Hoofdstuk 1

1.
de last die borst HBQWQ de profeet
2.
tot waarheen? Jahweh (ik) heb om hulp geschreeuwd noch (jij) hoorde toe AZOQ naar jou roof noch (jij) redde
3.
waarom (jij) liet zien (...) mij kracht en werkzame (jij) keek en roof en roof tegen mij en wees twist! en twist (hij) droeg
4.
op zo TPWC Wetboek noch uitgaande uiteindelijk rechtsregel dat slechte MKTIR (tot) (hij) heeft gelijk gegeven op zo uitgaande rechtsregel MOQL
5.
(zij) hebben gezien bij (de) volken en (zij) hebben gekeken en de verbazing (...) hem verbazing (...) hem dat daad daad bij (de) dagen (...) jullie niet (jullie) geloofden dat (hij) vertelde
6.
dat hier ben ik vestig(t) (tot) de Chaldeeën de volk (hij) heeft verbitterd WENMER (is het zo) dat ga(a)(t) tot van breedten van land te veroveren behuizen niet als
7.
waar zijn zij? en ontzagwekkende hij (van)uit hem rechtsregel (...) hem en te dragen (...) hem uitgaande
8.
en klank (...) hem MNMRIM paarden (...) hem en punt (...) hem van wolven van aangename en (zij) hebben zich verbreid ruiters (...) hem en ruiters (...) hem om ver te zijn voert in! (hij) vloog (...) hem zoals gier (hij) heeft zich gehaast te eten
9.
schoondochter aan roof invoer MCMT aanzichten (...) hen naar Oosten en (hij) verzamelde zoals zand gevangenschap
10.
en hij bij (de) koningen ITQLX WRZNIM speel(t) als hij aan alle versterkte (hij) wreef fijn WIßBR stof en (hij) voegde samen (er)naar
11.
destijds HLP wind en (hij) ging voorbij en (hij) heeft zich schuldig gemaakt deze kracht (...) hem LALEW
12.
immers (met) haar van voorkant Jahweh mijn God heilig! niet (wij) stierven Jahweh aan rechtsregel dat (zij) zijn gestorven en rots te bewijzen (jij) hebt gevestigd (...) hem
13.
zuivere ogen laten zien kwaad en (hij) heeft gekeken naar werkzame niet je zult kunnen waarom (jij) keek BWCDIM THRIS bij (de) slechtheid slechte rechtvaardige (van)uit hem
14.
en (jij) deed mens zoals vissen van de zee zoals kruipend gedierte niet heerser bij hem
15.
schoondochter naar bij (het) verhemelte dat wat opgaat ICREW bij (de) boycot (...) hem en (zij) verzamelden (...) hem BMKMRTW op zo (hij) maakte blij en (hij) verheugde zich
16.
op zo (hij) slachtte aan boycot (...) hem en (hij) rookte LMKMRTW dat vee olie verdeelt! en voedsel (...) hem (zij) heeft geschapen
17.
de hoogte zo IRIQ boycot (...) hem en altijd te doden volken niet (hij) had medelijden

Hoofdstuk 2

1.
op bewaring (...) mij (ik) stond vast (er)naar en (ik) stelde me op (er)naar op belegering en (ik) overtrok te zien wat? (hij) sprak bij mij en wat? (ik) gaf terug op terechtwijzing (...) mij
2.
en (hij) antwoordde (...) mij Jahweh en (hij) sprak (hand)schrift visioen en put op (de) frisse (mv) opdat (hij) rende noem(t) bij hem
3.
dat nog (eens) visioen aan ontmoeting WIPH aan eind noch (hij) loog als ITMEME naar verhemelte als dat (hij) is gekomen (hij) kwam niet (hij) kwam te laat
4.
hier is OPLE niet (zij) heeft geeffend ziel (...) hem bij hem en rechtvaardige bij (de) waarheid (...) hem (hij) leefde
5.
en neus dat de wijn kleed man IEIR noch INWE die ERHIB zoals dodenrijk ziel (...) hem en hij staan op noch (hij) was verzadigd en (hij) verzamelde naar hem alle de volken en (hij) verzamelde naar hem alle de volkeren
6.
immers deze allemaal op hem heerser (zij) droegen WMLIßE HIDWT als en (hij) sprak ben! (is het zo) dat vermeerder(t) niet als tot wanneer? WMKBID op hem OBÐIÐ
7.
immers PTO (zij) stondden op (wij) stondden vroeg op (...) jou en (zij) zijn wakker geworden MZOZOIK en (jij) bent geweest LMSXWT voor hen
8.
dat (met) haar SLWT volken twisten ISLWK alle rest volkeren van bloed van mens en roof land stad en alle inwoners van bij haar
9.
ben! voordeel voordeel kwaad aan huis (...) hem te plaatsen bij (de) hoogte (zij) hebben gekocht LENßL van lepel kwaad
10.
(jij) hebt geadviseerd (jij) hebt je geschaamd aan huis (...) jou einden volkeren twisten en zondaar ziel (...) jou
11.
dat steen van muur (zij) schreeuwde WKPIX van boom (hij) antwoordde (...) haar
12.
ben! (hij) heeft gebouwd stad bij (de) kosten en (hij) heeft opgezet stad bij ga(a)(t) op
13.
immers hier is honderd Jahweh legers en (zij) deedden moeite volkeren takken van vuur en naties takken van lege (hij) vloog (...) hem
14.
dat (jij) was vol het land te weten (tot) eer Jahweh staan op (zij) bedekten op zee
15.
ben! geef(t) te drinken zijn vriend MXPH leren zak (...) jou en neus beloning opdat (hij) heeft gekeken op van huiden (...) hen
16.
zeven schande om zwaar te zijn (zij) heeft gelegd ook (met) haar en de onbesnedene TXWB op jou beker rechterhand Jahweh WQIQLWN op eer (...) jou
17.
dat roof Libanon (hij) bedekte (...) jou en roof reuzendier IHITN van bloed van mens en roof land stad en alle inwoners van bij haar
18.
wat? (hij) is nuttig geweest (hij) heeft gehouwen dat (zij) hebben gehouwen fabriceert! van hut en leraar leugen dat veiligheid fabriceer! fabriceert! op hem te doen afgoden stomme (mv)
19.
ben! woord aan boom (zij) is wakker geworden word wakker! aan steen DWMM hij vroege regen hier is hij TPWS goud en zilver en alle wind (er is) niet bij (zij) hebben nader gebracht
20.
en Jahweh bij (het) paleis (zij) hebben geheiligd stil! van aanzichten (...) hem alle het land

Hoofdstuk 3

1.
gebed LHBQWQ de profeet op SCINWT
2.
Jahweh (ik) heb toegehoord dat (hij) heeft samengedrukt (ik) heb gevreesd Jahweh daad (...) jou te midden van twee HIIEW te midden van twee (jij) deelde mee bij (hij) is boos geweest baarmoeder (jij) herinnerde je
3.
God van Zuiden invoer en heilige vlugge Paran (slot) bedek! hemel (zij) hebben bedankt en lof(lied) (...) hem (zij) is vol geweest het land
4.
en schijn zoals licht (jij) was hoornen van hand (...) hem als en naam [van] HBIWN naar kracht
5.
voor hem (hij) ging woord en uitgaande RSP aan voeten (...) hem
6.
sta vast! WIMDD land (hij) heeft gezien en rest volken WITPßßW ERRI tot (zij) hebben zich gebukt heuvels eeuwigheid ELIKWT eeuwigheid als
7.
in de plaats van kracht (ik) heb gezien tenten van KWSN (zij) waren boos (...) hen voorhangsels land Midian
8.
EBNERIM (hij) is ontbrand Jahweh als bij (de) rivieren neus (...) jou als bij (de) zee (jij) bent voorbijgegaan (...) jou dat (zij) reed op paarden (...) jou rijtuigen (...) jou verlossing
9.
naar steden (jij) schudde uit boog (...) jou weken buigen om woord (slot) rivieren TBQO land
10.
(zij) hebben gezien (...) jou IHILW (hij) heeft opgetild krans (...) hen water kant (hij) heeft gegeven afgrond klank (...) hem hoogte IDIEW verheven
11.
zon maan sta vast! naar woning aan licht pijlen (...) jou (zij) gingen aan schijn flits (jij) bent gelegerd (...) jou
12.
bij (de) woede (zij) stapte land bij (de) neus TDWS volken
13.
(jij) bent uitgegaan aan redding met jou aan redding (tot) Messias (...) jou (jij) hebt vermorzeld hoofd van huis slechte worden wakker fundament tot hals (slot)
14.
(jij) hebt vastgesteld BMÐIW hoofd PRZW IXORW LEPIßNI OLIßTM zoals aan eten arme bij (de) verborgen
15.
DRKT bij (de) zee paarden (...) jou klei water twisten
16.
(ik) heb toegehoord en (zij) was boos buik (...) mij aan klank ßLLW lippen van invoer RQB bij word machtig! en in de plaats van mij ARCZ die (ik) rustte aan dag ellende op te gaan aan volk ICWDNW
17.
dat vijg niet (zij) bloeide en (er is) niet (hij) verwelkte bij (de) wijnstokken (hij) heeft gelogen Mozes olijf WSDMWT niet (hij) heeft gedaan eten wortel MMKLE kleinvee en (er is) niet rundvee BRPTIM
18.
en ik bij Jahweh (ik) was vrolijk (er)naar (ik) verheugde me (er)naar bij mijn God reddingen van
19.
Jahweh liggers van machten van en pas toe! voeten van zoals reeën en op bij sterf! IDRKNI aan dirigent BNCINWTI