Hoofdstuk 1

1.
woord Jahweh die (hij) is geweest naar Hosea zoon Beeri bij (de) dagen van Uzzia Jotham Achaz Jehizkia heers! Juda en bij (de) dagen van Jerobeam zoon Joas koning Israël
2.
begin van woord Jahweh bij Hosea en (hij) sprak Jahweh naar Hosea aan jou neem! aan jou vuur van hoererij en help bij de geboorte! hoererij dat (hij) heeft gehoereerd (jij) hoereerde het land van achter Jahweh
3.
en (hij) ging en (hij) nam (tot) einde dochter Diblaim en (zij) werd zwanger en (jij) baarde als zoon
4.
en (hij) sprak Jahweh naar hem (hij) heeft genoemd zijn naam Jizreël dat nog (eens) een beetje en (ik) heb bekeken (tot) lijk! Jizreël op huis Jehu en (ik) heb teruggegeven van koninkrijk huis Israël
5.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat en (ik) heb gebroken (tot) boog Israël bij (de) diepte Jizreël
6.
en (zij) werd zwanger nog (eens) en (jij) baarde dochter en (hij) sprak als (hij) heeft genoemd daarnaar (-s) niet (zij) heeft medelijden gehad dat niet (ik) voegde toe nog (eens) (ik) had medelijden (tot) huis Israël dat verheven (ik) droeg aan hen
7.
en (tot) huis Juda (ik) had medelijden en (ik) heb gered (...) hen bij Jahweh hun God noch (ik) redde (...) hen bij (de) boog en bij (het) zwaard en bij (de) strijd bij (de) paarden en bij (de) ruiters
8.
en (jij) liet ontwennen (tot) niet (zij) heeft medelijden gehad en (zij) werd zwanger en (jij) baarde zoon
9.
en (hij) sprak (hij) heeft genoemd zijn naam niet met mij dat (met) hen niet met mij en ik niet (ik) was aan jullie

Hoofdstuk 2

1.
en (hij) is geweest getal bouw! Israël zoals zand de zee die niet (hij) mat af noch (hij) vertelde en (hij) is geweest bij (de) plaats die (hij) sprak aan hen niet met mij (met) hen (hij) sprak aan hen bouw! naar levende
2.
en (wij) verzamelden (...) hem bouw! Juda en bouw! Israël samen en zijn naam aan hen hoofd één en (zij) zijn opgegaan vanuit het land dat grote dag Jizreël
3.
(zij) hebben gesproken aan broers (...) jullie met mij WLAHWTIKM (zij) heeft medelijden gehad
4.
twist! bij (de) moeder (...) jullie twist! dat zij niet mijn vrouw en ik niet naar man en (zij) week af ZNWNIE naar van aanzicht van WNAPWPIE van tussen naar Sjadai
5.
opdat niet APSIÐNE ORME WEßCTIE zoals dag EWLDE en (ik) heb geplaatst (er)naar zoals woestijn en (zij) heeft gelegd zoals land naar vloot en naar de dood-en bij (de) dorst
6.
en (tot) bouw! (er)naar niet (ik) had medelijden dat bouw! hoererij deze (mv)
7.
dat (zij) heeft gehoereerd moeder (...) hen (is het zo) dat beschaam! (er)naar EWRTM dat (zij) heeft gesproken (ik) ging (er)naar na vrijers van (hij) heeft gegeven (...) mij strijd! en wateren van wol (...) mij WPSTI word vet! WSQWII
8.
daarom hier ben ik SK (tot) weg (...) jou bij (de) pannen en (ik) heb een omheining opgericht (tot) (zij) heeft een omheining opgericht WNTIBWTIE niet (jij) vond
9.
en (zij) heeft achtervolgd (tot) naar vrijers noch (jij) bereikte (met) hen en bij (de) boog (...) hen noch (jij) vond en (zij) heeft gesproken (ik) ging (er)naar en (ik) ging rond naar mannen van (de) eerste dat goede aan mij destijds naar van tijd
10.
en zij niet (zij) heeft geweten dat ik (ik) heb gegeven aan haar de graan en de most en de zuivere olie en zilver (ik) heb vermeerderd aan haar en goud Ezau aan echtgenoot
11.
daarom (ik) blies en (ik) heb genomen graan-en van bij (de) tijd (...) hem en most (...) mij bij (de) ontmoeting (...) hem en (ik) heb gered wol (...) mij WPSTI aan bekleding (tot) worden wakker (er)naar
12.
en nu (ik) onthulde (tot) (jij) bent verwelkt (er)naar te bestuderen (...) mij naar vrijers en man niet (hij) redde (...) haar van handen van
13.
en (ik) heb teruggegeven alle naar vreugde (zij) heeft een cirkel getrokken naar maand en (zij) heeft gerust en alle naar ontmoeting
14.
en de haar naam (...) mij naar wijnstok WTANTE die (zij) heeft gesproken (ik) gaf deze (mv) aan mij die (zij) hebben gegeven aan mij vrijers van en (ik) heb geplaatst (...) hen aan bos en (jullie) hebben gegeten dier van het veld
15.
en (ik) heb bekeken op haar (tot) dagen van de echtgenoten die (jij) liet roken aan hen WTOD naar neusring en (jij) bent ziek geworden (er)naar en (jij) ging na naar vrijers en (met) mij (zij) heeft vergeten (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
16.
daarom hier is ik naar van dwaas en (ik) ben gegaan (er)naar de woestijn en woord (...) mij op naar hart
17.
en (ik) heb gegeven aan haar (tot) zoals bedrog van daar en (tot) diepte OKWR open te doen hoop en (zij) heeft geantwoord daarnaar (-s) zoals dagen van NOWRIE WKIWM naar beklimmingen van land Egypte
18.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (jij) noemde mannen van noch (jij) noemde aan mij nog (eens) bij (de) hoge
19.
en (ik) heb verwijderd (tot) namen de echtgenoten naar van mond van noch (zij) herinnerden zich nog (eens) bij (de) naam (...) hen
20.
en hak af! aan hen verbond bij (de) dag dat met dier van het veld en met vogel de hemel en kruipend gedierte de aarde en boog en zwaard en strijd (ik) brak vanuit het land WESKBTIM zich te verzekeren
21.
WARSTIK aan mij aan eeuwigheid WARSTIK aan mij bij (de) rechtvaardigheid en bij (de) rechtsregel en bij (de) genade en bij (de) medelijden
22.
WARSTIK aan mij bij (de) waarheid en (jij) hebt geweten (tot) Jahweh
23.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (ik) antwoordde (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (ik) antwoordde (tot) de hemel en zij (zij) antwoordden (tot) het land
24.
en het land (jij) antwoordde (tot) de graan en (tot) de most en (tot) de zuivere olie en zij (zij) antwoordden (tot) Jizreël
25.
en (ik) heb gezaaid (er)naar aan mij bij (het) land en (ik) heb medelijden gehad (tot) niet (zij) heeft medelijden gehad en (ik) heb gesproken zonder met mij met mij (met) haar en hij (hij) sprak mijn God

Hoofdstuk 3

1.
en (hij) sprak Jahweh naar mij nog (eens) aan jou (hij) heeft liefgehad vrouw (jij) hebt liefgehad kwaad WMNAPT als (jij) hebt liefgehad Jahweh (tot) bouw! Israël en zij aanzicht naar God anderen en heb lief! (ik) verblijdde me (...) mij druiven
2.
en (ik) groef aan mij bij vijf rijkdom zilver en klei dat worden wakker WLTK dat worden wakker
3.
en woord vetstaart dagen twisten Thisbiet aan mij niet (jij) hoereerde noch (jij) was aan man en ook ik naar jou
4.
dat dagen twisten (zij) hebben gewoond bouw! Israël (er is) niet koning en (er is) niet aanvoerder en (er is) niet slachting en (er is) niet monument en (er is) niet priesterkleed en (jij) liet los (...) hen
5.
andere (zij) hebben gewoond bouw! Israël en zoekt! (tot) Jahweh hun God en (tot) David (hij) heeft besneden (...) jullie en (zij) zijn bang geweest naar Jahweh en naar goedheid (...) hem aan het einde van de dagen

Hoofdstuk 4

1.
(zij) hebben toegehoord woord Jahweh bouw! Israël dat twist! aan Jahweh met bewoners van het land dat (er is) niet waarheid en (er is) niet genade en (er is) niet kennis God bij (het) land
2.
deze en (hij) heeft gelogen en moord en dief en (hij) heeft echtgebroken (zij) hebben doorgebroken en kosten bij (de) kosten (zij) hebben aangeraakt
3.
op zo (jij) rouwde het land en (hij) heeft ongelukkig gemaakt alle bewoner bij haar bij (het) dier van het veld en bij (de) vogel de hemel en ook vissen van de zee (zij) verzamelden
4.
maar man naar (hij) vermeerderde en naar (hij) werd bewezen man en met jou als om te twisten (...) mij priester
5.
en (jij) bent gestruikeld vandaag en misstap ook profeet met jou nacht en (ik) heb geleken moeder (...) jou
6.
(zij) zijn weggevaagd met mij zonder de kennis dat (met) haar de kennis (jij) hebt verafschuwd WAMAXAK van priester aan mij en (jij) liet vergeten Wetboek van jouw God (ik) werd vergeten zonen (...) jou ook ik
7.
zoals meerderheid (...) hen zo (zij) hebben gezondigd aan mij eer (...) hen bij (de) schande (ik) verwisselde
8.
zondoffer met mij (zij) aten en naar misdaad (...) hen (zij) droegen ziel (...) hem
9.
en (hij) is geweest zoals volk zoals priester en (ik) heb bekeken op hem wegen (...) hem en daden (...) hem (ik) gaf terug als
10.
en (zij) hebben gegeten noch (zij) waren verzadigd (is het zo) dat (zij) hebben gehoereerd noch (zij) braken door dat (tot) Jahweh (zij) hebben verlaten te bewaren
11.
hoererij en wijn en most (hij) nam hart
12.
met mij bij (de) boom (...) hem (hij) vroeg en verlicht (...) hem (hij) vertelde als dat wind hoererij (is het zo) dat (hij) is verkeerd gelopen en (zij) hoereerden onder vandaan hun God
13.
op hoofden van naar de heuvels (zij) slachtten en op de heuvels (zij) rookten in de plaats van eik en witte en deze dat goede naar schaduw op zo (jullie) hoereerden bebouwingen (...) jullie en schoondochters (...) jullie TNAPNE
14.
niet (ik) bekeek op bebouwingen (...) jullie dat (jullie) hoereerden en op schoondochters (...) jullie dat TNAPNE dat zij met de hoererij IPRDW en met de tempel-prostituee-en (zij) slachtten en met niet (hij) begreep ILBÐ
15.
als (hij) heeft gehoereerd (met) haar Israël naar (hij) maakte zich schuldig Juda en naar (jij) kwam (...) hem de Gilgal en naar (jullie) verhieven huis kracht en naar (jullie) waren verzadigd levende Jahweh
16.
dat verzoening (zij) is opstandig geweest (hij) is opstandig geweest Israël nu (hij) achtervolgde (...) hen Jahweh zoals schaap BMRHB
17.
sluit je aan! bedroefde (mv) Efraïm geef rust! als
18.
(hij) is afgeweken XBAM (is het zo) dat (hij) heeft gehoereerd (is het zo) dat (zij) hebben gehoereerd (zij) hebben liefgehad brengt schande naar schilden
19.
(hij) heeft gebundeld wind haar naar bij (de) vleugels en (zij) zijn droog geweest altaren (...) hen

Hoofdstuk 5

1.
(zij) hebben toegehoord deze de priesters en (zij) hebben opgelet huis Israël en huis kroon! (zij) hebben geluisterd dat aan jullie de rechtsregel dat valstrik (jullie) zijn geweest aan uitkijkpunt en netwerk spreid uit! (er)naar op Thabor
2.
en (zij) heeft geslacht acacia's EOMIQW en ik zedeles aan allen (...) hen
3.
ik (ik) heb geweten Efraïm en Israël niet (wij) verborgen (van)uit mij dat nu (is het zo) dat (jij) hebt gehoereerd Efraïm (wij) verklaarden onrein Israël
4.
niet (zij) gaven daden (...) hen terug te keren naar hun God dat wind hoererij bij (het) binnenste (...) hen en (tot) Jahweh niet (zij) hebben geweten
5.
en (hij) heeft geantwoord (zij) hebben zich verheven (...) hen Israël bij (de) aanzichten (...) hem en Israël en Efraïm (zij) struikelden bij (de) misdaad (...) hen misstap ook Juda volk (...) hen
6.
bij (het) kleinvee (...) hen en bij (het) rundvee (...) hen (zij) gingen te zoeken (tot) Jahweh noch (zij) vondden Helez (van)uit hen
7.
bij Jahweh kleed (...) hem dat zonen kransen helpt bij de geboorte! nu (hij) at (...) hen maand (tot) delen (...) hen
8.
(zij) hebben geblazen ramshoorn bij (de) heuvel trompet bij (de) wormen (zij) hebben gejuicht huis kracht na jou Benjamin
9.
Efraïm aan haar naam (jij) was bij (de) dag terechtwijzing bij (de) stammen van Israël (ik) heb meegedeeld loyale
10.
(zij) zijn geweest Sarai Juda KMXICI grens op hen (ik) stortte staan op (ik) ben voorbijgegaan
11.
doe tekort! Efraïm RßWß rechtsregel dat (hij) is erin meegegaan beweging na opdracht
12.
en ik als maak! aan Efraïm WKRQB aan huis Juda
13.
en gezien Efraïm (tot) niet-heilige-en (...) hem en Juda (tot) van krans (...) hem en (hij) ging Efraïm naar bevestiging en (hij) zond weg naar koning (hij) vermeerderde en hij niet (hij) zal kunnen te genezen aan jullie noch ICEE (van)uit jullie MZWR
14.
dat ik zoals leeuw aan Efraïm WKKPIR aan huis Juda ik ik AÐRP en (ik) ging (ik) droeg en (er is) niet redder
15.
(ik) ging (ik) ging rond naar plaats (...) mij tot die (zij) maakten zich schuldig en zoekt! aanzicht van versterkte aan hen ISHRNNI

Hoofdstuk 6

1.
ga(a)t! en (wij) bliezen (er)naar naar Jahweh dat hij prooi en (hij) genas (...) ons (hij) sloeg en (hij) verbond (...) ons
2.
(hij) leefde (...) ons van dagen bij (de) dag (de) derde (hij) stond op (...) ons en (wij) leefden voor hem
3.
en (wij) wisten (er)naar NRDPE te weten (tot) Jahweh zoals zwarte juiste (zij) hebben gevonden en invoer als nader! (...) hen aan ons zoals late regen vroege regen land
4.
wat? (ik) werd gedaan aan jou Efraïm wat? (ik) werd gedaan aan jou Juda en genade (...) jullie zoals wolk rundvee WKÐL sta(a)(t) vroeg op beweging
5.
op zo HßBTI bij (de) profeten (ik) heb gedood (...) hen bij (de) Amoriet mond van en rechtsregels (...) jou licht uitgaande
6.
dat genade (ik) heb gewenst noch slachting en kennis God om op te gaan
7.
en deze (mv) zoals mens (zij) zijn voorbijgegaan verbond daar kleed (...) hem bij mij
8.
gedenkteken Stad van daden van kracht voetstap van bloed
9.
WKHKI man eenheden verbond priesters weg (zij) vermoordden dat (zij) is opgestaan dat vuiligheid Ezau
10.
bij (het) huis Israël (ik) heb gezien SORIRIE daar hoererij aan Efraïm (wij) verklaarden onrein Israël
11.
ook Juda Set oogst aan jou bij keer terug! rust! met mij

Hoofdstuk 7

1.
als genees! aan Israël en (wij) onthulden vijandige Efraïm en medemensen Samaria dat daad (...) hem leugen en dief invoer kleed uit! eenheid bij (de) straat
2.
en echtgenoot (zij) spraken aan hart (...) hen alle medemensen (...) hen (ik) heb me herinnerd nu (zij) zijn rondgegaan (...) hen daden (...) hen tegenover aanzicht van (zij) zijn geweest
3.
bij (de) medemensen (...) hen (zij) maakten blij koning WBKHSIEM zingen
4.
allemaal MNAPIM zoals TNWR brand naar van neus (hij) rustte merk(t) op MLWS bij giet uit! tot HMßTW
5.
dag (wij) hebben geheerst (zij) zijn begonnen te zingen leren zak van wijn (hij) heeft getrokken (hij) bedankte (tot) LßßIM
6.
dat (zij) hebben nader gebracht KTNWR hart (...) hen bij (hij) heeft in hinderlaag gelegen (...) hen alle de nacht er is (...) hen neuzen (...) hen rundvee hij onwetende zoals vuur vlam
7.
allemaal (zij) zijn bronstig geweest KTNWR en (zij) hebben gegeten (tot) rechters (...) hen alle koningen (...) hen ga(a)t neer! (er is) niet (hij) heeft genoemd bij hen naar mij
8.
Efraïm bij (de) volkeren hij ITBWLL Efraïm (hij) is geweest (zij) heeft cirkel getrokken zonder keer om! (er)naar
9.
(zij) hebben gegeten kransen kracht (...) hem en hij niet (hij) heeft geweten ook ouderdom (zij) heeft gegooid bij hem en hij niet (hij) heeft geweten
10.
en (hij) heeft geantwoord (zij) hebben zich verheven (...) hen Israël bij (de) aanzichten (...) hem noch woont! naar Jahweh hun God noch zoekt! (...) hem in alle deze
11.
en wees Efraïm zoals duif PWTE (er is) niet hart Egypte (zij) hebben genoemd bevestiging (zij) zijn gegaan
12.
zoals (zij) gingen (ik) spreidde uit op hen netwerk (...) mij zoals vogel de hemel AWRIDM AIXIRM toen aan getuigen (...) hen
13.
o wee! aan hen dat (zij) hebben gezworven (van)uit mij roof aan hen dat (zij) hebben misdreven bij mij en ik priesterkleed (...) hen en deze (mv) spreekt! op mij als vloeien
14.
noch (zij) hebben geschreeuwd naar mij bij (het) hart (...) hen dat (zij) jammerden op liggen neer (...) hen op graan en most ITCWRRW (zij) verblindden bij mij
15.
en ik IXRTI (ik) ben sterk geworden armen (...) hen en naar mij (zij) berekenden kwaad
16.
(zij) keerden terug niet op (zij) zijn geweest zoals boog bedrog (zij) vielen bij (het) zwaard aanvoerders (...) hen van woede tong (...) hen deze spot (...) hen bij (het) land Egypte

Hoofdstuk 8

1.
naar verhemelte (...) jou schoonheid zoals gier op huis Jahweh wegens (zij) zijn voorbijgegaan verbonden van en op Wetboek (...) mij (zij) hebben misdreven
2.
aan mij (zij) schreeuwden mijn God (wij) hebben geweten (...) jou Israël
3.
(hij) heeft opgegeven Israël goede vijand (zij) achtervolgdenen
4.
zij (zij) hebben gekroond noch (van)uit mij (is het zo) dat zingt! noch (ik) heb geweten zilver (...) hen en goud (...) hen Ezau aan hen bedroefde (mv) opdat (hij) hakte af
5.
(hij) heeft opgegeven stierkalf (...) jou Samaria (hij) is ontbrand neuzen van in hen tot wanneer? niet (hij) zal kunnen (...) hem NQIN
6.
dat van Israël en hij stille maakt! (...) hem noch God hij dat ga rond! (...) hen (hij) was stierkalf Samaria
7.
dat wind (zij) zaaiden WXWPTE IQßRW (zij) is opgestaan (er is) niet als (hij) is gegroeid zonder (zij) heeft gemaakt meel misschien (zij) heeft gemaakt kransen (zij) slikten (...) hem
8.
(wij) slikten Israël nu (zij) zijn geweest bij (de) volken zoals gereedschap (er is) niet wens bij hem
9.
dat deze (mv) (zij) zijn opgegaan bevestiging (hij) is in opstand gekomen BWDD als Efraïm (is het zo) dat geeft! heb lief! (...) hen
10.
ook dat (zij) gaven bij (de) volken nu (ik) verzamelde (...) hen en (zij) begonen te een beetje van last koning zingen
11.
dat veel Efraïm altaren te zondigen (zij) zijn geweest als altaren te zondigen
12.
(ik) schreef als tienduizend Wetboek (...) mij zoals krans (wij) berekenden (...) hem
13.
slacht! EBEBI (zij) slachtten vlees en (zij) aten Jahweh niet (hij) heeft gerend (...) hen nu (hij) herinnerde zich misdaad (...) hen en (hij) beval zondige daden (...) hen deze (mv) Egypte (zij) keerden terug
14.
en (hij) liet vergeten Israël (tot) maakt! (...) hem en (hij) bouwde EIKLWT en Juda veel steden versterkte (mv) en (ik) heb gezonden vuur roeie uit! (...) hem en (zij) heeft gegeten ARMNTIE

Hoofdstuk 9

1.
naar (jij) maakte blij Israël naar vreugde zoals volkeren dat (jij) hebt gehoereerd boven jouw God (jij) hebt liefgehad (ik) zal geven (...) hen op alle CRNWT graan
2.
vreemdeling (...) hen WIQB niet (hij) achtervolgde (...) hen en most (hij) loog bij haar
3.
niet (zij) hebben gewoond bij (het) land Jahweh en woon! Efraïm Egypte en bij (de) bevestiging onreine (zij) aten
4.
niet (zij) goten uit aan Jahweh wijn noch (zij) waren aangenaam als slachtingen (...) hen zoals brood krachten aan hen alle eten-en (...) hem (zij) verklaarden onrein dat brood (...) hen aan ziel (...) hen niet invoer huis Jahweh
5.
wat? (jullie) maakten aan dag ontmoeting en aan dag feest Jahweh
6.
dat hier is (zij) zijn gegaan van roof Egypte (jij) verzamelde (...) hen MP (zij) begroef (...) hen MHMD aan zilver (...) hen QMWS (hij) veroverde (...) hen HWH bij (de) tenten (...) hen
7.
(zij) zijn gekomen dagen van (is het zo) dat (zij) heeft bekeken (zij) zijn gekomen dagen van voltooie! (zij) hebben geweten Israël dwaas de profeet MSCO man de wind op meerderheid misdaad (...) jou en veelheid MSÐME
8.
wachter Efraïm met mijn God profeet valstrik IQWS op alle wegen (...) hem MSÐME bij (het) huis zijn God
9.
EOMIQW (zij) hebben bedorven zoals dagen van de heuvel (hij) herinnerde zich misdaad (...) hen (hij) bekeek zondige daden (...) hen
10.
zoals druiven bij (de) woestijn (ik) heb gevonden Israël zoals eerstgeboorterecht bij (de) vijg naar bij (het) begin (ik) heb gezien vaders-en (...) jullie deze (mv) (zij) zijn gekomen echtgenoot Peor WINZRW droog te zijn en (zij) waren afgoden als (hij) heeft liefgehad (...) hen
11.
Efraïm zoals vogel ITOWPP eer (...) hen MLDE en van buik en van zwangerschap
12.
dat als (zij) groeiden (tot) zonen (...) hen WSKLTIM van mens dat ook o wee! aan hen bij (de) ossen van (van)uit hen
13.
Efraïm zoals (ik) heb gezien aan rots dat hang(t) op bij (de) woonplaats en Efraïm tevoorschijn te halen naar (hij) heeft gedood zonen (...) hem
14.
geef! aan hen Jahweh wat? te geven (...) hen geef! aan hen baarmoeder ontwikkeld mens en roven ßMQIM
15.
alle medemensen (...) hen bij (de) Gilgal dat daar (ik) heb gehaat (...) hen op kwaad daden (...) hen van huis-en van (ik) verjoeg (...) hen niet verzamel(t) (jullie) hebben liefgehad alle aanvoerders (...) hen ben opstandig! (...) hen
16.
(hij) heeft geslagen Efraïm wortel (...) hen droogte vrucht zonder (zij) hebben gemaakt (...) hen ook dat helpt bij de geboorte! (...) hen en dood! (...) mij MHMDI buik (...) hen
17.
(hij) verafschuwde (...) hen mijn God dat niet (zij) hebben toegehoord als en (zij) waren zwerf! (...) hen bij (de) volken

Hoofdstuk 10

1.
wijnstok BWQQ Israël vrucht (hij) was gelijk als zoals meerderheid aan stieren (...) hem veel aan altaren zoals goede aan land (...) hem (zij) hebben goed gedaan opgestelde (mv)
2.
deel hart (...) hen nu (zij) maakten zich schuldig hij (hij) droop altaren (...) hen ISDD monument-en (...) hen
3.
dat nu (zij) spraken (er is) niet koning aan ons dat niet (wij) hebben gevreesd (tot) Jahweh en kroon! wat? (zij) heeft gemaakt aan ons
4.
spreekt! woorden deze (mv) (het) niets (hij) heeft afgehakt verbond en bloem zoals hoofd rechtsregel op Thalmai Sjadai
5.
aan koekalveren huis kracht (zij) woonden buurman Samaria dat rouw op hem met hem WKMRIW op hem (zij) verheugden zich op eer (...) hem dat bol (van)uit hem
6.
ook hem aan bevestiging stroom geschenk aan koning (hij) vermeerderde in het jaar Efraïm (hij) nam en (hij) schaamde zich Israël van advies (...) hem
7.
(wij) leken Samaria koningin zoals woede op aanzicht van water
8.
WNSMDW bij (de) dood kracht zondoffer Israël QWß WDRDR (hij) verhief op altaren (...) hen en (zij) hebben gesproken op te tillen (zij) hebben bedekt (...) ons en aan heuvels ga(a)t neer! op ons
9.
wateren van de heuvel zondoffer Israël daar sta(a)t vast! niet (jij) bereikte (...) hen bij (de) heuvel strijd op bouw! gebladerdte
10.
komen (...) mij en (hij) heeft gevangen genomen (...) hen en (zij) hebben verzameld op hen volkeren bij (hij) heeft gevangen genomen (...) hen aan schering bronnen (...) hen
11.
en Efraïm koekalf weg van maat (ik) heb liefgehad LDWS en ik (ik) ben voorbijgegaan op goede naar hals ARKIB Efraïm (hij) ploegde Juda ISDD als Jakob
12.
(zij) hebben gezaaid aan jullie aan weldadigheid QßRW aan mond van genade licht (...) hem aan jullie licht en tijd uit te leggen (tot) Jahweh tot invoer en (hij) heeft geworpen rechtvaardigheid aan jullie
13.
(jullie) hebben geploegd slechte OWLTE QßRTM (jullie) hebben gegeten vrucht (hij) heeft gelogen dat (jij) hebt je verzekerd bij (de) weg (...) jou bij (de) meerderheid helden (...) jou
14.
WQAM draagt! (...) hen bij (het) volk (...) jou en alle vestingen (...) jou IWSD zoals roof betaal! (...) hen huis ARBAL bij (de) dag strijd als op zonen RÐSE
15.
zodoende (hij) heeft gedaan aan jullie huis naar van aanzicht van medemens van ROTKM bij (de) zwarte (wij) leken (wij) leken koning Israël

Hoofdstuk 11

1.
dat jeugd Israël en liefde (...) hem en van Egypte (ik) heb genoemd aan zonen van
2.
(zij) hebben genoemd aan hen zo (zij) zijn gegaan van aanzichten (...) hen aan echtgenoten (zij) slachtten WLPXLIM (zij) rookten (...) hen
3.
en ik TRCLTI aan Efraïm neem! (...) hen op armen (...) hem noch (zij) hebben geweten dat (ik) heb genezen (...) hen
4.
bij saboteer! mens AMSKM BOBTWT liefde en (ik) was aan hen als til(t) op (...) mij op op wangen (...) hen WAÐ naar hem AWKIL
5.
niet (hij) blies naar land Egypte en bevestiging hij (zij) hebben geheerst dat (zij) hebben geweigerd terug te keren
6.
en (hij) is ziek geworden zwaard roeie uit! (...) hem en (zij) is geëindigd takken (...) hem en (zij) heeft gegeten MMOßWTIEM
7.
en met mij TLWAIM LMSWBTI en naar op (zij) noemden (...) hem samen niet (hij) was hoog (...) hen
8.
waar ben jij? (ik) zal geven (...) jou Efraïm AMCNK Israël waar ben jij? (ik) zal geven (...) jou zoals aarde ASIMK als schaar je! (...) hen (hij) is veranderd op mij hart (...) mij samen NKMRW NHWMI
9.
niet (ik) werd gedaan woede neuzen van niet (ik) blies te bederven Efraïm dat naar ik noch man bij (het) binnenste (...) jou heilige noch (ik) kwam bij (de) stad
10.
na Jahweh (zij) gingen zoals leeuw (hij) brulde dat hij (hij) brulde en (zij) schroken zonen water
11.
(zij) schroken zoals Zippor van Egypte WKIWNE van land bevestiging WEWSBTIM op huizen (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 12

1.
(hij) is rondgegaan (...) mij bij (hij) heeft gelogen Efraïm en bij (de) bedrog huis Israël en Juda tot daal! met naar en met heilige (mv) loyale
2.
Efraïm herder wind en (hij) heeft achtervolgd Oosten alle vandaag leugen en roof (hij) vermeerderde en verbond met bevestiging (zij) hakten af en olie aan Egypte stroom
3.
en twist! aan Jahweh met Juda en te bevelen op Jakob zoals wegen (...) hem zoals daden (...) hem (hij) gaf terug als
4.
bij (de) buik voetstap (tot) broers (...) hem en (zij) zijn gekomen (...) ons Sara (tot) God
5.
en rechte naar boodschapper en (hij) heeft gekund (hij) heeft geweend WITHNN als huis naar (hij) vond (...) ons en naam [van] (hij) sprak met ons
6.
en Jahweh mijn God de legers Jahweh (zij) hebben zich herinnerd
7.
en (met) haar bij jouw God (jij) blies genade en rechtsregel bewaar! en (hij) heeft gehoopt naar jouw God altijd
8.
Kanaän bij (hij) bedankte van oren van bedrog aan afzetterij (hij) heeft liefgehad
9.
en (hij) sprak Efraïm maar (ik) heb een tiende genomen (ik) heb gevonden kracht aan mij alle moeiten van niet (zij) vondden aan mij vijandige die zondaar
10.
en ik Jahweh jouw God van land Egypte tot AWSIBK bij (de) tenten zoals dagen van ontmoeting
11.
en woord (...) mij op de profeten en ik visioen (ik) heb vermeerderd en bij (de) hand de profeten aarde
12.
als gedenkteken kracht maar (het) niets (zij) zijn geweest bij (de) Gilgal weken in (zij) hebben geslacht ook altaren (...) hen als verheugen zich op Thalmai Sjadai
13.
en (hij) vluchtte Jakob veld Syrië en (hij) werkte Israël (zij) is verrot en (zij) is verrot bewaar!
14.
en bij (de) profeet dat wat opgaat Jahweh (tot) Israël van Egypte en bij (de) profeet (wij) bewaarden
15.
(hij) heeft boos gemaakt Efraïm TMRWRIM en bloed (...) hem op hem (hij) verliet en schande (...) hem (hij) gaf terug als liggers (...) hem

Hoofdstuk 13

1.
zoals woord Efraïm RTT verheven hij bij Israël en (hij) maakte zich schuldig bij (de) echtgenoot en (hij) stierf
2.
en nu (zij) lieten toevoegen te zondigen en (zij) hebben gemaakt aan hen van hut van zilver (...) hen KTBWNM bedroefde (mv) Mozes stille (mv) schoondochter aan hen zij woorden slacht! mens stierkalveren (zij) gaven te drinken (...) hen
3.
daarom (zij) waren zoals wolk rundvee WKÐL sta(a)(t) vroeg op beweging zoals kaf IXOR van vreemdeling (...) hen WKOSN van sprinkhaan
4.
en ik Jahweh jouw God van land Egypte en God behalve niet (jij) wist en red(t) (er is) niet niet
5.
ik (ik) heb geweten (...) jou bij (de) woestijn bij (het) land TLABWT
6.
KMROITM en (zij) waren verzadigd (zij) zijn verzadigd geweest en (hij) was hoog hart (...) hen op zo laat vergeten! (...) mij
7.
en (ik) was er aan hen zoals leeuw als (wij) verbitterden op weg bevestiging
8.
APCSM zoals beer verlies van kinderen en (ik) scheurde slot hart (...) hen en eten (...) hen daar zoals leeuw dier van het veld TBQOM
9.
kuil (...) jou Israël dat bij mij bij (de) hulp (...) jou
10.
(ik) was er koning (...) jou dus en (hij) redde (...) jou in alle steden (...) jou en rechters (...) jou die (jij) hebt gesproken geef! aan mij koning en zingen
11.
(met) hen aan jou koning bij (de) neuzen van en (ik) nam bij (ik) ben voorbijgegaan
12.
bundel vijandige Efraïm naar Noorden zonde (...) hem
13.
saboteer! kraamvrouw voert in! als hij zoon niet wijze dat tijd niet (hij) stond vast bij verbrijzel(t) zonen
14.
van hand dodenrijk priesterkleed (...) hen om te sterven (ik) verloste (...) hen (ik) was er woorden (...) jou dood (ik) was er QÐBK dodenrijk (wij) waren bronstig (hij) weerlegde bestudeer(t) (...) mij
15.
dat hij tussen broers IPRIA invoer Oosten wind Jahweh van woestijn blad en (hij) schaamde zich bron (...) hem en (hij) werd vernield bestudeer(t) (...) hem hij ISXE schat alle gereedschap (zij) heeft begeerd

Hoofdstuk 14

1.
(jij) maakte je schuldig Samaria dat MRTE bij haar God bij (het) zwaard (zij) vielen OLLIEM IRÐSW WERIWTIW IBQOW
2.
naar terugkeren Israël tot Jahweh jouw God dat (jij) bent gestruikeld bij (de) misdaad (...) jou
3.
neemt! met jullie woorden en keert terug! naar Jahweh (zij) hebben gesproken naar hem alle (jij) droeg vijandige en neem! goede en (wij) betaalden (er)naar stieren lippen (...) ons
4.
bevestiging niet (hij) redde (...) ons op paard niet NRKB noch (wij) spraken nog (eens) onze God aan Mozes (zij) berechtten die bij jou (hij) had medelijden wees
5.
(ik) genas MSWBTM (hij) heeft liefgehad (...) hen (zij) heeft geschonken dat woon! neuzen van (van)uit hem
6.
(ik) was zoals dauw aan Israël (hij) bloeide zoals roos en (hij) sloeg wortels (...) hem zoals Libanon
7.
(zij) gingen INQWTIW en wees zoals olijf (zij) hebben bedankt en geur als zoals Libanon
8.
(zij) hebben gewoond inwoners van bij (de) schaduw (...) hem (zij) leefden graan en (zij) bloeiden zoals wijnstok (zij) hebben zich herinnerd zoals wijn Libanon
9.
Efraïm wat? aan mij nog (eens) aan bedroefde (mv) ik (ik) heb geantwoord en bevestiging (...) ons ik zoals cipres frisse (van)uit mij stieren (...) jou (wij) vondden
10.
water van wijze en (hij) bouwde deze verstandige en (hij) heeft geweten (...) hen dat rechte (mv) wegen van Jahweh en rechtvaardigheid-en (zij) gingen in hen en misdaden (zij) struikelden in hen