou en (ik) ben geëindigd (...) jou en nu (hij) is naar beneden gehaald getuigen (...) jou ontvreemd! (...) jou en (ik) wist (er)naar wat? (ik) werd gedaan aan jou
6.
WITNßLW bouw! Israël (tot) getuigen vlugge verlatenheid
7.
en Mozes (hij) nam (tot) de tent en (wij) bogen om als buiten aan kamp de afstand vanuit het kamp en (hij) heeft genoemd als tent ontmoeting en (hij) is geweest alle zoek(t) Jahweh uitgaande naar tent ontmoeting die buiten aan kamp
8.
en (hij) is geweest als uit te gaan Mozes naar de tent (zij) stondden op alle het volk en heft (...) hem man opening tent (...) hem en (zij) hebben gekeken na Mozes tot (zij) zijn gekomen naar de tent
9.
en (hij) is geweest als (hij) is gekomen Mozes naar de tent (hij) is gedaald staander de wolk en sta vast! opening de tent en woord met Mozes
10.
en (hij) heeft gezien alle het volk (tot) staander de wolk sta vast! opening de tent en (hij) is opgestaan alle het volk en (zij) hebben zich diep gebogen man opening tent (...) hem
11.
en woord Jahweh naar Mozes aanzicht naar aanzicht zoals (hij) sprak man naar zijn vriend en woon! naar het kamp en om in te weken (...) hem Jozua zoon Nun jeugd niet (hij) week van midden de tent
12.
en (hij) sprak Mozes naar Jahweh (hij) heeft gezien (met) haar woord naar mij de hoogte (tot) het volk deze en (met) haar niet (jullie) hebben meegedeeld (...) mij (tot) die (jij) zond weg met mij en (met) haar (jij) hebt gesproken (ik) heb geweten (...) jou bij (de) naam en ook om uit te gaan gratie bij bestudeer!
13.
en nu als toch (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou deel mee! (...) mij toch (tot) weg (...) jou en (ik) wist (...) jou opdat (ik) vond gratie bij (de) ogen (...) jou en (hij) heeft gezien dat met jou de volk deze
14.
en (hij) sprak aanzicht van (zij) gingen en (ik) heb rust gegeven aan jou
15.
en (hij) sprak naar hem als (er is) niet aanzichten (...) jou voorbijgangers naar (zij) verhief (...) ons hiervandaan
16.
en verhoging (hij) werd bekend dus dat (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou ik en met jou immers bij te gaan (...) jou met ons en ga neer! (...) ons ik en met jou van alle het volk die op aanzicht van de aarde
17.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes ook (tot) het woord deze die woord van (ik) werd gedaan dat om uit te gaan gratie bij bestudeer! en (ik) wist (...) jou bij (de) naam
18.
en (hij) sprak (hij) heeft laten zien (...) mij toch (tot) lever (...) jou
19.
en (hij) sprak ik (ik) bracht over alle goedheden van op aanzichten (...) jou en (ik) heb genoemd bij (de) naam Jahweh voor jou WHNTI (tot) die broer (...) hen en (ik) heb medelijden gehad (tot) die (ik) had medelijden
20.
en (hij) sprak niet je zult kunnen te vrezen (tot) aanzicht van dat niet gezien (...) mij de mens en levende
21.
en (hij) sprak Jahweh hier is plaats (met) mij WNßBT op de rots
22.
en (hij) is geweest bij (de) kant ben zwaar! en (ik) heb geplaatst (...) jou bij (jij) hebt uitgestoken de rots WSKTI zoals mond van op jou tot Hebreeër
23.
en (ik) heb verwijderd (tot) zoals mond van en (jij) hebt gezien (tot) na en aanzicht van niet (zij) lieten zien

Hoofdstuk 34

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hij) heeft gehouwen aan jou tweede panelen [van] stenen zoals eersten en (ik) heb geschreven op de panelen [van] (tot) de woorden die (zij) zijn geweest op de panelen [van] de eersten die (jij) hebt gebroken
2.
en (hij) is geweest juiste te bezoeken en (jij) bent opgegaan bij (het) rundvee naar heuvel Sinaï WNßBT aan mij daar op hoofd de heuvel
3.
en man niet (hij) verhief met jou en ook man naar gezien in alle de heuvel ook het kleinvee en het rundvee naar (zij) achtervolgden naar tegenover de heuvel dat
4.
en (hij) houwde tweede panelen [van] stenen zoals eersten en jullie zijn er Mozes bij (het) rundvee en (hij) verhief naar heuvel Sinaï zoals geef opdracht! Jahweh (met) hem en (hij) nam bij (hij) bedankte tweede panelen [van] stenen
5.
en (hij) is gedaald Jahweh bij (de) wolk en (hij) stelde zich op met hem daar en (hij) noemde bij (de) naam Jahweh
6.
en (hij) ging voorbij Jahweh op aanzichten (...) hem en (hij) noemde Jahweh Jahweh naar barmhartige en (zij) zijn gelegerd (...) hen lange neuzen en meerderheid genade en waarheid
7.
(wij) schiepen genade aan duizenden verheven vijandige en misdaad en (zij) heeft gezondigd en maak schoon! niet (hij) maakte schoon opname vijandige vaders op zonen en op bouw! zonen op dertig en op kwart (mv)
8.
en (hij) haastte zich Mozes en (hij) heeft gebrand naar land en (hij) boog zich diep
9.
en (hij) sprak als toch (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou liggers van (hij) ging toch liggers van bij (wij) hebben nader gebracht dat met harde nek hij en (jij) hebt vergeven aan misdaad (...) ons en aan zondoffer (...) ons en (jij) hebt verworven (...) ons
10.
en (hij) sprak hier is ik (hij) heeft afgehakt verbond tegenover alle met jou (ik) werd gedaan NPLAT die niet (wij) schiepen (...) hem in alle het land en in alle de volken en (hij) heeft gezien alle het volk die (met) haar bij (zij) hebben nader gebracht (tot) Mozes Jahweh dat ontzagwekkende hij die ik (hij) heeft gedaan met jou
11.
bewaar! aan jou (tot) die ik van opdracht (...) jou vandaag hier ben ik verjaag! van aanzichten (...) jou (tot) de Amoriet en (de) Kanaänitische en de angsten van en de Fereziet en de Heviet en de Jebusiet
12.
(is het zo) dat bewaar! aan jou opdat niet (jij) zult uitgeroeid worden verbond aan bewoner het land die (met) haar (hij) is gekomen op haar opdat niet (hij) was aan valstrik bij (het) binnenste (...) jou
13.
dat (tot) altaren (...) hen (jullie) sloopten (...) hen en (tot) monument-en (...) hen (jullie) braken (...) hen en (tot) heil (...) hem (jullie) hakten af (...) hen
14.
dat niet (jij) boog je diep (er)naar tot God andere dat Jahweh (hij) is jaloers geweest zijn naam naar (hij) is jaloers geweest hij
15.
opdat niet (jij) zult uitgeroeid worden verbond aan bewoner het land en (zij) hebben gehoereerd na hun God en (zij) hebben geslacht aan hun God en (hij) heeft genoemd aan jou en (jij) hebt gegeten altaar (...) hem
16.
en (jij) hebt genomen van dochters (...) hem aan zonen (...) jou en (zij) hebben gehoereerd dochters (...) hem na hun God WEZNW (tot) zonen (...) jou na hun God
17.
mijn God van hut niet (jij) deed aan jou
18.
(tot) feest het voorschrift van (jij) bewaarde zeven dagen (jij) at voorschrift van die (jij) hebt opdracht gegeven (...) jou aan ontmoeting maand de lente dat bij (de) maand de lente (jij) bent uitgegaan van Egypte
19.
alle eerstgeborene baarmoeder aan mij en alle van nest (...) jou (zij) herinnerde zich eerstgeborene os en lammetje
20.
en eerstgeborene ernstige (jij) bevrijdde (zij) heeft zich geschaamd en als niet (jij) bevrijdde en (jij) hebt gedropen (...) hem alle eerstgeborene zonen (...) jou (jij) bevrijdde noch (zij) lieten zien aanzicht van leegte (...) hen
21.
zes dagen (zij) werkte en bij (de) dag (de) zevende (zij) rustte BHRIS en bij (de) oogst (zij) rustte
22.
en feest zeven (jij) deed aan jou eerstgeborenen van oogst tarwe en feest (is het zo) dat (ik) voegde toe TQWPT het jaar
23.
drie twee keer in het jaar vrees alle herinner je! (...) jou (tot) aanzicht van de basis Jahweh mijn God Israël
24.
dat (ik) verdreef volken van aanzichten (...) jou en de plein (...) mij (tot) grens (...) jou noch (hij) begeerde man (tot) land (...) jou vrouw (...) jou te zien (tot) aanzicht van Jahweh jouw God drie twee keer in het jaar
25.
niet (zij) slachtte op zuurdesem bloed slacht! noch (hij) liet overnachten te bezoeken slachting feest het Pesach
26.
begin eerstgeborenen van aarde (...) jou (jij) bracht huis Jahweh jouw God niet TBSL bokje bij (de) melk moeder (...) hem
27.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes (hand)schrift aan jou (tot) de woorden (de) deze dat op mond van de woorden (de) deze hak af! (met) jou verbond en (tot) Israël
28.
en wees daar met Jahweh veertig dag en veertig nacht brood niet eten en water niet (zij) heeft gelegd en (hij) schreef op de panelen [van] (tot) spreek! het verbond tiental de woorden
29.
en wees BRDT Mozes vlugge Sinaï en tweede panelen [van] (jij) hebt getuigd bij (de) hand Mozes BRDTW vanuit de heuvel en Mozes niet (hij) heeft geweten dat hoorn huid aanzichten (...) hem bij spreekt! (met) hem
30.
en gezien Aäron en alle bouw! Israël (tot) Mozes en hier is hoorn huid aanzichten (...) hem en (zij) vreesden om te naderen naar hem
31.
en (hij) noemde naar hen Mozes en (zij) hebben gewoond naar hem Aäron en alle de dragers bij (de) getuige en (hij) sprak Mozes naar hen
32.
en na zo (zij) zijn naderbij gekomen alle bouw! Israël en (hij) gaf opdracht (...) hen (tot) alle die woord Jahweh (met) hem bij (de) heuvel Sinaï
33.
en (hij) heeft gekund Mozes woestijn (met) hen en (hij) gaf op aanzichten (...) hem MXWE
34.
en bij (het) komen Mozes voor Jahweh te spreken (met) hem (hij) verwijderde (tot) EMXWE tot uit te gaan (...) hem en uitgaande en woord naar bouw! Israël (tot) die (hij) gaf opdracht
35.
en (zij) hebben gezien bouw! Israël (tot) aanzicht van Mozes dat hoorn huid aanzicht van Mozes en (hij) heeft teruggegeven Mozes (tot) EMXWE op aanzichten (...) hem tot (zij) zijn gekomen te spreken (met) hem

Hoofdstuk 35

1.
en (hij) verzamelde Mozes (tot) alle getuige van bouw! Israël en (hij) sprak naar hen deze de woorden die geef opdracht! Jahweh te maken (met) hen
2.
zes dagen (jij) deed handwerk en bij (de) dag (de) zevende (hij) was aan jullie heiligheid sabbat (zij) hebben gerust (...) hen aan Jahweh alle (is het zo) dat (hij) heeft gedaan bij hem handwerk (hij) zal worden laten sterven
3.
niet (jullie) roeiden uit vuur in alle MSBTIKM bij (de) dag zet stop!
4.
en (hij) sprak Mozes naar alle getuige van bouw! Israël te spreken dit het woord die geef opdracht! Jahweh te spreken
5.
neemt! MATKM bijdrage aan Jahweh alle vrijgevige zijn hart (hij) bracht (er)naar (tot) bijdrage van Jahweh goud en zilver en koper
6.
en lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes en geiten
7.
en vellen ram (...) hen van mensen en vellen THSIM en houten acacia's
8.
en olie aan licht en bij (de) hemel aan olie de zalf en aan wierook de medicinale kruiden
9.
en stenen van onyx en stenen van ben vol! (...) hen aan priesterkleed en aan borstschild
10.
en alle wijze hart bij jullie voert in! en (zij) hebben gemaakt (tot) alle die geef opdracht! Jahweh
11.
(tot) de residentie (tot) tent (...) hem en (tot) bedek(t) (...) hem (tot) QRXIW en (tot) planken (...) hem (tot) grendel (...) hem (tot) sta vast! (...) hem en (tot) liggers (...) hem
12.
(tot) de ark en (tot) takken (...) hem (tot) het verzoendeksel en (tot) voorhangsel het scherm
13.
(tot) de tafel en (tot) takken (...) hem en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) brood het aanzicht
14.
en (tot) armatuur van het licht en (tot) nier en (tot) naar lichten en (tot) olie het licht
15.
en (tot) altaar (jij) hebt laten roken en (tot) takken (...) hem en (tot) olie de zalf en (tot) wierook de medicinale kruiden en (tot) scherm de opening open te doen de residentie
16.
(tot) altaar dat wat opgaat en (tot) MKBR het koper die als (tot) takken (...) hem en (tot) alle gereedschappen (...) hem (tot) (hij) heeft herkend en (tot) (zij) hebben genoemd
17.
(tot) gordijnen van het grondgebied (tot) sta vast! (...) hem en (tot) naar liggers en (tot) scherm poort het grondgebied
18.
(tot) pin van de residentie en (tot) pin van het grondgebied en (tot) van resten (...) hen
19.
(tot) bij (het) bokje ESRD te dienen bij (de) heiligheid (tot) bij (het) bokje wijd! aan Aäron de priester en (tot) bij (het) bokje zonen (...) hem aan priester
20.
en voert uit! alle getuige van bouw! Israël weg van aanzicht van Mozes
21.
en voert in! alle man die (zij) hebben gedragen zijn hart en alle die (zij) heeft geschonken wind (...) hem (met) hem (zij) hebben gebracht (tot) bijdrage van Jahweh aan handwerk van tent ontmoeting en aan alle feit (...) hem en aan kledingstukken van wijd!
22.
en voert in! de mensen op (is het zo) dat worden verlaten alle vrijgevige hart (zij) hebben gebracht HH en neusring en ring WKWMZ alle gereedschap goud en alle man die (hij) heeft gezwaaid opwaartse zwaai van goud aan Jahweh
23.
en alle man die (wij) vondden (met) hem lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes en geiten en vellen ram (...) hen van mensen en vellen THSIM (zij) hebben gebracht
24.
alle Mirjam bijdrage van zilver en koper (zij) hebben gebracht (tot) bijdrage van Jahweh en alle die (wij) vondden (met) hem houten acacia's aan alle handwerk van het feit (zij) hebben gebracht
25.
en alle vrouw (jij) bent wijs geworden hart naar bij (de) handen ÐWW en (zij) brachten (zij) hebben gewankeld (er)naar (tot) de lichtblauwe kleur en (tot) de purper (tot) worm van (de) tweede en (tot) de zes
26.
en alle (is het zo) dat worden verlaten die verheven tot zoon (ik) gaf bij (de) wijsheid ÐWW (tot) de geiten
27.
WENSAM (zij) hebben gebracht (tot) stenen van de onyx en (tot) stenen van (is het zo) dat ben vol! (...) hen aan priesterkleed en aan borstschild
28.
en (tot) (is het zo) dat (hij) heeft zich geschaamd (...) hen en (tot) de olie aan licht en aan olie de zalf en aan wierook de medicinale kruiden
29.
alle man en vrouw die (hij) heeft geschonken hart (...) hen (met) hen te brengen aan alle het handwerk die geef opdracht! Jahweh te doen bij (de) hand Mozes (zij) hebben gebracht bouw! Israël (zij) heeft geschonken aan Jahweh
30.
en (hij) sprak Mozes naar bouw! Israël (zij) hebben gezien (hij) heeft genoemd Jahweh bij (de) naam Bezaleël zoon lichten van zoon Hur aan stam Juda
31.
en (hij) was vol (met) hem wind God bij (de) wijsheid bij (de) wijsheid en bij (de) kennis en in alle handwerk
32.
en te berekenen bereken(t) te maken bij (het) goud en bij (het) zilver en bij (het) koper
33.
WBHRST steen LMLAT WBHRST boom te doen in alle handwerk van bereken(t)
34.
WLEWRT (hij) heeft gegeven bij (de) zijn hart hij WAELIAB zoon AHIXMK aan stam Dan
35.
(hij) is vol geweest (met) hen (jij) bent wijs geworden hart te doen alle handwerk van stille en bereken! en (hij) heeft geborduurd bij (de) lichtblauwe kleur en bij (de) purper bij (de) worm van (de) tweede WBSS WARC maak! alle handwerk en bereken! bereken(t)

Hoofdstuk 36

1.
en (hij) heeft gedaan Bezaleël WAELIAB en alle man wijze hart die (hij) heeft gegeven Jahweh wijsheid en wijsheid vee te weten te maken (tot) alle handwerk van (jij) hebt gewerkt wijd! aan alle die geef opdracht! Jahweh
2.
en (hij) noemde Mozes naar Bezaleël en naar AELIAB en naar alle man wijze hart die (hij) heeft gegeven Jahweh wijsheid bij (de) zijn hart alle die (zij) hebben gedragen zijn hart nader te brengen (er)naar naar het handwerk te maken (met) haar
3.
en (zij) namen weg van aanzicht van Mozes (tot) alle de bijdrage die (zij) hebben gebracht bouw! Israël aan handwerk van (jij) hebt gewerkt wijd! te maken (met) haar en zij (zij) hebben gebracht naar hem nog (eens) (zij) heeft geschonken bij (het) rundvee bij (het) rundvee
4.
en voert in! alle (de) wijze (mv) (is het zo) dat maak! (...) hen (tot) alle handwerk van wijd! man man van handwerk (...) hem die deze (mv) maak! (...) hen
5.
en (zij) spraken naar Mozes te spreken vermeerderen het volk te brengen van die het feit aan handwerk die geef opdracht! Jahweh te maken (met) haar
6.
en (hij) gaf opdracht Mozes en (zij) brachten over klank bij (het) kamp te spreken man en vrouw naar (zij) hebben gemaakt nog (eens) handwerk aan bijdrage van wijd! en (hij) zette gevangen het volk om te brengen
7.
en het handwerk (zij) is geweest hun genoeg aan alle het handwerk te doen (met) haar WEWTR
8.
en (zij) hebben gemaakt alle wijze hart bij maak! het handwerk (tot) de residentie rijkdom gordijnen zes gevlochten en lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede beelden van meerderheid Mozes bereken! (hij) heeft gedaan (met) hen
9.
lange het voorhangsel de één acht en twintig bij (de) natie en breedte vier bij (de) natie het voorhangsel de één maat één aan alle de gordijnen
10.
en (hij) sloot zich aan (tot) vijf de gordijnen één naar één en vijf gordijnen verbond één naar één
11.
en (hij) heeft gemaakt lussen lichtblauwe kleur op oever van het voorhangsel de één van einde bij bind(t) samen zo (hij) heeft gedaan bij (de) oever van het voorhangsel (zij) zijn wakker geworden (...) haar bij bind(t) samen de tweede
12.
vijftig lussen (hij) heeft gedaan bij (het) voorhangsel de één en vijftig lussen (hij) heeft gedaan bij (het) einde het voorhangsel die bij bind(t) samen de tweede MQBILT de lussen één naar één
13.
en (hij) heeft gemaakt vijftig QRXI goud en (hij) sloot zich aan (tot) de gordijnen één naar één BQRXIM en wees de residentie één
14.
en (hij) heeft gemaakt gordijnen geiten aan tent op de residentie opvolging van tien gordijnen (hij) heeft gedaan (met) hen
15.
lange het voorhangsel de één dertig bij (de) natie en vier (ik) stierf breedte het voorhangsel de één maat één aan opvolging van tien gordijnen
16.
en (hij) sloot zich aan (tot) vijf de gordijnen alleen en (tot) zes de gordijnen alleen
17.
en (hij) heeft gemaakt lussen vijftig op oever van het voorhangsel (hij) is wakker geworden (...) haar bij bind(t) samen en vijftig lussen (hij) heeft gedaan op oever van het voorhangsel (is het zo) dat (jij) hebt je aangesloten de tweede
18.
en (hij) heeft gemaakt QRXI koper vijftig samen te binden (tot) de tent er te zijn één
19.
en (hij) heeft gemaakt bedek(t) aan tent vellen ram (...) hen van mensen en bedek(t) vellen THSIM weg van hoogte
20.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de planken aan residentie houten acacia's staanders
21.
rijkdom waarheid lange de plank en natie en halve de natie breedte de plank de één
22.
schering IDT aan plank de één MSLBT één naar één zo (hij) heeft gedaan aan alle stol! de residentie
23.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de planken aan residentie twintig planken aan hoek van Zuiden naar Zuiden
24.
en veertig liggers van zilver (hij) heeft gedaan in de plaats van twintig de planken tweede liggers in de plaats van de plank de één aan schering IDTIW en tweede liggers in de plaats van de plank de één aan schering IDTIW
25.
en aan rib de residentie de tweede aan hoek van Noorden (hij) heeft gedaan twintig planken
26.
en veertig liggers (...) hen zilver tweede liggers in de plaats van de plank de één en tweede liggers in de plaats van de plank de één
27.
en aan heup (...) mij de residentie naar dag (hij) heeft gedaan zes planken
28.
en tweede planken (hij) heeft gedaan LMQßOT de residentie (ik) heb gezegend (...) hen
29.
en (zij) zijn geweest TWAMM weg van stam en samen (zij) waren volledige naar hoofd (...) hem naar de ring de één zo (hij) heeft gedaan aan die twee aan tweede EMQßOT
30.
en (zij) zijn geweest acht planken en liggers (...) hen zilver zes rijkdom liggers tweede liggers tweede liggers in de plaats van de plank de één
31.
en (hij) heeft gemaakt grendels van houten acacia's vijf aan planken van rib de residentie de één
32.
en vijf bij (hij) heeft medelijden gehad aan planken van rib de residentie de tweede en vijf bij (hij) heeft medelijden gehad aan planken van de residentie LIRKTIM naar dag
33.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de grendel (is het zo) dat (hij) is eerlijk geweest aan vlucht binnen de planken vanuit het einde naar het einde
34.
en (tot) de planken wachter goud en (tot) ring (...) hen (hij) heeft gedaan goud huizen aan grendel (...) hen en (hij) overtrok (tot) de grendel (...) hen goud
35.
en (hij) heeft gemaakt (tot) het voorhangsel lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten Mozes bereken! (hij) heeft gedaan (met) haar beelden van meerderheid
36.
en (hij) heeft gemaakt aan haar vier staanders van acacia's en (hij) overtrok (...) hen goud haken (...) hen goud en (hij) heeft uitgegoten aan hen vier liggers van zilver
37.
en (hij) heeft gemaakt scherm open te doen de tent lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten Mozes (hij) heeft geborduurd
38.
en (tot) staanders (...) hem vijf en (tot) haken (...) hen en wachter hoofden (...) hen en verlangens (...) hen goud en liggers (...) hen vijf koper

Hoofdstuk 37

1.
en (hij) heeft gemaakt Bezaleël (tot) de ark houten acacia's waarheden en halve (zij) hebben geduurd en natie en halve (zij) zijn breder geworden en natie en halve (jij) bent opgestaan (...) hem
2.
en (hij) overtrok (...) hem goud zuivere van huis en buiten en (hij) heeft gemaakt als krans goud rondom
3.
en (hij) heeft uitgegoten als vier ring goud op vier POMTIW en schering ring op rib (...) hem de één en schering ring op rib (...) hem de tweede
4.
en (hij) heeft gemaakt takken van houten acacia's en (hij) overtrok (met) hen goud
5.
en (hij) kwam (tot) de takken bij (de) ring op rib van de ark te dragen (tot) de ark
6.
en (hij) heeft gemaakt verzoendeksel goud zuivere waarheden en halve (zij) heeft geduurd en natie en halve plein
7.
en (hij) heeft gemaakt tweede beelden van meerderheid goud gesmeed metaal (hij) heeft gedaan (met) hen ondergeschikte einden het verzoendeksel
8.
beeld van meerderheid één van einde hiervandaan en beeld van meerderheid één van einde hiervandaan vanuit het verzoendeksel (hij) heeft gedaan (tot) de beelden van meerderheid ondergeschikte QßWWTW
9.
en (zij) waren de beelden van meerderheid spreid uit! vleugels aan hoogte bedek! (...) hen bij (de) vleugels (...) hen op het verzoendeksel en aanzichten (...) hen man naar broers (...) hem naar het verzoendeksel (zij) zijn geweest aanzicht van de beelden van meerderheid
10.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de tafel houten acacia's waarheden (zij) hebben geduurd en natie (zij) zijn breder geworden en natie en halve (jij) bent opgestaan (...) hem
11.
en (hij) overtrok (met) hem goud zuivere en (hij) heeft gemaakt als krans goud rondom
12.
en (hij) heeft gemaakt als sluit handbreedte rondom en (hij) heeft gemaakt krans goud LMXCRTW rondom
13.
en (hij) heeft uitgegoten als vier ring goud en (hij) gaf (tot) de ring op vier de hoek van die aan vier voeten (...) hem
14.
tegenover (is het zo) dat sluit (zij) zijn geweest de ring huizen aan takken te dragen (tot) de tafel
15.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de takken houten acacia's en (hij) overtrok (met) hen goud te dragen (tot) de tafel
16.
en (hij) heeft gemaakt (tot) (de) alle (mv) die op de tafel (tot) schalen (...) hem en (tot) zoals dwazen (...) hem en (tot) MNQITIW en (tot) (de) harde (mv) die (hij) goot uit bij hen goud zuivere
17.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de armatuur goud zuivere gesmeed metaal (hij) heeft gedaan (tot) de armatuur naar heup en buis CBIOIE KPTRIE en bloeie! (er)naar (van)uit haar (zij) zijn geweest
18.
en zes buizen uitgaanden naar vestingen drie koop! armatuur fort de één en drie koop! armatuur fort (de) tweede
19.
drie heuvels van amandelen bij (de) buis de één (hij) heeft dichtgeknoopt en bloem en drie heuvels van amandelen bij (de) buis één (hij) heeft dichtgeknoopt en bloem zo aan zes de buizen de uitgaanden vanuit de armatuur
20.
en bij (de) armatuur vier heuvels van amandelen KPTRIE en bloeie! (er)naar
21.
en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar en (hij) heeft dichtgeknoopt in de plaats van tweede de buizen (van)uit haar aan zes de buizen de uitgaanden (van)uit haar
22.
KPTRIEM WQNTM (van)uit haar (zij) zijn geweest schoondochter gesmeed metaal één goud zuivere
23.
en (hij) heeft gemaakt (tot) naar lichten zeven en naar van leringen WMHTTIE goud zuivere
24.
plein goud zuivere (hij) heeft gedaan (met) haar en (tot) alle nier
25.
en (hij) heeft gemaakt (tot) altaar (jij) hebt laten roken houten acacia's natie (zij) hebben geduurd en natie (zij) zijn breder geworden vierkant en waarheden (jij) bent opgestaan (...) hem (van)uit hem (zij) zijn geweest hoornen (...) hem
26.
en (hij) overtrok (met) hem goud zuivere (tot) dak (...) hem en (tot) muren (...) hem rondom en (tot) hoornen (...) hem en (hij) heeft gemaakt als krans goud rondom
27.
en schering ring goud (hij) heeft gedaan als onder vandaan aan krans (...) hem op schering ribben (...) hem op tweede kanten (...) hem aan huizen aan takken te dragen (met) hem bij hen
28.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de takken houten acacia's en (hij) overtrok (met) hen goud
29.
en (hij) heeft gemaakt (tot) olie de zalf heiligheid en (tot) wierook de medicinale kruiden zuivere Mozes RQH

Hoofdstuk 38

1.
en (hij) heeft gemaakt (tot) altaar dat wat opgaat houten acacia's vijf (ik) stierf (zij) hebben geduurd en vijf (ik) stierf (zij) zijn breder geworden vierkant en drie (ik) stierf (jij) bent opgestaan (...) hem
2.
en (hij) heeft gemaakt hoornen (...) hem op vier hoeken (...) hem (van)uit hem (zij) zijn geweest hoornen (...) hem en (hij) overtrok (met) hem koper
3.
en (hij) heeft gemaakt (tot) alle gereedschap het altaar (tot) EXIRT en (tot) de schoffels en (tot) de offerschaal van (tot) EMZLCT en (tot) EMHTT alle gereedschappen (...) hem (hij) heeft gedaan koper
4.
en (hij) heeft gemaakt aan altaar MKBR Mozes netwerk koper in de plaats van als (zij) hebben gereden weg van stam tot pijlen (...) hem
5.
en (hij) heeft uitgegoten vier ring bij vier de einden LMKBR het koper huizen aan takken
6.
en (hij) heeft gemaakt (tot) de takken houten acacia's en (hij) overtrok (met) hen koper
7.
en (hij) kwam (tot) de takken bij (de) ring op rib van het altaar te dragen (met) hem bij hen NBWB panelen [van] (hij) heeft gedaan (met) hem
8.
en (hij) heeft gemaakt (tot) EKIWR koper en (tot) (zij) hebben genoemd koper bij om te vrezen (is het zo) dat (jij) hebt je geschaard die (zij) hebben zich geschaard opening tent ontmoeting
9.
en (hij) heeft gemaakt (tot) het grondgebied aan hoek van Zuiden naar Zuiden gordijnen van het grondgebied zes gevlochten honderd bij (de) natie
10.
staanders (...) hen twintig en liggers (...) hen twintig koper haken van de staanders en verlangens (...) hen zilver
11.
en aan hoek van Noorden honderd bij (de) natie staanders (...) hen twintig en liggers (...) hen twintig koper haken van de staanders en verlangens (...) hen zilver
12.
en aan hoek van zee gordijnen vijftig bij (de) natie staanders (...) hen tien en liggers (...) hen tien haken van de staanders WHSWQIEM zilver
13.
en aan hoek van (zij) is voorgegaan naar Oosten vijftig natie
14.
gordijnen vijf tien natie naar de schouder staanders (...) hen drie en liggers (...) hen drie
15.
en aan schouder de tweede hiervandaan en hiervandaan aan poort het grondgebied gordijnen vijf tien natie OMDIEM drie en liggers (...) hen drie
16.
alle gordijnen van het grondgebied rondom zes gevlochten
17.
en de liggers aan staanders koper haken van de staanders WHSWQIEM zilver en (zij) hebben uitgekeken (...) mij hoofden (...) hen zilver en zij van verlangens zilver alle met mij het grondgebied
18.
en scherm poort het grondgebied Mozes (hij) heeft geborduurd lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten en twintig natie lange en hoogte bij (de) breedte vijf (ik) stierf tegenover gordijnen van het grondgebied
19.
WOMDIEM vier en liggers (...) hen vier koper haken (...) hen zilver en (zij) hebben uitgekeken (...) mij hoofden (...) hen en verlangens (...) hen zilver
20.
en alle de pin van aan residentie en aan grondgebied rondom koper
21.
deze opperbevel (...) mij de residentie residentie (jij) hebt getuigd die opname op mond van Mozes (jij) hebt gewerkt de Levieten bij (de) hand Ithamar zoon Aäron de priester
22.
en Bezaleël zoon lichten van zoon Hur aan stam Juda (hij) heeft gedaan (tot) alle die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
23.
en (met) hem AELIAB zoon AHIXMK aan stam Dan stille en bereken! en (hij) heeft geborduurd bij (de) lichtblauwe kleur en bij (de) purper en bij (de) worm van (de) tweede WBSS
24.
alle het goud (is het zo) dat maakt! (...) mij aan handwerk in alle handwerk van wijd! en wees goud de opwaartse zwaai negen en twintig plein en zeven honderd en dertig munt bij (de) munt wijd!
25.
en zilver opperbevel (...) mij de getuige honderd plein en duizend en zeven honderd en vijf en zeventig munt bij (de) munt wijd!
26.
BQO aan schedel MHßIT de munt bij (de) munt wijd! aan alle breng over! op de opnamen van zoon twintig jaar en hoogte aan zes honderd duizend en drie van duizenden en vijf honderd en vijftig
27.
en wees honderd plein het zilver uit te gieten (tot) liggers van wijd! en (tot) liggers van het voorhangsel honderd liggers aan honderd het plein plein aan basis
28.
en (tot) de duizend en zeven de honderd en vijf en zeventig (hij) heeft gedaan haken aan staanders en wachter hoofden (...) hen en verlangen (met) hen
29.
en koper de opwaartse zwaai zeventig plein en duizenden en vier honderd munt
30.
en (hij) heeft gemaakt bij haar (tot) liggers van opening tent ontmoeting en (tot) altaar het koper en (tot) MKBR het koper die als en (tot) alle gereedschap het altaar
31.
en (tot) liggers van het grondgebied rondom en (tot) liggers van poort het grondgebied en (tot) alle pin van de residentie en (tot) alle pin van het grondgebied rondom

Hoofdstuk 39

1.
en vanuit de lichtblauwe kleur en de purper en worm van (de) tweede Ezau bij (het) bokje dat daal! te dienen bij (de) heiligheid en (zij) hebben gemaakt (tot) bij (het) bokje wijd! die aan Aäron zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
2.
en (hij) heeft gemaakt (tot) het priesterkleed goud lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten
3.
WIRQOW (tot) valstrikken van het goud WQßß snoer (...) hen te doen binnen de lichtblauwe kleur en binnen de purper en binnen worm van (de) tweede en binnen de zes Mozes bereken!
4.
schouderband van Ezau als (jij) hebt je aangesloten op tweede QßWWTW verbond
5.
en bereken! APDTW die op hem (van)uit hem hij zoals handeling (...) hem goud lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
6.
en (zij) hebben gemaakt (tot) stenen van de onyx MXBT vlecht in goud doe(t) open open! (...) mij zegel op namen bouw! Israël
7.
en pas toe! (met) hen op schouderband van het priesterkleed stenen van herinnering aan zonen van Israël zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
8.
en (hij) heeft gemaakt (tot) het borstschild Mozes bereken! zoals Mozes priesterkleed goud lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede en zes gevlochten
9.
vierkant (hij) is geweest KPWL Ezau (tot) het borstschild ZRT (zij) hebben geduurd WZRT (zij) zijn breder geworden KPWL
10.
en (zij) waren vol bij hem vier kolommen van steen kolom mens PÐDE WBRQT de kolom de één
11.
en de kolom (de) tweede NPK saffier WIELM
12.
en de kolom (de) derde aan naam woont! WAHLME
13.
en de kolom (de) vierde Tharsis onyx en jaspis MWXBT vlecht in goud bij (jullie) zijn vol geweest
14.
en de stenen op (jij) hebt geplaatst bouw! Israël hier is twee tien op (jullie) hebben geplaatst open! (...) mij angst (...) hen man op zijn naam aan twee rijkdom stam
15.
en (zij) hebben gemaakt op het borstschild SRSRT grens van Mozes wolk van goud zuivere
16.
en (zij) hebben gemaakt schering vlecht in goud en schering ring goud en (zij) gaven (tot) schering de ring op tweede einden het borstschild
17.
en (zij) gaven schering EOBTT het goud op schering de ring op einden het borstschild
18.
en (tot) schering einden schering EOBTT (zij) hebben gegeven op schering (is het zo) dat vlecht in en (hij) gaf (...) hen op schouderband van het priesterkleed naar tegenover aanzichten (...) hem
19.
en (zij) hebben gemaakt schering ring goud en (zij) plaatsten op tweede einden het borstschild op oever (...) hem die naar kant het priesterkleed naar huis
20.
en (zij) hebben gemaakt schering ring goud en (hij) gaf (...) hen op schering schouderband van het priesterkleed weg van stam tegenover aanzichten (...) hem tegenover bind(t) samen (...) hem boven te berekenen het priesterkleed
21.
WIRKXW (tot) het borstschild van ringen (...) hem naar ring het priesterkleed bij (het) snoer lichtblauwe kleur er te zijn op bereken! het priesterkleed noch IZH het borstschild boven het priesterkleed zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
22.
en (hij) heeft gemaakt (tot) mantel het priesterkleed Mozes ARC zoals nacht lichtblauwe kleur
23.
en mond van de mantel bij (het) midden (...) hem zoals mond van THRA oever aan monden (...) hem rondom niet (hij) scheurde
24.
en (zij) hebben gemaakt op SWLI de mantel granaatappels van lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede gevlochten
25.
en (zij) hebben gemaakt POMNI goud zuivere en (zij) gaven (tot) EPOMNIM binnen de granaatappels op SWLI de mantel rondom binnen de granaatappels
26.
keer (...) hen en Rimmon keer (...) hen en Rimmon op SWLI de mantel rondom te dienen zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
27.
en (zij) hebben gemaakt (tot) de hemd zes Mozes ARC aan Aäron en aan zonen (...) hem
28.
en (tot) de muts zes en (tot) PARI EMCBOT zes en (tot) MKNXI de tak zes gevlochten
29.
en (tot) EABNÐ zes gevlochten en lichtblauwe kleur en purper en worm van tweede Mozes (hij) heeft geborduurd zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
30.
en (zij) hebben gemaakt (tot) bloesem kroon wijd! goud zuivere en (zij) schreven op hem brief open! (...) mij zegel heiligheid aan Jahweh
31.
en (zij) gaven op hem snoer lichtblauwe kleur te geven op de muts weg van hoogte zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
32.
en (jij) kon alle (jij) hebt gewerkt residentie tent ontmoeting en (zij) hebben gemaakt bouw! Israël zoals alle die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes zo Ezau
33.
en (zij) brachten (tot) de residentie naar Mozes (tot) de tent en (tot) alle gereedschappen (...) hem QRXIW planken (...) hem grendel (...) hem en sta vast! (...) hem en liggers (...) hem
34.
en (tot) bedek(t) (jij) hebt verblind de ram (...) hen EMADMIM en (tot) bedek(t) vellen ETHSIM en (tot) voorhangsel het scherm
35.
(tot) kist (jij) hebt getuigd en (tot) takken (...) hem en (tot) het verzoendeksel
36.
(tot) de tafel (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) brood het aanzicht
37.
(tot) de armatuur (zij) heeft zich gezuiverd (tot) naar lichten licht van de orde en (tot) alle nier en (tot) olie het licht
38.
en (tot) altaar het goud en (tot) olie de zalf en (tot) wierook de medicinale kruiden en (tot) scherm opening de tent
39.
(tot) altaar het koper en (tot) MKBR het koper die als (tot) takken (...) hem en (tot) alle gereedschappen (...) hem (tot) (hij) heeft herkend en (tot) (zij) hebben genoemd
40.
(tot) gordijnen van het grondgebied (tot) sta vast! (er)naar en (tot) naar liggers en (tot) het scherm aan poort het grondgebied (tot) van resten (...) hem en naar pinnen en (tot) alle gereedschap (jij) hebt gewerkt de residentie aan tent ontmoeting
41.
(tot) bij (het) bokje ESRD te dienen bij (de) heiligheid (tot) bij (het) bokje wijd! aan Aäron de priester en (tot) bij (het) bokje zonen (...) hem aan priester
42.
zoals alle die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes zo Ezau bouw! Israël (tot) alle het feit
43.
en gezien Mozes (tot) alle het handwerk en hier is Ezau (met) haar zoals geef opdracht! Jahweh zo Ezau en (hij) zegende (met) hen Mozes

Hoofdstuk 40

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
bij (de) dag de maand (de) eerste bij één aan maand (jij) vestigde (tot) residentie tent ontmoeting
3.
en (jij) hebt geplaatst daar (tot) kist het getuigenis en hut van op de ark (tot) het voorhangsel
4.
en (jij) hebt gebracht (tot) de tafel en (jij) hebt geordend (tot) (zij) hebben geordend en (jij) hebt gebracht (tot) de armatuur en de opgang van (tot) naar lichten
5.
en zet (tot) altaar het goud aan wierook voor kist (jij) hebt getuigd en (jij) hebt geplaatst (tot) scherm de opening aan residentie
6.
en zet (tot) altaar dat wat opgaat voor opening residentie tent ontmoeting
7.
en (jij) hebt gegeven (tot) (hij) heeft herkend tussen tent ontmoeting en tussen het altaar en (jij) hebt gegeven daar water
8.
en (jij) hebt geplaatst (tot) het grondgebied rondom en (jij) hebt gegeven (tot) scherm poort het grondgebied
9.
en (jij) hebt genomen (tot) olie de zalf en (jij) hebt gezalfd (tot) de residentie en (tot) alle die bij hem en (jij) hebt geheiligd (met) hem en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (hij) is geweest heiligheid
10.
en (jij) hebt gezalfd (tot) altaar dat wat opgaat en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (jij) hebt geheiligd (tot) het altaar en (hij) is geweest het altaar heiligheid heiligheden
11.
en (jij) hebt gezalfd (tot) (hij) heeft herkend en (tot) (zij) hebben genoemd en (jij) hebt geheiligd (met) hem
12.
en (jij) hebt aangeboden (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem naar opening tent ontmoeting en (jij) hebt gewassen (met) hen bij (het) water
13.
WELBST (tot) Aäron (tot) bij (het) bokje wijd! en (jij) hebt gezalfd (met) hem en (jij) hebt geheiligd (met) hem en priester aan mij
14.
en (tot) zonen (...) hem (jij) bood aan WELBST (met) hen hemd
15.
en (jij) hebt gezalfd (met) hen zoals (jij) hebt gezalfd (tot) vaders (...) hen en priester (...) hem aan mij en (zij) is geweest er te zijn aan hen (jullie) hebben gezalfd LKENT eeuwigheid aan generaties (...) hen
16.
en (hij) heeft gemaakt Mozes zoals alle die geef opdracht! Jahweh (met) hem zo (hij) heeft gedaan
17.
en wees bij (de) maand (de) eerste in het jaar de tweede bij één aan maand EWQM de residentie
18.
en (hij) stond op Mozes (tot) de residentie en (hij) gaf (tot) liggers (...) hem en pas toe! (tot) planken (...) hem en (hij) gaf (tot) grendels (...) hem en (hij) stond op (tot) staanders (...) hem
19.
en (hij) spreidde uit (tot) de tent op de residentie en pas toe! (tot) bedek(t) de tent op hem weg van hoogte zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
20.
en (hij) nam en (hij) gaf (tot) (jij) hebt getuigd naar de ark en pas toe! (tot) de takken op de ark en (hij) gaf (tot) het verzoendeksel op de ark weg van hoogte
21.
en (hij) kwam (tot) de ark naar de residentie en pas toe! (tot) voorhangsel het scherm en (hij) goot uit op kist het getuigenis zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
22.
en (hij) gaf (tot) de tafel bij (de) tent ontmoeting op heup de residentie naar Noorden buiten aan voorhangsel
23.
en (hij) ordende op hem waarde brood voor Jahweh zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
24.
en pas toe! (tot) de armatuur bij (de) tent ontmoeting tegenover de tafel op heup de residentie (zij) heeft afgedroogd
25.
en (hij) verhief de lamp(en) voor Jahweh zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
26.
en pas toe! (tot) altaar het goud bij (de) tent ontmoeting voor het voorhangsel
27.
en (hij) rookte op hem wierook medicinale kruiden zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
28.
en pas toe! (tot) scherm de opening aan residentie
29.
en (tot) altaar dat wat opgaat daar opening residentie tent ontmoeting en (hij) verhief op hem (tot) dat wat opgaat en (tot) het geschenk zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
30.
en pas toe! (tot) (hij) heeft herkend tussen tent ontmoeting en tussen het altaar en (hij) gaf daarnaar (-s) water LRHßE
31.
en (zij) hebben gewassen (van)uit hem Mozes en Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen en (tot) voeten (...) hen
32.
bij (hij) is gekomen (...) hen naar tent ontmoeting WBQRBTM naar het altaar (zij) wasten zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
33.
en (hij) stond op (tot) het grondgebied rondom aan residentie en aan altaar en (hij) gaf (tot) scherm poort het grondgebied en (hij) heeft gekund Mozes (tot) het handwerk
34.
en (hij) bedekte de wolk (tot) tent ontmoeting en eer Jahweh (hij) is vol geweest (tot) de residentie
35.
noch (hij) heeft gekund Mozes te komen naar tent ontmoeting dat buurman op hem de wolk en eer Jahweh (hij) is vol geweest (tot) de residentie
36.
en bij (de) dat wat opgaat-en de wolk boven de residentie (zij) reisden bouw! Israël in alle tochten (...) hen
37.
en als niet (hij) verhief de wolk noch (zij) reisden tot dag dat wat opgaat (...) hem
38.
dat wolk Jahweh op de residentie dag (...) hen en vuur (jij) was nacht bij hem te bestuderen (...) mij alle huis Israël in alle tochten (...) hen