Hoofdstuk 1

1.
en wees bij dertig jaar bij (de) vierde bij vijf aan maand en ik binnen de ballingschap op rivier zoals graan (wij) deedden open (...) hem de hemel en (ik) liet zien laten zien God
2.
bij vijf aan maand zij het jaar EHMISIT in verbanning te gaan kroon! IWIKIN
3.
(hij) is geweest (hij) is geweest woord Jahweh naar IHZQAL zoon minacht! de priester bij (het) land Chaldeeën op rivier zoals graan en (zij) was op hem daar hand Jahweh
4.
en (ik) zag en hier is wind storm kom(t) vanuit het Noorden wolk grote en vuur MTLQHT en schijn als rondom en naar van midden zoals oog EHSML van midden het vuur
5.
en naar van midden gestalte vier levende (mv) en dit MRAIEN gestalte mens aan zij
6.
en vier aanzicht aan één en vier vleugels aan één aan hen
7.
en voeten (...) hen voet (zij) heeft geeffend en lepel voeten (...) hen zoals lepel voet stierkalf en blink! (...) hen zoals oog koper vervloek!
8.
en (hij) bedankte mens onder vandaan vleugels (...) hen op vier vierkanten (...) hen en aanzichten (...) hen en vleugels (...) hen aan vier (...) hen
9.
(jij) hebt je aangesloten vrouw naar naar zus vleugels (...) hen niet (zij) legden opzij bij te gaan (...) hen man naar kant aanzichten (...) hem (zij) gingen
10.
en gestalte aanzichten (...) hen aanzicht van mens en aanzicht van leeuw naar de rechterhand aan vier (...) hen en aanzicht van os van de linkerhand aan vier (...) hen en aanzicht van gier aan vier (...) hen
11.
en aanzichten (...) hen en vleugels (...) hen PRDWT weg van hoogte aan man twee HBRWT man en twee van bekleding (tot) CWITIENE
12.
en man naar kant aanzichten (...) hem (zij) gingen naar die (hij) was daarnaar (-s) de wind te gaan (zij) gingen niet (zij) legden opzij bij te gaan (...) hen
13.
en gestalte (de) levende (mv) MRAIEM KCHLI vuur bij worden wakker zoals verschijning ELPDIM zij wandel(t) rond tussen (de) levende (mv) en schijn aan vuur en vanuit het vuur (hij) werd tevoorschijn gehaald flits
14.
en (de) levende (mv) RßWA en terugkeren zoals verschijning EBZQ
15.
en (ik) zag (de) levende (mv) en hier is wiel één bij (het) land naast (de) levende (mv) aan vier aanzichten (...) hem
16.
verschijning de wielen en daden (...) hen zoals oog Tharsis en gestalte één aan vier (...) hen WMRAIEM en daden (...) hen zoals (hij) was de wiel binnen de wiel
17.
op vier vierkanten (...) hen bij te gaan (...) hen (zij) gingen niet (zij) legden opzij bij te gaan (...) hen
18.
WCBIEN en hoogte aan hen en vrees aan hen en hoogtes (...) hen (jij) bent vol geweest ogen rondom aan vier (...) hen
19.
WBLKT (de) levende (mv) (zij) gingen de wielen AßLM WBENSA (de) levende (mv) boven het land INSAW de wielen
20.
op die (hij) was daar de wind te gaan (zij) gingen daarnaar (-s) de wind te gaan en de wielen INSAW LOMTM dat wind het dier bij (de) wielen
21.
bij te gaan (...) hen (zij) gingen WBOMDM (zij) stondden vast WBENSAM boven het land INSAW de wielen LOMTM dat wind het dier bij (de) wielen
22.
en gestalte op hoofden van het dier uitspansel zoals oog het ijs (de) ontzagwekkende uitgestrekte op hoofden (...) hen weg van hoogte
23.
en in de plaats van het uitspansel vleugels (...) hen rechte (mv) vrouw naar naar zus aan man twee van bekleding aan zij en aan man twee van bekleding aan zij (tot) CWITIEM
24.
en (ik) hoorde toe (tot) klank vleugels (...) hen zoals klank water twisten zoals klank Sjadai bij te gaan (...) hen klank het woord zoals klank kamp bij sta vast! (...) hen (jullie) lieten los vleugels (...) hen
25.
en wees klank boven aan uitspansel die op hoofd (...) hen bij sta vast! (...) hen (jullie) lieten los vleugels (...) hen
26.
en boven aan uitspansel die op hoofd (...) hen zoals verschijning steen saffier gestalte stoel en op gestalte de stoel gestalte zoals verschijning mens op hem weg van hoogte
27.
en (ik) zag zoals oog HSML zoals verschijning vuur huis aan haar rondom van verschijning lendenen (...) hem en aan hoogte en van verschijning lendenen (...) hem en aan stam (ik) heb gezien zoals verschijning vuur en schijn als rondom
28.
zoals verschijning de boog die (hij) was bij (de) wolk bij (de) dag (is het zo) dat nader! (...) hen zo verschijning de schijn rondom hij verschijning gestalte eer Jahweh en (ik) liet zien en donkere op aanzicht van en (ik) hoorde toe klank woestijn

Hoofdstuk 2

1.
en (hij) sprak naar mij zoon mens sta vast! op voeten (...) jou en (ik) sprak (met) jou
2.
en (zij) kwam bij mij wind zoals woord naar mij en (jij) stond vast (...) mij op voeten van en (ik) hoorde toe (tot) woestijn naar mij
3.
en (hij) sprak naar mij zoon mens zend(t) ik jou naar bouw! Israël naar volken (is het zo) dat worden naar beneden gehaald die (zij) zijn in opstand gekomen bij mij deze (mv) en vaders (...) hen (zij) hebben misdreven bij mij tot bot vandaag deze
4.
en de zonen word hard! aanzicht en versterk! hart ik zend(t) jou naar hen en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh
5.
en deze (mv) als (zij) hoorden toe en als (zij) hieldden op dat huis verzet deze (mv) en (zij) hebben geweten dat profeet (hij) is geweest bij (het) midden (...) hen
6.
en (met) haar zoon mens naar (je) zult vrezen (van)uit hen en woestijnen (...) hen naar (je) zult vrezen dat weiger! (...) hen WXLWNIM jou en naar OQRBIM (met) haar bewoner woestijnen (...) hen naar (je) zult vrezen en van aanzichten (...) hen naar in de plaats van dat huis verzet deze (mv)
7.
en woord van (tot) spreek! naar hen als (zij) hoorden toe en als (zij) hieldden op dat verzet deze (mv)
8.
en (met) haar zoon mens nieuws (tot) die ik woestijn naar jou naar (zij) was verzet (jij) bent uitgegaan verbitter! (hij) heeft geopend monden (...) jou en eten (tot) die ik (hij) heeft gegeven naar jou
9.
en (ik) liet zien en hier is hand zend! (er)naar naar mij en hier is bij hem perkament van boek
10.
en (hij) spreidde uit haar voor en zij geschreven aanzicht en achterzijde en geschreven vetstaart buizen en (hij) heeft uitgesproken en ben er!

Hoofdstuk 3

1.
en (hij) sprak naar mij zoon mens (tot) die (jij) vond eten eten (tot) de perkament (de) deze en aan jou woord naar huis Israël
2.
en (ik) deed open (tot) mond van en (hij) voedde (...) mij (tot) de perkament (de) deze
3.
en (hij) sprak naar mij zoon mens buik (...) jou (jij) at en ingewanden (...) jou (jij) was vol (tot) de perkament (de) deze die ik (hij) heeft gegeven naar jou en (zij) heeft gegeten en (zij) was bij (de) mond van zoals honing aan zoete
4.
en (hij) sprak naar mij zoon mens aan jou (hij) is gekomen naar huis Israël en woord van bij spreek! naar hen
5.
dat niet naar met ben diep! oever en ben zwaar! tong (met) haar zend! naar huis Israël
6.
niet naar volkeren twisten ben diep! oever en ben zwaar! tong die niet (jij) hoorde toe woorden (...) hen als niet naar hen (ik) heb gezonden (...) jou deze (mv) (zij) hoorden toe naar jou
7.
en huis Israël niet (zij) wensten aan nieuws naar jou dat zij zijn (er) niet vader (...) hen aan nieuws naar mij dat alle huis Israël versterk! MßH en word hard! hart deze (mv)
8.
hier is (ik) heb gegeven (tot) aanzichten (...) jou krachten tegenover aanzichten (...) hen en (tot) MßHK kracht tegenover MßHM
9.
zoals doorn kracht van smalle (ik) heb gegeven MßHK niet (je) zult vrezen hen noch in de plaats van van aanzichten (...) hen dat huis verzet deze (mv)
10.
en (hij) sprak naar mij zoon mens (tot) alle spreek! die (ik) sprak naar jou neem! bij (het) hart (...) jou en bij (de) oren (...) jou nieuws
11.
en aan jou (hij) is gekomen naar de ballingschap naar bouw! met jou en woord van naar hen en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh als (zij) hoorden toe en als (zij) hieldden op
12.
en (jij) droeg (...) mij wind en (ik) hoorde toe na klank lawaai grote gezegende eer Jahweh van plaats (...) hem
13.
en klank vleugels van (de) levende (mv) MSIQWT vrouw naar naar zus en klank de wielen LOMTM en klank lawaai grote
14.
en wind (jullie) hebben gedragen (...) mij en (jij) nam (...) mij en (ik) ging bittere bij (de) leren zak wind (...) mij en hand Jahweh op mij (zij) is sterk geworden
15.
en (ik) kwam naar de ballingschap TL lente de inwoners naar rivier zoals graan en die deze (mv) wonen daar en (ik) woonde daar zeven dagen van hemel bij (het) midden (...) hen
16.
en wees van einde zeven dagen en wees woord Jahweh naar mij te spreken
17.
zoon mens wachter (ik) heb gegeven (...) jou aan huis Israël en (jij) hebt toegehoord van mond van woord en (jij) hebt gewaarschuwd hen (van)uit mij
18.
bij (de) Amoriet aan slechte dood (jij) stierf noch (jij) hebt gewaarschuwd (...) hem noch woord van te waarschuwen slechte van weg (...) hem de zonde te leven (...) hem hij slechte bij (de) misdaad (...) hem (hij) stierf en (zij) hebben geleken van hand (...) jou (ik) zocht
19.
en (met) haar dat (jij) hebt gewaarschuwd slechte noch woon! van slechtheid (...) hem en van weg (...) hem de zonde hij bij (de) misdaad (...) hem (hij) stierf en (met) haar (tot) ziel (...) jou (jij) hebt gered
20.
en bij (het) terugkeren rechtvaardige om gelijk te hebben (...) hem en (hij) heeft gedaan onrecht en (ik) heb gegeven om te struikelen voor hem hij (hij) stierf dat niet (jij) hebt gewaarschuwd (...) hem bij (de) zonde (...) hem (hij) stierf noch (zij) herinnerde zich (...) hen weldadigheid (...) hem die (hij) heeft gedaan en (zij) hebben geleken van hand (...) jou (ik) zocht
21.
en (met) haar dat (jij) hebt gewaarschuwd (...) hem rechtvaardige opdat niet zondaar rechtvaardige en hij niet zondaar (zij) hebben geleefd (hij) leefde dat (hij) is gewaarschuwd en (met) haar (tot) ziel (...) jou (jij) hebt gered
22.
en (zij) was op mij daar hand Jahweh en (hij) sprak naar mij sta op! ga weg! naar EBQOE en naam [van] (ik) sprak jou
23.
en (ik) wraakte en (ik) ging uit naar EBQOE en hier is daar eer Jahweh sta vast! zoals eer die (ik) heb gezien op rivier zoals graan en donkere op aanzicht van
24.
en (zij) kwam bij mij wind en (jij) stond vast (...) mij op voeten van en (hij) sprak (met) mij en (hij) sprak naar mij (hij) is gekomen breng in quarantaine! binnen huis (...) jou
25.
en (met) haar zoon mens hier is (zij) hebben gegeven op jou OBWTIM en (zij) hebben gevangen genomen (...) jou bij hen noch (jij) ging uit bij (het) midden (...) hen
26.
en tong (...) jou ADBIQ naar verhemelte (...) jou WNALMT noch (jij) was aan hen aan man terechtwijzende dat huis verzet deze (mv)
27.
en bij (de) woorden van jou (ik) deed open (tot) monden (...) jou en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh laat horen! (hij) hoorde toe WEHDL (hij) hield op dat huis verzet deze (mv)

Hoofdstuk 4

1.
en (met) haar zoon mens neem! aan jou witte en zet haar voor jou en grondwetten op haar stad (tot) Jeruzalem
2.
en zet op haar belegering en (jij) hebt gebouwd op haar schans en (jij) hebt gestort op haar (zij) heeft gebaand en zet op haar om te legeren en plaats! op haar lammeren rondom
3.
en (met) haar neem! aan jou MHBT ijzer en zet haar muur ijzer tussen jou en tussen (hij) heeft opgemerkt WEKINTE (tot) aanzichten (...) jou vetstaart en (zij) is geweest bij (de) belegering en ellende van op haar letter zij aan huis Israël
4.
en (met) haar lig neer! op kant (...) jou (de) linkse en (jij) hebt geplaatst (tot) vijandige huis Israël op hem getal de dagen die (jij) lag neer op hem (jij) droeg (tot) misdaad (...) hen
5.
en ik (ik) heb gegeven aan jou (tot) tweede misdaad (...) hen aan getal dagen drie honderd en negentig dag en (jij) hebt gedragen vijandige huis Israël
6.
en (jij) bent geëindigd (tot) deze en (jij) hebt gelegen op kant (...) jou de rechterhanden van ten tweede en (jij) hebt gedragen (tot) vijandige huis Juda veertig dag dag aan jaar dag aan jaar (ik) heb gegeven (...) hem aan jou
7.
en naar belegering Jeruzalem (jij) bereidde voor aanzichten (...) jou en nakomelingen (...) jou HSWPE en (jij) hebt geprofeteerd op haar
8.
en hier is (ik) heb gegeven op jou OBWTIM noch (zij) keerde om vesting (...) jou naar kant (...) jou tot KLWTK dagen van van behoefte
9.
en (met) haar neem! aan jou HÐIN en poorten WPWL WODSIM WDHN WKXMIM en zet hen bij (het) gereedschap één en (jij) hebt gedaan hen aan jou aan brood getal de dagen die (met) haar lig(t) op kant (...) jou drie honderd en negentig dag (jij) at (...) ons
10.
en voedsel (...) jou die (jij) at (...) ons bij om te wegen twintig munt aan dag van tijd tot tijd (jij) at (...) ons
11.
en water BMSWRE (jij) dronk dat leg! (is het zo) dat ben er! (...) hen van tijd tot tijd (jij) dronk
12.
en (jij) hebt cirkel getrokken dat worden wakker (jullie) aten en zij bij draaie! uit te gaan de mens (zij) trok cirkel (...) haar aan ogen (...) hen
13.
en (hij) sprak Jahweh zodoende (zij) aten bouw! Israël (tot) brood (...) hen onreine bij (de) volken die ADIHM daar
14.
en woord ach liggers van Jahweh hier is ziel (...) mij niet van onreinheid en kadaver en (zij) heeft verscheurd niet (ik) heb gegeten om uit te schudden (...) mij en tot nu noch (hij) is gekomen bij (de) mond van vlees PCWL
15.
en (hij) sprak naar mij (hij) heeft gezien (ik) heb gegeven aan jou (tot) ßPWOI het rundvee in de plaats van draaie! de mens en (jij) hebt gedaan (tot) brood (...) jou op hen
16.
en (hij) sprak naar mij zoon mens hier ben ik (hij) heeft gebroken stam brood bij Jeruzalem en (zij) hebben gegeten brood bij (het) gewicht WBDACE en water BMSWRE WBSMMWN (zij) dronken
17.
opdat (zij) ontbraken brood en water en (zij) hebben geademd man en broers (...) hem WNMQW bij (de) misdaad (...) hen

Hoofdstuk 5

1.
en (met) haar zoon mens neem! aan jou zwaard scherpe (zij) legde bloot ECLBIM (jij) nam (...) haar aan jou en (jij) hebt overgebracht op hoofd (...) jou en op baard (...) jou en (jij) hebt genomen aan jou van oren van gewicht en percelen (...) hen
2.
derde bij (het) licht TBOIR binnen (hij) heeft opgemerkt als (jij) bent vol geweest dagen van de belegering en (jij) hebt genomen (tot) het derde (jij) sloeg bij (het) zwaard XBIBWTIE en het derde (jij) strooide uit aan wind en zwaard ARIQ na hen
3.
en (jij) hebt genomen van daar een beetje bij (het) getal en ellende van hen bij (de) vleugels (...) jou
4.
en (van)uit hen nog (eens) (jij) nam en (jij) hebt afgeworpen hen naar midden het vuur en (jij) hebt verbrand (met) hen (hij) is verrot (van)uit hem (jij) ging uit vuur naar alle huis Israël
5.
zo woord liggers van Jahweh deze Jeruzalem binnen de volken (ik) heb geplaatst (er)naar WXBIBWTIE landen
6.
en dadel (tot) rechtsregels van aan zonde vanuit de volken en (tot) grondwetten (...) mij vanuit de landen die XBIBWTIE dat bij (de) rechtsregels van (zij) hebben verafschuwd en grondwetten (...) mij niet (zij) zijn gegaan bij hen
7.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens het manna (...) jullie vanuit de volken die omgevingen (...) jullie bij (de) grondwetten (...) mij niet (jullie) zijn gegaan en (tot) rechtsregels van niet (jullie) hebben gedaan WKMSPÐI de volken die omgevingen (...) jullie niet (jullie) hebben gedaan
8.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik op jou ook ik en (ik) heb gedaan bij (het) midden (...) jou rechtsregels te bestuderen (...) mij de volken
9.
en (ik) heb gedaan bij jou (tot) die niet (ik) heb gedaan en (tot) die niet (ik) werd gedaan zoiets (...) hem nog (eens) wegens alle (ik) ben verafschuwd (...) jou
10.
daarom vaders (zij) aten zonen bij (het) midden (...) jou en zonen (zij) aten vaders (...) hen en (ik) heb gedaan bij jou rechters en (ik) heb uitgestrooid (tot) alle rest (...) jou aan alle wind
11.
daarom levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als niet wegens (tot) heilig(t) (...) mij (jij) hebt onrein verklaard in alle afgoden (...) jou en in alle (ik) ben verafschuwd (...) jou en ook ik (ik) verminderde noch (jij) had medelijden bestudeer! en ook ik niet (ik) had medelijden
12.
SLSTIK bij (het) woord (zij) stierven en bij (de) honger (zij) hebben gekund bij (het) midden (...) jou en het derde bij (het) zwaard (zij) vielen omgevingen (...) jou WESLISIT aan alle wind (ik) strooide uit en zwaard ARIQ na hen
13.
en schoondochter neuzen van WENHWTI leren zak-en van in hen WENHMTI en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh woord (...) mij bij (ik) ben jaloers geweest bij (de) schoondochters (...) mij leren zak-en van in hen
14.
en (ik) zal geven (...) jou aan droog land en aan schande bij (de) volken die omgevingen (...) jou te bestuderen (...) mij alle ga(a)(t) voorbij
15.
en (zij) is geweest schande WCDWPE zedeles en van haar naam aan volken die omgevingen (...) jou bij te doen (...) mij bij jou rechters bij (de) neus en bij (de) woede WBTKHWT woede ik Jahweh woord (...) mij
16.
bij zend weg! (tot) halve de honger de kwaden bij hen die (zij) zijn geweest aan vernieler die (ik) zond weg hen te bederven (...) jullie en honger Asaf op jullie en (ik) heb gebroken aan jullie stam brood
17.
en (ik) heb gezonden op jullie honger en dier herder en verstand (...) jou en woord en bloed (hij) ging voorbij bij jou en zwaard Abia op jou ik Jahweh woord (...) mij

Hoofdstuk 6

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar zie hier! Israël en profeteer! naar hen
3.
en (jij) hebt gesproken zie hier! Israël (zij) hebben toegehoord woord liggers van Jahweh zo woord liggers van Jahweh op te tillen en aan heuvels aan beddingen WLCIAWT hier ben ik ik breng(t) op jullie zwaard en (ik) ben verloren gegaan verhogingen (...) jullie
4.
en (zij) hebben geademd altaren (...) jullie en (wij) braken (...) hem HMNIKM en (ik) heb laten vallen doden (...) jullie voor verdraaiingen (...) jullie
5.
en (ik) heb gegeven (tot) blijf achter! bouw! Israël voor verdraaiingen (...) hen en (ik) heb uitgestrooid (tot) botten (...) jullie omgevingen altaren (...) jullie
6.
in alle nederzettingen (...) jullie de steden (zij) werd vernield (...) haar en de verhogingen (jullie) pasten toe opdat (zij) werden vernield en (zij) maakten zich schuldig altaren (...) jullie en (wij) braken (...) hem en (jij) hebt geblazen (...) hem verdraaiingen (...) jullie WNCDOW HMNIKM WNMHW daden (...) jullie
7.
en ga neer! dode bij (het) midden (...) jullie en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
8.
WEWTRTI toen (hij) was aan jullie vluchtelingen van zwaard bij (de) volken BEZRWTIKM bij (de) landen
9.
en (zij) hebben zich herinnerd vluchtelingen (...) jullie mij bij (de) volken die (zij) hebben geblazen daar die NSBRTI (tot) hart (...) hen (is het zo) dat hoereer(t) die (hij) is afgeweken ontvreemd! en (tot) ogen (...) hen de hoererij na verdraaiingen (...) hen WNQÐW bij (de) aanzichten (...) hen naar de medemensen die Ezau aan alle TWOBTIEM
10.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh niet naar gratis woord (...) mij te doen aan hen de herder (de) deze
11.
zo woord liggers van Jahweh (hij) heeft geslagen bij (de) lepel (...) jou WRQO bij (de) voet (...) jou en woord broer naar alle gruwelijkheid medemensen huis Israël die bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord (zij) vielen
12.
de afstand bij (het) woord (hij) stierf en de verwant bij (het) zwaard (hij) viel en de geblevene WENßWR bij (de) honger (hij) stierf en (ik) ben geëindigd leren zak-en van in hen
13.
en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh toen (hij) was doden (...) hen binnen verdraaiingen (...) hen omgevingen MZBHWTIEM naar alle heuvel wormen in alle hoofden van naar de heuvels en in de plaats van alle boom frisse en in de plaats van alle deze wolk (...) haar plaats die (zij) hebben gegeven daar geur aangename aan alle verdraaiingen (...) hen
14.
en (ik) ben genegen (tot) handen van op hen en (ik) heb gegeven (tot) het land wildernis en van haar naam van woestijn DBLTE in alle MWSBWTIEM en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 7

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
en (met) haar zoon mens zo woord liggers van Jahweh aan aarde van Israël eind (hij) is gekomen word wakker! op vier KNPWT het land
3.
nu word wakker! op jou en (ik) heb gezonden neuzen van bij jou en (ik) heb berecht (...) jou zoals wegen (...) jou en (ik) heb gegeven op jou (tot) alle gruwelen (...) jou
4.
noch (jij) had medelijden bestudeer! op jou noch (ik) had medelijden dat wegen (...) jou op jou (met) hen en gruwelen (...) jou bij (het) midden (...) jou (jij) was (...) hen en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
5.
zo woord liggers van Jahweh herder één herder hier is kom(t)
6.
eind (hij) is gekomen (hij) is gekomen word wakker! (hij) is wakker geworden naar jou hier is kom(t)
7.
kom(t) EßPIRE naar jou bewoner het land (hij) is gekomen de tijd verwant vandaag MEWME noch ED (hij) heeft opgetild
8.
nu om nader te komen (ik) stortte leren zak-en van op jou en (ik) ben geëindigd neuzen van bij jou en (ik) heb berecht (...) jou zoals wegen (...) jou en (ik) heb gegeven op jou (tot) alle gruwelen (...) jou
9.
noch (jij) had medelijden bestudeer! noch (ik) had medelijden zoals wegen (...) jou op jou (met) hen en gruwelen (...) jou bij (het) midden (...) jou (jij) was (...) hen en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh geslagen
10.
hier is vandaag hier is kom(t) (zij) is uitgegaan (is het zo) dat Zippora ßß de stam bloem de trots
11.
de roof (hij) is opgestaan aan stam slechte niet (van)uit hen noch van menigte (...) hen noch MEMEM noch NE bij hen
12.
(hij) is gekomen de tijd (hij) is toegekomen vandaag (is het zo) dat koop(t) naar (hij) maakte blij en de verkoop naar (hij) rouwde dat woede naar alle (is het zo) dat bedrieg(t)
13.
dat de verkoop naar EMMKR niet (hij) blies en nog (eens) bij (de) leven dieren (...) hen dat visioen naar alle (is het zo) dat bedrieg(t) niet (hij) blies en man bij (de) misdaad (...) hem dier (...) hem niet (zij) werden sterker
14.
(zij) hebben geblazen bij Tekoa en (hij) heeft voorbereid (de) alle en (er is) niet beweging aan strijd dat woede (...) mij naar alle (is het zo) dat bedrieg(t)
15.
het zwaard bij (de) straat en het woord en de honger van huis die bij (het) veld bij (het) zwaard (hij) stierf en die bij (de) stad honger en woord (hij) at (...) ons
16.
WPLÐW vluchtelingen (...) hen en (zij) zijn geweest naar naar de heuvels zoals doffers van ECAIWT allemaal de dood man bij (de) misdaad (...) hem
17.
alle de handen (jullie) lieten los en alle zegen! (...) hen (jullie) gingen water
18.
en (zij) hebben omgord dat (hij) heeft gehandhaafd en (zij) heeft bedekt hen PLßWT en naar alle aanzicht schande en in alle hoofden (...) hen naar ijs
19.
zilver (...) hen bij (de) straten (zij) wierpen af en goud (...) hen aan afzondering (hij) was zilver (...) hen en goud (...) hen niet (hij) zal kunnen te redden (...) hen bij (de) dag (jij) bent voorbijgegaan Jahweh ziel (...) hen niet (zij) waren verzadigd WMOIEM niet (zij) waren vol dat om te struikelen misdaad (...) hen (hij) is geweest
20.
en pracht getuigen (...) hem LCAWN haar naam (...) hem en beelden van (jullie) zijn verafschuwd afgoden (...) hen Ezau bij hem op zo (ik) heb gegeven (...) hem aan hen aan afzondering
21.
en (ik) heb gegeven (...) hem bij (de) hand de kransen aan minachting en aan slechtheden van het land te ontnemen en ontheiligt! (er)naar
22.
WEXBWTI aanzicht van (van)uit hen en ontheiligt! (tot) Noorden (...) mij en (zij) zijn gekomen bij haar PRIßIM en ontheiligt! (er)naar
23.
(hij) heeft gedaan ERTWQ dat het land (zij) is vol geweest rechtsregel kosten en (hij) heeft opgemerkt (zij) is vol geweest roof
24.
en (ik) heb gebracht achtervolg! volken en (zij) hebben veroverd (tot) huizen (...) hen en (ik) heb teruggegeven (zij) hebben zich verheven (...) hen geiten en (zij) hebben verworven van heiligheden (...) hen
25.
QPDE (hij) is gekomen en zoekt! vrede en (er is) niet
26.
verderf op verderf (jij) kwam en (zij) heeft toegehoord naar hoor toe! (er)naar (jij) was en zoekt! visioen van profeet en Wetboek (jij) ging verloren van priester en advies van baarden
27.
kroon! (hij) rouwde en vorst (hij) bekleedde zich wildernis en handen van met het land TBELNE van generatie (...) jullie (ik) werd gedaan (met) hen en bij (de) rechtsregels (...) hen ASPÐM en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 8

1.
en wees in het jaar ESSIT bij (de) zesde bij vijf aan maand ik bewoner bij (de) huis-en van en ben oud! Juda wonen voor en (zij) viel op mij daar hand liggers van Jahweh
2.
en (ik) liet zien en hier is gestalte zoals verschijning vuur van verschijning lendenen (...) hem en aan stam vuur en van lendenen (...) hem en aan hoogte zoals verschijning ZER zoals oog EHSMLE
3.
en (hij) zond weg model hand en (hij) nam (...) mij BßIßT hoofden van en (jij) droeg (met) mij wind tussen het land en tussen de hemel en (zij) kwam (met) mij naar Jeruzalem bij laten zien God naar opening poort (de) binnenste (is het zo) dat wend(t) zich naar Noorden die daar zetel XML de jaloezie het bezit
4.
en hier is daar eer mijn God Israël zoals verschijning die (ik) heb gezien BBQOE
5.
en (hij) sprak naar mij zoon mens draag! toch ogen (...) jou weg naar Noorden en (ik) droeg bestudeer! weg naar Noorden en hier is van Noorden aan poort het altaar XML de jaloezie deze bij kom(t)
6.
en (hij) sprak naar mij zoon mens (hij) heeft laten zien (met) haar (van)uit hen maak! (...) hen gruwelijkheid groeiende (mv) die huis Israël maak! (...) hen mond naar aan afstand boven heilig(t) (...) mij en nog (eens) (jij) blies (jij) liet zien gruwelijkheid groeiende (mv)
7.
en (hij) kwam (met) mij naar opening het grondgebied en (ik) liet zien en hier is (hij) is bleek geworden één bij (de) muur
8.
en (hij) sprak naar mij zoon mens HTR toch bij (de) muur WAHTR bij (de) muur en hier is opening één
9.
en (hij) sprak naar mij (hij) is gekomen en (hij) heeft gezien (tot) de gruwelijkheid de medemensen die zij maak! (...) hen mond
10.
en (ik) kwam en (ik) liet zien en hier is alle model kruipend gedierte en vee verafschuw! en alle verdraaiingen van huis Israël van grondwet op de muur rondom rondom
11.
en zeventig man van baarden van huis Israël WIAZNIEW zoon klipdas sta vast! bij (het) midden (...) hen staanders voor hen en man rook(t) (...) hem bij (hij) bedankte en (hij) heeft gebeden wolk (jij) hebt laten roken blad
12.
en (hij) sprak naar mij (jij) hebt laten zien zoon mens die ben oud! huis Israël maak! (...) hen bij (de) duisternis man bij dring binnen! MSKITW dat woorden (er is) niet Jahweh (hij) heeft gezien (met) ons (hij) heeft verlaten Jahweh (tot) het land
13.
en (hij) sprak naar mij nog (eens) (jij) blies (jij) liet zien gruwelijkheid groeiende (mv) die deze (mv) maak! (...) hen
14.
en (hij) kwam (met) mij naar opening poort huis Jahweh die naar naar het Noorden en hier is daar (is het zo) dat worden verlaten (hij) rustte om te wenen (tot) ETMWZ
15.
en (hij) sprak naar mij (jij) hebt laten zien zoon mens nog (eens) (jij) blies (jij) liet zien gruwelijkheid groeiende (mv) van deze
16.
en (hij) kwam (met) mij naar grondgebied huis Jahweh (de) binnenste en hier is opening paleis Jahweh tussen (is het zo) dat maar en tussen het altaar zoals rijkdommen en vijf man na hen naar paleis Jahweh en aanzichten (...) hen (zij) is voorgegaan en deze (mv) buig(t) zich diep (...) hen (zij) is voorgegaan aan zon
17.
en (hij) sprak naar mij (jij) hebt laten zien zoon mens (is het zo) dat (wij) verlichtten aan huis Juda om te doen (tot) de gruwelijkheid die Ezau mond dat (zij) zijn vol geweest (tot) het land roof en (zij) hebben gewoond boos te maken (...) mij en hier zijn zij wapens (tot) EZMWRE naar neus (...) hen
18.
en ook ik (ik) werd gedaan bij (de) woede niet (jij) had medelijden bestudeer! noch AHML en (zij) hebben genoemd bij (de) oren van klank grote noch (ik) hoorde toe hen

Hoofdstuk 9

1.
en (hij) noemde bij (de) oren van klank grote te spreken (zij) hebben nader gebracht PQDWT (hij) heeft opgemerkt en man gereedschap zalf (...) hem bij (hij) bedankte
2.
en hier is zes mensen komen van weg poort (de) hoogste die van hoek naar Noorden en man gereedschap MPßW bij (hij) bedankte en man één bij (het) midden (...) hen (hij) heeft zich bekleed takken WQXT het boek bij (de) lendenen (...) hem en voert in! en (zij) stondden vast naast altaar het koper
3.
en eer mijn God Israël (wij) verhieven boven de beeld van meerderheid die (hij) is geweest op hem naar drempel het huis en (hij) noemde naar de man (is het zo) dat (hij) heeft zich bekleed de takken die QXT het boek bij (de) lendenen (...) hem
4.
en (hij) sprak Jahweh macht (...) hem kant binnen (hij) heeft opgemerkt binnen Jeruzalem WETWIT TW op MßHWT de mensen ENANHIM WENANQIM op alle de gruwelijkheid ENOSWT naar bij (het) midden
5.
en naar aan macht woord bij (de) oren van (zij) zijn voorbijgegaan bij (de) stad na hem en (zij) hebben geslagen op (zij) had medelijden ogen (...) jullie en naar (jullie) hadden medelijden
6.
baard jongeman en maagd en kleine kinderen en worden verlaten (jullie) doodden aan vernieler en op alle man die op hem ETW naar (jullie) naderden WMMQDSI (jullie) begonen te en (zij) begonen te bij (de) mensen de baarden die voor het huis
7.
en (hij) sprak naar hen verklaart onrein! (tot) het huis en (zij) zijn vol geweest (tot) de grondgebieden doden ga(a)t uit! en voert uit! en (zij) hebben geslagen bij (de) stad
8.
en wees KEKWTM WNASAR ik en duisternis op aanzicht van WAZOQ en woord ach liggers van Jahweh de vernieler (met) haar (tot) alle rest Israël bij (de) monding (...) jou (tot) leren zak (...) jou op Jeruzalem
9.
en (hij) sprak naar mij vijandige huis Israël en Juda grote bij (de) zeer zeer en (jij) was vol het land kosten en (hij) heeft opgemerkt (zij) is vol geweest stam dat (zij) hebben gesproken (hij) heeft verlaten Jahweh (tot) het land en (er is) niet Jahweh (hij) heeft gezien
10.
en ook ik niet (jij) had medelijden bestudeer! noch AHML generatie (...) jullie bij (het) hoofd (...) hen (ik) heb gegeven
11.
en hier is de man (hij) heeft zich bekleed de takken die EQXT bij (de) lendenen (...) hem geef(t) terug woord te spreken (ik) heb gedaan zoals (jullie) hebben opdracht gegeven (...) mij

Hoofdstuk 10

1.
en (ik) liet zien en hier is naar het uitspansel die op hoofd de beelden van meerderheid zoals steen saffier zoals verschijning gestalte stoel (wij) lieten zien op hen
2.
en (hij) sprak naar de man (hij) heeft zich bekleed de takken en (hij) sprak (hij) is gekomen naar verstand-en aan Gilgal naar in de plaats van aan beeld van meerderheid en (hij) is vol geweest HPNIK CHLI vuur begrijpen aan beelden van meerderheid en (hij) heeft gegooid op (hij) heeft opgemerkt en (hij) kwam te bestuderen (...) mij
3.
en de beelden van meerderheid staanders van rechterhand aan huis bij (het) komen de man en de wolk (hij) is vol geweest (tot) het grondgebied (de) binnenste
4.
en (hij) was hoog eer Jahweh boven de beeld van meerderheid op drempel het huis en (hij) was vol het huis (tot) de wolk en het grondgebied (zij) is vol geweest (tot) schijn eer Jahweh
5.
en klank vleugels van de beelden van meerderheid (wij) hoorden toe tot het grondgebied EHIßNE zoals klank naar Sjadai bij spreekt!
6.
en wees BßWTW (tot) de man (hij) heeft zich bekleed de takken te spreken neem! vuur begrijpen aan Gilgal begrijpen aan beelden van meerderheid en (hij) kwam en (hij) stond vast naast de wiel
7.
en (hij) zond weg de beeld van meerderheid (tot) (hij) bedankte begrijpen aan beelden van meerderheid naar het vuur die verstand-en de beelden van meerderheid en (hij) droeg en (hij) gaf naar Hofni (hij) heeft zich bekleed de takken en (hij) nam en uitgaande
8.
en gezien aan beelden van meerderheid model hand mens in de plaats van vleugels (...) hen
9.
en (ik) liet zien en hier is vier wielen naast de beelden van meerderheid wiel één naast de beeld van meerderheid één en wiel één naast de beeld van meerderheid één en verschijning de wielen zoals oog steen Tharsis
10.
WMRAIEM gestalte één aan vier (...) hen zoals (hij) was de wiel binnen de wiel
11.
bij te gaan (...) hen naar vier vierkanten (...) hen (zij) gingen niet (zij) legden opzij bij te gaan (...) hen dat de plaats die Jefunne het hoofd na hem (zij) gingen niet (zij) legden opzij bij te gaan (...) hen
12.
en alle vlees (...) hen en hoogte (...) hen en handen (...) hen en vleugels (...) hen en de wielen ben vol! (...) hen ogen rondom aan vier (...) hen wielen (...) hen
13.
aan wielen aan hen noem(t) de Gilgal bij (de) oren van
14.
en vier aanzicht aan één aanzicht van de één aanzicht van de beeld van meerderheid en aanzicht van (de) tweede aanzicht van mens en (de) derde aanzicht van leeuw en (de) vierde aanzicht van gier
15.
en (hij) was hoog (...) hem de beelden van meerderheid zij het dier die (ik) heb gezien bij (de) rivier zoals graan
16.
WBLKT de beelden van meerderheid (zij) gingen de wielen AßLM WBSAT de beelden van meerderheid (tot) vleugels (...) hen hoog te zijn boven het land niet (zij) legden opzij de wielen ook zij MAßLM
17.
bij sta vast! (...) hen (zij) stondden vast en bij (de) hoogte (...) hen (zij) waren hoog hen dat wind het dier bij hen
18.
en uitgaande eer Jahweh boven drempel het huis en (hij) stond vast op de beelden van meerderheid
19.
en (zij) droegen de beelden van meerderheid (tot) vleugels (...) hen en (zij) waren hoog vanuit het land te bestuderen (...) mij bij uit te gaan (...) hen en de wielen LOMTM en (hij) stond vast opening poort huis Jahweh (is het zo) dat (zij) zijn voorgegaan (...) mij en eer mijn God Israël op hen weg van hoogte
20.
zij het dier die (ik) heb gezien in de plaats van mijn God Israël bij (de) rivier zoals graan en (ik) wist dat als zijn veel deze (mv)
21.
vier vier aanzicht aan één en vier vleugels aan één en gestalte handen van mens in de plaats van vleugels (...) hen
22.
en gestalte aanzichten (...) hen deze (mv) het aanzicht die (ik) heb gezien op rivier zoals graan MRAIEM en hen man naar kant aanzichten (...) hem (zij) gingen

Hoofdstuk 11

1.
en (jij) droeg (met) mij wind en (zij) kwam (met) mij naar poort huis Jahweh (is het zo) dat (zij) zijn voorgegaan (...) mij (is het zo) dat wend(t) zich naar Oosten en hier is bij (de) opening de poort twintig en vijf man en (ik) liet zien bij (het) midden (...) hen (tot) IAZNIE zoon hulp en (tot) PLÐIEW zoon Benaja Sarai het volk
2.
en (hij) sprak naar mij zoon mens deze de mensen (is het zo) dat bereken! (...) hen kracht en de adviezen raad kwaad bij (de) stad (de) deze
3.
de woorden niet bij (de) verwant dochters huizen zij (hij) heeft verwijderd en wij het vlees
4.
daarom profeteer! op hen profeteer! zoon mens
5.
en (zij) viel op mij wind Jahweh en (hij) sprak naar mij woord zo woord Jahweh zo (jullie) hebben gesproken huis Israël en om op te gaan wind (...) jullie ik (ik) heb geweten (er)naar
6.
(jullie) hebben vermeerderd doden (...) jullie bij (de) stad (de) deze en (jullie) zijn vol geweest naar straten dode
7.
daarom zo woord liggers van Jahweh doden (...) jullie die (jullie) hebben geplaatst naar bij (het) midden deze (mv) het vlees en zij (hij) heeft verwijderd en (met) jullie (hij) heeft tevoorschijn gehaald naar van midden
8.
zwaard (jullie) hebben gevreesd en zwaard Abia op jullie (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
9.
en (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie naar van midden en (ik) heb gegeven (met) jullie bij (de) hand kransen en (ik) heb gedaan bij jullie rechters
10.
bij (het) zwaard (jullie) vielen op grens Israël (ik) berechtte (met) jullie en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
11.
zij niet (jij) was aan jullie aan pan en (met) hen (jullie) waren naar bij (het) midden aan te kondigen naar grens Israël ASPÐ (met) jullie
12.
en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh die bij (de) wetten van niet (jullie) zijn gegaan en rechtsregels van niet (jullie) hebben gedaan WKMSPÐI de volken die omgevingen (...) jullie (jullie) hebben gedaan
13.
en wees als profeteer! (...) mij WPLÐIEW zoon bouw! (er)naar dode en donkere op aanzicht van WAZOQ klank grote en woord ach liggers van Jahweh schoondochter (met) haar (hij) heeft gedaan (tot) rest Israël
14.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
15.
zoon mens broers (...) jou broers (...) jou mens (...) mij (jij) hebt verlost (...) jou en alle huis Israël schoondochter die (zij) hebben gesproken aan hen inwoners van Jeruzalem (zij) zijn ver geweest boven Jahweh aan ons zij (zij) heeft gegeven het land aan erfdeel
16.
daarom woord zo woord liggers van Jahweh dat (is het zo) dat (ik) ben ver geweest (...) hen bij (de) volken en dat EPIßWTIM bij (de) landen en (ik) was er aan hen tot van heiligheid een beetje bij (de) landen die (zij) zijn gekomen daar
17.
daarom woord zo woord liggers van Jahweh en (ik) heb verzameld (met) jullie vanuit de volkeren en (ik) heb verzameld (met) jullie vanuit de landen die NPßWTM bij hen en (ik) heb gegeven aan jullie (tot) aarde van Israël
18.
en (zij) zijn gekomen daarnaar (-s) en (zij) hebben verwijderd (tot) alle naar afgoden en (tot) alle TWOBWTIE (van)uit haar
19.
en (ik) heb gegeven aan hen hart één en wind naar maand (met) hen bij (het) binnenste (...) jullie en (ik) heb verwijderd hart de steen kondig(t) aan (...) hen en (ik) heb gegeven aan hen hart vlees
20.
opdat bij (de) grondwet (...) mij (zij) gingen en (tot) rechtsregels van (zij) bewaarden en Ezau (met) hen en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God
21.
en naar hart afgoden (...) hen WTWOBWTIEM hart (...) hen beweging generatie (...) jullie bij (het) hoofd (...) hen (ik) heb gegeven (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
22.
en (zij) droegen de beelden van meerderheid (tot) vleugels (...) hen en de wielen LOMTM en eer mijn God Israël op hen weg van hoogte
23.
en (hij) verhief eer Jahweh boven midden (hij) heeft opgemerkt en (hij) stond vast op de heuvel die van voorkant aan stad
24.
en wind (jullie) hebben gedragen (...) mij en (zij) kwam (...) mij naar Chaldeeën naar de ballingschap bij (de) verschijning vlucht! God en (hij) verhief ontvreemd! de verschijning die (ik) heb gezien
25.
en (ik) sprak naar de ballingschap (tot) alle spreek! Jahweh die (hij) heeft laten zien (...) mij

Hoofdstuk 12

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens binnen huis verbitter! (met) haar inwoner die ogen aan hen te zien noch (zij) hebben gezien oren aan hen aan nieuws noch (zij) hebben toegehoord dat huis verzet zij
3.
en (met) haar zoon mens (hij) heeft gedaan aan jou gereedschap ballingschap en bol dag (...) hen aan ogen (...) hen en (jij) bent in verbanning gegaan van plaats (...) jou naar plaats andere aan ogen (...) hen misschien (zij) lieten zien dat huis verzet deze (mv)
4.
en (jij) bent tevoorschijn gehaald gereedschappen (...) jou zoals gereedschap ballingschap dag (...) hen aan ogen (...) hen en (met) haar (jij) ging uit bij (de) aangename aan ogen (...) hen als word(t) tevoorschijn gehaald (...) mij ballingschap
5.
aan ogen (...) hen HTR aan jou bij (de) muur en (jij) bent tevoorschijn gehaald bij hem
6.
aan ogen (...) hen op schouder (jij) droeg BOLÐE (jij) haalde tevoorschijn aanzichten (...) jou (jij) bedekte noch (jij) liet zien (tot) het land dat wonderteken (ik) heb gegeven (...) jou aan huis Israël
7.
en (ik) maakte zo zoals (ik) heb opdracht gegeven gereedschap (ik) ben tevoorschijn gehaald zoals gereedschap ballingschap dag (...) hen en bij (de) borg HTRTI aan mij bij (de) muur bij (de) hand BOLÐE (ik) ben tevoorschijn gehaald op schouder (ik) heb gedragen aan ogen (...) hen
8.
en wees woord Jahweh naar mij bij (het) rundvee te spreken
9.
zoon mens toch? (zij) hebben gesproken naar jou huis Israël huis verbitter! wat? (met) haar (hij) heeft gedaan
10.
woord naar hen zo woord liggers van Jahweh de vorst de last deze bij Jeruzalem en alle huis Israël die deze (mv) bij (het) midden (...) hen
11.
woord ik wonderteken (...) jullie zoals (ik) heb gedaan zo (zij) heeft gemaakt aan hen bij (de) ballingschap bij (de) gevangenschap (zij) gingen
12.
en de vorst die bij (het) midden (...) hen naar schouder (hij) droeg BOLÐE en uitgaande bij (de) muur IHTRW tevoorschijn te halen bij hem aanzichten (...) hem (hij) bedekte wegens die niet vrees te bestuderen hij (tot) het land
13.
en (ik) heb uitgespreid (tot) netwerk (...) mij op hem WNTPS BMßWDTI en (ik) heb gebracht (met) hem naar Babel land Chaldeeën en haar niet vrees en naam [van] (hij) stierf
14.
en alle die omgevingen (...) hem hulp en alle ACPIW (ik) strooide uit aan alle wind en zwaard ARIQ na hen
15.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh BEPIßI hen bij (de) volken en (ik) heb uitgestrooid hen bij (de) landen
16.
WEWTRTI (van)uit hen mens (...) mij getal van zwaard van honger en woestijn opdat (zij) vertelden (tot) alle TWOBWTIEM bij (de) volken die (zij) zijn gekomen daar en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
17.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
18.
zoon mens brood (...) jou bij (het) lawaai (jij) at en wateren (...) jou bij (zij) is boos geweest WBDACE (jij) dronk
19.
en (jij) hebt gesproken naar met het land zo woord liggers van Jahweh aan bewoners van Jeruzalem naar aarde van Israël brood (...) hen BDACE (zij) aten en wateren (...) hen BSMMWN (zij) dronken opdat (zij) plaatste naar land om vol te zijn (er)naar van roof alle de inwoners bij haar
20.
en de steden (is het zo) dat blazen (zij) werd vernield (...) haar en het land wildernis (jij) was en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
21.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
22.
zoon mens wat? de heerser deze aan jullie op aarde van Israël te spreken (zij) duurden de dagen en (hij) is verloren gegaan alle visioen
23.
daarom woord naar hen zo woord liggers van Jahweh (ik) heb teruggegeven (tot) de heerser deze noch (zij) heersten (met) hem nog (eens) bij Israël dat als woord naar hen (zij) hebben nader gebracht de dagen en woord alle visioen
24.
dat niet (hij) was nog (eens) alle visioen (het) niets en van tovenarij deel binnen huis Israël
25.
dat ik Jahweh (ik) sprak (tot) die (ik) sprak woord en (zij) heeft gemaakt niet (zij) trok nog (eens) dat bij (de) dagen (...) jullie huis verbitter! (ik) sprak woord en (ik) heb gedaan (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
26.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
27.
zoon mens hier is huis Israël woorden het visioen die hij borst aan dagen twisten en aan tijden verre (mv) hij (hij) heeft geprofeteerd
28.
daarom woord naar hen zo woord liggers van Jahweh niet (zij) trok nog (eens) alle spreek! die (ik) sprak woord en (zij) heeft gemaakt (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 13

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens profeteer! naar profeten van Israël de profeten en (jij) hebt gesproken aan profeten van van hart (...) hen (zij) hebben toegehoord woord Jahweh
3.
zo woord liggers van Jahweh ben! op de profeten de harpen die voorbijgangers andere wind (...) hen en opdat niet (zij) hebben gezien
4.
zoals vossen bij (de) zwaarden profeten (...) jou Israël (zij) zijn geweest
5.
niet (jullie) zijn opgegaan BPRßWT en (jullie) richtten een omheining op omheining op huis Israël vast te staan bij (de) strijd bij (de) dag Jahweh
6.
(zij) hebben voorspeld (het) niets en tovenarij leugen de woorden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en Jahweh niet dat (hij) heeft gestreden en (zij) begonen te te handhaven woord
7.
immers van borst (het) niets (jullie) hebben voorspeld en van tovenarij leugen (jullie) hebben gesproken en woorden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en ik niet woord (...) mij
8.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens woord (...) jullie (het) niets en (jullie) hebben voorspeld leugen daarom hier ben ik naar jullie (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
9.
en (zij) is geweest handen van naar de profeten (is het zo) dat voorspel! (...) hen (het) niets en de tovenarijen leugen bij (het) geheim met mij niet (zij) waren en bij (de) (hand)schrift huis Israël niet (zij) schreven en naar aarde van Israël niet voert in! en (jullie) hebben geweten dat ik liggers van Jahweh
10.
wegens WBION EÐOW (tot) met mij te spreken vrede en (er is) niet vrede en hij (hij) heeft gebouwd HIß en hier zijn zij ÐHIM (met) hem zoutloze
11.
woord naar ÐHI zoutloze en (hij) liet vallen (hij) is geweest nader! (...) hen vloeiende en (ik) gaf stenen van ALCBIS TPLNE en wind XORWT TBQO
12.
en hier is ga neer! de muur immers (hij) sprak naar jullie waar? EÐIH die ÐHTM
13.
daarom zo woord liggers van Jahweh WBQOTI wind XORWT bij (de) leren zak-en van en nader! (...) hen SÐP bij (de) neuzen van (hij) was en stenen van ALCBIS bij (de) woede te beëindigen
14.
en (ik) heb afgebroken (tot) de muur die ÐHTM zoutloze WECOTIEW naar het land en (wij) onthulden vestigt! en (zij) is gevallen en (jullie) zijn geëindigd naar bij (het) midden en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
15.
en (ik) ben geëindigd (tot) leren zak-en van bij (de) muur en veilige plaatsen (met) hem zoutloze en woord aan jullie (er is) niet de muur en (er is) niet EÐHIM (met) hem
16.
profeten van Israël de profeten naar Jeruzalem WEHZIM aan haar visioen gehele en (er is) niet gehele (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
17.
en (met) haar zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar dochters met jou (is het zo) dat raken in vervoering van harten (...) hen en profeteer! op hen
18.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh ben! LMTPRWT KXTWT op alle (ik) redde (...) mij handen van en te doen EMXPHWT op hoofd alle hoogte LßWDD zielen de zielen TßWDDNE aan volkeren van en zielen ga(a)t! (jullie) leefden
19.
en (jullie) ontheiligden (met) mij naar met mij BSOLI dat worden wakker WBPTWTI brood te doden zielen die niet (jij) stierf (...) haar en te leven zielen die niet (jullie) leefden bij (de) leugen (...) jullie aan volkeren van hoor toe! leugen
20.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar KXTWTIKNE die (ik) gaf MßDDWT daar (tot) de zielen LPRHWT en (ik) heb gescheurd (met) hen boven armen (...) jullie en (ik) heb gezonden (tot) de zielen die (met) hen MßDDWT (tot) NPSIM LPRHT
21.
en (ik) heb gescheurd (tot) MXPHTIKM en (ik) heb gered (tot) met mij van hand (...) jullie noch (zij) waren nog (eens) bij (de) hand (...) jullie naar tot van stap en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
22.
wegens EKAWT hart rechtvaardige leugen en ik niet EKABTIW en te versterken handen van slechte opdat niet terugkeren van weg (...) hem juich! aan het dier (...) hem
23.
daarom (het) niets niet (jullie) voorspelden en tovenarij niet TQXMNE nog (eens) en (ik) heb gered (tot) met mij van hand (...) jullie en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 14

1.
en invoer naar mij mensen van baarden van Israël en (zij) hebben gewoond voor
2.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
3.
zoon mens de mensen (de) deze (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan verdraaiingen (...) hen op hart (...) hen en om te struikelen misdaad (...) hen (zij) hebben gegeven tegenover aanzichten (...) hen (is het zo) dat (ik) werd verzocht (ik) werd verzocht aan hen
4.
daarom woord hen en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh man man van huis Israël die (hij) verhief (tot) verdraaiingen (...) hem naar zijn hart en om te struikelen misdaad (...) hem (hij) plaatste tegenover aanzichten (...) hem en (hij) is gekomen naar de profeet ik Jahweh NONITI als bij haar bij (de) meerderheid verdraaiingen (...) hem
5.
opdat (zij) verbreidde zich (tot) huis Israël bij (het) hart (...) hen die (zij) zich vervreemd ontvreemd! bij (de) verdraaiingen (...) hen allemaal
6.
daarom woord naar huis Israël zo woord liggers van Jahweh keert terug! en (zij) hebben teruggegeven boven verdraaiingen (...) jullie en boven alle (ik) ben verafschuwd (...) jullie (zij) hebben teruggegeven aanzichten (...) jullie
7.
dat man man van huis Israël en van Hagar die (hij) woonde bij Israël WINZR van achter en (hij) verhief verdraaiingen (...) hem naar zijn hart en om te struikelen misdaad (...) hem (hij) plaatste tegenover aanzichten (...) hem en (hij) is gekomen naar de profeet aan advies als bij mij ik Jahweh (wij) antwoordden als bij mij
8.
en (ik) heb gegeven aanzicht van bij (de) man dat WESMTIEW aan letter en aan heersers en (ik) zal vernietigen (...) hem van midden met mij en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
9.
en de profeet dat (zij) is mooi geweest en woord woord ik Jahweh PTITI (tot) de profeet dat en (ik) ben genegen (tot) handen van op hem en (ik) heb uitgeroeid (...) hem van midden met mij Israël
10.
en (zij) hebben gedragen misdaad (...) hen zoals vijandige het advies zoals vijandige de profeet (hij) was
11.
opdat niet (zij) liepen verkeerd nog (eens) huis Israël van achter noch (zij) verklaarden onrein nog (eens) in alle misdaden (...) hen en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
12.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
13.
zoon mens land dat (jij) zondigde aan mij tot van hoogte boven en (ik) ben genegen handen van op haar en (ik) heb gebroken aan haar stam brood WESLHTI bij haar honger en (ik) zal vernietigen (van)uit haar mens en vee
14.
en (zij) zijn geweest drie van de mensen (de) deze naar bij (het) midden rustende DNAL en Job deze (mv) bij (jullie) hebben gelijk gehad INßLW ziel (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
als dier herder (ik) bracht over bij (het) land WSKLTE en (zij) is geweest wildernis zonder ga(a)(t) voorbij van aanzicht van het dier
16.
drie van de mensen (de) deze naar bij (het) midden levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als zonen en als dochters (zij) redden deze (mv) alleen zij INßLW en het land (jij) was wildernis
17.
of zwaard Abia op het land die en (ik) heb gesproken zwaard (zij) ging voorbij bij (het) land en (ik) zal vernietigen (van)uit haar mens en vee
18.
en drie van de mensen (de) deze naar bij (het) midden levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh niet (zij) redden zonen en dochters dat zij alleen zij INßLW
19.
of woord (ik) zond weg naar het land die en (ik) heb gestort leren zak-en van op haar bij (het) bloed te vernietigen (van)uit haar mens en vee
20.
en rustende DNAL en Job naar bij (het) midden levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als zoon als dochter (zij) redden deze (mv) bij (jullie) hebben gelijk gehad (zij) redden ziel (...) hen
21.
dat zo woord liggers van Jahweh neus dat vier berecht! de kwaden zwaard en honger en dier herder en woord (ik) heb gezonden naar Jeruzalem te vernietigen (van)uit haar mens en vee
22.
en hier is (zij) is overgebleven bij haar PLÐE (is het zo) dat worden tevoorschijn gehaald zonen en dochters hier zijn zij gaan uit naar jullie en (jullie) hebben gezien (tot) generatie (...) jullie en (tot) daden (...) hen en (jullie) hebben getroost op de herder die (ik) heb gebracht op Jeruzalem (tot) alle die (ik) heb gebracht op haar
23.
en (zij) hebben getroost (met) jullie dat (jullie) lieten zien (tot) generatie (...) jullie en (tot) daden (...) hen en (jullie) hebben geweten dat niet gratis (ik) heb gedaan (tot) alle die (ik) heb gedaan bij haar (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 15

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens wat? (hij) was boom de wijnstok van alle boom EZMWRE die (hij) is geweest bij (de) houten het bos
3.
(is het zo) dat (hij) nam (van)uit hem boom te doen aan handwerk als (zij) namen (van)uit hem pin op te hangen op hem alle gereedschap
4.
hier is aan vuur (hij) heeft gegeven naar aan eten (tot) tweede einden (...) hem (zij) heeft gegeten het vuur en midden (...) hem NHR (is het zo) dat (hij) bereikte aan handwerk
5.
hier is bij te zijn (...) hem volledige niet (zij) heeft gemaakt aan handwerk neus dat vuur AKLTEW en (hij) ontbrandde en (hij) is gedaan nog (eens) aan handwerk
6.
daarom zo woord liggers van Jahweh zoals boom de wijnstok bij (de) boom het bos die (ik) heb gegeven (...) hem aan vuur naar aan eten zo (ik) heb gegeven (tot) inwoners van Jeruzalem
7.
en (ik) heb gegeven (tot) aanzicht van bij hen van het vuur voert uit! en het vuur (jij) at (...) hen en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh BSWMI (tot) aanzicht van bij hen
8.
en (ik) heb gegeven (tot) het land wildernis wegens (zij) hebben ontvreemd boven (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 16

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens deel mee! (tot) Jeruzalem (tot) (ik) ben verafschuwd (er)naar
3.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh aan Jeruzalem (ik) heb verkocht (...) jou WMLDTIK van land (de) Kanaänitische vader (...) jou de Amoriet en moeder (...) jou HTIT
4.
WMWLDWTIK bij (de) dag EWLDT jou niet (hij) heeft afgehakt dat zachte en bij (het) water niet (jij) hebt gewassen LMSOI en het zout niet EMLHT WEHTL niet HTLT
5.
niet (zij) heeft medelijden gehad op jou oog te doen aan jou één van deze LHMLE op jou en (jij) ging neer naar aanzicht van het veld bij Gaäl ziel (...) jou bij (de) dag ELDT (met) jou
6.
en (ik) trok door op jou en (ik) zag (...) jou MTBWXXT bij (de) bloed (...) jou en woord aan jou bij (de) bloed (...) jou leef! en woord aan jou bij (de) bloed (...) jou leef!
7.
tienduizend als (hij) is gegroeid het veld (ik) heb gegeven (...) jou en (jij) vermeerderde en (jij) groeide en (zij) kwam (...) mij bij (het) sieraad sieraaden roven (wij) bereidden (...) hem en poort (...) jou (hij) is gegroeid en (tot) stad (...) hen en naar steden
8.
en (ik) trok door op jou en (ik) zag (...) jou en hier is tijd (...) jou tijd tepels en (ik) verklaarde vleugels van op jou en (ik) bedekte worden wakker (...) jou en (ik) zwoer aan jou en (ik) kwam bij (het) verbond (met) jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh en (jij) was aan mij
9.
WARHßK bij (het) water WASÐP bloed (...) jou ontvreemd! (...) jou en (ik) bedekte bij (de) olie
10.
WALBISK (zij) heeft geborduurd WANOLK (zij) haastte zich WAHBSK bij zes WAKXK MSI
11.
WAODK tot aan en (ik) gaf ßMIDIM op handen (...) jou WRBID op CRWNK
12.
en (met) hen neusring op neus (...) jou en oorringen op oren (...) jou en (jij) hebt omgeven glans bij (het) hoofd (...) jou
13.
WTODI goud en zilver en om zich te bekleden (...) jou zesde WMSI en (zij) heeft geborduurd bloem(meel) en honing en olie (ik) heb gegeten en (jij) was mooi bij (de) zeer zeer en (jij) bereikte te heersen (er)naar
14.
en uitgaande aan jou daar bij (de) volken bij (de) schoonheid (...) jou dat zoals nacht hij bij (de) pracht (...) mij die (ik) heb geplaatst op jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
en (jij) verzekerde je bij (de) schoonheid (...) jou en (jij) hoereerde op naam (...) jou en (jij) stortte (tot) hoererijen (...) jou op alle ga(a)(t) voorbij als wees
16.
en (jij) nam (...) mij van kledingstukken (...) jou en (jij) maakte aan jou bij (de) dood gelapte (mv) en (jij) hoereerde op hen niet komen noch (hij) was
17.
en (jij) nam (...) mij gereedschap glans (...) jou van goud-en van en van zilver-en van die (ik) heb gegeven aan jou en (jij) maakte aan jou beelden van man en (jij) hoereerde in hen
18.
en (jij) nam (...) mij (tot) bij (het) bokje (jij) hebt geborduurd (...) jou en (jij) bedekte (...) hen en word vet! en (ik) heb gerookt (ik) heb gegeven voor hen
19.
en strijd! die (ik) heb gegeven aan jou bloem(meel) en olie en honing (ik) heb gevoed (...) jou WNTTIEW voor hen aan geur aangename en wees (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
20.
en (jij) nam (...) mij (tot) zonen (...) jou en (tot) bebouwingen (...) jou die (jij) hebt gebaard aan mij en (jij) slachtte (...) hen aan hen te eten het een beetje van hoererij (...) jou
21.
en (jij) slachtte (tot) bouw! en (jij) gaf (...) hen bij (hij) heeft overgebracht hen aan hen
22.
en (tot) alle (ik) ben verafschuwd (...) jou WTZNTIK niet (ik) heb me herinnerd (tot) dagen van jeugd (...) jou bij te zijn (...) jou stad (...) hen en naar steden MTBWXXT bij (het) bloed (...) jou (jij) bent geweest
23.
en wees na alle medemens (...) jou o wee! o wee! aan jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
24.
en (jij) bouwde aan jou CB en (jij) maakte aan jou wormen in alle straat
25.
naar alle hoofd weg (jij) hebt gebouwd (jij) bent hoog geweest (...) jou WTTOBI (tot) schoonheid (...) jou WTPSQI (tot) voeten (...) jou aan alle ga(a)(t) voorbij en (jij) vermeerderde (tot) hoererij (...) jou
26.
en (jij) hoereerde naar bouw! Egypte buurmannen (...) jou groeie! vlees en (jij) vermeerderde (tot) TZNTK boos te maken (...) mij
27.
en hier is (ik) ben genegen handen van op jou en (ik) verminderde wet (...) jou en (ik) zal geven (...) jou bij (de) ziel dat stemmen toe (...) jou dochters Filistijnen ENKLMWT van weg (...) jou vuiligheid
28.
en (jij) hoereerde naar bouw! bevestiging MBLTI (jij) bent verzadigd geweest (...) jou en (jij) hoereerde (...) hen en ook niet zeven
29.
en (jij) vermeerderde (tot) hoererij (...) jou naar land Kanaän naar Chaldeeën en ook bij deze niet zeven
30.
wat? AMLE hart (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh bij te doen (...) jou (tot) alle deze Mozes vrouw hoereer(t) (jij) hebt geheerst
31.
bij (de) bebouwingen (...) jou CBK bij (het) hoofd alle weg en (jij) bent hoog geweest (...) jou (ik) heb gedaan in alle straat noch (ik) ben geweest als hoereer(t) LQLX (ik) zal geven (...) hen
32.
de vrouw EMNAPT in de plaats van naar man (jij) nam (tot) kransen
33.
aan alle hoererij (zij) gaven afzondering en (tot) (jij) hebt gegeven (tot) NDNIK aan alle vrijers (...) jou en (jij) kocht om hen te komen naar jou van rondom bij (de) hoererijen (...) jou
34.
en wees bij jou (hij) heeft omgekeerd vanuit (is het zo) dat worden verlaten bij (de) hoererijen (...) jou en na jou niet hoereer(t) en dochter (...) jou (ik) zal geven (...) hen en (ik) zal geven (...) hen niet (hij) heeft gegeven aan jou en (zij) was LEPK
35.
daarom hoereer(t) hoor toe! woord Jahweh
36.
zo woord liggers van Jahweh wegens de monding koper (...) jou en (jij) onthulde worden wakker (...) jou bij (de) hoererijen (...) jou op vrijers (...) jou en op alle verdraaiingen van gruwelen (...) jou WKDMI zonen (...) jou die (jij) hebt gegeven aan hen
37.
daarom hier ben ik verzamel(t) (tot) alle vrijers (...) jou die (jij) bent aangenaam geweest op hen en (tot) alle die (jij) hebt liefgehad op alle die (jij) hebt gehaat en (ik) heb verzameld (met) hen op jou van rondom en (ik) ben in verbanning gegaan worden wakker (...) jou naar hen en (zij) hebben gezien (tot) alle worden wakker (...) jou
38.
en (ik) heb berecht (...) jou rechtsregels van NAPWT en (jij) hebt gestort bloed en (ik) heb gegeven (...) jou bloed woede en jaloezie
39.
en (ik) heb gegeven (met) jou bij (hij) leek en (zij) hebben afgebroken CBK en (zij) hebben gesloopt (ik) ben hoog geweest (...) jou WEPSIÐW jou kledingstukken (...) jou en (zij) hebben genomen gereedschap glans (...) jou en (zij) hebben rust gegeven (...) jou stad (...) hen en naar steden
40.
en de hoogte (...) hem op jou menigte WRCMW jou bij (de) steen WBTQWK bij (de) zwaarden (...) hen
41.
en verbrandt! bij (zij) sloeg (hij) is verrot en Ezau bij jou rechters te bestuderen (...) mij worden verlaten twisten en (ik) heb teruggegeven (...) jou om te onderhouden (er)naar en ook (ik) zal geven (...) hen niet (jij) gaf nog (eens)
42.
en (ik) heb rust gegeven leren zak-en van bij jou en (zij) is afgeweken (ik) ben jaloers geweest (van)uit jou en (ik) ben stil geweest noch AKOX nog (eens)
43.
wegens die niet (ik) heb me herinnerd (tot) dagen van jeugd (...) jou en (jij) was boos aan mij in alle deze en ook ik EA weg (...) jou bij (het) hoofd (ik) heb gegeven (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh noch (ik) heb gedaan (tot) de vuiligheid op alle (ik) ben verafschuwd (...) jou
44.
hier is alle de heerser op jou (hij) heerste te spreken zoals natie naar dochter
45.
dochter moeder (...) jou (tot) COLT naar man en bouw! (er)naar en zus zus (...) jou (tot) die COLW mensen (...) hen en zonen (...) hen moeder (...) jullie HTIT en vader (...) jullie Amoriet
46.
en zus (...) jou de grootheid Samaria zij en naar bebouwingen (is het zo) dat woon(t) op linkerhand (...) jou en zus (...) jou naar de kleine (van)uit jou (is het zo) dat woon(t) van rechterhand (...) jou Sodom en naar bebouwingen
47.
noch bij (de) wegen (...) hen (jij) bent gegaan WKTWOBWTIEN (ik) heb gedaan zoals een beetje en (jij) bedierf (van)uit hen in alle wegen (...) jou
48.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als (zij) heeft gedaan Sodom zus (...) jou zij en naar bebouwingen zoals (jij) hebt gedaan (tot) en bebouwingen (...) jou
49.
hier is dit (hij) is geweest vijandige Sodom zus (...) jou (zij) hebben zich verheven (...) hen zeven brood WSLWT de stilte (hij) is geweest aan haar en naar aan bebouwingen en hand arme en arme niet (zij) heeft gehouden
50.
WTCBEINE en (jullie) deedden gruwel voor en (ik) verwijderde (met) hen zoals (ik) heb gezien
51.
en Samaria zoals halve zondoffers (...) jou niet (zij) heeft gezondigd en (jij) vermeerderde (tot) gruwelen (...) jou van zij en (jij) had gelijk (tot) zus (...) jou in alle (ik) ben verafschuwd (...) jou die (ik) heb gedaan
52.
ook (tot) draag! schande (...) jou die PLLT aan zus (...) jou bij (de) zondoffers (...) jou die (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd (van)uit hen (zij) had gelijk (...) haar (van)uit jou en ook (tot) schaam je! en draag! schande (...) jou bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou AHIWTK
53.
en rust! (tot) gevangenschap (...) hen (tot) gevangenschap van Sodom en naar bebouwingen en (tot) gevangenschap van Samaria en naar bebouwingen en gevangenschap van gevangenschap (...) jou BTWKENE
54.
opdat (jij) droeg schande (...) jou WNKLMT van alle die (jij) hebt gedaan bij (wij) waren bronstig (...) jou (met) hen
55.
WAHWTIK Sodom en naar bebouwingen (jij) woonde (...) hen LQDMTN en Samaria en naar bebouwingen (jij) woonde (...) hen LQDMTN en (tot) en bebouwingen (...) jou (jij) woonde (...) haar LQDMTKN
56.
en toch niet (zij) is geweest Sodom zus (...) jou toe te horen (er)naar bij (de) monden (...) jou bij (de) dag CAWNIK
57.
voordat (jij) onthulde medemens (...) jou zoals tijd (jij) hebt beledigd dochters Syrië en alle XBIBWTIE dochters Filistijnen ESAÐWT jou van rondom
58.
(tot) vuiligheid (...) jou en (tot) gruwelen (...) jou (tot) (ik) heb gedragen (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
59.
dat zo woord liggers van Jahweh en (jij) hebt gedaan jou zoals (jij) hebt gedaan die (jij) hebt geminacht deze aan de stier verbond
60.
en (ik) heb me herinnerd ik (tot) verbonden van jou bij (de) dagen van jeugd (...) jou WEQIMWTI aan jou verbond eeuwigheid
61.
en (jij) hebt je herinnerd (tot) wegen (...) jou WNKLMT BQHTK (tot) AHWTIK (de) groeiende (mv) (van)uit jou naar (de) kleine (mv) (van)uit jou en (ik) heb gegeven (met) hen aan jou te bouwen noch van verbond (...) jou
62.
en (ik) heb gevestigd ik (tot) verbonden van (met) jou en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh
63.
opdat (jij) herinnerde je en (jij) hebt je geschaamd noch (hij) was aan jou nog (eens) doet open! (...) hen mond van aanzicht van schande (...) jou bij verzoen! aan jou aan alle die (jij) hebt gedaan (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 17

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens punt HIDE en heerser heerser naar huis Israël
3.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh de gier (de) grote grote de vleugels lange EABR (hij) is vol geweest ENWßE die als (is het zo) dat (zij) heeft geborduurd (hij) is gekomen naar de Libanon en (hij) nam (tot) top de ceder
4.
(tot) hoofd INIQWTIW QÐP en (zij) brachten (...) hem naar land Kanaän bij (de) stad handelaars zijn naam
5.
en (hij) nam van nakomelingen het land en (hij) gaf (...) hem bij (het) veld nakomelingen neem! op water twisten ßPßPE zijn naam
6.
en (hij) groeide en wees aan wijnstok XRHT (jij) bent laag geweest hoogte zich te wenden DLIWTIW naar hem en wortels (...) hem in de plaats van hem (zij) waren en (zij) was aan wijnstok en (jij) maakte takken en (jij) zond weg PRAWT
7.
en wees gier één grote grote vleugels en meerderheid NWßE en hier is de wijnstok (de) deze zoals hoek naar wortels op hem WDLIWTIW (zij) heeft gezonden als te drinken te geven haar MORCWT MÐOE
8.
naar veld goede naar water twisten zij dat hang(t) op te doen tak en te dragen vrucht te zijn aan wijnstok mantel
9.
woord zo woord liggers van Jahweh (jij) bereikte immers (tot) naar wortels (hij) brak af en (tot) naar vrucht IQWXX en droogte alle verscheuur! (zij) is gegroeid (jij) maakte droog noch bij (de) nakomelingen grootheid en bij (het) volk meerderheid LMSAWT haar naar van wortels
10.
en hier is dat hang(t) op (is het zo) dat (jij) bereikte toch? als (jij) bent gestorven bij haar wind het Oosten (jij) maakte droog droogte op ORCT (zij) is gegroeid (jij) maakte droog
11.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
12.
woord toch aan huis verbitter! toch? (jullie) hebben geweten wat? deze woord hier is (hij) is gekomen koning Babel Jeruzalem en (hij) nam (tot) koningin en (tot) Seraja en (hij) kwam hen naar hem naar Babel
13.
en (hij) nam van nakomelingen (is het zo) dat heers! (er)naar en (hij) hakte af (met) hem verbond en (hij) kwam (met) hem bij (de) deze en (tot) rammen van het land lering
14.
te zijn rijk laagland opdat niet ETNSA te bewaren (tot) verbond (...) hem vast te staan (er)naar
15.
en (hij) kwam in opstand bij hem weg te zenden boodschappers (...) hem Egypte te geven als paarden en met meerderheid (is het zo) dat (hij) bereikte ontsnap! (is het zo) dat (hij) heeft gedaan deze en de stier verbond en (wij) redden
16.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als niet bij (de) plaats kroon! (is het zo) dat kroon(t) (met) hem die hier (tot) ALTW en die de stier (tot) verbond (...) hem (met) hem binnen Babel (hij) stierf
17.
noch bij (de) macht grote en bij (de) menigte meerderheid (zij) heeft gemaakt hem farao bij (de) strijd bij (de) monding (zij) heeft gebaand en bij (de) dochters schans te vernietigen zielen twisten
18.
en hier deze aan de stier verbond en hier is (hij) heeft gegeven (hij) bedankte en alle deze (hij) heeft gedaan niet (hij) redde
19.
daarom zo woord liggers van Jahweh levende ik als niet ALTI die hier en verbonden van die EPIR en (ik) heb gegeven (...) hem bij (het) hoofd (...) hem
20.
en (ik) heb uitgespreid op hem netwerk (...) mij WNTPS BMßWDTI WEBIAWTIEW naar Babel WNSPÐTI (met) hem daar (zij) hebben ontvreemd die boven bij mij
21.
en (tot) alle om te vluchten (...) hem in alle ACPIW bij (het) zwaard (zij) vielen en de geblevenen aan alle wind (zij) spreidden uit en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh woord (...) mij
22.
zo woord liggers van Jahweh en (ik) heb genomen ik van top de ceder de wormen en (ik) heb gegeven van hoofd INQWTIW zachtheid AQÐP en (ik) heb geplant ik op heuvel hoogte WTLWL
23.
bij (de) heuvel hoogte Israël ASTLNW en verheven tak en (hij) heeft gedaan vrucht en (hij) is geweest aan ceder geweldige en behuist! in de plaats van hem alle Zippor alle vleugel bij (de) schaduw DLIWTIW (jij) behuisde (er)naar
24.
en (zij) hebben geweten alle houten het veld dat ik Jahweh (ik) heb vernederd boom hoogte ECBETI boom lage (ik) heb laten opdrogen boom frisheid WEPRHTI boom droogte ik Jahweh woord (...) mij en (ik) heb gedaan

Hoofdstuk 18

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
wat? aan jullie (met) hen voltooie(t) (tot) de heerser deze op aarde van Israël te spreken vaders (zij) aten onrijpe vrucht en tweede de zonen TQEINE
3.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als (hij) was aan jullie nog (eens) heerser de heerser deze bij Israël
4.
èn alle de zielen aan mij hier is zoals ziel de vader WKNPS begrijp! aan mij hier is de ziel (jij) hebt laten zondigen zij (jij) stierf
5.
en man dat (hij) was rechtvaardige en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid
6.
naar naar de heuvels niet eten en ogen (...) hem niet verheven naar verdraaiingen van huis Israël en (tot) vuur van zijn vriend niet onreine en naar vrouw afzondering niet (hij) bracht nader
7.
en man niet duif (jij) hebt gesaboteerd (...) hem HWB (hij) gaf terug buit niet ICZL (zij) hebben gestreden aan honger (hij) gaf en stad (...) hen (hij) bedekte kleed
8.
bij (de) woekerrente niet (hij) gaf en overwinst niet (hij) nam ontvreemd! (hij) gaf terug (hij) bedankte rechtsregel waarheid (zij) heeft gemaakt tussen man aan man
9.
bij (de) grondwetten (...) mij (hij) ging en rechtsregels van bewaar! te doen waarheid rechtvaardige hij dier (hij) leefde (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
10.
en (hij) heeft voortgebracht zoon PRIß monding bloed en (hij) heeft gedaan broer van eerste van deze
11.
en hij (tot) alle deze niet (hij) heeft gedaan dat ook naar naar de heuvels eten en (tot) vuur van zijn vriend onreine
12.
arme en arme (hij) heeft bedrogen buit roof koord niet (hij) gaf terug en naar de verdraaiingen verheven ogen (...) hem gruwel (hij) heeft gedaan
13.
bij (de) woekerrente (hij) heeft gegeven en overwinst lering en levende niet (hij) leefde (tot) alle de gruwelijkheid (de) deze (hij) heeft gedaan dood (hij) zal worden laten sterven bloed (...) hem bij hem (hij) was
14.
en hier is (hij) heeft voortgebracht zoon en gezien (tot) alle zondoffer vader (...) hem die (hij) heeft gedaan en vrees noch (zij) heeft gemaakt priester
15.
op naar de heuvels niet eten en ogen (...) hem niet verheven naar verdraaiingen van huis Israël (tot) vuur van zijn vriend niet onreine
16.
en man niet (hij) heeft bedrogen koord niet koord en buit niet roof (zij) hebben gestreden aan honger (hij) heeft gegeven en (zij) hebben blootgelegd (...) hen bedek! kleed
17.
van arme (hij) heeft teruggegeven (hij) bedankte woekerrente en overwinst niet lering rechtsregels van (hij) heeft gedaan bij (de) grondwetten (...) mij beweging hij niet (hij) stierf bij (de) vijandige vader (...) hem dier (hij) leefde
18.
vader (...) hem dat afzetterij afzetterij roof roof broer en die niet goede (hij) heeft gedaan binnen volkeren (...) hem en hier is dode bij (de) misdaad (...) hem
19.
en (jullie) hebben gesproken MDO niet verheven begrijp! bij (de) vijandige de vader en begrijp! rechtsregel en weldadigheid (hij) heeft gedaan (tot) alle grondwetten (...) mij bewaar! en (zij) heeft gemaakt (met) hen dier (hij) leefde
20.
de ziel (jij) hebt laten zondigen zij (jij) stierf zoon niet (hij) droeg bij (de) vijandige de vader en vader niet (hij) droeg bij (de) vijandige begrijp! (jij) hebt gelijk gehad (hij) heeft gelijk gegeven op hem (jij) was en zonde van slechte op hem (jij) was
21.
en (de) slechte dat (hij) blies van alle zonde (...) hem die (hij) heeft gedaan en bewaar! (tot) alle grondwetten (...) mij en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid dier (hij) leefde niet (hij) stierf
22.
alle misdaden (...) hem die (hij) heeft gedaan niet (zij) herinnerden zich als bij (de) weldadigheid (...) hem die (hij) heeft gedaan (hij) leefde
23.
de wens AHPß dood slechte (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh immers bij keert terug! van wegen (...) hem en dier
24.
en bij (het) terugkeren rechtvaardige van weldadigheid (...) hem en (hij) heeft gedaan onrecht zoals alle de gruwelijkheid die (hij) heeft gedaan (de) slechte (zij) heeft gemaakt en levende alle weldadigheid (...) hem die (hij) heeft gedaan niet (zij) herinnerde zich (...) haar bij (zij) hebben ontvreemd die boven en bij (de) zonde (...) hem die zondaar in hen (hij) stierf
25.
en (jullie) hebben gesproken niet (hij) was eerlijk weg liggers van (zij) hebben toegehoord toch huis Israël de wegen van niet (hij) was eerlijk toch? wegen (...) jullie niet (zij) waren eerlijk
26.
bij (het) terugkeren rechtvaardige van weldadigheid (...) hem en (hij) heeft gedaan onrecht en dode op hen bij (de) onrecht (...) hem die (hij) heeft gedaan (hij) stierf
27.
en bij (het) terugkeren slechte van zonde (...) hem die (hij) heeft gedaan en (hij) heeft gemaakt rechtsregel en weldadigheid hij (tot) ziel (...) hem (hij) leefde
28.
en vrees en (hij) blies van alle misdaden (...) hem die (hij) heeft gedaan (zij) hebben geleefd (hij) leefde niet (hij) stierf
29.
en (zij) hebben gesproken huis Israël niet (hij) was eerlijk weg liggers van de wegen van niet (zij) waren eerlijk huis Israël toch? wegen (...) jullie niet (hij) was eerlijk
30.
daarom man zoals wegen (...) hem ASPÐ (met) jullie huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh keert terug! en (zij) hebben teruggegeven van alle misdaden (...) jullie noch (hij) was aan jullie LMKSWL vijandige
31.
(zij) hebben afgeworpen ontvreemd! (...) jullie (tot) alle misdaden (...) jullie die (jullie) hebben misdreven in hen en Ezau aan jullie hart maand en wind naar maand en waarom (jij) stierf (...) hem huis Israël
32.
dat niet AHPß bij (de) dood dood! (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh en (zij) hebben teruggegeven en (zij) hebben geleefd

Hoofdstuk 19

1.
en (met) haar draag! naar Kain naar vorsten van Israël
2.
en (jij) hebt gesproken wat? moeder (...) jou leeuw tussen leeuwen RBßE binnen dorpen (zij) is veel geweest woon! (er)naar
3.
en (zij) verhief één naar van vreemdelingen jonge leeuw (hij) is geweest en (hij) onderwees aan prooi prooi mens eten
4.
en (zij) hoorden toe naar hem volken bij (jullie) hebben gesproken NTPS en voert in! (...) hem BHHIM naar land Egypte
5.
en (zij) liet zien dat verwerf(t) (er)naar (zij) is verloren gegaan hoop (...) haar en (jij) nam één naar van vreemdelingen jonge leeuw dat (zij) is gestorven (...) hem
6.
en (hij) wandelde rond binnen leeuwen jonge leeuw (hij) is geweest en (hij) onderwees aan prooi prooi mens eten
7.
en (hij) heeft geweten weduwe-en (...) hem en steden (...) hen EHRIB en (zij) plaatste land en (zij) is vol geweest van klank (jij) hebt gebruld (...) hem
8.
en (zij) gaven op hem volken rondom van staten en (zij) spreidden uit op hem netwerk (...) hen bij (jullie) hebben gesproken NTPS
9.
en (hij) gaf (...) hem bij sluit BHHIM en voert in! (...) hem naar koning Babel voert in! (...) hem bij (de) forten opdat niet (hij) hoorde toe klank (...) hem nog (eens) naar zie hier! Israël
10.
moeder (...) jou zoals wijnstok bij (het) bloed (...) jou op water dat hang(t) op naar vrucht en naar tak (zij) is geweest van water twisten
11.
en (zij) waren aan haar buigen om kracht naar stammen van voltooie(t) WTCBE hoogte (...) hem op tussen OBTIM en gezien bij (de) hoogte (...) hem bij (de) meerderheid (ik) heb geput (...) hem
12.
WTTS bij (de) woede aan land werp af! (er)naar en wind het Oosten (hij) heeft laten opdrogen naar vrucht ETPRQW en (zij) zijn droog geweest stam naar kracht vuur AKLTEW
13.
en nu dat hang(t) op bij (de) woestijn bij (het) land naar vloot en dorst
14.
en (jij) ging uit vuur van stam naar takken naar vrucht (zij) heeft gegeten noch (hij) is geweest bij haar stam kracht stam te heersen naar Kain zij en (zij) was naar aan Kain

Hoofdstuk 20

1.
en wees in het jaar ESBIOIT BHMSI bij (het) decennium aan maand (zij) zijn gekomen mensen van baarden van Israël aan advies (tot) Jahweh en (zij) hebben gewoond voor
2.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
3.
zoon mens woord (tot) ben oud! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh ELDRS (met) mij (met) hen komen levende ik als (ik) werd verzocht aan jullie (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
4.
(is het zo) dat (zij) berechtte (met) hen (is het zo) dat (jij) berechtte zoon mens (tot) (jij) bent verafschuwd vaders (...) hen (hij) heeft meegedeeld (...) hen
5.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh bij (de) dag kies! bij Israël en (ik) droeg handen van aan nakomelingen huis Jakob en (ik) werd bekend aan hen bij (het) land Egypte en (ik) droeg handen van aan hen te spreken ik Jahweh jullie God
6.
bij (de) dag dat (ik) heb gedragen handen van aan hen tevoorschijn te halen (...) hen van land Egypte naar land die (ik) heb verspied aan hen (jij) hebt gevloeid melk en honing pracht zij aan alle de landen
7.
en woord naar hen man afgoden van ogen (...) hem (zij) hebben afgeworpen en bij (de) verdraaiingen van Egypte naar (jullie) verklaarden onrein ik Jahweh jullie God
8.
en (zij) verbitterden bij mij noch (zij) hebben gewenst aan nieuws naar mij man (tot) afgoden van ogen (...) hen niet (zij) hebben afgeworpen en (tot) verdraaiingen van Egypte niet (zij) hebben verlaten en woord aan monding leren zak-en van op hen te eindigen neuzen van bij hen binnen land Egypte
9.
en (ik) maakte opdat namen van opdat niet (hij) is begonnen te te bestuderen (...) mij de volken die deze (mv) bij (het) midden (...) hen die (ik) ben bekend geworden naar hen aan ogen (...) hen tevoorschijn te halen (...) hen van land Egypte
10.
en (ik) haalde tevoorschijn (...) hen van land Egypte en (ik) profeteerde (...) hen naar de woestijn
11.
en (met) hen aan hen (tot) grondwetten (...) mij en (tot) rechtsregels van (ik) heb meegedeeld hen die (zij) heeft gemaakt hen de mens en levende bij hen
12.
en ook (tot) sabbatten (...) mij (ik) heb gegeven aan hen te zijn aan letter tussen mij en tussen hen te weten dat ik Jahweh heilig(t) (...) hen
13.
en (zij) verbitterden bij mij huis Israël bij (de) woestijn bij (de) grondwetten (...) mij niet (zij) zijn gegaan en (tot) rechtsregels van (zij) hebben verafschuwd die (zij) heeft gemaakt (met) hen de mens en levende bij hen en (tot) (ik) heb gerust ontheiligt! zeer en woord aan monding leren zak-en van op hen bij (de) woestijn te eindigen (...) hen
14.
en (ik) werd gedaan opdat namen van opdat niet (hij) is begonnen te te bestuderen (...) mij de volken die (ik) ben tevoorschijn gehaald (...) hen aan ogen (...) hen
15.
en ook ik (ik) heb gedragen handen van aan hen bij (de) woestijn opdat niet (hij) heeft gebracht hen naar het land die (ik) heb gegeven (jij) hebt gevloeid melk en honing pracht zij aan alle de landen
16.
wegens bij (de) rechtsregels van (zij) hebben verafschuwd en (tot) grondwetten (...) mij niet (zij) zijn gegaan bij hen en (tot) sabbatten (...) mij ontheiligt! dat na verdraaiingen (...) hen hart (...) hen beweging
17.
en (zij) had medelijden bestudeer! op hen (jullie) hebben gezalfd noch (ik) heb gedaan hen schoondochter bij (de) woestijn
18.
en woord naar zonen (...) hen bij (de) woestijn BHWQI vaders-en (...) jullie naar (jullie) gingen en (tot) rechtsregels (...) hen naar (jullie) bewaarden en bij (de) verdraaiingen (...) hen naar (jullie) verklaarden onrein
19.
ik Jahweh jullie God bij (de) grondwetten (...) mij ga(a)t! en (tot) rechtsregels van bewaart! en Ezau hen
20.
en (tot) sabbatten (...) mij (zij) hebben geheiligd en (zij) zijn geweest aan letter tussen mij en tussen jullie te weten dat ik Jahweh jullie God
21.
en (zij) verbitterden bij mij de zonen bij (de) grondwetten (...) mij niet (zij) zijn gegaan en (tot) rechtsregels van niet bewaart! te doen hen die (zij) heeft gemaakt hen de mens en levende bij hen (tot) sabbatten (...) mij ontheiligt! en woord aan monding leren zak-en van op hen te eindigen neuzen van in hen bij (de) woestijn
22.
en (ik) heb teruggegeven (tot) handen van en (ik) maakte opdat namen van opdat niet (hij) is begonnen te te bestuderen (...) mij de volken die (ik) ben tevoorschijn gehaald hen aan ogen (...) hen
23.
ook ik (ik) heb gedragen (tot) handen van aan hen bij (de) woestijn LEPIß (met) hen bij (de) volken en uit te strooien hen bij (de) landen
24.
wegens rechtsregels van niet Ezau en grondwetten (...) mij (zij) hebben verafschuwd en (tot) sabbatten (...) mij ontheiligt! en na verdraaiingen van vaders (...) hen (zij) zijn geweest ogen (...) hen
25.
en ook ik (ik) heb gegeven aan hen wetten niet goede (mv) en rechtsregels niet (zij) leefden bij hen
26.
en (ik) verklaarde onrein hen bij (de) geschenken (...) hen bij (hij) heeft overgebracht alle eerstgeborene baarmoeder opdat (hij) heeft zich schuldig gemaakt (...) hen opdat die (zij) hebben geweten die ik Jahweh
27.
daarom woord naar huis Israël zoon mens en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh nog (eens) deze CDPW mij vaders-en (...) jullie bij (hij) heeft ontvreemd (...) hen bij mij boven
28.
en (ik) bracht (...) hen naar het land die (ik) heb gedragen (tot) handen van te geven haar aan hen en (zij) lieten zien alle heuvel wormen en alle boom wolk van en (zij) slachtten daar (tot) slachtingen (...) hen en (zij) gaven daar boosheid offer (...) hen en (zij) plaatsten daar geur aangenaamheden (...) hen WIXIKW daar (tot) uitgietingen (...) hen
29.
en woord naar hen wat? de verhoging die (met) hen die gekomen daar en (hij) noemde daarnaar (-s) verhoging tot vandaag deze
30.
daarom woord naar huis Israël zo woord liggers van Jahweh EBDRK vaders-en (...) jullie (met) hen NÐMAIM en na afgoden (...) hen (met) hen onderhouden
31.
WBSAT (ik) heb verzacht (...) jullie bij (hij) heeft overgebracht zonen (...) jullie (hij) is verrot (met) hen NÐMAIM aan alle verdraaiingen (...) jullie tot vandaag en ik (ik) werd verzocht aan jullie huis Israël levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als (ik) werd verzocht aan jullie
32.
en dat wat opgaat op wind (...) jullie (zij) zijn geweest niet (jij) was die (met) hen woorden (wij) waren zoals volken zoals families de landen te dienen boom en steen
33.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als niet bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) arm uitgestrekte en bij (de) woede stort! (er)naar (ik) heerste op jullie
34.
en (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie vanuit de volkeren en (ik) heb verzameld (met) jullie vanuit de landen die NPWßTM in hen bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) arm uitgestrekte en bij (de) woede stort! (er)naar
35.
en (ik) heb gebracht (met) jullie naar woestijn de volkeren WNSPÐTI (met) jullie daar aanzicht naar aanzicht
36.
zoals NSPÐTI (tot) vaders-en (...) jullie bij (de) woestijn land Egypte zo ASPÐ (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
37.
en (ik) heb overgebracht (met) jullie in de plaats van de stam en (ik) heb gebracht (met) jullie BMXRT het verbond
38.
WBRWTI (van)uit jullie (is het zo) dat kom in opstand! (...) hen WEPWSOIM bij mij van land MCWRIEM (ik) haalde tevoorschijn hen en naar aarde van Israël niet invoer en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
39.
en (met) hen huis Israël zo woord liggers van Jahweh man verdraaiingen (...) hem ga(a)t! (zij) hebben gewerkt en andere als jullie zijn (er) niet nieuwsberichten naar mij en (tot) daar heilig! niet (jullie) ontheiligden nog (eens) bij (de) geschenken (...) jullie en bij (de) verdraaiingen (...) jullie
40.
dat bij (de) heuvel heilig! bij (de) heuvel hoogte Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh daar (hij) werkte (...) mij alle huis Israël schoondochter bij (het) land daar land (...) hen en naam [van] (ik) legde uit (tot) bijdragen (...) jullie en (tot) begin MSAWTIKM in alle heiligheden (...) jullie
41.
grendel aangename naar land (met) jullie bij haal tevoorschijn! (met) jullie vanuit de volkeren en (ik) heb verzameld (met) jullie vanuit de landen die (jullie) hebben verspreid in hen en (ik) ben geheiligd bij jullie te bestuderen (...) mij de volken
42.
en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh bij breng! (met) jullie naar aarde van Israël naar het land die (ik) heb gedragen (tot) handen van te geven haar aan vaders-en (...) jullie
43.
en (jullie) hebben je herinnerd daar (tot) wegen (...) jullie en (tot) alle daden (...) jullie die NÐMATM in hen WNQÐTM bij (de) aanzichten (...) jullie in alle medemensen (...) jullie die (jullie) hebben gedaan
44.
en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh bij te doen (...) mij (met) jullie opdat namen van niet zoals wegen (...) jullie de kwaden WKOLILWTIKM ENSHTWT huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 21

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou weg naar Zuiden en de kleine kinderen naar zuid en profeteer! naar bos het veld Zuiden
3.
en (jij) hebt gesproken aan bos het Zuiden nieuws woord Jahweh zo woord liggers van Jahweh hier ben ik steek(t) aan bij jou vuur en (zij) heeft gegeten bij jou alle boom frisheid en alle boom droogte niet (jij) ging uit aan de dochter SLEBT WNßRBW bij haar alle aanzicht droog(t) af naar Noorden
4.
en (zij) hebben gezien alle vlees dat ik Jahweh (ik) heb uitgeroeid (er)naar niet (jij) ging uit
5.
en woord ach liggers van Jahweh deze (mv) woorden aan mij toch? van heerser voltooie(t) hij
6.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
7.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar Jeruzalem en de kleine kinderen naar heiligen en profeteer! naar aarde van Israël
8.
en (jij) hebt gesproken aan aarde van Israël zo woord Jahweh hier ben ik naar jou en (ik) ben tevoorschijn gehaald word vernield! MTORE en (ik) zal vernietigen (van)uit jou rechtvaardige en slechte
9.
wegens die (ik) heb herkend (van)uit jou rechtvaardige en slechte daarom (jij) ging uit word vernield! MTORE naar alle vlees droog(t) af Noorden
10.
en (zij) hebben geweten alle vlees dat ik Jahweh (ik) ben tevoorschijn gehaald word vernield! MTORE niet (jij) blies nog (eens)
11.
en (met) haar zoon mens EANH bij (zij) hebben gebroken (...) hen lendenen WBMRIRWT TANH aan ogen (...) hen
12.
en (hij) is geweest dat (zij) spraken naar jou op wat? (met) haar NANH en (jij) hebt gesproken naar hoor toe! (er)naar dat kom(t) WNMX alle hart WRPW alle handen en (zij) is donker geworden alle wind en alle zegen! (...) hen (jullie) gingen water hier is kom(t) en (zij) is geworden (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
13.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
14.
zoon mens profeteer! en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van woord zwaard zwaard EWHDE en ook MRWÐE
15.
opdat slager slager EWHDE opdat (hij) is geweest aan haar flits MRÐE of (wij) verblijdden ons stam bouw! (jij) hebt verafschuwd alle boom
16.
en (hij) gaf (met) haar LMRÐE LTPS bij (de) lepel zij EWHDE zwaard en zij MRÐE te geven haar bij (de) hand dood(t)
17.
(hij) heeft geschreeuwd en jammer! zoon mens dat zij (zij) is geweest bij (de) volkeren van zij in alle vorsten van Israël om te wonen (...) mij naar zwaard (zij) zijn geweest (tot) met mij daarom XPQ naar heup
18.
dat bij (de) gratie en wat? als ook stam (jij) hebt verafschuwd niet (hij) was (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
19.
en (met) haar zoon mens profeteer! WEK lepel naar lepel WTKPL zwaard SLISTE zwaard doden zij zwaard dode (de) grote (is het zo) dat (jij) bent binnengedrongen aan hen
20.
opdat LMWC hart en veel EMKSLIM op alle poorten (...) hen (ik) heb gegeven ABHT zwaard broer OSWIE aan flits (zij) heeft verminderd aan slager
21.
verenig je! (de) rechtse (is het zo) dat plaats! ESMILI waarheen? aanzichten (...) jou van getuigenis
22.
en ook ik (ik) sloeg zoals mond van naar zoals mond van WENIHTI leren zak-en van ik Jahweh woord (...) mij
23.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
24.
en (met) haar zoon mens plaats! aan jou twee wegen te komen zwaard koning Babel van land één voert uit! die twee en hand (hij) heeft geschapen bij (het) hoofd weg stad (hij) heeft geschapen
25.
weg (jij) plaatste te komen zwaard (tot) (jij) hebt getwist bouw! Ammon en (tot) Juda bij Jeruzalem pluk druiven! (er)naar
26.
dat sta vast! koning Babel naar als de weg bij (het) hoofd tweede de wegen aan tovenarij tovenarij QLQL bij (de) pijlen (hij) heeft gevraagd bij (jij) liet los (...) hen (hij) heeft gezien bij (de) lever
27.
bij (de) dagen (...) ons (hij) is geweest de tovenarij Jeruzalem te plaatsen lammeren open te doen mond bij (de) moord op te tillen klank bij (het) gejubel te plaatsen lammeren op dat worden wakker aan monding (zij) heeft gebaand te bouwen schans
28.
en (hij) is geweest aan hen KQXWM (het) niets bij (de) ogen (...) hen ben verzadigd! weken aan hen en hij sekretaris vijandige LETPS
29.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens de man (...) jullie misdaad (...) jullie BECLWT misdaden (...) jullie zien te laten zondige daden (...) jullie in alle daden (...) jullie wegens de man (...) jullie bij (de) lepel TTPSW
30.
en (met) haar dode slechte vorst Israël die (hij) is gekomen dag (...) hem bij (de) tijd vijandige eind
31.
zo woord liggers van Jahweh (hij) heeft verwijderd de muts en (hij) heeft opgetild de kroon deze niet deze het laagland de hoogte en de hoogte (hij) heeft vernederd
32.
OWE OWE OWE (ik) plaatste (...) haar ook deze niet (hij) is geweest tot (hij) is gekomen die als de rechtsregel en (ik) heb gegeven (...) hem
33.
en (met) haar zoon mens profeteer! en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh naar bouw! Ammon en naar (jullie) hebben beledigd en (jij) hebt gesproken zwaard zwaard geopende aan slager MRWÐE LEKIL opdat flits
34.
BHZWT aan jou (het) niets bij (de) tovenarij aan jou leugen te geven jou naar halzen van ontheilig! slechte (mv) die (hij) is gekomen dag (...) hen bij (de) tijd vijandige eind
35.
geef terug! naar (jij) legde bloot bij (de) plaats die NBRAT bij (het) land MKRWTIK ASPÐ (met) jou
36.
en (ik) heb gestort op jou ben woedend! (hij) is verrot (ik) ben voorbijgegaan APIH op jou en (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) hand mensen bij (de) steden ploeg! vernieler
37.
aan vuur (jij) was naar aan eten bloed (...) jou (hij) was binnen het land niet (jij) herinnerde je dat ik Jahweh woord (...) mij

Hoofdstuk 22

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
en (met) haar zoon mens (is het zo) dat (zij) berechtte (is het zo) dat (zij) berechtte (tot) stad de kosten en (jij) hebt meegedeeld (er)naar (tot) alle TWOBWTIE
3.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh stad (jij) hebt gestort bloed naar bij (het) midden te komen nu en (zij) heeft gedaan verdraaiingen op haar aan onreinheid
4.
bij (het) bloed (...) jou die (jij) hebt gestort (jij) hebt je schuldig gemaakt en bij (de) verdraaiingen (...) jou die (jij) hebt gedaan (jij) hebt onrein verklaard en (jij) bood aan dagen (...) jou en (jij) kwam tot jaren (...) jou op zo (ik) heb gegeven (...) jou schande aan volken WQLXE aan alle de landen
5.
EQRBWT en (de) verre (mv) (van)uit jou ITQLXW bij jou (jij) hebt onrein verklaard (is het zo) dat daar (jij) hebt getwist EMEWME
6.
hier is vorsten van Israël man te zaaien (...) hem (zij) zijn geweest bij jou opdat monding bloed
7.
vader en als (zij) hebben verlicht bij jou aan vreemdeling Ezau bij (de) afzetterij bij (het) midden (...) jou wees en weduwe (zij) hebben bedrogen bij jou
8.
heilig! (jij) hebt geminacht en (tot) (ik) heb gerust HLLT
9.
mens (...) mij kwaadspreker (zij) zijn geweest bij jou opdat monding bloed en naar naar de heuvels (zij) hebben gegeten bij jou vuiligheid Ezau bij (het) midden (...) jou
10.
worden wakker vader bol bij jou (jij) hebt onrein verklaard de afzondering nederige bij jou
11.
en man (tot) vuur van zijn vriend (hij) heeft gedaan gruwel en man (tot) schoondochter (...) hem onreine bij (de) vuiligheid en man (tot) eerste (...) hem dochter vader (...) hem (hij) heeft geantwoord bij jou
12.
omkoperij (zij) hebben genomen bij jou opdat monding bloed woekerrente en overwinst (jij) hebt genomen en (jij) voerde uit kwaden (...) jou bij (de) afzetterij en (met) mij (jij) hebt vergeten (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
13.
en hier is (ik) heb geslagen zoals mond van naar voordeel (...) jou die (jij) hebt gedaan en op bloed (...) jou die (zij) zijn geweest bij (het) midden (...) jou
14.
(is het zo) dat (hij) stond vast hart (...) jou als (jullie) versterkten handen (...) jou aan dagen die ik (hij) heeft gedaan jou ik Jahweh woord (...) mij en (ik) heb gedaan
15.
WEPIßWTI jou bij (de) volken en (ik) heb uitgestrooid (...) jou bij (de) landen WETMTI (jij) hebt onrein verklaard (...) jou (van)uit jou
16.
en (jij) hebt verworven bij jou te bestuderen (...) mij volken en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh
17.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
18.
zoon mens (zij) zijn geweest aan mij huis Israël LXWC allemaal koper WBDIL en ijzer WOWPRT binnen KWR XCIM zilver (zij) zijn geweest
19.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens te zijn kun! (...) jullie LXCIM daarom hier ben ik (hij) heeft verzameld (met) jullie naar midden Jeruzalem
20.
(jij) hebt verzameld zilver en koper en ijzer WOWPRT WBDIL naar midden KWR aan vermindering op hem vuur LENTIK zo (ik) verzamelde bij (de) neuzen van en bij (de) leren zak-en van en (ik) heb rust gegeven WETKTI (met) jullie
21.
WKNXTI (met) jullie en (ik) heb uitgeademd op jullie (hij) is verrot (ik) ben voorbijgegaan WNTKTM naar bij (het) midden
22.
zoals het midden zilver binnen KWR zo TTKW naar bij (het) midden en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh (ik) heb gestort leren zak-en van op jullie
23.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
24.
zoon mens woord aan haar (tot) land niet zuiver(t) zich (er)naar zij niet CSME bij (de) dag woede
25.
verband naar profeten naar bij (het) midden zoals leeuw brul(t) prooi prooi ziel (zij) hebben gegeten (hij) heeft medelijden gehad (...) hen en waarde (zij) namen ALMNWTIE (zij) hebben vermeerderd naar bij (het) midden
26.
naar priesters (zij) hebben beroofd Wetboek (...) mij en (zij) ontheiligden heilig! tussen heiligheid aan niet-heilige niet EBDILW en tussen (de) onreine aan zuivere niet (zij) hebben meegedeeld en van sabbatten (...) mij (is het zo) dat op hen ogen (...) hen en wens toe! bij (het) midden (...) hen
27.
Seraja bij (zij) heeft nader gebracht zoals wolven verscheuur! prooi aan monding bloed te verliezen zielen opdat voordeel voordeel
28.
en naar profeten ÐHW aan hen zoutloze voorspel! (...) hen (het) niets en tovenarijen aan hen leugen woorden zo woord liggers van Jahweh en Jahweh niet woord
29.
met het land (zij) hebben tekort gedaan afzetterij en (zij) hebben beroofd roof en arme en arme (zij) hebben bedrogen en (tot) Hagar (zij) hebben tekort gedaan zonder rechtsregel
30.
en (ik) zocht (van)uit hen man omheining omheining en sta vast! bij (de) doorbraak voor door het land opdat niet (zij) heeft zich gebukt noch (ik) heb gevonden
31.
WASPK op hen ben woedend! (hij) is verrot (ik) ben voorbijgegaan (ik) ben geëindigd (...) hen generatie (...) jullie bij (het) hoofd (...) hen (ik) heb gegeven (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 23

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens twee worden verlaten dochters als één (zij) zijn geweest
3.
en (jullie) hoereerden bij Egypte BNOWRIEN (zij) hebben gehoereerd daarnaar (-s) (zij) hebben samengedrukt roven (...) hen en naam [van] Ezau oom (...) mij BTWLIEN
4.
en namen (...) hen naar tent de grootheid WAELIBE naar zus en (jullie) waren aan mij en (jullie) baarden zonen en dochters en namen (...) hen Samaria naar tent en Jeruzalem AELIBE
5.
en (zij) hoereerde naar tent in de plaats van mij en (zij) beminde hartstochtelijk op naar vrijers naar bevestiging verwanten
6.
bekleed je! lichtblauwe kleur word minder! en officieren bij word bleek! (hij) heeft begeerd allemaal ruiters rijd! paarden
7.
en te geven (...) hen naar hoererijen op hen keuze bouw! bevestiging allemaal en in alle die (zij) heeft hartstochtelijk bemind in alle verdraaiingen (...) hen (wij) verklaarden onrein (er)naar
8.
en (tot) naar hoererijen van Egypte niet (zij) heeft verlaten dat haar ligt neer! BNOWRIE en deze (mv) Ezau oom (...) mij BTWLIE en (zij) stortten hoererij (...) hen op haar
9.
daarom (ik) heb gegeven (er)naar bij (de) hand naar vrijers bij (de) hand bouw! bevestiging die (zij) heeft hartstochtelijk bemind op hen
10.
deze (mv) (zij) hebben zich verheugd worden wakker (er)naar bouw! (er)naar en naar bebouwingen (zij) hebben genomen en haar bij (het) zwaard (zij) hebben gedood en (zij) was daar aan vrouwen WSPWÐIM Ezau bij haar
11.
en (zij) liet zien naar zus AELIBE en (jij) bedierf (jij) hebt hartstochtelijk bemind (er)naar (van)uit haar en (tot) naar hoererijen van hoererij (...) mij naar zus
12.
naar bouw! bevestiging (zij) heeft hartstochtelijk bemind word minder! en officieren binnensten bekleed je! MKLWL ruiters rijd! paarden bij word bleek! (hij) heeft begeerd allemaal
13.
en (ik) zag dat (wij) verklaarden onrein (er)naar weg één aan lammetjes (...) hen
14.
en (jij) liet toevoegen naar naar hoererijen en (zij) liet zien mens (...) mij van grondwet op de muur beelden van zoals borsten HQQIM BSSR
15.
omgord! (...) mij gordel bij (de) lendenen (...) hen XRWHI ÐBWLIM bij (de) hoofden (...) hen verschijning dertig allemaal gestalte bouw! Babel Chaldeeën land vaderland (...) hen
16.
en (zij) beminde hartstochtelijk op hen aan verschijning bestudeer! (er)naar en (jij) zond weg boodschappers naar hen naar Chaldeeën
17.
en voert in! vetstaart bouw! Babel aan bed tepels en (zij) verklaarden onrein haar bij (de) hoererij (...) hen en (jij) verklaarde onrein in hen en (hij) heeft geblazen (wij) verbreidden ons (van)uit hen
18.
en (zij) verheugde zich naar hoererijen en (zij) verheugde zich (tot) worden wakker (er)naar en (hij) heeft geblazen ziel (...) mij van opgang zoals NQOE ziel (...) mij boven naar zus
19.
en (jij) vermeerderde (tot) naar hoererijen aan man (tot) dagen van NOWRIE die (zij) heeft gehoereerd bij (het) land Egypte
20.
en (zij) beminde hartstochtelijk (er)naar op PLCSIEM die vlees ernstige (mv) vlees (...) hen WZRMT paarden ZRMTM
21.
en (jij) beval (tot) vuiligheid van jeugd (...) jou bij te doen van Egypte tepels (...) jou opdat Sjadai jeugd (...) jou
22.
daarom AELIBE zo woord liggers van Jahweh hier ben ik merk(t) op (tot) vrijers (...) jou op jou (tot) die NQOE ziel (...) jou (van)uit hen en (ik) heb gebracht (...) hen op jou van rondom
23.
bouw! Babel en alle Chaldeeën opperbevel en schreeuw om hulp! WQWO alle bouw! bevestiging hen bij word bleek! (hij) heeft begeerd word minder! en officieren allemaal dertig WQRWAIM rijd! paarden allemaal
24.
en (zij) zijn gekomen op jou de Zin wagen en Gilgal en bij (de) menigte volkeren schild en schild WQWBO (zij) plaatsten op jou rondom en (ik) heb gegeven voor hen rechtsregel en (zij) hebben berecht (...) jou bij (de) rechtsregels (...) hen
25.
en (ik) heb gegeven (ik) ben jaloers geweest bij jou en Ezau jou bij (de) woede neus (...) jou en oren (...) jou (zij) verwijderden WAHRITK bij (het) zwaard (jij) viel deze (mv) zonen (...) jou en bebouwingen (...) jou (zij) namen WAHRITK (jij) at (hij) is verrot
26.
WEPSIÐWK (tot) kledingstukken (...) jou en (zij) hebben genomen gereedschap glans (...) jou
27.
en (ik) heb teruggegeven vuiligheid (...) jou (van)uit jou en (tot) hoererij (...) jou van land Egypte noch (jij) droeg ogen (...) jou naar hen en Egypte niet (jij) herinnerde je nog (eens)
28.
dat zo woord liggers van Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (...) jou bij (de) hand die (jij) hebt gehaat bij (de) hand die NQOE ziel (...) jou (van)uit hen
29.
en Ezau jou bij (zij) heeft gehaat en (zij) hebben genomen alle moeite (...) jou en (zij) hebben verlaten (...) jou stad (...) hen en naar steden en (wij) onthulden worden wakker hoererij (...) jou en vuiligheid (...) jou en hoererijen (...) jou
30.
(hij) heeft gedaan deze aan jou bij (de) hoererij (...) jou na volken op die NÐMAT bij (de) verdraaiingen (...) hen
31.
bij (de) weg zus (...) jou (jij) bent gegaan en (ik) heb gegeven (hij) is bedekt bij (de) hand (...) jou
32.
zo woord liggers van Jahweh beker zus (...) jou (jij) dronk (is het zo) dat (zij) is diep geweest en de plein (jij) was LßHQ en aan spot vermeerder(t) LEKIL
33.
(zij) hebben gehuurd (...) hen WICWN (jij) was vol beker daarnaar (-s) en wildernis beker zus (...) jou Samaria
34.
en (jij) hebt gedronken haar en steek(t) aan en (tot) ploeg! (er)naar TCRMI en roven (...) jou (jij) brak af dat ik woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
35.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens (jij) hebt vergeten mij en (jij) wierp af mij na CWK en ook (tot) draag! vuiligheid (...) jou en (tot) hoererijen (...) jou
36.
en (hij) sprak Jahweh naar mij zoon mens (is het zo) dat (jij) berechtte (tot) naar tent en (tot) AELIBE en vertel! aan hen (tot) TWOBWTIEN
37.
dat (zij) hebben echtgebroken en bloed bij (de) handen (...) hen en (tot) verdraaiingen (...) hen (zij) hebben echtgebroken en ook (tot) zonen (...) hen die helpt bij de geboorte! aan mij (zij) hebben overgebracht aan hen naar aan eten
38.
nog (eens) deze Ezau aan mij verklaart onrein! (tot) heilig(t) (...) mij bij (de) dag dat en (tot) sabbatten (...) mij ontheiligt!
39.
WBSHÐM (tot) zonen (...) hen aan verdraaiingen (...) hen en voert in! naar heilig(t) (...) mij bij (de) dag dat te ontheiligen (...) hem en hier is zo Ezau binnen huis-en van
40.
en neus dat (jullie) zondden weg aan mensen komen van afstand die boodschapper zend! naar hen en hier is (zij) zijn gekomen te bevestigen (jij) hebt gewassen KHLT ogen (...) jou WODIT tot aan
41.
en (jij) hebt gewoond op stam naar eer en tafel orden! voor haar en (ik) heb gerookt en word vet! (jij) hebt geplaatst op haar
42.
en klank menigte kwartel bij haar en naar mensen van meerderheid mens MWBAIM XWBAIM van woestijn en (zij) gaven ßMIDIM naar handen (...) hen en (jij) hebt omgeven glans op hoofden (...) hen
43.
en woord naar aan echtgenoot NAWPIM tijd (hij) hoereerde naar hoererij en zij
44.
en invoer vetstaart zoals komst naar vrouw hoereer(t) zo (zij) zijn gekomen naar naar tent en naar AELIBE vuur van de vuiligheid
45.
en mensen rechtvaardige (...) hen deze (mv) (zij) berechtten tekens (...) hen rechtsregel NAPWT en rechtsregel SPKWT bloed dat (jij) hebt echtgebroken hier is en bloed bij (de) handen (...) hen
46.
dat zo woord liggers van Jahweh dat wat opgaat op hen menigte en (hij) heeft gegeven (met) hen LZOWE en aan minachting
47.
WRCMW op hen steen menigte en (hij) heeft geschapen tekens (...) hen bij (de) zwaarden (...) hen zonen (...) hen en bebouwingen (...) hen (zij) doodden en huizen (...) hen (hij) is verrot (zij) verbrandden
48.
en (ik) heb teruggegeven vuiligheid vanuit het land WNWXRW alle (is het zo) dat worden verlaten noch (jullie) deedden KZMTKNE
49.
en (zij) hebben gegeven ZMTKNE op jullie en zondig! verdraaiingen (...) jullie (jij) droeg (...) haar en (jullie) hebben geweten dat ik liggers van Jahweh

Hoofdstuk 24

1.
en wees woord Jahweh naar mij in het jaar ETSIOIT bij (de) maand (de) tiende bij (het) decennium aan maand te spreken
2.
zoon mens geschreven aan jou (tot) daar vandaag (tot) bot vandaag deze (hij) heeft gesteund koning Babel naar Jeruzalem bij (het) bot vandaag deze
3.
en heerser naar huis verbitter! heerser en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh oever van (hij) heeft verwijderd oever van en ook (hij) heeft uitgegoten bij hem water
4.
Asaf NTHIE vetstaart alle NTH goede heup en schouder keuze kernen (hij) is vol geweest
5.
keuze het kleinvee LQWH en ook generatie de kernen in de plaats van haar RTH RTHIE ook bij (de) kwartel word machtig! (er)naar naar bij (het) midden
6.
daarom zo woord liggers van Jahweh o wee! stad de kosten pan die HLATE bij haar WHLATE niet (zij) is uitgegaan (van)uit haar LNTHIE LNTHIE (zij) heeft tevoorschijn gehaald niet ga neer! op haar lot
7.
dat (hij) heeft geleken naar bij (het) midden (hij) is geweest op ßHIH rots dat (zij) is gestorven (...) hem niet SPKTEW op het land aan bekleding op hem stof
8.
aan de beklimmingen woede aan wraak wraak (ik) heb gegeven (tot) (hij) heeft geleken op ßHIH rots opdat niet de bekleding
9.
daarom zo woord liggers van Jahweh o wee! stad de kosten ook ik (ik) vergrootte (is het zo) dat om te wonen (er)naar
10.
veel de bomen EDLQ het vuur (de) onschuldige het vlees WERQH EMRQHE en de botten (zij) ontbrandden
11.
en (zij) heeft opgesteld op CHLIE lege opdat (jij) was bronstig en (hij) is ontbrand naar koper WNTKE naar bij (het) midden (jij) hebt onrein verklaard (er)naar (zij) verbaasde zich HLATE
12.
vijgen ELAT noch (jij) ging uit (van)uit haar (jij) hebt getwist HLATE (hij) is verrot HLATE
13.
bij (jij) hebt onrein verklaard (...) jou vuiligheid wegens (ik) heb gezuiverd (...) jou noch (jij) hebt gezuiverd verklaar(t) onrein (...) jou niet (jij) zuiverde je nog (eens) tot geef rust! (tot) leren zak-en van bij jou
14.
ik Jahweh woord (...) mij kom(t) en (ik) heb gedaan niet APRO noch (ik) had medelijden noch (ik) troostte zoals wegen (...) jou WKOLILWTIK (zij) hebben berecht (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
16.
zoon mens hier ben ik lering (van)uit jou (tot) MHMD ogen (...) jou bij (de) epidemie noch (zij) beweende noch (jij) weende en toch niet (jij) kwam traan (...) jou
17.
EANQ bloed sterven rouw niet (jij) deed PARK verbind! op jou en schoenen (...) jou (jij) plaatste bij (de) voeten (...) jou noch TOÐE op SPM en brood mensen niet (jij) at
18.
en (ik) sprak naar het volk bij (het) rundvee en (zij) stierf mijn vrouw bij (de) aangename en (ik) maakte bij (het) rundvee zoals (ik) heb opdracht gegeven
19.
en (zij) spraken naar mij het volk toch? (jij) vertelde aan ons wat? deze aan ons dat (met) haar (hij) heeft gedaan
20.
en woord naar hen woord Jahweh (hij) is geweest naar mij te spreken
21.
woord aan huis Israël zo woord liggers van Jahweh hier ben ik ontheilig(t) (tot) heilig(t) (...) mij (zij) hebben zich verheven (...) hen kracht (...) jullie MHMD ogen (...) jullie WMHML ziel (...) jullie en zonen (...) jullie en bebouwingen (...) jullie die (jullie) hebben verlaten bij (het) zwaard (zij) vielen
22.
en (jullie) hebben gedaan zoals (ik) heb gedaan op SPM niet TOÐW en brood mensen niet (jullie) aten
23.
WPARKM op hoofden (...) jullie en schoenen (...) jullie bij (de) voeten (...) jullie niet (jullie) beweenden noch (jullie) weenden WNMQTM bij (de) misdaden (...) jullie WNEMTM man naar broers (...) hem
24.
en (hij) is geweest IHZQAL aan jullie aan wonderteken zoals alle die (hij) heeft gedaan (jullie) maakten naar bij (de) komst en (jullie) hebben geweten dat ik liggers van Jahweh
25.
en (met) haar zoon mens immers bij (de) dag QHTI (van)uit hen (tot) vesting (...) hen vreugde glans (...) hen (tot) MHMD ogen (...) hen en (tot) last ziel (...) hen zonen (...) hen en bebouwingen (...) hen
26.
bij (de) dag dat invoer (hij) heeft eruit gelaten naar jou LESMOWT oren
27.
bij (de) dag dat (hij) deed open monden (...) jou (tot) (hij) heeft eruit gelaten en (jij) sprak noch TALM nog (eens) en (jij) bent geweest aan hen aan wonderteken en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 25

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar bouw! Ammon en profeteer! op hen
3.
en (jij) hebt gesproken aan zonen van Ammon (zij) hebben toegehoord woord liggers van Jahweh zo woord liggers van Jahweh wegens woord (...) jou de broer naar heilig(t) (...) mij dat wadi en naar aarde van Israël dat ziel en naar huis Juda dat (zij) zijn gegaan bij (de) ballingschap
4.
daarom hier ben ik (hij) heeft gegeven (...) jou aan zonen van voorkant aan erfdeel en (zij) hebben gewoond ÐIRWTIEM bij jou en (zij) hebben gegeven bij jou residenties (...) hen deze (mv) (zij) aten stieren (...) jou en deze (mv) (zij) dronken melk (...) jou
5.
en (ik) heb gegeven (tot) veelheid aan woonplaats kamelen en (tot) bouw! Ammon LMRBß kleinvee en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
6.
dat zo woord liggers van Jahweh wegens MHAK hand WRQOK bij (de) voet en (jij) maakte blij in alle SAÐK bij (de) ziel naar aarde van Israël
7.
daarom hier ben ik (ik) ben genegen (tot) handen van op jou en (ik) heb gegeven (...) jou LBC aan volken en (ik) zal vernietigen (...) jou vanuit de volkeren en (ik) heb verloren laten gaan (...) jou vanuit de landen (ik) roeide uit (...) jou en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh
8.
zo woord liggers van Jahweh wegens woord Moab en bok hier is zoals alle de volken huis Juda
9.
daarom hier ben ik opening (tot) schouder Moab van de steden van steden (...) hem van einde (...) hem pracht land huis EISIMT echtgenoot van vijandige en (jullie) zijn gebeurd (er)naar
10.
aan zonen van voorkant op bouw! Ammon en (ik) heb gegeven (er)naar aan erfdeel opdat niet (zij) herinnerde zich bouw! Ammon bij (de) volken
11.
en met Moab (ik) werd gedaan rechters en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
12.
zo woord liggers van Jahweh wegens te doen Edom bij (de) wraak wraak aan huis Juda en (zij) maakten zich schuldig maak je schuldig! en (zij) hebben gewroken bij hen
13.
daarom zo woord liggers van Jahweh WNÐTI handen van op Edom en (ik) zal vernietigen (van)uit haar mens en vee en (ik) heb gegeven (er)naar droog land van Zuiden WDDNE bij (het) zwaard (zij) vielen
14.
en (ik) heb gegeven (tot) (ik) heb gewroken bij Edom bij (de) hand met mij Israël en Ezau bij Edom zoals neuzen van WKHMTI en (zij) hebben geweten (tot) (ik) heb gewroken (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
zo woord liggers van Jahweh wegens te doen Filistijnen bij (de) wraak WINQMW wraak BSAÐ bij (de) ziel aan vernieler vijandschap van eeuwigheid
16.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik neig(t) handen van op Filistijnen en (ik) zal vernietigen (tot) hak af! (...) hen en (ik) heb verloren laten gaan (tot) rest HWP de zee
17.
en (ik) heb gedaan in hen wraak-en groeiende (mv) bij (de) terechtwijzingen woede en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh dochter (...) mij (tot) (ik) heb gewroken in hen

Hoofdstuk 26

1.
en wees bij (de) opvolging van tien jaar bij één aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens wegens die (zij) heeft gesproken smalle op Jeruzalem de broer (wij) verbrijzelden (er)naar deuren de volkeren (zij) heeft zich afgewend naar mij (ik) was vol (er)naar het droog land
3.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik op jou smalle en de opgang (...) mij op jou volken twisten zoals de beklimmingen de zee aan hopen (...) hem
4.
en (zij) hebben bedorven schoonmoeder smalle en (zij) hebben afgebroken van Gedalja WXHITI jonge ree (van)uit haar en (ik) heb gegeven haar LßHIH rots
5.
MSÐH boycotten (jij) was binnen de zee dat ik woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh en (zij) is geweest aan minachting aan volken
6.
en naar bebouwingen die bij (het) veld bij (het) zwaard (zij) doodde (...) haar en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
7.
dat zo woord liggers van Jahweh hier ben ik breng(t) naar smalle Nebukadrezar koning Babel van Noorden koning koningen bij (het) paard en bij (de) wagen en bij (de) ruiters en menigte en met meerderheid
8.
bebouwingen (...) jou bij (het) veld bij (het) zwaard (hij) doodde en (hij) heeft gegeven op jou schans en monding op jou (zij) heeft gebaand en (hij) heeft gevestigd op jou schild
9.
en wis uit! (zij) hebben ontvangen (hij) gaf bij (de) schoonmoeders (...) jou en van grootheden (...) jou ITß bij (de) zwaarden (...) hem
10.
MSPOT paarden (...) hem (hij) bedekte (...) jou ABQM van klank ruiter en Gilgal en wagen (zij) maakte lawaai (...) haar muren (...) jou bij (het) komen bij (de) poorten (...) jou als om te komen (...) mij stad MBQOE
11.
BPRXWT paarden (...) hem IRMX (tot) alle straten (...) jou met jou bij (het) zwaard (hij) doodde en opgestelde (mv) kracht (...) jou aan land (jij) daalde
12.
en (zij) hebben ontnomen macht (...) jou en (zij) hebben geplunderd (jij) hebt gevent (...) jou en (zij) hebben afgebroken muren (...) jou en dochter (...) mij (jij) hebt begeerd (...) jou (zij) sloopten en stenen (...) jou en bomen (...) jou en stof (...) jou binnen water (zij) plaatsten
13.
en (ik) heb teruggegeven menigte liederen (...) jou en klank KNWRIK niet (hij) hoorde toe nog (eens)
14.
en (ik) heb gegeven (...) jou LßHIH rots MSÐH boycotten (jij) was niet (jij) bouwde nog (eens) dat ik Jahweh woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
zo woord liggers van Jahweh aan rots toch? van klank MPLTK BANQ dode bij (hij) heeft gedood (hij) heeft gedood bij (het) midden (...) jou (zij) maakten lawaai de eilanden
16.
en (zij) zijn gedaald boven KXAWTM alle vorsten van de zee en (zij) hebben verwijderd (tot) mantels (...) hen en (tot) bij (het) bokje (jullie) hebben geborduurd (zij) kleedden uit bezorgde (mv) (zij) bekleedden zich op het land (zij) hebben gewoond en (zij) zijn geschrokken aan ogenblikken WSMMW op jou
17.
en (zij) hebben gedragen op jou naar Kain en (zij) hebben gesproken aan jou waar ben jij? (jij) bent verloren gegaan blaas(t) van dagen (hij) heeft opgemerkt (is het zo) dat (zij) heeft geloofd die (zij) is geweest (zij) is sterk geworden bij (de) zee zij en naar inwoners die (zij) hebben gegeven HTITM aan alle naar bewoners
18.
nu (zij) schroken (is het zo) dat (er is) niet dag MPLTK en (zij) zijn geschrokken de eilanden die bij (de) zee om uit te gaan (...) jou
19.
dat zo woord liggers van Jahweh dochter (...) mij (met) jou stad NHRBT zoals steden die niet blaas(t) (...) hem bij (de) dat wat opgaat-en op jou (tot) afgrond en (zij) hebben bedekt (...) jou het water (is het zo) dat twisten
20.
en (ik) ben naar beneden gehaald (...) jou (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put naar met eeuwigheid WEWSBTIK bij (het) land onderste (mv) zoals zwaarden van eeuwigheid (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put opdat niet Thisbiet en (ik) heb gegeven pracht bij (het) land leven
21.
panische angsten (ik) zal geven (...) jou en jij bent (er) niet en (jij) zocht noch (jij) vond nog (eens) aan eeuwigheid (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 27

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
en (met) haar zoon mens draag! op smalle naar Kain
3.
en (jij) hebt gesproken aan rots (is het zo) dat (ik) heb gewoond op MBWAT zee (jij) hebt gevent de volkeren naar eilanden twisten zo woord liggers van Jahweh rots (tot) (jij) hebt gesproken ik zoals nacht van schoonheid
4.
bij (het) hart dagen CBWLIK zonen (...) jou KLLW schoonheid (...) jou
5.
cipressen MSNIR bij ons aan jou (tot) alle aan angsten ceder van Libanon (zij) hebben genomen te doen tortelduif (...) hen op jou
6.
eikenbos van Basan Ezau van zwepen (...) jou plank (...) jou Ezau tand dochter heil (...) hen van eilanden van KTIM
7.
zes bij (zij) heeft geborduurd van Egypte (hij) is geweest verklaar(t) (...) jou te zijn aan jou aan teken lichtblauwe kleur en purper van eilanden van ALISE (hij) is geweest MKXK
8.
inwoners van Sidon WARWD (zij) zijn geweest acacia's aan jou wijzen (...) jou rots (zij) zijn geweest bij jou deze (mv) koorden (...) jou
9.
ben oud! grens en word wijs! (er)naar (zij) zijn geweest bij jou houd(t) (...) mij bij (het) poeder (...) jou alle schepen de zee en van wangen (...) hen (zij) zijn geweest bij jou aan aangename van borg (...) jou
10.
Perzië en Lud en Put (zij) zijn geweest bij (de) macht (...) jou mens (...) mij strijd (...) jou schild WKWBO (zij) hebben opgehangen bij jou deze (mv) (zij) hebben gegeven de weg
11.
bouw! ARWD en macht (...) jou op muren (...) jou rondom WCMDIM BMCDLWTIK (zij) zijn geweest SLÐIEM (zij) hebben opgehangen op muren (...) jou rondom deze (mv) KLLW schoonheid (...) jou
12.
Tharsis XHRTK van meerderheid alle kapitaal bij (het) zilver ijzer BDIL WOWPRT (zij) hebben gegeven OZBWNIK
13.
doffer wereld en (hij) heeft getrokken deze (mv) handelaars (...) jou bij (de) ziel mens en gereedschap koper (zij) hebben gegeven van borg (...) jou
14.
van huis TWCRME paarden en ruiters WPRDIM (zij) hebben gegeven OZBWNIK
15.
bouw! tepel (...) hen handelaars (...) jou eilanden twisten XHRT hand (...) jou hoornen tand WEWBNIM (zij) hebben teruggegeven ASKRK
16.
Syrië XHRTK van meerderheid daden (...) jou BNPK purper en (zij) heeft geborduurd WBWß WRAMT WKDKD (zij) hebben gegeven BOZBWNIK
17.
Juda en land Israël deze (mv) handelaars (...) jou BHÐI (jij) hebt opgenoemd WPNC en honing en olie en schep! (zij) hebben gegeven van borg (...) jou
18.
Damaskus XHRTK bij (de) meerderheid daden (...) jou van meerderheid alle kapitaal bij (de) wijn HLBWN en wol ßHR
19.
en Dan en doffer MAWZL BOZBWNIK (zij) hebben gegeven ijzer te doen brand! (er)naar en buis BMORBK (hij) is geweest
20.
tepel (...) hen (jij) hebt gevent (...) jou bij (de) kledingstukken van vrijheid naar aan wagen
21.
aangename en alle vorsten van (hij) is donker geworden deze (mv) XHRI hand (...) jou bij (de) lammeren en ram (...) hen en bokken in hen XHRIK
22.
vent! Scheba WROME deze (mv) handelaars (...) jou bij (het) hoofd alle bij (de) naam en in alle steen (hij) gebeurde en goud (zij) hebben gegeven OZBWNIK
23.
Haran en noem! en getuige (...) hen vent! Scheba bevestiging als onderwijs! (jij) hebt gevent (...) jou
24.
deze (mv) handelaars (...) jou BMKLLIM BCLWMI lichtblauwe kleur en (zij) heeft geborduurd WBCNZI bij zijn hoog bij (de) koorden verbind! (...) hen en ceders BMRKLTK
25.
schepen Tharsis SRWTIK van borg (...) jou en (jij) was vol en (jij) was zwaar zeer bij (het) hart dagen
26.
bij (het) water twisten (is het zo) dat (zij) zijn gekomen (...) jou de acacia's (met) jou wind het Oosten dat zegen! bij (het) hart dagen
27.
kapitaal (...) jou WOZBWNIK van borg (...) jou weg van verhemelte en koorden (...) jou houd(t) (...) mij bij (het) poeder (...) jou en ben aangenaam! van borg (...) jou en alle mens (...) mij strijd (...) jou die bij jou en in alle menigte (...) jou die bij (het) midden (...) jou (zij) vielen bij (het) hart dagen bij (de) dag MPLTK
28.
aan klank (jij) hebt geschreeuwd koorden (...) jou (zij) maakten lawaai verjagen
29.
en (zij) zijn gedaald MANIWTIEM alle (jij) verbreidde je van zweep zeemannen alle saboteer! de zee naar het land (zij) stondden vast
30.
en (zij) hebben laten horen op jou bij (de) klank (...) hen en (zij) schreeuwden bittere en (zij) verhieven stof op hoofden (...) hen bij (de) as ITPLSW
31.
WEQRIHW naar jou naar ijs en (zij) hebben omgord dat (hij) heeft gehandhaafd en (zij) hebben geweend naar jou bij (de) bittere ziel rouwklacht bittere
32.
en (zij) hebben gedragen naar jou zonen (...) hen naar Kain WQWNNW op jou water van zoals rots als (hij) heeft geleken binnen de zee
33.
bij uit te gaan OZBWNIK van dagen de zeven volkeren twisten bij (de) meerderheid kapitalen (...) jou en van avonden (...) jou de tiental heers! land
34.
tijd NSBRT van dagen BMOMQI water van borg (...) jou en alle menigte (...) jou bij (het) midden (...) jou ga(a)t neer!
35.
alle inwoners van de eilanden SMMW op jou en koningen (...) hen dat (zij) hebben blootgelegd poort ROMW aanzicht
36.
XHRIM bij (de) volkeren (zij) hebben gefloten op jou panische angsten (jij) bent geweest en jij bent (er) niet tot eeuwigheid

Hoofdstuk 28

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens woord aan leider smalle zo woord liggers van Jahweh wegens hoogte hart (...) jou en (jij) sprak naar ik zetel God (ik) heb gewoond bij (het) hart dagen en (met) haar mens noch naar en te geven (...) hen hart (...) jou hond God
3.
hier is wijze (met) haar MDNAL alle XTWM niet OMMWK
4.
bij (jij) bent wijs geworden (...) jou en bij (de) wijsheid (...) jou (jij) hebt gedaan aan jou macht en (jij) maakte goud en zilver bij (de) schatten (...) jou
5.
bij (de) meerderheid (jij) bent wijs geworden (...) jou bij (jij) hebt gevent (...) jou (jij) hebt vermeerderd macht (...) jou WICBE hart (...) jou bij (de) macht (...) jou
6.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens te geven (...) jou (tot) hart (...) jou hond God
7.
daarom hier ben ik breng(t) op jou kransen tirannen van volken en de leegte (...) hem zwaarden (...) hen op schoonheid (jij) bent wijs geworden (...) jou en ontheiligt! IPOTK
8.
te bederven (zij) werden naar beneden gehaald (...) jou en (zij) is gestorven om te sterven (...) mij dode bij (het) hart dagen
9.
de woord (jij) sprak God ik voor (hij) heeft gedood (...) jou en (met) haar mens noch naar bij (de) hand ontheiligen (...) jou
10.
sterf! onbesnedenen (jij) stierf bij (de) hand kransen dat ik woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
11.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
12.
zoon mens draag! naar Kain op koning rots en (jij) hebt gesproken als zo woord liggers van Jahweh (met) haar zegel TKNIT (hij) is vol geweest wijsheid WKLIL schoonheid
13.
bij (de) getuige (...) hen tuin God (jij) bent geweest alle steen (hij) gebeurde van hut (...) jou mens PÐDE WIELM Tharsis onyx en jaspis saffier NPK WBRQT en goud handwerk van TPIK en stel vast! (...) jou bij jou bij (de) dag (is het zo) dat (hij) heeft geschapen (...) jou (zij) hebben opgezet
14.
(tot) beeld van meerderheid MMSH (is het zo) dat overdek(t) en (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) heuvel heiligheid God (jij) bent geweest binnen stenen van vuur (jij) hebt rondgewandeld
15.
volledige (met) haar bij (de) wegen (...) jou van dag (is het zo) dat (hij) heeft geschapen (...) jou tot (wij) vondden OWLTE bij jou
16.
bij (de) meerderheid (jij) hebt gevent (...) jou (zij) hebben besneden midden (...) jou roof en (jij) zondigde en (ik) ontheiligde (...) jou vlugge God en (hij) is verloren gegaan (...) jou beeld van meerderheid (is het zo) dat bedek! van midden stenen van vuur
17.
hoogte hart (...) jou bij (de) schoonheid (...) jou kuil (jij) bent wijs geworden (...) jou op IPOTK op land (ik) heb afgeworpen (...) jou voor koningen (ik) heb gegeven (...) jou LRAWE bij jou
18.
van meerderheid armoede (...) jou bij (de) onrecht (jij) hebt gevent (...) jou HLLT heiligen (...) jou en (ik) werd tevoorschijn gehaald vuur van midden (...) jou zij (jij) hebt gegeten (...) jou en (ik) zal geven (...) jou aan as op het land te bestuderen (...) mij alle spiegel (...) jou
19.
alle weten (...) jou bij (de) volkeren SMMW op jou panische angsten (jij) bent geweest en jij bent (er) niet tot eeuwigheid
20.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
21.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar Sidon en profeteer! op haar
22.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh hier ben ik op jou Sidon WNKBDTI bij (het) midden (...) jou en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh bij te doen (...) mij bij haar rechters en (ik) ben geheiligd bij haar
23.
en (ik) heb gezonden bij haar woord en bloed BHWßWTIE WNPLL dode naar bij (het) midden bij (het) zwaard op haar van rondom en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
24.
noch (hij) was nog (eens) aan huis Israël baant! (...) hen MMAIR WQWß MKAB van alle omgevingen (...) hen ESAÐIM hen en (zij) hebben geweten dat ik liggers van Jahweh
25.
zo woord liggers van Jahweh bij verzamel! (tot) huis Israël vanuit de volkeren die verbrijzelt! in hen en (ik) ben geheiligd in hen te bestuderen (...) mij de volken en (zij) hebben gewoond op aarde-en (...) hen die (ik) heb gegeven te bewerken (...) mij aan Jakob
26.
en (zij) hebben gewoond op haar zich te verzekeren en bij ons huizen en (zij) hebben geplant als zijn hoog en (zij) hebben gewoond zich te verzekeren bij te doen (...) mij rechters in alle ESAÐIM (met) hen van omgevingen (...) hen en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh hun God

Hoofdstuk 29

1.
in het jaar EOSRIT bij neem een tiende! bij twee rijkdom aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou op farao koning Egypte en profeteer! op hem en op Egypte schoondochter
3.
woord en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh hier ben ik op jou farao koning Egypte de jakhalzen (de) grote ERBß binnen rivieren (...) hem die woord aan mij rivieren van en ik (jullie) hebben gedaan (...) mij
4.
en (ik) heb gegeven HHIIM bij (de) wangen (...) jou WEDBQTI DCT (hij) verlengde BQSQSTIK en de opgang-en (...) jou van midden (hij) verlengde en (tot) alle DCT (hij) verlengde BQSQSTIK (zij) plakte
5.
en (ik) heb verlaten (...) jou naar de woestijn jou en (tot) alle DCT (hij) verlengde op aanzicht van het veld (jij) viel niet (jij) verzamelde noch (jij) verzamelde aan dier van het land en te vliegen de hemel (ik) heb gegeven (...) jou naar aan eten
6.
en (zij) hebben geweten alle inwoners van Egypte dat ik Jahweh wegens (is het zo) dat Jotham MSONT buis aan huis Israël
7.
bij (zij) verbreidde zich (...) hen bij jou bij (de) lepel (...) jou (jij) rende WBQOT aan hen alle schouder WBESONM op jou (zij) brak en (jij) hebt opgesteld aan hen alle lendenen
8.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik breng(t) op jou zwaard en (ik) zal vernietigen (van)uit jou mens en vee
9.
en (zij) is geweest land Egypte aan wildernis en droog land en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh wegens woord rivier aan mij en ik (ik) heb gedaan
10.
daarom hier ben ik naar jou en naar (hij) verlengde en (ik) heb gegeven (tot) land Egypte aan zwaarden zwaard wildernis MMCDL XWNE en tot grens Cusch
11.
niet (zij) ging voorbij bij haar voet mens en voet vee niet (zij) ging voorbij bij haar noch (jij) woonde veertig jaar
12.
en (ik) heb gegeven (tot) land Egypte wildernis binnen landen zielen en naar steden binnen steden van zwaarden (jij) was (...) hen wildernis veertig jaar WEPßTI (tot) Egypte bij (de) volken en (ik) heb uitgestrooid (...) hen bij (de) landen
13.
dat zo woord liggers van Jahweh van eind veertig jaar (ik) verzamelde (tot) Egypte vanuit de volkeren die verbrijzelt! daarnaar (-s)
14.
en rust! (tot) rust! Egypte en (ik) heb teruggegeven (met) hen land PTRWX op land MKWRTM en (zij) zijn geweest daar rijk laagland
15.
vanuit de rijken (jij) was laagland noch TTNSA nog (eens) op de volken WEMOÐTIM opdat niet RDWT bij (de) volken
16.
noch (hij) was nog (eens) aan huis Israël tot van veiligheid sekretaris vijandige bij (de) hoeken (...) hen na hen en (zij) hebben geweten dat ik liggers van Jahweh
17.
en wees bij twintig en zeven jaar bij (de) eerste bij één aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
18.
zoon mens Nebukadrezar koning Babel EOBID (tot) macht (...) hem feit grootheid naar smalle alle hoofd van ijs en alle schouder MRWÐE en beloning niet (hij) is geweest als en aan macht (...) hem van smalle op het feit die slaaf op haar
19.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven aan Nebukadrezar koning Babel (tot) land Egypte en verheven het rantsoen en buit (zij) heeft ontnomen en (hij) heeft geplunderd hier en (zij) is geweest beloning aan macht (...) hem
20.
onderneming (...) hem die slaaf bij haar (ik) heb gegeven als (tot) land Egypte die Ezau aan mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
21.
bij (de) dag dat (ik) liet groeien hoorn aan huis Israël en aan jou (met) hen doet open! (...) hen mond bij (het) midden (...) hen en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 30

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens profeteer! en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh (zij) hebben gejammerd EE aan dag
3.
dat verwant dag en verwant dag aan Jahweh dag wolk tijd volken (hij) was
4.
en kom(t) zwaard bij Egypte en (zij) is geweest HLHLE bij Cusch bij ga neer! dode bij Egypte en (zij) hebben genomen (is het zo) dat bedrieg(t) en (wij) braken af (...) hem IXDWTIE
5.
Cusch en Put en Lud en alle (de) aangename WKWB en bouw! land het verbond (met) hen bij (het) zwaard (zij) vielen
6.
zo woord Jahweh en ga(a)t neer! steuun! Egypte en (hij) is gedaald (zij) hebben zich verheven (...) hen naar kracht MMCDL XWNE bij (het) zwaard (zij) vielen bij haar (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
7.
en (zij) hebben geademd binnen landen zielen en steden (...) hem binnen steden NHRBWT (jullie) waren
8.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh dochter (...) mij vuur bij Egypte en (wij) braken (...) hem alle Azarja
9.
bij (de) dag dat voert uit! boodschappers weg van aanzicht van bij (de) vloten schrikken te laten (tot) Cusch veiligheid en (zij) is geweest HLHLE bij hen bij (de) dag Egypte dat hier is kom(t)
10.
zo woord liggers van Jahweh en (ik) heb teruggegeven (tot) menigte Egypte bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel
11.
hij en met hem (met) hem tirannen van volken MWBAIM te bederven het land en de leegte (...) hem zwaarden (...) hen op Egypte en (zij) zijn vol geweest (tot) het land dode
12.
en (ik) heb gegeven rivieren droog land en (ik) heb verkocht (tot) het land bij (de) hand kwaden en de haar naam (...) mij land en (zij) is vol geweest bij (de) hand kransen ik Jahweh woord (...) mij
13.
zo woord liggers van Jahweh en (ik) heb verloren laten gaan verdraaiingen en (ik) heb teruggegeven afgoden MNP en vorst van land Egypte niet (hij) was nog (eens) en (ik) heb gegeven vrees bij (het) land Egypte
14.
en de haar naam (...) mij (tot) PTRWX en (ik) heb gegeven vuur bij Zoan en (ik) heb gedaan rechters BNA
15.
en (ik) heb gestort leren zak-en van op Sin vesting Egypte en (ik) zal vernietigen (tot) menigte toch
16.
en (ik) heb gegeven vuur bij Egypte zand THIL Sin en toch (jij) was LEBQO WNP schep! dag (...) hen
17.
bij word bleek! kracht en mond van BXT bij (het) zwaard (zij) vielen en hier is bij (de) gevangenschap (jullie) gingen
18.
WBTHPNHX duisternis vandaag bij breek! daar (tot) buigen om Egypte en (jij) hebt geblazen bij haar (zij) hebben zich verheven (...) hen naar kracht zij wolk (hij) bedekte (...) haar en naar bebouwingen bij (de) gevangenschap (jullie) gingen
19.
en (ik) heb gedaan rechters bij Egypte en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
20.
en wees bij één tien jaar bij (de) eerste bij zeven aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
21.
zoon mens (tot) arm farao koning Egypte (ik) heb gebroken en hier is niet (zij) heeft verbonden te geven RPAWT te plaatsen HTWL LHBSE te versterken (er)naar LTPS bij (het) zwaard
22.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar farao koning Egypte en (ik) heb gebroken (tot) (ik) heb gezaaid (...) hem (tot) (is het zo) dat (zij) is sterk geworden en (tot) ENSBRT en (ik) heb laten vallen (tot) het zwaard van hand (...) hem
23.
WEPßWTI (tot) Egypte bij (de) volken en (jullie) hebben uitgestrooid bij (de) landen
24.
en (ik) ben sterk geworden (tot) armen koning Babel en (ik) heb gegeven (tot) word vernield! bij (hij) bedankte en (ik) heb gebroken (tot) armen farao WNAQ NAQWT dode voor hem
25.
en (ik) heb gehouden (tot) armen koning Babel en armen farao TPLNE en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh dochter (...) mij word vernield! bij (de) hand koning Babel en (wij) bogen om haar naar land Egypte
26.
WEPßWTI (tot) Egypte bij (de) volken en (ik) heb uitgestrooid hen bij (de) landen en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 31

1.
en wees bij één tien jaar bij (de) derde bij één aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens woord naar farao koning Egypte en naar (zij) hebben geruist (...) ons naar water van (jij) hebt geleken bij (de) grootheid (...) jou
3.
hier is bevestiging ceder bij (de) Libanon mooie tak en stille van schaduw en hoogte hoogte en tussen OBTIM (zij) is geweest top (...) hem
4.
water CDLWEW afgrond RMMTEW (tot) (ik) ben gestroomd (er)naar beweging omgevingen MÐOE en (tot) TOLTIE (zij) heeft gezonden naar alle houten het veld
5.
op zo CBEA (jij) bent opgestaan (...) hem van alle houten het veld en (jullie) vermeerderden XROPTIW en (jullie) duurden PARTW van water twisten bij zendt weg!
6.
BXOPTIW nest (...) ons alle vogel de hemel en in de plaats van PARTIW helpt bij de geboorte! alle dier van het veld en bij (de) schaduw (...) hem (zij) hebben gewoond alle volken twisten
7.
en (hij) was mooi bij (zij) zijn gegroeid bij (de) lange DLIWTIW dat (hij) is geweest dat verovert! naar water twisten
8.
ceders niet OMMEW bij (de) tuin God cipressen niet (zij) hebben geleken naar XOPTIW WORMNIM niet (zij) zijn geweest als (ik) ben in opstand gekomen (...) hem alle boom bij (de) tuin God niet (hij) heeft geleken naar hem bij (de) schoonheid (...) hem
9.
mooie (ik) heb gedaan (...) hem bij (de) meerderheid DLIWTIW en (zij) waren jaloers (...) hem alle houten getuige (...) hen die bij (de) tuin naar God
10.
daarom zo woord liggers van Jahweh wegens die CBET bij (de) hoogte en (hij) gaf top (...) hem naar tussen OBWTIM en (hij) is hoog geweest hart (...) hem bij (de) hoogte (...) hem
11.
en (ik) gaf (...) hem bij (de) hand ram volken Ezau (zij) heeft gemaakt als zoals slechtheid (...) hem CRSTEW
12.
en (zij) hakten af (...) hem kransen tirannen van volken en (zij) verlieten (...) hem naar naar de heuvels en in alle CAIWT ga(a)t neer! DLIWTIW en (jullie) verbrijzelden (ik) ben in opstand gekomen (...) hem in alle beddingen van het land en (zij) zijn gedaald van schaduw (...) hem alle met mij het land en (zij) verlieten (...) hem
13.
op MPLTW (zij) behuisden alle vogel de hemel en naar (ik) ben in opstand gekomen (...) hem (zij) zijn geweest alle dier van het veld
14.
opdat die niet ICBEW bij (de) hoogtes (...) hen alle houten water noch (zij) gaven (tot) top (...) hen naar tussen OBTIM noch (zij) stondden vast naar hen bij (de) hoogte (...) hen alle schering water dat allemaal (zij) hebben gegeven te sterven naar land bodem binnen bouw! mens naar (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
15.
zo woord liggers van Jahweh bij (de) dag RDTW naar dodenrijk (is het zo) dat (ik) heb gerouwd KXTI op hem (tot) afgrond en (ik) hield terug NERWTIE en (zij) zetten gevangen water twisten WAQDR op hem Libanon en alle houten het veld op hem OLPE
16.
van klank MPLTW (is het zo) dat (ik) heb lawaai gemaakt volken bij (hij) is naar beneden gehaald (...) mij (met) hem naar dodenrijk (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put en (zij) troostten bij (het) land bodem alle houten getuige (...) hen keuze en goede Libanon alle schering water
17.
ook zij (met) hem (zij) zijn gedaald naar dodenrijk naar ontheilig! zwaard en (zij) hebben gezaaid (zij) hebben gewoond bij (de) schaduw (...) hem binnen volken
18.
naar water van (jij) hebt geleken zodoende bij (de) eer en bij (de) grootheid bij (de) houten getuige (...) hen en (jij) bent naar beneden gehaald (tot) houten getuige (...) hen naar land bodem binnen onbesnedenen (jij) lag neer (tot) ontheilig! zwaard hij farao en alle (is het zo) dat bedrieg(t) (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 32

1.
en wees (ik) heb me geschaamd tien jaar bij (de) tweede rijkdom maand bij één aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens draag! naar Kain op farao koning Egypte en (jij) hebt gesproken naar hem jonge leeuw volken (jij) bent weggevaagd en (met) haar zoals jakhalzen bij (de) dagen WTCH BNERWTIK WTDLH water bij (de) voeten (...) jou WTRPX rivieren (...) hen
3.
zo woord liggers van Jahweh en (ik) heb uitgespreid op jou (tot) netwerk (...) mij bij (de) menigte volkeren twisten WEOLWK bij (de) boycotten van
4.
en (ik) heb verlaten (...) jou bij (het) land op aanzicht van het veld AÐILK en de buurvrouw (...) mij op jou alle vogel de hemel WESBOTI (van)uit jou dier van alle het land
5.
en (ik) heb gegeven (tot) vlees (...) jou op naar de heuvels en (ik) ben vol geweest ECAIWT zijn hoog (...) jou
6.
en (ik) heb te drinken gegeven land ßPTK van bloed (...) jou naar naar de heuvels WAPQIM (zij) waren vol (...) hen (van)uit jou
7.
en (ik) heb bedekt BKBWTK hemel en de pot (...) mij (tot) KKBIEM zon bij (de) wolk AKXNW en maan niet (hij) verlichtte licht (...) hem
8.
alle licht (...) mij licht bij (de) hemel AQDIRM op jou en (ik) heb gegeven duisternis op land (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
9.
en (ik) heb boos gemaakt hart volkeren twisten bij breng! dat zegen! bij (de) volken op landen die niet (jullie) hebben geweten
10.
en de namen-en van op jou volkeren twisten en koningen (...) hen ISORW op jou poort BOWPPI word vernield! op aanzichten (...) hen en (zij) zijn geschrokken aan ogenblikken man aan ziel (...) hem bij (de) dag MPLTK
11.
dat zo woord liggers van Jahweh zwaard koning Babel opbrengst (...) jou
12.
bij (de) zwaarden helden (ik) liet vallen menigte (...) jou tirannen van volken allemaal en (zij) hebben beroofd (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen Egypte WNSMD alle (is het zo) dat bedrieg(t)
13.
en (ik) heb verloren laten gaan (tot) alle bij (zij) heeft geruist boven water twisten noch TDLHM voet mens nog (eens) WPRXWT vee niet TDLHM
14.
destijds ASQIO wateren (...) hen en rivieren (...) hen zoals olie AWLIK (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
dochter (...) mij (tot) land Egypte wildernis en ziel land om vol te zijn (er)naar BEKWTI (tot) alle bewoners van bij haar en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
16.
naar Kain zij WQWNNWE dochters de volken TQWNNE haar op Egypte en op alle (is het zo) dat bedrieg(t) TQWNNE haar (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
17.
en wees (ik) heb me geschaamd tien jaar bij vijf rijkdom aan maand (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
18.
zoon mens NEE op menigte Egypte en (zij) is naar beneden gehaald (...) hem haar en dochters volken ADRM naar land onderste (mv) (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
19.
van water van (jij) bent aangenaam geweest daal! (er)naar WESKBE (tot) onbesnedenen
20.
binnen ontheilig! zwaard (zij) vielen zwaard (zij) heeft gegeven (zij) hebben getrokken haar en alle naar menigtes
21.
(zij) spraken als naar mij helden van midden dodenrijk (tot) hulpen (...) hem (zij) zijn gedaald ligt neer! de onbesnedenen ontheilig! zwaard
22.
daar bevestiging en alle (zij) heeft verzameld omgevingen (...) hem (ik) heb begraven (...) hem allemaal doden (is het zo) dat ga neer! (...) hen bij (het) zwaard
23.
die (zij) hebben gegeven (ik) heb begraven (er)naar (ik) heb gezegend put en wees (zij) heeft verzameld omgevingen (jij) hebt begraven (er)naar allemaal doden ga neer! (...) hen bij (het) zwaard die (zij) hebben gegeven HTIT bij (het) land leven
24.
daar Elam en alle (is het zo) dat bedrieg(t) omgevingen (jij) hebt begraven (er)naar allemaal doden (is het zo) dat ga neer! (...) hen bij (het) zwaard die (zij) zijn gedaald onbesnedenen naar land onderste (mv) die (zij) hebben gegeven HTITM bij (het) land leven en (zij) droegen schande (...) hen (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
25.
binnen doden (zij) hebben gegeven bed aan haar in alle (is het zo) dat bedrieg(t) omgevingen (...) hem (jij) hebt begraven (er)naar allemaal onbesnedenen ontheilig! zwaard dat (hij) heeft gegeven HTITM bij (het) land leven en (zij) droegen schande (...) hen (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put binnen doden (hij) heeft gegeven
26.
daar (hij) heeft getrokken wereld en alle (is het zo) dat bedrieg(t) omgevingen (...) hem QBRWTIE allemaal onbesnedenen ontheilig(t) (...) mij zwaard dat (zij) hebben gegeven HTITM bij (het) land leven
27.
noch (zij) lagen neer (tot) helden ga neer! (...) hen van onbesnedenen die (zij) zijn gedaald dodenrijk bij (het) gereedschap oorlogen (...) hen en (zij) gaven (tot) zwaarden (...) hen in de plaats van hoofden (...) hen en (zij) was misdaden (...) hen op botten (...) hen dat HTIT helden bij (het) land leven
28.
en (met) haar binnen onbesnedenen (zij) brak en (jij) lag neer (tot) ontheilig! zwaard
29.
daarnaar (-s) Edom Malchia en alle naar vorsten die (zij) hebben gegeven bij (de) moedige daden (...) hen (tot) ontheilig! zwaard deze (mv) (tot) onbesnedenen (zij) lagen neer en (tot) (hij) is gedaald (...) mij put
30.
daarnaar (-s) NXIKI Noorden allemaal en alle (hij) heeft gevangen (...) mij die (zij) zijn gedaald (tot) doden BHTITM van moedige daden (...) hen schaam je! (...) hen en (zij) lagen neer onbesnedenen (tot) ontheilig! zwaard en (zij) droegen schande (...) hen (tot) (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
31.
hen vrees farao en (wij) waren bronstig op alle (is het zo) dat bedrieg(t) ontheilig! zwaard farao en alle macht (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
32.
dat (ik) heb gegeven (tot) HTITW bij (het) land leven WESKB binnen onbesnedenen (tot) ontheilig! zwaard farao en alle (is het zo) dat bedrieg(t) (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 33

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens woord naar bouw! met jou en (jij) hebt gesproken naar hen land dat Abia op haar zwaard en (zij) hebben genomen met het land man één van einden (...) hen en (zij) hebben gegeven (met) hem aan hen te overtrekken
3.
en (hij) heeft gezien (tot) het zwaard kom(t) op het land en (hij) heeft geblazen bij (de) ramshoorn en (hij) heeft gewaarschuwd (tot) het volk
4.
en nieuws laat horen! (tot) klank de ramshoorn noch (hij) is gewaarschuwd en (jij) kwam zwaard en (jullie) namen (...) hem (zij) hebben geleken bij (het) hoofd (...) hem (hij) was
5.
(tot) klank de ramshoorn nieuws noch (hij) is gewaarschuwd (zij) hebben geleken bij hem (hij) was en hij (hij) is gewaarschuwd ziel (...) hem red!
6.
en de wachter dat vrees (tot) het zwaard kom(t) noch (hij) heeft geblazen bij (de) ramshoorn en het volk niet (hij) is gewaarschuwd en (jij) kwam zwaard en (jij) nam (van)uit hen ziel hij bij (de) misdaad (...) hem NLQH en (zij) hebben geleken van hand de wachter (ik) werd verzocht
7.
en (met) haar zoon mens wachter (ik) heb gegeven (...) jou aan huis Israël en (jij) hebt toegehoord van mond van woord en (jij) hebt gewaarschuwd (met) hen (van)uit mij
8.
bij (de) Amoriet aan slechte slechte dood (jij) stierf noch woord van te waarschuwen slechte van weg (...) hem hij slechte bij (de) misdaad (...) hem (hij) stierf en (zij) hebben geleken van hand (...) jou (ik) zocht
9.
en (met) haar dat (jij) hebt gewaarschuwd slechte van weg (...) hem terug te keren (van)uit haar noch woon! van weg (...) hem hij bij (de) misdaad (...) hem (hij) stierf en (met) haar ziel (...) jou (jij) hebt gered
10.
en (met) haar zoon mens woord naar huis Israël zo (jullie) hebben gesproken te spreken dat misdaden (...) ons en zondoffers (...) ons op ons en in hen wij NMQIM en waar ben jij? (wij) leefden
11.
woord naar hen levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als AHPß bij (de) dood (de) slechte dat als bij (het) terugkeren slechte van weg (...) hem en dier keert terug! keert terug! van wegen (...) jullie de kwaden en waarom (jullie) stierven huis Israël
12.
en (met) haar zoon mens woord naar bouw! met jou (jij) hebt gelijk gehad (hij) heeft gelijk gegeven niet (jij) redde (...) ons bij (de) dag (zij) hebben misdreven en zonde van (de) slechte niet (hij) struikelde bij haar bij (de) dag keert terug! van slechtheid (...) hem en rechtvaardige niet (hij) zal kunnen te leven bij haar bij (de) dag zonde (...) hem
13.
bij (de) Amoriet aan rechtvaardige dier (hij) leefde en hij veiligheid op weldadigheid (...) hem en (hij) heeft gedaan onrecht alle weldadigheid (...) hem niet (zij) herinnerde zich (...) haar en bij (de) onrecht (...) hem die (hij) heeft gedaan bij hem (hij) stierf
14.
en bij (de) Amoriet aan slechte dood (jij) stierf en woon! van zonde (...) hem en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid
15.
koord (hij) gaf terug slechte buit (hij) betaalde bij (de) grondwetten de leven beweging opdat niet te doen onrecht (zij) hebben geleefd (hij) leefde niet (hij) stierf
16.
alle zonde (...) hem die zondaar niet (zij) herinnerde zich (...) haar als rechtsregel en weldadigheid (hij) heeft gedaan (zij) hebben geleefd (hij) leefde
17.
en (zij) hebben gesproken bouw! met jou niet (hij) was eerlijk weg liggers van en deze (mv) generatie (...) jullie niet (hij) was eerlijk
18.
bij (het) terugkeren rechtvaardige van weldadigheid (...) hem en (hij) heeft gedaan onrecht en dode bij hen
19.
en bij (het) terugkeren slechte van zonde (...) hem en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid op hen hij (hij) leefde
20.
en (jullie) hebben gesproken niet (hij) was eerlijk weg liggers van man zoals wegen (...) hem (ik) berechtte (met) jullie huis Israël
21.
en wees (ik) heb me geschaamd tien jaar bij neem een tiende! bij vijf aan maand in verbanning te gaan (...) ons (hij) is gekomen naar mij (hij) heeft eruit gelaten van Jeruzalem te spreken (zij) heeft geslagen (hij) heeft opgemerkt
22.
en hand Jahweh (zij) is geweest naar mij bij (de) aangename voor komst (hij) heeft eruit gelaten en (hij) deed open (tot) mond van tot komst naar mij bij (het) rundvee en (hij) deed open mond van noch NALMTI nog (eens)
23.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
24.
zoon mens inwoners van de zwaarden (de) deze op aarde van Israël woorden te spreken één (hij) is geweest Abraham en (hij) veroverde (tot) het land en wij twisten aan ons (zij) heeft gegeven het land aan erfdeel
25.
daarom woord naar hen zo woord liggers van Jahweh op het bloed (jullie) aten en oog (...) jullie (jullie) droegen naar verdraaiingen (...) jullie en bloed (jullie) stortten en het land most (...) hem
26.
(jullie) hebben gestaan op zwaard (...) jullie (jullie) hebben gedaan gruwel en man (tot) vuur van zijn vriend (jullie) hebben onrein verklaard en het land most (...) hem
27.
zo (jij) sprak naar hen zo woord liggers van Jahweh levende ik als niet die bij (de) zwaarden bij (het) zwaard (zij) vielen en die op aanzicht van het veld leven te laten (ik) heb gegeven (...) hem te eten (...) hem en die bij (de) forten en bij (de) grotten bij (het) woord (zij) stierven
28.
en (ik) heb gegeven (tot) het land wildernis en van haar naam en (jij) hebt geblazen (zij) hebben zich verheven (...) hen naar kracht WSMMW zie hier! Israël vanwaar? ga(a)(t) voorbij
29.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh dochter (...) mij (tot) het land wildernis en van haar naam op alle (jullie) zijn verafschuwd die Ezau
30.
en (met) haar zoon mens bouw! met jou ENDBRIM bij jou naast de muren en bij (de) openingen van de huizen en woord scherpe (tot) één man (tot) broers (...) hem te spreken (zij) zijn gekomen toch en (zij) hebben toegehoord wat? het woord (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald honderd Jahweh
31.
en (zij) kwamen naar jou als om te komen met en (zij) hebben gewoond voor jou met mij en (zij) hebben toegehoord (tot) woorden (...) jou en hen niet (zij) hebben gemaakt dat bemin hartstochtelijk! (...) hen bij (de) monden (...) hen deze (mv) maak! (...) hen na voordeel (...) hen hart (...) hen beweging
32.
en hier ben jij aan hen zoals lied bemin hartstochtelijk! (...) hen mooie klank WMÐB muzikant en (zij) hebben toegehoord (tot) woorden (...) jou en maak! (...) hen zij zijn (er) niet hen
33.
WBBAE hier is kom(t) en (zij) hebben geweten dat profeet (hij) is geweest bij (het) midden (...) hen

Hoofdstuk 34

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens profeteer! op RWOI Israël profeteer! en (jij) hebt gesproken naar hen aan kwaden zo woord liggers van Jahweh ben! achtervolg! Israël die (zij) zijn geweest kwaden hen immers het kleinvee (zij) achtervolgden de kwaden
3.
(tot) de melk (jullie) aten en (tot) de wol (jullie) bekleedden je EBRIAE (jullie) slachtten het kleinvee niet (jullie) achtervolgden
4.
(tot) de erfgoederen niet (jullie) zijn sterk geworden en (tot) (is het zo) dat word(t) ziek niet (jullie) hebben genezen WLNSBRT niet (jullie) hebben verbonden en (tot) ENDHT niet (jullie) hebben teruggegeven en (tot) (jij) hebt verloren laten gaan niet bij (de) boog (...) hen en naar bij (de) kracht RDITM (met) hen en bij (de) dwang
5.
WTPWßINE zonder herder en (jullie) waren naar aan eten aan alle dier van het veld WTPWßINE
6.
ISCW kleinvee (...) mij in alle naar de heuvels en op alle heuvel wormen en op alle aanzicht van het land verbrijzelt! kleinvee (...) mij en (er is) niet leg(t) uit en (er is) niet zoek(t)
7.
daarom kwaden (zij) hebben toegehoord (tot) woord Jahweh
8.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh als niet wegens te zijn kleinvee (...) mij aan minachting en (jullie) waren kleinvee (...) mij naar aan eten aan alle dier van het veld vanwaar? herder noch (zij) hebben uitgelegd achtervolg! (tot) kleinvee (...) mij en (zij) achtervolgden de kwaden hen en (tot) kleinvee (...) mij niet (zij) hebben achtervolgd
9.
daarom de kwaden (zij) hebben toegehoord woord Jahweh
10.
zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar de kwaden en (ik) heb uitgelegd (tot) kleinvee (...) mij van hand (...) hen en (ik) heb teruggegeven (...) hen om te achtervolgen kleinvee noch (zij) achtervolgden nog (eens) de kwaden hen en (ik) heb gered kleinvee (...) mij van monden (...) hen noch (jij) was (...) hen aan hen naar aan eten
11.
dat zo woord liggers van Jahweh hier ben ik ik en (ik) heb uitgelegd (tot) kleinvee (...) mij en bij (de) stad-en
12.
als (jij) hebt bezocht herder kudde (...) hem bij (de) dag te zijn (...) hem binnen ga uit! (...) ons NPRSWT zo (ik) bezocht (tot) kleinvee (...) mij en (ik) heb gered ATEM van alle de plaats van die verbrijzelt! daar bij (de) dag wolk en nevel
13.
en (ik) ben tevoorschijn gehaald (...) hen vanuit de volkeren en (ik) heb verzameld (...) hen vanuit de landen WEBIAWTIM naar aarde-en (...) hen en (ik) heb achtervolgd (...) hen naar zie hier! Israël bij (de) beddingen en in alle zetels van het land
14.
BMROE goede (ik) achtervolgde (met) hen en bij (de) heuvels van hoogte Israël (hij) was woonplaats (...) hen daar TRBßNE bij (de) woonplaats goede en van herder olie (jullie) achtervolgden naar zie hier! Israël
15.
ik (ik) achtervolgde kleinvee (...) mij en ik ARBIßM (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
16.
(tot) (jij) hebt verloren laten gaan (ik) zocht en (tot) ENDHT (ik) gaf terug WLNSBRT AHBS en (tot) (is het zo) dat word(t) ziek (ik) versterkte en (tot) de acht en (tot) (is het zo) dat (zij) is sterk geworden (ik) roeide uit ARONE bij (de) rechtsregel
17.
en (ik) gaf kleinvee (...) mij zo woord liggers van Jahweh hier ben ik rechter tussen lammetje aan lammetje aan rammen en aan bokken
18.
het een beetje (van)uit jullie EMROE (de) goede (jullie) achtervolgden en rest van kwaden (...) jullie TRMXW bij (de) voeten (...) jullie WMSQO water (jullie) dronken en (tot) (is het zo) dat blijven over bij (de) voeten (...) jullie TRPSWN
19.
en kleinvee (...) mij MRMX voeten (...) jullie (jullie) achtervolgden WMRPS voeten (...) jullie (jullie) dronken
20.
daarom zo woord liggers van Jahweh naar hen hier ben ik ik en (ik) heb berecht tussen lammetje naar zoon-en en tussen lammetje magere
21.
wegens bij (de) kant en bij (de) schouder TEDPW en bij (de) hoornen (...) jullie TNCHW alle de erfgoederen tot die EPIßWTM AWTNE naar naar de straat
22.
en (ik) heb gered aan kleinvee (...) mij noch (jullie) waren nog (eens) aan minachting en (ik) heb berecht tussen lammetje aan lammetje
23.
en (ik) heb gevestigd op hen herder één en herder (met) hen (tot) werk! David hij (hij) achtervolgde (met) hen en hij (hij) was aan hen aan herder
24.
en ik Jahweh (ik) was aan hen aan God en werk! oom vorst bij (het) midden (...) hen ik Jahweh woord (...) mij
25.
en hak af! aan hen verbond vrede en (ik) heb teruggegeven dier herder vanuit het land en (zij) hebben gewoond bij (de) woestijn zich te verzekeren en hij is er bij (de) bossen
26.
en (ik) heb gegeven hen en omgevingen heuvel (...) mij gelukwens en (ik) ben naar beneden gehaald (is het zo) dat nader! (...) hen bij (de) tijd (...) hem CSMI gelukwens (zij) waren
27.
en (hij) heeft gegeven boom het veld (tot) stieren (...) hem en het land te geven (...) hen (hij) verwelkte (er)naar en (zij) zijn geweest op aarde-en (...) hen zich te verzekeren en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh bij breek! (tot) buigen om eeuwigheid en (ik) heb gered (...) hen van hand de slaven bij hen
28.
noch (zij) waren nog (eens) minachting aan volken en dier van het land niet (jij) at (...) hen en (zij) hebben gewoond zich te verzekeren en (er is) niet verschrikkelijke
29.
en (ik) heb gevestigd aan hen MÐO aan naam noch (zij) waren nog (eens) verzamel! honger bij (het) land noch (zij) droegen nog (eens) schande van de volken
30.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh hun God (met) hen en deze (mv) met mij huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
31.
en (met) hen kleinvee (...) mij kleinvee van vriendin (...) mij mens (met) hen ik jullie God (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 35

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou op heuvel bok en profeteer! op hem
3.
en (jij) hebt gesproken als zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar jou heuvel bok en (ik) ben genegen handen van op jou en (ik) heb gegeven (...) jou wildernis en van haar naam
4.
steden (...) jou droog land (ik) plaatste en (met) haar wildernis (jij) was en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh
5.
wegens te zijn aan jou vijandschap van eeuwigheid en (zij) woonde (tot) bouw! Israël op handen van zwaard bij (de) tijd tegenslag (...) hen bij (de) tijd vijandige eind
6.
daarom levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh dat aan bloed (ik) maakte (...) jou en bloed (hij) achtervolgden (...) jou als niet bloed (jij) hebt gehaat en bloed (hij) achtervolgden (...) jou
7.
en (ik) heb gegeven (tot) heuvel bok aan wildernis en wildernis en (ik) zal vernietigen (van)uit hem kant en woon!
8.
en (ik) ben vol geweest (tot) heuvels (...) hem doden (...) hem heuvels (...) jou WCIAWTIK en alle beddingen (...) jou ontheilig! zwaard (zij) vielen bij hen
9.
dat om te sterven eeuwigheid (ik) zal geven (...) jou en steden (...) jou niet TISBNE en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
10.
wegens woord (...) jou (tot) tweede de volken en (tot) schering de landen aan mij (jullie) waren en (wij) hebben veroverd (er)naar en Jahweh daar (hij) is geweest
11.
daarom levende ik (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh en (ik) heb gedaan zoals neus (...) jou WKQNATK die (jij) hebt gedaan (er)naar MSNATIK in hen en (ik) ben bekend geworden in hen zoals ASPÐK
12.
en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh (ik) heb toegehoord (tot) alle smaad-en (...) jou die (jij) hebt gesproken op zie hier! Israël te spreken wildernis aan ons (zij) hebben gegeven naar aan eten
13.
en (jullie) vergrootten op mij bij (de) monden (...) jullie WEOTRTM op mij woorden (...) jullie ik (ik) heb toegehoord
14.
zo woord liggers van Jahweh als maak blij! alle het land wildernis (ik) werd gedaan aan jou
15.
als (jij) bent blij geweest (...) jou aan erfgoed van huis Israël op die wildernis zo (ik) werd gedaan aan jou wildernis (jij) was heuvel bok en alle Edom schoondochter en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 36

1.
en (met) haar zoon mens profeteer! naar zie hier! Israël en (jij) hebt gesproken zie hier! Israël (zij) hebben toegehoord woord Jahweh
2.
zo woord liggers van Jahweh wegens woord de vijand op jullie de broer en bij (de) dood eeuwigheid aan erfdeel (zij) is geweest aan ons
3.
daarom profeteer! en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh wegens bij (hij) antwoordde namen WSAP (met) jullie van rondom te zijn (...) jullie erfdeel aan rest de volken en (jullie) verhieven op oever van tong en lasterpraat van met
4.
daarom zie hier! Israël (zij) hebben toegehoord woord liggers van Jahweh zo woord liggers van Jahweh op te tillen en aan heuvels aan beddingen WLCAIWT en aan zwaarden de wildernissen en aan steden ENOZBWT die (zij) zijn geweest aan minachting en aan spot aan rest de volken die van rondom
5.
daarom zo woord liggers van Jahweh als niet (hij) is verrot (ik) ben jaloers geweest woord (...) mij op rest de volken en op Edom gevangenis die (zij) hebben gegeven (tot) land (...) mij aan hen aan erfdeel bij (jij) bent blij geweest alle hart BSAÐ ziel opdat naar terrein aan minachting
6.
daarom profeteer! op aarde van Israël en (jij) hebt gesproken op te tillen en aan heuvels aan beddingen WLCAIWT zo woord liggers van Jahweh hier ben ik bij (ik) ben jaloers geweest en bij (de) leren zak-en van woord (...) mij wegens schande van volken (jullie) hebben gedragen
7.
daarom zo woord liggers van Jahweh ik (ik) heb gedragen (tot) handen van als niet de volken die aan jullie van rondom deze (mv) schande (...) hen (zij) droegen
8.
en (met) hen zie hier! Israël tak (...) jullie (jullie) gaven en stieren (...) jullie (jullie) droegen aan volkeren van Israël dat (zij) hebben nader gebracht te komen
9.
dat hier ben ik naar jullie en (ik) heb me gewend naar jullie WNOBDTM en (jullie) zijn gezaaid
10.
en (ik) heb vermeerderd op jullie mens alle huis Israël schoondochter en (zij) hebben geblazen de steden en de zwaarden (jullie) bouwden
11.
en (ik) heb vermeerderd op jullie mens en vee en tienduizend en (zij) zijn vruchtbaar geweest WEWSBTI (met) jullie KQDMWTIKM en (ik) heb goed gedaan MRASTIKM en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
12.
en ga(a)(t) (...) mij op jullie mens (tot) met mij Israël en (zij) hebben veroverd (...) jou en (jij) bent geweest aan hen aan erfgoed noch (jij) liet toevoegen nog (eens) aan verstand (...) hen
13.
zo woord liggers van Jahweh wegens woorden aan jullie (jij) hebt gegeten mens (met) mij WMSKLT volk (...) jou (jij) bent geweest
14.
daarom mens niet (jij) at nog (eens) en volk (...) jou niet (jij) struikelde nog (eens) (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
15.
noch (ik) liet horen naar jou nog (eens) schande van de volken en (jij) hebt beledigd volkeren niet (jij) droeg nog (eens) en volk (...) jou niet (jij) struikelde nog (eens) (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
16.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
17.
zoon mens huis Israël inwoners op aarde-en (...) hen en (zij) verklaarden onrein haar bij (de) generatie (...) jullie en bij (de) daden (...) hen als (jij) hebt onrein verklaard de afzondering (zij) is geweest generatie (...) jullie voor
18.
WASPK leren zak-en van op hen op het bloed die (zij) hebben gestort op het land en bij (de) verdraaiingen (...) hen verklaart onrein! (er)naar
19.
WAPIß (met) hen bij (de) volken en (zij) strooiden uit bij (de) landen zoals generatie (...) jullie WKOLILWTM (ik) heb berecht (...) hen
20.
en invoer naar de volken die (zij) zijn gekomen daar en (zij) ontheiligden (tot) daar heilig! bij (de) woord aan hen met Jahweh deze en van land (...) hem voert uit!
21.
WAHML op daar heilig! die ontheiligt! (...) hem huis Israël bij (de) volken die (zij) zijn gekomen daarnaar (-s)
22.
daarom woord aan huis Israël zo woord liggers van Jahweh niet LMONKM ik (hij) heeft gedaan huis Israël dat als aan naam heilig! die HLLTM bij (de) volken die (jullie) zijn gekomen daar
23.
en (ik) heb geheiligd (tot) namen van (de) grote (is het zo) dat ontheilig(t) bij (de) volken die HLLTM bij (het) midden (...) hen en (zij) hebben geweten de volken dat ik Jahweh (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh bij wijd! (...) mij bij jullie aan ogen (...) hen
24.
en (ik) heb genomen (met) jullie vanuit de volken en (ik) heb verzameld (met) jullie van alle de landen en (ik) heb gebracht (met) jullie naar ADMTKM
25.
en (ik) heb gegooid op jullie water zuivere (mv) en (jullie) hebben gezuiverd van alle onreinheden (...) jullie en van alle verdraaiingen (...) jullie (ik) zuiverde me (met) jullie
26.
en (ik) heb gegeven aan jullie hart maand en wind naar maand (met) hen bij (het) binnenste (...) jullie en (ik) heb verwijderd (tot) hart de steen kondig(t) aan (...) jullie en (ik) heb gegeven aan jullie hart vlees
27.
en (tot) wind (...) mij (met) hen bij (het) binnenste (...) jullie en (ik) heb gedaan (tot) die bij (de) wetten van (jullie) gingen en rechtsregels van (jullie) bewaarden en (jullie) hebben gedaan
28.
en (jullie) hebben gewoond bij (het) land die (ik) heb gegeven aan vaders (...) jullie en (jullie) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan jullie aan God
29.
en (ik) heb gered (met) jullie van alle onreinheden (...) jullie en (ik) heb genoemd naar de graan en (ik) heb vermeerderd (met) hem noch (met) hen op jullie honger
30.
en (ik) heb vermeerderd (tot) vrucht de boom WTNWBT het veld opdat die niet (jullie) namen nog (eens) (jij) hebt beledigd honger bij (de) volken
31.
en (jullie) hebben je herinnerd (tot) wegen (...) jullie de kwaden en daden (...) jullie die niet goede (mv) WNQÐTM bij (de) aanzichten (...) jullie op misdaden (...) jullie en op gruwelen (...) jullie
32.
niet LMONKM ik (hij) heeft gedaan (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh (hij) werd bekend aan jullie schaamt je! WEKLMW van wegen (...) jullie huis Israël
33.
zo woord liggers van Jahweh bij (de) dag zuiver! (met) jullie van alle misdaden (...) jullie WEWSBTI (tot) de steden en (zij) zijn gebouwd de zwaarden
34.
en het land de ziel (zij) werkte in de plaats van die (zij) is geweest wildernis te bestuderen (...) mij alle ga(a)(t) voorbij
35.
en (zij) hebben gesproken het land ELZW de ziel (zij) is geweest zoals tuin getuige (...) hen en de steden de zwaarden en de zielen WENERXWT BßWRWT (zij) hebben gewoond
36.
en (zij) hebben geweten de volken die ISARW omgevingen (...) jullie dat ik Jahweh (ik) heb gebouwd ENERXWT (ik) heb geplant de ziel ik Jahweh woord (...) mij en (ik) heb gedaan
37.
zo woord liggers van Jahweh nog (eens) deze (ik) werd verzocht aan huis Israël te doen aan hen sprinkhaan (met) hen zoals kleinvee mens
38.
zoals kleinvee heiligheden zoals kleinvee Jeruzalem naar bij (de) ontmoetingen zo (jullie) waren de steden de zwaarden weg van letter kleinvee mens en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 37

1.
(zij) is geweest op mij hand Jahweh en (hij) bracht naar buiten (...) mij vlucht! Jahweh en (hij) gaf rust (...) mij binnen EBQOE en zij (zij) is vol geweest botten
2.
en (hij) heeft overgebracht (...) mij op hen rondom rondom en hier is twisten zeer op aanzicht van EBQOE en hier is droge (mv) zeer
3.
en (hij) sprak naar mij zoon mens (is het zo) dat (jullie) leefden de botten (de) deze en woord liggers van Jahweh (met) haar (jij) hebt geweten
4.
en (hij) sprak naar mij profeteer! op de botten (de) deze en (jij) hebt gesproken naar hen de botten (de) droge (mv) (zij) hebben toegehoord woord Jahweh
5.
zo woord liggers van Jahweh aan botten (de) deze hier is ik breng(t) bij jullie wind en (jullie) hebben geleefd
6.
en (ik) heb gegeven op jullie CIDIM en dat wat opgaat (...) mij op jullie vlees WQRMTI op jullie huid en (ik) heb gegeven bij jullie wind en (jullie) hebben geleefd en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh
7.
en (ik) heb geprofeteerd zoals (ik) heb opdracht gegeven en wees klank als profeteer! (...) mij en hier is lawaai en (jullie) brachten nader botten bot naar (zij) zijn machtig geworden
8.
en (ik) heb gezien en hier is op hen bokjes en vlees blad en waarde (...) hen op hen huid weg van hoogte en wind (er is) niet bij hen
9.
en (hij) sprak naar mij profeteer! naar de wind profeteer! zoon mens en (jij) hebt gesproken naar de wind zo woord liggers van Jahweh MARBO winden bij (de) eiland de wind en valstrikken van BERWCIM (de) deze en (zij) leefden
10.
WENBATI zoals (hij) heeft opdracht gegeven (...) mij en (jij) kwam bij hen de wind en (zij) leefden en (zij) stondden vast op voeten (...) hen macht grote zeer zeer
11.
en (hij) sprak naar mij zoon mens de botten (de) deze alle huis Israël deze (mv) hier is woorden (zij) zijn droog geweest OßMWTINW en (zij) is verloren gegaan TQWTNW NCZRNW aan ons
12.
daarom profeteer! en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord liggers van Jahweh hier is ik opening (tot) QBRWTIKM en de opgang (...) mij (met) jullie MQBRWTIKM met mij en (ik) heb gebracht (met) jullie naar aarde van Israël
13.
en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh bij doe open! (tot) QBRWTIKM en bij (de) dat wat opgaat-en (...) mij (met) jullie MQBRWTIKM met mij
14.
en (ik) heb gegeven wind (...) mij bij jullie en (jullie) hebben geleefd en (ik) heb rust gegeven (met) jullie op ADMTKM en (jullie) hebben geweten dat ik Jahweh woord (...) mij en (ik) heb gedaan (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
15.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
16.
en (met) haar zoon mens neem! aan jou boom één en (hand)schrift op hem aan Juda en aan zonen van Israël (zij) hebben zich aangesloten en lering boom één en geschreven op hem aan Jozef boom Efraïm en alle huis Israël (zij) hebben zich aangesloten
17.
en binnenste (met) hen één naar één aan jou aan boom één en (zij) zijn geweest LAHDIM bij (de) hand (...) jou
18.
en zoals (zij) spraken naar jou bouw! met jou te spreken immers (jij) vertelde aan ons wat? deze aan jou
19.
woord naar hen zo woord liggers van Jahweh hier is ik lering (tot) boom Jozef die bij (de) hand Efraïm en stammen van Israël (zij) hebben zich aangesloten en (ik) heb gegeven hen op hem (tot) boom Juda en (jullie) hebben gedaan aan boom één en (zij) zijn geweest één bij (de) handen van
20.
en (zij) zijn geweest de bomen die (zij) schreef op hen bij (de) hand (...) jou aan ogen (...) hen
21.
en woord naar hen zo woord liggers van Jahweh hier is ik lering (tot) bouw! Israël van tussen de volken die (zij) zijn gegaan daar en (ik) heb verzameld (met) hen van rondom en (ik) heb gebracht hen naar aarde-en (...) hen
22.
en (ik) heb gedaan (met) hen aan volk één bij (het) land bij word zwanger! Israël en koning één (hij) was aan allen (...) hen aan koning noch (hij) was nog (eens) aan tweede volken noch IHßW nog (eens) aan schering van koninkrijk nog (eens)
23.
noch (zij) verklaarden onrein nog (eens) bij (de) verdraaiingen (...) hen en bij (de) afgoden (...) hen en in alle misdaden (...) hen en (ik) heb gered (met) hen van alle MWSBTIEM die (zij) hebben gezondigd bij hen en (ik) heb gezuiverd hen en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God
24.
en werk! oom koning op hen en achtervolg(t) één (hij) was aan allen (...) hen en bij (de) rechtsregels van (zij) gingen en grondwetten (...) mij (zij) bewaarden en Ezau hen
25.
en (zij) hebben gewoond op het land die (ik) heb gegeven te bewerken (...) mij aan Jakob die (zij) hebben gewoond bij haar vaders-en (...) jullie en (zij) hebben gewoond op haar deze (mv) en zonen (...) hen en bouw! zonen (...) hen tot eeuwigheid en oom werk! vorst aan hen aan eeuwigheid
26.
en hak af! aan hen verbond vrede verbond eeuwigheid (hij) was hen en (ik) heb gegeven (...) hen en (ik) heb vermeerderd hen en (ik) heb gegeven (tot) heilig(t) (...) mij bij (het) midden (...) hen aan eeuwigheid
27.
en (hij) is geweest residenties van op hen en (ik) ben geweest aan hen aan God en deze (mv) (zij) waren aan mij aan volk
28.
en (zij) hebben geweten de volken dat ik Jahweh heilig(t) (tot) Israël toen (hij) was heilig(t) (...) mij bij (het) midden (...) hen aan eeuwigheid

Hoofdstuk 38

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
zoon mens plaats! aanzichten (...) jou naar Gog land EMCWC vorst hoofd (hij) heeft getrokken en wereld en profeteer! op hem
3.
en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar jou Gog vorst hoofd (hij) heeft getrokken en wereld
4.
WSWBBTIK en (ik) heb gegeven HHIM bij (de) wangen (...) jou en (ik) ben tevoorschijn gehaald jou en (tot) alle macht (...) jou paarden en ruiters bekleed je! MKLWL allemaal menigte meerderheid schild en schild (jij) verbreidde je zwaarden allemaal
5.
Perzië Cusch en Put (met) hen allemaal schild WKWBO
6.
einde en alle ACPIE huis TWCRME heup (...) mij Noorden en (tot) alle ACPIW volkeren twisten (met) jou
7.
bereid voor! en bereid voor! aan jou (met) haar en alle menigte (...) jou ENQELIM op jou en (jij) bent geweest aan hen LMSMR
8.
van dagen twisten (jij) beval aan het einde van de twee (jij) kwam naar land MSWBBT van zwaard verzamel(t) van volkeren twisten op zie hier! Israël die (zij) zijn geweest aan droog land altijd en zij van volkeren (zij) is tevoorschijn gehaald en (zij) hebben gewoond zich te verzekeren allemaal
9.
en (jij) bent opgegaan als draag! (er)naar (jij) kwam zoals wolk aan bekleding het land (jij) was (met) haar en alle ACPIK en volkeren twisten jou
10.
zo woord liggers van Jahweh en (hij) is geweest bij (de) dag dat (zij) verhieven woorden op hart (...) jou en (jij) hebt gedacht bereken(t) herder
11.
en (jij) hebt gesproken (ik) verhief op land PRZWT (ik) kwam de stiltes inwoners van zich te verzekeren allemaal inwoners bij (er is) niet muur en grendel en deuren (er is) niet aan hen
12.
te ontnemen buit en aan minachting minachting terug te geven hand (...) jou op zwaarden blazen en naar met van Asaf van volken (hij) heeft gedaan bezit en koop! (...) hen inwoners van op ÐBWR het land
13.
Scheba en tepel (...) hen WXHRI Tharsis en alle naar jonge leeuwen (zij) spraken aan jou (is het zo) dat te ontnemen buit (met) haar (hij) is gekomen ELBZ minachting (is het zo) dat (jij) hebt verzameld menigte (...) jou te dragen zilver en goud (jij) hebt genomen bezit en koop! (...) hen te ontnemen buit grote
14.
daarom profeteer! zoon mens en (jij) hebt gesproken aan Gog zo woord liggers van Jahweh immers bij (de) dag dat bij (de) sabbat met mij Israël zich te verzekeren (jij) wist
15.
en (jij) bent gekomen van plaats (...) jou van heup (...) mij Noorden (met) haar en volkeren twisten (met) jou rijd! paarden allemaal menigte grote en macht meerderheid
16.
en (jij) bent opgegaan op met mij Israël zoals wolk aan bekleding het land aan het einde van de dagen (jij) was WEBAWTIK op land (...) mij opdat kennis de volken (met) mij bij wijd! (...) mij bij jou aan ogen (...) hen Gog
17.
zo woord liggers van Jahweh (is het zo) dat (met) haar hij die woord (...) mij bij (de) dagen QDMWNIM bij (de) hand werk! profeten van Israël de profeten bij (de) dagen die twee te brengen (met) jou op hen
18.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat bij (de) dag komst Gog op aarde van Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh (jij) verhief leren zak-en van bij (de) neuzen van
19.
en bij (de) jaloezie (...) mij (hij) is verrot (ik) ben voorbijgegaan woord (...) mij als niet bij (de) dag dat (hij) was lawaai grote op aarde van Israël
20.
en (zij) hebben lawaai gemaakt van aanzicht van vissen van de zee en vogel de hemel en dier van het veld en alle de kruipend gedierte de kruipend gedierte op de aarde en alle de mens die op aanzicht van de aarde en (wij) braken af (...) hem naar de heuvels en ga(a)t neer! de treden en alle muur aan land (jij) viel
21.
en (ik) heb genoemd op hem aan alle zie hier! zwaard (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh zwaard man bij (de) broers (...) hem (jij) was
22.
WNSPÐTI (met) hem bij (het) woord en bij (het) bloed en nader! (...) hen vloeiende en stenen van ALCBIS vuur en zwavel AMÐIR op hem en op ACPIW en op volkeren twisten die (met) hem
23.
WETCDLTI WETQDSTI en (ik) ben bekend geworden te bestuderen (...) mij volken twisten en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh

Hoofdstuk 39

1.
en (met) haar zoon mens profeteer! op Gog en (jij) hebt gesproken zo woord liggers van Jahweh hier ben ik naar jou Gog vorst hoofd (hij) heeft getrokken en wereld
2.
en (ik) ben rondgegaan (...) jou WSSATIK en de opgang-en (...) jou van heup (...) mij Noorden WEBAWTK op zie hier! Israël
3.
en (ik) heb geslagen boog (...) jou van hand linkerhand (...) jou en pijlen (...) jou van hand rechterhand (...) jou (ik) liet vallen
4.
op zie hier! Israël (jij) viel (met) haar en alle ACPIK en volkeren die (met) jou aan arend Zippor alle vleugel en dier van het veld (ik) heb gegeven (...) jou naar aan eten
5.
op aanzicht van het veld (jij) viel dat ik woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
6.
en (ik) heb gezonden vuur BMCWC en bij (de) inwoners van de eilanden zich te verzekeren en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh
7.
en (tot) daar heilig! (ik) deelde mee binnen met mij Israël noch wens toe! (tot) daar heilig! nog (eens) en (zij) hebben geweten de volken dat ik Jahweh heilige bij Israël
8.
hier is kom(t) en (zij) is geworden (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh hij vandaag die woord (...) mij
9.
en voert uit! inwoners van steden van Israël en roeiet uit! WESIQW bij (hij) heeft gekust en schild en schild bij (de) boog en bij (de) pijlen WBMQL hand WBRMH en roeiet uit! bij hen vuur zeven twee
10.
noch (zij) droegen bomen vanuit het veld noch IHÐBW vanuit de bossen dat bij (hij) heeft gekust (zij) roeiden uit vuur en (zij) hebben ontnomen (tot) buiten (...) hen en (zij) hebben geplunderd (tot) BZZIEM (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
11.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (met) hen aan Gog plaats daar graf bij Israël dal (is het zo) dat voorbijgaan (jij) bent voorgegaan de zee WHXMT zij (tot) (is het zo) dat voorbijgaan en (zij) hebben begraven daar (tot) Gog en (tot) alle (is het zo) dat bedrieg(t) en (zij) hebben genoemd dal menigte Gog
12.
en (zij) hebben begraven (...) hen huis Israël opdat zuiverheid (tot) het land zeven maanden
13.
en (zij) hebben begraven alle met het land en (hij) is geweest aan hen aan naam dag (is het zo) dat ben zwaar! (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
14.
en mens (...) mij altijd IBDILW voorbijgaan bij (het) land van graven (tot) (is het zo) dat voorbijgaan (tot) (is het zo) dat blijven over op aanzicht van het land te zuiveren (er)naar van einde zeven maanden (zij) onderzochten
15.
en (zij) zijn voorbijgegaan (is het zo) dat voorbijgaan bij (het) land en (hij) heeft gezien bot mens en (hij) heeft gebouwd AßLW Sion tot (zij) hebben begraven (met) hem EMQBRIM naar dal menigte Gog
16.
en ook daar stad (is het zo) dat bedrieg(t) en (zij) hebben gezuiverd het land
17.
en (met) haar zoon mens zo woord liggers van Jahweh woord aan Zippor alle vleugel en aan alle dier van het veld (is het zo) dat (zij) hebben verzameld en (zij) zijn gekomen (is het zo) dat (zij) hebben verzameld van rondom op slacht! die ik slachting aan jullie slachting grote op zie hier! Israël en (jullie) hebben gegeten vlees en (jullie) hebben gedronken bloed
18.
vlees helden (jullie) aten en bloed vorsten van het land (jullie) dronken rammen lammeren en bokken stieren MRIAI Basan allemaal
19.
en (jullie) hebben gegeten melk aan zeven en (jullie) hebben gedronken bloed LSKRWN altaars van die (ik) heb geslacht aan jullie
20.
en (jullie) zijn verzadigd geweest op (hij) mij gezonden paard en wagen held en alle man strijd (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
21.
en (ik) heb gegeven (tot) onderscheidingen van bij (de) volken en (zij) hebben gezien alle de volken (tot) rechtsregels van die (ik) heb gedaan en (tot) handen van die (ik) heb geplaatst bij hen
22.
en (zij) hebben geweten huis Israël dat ik Jahweh hun God vanuit vandaag dat en de Lea
23.
en (zij) hebben geweten de volken dat bij (de) misdaad (...) hen (zij) hebben zich verheugd huis Israël op die (zij) hebben ontvreemd bij mij en Esther aanzicht van (van)uit hen en (ik) zal geven (...) hen bij (de) hand vijanden (...) hen en (zij) vielen bij (het) zwaard allemaal
24.
als (jullie) hebben onrein verklaard WKPSOIEM (ik) heb gedaan (met) hen en Esther aanzicht van (van)uit hen
25.
daarom zo woord liggers van Jahweh nu (ik) gaf terug (tot) gevangenschap van Jakob en (ik) heb medelijden gehad alle huis Israël en (ik) ben jaloers geweest aan naam heilig!
26.
en (zij) zijn verlaten (tot) schande (...) hen en (tot) alle van eeuwigheid die (zij) hebben ontvreemd bij mij bij (jullie) zijn teruggekeerd op aarde-en (...) hen zich te verzekeren en (er is) niet verschrikkelijke
27.
bij ga(a)(t) rond (...) mij hen vanuit de volkeren en (ik) heb verzameld (met) hen van landen vijanden (...) hen en (ik) ben geheiligd in hen te bestuderen (...) mij de volken twisten
28.
en (zij) hebben geweten dat ik Jahweh hun God BECLWTI (met) hen naar de volken WKNXTIM op aarde-en (...) hen noch AWTIR nog (eens) (van)uit hen daar
29.
noch (ik) verborg nog (eens) aanzicht van (van)uit hen die (ik) heb gestort (tot) wind (...) mij op huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 40

1.
bij twintig en vijf jaar in verbanning te gaan (...) ons bij (het) hoofd het jaar bij (het) decennium aan maand bij vier tien jaar andere die (zij) heeft geslagen (hij) heeft opgemerkt bij (het) bot vandaag deze (zij) is geweest op mij hand Jahweh en (hij) kwam (met) mij daarnaar (-s)
2.
bij laten zien God (hij) heeft gebracht (...) mij naar land Israël en (hij) gaf rust (...) mij naar heuvel hoogte zeer en op hem KMBNE stad droog(t) af
3.
en (hij) bracht mij daarnaar (-s) en hier is man verschijning (...) hem zoals verschijning koper en snoer linnen (mv) bij (hij) bedankte en buis (zij) heeft afgemeten en hij sta vast! bij (de) poort
4.
en (hij) sprak naar mij de man zoon mens (hij) heeft gezien bij (de) ogen (...) jou en bij (de) oren (...) jou nieuws en plaats! hart (...) jou aan alle die ik verschijning jou dat opdat ERAWTKE (jij) hebt gebracht (er)naar hier is vertel! (tot) alle die (met) haar (hij) heeft gezien aan huis Israël
5.
en hier is muur buiten aan huis rondom rondom en bij (de) hand de man buis (zij) heeft afgemeten zes (ik) stierf bij (de) natie en handbreedte en (hij) mat af (tot) breedte (is het zo) dat bouw! (...) hen buis één en hoogte buis één
6.
en invoer naar poort die aanzichten (...) hem weg naar het Oosten en (hij) verhief bij om op te gaan (...) hem en (hij) mat af (tot) voeg toe! de poort buis één breedte en (tot) voeg toe! één buis één breedte
7.
en de cel buis één lange en buis één breedte en tussen (hij) heeft gepast vijf (ik) stierf en voeg toe! de poort MAßL voorhal de poort van het huis buis één
8.
en (hij) mat af (tot) voorhal de poort van het huis buis één
9.
en (hij) mat af (tot) voorhal de poort acht (ik) stierf en ram (...) hem twee (ik) stierf en voorhal de poort van het huis
10.
en cellen van de poort weg het Oosten drie van mond en drie van mond maat één LSLSTM en maat één aan ram (...) hen van mond en van hier
11.
en (hij) mat af (tot) breedte opening de poort rijkdom (ik) stierf lange de poort drie tien (ik) stierf
12.
en grens voor de begeerte van natie één en natie één grens van mond en de cel zes (ik) stierf van hier en zes (ik) stierf van hier
13.
en (hij) mat af (tot) de poort van dak de cel aan dak (...) hem breedte twintig en vijf (ik) stierf opening tegenover opening
14.
en (hij) heeft gemaakt (tot) rammen zestig natie en naar ram het grondgebied de poort rondom rondom
15.
en op aanzicht van de poort EIATWN op voor voorhal de poort (de) binnenste vijftig natie
16.
WHLWNWT AÐMWT naar (hij) heeft gepast en naar ALIEME naar aan aanzicht aan poort rondom rondom en zo aan stomme (mv) WHLWNWT rondom rondom naar aan aanzicht en naar ram dadels
17.
en (hij) bracht (...) mij naar het grondgebied (de) uitwendige en hier is kantoren en plaveisel maakt! (...) mij aan grondgebied rondom rondom dertig kantoren naar het plaveisel
18.
en het plaveisel naar schouder de poorten tegenover lange de poorten het plaveisel (is het zo) dat (jullie) landden (...) haar
19.
en (hij) mat af breedte weg van aanzicht van de poort (is het zo) dat (jullie) landden (...) haar voor het grondgebied (de) binnenste buiten honderd natie het Oosten en het Noorden
20.
en de poort die aanzichten (...) hem weg het Noorden aan grondgebied (de) uitwendige (hij) heeft gemeten (zij) hebben geduurd en (zij) zijn breder geworden
21.
en (zij) begeerde drie van hier en drie van hier en ram (...) hem en voorhal (...) hem (hij) is geweest zoals maat van de poort (de) eerste vijftig natie (zij) hebben geduurd en breedte vijf en twintig bij (de) natie
22.
en (zij) zijn ziek geworden (...) ons WAILMW en (zij) zijn opgerezen zoals maat van de poort die aanzichten (...) hem weg het Oosten en bij (de) hoogtes zeven (zij) verhieven bij hem WAILMW voor hen
23.
en poort aan grondgebied (de) binnenste tegenover de poort aan Noorden en aan Oosten en (hij) mat af van poort naar poort honderd natie
24.
en ga(a)(t) (...) mij weg de zuid en hier is poort weg de zuid en (hij) heeft gemeten ram (...) hem WAILMW zoals maten (de) deze
25.
WHLWNIM als WLAILMW rondom rondom KEHLNWT (de) deze vijftig natie lange en breedte vijf en twintig natie
26.
en om op te gaan zeven beklimmingen (...) hem en voorhal (...) hem voor hen en dadels als één van hier en één van hier naar ram (...) hem
27.
en poort aan grondgebied (de) binnenste weg de zuid en (hij) mat af van poort naar de poort weg de zuid honderd (ik) stierf
28.
en (hij) bracht (...) mij naar grondgebied (de) binnenste bij (de) poort de zuid en (hij) mat af (tot) de poort de zuid zoals maten (de) deze
29.
en (zij) begeerde en ram (...) hem en voorhal (...) hem zoals maten (de) deze WHLWNWT als en aan voorhal (...) hem rondom rondom vijftig natie lange en breedte twintig en vijf (ik) stierf
30.
en stomme (mv) rondom rondom lange vijf en twintig natie en breedte vijf (ik) stierf
31.
en voorhal (...) hem naar grondgebied EHßWNE en dadels naar ram (...) hem en om op te gaan acht (zij) hebben ontvreemd
32.
en (hij) bracht (...) mij naar het grondgebied (de) binnenste weg het Oosten en (hij) mat af (tot) de poort zoals maten (de) deze
33.
en (zij) begeerde en macht (...) hem en voorhal (...) hem zoals maten (de) deze WHLWNWT als en aan voorhal (...) hem rondom rondom lange vijftig natie en breedte vijf en twintig natie
34.
en voorhal (...) hem aan grondgebied (de) uitwendige en dadels naar macht (...) hem van hier en van hier en acht om op te gaan (zij) hebben ontvreemd
35.
en (hij) bracht (...) mij naar poort het Noorden en (hij) heeft gemeten zoals maten (de) deze
36.
(zij) begeerde macht (...) hem en voorhal (...) hem WHLWNWT als rondom rondom lange vijftig natie en breedte vijf en twintig natie
37.
en ram (...) hem aan grondgebied (de) uitwendige en dadels naar ram (...) hem van hier en van hier en acht om op te gaan (zij) hebben ontvreemd
38.
en kantoor en (zij) heeft geopend bij (de) rammen de poorten daar IDIHW (tot) dat wat opgaat
39.
en bij (de) voorhal de poort twee dat te legeren van hier en twee dat te legeren van mond te slachten naar hen (is het zo) dat ga(a)(t) op en (jij) hebt laten zondigen en het vuur (...) hen
40.
en naar de schouder vermorzel! (er)naar naar aan onrecht open te doen de poort naar het Noorden twee dat te legeren en naar de schouder (de) andere die aan voorhal de poort twee dat te legeren
41.
vier dat te legeren van mond en vier dat te legeren van mond aan schouder de poort acht dat te legeren naar hen (zij) slachtten
42.
en vier dat te legeren naar aan onrecht stenen van bewerkte steen lange natie één en halve en breedte natie één en halve en hoogte natie één naar hen en (zij) gaven rust (tot) (de) alle (mv) die (zij) slachtten (tot) (is het zo) dat ga(a)(t) op in hen en de slachting
43.
en de lippen handbreedte één MWKNIM bij (het) huis rondom rondom en naar de tafels vlees de offer
44.
en vermorzel! (er)naar aan poort (de) binnenste kantoren zingen bij (het) grondgebied (de) binnenste die naar schouder poort het Noorden en aanzichten (...) hen weg de zuid één naar schouder poort het Oosten aanzicht van weg het Noorden
45.
en (hij) sprak naar mij dit de kantoor die naar aanzicht van weg de zuid aan priesters bewaar! bewaring het huis
46.
en de kantoor die naar aanzicht van weg het Noorden aan priesters bewaar! bewaring het altaar deze (mv) bouw! heb gelijk! de binnensten van zonen van Levi naar Jahweh in te weken (...) hem
47.
en (hij) mat af (tot) het grondgebied lange honderd natie en breedte honderd natie MRBOT en het altaar voor het huis
48.
en (hij) kwam (...) mij naar voorhal het huis en (hij) mat af naar voorhal vijf (ik) stierf van mond en vijf (ik) stierf van mond en breedte de poort drie (ik) stierf van hier en drie (ik) stierf van hier
49.
lange de voorhal twintig natie en breedte opvolging van tien natie en bij (de) hoogtes die (zij) verhieven naar hem en staanders naar de rammen één van mond en één van mond

Hoofdstuk 41

1.
en (hij) bracht (...) mij naar het paleis en (hij) mat af (tot) de rammen zes (ik) stierf breedte van hier en zes (ik) stierf breedte van hier breedte de tent
2.
en breedte de opening rijkdom (ik) stierf en schouderbanden de opening vijf (ik) stierf van hier en vijf (ik) stierf van hier en (hij) mat af (zij) hebben geduurd veertig natie en breedte twintig natie
3.
en (hij) is gekomen naar aan aanzicht en (hij) mat af ram de opening twee (ik) stierf en de opening zes (ik) stierf en breedte de opening zeven (ik) stierf
4.
en (hij) mat af (tot) (zij) hebben geduurd twintig natie en breedte twintig natie naar aanzicht van het paleis en (hij) sprak naar mij dit heiligheid de heiligheden
5.
en (hij) mat af muur het huis zes (ik) stierf en breedte de rib vier (ik) stierf rondom rondom aan huis rondom
6.
en de ribben rib naar rib drie en dertig twee keer en komen bij (de) muur die aan huis aan ribben rondom rondom te zijn AHWZIM noch (zij) waren AHWZIM bij (de) muur het huis
7.
en plein en (zij) heeft zich afgewend aan hoogte aan hoogte aan ribben dat MWXB het huis aan hoogte aan hoogte rondom rondom aan huis op zo breedte aan huis aan hoogte en zo (is het zo) dat (jullie) landden (...) haar (hij) verhief op (de) hoogste LTIKWNE
8.
en (ik) heb gezien aan huis hoogte rondom rondom vestigen de ribben (zij) hebben besneden de buis zes (ik) stierf (ik) redde (er)naar
9.
breedte de muur die aan rib naar de straat vijf (ik) stierf en die van rustende huis ribben die aan huis
10.
en tussen de kantoren breedte twintig natie rondom aan huis rondom rondom
11.
en opening de rib tot van Noach opening één weg het Noorden en opening één aan zuid en breedte plaats EMNH vijf (ik) stierf rondom rondom
12.
WEBNIN die naar aanzicht van de wet hoek van weg de zee breedte zeventig natie en muur (is het zo) dat bouw! (...) hen vijf (ik) stierf breedte rondom rondom en (zij) hebben geduurd negentig natie
13.
en (hij) heeft gemeten (tot) het huis lange honderd natie en de wet en naar de zonen WQIRWTIE lange honderd natie
14.
en breedte aanzicht van het huis en de wet aan Oosten honderd natie
15.
en (hij) heeft gemeten lange (is het zo) dat bouw! (...) hen naar aanzicht van de wet die op na haar WATWQIEA van hier en van hier honderd natie en het paleis (de) binnenste en voorhal (...) mij het grondgebied
16.
(is het zo) dat voeg toe! (...) hen WEHLWNIM EAÐMWT WEATIQIM rondom LSLSTM tegenover (is het zo) dat voeg toe! SHIP boom rondom rondom en het land tot EHLWNWT WEHLNWT van bekleding
17.
op boven de opening en tot het huis (de) binnenste en druk! en naar alle de muur rondom rondom bij (de) binnenste WBHIßWN maten
18.
en maakt! (...) mij als zijn veel en dadels en (zij) is opgerezen tussen beeld van meerderheid aan beeld van meerderheid en twee aanzicht aan beeld van meerderheid
19.
en aanzicht van mens naar (is het zo) dat (zij) is opgerezen van hier en aanzicht van jonge leeuw naar (is het zo) dat (zij) is opgerezen van hier maakt! (...) mij naar alle het huis rondom rondom
20.
van het land tot boven de opening de beelden van meerderheid en de dadels OSWIM en muur het paleis
21.
het paleis deurpost van kwart en aanzicht van wijd! de verschijning zoals verschijning
22.
het altaar boom drie (ik) stierf hoogte en (zij) hebben geduurd twee (ik) stierf WMQßOWTIW als en (zij) hebben geduurd en muren (...) hem boom en (hij) sprak naar mij dit de tafel die voor Jahweh
23.
en twee deuren aan paleis en te heiligen
24.
en twee deuren aan deuren twee MWXBWT deuren twee aan deur één en schering deuren aan andere
25.
WOSWIE naar hen naar deuren het paleis als zijn veel en dadels zoals OSWIM aan muren en wolk boom naar aanzicht van (is het zo) dat maar van de straat
26.
WHLWNIM AÐMWT en dadels van hier en van hier naar schouderbanden (is het zo) dat maar en ribben het huis en de wolken

Hoofdstuk 42

1.
en (hij) bracht naar buiten (...) mij naar het grondgebied (de) uitwendige de weg weg het Noorden en (hij) kwam (...) mij naar de kantoor die tegenover de wet en die tegenover (is het zo) dat bouw! (...) hen naar het Noorden
2.
naar aanzicht van lange (ik) stierf de honderd opening het Noorden en de breedte vijftig (ik) stierf
3.
tegenover de twintig die aan grondgebied (de) binnenste en tegenover plaveisel die aan grondgebied (de) uitwendige ATIQ naar aanzicht van ATIQ bij dertig
4.
en voor de kantoren ga(a)(t) rijkdom (ik) stierf breedte naar (de) binnenste weg natie één en openingen (...) hen aan Noorden
5.
en de kantoren EOLIWNT QßRWT dat (hij) zal kunnen (...) hem ATIQIM van zij METHTNWT WMETKWNWT bouw! (...) hen
6.
dat MSLSWT hier is en (er is) niet aan hen staanders zoals staanders van de grondgebieden op zo NAßL METHTWNWT WMETIKNWT van het land
7.
en omheining die druk! tegenover de kantoren weg het grondgebied EHßWNE naar aanzicht van de kantoren (zij) hebben geduurd vijftig natie
8.
dat lange de kantoren die aan grondgebied EHßWNE vijftig natie en hier is op aanzicht van het paleis honderd natie
9.
WMTHTE kantoren (de) deze (is het zo) dat om te komen van het Oosten bij (het) komen aan zij van het grondgebied EHßNE
10.
bij (de) breedte omheining het grondgebied weg het Oosten naar aanzicht van de wet en naar aanzicht van (is het zo) dat bouw! (...) hen kantoren
11.
en weg voor hen zoals verschijning de kantoren die weg het Noorden zoals lengte (...) hen zo breedte (...) hen en alle MWßAIEN WKMSPÐIEN WKPTHIEN
12.
WKPTHI de kantoren die weg de zuid opening bij (het) hoofd weg weg bij (het) aanzicht van (is het zo) dat (jij) hebt een omheining opgericht spreekt uit! weg het Oosten bij (de) komst (...) hen
13.
en (hij) sprak naar mij kantoren het Noorden kantoren de zuid die naar aanzicht van de wet hier is kantoren wijd! die (zij) aten daar de priesters die verwanten aan Jahweh heilig! de heiligheden daar (zij) gaven rust heilig! de heiligheden en het geschenk en (jij) hebt laten zondigen en het vuur (...) hen dat de plaats heiligheid
14.
bij (hij) is gekomen (...) hen de priesters noch voert uit! van de heiligheid naar het grondgebied (de) uitwendige en naam [van] (zij) gaven rust kledingstukken (...) hen die (zij) dienden bij hen dat heiligheid hier is (zij) bekleedden zich kledingstukken anderen en (zij) hebben nader gebracht naar die aan volk
15.
en schoondochter (tot) maten het huis (de) binnenste en (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) mij weg de poort die aanzichten (...) hem weg het Oosten en (zij) hebben gemeten rondom rondom
16.
(hij) heeft gemeten wind het Oosten bij (de) buis (zij) heeft afgemeten vijf (ik) stierf buizen bij (de) buis (zij) heeft afgemeten rondom
17.
(hij) heeft gemeten wind het Noorden vijf honderd buizen bij (de) buis (zij) heeft afgemeten rondom
18.
(tot) wind de zuid (hij) heeft gemeten vijf honderd buizen bij (de) buis (zij) heeft afgemeten
19.
(hij) is rondgegaan naar wind de zee (hij) heeft gemeten vijf honderd buizen bij (de) buis (zij) heeft afgemeten
20.
aan vier winden (zij) hebben gemeten muur als rondom rondom lange vijf honderd en breedte vijf honderd LEBDIL tussen wijd! aan niet-heilige

Hoofdstuk 43

1.
en ga(a)(t) (...) mij naar de poort poort die hoek weg het Oosten
2.
en hier is eer mijn God Israël (hij) is gekomen van weg het Oosten en klank (...) hem zoals klank water twisten en het land (zij) heeft verlicht om zwaar te zijn (...) hem
3.
WKMRAE de verschijning die (ik) heb gezien zoals verschijning die (ik) heb gezien bij (hij) is gekomen (...) mij te bederven (tot) (hij) heeft opgemerkt en laten zien zoals verschijning die (ik) heb gezien naar rivier zoals graan en donkere naar aanzicht van
4.
en eer Jahweh (hij) is gekomen naar het huis weg poort die aanzichten (...) hem weg het Oosten
5.
en (jij) droeg (...) mij wind en (zij) kwam (...) mij naar het grondgebied (de) binnenste en hier is (hij) is vol geweest eer Jahweh het huis
6.
en (ik) hoorde toe woestijn naar mij van het huis en man (hij) is geweest sta vast! AßLI
7.
en (hij) sprak naar mij zoon mens (tot) plaats stoelen van en (tot) plaats zoals monden voeten van die (ik) behuisde daar binnen bouw! Israël aan eeuwigheid noch (zij) verklaarden onrein nog (eens) huis Israël daar heilig! deze (mv) en koningen (...) hen bij (de) hoererij (...) hen en bij (de) kadavers van koningen (...) hen verhogingen (...) hen
8.
bij (zij) verbaasde zich voeg toe! (...) hen (tot) voeg toe! en deurposten (...) hen naast deurpost (...) mij en de muur tussen mij en tussen hen en verklaart onrein! (tot) daar heilig! bij (de) gruwelijkheid (...) hen die Ezau en eten (met) hen bij (de) neuzen van
9.
nu (zij) waren ver (tot) hoererij (...) hen en blijf achter! koningen (...) hen (van)uit mij en (ik) heb gewoond bij (het) midden (...) hen aan eeuwigheid
10.
(met) haar zoon mens vertel! (tot) huis Israël (tot) het huis en (zij) zullen te schande worden MOWNWTIEM en (zij) hebben gemeten (tot) TKNIT
11.
en als NKLMW van alle die Ezau ßWRT het huis WTKWNTW WMWßAIW WMWBAIW en alle ßWRTW en (tot) alle grondwetten (...) hem en alle ßWRTW en alle Wetboek (...) hem deel mee! hen en (hand)schrift aan ogen (...) hen en (zij) bewaarden (tot) alle ßWRTW en (tot) alle grondwetten (...) hem en Ezau hen
12.
deze Wetboek van het huis op hoofd de heuvel alle grens (...) hem rondom rondom heiligheid heiligheden hier is deze Wetboek van het huis
13.
en deze maten het altaar bij (ik) stierf natie natie en handbreedte en boezem de natie en natie breedte en naar grens naar naar lip rondom ZRT de één en dit CB het altaar
14.
en van boezem het land tot de hulp (is het zo) dat (jullie) landden (...) haar twee (ik) stierf en breedte natie één WMEOZRE naar de kleine tot de hulp de grootheid vier (ik) stierf en breedte de natie
15.
WEERAL vier (ik) stierf WMEARAIL en aan hoogte de hoornen vier
16.
WEARAIL twee tien lange bij twee tien breedte vierkant naar vier vierkanten (...) hem
17.
en de hulp vier tien lange bij vier tien breedte naar vier naar vierkanten en de grens rondom haar halve de natie en de boezem aan haar natie rondom WMOLTEW hoeken Oosten
18.
en (hij) sprak naar mij zoon mens zo woord liggers van Jahweh deze grondwetten het altaar bij (de) dag (is het zo) dat te doen (...) hem aan de beklimmingen op hem ga(a)(t) op WLZRQ op hem bloed
19.
en zet naar de priesters de Levieten die zij van nakomelingen heb gelijk! de binnensten naar mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh te dienen (...) mij stier zoon rundvee aan zondoffer
20.
en (jij) hebt genomen van bloed (...) hem en zet op vier hoornen (...) hem en naar vier hoeken de hulp en naar de grens rondom en zondoffer hem WKPRTEW
21.
en (jij) hebt genomen (tot) de stier (jij) hebt laten zondigen en verbrandt! bij beveel(t) het huis buiten tot van heiligheid
22.
en bij (de) dag (de) tweede (jij) bood aan bok geiten volledige aan zondoffer en (zij) hebben gezondigd (tot) het altaar zoals (zij) hebben gezondigd bij (de) stier
23.
BKLWTK om te zondigen (jij) bood aan stier zoon rundvee volledige en ram vanuit het kleinvee volledige
24.
en (jullie) hebben aangeboden voor Jahweh en (zij) hebben afgeworpen de priesters op hen zout en de hoogte (...) hem hen blad aan Jahweh
25.
zeven dagen (jij) deed bok zondoffer aan dag en stier zoon rundvee en ram vanuit het kleinvee volledige (mv) (zij) hebben gemaakt
26.
zeven dagen (zij) verzoenden (tot) het altaar en (zij) hebben gezuiverd (met) hem en (zij) zijn vol geweest (hij) bedankte
27.
en (zij) hebben gekund (tot) de dagen en (hij) is geweest bij (de) dag (de) achtste en de Lea (zij) hebben gemaakt de priesters op het altaar (tot) OWLWTIKM en (tot) betaal! (...) jullie WRßATI (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 44

1.
en inwoner (met) mij weg poort (is het zo) dat heilig(t) (de) uitwendige de hoek Oosten en hij slot
2.
en (hij) sprak naar mij Jahweh de poort deze slot (hij) was niet (hij) deed open en man niet (hij) kwam bij hem dat Jahweh mijn God Israël (hij) is gekomen bij hem en (hij) is geweest slot
3.
(tot) de vorst vorst hij inwoner bij hem te eten brood voor Jahweh van weg maar de poort invoer en van weg (...) hem uitgaande
4.
en (hij) bracht (...) mij weg poort het Noorden naar aanzicht van het huis en (ik) zag en hier is (hij) is vol geweest eer Jahweh (tot) huis Jahweh en donkere naar aanzicht van
5.
en (hij) sprak naar mij Jahweh zoon mens plaats! hart (...) jou en (hij) heeft gezien bij (de) ogen (...) jou en bij (de) oren (...) jou nieuws (tot) alle die ik woestijn (met) jou aan alle grondwetten huis Jahweh en aan alle Wetboek (...) hem en (jij) hebt geplaatst hart (...) jou tot van komst het huis in alle word(t) tevoorschijn gehaald (...) mij (is het zo) dat heilig(t)
6.
en (jij) hebt gesproken naar verzet naar huis Israël zo woord liggers van Jahweh meerderheid aan jullie van alle gruwelen (...) jullie huis Israël
7.
bij (hij) heeft gebracht (...) jullie bouw! vreemde land onbesnedenen van hart en onbesnedenen van vlees te zijn bij heilig(t) (...) mij te ontheiligen (...) hem (tot) huis-en van bij (hij) heeft aangeboden (...) jullie (tot) strijd! melk en bloed en (zij) waren vruchtbaar (tot) verbonden van naar alle gruwelen (...) jullie
8.
noch (jullie) hebben gehouden bewaring heilig! en (jullie) plaatsten (...) hen te bewaren (...) mij bewaring (...) mij bij heilig(t) (...) mij aan jullie
9.
zo woord liggers van Jahweh alle zoon vreemde land onbesnedene hart en onbesnedene vlees niet invoer naar heilig(t) (...) mij aan alle zoon vreemde land die binnen bouw! Israël
10.
dat als de Levieten die (zij) zijn ver geweest ontvreemd! bij (jij) verdraaide Israël die (zij) zijn verkeerd gelopen ontvreemd! na verdraaiingen (...) hen en (zij) hebben gedragen misdaad (...) hen
11.
en (zij) zijn geweest bij heilig(t) (...) mij dienen PQDWT naar poorten van het huis en dienen (tot) het huis deze (mv) (zij) slachtten (tot) (is het zo) dat ga(a)(t) op en (tot) de slachting aan volk en deze (mv) (zij) stondden vast voor hen te dienen (...) hen
12.
wegens die (zij) dienden hen voor verdraaiingen (...) hen en (zij) zijn geweest aan huis Israël LMKSWL vijandige op zo (ik) heb gedragen handen van op hen (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh en (zij) hebben gedragen misdaad (...) hen
13.
noch (zij) zijn genaderd naar mij aan priester aan mij en te naderen op alle heilig! naar heilig! de heiligheden en (zij) hebben gedragen schande (...) hen en gruwelijkheid (...) hen die Ezau
14.
en (ik) heb gegeven hen bewaar! bewaring het huis aan alle feit (...) hem en aan alle die (zij) heeft gemaakt bij hem
15.
en de priesters de Levieten bouw! heb gelijk! die bewaart! (tot) bewaring heilig(t) (...) mij bij (jij) verdraaide bouw! Israël ontvreemd! deze (mv) (zij) brachten nader naar mij te dienen (...) mij en sta(a)t vast! voor aan te bieden aan mij melk en bloed (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
16.
deze (mv) voert in! naar heilig(t) (...) mij en deze (mv) (zij) brachten nader naar (hij) mij gezonden te dienen (...) mij en bewaart! (tot) bewaring (...) mij
17.
en (hij) is geweest bij (de) komst (...) hen naar poorten van het grondgebied (de) binnenste bij (het) bokje linnen (mv) (zij) bekleedden zich noch (hij) verhief op hen wol bij (jullie) hebben gezongen bij (de) poorten van het grondgebied (de) binnenste en naar huis
18.
PARI linnen (mv) (zij) waren op hoofd (...) hen WMKNXI linnen (mv) (zij) waren op lendenen (...) hen niet (zij) omgordden bij (het) zweet
19.
en bij (het) weggaan (...) hen naar het grondgebied (de) uitwendige naar het grondgebied (de) uitwendige naar het volk (zij) kleedden uit (tot) kledingstukken (...) hen die deze (mv) dien(t) (...) hen in hen en (zij) hebben rust gegeven hen bij (de) kantoor van wijd! en (zij) hebben zich bekleed kledingstukken anderen noch (zij) heiligden (tot) het volk bij (de) kledingstukken (...) hen
20.
en hoofd (...) hen niet ICLHW WPRO niet (zij) zondden weg (zij) hebben bedekt (...) hen IKXMW (tot) hoofden (...) hen
21.
en wijn niet (zij) dronken alle priester bij (de) komst (...) hen naar het grondgebied (de) binnenste
22.
en weduwe en verjaagde vrouw niet (zij) namen aan hen aan vrouwen dat als maagd van van nakomelingen huis Israël en de weduwe die (jij) was weduwe van priester (zij) namen
23.
en (tot) met mij IWRW tussen heiligheid aan niet-heilige en tussen onreine aan zuivere (hij) werd bekend (...) hen
24.
en op twist! deze (mv) (zij) stondden vast aan rechter bij (de) rechtsregels van en (zij) heeft berecht (...) hem en (tot) Wetboek (...) mij en (tot) grondwet (...) mij in alle ontmoetingen van (zij) bewaarden en (tot) sabbatten (...) mij (zij) heiligden
25.
en naar dode mens niet invoer aan onreinheid dat als aan vader en natie en tot zoon en aan dochter aan broer en aan zus die niet (zij) is geweest aan man (zij) verklaarden onrein
26.
en na (jij) hebt gezuiverd (...) hem zeven dagen (zij) vertelden als
27.
en bij (de) dag (zij) zijn gekomen naar wijd! naar het grondgebied (de) binnenste te dienen bij (de) heiligheid (hij) bood aan zonde (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
28.
en (zij) is geweest aan hen aan erfgoed ik (jullie) hebben verworven en (zij) heeft gegrepen niet (jullie) gaven aan hen bij Israël ik (jullie) hebben gegrepen
29.
het geschenk en (jij) hebt laten zondigen en het vuur (...) hen deze (mv) (zij) aten (...) hen en alle boycot bij Israël aan hen (hij) was
30.
en begin alle eerstgeborenen van alle en alle bijdrage van alle van alle bijdragen (...) jullie aan priesters (hij) was en begin ORXWTIKM (jullie) gaven aan priester rust te geven gelukwens naar huis (...) jou
31.
alle kadaver en (zij) heeft verscheurd vanuit de vogel en vanuit de vee niet (zij) aten de priesters

Hoofdstuk 45

1.
WBEPILKM (tot) het land bij (het) erfgoed (jullie) tilden op bijdrage aan Jahweh heiligheid vanuit het land lange vijf en twintig duizend lange en breedte tien duizend heiligheid hij in alle naar grens rondom
2.
(hij) was hiervandaan naar wijd! vijf honderd bij vijf honderd van kwart rondom en vijftig natie terrein als rondom
3.
en vanuit (zij) heeft afgemeten (de) deze TMWD lange vijf en twintig duizend en breedte tiental duizenden en bij hem (hij) was (is het zo) dat heilig(t) heiligheid heiligheden
4.
heiligheid vanuit het land hij aan priesters dien(t) (...) mij (is het zo) dat heilig(t) (hij) was de binnensten te dienen (tot) Jahweh en (hij) is geweest aan hen plaats aan huizen en heilig(t) tot van heiligheid
5.
en vijf en twintig duizend lange en tiental duizenden breedte (hij) was aan Levieten dien(t) (...) mij het huis aan hen naar aan Achaz twintig kantoor van
6.
en (jij) hebt gegrepen (hij) heeft opgemerkt (jullie) gaven vijf duizenden breedte en lange vijf en twintig duizend tegenover bijdrage van wijd! aan alle huis Israël (hij) was
7.
en aan vorst hiervandaan en hiervandaan aan bijdrage van wijd! WLAHZT (hij) heeft opgemerkt naar aanzicht van bijdrage van wijd! en naar aanzicht van (jij) hebt gegrepen (hij) heeft opgemerkt van hoek van zee naar dag en van hoek van (zij) is voorgegaan naar Oosten en lange LOMWT één de delen van grens zee naar grens naar Oosten
8.
aan land (hij) was als naar aan Achaz bij Israël noch (zij) bedrogen nog (eens) vorsten van (tot) met mij en het land (zij) gaven aan huis Israël aan stammen (...) hen
9.
zo woord liggers van Jahweh meerderheid aan jullie vorsten van Israël roof en roof (zij) hebben verwijderd en rechtsregel en weldadigheid Ezau (zij) hebben opgetild (ik) heb verjaagd (...) jullie boven met mij (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
10.
van oren van rechtvaardigheid WAIPT rechtvaardigheid en dochter rechtvaardigheid wees aan jullie
11.
(is het zo) dat (ik) was mooi en de dochter (jij) bereidde één (hij) was te dragen tiende de klei de dochter WOSIRT de klei (is het zo) dat (ik) was mooi naar de klei (hij) was ben(t) eerlijk (...) hem
12.
en de munt twintig (zij) heeft gewoond twintig munten vijf en twintig munten tien en vijf munt het rantsoen (hij) was aan jullie
13.
deze de bijdrage die (jullie) tilden op dat leg! (is het zo) dat (ik) was mooi van klei de tarwe WSSITM (is het zo) dat (ik) was mooi van klei de poorten
14.
en wet de olie de dochter de olie tiende de dochter vanuit herken! tiental de huizen klei dat tiental de huizen klei
15.
en lammetje één vanuit het kleinvee vanuit (de) honderd paar MMSQE Israël aan geschenk en naar aan onrecht en aan vergoedingen te verzoenen op hen (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
16.
alle het volk het land (zij) waren naar de bijdrage (de) deze aan vorst bij Israël
17.
en op de vorst (hij) was (is het zo) dat gaan op en het geschenk en de uitgieting bij trekken een cirkel en bij (de) maanden en bij (de) sabbatten in alle ontmoetingen van huis Israël hij (zij) heeft gemaakt (tot) (jij) hebt laten zondigen en (tot) het geschenk en (tot) (is het zo) dat ga(a)(t) op en (tot) de vergoedingen te verzoenen door huis Israël
18.
zo woord liggers van Jahweh bij (de) eerste bij één aan maand (jij) nam stier zoon rundvee volledige en zondoffer (tot) (is het zo) dat heilig(t)
19.
en lering de priester van bloed (jij) hebt laten zondigen en (hij) heeft gegeven naar deurpost van het huis en naar vier hoeken de hulp aan altaar en op deurpost van poort het grondgebied (de) binnenste
20.
en zo (jij) deed bij zeven bij (de) maand van man SCE en van dwaas en (jullie) hebben verzoend (tot) het huis
21.
bij (de) eerste bij vier rijkdom dag aan maand (hij) was aan jullie het Pesach feest weken dagen voorschrift van (hij) at
22.
en (hij) heeft gedaan de vorst bij (de) dag dat bij (de) getuige (...) hem en door alle met het land stier zondoffer
23.
en zeven dagen van het feest (zij) heeft gemaakt ga(a)(t) op aan Jahweh zeven stieren en zeven rammen volledige (mv) aan dag zeven de dagen en zondoffer bok geiten aan dag
24.
en geschenk (ik) was mooi aan stier en (ik) was mooi aan ram (zij) heeft gemaakt en olie ben er! (...) hen LAIPE
25.
bij (de) zevende bij vijf rijkdom dag aan maand bij (het) feest (zij) heeft gemaakt zoals deze zeven de dagen zoals zondoffer zoals blad WKMNHE WKSMN

Hoofdstuk 46

1.
zo woord liggers van Jahweh poort het grondgebied (de) binnenste de hoek Oosten (hij) was slot zes dagen van (is het zo) dat Mozes en bij (de) dag zet stop! (hij) deed open en bij (de) dag de maand (hij) deed open
2.
en (hij) is gekomen de vorst weg maar de poort buiten en sta vast! op deurpost van de poort en Ezau de priesters (tot) gaan op (...) hem en (tot) betaal! (...) hem en (hij) heeft zich diep gebogen (er)naar op drempel de poort en uitgaande en de poort niet (hij) sloot tot (de) aangename
3.
en (zij) hebben zich diep gebogen met het land opening de poort dat bij (de) sabbatten en bij (de) maanden voor Jahweh
4.
en dat wat opgaat die (hij) bracht nader de vorst aan Jahweh bij (de) dag zet stop! zes als schamen zich volledige (mv) en ram volledige
5.
en geschenk (ik) was mooi aan ram en aan schapen geschenk (jij) bent gestorven (hij) bedankte en olie ben er! (...) hen LAIPE
6.
en bij (de) dag de maand stier zoon rundvee volledige (mv) en zes als schamen zich en ram volledige (mv) (zij) waren
7.
en (ik) was mooi aan stier en (ik) was mooi aan ram (zij) heeft gemaakt geschenk en aan schapen zoals (jij) bereikte (hij) bedankte en olie ben er! (...) hen LAIPE
8.
en bij (de) komst de vorst weg maar de poort invoer en bij (de) weg (...) hem uitgaande
9.
en bij (de) komst met het land voor Jahweh bij (de) ontmoetingen wat kwam weg poort Noorden zich diep te buigen uitgaande weg poort Zuiden en wat kwam weg poort Zuiden uitgaande weg poort naar Noorden niet (hij) blies weg de poort die (hij) is gekomen bij hem dat (zij) zijn aanwezig geweest voert uit!
10.
en de vorst bij (het) midden (...) hen bij (de) komst (...) hen invoer en bij (het) weggaan (...) hen voert uit!
11.
en bij (de) feesten en bij (de) ontmoetingen (jij) was het geschenk (ik) was mooi aan stier en (ik) was mooi aan ram en aan schapen (jij) bent gestorven (hij) bedankte en olie ben er! (...) hen LAIPE
12.
en dat (zij) heeft gemaakt de vorst (zij) heeft geschonken ga(a)(t) op of vergoedingen (zij) heeft geschonken aan Jahweh en opening als (tot) de poort de hoek Oosten en (hij) heeft gedaan (tot) opgaan (...) hem en (tot) betaal! (...) hem zoals (zij) heeft gemaakt bij (de) dag zet stop! en uitgaande en slot (tot) de poort na uit te gaan (...) hem
13.
en schaap zoon jaar (...) hem volledige (jij) deed ga(a)(t) op aan dag aan Jahweh bij (het) rundvee bij (het) rundvee (jij) deed (met) hem
14.
en geschenk (jij) deed op hem bij (het) rundvee bij (het) rundvee dat leg! (is het zo) dat (ik) was mooi en olie SLISIT (is het zo) dat ben er! (...) hen LRX (tot) het bloem(meel) geschenk aan Jahweh grondwetten eeuwigheid altijd
15.
en Ezau (tot) het schaap en (tot) het geschenk en (tot) de olie bij (het) rundvee bij (het) rundvee OWLT altijd
16.
zo woord liggers van Jahweh dat (hij) gaf de vorst geschenk aan man van zonen (...) hem erfgoed (...) hem zij aan zonen (...) hem (jij) was (jullie) hebben gegrepen zij bij (het) erfgoed
17.
en dat (hij) gaf geschenk van erfgoed (...) hem aan één van slaven (...) hem en (zij) is geweest als tot jaar van de vrijheid en sabbat aan vorst maar erfgoed (...) hem zonen (...) hem aan hen (jij) was
18.
noch (hij) nam de vorst van erfgoed van het volk LEWNTM MAHZTM MAHZTW INHL (tot) zonen (...) hem opdat die niet (zij) verspreidden met mij man MAHZTW
19.
en (hij) bracht (...) mij bij om te komen die op schouder de poort naar de kantoren wijd! naar de priesters de hoeken naar Noorden en hier is daar plaats (jullie) hebben gezegend naar dag
20.
en (hij) sprak naar mij dit de plaats die IBSLW daar de priesters (tot) (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (tot) (jij) hebt laten zondigen die (zij) braken echt (tot) het geschenk opdat niet (hij) heeft tevoorschijn gehaald naar het grondgebied (de) uitwendige te heiligen (tot) het volk
21.
en (hij) haalde tevoorschijn (...) mij naar het grondgebied (de) uitwendige en (hij) ging voorbij (...) mij naar vier MQßWOI het grondgebied en hier is grondgebied BMQßO het grondgebied grondgebied BMQßO het grondgebied
22.
bij vier MQßOWT het grondgebied grondgebieden QÐRWT veertig lange en dertig breedte maat één aan vier (...) hen MEQßOWT
23.
en kolom rondom bij hen rondom aan vier (...) hen WMBSLWT maakt! (...) mij onder vandaan EÐIRWT rondom
24.
en (hij) sprak naar mij deze huis EMBSLIM die IBSLW daar dien(t) (...) mij het huis (tot) slachting het volk

Hoofdstuk 47

1.
en (hij) heeft gewoond (...) mij naar opening het huis en hier is water uitgaanden onder vandaan drempel het huis naar Oosten dat aanzicht van het huis Oosten en het water IRDIM onder vandaan van schouder het huis rechtse droog(t) af aan altaar
2.
en (hij) bracht naar buiten (...) mij weg poort naar Noorden en (hij) wendde zich af (...) mij weg straat naar poort de straat weg (is het zo) dat wend(t) zich Oosten en hier is water MPKIM vanuit de schouder rechtse
3.
bij uit te gaan de man Oosten en lijn bij (hij) bedankte en (hij) mat af duizend bij (de) natie en (hij) ging voorbij (...) mij bij (het) water water van niets-en
4.
en (hij) mat af duizend en (hij) ging voorbij (...) mij bij (het) water water zegen! (...) hen en (hij) mat af duizend en (hij) ging voorbij (...) mij water van lendenen
5.
en (hij) mat af duizend wadi die niet eet door te trekken dat (zij) hebben zich verheven het water water van (zij) hebben zich gebukt wadi die niet (hij) ging voorbij
6.
en (hij) sprak naar mij (jij) hebt laten zien zoon mens en ga(a)(t) (...) mij en (hij) heeft gewoond (...) mij oever van de wadi
7.
bij keer terug! (...) mij en hier is naar oever van de wadi boom meerderheid zeer hiervandaan en hiervandaan
8.
en (hij) sprak naar mij het water (de) deze gaan uit naar ECLILE (is het zo) dat (zij) zijn voorgegaan (...) haar en (zij) zijn gedaald op de wildernis en (zij) zijn gekomen naar de dag naar naar de dag (is het zo) dat worden tevoorschijn gehaald en (wij) genazen (...) hem het water
9.
en (hij) is geweest alle ziel dier die ISRß naar alle die invoer daar wadi's (hij) leefde en (hij) is geweest naar de vis veelheid zeer dat (zij) zijn gekomen daarnaar (-s) het water (de) deze en (zij) genazen en levende alle die invoer daarnaar (-s) de wadi
10.
en (hij) is geweest (zij) stondden vast op hem DWCIM bestudeer(t) bokje en tot oog stierkalveren MSÐWH aan boycotten (zij) waren aan variatie (jij) was DCTM KDCT de zee (de) grote veelheid zeer
11.
bij uit te gaan (...) hem WCBAIW noch (zij) genazen aan zout (zij) hebben gegeven
12.
en op de wadi (hij) verhief op oever (...) hem hiervandaan en hiervandaan alle boom voedsel niet (hij) verwelkte verheft! noch (hij) verbaasde zich stieren (...) hem aan maanden (...) hem (hij) trok voor dat wateren (...) hem vanuit (is het zo) dat heilig(t) deze (mv) gaan uit en (zij) zijn geweest stieren (...) hem aan voedsel en verheft! LTRWPE
13.
zo woord liggers van Jahweh CE grens die TTNHLW (tot) het land aan tweede rijkdom stammen van Israël Jozef koorden
14.
en (jullie) hebben verworven haar man zoals broers (...) hem die (ik) heb gedragen (tot) handen van te geven (er)naar aan vaders (...) jullie en (zij) is gevallen het land (de) deze aan jullie bij (het) erfgoed
15.
en dit grens het land aan hoek van naar Noorden vanuit de zee (de) grote de weg HTLN te komen ßDDE
16.
leren zak bij (zij) heeft genoeg gedronken XBRIM die tussen grens Damaskus en tussen grens leren zak grondgebied (is het zo) dat (jullie) sloegen (...) hen die naar grens gat (...) hen
17.
en (hij) is geweest grens vanuit de zee grondgebied bestudeert! (...) hen grens Damaskus en Noorden naar Noorden en grens leren zak en (tot) hoek van Noorden
18.
en hoek van Oosten van tussen gat (...) hen en van tussen Damaskus en van tussen het gedenkteken en van tussen land Israël de Jordaan van grens op de zee (is het zo) dat (zij) zijn voorgegaan (...) mij (jullie) maten af en (tot) hoek van naar Oosten
19.
en hoek van Zuiden naar Zuiden rijs(t) op tot water van MRIBWT heiligheid erfgoed naar de zee (de) grote en (tot) hoek van naar Zuiden (zij) heeft afgedroogd
20.
en hoek van zee de zee (de) grote van grens tot tegenover te komen leren zak deze hoek van zee
21.
en percelen (...) hen (tot) het land (de) deze aan jullie aan stammen van Israël
22.
en (hij) is geweest (jullie) vielen haar bij (het) erfgoed aan jullie WLECRIM (is het zo) dat wonen bij (het) midden (...) jullie die EWLDW zonen bij (het) midden (...) jullie en (zij) zijn geweest aan jullie zoals burger bij bouw! Israël (met) jullie (zij) vielen bij (het) erfgoed binnen stammen van Israël
23.
en (hij) is geweest bij (de) stam die vreemdeling Hagar (met) hem daar (jullie) gaven erfgoed (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh

Hoofdstuk 48

1.
en deze namen de stammen van einde naar Noorden naar hand weg HTLN te komen leren zak grondgebied oog (...) hen grens Damaskus naar Noorden naar hand leren zak en (zij) zijn geweest als hoek van Oosten de zee Dan één
2.
en op grens Dan van hoek van Oosten tot hoek van naar dag die één
3.
en op grens die van hoek van naar Oosten en tot hoek van naar dag Nafthali één
4.
en op grens Nafthali van hoek van (zij) is voorgegaan tot hoek van naar dag Manasse één
5.
en op grens Manasse van hoek van (zij) is voorgegaan tot hoek van naar dag Efraïm één
6.
en op grens Efraïm van hoek van Oosten en tot hoek van naar dag Ruben één
7.
en op grens Ruben van hoek van Oosten tot hoek van naar dag Juda één
8.
en op grens Juda van hoek van Oosten tot hoek van naar dag (jij) was de bijdrage die (jullie) tilden op vijf en twintig duizend breedte en lange zoals een de delen van hoek van naar Oosten tot hoek van naar dag en (hij) is geweest (is het zo) dat heilig(t) bij (het) midden (...) hem
9.
de bijdrage die (jullie) tilden op aan Jahweh lange vijf en twintig duizend en breedte tiental duizenden
10.
en naar aan macht (jij) was bijdrage van wijd! aan priesters naar Noorden vijf en twintig duizend en naar dag breedte tiental duizenden en naar Oosten breedte tiental duizenden en (zij) heeft afgedroogd lange vijf en twintig duizend en (hij) is geweest heilig(t) Jahweh bij (het) midden (...) hem
11.
aan priesters (is het zo) dat heilig(t) van zonen van heb gelijk! die bewaart! bewaring (...) mij die niet (zij) zijn verkeerd gelopen bij (jij) verdraaide bouw! Israël zoals (zij) zijn verkeerd gelopen de Levieten
12.
en (zij) is geweest aan hen TRWMIE van bijdrage van het land heiligheid heiligheden naar grens de Levieten
13.
en de Levieten tegenover grens de priesters vijf en twintig duizend lange en breedte tiental duizenden alle lange vijf en twintig duizend en breedte tiental duizenden
14.
noch (zij) verkochten (van)uit hem noch (hij) verbitterde noch (hij) ging voorbij begin het land dat heiligheid aan Jahweh
15.
en vijf duizenden (de) overgebleven bij (de) breedte op aanzicht van vijf en twintig duizend niet-heilige hij aan stad aan zetel en aan terrein en (zij) is geweest (hij) heeft opgemerkt naar bij (het) midden
16.
en deze MDWTIE hoek van Noorden vijf honderd en vier duizenden en hoek van Zuiden vijf vijf honderd en vier duizenden en van hoek van Oosten vijf honderd en vier duizenden en hoek van naar dag vijf honderd en vier duizenden
17.
en (hij) is geweest terrein aan stad naar Noorden vijftig en honderd paar en (zij) heeft afgedroogd vijftig en honderd paar en naar Oosten vijftig en honderd paar en naar dag vijftig en honderd paar
18.
en (de) overgebleven bij (de) lange tegenover bijdrage van wijd! tiental duizenden naar Oosten en tiental duizenden naar dag en (hij) is geweest tegenover bijdrage van wijd! en (zij) is geweest opbrengst (...) haar aan brood te bewerken (...) mij (hij) heeft opgemerkt
19.
en de slaaf (hij) heeft opgemerkt IOBDWEW van alle stammen van Israël
20.
alle de bijdrage vijf en twintig duizend bij vijf en twintig duizend RBIOIT (jullie) tilden op (tot) bijdrage van wijd! naar (jij) hebt gegrepen (hij) heeft opgemerkt
21.
en (de) overgebleven aan vorst hiervandaan en hiervandaan aan bijdrage van wijd! WLAHZT (hij) heeft opgemerkt naar aanzicht van vijf en twintig duizend bijdrage tot grens naar Oosten en naar dag op aanzicht van vijf en twintig duizend op grens naar dag tegenover delen aan vorst en (zij) is geweest bijdrage van wijd! en heilig(t) het huis naar bij (het) midden
22.
WMAHZT de Levieten WMAHZT (hij) heeft opgemerkt binnen die aan vorst (hij) was tussen grens Juda en tussen grens Benjamin aan vorst (hij) was
23.
en rest de stammen van hoek van naar Oosten tot hoek van naar dag Benjamin één
24.
en op grens Benjamin van hoek van naar Oosten tot hoek van naar dag Simeon één
25.
en op grens Simeon van hoek van naar Oosten tot hoek van naar dag Issaschar één
26.
en op grens Issaschar van hoek van naar Oosten tot hoek van naar dag Zebulon één
27.
en op grens Zebulon van hoek van (zij) is voorgegaan tot hoek van naar dag Gad één
28.
en op grens Gad naar hoek van Zuiden naar Zuiden en (hij) is geweest grens rijs(t) op water van MRIBT heiligheid erfgoed op de zee (de) grote
29.
deze het land die (jullie) lieten vallen van erfgoed aan stammen van Israël en deze verdelen (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
30.
en deze TWßAT (hij) heeft opgemerkt van hoek van Noorden vijf honderd en vier duizenden maat
31.
en poorten van (hij) heeft opgemerkt op namen stammen van Israël dat worden wakker drie naar Noorden poort Ruben één poort Juda één poort Levi één
32.
en naar hoek van naar Oosten vijf honderd en vier duizenden en poorten drie en poort Jozef één poort Benjamin één poort Dan één
33.
en hoek van (zij) heeft afgedroogd vijf honderd en vier duizenden maat en poorten drie poort Simeon één poort Issaschar één poort Zebulon één
34.
hoek van naar dag vijf honderd en vier duizenden poorten (...) hen drie poort Gad één poort die één poort Nafthali één
35.
rondom acht rijkdom duizend en naam [van] (hij) heeft opgemerkt van dag Jahweh daarnaar (-s)