Hoofdstuk 1

1.
spreek! Jeremia zoon Hilkia vanuit de priesters die bij Anathoth bij (het) land Benjamin
2.
die (hij) is geweest woord Jahweh naar hem bij (de) dagen van Josia zoon Amon koning Juda bij drie tien jaar te heersen (...) hem
3.
en wees bij (de) dagen van Jojakim zoon Josia koning Juda tot onschuldige opvolging van tien jaar aan Zedekia zoon Josia koning Juda tot ballingschap Jeruzalem bij (de) maand (de) vijfde
4.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
5.
voordat berg op! (...) jou bij (de) buik (ik) heb geweten (...) jou en voordat (jij) ging uit heb(t) medelijden (ik) heb gewijd (...) jou profeet aan volken (ik) heb gegeven (...) jou
6.
en woord ach liggers van Jahweh hier is niet (ik) heb geweten woord dat jeugd ik
7.
en (hij) sprak Jahweh naar mij naar (jij) sprak jeugd ik dat op alle die (ik) zond weg (...) jou (jij) ging en (tot) alle die AßWK (jij) sprak
8.
naar (je) zult vrezen van aanzichten (...) hen dat (met) jou ik aan de schaduw (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
9.
en (hij) zond weg Jahweh (tot) (hij) bedankte en vermoeide op mond van en (hij) sprak Jahweh naar mij hier is (ik) heb gegeven spreek! bij (de) monden (...) jou
10.
(hij) heeft gezien (ik) heb neergelegd (...) jou vandaag deze op de volken en op de rijken LNTWS en te slopen en verloren gaan te laten en af te breken te bouwen en te planten
11.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken wat? (met) haar (hij) heeft gezien Jeremia en woord verlicht amandel ik (hij) heeft gezien
12.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (jij) hebt goed gedaan te zien dat amandel ik op spreek! te maken (...) hem
13.
en wees woord Jahweh naar mij ten tweede te spreken wat? (met) haar (hij) heeft gezien en woord pan (wij) ademden uit ik (hij) heeft gezien en aanzichten (...) hem van aanzicht van naar Noorden
14.
en (hij) sprak Jahweh naar mij van Noorden (jij) deed open de herder op alle inwoners van het land
15.
dat hier ben ik (hij) heeft genoemd aan alle families van koninkrijk naar Noorden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) zijn gekomen en (zij) hebben gegeven man stoel (...) hem opening poorten van Jeruzalem en op alle naar muren rondom en op alle steden van Juda
16.
en woord (...) mij rechtsregels van hen op alle medemensen (...) hen die (zij) hebben verlaten (...) mij en (zij) rookten aan God anderen en (zij) bogen zich diep aan daden van handen (...) hen
17.
en (met) haar TAZR lendenen (...) jou en (jij) bent opgestaan en woord van naar hen (tot) alle die ik AßWK naar in de plaats van van aanzichten (...) hen opdat niet eerste (...) jou voor hen
18.
en ik hier is (ik) heb gegeven (...) jou vandaag aan stad versterkte en te staan ijzer en aan schoonmoeder koper op alle het land aan koningen van Juda aan Seraja naar aan priesters en aan volk het land
19.
en (zij) hebben gestreden naar jou noch (hij) zal kunnen (...) hem aan jou dat (met) jou ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh te redden (...) jou

Hoofdstuk 2

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
beweging en (jij) hebt genoemd bij (de) oren van Jeruzalem te spreken zo woord Jahweh (ik) heb me herinnerd aan jou genade jeugd (...) jou (jij) hebt liefgehad KLWLTIK te gaan (...) jou na bij (de) woestijn bij (het) land niet naar arm
3.
heiligheid Israël aan Jahweh begin opbrengst (...) haar alle eten-en (...) hem (zij) maakten zich schuldig herder (zij) kwam naar hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
4.
(zij) hebben toegehoord woord Jahweh huis Jakob en alle families huis Israël
5.
zo woord Jahweh wat? (zij) hebben gevonden vaders-en (...) jullie bij mij onrecht dat (zij) zijn ver geweest ontvreemd! en (zij) gingen na de damp WIEBLW
6.
noch (zij) hebben gesproken waar? Jahweh de hoogte (met) ons van land Egypte (is het zo) dat besnijd! (...) jou (met) ons bij (de) woestijn bij (het) land wildernis en buk(t) zich bij (het) land naar vloot en diepe duisternis bij (het) land niet kant bij haar man noch inwoner mens daar
7.
en Abia (met) jullie naar land de Karmel aan eten naar vrucht en goeds en (jij) kwam (...) hem en (jullie) verklaarden onrein (tot) land (...) mij en (ik) heb verworven (jullie) hebben geplaatst aan gruwel
8.
de priesters niet (zij) hebben gesproken waar? Jahweh en (jij) verbreidde je het Wetboek niet (zij) hebben geweten (...) mij en de kwaden (zij) hebben misdreven bij mij en de profeten (zij) hebben geprofeteerd bij (de) echtgenoot en na niet IWOLW (zij) zijn gegaan
9.
daarom tot (ik) twistte (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (tot) bouw! zonen (...) jullie (ik) twistte
10.
dat (zij) zijn voorbijgegaan eilanden van KTIIM en (zij) hebben gezien en (hij) is donker geworden zendt weg! en (zij) hebben beschouwd zeer en (zij) hebben gezien èn (zij) is geweest zoals deze
11.
EEIMIR volk God en deze (mv) niet God en met mij (hij) heeft verwisseld eer (...) hem BLWA (hij) was nuttig
12.
zijn naam hemel op deze en poort (...) hem (zij) zijn vernield zeer (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
13.
dat twee medemensen (hij) heeft gedaan met mij (met) mij (zij) hebben verlaten bron water leven LHßB aan hen BARWT BART NSBRIM die niet (zij) hebben gekund het water
14.
de slaaf Israël als ingeborene huis hij waarom? (hij) is geweest aan minachting
15.
op hem (hij) brulde (...) hem dorpen (zij) hebben gegeven klank (...) hen en (zij) legden land (...) hem aan haar naam steden (...) hem NßTE zonder inwoner
16.
ook bouw! NP en Tachpenes (zij) achtervolgden (...) jou QDQD
17.
immers deze (jij) deed aan jou (hij) heeft verlaten (...) jou (tot) Jahweh jouw God bij (de) tijd heers(t) (...) jou bij (de) weg
18.
en nu wat? aan jou aan weg Egypte te drinken water van dat bleke en wat? aan jou aan weg bevestiging te drinken water van rivier
19.
TIXRK medemens (...) jou WMSBWTIK (jij) werd bewezen (...) jou en weet! en spiegel dat kwaad en bittere (hij) heeft verlaten (...) jou (tot) Jahweh jouw God noch (ik) ben bang geweest naar jou (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh legers
20.
dat van eeuwigheid (ik) heb gebroken hoogte (...) jou (ik) heb afgebroken MWXRWTIK en (jij) sprak niet (ik) werkte dat op alle heuvel naar hoogte en in de plaats van alle boom frisse (tot) ßOE (hij) heeft gehoereerd
21.
en ik (ik) heb geplant (...) jou fluit schoondochter nakomelingen waarheid en waar ben jij? (jij) bent veranderd aan mij verblind! de wijnstok naar vreemdeling
22.
dat als (jij) waste BNTR en (jij) vermeerderde aan jou verbond NKTM misdaad (...) jou voor (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh
23.
waar ben jij? (jij) sprak niet NÐMATI na de echtgenoten niet (ik) ben gegaan spiegel weg (...) jou bij (het) dal weet! wat? (jij) hebt gedaan (zij) heeft voorgetrokken vlotte MSRKT naar wegen
24.
koe onderwijs! woestijn komen ziel (...) hem SAPE wind TANTE water van (hij) gaf terug (...) haar alle MBQSIE niet IIOPW naar bij (de) maand (zij) vondden (...) haar
25.
houd terug! voet (...) jou MIHP WCWRNK om dorst te hebben (er)naar en (jij) sprak NWAS toch niet dat (ik) heb liefgehad kransen en na hen (ik) ging
26.
(jij) hebt onderdrukt dief dat (hij) vond zo (is het zo) dat beschaamt! huis Israël deze (mv) koningen (...) hen aanvoerders (...) hen en priesters (...) hen en profeten (...) hen
27.
woorden aan boom vader (met) haar en aan steen (tot) (jullie) hebben gebaard (...) mij dat (zij) hebben zich gewend naar mij nek noch aanzicht en bij (de) tijd medemensen (...) hen (zij) spraken hoogte en (hij) heeft gered (...) ons
28.
en waar? jouw God die (jij) hebt gedaan aan jou (zij) stondden op als (zij) redden (...) jou bij (de) tijd medemens (...) jou dat getal steden (...) jou (zij) zijn geweest jouw God Juda
29.
waarom (jullie) twistten naar mij kun! (...) jullie (jullie) hebben misdreven bij mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
30.
voor niets (ik) heb geslagen (tot) zonen (...) jullie zedeles niet (zij) hebben genomen (zij) heeft gegeten zwaard (...) jullie profeten (...) jullie zoals leeuw vernieler
31.
de generatie (met) hen (zij) hebben gezien woord Jahweh de woestijn (ik) ben geweest aan Israël als land MAPLIE waarom? (zij) hebben gesproken met mij daal! (...) ons toch niet (wij) kwamen nog (eens) naar jou
32.
(is het zo) dat (jij) liet vergeten maagd naar sieraad schoondochter verbind! (er)naar en met mij laat vergeten! (...) mij dagen (er is) niet getal
33.
wat? TIÐBI weg (...) jou te zoeken liefde daarom ook (tot) de medemensen (ik) heb gestudeerd (tot) wegen (...) jou
34.
ook bij (de) vleugels (...) jou (zij) hebben zich bevonden bloed zielen arme (mv) schone (mv) niet BMHTRT (ik) heb gevonden (...) hen dat op alle deze
35.
en (jij) sprak dat NQITI maar woon! neus (...) hem (van)uit mij hier ben ik NSPÐ jou op woord (...) jou niet (ik) heb gezondigd
36.
wat? TZLI zeer tongen (tot) weg (...) jou ook van Egypte (jij) was droog zoals (jij) hebt je geschaamd van bevestiging
37.
ook honderd dit (jij) ging uit en handen (...) jou op hoofd (...) jou dat (hij) heeft verafschuwd Jahweh bij verzekeren zich (...) jou noch (jij) slaagde aan hen

Hoofdstuk 3

1.
te spreken èn (hij) zond weg man (tot) vuur (...) hem en (zij) is gegaan van hem en (zij) is geweest aan man andere (is het zo) dat (hij) blies vetstaart nog (eens) immers word gevleid! (zij) werd gevleid het land die en (tot) (jij) hebt gehoereerd kwaden twisten en terugkeren naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
2.
draag! ogen (...) jou op kale heuvels en spiegel (ik) was mooi niet dat (jij) hebt je verheugd op wegen (jij) hebt gewoond aan hen als ben aangenaam! bij (de) woestijn en (jij) vleide land BZNWTIK en bij (de) medemens (...) jou
3.
en (zij) hieldden terug RBBIM en late regen toch niet (hij) is geweest WMßH vrouw hoereer(t) (hij) is geweest aan jou (jij) hebt geweigerd (is het zo) dat allemaal
4.
immers naar van tijd (ik) heb genoemd aan mij vader aanvoerder schud! (met) haar
5.
EINÐR aan eeuwigheid als (hij) bewaarde uiteindelijk hier is woord van en (jij) maakte de medemensen en je zult kunnen
6.
en (hij) sprak Jahweh naar mij bij (de) dagen van Josia kroon! (jij) hebt laten zien die (zij) heeft gedaan MSBE Israël (zij) is gegaan zij op alle heuvel hoogte en naar in de plaats van alle boom frisse en (jij) hoereerde daar
7.
en woord na te doen (er)naar (tot) alle deze naar mij (jij) blies noch (zij) is teruggekeerd en (jij) liet zien BCWDE naar zus Juda
8.
en (ik) zag dat op alle ADWT die (zij) heeft echtgebroken MSBE Israël (ik) heb gezonden (er)naar en (met) hen (tot) boek KRITTIE vetstaart noch vrees naar kleed Juda naar zus en (jij) ging en (zij) hoereerde ook zij
9.
en (hij) is geweest verlicht naar hoererij en (zij) werd gevleid (tot) het land WTNAP (tot) de steen en (tot) de boom
10.
en ook in alle deze niet (zij) is teruggekeerd naar mij BCWDE naar zus Juda in alle naar hart dat als bij (de) leugen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
11.
en (hij) sprak Jahweh naar mij weldadigheid (wij) verbreidden ons MSBE Israël naar van kleed Juda
12.
beweging en (jij) hebt genoemd (tot) de woorden (de) deze naar Noorden en (jij) hebt gesproken naar terugkeren MSBE Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh toch niet (ik) liet vallen aanzicht van bij jullie dat getrouwe ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet AÐWR aan eeuwigheid
13.
maar weet! misdaad (...) jou dat bij Jahweh jouw God (jij) hebt misdreven WTPZRI (tot) wegen (...) jou aan kransen in de plaats van alle boom frisse en bij (de) klanken van niet (jullie) hebben toegehoord (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
14.
keert terug! zonen gaan rond (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat ik vrouw (...) mij bij jullie en (ik) heb genomen (met) jullie één merk(t) op en twee van familie en (ik) heb gebracht (met) jullie Sion
15.
en (ik) heb gegeven aan jullie kwaden honden van en (zij) hebben achtervolgd (met) jullie mening en (hij) is wijs geworden
16.
en (hij) is geweest dat (jullie) vermeerderden en (jullie) zijn vruchtbaar geweest bij (het) land bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet (zij) spraken nog (eens) kist verbond Jahweh noch (hij) verhief op hart noch (zij) herinnerden zich bij hem noch (zij) bevalen noch (zij) heeft gemaakt nog (eens)
17.
bij (de) tijd die (zij) noemden aan Jeruzalem stoel Jahweh en (zij) zijn verzameld vetstaart alle de volken aan naam Jahweh aan Jeruzalem noch (zij) gingen nog (eens) na SRRWT hart (...) hen juich!
18.
bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) (zij) gingen huis Juda op huis Israël en voert in! samen van land Noorden op het land die (is het zo) dat (ik) heb verworven (tot) vaders-en (...) jullie
19.
en ik (ik) heb gesproken waar ben jij? (ik) legde (...) jou bij (de) zonen en (met) hen aan jou land (zij) heeft begeerd (jij) hebt verworven pracht legers volken en woord vader (jullie) noemden aan mij en van achter niet (jullie) keerden terug
20.
werkelijk naar kleed vrouw van herder zo BCDTM bij mij huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
21.
klank op kale heuvels (wij) hoorden toe geween (jullie) legerden (...) mij bouw! Israël dat EOWW (tot) generatie (...) jullie laat vergeten! (tot) Jahweh hun God
22.
keert terug! zonen gaan rond (ik) liet los MSWBTIKM hier zijn wij (met) ons aan jou dat (met) haar Jahweh onze God
23.
werkelijk te liegen van heuvels menigte (hij) heeft opgetild werkelijk bij Jahweh onze God TSWOT Israël
24.
WEBST (zij) heeft gegeten (tot) moeite vaders-en (...) ons MNOWRINW (tot) kleinvee (...) hen en (tot) rundvee (...) hen (tot) zonen (...) hen en (tot) bebouwingen (...) hen
25.
(wij) lagen neer (er)naar bij (jij) hebt je geschaamd (...) ons en (zij) bedekte (...) ons als te verzachten (...) hem dat aan Jahweh onze God (wij) hebben gezondigd wij en vaders-en (...) ons MNOWRINW en tot vandaag deze noch (wij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh onze God

Hoofdstuk 4

1.
als (jij) blies Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh naar mij (jij) blies en als (jij) verwijderde afgoden (...) jou van aanzicht van noch TNWD
2.
en (jij) hebt gezworen levende Jahweh bij (de) waarheid bij (de) rechtsregel en bij (de) weldadigheid WETBRKW bij hem volken en bij hem (zij) prezen zich
3.
dat zo woord Jahweh aan man Juda en aan Jeruzalem licht (...) hem aan jullie licht en naar (jullie) zaaiden naar einden
4.
(is het zo) dat (zij) hebben besneden aan Jahweh en verwijder! (...) hem voorhuiden hart (...) jullie man Juda en inwoners van Jeruzalem opdat niet (jij) ging uit zoals vuur leren zak-en van en brand en (er is) niet doof(t) uit van aanzicht van kwaad daden (...) jullie
5.
(zij) hebben verteld bij Juda en met Jeruzalem (zij) hebben laten horen en (zij) hebben gesproken en (zij) hebben geblazen ramshoorn bij (het) land (zij) hebben genoemd (zij) zijn vol geweest en (zij) hebben gesproken (is het zo) dat (zij) hebben verzameld en (wij) kwamen (er)naar naar steden van (de) versterkte
6.
draagt! teken naar Sion EOIZW naar (jullie) stondden vast dat herder ik breng(t) van Noorden en (hij) heeft gebroken grote
7.
blad leeuw van dicht gewas (...) hem en vernieler volken (hij) heeft gereisd uitgaande van plaats (...) hem te plaatsen land (...) jou aan haar naam steden (...) jou TßINE vanwaar? bewoner
8.
op deze (zij) hebben omgord dat (hij) heeft gehandhaafd (zij) hebben beweend en (zij) hebben gejammerd dat niet woon! woede neus Jahweh (van)uit hem
9.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (hij) ging verloren hart kroon! en hart (is het zo) dat zingen en (zij) hebben geademd de priesters en de profeten (hij) verbaasde zich (...) hem
10.
en woord ach liggers van Jahweh werkelijk (is het zo) dat draag! (is het zo) dat te dragen aan volk deze en aan Jeruzalem te spreken vrede (hij) was aan jullie en (zij) heeft aangeraakt zwaard tot de ziel
11.
bij (de) tijd die (hij) sprak aan volk deze en aan Jeruzalem wind ßH kale heuvels bij (de) woestijn weg dochter met mij toch niet uit te strooien en toch niet aan het graan
12.
wind (hij) is vol geweest van deze invoer aan mij nu ook ik (ik) sprak rechtsregels hen
13.
hier is zoals wolken (hij) verhief WKXWPE rijtuigen (...) hem klank (...) hem van gieren paarden (...) hem o wee! aan ons dat (wij) hebben beroofd
14.
was! van herder hart (...) jou Jeruzalem opdat TWSOI tot wanneer? (jij) liet overnachten bij (het) binnenste (...) jou berekenen kracht (...) jou
15.
dat klank vertel(t) van Dan en laat horen kracht vlugge Efraïm
16.
EZKIRW aan volken hier is (zij) hebben laten horen op Jeruzalem NßRIM komen van land de afstand en (zij) gaven op steden van Juda klank (...) hen
17.
als bewaar! Sjadai (zij) zijn geweest op haar van rondom dat (met) mij MRTE (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
18.
weg (...) jou en daden (...) jou Ezau deze aan jou deze medemens (...) jou dat bittere dat plaag tot hart (...) jou
19.
ingewanden van ingewanden van (ik) verwierf (er)naar muren hart (...) mij deze (mv) aan mij hart (...) mij niet AHRS dat klank ramshoorn (ik) heb toegehoord ziel (...) mij gejubel van strijd
20.
(hij) heeft gebroken op (hij) heeft gebroken (hij) is genoemd dat (zij) heeft beroofd alle het land plotseling (zij) hebben beroofd tenten van ogenblik gordijnen-en van
21.
tot wanneer? (ik) liet zien teken (ik) hoorde toe (er)naar klank ramshoorn
22.
dat dwaas met mij mij niet (zij) hebben geweten zonen verijdel! (...) hen deze (mv) noch verstandige (mv) deze (mv) wijze (mv) deze (mv) aan het kwaad en goed te doen niet (zij) hebben geweten
23.
(ik) heb gezien (tot) het land en hier is verlatenheid en lege en naar de hemel en (er is) niet (ik) werd opgeheven
24.
(ik) heb gezien naar de heuvels en hier is lawaai-en en alle de heuvels ETQLQLW
25.
(ik) heb gezien en hier is (er is) niet de mens en alle vogel de hemel (zij) hebben gezworven
26.
(ik) heb gezien en hier is de Karmel de woestijn en alle steden (...) hem (zij) hebben gesloopt van aanzicht van Jahweh van aanzicht van woede neus (...) hem
27.
dat zo woord Jahweh wildernis (jij) was alle het land en schoondochter niet (ik) werd gedaan
28.
op deze (jij) rouwde het land en (zij) zijn donker geworden de hemel boven op dat woord (...) mij vuiligheid (...) mij noch (ik) heb getroost noch (ik) blies (van)uit haar
29.
van klank ruiter en wormen boog (jij) bent gevlucht alle (hij) heeft opgemerkt (zij) zijn gekomen bij (de) wolken en bij (de) lepels (zij) zijn opgegaan alle (hij) heeft opgemerkt verlaat! (er)naar en (er is) niet bewoner bij hen man
30.
en (met) mij SDWD wat? (jij) maakte dat (jij) bekleedde je tweede dat TODI tot aan goud dat (jij) scheurde BPWK ogen (...) jou voor niets TTIPI (zij) hebben verafschuwd bij jou bemin hartstochtelijk! (...) hen ziel (...) jou (zij) zochten
31.
dat klank als word(t) ziek (ik) heb toegehoord ellende KMBKIRE klank dochter Sion TTIPH (zij) spreidde uit naar lepels o wee! toch aan mij dat vermoeidheid ziel (...) mij LERCIM

Hoofdstuk 5

1.
(zij) hebben rondgezworven bij (de) straten Jeruzalem en (zij) hebben gezien toch en weet! en zoekt! BRHWBWTIE als (jullie) vondden man als er is (hij) heeft gedaan rechtsregel zoek(t) waarheid en (ik) werd vergeven aan haar
2.
en als levende Jahweh (zij) spraken daarom te liegen (zij) waren verzadigd
3.
Jahweh ogen (...) jou immers aan waarheid (jij) hebt geslagen (er)naar (met) hen noch (zij) zijn ziek geworden (jullie) zijn geëindigd (zij) hebben geweigerd QHT zedeles versterkt! aanzichten (...) hen van rots (zij) hebben geweigerd terug te keren
4.
en ik (ik) heb gesproken maar armen zij NWALW dat niet (zij) hebben geweten weg Jahweh rechtsregel hun God
5.
(ik) ging (er)naar aan mij naar de groten en (ik) sprak (er)naar hen dat deze (mv) (zij) hebben geweten weg Jahweh rechtsregel hun God maar deze (mv) samen (zij) hebben gebroken op breekt af! MWXRWT
6.
op zo (is het zo) dat (hij) is opgestaan leeuw van bos wolf aangename (mv) ISDDM (wij) verbitterden amandel op steden (...) hen alle (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald van zij IÐRP dat tienduizend misdaden (...) hen (zij) zijn machtig geworden MSBWTIEM
7.
waar aan deze (ik) vergaf aan jou zonen (...) jou (zij) hebben verlaten (...) mij en (zij) waren verzadigd zonder God en (ik) zwoer hen WINAPW en huis hoereer(t) ITCWDDW
8.
paarden MIZNIM sta(a)(t) vroeg op (zij) zijn geweest man naar vuur van zijn vriend IßELW
9.
de hoogte deze toch niet (ik) werd geteld (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en als bij (de) volk die zoals dit niet TTNQM ziel (...) mij
10.
(zij) zijn opgegaan BSRWTIE en (zij) hebben bedorven en schoondochter naar (jullie) maakten (zij) hebben verwijderd NÐISWTIE dat toch niet aan Jahweh deze (mv)
11.
dat BCWD kleed (...) hem bij mij huis Israël en huis Juda (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
12.
(zij) hebben gelogen bij Jahweh en (zij) spraken toch niet hij noch (jij) kwam op ons herder en zwaard en honger toch niet (wij) lieten zien
13.
en de profeten (zij) waren aan wind en het woord (er is) niet bij hen zo (zij) heeft gemaakt aan hen
14.
daarom zo woord Jahweh mijn God legers wegens woord (...) jullie (tot) het woord deze hier ben ik (hij) heeft gegeven spreek! bij (de) monden (...) jou aan vuur en het volk deze bomen en (jullie) hebben gegeten
15.
hier ben ik breng(t) op jullie volk van afstand huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh volk sterke hij volk van eeuwigheid hij volk niet (jij) wist tong (...) hem noch (jij) hoorde toe wat? (hij) sprak
16.
vuilnis (...) hem zoals graf geopende allemaal helden
17.
en eten oogst (...) jou en brood (...) jou (zij) aten zonen (...) jou en bebouwingen (...) jou (hij) at kleinvee (...) jou en rundvee (...) jou (hij) at wijnstok (...) jou WTANTK IRSS steden van vestingen (...) jou die (met) haar veiligheid bij zij bij (het) zwaard
18.
en ook bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet (ik) werd gedaan (met) jullie schoondochter
19.
en (hij) is geweest dat (jullie) spraken in de plaats van wat? (hij) heeft gedaan Jahweh onze God aan ons (tot) alle deze en (jij) hebt gesproken naar hen zoals (jullie) hebben verlaten mij en (jullie) werkten mijn God vreemde land bij (het) land (...) jullie zo (jullie) werkten kransen bij (het) land niet aan jullie
20.
(zij) hebben verteld deze bij (het) huis Jakob en (zij) hebben laten horen (er)naar bij Juda te spreken
21.
(zij) hebben toegehoord toch deze met verijdel! en (er is) niet hart ogen aan hen noch (zij) lieten zien oren aan hen noch (zij) hoorden toe
22.
(is het zo) dat mij niet (jullie) vreesden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh als van aanzicht van niet THILW die (ik) heb geplaatst zand grens aan zee wet eeuwigheid noch IOBRNEW WITCOSW noch (hij) zal kunnen (...) hem en (zij) hebben geruist hopen (...) hem noch IOBRNEW
23.
en aan volk deze (hij) is geweest hart opstandige en leraar (zij) zijn afgeweken en (zij) gingen
24.
en toch niet (zij) hebben gesproken bij (het) hart (...) hen (wij) vreesden toch (tot) Jahweh onze God (is het zo) dat (hij) heeft gegeven nader! (...) hen en (hij) heeft geworpen en late regen bij (de) tijd (...) hem zeven grondwetten oogst (hij) bewaarde aan ons
25.
misdaden (...) jullie (zij) zijn omgebogen deze en zondige daden (...) jullie (zij) hebben teruggehouden (de) goede (van)uit jullie
26.
dat (zij) hebben zich bevonden bij (de) volkeren van slechte (mv) vereffening KSK IQWSIM (zij) hebben opgesteld vernieler mensen (zij) voegden samen
27.
KKLWB (hij) is vol geweest vogel zo huizen (...) hen ben vol! (...) hen bedrog op zo (zij) zijn gegroeid WIOSIRW
28.
(wij) hebben geplaatst te doen (...) hem ook (zij) zijn voorbijgegaan spreek! kwaad gerecht niet (zij) hebben berecht gerecht wees en (zij) slaagden en rechtsregel arme (mv) niet (zij) hebben berecht
29.
de hoogte deze niet (ik) werd geteld (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh als bij (de) volk die zoals dit niet TTNQM ziel (...) mij
30.
daarnaar (-s) WSORWRE (zij) is geworden bij (het) land
31.
de profeten (zij) hebben geprofeteerd bij (de) leugen en de priesters (zij) zijn gedaald op handen (...) hen en met mij (zij) hebben liefgehad zo en wat? (jullie) maakten naar aan einde van

Hoofdstuk 6

1.
de kracht (...) hem bouw! Benjamin nastaande Jeruzalem en met Tekoa (zij) hebben geblazen ramshoorn en op huis de wijngaard draagt! om te dragen dat herder NSQPE van Noorden en (hij) heeft gebroken grote
2.
de woonplaats WEMONCE (ik) heb geleken dochter Sion
3.
vetstaart voert in! kwaden en kudden (...) hen (zij) hebben geblazen op haar tenten rondom (zij) hebben achtervolgd man (tot) (hij) bedankte
4.
(zij) hebben geheiligd op haar strijd sta(a)t op! en (wij) verhieven bij (de) middag o wee! aan ons dat hoek vandaag dat INÐW ßLLI aangename
5.
sta(a)t op! en (wij) verhieven bij (de) nacht en (wij) maakten kapot (er)naar paleizen (...) haar
6.
dat zo woord Jahweh legers (zij) hebben afgehakt advies en (zij) hebben gestort op Jeruzalem (zij) heeft gebaand zij (hij) heeft opgemerkt leg neer! schoondochter afzetterij bij (zij) heeft nader gebracht
7.
zoals de muur put naar wateren zo (is het zo) dat (hij) is gebeurd (zij) heeft achtervolgd roof en roof (hij) hoorde toe bij haar op aanzicht van altijd ziekte en geslagen
8.
EWXRI Jeruzalem opdat niet (hij) heeft geblazen ziel (...) mij (van)uit jou opdat niet ASIMK wildernis land toch niet blaas(t) (er)naar
9.
zo woord Jahweh legers kindje IOWLLW zoals wijnstok rest Israël geef terug! hand (...) jou als pluk(t) druiven op XLXLWT
10.
op water van (ik) sprak (er)naar en (ik) getuigde (er)naar en (zij) hoorden toe hier is voorhuid oor (...) hen noch (hij) zal kunnen (...) hem op te letten hier is woord Jahweh (hij) is geweest aan hen aan schande niet (zij) wensten bij hem
11.
en (tot) leren zak Jahweh (ik) ben vol geweest NLAITI EKIL monding op kindje bij (de) straat en op geheim bij ontbranden samen dat ook man met vrouw (zij) voegden samen baard met (hij) is vol geweest dagen
12.
en (zij) hebben zich afgewend huizen (...) hen aan anderen velden en worden verlaten samen dat (ik) boog om (tot) handen van op inwoners van het land (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
13.
dat MQÐNM en tot groeie! (...) hen kunt! breek(t) af voordeel en van profeet en tot priester kunt! (hij) heeft gedaan leugen
14.
en (zij) genazen (tot) (hij) heeft gebroken met mij op (wij) verlichtten (er)naar te spreken vrede vrede en (er is) niet vrede
15.
(is het zo) dat beschaamt! dat gruwel Ezau ook schaam je! niet (zij) schaamden zich ook (de) alle (mv) niet (zij) hebben geweten daarom (zij) vielen bij ga neer! (...) hen bij (de) tijd (ik) heb bekeken (...) hen (zij) struikelden woord Jahweh
16.
zo woord Jahweh sta(a)t vast! op wegen en (zij) hebben gezien en (zij) hebben gevraagd LNTBWT eeuwigheid waar dit weg (de) goede en ga(a)t! bij haar en (zij) hebben gevonden om rustig te zijn aan ziel (...) jullie en (zij) spraken niet (wij) gingen
17.
en (ik) heb gevestigd op jullie wachters (zij) hebben opgelet aan klank ramshoorn en (zij) spraken niet (wij) letten op
18.
daarom (zij) hebben toegehoord de volken en weet! getuige (tot) die in hen
19.
hoor toe! het land hier is ik breng(t) herder naar het volk deze vrucht berekenen (...) hen dat op spreek! niet (zij) hebben opgelet en Wetboek (...) mij en (hij) verafschuwde (...) hem bij haar
20.
waarom dit aan mij LBWNE van Scheba (jij) kwam en buis (de) goede van land afstand OLWTIKM niet aan wil en slachtingen (...) jullie niet (zij) zijn aangenaam geweest aan mij
21.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven naar het volk deze van misstappen en (zij) zijn gestruikeld in hen vaders en zonen samen buurman en (zij) hebben achtervolgd (zij) gingen verloren
22.
zo woord Jahweh hier is met (hij) is gekomen van land Noorden en volk grote (hij) schudde uit van heup (...) mij land
23.
boog WKIDWN (zij) hieldden wrede hij noch (zij) hadden medelijden klank (...) hen zoals zee (hij) ruiste en op paarden (zij) reedden orden! zoals man aan strijd op jou dochter Sion
24.
(wij) hebben toegehoord (tot) (zij) hebben toegehoord RPW (zij) berechtten ellende (jij) hebt gehouden (...) ons macht zoals kraamvrouw
25.
naar (jij) ging uit het veld en bij (de) weg naar (jij) ging dat zwaard aan vijand om te wonen van rondom
26.
dochter met mij omgord! zak WETPLSI bij (de) as rouw IHID maak! aan jou rouwklacht TMRWRIM dat plotseling (hij) kwam (is het zo) dat (hij) heeft beroofd op ons
27.
BHWN (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) volkeren van versterkte en (jij) wist WBHNT (tot) generatie (...) jullie
28.
allemaal (hij) is afgeweken (...) mij zijn opstandig ga! kwaadspreker koper en ijzer allemaal maken kapot deze (mv)
29.
NHR van valstrik van vuren (...) hen jonge ree van voor niets ßRP gelouterde en kwaden niet breekt af!
30.
zilver (wij) verafschuwden (zij) hebben genoemd aan hen dat (hij) heeft verafschuwd Jahweh bij hen

Hoofdstuk 7

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
sta vast! bij (de) poort huis Jahweh en (jij) hebt genoemd daar (tot) het woord deze en (jij) hebt gesproken (zij) hebben toegehoord woord Jahweh alle Juda die gekomen bij (de) poorten (de) deze zich diep te buigen aan Jahweh
3.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël (zij) hebben goed gedaan wegen (...) jullie en daden (...) jullie en (ik) behuisde (er)naar (met) jullie bij (de) plaats deze
4.
naar (jullie) verzekerden je aan jullie naar spreek! de leugen te spreken paleis Jahweh paleis Jahweh paleis Jahweh deze (mv)
5.
dat als (hij) heeft goed gedaan (jullie) deedden goed (tot) wegen (...) jullie en (tot) daden (...) jullie als Ezau (jullie) maakten rechtsregel tussen man en tussen zijn vriend
6.
vreemdeling wees en weduwe niet (jullie) deedden tekort en bloed schone naar (jullie) stortten bij (de) plaats deze en na God anderen niet (jullie) gingen aan kwaad aan jullie
7.
en (ik) heb gewoond (met) jullie bij (de) plaats deze bij (het) land die (ik) heb gegeven aan vaders-en (...) jullie aan manna eeuwigheid en tot eeuwigheid
8.
hier is (met) hen veilige plaatsen aan jullie op spreek! de leugen opdat niet (hij) is nuttig geweest
9.
de dief moord en (hij) heeft echtgebroken WESBO te liegen en rook! aan echtgenoot en beweging na God anderen die niet (jullie) hebben geweten
10.
en (jullie) zijn gekomen en (jullie) hebben gestaan voor bij (het) huis deze die (hij) is genoemd namen van op hem en (jullie) hebben gesproken NßLNW opdat te doen (tot) alle de gruwelijkheid (de) deze
11.
de grot van doorbraaken (hij) is geweest het huis deze die (hij) is genoemd namen van op hem bij (de) ogen (...) jullie ook ik hier is (ik) heb gezien (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
12.
dat ga(a)t! toch naar plaats (...) mij die BSILW die (ik) heb gewoond namen van daar in het eerste en (zij) hebben gezien (tot) die (ik) heb gedaan als van aanzicht van medemens van met mij Israël
13.
en nu wegens te doen (...) jullie (tot) alle de daden (de) deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) sprak naar jullie sta vroeg op! en woord noch (jullie) hebben toegehoord en (ik) werd genoemd (met) jullie noch (jullie) hebben geantwoord
14.
en (ik) heb gedaan aan huis die (hij) is genoemd namen van op hem die (met) hen veilige plaatsen bij hem en aan plaats die (ik) heb gegeven aan jullie en aan vaders-en (...) jullie zoals (ik) heb gedaan aan kwartel
15.
en (ik) heb afgeworpen (met) jullie boven aanzicht van zoals (ik) heb afgeworpen (tot) alle broers (...) jullie (tot) alle nakomelingen Efraïm
16.
en (met) haar naar (jij) bad door het volk deze en naar (jij) droeg bij (de) getuige (...) hen gezang en gebed en naar (jij) trof bij mij dat ik ben (er) niet nieuws (met) jou
17.
(is het zo) dat jij bent (er) niet (hij) heeft gezien wat? deze (mv) maak! (...) hen roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem
18.
de zonen verzamelen bomen en de vaders roeien uit (tot) het vuur en de vrouwen aan lammetjes bij giet uit! te doen KWNIM aan koningin van de hemel en (hij) heeft uitgegoten uitgietingen aan God anderen opdat maak boos! (...) mij
19.
(is het zo) dat (met) mij zij MKOXIM (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh immers (met) hen opdat (jij) hebt je geschaamd aanzichten (...) hen
20.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier is neuzen van en leren zak-en van NTKT naar de plaats deze op de mens en op de vee en op boom het veld en op vrucht de aarde en brand noch (jij) ging uit
21.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël OLWTIKM voegt toe! op slachtingen (...) jullie en (zij) hebben gegeten vlees
22.
dat niet woord (...) mij (tot) vaders-en (...) jullie noch (ik) heb opdracht gegeven (...) hen bij (de) dag (hij) heeft tevoorschijn gehaald hen van land Egypte op spreek! ga(a)(t) op en slachting
23.
dat als (tot) het woord deze (ik) heb opdracht gegeven hen te spreken (zij) hebben toegehoord bij (de) klanken van en (ik) ben geweest aan jullie aan God en (met) hen (jullie) waren aan mij aan volk en (jullie) zijn gegaan in alle de weg die (ik) gaf opdracht (met) jullie opdat (hij) was goed aan jullie
24.
noch (zij) hebben toegehoord noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen en (zij) gingen BMOßWT BSRRWT hart (...) hen juich! en (zij) waren te laat te komen noch vroeger
25.
aan manna vandaag die voert uit! vaders-en (...) jullie van land Egypte tot vandaag deze en (ik) zond weg naar jullie (tot) alle werk! de profeten dag sta vroeg op! en wapen
26.
en toch niet (zij) hebben toegehoord naar mij noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen en (zij) werden hard (tot) nek (...) hen (is het zo) dat (zij) hebben achtervolgd om te wensen (...) hen
27.
en woord van naar hen (tot) alle de woorden (de) deze noch (zij) hoorden toe naar jou en (jij) hebt genoemd naar hen noch IONWKE
28.
en (jij) hebt gesproken naar hen dit de volk die toch niet (zij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh zijn God noch (zij) hebben genomen zedeles (zij) is verloren gegaan de waarheid en (zij) is afgehakt van monden (...) hen
29.
CZI kroon (...) jou en werp af! en draag! op kale heuvels naar Kain dat (hij) heeft verafschuwd Jahweh en (hij) gaf op (tot) generatie (jij) bent voorbijgegaan (...) hem
30.
dat Ezau bouw! Juda juich! bij bestudeer! (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh zijn naam afgoden (...) hen bij (het) huis die (hij) is genoemd namen van op hem onrein te verklaren (...) hem
31.
en bij ons bij (de) dood ETPT die bij (het) dal zoon hier zijn zij te verbranden (tot) zonen (...) hen en (tot) BNTIEM (hij) is verrot die niet (ik) heb opdracht gegeven noch (zij) is opgegaan op hart (...) mij
32.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch (hij) sprak nog (eens) ETPT en dal zoon hier zijn zij dat als dal (is het zo) dat (zij) heeft gedood en (zij) hebben begraven BTPT vanwaar? plaats
33.
en (zij) is geweest (jij) bent verwelkt het volk deze aan voedsel te vliegen de hemel en aan vee van het land en (er is) niet verschrikkelijke
34.
en (ik) heb teruggegeven leg(t) bloot (...) mij Juda en van straten Jeruzalem klank (zij) hebben zich verblijd (...) hen en klank vreugde klank bruidegom en klank schoondochter dat aan droog land (jij) was het land

Hoofdstuk 8

1.
bij (de) tijd die (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) haalden tevoorschijn (tot) botten heers! Juda en (tot) botten aanvoerders (...) hem en (tot) botten de priesters en (tot) botten de profeten en (tot) botten bewoners van Jeruzalem van graven (...) hen
2.
WSÐHWM aan zon en aan maan en aan alle leger de hemel die (zij) hebben liefgehad (...) hen en die (zij) hebben gewerkt (...) hen en die (zij) zijn gegaan na hen en die (zij) hebben uitgelegd (...) hen en die (zij) hebben zich diep gebogen aan hen niet (zij) verzamelden noch (zij) begroeven aan bloed (...) hen op aanzicht van de aarde (zij) waren
3.
en geselecteerde dood van leven aan alle de rest (is het zo) dat blijven vanuit de familie de herder (de) deze in alle de plaatsen (is het zo) dat blijven die EDHTIM daar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
4.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh (is het zo) dat (zij) vielen noch (zij) stondden op als (hij) blies noch (hij) blies
5.
waarom? ga(a)(t) rond (er)naar het volk deze Jeruzalem MSBE (jij) hebt overwonnen (zij) hebben gehouden BTRMT (zij) hebben geweigerd terug te keren
6.
(ik) heb opgelet en (ik) hoorde toe toch niet zo (zij) spraken (er is) niet man (wij) waren bronstig op medemens (...) hem te spreken wat? (ik) heb gedaan schoondochter woon! BMRßWTM zoals paard vloeiende bij (de) strijd
7.
ook naar getrouwe bij (de) hemel (zij) heeft geweten naar ontmoetingen en tortelduif en paard WOCWR bewaart! (tot) tijd (hij) is gekomen (...) haar en met mij niet (zij) hebben geweten (tot) rechtsregel Jahweh
8.
hoe? (jullie) spraken wijze (mv) wij en Wetboek van Jahweh (met) ons werkelijk hier is te liegen (hij) heeft gedaan leugen boeken
9.
(is het zo) dat (zij) hebben zich geschaamd wijze (mv) angst en (zij) voegden samen hier is bij (het) woord Jahweh (zij) hebben verafschuwd en (jij) bent wijs geworden wat? aan hen
10.
daarom (met) hen (tot) vrouwen (...) hen aan anderen velden-en (...) hen LIWRSIM dat van kleine en tot grote schoondochter voordeel voordeel van profeet en tot priester schoondochter (hij) heeft gedaan leugen
11.
en (zij) lieten los (tot) (hij) heeft gebroken dochter met mij op (wij) verlichtten (er)naar te spreken vrede vrede en (er is) niet vrede
12.
(is het zo) dat (zij) hebben zich geschaamd dat gruwel Ezau ook schaam je! niet (zij) zijn droog geweest WEKLM niet (zij) hebben geweten daarom (zij) vielen bij ga neer! (...) hen bij (de) tijd (jullie) hebben bekeken (zij) struikelden woord Jahweh
13.
Asaf (ik) voegde toe (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (er is) niet druiven bij (de) wijnstok en (er is) niet vijgen bij (de) vijg en dat wat opgaat harp en (met) hen aan hen (zij) gingen voorbij (...) hen
14.
op wat? wij inwoners (is het zo) dat (zij) hebben verzameld en (wij) kwamen naar steden van (de) versterkte en (wij) leken daar dat Jahweh onze God het bloed (...) ons en (hij) gaf te drinken (...) ons water van hoofd dat (wij) hebben gezondigd aan Jahweh
15.
(hij) heeft gehoopt volledig te zijn en (er is) niet goede aan tijd laat los en hier is naar bij (de) tijd
16.
van Dan (wij) hoorden toe NHRT paarden (...) hem van klank MßELWT ridders (...) hem (zij) heeft lawaai gemaakt alle het land en (zij) kwamen en (zij) aten land en naar volheid stad en inwoners van bij haar
17.
dat hier ben ik zend(t) weg bij jullie slangen ßPONIM die (er is) niet aan hen LHS en (zij) hebben gebeten (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
18.
MBLICITI op mij ICWN op mij hart (...) mij DWI
19.
hier is klank (jij) hebt om hulp geschreeuwd dochter met mij van land afstanden (is het zo) dat Jahweh (er is) niet bij Sion als koningin (er is) niet bij haar waarom? (is het zo) dat (zij) zijn boos geweest (...) mij BPXLIEM bij (de) dampen van vreemde land
20.
kant oogst schoondochter zomer en wij toch niet NWSONW
21.
op (hij) heeft gebroken dochter met mij (is het zo) dat (ik) heb gebroken (ik) ben donker geworden daarnaar (-s) (jullie) hebben gehouden (...) mij
22.
(is het zo) dat schep! (er is) niet bij (het) gedenkteken als genees! (er is) niet daar dat waarom? niet (zij) is opgegaan (jij) hebt geduurd dochter met mij
23.
water van (hij) gaf hoofden van water en bestudeer! bron traan en (ik) weende dag (...) hen en nacht (tot) ontheilig! dochter met mij

Hoofdstuk 9

1.
water van (hij) gaf (...) mij bij (de) woestijn om te overnachten verleen gastvrijheid! (...) hen en (ik) verliet (er)naar (tot) met mij en (ik) ging (er)naar van jullie dat allemaal MNAPIM (jij) hebt vastgehouden kledingstukken
2.
WIDRKW (tot) tong (...) hen boog (...) hen leugen noch aan waarheid (zij) zijn sterk geworden bij (het) land dat van herder naar herder voert uit! en (met) mij niet (zij) hebben geweten (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
3.
man van zijn vriend (is het zo) dat bewaart! en op alle broer naar (jullie) verzekerden je dat alle broer kromme Jakob en alle kwaad kwaadspreker (hij) ging
4.
en man bij (de) zijn vriend IETLW en waarheid niet (zij) spraken onderwijst! tong (...) hen woord leugen EOWE NLAW
5.
sabbat (...) jou binnen bedrog bij (de) bedrog (zij) hebben geweigerd kennis mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
6.
daarom zo woord Jahweh legers hier ben ik ßWRPM WBHNTIM dat waar ben jij? (ik) werd gedaan van aanzicht van dochter met mij
7.
pijl slacht tong (...) hen bedrog woord bij (de) monden (...) hem vrede (tot) zijn vriend (hij) sprak en bij (het) binnenste (...) hem (hij) plaatste (zij) hebben in hinderlaag gelegen
8.
de hoogte deze niet (ik) werd geteld in hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh als bij (de) volk die zoals dit niet TTNQM ziel (...) mij
9.
op naar de heuvels (ik) droeg geween en (wij) waren er en op passende woestijn naar Kain dat NßTW zonder man kant noch (zij) hebben toegehoord klank bezit om te vliegen de hemel en tot vee (zij) hebben gezworven (zij) zijn gegaan
10.
en (ik) heb gegeven (tot) Jeruzalem aan hopen van vijandige jakhalzen en (tot) steden van Juda (met) hen wildernis zonder bewoner
11.
water van de man (de) wijze en (hij) bouwde (tot) deze en die woord mond van Jahweh naar hem en (hij) werd verteld (er)naar op wat? (zij) is verloren gegaan het land NßTE zoals woestijn zonder kant
12.
en (hij) sprak Jahweh op (hij) heeft verlaten (...) hen (tot) Wetboek (...) mij die (ik) heb gegeven voor hen noch (zij) hebben toegehoord bij (de) klanken van noch (zij) zijn gegaan bij haar
13.
en (zij) gingen na SRRWT hart (...) hen en na de echtgenoten die onderwijst! (...) hen vaders (...) hen
14.
daarom zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik voed(t) (...) hen (tot) het volk deze LONE en (ik) heb te drinken gegeven (...) hen water van hoofd
15.
WEPßWTIM bij (de) volken die niet (zij) hebben geweten deze (mv) en vaders (...) hen en (ik) heb gezonden na hen (tot) het zwaard tot schoondochters (...) mij hen
16.
zo woord Jahweh legers (zij) hebben beschouwd en (zij) hebben genoemd LMQWNNWT en (jullie) kwamen en naar (de) wijze (mv) zendt weg! en (jij) kwam (...) haar
17.
en (jullie) haastten je WTSNE op ons (wij) waren er en (jullie) daalden ogen (...) ons traan WOPOPINW IZLW water
18.
dat klank (wij) waren er (wij) hoorden toe van Sion waar ben jij? (wij) hebben beroofd (wij) hebben ons geschaamd zeer dat (wij) hebben verlaten land dat (zij) hebben afgeworpen MSKNWTINW
19.
dat (hij) heeft toegehoord (...) haar worden verlaten woord Jahweh en (jij) nam oor (...) jullie woord monden (...) hem en onderwijs! (...) haar bebouwingen (...) jullie (wij) waren er en vrouw ROWTE naar Kain
20.
dat blad dood BHLWNINW (hij) is gekomen BARMNWTINW te vernietigen kindje buiten bij ontbranden van pleinen
21.
woord zo (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) is gevallen (jij) bent verwelkt de mens zoals bloed (...) hen op aanzicht van het veld WKOMIR van achter EQßR en (er is) niet van Asaf
22.
zo woord Jahweh naar (hij) prees zich wijze bij (de) wijsheid (...) hem en naar (hij) prees zich de held bij (de) moed (...) hem naar (hij) prees zich rijke bij (zij) hebben een tiende genomen
23.
dat als bij deze (hij) prees zich (is het zo) dat prijs(t) zich word wijs! en (hij) heeft geweten mij dat ik Jahweh (hij) heeft gedaan genade rechtsregel en weldadigheid bij (het) land dat bij (de) deze (ik) heb gewenst (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
24.
hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb bekeken op alle tegenover bij (de) voorhuid
25.
op Egypte en op Juda en op Edom en op bouw! Ammon en op Moab en op alle QßWßI hoek de inwoners bij (de) woestijn dat alle de volken onbesnedenen en alle huis Israël onbesnedenen van hart

Hoofdstuk 10

1.
(zij) hebben toegehoord (tot) het woord die woord Jahweh op jullie huis Israël
2.
zo woord Jahweh naar weg de volken naar (jullie) onderwezen en van tekens de hemel naar (jullie) landden dat (zij) landden de volken van deze (mv)
3.
dat grondwetten de volkeren damp hij dat boom van bos (zij) hebben afgehakt Mozes handen van stille BMOßD
4.
bij (het) zilver en bij (het) goud (hij) was mooi (...) hem BMXMRWT WBMQBWT (zij) versterkten (...) hen en toch niet IPIQ
5.
zoals dadel gesmeed metaal deze (mv) noch (zij) spraken NSWA INSWA dat niet (zij) stapten naar (jullie) vreesden (van)uit hen dat niet (zij) achtervolgden en ook (hij) heeft goed gedaan (er is) niet hen
6.
vanwaar? zoals jij Jahweh grote (met) haar en grote naam (...) jou bij (de) moed
7.
water van niet gezien (...) jou koning de volken dat aan jou IATE dat in alle word wijs! de volken en in alle koninkrijk (...) hen vanwaar? zoals jij
8.
en bij (de) eerste (zij) roeiden uit WIKXLW zedeles dampen boom hij
9.
zilver MRQO van Tharsis IWBA en goud MAWPZ Mozes stille en handen van ßWRP lichtblauwe kleur en purper zich te schamen (...) hen Mozes wijze (mv) allemaal
10.
en Jahweh God waarheid hij God leven en koning eeuwigheid maak(t) zich kwaad (...) hem (zij) maakte lawaai het land noch (zij) hebben gekund volken (zij) zijn woedend geweest
11.
als (zij) heeft berecht (jullie) spraken (...) hen aan hen de goden welke de hemel WARQA niet (zij) hebben gewerkt (zij) gingen verloren van het land en vanuit (jij) landde de hemel deze
12.
(hij) heeft gedaan land bij (de) kracht (...) hem bereid(t) voor wereld bij (de) wijsheid (...) hem en bij (de) wijsheid (...) hem (wij) bogen om hemel
13.
aan klank te geven (...) hem menigte water bij (de) hemel en (hij) verhief dragers van einde land flitsen aan regen (hij) heeft gedaan en (hij) bracht naar buiten wind van bergingen (...) hem
14.
(wij) roeiden uit alle mens om te weten (is het zo) dat beschaam! alle ßWRP MPXL dat leugen (zij) hebben uitgegoten noch wind in hen
15.
damp deze (mv) Mozes TOTOIM bij (de) tijd (jullie) hebben bekeken (zij) gingen verloren
16.
niet zoals deze deel Jakob dat schep(t) (de) alle hij en Israël stam erfgoed (...) hem Jahweh legers zijn naam
17.
verzamel! van land als (jij) hebt gezworven (...) jou (ik) heb gewoond bij (de) belegering
18.
dat zo woord Jahweh hier ben ik QWLO (tot) bewoners van het land bij (de) keer (de) deze en de ellende (...) mij aan hen opdat (zij) vondden
19.
o wee! aan mij op breek! erfgoed slag (...) mij en ik (ik) heb gesproken maar dit ziekte en (ik) droeg (...) ons
20.
tenten van (hij) heeft beroofd en alle van resten van breekt af! bouw! voer uit! (...) mij en zij zijn (er) niet (er is) niet (wij) bogen om nog (eens) tenten van en vestig(t) voorhangsels (...) mij
21.
dat (wij) roeiden uit (...) hem de kwaden en (tot) Jahweh niet (zij) hebben uitgelegd op zo niet (zij) zijn wijs geworden en alle van vriendinnen (...) hen (wij) verspreidden (er)naar
22.
klank hoor toe! (er)naar hier is kom(t) en lawaai grote van land Noorden te plaatsen (tot) steden van Juda wildernis van vijandige jakhalzen
23.
(ik) heb geweten Jahweh dat niet aan mens weg (...) hem niet aan man beweging en (hij) heeft voorbereid (tot) (zij) zijn gestapt
24.
(hij) week af (...) mij Jahweh maar bij (de) rechtsregel naar bij (de) neus (...) jou opdat niet (zij) verminderde (...) mij
25.
monding leren zak (...) jou op de volken die niet (zij) hebben geweten (...) jou en op families die bij (de) naam (...) jou niet (zij) hebben genoemd dat (zij) hebben gegeten (tot) Jakob en (zij) heeft gegeten (...) hem en (zij) heeft gekund (...) hem en (tot) woonplaats (...) hem de zijn naam

Hoofdstuk 11

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
(zij) hebben toegehoord (tot) spreek! het verbond (de) deze en woorden (...) hen naar man Juda en op inwoners van Jeruzalem
3.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh mijn God Israël vervloekte de man die niet (hij) hoorde toe (tot) spreek! het verbond (de) deze
4.
die (ik) heb opdracht gegeven (tot) vaders-en (...) jullie bij (de) dag haal tevoorschijn! hen van land Egypte verkoop! het ijzer te spreken (zij) hebben toegehoord bij (de) klanken van en (jullie) hebben gedaan hen zoals alle die (ik) gaf opdracht (met) jullie en (jullie) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan jullie aan God
5.
opdat (hij) heeft gevestigd (tot) naar de week die (ik) heb gezworen aan vaders-en (...) jullie te geven aan hen land (jij) hebt gevloeid melk en honing zoals dag deze WAON en woord amen! Jahweh
6.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (hij) heeft genoemd (tot) alle de woorden (de) deze roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem te spreken (zij) hebben toegehoord (tot) spreek! het verbond (de) deze en (jullie) hebben gedaan hen
7.
dat getuig! (ik) heb getuigd bij (de) vaders-en (...) jullie bij (de) dag dat wat opgaat-en (...) mij hen van land Egypte en tot vandaag deze sta vroeg op! en getuig! te spreken (zij) hebben toegehoord bij (de) klanken van
8.
noch (zij) hebben toegehoord noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen en (zij) gingen man BSRIRWT hart (...) hen juich! en Abia op hen (tot) alle spreek! het verbond (de) deze die (ik) heb opdracht gegeven te doen noch Ezau
9.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (wij) vondden verband bij (de) man Juda en bij (de) inwoners van Jeruzalem
10.
woont! op misdaad van vaders (...) hen de eersten die (zij) hebben geweigerd toe te horen (tot) spreek! en deze (mv) (zij) zijn gegaan na God anderen te bewerken (...) hen (is het zo) dat (zij) zijn vruchtbaar geweest huis Israël en huis Juda (tot) verbonden van die hak af! (tot) vaders (...) hen
11.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik breng(t) naar hen herder die niet (hij) zal kunnen (...) hem uit te gaan (van)uit haar en (zij) hebben geschreeuwd naar mij noch (ik) hoorde toe naar hen
12.
en (zij) zijn gegaan steden van Juda en inwoners van Jeruzalem en (zij) hebben geschreeuwd naar naar God die zij roken aan hen en Hosea niet (zij) redden aan hen bij (de) tijd medemensen (...) hen
13.
dat getal steden (...) jou (zij) zijn geweest jouw God Juda en getal straten Jeruzalem (jullie) hebben geplaatst altaren droog te zijn altaren te roken aan echtgenoot
14.
en (met) haar naar (jij) bad door het volk deze en naar (jij) droeg bij (de) getuige (...) hen gezang en gebed dat ik ben (er) niet nieuws bij (de) tijd (hij) heeft genoemd (...) hen naar mij door medemensen (...) hen
15.
wat? LIDIDI bij (de) huis-en van te doen (er)naar EMZMTE (is het zo) dat twisten en vlees heiligheid (zij) gingen voorbij ontvreemd! (...) jou dat ROTKI destijds (jij) was vrolijk
16.
olijf frisse mooie vrucht (hij) heeft beschreven (hij) heeft genoemd Jahweh naam (...) jou aan klank (is het zo) dat besnijd! (er)naar grootheid (hij) heeft aangestoken vuur op haar en (zij) hebben achtervolgd DLIWTIW
17.
en Jahweh legers (is het zo) dat plant jou woord op jou herder wegens medemens van huis Israël en huis Juda die Ezau aan hen LEKOXNI te roken aan echtgenoot
18.
en Jahweh (hij) heeft meegedeeld (...) mij en (ik) wist (er)naar destijds (jullie) hebben laten zien (...) mij daden (...) hen
19.
en ik zoals schaap aanvoerder stroom te slachten noch (ik) heb geweten dat op mij berekent! berekenen (wij) maakten kapot (er)naar boom bij (zij) hebben gestreden en (wij) zijn afgehakt van land leven en zijn naam niet (hij) herinnerde zich nog (eens)
20.
en Jahweh legers rechter rechtvaardigheid bij (de) gratie nieren en hart (ik) liet zien (jij) hebt gewroken (...) jou (van)uit hen dat naar jou (ik) ben in verbanning gegaan (tot) twist!
21.
daarom zo woord Jahweh op mens (...) mij Anathoth (is het zo) dat zoeken (tot) ziel (...) jou te spreken niet (jij) profeteerde bij (de) naam Jahweh noch (jij) stierf bij (de) hand (...) ons
22.
daarom zo woord Jahweh legers hier ben ik opname op hen de jongemannen (hij) stierf (...) hem bij (het) zwaard zonen (...) hen en bebouwingen (...) hen (hij) stierf (...) hem bij (de) honger
23.
en rest niet (jij) was aan hen dat Abia herder naar mens (...) mij Anathoth jaar van (jullie) hebben bekeken

Hoofdstuk 12

1.
rechtvaardige (met) haar Jahweh dat (ik) twistte naar jou maar rechtsregels (ik) sprak (met) jou waarom? weg slechte (mv) (zij) heeft geslagen kwartel alle bij (het) bokje kleed
2.
(jullie) hebben geplant ook dat verovert! (zij) gingen ook Ezau vrucht verwant (met) haar bij (de) monden (...) hen en afstand MKLIWTIEM
3.
en (met) haar Jahweh (jullie) hebben geweten (...) mij (jij) liet zien (...) mij WBHNT hart (...) mij (met) jou (is het zo) dat (zij) stond op zoals kleinvee naar aan slager en wijd! (...) hen aan dag (zij) heeft gedood
4.
tot wanneer? (jij) rouwde het land en planten alle het veld (hij) was droog van medemens van inwoners van bij haar XPTE reuzendier en vogel dat (zij) hebben gesproken niet vrees (tot) AHRITNW
5.
dat (tot) voeten (jij) hebt gerend (er)naar WILAWK en waar ben jij? TTHRE (tot) de paarden en bij (het) land vrede (met) haar vertrouw(t) en waar ben jij? (jij) deed bij (zij) hebben zich verheven (...) hen de Jordaan
6.
dat ook broers (...) jou en huis vader (...) jou ook deze (mv) kleed (...) hem bij jou ook deze (mv) (zij) hebben genoemd na jou (hij) is vol geweest naar TAMN in hen dat (zij) spraken naar jou goede (mv)
7.
(ik) heb verlaten (tot) huis-en van (ik) heb verlaten (tot) (ik) heb verworven (ik) heb gegeven (tot) IDDWT ziel (...) mij bij (de) lepel naar vijanden
8.
(zij) is geweest aan mij (ik) heb verworven zoals leeuw (hij) heeft uitgeroeid (zij) heeft gegeven op mij naar bij (de) klank op zo (ik) heb gehaat (er)naar
9.
de arend ßBWO (ik) heb verworven aan mij de arend rondom op haar ga(a)t! (zij) hebben verzameld alle dier van het veld ETIW naar aan eten
10.
kwaden twisten (zij) hebben bedorven wijngaarden van vertrapt! (tot) perceel (...) mij (zij) hebben gegeven (tot) perceel van (ik) heb begeerd aan woestijn wildernis
11.
daarnaar (-s) aan wildernis (zij) heeft gerouwd op mij wildernis ziel alle het land dat (er is) niet man daar op hart
12.
op alle kale heuvels bij (de) woestijn (zij) zijn gekomen beroof! (...) hen dat zwaard aan Jahweh (zij) heeft gegeten van einde land en tot einde het land (er is) niet vrede aan alle vlees
13.
(zij) hebben gezaaid tarwe en einden QßRW (zij) hebben verworven niet IWOLW en (zij) hebben zich geschaamd van opbrengsten (...) jullie van woede neus Jahweh
14.
zo woord Jahweh op alle behuis! de kwaden de plagen bij (het) erfgoed die (is het zo) dat (ik) heb verworven (tot) met mij (tot) Israël hier ben ik NTSM boven aarde-en (...) hen en (tot) huis Juda ATWS (zij) zijn gestorven (...) jullie
15.
en (hij) is geweest na NTSI hen (ik) blies en (ik) heb medelijden gehad (...) hen en (ik) heb teruggegeven (...) hen man aan erfgoed (...) hem en man aan land (...) hem
16.
en (hij) is geweest als onderwijs! (zij) onderwezen (tot) wegen van met mij LESBO bij (de) namen van levende Jahweh zoals onderwijst! (tot) met mij LESBO bij (de) echtgenoot en (zij) zijn gebouwd binnen met mij
17.
en als niet (zij) hoorden toe WNTSTI (tot) de volk dat NTWS en (hij) is verloren gegaan (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 13

1.
zo woord Jahweh naar mij gang en (jij) hebt gekocht aan jou gordel linnen (mv) en haar naam (...) hem op lendenen (...) jou en bij (het) water niet TBAEW
2.
en (ik) kocht (tot) de gordel zoals woord Jahweh en (hij) heeft zich schuldig gemaakt op verzacht!
3.
en wees woord Jahweh naar mij ten tweede te spreken
4.
neem! (tot) de gordel die (jij) hebt gekocht die op lendenen (...) jou en sta op! aan jou (zij) is vruchtbaar geweest en (zij) heeft verborgen (...) hem daar BNQIQ de rots
5.
en (ik) ging WAÐMNEW bij (de) koe van zoals geef opdracht! Jahweh mij
6.
en wees van eind dagen twisten en (hij) sprak Jahweh naar mij sta op! aan jou (zij) is vruchtbaar geweest en neem! van daar (tot) de gordel die (ik) heb opdracht gegeven (...) jou te verbergen (...) hem daar
7.
en (ik) ging (zij) is vruchtbaar geweest WAHPR en (ik) nam (tot) de gordel vanuit de plaats die (ik) heb verborgen (...) hem daarnaar (-s) en hier is (wij) bedierven de gordel niet (hij) bereikte aan alle
8.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
9.
zo woord Jahweh zodoende (ik) maakte kapot (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen Juda en (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen Jeruzalem de meerderheid
10.
het volk deze juich! (is het zo) dat weiger! (...) hen toe te horen (tot) spreek! de voorbijgangers BSRRWT hart (...) hen en (zij) gingen na God anderen te bewerken (...) hen en zich diep te buigen aan hen en wees zoals gordel deze die niet (hij) bereikte aan alle
11.
dat zoals (hij) plakte de gordel naar verzacht! man zo (is het zo) dat (ik) heb geplakt naar mij (tot) alle huis Israël en (tot) alle huis Juda (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh te zijn aan mij aan volk en aan naam en aan lof(lied) en aan glans noch (zij) hebben toegehoord
12.
en (jij) hebt gesproken naar hen (tot) het woord deze zo woord Jahweh mijn God Israël alle harp (hij) was vol wijn en (zij) hebben gesproken naar jou (is het zo) dat (hij) heeft geweten niet (wij) wisten dat alle harp (hij) was vol wijn
13.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh hier ben ik om vol te zijn (tot) alle inwoners van het land (de) deze en (tot) de koningen de inwoners aan oom op stoel (...) hem en (tot) de priesters en (tot) de profeten en (tot) alle inwoners van Jeruzalem (zij) hebben gehuurd (...) hen
14.
en (ik) heb verspreid (...) hen man naar broers (...) hem en de vaders en de zonen samen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet (ik) had medelijden noch (ik) had medelijden noch (ik) had medelijden om kapot te maken (...) hen
15.
(zij) hebben toegehoord en (zij) hebben geluisterd naar TCBEW dat Jahweh woord
16.
geeft! aan Jahweh jullie God eer voordat (hij) haastte zich (...) jou en voordat ITNCPW voeten (...) jullie op zie hier! schemer en (jullie) hebben gehoopt aan licht en daarnaar (-s) aan diepe duisternis (hij) legde aan nevel
17.
en als niet (jullie) hoorden toe (er)naar bij (de) verborgen (mv) (jij) weende ziel (...) mij van aanzicht van CWE WDMO TDMO en (jij) daalde bestudeer! traan dat (zij) heeft geblazen kudde Jahweh
18.
woord aan koning en naar aan heer (zij) hebben vernederd woont! dat (hij) is gedaald van hoofden (...) jullie (jij) hebt omgeven glans (...) jullie
19.
steden van het Zuiden (zij) hebben gesloten en (er is) niet opening (is het zo) dat (jij) hebt je verheugd Juda schoondochter (is het zo) dat (jij) hebt je verheugd vredes
20.
draag! ogen (...) jullie en spiegel die gekomen van Noorden waar? de kudde (hij) heeft gegeven aan jou kleinvee glans (...) jou
21.
wat? (jij) sprak dat (hij) beval op jou en (tot) (jij) hebt gestudeerd (met) hen op jou duizenden aan hoofd immers koorden (zij) grepen (...) jou zoals vuur van baar! (er)naar
22.
en dat (jij) sprak bij (het) hart (...) jou waarom? (hij) heeft genoemd (...) mij deze bij (de) meerderheid misdaad (...) jou NCLW SWLIK (wij) beroofden (...) hem voetstappen (...) jou
23.
word veranderd! afrikaan wordt wakker! en (wij) verbitterden HBRBRTIW ook (met) hen je zult kunnen (...) hem goed te doen onderwijs! juich!
24.
WAPIßM zoals stro ga(a)(t) voorbij aan wind woestijn
25.
dit lot (...) jou rantsoen van MDIK van mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh die (jij) hebt vergeten mij en (jij) verzekerde je bij (de) leugen
26.
en ook ik HSPTI SWLIK op aanzichten (...) jou en (wij) lieten zien schande (...) jou
27.
breek echt! (...) jou WMßELWTIK vuiligheid van hoererij (...) jou op heuvels bij (het) veld (ik) heb gezien afgoden (...) jou o wee! aan jou Jeruzalem niet (jij) zuiverde je na wanneer? tot

Hoofdstuk 14

1.
die (hij) is geweest woord Jahweh naar Jeremia op spreek! (de) versterkte (mv)
2.
(zij) heeft gerouwd Juda en naar poorten (zij) hebben ongelukkig gemaakt (zij) zijn donker geworden aan land WßWHT Jeruzalem (zij) is opgegaan
3.
WADRIEM zendt weg! ßOWRIEM aan water (zij) zijn gekomen op CBIM niet (zij) hebben gevonden water woont! gereedschappen (...) hen leegte (...) hen (zij) hebben zich geschaamd WEKLMW WHPW hoofd (...) hen
4.
wegens de aarde naar angst dat niet (hij) is geweest nader! (...) hen bij (het) land (zij) hebben zich geschaamd AKRIM HPW hoofd (...) hen
5.
dat ook ree van bij (het) veld (zij) heeft gebaard en verlaat! dat niet (hij) is geweest grasveld
6.
en kom in opstand! (...) hen sta(a)t vast! op kale heuvels SAPW wind zoals jakhalzen kunt! ogen (...) hen dat (er is) niet planten
7.
als armoede (...) ons nederige bij ons Jahweh (hij) heeft gedaan opdat naam (...) jou dat tienduizend MSWBTINW aan jou (wij) hebben gezondigd
8.
waterreservoir Israël red(t) (...) hem bij (de) tijd ellende waarom (jij) was zoals vreemdeling bij (het) land WKARH (wij) bogen om te overnachten
9.
waarom (jij) was zoals man afzondering (...) hen zoals held niet (hij) zal kunnen te redden en (met) haar bij (wij) hebben nader gebracht Jahweh en naam [van] (...) jou op ons (hij) is genoemd naar (zij) rustte (...) ons
10.
zo woord Jahweh aan volk deze zo (zij) hebben liefgehad te zwerven voeten (...) hen niet duisternis (...) hem en Jahweh niet (hij) heeft gerend (...) hen nu (hij) herinnerde zich misdaad (...) hen en (hij) beval (jullie) hebben gezondigd
11.
en (hij) sprak Jahweh naar mij naar (jij) bad door het volk deze aan goeds
12.
dat IßMW ik ben (er) niet nieuws naar gezangen (...) hen en dat (zij) verhieven blad en geschenk ik ben (er) niet (hij) heeft gerend (...) hen dat bij (het) zwaard en bij (de) honger en bij (het) woord ik beëindig(t) hen
13.
en woord ach liggers van Jahweh hier is de profeten woorden aan hen niet (jullie) lieten zien zwaard en honger niet (hij) was aan jullie dat vrede waarheid (met) hen aan jullie bij (de) plaats deze
14.
en (hij) sprak Jahweh naar mij leugen de profeten profeten bij (de) namen van niet (ik) heb gezonden (...) hen noch (ik) heb opdracht gegeven (...) hen noch woord (...) mij naar hen visioen leugen en tovenarij WALWL WTRMWT hart (...) hen deze (mv) raken in vervoering aan jullie
15.
daarom zo woord Jahweh op de profeten de profeten bij (de) namen van en ik niet (ik) heb gezonden (...) hen en deze (mv) woorden zwaard en honger niet (hij) was bij (het) land (de) deze bij (het) zwaard en bij (de) honger (zij) verbaasden zich de profeten (is het zo) dat deze (mv)
16.
en het volk die deze (mv) profeten aan hen (zij) waren gaan neer bij (de) straten Jeruzalem van aanzicht van de honger en het zwaard en (er is) niet van graf aan deze (mv) deze (mv) vrouwen (...) hen en zonen (...) hen WBNTIEM en (ik) heb gestort op hen (tot) medemensen (...) hen
17.
en (jij) hebt gesproken naar hen (tot) het woord deze (jullie) daalden bestudeer! traan nacht en dag (...) hen en naar (jullie) leken dat (hij) heeft gebroken grote (wij) verbrijzelden (er)naar maagd van dochter met mij geslagen erfgoed zeer
18.
als (ik) ben uitgegaan het veld en hier is ontheilig! zwaard en als (ik) ben gekomen (hij) heeft opgemerkt en hier is THLWAI honger dat ook profeet ook priester XHRW naar land noch (zij) hebben geweten
19.
(is het zo) dat (hij) heeft verafschuwd (jij) hebt verafschuwd (tot) Juda als bij Sion naar Gaäl ziel (...) jou waarom? (jij) hebt geslagen (...) ons en (er is) niet aan ons genees(t) (hij) heeft gehoopt volledig te zijn en (er is) niet goede en aan tijd genees(t) en hier is naar bij (de) tijd
20.
(wij) hebben geweten Jahweh slechtheid (...) ons vijandige vaders-en (...) ons dat (wij) hebben gezondigd aan jou
21.
naar (jij) smaadde opdat naam (...) jou naar (jij) bevuilde stoel eer (...) jou man naar (zij) was vruchtbaar verbond (...) jou (met) ons
22.
is er? bij (de) dampen van de volken MCSMIM en als de hemel (zij) gaven RBBIM toch? (met) haar hij Jahweh onze God en (hij) is verzameld aan jou dat (met) haar (jij) hebt gedaan (tot) alle deze

Hoofdstuk 15

1.
en (hij) sprak Jahweh naar mij als (hij) stond vast Mozes en Samuël voor (er is) niet ziel (...) mij naar het volk deze wapen boven aanzicht van en voert uit!
2.
en (hij) is geweest dat (zij) spraken naar jou waarheen? (wij) gingen uit en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh die te sterven te sterven en die aan zwaard aan zwaard en die aan honger aan honger en die aan gevangenschap aan gevangenschap
3.
en (ik) heb bekeken op hen vier families (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (tot) het zwaard te doden en (tot) de honden LXHB en (tot) vogel de hemel en (tot) bij dood! het land aan eten en kapot te maken
4.
en (ik) heb gegeven (...) hen LZWOE aan alle van koninkrijk het land wegens Manasse zoon Hizkia koning Juda op die (hij) heeft gedaan bij Jeruzalem
5.
dat water van (hij) had medelijden op jou Jeruzalem en water van INWD aan jou en water van (hij) verblindde te vragen te betalen aan jou
6.
(tot) (jij) hebt verlaten (met) mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh achterzijde (jij) ging WAÐ (tot) handen van op jou en (ik) maakte kapot (...) jou NLAITI (is het zo) dat (wij) waren bronstig
7.
WAZRM BMZRE bij (de) poorten van het land SKLTI (ik) ben verloren gegaan (tot) met mij van wegen (...) hen toch niet woont!
8.
(zij) zijn machtig geworden aan mij ALMNWTW van zand dagen (ik) heb gebracht aan hen op als jongeman (hij) heeft beroofd bij (de) middag (ik) heb laten vallen op haar plotseling stad WBELWT
9.
(zij) heeft ongelukkig gemaakt (jij) hebt gebaard de zeven (zij) heeft uitgeademd (wij) verbreidden ons kom(t) naar zon door dag (...) hen schande en (zij) heeft gegraven en rest (...) hen aan zwaard (met) hen voor vijanden (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
10.
o wee! aan mij moeder (...) mij dat (jullie) hebben gebaard (...) mij man twist! en man twist aan alle het land niet (wij) legden (...) mij noch (zij) zijn verlaten bij mij schoondochter MQLLWNI
11.
woord Jahweh als niet zingen (...) jou aan goede als toch niet (is het zo) dat (ik) heb getroffen bij jou bij (de) tijd herder en bij (de) tijd ellende (tot) de vijand
12.
(is het zo) dat (hij) achtervolgde ijzer ijzer van Noorden en koper
13.
macht (...) jou en schatten (...) jou aan minachting (met) hen niet bij (de) prijs en in alle zondige daden (...) jou en in alle CBWLIK
14.
en (ik) heb overgebracht (tot) vijanden (...) jou bij (het) land niet (jij) hebt geweten dat vuur QDHE bij (de) neuzen van op jullie TWQD
15.
(met) haar (jij) hebt geweten Jahweh (hij) heeft zich herinnerd (...) mij en beveel! (...) mij en de wraak aan mij MRDPI naar aan lange neus (...) jou (jij) nam (...) mij weet! te dragen (...) mij op jou schande
16.
(zij) hebben zich bevonden woorden (...) jou en eten (...) hen en wees woorden (...) jou aan mij LSSWN en aan vreugde van hart (...) mij dat (hij) is genoemd naam (...) jou op mij Jahweh mijn God legers
17.
niet (ik) heb gewoond bij (het) geheim spelen WAOLZ van aanzicht van hand (...) jou eenzame (ik) heb gewoond dat woede (jullie) zijn vol geweest (...) mij
18.
waarom (hij) is geweest zoals vader overwinning en slag (...) mij naar mens (zij) heeft geweigerd (is het zo) dat genees! (zij) zijn geweest (jij) was aan mij zoals (ik) loog water niet (wij) hebben redevoering gehouden
19.
daarom zo woord Jahweh als (jij) blies en (ik) gaf terug (...) jou voor (jij) stond vast en als (jij) haalde tevoorschijn waarde MZWLL zoals mond van (jij) was (zij) hebben gewoond deze (mv) naar jou en (met) haar niet (jij) blies naar hen
20.
en (ik) heb gegeven (...) jou aan volk deze aan muur van koper pluk druiven! (er)naar en (zij) hebben gestreden naar jou noch (hij) zal kunnen (...) hem aan jou dat (met) jou ik te redden (...) jou en te redden (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
21.
en (ik) heb gered (...) jou van hand kwaden WPDTIK van lepel ORßIM

Hoofdstuk 16

1.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
2.
niet (jij) nam aan jou vrouw noch (zij) waren aan jou zonen en dochters bij (de) plaats deze
3.
dat zo woord Jahweh op de zonen en op de dochters EILWDIM bij (de) plaats deze en op waarheid (...) hen EILDWT hen en op vaders (...) hen de geboortes hen bij (het) land (de) deze
4.
om te sterven (...) mij THLAIM (hij) stierf (...) hem niet (zij) beweenden noch (zij) begroeven aan bloed (...) hen op aanzicht van de aarde (zij) waren en bij (het) zwaard en bij (de) honger (zij) hebben gekund en (zij) is geweest (jullie) zijn verwelkt aan voedsel te vliegen de hemel en aan vee van het land
5.
dat zo woord Jahweh naar (jij) kwam huis MRZH en naar (jij) ging te bewenen en naar TND aan hen dat (ik) heb verzameld (tot) vredes van honderd het volk deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (tot) de genade en (tot) de medelijden
6.
en (zij) zijn gestorven grootheden en kleine (mv) bij (het) land (de) deze niet (zij) begroeven noch (zij) beweenden aan hen noch ITCDD noch IQRH aan hen
7.
noch (zij) spreidden uit aan hen op rouw te troosten (...) hem op dode noch (zij) gaven te drinken hen beker TNHWMIM op vader (...) hem en op moeder (...) hem
8.
en huis banket niet (jij) kwam te wonen hen aan eten en te drinken
9.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik zet stop vanuit de plaats deze aan ogen (...) jullie en bij (de) dagen (...) jullie klank (zij) hebben zich verblijd (...) hen en klank vreugde klank bruidegom en klank schoondochter
10.
en (hij) is geweest dat (jij) vertelde aan volk deze (tot) alle de woorden (de) deze en (zij) hebben gesproken naar jou op wat? woord Jahweh op ons (tot) alle de herder de grootheid (de) deze en wat? misdaad (...) ons en wat? zondoffer (...) ons die (wij) hebben gezondigd aan Jahweh onze God
11.
en (jij) hebt gesproken naar hen op die (zij) hebben verlaten vaders-en (...) jullie mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) gingen na God anderen en (zij) werkten (...) hen en (zij) bogen zich diep aan hen en (met) mij (zij) hebben verlaten en (tot) Wetboek (...) mij niet bewaart!
12.
en (met) hen (jullie) hebben gejuicht te doen van vaders-en (...) jullie en hier zijn jullie voorbijgangers man na SRRWT zijn hart juich! opdat niet nieuws naar mij
13.
WEÐLTI (met) jullie boven het land (de) deze op het land die niet (jullie) hebben geweten (met) hen en vaders-en (...) jullie en (jullie) hebben gewerkt daar (tot) God anderen dag (...) hen en nacht die niet (met) hen aan jullie legert!
14.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch (hij) sprak nog (eens) levende Jahweh die dat wat opgaat (tot) bouw! Israël van land Egypte
15.
dat als levende Jahweh die dat wat opgaat (tot) bouw! Israël van land Noorden en van alle de landen die EDIHM daarnaar (-s) en (ik) heb teruggegeven (...) hen op aarde-en (...) hen die (ik) heb gegeven te wensen (...) hen
16.
hier ben ik wapen LDWCIM twisten (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh WDICWM en na zo (ik) zond weg aan meerderheden jagers en (zij) hebben gevangen (...) hen boven alle heuvel en boven alle heuvel WMNQIQI de rotsen
17.
dat bestudeer! op alle wegen (...) hen niet (wij) bestreedden (...) hem weg van aanzicht van noch NßPN misdaad (...) hen op een afstand bestudeer!
18.
en (ik) ben volledig geweest eerste van jaar misdaad (...) hen en (jullie) hebben gezondigd op dode (...) hen (tot) land (...) mij bij (jij) bent verwelkt afgoden (...) hen WTWOBWTIEM (zij) zijn vol geweest (tot) (ik) heb verworven
19.
Jahweh kracht (...) mij en van kracht (...) mij en om te vluchten (...) mij bij (de) dag ellende naar jou volken voert in! van niets-en van land en (zij) spraken maar leugen (zij) hebben verworven vaders-en (...) ons damp en (er is) niet in hen ben(t) nuttig
20.
word gedaan! als mens God en deze (mv) niet God
21.
daarom hier ben ik deel(t) mee (...) hen bij (de) keer (de) deze (ik) deelde mee (...) hen (tot) handen van en (tot) moed (...) mij en (zij) hebben geweten dat namen van Jahweh

Hoofdstuk 17

1.
zondoffer Juda geschreven BOÐ ijzer bij (de) vogel (...) hen doorn ploeg! (er)naar op paneel hart (...) hen en aan hoornen altaren (...) jullie
2.
zoals man zonen (...) hen altaren (...) hen WASRIEM op boom frisse op heuvels ECBEWT
3.
ERRI bij (het) veld macht (...) jou alle schatten (...) jou aan minachting (met) hen verhogingen (...) jou bij (het) zondoffer in alle CBWLIK
4.
WSMÐTE en bij jou van erfgoed (...) jou die (ik) heb gegeven aan jou en de feiten (...) jou (tot) vijanden (...) jou bij (het) land die niet (jij) hebt geweten dat vuur QDHTM bij (de) neuzen van tot eeuwigheid TWQD
5.
zo woord Jahweh vervloekte de man die (hij) verzekerde zich bij (de) mens en naam [van] vlees (zij) hebben gezaaid en vanuit Jahweh (hij) verblindde zijn hart
6.
en (hij) is geweest KOROR bij (de) wildernis noch vrees dat invoer goede en buurman HRRIM bij (de) woestijn land naar zout noch (jij) woonde
7.
gezegende de man die (hij) verzekerde zich bij Jahweh en (hij) is geweest Jahweh verzeker(t) zich (...) hem
8.
en (hij) is geweest zoals boom geplant op water en op stroom (hij) zond weg wortels (...) hem noch gezien dat (hij) kwam hete en (hij) is geweest verheft! frisse en bij (het) jaar van (jij) hebt druiven geplukt niet IDAC noch (hij) week om te doen vrucht
9.
voetstap het hart van alle en mens hij water van (wij) hebben geweten
10.
ik Jahweh onderzoek hart bij (de) gratie nieren en te geven aan man zoals weg (...) hem verzoen! daden (...) hem
11.
(hij) heeft genoemd DCR noch kind (hij) heeft gedaan rijkdom noch bij (de) rechtsregel bij (de) halve dag (...) hem (hij) verliet (...) ons WBAHRITW (hij) was harp
12.
stoel eer hoogte van eerste plaats heilig(t) (...) ons
13.
waterreservoir Israël Jahweh alle verlaat! (...) jou (zij) zijn droog geweest (hij) verblindde (...) mij bij (het) land (zij) schreven dat (zij) hebben verlaten bron water leven (tot) Jahweh
14.
genees! (...) mij Jahweh en (ik) genas (hij) heeft gered (...) mij WAWSOE dat lof(lied) (...) mij (met) haar
15.
hier is deze (mv) woorden naar mij waar? woord Jahweh invoer toch
16.
en ik niet AßTI van herder na jou en dag mens niet ETAWITI (met) haar (jij) hebt geweten word(t) tevoorschijn gehaald lippen van tegenover aanzichten (...) jou (hij) is geweest
17.
naar (jij) was aan mij naar tot van angst dekking-en van (met) haar bij (de) dag herder
18.
(zij) zijn droog geweest achtervolg! en naar (ik) was droog (er)naar ik (zij) landden deze (mv) en naar naar eerste ik (hij) heeft gebracht op hen dag herder en van jaar (zij) hebben gebroken (...) hen (hij) heeft gebroken (...) hen
19.
zo woord Jahweh naar mij beweging en (jij) hebt gestaan bij (de) poort bouw! met die voert in! bij hem heers! Juda en die voert uit! bij hem en in alle poorten van Jeruzalem
20.
en (jij) hebt gesproken naar hen (zij) hebben toegehoord woord Jahweh heers! Juda en alle Juda en alle inwoners van Jeruzalem die gekomen bij (de) poorten (de) deze
21.
zo woord Jahweh (is het zo) dat bewaart! bij (de) zielen (...) jullie en naar (jullie) droegen last bij (de) dag zet stop! en (jullie) hebben gebracht bij (de) poorten van Jeruzalem
22.
noch (jullie) haalden tevoorschijn last van huizen (...) jullie bij (de) dag zet stop! en alle handwerk niet (jullie) maakten en (jullie) hebben geheiligd (tot) dag zet stop! zoals (ik) heb opdracht gegeven (tot) vaders-en (...) jullie
23.
noch (zij) hebben toegehoord noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen en (zij) werden hard (tot) nek (...) hen opdat niet hoor(t) toe en opdat niet QHT zedeles
24.
en (hij) is geweest als nieuws (jullie) hoorden toe (...) hen naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh opdat niet (hij) heeft gebracht last bij (de) poorten van (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) dag zet stop! en te heiligen (tot) dag zet stop! opdat niet te doen bij haar alle handwerk
25.
en (zij) zijn gekomen bij (de) poorten van (hij) heeft opgemerkt (de) deze koningen en zingen inwoners op stoel oom Rechabieten bij (de) wagen en bij (de) paarden deze (mv) en aanvoerders (...) hen man Juda en inwoners van Jeruzalem en (zij) heeft gewoond (hij) heeft opgemerkt (de) deze aan eeuwigheid
26.
en (zij) zijn gekomen leg(t) bloot (...) mij Juda en van omgevingen Jeruzalem en van land Benjamin en vanuit het laagland en vanuit de heuvel en vanuit het Zuiden MBAIM ga(a)(t) op en slachting en geschenk WLBWNE WMBAI dank huis Jahweh
27.
en als niet (jullie) hoorden toe naar mij te heiligen (tot) dag zet stop! en opdat niet te dragen last en (hij) is gekomen bij (de) poorten van Jeruzalem bij (de) dag zet stop! en steek aan! (...) mij vuur naar bij (de) poorten en (zij) heeft gegeten paleizen Jeruzalem noch (jij) ging uit

Hoofdstuk 18

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
sta op! en (jij) bent gedaald huis (is het zo) dat schep(t) en daarnaar (-s) (ik) liet horen (...) jou (tot) spreek!
3.
en (ik) daalde huis (is het zo) dat schep(t) WENEW (hij) heeft gedaan handwerk op de stenen
4.
en (wij) bedierven het gereedschap die hij (hij) heeft gedaan bij (de) klei bij (de) hand (is het zo) dat schep(t) en woon! en (zij) heeft gemaakt (...) hem gereedschap andere zoals rechte bij bestudeer! (is het zo) dat schep(t) te doen
5.
en wees woord Jahweh naar mij LAMWR
6.
EKIWßR deze niet eet te doen aan jullie huis Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh hier is zoals klei bij (de) hand (is het zo) dat schep(t) zo (met) hen bij (de) handen van huis Israël
7.
ogenblik (ik) sprak op volk en op rijk LNTWS en te slopen en verloren gaan te laten
8.
en woon! de volk dat om te achtervolgen (...) hem die woord (...) mij op hem en (ik) heb getroost op de herder die (ik) heb gedacht te doen als
9.
en ogenblik (ik) sprak op volk en op rijk te bouwen en te planten
10.
en (hij) heeft gedaan de herder bij bestudeer! opdat niet nieuws bij (de) klanken van en (ik) heb getroost op het goeds die (ik) heb gesproken goed te doen hem
11.
en nu woord toch naar man Juda en op bewoners van Jeruzalem te spreken zo woord Jahweh hier is ik schep(t) op jullie herder en bereken! op jullie bereken(t) (er)naar keert terug! toch man van weg (...) hem de herder en (zij) hebben goed gedaan wegen (...) jullie en daden (...) jullie
12.
en (zij) hebben gesproken NWAS dat na MHSBWTINW (wij) gingen en man SRRWT zijn hart juich! (hij) is gedaan
13.
daarom zo woord Jahweh (zij) hebben gevraagd toch bij (de) volken water van nieuws zoals deze SORRT (zij) heeft gedaan zeer maagd van Israël
14.
(is het zo) dat (hij) verliet belegering Sjadai sneeuw Libanon als INTSW water kransen gebeuur! (...) hen NWZLIM
15.
dat laat vergeten! (...) mij met mij voor niets (zij) rookten en (zij) struikelden (...) hen bij (de) wegen (...) hen SBILI eeuwigheid te gaan banen weg niet XLWLE
16.
te plaatsen land (...) hen aan haar naam SRWQT eeuwigheid alle ga(a)(t) voorbij op haar pas toe! en (hij) schudde bij (het) hoofd (...) hem
17.
zoals wind Oosten APIßM voor vijand nek noch aanzicht (ik) liet zien (...) hen bij (de) dag tegenslag (...) hen
18.
en (zij) spraken ga(a)t! en (wij) berekenden (er)naar op Jeremia berekenen dat niet (jij) ging verloren Wetboek van priester en advies van wijze en woord van profeet ga(a)t! en (wij) sloegen (...) hem bij (de) tong en naar (wij) letten op (er)naar naar alle woorden (...) hem
19.
(zij) heeft opgelet Jahweh naar mij en nieuws aan klank (hij) twistte (...) mij
20.
(is het zo) dat (hij) betaalde in de plaats van goeds herder dat (zij) hebben gegraven buk(t) zich aan ziel (...) mij man met mij voor jou te spreken op hen goeds terug te geven (tot) leren zak (...) jou (van)uit hen
21.
daarom geef! (tot) zonen (...) hen aan honger en de knokkel op handen van zwaard en (jullie) waren er vrouwen (...) hen van kinderen beroofde (mv) en weduwe-en en mensen (...) hen (zij) waren dood! dood jongemannen (...) hen sla(a)(t) (...) mij zwaard bij (de) strijd
22.
(jij) hoorde toe (zij) heeft geschreeuwd van huizen (...) hen dat (jij) bracht op hen eenheid plotseling dat (zij) hebben gegraven spreek! (er)naar samen te voegen (...) mij en valstrikken (zij) hebben verborgen aan voeten van
23.
en (met) haar Jahweh (jij) hebt geweten (tot) alle raad (...) hen op mij te sterven naar (jij) verzoende op misdaad (...) hen en (jullie) hebben gezondigd weg van aanzichten (...) jou naar (jij) wiste uit en (zij) zijn geweest van misstappen voor jou bij (de) tijd neus (...) jou (hij) heeft gedaan bij hen

Hoofdstuk 19

1.
zo woord Jahweh beweging en (jij) hebt gekocht BQBQ schep(t) stille en van baarden van het volk en van baarden van de priesters
2.
en (jij) bent uitgegaan naar dal zoon hier zijn zij die opening poort EHRXWT en (jij) hebt genoemd daar (tot) de woorden die (ik) sprak naar jou
3.
en (jij) hebt gesproken (zij) hebben toegehoord woord Jahweh heers! Juda en inwoners van Jeruzalem zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik breng(t) herder op de plaats deze die alle (zij) heeft toegehoord TßLNE oren (...) hem
4.
wegens die (hij) heeft verlaten (...) mij WINKRW (tot) de plaats deze en (zij) rookten bij hem aan God anderen die niet (zij) hebben geweten (...) hen deze (mv) en vaders-en (...) hen en heers! Juda en (zij) zijn vol geweest (tot) de plaats deze bloed (wij) vestigden
5.
en bij ons (tot) bij (de) dood de echtgenoot te verbranden (tot) zonen (...) hen (hij) is verrot beklimmingen aan echtgenoot die niet (ik) heb opdracht gegeven noch woord (...) mij noch (zij) is opgegaan op hart (...) mij
6.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch (hij) noemde aan plaats deze nog (eens) ETPT en dal zoon hier zijn zij dat als dal (is het zo) dat (zij) heeft gedood
7.
WBQTI (tot) raad Juda en Jeruzalem bij (de) plaats deze en (ik) heb laten vallen (...) hen bij (het) zwaard voor vijanden (...) hen en bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hen en (ik) heb gegeven (tot) (jullie) zijn verwelkt aan voedsel te vliegen de hemel en aan vee van het land
8.
en (ik) heb geplaatst (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze aan haar naam WLSRQE alle kant op haar pas toe! WISRQ op alle slag (...) haar
9.
en (ik) heb gevoed (...) hen (tot) vlees zonen (...) hen en (tot) vlees BNTIEM en man vlees zijn vriend (zij) aten bij (de) belegering WBMßWQ die IßIQW aan hen vijanden (...) hen en zoek(t) (...) mij ziel (...) hen
10.
en (jij) hebt gebroken EBQBQ te bestuderen (...) mij de mensen de voorbijgangers jou
11.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh legers zodoende (ik) verbrijzelde (tot) het volk deze en (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze zoals (hij) brak (tot) gereedschap (is het zo) dat schep(t) die niet (hij) zal kunnen LERPE nog (eens) WBTPT (zij) begroeven vanwaar? plaats te begraven
12.
zo (ik) werd gedaan aan plaats deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en aan bewoners (...) hem en te geven (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze schouderband van
13.
en (zij) zijn geweest dochter (...) mij Jeruzalem en dochter (...) mij heers! Juda zoals plaats ETPT (de) onreine (mv) aan alle de huizen die rookt! op CCTIEM aan alle leger de hemel en (hij) heeft uitgegoten uitgietingen aan God anderen
14.
en (hij) kwam Jeremia METPT die zendt weg! Jahweh daar LENBA en (hij) stond vast bij (het) grondgebied huis Jahweh en (hij) sprak naar alle het volk
15.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik MBI naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze en op alle naar steden (tot) alle de herder die woord (...) mij op haar dat (is het zo) dat (zij) zijn hard geworden (tot) nek (...) hen opdat niet hoor toe! (tot) spreek!

Hoofdstuk 20

1.
en (hij) hoorde toe Pashur zoon woord de priester en hij PQID leider bij (het) huis Jahweh (tot) Jeremia (hij) heeft geprofeteerd (tot) de woorden (de) deze
2.
en (hij) sloeg Pashur (tot) Jeremia de profeet en (hij) gaf (met) hem op de omkering van die bij (de) poort Benjamin (de) hoogste die bij (het) huis Jahweh
3.
en wees de volgende dag en uitgaande Pashur (tot) Jeremia vanuit de omkering van en (hij) sprak naar hem Jeremia niet Pashur (hij) heeft genoemd Jahweh naam (...) jou dat als om te wonen van rondom
4.
dat zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (...) jou LMCWR aan jou en aan alle heb lief! (...) jou en ga(a)t neer! bij (het) zwaard vijanden (...) hen en ogen (...) jou zicht en (tot) alle Juda (met) hen bij (de) hand koning Babel en de hoop (...) hen naar Babel WEKM bij (het) zwaard
5.
en (ik) heb gegeven (tot) alle (hij) heeft medelijden gehad (...) hen (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (tot) alle inspanning en (tot) alle (hij) gebeurde en (tot) alle bergen op heers! Juda (met) hen bij (de) hand vijanden (...) hen en (zij) hebben geplunderd (...) hen en (zij) hebben genomen (...) hen en (zij) hebben gebracht (...) hen naar Babel
6.
en (met) haar Pashur en alle inwoners van huis (...) jou (jullie) gingen bij (de) gevangenschap en Babel (jij) kwam en naam [van] (jij) stierf en naam [van] (zij) begroef (met) haar en alle heb lief! (...) jou die (jij) hebt geprofeteerd aan hen bij (de) leugen
7.
PTITNI Jahweh WAPT (jullie) zijn sterk geworden (...) mij en je zult kunnen (ik) ben geweest fijn te wrijven alle vandaag schoondochter spot aan mij
8.
dat van die (ik) sprak AZOQ roof en roof (ik) werd genoemd dat (hij) is geweest woord Jahweh aan mij aan schande WLQLX alle vandaag
9.
en (ik) heb gesproken niet AZKRNW noch (ik) sprak nog (eens) bij (de) zijn naam en (hij) is geweest bij (het) hart (...) mij zoals vuur (jij) hebt uitgeroeid (hij) heeft vastgehouden bij (ik) ben machtig geworden WNLAITI KLKL noch eet
10.
dat (ik) heb toegehoord lasterpraat van twisten om te wonen van rondom (zij) hebben verteld en leider (...) ons alle mens betaal! bewaar! rib (...) mij misschien (zij) is mooi geweest en (wij) zullen kunnen (er)naar als en (wij) namen (er)naar (jij) hebt gewroken (...) ons (van)uit hem
11.
en Jahweh mij zoals held tiran op zo achtervolg! (zij) struikelden noch (zij) hebben gekund (zij) hebben zich geschaamd zeer dat niet (zij) zijn wijs geworden schande van eeuwigheid niet (jij) liet vergeten
12.
en Jahweh legers bij (de) gratie rechtvaardige (hij) heeft gezien nieren en hart (ik) liet zien (jij) hebt gewroken (...) jou (van)uit hen dat naar jou (ik) ben in verbanning gegaan (tot) twist!
13.
zingt! aan Jahweh deze (tot) Jahweh dat (hij) heeft gered (tot) ziel arme van hand van kwaden
14.
vervloekte vandaag die (ik) heb gebaard bij hem dag die (jullie) hebben gebaard (...) mij moeder (...) mij naar wees gezegende
15.
vervloekte de man die vlees (tot) vader te spreken kind aan jou zoon man maak blij! vreugde (...) hem
16.
en (hij) is geweest de man dat zoals steden die (hij) heeft omgekeerd Jahweh noch (wij) waren bronstig en nieuws (zij) heeft geschreeuwd bij (het) rundvee en gejubel bij (de) tijd middag
17.
die niet MWTTNI heb(t) medelijden en (zij) was aan mij moeder (...) mij begraaf! en (zij) heeft medelijden gehad ERT eeuwigheid
18.
waarom dit heb(t) medelijden (ik) ben uitgegaan te zien werkzame WICWN en (zij) hebben gekund bij (jij) hebt je geschaamd dagen van

Hoofdstuk 21

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh bij (de) wapen naar hem kroon! Zedekia (tot) Pashur zoon Malchia en (tot) Zefanja zoon naar daden de priester te spreken
2.
advies toch bij (de) getuige (...) ons (tot) Jahweh dat Nebukadrezar koning Babel (hij) heeft gestreden op ons misschien (zij) heeft gemaakt Jahweh letter (...) ons zoals alle NPLATIW en (hij) verhief ontvreemd! (...) ons
3.
en (hij) sprak Jeremia naar hen zo (jij) sprak (...) hen naar Zedekia
4.
zo woord Jahweh mijn God Israël hier ben ik leg(t) opzij (tot) gereedschap de strijd die bij (de) hand (...) jullie die (met) hen strijden in hen (tot) koning Babel en (tot) de Chaldeeën (de) smalle (mv) op jullie buiten aan muur en (ik) heb verzameld hen naar midden (hij) heeft opgemerkt (de) deze
5.
en (ik) heb gestreden ik (met) jullie bij (de) hand uitgestrekte en bij (de) arm (zij) is sterk geworden en bij (de) neus en bij (de) woede en bij (de) woede grote
6.
en (ik) heb geslagen (tot) bewoners van (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (tot) de mens en (tot) de vee bij (het) woord grote (hij) stierf (...) hem
7.
en na zo (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (met) hen (tot) Zedekia koning Juda en (tot) slaven (...) hem en (tot) het volk en (tot) (is het zo) dat blijven bij (de) stad (de) deze vanuit het woord vanuit het zwaard en vanuit de honger bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel en bij (de) hand vijanden (...) hen en bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hen WEKM aan mond van zwaard niet (hij) had medelijden op hen noch (hij) had medelijden noch (hij) had medelijden
8.
en naar het volk deze (jij) sprak zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven voor jullie (tot) weg de leven en (tot) weg de dood
9.
de inwoner bij (de) stad (de) deze (hij) stierf bij (het) zwaard en bij (de) honger en bij (het) woord WEIWßA en ga neer! op de Chaldeeën (de) smalle (mv) op jullie (hij) leefde en (zij) is geweest als ziel (...) hem te ontnemen
10.
dat (ik) heb geplaatst aanzicht van bij (de) stad (de) deze aan herder noch aan goeds (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh bij (de) hand koning Babel (zij) zal gegeven worden en (zij) heeft verbrand (hij) is verrot
11.
en aan huis koning Juda (zij) hebben toegehoord woord Jahweh
12.
huis oom zo woord Jahweh berecht! te bezoeken rechtsregel en (zij) hebben gered beroof! van hand doe(t) tekort opdat niet (jij) ging uit zoals vuur leren zak-en van en brand en (er is) niet doof(t) uit van aanzicht van kwaad daden (...) hen
13.
hier ben ik naar jou (jij) hebt gewoond de diepte rots (is het zo) dat effen(t) (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh de woorden water van Jahath op ons en water van invoer BMOWNWTINW
14.
en (ik) heb bekeken op jullie verzoen! daden (...) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en steek aan! (...) mij vuur (zij) heeft uitgeroeid en (zij) heeft gegeten alle XBIBIE

Hoofdstuk 22

1.
zo woord Jahweh daal! huis koning Juda en woord van daar (tot) het woord deze
2.
en (jij) hebt gesproken nieuws woord Jahweh koning Juda de inwoner op stoel oom (met) haar en slaven (...) jou en met jou die gekomen bij (de) poorten (de) deze
3.
zo woord Jahweh Ezau rechtsregel en weldadigheid en (zij) hebben gered beroof! van hand doe tekort! en vreemdeling wees en weduwe naar geeft! naar (jullie) beroofden en bloed schone naar (jullie) stortten bij (de) plaats deze
4.
dat als Ezau (jullie) maakten (tot) het woord deze en (zij) zijn gekomen bij (de) poorten van het huis deze koningen inwoners aan oom op stoel (...) hem Rechabieten bij (de) wagen en bij (de) paarden hij en (zij) hebben gewerkt en met hem
5.
en als niet (jullie) hoorden toe (tot) de woorden (de) deze bij mij (ik) heb gezworen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat aan droog land (hij) was het huis deze
6.
dat zo woord Jahweh op huis koning Juda gedenkteken (met) haar aan mij hoofd de Libanon als niet (ik) legde (...) jou woestijn steden niet blaas(t) (er)naar
7.
en (ik) heb geheiligd op jou bederven man en gereedschappen (...) hem en (zij) hebben afgehakt keuze ceders (...) jou en (zij) hebben laten vallen op het vuur
8.
en (zij) zijn voorbijgegaan volken twisten op (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (zij) hebben gesproken man naar zijn vriend op wat? (hij) heeft gedaan Jahweh zodoende aan stad de grootheid (de) deze
9.
en (zij) hebben gesproken op die (zij) hebben verlaten (tot) verbond Jahweh hun God en (zij) bogen zich diep aan God anderen en (zij) werkten (...) hen
10.
naar (jullie) weenden aan dode en naar TNDW als (zij) hebben geweend (zij) hebben geweend te gaan dat niet (hij) blies nog (eens) en (hij) heeft gezien (tot) land vaderland (...) hem
11.
dat zo woord Jahweh naar gehele zoon Josia koning Juda kroon! in de plaats van Josia vader (...) hem die uitgaande vanuit de plaats deze niet (hij) blies daar nog (eens)
12.
dat bij (de) plaats die (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd (met) hem daar (hij) stierf en (tot) het land (de) deze niet vrees nog (eens)
13.
ben! (hij) heeft gebouwd huis (...) hem zonder rechtvaardigheid en opgang-en (...) hem zonder rechtsregel bij (de) zijn vriend (hij) werkte gratis en daad (...) hem niet (hij) gaf als
14.
de woord (ik) bouwde aan mij huis maten en hoge (mv) MRWHIM en scheur als (zij) zijn ziek geworden (...) mij en voegt toe! (...) hen bij (de) ceder en zalf! BSSR
15.
(is het zo) dat (zij) heerste dat (met) haar MTHRE bij (de) ceder vader (...) jou immers eten en (zij) heeft gelegd en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid destijds goede als
16.
Dan gerecht arme en arme destijds goede immers zij de kennis (met) mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
17.
dat (er is) niet ogen (...) jou en hart (...) jou dat als op voordeel (...) jou en op bloed (de) schone te storten en op de afzetterij en op (is het zo) dat om te rennen (er)naar te doen
18.
daarom zo woord Jahweh naar Jojakim zoon Josia koning Juda niet (zij) beweenden als ben! broer en ben! zus niet (zij) beweenden als ben! heer en ben! EDE
19.
QBWRT ernstige (hij) begroef XHWB en werp af! MELAE aan poorten van Jeruzalem
20.
op mij de Libanon en schreeuw! en bij (de) Basan geef! klank (...) jou en schreeuw! trekken door dat (wij) braken (...) hem alle vrijers (...) jou
21.
woord (...) mij naar jou BSLWTIK (jij) hebt gesproken niet (ik) hoorde toe dit weg (...) jou van jeugd (...) jou dat niet (jij) hebt toegehoord bij (de) klanken van
22.
alle kwaden (...) jou (jij) achtervolgde wind en vrijers (...) jou bij (de) gevangenschap (zij) gingen dat destijds (jij) was droog WNKLMT van alle medemens (...) jou
23.
(ik) heb gewoond bij (de) Libanon MQNNTI bij (de) ceders wat? NHNT bij (het) komen aan jou koorden macht als (zij) heeft gebaard
24.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat als (hij) was KNIEW zoon Jojakim koning Juda zegel op hand rechterhanden van dat van daar ATQNK
25.
en (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) jou en bij (de) hand die (met) haar (hij) woonde van aanzichten (...) hen en bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel en bij (de) hand de Chaldeeën
26.
WEÐLTI (met) jou en (tot) moeder (...) jou die (jij) hebt gebaard (...) jou op het land andere die niet (jullie) hebben gebaard daar en naam [van] (jullie) stierven
27.
en op het land die zij van dragers (tot) ziel (...) hen terug te keren daar daarnaar (-s) niet (zij) keerden terug
28.
(de) bedroefde (wij) minachtten (wij) verspreidden de man deze KNIEW als gereedschap (er is) niet wens bij hem waarom? EWÐLW hij en (zij) hebben gezaaid en werp af! (...) hem op het land die niet (zij) hebben geweten
29.
land land land hoor toe! woord Jahweh
30.
zo woord Jahweh (zij) hebben geschreven (tot) de man deze ORIRI man niet (hij) bereikte bij (de) dagen (...) hem dat niet (hij) bereikte om te zaaien (...) hem man inwoner op stoel oom en heerser nog (eens) bij Juda

Hoofdstuk 23

1.
ben! kwaden verliezen WMPßIM (tot) kleinvee van vriendin (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
2.
daarom zo woord Jahweh mijn God Israël op de kwaden de kwaden (tot) met mij (met) hen EPßTM (tot) kleinvee (...) mij WTDHWM noch (jullie) hebben bekeken (met) hen hier ben ik opname op jullie (tot) kwaad daden (...) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
3.
en ik (ik) verzamelde (tot) rest kleinvee (...) mij van alle de landen die EDHTI (met) hen daar en (ik) heb teruggegeven (met) hen op woonplaats (...) hen en (zij) zijn vruchtbaar geweest en tienduizend
4.
en (ik) heb gevestigd op hen kwaden en (zij) hebben achtervolgd (...) hen noch (zij) vreesden nog (eens) noch (zij) landden noch (zij) bevalen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
5.
hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gevestigd aan oom (hij) is gegroeid rechtvaardige en koning koning en (hij) is wijs geworden en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid bij (het) land
6.
bij (de) dagen (...) hem TWSO Juda en Israël jullie zijn er zich te verzekeren en dit zijn naam die (zij) noemden Jahweh (wij) hebben gelijk gehad
7.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch (zij) spraken nog (eens) levende Jahweh die dat wat opgaat (tot) bouw! Israël van land Egypte
8.
dat als levende Jahweh die dat wat opgaat en die (hij) heeft gebracht (tot) nakomelingen huis Israël van land naar Noorden en van alle de landen die EDHTIM daar en (zij) hebben gewoond op aarde-en (...) hen
9.
aan profeten (wij) verbrijzelden hart (...) mij bij breng nader! laat je zweven! alle botten (...) mij (ik) ben geweest zoals man huur! WKCBR (zij) zijn voorbijgegaan wijn van aanzicht van Jahweh en van aanzicht van spreek! (zij) hebben geheiligd
10.
dat MNAPIM (zij) is vol geweest het land dat van aanzicht van deze (zij) heeft gerouwd het land (zij) zijn droog geweest passende woestijn en (zij) was MRWßTM herder en moedige daden (...) hen niet zo
11.
dat ook profeet ook priester (zij) zijn gevleid ook bij (de) huis-en van (ik) heb gevonden medemensen (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
12.
daarom (hij) was generatie (...) jullie aan hen KHLQLQWT bij (de) duisternis IDHW en ga(a)t neer! bij haar dat Abia op hen herder jaar van (jullie) hebben bekeken (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
13.
en bij (de) profeten van Samaria (ik) heb gezien gebed (is het zo) dat (zij) hebben geprofeteerd bij (de) echtgenoot en (zij) liepen verkeerd (tot) met mij (tot) Israël
14.
WBNBAI Jeruzalem (ik) heb gezien SORWRE (wij) braken echt en beweging bij (de) leugen en versterkt! handen van van kwaden opdat niet woont! man om te achtervolgen (...) hem (zij) zijn geweest aan mij allemaal zoals Sodom en naar inwoners zoals Gomorra
15.
daarom zo woord Jahweh legers op de profeten hier ben ik voed(t) hen LONE WESQTIM water van hoofd dat honderd profeten van Jeruzalem (zij) is uitgegaan (zij) is gevleid aan alle het land
16.
zo woord Jahweh legers naar (jullie) hoorden toe op spreek! de profeten de profeten aan jullie van dampen deze (mv) (met) jullie visioen hart (...) hen (zij) spraken niet van mond van Jahweh
17.
woorden spreek! LMNAßI woord Jahweh vrede (hij) was aan jullie en alle beweging BSRRWT zijn hart (zij) hebben gesproken niet (jij) kwam op jullie herder
18.
dat water van sta vast! bij (het) geheim Jahweh en gezien en (hij) hoorde toe (tot) spreekt! water van (hij) heeft opgelet spreek! en (hij) hoorde toe
19.
hier is XORT Jahweh woede (zij) is uitgegaan en storm MTHWLL op hoofd slechte (mv) (hij) verwierf
20.
niet (hij) blies neus Jahweh tot te doen (...) hem en tot (zij) hebben gevestigd van vuiligheden zijn hart aan het einde van de dagen (jullie) beschouwden bij haar verstand
21.
niet (ik) heb gezonden (tot) de profeten en zij (zij) hebben gerend niet woord (...) mij naar hen en zij (zij) hebben geprofeteerd
22.
en als sta(a)t vast! bij (de) geheimen van en (zij) hoorden toe spreek! (tot) met mij en (zij) hebben gewoond (...) hen van generatie (...) jullie juich! en van kwaad daden (...) hen
23.
(is het zo) dat mijn God nastaande ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch mijn God afstand
24.
als (hij) weerlegde man bij (de) verborgen (mv) en ik niet (ik) liet zien (...) ons (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh immers (tot) de hemel en (tot) het land ik (hij) is vol geweest (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
25.
(ik) heb toegehoord (tot) die (zij) hebben gesproken de profeten de profeten bij (de) namen van leugen te spreken (ik) heb gedroomd (ik) heb gedroomd
26.
tot wanneer? is er? bij (het) hart de profeten profeteer! de leugen en profeten van TRMT hart (...) hen
27.
(is het zo) dat bereken! (...) hen LESKIH (tot) met mij namen van bij (de) dromen (...) hen die (zij) vertelden man aan zijn vriend zoals laat vergeten! vaders (...) hen (tot) namen van bij (de) echtgenoot
28.
de profeet die (met) hem droom (hij) vertelde droom en die spreek! (met) hem (hij) sprak spreek! waarheid wat? aan haksel (tot) het graan (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
29.
immers zo spreek! zoals vuur (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh WKPÐIS IPßß rots
30.
daarom hier ben ik op de profeten (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh van dieven van spreek! man honderd zijn vriend
31.
hier ben ik op de profeet (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh de leringen tong (...) hen WINAMW (hij) heeft redevoering gehouden
32.
hier ben ik op profeteer! dromen leugen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) vertelden (...) hen en (zij) liepen verkeerd (tot) met mij bij (de) leugens (...) hen WBPHZWTM en ik niet (ik) heb gezonden (...) hen noch (ik) heb opdracht gegeven (...) hen en (hij) is nuttig geweest niet (zij) waren nuttig aan volk deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
33.
en dat (hij) vroeg (...) jou het volk deze of de profeet of priester te spreken wat? last Jahweh en (jij) hebt gesproken naar hen (tot) wat? last en (ik) heb verlaten (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
34.
en de profeet en de priester en het volk die (hij) sprak last Jahweh en (ik) heb bekeken op de man dat en op huis (...) hem
35.
zo (jullie) spraken man op zijn vriend en man naar broers (...) hem wat? (hij) heeft geantwoord Jahweh en wat? woord Jahweh
36.
en last Jahweh niet (jullie) herinnerden je nog (eens) dat de last (hij) was aan man spreekt! en (jullie) hebben omgekeerd (tot) spreek! God leven Jahweh legers onze God
37.
zo (jij) sprak naar de profeet wat? ONK Jahweh en wat? woord Jahweh
38.
en als last Jahweh (jullie) spraken daarom zo woord Jahweh wegens woord (...) jullie (tot) het woord deze last Jahweh en (ik) zond weg naar jullie te spreken niet (jullie) spraken last Jahweh
39.
daarom hier ben ik en (wij) legden (...) mij (met) jullie verheven en (ik) heb verlaten (met) jullie en (tot) (hij) heeft opgemerkt die (ik) heb gegeven aan jullie en aan vaders-en (...) jullie boven aanzicht van
40.
en (ik) heb gegeven op jullie (jij) hebt beledigd eeuwigheid en schande eeuwigheid die niet (jij) liet vergeten

Hoofdstuk 24

1.
(hij) heeft laten zien (...) mij Jahweh en hier is tweede DWDAI vijgen ontmoetingen voor paleis Jahweh na de ballingschap Nebukadrezar koning Babel (tot) IKNIEW zoon Jojakim koning Juda en (tot) Sarai Juda en (tot) (de) stille en (tot) (is het zo) dat sluit van Jeruzalem en (hij) kwam (...) hen Babel
2.
de oom één vijgen goede (mv) zeer zoals vijgen van EBKRWT en de oom één vijgen medemensen zeer die niet (jullie) aten van kwaad
3.
en (hij) sprak Jahweh naar mij wat? (met) haar (hij) heeft gezien Jeremia en woord vijgen de vijgen (de) goede (mv) goede (mv) zeer en de medemensen medemensen zeer die niet (jullie) aten van kwaad
4.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
5.
zo woord Jahweh mijn God Israël zoals vijgen (de) goede (mv) (de) deze zo (ik) herkende (tot) ballingschap Juda die (ik) heb gezonden vanuit de plaats deze land Chaldeeën aan goeds
6.
en (ik) heb geplaatst bestudeer! op hen aan goeds en (ik) heb teruggegeven (...) hen op het land (de) deze en (ik) heb gebouwd (...) hen noch AERX en (ik) heb geplant (...) hen noch ATWS
7.
en (ik) heb gegeven aan hen hart te weten (met) mij dat ik Jahweh en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God dat (zij) hebben gewoond naar mij in alle hart (...) hen
8.
WKTANIM de medemensen die niet (jullie) aten van kwaad dat zo woord Jahweh zo (met) hen (tot) Zedekia koning Juda en (tot) aanvoerders (...) hem en (tot) rest Jeruzalem (is het zo) dat blijven bij (het) land (de) deze en de inwoners bij (het) land Egypte
9.
en (ik) heb gegeven (...) hen LZWOE aan herder aan alle van koninkrijk het land aan schande en aan heerser LSNINE en aan vervloeking in alle de plaatsen die ADIHM daar
10.
en (ik) heb gezonden in hen (tot) het zwaard (tot) de honger en (tot) het woord tot (hij) is volledig geweest boven de aarde die (ik) heb gegeven aan hen en aan vaders-en (...) hen

Hoofdstuk 25

1.
het woord die (hij) is geweest op Jeremia op alle met Juda in het jaar het vierde aan Jojakim zoon Josia koning Juda zij het jaar ERASNIT aan Nebukadrezar koning Babel
2.
die woord Jeremia de profeet op alle met Juda en naar alle inwoners van Jeruzalem te spreken
3.
vanuit drie tien jaar aan Josia zoon Amon koning Juda en tot vandaag deze dit drie en twintig jaar (hij) is geweest woord Jahweh naar mij en (ik) sprak naar jullie (ik) stond vroeg op en woord noch (jullie) hebben toegehoord
4.
en wapen Jahweh naar jullie (tot) alle slaven (...) hem de profeten sta vroeg op! en wapen noch (jullie) hebben toegehoord noch (jullie) zijn omgebogen (tot) oor (...) jullie aan nieuws
5.
te spreken keert terug! toch man van weg (...) hem de herder en van kwaad daden (...) jullie en woont! op de aarde die (hij) heeft gegeven Jahweh aan jullie en aan vaders-en (...) jullie aan manna eeuwigheid en tot eeuwigheid
6.
en naar (jullie) gingen na God anderen te bewerken (...) hen en zich diep te buigen aan hen noch (jullie) maakten boos mij bij Mozes handen (...) jullie noch ARO aan jullie
7.
noch (jullie) hebben toegehoord naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh opdat (is het zo) dat (zij) zijn boos geweest (...) mij bij Mozes handen (...) jullie aan kwaad aan jullie
8.
daarom zo woord Jahweh legers wegens die niet (jullie) hebben toegehoord (tot) spreek!
9.
hier ben ik wapen en (ik) heb genomen (tot) alle families Noorden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en naar Nebukadrezar koning Babel werk! en (ik) heb gebracht (...) hen op het land (de) deze en op naar inwoners en op alle de volken (de) deze rondom WEHRMTIM en (ik) heb geplaatst (...) hen aan haar naam WLSRQE en aan zwaarden eeuwigheid
10.
en (ik) heb verloren laten gaan (van)uit hen klank (zij) hebben zich verblijd (...) hen en klank vreugde klank bruidegom en klank schoondochter klank RHIM en licht licht
11.
en (zij) is geweest alle het land (de) deze aan droog land aan haar naam en (zij) hebben gewerkt de volken (de) deze (tot) koning Babel zeventig jaar
12.
en (hij) is geweest KMLAWT zeventig jaar (ik) werd geteld op koning Babel en op de volk dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (tot) misdaad (...) hen en op land Chaldeeën en (ik) heb geplaatst (met) hem aan wildernissen eeuwigheid
13.
WEBAWTI op het land die (tot) alle spreek! die woord (...) mij op haar (tot) alle het geschrevene bij (het) boek deze die (hij) heeft geprofeteerd Jeremia op alle de volken
14.
dat (zij) hebben gewerkt in hen ook deze (mv) volken twisten en koningen grote (mv) en (ik) ben volledig geweest aan hen zoals daad (...) hen WKMOSE handen (...) hen
15.
dat zo woord Jahweh mijn God Israël naar mij neem! (tot) beker de wijn de woede (de) deze van handen van en (jij) hebt te drinken gegeven (er)naar (met) hem (tot) alle de volken die ik wapen jou naar hen
16.
en (zij) hebben gelegd WETCOSW en (zij) hebben zich geprezen van aanzicht van het zwaard die ik wapen verstand-en (...) hen
17.
en (ik) nam (tot) de beker van hand Jahweh en (ik) gaf te drinken (tot) alle de volken die (hij) mij gezonden Jahweh naar hen
18.
(tot) Jeruzalem en (tot) steden van Juda en (tot) Malchia (tot) Seraja te geven (met) hen aan droog land aan haar naam LSRQE en aan vervloeking zoals dag deze
19.
(tot) farao koning Egypte en (tot) slaven (...) hem en (tot) aanvoerders (...) hem en (tot) alle met hem
20.
en (tot) alle (de) aangename en (tot) alle heers! land (is het zo) dat Uz en (tot) alle heers! land Filistijnen en (tot) Askelon en (tot) naar kracht en (tot) Ekron en (tot) rest Asdod
21.
(tot) Edom en (tot) Moab en (tot) bouw! Ammon
22.
en (tot) alle heers! smalle en (tot) alle heers! Sidon en (tot) heers! (is het zo) dat waar die bij (de) kant de zee
23.
en (tot) tepel (...) hen en (tot) TIMA en (tot) minachting en (tot) alle QßWßI hoek
24.
en (tot) alle heers! aangename en (tot) alle heers! (de) aangename de buurmannen bij (de) woestijn
25.
en (tot) alle heers! zing! en (tot) alle heers! Elam en (tot) alle heers! van die
26.
en (tot) alle heers! het Noorden de binnensten en de afstanden man naar broers (...) hem en (tot) alle de rijken het land die op aanzicht van de aarde en koning (hij) heeft zich verblijd (...) jou (hij) dronk na hen
27.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh legers mijn God Israël (zij) hebben gelegd en (zij) hebben gehuurd WQIW en ga(a)t neer! noch (jullie) stondden op van aanzicht van het zwaard die ik wapen tussen jullie
28.
en (hij) is geweest dat (zij) weigerden (jij) hebt genomen de beker van hand (...) jou te drinken en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh legers (zij) hebben gelegd (jullie) dronken
29.
dat hier is bij (de) stad die (hij) is genoemd namen van op haar ik begin(t) te aan het kwaad en (met) hen (is het zo) dat maak schoon! (jullie) maakten schoon niet (jullie) maakten schoon dat zwaard ik (hij) heeft genoemd op alle inwoners van het land (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
30.
en (met) haar (jij) profeteerde naar hen (tot) alle de woorden (de) deze en (jij) hebt gesproken naar hen Jahweh van hoogte (hij) brulde WMMOWN (zij) hebben geheiligd (hij) gaf klank (...) hem (hij) heeft gebruld (hij) brulde op woonplaats (...) hem hoera! zoals wegen (hij) antwoordde naar alle inwoners van het land
31.
(hij) is gekomen draagt! (...) hen tot einde het land dat twist! aan Jahweh bij (de) volken NSPÐ hij aan alle vlees (de) slechte (mv) (hij) heeft gegeven (...) hen aan zwaard (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
32.
zo woord Jahweh legers hier is herder (jij) bent uitgegaan van volk naar volk en storm grote (hij) schudde uit van heup (...) mij land
33.
en (zij) zijn geweest ontheilig! Jahweh bij (de) dag dat van einde het land en tot einde het land niet (zij) beweenden noch (zij) verzamelden noch (zij) begroeven aan bloed (...) hen op aanzicht van de aarde (zij) waren
34.
(zij) hebben gejammerd de kwaden en (zij) hebben geschreeuwd WETPLSW ADIRI het kleinvee dat (zij) zijn vol geweest dagen (...) jullie te slachten WTPWßWTIKM en (jullie) zijn gevallen zoals gereedschap (zij) heeft begeerd
35.
en (hij) is verloren gegaan om te vluchten vanuit de kwaden en naar vluchteling MADIRI het kleinvee
36.
klank (jij) hebt geschreeuwd de kwaden en (jij) hebt gehuild ADIRI het kleinvee dat (hij) heeft beroofd Jahweh (tot) van vriendinnen (...) hen
37.
en (zij) zijn weggevaagd passende de vrede van aanzicht van woede neus Jahweh
38.
(hij) heeft verlaten zoals jonge leeuw XKW dat (zij) is geweest land (...) hen aan haar naam van aanzicht van woede de duif en van aanzicht van woede neus (...) hem

Hoofdstuk 26

1.
bij (het) begin van koninkrijk Jojakim zoon Josia koning Juda (hij) is geweest het woord deze honderd Jahweh te spreken
2.
zo woord Jahweh sta vast! bij (het) grondgebied huis Jahweh en woord van op alle steden van Juda die gekomen zich diep te buigen huis Jahweh (tot) alle de woorden die (ik) heb opdracht gegeven (...) jou te spreken naar hen naar (jij) verminderde woord
3.
misschien (zij) hoorden toe en (zij) hebben gewoond man van weg (...) hem de herder en (ik) heb getroost naar de herder die ik bereken! te doen aan hen van aanzicht van kwaad daden (...) hen
4.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh als niet (jullie) hoorden toe naar mij te gaan bij (het) Wetboek (...) mij die (ik) heb gegeven voor jullie
5.
aan nieuws op spreek! werk! de profeten die ik wapen naar jullie en sta vroeg op! en wapen noch (jullie) hebben toegehoord
6.
en (ik) heb gegeven (tot) het huis deze (zij) is gestruikeld en (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze (met) hen aan vervloeking aan alle volk het land
7.
en (zij) hoorden toe de priesters en de profeten en alle het volk (tot) Jeremia woestijn (tot) de woorden (de) deze bij (het) huis Jahweh
8.
en wees zoals alle (mv) Jeremia te spreken (tot) alle die geef opdracht! Jahweh te spreken naar alle het volk WITPSW (met) hem de priesters en de profeten en alle het volk te spreken dood (jij) stierf
9.
waarom? NBIT bij (de) naam Jahweh te spreken (zij) zijn gestruikeld (hij) was het huis deze en (hij) heeft opgemerkt (de) deze (zij) werd vernield vanwaar? bewoner en (hij) verzamelde alle het volk naar Jeremia bij (het) huis Jahweh
10.
en (zij) hoorden toe Sarai Juda (tot) de woorden (de) deze en (zij) verhieven van huis kroon! huis Jahweh en (zij) hebben gewoond bij (de) opening poort Jahweh de maand
11.
en (zij) spraken de priesters en de profeten naar (is het zo) dat zingen en naar alle het volk te spreken rechtsregel dood aan man deze dat (hij) heeft geprofeteerd naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze zoals (jullie) hebben toegehoord bij (de) oren (...) jullie
12.
en (hij) sprak Jeremia naar alle (is het zo) dat zingen en naar alle het volk te spreken Jahweh (hij) mij gezonden LENBA naar het huis deze en naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze (tot) alle de woorden die (jullie) hebben toegehoord
13.
en nu (zij) hebben goed gedaan wegen (...) jullie en daden (...) jullie en (zij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh jullie God en (hij) troostte Jahweh naar de herder die woord op jullie
14.
en ik hier ben ik bij (de) hand (...) jullie Ezau aan mij zoals goede WKISR bij (de) ogen (...) jullie
15.
maar (hij) heeft geweten (jullie) wisten dat als van dode (mv) (met) hen (met) mij dat bloed schone (met) hen worden gegeven op jullie en naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze en naar naar inwoners dat bij (de) waarheid (hij) mij gezonden Jahweh op jullie te spreken bij (de) oren (...) jullie (tot) alle de woorden (de) deze
16.
en (zij) spraken (is het zo) dat zingen en alle het volk naar de priesters en naar de profeten (er is) niet aan man deze rechtsregel dood dat bij (de) naam Jahweh onze God woord naar ons
17.
en (zij) wraakten mensen van baarden van het land en (zij) spraken naar alle menigte het volk te spreken
18.
MIKIE het erfdeel (...) mij (hij) is geweest (hij) heeft geprofeteerd bij (de) dagen van Hizkia koning Juda en (hij) sprak naar alle met Juda te spreken zo woord Jahweh legers Sion veld (jij) zult ploegen en Jeruzalem OIIM (jij) was en heuvel het huis aan verhogingen bos
19.
(is het zo) dat dood! (zij) heeft geruist (...) hem Hizkia koning Juda en alle Juda toch? gezien (tot) Jahweh en (hij) begon te (tot) aanzicht van Jahweh en (hij) troostte Jahweh naar de herder die woord op hen en wij maak! (...) hen herder grootheid op NPSWTINW
20.
en ook man (hij) is geweest raak(t) in vervoering bij (de) naam Jahweh AWRIEW zoon Semaja van Stad van de bossen en (hij) profeteerde op (hij) heeft opgemerkt (de) deze en op het land (de) deze zoals alle spreek! Jeremia
21.
en (hij) hoorde toe kroon! Jojakim en alle helden (...) hem en alle (is het zo) dat zingen (tot) woorden (...) hem en (hij) zocht kroon! (zij) hebben gedood en (hij) hoorde toe AWRIEW en gezien en (hij) vluchtte en (hij) kwam Egypte
22.
en (hij) zond weg kroon! Jojakim mensen Egypte (tot) ALNTN zoon Achbor en mensen (met) hem naar Egypte
23.
en (zij) haalden tevoorschijn (tot) AWRIEW van Egypte en voert in! (...) hem naar kroon! Jojakim en (zij) werden donker bij (het) zwaard en (hij) ging neer (tot) kadaver (...) hem naar begraaf! bouw! het volk
24.
maar hand Ahikam zoon klipdas (zij) is geweest (tot) Jeremia opdat niet te geven (met) hem bij (de) hand het volk te doden (...) hem

Hoofdstuk 27

1.
bij (het) begin rijk van Jojakim zoon IAWSIEW koning Juda (hij) is geweest het woord deze naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
zo woord Jahweh naar mij (hij) heeft gedaan aan jou MWXRWT en buigen om en (jij) hebt gegeven (...) hen op hals (...) jou
3.
en (jullie) hebben gezonden naar koning Edom en naar koning Moab en naar koning bouw! Ammon en naar koning smalle en naar koning Sidon bij (de) hand boodschappers die gekomen Jeruzalem naar Zedekia koning Juda
4.
en (jij) hebt opdracht gegeven (met) hen naar liggers (...) hen te spreken zo woord Jahweh legers mijn God Israël zo (jullie) spraken naar liggers (...) jullie
5.
ik (ik) heb gedaan (tot) het land (tot) de mens en (tot) de vee die op aanzicht van het land bij (de) krachten van (de) grote WBZRWOI (de) uitgestrekte en (ik) heb gegeven (er)naar te bevestigen rechte bij bestudeer!
6.
en nu ik (ik) heb gegeven (tot) alle de landen (de) deze bij (de) hand Nebukadnezar koning Babel werk! en ook (tot) dier van het veld (ik) heb gegeven als te werken (...) hem
7.
en (zij) hebben gewerkt (met) hem alle de volken en (tot) bij ons en (tot) zoon bij ons tot (hij) is gekomen tijd land (...) hem ook hij en (zij) hebben gewerkt bij hem volken twisten en koningen grootheden
8.
en (hij) is geweest de volk en het rijk die niet (zij) werkten (met) hem (tot) Nebukadnezar koning Babel en (tot) die niet (hij) gaf (tot) hals (...) hem echtgenoot koning Babel bij (het) zwaard en bij (de) honger en bij (het) woord (ik) werd geteld op de volk dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh tot verbaas je! (met) hen bij (hij) bedankte
9.
en (met) hen naar (jullie) hoorden toe naar profeten (...) jullie en naar tovenarijen (...) jullie en naar (ik) heb gedroomd (...) jullie en naar wolken (...) jullie en naar zoals kale heuvels (...) jullie die zij woorden naar jullie te spreken niet (jullie) werkten (tot) koning Babel
10.
dat leugen zij profeten aan jullie opdat ERHIQ (met) jullie boven ADMTKM WEDHTI (met) jullie en (jullie) zijn verloren gegaan
11.
en de volk die (hij) bracht (tot) hals (...) hem echtgenoot koning Babel en (zij) hebben gewerkt en (ik) heb rust gegeven (...) hem op aarde (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en feit en inwoner bij haar
12.
en naar heb gelijk! (er)naar koning Juda woord (...) mij zoals alle de woorden (de) deze te spreken (zij) hebben gebracht (tot) halzen (...) jullie echtgenoot koning Babel en (zij) hebben gewerkt (met) hem en met hem en (zij) hebben geleefd
13.
waarom (jullie) stierven (met) haar en met jou bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord zoals woord Jahweh naar de volk die niet (hij) werkte (tot) koning Babel
14.
en naar (jullie) hoorden toe naar spreek! de profeten de woorden naar jullie te spreken niet (jullie) werkten (tot) koning Babel dat leugen zij profeten aan jullie
15.
dat niet (ik) heb gezonden (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en zij profeten bij (de) namen van te liegen opdat EDIHI (met) jullie en (jullie) zijn verloren gegaan (met) hen en de profeten de profeten aan jullie
16.
en naar de priesters en naar alle het volk deze woord (...) mij te spreken zo woord Jahweh naar (jullie) hoorden toe naar spreek! profeten (...) jullie de profeten aan jullie te spreken hier is gereedschap huis Jahweh zetels naar van Babel nu (zij) heeft zich gehaast dat leugen deze (mv) profeten aan jullie
17.
naar (jullie) hoorden toe naar hen (zij) hebben gewerkt (tot) koning Babel en (zij) hebben geleefd waarom (jij) was (hij) heeft opgemerkt (de) deze droog land
18.
en als profeten zij en als er is woord Jahweh (met) hen (zij) troven toch bij Jahweh legers opdat niet (zij) zijn gekomen (de) alle (mv) (is het zo) dat blijven over bij (het) huis Jahweh en huis koning Juda en met Jeruzalem naar Babel
19.
dat zo woord Jahweh legers naar de staanders en op de zee en op de onderstellen en op rest (de) alle (mv) (is het zo) dat blijven over bij (de) stad (de) deze
20.
die niet lering (...) hen Nebukadnezar koning Babel bij (de) ballingschap (...) hem (tot) IKWNIE zoon Jojakim koning Juda van Jeruzalem naar Babel en (tot) alle ontbrand! Juda en Jeruzalem
21.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël op (de) alle (mv) (is het zo) dat blijven over huis Jahweh en huis koning Juda en Jeruzalem
22.
naar Babel IWBAW en daarnaar (-s) (zij) waren tot dag beveel! (met) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh WEOLITIM WESIBTIM naar de plaats deze

Hoofdstuk 28

1.
en wees in het jaar die bij (het) begin rijk van heb gelijk! (er)naar koning Juda bij (het) jaar van het vierde bij (de) maand (de) vijfde woord naar mij Hananja zoon help! de profeet die van Gibeon bij (het) huis Jahweh te bestuderen (...) mij de priesters en alle het volk te spreken
2.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël te spreken (ik) heb gebroken (tot) op koning Babel
3.
terwijl twee jaren dagen ik geef(t) terug naar de plaats deze (tot) alle gereedschap huis Jahweh die lering Nebukadnezar koning Babel vanuit de plaats deze en (hij) bracht (...) hen Babel
4.
en (tot) IKNIE zoon Jojakim koning Juda en (tot) alle ballingschap Juda die gekomen naar Babel ik geef(t) terug naar de plaats deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (ik) verbrijzelde (tot) op koning Babel
5.
en (hij) sprak Jeremia de profeet naar Hananja de profeet te bestuderen (...) mij de priesters en te bestuderen (...) mij alle het volk de staanders bij (het) huis Jahweh
6.
en (hij) sprak Jeremia de profeet amen! zo (zij) heeft gemaakt Jahweh (hij) stond op Jahweh (tot) woorden (...) jou die (jij) hebt geprofeteerd terug te geven gereedschap huis Jahweh en alle de ballingschap van Babel naar de plaats deze
7.
maar nieuws toch het woord deze die ik woord bij (de) oren (...) jou en bij (de) oren van alle het volk
8.
de profeten die (zij) zijn geweest voor en voor jou vanuit de eeuwigheid en (zij) profeteerden naar landen twisten en op van koninkrijk groeiende (mv) aan strijd en aan herder en te spreken
9.
de profeet die (hij) profeteerde volledig te zijn bij (het) komen woord de profeet (hij) werd bekend de profeet die zendt weg! Jahweh bij (de) waarheid
10.
en (hij) nam Hananja de profeet (tot) (is het zo) dat wankel! (er)naar boven hals Jeremia de profeet en (zij) braken (...) hem
11.
en (hij) sprak Hananja te bestuderen (...) mij alle het volk te spreken zo woord Jahweh zodoende (ik) verbrijzelde (tot) op Nebukadnezar koning Babel terwijl twee jaren dagen boven hals alle de volken en (hij) ging Jeremia de profeet aan weg (...) hem
12.
en wees woord Jahweh naar Jeremia na breek! Hananja de profeet (tot) (is het zo) dat wankel! (er)naar boven hals Jeremia de profeet te spreken
13.
gang en (jij) hebt gesproken naar Hananja te spreken zo woord Jahweh MWÐT boom (jij) hebt gebroken en (jij) hebt gedaan in de plaats van hen buigen om ijzer
14.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël op ijzer (ik) heb gegeven op hals alle de volken (de) deze te bewerken (tot) Nebukadnezar koning Babel en feit (...) hem en ook (tot) dier van het veld (ik) heb gegeven als
15.
en (hij) sprak Jeremia de profeet naar Hananja de profeet nieuws toch Hananja niet wapen (...) jou Jahweh en (met) haar (is het zo) dat (jij) hebt je verzekerd (tot) het volk deze op leugen
16.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik zend(t) weg (...) jou boven aanzicht van de aarde het jaar (met) haar dode dat (zij) is afgeweken woord van naar Jahweh
17.
en (hij) stierf Hananja de profeet in het jaar die bij (de) maand (de) zevende

Hoofdstuk 29

1.
en deze spreek! het boek die wapen Jeremia de profeet van Jeruzalem naar rest ben oud! de ballingschap en naar de priesters en naar de profeten en naar alle het volk die de bol Nebukadnezar van Jeruzalem naar Babel
2.
na uit te gaan IKNIE kroon! en naar de heer en de hovelingen Sarai Juda en Jeruzalem en (de) stille WEMXCR van Jeruzalem
3.
bij (de) hand ALOSE zoon klipdas en beëindig! (er)naar zoon Hilkia die wapen heb gelijk! (er)naar koning Juda naar Nebukadnezar koning Babel naar Babel te spreken
4.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël aan alle de ballingschap die (is het zo) dat (ik) ben in verbanning gegaan van Jeruzalem naar Babel
5.
bij ons huizen en woont! en (zij) hebben geplant CNWT en (zij) hebben gegeten (tot) vrucht (...) hen
6.
neemt! worden verlaten en (zij) hebben voortgebracht zonen en dochters en neemt! aan zonen (...) jullie worden verlaten en (tot) bebouwingen (...) jullie geeft! aan mensen en (jullie) baarden zonen en dochters en tienduizend daar en naar (jullie) verminderden
7.
en (zij) hebben uitgelegd (tot) vrede (hij) heeft opgemerkt die (is het zo) dat (ik) ben in verbanning gegaan (met) jullie daarnaar (-s) en (zij) hebben gebeden bij (de) getuige naar Jahweh dat naar bij (de) vrede (hij) was aan jullie vrede
8.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël naar ISIAW aan jullie profeten (...) jullie die bij (het) binnenste (...) jullie en tovenarijen (...) jullie en naar (jullie) hoorden toe naar (ik) heb gedroomd (...) jullie die (met) hen MHLMIM
9.
dat bij (de) leugen zij profeten aan jullie bij (de) namen van niet (ik) heb gezonden (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
10.
dat zo woord Jahweh dat aan mond van (jij) bent vol geweest aan Babel zeventig jaar (ik) werd geteld (met) jullie en (ik) heb gevestigd op jullie (tot) spreek! (de) goede terug te geven (met) jullie naar de plaats deze
11.
dat ik (ik) heb geweten (tot) (is het zo) dat bereken(t) die ik bereken! op jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh berekenen vrede noch aan herder te geven aan jullie einde van en hoop
12.
en (jullie) hebben genoemd (met) mij en (jullie) zijn gegaan en (jullie) hebben gebeden naar mij en (ik) heb toegehoord naar jullie
13.
en bij (de) boog (...) hen (met) mij en (jullie) hebben gevonden dat TDRSNI in alle hart (...) jullie
14.
en (ik) heb me bevonden aan jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en rust! (tot) SBITKM en (ik) heb verzameld (met) jullie van alle de volken en van alle de plaatsen die EDHTI (met) jullie daar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb teruggegeven (met) jullie naar de plaats die (is het zo) dat (ik) ben in verbanning gegaan (met) jullie van daar
15.
dat (jullie) hebben gesproken (hij) heeft gevestigd aan ons Jahweh profeten naar Babel
16.
dat zo woord Jahweh naar kroon! de bewoner naar stoel oom en naar alle het volk de bewoner bij (de) stad (de) deze broers (...) jullie die niet voert uit! (met) jullie bij (de) ballingschap
17.
zo woord Jahweh legers hier ben ik zend(t) weg in hen (tot) het zwaard (tot) de honger en (tot) het woord en (ik) heb gegeven hen zoals vijgen de poorten die niet (jullie) aten van kwaad
18.
en (ik) heb achtervolgd na hen bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord en (ik) heb gegeven (...) hen LZWOE aan alle van koninkrijk het land aan deze en aan haar naam WLSRQE en aan schande in alle de volken die EDHTIM daar
19.
in de plaats van die niet (zij) hebben toegehoord naar spreek! (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh die (ik) heb gezonden naar hen (tot) werk! de profeten sta vroeg op! en wapen noch (jullie) hebben toegehoord (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
20.
en (met) hen (zij) hebben toegehoord woord Jahweh alle de ballingschap die (ik) heb gezonden van Jeruzalem naar Babel
21.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël naar Achab zoon naar klanken en naar Zedekia zoon naar daden de profeten aan jullie bij (de) namen van leugen hier ben ik (hij) heeft gegeven (met) hen bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel WEKM aan ogen (...) jullie
22.
en lering (van)uit hen vervloeking aan alle ballingschap Juda die bij Babel te spreken pas toe! (...) jou Jahweh zoals Zedekia WKAHB die klank (...) hen koning Babel (hij) is verrot
23.
wegens die Ezau kadaver bij Israël WINAPW (tot) vrouwen van kwaden (...) hen en (zij) spraken woord bij (de) namen van leugen die toch niet (jullie) hebben opdracht gegeven en ik EWIDO en tot (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
24.
en naar Semaja ENHLMI (jij) sprak te spreken
25.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël te spreken wegens die (met) haar (jij) hebt gezonden BSMKE boeken naar alle het volk die bij Jeruzalem en naar Zefanja zoon naar daden de priester en naar alle de priesters te spreken
26.
Jahweh (hij) heeft gegeven (...) jou priester in de plaats van Jojada de priester te zijn opnamen huis Jahweh aan alle man MSCO en raak(t) in vervoering en zet (met) hem naar de omkering van en naar EßINQ
27.
en nu waarom niet (jij) hebt bestraft bij Jeremia EONTTI (is het zo) dat raak(t) in vervoering aan jullie
28.
dat op zo wapen naar ons Babel te spreken (zij) heeft geduurd zij bij ons huizen en woont! en (zij) hebben geplant CNWT en (zij) hebben gegeten (tot) stieren (...) hen
29.
en (hij) noemde Zefanja de priester (tot) het boek deze bij (de) oren van Jeremia de profeet
30.
en wees woord Jahweh naar Jeremia te spreken
31.
wapen op alle de ballingschap te spreken zo woord Jahweh naar hoor toe! (er)naar ENHLMI wegens die (hij) heeft geprofeteerd aan jullie hoor toe! (er)naar en ik niet (ik) heb gezonden (...) hem en (hij) verzekerde zich (met) jullie op leugen
32.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik opname op hoor toe! (er)naar ENHLMI en op (zij) hebben gezaaid niet (hij) was als man bewoner binnen het volk deze noch vrees bij (de) goede die ik (hij) heeft gedaan aan volkeren van (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (zij) is afgeweken woord op Jahweh

Hoofdstuk 30

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
zo woord Jahweh mijn God Israël te spreken (hand)schrift aan jou (tot) alle de woorden die woord (...) mij naar jou naar boek
3.
dat hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en rust! (tot) rust! met mij Israël en Juda woord Jahweh en (ik) heb teruggegeven (...) hen naar het land die (ik) heb gegeven te wensen (...) hen en (zij) hebben veroverd (er)naar
4.
en deze de woorden die woord Jahweh naar Israël en naar Juda
5.
dat zo woord Jahweh klank (zij) is geschrokken (wij) hebben toegehoord angst en (er is) niet vrede
6.
(zij) hebben gevraagd toch en (zij) hebben gezien als kind man waarom? (ik) heb gezien alle man handen (...) hem op trek uit! (...) hem zoals kraamvrouw en (zij) zijn veranderd alle aanzicht LIRQWN
7.
ben! dat grote vandaag dat vanwaar? zoiets (...) hem en tijd ellende zij aan Jakob en (van)uit haar IWSO
8.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers (ik) verbrijzelde (zij) zijn opgegaan boven hals (...) jou WMWXRWTIK (ik) werd afgebroken noch (zij) werkten bij hem nog (eens) kransen
9.
en (zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh hun God en (tot) oom (hij) heeft besneden (...) jullie die (ik) vestigde aan hen
10.
en (met) haar naar (je) zult vrezen werk! Jakob (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en naar in de plaats van Israël dat hier ben ik red(t) (...) jou om ver te zijn en (tot) nakomelingen (...) jou van land keren terug en woon! Jakob en stilte en zorgeloze en (er is) niet verschrikkelijke
11.
dat (met) jou ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh te redden (...) jou dat (ik) werd gedaan schoondochter in alle de volken die EPßWTIK daar maar (met) jou niet (ik) werd gedaan schoondochter WIXRTIK aan rechtsregel en maak schoon! niet ANQK
12.
dat zo woord Jahweh mens te verbrijzelen (...) jou erfgoed slag (...) jou
13.
(er is) niet Dan gerecht (...) jou LMZWR RPAWT (jij) verhief (er is) niet aan jou
14.
alle vrijers (...) jou laat vergeten! (...) jou jou niet (zij) legden uit dat slag van vijand (ik) heb geslagen (...) jou zedeles wrede op meerderheid misdaad (...) jou (zij) zijn machtig geworden zondoffers (...) jou
15.
wat? (zij) schreeuwde op dat zegen! mens MKABK op meerderheid misdaad (...) jou (zij) zijn machtig geworden zondoffers (...) jou (ik) heb gedaan deze aan jou
16.
daarom alle eten-en (...) jou (zij) aten en alle vijanden (...) jou allemaal bij (de) gevangenschap (zij) gingen en (zij) zijn geweest SAXIK LMSXE en alle plunder! (...) jou (met) hen aan minachting
17.
dat (ik) verhief (zij) heeft geduurd aan jou en van slag-en (...) jou (ik) genas (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat verstotene (zij) hebben genoemd aan jou Sion zij advies (er is) niet aan haar
18.
zo woord Jahweh hier ben ik woon! rust! tenten van (hij) volgde en van buurvrouwen (...) hem (ik) had medelijden en (zij) is gebouwd stad op (hij) heeft opgehangen en paleis op rechtsregel (...) hem inwoner
19.
en uitgaande (van)uit hen dank en klank spelen WERBTIM noch (zij) verminderden WEKBDTIM noch IßORW
20.
en (zij) zijn geweest zonen (...) hem zoals voorkant en getuige (...) hem voor (jullie) sloegen (...) hen en (ik) heb bekeken op alle druk! (...) hem
21.
en (hij) is geweest ADIRW (van)uit hem en (zij) hebben geheerst nastaande (...) hem uitgaande en (ik) heb aangeboden (...) hem en (wij) naderden naar mij dat water van hij dit aangename (tot) zijn hart te naderen naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
22.
en (jullie) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan jullie aan God
23.
hier is XORT Jahweh woede (zij) is uitgegaan storm MTCWRR op hoofd slechte (mv) (hij) verwierf
24.
niet (hij) blies woede neus Jahweh tot te doen (...) hem en tot (zij) hebben gevestigd van vuiligheden zijn hart aan het einde van de dagen (jullie) beschouwden bij haar
25.
bij (de) tijd die (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (ik) was aan God aan alle families Israël en deze (mv) (zij) waren aan mij aan volk

Hoofdstuk 31

1.
zo woord Jahweh (hij) heeft gevonden gratie bij (de) woestijn met overlevenden van zwaard gang LERCIOW Israël
2.
om ver te zijn Jahweh (wij) lieten zien aan mij en (jij) hebt liefgehad eeuwigheid (ik) heb liefgehad (...) jou op zo (ik) heb getrokken (...) jou genade
3.
nog (eens) steen (...) jou en (jij) bent gebouwd maagd van Israël nog (eens) TODI TPIK en (jij) bent uitgegaan BMHWL spelen
4.
nog (eens) (jij) plantte als zijn hoog bij word zwanger! Samaria (zij) hebben geplant plant! (...) hen en ontheiligt!
5.
dat er is dag (zij) hebben genoemd NßRIM bij (de) heuvel Efraïm sta(a)t op! en (wij) verhieven Sion naar Jahweh onze God
6.
dat zo woord Jahweh RNW aan Jakob vreugde WßELW bij (het) hoofd de volken (zij) hebben laten horen deze en (zij) hebben gesproken Hosea Jahweh (tot) met jou (tot) rest Israël
7.
hier ben ik breng(t) hen van land Noorden en (ik) heb verzameld (...) hen van heup (...) mij land in hen huid en Pesach naar heuvel en (jij) hebt gebaard samen menigte grote (zij) keerden terug hier is
8.
bij (het) geween voert in! WBTHNWNIM AWBILM AWLIKM naar verwerf! water bij (de) weg rechte niet (zij) struikelden bij haar dat (ik) ben geweest aan Israël aan vader en Efraïm trek voor! hij
9.
(zij) hebben toegehoord woord Jahweh volken en (zij) hebben verteld bij (de) eilanden van afstand en (zij) hebben gesproken naar van krans Israël (hij) verzamelde (...) ons en bewaart! zoals herder kudde (...) hem
10.
dat (hij) heeft bevrijd Jahweh (tot) Jakob en (zij) hebben verlost van hand kracht (van)uit hem
11.
en (zij) zijn gekomen en roddelt! bij (de) hoogte Sion en (zij) zijn gestroomd naar goede Jahweh op graan en op TIRS en op zuivere olie en op bouw! kleinvee en rundvee en (zij) is geweest ziel (...) hen zoals tuin (hij) heeft genoeg gedronken noch (zij) voegden toe LDABE nog (eens)
12.
destijds (jij) maakte blij maagd BMHWL en Bahurim en baarden samen en (ik) heb omgekeerd rouw (...) hen LSSWN en (ik) heb getroost (...) hen en (ik) ben blij geweest (...) hen MICWNM
13.
en (ik) heb genoeg gedronken ziel de priesters vette en met mij (tot) goedheden van (zij) waren verzadigd (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
14.
zo woord Jahweh klank bij (de) wormen (wij) hoorden toe (wij) waren er geween TMRWRIM Rachel beween(t) op bouw! (er)naar (zij) heeft geweigerd LENHM op bouw! (er)naar dat hij is (er) niet
15.
zo woord Jahweh houd terug! klank (...) jou van geween en ogen (...) jou van traan dat er is beloning aan onderneming (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en woont! van land vijand
16.
en er is hoop LAHRITK (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en woont! zonen aan grens (...) hen
17.
hoor toe! (ik) heb toegehoord Efraïm MTNWDD IXRTNI en neem(t) gevangen zoals stierkalf niet onderwijs! geef terug! (...) mij en (ik) ging rond dat (met) haar Jahweh mijn God
18.
dat na keer terug! (ik) heb getroost en na deel mee! (...) mij XPQTI op heup (ik) heb me geschaamd en ook NKLMTI dat (ik) heb gedragen (jij) hebt beledigd (wij) schudden uit (...) mij
19.
begrijp! IQIR aan mij Efraïm als kind SOSOIM dat van die spreek! bij hem man AZKRNW nog (eens) op zo (zij) hebben geruist ingewanden van als baarmoeder (ik) had medelijden (...) ons (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
20.
stel op! aan jou ßINIM namen van aan jou TMRWRIM schering hart (...) jou LMXLE weg (ik) ben gegaan keer terug! maagd van Israël gevangenschap naar steden (...) jou deze
21.
tot wanneer? TTHMQIN de dochter (is het zo) dat ga(a)(t) rond (er)naar dat (hij) heeft geschapen Jahweh naar maand bij (het) land vrouw TXWBB man
22.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël nog (eens) (zij) spraken (tot) het woord deze bij (het) land Juda en bij (de) steden (...) hem bij keer terug! (tot) rust! (...) hen (hij) zegende (...) jou Jahweh woonplaats rechtvaardigheid heuvel wijd!
23.
en (zij) hebben gewoond bij haar Juda en alle steden (...) hem samen AKRIM en (zij) hebben gereisd bij (de) kudde
24.
dat (is het zo) dat (ik) heb genoeg gedronken ziel vermoeidheid en alle ziel DABE (ik) ben vol geweest
25.
op deze EQIßTI en (ik) liet zien en jaar (...) mij wildernis aan mij
26.
hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gezaaid (tot) huis Israël en (tot) huis Juda nakomelingen mens en nakomelingen vee
27.
en (hij) is geweest zoals SQDTI op hen LNTWS en te slopen WLERX en verloren gaan te laten WLERO zo ASQD op hen te bouwen WLNÐO (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
28.
bij (de) dagen die niet (zij) spraken nog (eens) vaders (zij) hebben gegeten onrijpe vrucht en tweede zonen TQEINE
29.
dat als man bij (de) misdaad (...) hem (hij) stierf alle de mens voed! de onrijpe vrucht TQEINE jaren (...) hem
30.
hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en hak af! (tot) huis Israël en (tot) huis Juda verbond naar maand
31.
niet zoals verbond die hak af! (tot) vaders (...) hen bij (de) dag houd! bij (hij) leek tevoorschijn te halen (...) hen van land Egypte die deze (mv) (is het zo) dat (zij) zijn vruchtbaar geweest (tot) verbonden van en ik vrouw (...) mij in hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
32.
dat deze het verbond die (ik) werd afgehakt (tot) huis Israël na de dagen die (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (ik) heb gegeven (tot) Wetboek (...) mij bij (het) binnenste (...) hen en op hart (...) hen (ik) werd geschreven (...) haar en (ik) ben geweest aan hen aan God en deze (mv) (zij) waren aan mij aan volk
33.
noch (zij) onderwezen nog (eens) man (tot) zijn vriend en man (tot) broers (...) hem te spreken weet! (tot) Jahweh dat KWLM (zij) hebben geweten mij LMQÐNM en tot groeie! (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (ik) werd vergeven aan misdaad (...) hen en aan zondoffer (...) hen niet AZKR nog (eens)
34.
zo woord Jahweh (hij) heeft gegeven zon aan licht dag (...) hen grondwet van maan en sterren aan licht nacht ogenblik de zee en (zij) ruisten hopen (...) hem Jahweh legers zijn naam
35.
als IMSW de wetten (de) deze weg van aanzicht van (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh ook nakomelingen Israël (zij) rustten om te zijn volk voor alle de dagen
36.
zo woord Jahweh als (zij) maten af hemel weg van hoogte en (zij) onderzochten fundamenten van land aan stam ook ik (ik) verafschuwde in alle nakomelingen Israël op alle die Ezau (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
37.
hier is dagen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (zij) is gebouwd (hij) heeft opgemerkt aan Jahweh MMCDL HNNAL poort de hoek
38.
en uitgaande nog (eens) (hij) heeft gehoopt (zij) heeft afgemeten tegenover hem op heuvel van CRB en (wij) legden opzij (jij) bent gestorven (er)naar
39.
en alle de diepte de kadavers en (de) vette en alle ESRMWT tot wadi (zij) zijn donker geworden (...) hen tot hoek van poort de paarden naar Oosten heiligheid aan Jahweh niet INTS noch (hij) brak af nog (eens) aan eeuwigheid

Hoofdstuk 32

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh bij (het) jaar van EOSRIT aan Zedekia koning Juda zij het jaar acht tien jaar aan Nebukadrezar
2.
en destijds macht koning Babel smalle (mv) op Jeruzalem en Jeremia de profeet (hij) is geweest KLWA bij (het) grondgebied naar de regen die huis koning Juda
3.
die (zij) hebben gevangen gezet Zedekia koning Juda te spreken waarom? (met) haar (hij) heeft geprofeteerd te spreken zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand koning Babel en (zij) heeft gevangengenomen
4.
en Zedekia koning Juda niet (hij) redde van hand de Chaldeeën dat (is het zo) dat (hij) heeft gegeven (hij) zal gegeven worden bij (de) hand koning Babel en woord monden (...) hem met monden (...) hem en ogen (...) hem (tot) bestudeert! (jullie) lieten zien
5.
en Babel ga(a)(t) (tot) Zedekia en naam [van] (hij) was tot beveel! (met) hem (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (jullie) streedden (tot) de Chaldeeën niet (jullie) slaagden
6.
en (hij) sprak Jeremia (hij) is geweest woord Jahweh naar mij te spreken
7.
hier is HNMAL zoon gehele tepel (...) jou (hij) is gekomen naar jou te spreken buis aan jou (tot) Sjadai die bij Anathoth dat aan jou rechtsregel (is het zo) dat (zij) heeft verlost te kopen
8.
en (hij) kwam naar mij HNMAL zoon oom (...) mij zoals woord Jahweh naar grondgebied naar de regen en (hij) sprak naar mij buis toch (tot) Sjadai die bij Anathoth die bij (het) land Benjamin dat aan jou rechtsregel de erfenis en aan jou (is het zo) dat (zij) heeft verlost buis aan jou en (ik) wist dat woord Jahweh hij
9.
en (ik) kocht (tot) het veld honderd HNMAL zoon oom (...) mij die bij Anathoth WASQLE als (tot) het zilver zeven munten en tien het zilver
10.
en (ik) werd geschreven bij (het) boek en één (...) hen WAOD getuigen WASQL het zilver BMAZNIM
11.
en (ik) nam (tot) boek het bezit (tot) de angst (...) hen het voorschrift en de wetten en (tot) (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd (...) mij
12.
en (met) hen (tot) het boek het bezit naar gezegende zoon Nerija zoon naar dekking-en te bestuderen (...) mij HNMAL oom (...) mij en te bestuderen (...) mij de getuigen de (hand)schrift-en bij (het) boek het bezit te bestuderen (...) mij alle de Joden de inwoners bij (het) grondgebied naar de regen
13.
en (ik) gaf opdracht (tot) gezegende aan ogen (...) hen te spreken
14.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël LQWH (tot) de boeken (de) deze (tot) boek het bezit deze en (tot) de angst (...) hen en (tot) boek (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd (...) mij deze en (jij) hebt gegeven (...) hen bij (het) gereedschap stille opdat (zij) stondden vast dagen twisten
15.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël nog (eens) (zij) kochten huizen en velden en wijngaarden bij (het) land (de) deze
16.
en (ik) bad naar Jahweh na te geven (...) mij (tot) boek het bezit naar gezegende zoon Nerija te spreken
17.
ach liggers van Jahweh hier is (met) haar (jij) hebt gedaan (tot) de hemel en (tot) het land bij (de) kracht (...) jou (de) grote en bij (de) nakomelingen (...) jou (de) uitgestrekte niet (hij) was wonderlijk (van)uit jou alle woord
18.
(hij) heeft gedaan genade aan duizenden en Mesullam vijandige vaders naar boezem zonen (...) hen na hen deze (de) grote de held Jahweh legers zijn naam
19.
grootheid de advies en meerderheid EOLILIE die ogen (...) jou PQHWT op alle wegen van bouw! mens te geven aan man zoals wegen (...) hem en verzoen! daden (...) hem
20.
die (jij) hebt geplaatst tekens en van dwazen bij (het) land Egypte tot vandaag deze en met Israël en bij (de) mens en (jij) deed aan jou daar zoals dag deze
21.
en (jij) ging uit (tot) met jou (tot) Israël van land Egypte bij (de) tekens en bij (de) wondertekenen en bij (de) hand (zij) is sterk geworden WBAZRWO uitgestrekte en bij (de) vrees grote
22.
en te geven (...) hen aan hen (tot) het land (de) deze die (jij) hebt gezworen te wensen (...) hen te geven aan hen land (jij) hebt gevloeid melk en honing
23.
en voert in! en (zij) hebben veroverd (met) haar noch (zij) hebben toegehoord bij (de) klank (...) jou en bij (de) tortelduiven (...) jou niet (zij) zijn gegaan (tot) alle die (jij) hebt opdracht gegeven (er)naar aan hen te doen niet Ezau en (jij) noemde (met) hen (tot) alle de herder (de) deze
24.
hier is EXLLWT (zij) zijn gekomen (hij) heeft opgemerkt samen te voegen (er)naar en (hij) heeft opgemerkt (zij) heeft gegeven bij (de) hand de Chaldeeën (is het zo) dat strijden op haar van aanzicht van het zwaard en de honger en het woord en die woord van (hij) is geweest en hier ben jij (hij) heeft gezien
25.
en (met) haar (jij) hebt gesproken naar mij liggers van Jahweh buis aan jou het veld bij (het) zilver en getuig! getuigen en (hij) heeft opgemerkt (zij) heeft gegeven bij (de) hand de Chaldeeën
26.
en wees woord Jahweh naar Jeremia te spreken
27.
hier is ik Jahweh mijn God alle vlees (is het zo) dat (van)uit mij (hij) was wonderlijk alle woord
28.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand de Chaldeeën en bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel en (zij) heeft gevangengenomen
29.
en (zij) zijn gekomen de Chaldeeën (is het zo) dat strijden op (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (zij) hebben aangestoken (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze (hij) is verrot en verbrandt! (er)naar en (tot) de huizen die rookt! op CCWTIEM aan echtgenoot en (zij) hebben uitgegoten uitgietingen aan God anderen opdat maak boos! (...) mij
30.
dat (zij) zijn geweest bouw! Israël en bouw! Juda maar maak! (...) hen juich! bij bestudeer! MNORTIEM dat bouw! Israël maar MKOXIM (met) mij bij Mozes handen (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
31.
dat op neuzen van en op leren zak-en van (zij) is geweest aan mij (hij) heeft opgemerkt (de) deze aan manna vandaag die bij ons haar en tot vandaag deze te verwijderen (er)naar boven aanzicht van
32.
op alle medemens van bouw! Israël en bouw! Juda die Ezau LEKOXNI deze (mv) koningen (...) hen aanvoerders (...) hen priesters (...) hen en profeten (...) hen en man Juda en inwoners van Jeruzalem
33.
en (zij) wendden zich naar mij nek noch aanzicht en onderwijs! (met) hen sta vroeg op! en onderwijs! en zij zijn (er) niet nieuwsberichten (jij) hebt genomen zedeles
34.
en (zij) plaatsten afgoden (...) hen bij (het) huis die (hij) is genoemd namen van op hem onrein te verklaren (...) hem
35.
en (zij) bouwden (tot) bij (de) dood de echtgenoot die bij (het) dal zoon hier zijn zij over te brengen (tot) zonen (...) hen en (tot) bebouwingen (...) hen aan koning die niet (ik) heb opdracht gegeven (...) hen noch (zij) is opgegaan op hart (...) mij te doen de gruwel (de) deze opdat EHÐI (tot) Juda
36.
en nu daarom zo woord Jahweh mijn God Israël naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze die (met) hen woorden (zij) heeft gegeven bij (de) hand koning Babel bij (het) zwaard en bij (de) honger en bij (het) woord
37.
hier ben ik verzamel(t) (...) hen van alle de landen die EDHTIM daar bij (de) neuzen van en bij (de) leren zak-en van en bij (de) woede grote en (ik) heb teruggegeven (...) hen naar de plaats deze en (ik) heb teruggegeven (...) hen zich te verzekeren
38.
en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God
39.
en (ik) heb gegeven aan hen hart één en weg één aan vrees mij alle de dagen aan goede aan hen en aan zonen (...) hen na hen
40.
en hak af! aan hen verbond eeuwigheid die niet (ik) blies van na hen goed te doen (...) mij hen en (tot) (ik) heb gevreesd (met) hen bij (het) hart (...) hen opdat niet verblind! ontvreemd!
41.
en (ik) heb me verblijd op hen goed te doen hen en (ik) heb geplant (...) hen bij (het) land (de) deze bij (de) waarheid in alle hart (...) mij en in alle ziel (...) mij
42.
dat zo woord Jahweh zoals (ik) heb gebracht naar het volk deze (tot) alle de herder de grootheid (de) deze zo ik breng(t) op hen (tot) alle het goeds die ik woord op hen
43.
en (wij) kochten het veld bij (het) land (de) deze die (met) hen woorden wildernis zij vanwaar? mens en vee (zij) heeft gegeven bij (de) hand de Chaldeeën
44.
velden bij (het) zilver (zij) kochten en geschreven bij (het) boek en angst (...) hen en getuig! getuigen bij (het) land Benjamin WBXBIBI Jeruzalem en roeie uit! Juda en roeie uit! de heuvel en roeie uit! het laagland en roeie uit! het Zuiden dat (ik) gaf terug (tot) rust! (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 33

1.
en wees woord Jahweh naar Jeremia ten tweede en hij hij (...) nog houd vast! bij (het) grondgebied naar de regen te spreken
2.
zo woord Jahweh (hij) heeft gedaan Jahweh schep(t) haar voor te bereiden (er)naar Jahweh zijn naam
3.
(hij) heeft genoemd naar mij WAONK en (ik) vertelde (er)naar aan jou groeiende (mv) en versterkte (mv) niet (jullie) hebben geweten
4.
dat zo woord Jahweh mijn God Israël op dochter (...) mij (hij) heeft opgemerkt (de) deze en op dochter (...) mij heers! Juda (is het zo) dat worden gesloopt naar EXLLWT en naar het zwaard
5.
komen aan het brood (tot) de Chaldeeën en vol te zijn (...) hen (tot) blijf achter! de mens die (ik) heb geslagen bij (de) neuzen van en bij (de) leren zak-en van en die (ik) heb verborgen aanzicht van om op te merken (de) deze op alle medemensen (...) hen
6.
hier ben ik hoogte aan haar (zij) heeft geduurd en genees(t) en (ik) heb genezen (...) hen en (ik) ben in verbanning gegaan aan hen (jij) hebt gebeden vrede en waarheid
7.
en (ik) heb teruggegeven (tot) rust! Juda en (tot) rust! Israël WBNTIM KBRASNE
8.
en (ik) heb gezuiverd (...) hen van alle misdaad (...) hen die (zij) hebben gezondigd aan mij en (ik) heb vergeven LKWL OWNWTIEM die (zij) hebben gezondigd aan mij en die (zij) hebben misdreven bij mij
9.
en (zij) is geweest aan mij aan naam (zij) hebben zich verblijd (...) hen aan lof(lied) en aan glans aan alle volk (...) mij het land die (zij) hoorden toe (tot) alle het goeds die ik (hij) heeft gedaan hen en (zij) zijn bang geweest en (zij) zijn boos geweest op alle het goeds en op alle de vrede die ik (hij) heeft gedaan aan haar
10.
zo woord Jahweh nog (eens) (hij) hoorde toe bij (de) plaats deze die (met) hen woorden zwaard hij vanwaar? mens en vanwaar? vee roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem de zielen vanwaar? mens en vanwaar? bewoner en vanwaar? vee
11.
klank (zij) hebben zich verblijd (...) hen en klank vreugde klank bruidegom en klank schoondochter klank woorden (zij) hebben bedankt (tot) Jahweh legers dat goede Jahweh dat aan eeuwigheid genade (...) hem MBAIM dank huis Jahweh dat (ik) gaf terug (tot) rust! het land KBRASNE woord Jahweh
12.
zo woord Jahweh legers nog (eens) (hij) was bij (de) plaats deze het zwaard vanwaar? mens en tot vee en in alle steden (...) hem woonplaats kwaden MRBßIM kleinvee
13.
roeie uit! de heuvel roeie uit! het laagland en roeie uit! het Zuiden en bij (het) land Benjamin WBXBIBI Jeruzalem en roeie uit! Juda tot (jullie) troken door het kleinvee op handen van bedrieg(t) woord Jahweh
14.
hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gevestigd (tot) het woord (de) goede die woord (...) mij naar huis Israël en op huis Juda
15.
bij (de) dagen die en bij (de) tijd die (ik) liet groeien aan oom (hij) is gegroeid weldadigheid en (hij) heeft gedaan rechtsregel en weldadigheid bij (het) land
16.
bij (de) dagen die TWSO Juda en Jeruzalem (jij) woonde zich te verzekeren en dit die (hij) noemde aan haar Jahweh (wij) hebben gelijk gehad
17.
dat zo woord Jahweh niet (hij) hakte af aan oom man inwoner op stoel huis Israël
18.
en aan priesters de Levieten niet (hij) hakte af man weg van aanzicht van hoogte ga(a)(t) op en laat roken geschenk en (hij) heeft gedaan slachting alle de dagen
19.
en wees woord Jahweh naar Jeremia LAMWR
20.
zo woord Jahweh als (jullie) waren vruchtbaar (tot) verbonden van vandaag en (tot) verbonden van de nacht en opdat niet te zijn dag (...) hen en nacht bij (de) tijd (...) hen
21.
ook verbonden van (zij) was vruchtbaar (tot) oom werk! om te zijn als zoon koning op stoel (...) hem en (tot) de Levieten de priesters dien(t) (...) mij
22.
die niet (hij) vertelde leger de hemel noch (hij) mat af zand de zee zo sprinkhaan (tot) nakomelingen oom werk! en (tot) de Levieten dien(t) (...) mij (met) mij
23.
en wees woord Jahweh naar Jeremia te spreken
24.
immers (jij) hebt gezien wat? het volk deze spreekt! te spreken schering de families die (hij) heeft gekozen Jahweh bij hen en (hij) verafschuwde (...) hen en (tot) met mij (zij) smaadden (...) hen om te zijn nog (eens) volk voor hen
25.
zo woord Jahweh als niet verbonden van dag (...) hen en nacht grondwetten hemel en land niet (ik) heb geplaatst
26.
ook nakomelingen (hij) volgde en oom werk! (ik) verafschuwde MQHT om te zaaien (...) hem voltooie(t) naar nakomelingen Abraham (hij) wreef fijn en Jakob dat (ik) blies (tot) rust! (...) hen en (ik) heb medelijden gehad (...) hen

Hoofdstuk 34

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh en Nebukadrezar koning Babel en alle macht (...) hem en alle van koninkrijk land regering van (hij) bedankte en alle de volkeren strijden op Jeruzalem en op alle naar steden te spreken
2.
zo woord Jahweh mijn God Israël beweging en (jij) hebt gesproken naar Zedekia koning Juda en (jij) hebt gesproken naar hem zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand koning Babel en (zij) heeft verbrand (hij) is verrot
3.
en (met) haar niet (jij) redde van hand (...) hem dat (zij) verbreidde zich TTPS en bij (de) hand (...) hem (zij) zal gegeven worden en ogen (...) jou (tot) bestudeer! koning Babel (jullie) lieten zien en mond van hem (tot) monden (...) jou (hij) sprak en Babel (jij) kwam
4.
maar nieuws woord Jahweh Zedekia koning Juda zo woord Jahweh op jou niet (jij) stierf bij (het) zwaard
5.
bij (de) vrede (jij) stierf WKMSRPWT vaders-en (...) jou de koningen de eersten die (zij) zijn geweest voor jou zo (zij) verbrandden aan jou en ben! heer (zij) beweenden aan jou dat woord ik woord (...) mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
6.
en (hij) sprak Jeremia de profeet naar Zedekia koning Juda (tot) alle de woorden (de) deze bij Jeruzalem
7.
en macht koning Babel strijden op Jeruzalem en op alle steden van Juda (is het zo) dat blijven over naar Lachis en naar Azeka dat hier is (zij) zijn gebleven roeie uit! Juda steden van versterkte
8.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh na (hij) heeft afgehakt kroon! Zedekia verbond (tot) alle het volk die bij Jeruzalem te noemen aan hen vrijheid
9.
weg te zenden man (tot) (zij) hebben gewerkt en man (tot) dat (zij) zijn minder geworden de Hebreeër en naar de Hebreeër vrije (mv) opdat niet slaaf in hen bij (de) Joden van (ik) leefde (...) hem man
10.
en (zij) hoorden toe alle (is het zo) dat zingen en alle het volk die (zij) zijn gekomen bij (het) verbond weg te zenden man (tot) (zij) hebben gewerkt en man (tot) dat (zij) zijn minder geworden vrije (mv) opdat niet slaaf in hen nog (eens) en (zij) hoorden toe en (zij) zondden weg
11.
en (zij) keerden terug na zo en (zij) hebben gewoond (tot) de slaven en (tot) de slavinnen die zendt weg! vrije (mv) WIKBISWM aan slaven en aan slavinnen
12.
en wees woord Jahweh naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
13.
zo woord Jahweh mijn God Israël ik hak af! verbond (tot) vaders-en (...) jullie bij (de) dag (hij) is tevoorschijn gehaald (...) mij hen van land Egypte van huis slaven te spreken
14.
van eind zeven twee (jullie) zondden weg man (tot) broers (...) hem de Hebreeër die (hij) verkocht aan jou en slaaf (...) jou zes twee en (jij) hebt gezonden (...) hem vrije van volk (...) jou noch (zij) hebben toegehoord vaders-en (...) jullie naar mij noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen
15.
en (jullie) woonden (met) hen vandaag en (jullie) maakten (tot) rechtuit bij bestudeer! te noemen vrijheid man aan zijn vriend en (jullie) hakten af verbond voor bij (het) huis die (hij) is genoemd namen van op hem
16.
en (jullie) woonden en (jullie) ontheiligden (tot) namen van en (jullie) woonden man (tot) (zij) hebben gewerkt en man (tot) dat (zij) zijn minder geworden die (jullie) hebben gezonden vrije (mv) aan ziel (...) hen en (jullie) onderdrukten (met) hen te zijn aan jullie aan slaven en aan slavinnen
17.
daarom zo woord Jahweh (met) hen niet (jullie) hebben toegehoord naar mij te noemen vrijheid man aan broers (...) hem en man aan zijn vriend hier ben ik (hij) heeft genoemd aan jullie vrijheid (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh naar het zwaard naar het woord en naar de honger en (ik) heb gegeven (met) jullie LZWOE aan alle van koninkrijk het land
18.
en (ik) heb gegeven (tot) de mensen (is het zo) dat voorbijgaan (tot) BRTI die niet (zij) hebben gevestigd (tot) spreek! het verbond die (zij) hebben afgehakt voor het stierkalf die (zij) hebben afgehakt aan twee en (zij) gingen voorbij tussen bij (de) tortelduiven (...) hem
19.
Sarai Juda en Sarai Jeruzalem EXRXIM en de priesters en alle met het land (is het zo) dat voorbijgaan tussen bij (de) tortelduiven van het stierkalf
20.
en (ik) heb gegeven hen bij (de) hand vijanden (...) hen en bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hen en (zij) is geweest (jullie) zijn verwelkt aan voedsel te vliegen de hemel en aan vee van het land
21.
en (tot) Zedekia koning Juda en (tot) aanvoerders (...) hem (met) hen bij (de) hand vijanden (...) hen en bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hen en bij (de) hand macht koning Babel de hoogtes ontvreemd! (...) jullie
22.
hier ben ik voorschrift (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb teruggegeven (...) hen naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (zij) hebben gestreden op haar en voegt samen! (er)naar en (zij) heeft verbrand (hij) is verrot en (tot) steden van Juda (met) hen wildernis vanwaar? inwoner

Hoofdstuk 35

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh bij (de) dagen van Jojakim zoon Josia koning Juda te spreken
2.
gang naar huis de Rechabieten en woord van hen WEBAWTM huis Jahweh naar één de kantoren en (jij) hebt te drinken gegeven hen wijn
3.
en (ik) nam (tot) IAZNIE zoon Jeremia zoon HBßNIE en (tot) broers (...) hem en (tot) alle zonen (...) hem en (tot) alle huis de Rechabieten
4.
en (ik) profeteerde (met) hen huis Jahweh naar kantoor van bouw! (hij) heeft gratie verleend zoon ICDLIEW man naar God die naast kantoor van (is het zo) dat zingen die boven aan kantoor van MOSIEW zoon gehele bewaar! (is het zo) dat voeg toe!
5.
en (met) hen voor bouw! huis de Rechabieten heuvels ben vol! (...) hen wijn en bekleding en woord naar hen (zij) hebben gelegd wijn
6.
en (zij) spraken niet (wij) dronken wijn dat IWNDB zoon wagen (wij) hebben gewenst geef opdracht! op ons te spreken niet (jullie) dronken wijn (met) hen en zonen (...) jullie tot eeuwigheid
7.
en huis niet (jullie) bouwden en nakomelingen niet (jullie) zaaiden en wijngaard niet (jullie) plantten noch (hij) was aan jullie dat bij (de) tenten (jullie) woonden alle dagen (...) jullie opdat (jullie) leefden dagen twisten op aanzicht van de aarde die (met) hen wonen daar
8.
en (wij) hoorden toe bij (de) klank Jonadab zoon wagen (wij) hebben gewenst aan alle die opdracht (...) ons opdat niet leggen wijn alle dagen (...) ons wij vrouwen (...) ons (wij) hebben gebouwd en dochters (...) ons
9.
en opdat niet dochters huizen te wonen (...) ons en wijngaard en veld en nakomelingen niet (hij) was aan ons
10.
en (wij) woonden bij (de) tenten en (wij) hoorden toe en (wij) maakten zoals alle die opdracht (...) ons IWNDB (wij) hebben gewenst
11.
en wees bij (de) beklimmingen Nebukadrezar koning Babel naar het land en (wij) spraken (zij) zijn gekomen en (wij) kwamen Jeruzalem van aanzicht van macht de Chaldeeën en van aanzicht van macht Syrië en (wij) woonden bij Jeruzalem
12.
en wees woord Jahweh naar Jeremia te spreken
13.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël beweging en (jij) hebt gesproken aan man Juda en aan bewoners van Jeruzalem immers (jullie) namen zedeles aan nieuws naar spreek! (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
14.
EWQM (tot) spreek! Jonadab zoon wagen die geef opdracht! (tot) zonen (...) hem opdat niet leggen wijn noch (zij) hebben gelegd tot vandaag deze dat (zij) hebben toegehoord (tot) voorschrift van vaders (...) hen en ik woord (...) mij naar jullie sta vroeg op! en woord noch (jullie) hebben toegehoord naar mij
15.
en (ik) zond weg naar jullie (tot) alle werk! de profeten sta vroeg op! en wapen te spreken woont! toch man van weg (...) hem de herder en (zij) hebben goed gedaan daden (...) jullie en naar (jullie) gingen na God anderen te bewerken (...) hen en woont! naar de aarde die (ik) heb gegeven aan jullie en aan vaders (...) jullie noch (jullie) zijn omgebogen (tot) oor (...) jullie noch (jullie) hebben toegehoord naar mij
16.
dat (zij) hebben gevestigd bouw! Jonadab zoon wagen (tot) voorschrift van vaders (...) hen die opdracht (...) hen en het volk deze niet (zij) hebben toegehoord naar mij
17.
daarom zo woord Jahweh mijn God legers mijn God Israël hier ben ik breng(t) naar Juda en naar alle bewoners van Jeruzalem (tot) alle de herder die woord (...) mij op hen wegens woord (...) mij naar hen noch (zij) hebben toegehoord en (ik) werd genoemd aan hen noch nederige
18.
en aan huis de Rechabieten woord Jeremia zo woord Jahweh legers mijn God Israël wegens die (jullie) hebben toegehoord op voorschrift van Jonadab vader (...) jullie en (jullie) bewaarden (tot) alle voorschriften (...) hem en (jullie) maakten zoals alle die geef opdracht! (met) jullie
19.
daarom zo woord Jahweh legers mijn God Israël niet (hij) hakte af man LIWNDB zoon wagen sta vast! voor alle de dagen

Hoofdstuk 36

1.
en wees in het jaar het vierde aan Jojakim zoon Josia koning Juda (hij) is geweest het woord deze naar Jeremia honderd Jahweh te spreken
2.
neem! aan jou perkament van boek en (jij) hebt geschreven vetstaart (tot) alle de woorden die woord (...) mij naar jou op Israël en op Juda en op alle de volken van dag woord (...) mij naar jou wateren van Josia en tot vandaag deze
3.
misschien (zij) hoorden toe huis Juda (tot) alle de herder die ik bereken! te doen aan hen opdat (zij) keerden terug man van weg (...) hem de herder en (ik) heb vergeven aan misdaad (...) hen en aan zondoffer (...) hen
4.
en (hij) noemde Jeremia (tot) gezegende zoon Nerija en (hij) schreef gezegende van mond van Jeremia (tot) alle spreek! Jahweh die woord naar hem op perkament van boek
5.
en (hij) gaf opdracht Jeremia (tot) gezegende te spreken ik houd vast! niet eet te komen huis Jahweh
6.
en (jij) bent gekomen (met) haar en (jij) hebt genoemd bij (de) perkament die (jij) hebt geschreven van mond van (tot) spreek! Jahweh bij (de) oren van het volk huis Jahweh bij (de) dag opdracht (...) hen en ook bij (de) oren van alle Juda die gekomen van steden (...) hen (jij) noemde (...) hen
7.
misschien zoutloze smeekbeden (...) hen voor Jahweh en (zij) hebben gewoond man van weg (...) hem de herder dat grote de neus en de woede die woord Jahweh naar het volk deze
8.
en (hij) heeft gemaakt gezegende zoon Nerija zoals alle die geeft opdracht! Jeremia de profeet te noemen bij (het) boek spreek! Jahweh huis Jahweh
9.
en wees in het jaar EHMSIT aan Jojakim zoon Josia koning Juda bij (de) maand (is het zo) dat (jij) schreeuwde om hulp (...) mij (zij) hebben genoemd opdracht (...) hen voor Jahweh alle het volk bij Jeruzalem en alle het volk die gekomen leg(t) bloot (...) mij Juda bij Jeruzalem
10.
en (hij) noemde gezegende bij (het) boek (tot) spreek! Jeremia huis Jahweh bij (de) kantoor van CMRIEW zoon klipdas het boek bij (het) grondgebied (de) hoogste opening poort huis Jahweh de maand bij (de) oren van alle het volk
11.
en (hij) hoorde toe MKIEW zoon CMRIEW zoon klipdas (tot) alle spreek! Jahweh boven het boek
12.
en (hij) is gedaald huis kroon! op kantoor van het boek en hier is daar alle (is het zo) dat zingen wonen Elisama het boek WDLIEW zoon Semaja WALNTN zoon Achbor WCMRIEW zoon klipdas en Zedekia zoon HNNIEW en alle (is het zo) dat zingen
13.
en (hij) werd verteld aan hen MKIEW (tot) alle de woorden die nieuws bij (hij) heeft genoemd gezegende bij (het) boek bij (de) oren van het volk
14.
en (zij) zondden weg alle (is het zo) dat zingen naar gezegende (tot) Joden van zoon NTNIEW zoon SLMIEW zoon afrikaan te spreken de perkament die (jij) hebt genoemd bij haar bij (de) oren van het volk neem! (...) haar bij (de) hand (...) jou en aan jou en (hij) nam gezegende zoon NRIEW (tot) de perkament bij (hij) bedankte en (hij) kwam naar hen
15.
en (zij) spraken naar hem woon! toch en noemt! bij (de) oren (...) ons en (hij) noemde gezegende bij (de) oren (...) hen
16.
en wees zoals nieuws (...) hen (tot) alle de woorden (zij) zijn bang geweest man naar zijn vriend en (zij) spraken naar gezegende (hij) heeft verteld leider aan koning (tot) alle de woorden (de) deze
17.
en (tot) gezegende (zij) hebben gevraagd te spreken vertel! toch aan ons waar ben jij? (jij) hebt geschreven (tot) alle de woorden (de) deze van monden (...) hem
18.
en (hij) sprak aan hen gezegende van monden (...) hem (hij) noemde naar mij (tot) alle de woorden (de) deze en ik (hand)schrift op het boek takken (...) hem
19.
en (zij) spraken (is het zo) dat zingen naar gezegende aan jou verberg! (met) haar en Jeremia en man naar (hij) heeft geweten (ik) was mooi (met) hen
20.
en voert in! naar kroon! naar grondgebied en (tot) de perkament (is het zo) dat beveelt! bij (de) kantoor van Elisama het boek en (zij) vertelden bij (de) oren van kroon! (tot) alle de woorden
21.
en (hij) zond weg kroon! (tot) Joden van (jij) hebt genomen (tot) de perkament en (hij) nam (er)naar van kantoor van Elisama het boek en (hij) noemde (er)naar Joden van bij (de) oren van kroon! en bij (de) oren van alle (is het zo) dat zingen de staanders boven kroon!
22.
en kroon! bewoner huis (is het zo) dat beledig! bij (de) maand (de) negende en (tot) de broer voor hem roeie(t) uit
23.
en wees KQRWA Joden van drie deuren en vier (hij) scheurde (er)naar bij (zij) legde bloot het boek en werp af! naar het vuur die naar de broer tot onschuldige alle de perkament op het vuur die op de broer
24.
noch (zij) zijn bang geweest noch (zij) hebben gescheurd (tot) kledingstukken (...) hen kroon! en alle slaven (...) hem de nieuwsberichten (tot) alle de woorden (de) deze
25.
en ook ALNTN WDLIEW WCMRIEW (is het zo) dat (zij) hebben getroffen bij (de) koning opdat niet engel (tot) de perkament noch nieuws naar hen
26.
en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) Jerahmeël zoon kroon! en (tot) SRIEW zoon OZRIAL en (tot) SLMIEW zoon OBDAL (jij) hebt genomen (tot) gezegende het boek en (tot) Jeremia de profeet en (hij) weerlegde (...) hen Jahweh
27.
en wees woord Jahweh naar Jeremia na engel kroon! (tot) de perkament en (tot) de woorden die (hand)schrift gezegende van mond van Jeremia te spreken
28.
terugkeren neem! aan jou perkament andere en (hand)schrift op haar (tot) alle de woorden de eersten die (zij) zijn geweest op de perkament (is het zo) dat in de eerste plaats die engel Jojakim koning Juda
29.
en op Jojakim koning Juda (jij) sprak zo woord Jahweh (met) haar (jij) hebt verbrand (tot) de perkament (de) deze te spreken waarom? (jij) hebt geschreven op haar te spreken (hij) is gekomen invoer koning Babel en (hij) heeft kapot gemaakt (tot) het land (de) deze en (hij) heeft stopgezet (van)uit haar mens en vee
30.
daarom zo woord Jahweh op Jojakim koning Juda niet (hij) was als bewoner op stoel oom en kadaver (...) hem (jij) was ga(a)(t) neer aan zwaard bij (de) dag en aan ijs bij (de) nacht
31.
en (ik) heb bekeken op hem en op (zij) hebben gezaaid en op slaven (...) hem (tot) misdaad (...) hen en (ik) heb gebracht op hen en op inwoners van Jeruzalem en naar man Juda (tot) alle de herder die woord (...) mij naar hen noch (zij) hebben toegehoord
32.
en Jeremia lering perkament andere en (hij) gaf naar gezegende zoon NRIEW het boek en (hij) schreef op haar van mond van Jeremia (tot) alle spreek! het boek die engel Jojakim koning Juda (hij) is verrot en nog (eens) (wij) lieten toevoegen op hen woorden twisten zoals deze (mv)

Hoofdstuk 37

1.
en (hij) heerste koning Zedekia zoon Josia in de plaats van KNIEW zoon Jojakim die (hij) heeft gekroond Nebukadrezar koning Babel bij (het) land Juda
2.
noch nieuws hij en slaven (...) hem en met het land naar spreek! Jahweh die woord bij (de) hand Jeremia de profeet
3.
en (hij) zond weg kroon! Zedekia (tot) IEWKL zoon betaal! (er)naar en (tot) ßPNIEW zoon naar daden de priester naar Jeremia de profeet te spreken (hij) heeft gebeden toch bij (de) getuige (...) ons naar Jahweh onze God
4.
en Jeremia (hij) is gekomen en uitgaande binnen het volk noch (zij) hebben gegeven (met) hem huis EKLIA
5.
en macht farao uitgaande van Egypte en (zij) hoorden toe de Chaldeeën (de) smalle (mv) op Jeruzalem (tot) nieuws (...) hen en (zij) verhieven boven Jeruzalem
6.
en wees woord Jahweh naar Jeremia de profeet te spreken
7.
zo woord Jahweh mijn God Israël zo (jullie) spraken naar koning Juda de wapen (met) jullie naar mij LDRSNI hier is macht farao de uitgaande aan jullie aan hulp woon! aan land (...) hem Egypte
8.
en woont! de Chaldeeën en (zij) hebben gestreden op (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (zij) heeft gevangengenomen en (zij) heeft verbrand (hij) is verrot
9.
zo woord Jahweh naar (jullie) droegen zielen (...) jullie te spreken beweging (zij) gingen ontvreemd! (...) ons de Chaldeeën dat niet (zij) gingen
10.
dat als (jullie) hebben geslagen alle macht Chaldeeën (is het zo) dat strijden (met) jullie en (zij) zijn gebleven in hen mensen MDQRIM man bij (de) tent (...) hem (zij) stondden op en verbrandt! (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze (hij) is verrot
11.
en (hij) is geweest bij (de) dat wat opgaat-en macht de Chaldeeën boven Jeruzalem van aanzicht van macht farao
12.
en uitgaande Jeremia van Jeruzalem te gaan land Benjamin te verdelen van daar binnen het volk
13.
en wees hij bij (de) poort Benjamin en naam [van] echtgenoot (jij) hebt bekeken en zijn naam IRAIIE zoon betaal! (er)naar zoon Hananja WITPS (tot) Jeremia de profeet te spreken naar de Chaldeeën (met) haar ga neer!
14.
en (hij) sprak Jeremia leugen ik ben (er) niet ga neer! op de Chaldeeën noch nieuws naar hem WITPS IRAIIE bij Jeremia en voert in! (...) hem naar (is het zo) dat zingen
15.
en (zij) maakten zich kwaad (is het zo) dat zingen op Jeremia en (zij) hebben geslagen (met) hem en (zij) hebben gegeven hem huis het verbod huis Jonathan het boek dat (met) hem Ezau aan huis de gevangenis
16.
dat (hij) is gekomen Jeremia naar huis de put en naar EHNIWT en inwoner daar Jeremia dagen twisten
17.
en (hij) zond weg kroon! Zedekia en (zij) namen (...) hem WISALEW kroon! bij (het) huis (...) hem bij (het) geheim en (hij) sprak is er? woord honderd Jahweh en (hij) sprak Jeremia er is en (hij) sprak bij (de) hand koning Babel (zij) zal gegeven worden
18.
en (hij) sprak Jeremia naar kroon! Zedekia wat? (ik) heb gezondigd aan jou en aan slaven (...) jou en aan volk deze dat (jij) hebt gegeven (...) hen mij naar huis de gevangenis
19.
en waar is hij? profeten (...) jullie die (zij) hebben geprofeteerd aan jullie te spreken niet (hij) kwam koning Babel op jullie en op het land (de) deze
20.
en nu nieuws toch liggers van kroon! zoutloze toch smeekbede (...) mij voor jou en naar (jij) woonde (...) mij huis Jonathan het boek noch (ik) stierf daar
21.
en (hij) gaf opdracht kroon! Zedekia en (zij) bevalen (tot) Jeremia bij (het) grondgebied naar de regen en (hij) heeft gegeven als plein brood aan dag buiten de neuzen tot onschuldige alle het brood vanuit (hij) heeft opgemerkt en inwoner Jeremia bij (het) grondgebied naar de regen

Hoofdstuk 38

1.
en (hij) hoorde toe berecht! (er)naar zoon lenden en Gedalja zoon Pashur en (hij) zal kunnen zoon SLMIEW en Pashur zoon Malchia (tot) de woorden die Jeremia woestijn naar alle het volk te spreken
2.
zo woord Jahweh de inwoner bij (de) stad (de) deze (hij) stierf bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord en de uitgaande naar de Chaldeeën (hij) leefde en (zij) is geweest als ziel (...) hem te ontnemen en levende
3.
zo woord Jahweh (is het zo) dat (hij) heeft gegeven (zij) zal gegeven worden (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand macht koning Babel en (zij) heeft gevangengenomen
4.
en (zij) spraken (is het zo) dat zingen naar kroon! (hij) zal worden laten sterven toch (tot) de man deze dat op zo hij genees(t) (tot) handen van mens (...) mij de strijd (is het zo) dat blijven bij (de) stad (de) deze en (tot) handen van alle het volk te spreken naar hen zoals woorden (de) deze dat de man deze hij is (er) niet advies volledig te zijn aan volk deze dat als aan herder
5.
en (hij) sprak kroon! Zedekia hier is hij bij (de) hand (...) jullie dat (er is) niet kroon! (hij) zal kunnen (met) jullie woord
6.
en (zij) namen (tot) Jeremia en (zij) gingen neer (met) hem naar de put MLKIEW zoon kroon! die bij (het) grondgebied naar de regen en (zij) zondden weg (tot) Jeremia bij (de) koorden en bij (de) put (er is) niet water dat als ÐIÐ WIÐBO Jeremia BÐIÐ
7.
en (hij) hoorde toe slaaf koning de afrikaan man hoveling en hij bij (het) huis kroon! dat (zij) hebben gegeven (tot) Jeremia naar de put en kroon! bewoner bij (de) poort Benjamin
8.
en uitgaande slaaf koning van huis kroon! en (hij) sprak naar kroon! te spreken
9.
liggers van kroon! (is het zo) dat (zij) hebben achtervolgd de mensen (de) deze (tot) alle die Ezau aan Jeremia de profeet (tot) die (zij) hebben afgeworpen naar de put en (hij) stierf in de plaats van hem van aanzicht van de honger dat (er is) niet het brood nog (eens) bij (de) stad
10.
en (hij) gaf opdracht kroon! (tot) slaaf koning de afrikaan te spreken neem! bij (de) hand (...) jou hiervandaan dertig mensen en de opgang van (tot) Jeremia de profeet vanuit de put voordat (hij) stierf
11.
en (hij) nam slaaf koning (tot) de mensen bij (hij) bedankte en (hij) kwam huis kroon! naar in de plaats van de schat en (hij) nam van daar bij Levi EXHBWT en met Levi zeemannen en (hij) zond weg (...) hen naar Jeremia naar de put bij (de) koorden
12.
en (hij) sprak slaaf koning de afrikaan naar Jeremia plaats! toch BLWAI EXHBWT en de zeemannen in de plaats van AßLWT handen (...) jou onder vandaan aan koorden en (hij) heeft gemaakt Jeremia zo
13.
en (zij) troken (tot) Jeremia bij (de) koorden en (zij) verhieven (met) hem vanuit de put en inwoner Jeremia bij (het) grondgebied naar de regen
14.
en (hij) zond weg kroon! Zedekia en (hij) nam (tot) Jeremia de profeet naar hem naar om te komen (de) derde die bij (het) huis Jahweh en (hij) sprak kroon! naar Jeremia (hij) heeft gevraagd ik (met) jou woord naar (jij) verborg (van)uit mij woord
15.
en (hij) sprak Jeremia naar Zedekia dat (ik) vertelde aan jou immers dood! (jullie) hebben je verbaasd (...) mij en dat (ik) adviseerde (...) jou niet (jij) hoorde toe naar mij
16.
en (hij) was verzadigd kroon! Zedekia naar Jeremia bij (het) geheim te spreken levende Jahweh (tot) die (hij) heeft gedaan aan ons (tot) de ziel (de) deze als (ik) doodde (...) jou en als (ik) zal geven (...) jou bij (de) hand de mensen (de) deze die zoeken (tot) ziel (...) jou
17.
en (hij) sprak Jeremia naar Zedekia zo woord Jahweh mijn God legers mijn God Israël als uitgaande (jij) ging uit naar Sarai koning Babel en (zij) heeft geleefd ziel (...) jou en (hij) heeft opgemerkt (de) deze niet (jij) verbrandde (hij) is verrot en (zij) heeft geleefd (met) haar en huis (...) jou
18.
en als niet (jij) ging uit naar Sarai koning Babel en (zij) heeft gegeven (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand de Chaldeeën en verbrandt! (er)naar (hij) is verrot en (met) haar niet (jij) redde van hand (...) hen
19.
en (hij) sprak kroon! Zedekia naar Jeremia ik DAC (tot) de Joden die ga(a)t neer! naar de Chaldeeën opdat niet (zij) gaven (met) mij bij (hij) leek WETOLLW bij mij
20.
en (hij) sprak Jeremia niet (zij) gaven nieuws toch bij (de) klank Jahweh te bevestigen ik woord naar jou en (hij) was goed aan jou en (zij) leefde ziel (...) jou
21.
en als (hij) heeft geweigerd (met) haar uit te gaan dit het woord die (hij) heeft laten zien (...) mij Jahweh
22.
en hier is alle (is het zo) dat worden verlaten die (zij) zijn gebleven bij (het) huis koning Juda worden tevoorschijn gehaald naar Sarai koning Babel en hier is (jij) hebt gesproken EXITWK en (zij) hebben gekund aan jou mens (...) mij betaal! (...) jou EÐBOW BBß voet (...) jou NXCW achterzijde
23.
en (tot) alle vrouwen (...) jou en (tot) zonen (...) jou worden tevoorschijn gehaald naar de Chaldeeën en (met) haar niet (jij) redde van hand (...) hen dat bij (de) hand koning Babel TTPS en (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze (jij) verbrandde (hij) is verrot
24.
en (hij) sprak Zedekia naar Jeremia man naar (hij) heeft geweten bij (de) woorden (de) deze noch (jij) stierf
25.
en dat (zij) hoorden toe (is het zo) dat zingen dat woord (...) mij (met) jou en (zij) zijn gekomen naar jou en (zij) hebben gesproken naar jou (zij) heeft verteld toch aan ons wat? woord van naar kroon! naar (jij) verborg (van)uit hem noch (wij) doodden (...) jou en wat? woord naar jou kroon!
26.
en (jij) hebt gesproken naar hen laat vallen ik smeekbede (...) mij voor kroon! opdat niet (hij) heeft teruggegeven (...) mij huis Jonathan te sterven daar
27.
en voert in! alle (is het zo) dat zingen naar Jeremia en (hij) vroeg (...) hem (met) hem en (hij) werd verteld aan hen zoals alle de woorden (de) deze die geef opdracht! kroon! en (zij) ploegden (van)uit hem dat niet (wij) hoorden toe het woord
28.
en inwoner Jeremia bij (het) grondgebied naar de regen tot dag die (wij) voegden samen (er)naar Jeruzalem en (hij) is geweest zoals (wij) voegden samen (er)naar Jeruzalem

Hoofdstuk 39

1.
in het jaar ETSOIT aan Zedekia koning Juda bij (de) maand (is het zo) dat neem een tiende! (hij) is gekomen Nebukadrezar koning Babel en alle macht (...) hem naar Jeruzalem en fabriceert! op haar
2.
bij (de) opvolging van tien jaar aan Zedekia bij (de) maand (de) vierde bij negen aan maand EBQOE (hij) heeft opgemerkt
3.
en voert in! alle Sarai koning Babel en (zij) hebben gewoond bij (de) poort het midden NRCL SRAßR XMCR Nebo aanvoerder XKIM meerderheid hoveling NRCL SRAßR meerderheid MC en alle rest Sarai koning Babel
4.
en wees zoals (hij) heeft gezien (...) hen Zedekia koning Juda en alle mens (...) mij de strijd en (zij) vluchtten en voert uit! nacht vanuit (hij) heeft opgemerkt weg tuin kroon! bij (de) poort tussen de leren zak-en en uitgaande weg de wildernis
5.
en (zij) achtervolgdenen macht Chaldeeën na hen WISCW (tot) Zedekia bij (de) aangename (mv) maan (...) hem en (zij) namen hem en (hij) verhief (...) hem naar Nebukadrezar koning Babel RBLTE bij (het) land leren zak en (hij) sprak (met) hem rechtsregels
6.
en (hij) slachtte koning Babel (tot) bouw! Zedekia BRBLE aan ogen (...) hem en (tot) alle ontbrand! Juda (hij) heeft geslacht koning Babel
7.
en (tot) bestudeer! Zedekia huid en (zij) namen gevangen (...) hem bij (de) koper-en leeuw (met) hem naar Babel
8.
en (tot) huis kroon! en (tot) huis het volk verbrandt! de Chaldeeën (hij) is verrot en (tot) schoonmoeder Jeruzalem (zij) hebben gesloopt
9.
en (tot) rest het volk (is het zo) dat blijven bij (de) stad en (tot) (is het zo) dat ga neer! (...) hen die ga(a)t neer! op hem en (tot) rest het volk (is het zo) dat blijven de bol Nebuzaradan meerderheid slagers Babel
10.
en vanuit het volk de armen die (er is) niet aan hen iets (hij) heeft achtergelaten Nebuzaradan meerderheid slagers bij (het) land Juda en (hij) gaf aan hen als zijn hoog WICBIM bij (de) dag dat
11.
en (hij) gaf opdracht Nebukadrezar koning Babel op Jeremia bij (de) hand Nebuzaradan meerderheid slagers te spreken
12.
neem! (...) ons en ogen (...) jou plaats! op hem en naar (jij) maakte als iets kwaad dat als zoals (hij) sprak naar jou zo (hij) heeft gedaan met hem
13.
en (hij) zond weg Nebuzaradan meerderheid slagers WNBWSZBN meerderheid hoveling WNRCL SRAßR meerderheid MC en alle ben veel! koning Babel
14.
en (zij) zondden weg en (zij) namen (tot) Jeremia van grondgebied naar de regen en (zij) gaven (met) hem naar Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas LEWßAEW naar het huis en inwoner binnen het volk
15.
en naar Jeremia (hij) is geweest woord Jahweh bij te zijn (...) hem houd vast! bij (het) grondgebied naar de regen te spreken
16.
gang en (jij) hebt gesproken te bewerken koning de afrikaan te spreken zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik MBI (tot) spreek! naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze aan herder noch aan goeds en (zij) zijn geweest voor jou bij (de) dag dat
17.
en (ik) heb gered (...) jou bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh noch (zij) zal gegeven worden bij (de) hand de mensen die (met) haar (hij) woonde van aanzichten (...) hen
18.
dat red! (ik) redde (...) jou en bij (het) zwaard niet zoutloze en (zij) is geweest aan jou ziel (...) jou te ontnemen dat (jij) hebt je verzekerd bij mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 40

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia honderd Jahweh andere wapen (met) hem Nebuzaradan meerderheid slagers vanuit de wormen BQHTW (met) hem en hij verbod BAZQIM binnen alle ballingschap Jeruzalem en Juda EMCLIM naar Babel
2.
en (hij) nam meerderheid slagers aan Jeremia en (hij) sprak naar hem Jahweh jouw God woord (tot) de herder (de) deze naar de plaats deze
3.
en (hij) kwam en (hij) heeft gemaakt Jahweh zoals woord dat (jullie) hebben gezondigd aan Jahweh noch (jullie) hebben toegehoord bij (de) klank (...) hem en (hij) is geweest aan jullie woord deze
4.
en nu hier is (ik) heb geopend (...) jou vandaag vanuit EAZQIM die op hand (...) jou als goede bij (de) ogen (...) jou te komen (met) mij Babel (hij) is gekomen en (ik) plaatste (tot) bestudeer! op jou en als kwaad bij (de) ogen (...) jou te komen (met) mij Babel (hij) heeft opgehouden (hij) heeft gezien alle het land voor jou naar goede en naar rechtuit bij (de) ogen (...) jou te gaan daarnaar (-s) aan jou
5.
en hij (...) nog niet (hij) blies en (zij) is teruggekeerd naar Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas die (hij) heeft neergelegd koning Babel roeie uit! Juda en woon! (met) hem binnen het volk of naar alle rechtuit bij (de) ogen (...) jou te gaan aan jou en (hij) gaf als meerderheid slagers (zij) heeft gastvrijheid verleend en om te dragen en (zij) zondden weg (...) hem
6.
en (hij) kwam Jeremia naar Gedalja zoon Ahikam de uitkijkpunt (...) haar en inwoner (met) hem binnen het volk (is het zo) dat blijven bij (het) land
7.
en (zij) hoorden toe alle Sarai de machten die bij (het) veld deze (mv) en mensen (...) hen dat (hij) heeft neergelegd koning Babel (tot) Gedalja zoon Ahikam bij (het) land en dat (hij) heeft neergelegd (met) hem mensen en worden verlaten en kleine kinderen en van deur het land bevestig(t) niet (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd naar Babel
8.
en voert in! naar Gedalja de uitkijkpunt (...) haar en Ismaël zoon NTNIEW en Johanan en Jonathan bouw! ijs en Seraja zoon TNHMT en bouw! vlieg! ENÐPTI WIZNIEW zoon (is het zo) dat (ik) heb samengedrukt deze (mv) en mensen (...) hen
9.
en (hij) was verzadigd aan hen Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas en aan mensen (...) hen te spreken naar (jullie) vreesden om te werken de Chaldeeën woont! bij (het) land en (zij) hebben gewerkt (tot) koning Babel en (hij) was goed aan jullie
10.
en ik hier ben ik inwoner bij (de) uitkijkpunt vast te staan voor de Chaldeeën die voert in! naar ons en (met) hen (zij) hebben verzameld wijn en zomer en olie en zijn naam bij (de) gereedschappen (...) jullie en woont! roeie uit! (...) jullie die TPSTM
11.
en ook alle de Joden die bij Moab en bij (de) zonen van Ammon en met Edom en die in alle de landen (zij) hebben toegehoord dat (hij) heeft gegeven koning Babel rest aan Juda en dat (hij) heeft neergelegd op hen (tot) Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas
12.
en (zij) hebben gewoond alle de Joden van alle de plaatsen die NDHW daar en voert in! land Juda naar Gedalja de uitkijkpunt (...) haar en (zij) verzamelden wijn en zomer veel zeer
13.
en Johanan zoon ijs en alle Sarai de machten die bij (het) veld (zij) zijn gekomen naar Gedalja de uitkijkpunt (...) haar
14.
en (zij) spraken naar hem (is het zo) dat (hij) heeft geweten (jij) wist dat BOLIX koning bouw! Ammon wapen (tot) Ismaël zoon Nathanja LEKTK ziel noch (hij) heeft geloofd aan hen Gedalja zoon Ahikam
15.
en Johanan zoon ijs woord naar Gedalja bij (het) geheim bij (de) uitkijkpunt te spreken (ik) ging (er)naar toch en (ik) sloeg (tot) Ismaël zoon Nathanja en man niet (hij) heeft geweten waarom (hij) zal slaan ziel en verbrijzelt! alle Juda ENQBßIM naar jou en (zij) is verloren gegaan rest Juda
16.
en (hij) sprak Gedalja zoon Ahikam naar Johanan zoon ijs naar (jij) maakte (tot) het woord deze dat leugen (met) haar woord naar Ismaël

Hoofdstuk 41

1.
en wees bij (de) maand (de) zevende (hij) is gekomen Ismaël zoon Nathanja zoon Elisama van nakomelingen (is het zo) dat heers! (er)naar en ben veel! kroon! en tien mensen (met) hem naar Gedalja zoon Ahikam de uitkijkpunt (...) haar en (zij) aten daar brood samen bij (de) uitkijkpunt
2.
en (hij) stond op Ismaël zoon Nathanja en tiental de mensen die (zij) zijn geweest (met) hem en (zij) sloegen (tot) Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas bij (het) zwaard en (hij) stierf (met) hem die (hij) heeft neergelegd koning Babel bij (het) land
3.
en (tot) alle de Joden die (zij) zijn geweest (met) hem (tot) Gedalja bij (de) uitkijkpunt en (tot) de Chaldeeën die (zij) hebben zich bevonden daar (tot) mens (...) mij de strijd (hij) heeft geslagen Ismaël
4.
en wees bij (de) dag (de) tweede te doden (tot) Gedalja en man niet (hij) heeft geweten
5.
en voert in! mensen van schouder (zij) hebben geheerst en van Samaria tachtig man MCLHI baard en scheuur! kledingstukken WMTCDDIM en geschenk WLBWNE bij (hij) leek te brengen huis Jahweh
6.
en uitgaande Ismaël zoon Nathanja hen tegemoet vanuit de uitkijkpunt beweging beweging en (hij) heeft geweend en wees als (hij) heeft ontmoet (met) hen en (hij) sprak naar hen (zij) zijn gekomen naar Gedalja zoon Ahikam
7.
en wees zoals komst (...) hen naar midden (hij) heeft opgemerkt en (hij) slachtte (...) hen Ismaël zoon Nathanja naar midden de put hij en de mensen die (met) hem
8.
en tien mensen (zij) hebben zich bevonden in hen en (zij) spraken naar Ismaël naar (jullie) verzachtten dat er is aan ons MÐMNIM bij (het) veld tarwe en poorten en olie en honing en (hij) hield op noch (jullie) hebben geruist binnen broers (...) hen
9.
en de put die (hij) heeft afgeworpen daar Ismaël (tot) alle blijf achter! de mensen die (hij) heeft geslagen bij (de) hand Gedalja hij die (hij) heeft gedaan kroon! Asa van aanzicht van Baesa koning Israël (met) hem (hij) is vol geweest Ismaël zoon NTNIEW doden
10.
en inwoner Ismaël (tot) alle rest het volk die bij (de) uitkijkpunt (tot) dochters kroon! en (tot) alle het volk (is het zo) dat blijven bij (de) uitkijkpunt die (hij) heeft neergelegd Nebuzaradan meerderheid slagers (tot) Gedalja zoon Ahikam en inwoner (...) hen Ismaël zoon Nathanja en (hij) ging door te trekken naar bouw! Ammon
11.
en (hij) hoorde toe Johanan zoon ijs en alle Sarai de machten die (met) hem (tot) alle de herder die (hij) heeft gedaan Ismaël zoon Nathanja
12.
en (zij) namen (tot) alle de mensen en (zij) gingen aan het brood met Ismaël zoon Nathanja en (zij) vondden (met) hem naar water twisten die bij Gibeon
13.
en wees zoals zicht alle het volk die (tot) Ismaël (tot) Johanan zoon ijs en (tot) alle Sarai de machten die (met) hem en (zij) maakten blij
14.
en (zij) legden opzij alle het volk die (zij) is teruggekeerd Ismaël vanuit de uitkijkpunt en (zij) hebben gewoond en (zij) gingen naar Johanan zoon ijs
15.
en Ismaël zoon Nathanja (wij) redden bij acht mensen van aanzicht van Johanan en (hij) ging naar bouw! Ammon
16.
en (hij) nam Johanan zoon ijs en alle Sarai de machten die (met) hem (tot) alle rest het volk die (hij) heeft teruggegeven honderd Ismaël zoon Nathanja vanuit de uitkijkpunt andere (hij) heeft geslagen (tot) Gedalja zoon Ahikam mannen mens (...) mij de strijd en worden verlaten en kleine kinderen WXRXIM die (hij) heeft teruggegeven van Gibeon
17.
en (zij) gingen en (zij) hebben gewoond bij wonen KMWEM die naast huis brood te gaan te komen Egypte
18.
van aanzicht van de Chaldeeën dat (zij) lieten zien van aanzichten (...) hen dat (hij) heeft geslagen Ismaël zoon Nathanja (tot) Gedalja zoon Ahikam die (hij) heeft neergelegd koning Babel bij (het) land

Hoofdstuk 42

1.
en (zij) zijn genaderd alle Sarai de machten en Johanan zoon ijs WIZNIE zoon EWSOIE en alle het volk van kleine en tot grote
2.
en (zij) spraken naar Jeremia de profeet zoutloze toch THNTNW voor jou en (hij) heeft gebeden bij (de) getuige (...) ons naar Jahweh jouw God door alle de rest (de) deze dat (wij) zijn gebleven een beetje van de veelheid zoals ogen (...) jou zicht (met) ons
3.
en (hij) werd verteld aan ons Jahweh jouw God (tot) de weg die (wij) gingen bij haar en (tot) het woord die (hij) is gedaan
4.
en (hij) sprak naar hen Jeremia de profeet (ik) heb toegehoord hier ben ik bid(t) naar Jahweh jullie God zoals woorden (...) jullie en (hij) is geweest alle het woord die (hij) antwoordde Jahweh (met) jullie (ik) vertelde aan jullie niet (ik) hield terug (van)uit jullie woord
5.
en deze (mv) (zij) hebben gesproken naar Jeremia wees Jahweh bij ons voor altijd waarheid en loyale als niet zoals alle het woord die (hij) zond weg (...) jou Jahweh jouw God naar ons zo (hij) is gedaan
6.
als goede en als kwaad bij (de) klank Jahweh onze God die kracht (...) hem wapens (met) jou naar hem (wij) hoorden toe opdat die (hij) was goed aan ons dat (wij) hoorden toe bij (de) klank Jahweh onze God
7.
en wees van eind tiental dagen en wees woord Jahweh naar Jeremia
8.
en (hij) noemde naar Johanan zoon ijs en naar alle Sarai de machten die (met) hem en aan alle het volk LMQÐN en tot grote
9.
en (hij) sprak naar hen zo woord Jahweh mijn God Israël die (jullie) hebben gezonden (met) mij naar hem vallen te laten THNTKM voor hem
10.
als terugkeren (jullie) woonden bij (het) land (de) deze en (ik) heb gebouwd (met) jullie noch AERX en (ik) heb geplant (met) jullie noch ATWS dat (ik) heb getroost naar de herder die (ik) heb gedaan aan jullie
11.
naar (jullie) vreesden van aanzicht van koning Babel die (met) hen vrees! (...) hen van aanzichten (...) hem naar (jullie) vreesden (van)uit hem (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (met) jullie ik te redden (met) jullie en te redden (met) jullie van hand (...) hem
12.
en (met) hen aan jullie medelijden en baarmoeder (met) jullie en (hij) heeft teruggegeven (met) jullie naar ADMTKM
13.
en als woorden (met) hen niet (wij) woonden bij (het) land (de) deze opdat niet nieuws bij (de) klank Jahweh jullie God
14.
te spreken niet dat land Egypte (wij) kwamen die niet (wij) lieten zien strijd en klank ramshoorn niet (wij) hoorden toe en aan brood niet NROB en naam [van] (wij) woonden
15.
en nu daarom (zij) hebben toegehoord woord Jahweh rest Juda zo woord Jahweh legers mijn God Israël als (met) hen SWM (jij) werd vet aanzichten (...) jullie te komen Egypte en (jullie) zijn gekomen te wonen daar
16.
en (zij) is geweest het zwaard die (met) hen vrees! (...) hen (van)uit haar daar (jij) bereikte (met) jullie bij (het) land Egypte en de honger die (met) hen DACIM (van)uit hem daar (hij) plakte na jullie Egypte en naam [van] (jij) stierf (...) hem
17.
en (zij) waren alle de mensen die zijn naam (tot) aanzichten (...) hen te komen Egypte te wonen daar (zij) stierven bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord noch (hij) was aan hen overlevende en vluchteling van aanzicht van de herder die ik breng(t) op hen
18.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël zoals NTK neuzen van en leren zak-en van op inwoners van Jeruzalem zo te geven (...) jou leren zak-en van op jullie bij (hij) is gekomen (...) jullie Egypte en (jullie) zijn geweest aan deze en aan haar naam en aan vervloeking en aan schande noch (jullie) lieten zien nog (eens) (tot) de plaats deze
19.
woord Jahweh op jullie rest Juda naar (jij) kwam (...) hem Egypte (hij) heeft geweten (jullie) wisten dat EOIDTI bij jullie vandaag
20.
dat ETOTIM bij (de) zielen (...) jullie dat (met) hen (jullie) hebben gezonden (met) mij naar Jahweh jullie God te spreken (hij) heeft gebeden bij (de) getuige (...) ons naar Jahweh onze God en zoals alle die (hij) sprak Jahweh onze God zo vertel! aan ons en (wij) hebben gedaan
21.
WACD aan jullie vandaag noch (jullie) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh jullie God en aan alle die (hij) mij gezonden naar jullie
22.
en nu (hij) heeft geweten (jullie) wisten dat bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord (jullie) stierven bij (de) plaats die (jullie) hebben gewenst te komen te wonen daar

Hoofdstuk 43

1.
en wees zoals alle (mv) Jeremia te spreken naar alle het volk (tot) alle spreek! Jahweh hun God die zendt weg! Jahweh hun God naar hen (tot) alle de woorden (de) deze
2.
en (hij) sprak Azarja zoon EWSOIE en Johanan zoon ijs en alle de mensen de hoogmoedigen woorden naar Jeremia leugen (met) haar woestijn niet wapen (...) jou Jahweh onze God te spreken niet (jij) kwam (...) hem Egypte te wonen daar
3.
dat gezegende zoon Nerija MXIT (met) jou bij ons opdat te geven (met) ons bij (de) hand de Chaldeeën te doden (met) ons WLECLWT (met) ons Babel
4.
noch nieuws Johanan zoon ijs en alle Sarai de machten en alle het volk bij (de) klank Jahweh te wonen bij (het) land Juda
5.
en (hij) nam Johanan zoon ijs en alle Sarai de machten (tot) alle rest Juda die woont! van alle de volken die NDHW daar te wonen bij (het) land Juda
6.
(tot) de mannen en (tot) (is het zo) dat worden verlaten en (tot) de kleine kinderen en (tot) dochters kroon! en (tot) alle de ziel die (hij) heeft rust gegeven Nebuzaradan meerderheid slagers (tot) Gedalja zoon Ahikam zoon klipdas en (tot) Jeremia de profeet en (tot) gezegende zoon NRIEW
7.
en voert in! land Egypte dat niet (zij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh en voert in! tot THPNHX
8.
en wees woord Jahweh naar Jeremia BTHPNHX te spreken
9.
neem! bij (de) hand (...) jou stenen groeiende (mv) en (jullie) hebben verborgen bij red! BMLBN die bij (de) opening huis farao BTHPNHX te bestuderen (...) mij mensen Joden
10.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik wapen en (ik) heb genomen (tot) Nebukadrezar koning Babel werk! en (ik) heb geplaatst stoel (...) hem boven aan stenen (de) deze die (ik) heb verborgen en (wij) bogen om (tot) SPRWRW op hen
11.
en kom(t) en (hij) heeft geslagen (tot) land Egypte die te sterven te sterven en die aan gevangenschap aan gevangenschap en die aan zwaard aan zwaard
12.
en steek aan! (...) mij vuur bij (de) dochter (...) mij mijn God Egypte en engel (...) hen en woon! (...) hen WOÐE (tot) land Egypte zoals IOÐE de herder (tot) kleed (...) hem en uitgaande van daar bij (de) vrede
13.
en (hij) heeft gebroken (tot) opgestelde (mv) huis zon die bij (het) land Egypte en (tot) dochter (...) mij mijn God Egypte (hij) verbrandde (hij) is verrot

Hoofdstuk 44

1.
het woord die (hij) is geweest naar Jeremia naar alle de Joden de inwoners bij (het) land Egypte de inwoners bij kweek(t) WBTHPNHX WBNP en bij (het) land PTRWX te spreken
2.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël (met) hen (jullie) hebben gezien (tot) alle de herder die (ik) heb gebracht op Jeruzalem en op alle steden van Juda en hier zijn zij droog land vandaag deze en (er is) niet bij hen bewoner
3.
van aanzicht van medemensen (...) hen die Ezau LEKOXNI te gaan te roken te bewerken aan God anderen die niet (zij) hebben geweten (...) hen deze (mv) (met) hen en vaders (...) jullie
4.
en (ik) zond weg naar jullie (tot) alle werk! de profeten (hij) is vroeg opgestaan en wapen te spreken naar toch (jullie) maakten (tot) woord (is het zo) dat (zij) is verafschuwd (de) deze die (ik) heb gehaat
5.
noch (zij) hebben toegehoord noch (zij) zijn omgebogen (tot) oor (...) hen terug te keren van medemensen (...) hen opdat niet rook! aan God anderen
6.
en te geven (...) jou leren zak-en van en neuzen van en (jij) roeide uit roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem en (jullie) waren aan droog land aan wildernis zoals dag deze
7.
en nu zo woord Jahweh mijn God legers mijn God Israël waarom (met) hen maak! (...) hen herder grootheid naar NPSTKM te vernietigen aan jullie man en vrouw kindje en zuigeling van midden Juda opdat niet EWTIR aan jullie rest
8.
LEKOXNI bij (de) daden van handen (...) jullie te roken aan God anderen bij (het) land Egypte die (met) hen komen te wonen daar opdat (hij) heeft vernietigd aan jullie en opdat te zijn (...) jullie aan vervloeking en aan schande in alle volk het land
9.
(is het zo) dat (jullie) hebben vergeten (tot) medemensen vaders-en (...) jullie en (tot) medemensen heers! Juda en (tot) medemensen vrouwen (...) hem en (tot) ROTKM en (tot) medemens van vrouwen (...) jullie die Ezau bij (het) land Juda en bij (de) straten Jeruzalem
10.
niet DKAW tot vandaag deze noch (zij) lieten zien noch (zij) zijn gegaan bij (het) Wetboek (...) mij en bij (de) grondwet (...) mij die (ik) heb gegeven voor jullie en voor vaders-en (...) jullie
11.
daarom zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik daar aanzicht van bij jullie aan herder en te vernietigen (tot) alle Juda
12.
en (ik) heb genomen (tot) rest Juda die zijn naam aanzichten (...) hen te komen land Egypte te wonen daar en (zij) hebben zich verbaasd alle bij (het) land Egypte (zij) vielen bij (het) zwaard bij (de) honger (zij) verbaasden zich van kleine en tot grote bij (het) zwaard en bij (de) honger (hij) stierf (...) hem en (zij) zijn geweest aan deze aan haar naam en aan vervloeking en aan schande
13.
en (ik) heb bekeken op (is het zo) dat wonen bij (het) land Egypte zoals (ik) heb bekeken op Jeruzalem bij (het) zwaard bij (de) honger en bij (het) woord
14.
noch (hij) was vluchteling en overlevende aan rest Juda die gekomen te wonen daar bij (het) land Egypte en terug te keren land Juda die deze (mv) van dragers (tot) ziel (...) hen terug te keren te wonen daar dat niet (zij) keerden terug dat als PLÐIM
15.
en (zij) antwoordden (tot) Jeremia alle de mensen EIDOIM dat roken vrouwen (...) hen aan God anderen en alle (is het zo) dat worden verlaten EOMDWT menigte grote en alle het volk de inwoners bij (het) land Egypte BPTRWX te spreken
16.
het woord die woord van naar ons bij (de) naam Jahweh hij is (er) niet nieuwsberichten naar jou
17.
dat (hij) heeft gedaan (hij) is gedaan (tot) alle het woord die uitgaande van monden (...) ons te roken aan koningin van de hemel WEXIK aan haar uitgietingen zoals (wij) hebben gedaan wij en vaders (...) ons koningen (...) ons en (wij) hebben ingeweekt roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem en (hij) heeft gezworen brood en (wij) waren goede (mv) en herder niet (wij) hebben gezien
18.
en vanuit destijds (wij) hebben opgehouden te roken aan koningin van de hemel en (hij) heeft uitgegoten aan haar uitgietingen (wij) hebben ontbroken alle en bij (het) zwaard en bij (de) honger (jullie) benoemden
19.
en dat wij roken aan koningin van de hemel en uit te gieten aan haar uitgietingen EMBLODI mensen (...) ons (wij) hebben gedaan aan haar KWNIM naar aan de droefheid en (hij) heeft uitgegoten aan haar uitgietingen
20.
en (hij) sprak Jeremia naar alle het volk op de mannen en op (is het zo) dat worden verlaten en op alle het volk (de) arme (mv) (met) hem woord te spreken
21.
immers (tot) laat roken! die (jullie) hebben gerookt roeie uit! Juda en bij (de) straten Jeruzalem (met) hen en vaders-en (...) jullie koningen (...) jullie en aanvoerders (...) jullie en met het land (met) hen man Jahweh en (jij) verhief op zijn hart
22.
noch (hij) zal kunnen Jahweh nog (eens) te dragen van aanzicht van kwaad daden (...) jullie van aanzicht van (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd die (jullie) hebben gedaan en (zij) was land (...) jullie aan droog land en aan haar naam en aan vervloeking vanwaar? bewoner zoals de dag deze
23.
van aanzicht van die (jullie) hebben gerookt en die (jullie) hebben gezondigd aan Jahweh noch (jullie) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh en bij (de) tortelduiven (...) hem en bij (de) grondwetten (...) hem en bij (de) getuigen (...) hem niet (jullie) zijn gegaan op zo (jij) hebt genoemd (met) jullie de herder (de) deze zoals dag deze
24.
en (hij) sprak Jeremia naar alle het volk en naar alle (is het zo) dat worden verlaten (zij) hebben toegehoord woord Jahweh alle Juda die bij (het) land Egypte
25.
zo woord Jahweh legers mijn God Israël te spreken (met) hen en vrouwen (...) jullie en (jullie) spraken bij (de) monden (...) jullie en bij (de) handen (...) jullie (jullie) zijn vol geweest te spreken (hij) heeft gedaan (hij) is gedaan (tot) geloften (...) ons die (wij) hebben gelofte afgelegd te roken aan koningin van de hemel en uit te gieten aan haar uitgietingen (hij) heeft gevestigd (jullie) vestigden (tot) geloften (...) jullie en (hij) heeft gedaan (jullie) deedden (tot) geloften (...) jullie
26.
daarom (zij) hebben toegehoord woord Jahweh alle Juda de inwoners bij (het) land Egypte hier ben ik (ik) heb gezworen bij (de) namen van (de) grote woord Jahweh als (hij) was nog (eens) namen van (hij) is genoemd bij (de) mond van alle man Juda woord levende liggers van Jahweh in alle land Egypte
27.
hier ben ik amandel op hen aan herder noch aan goeds en (zij) hebben zich verbaasd alle man Juda die bij (het) land Egypte bij (het) zwaard en bij (de) honger tot schoondochters (...) hen
28.
en vluchtelingen van zwaard (zij) hebben gewoond (...) hen vanuit land Egypte land Juda wanneer? getal en (zij) hebben geweten alle rest Juda die gekomen aan land Egypte te wonen daar woord water van (hij) wraakte (van)uit mij en (van)uit hen
29.
en deze aan jullie de letter (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat opname ik op jullie bij (de) plaats deze opdat (jullie) wisten dat sta op! (zij) stondden op spreek! op jullie aan herder
30.
zo woord Jahweh hier ben ik (hij) heeft gegeven (tot) farao HPRO koning Egypte bij (de) hand vijanden (...) hem en bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hem zoals (ik) heb gegeven (tot) Zedekia koning Juda bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel vijand (...) hem en zoek(t) ziel (...) hem

Hoofdstuk 45

1.
het woord die woord Jeremia de profeet naar gezegende zoon Nerija bij (zij) hebben geschreven (tot) de woorden (de) deze op boek van mond van Jeremia in het jaar het vierde aan Jojakim zoon Josia koning Juda te spreken
2.
zo woord Jahweh mijn God Israël op jou gezegende
3.
(jij) hebt gesproken o wee! toch aan mij dat (hij) heeft toegevoegd Jahweh ICWN op MKABI (ik) heb moeite gedaan BANHTI en om te rusten (er)naar niet (ik) heb gevonden
4.
zo (jij) sprak naar hem zo woord Jahweh hier is die (ik) heb gebouwd ik (hij) heeft afgebroken en (tot) die (ik) heb geplant ik NTS en (tot) alle het land zij
5.
en (met) haar (jij) zocht aan jou groeiende (mv) naar (jij) zocht dat hier ben ik breng(t) herder op alle vlees (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gegeven aan jou (tot) ziel (...) jou te ontnemen op alle de plaatsen die (jij) ging daar

Hoofdstuk 46

1.
die (hij) is geweest woord Jahweh naar Jeremia de profeet op de volken
2.
aan Egypte op macht farao NKW koning Egypte die (hij) is geweest op rivier koe van bij Karchemis die (hij) heeft geslagen Nebukadrezar koning Babel bij (het) jaar van ERBIOIT aan Jojakim zoon Josia koning Juda
3.
(zij) hebben geordend schild en schild en nadert! aan strijd
4.
(zij) hebben gevangen genomen de paarden en (zij) zijn opgegaan de ruiters en (zij) hebben zich opgesteld BKWBOIM MRQW ERMHIM (zij) hebben zich bekleed EXRINT
5.
waarom? (ik) heb gezien deze (mv) angsten NXCIM achterzijde en helden (...) hen IKTW en om te vluchten (zij) zijn gevlucht noch (is het zo) dat (zij) hebben zich gewend om te wonen van rondom (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
6.
naar (hij) vluchtte (hij) heeft verlicht en naar (hij) redde de held naar Noorden op hand rivier koe van (zij) zijn gestruikeld en ga(a)t neer!
7.
water van dit zoals rivier (hij) verhief zoals rivieren ITCOSW wateren (...) hem
8.
Egypte zoals rivier (hij) verhief WKNERWT ITCOSW water en (hij) sprak (ik) verhief (ik) bedekte land ABIDE stad en inwoners van bij haar
9.
(zij) zijn opgegaan de paarden en (zij) hebben zich geprezen de wagen en voert uit! de helden Cusch en Put (jij) verbreidde je schild WLWDIM (jij) verbreidde je wegen van boog
10.
en vandaag dat aan liggers van Jahweh legers dag wraak aan de wraak Egyptenaars (...) hem en (zij) heeft gegeten zwaard en zeven en (zij) heeft genoeg gedronken van bloed (...) hen dat slachting aan liggers van Jahweh legers bij (het) land Noorden naar rivier koe van
11.
op mij gedenkteken en neem! schep! maagd van dochter Egypte voor niets (ik) heb vermeerderd RPAWT (jij) verhief (er is) niet aan jou
12.
(zij) hebben toegehoord volken schande (...) jou WßWHTK (zij) is vol geweest het land dat held bij (de) held (zij) zijn gestruikeld wijs toe! (...) hem ga(a)t neer! die twee
13.
het woord die woord Jahweh naar Jeremia de profeet te komen Nebukadrezar koning Babel te slaan (tot) land Egypte
14.
(zij) hebben verteld bij Egypte en (zij) hebben laten horen bij om te groeien en (zij) hebben laten horen BNP WBTHPNHX (zij) hebben gesproken (hij) heeft zich opgesteld en bereid voor! aan jou dat (zij) heeft gegeten zwaard XBIBIK
15.
waarom? NXHP ridders (...) jou niet sta vast! dat Jahweh EDPW
16.
veel struikel(t) ook ga neer! man naar zijn vriend en (zij) spraken hoogte en (zij) heeft geblazen naar met ons en naar land vaderland (...) ons van aanzicht van zwaard de duif
17.
(zij) hebben genoemd daar farao koning Egypte draagt! (...) hen (hij) heeft overgebracht de ontmoeting
18.
levende ik (hij) heeft redevoering gehouden kroon! Jahweh legers zijn naam dat zoals Thabor bij (hij) heeft opgetild WKKRML bij (de) zee invoer
19.
gereedschap ballingschap maak! aan jou woon(t) dochter Egypte dat NP aan haar naam (jij) was WNßTE vanwaar? bewoner
20.
koekalf mooie naar mond van Egypte QRß van Noorden (hij) is gekomen (hij) is gekomen
21.
ook huur! (er)naar bij (zij) heeft nader gebracht zoals stierkalveren van MRBQ dat ook deze (mv) (is het zo) dat (zij) hebben zich gewend (zij) zijn gevlucht wijs toe! (...) hem niet sta(a)t vast! dat dag tegenslag (...) hen (hij) is gekomen op hen tijd (jullie) hebben bekeken
22.
naar klank zoals slang (hij) ging dat bij (de) macht (zij) gingen WBQRDMWT (zij) zijn gekomen aan haar KHÐBI bomen
23.
(zij) hebben afgehakt (hij) legde bloot (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat niet (hij) onderzocht dat tienduizend van sprinkhaan en (er is) niet aan hen getal
24.
(is het zo) dat beschaam! (er)naar dochter Egypte (zij) heeft gegeven bij (de) hand met Noorden
25.
woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik bekijk(t) naar Amon MNA en op farao en op Egypte en op haar God en op Malchia en op farao en op de veilige plaatsen bij hem
26.
en (ik) heb gegeven (...) hen bij (de) hand zoek(t) (...) mij ziel (...) hen en bij (de) hand Nebukadrezar koning Babel en bij (de) hand slaven (...) hem en na zo (jij) behuisde zoals dagen van voorkant (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
27.
en (met) haar naar (je) zult vrezen werk! Jakob en naar in de plaats van Israël dat hier ben ik MWSOK om ver te zijn en (tot) nakomelingen (...) jou van land keren terug en woon! (hij) volgde en stilte en zorgeloze en (er is) niet verschrikkelijke
28.
(met) haar naar (je) zult vrezen werk! Jakob (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat (met) jou ik dat (ik) werd gedaan schoondochter in alle de volken die EDHTIK daarnaar (-s) en (met) jou niet (ik) werd gedaan schoondochter WIXRTIK aan rechtsregel en maak schoon! niet ANQK

Hoofdstuk 47

1.
die (hij) is geweest woord Jahweh naar Jeremia de profeet naar Filistijnen voordat (hij) sloeg farao (tot) naar kracht
2.
zo woord Jahweh hier is water hoogtes van Noorden en (zij) zijn geweest aan wadi vloeiende WISÐPW land en naar volheid stad en inwoners van bij haar en (zij) hebben geschreeuwd de mens en jammer! alle bewoner het land
3.
van klank SOÐT PRXWT ridders (...) hem van lawaai te rijden (...) hem menigte CLCLIW niet (is het zo) dat (zij) hebben zich gewend vaders naar zonen MRPIWN handen
4.
op vandaag wat kwam LSDWD (tot) alle Filistijnen te vernietigen aan smalle en aan Sidon alle overlevende hulp dat (hij) heeft beroofd Jahweh (tot) Filistijnen rest waar KPTWR
5.
kom(t) naar ijs naar naar kracht (zij) is weggevaagd Askelon rest diepte (...) hen tot wanneer? TTCWDDI
6.
ben! zwaard aan Jahweh tot waarheen? niet (jij) was stil (is het zo) dat verzamel! naar (zij) ordende (de) vluchtige en lijk!
7.
waar ben jij? (jij) was stil en Jahweh geef opdracht! aan haar naar Askelon en naar HWP de zee daar IODE

Hoofdstuk 48

1.
aan Moab zo woord Jahweh legers mijn God Israël ben! naar Nebo dat (zij) heeft beroofd (is het zo) dat beschaam! (er)naar (wij) voegden samen (er)naar (ik) ben gebeurd (...) hen (is het zo) dat beschaam! (er)naar het toevluchtsoord en naar angst
2.
(er is) niet nog (eens) lof(lied) van Moab bij Hesbon berekent! op haar herder ga(a)t! en (wij) vernietigden (...) haar van volk ook van bloed (...) hen (jij) leek na jou (jij) ging zwaard
3.
klank (zij) heeft geschreeuwd MHRWNIM roof en (hij) heeft gebroken grote
4.
(wij) verbrijzelden (er)naar Moab (zij) hebben laten horen (zij) heeft geschreeuwd ßOWRIE
5.
dat hoogte (de) frisse (mv) bij (het) geween (hij) verhief geween dat bij word(t) naar beneden gehaald HWRNIM schep! (jij) hebt geschreeuwd (hij) heeft gebroken (zij) hebben toegehoord
6.
(zij) zijn gevlucht redt! ziel (...) jullie en (jullie) waren KORWOR bij (de) woestijn
7.
dat wegens veiligheid (...) jou bij (de) daden (...) jou en bij (de) schatten (...) jou ook (tot) (jij) voegde samen en uitgaande KMIS bij (de) ballingschap priesters (...) hem en aanvoerders (...) hem samen
8.
en (hij) kwam (hij) heeft beroofd naar alle stad en stad niet (jij) redde en (hij) is verloren gegaan de diepte WNSMD (is het zo) dat effen(t) die woord Jahweh
9.
geeft! bloesem aan Moab dat (wij) gingen uit (jij) ging uit en naar steden aan haar naam (jullie) waren vanwaar? bewoner bij hen
10.
vervloekte (hij) heeft gedaan handwerk van Jahweh bedrog en vervloekte (hij) heeft teruggehouden (zij) zijn vernield van bloed
11.
zorgeloze Moab MNOWRIW en stilte hij naar bewaar! (...) hem noch EWRQ van gereedschap naar gereedschap en bij (de) ballingschap niet beweging op zo sta vast! (zij) hebben geproefd bij hem en geur (...) hem niet (wij) verbitterden
12.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gezonden als ßOIM WßOEW en gereedschappen (...) hem IRIQW en harpen (...) hen (zij) verbrijzelden
13.
en (hij) heeft zich geschaamd Moab MKMWS zoals (zij) hebben zich geschaamd huis Israël van huis naar verzeker(t) zich (...) hen
14.
waar ben jij? (jullie) spraken helden wij en mens (...) mij macht aan strijd
15.
(hij) heeft beroofd Moab en naar steden blad en keuze jongemannen (...) hem (zij) zijn gedaald aan slager (hij) heeft redevoering gehouden kroon! Jahweh legers zijn naam
16.
verwant tegenslag Moab te komen en medemens (...) hem (zij) heeft zich gehaast zeer
17.
NDW als alle rondom hem en alle (hij) heeft geweten (...) mij zijn naam (zij) hebben gesproken hoe? (wij) verbrijzelden stam kracht verlicht glans
18.
daal! om zwaar te zijn inwoners van bij (de) dorst (jij) hebt gewoond dochter DIBWN dat (hij) heeft beroofd Moab blad bij jou kuil vestingen (...) jou
19.
naar weg met mij en kijk uit! woon(t) ORWOR vraag! teken en (zij) is ontsnapt Amoriet wat? (zij) is geworden
20.
(is het zo) dat beschaam! Moab dat naar angst jammer! en schreeuw! (zij) hebben verteld bij Arnon dat (hij) heeft beroofd Moab
21.
en rechtsregel (hij) is gekomen naar land (is het zo) dat effen(t) naar (zij) zijn ziek geworden (...) hen en naar IEßE en op MWPOT
22.
en op DIBWN en op Nebo en op huis DBLTIM
23.
en op (ik) ben gebeurd (...) hen en op huis vergeld! en op huis van vijandige
24.
en op steden en op (zij) heeft druiven geplukt en op alle steden van land Moab (de) verre (mv) WEQRBWT
25.
NCDOE hoorn Moab en (zij) hebben gezaaid (wij) verbrijzelden (er)naar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
26.
ESKIREW dat op Jahweh (hij) heeft vergroot WXPQ Moab BQIAW en (hij) is geweest te spelen ook hij
27.
en als toch niet de wolk (hij) is geweest aan jou Israël als bij (de) dieven (zij) heeft zich bevonden dat van die woorden (...) jou bij hem TTNWDD
28.
(zij) hebben verlaten steden en behuist! bij (de) rots inwoners van Moab en (zij) zijn geweest zoals duif (zij) kocht (...) hen bij (de) Hebreeër mond van vermindering
29.
(wij) hebben toegehoord (zij) hebben zich verheven (...) hen Moab (hij) heeft zich verheven zeer hoogte (...) hem en (zij) hebben zich verheven (...) ons en hoogmoed (...) hem en (hij) is hoog geweest zijn hart
30.
ik (ik) heb geweten (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (jij) bent voorbijgegaan (...) hem noch zo takken (...) hem niet zo Ezau
31.
op zo op Moab (ik) jammerde en aan Moab schoondochter AZOQ naar mens (...) mij muur stille (hij) sprak uit
32.
van geween Jaezer (ik) weende aan jou de wijnstok SBME NÐISTIK (zij) zijn voorbijgegaan zee tot zee Jaezer (zij) hebben aangeraakt op zomer (...) jou en op BßIRK (hij) heeft beroofd ga neer!
33.
en (wij) verzamelden (er)naar vreugde en vreugde van Karmel en van land Moab en wijn MIQBIM (ik) heb teruggegeven niet (hij) woonde (...) jou hoera! hoera! niet hoera!
34.
MZOQT Hesbon tot ALOLE tot IEß (zij) hebben gegeven klank (...) hen van Zoar tot HRNIM koekalf van derde dat ook water van NMRIM tot van namen (zij) waren
35.
en (ik) heb teruggegeven aan Moab (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh hoogte verhoging en laat roken aan zijn God
36.
op zo hart (...) mij aan Moab zoals doden (hij) ruiste en hart (...) mij naar mens (...) mij muur stille KHLILIM (hij) ruiste op zo overschot van (hij) heeft gedaan (zij) zijn verloren gegaan
37.
dat alle hoofd naar ijs en alle baard (zij) heeft verminderd op alle handen CDDT en op lendenen zak
38.
op alle daken Moab en naar bij (de) pleinen schoondochter rouwklacht dat (ik) heb gebroken (tot) Moab zoals gereedschap (er is) niet wens bij hem (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
39.
waar ben jij? naar angst (zij) hebben gejammerd waar ben jij? de hoek nek Moab schaam je! en (hij) is geweest Moab te spelen WLMHTE aan alle rondom hem
40.
dat zo woord Jahweh hier is zoals gier IDAE en ruiter vleugels (...) hem naar Moab
41.
(wij) voegden samen (er)naar de steden en de forten NTPSE en (hij) is geweest hart helden van Moab bij (de) dag dat hond vrouw van ellende
42.
WNSMD Moab bij vandaan dat op Jahweh (hij) heeft vergroot
43.
angst en vermindering en valstrik op jou bewoner Moab (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
44.
ENIX van aanzicht van de angst (je) zult vallen naar de vermindering en dat wat opgaat vanuit de vermindering (hij) voegde samen bij (de) valstrik dat Abia vetstaart naar Moab jaar van (jullie) hebben bekeken (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
45.
bij (de) schaduw Hesbon sta(a)t vast! van kracht vluchten dat vuur uitgaande van Hesbon en vlam van tussen Sihon en (jij) at hoek van Moab WQDQD bouw! draagt! (...) hen
46.
o wee! aan jou Moab (hij) is verloren gegaan met KMWS dat (zij) hebben genomen zonen (...) jou bij (de) gevangenschap en dochters (...) jou naar bij (de) gevangenschap
47.
en rust! rust! Moab aan het einde van de dagen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh tot hier is rechtsregel Moab

Hoofdstuk 49

1.
aan zonen van Ammon zo woord Jahweh de zonen (er is) niet aan Israël als verover(t) (er is) niet als waarom? (hij) heeft veroverd (hij) heeft besneden (...) jullie (tot) Gad en met hem roeie uit! (...) hem inwoner
2.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb laten horen naar (jij) hebt getwist bouw! Ammon gejubel van strijd en (zij) is geweest LTL wildernis en naar dochters (hij) is verrot TßTNE en (hij) heeft veroverd Israël (tot) IRSIW woord Jahweh
3.
jammer! Hesbon dat (zij) heeft beroofd OI (hij) heeft geschreeuwd (...) haar dochters veelheid (hij) heeft omgord (...) haar dat (hij) heeft gehandhaafd (hij) heeft beweend (...) haar WETSWÐÐNE bij (de) omheiningen dat (hij) heeft besneden (...) jullie bij (de) ballingschap (hij) ging priesters (...) hem en aanvoerders (...) hem wijs toe! (...) hem
4.
wat? (jij) prees je bij (de) dieptes vloeiende diepte (...) jou de dochter (is het zo) dat ga(a)(t) rond (er)naar het vertrouwen bij (ik) heb opgeborgen (er)naar water van invoer naar mij
5.
hier ben ik breng(t) op jou angst (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh legers van alle XBIBIK WNDHTM man voor hem en (er is) niet verzamel(t) te zwerven
6.
en na zo (ik) gaf terug (tot) rust! bouw! Ammon (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
7.
aan Edom zo woord Jahweh legers (is het zo) dat (er is) niet nog (eens) wijsheid bij (het) Zuiden (zij) is verloren gegaan advies van zonen NXRHE (jullie) zijn wijs geworden
8.
(zij) zijn gevlucht (is het zo) dat (zij) hebben zich gewend EOMIQW te wonen inwoners van tepel (...) hen dat tegenslag Ezau (ik) heb gebracht op hem tijd (ik) heb bekeken (...) hem
9.
als versterkte (mv) (zij) zijn gekomen aan jou niet ISARW OWLLWT als dieven bij (de) nacht (zij) hebben kapot gemaakt hun genoeg
10.
dat ik HSPTI (tot) Ezau (ik) ben in verbanning gegaan (tot) van geheimen (...) hem WNHBE niet (hij) zal kunnen (hij) heeft beroofd (zij) hebben gezaaid en broers (...) hem en buurmannen (...) hem en hij is (er) niet
11.
(zij) heeft verlaten ITMIK ik (ik) leefde en weduwe-en (...) jou op mij (jullie) verzekerden je
12.
dat zo woord Jahweh hier is die (er is) niet rechtsregel (...) hen te drinken de beker (zij) hebben gelegd (zij) dronken en (met) haar hij maak schoon! (jij) maakte schoon niet (jij) maakte schoon dat (zij) heeft gelegd (jij) dronk
13.
dat bij mij (ik) heb gezworen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat aan haar naam aan schande aan zwaard en aan vervloeking (jij) was (zij) heeft druiven geplukt en alle naar steden (jullie) waren aan zwaarden eeuwigheid
14.
hoor toe! (er)naar (ik) heb toegehoord honderd Jahweh WßIR bij (de) volken zend! (is het zo) dat (jullie) verzamelden en (zij) zijn gekomen op haar en sta(a)t op! aan strijd
15.
dat hier is kleine (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) volken (zij) hebben geminacht (...) mij bij (de) mens
16.
TPLßTK ESIA (met) jou trots hart (...) jou behuis! bij (zij) hebben een cirkel getrokken (...) mij de rots (jij) verbreidde je hoogte heuvel dat TCBIE zoals gier nest (...) jou van daar AWRIDK (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
17.
en (zij) is geweest Edom aan haar naam alle kant op haar pas toe! WISRQ op alle slaan (er)naar
18.
zoals omkering van Sodom en Gomorra en behuis! (er)naar woord Jahweh niet inwoner daar man noch (hij) woonde bij haar zoon mens
19.
hier is zoals leeuw (hij) verhief MCAWN de Jordaan naar woonplaats sterke dat ARCIOE ARIßNW van opgang en water van jongeman vetstaart (ik) werd geteld dat water van zoals ik en water van (hij) getuigde (...) mij en water van dit herder die (hij) stond vast voor
20.
daarom (zij) hebben toegehoord raad Jahweh die advies naar Edom WMHSBWTIW die bereken! naar inwoners van Zuiden als toch niet IXHBWM ßOIRI het kleinvee als niet (hij) plaatste op hen woonplaats (...) hen
21.
van klank ga neer! (...) hen (zij) heeft lawaai gemaakt het land (zij) heeft geschreeuwd bij (de) zee riet (wij) hoorden toe naar klank
22.
hier is zoals gier (hij) verhief WIDAE en (hij) spreidde uit vleugels (...) hem op (zij) heeft druiven geplukt en (hij) is geweest hart helden van Edom bij (de) dag dat hond vrouw van ellende
23.
aan Damaskus schande leren zak WARPD dat (zij) heeft toegehoord herder (zij) hebben toegehoord NMCW bij (de) zee DACE de stilte niet (hij) zal kunnen
24.
RPTE Damaskus (is het zo) dat (zij) heeft zich gewend te vluchten WRÐÐ (zij) heeft gehouden ellende en koorden (jij) hebt gegrepen (er)naar zoals kraamvrouw
25.
waar ben jij? niet (zij) heeft verlaten stad lof(lied) Stad van vreugde (...) mij
26.
daarom (zij) vielen naar jongemannen bij (ik) ben breder geworden (er)naar en alle mens (...) mij de strijd (zij) leken bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
27.
en steek aan! (...) mij vuur bij (de) muur van Damaskus en (zij) heeft gegeten paleizen zoon Hadad
28.
LQDR en aan rijken Hazor die (hij) heeft geslagen NBWKDRAßWR koning Babel zo woord Jahweh sta(a)t op! (zij) zijn opgegaan naar (hij) is donker geworden en (zij) hebben beroofd (tot) bouw! voorkant
29.
tenten (...) hen en kleinvee (...) hen (zij) namen IRIOWTIEM en alle gereedschappen (...) hen en kamelen (...) hen (zij) droegen aan hen en (zij) hebben genoemd op hen om te wonen van rondom
30.
(zij) zijn gevlucht NDW zeer EOMIQW te wonen inwoners van Hazor (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat advies op jullie Nebukadrezar koning Babel advies en bereken! op hen bereken(t) (er)naar
31.
sta(a)t op! (zij) zijn opgegaan naar volk SLIW bewoner zich te verzekeren (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet deuren noch grendel als eenzame (zij) behuisden
32.
en (zij) zijn geweest kamelen (...) hen aan minachting en menigte van nesten (...) hen te ontnemen WZRTIM aan alle wind QßWßI hoek en van alle kanten (...) hem Abia (tot) tegenslag (...) hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
33.
en (zij) is geweest Hazor tot van misdaad jakhalzen wildernis tot eeuwigheid niet inwoner daar man noch (hij) woonde bij haar zoon mens
34.
die (hij) is geweest woord Jahweh naar Jeremia de profeet naar Elam bij (het) begin koninkrijk heb gelijk! (er)naar koning Juda te spreken
35.
zo woord Jahweh legers hier ben ik (hij) heeft gebroken (tot) boog Elam begin moedige daden (...) hen
36.
en (ik) heb gebracht naar Elam vier winden MARBO einden de hemel WZRTIM aan alle de winden (de) deze noch (hij) was de volk die niet invoer daar NDHI eeuwigheid
37.
WEHTTI (tot) Elam voor vijanden (...) hen en voor zoek(t) (...) mij ziel (...) hen en (ik) heb gebracht op hen herder (tot) woede neuzen van (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb gezonden na hen (tot) het zwaard tot schoondochters (...) mij hen
38.
en (ik) heb geplaatst stoelen van bij Elam en (ik) heb verloren laten gaan van daar koning en zingen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
39.
en (hij) is geweest aan het einde van de dagen (ik) blies (tot) gevangenschap van Elam (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 50

1.
het woord die woord Jahweh naar Babel naar land Chaldeeën bij (de) hand Jeremia de profeet
2.
(zij) hebben verteld bij (de) volken en (zij) hebben laten horen en draagt! teken (zij) hebben laten horen naar (jullie) verborgen (zij) hebben gesproken (wij) voegden samen (er)naar Babel (is het zo) dat beschaam! echtgenoot angst (hij) is in opstand gekomen (...) jou (is het zo) dat beschaamt! bedroef! (er)naar angst naar verdraaiingen
3.
dat blad op haar volk van Noorden hij (hij) legde (tot) naar land aan haar naam noch (hij) was bewoner bij haar van mens en tot vee NDW (zij) zijn gegaan
4.
bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) en bij (de) tijd die (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh voert in! bouw! Israël deze (mv) en bouw! Juda samen gang en (zij) hebben geweend (zij) gingen en (tot) Jahweh hun God (zij) zochten
5.
Sion (hij) vroeg (...) hem weg hier is aanzichten (...) hen (zij) zijn gekomen en (zij) hebben zich bijgevoegd naar Jahweh verbond eeuwigheid niet (jij) liet vergeten
6.
kleinvee ABDWT (hij) is geweest met mij kwaden (...) hen (is het zo) dat (jij) was aangenaam (hij) heeft opgetild gaan rond vlugge naar heuvel (zij) zijn gegaan laat vergeten! RBßM
7.
alle MWßAIEM (zij) hebben gegeten (...) hen en vijanden (...) hen (zij) hebben gesproken niet (wij) maakten ons schuldig in de plaats van die (zij) hebben gezondigd aan Jahweh woonplaats rechtvaardigheid en waterreservoir vaders-en (...) hen Jahweh
8.
NDW van midden Babel en van land Chaldeeën voert uit! en (zij) zijn geweest zoals bokken voor kleinvee
9.
dat hier is ik merk(t) op en hoogte op Babel menigte volken grootheden van land Noorden en (zij) hebben geordend aan haar van daar (jij) voegde samen pijlen (...) hem zoals held ontwikkeld mens niet (hij) blies leegte (...) hen
10.
en (zij) is geweest Chaldeeën te ontnemen alle ontneem! (er)naar (zij) waren verzadigd (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
11.
dat (jij) maakte blij dat (jij) was vrolijk SXI (ik) heb verworven dat TPWSI zoals koekalf DSE WTßELI KABRIM
12.
schande moeder (...) jullie zeer (zij) heeft gegraven baar(t) (...) jullie hier is einde van volken woestijn naar vloot en wildernis
13.
maak(t) zich kwaad Jahweh niet (jij) woonde en (zij) is geweest wildernis schoondochter alle kant op Babel pas toe! WISRQ op alle MKWTIE
14.
(zij) hebben geordend op Babel rondom alle wegen van boog (hij) bedankte vetstaart naar (jullie) hadden medelijden naar pijl dat aan Jahweh (zij) heeft gezondigd
15.
(zij) hebben gejuicht op haar rondom (zij) heeft gegeven naar hand ga(a)t neer! ASWITIE (wij) braken af (...) hem HWMWTIE dat (jij) hebt gewroken Jahweh zij (is het zo) dat (zij) hebben gewroken bij haar zoals (zij) heeft gedaan Ezau aan haar
16.
(zij) hebben afgehakt zaaie(t) van Babel en (zij) verbreidde zich van hoop bij (de) tijd oogst van aanzicht van zwaard de duif man naar met hem (zij) wendden zich en man aan land (...) hem (zij) beproefden
17.
lammetje PZWRE Israël leeuwen EDIHW (de) eerste (zij) hebben gegeten koning bevestiging en dit (de) laatste (zij) zijn machtig geworden Nebukadrezar koning Babel
18.
daarom zo woord Jahweh legers mijn God Israël hier ben ik opname naar koning Babel en naar land (...) hem zoals (ik) heb bekeken naar koning bevestiging
19.
en (ik) ben rondgegaan (tot) Israël naar woonplaats (...) hem en herder de Karmel en de Basan en bij (de) heuvel Efraïm en het gedenkteken (jij) was verzadigd ziel (...) hem
20.
bij (de) dagen die en bij (de) tijd die (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (hij) zocht (tot) vijandige Israël en hij is (er) niet en (tot) zondoffer Juda noch (jij) vond (...) haar dat (ik) werd vergeven te bevestigen (ik) liet achter
21.
op het land MRTIM blad op haar en naar bewoners van opperbevel zwaard en de boycot na hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (hij) heeft gedaan zoals alle die (ik) heb opdracht gegeven (...) jou
22.
klank strijd bij (het) land en (hij) heeft gebroken grote
23.
waar ben jij? NCDO en (hij) brak PÐIS alle het land waar ben jij? (zij) is geweest aan haar naam Babel bij (de) volken
24.
IQSTI aan jou en ook NLKDT Babel en (tot) niet (jij) hebt geweten (jij) hebt je bevonden en ook NTPST dat bij Jahweh ETCRIT
25.
opening Jahweh (tot) schat (...) hem en (hij) bracht naar buiten (tot) gereedschap (zij) zijn woedend geweest dat handwerk zij aan liggers van Jahweh legers bij (het) land Chaldeeën
26.
(zij) zijn gekomen aan haar van eind doet open! MABXIE baant! (er)naar zoals ORMIM WEHRIMWE naar (zij) was aan haar rest
27.
(zij) zijn vernield alle naar vrucht (zij) zijn gedaald aan slager ben! op hen dat (hij) is gekomen dag (...) hen tijd (jullie) hebben bekeken
28.
klank vluchten WPLÐIM van land Babel te vertellen bij Sion (tot) (jij) hebt gewroken Jahweh onze God (jij) hebt gewroken (is het zo) dat (zij) hebben gekund
29.
(zij) hebben laten horen naar Babel twisten alle wegen van boog (zij) zijn gelegerd op haar rondom naar wees naar vluchteling betaalt! aan haar zoals onderneming zoals alle die (zij) heeft gedaan Ezau aan haar dat naar Jahweh naar hoogmoedige naar heilige Israël
30.
daarom (zij) vielen naar jongemannen bij (ik) ben breder geworden (er)naar en alle mens (...) mij strijd (...) haar (zij) leken bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
31.
hier ben ik naar jou trots (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh legers dat (hij) is gekomen dag (...) jou tijd (ik) heb bekeken (...) jou
32.
en misstap trots en ga neer! en (er is) niet als vestig(t) en steek aan! (...) mij vuur roeie uit! (...) hem en (zij) heeft gegeten alle omgevingen (...) hem
33.
zo woord Jahweh legers OSWQIM bouw! Israël en bouw! Juda samen en alle gevangenschap (...) hen (zij) hebben gehouden in hen (zij) hebben geweigerd dat (hij) heeft gestreden
34.
wreker (...) hen kracht Jahweh legers zijn naam twist! (hij) twistte (tot) twist! (...) hen opdat ERCIO (tot) het land WERCIZ aan inwoners van Babel
35.
zwaard op Chaldeeën (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en naar inwoners van Babel en naar Seraja en naar word wijs! (er)naar
36.
zwaard naar de takken WNALW zwaard naar naar helden en angst
37.
zwaard naar paarden (...) hem en naar (zij) hebben gereden en naar alle (de) aangename die naar bij (het) midden en (zij) zijn geweest aan vrouwen zwaard naar naar schatten en (zij) hebben geplunderd
38.
zwaard naar naar wateren en (zij) zijn droog geweest dat land houw! (...) hen zij WBAIMIM (zij) prezen zich
39.
daarom (zij) hebben gewoond vloten (tot) eilanden en (zij) hebben gewoond bij haar dochters (hij) antwoordde noch (jij) woonde nog (eens) uiteindelijk noch (jij) woonde tot generatie en generatie
40.
zoals omkering van God (tot) Sodom en (tot) Gomorra en (tot) behuis! (er)naar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh niet inwoner daar man noch (hij) woonde bij haar zoon mens
41.
hier is met (hij) is gekomen van Noorden en volk grote en koningen twisten (zij) schudden uit van heup (...) mij land
42.
boog WKIDN (zij) hieldden wrede deze (mv) noch (zij) hadden medelijden klank (...) hen zoals zee (hij) ruiste en op paarden (zij) reedden orden! zoals man aan strijd op jou dochter Babel
43.
nieuws koning Babel (tot) nieuws (...) hen WRPW handen (...) hem ellende EHZIQTEW macht zoals kraamvrouw
44.
hier is zoals leeuw (hij) verhief MCAWN de Jordaan naar woonplaats sterke dat (ik) was rustig (er)naar (ik) rende (...) hen van opgang en water van jongeman vetstaart (ik) werd geteld dat water van zoals ik en water van IWODNI en water van dit herder die (hij) stond vast voor
45.
daarom (zij) hebben toegehoord raad Jahweh die advies naar Babel WMHSBWTIW die bereken! naar land Chaldeeën als niet IXHBWM ßOIRI het kleinvee als niet (hij) plaatste op hen woonplaats
46.
van klank NTPSE Babel NROSE het land en (zij) heeft geschreeuwd bij (de) volken (wij) hoorden toe

Hoofdstuk 51

1.
zo woord Jahweh hier ben ik merk(t) op op Babel en naar inwoners van hart (hij) is opgestaan (...) mij wind vernieler
2.
en (ik) heb gezonden aan Babel kransen en (zij) hebben uitgestrooid (er)naar WIBQQW (tot) naar land dat (zij) zijn geweest op haar van rondom bij (de) dag herder
3.
naar (hij) woonde (...) jou (hij) woonde (...) jou de weg boog (...) hem en naar ITOL onrijpe vruchten (...) ons en naar (jullie) hadden medelijden naar kies! (er)naar (is het zo) dat worden bleek (...) hem alle (zij) heeft zich geschaard
4.
en ga(a)t neer! doden bij (het) land Chaldeeën WMDQRIM BHWßWTIE
5.
dat niet weduwnaar Israël en Juda van zijn God van Jahweh legers dat land (...) hen (zij) is vol geweest (hij) heeft zich schuldig gemaakt van heilige Israël
6.
(zij) zijn gevlucht van midden Babel en redt! man ziel (...) hem naar (jullie) leken bij antwoord(t) dat tijd wraak zij aan Jahweh vergeld! hij Mesullam aan haar
7.
beker goud Babel bij (de) hand Jahweh MSKRT alle het land naar van wijn (zij) hebben gelegd volken op zo (zij) prezen zich volken
8.
plotseling (zij) is gevallen Babel en (zij) brak (zij) hebben gejammerd op haar neemt! schep! LMKAWBE misschien (jij) genas
9.
(wij) hebben genezen (tot) Babel noch NRPTE (zij) hebben verlaten (er)naar en (wij) gingen man aan land (...) hem dat plaag naar de hemel naar rechtsregel en verheven tot wolken
10.
(hij) heeft tevoorschijn gehaald Jahweh (tot) (ik) heb gelijk gehad (...) ons (zij) zijn gekomen en (wij) vertelden (er)naar bij Sion (tot) Mozes Jahweh onze God
11.
het graan (...) hem de pijlen (zij) zijn vol geweest (is het zo) dat heers! (...) hen (hij) heeft opgemerkt Jahweh (tot) wind heers! van die dat op Babel van vuiligheid (...) hem kapot te maken (er)naar dat (jij) hebt gewroken Jahweh zij (jij) hebt gewroken (is het zo) dat (zij) hebben gekund
12.
naar muur van Babel draagt! teken (zij) hebben gehouden (is het zo) dat bewaar(t) (zij) hebben gevestigd dat til(t) op (wij) hebben geslagen (is het zo) dat lig in hinderlaag! (...) hen dat ook (hij) heeft plannen gesmeed Jahweh ook (hij) heeft gedaan (tot) die woord naar inwoners van Babel
13.
(ik) heb gewoond op water twisten (jij) hebt getwist berg(t) op (hij) is gekomen eind (...) jou waarheid voordeel (...) jou
14.
(hij) heeft gezworen Jahweh legers bij (de) ziel (...) hem dat als (ik) ben vol geweest (...) jou mens KILQ en nederige op jou hoera!
15.
(hij) heeft gedaan land bij (de) kracht (...) hem bereid(t) voor wereld bij (de) wijsheid (...) hem en bij (de) wijsheid (...) hem (wij) bogen om hemel
16.
aan klank te geven (...) hem menigte water bij (de) hemel en (hij) verhief dragers van einde land flitsen aan regen (hij) heeft gedaan en (hij) bracht naar buiten wind van bergingen (...) hem
17.
(wij) roeiden uit alle mens om te weten (is het zo) dat beschaam! alle ßRP MPXL dat leugen (zij) hebben uitgegoten noch wind in hen
18.
damp deze (mv) Mozes TOTOIM bij (de) tijd (jullie) hebben bekeken (zij) gingen verloren
19.
niet zoals deze deel (hij) volgde dat schep(t) (de) alle hij en stam erfgoed (...) hem Jahweh legers zijn naam
20.
MPß (met) haar aan mij gereedschap strijd en (ik) heb verspreid bij jou volken en maak kapot! (...) mij bij jou van koninkrijk
21.
en (ik) heb verspreid bij jou paard en (zij) hebben gereden en (ik) heb verspreid bij jou wagen en (zij) hebben gereden
22.
en (ik) heb verspreid bij jou man en vrouw en (ik) heb verspreid bij jou baard en jeugd en (ik) heb verspreid bij jou jongeman en maagd
23.
en (ik) heb verspreid bij jou herder en kudde (...) hem en (ik) heb verspreid bij jou AKR en (zij) hebben gekoppeld en (ik) heb verspreid bij jou word minder! en officieren
24.
en (ik) ben volledig geweest aan Babel en aan alle bewoners van Chaldeeën (tot) alle medemensen (...) hen die Ezau bij Sion aan ogen (...) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
25.
hier ben ik naar jou heuvel de vernieler (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh de vernieler (tot) alle het land en (ik) ben genegen (tot) handen van op jou en (ik) heb gerold (...) jou vanuit de rotsen en (ik) heb gegeven (...) jou aan heuvel (zij) heeft verbrand
26.
noch (zij) namen (van)uit jou steen aan hoek en steen aan fundamenten dat dat om te sterven eeuwigheid (jij) was (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
27.
draagt! teken bij (het) land (zij) hebben geblazen ramshoorn bij (de) volken (zij) hebben geheiligd op haar volken (zij) hebben laten horen op haar van koninkrijk ARRÐ van mij WASKNZ beveelt! op haar ÐPXR (is het zo) dat (zij) zijn opgegaan paard KILQ XMR
28.
(zij) hebben geheiligd op haar volken (tot) heers! van die (tot) PHWTIE en (tot) alle naar officieren en (tot) alle land regering (...) hem
29.
en (zij) maakte lawaai het land en (jij) begon te dat (zij) is opgestaan op Babel berekenen Jahweh te plaatsen (tot) land Babel aan haar naam vanwaar? bewoner
30.
(zij) hebben opgehouden helden van Babel aan het brood (zij) hebben gewoond bij (de) forten (wij) dronken moedige daden (...) hen (zij) zijn geweest aan vrouwen (zij) hebben aangestoken naar van buurvrouwen (wij) braken (...) hem naar grendels
31.
(hij) heeft gerend tegemoet (hij) heeft gerend (hij) rende en vertel(t) tegemoet vertel(t) te vertellen aan koning Babel dat (wij) voegden samen (er)naar (zij) hebben blootgelegd van einde
32.
WEMOBRWT NTPSW en (tot) EACMIM verbrandt! (hij) is verrot en mens (...) mij de strijd (zij) zijn geschrokken
33.
dat zo woord Jahweh legers mijn God Israël dochter Babel zoals vreemdeling (...) hen tijd EDRIKE nog (eens) een beetje en kom(t) tijd de oogst aan haar
34.
(wij) hebben gegeten (is het zo) dat (van)uit hem Nebukadrezar koning Babel EßICNW gereedschap lege (wij) hebben geslikt zoals krokodil (hij) is vol geweest als verovert! MODNI EDIHNW
35.
beroof! en resten van op Babel (jij) sprak (jij) hebt gewoond Sion en lijk! naar inwoners van Chaldeeën (jij) sprak Jeruzalem
36.
daarom zo woord Jahweh hier ben ik meerderheid (tot) twist! (...) jou en (ik) heb gewroken (tot) (jij) hebt gewroken (...) jou en het zwaard (...) mij (tot) naar dag WEBSTI (tot) naar bron
37.
en (zij) is geweest Babel aan hopen van vijandige jakhalzen daarnaar (-s) en (zij) heeft gefloten vanwaar? bewoner
38.
samen zoals dorpen (hij) brulde (...) hem schudt! als woon! leeuwen
39.
bij (de) schoonvader (...) hen (ik) legde (tot) MSTIEM WESKRTIM opdat (zij) waren vrolijk en hij is er jaar van eeuwigheid noch (zij) werden wakker (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
40.
AWRIDM zoals lammeren te slachten zoals rammen met bokken
41.
waar ben jij? (wij) voegden samen (er)naar (hij) heeft zich verblijd (...) jou WTTPS lof(lied) van alle het land waar ben jij? (zij) is geweest aan haar naam Babel bij (de) volken
42.
blad op Babel de zee bij (de) menigte hopen (...) hem NKXTE
43.
(zij) zijn geweest naar steden aan haar naam land naar vloot en wildernis land niet inwoner bij hen alle man noch (hij) ging voorbij bij hen zoon mens
44.
en (ik) heb bekeken op echtgenoot bij Babel en het weggaan (...) mij (tot) (zij) hebben geslikt van monden (...) hem noch INERW naar hem nog (eens) volken ook muur van Babel (zij) is gevallen
45.
ga(a)t uit! naar van midden met mij en redt! man (tot) ziel (...) hem van woede neus Jahweh
46.
en opdat niet heup hart (...) jullie en (jullie) vreesden bij hoor toe! (er)naar ENSMOT bij (het) land en (hij) is gekomen in het jaar (is het zo) dat hoor toe! (er)naar en na hem in het jaar (is het zo) dat hoor toe! (er)naar en roof bij (het) land en heerser op heerser
47.
daarom hier is dagen komen en (ik) heb bekeken op PXILI Babel en alle naar land (jij) schaamde je en alle ontheilig! (er)naar (zij) vielen naar bij (het) midden
48.
en roddelt! op Babel hemel en land en alle die bij hen dat van Noorden invoer aan haar (is het zo) dat beroven (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
49.
ook Babel neer te gaan ontheilig! Israël ook aan Babel ga(a)t neer! ontheilig! alle het land
50.
PLÐIM van zwaard (zij) zijn gegaan naar (jullie) stondden vast (zij) hebben zich herinnerd om ver te zijn (tot) Jahweh en Jeruzalem (jij) verhief op hart (...) jullie
51.
(wij) hebben ons geschaamd dat (wij) hebben toegehoord schande (zij) heeft bedekt schande (wij) hebben ons gewend dat (zij) zijn gekomen kransen op heilig(t) (...) mij huis Jahweh
52.
daarom hier is dagen komen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb bekeken op PXILIE en in alle naar land IANQ dode
53.
dat (jij) verhief Babel de hemel en dat (zij) plukte druiven hoogte naar kracht van mij voert in! beroof! (...) hen aan haar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
54.
klank (zij) heeft geschreeuwd van Babel en (hij) heeft gebroken grote van land Chaldeeën
55.
dat (hij) heeft beroofd Jahweh (tot) Babel en (hij) is verloren gegaan (van)uit haar klank grote en (zij) hebben geruist hopen (...) hen staan op twisten (hij) heeft gegeven draagt! (...) hen klank (...) hen
56.
dat (hij) is gekomen op haar op Babel beroof(t) en (wij) voegden samen (...) hem naar helden HTTE QSTWTM dat naar CMLWT Jahweh gehele (hij) betaalde
57.
WESKRTI Seraja en word wijs! (er)naar PHWTIE en naar officieren en naar helden en hij is er jaar van eeuwigheid noch (zij) werden wakker (hij) heeft redevoering gehouden kroon! Jahweh legers zijn naam
58.
zo woord Jahweh legers schoonmoeder Babel de plein OROR TTOROR en naar poorten (de) hoge (mv) (hij) is verrot IßTW en (zij) hebben moeite gedaan volkeren takken van lege en naties takken van vuur en (hij) vloog (...) hem
59.
het woord die geef opdracht! Jeremia de profeet (tot) Seraja zoon Nerija zoon naar dekking-en bij te gaan (...) hem (tot) Zedekia koning Juda Babel bij (het) jaar van het vierde te heersen (...) hem en Seraja aanvoerder om te rusten (er)naar
60.
en (hij) schreef Jeremia (tot) alle de herder die (jij) kwam naar Babel naar boek één (tot) alle de woorden (de) deze de (hand)schrift-en naar Babel
61.
en (hij) sprak Jeremia naar Seraja als (hij) is gekomen (...) jou Babel en (jij) hebt gezien en (jij) hebt genoemd (tot) alle de woorden (de) deze
62.
en (jij) hebt gesproken Jahweh (met) haar woord van naar de plaats deze te vernietigen (...) hem opdat niet te zijn bij hem bewoner tot van mens en tot vee dat dat om te sterven eeuwigheid (jij) was
63.
en (hij) is geweest zoals schoondochter (...) jou te noemen (tot) het boek deze (jij) verbond op hem steen en (jij) hebt afgeworpen (...) hem naar midden koe van
64.
en (jij) hebt gesproken zodoende TSQO Babel noch (jij) wraakte van aanzicht van de herder die ik breng(t) op haar en (hij) vloog (...) hem tot hier is spreek! Jeremia

Hoofdstuk 52

1.
zoon twintig en één jaar Zedekia bij (zij) hebben geheerst en één tien jaar koning bij Jeruzalem en naam [van] moeder (...) hem HMIÐL dochter Jeremia van witte
2.
en (hij) heeft gemaakt juich! bij bestudeer! Jahweh zoals alle die (hij) heeft gedaan Jojakim
3.
dat op neus Jahweh (zij) is geweest bij Jeruzalem en Juda tot (zij) hebben afgeworpen hen boven aanzichten (...) hem en (hij) kwam in opstand Zedekia bij (de) koning Babel
4.
en wees in het jaar ETSOIT te heersen (...) hem bij (de) maand (de) tiende bij (het) decennium aan maand (hij) is gekomen Nebukadrezar koning Babel hij en alle macht (...) hem op Jeruzalem en (zij) legerden op haar en (zij) bouwden op haar schans rondom
5.
en (zij) kwam (hij) heeft opgemerkt bij (de) belegering tot opvolging van tien jaar aan koning Zedekia
6.
bij (de) maand (de) vierde bij negen aan maand en (hij) versterkte de honger bij (de) stad noch (hij) is geweest brood aan volk het land
7.
WTBQO (hij) heeft opgemerkt en alle mens (...) mij de strijd (zij) vluchtten en voert uit! om op te merken nacht weg poort tussen de leren zak-en die op tuin kroon! en Chaldeeën op (hij) heeft opgemerkt rondom en (zij) gingen weg de wildernis
8.
en (zij) achtervolgdenen macht Chaldeeën na kroon! en (zij) bereikten (tot) Zedekia bij (jij) bent aangenaam geweest maan (...) hem en alle macht (...) hem verbrijzelt! ontvreemd! (...) hem
9.
WITPSW (tot) kroon! en (zij) verhieven (met) hem naar koning Babel RBLTE bij (het) land leren zak en (hij) sprak (met) hem rechtsregels
10.
en (hij) slachtte koning Babel (tot) bouw! Zedekia aan ogen (...) hem en ook (tot) alle Sarai Juda (hij) heeft geslacht BRBLTE
11.
en (tot) bestudeer! Zedekia huid en (zij) namen gevangen (...) hem bij (de) koper-en en voert in! (...) hem koning Babel naar Babel en (hij) gaf (...) hem bij (het) huis (jij) hebt neergelegd tot dag sterft!
12.
en bij (de) maand (de) vijfde bij (het) decennium aan maand zij jaar van negen tien jaar aan koning Nebukadrezar koning Babel (hij) is gekomen Nebuzaradan meerderheid slagers sta vast! voor koning Babel bij Jeruzalem
13.
en (hij) verbrandde (tot) huis Jahweh en (tot) huis kroon! en (tot) alle dochter (...) mij Jeruzalem en (tot) alle huis (de) grote engel (hij) is verrot
14.
en (tot) alle schoonmoeder Jeruzalem rondom (zij) hebben gesloopt alle macht Chaldeeën die (tot) meerderheid slagers
15.
en om te putten het volk en (tot) rest het volk (is het zo) dat blijven bij (de) stad en (tot) (is het zo) dat ga neer! (...) hen die ga(a)t neer! naar koning Babel en (tot) rest (is het zo) dat Amon de bol Nebuzaradan meerderheid slagers
16.
en om te putten het land (hij) heeft achtergelaten Nebuzaradan meerderheid slagers aan wijngaarden WLICBIM
17.
en (tot) staanders van het koper die aan huis Jahweh en (tot) de onderstellen en (tot) zee het koper die bij (het) huis Jahweh (zij) hebben gebroken Chaldeeën en (zij) droegen (tot) alle (jullie) hebben vermoed naar Babel
18.
en (tot) (is het zo) dat wijken af en (tot) de schoffels en (tot) (is het zo) dat zingen en (tot) de offerschaal van en (tot) EKPWT en (tot) alle gereedschap het koper die (zij) dienden bij hen (zij) hebben genomen
19.
en (tot) (is het zo) dat voeg toe! (...) hen en (tot) EMHTWT en (tot) de offerschalen en (tot) EXIRWT en (tot) de armaturen en (tot) EKPWT en (tot) EMNQIWT die goud goud en die zilver zilver lering meerderheid slagers
20.
de staanders twee de zee één en het rundvee twee rijkdom koper die in de plaats van de onderstellen die (hij) heeft gedaan kroon! Salomo aan huis Jahweh niet (hij) is geweest gewicht aan koper (...) hen alle (de) alle (mv) (de) deze
21.
en de staanders acht tien natie hoogte stel op! de één WHWÐ twee tien natie (hij) legde opzij (...) ons en wolken (...) hem vier vingers NBWB
22.
en (jij) hebt omsingeld op hem koper en hoogte van (is het zo) dat (jij) hebt omsingeld de één vijf (ik) stierf WSBKE en granaatappels op EKWTRT rondom (de) alle koper WKALE te staan (de) tweede en granaatappels
23.
en (zij) waren de granaatappels negentig en zes naar wind alle de granaatappels honderd op ESBKE rondom
24.
en (hij) nam meerderheid slagers (tot) Seraja priester het hoofd en (tot) Zefanja priester wijkt! en (tot) drie van bewaar! (is het zo) dat voeg toe!
25.
en vanuit (hij) heeft opgemerkt lering hoveling één die (hij) is geweest PQID op mens (...) mij de strijd en zeven mensen van spiegel aanzicht van kroon! die (zij) hebben zich bevonden bij (de) stad en (tot) boek aanvoerder de leger (is het zo) dat om zich te scharen (tot) met het land en zestig man bij vandaan het land (is het zo) dat bevinden zich binnen (hij) heeft opgemerkt
26.
en (hij) nam hen Nebuzaradan meerderheid slagers en (hij) ging hen naar koning Babel RBLTE
27.
en (hij) sloeg hen koning Babel en (hij) stierf (...) hen BRBLE bij (het) land leren zak en (hij) verheugde zich Juda boven aarde (...) hem
28.
dit het volk die de bol Nebukadrezar bij (het) jaar van zeven Joden drie van duizenden en twintig en drie
29.
bij (het) jaar van acht tien aan Nebukadrezar van Jeruzalem ziel acht honderd dertig en twee
30.
bij (het) jaar van drie en twintig aan Nebukadrezar de bol Nebuzaradan meerderheid slagers Joden ziel zeven honderd veertig en vijf alle ziel vier duizenden en zes honderd
31.
en wees bij dertig en zeven jaar in verbanning te gaan IEWIKN koning Juda bij twee rijkdom maand bij twintig en vijf aan maand verheven dwaas (hij) is in opstand gekomen (...) jou koning Babel bij (het) jaar van koningin (...) hem (tot) hoofd Jojachin koning Juda en uitgaande (met) hem van huis EKLIA
32.
en (hij) sprak (met) hem goede (mv) en (hij) gaf (tot) stoel (...) hem boven aan stoel koningen die (met) hem bij Babel
33.
en jaar (tot) bij (het) bokje (zij) hebben gevangen gezet en eten brood voor hem altijd alle dagen van (zij) hebben geleefd
34.
en manier (...) hem (jij) hebt gastvrijheid verleend altijd (zij) heeft gegeven als honderd koning Babel woord dag bij (de) dag (...) hem tot dag sterft! alle dagen van leef! (...) hem