Hoofdstuk 1

1.
visioen Jesaja zoon Amoz die borst op Juda en Jeruzalem bij (de) dagen van Uzzia Jotham Achaz Hizkia heers! Juda
2.
(zij) hebben toegehoord hemel en luister! land dat Jahweh woord zonen (ik) ben gegroeid en (ik) heb verheven en zij (zij) hebben misdreven bij mij
3.
(hij) heeft geweten os buis (...) hem en ernstige trog echtgenoten (...) hem Israël niet (hij) heeft geweten met mij niet (hij) heeft beschouwd
4.
ben! volk zondaar met lever vijandige nakomelingen van kwaden zonen maken kapot (zij) hebben verlaten (tot) Jahweh (zij) hebben gesmaad (tot) heilige Israël (zij) zich vervreemd achterzijde
5.
op wat? (jullie) sloegen nog (eens) (jullie) voegden toe (zij) is afgeweken alle hoofd aan ziekte en alle hart DWI
6.
van lepel voet en tot hoofd (er is) niet bij hem van onschuldige wond en sluit je aan! (er)naar en geslagen ÐRIE niet (zij) hebben uitgestrooid noch (zij) hebben verbonden noch RKKE bij (de) olie
7.
land (...) jullie wildernis steden (...) jullie SRPWT vuur ADMTKM tegen jullie kransen eten-en (met) haar en wildernis zoals omkering van kransen
8.
en (zij) is overgebleven dochter Sion zoals hut bij (de) wijngaard als om te overnachten (er)naar bij (de) gesmeed metaal zoals stad NßWRE
9.
indien niet Jahweh legers EWTIR aan ons overlevende zoals een beetje zoals Sodom (wij) zijn geweest aan Gomorra (wij) hebben geleken
10.
(zij) hebben toegehoord woord Jahweh officieren van Sodom (zij) hebben geluisterd Wetboek van onze God met Gomorra
11.
waarom aan mij meerderheid slachtingen (...) jullie (hij) sprak Jahweh (ik) ben verzadigd geweest beklimmingen rammen en melk MRIAIM en bloed stieren en schapen en bokken niet (ik) heb gewenst
12.
dat (jij) kwam (...) hem te zien aanzicht van water van zoek! deze van hand (...) jullie RMX grondgebied (...) mij
13.
niet (jullie) voegden toe (hij) heeft gebracht geschenk van (het) niets wierook gruwel zij aan mij maand en sabbat (hij) heeft genoemd lezen niet eet kracht en (zij) heeft vastgehouden
14.
maanden (...) jullie en ontmoetingen (...) jullie (zij) heeft gehaat ziel (...) mij (zij) zijn geweest op mij LÐRH NLAITI verheven
15.
en bij (de) ruiter (...) jullie lepels (...) jullie AOLIM bestudeer! (van)uit jullie ook dat (jullie) vermeerderden gebed ik ben (er) niet nieuws handen (...) jullie kosten (zij) zijn vol geweest
16.
(zij) hebben gewassen (is het zo) dat (zij) hebben gereinigd (zij) hebben verwijderd kwaad daden (...) jullie op een afstand bestudeer! (zij) hebben opgehouden juich!
17.
onderwijst! doe goed! (zij) hebben uitgelegd rechtsregel bevestigt! HMWß (zij) hebben berecht wees twist! weduwe
18.
ga(a)t! toch en (wij) werden bewezen (er)naar (hij) sprak Jahweh als (zij) waren zondaars (...) jullie zoals jaren zoals sneeuw ILBINW als IADIMW zoals worm zoals wol (zij) waren
19.
als (jullie) wensten en (jullie) hebben toegehoord goede het land (jullie) aten
20.
en als (jullie) weigerden WMRITM zwaard (jullie) aten dat mond van Jahweh woord
21.
hoe? (zij) is geweest te onderhouden (er)naar stad loyale (ik) ben vol geweest rechtsregel rechtvaardigheid (hij) liet overnachten bij haar en nu van moorden
22.
zilver (...) jou (hij) is geweest aan ertsresten XBAK besnijd! bij (het) water
23.
aanvoerders (...) jou zijn opstandig en sluit je aan! dieven kunt! (hij) heeft liefgehad omkoperij en (hij) heeft achtervolgd SLMNIM wees niet (zij) berechtten en twist! weduwe niet invoer naar hen
24.
daarom (hij) heeft redevoering gehouden de heer Jahweh legers ridder Israël ben! (ik) troostte Egyptenaar WANQME van vijanden van
25.
en (ik) gaf terug (er)naar handen van op jou WAßRP zoals graan ertsresten (...) jou en (ik) verwijderde (er)naar alle BDILIK
26.
en (ik) gaf terug (er)naar rechters (...) jou KBRASNE en adviezen (...) jou KBTHLE na zo (hij) noemde aan jou stad geef gelijk! stad loyale
27.
Sion bij (de) rechtsregel (jij) bevrijdde en naar gevangenschap bij (de) weldadigheid
28.
en (hij) heeft gebroken misdaden en zondaars samen en verlaat! Jahweh (zij) hebben gekund
29.
dat (zij) zijn droog geweest van rammen die (jullie) hebben begeerd en (jullie) groeven MECNWT die (jullie) hebben gekozen
30.
dat (jullie) waren zoals deze (jij) bent verwelkt blad WKCNE die water (er is) niet aan haar
31.
en (hij) is geweest (is het zo) dat (hij) heeft medelijden gehad (...) hen aan meisje van en daad (...) hem LNIßWß en roeiet uit! die twee samen en (er is) niet doof(t) uit

Hoofdstuk 2

1.
het woord die borst Jesaja zoon Amoz op Juda en Jeruzalem
2.
en (hij) is geweest aan het einde van de dagen juiste (hij) was heuvel huis Jahweh bij (het) hoofd naar de heuvels en verheven van heuvels en (zij) zijn gestroomd naar hem alle de volken
3.
en (zij) zijn gegaan volkeren twisten en (zij) hebben gesproken ga(a)t! en (wij) verhieven naar heuvel Jahweh naar huis mijn God Jakob WIRNW van wegen (...) hem en (wij) gingen (er)naar bij (de) manieren (...) hem dat van Sion (jij) ging uit Wetboek en woord Jahweh van Jeruzalem
4.
en rechter tussen de volken en (hij) heeft bewezen aan volkeren twisten WKTTW zwaarden (...) hen LATIM WHNITWTIEM tot van gezangen niet (hij) droeg volk naar volk zwaard noch (zij) onderwezen nog (eens) strijd
5.
huis Jakob ga(a)t! en (wij) gingen (er)naar bij (het) licht Jahweh
6.
dat (jij) hebt verlaten (er)naar met jou huis Jakob dat (zij) zijn vol geweest van voorkant en wolken zoals Filistijnen en bij (de) kinderen van vreemde landen ISPIQW
7.
en (jij) was vol land (...) hem zilver en goud en (er is) niet einde aan bergingen (...) hem en (jij) was vol land (...) hem paarden en (er is) niet einde aan rijtuigen (...) hem
8.
en (jij) was vol land (...) hem afgoden aan Mozes handen (...) hem (zij) bogen zich diep te bevestigen Ezau vingers (...) hem
9.
en (hij) bukte zich mens en (hij) was laag man en naar (jij) droeg aan hen
10.
komst pluk druiven! WEÐMN bij (het) stof van aanzicht van angst Jahweh en van pracht (hij) heeft zich verheven (...) ons
11.
bestudeer! CBEWT mens lage en (hij) heeft gesproken hoogte mensen en hoge Jahweh alleen hij bij (de) dag dat
12.
dat dag aan Jahweh legers op alle (hij) heeft zich verheven en (hij) is hoog geweest en op alle verheven en lage
13.
en op alle ceders van de Libanon (is het zo) dat zijn hoog en de dragers en op alle eiken van de Basan
14.
en op alle naar de heuvels (is het zo) dat zijn hoog en op alle de heuvels (is het zo) dat (jij) bent gedragen
15.
en op alle kweek(t) hoogte en op alle muur pluk druiven! (er)naar
16.
en op alle schepen Tharsis en op alle SKIWT (is het zo) dat (zij) heeft begeerd
17.
en (hij) heeft gesproken CBEWT de mens en lage hoogte mensen en hoge Jahweh alleen hij bij (de) dag dat
18.
en de afgoden zoals nacht IHLP
19.
en (zij) zijn gekomen bij (de) grotten smalle (mv) WBMHLWT stof van aanzicht van angst Jahweh en van pracht (zij) hebben zich verheven (...) ons bij sta(a)t op! LORß het land
20.
bij (de) dag dat (hij) wierp af de mens (tot) afgoden van als voegt toe! en (tot) afgoden van goud (...) hem die Ezau als zich diep te buigen aan Hefer vruchten WLOÐLPIM
21.
te komen BNQRWT (de) smalle (mv) WBXOPI de rotsen van aanzicht van angst Jahweh en van pracht (zij) hebben zich verheven (...) ons bij sta(a)t op! LORß het land
22.
(zij) hebben opgehouden aan jullie vanuit de mens die ziel bij (de) neus (...) hem dat verhoging (wij) berekenden hij

Hoofdstuk 3

1.
dat hier is de heer Jahweh legers verwijder(t) van Jeruzalem en van Juda MSON WMSONE alle MSON brood en alle MSON water
2.
held en man strijd berecht en profeet en tovenarij en baard
3.
aanvoerder vijftig WNSWA aanzicht en adviseur en wijze stille (mv) en verstandige LHS
4.
en (ik) heb gegeven jongens aanvoerders (...) hen WTOLWLIM (zij) heersten in hen
5.
en (wij) naderden het volk man bij (de) man en man bij (de) zijn vriend IREBW de jeugd bij (de) baard WENQLE bij (de) belangrijke
6.
dat ITPS man bij (de) broers (...) hem huis vader (...) hem jurk ga! (er)naar officier (jij) was aan ons WEMKSLE (de) deze in de plaats van hand (...) jou
7.
(hij) droeg bij (de) dag dat te spreken niet (ik) was (hij) heeft verbonden en bij (de) huis-en van (er is) niet brood en (er is) niet jurk niet (jij) plaatste (...) mij officier met
8.
dat (zij) is gestruikeld Jeruzalem en Juda ga neer! dat tong (...) hen en daden (...) hen naar Jahweh tot van Ruth arme eer (...) hem
9.
(jij) hebt herkend aanzichten (...) hen (zij) heeft geantwoord in hen en (jullie) hebben gezondigd zoals Sodom (zij) hebben verteld niet verbergt! o wee! aan ziel (...) hen dat laat ontwennen! aan hen herder
10.
(zij) hebben gesproken rechtvaardige dat goede dat vrucht daden (...) hen (zij) aten
11.
o wee! aan slechte kwaad dat vergeld! handen (...) hem (zij) heeft gemaakt als
12.
met mij kom naderbij! (...) hem van kindje en worden verlaten (zij) hebben geheerst bij hem met mij bevestigen (...) jou MTOIM en weg (ik) heb gastvrijheid verleend (...) jou (zij) hebben geslikt
13.
opgesteld te twisten Jahweh en sta vast! te berechten volkeren
14.
Jahweh bij (de) rechtsregel invoer met ben oud! met hem en aanvoerders (...) hem en (met) hen (jullie) hebben uitgeroeid de wijngaard (jij) hebt beroofd (de) arme bij (de) huizen (...) jullie
15.
(hij) heeft besneden (...) jullie TDKAW met mij en aanzicht van armen TÐHNW (hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh legers
16.
en (hij) sprak Jahweh wegens dat hoogte (...) hem dochters Sion en (jullie) gingen NÐWWT (zij) hebben gewoond (...) hen en liegen ogen gang WÐPP (jullie) gingen en bij (de) voeten (...) hen TOKXNE
17.
WSPH liggers van QDQD dochters Sion en Jahweh monden (...) hen (hij) legde bloot
18.
bij (de) dag dat (hij) verwijderde liggers van (tot) glans EOKXIM WESBIXIM WESERNIM
19.
ENÐPWT WESIRWT WEROLWT
20.
EPARIM WEßODWT WEQSRIM en dochter (...) mij de ziel WELHSIM
21.
EÐBOWT en neusringen van de neus
22.
EMHLßWT WEMOÐPWT WEMÐPHWT WEHRIÐIM
23.
WECLINIM WEXDINIM WEßNIPWT WERDIDIM
24.
en (hij) is geweest in de plaats van bij (de) naam MQ (hij) was en in de plaats van omgord! (er)naar NQPE en in de plaats van Mozes gesmeed metaal naar ijs en in de plaats van PTICIL MHCRT zak dat in de plaats van schoonheid
25.
dood-en (...) jou bij (het) zwaard (zij) vielen en moed (...) jou bij (de) strijd
26.
en kracht (...) hem en (zij) hebben gerouwd doe open! (er)naar WNQTE aan land (jij) woonde

Hoofdstuk 4

1.
en (zij) hebben gehouden zeven worden verlaten bij (de) man één bij (de) dag dat te spreken (wij) hebben gestreden (wij) aten WSMLTNW NLBS lege (hij) noemde naam (...) jou op ons Asaf (jij) hebt beledigd (...) ons
2.
bij (de) dag dat (hij) was (hij) is gegroeid Jahweh aan pracht en zwaar te zijn en vrucht het land LCAWN en aan glans LPLIÐT Israël
3.
en (hij) is geweest de geblevene bij Sion en (de) overgebleven bij Jeruzalem heilige (hij) sprak als alle het geschrevene aan leven bij Jeruzalem
4.
als (hij) heeft gewassen liggers van (tot) uit te gaan dochters Sion en (tot) lijk! Jeruzalem IDIH naar nastaande vlucht! rechtsregel en vlucht! onwetende
5.
en (hij) heeft geschapen Jahweh op alle plaats heuvel Sion en op naar lezen wolk dag (...) hen en maak! (...) hen en schijn vuur vlam nacht dat op alle eer HPE
6.
en hut (jij) was aan schaduw dag (...) hen van zwaard en aan dekking WLMXTWR van krans (...) hen en van regen

Hoofdstuk 5

1.
(ik) zong (er)naar toch LIDIDI SIRT ooms van aan wijngaard (...) hem wijngaard (hij) is geweest LIDIDI bij (de) hoorn zoon olie
2.
WIOZQEW WIXQLEW en (zij) plantten (...) hem (hij) heeft gefloten en (hij) bouwde kweek(t) bij (het) midden (...) hem en ook IQB HßB bij hem en (hij) hoopte te doen druiven en (hij) heeft gemaakt bij (ik) plaatste
3.
en nu bewoner Jeruzalem en man Juda (zij) hebben berecht toch tussen mij en tussen wijngaarden van
4.
wat? te doen nog (eens) aan wijngaarden van noch (ik) heb gedaan bij hem waarom? (ik) heb gehoopt te doen druiven en (hij) heeft gemaakt bij (ik) plaatste
5.
en nu (ik) deelde mee (er)naar toch (met) jullie (tot) die ik (hij) heeft gedaan aan wijngaarden van verwijder! MSWKTW en (hij) is geweest uit te roeien doorbraak (zij) hebben een omheining opgericht en (hij) is geweest LMRMX
6.
WASITEW naar dochter niet (hij) zong noch IODR en blad doorn en doorn en op de wolken (ik) gaf opdracht MEMÐIR op hem regen
7.
dat wijngaard Jahweh legers huis Israël en man Juda (hij) heeft geplant SOSWOIW en (hij) hoopte aan rechtsregel en hier is MSPH aan weldadigheid en hier is (zij) heeft geschreeuwd
8.
ben! kom(t) toe (...) mij huis bij (het) huis veld bij (het) veld (zij) boodden aan tot niets plaats WEWSBTM alleen jullie te midden van het land
9.
bij (de) oren van Jahweh legers als niet huizen twisten aan haar naam (zij) waren grootheden en goede (mv) vanwaar? bewoner
10.
dat tiental koppel! wijngaard (zij) hebben gemaakt dochter één en nakomelingen klei (zij) heeft gemaakt (ik) was mooi
11.
ben! sta(a)(t) vroeg op (...) mij bij (het) rundvee beloning (zij) achtervolgdenen van achter bij (de) schemer wijn IDLIQM
12.
en (hij) is geweest viool en harp TP WHLIL en wijn MSTIEM en (tot) daad Jahweh niet (zij) keken en Mozes handen (...) hem niet (zij) hebben gezien
13.
daarom bol met mij zonder kennis en eer (...) hem wanneer? honger en (zij) hebben geruist (...) ons ßHE dorst
14.
daarom ERHIBE dodenrijk (wij) verbreidden ons WPORE naar mond van aan echtgenoten van wet en (hij) is gedaald (is het zo) dat (zij) heeft gewoond en naar menigte en draagt! (...) haar en vrolijke bij haar
15.
en (hij) bukte zich mens en (hij) was laag man en bestudeer! hoge (mv) (zij) was laag (...) haar
16.
WICBE Jahweh legers bij (de) rechtsregel en deze (de) heilige (hij) is geheiligd bij (de) weldadigheid
17.
en (zij) hebben achtervolgd als schamen zich zoals woord (...) hen en zwaarden wis uit! (...) hen wonen (zij) aten
18.
ben! trek! (de) vijandige bij saboteer! het (het) niets WKOBWT het koekalf (zij) heeft gezondigd
19.
de woorden (hij) haastte zich IHISE handeling (...) hem opdat (wij) lieten zien en (jij) bracht nader en opbrengst raad heilige Israël en (wij) wisten (er)naar
20.
ben! de woorden aan kwaad goede en aan goedheid kwaad hemel duisternis aan licht en licht aan duisternis hemel bittere aan zoete en zoete aan bittere
21.
ben! wijze (mv) bij (de) ogen (...) hen en tegenover aanzichten (...) hen NBNIM
22.
ben! helden te drinken wijn en mens (...) mij macht aan scherm beloning
23.
geef(t) gelijk (...) mij slechte voetstap omkoperij en (jij) hebt gelijk gehad rechtvaardigen (zij) verwijderden (van)uit hem
24.
daarom zoals eten stro tong vuur WHSS vlam (hij) liet los wortel (...) hen KMQ (hij) was en bloem (...) hen KABQ (hij) verhief dat (zij) hebben verafschuwd (tot) Wetboek van Jahweh legers en (tot) (jij) hebt gesproken heilige Israël (zij) hebben gesmaad
25.
op zo (hij) is ontbrand neus Jahweh bij (het) volk (...) hem en (hij) neeg (hij) bedankte op hem en (zij) werden donker en (zij) waren boos naar de heuvels en (zij) was (jullie) zijn verwelkt KXWHE te midden van straten in alle deze niet woon! neus (...) hem en nog (eens) (hij) bedankte uitgestrekte
26.
en verheven teken aan volken om ver te zijn en (hij) heeft gefloten als van einde het land en hier is (zij) heeft zich gehaast vlotte invoer
27.
(er is) niet vermoeide en (er is) niet struikel(t) bij hem niet INWM noch IISN noch (wij) deedden open gordel trek uit! (...) hem noch afbraak (zij) hebben gezongen (...) jou schoenen (...) hem
28.
die pijlen (...) hem SNWNIM en alle QSTTIW DRKWT PRXWT paarden (...) hem zoals smalle (wij) berekenden (...) hem WCLCLIW naar zoals riet
29.
(zij) heeft gebruld als zoals leeuw en (hij) heeft gebruld zoals jonge leeuwen WINEM en (hij) greep prooi en (hij) liet eruit en (er is) niet redder
30.
WINEM op hem bij (de) dag dat KNEMT zee en kiem aan land en hier is duisternis smalle en licht duisternis BORIPIE

Hoofdstuk 6

1.
bij (het) jaar van dood kroon! Uzzia en (ik) liet zien (tot) liggers van inwoner op stoel (hij) is hoog geweest en verheven WSWLIW ben vol! (...) hen (tot) het paleis
2.
engelen staanders boven als zes vleugels zes vleugels aan één bij twee (hij) bedekte aanzichten (...) hem en (ik) heb me geschaamd (...) hen (hij) bedekte voeten (...) hem en (ik) heb me geschaamd (...) hen IOWPP
3.
en (hij) heeft genoemd dit naar dit en woord heilige heilige heilige Jahweh legers (hij) is vol geweest alle het land eer (...) hem
4.
en (hij) zwierf (...) hem (ik) stierf (is het zo) dat voeg toe! (...) hen van klank (is het zo) dat noem(t) en het huis (hij) was vol maak! (...) hen
5.
en woord o wee! aan mij dat (ik) ben weggevaagd dat man onreine lippen ik en binnen met onreine lippen ik bewoner dat (tot) kroon! Jahweh legers (zij) hebben gezien bestudeer!
6.
en (hij) vloog naar mij één vanuit de engelen en bij (de) hand (...) hem plaveisel BMLQHIM lering boven het altaar
7.
en vermoeide op mond van en (hij) sprak hier is plaag dit op lippen (...) jou en (hij) is afgeweken misdaad (...) jou en zondoffer (...) jou (jij) verzoende
8.
en (ik) hoorde toe (tot) klank liggers van woord (tot) water van (ik) zond weg en water van (hij) ging aan ons en woord hier ben ik (hij) mij gezonden
9.
en (hij) sprak aan jou en (jij) hebt gesproken aan volk deze (zij) hebben toegehoord hoor toe! en naar (jullie) begrepen en (zij) hebben gezien (zij) hebben gezien en naar (jullie) wisten
10.
de olie hart het volk deze en oren (...) hem de lever en ogen (...) hem ESO opdat niet vrees bij (de) ogen (...) hem en bij (de) oren (...) hem (hij) hoorde toe en hart (...) hem (hij) begreep en woon! en genees! als
11.
en woord tot wanneer? liggers van en (hij) sprak tot die als draagt! steden vanwaar? bewoner en huizen vanwaar? mens en de aarde (jij) droeg (er)naar wildernis
12.
en afstand Jahweh (tot) de mens en veelheid (is het zo) dat verlaat! (er)naar te midden van het land
13.
en nog (eens) bij haar neem een tiende! (er)naar en (zij) is teruggekeerd en (zij) is geweest uit te roeien zoals deze WKALWN die BSLKT monument van in hen nakomelingen heiligheid monument (...) haar

Hoofdstuk 7

1.
en wees bij (de) dagen van Achaz zoon Jotham zoon Uzzia koning Juda blad Rezin koning Syrië en (hij) heeft geopend zoon Remalia koning Israël Jeruzalem aan strijd op haar noch (hij) heeft gekund aan het brood op haar
2.
en (hij) werd verteld aan huis oom te spreken (zij) heeft gerust Syrië op Efraïm en (hij) zwierf hart (...) hem en hart met hem als zwerf! houten bos van aanzicht van wind
3.
en (hij) sprak Jahweh naar Jesaja ga weg! toch tegemoet Achaz (met) haar en rest (hij) blies zoon (...) jou naar einde TOLT de gelukwens (de) hoogste naar van bloem(meel) veld KWBX
4.
en (jij) hebt gesproken naar hem (is het zo) dat bewaar! en de stilte naar (je) zult vrezen en hart (...) jou naar heup ondergeschikte ZNBWT EAWDIM EOSNIM (de) deze kies! neus Rezin en Syrië en zoon Remalia
5.
wegens dat advies op jou Syrië herder Efraïm en zoon Remalia te spreken
6.
(wij) verhieven bij Juda en (wij) werden wakker (...) haar WNBQONE naar ons en (wij) kroonden koning naar bij (het) midden (tot) zoon ÐBAL
7.
zo woord liggers van Jahweh niet (jij) wraakte noch (jij) was
8.
dat hoofd Syrië Damaskus en hoofd Damaskus Rezin en terwijl zestig en vijf jaar Jahath Efraïm bij vandaan
9.
en hoofd Efraïm Samaria en hoofd Samaria zoon Remalia als niet (jullie) geloofden dat niet TAMNW
10.
en Jozef Jahweh woord naar Achaz te spreken
11.
(hij) heeft gevraagd aan jou letter bij vandaan Jahweh jouw God de diepte vraag of de hoogte aan hoogte
12.
en (hij) sprak Achaz niet (ik) vroeg noch (ik) beproefde (tot) Jahweh
13.
en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord toch huis oom het een beetje (van)uit jullie ELAWT mensen dat TLAW ook (tot) mijn God
14.
daarom (hij) gaf liggers van hij aan jullie letter hier is de jonge vrouw naar heuvel en (jij) hebt gebaard zoon en (jij) hebt genoemd zijn naam met ons naar
15.
boter en honing (hij) at te weten (...) hem verafschuw! bij (het) kwaad en jongeman bij (de) goede
16.
dat voordat (hij) heeft geweten de jeugd (hij) heeft verafschuwd bij (het) kwaad en (hij) heeft gekozen bij (de) goede (jij) verliet de aarde die (met) haar eind van aanzicht van tweede Malchia
17.
(hij) bracht Jahweh op jou en op met jou en op huis vader (...) jou dagen die niet (zij) zijn gekomen tot van dag verblind! Efraïm boven Juda (tot) koning bevestiging
18.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat ISRQ Jahweh aan vlieg die bij (het) einde rivieren van Egypte en aan Debora die bij (het) land bevestiging
19.
en (zij) zijn gekomen en (zij) hebben gerust allemaal bij verwerf! EBTWT WBNQIQI de rotsen en in alle ENOßWßIM en in alle ENELLIM
20.
bij (de) dag dat ICLH liggers van bij (zij) legde bloot naar de loonarbeider bij (de) Hebreeër rivier bij (de) koning bevestiging (tot) het hoofd en poort de voeten en ook (tot) de baard (jij) richtte te gronde
21.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) leefde man koekalf van rundvee en schering kleinvee
22.
en (hij) is geweest van meerderheid te doen melk (hij) at boter dat boter en honing (hij) at alle (de) overgebleven te midden van het land
23.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) was alle plaats die (hij) was daar duizend wijnstok bij duizend zilver aan doorn en te leggen (hij) was
24.
bij (de) pijlen en bij (de) boog invoer daarnaar (-s) dat doorn en doorn (jij) was alle het land
25.
en alle naar de heuvels die BMODR IODRWN niet (jij) kwam daarnaar (-s) (jij) hebt gevreesd doorn en doorn en (hij) is geweest tot van wapen os WLMRMX lammetje

Hoofdstuk 8

1.
en (hij) sprak Jahweh naar mij neem! aan jou CLIWN grote en (hand)schrift op hem BHRÐ mens zich te haasten buit (hij) heeft zich gehaast minachting
2.
en (ik) getuigde (er)naar aan mij getuigen loyale (mv) (tot) naar lichten de priester en (tot) Zacharia zoon IBRKIEW
3.
en (ik) bracht nader naar naar de profeet en (zij) werd zwanger en (jij) baarde zoon en (hij) sprak Jahweh naar mij (hij) heeft genoemd zijn naam vlugge buit (hij) heeft zich gehaast minachting
4.
dat voordat (hij) heeft geweten de jeugd (hij) heeft genoemd vader en moeder (...) mij (hij) droeg (tot) macht Damaskus en (tot) buit Samaria voor koning bevestiging
5.
en (hij) heeft toegevoegd Jahweh woord naar mij nog (eens) te spreken
6.
wegens dat (hij) heeft verafschuwd het volk deze (tot) water van de wapen de voorbijgangers LAÐ en vreugde (tot) Rezin en zoon Remalia
7.
en daarom hier is liggers van hoogte op hen (tot) water van de rivier EOßWMIM en de meerderheden (tot) koning bevestiging en (tot) alle eer (...) hem en blad op alle beddingen (...) hem en beweging op alle CDWTIW
8.
WHLP bij Juda SÐP en kant tot hals moeite en (hij) is geweest buigen om vleugels (...) hem (hij) is vol geweest breedte land (...) jou met ons naar
9.
(zij) hebben achtervolgd volkeren en angst en (zij) hebben geluisterd alle afstanden van land (zij) hebben zich uitgerust en angst (zij) hebben zich uitgerust en angst
10.
boom (...) hem advies en (zij) was vruchtbaar spreekt! woord noch (hij) wraakte dat met ons naar
11.
dat zo woord Jahweh naar mij als (jij) bent sterk geworden de hand en (hij) week af (...) mij om te gaan bij (de) weg het volk deze te spreken
12.
niet (jullie) spraken (...) hen verband aan alle die (hij) sprak het volk deze verband en (tot) vrees (...) hem niet (jullie) vreesden noch TORIßW
13.
(tot) Jahweh legers (met) hem (jullie) wijdden en hij vrees (...) jullie en hij MORßKM
14.
en (hij) is geweest tot van heiligheid en aan steen (hij) heeft geslagen en aan rots om te struikelen aan tweede dochter (...) mij Israël aan valstrik en aan valstrik aan bewoner Jeruzalem
15.
en (zij) zijn gestruikeld in hen twisten en ga(a)t neer! en (wij) braken (...) hem WNWQSW en (wij) voegden samen (...) hem
16.
rots TOWDE angst (...) hen Wetboek bij onderwijs!
17.
WHKITI aan Jahweh (is het zo) dat verberg(t) aanzichten (...) hem van huis Jakob en (ik) heb gehoopt als
18.
hier is ik en de kinderen die (hij) heeft gegeven aan mij Jahweh aan tekens en aan wondertekenen bij Israël bij vandaan Jahweh legers de buurman bij (de) heuvel Sion
19.
en dat (zij) spraken naar jullie (zij) hebben uitgelegd naar de vaders en naar de wetenschappers EMßPßPIM WEMECIM immers met naar zijn God IDRS door de leven naar (is het zo) dat sterven
20.
aan Wetboek WLTOWDE als niet (zij) spraken zoals woord deze die (er is) niet als zwarte
21.
en kant bij haar (wij) werden hard en honger en (hij) is geweest dat (hij) had honger WETQßP en vervloek! bij (zij) hebben geheerst en met zijn God en hoek aan hoogte
22.
en naar land (hij) keek en hier is ellende en naar duisternis om te vliegen ßWQE en duisternis van verstotene
23.
dat niet MWOP te bevestigen gegoten aan haar zoals tijd (de) eerste (hij) heeft verlicht naar land Zebulon en naar land Nafthali en (de) laatste EKBID weg de zee kant de Jordaan CLIL de volken

Hoofdstuk 9

1.
het volk de voorbijgangers bij (de) duisternis (zij) hebben gezien licht grote inwoners van bij (het) land diepe duisternis licht schijn op hen
2.
(jij) hebt vermeerderd de volk niet (jij) hebt vergroot de vreugde maakt blij! voor jou als (jij) bent blij geweest bij (de) oogst zoals (zij) verheugden zich bij (het) deel (...) hen buit
3.
dat (tot) op XBLW en (tot) stam dat (zij) zijn opgestaan stam (is het zo) dat (wij) naderden bij hem EHTT zoals dag Midian
4.
dat alle XAWN XAN bij (het) lawaai en jurk MCWLLE bij (de) kosten en (zij) is geweest te verbranden (er)naar MAKLT vuur
5.
dat kind kind aan ons zoon (hij) heeft gegeven aan ons en (zij) was EMSRE op dat (zij) zijn opgestaan en (hij) noemde zijn naam wonder adviseur naar held vader tot aanvoerder vrede
6.
LM veelheid EMSRE en volledig te zijn (er is) niet eind op stoel oom en op rijk (...) hem voor te bereiden (met) haar WLXODE bij (de) rechtsregel en bij (de) weldadigheid naar van tijd en tot eeuwigheid (jij) bent jaloers geweest Jahweh legers (jij) deed deze
7.
woord wapen liggers van bij Jakob en ga neer! bij Israël
8.
en (zij) hebben geweten het volk kunt! Efraïm en bewoner Samaria bij (de) hoogmoed en bij (de) grootheid hart te spreken
9.
witte (mv) ga(a)t neer! en bewerkte steen (wij) bouwden dat staan op CDOW en ceders NHLIP
10.
WISCB Jahweh (tot) schep! Rezin op hem en (tot) vijanden (...) hem IXKXK
11.
Syrië van voorkant en Filistijnen om te laat te komen en (zij) aten (tot) Israël in alle mond in alle deze niet woon! neus (...) hem en nog (eens) (hij) bedankte uitgestrekte
12.
en het volk niet woon! tot de slag (...) hem en (tot) Jahweh legers niet (zij) hebben uitgelegd
13.
en (hij) hakte af Jahweh van Israël hoofd WZNB zoals mond WACMWN dag één
14.
baard WNSWA aanzicht hij het hoofd en profeet leraar leugen hij EZNB
15.
en (zij) waren van heil het volk deze MTOIM en van heil (...) hem van slechtheden
16.
op zo op jongemannen (...) hem niet (hij) maakte blij liggers van en (tot) ITMIW en (tot) weduwe-en (...) hem niet (hij) had medelijden dat kunt! (hij) is gevleid en van kwaad en alle mond woord kadaver in alle deze niet woon! neus (...) hem en nog (eens) (hij) bedankte uitgestrekte
17.
dat brand zoals vuur zonde doorn en doorn (jij) at WTßT bij Sibbechai het bos WITABKW hoogmoed van maak! (...) hen
18.
bij (jij) bent voorbijgegaan Jahweh legers (jullie) hebben gezworven land en wees het volk KMAKLT vuur man naar broers (...) hem niet (zij) hadden medelijden
19.
WICZR op rechterhand en honger en (hij) at op linkerhand noch (zij) zijn verzadigd geweest man vlees (zij) hebben gezaaid (zij) aten
20.
Manasse (tot) Efraïm en Efraïm (tot) Manasse samen deze (mv) op Juda in alle deze niet woon! neus (...) hem en nog (eens) (hij) bedankte uitgestrekte

Hoofdstuk 10

1.
ben! EHQQIM HQQI kracht en brieven werkzame (zij) hebben geschreven
2.
om te buigen Midian armen en aan roof rechtsregel armoede (...) mij met mij te zijn weduwe-en buit (...) hen en (tot) wezen (zij) minachtten
3.
en wat? (jullie) maakten aan dag (zij) heeft bekeken en naar aan (het) niets van afstand (jij) kwam op water van (jullie) vluchtten aan hulp en waarheen? (jullie) verlieten eer (...) jullie
4.
niet zoals kwaad in de plaats van (ik) verwijderde en in de plaats van ERWCIM (zij) vielen in alle deze niet woon! neus (...) hem en nog (eens) (hij) bedankte uitgestrekte
5.
ben! bevestiging stam neuzen van en stam hij bij (hij) leek ben woedend!
6.
bij (de) volk (hij) is gevleid (ik) zond weg (...) ons en op met (ik) ben voorbijgegaan AßWNW te ontnemen buit en aan minachting minachting en te plaatsen (...) hem MRMX zoals klei straten
7.
en hij niet zo (hij) leek en hart (...) hem niet zo (hij) berekende dat uit te roeien bij (het) hart (...) hem en te vernietigen volken niet een beetje
8.
dat (hij) sprak toch? Sarai samen koningen
9.
toch? KKRKMIS als (zij) hebben overnacht als niet KARPD leren zak als niet zoals Damaskus Samaria
10.
zoals (zij) heeft gevonden handen van aan rijk van de afgod WPXILIEM van Jeruzalem en van Samaria
11.
toch? zoals (ik) heb gedaan aan Samaria en naar aan afgoden zo (ik) werd gedaan aan Jeruzalem en naar aan droefheden
12.
en (hij) is geweest dat (hij) voerde uit liggers van (tot) alle handeling (...) hem bij (de) heuvel Sion en met Jeruzalem (ik) werd geteld op vrucht grootheid hart koning bevestiging en op glans hoogte ogen (...) hem
13.
dat woord bij (de) kracht handen van (ik) heb gedaan en bij (de) wijsheid (...) mij dat NBNWTI en (ik) verwijderde grens van volkeren WOTIDTIEM SWSTI WAWRID zoals ridder wonen
14.
en (jij) vond zoals nest handen van aan macht de volkeren WKAXP BIßIM OZBWT alle het land ik (ik) heb verzameld noch (hij) is geweest (hij) heeft gezworven vleugel en (hij) heeft geopend mond WMßPßP
15.
EITPAR ECRZN op EHßB bij hem als ITCDL EMSWR op zwaaie(t) (...) hem als (hij) heeft gezwaaid stam en (tot) MRIMIW als (hij) heeft opgetild stam niet boom
16.
daarom (hij) zond weg de heer Jahweh legers BMSMNIW (zij) zijn mager geworden (...) hen en in de plaats van (zij) zijn zwaar geweest (hij) heeft gebrand (hij) heeft gebrand als (hij) stippelde vuur
17.
en (hij) is geweest licht Israël aan vuur en heilige (...) hem aan vlam en brand en (zij) heeft gegeten legt! en doorn (...) hem bij (de) dag één
18.
en eer (zij) schudden uit en Karmel (...) hem van ziel en tot vlees (zij) heeft gekund en (hij) is geweest KMXX NXX
19.
en rest boom (zij) schudden uit getal (zij) waren en jeugd (hij) schreef (...) hen
20.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat niet (hij) voegde toe nog (eens) rest Israël WPLIÐT huis Jakob LESON op slag (...) hem en (hij) heeft gesteund op Jahweh heilige Israël bij (de) waarheid
21.
rest (hij) blies rest Jakob naar naar held
22.
dat als (hij) was met jou Israël zoals zand de zee rest (hij) blies bij hem sluiting vlijtige vloeiende weldadigheid
23.
dat schoondochter WNHRßE liggers van Jahweh legers (hij) heeft gedaan te midden van alle het land
24.
daarom zo woord liggers van Jahweh legers naar (je) zult vrezen met mij inwoner Sion van bevestiging bij (de) stam (hij) zal slaan en stam (...) hem (hij) droeg op jou bij (de) weg Egypte
25.
dat nog (eens) een beetje MZOR en schoondochter woede en neuzen van op TBLITM
26.
WOWRR op hem Jahweh legers zweep zoals slag van Midian pluk druiven! ben(t) aangenaam en stam (...) hem op de zee en (zij) hebben gedragen bij (de) weg Egypte
27.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) verblindde XBLW boven schouder (...) jou en (zij) zijn opgegaan boven hals (...) jou en koord op van aanzicht van olie
28.
(hij) is gekomen op OIT kant BMCRWN aan Michmas (hij) legde neer gereedschappen (...) hem
29.
(zij) zijn voorbijgegaan trek(t) door (er)naar heuvel om te overnachten aan ons (zij) is geschrokken de wormen heuvel van dodenrijk (zij) is gevlucht
30.
ßELI klank (...) jou dochter verheugen zich let op! naar leeuw arme Anathoth
31.
(zij) heeft gezworven MDMNE inwoners van ECBIM EOIZW
32.
nog (eens) vandaag BNB vast te staan INPP (hij) bedankte heuvel huis Sion heuvel van Jeruzalem
33.
hier is de heer Jahweh legers MXOP PARE BMORßE en (hij) is hoog geweest (...) mij de hoogte CDWOIM en (de) hoge (mv) (zij) waren laag
34.
WNQP Sibbechai het bos bij (het) ijzer en de Libanon bij (de) geweldige (hij) viel

Hoofdstuk 11

1.
en uitgaande HÐR MCZO Isaï en (wij) schiepen van wortels (...) hem (hij) was vruchtbaar
2.
en (zij) heeft gerust op hem wind Jahweh wind wijsheid en verstand wind advies en moed wind kennis en (jij) hebt gevreesd Jahweh
3.
en de geur (...) hem bij (jij) hebt gevreesd Jahweh noch aan verschijning ogen (...) hem (hij) berechtte noch tot van nieuws oren (...) hem (hij) bewees
4.
en rechter bij (de) rechtvaardigheid armen en (hij) heeft bewezen BMISWR aan nederigen van land en (hij) heeft geslagen land bij (de) stam monden (...) hem en vlucht! lippen (...) hem (hij) doodde slechte
5.
en (hij) is geweest rechtvaardigheid gordel lendenen (...) hem en de waarheid gordel trek uit! (...) hem
6.
en vreemdeling wolf met schaap en (wij) verbitterden met bokje IRBß en stierkalf en jonge leeuw WMRIA samen en jeugd kleine (hij) heeft bestuurd in hen
7.
en koe en beer (jullie) achtervolgden samen IRBßW kinderen (...) hen en leeuw zoals rundvee (hij) at haksel
8.
WSOSO zuigeling op (hij) is bleek geworden PTN en op licht van ßPOWNI vergeld! (hij) bedankte EDE
9.
niet (zij) achtervolgden noch (zij) maakten kapot in alle heuvel heilig! dat (zij) is vol geweest het land mening (tot) Jahweh staan op aan zee MKXIM
10.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat wortel Isaï die sta vast! aan teken volkeren naar hem volken (zij) legden uit en (zij) is geweest geschenk (...) hem eer
11.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) voegde toe liggers van ten tweede (hij) bedankte te kopen (tot) rest met hem die ISAR van bevestiging en van Egypte WMPTRWX en van Cusch en van Elam en van Sinear en om bronstig te zijn en van eilanden van de zee
12.
en verheven teken aan volken en Asaf NDHI Israël WNPßWT Juda (hij) verzamelde MARBO KNPWT het land
13.
en (zij) is afgeweken (jij) bent jaloers geweest Efraïm en bundel! Juda (zij) hakten af Efraïm niet (hij) was jaloers (tot) Juda en Juda niet fabriceer! (tot) Efraïm
14.
en (zij) hebben gevlogen bij (de) schouder Filistijnen naar dag samen (zij) minachtten (tot) bouw! voorkant Edom en Moab om te zenden (hij) leek en bouw! Ammon MSMOTM
15.
WEHRIM Jahweh (tot) tong zee Egypte en (hij) heeft gezwaaid (hij) bedankte op de rivier BOIM wind (...) hem en (hij) heeft geslagen (...) hem aan zeven wadi's WEDRIK bij (de) schoenen
16.
en (zij) is geweest MXLE aan rest met hem die ISAR van bevestiging zoals (zij) is geweest aan Israël bij (de) dag opgaan (...) hem van land Egypte

Hoofdstuk 12

1.
en (jij) hebt gesproken bij (de) dag dat (ik) zal bedanken (...) jou Jahweh dat ANPT bij mij inwoner neus (...) jou en (jij) troostte (...) mij
2.
hier is naar verlossing (...) mij (ik) verzekerde me noch (ik) was bang dat kracht (...) mij en gezang van God Jahweh en wees aan mij aan verlossing
3.
en (jullie) hebben geput water bij (zij) hebben zich verblijd (...) hen MMOINI de verlossing
4.
en (jullie) hebben gesproken bij (de) dag dat (zij) hebben bedankt aan Jahweh (zij) hebben genoemd bij (de) zijn naam (zij) hebben meegedeeld bij (de) volkeren daden (...) hem EZKIRW dat hoge zijn naam
5.
zingt! Jahweh dat hoogmoed van (hij) heeft gedaan MIDOT deze in alle het land
6.
ßELI en zing! woon(t) Sion dat grote bij (het) binnenste (...) jou heilige Israël

Hoofdstuk 13

1.
last Babel die borst Jesaja zoon Amoz
2.
op heuvel (zij) heeft uitgeademd draagt! teken (zij) hebben opgetild klank aan hen (zij) hebben gezwaaid hand en voert in! doe open! vrijgevige (mv)
3.
ik (ik) heb opdracht gegeven tot van heiligheden van ook (ik) heb genoemd helden van aan neuzen van OLIZI hoogmoed (...) mij
4.
klank menigte bij (hij) heeft opgetild gestalte met meerderheid klank draagt! (...) hen van koninkrijk volken NAXPIM Jahweh legers beveel(t) leger strijd
5.
komen van land afstand van einde de hemel Jahweh en gereedschap (zij) zijn woedend geweest te saboteren alle het land
6.
(zij) hebben gejammerd dat verwant dag Jahweh zoals roof van Sjadai invoer
7.
op zo alle handen (jullie) lieten los en alle hart mens IMX
8.
en (zij) zijn geschrokken ßIRIM en koorden (zij) grepen (...) hen zoals kraamvrouw IHILWN man naar zijn vriend (hij) verbaasde zich (...) hem aanzicht van LEBIM aanzichten (...) hen
9.
hier is dag Jahweh (hij) is gekomen wrede en (zij) is voorbijgegaan en woede neus te plaatsen het land aan haar naam en zondig! (er)naar (hij) roeide uit (van)uit haar
10.
dat sterren van de hemel en dwazen (...) hen niet IELW (ik) werd opgeheven duisternis de zon bij uit te gaan (...) hem en maan niet ICIE licht (...) hem
11.
en (ik) heb bekeken op wereld herder en op slechte (mv) misdaad (...) hen en (ik) heb teruggegeven (zij) hebben zich verheven (...) hen hoogmoedigen en hoogmoed van tirannen (ik) vernederde
12.
AWQIR mens van goud en mens slag-en (...) hen Ofir
13.
op zo hemel ARCIZ en (zij) maakte lawaai het land naar van plaats bij (jij) bent voorbijgegaan Jahweh legers en bij (de) dag woede neus (...) hem
14.
en (hij) is geweest zoals pracht MDH WKßAN en (er is) niet verzamel(t) man naar met hem (zij) wendden zich en man naar land (...) hem (zij) vluchtten
15.
alle (is het zo) dat (wij) vondden IDQR en alle (is het zo) dat (wij) richtten te gronde (hij) viel bij (het) zwaard
16.
WOLLIEM IRÐSW aan ogen (...) hen ISXW huizen (...) hen en vrouwen (...) hen TSCLNE
17.
hier ben ik merk(t) op op hen (tot) van die die zilver niet (zij) berekenden en goud niet (zij) wensten bij hem
18.
WQSTWT jongens TRÐSNE en vrucht buik niet (zij) hadden medelijden op zonen niet (jij) had medelijden oog (...) hen
19.
en (zij) is geweest Babel pracht van koninkrijk glans (zij) hebben zich verheven (...) hen Chaldeeën zoals omkering van God (tot) Sodom en (tot) Gomorra
20.
niet (jij) woonde uiteindelijk noch (jij) behuisde tot generatie en generatie noch IEL daar ben aangenaam! en kwaden niet IRBßW daar
21.
WRBßW daar vloten en (zij) zijn vol geweest huizen (...) hen broers en behuist! daar dochters (hij) antwoordde en bokken IRQDW daar
22.
en (hij) heeft geantwoord eilanden bij (de) weduwe-en (...) hem en jakhalzen bij (de) paleizen van ONC en verwant te komen nu en naar dagen niet (zij) troken

Hoofdstuk 14

1.
dat (hij) had medelijden Jahweh (tot) Jakob en (hij) heeft gekozen nog (eens) bij Israël en (hij) heeft rust gegeven (...) hen op aarde-en (...) hen en (hij) heeft zich bijgevoegd Hagar op hen WNXPHW op huis Jakob
2.
en (zij) hebben genomen (...) hen volkeren en (zij) hebben gebracht (...) hen naar plaats (...) hen WETNHLWM huis Israël op aarde van Jahweh aan slaven en aan slavinnen en (zij) zijn geweest keren terug aan gevangenschap (...) hen en daalt! BNCSIEM
3.
en (hij) is geweest bij (de) dag (hij) heeft rust gegeven Jahweh aan jou bedroef(t) (...) jou WMRCZK en vanuit het feit (de) harde die slaaf bij jou
4.
en (jij) hebt gedragen de heerser deze op koning Babel en (jij) hebt gesproken waar ben jij? sabbat (wij) naderden (zij) heeft gerust MDEBE
5.
(hij) heeft gebroken Jahweh stam slechte (mv) stam voltooie(t)
6.
geslagen volkeren bij (zij) is voorbijgegaan slag van niet (zij) is afgeweken daal! (er)naar bij (de) neus volken MRDP zonder duisternis
7.
(zij) heeft gerust (zij) is stil geweest alle het land PßHW gezang
8.
ook cipressen maakt blij! aan jou ceders van Libanon van destijds (jij) hebt gelegen niet (hij) verhief (jij) hebt herkend op ons
9.
dodenrijk onder vandaan (zij) is boos geweest aan jou tegemoet in de richting van OWRR aan jou spoken alle OTWDI land (hij) heeft gevestigd MKXAWTM alle heers! volken
10.
allemaal (zij) antwoordden en (zij) spraken naar jou ook (met) haar (jij) bent ziek geworden zoals wij naar ons NMSLT
11.
(hij) is naar beneden gehaald dodenrijk CAWNK (jij) hebt geruist harpen (...) jou in de plaats van jou IßO wormen WMKXIK worm
12.
waar ben jij? (jij) bent gevallen van hemel jammer! zoon zwarte NCDOT aan land HWLS op volken
13.
en (met) haar (jij) hebt gesproken bij (het) hart (...) jou de hemel (ik) verhief boven aan sterren van naar (ik) tilde op stoelen van en (ik) woonde bij (de) heuvel ontmoeting (ik) heb gezegend Noorden
14.
(ik) verhief op verhoging (...) mij wolk aarde aan hoogste
15.
maar naar dodenrijk (jij) werd naar beneden gehaald naar heup (...) mij put
16.
spiegel (...) jou naar jou ISCIHW naar jou (zij) beschouwden deze de man MRCIZ het land MROIS van koninkrijk
17.
daar wereld zoals woestijn en steden (...) hem (hij) heeft afgebroken AXIRIW niet opening naar huis
18.
alle heers! volken allemaal ligt neer! bij (de) eer man bij (het) huis (...) hem
19.
en (met) haar (jij) hebt afgeworpen van graf (...) jou als (wij) schiepen NTOB (hij) heeft zich bekleed dood! (...) hen MÐONI zwaard (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij naar stenen van put zoals kadaver MWBX
20.
niet THD (met) hen bij begraaf! (er)naar dat land (...) jou kuil met jou (jij) hebt gedood niet (hij) noemde aan eeuwigheid nakomelingen van kwaden
21.
(wij) hebben geslagen aan zonen (...) hem van slager bij (de) vijandige vaders (...) hen echtgenoot (zij) wraakten en (zij) hebben veroverd land en (zij) zijn vol geweest aanzicht van wereld steden
22.
en (ik) ben opgestaan op hen (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en (ik) zal vernietigen aan Babel daar en rest WNIN WNKD (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
23.
en (ik) heb geplaatst (er)naar LMWRS QPD WACMI water WÐAÐATIE BMÐAÐA roeie uit! (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
24.
(hij) heeft gezworen Jahweh legers te spreken als niet zoals (ik) heb geleken zo (zij) is geweest en zoals (ik) heb geadviseerd zij (jij) wraakte
25.
te verbrijzelen bevestiging bij (het) land (...) mij en op zie hier! trog (...) ons en (hij) is afgeweken van hoogtes (...) hen (zij) zijn opgegaan WXBLW boven dat (zij) zijn opgestaan (hij) verblindde
26.
deze de advies EIOWßE op alle het land en deze de hand (de) uitgestrekte op alle de volken
27.
dat Jahweh legers advies en water van (hij) was vruchtbaar en (hij) bedankte (de) uitgestrekte en water van (hij) gaf terug (...) haar
28.
bij (het) jaar van dood kroon! Achaz (hij) is geweest de last deze
29.
naar (jij) maakte blij Filistea als ga! dat (wij) verbrijzelden stam MKK dat van wortel slang uitgaande ßPO en stieren (...) hem engel MOWPP
30.
en (zij) hebben achtervolgd eerstgeborenen van armen en arme (mv) zich te verzekeren IRBßW en dood! (...) mij bij (de) honger wortel (...) jou en rest (...) jou (hij) doodde
31.
jammer! poort schreeuw! stad NMWC Filistea als ga! dat van Noorden maak! (...) hen (hij) is gekomen en (er is) niet BWDD bij (de) ontmoetingen (...) hem
32.
en wat? (hij) antwoordde boodschappers van volk dat Jahweh vestig! Sion en bij haar (zij) zochten bescherming armoede (...) mij met hem

Hoofdstuk 15

1.
last Moab dat bij (de) nacht (hij) heeft beroofd wakkere Moab (wij) leken dat bij (de) nacht (hij) heeft beroofd muur Moab (wij) leken
2.
blad het huis WDIBN de verhogingen aan geween op Nebo en op MIDBA Moab (hij) jammerde in alle hoofden (...) hem naar ijs alle baard verminder! (er)naar
3.
bij (de) straten (...) hem (zij) hebben omgord zak op CCWTIE en naar bij (de) pleinen schoondochter (hij) jammerde (hij) is gedaald bij (het) geween
4.
en (zij) schreeuwde Hesbon WALOLE tot IEß (wij) hoorden toe klank (...) hen op zo trek uit! Moab (zij) juichten ziel (...) hem (hij) achtervolgde als
5.
hart (...) mij aan Moab (hij) schreeuwde naar grendel tot Zoar koekalf van derde dat hoogte ELWHIT bij (het) geween (hij) verhief bij hem dat weg HWRNIM (jij) hebt geschreeuwd (hij) heeft gebroken IOORW
6.
dat water van NMRIM van namen (zij) waren dat droogte hooi schoondochter grasveld groene niet (hij) is geweest
7.
op zo overschot (hij) heeft gedaan en (jullie) hebben bekeken op wadi (de) aangename (mv) (zij) droegen (...) hen
8.
dat EQIPE (is het zo) dat (zij) heeft geschreeuwd (tot) grens Moab tot ACLIM (jij) hebt gehuild (er)naar en put rammen (jij) hebt gehuild (er)naar
9.
dat water van DIMWN (zij) zijn vol geweest bloed dat (ik) legde op DIMWN NWXPWT LPLIÐT Moab leeuw en aan rest aarde

Hoofdstuk 16

1.
zendt weg! veld heerser land van rots van woord naar heuvel dochter Sion
2.
en (hij) is geweest zoals vogel zwerf(t) nest zend(t) weg (jullie) waren dochters Moab trek(t) door aan Arnon
3.
(zij) hebben gebracht advies Ezau PLILE leg! zoals nacht schaduw (...) jou binnen middag bestrijd! verstotene (mv) (hij) heeft gezworven naar (jij) onthulde
4.
(zij) woonden bij jou NDHI Moab ben! geheim voor hen van aanzicht van beroof(t) dat niets EMß schoondochter roof (zij) hebben zich verbaasd RMX vanuit het land
5.
WEWKN bij (de) genade stoel en inwoner op hem bij (de) waarheid bij (de) tent oom rechter en advies rechtsregel en vlugge rechtvaardigheid
6.
(wij) hebben toegehoord (zij) hebben zich verheven (...) hen Moab CA zeer hoogmoed (...) hem en (zij) hebben zich verheven (...) ons en (jij) bent voorbijgegaan (...) hem niet zo takken (...) hem
7.
daarom (hij) jammerde Moab aan Moab schoondochter (hij) jammerde LASISI muur (jij) hebt geploegd (jullie) spraken uit maar NKAIM
8.
dat dat stille (mv) Hesbon (hij) heeft ongelukkig gemaakt wijnstok SBME bij (de) hoge volken (is het zo) dat voor hen SRWQIE tot Jaezer (zij) hebben aangeraakt (zij) zijn verkeerd gelopen woestijn SLHWTIE (zij) hebben verlaten (zij) zijn voorbijgegaan zee
9.
op zo (ik) weende bij (het) geween Jaezer wijnstok SBME ARIWK traan (...) mij Hesbon WALOLE dat op zomer (...) jou en op oogst (...) jou hoera! ga neer!
10.
en (wij) verzamelden vreugde en vreugde vanuit de Karmel en bij (de) wijngaarden niet (hij) roddelde niet IROO wijn BIQBIM niet (hij) woonde (...) jou de weg hoera! (ik) heb teruggegeven
11.
op zo ingewanden van aan Moab zoals viool (zij) ruisten en breng nader! aan muur stille
12.
en (hij) is geweest dat (wij) lieten zien dat NLAE Moab op de verhoging en (hij) is gekomen naar heilig(t) (...) hem te bidden noch (hij) zal kunnen
13.
dit het woord die woord Jahweh naar Moab van destijds
14.
en nu woord Jahweh te spreken bij drie twee zoals tweede loonarbeider en (wij) verlichtten (er)naar eer Moab in alle de menigte de meerderheid en rest een beetje MZOR toch niet geweldige

Hoofdstuk 17

1.
last Damaskus hier is Damaskus zedeles merk(t) op en (zij) is geweest ingewanden van MPLE
2.
OZBWT steden van OROR aan kudden (jullie) waren WRBßW en (er is) niet verschrikkelijke
3.
en (jij) hebt geblazen versterkte van Efraïm en rijk van Damaskus en rest Syrië zoals eer bouw! Israël (zij) waren (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
4.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) putte eer Jakob en van olie kondigt aan! (hij) werd mager
5.
en (hij) is geweest zoals Asaf oogst (zij) is opgestaan en (zij) hebben gezaaid uitlopers IQßWR en (hij) is geweest als verzamel(t) uitlopers bij (de) diepte spoken
6.
en geblevene bij hem (jij) hebt aangericht KNQP olijf twee drie CRCRIM bij (het) hoofd (ik) verwisselde vier vijf BXOPIE naar vrucht (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh mijn God Israël
7.
bij (de) dag dat naar redding de mens op maakt! (...) hem en ogen (...) hem naar heilige Israël (jullie) lieten zien
8.
noch naar redding naar de altaren Mozes handen (...) hem en die Ezau vingers (...) hem niet vrees en de heil (...) hen WEHMNIM
9.
bij (de) dag dat (zij) waren steden van vesting (...) hem KOZWBT (de) stille WEAMIR die (zij) hebben verlaten van aanzicht van bouw! Israël en (zij) is geweest wildernis
10.
dat (jij) hebt vergeten mijn God redding (...) jou en rots van kracht (...) jou niet (jij) hebt je herinnerd op zo (jij) plantte plant! NOMNIM en gezang van krans (jij) zaaide (...) ons
11.
bij (de) dag (hij) heeft geplant (...) jou TSCSCI en bij (het) rundvee nakomelingen (...) jou TPRIHI dolende oogst bij (de) dag erfgoed WKAB mens
12.
ben! menigte volkeren twisten zoals de dood dagen IEMIWN en draagt! (...) hen naties als draagt! (...) hen water geweldige (mv) (zij) droegen (...) hen
13.
naties als draagt! (...) hen water twisten (zij) droegen (...) hen en (hij) heeft bestraft bij hem en teken van afstand en (hij) heeft achtervolgd zoals kaf (hij) heeft opgetild voor wind WKCLCL voor naar riet
14.
aan tijd aangename en hier is panische angst voordat rundvee hij is (er) niet dit deel SWXINW en lot LBZZINW

Hoofdstuk 18

1.
ben! land ßLßL vleugels die trek(t) door aan rivieren van Cusch
2.
de wapen bij (de) zee ßIRIM en bij (het) gereedschap CMA op aanzicht van water ga(a)t! boodschappers vlotte (mv) naar volk MMSK WMWRÐ naar met ontzagwekkende vanuit hij en de Lea volk lijn lijn WMBWXE die BZAW rivieren land (...) hem
3.
alle inwoners van wereld en behuis! land zoals verheven teken (hij) heeft opgetild (jullie) lieten zien WKTQO ramshoorn (jullie) hoorden toe
4.
dat zo woord Jahweh naar mij (ik) was stil (er)naar en (ik) keek (er)naar bij (de) plaats (...) mij zoals hete ßH op mij licht zoals wolk dauw bij (de) hete oogst
5.
dat voor oogst zoals onschuldige bloem en onrijpe vrucht kameel (hij) was NßE en (hij) heeft afgehakt EZLZLIM bij zingen en (tot) ENÐISWT (hij) heeft verwijderd ETZ
6.
(zij) verlieten samen aan arend (hij) heeft opgetild en aan vee van het land en eind op hem de arend en alle bij dood! het land op hem (jij) beledigde
7.
bij (de) tijd die stroom SI aan Jahweh legers met MMSK WMWRÐ en bij vandaan ontzagwekkende vanuit hij en de Lea volk lijn lijn WMBWXE die BZAW rivieren land (...) hem naar plaats daar Jahweh legers heuvel Sion

Hoofdstuk 19

1.
last Egypte hier is Jahweh wagen op wolk vlotte en (hij) is gekomen Egypte en (zij) hebben gezworven afgoden van Egypte van aanzichten (...) hem en hart Egypte IMX bij (zij) hebben nader gebracht
2.
WXKXKTI Egypte bij Egypte en (zij) hebben gestreden man bij (de) broers (...) hem en man bij (de) zijn vriend stad bij (de) stad rijk bij (het) rijk
3.
WNBQE wind Egypte bij (zij) hebben nader gebracht en advies (...) hem (ik) slikte en (zij) hebben uitgelegd naar de afgoden en naar EAÐIM en naar de vaders en naar de wetenschappers
4.
WXKRTI (tot) Egypte bij (de) hand liggers harde en koning kracht (hij) heerste in hen (hij) heeft redevoering gehouden de heer Jahweh legers
5.
en (jij) bent verlaten (...) hem water van de zee en rivier (hij) werd vernield en droogte
6.
WEAZNIHW rivieren DLLW en (zij) zijn vernield rivieren van belegering buis en riet QMLW
7.
worden wakker op IAWR op mond van IAWR en alle van nakomelingen IAWR (hij) was droog NDP en hij is (er) niet
8.
en kracht (...) hem EDICIM en (zij) hebben gerouwd alle werp(t) af (...) mij BIAWR naar verhemelte en spreid uit! MKMRT op aanzicht van water (zij) hebben ongelukkig gemaakt
9.
en (zij) hebben zich geschaamd werk! linnen (mv) dat lege (mv) WARCIM word bleek!
10.
en (zij) zijn geweest (ik) heb gelegd (er)naar MDKAIM alle maak! beloning ACMI ziel
11.
maar AWLIM Sarai Zoan word wijs! adviseer! farao advies (wij) roeiden uit (er)naar waar ben jij? (jullie) spraken naar farao zoon wijze (mv) ik zoon heers! voorkant
12.
waar zijn zij? dus wijzen (...) jou en (zij) vertelden toch aan jou en (zij) hebben geweten wat? advies Jahweh legers op Egypte
13.
NWALW Sarai Zoan (zij) hebben gedragen Sarai NP (is het zo) dat (zij) zijn verkeerd gelopen (tot) Egypte hoek van naar stammen
14.
Jahweh scherm bij (zij) heeft nader gebracht wind OWOIM WETOW (tot) Egypte in alle handeling (...) hem KETOWT huur! BQIAW
15.
noch (hij) was aan Egypte Mozes die (zij) heeft gemaakt hoofd WZNB zoals mond WACMWN
16.
bij (de) dag dat (hij) was Egypte als worden verlaten en bezorgde en angst van aanzicht van opwaartse zwaai van hand Jahweh legers die hij zwaaie(t) op hem
17.
en (zij) is geweest aarde van Juda aan Egypte LHCA alle die IZKIR (met) haar naar hem (hij) was bang van aanzicht van raad Jahweh legers die hij adviseur op hem
18.
bij (de) dag dat (zij) waren vijf steden bij (het) land Egypte spreken oever van Kanaän en zweren aan Jahweh legers stad (is het zo) dat (hij) heeft afgebroken (hij) sprak aan één
19.
bij (de) dag dat (hij) was altaar aan Jahweh binnen land Egypte en monument naast naar grens aan Jahweh
20.
en (hij) is geweest aan letter en voor altijd aan Jahweh legers bij (het) land Egypte dat (zij) schreeuwden naar Jahweh van aanzicht van druk! (...) hen en (hij) zond weg aan hen red(t) en meerderheid en (hij) heeft gered (...) hen
21.
en (wij) werden bekend Jahweh aan Egypte en (zij) hebben geweten Egypte (tot) Jahweh bij (de) dag dat en (zij) hebben gewerkt slachting en geschenk en (zij) hebben gelofte afgelegd gelofte aan Jahweh en betaalt!
22.
en (hij) heeft geslagen Jahweh (tot) Egypte (hij) heeft geslagen WRPWA en woont! tot Jahweh WNOTR aan hen en genees! (...) hen
23.
bij (de) dag dat (jij) was MXLE van Egypte naar bevestiging en (hij) is gekomen bevestiging bij Egypte en Egypte bij (de) bevestiging en (zij) hebben gewerkt Egypte (tot) bevestiging
24.
bij (de) dag dat (hij) was Israël derde aan Egypte en aan bevestiging gelukwens te midden van het land
25.
die zegent! Jahweh legers te spreken gezegende met mij Egypte en Mozes handen van bevestiging en (ik) heb verworven Israël

Hoofdstuk 20

1.
bij (het) jaar van (hij) is gekomen (jullie) hebben verspied naar Asdod bij (de) wapen (met) hem XRCWN koning bevestiging en (hij) streed bij Asdod en (hij) voegde samen (er)naar
2.
bij (de) tijd die woord Jahweh bij (de) hand Jesaja zoon Amoz te spreken aan jou en (jij) hebt geopend de zak boven lendenen (...) jou en schoen (...) jou (zij) trok uit boven voet (...) jou en (hij) heeft gemaakt zo beweging (zij) hebben blootgelegd (...) hen WIHP
3.
en (hij) sprak Jahweh zoals beweging werk! Jesaja (zij) hebben blootgelegd (...) hen WIHP drie twee letter en wonderteken op Egypte en op Cusch
4.
zo (hij) bestuurde koning bevestiging (tot) gevangenschap Egypte en (tot) ballingschap Cusch jongens en baarden (zij) hebben blootgelegd (...) hen WIHP WHSWPI Set worden wakker Egypte
5.
en angst en (zij) hebben zich geschaamd van Cusch MBÐM en vanuit Egypte glans (...) hen
6.
en woord inwoner (is het zo) dat waar deze bij (de) dag dat hier is zo van buik (...) hem die (wij) zijn gevlucht daar aan hulp LENßL van aanzicht van koning bevestiging en waar ben jij? (wij) redden wij

Hoofdstuk 21

1.
last woestijn zee KXWPWT bij (het) Zuiden LHLP van woestijn (hij) is gekomen van land ontzagwekkende
2.
HZWT harde vertel! aan mij EBWCD BWCD WESWDD beroof(t) op mij Elam rotsen van van die alle ANHTE (ik) heb teruggegeven
3.
op zo (zij) zijn vol geweest verzacht! HLHLE ßIRIM (zij) hebben gegrepen (...) mij KßIRI kraamvrouw NOWITI van nieuws (ik) ben geschrokken laten zien
4.
(hij) is verkeerd gelopen hart (...) mij PLßWT BOTTNI (tot) schemer begeer! daar aan mij aan bezorgde
5.
waarde de tafel wachter (is het zo) dat (jij) hebt uitgekeken eten (zij) heeft gelegd sta(a)t op! (is het zo) dat zingen (zij) hebben gezalfd schild
6.
dat zo woord naar mij liggers van aan jou stel op! de uitkijkpunt die vrees (hij) vertelde
7.
en (hij) heeft gezien wagen span ruiters wagen ernstige wagen kameel en (hij) heeft opgelet aandacht meerderheid aandacht
8.
en (hij) noemde leeuw op uitkijkpunt liggers van ik sta vast! altijd dag (...) hen en op bewaring (...) mij ik opgesteld alle de nachten
9.
en hier is dit (hij) is gekomen wagen man span ruiters en wegens en (hij) sprak (zij) is gevallen (zij) is gevallen Babel en alle PXILI haar God (hij) heeft gebroken aan land
10.
MDSTI en zoon (hij) heeft gewoond (...) mij die (ik) heb toegehoord honderd Jahweh legers mijn God Israël (ik) heb verteld aan jullie
11.
last lijk(t) naar mij (hij) heeft genoemd van bok bewaar! wat? van nacht bewaar! wat? van nacht
12.
woord bewaar! (met) haar rundvee en ook nacht als TBOIWN BOIW woont! ATIW
13.
last bij (de) aangename (hij) heeft uitgeroeid bij (de) aangename (jullie) lieten overnachten manieren DDNIM
14.
tegemoet dorst ETIW water inwoners van land TIMA bij (zij) hebben gestreden (zij) zijn voorgegaan (hij) heeft gezworven
15.
dat van aanzicht van zwaarden (zij) hebben gezworven van aanzicht van zwaard (wij) verlieten (er)naar en van aanzicht van boog DRWKE en van aanzicht van lever strijd
16.
dat zo woord liggers van naar mij terwijl jaar zoals tweede loonarbeider en schoondochter alle eer (hij) is donker geworden
17.
en rest getal boog helden van bouw! (hij) is donker geworden (zij) verminderden dat Jahweh mijn God Israël woord

Hoofdstuk 22

1.
last dal HZIWN wat? aan jou dus dat (jij) bent opgegaan als ga! aan daken
2.
TSAWT (zij) is vol geweest stad EWMIE stad OLIZE doden (...) jou niet ontheilig! zwaard noch wanneer? strijd
3.
alle officieren (...) jou (zij) hebben gezworven samen van boog (zij) hebben gevangen genomen alle bevinden zich (...) jou (zij) hebben gevangen genomen samen om ver te zijn (zij) zijn gevlucht
4.
op zo (ik) heb gesproken schreeuw om hulp! (...) hem van mij (ik) verbitterde bij (het) geween naar TAIßW te troosten (...) mij op roof dochter met mij
5.
dat dag MEWME WMBWXE WMBWKE aan liggers van Jahweh legers bij (het) dal HZIWN MQRQR QR en schreeuw om hulp! naar de heuvel
6.
en Elam verheven vuilnis bij (de) wagen mens ruiters en muur leg bloot! schild
7.
en wees keuze dieptes (...) jou (zij) zijn vol geweest wagen en de ruiters Set (zij) hebben gelegd naar de poort
8.
en (hij) verheugde zich (tot) scherm Juda WTBÐ bij (de) dag dat naar (hij) heeft gekust huis het bos
9.
en (tot) BQIOI stad oom (jullie) hebben gezien dat tienduizend en (jullie) verzamelden (tot) water van de gelukwens (is het zo) dat (jullie) landden (...) haar
10.
en (tot) dochter (...) mij Jeruzalem (jullie) hebben geteld en (jullie) sloopten de huizen aan versterkte de muur
11.
en waterreservoir (jullie) hebben gedaan tussen de leren zak-en aan water van de gelukwens is er? (...) haar noch (jullie) hebben gekeken naar maak! (er)naar en (zij) heeft geschapen om ver te zijn niet (jullie) hebben gezien
12.
en (hij) noemde liggers van Jahweh legers bij (de) dag dat aan geween en aan rouwklacht en naar aan ijs WLHCR zak
13.
en hier is (zij) hebben zich verblijd (...) hen en vreugde (hij) heeft gedood rundvee en (hij) heeft geslacht kleinvee eten vlees en leggen wijn eten en (zij) hebben gelegd dat morgen (wij) stierven
14.
en (wij) onthulden bij (de) oren van Jahweh legers als (hij) verzoende (de) vijandige deze aan jullie tot TMTWN woord liggers van Jahweh legers
15.
zo woord liggers van Jahweh legers aan jou (hij) is gekomen naar (hij) heeft uitgegoten (...) hen deze op Sebna die op het huis
16.
wat? aan jou mond en water van aan jou mond dat HßBT aan jou mond graf HßBI hoogte (zij) hebben begraven HQQI bij (de) rots residentie als
17.
hier is Jahweh MÐLÐLK ÐLÐLE man WOÐK OÐE
18.
ßNWP IßNPK ßNPE zoals generatie naar land (jij) bent breder geworden handen daarnaar (-s) (jij) stierf en daarnaar (-s) rijtuigen eer (...) jou schande huis liggers (...) jou
19.
WEDPTIK MMßBK WMMOMDK (hij) brak af (...) jou
20.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat en (ik) heb genoemd te bewerken (...) mij aan Eljakim zoon Hilkia
21.
WELBSTIW hemd (...) jou WABNÐK (ik) versterkte (...) ons en regering (...) jou (met) hen bij (hij) bedankte en (hij) is geweest aan vader aan bewoner Jeruzalem en aan huis Juda
22.
en (ik) heb gegeven doe(t) open huis oom op dat (zij) zijn opgestaan en opening en (er is) niet slot en slot en (er is) niet opening
23.
en (ik) heb geblazen (...) hem pin bij (de) plaats loyale en (hij) is geweest aan stoel eer aan huis vader (...) hem
24.
en (zij) hebben opgehangen op hem alle eer huis vader (...) hem EßAßAIM WEßPOWT alle gereedschap de kleine van gereedschap EACNWT en tot alle gereedschap de harpen
25.
bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers TMWS de pin naar (is het zo) dat Tekoa bij (de) plaats loyale WNCDOE en (zij) is gevallen en (hij) is afgehakt de last die op haar dat Jahweh woord

Hoofdstuk 23

1.
last smalle (zij) hebben gejammerd schepen Tharsis dat (hij) heeft beroofd van huis om te komen van land KTIM (wij) onthulden voor hen
2.
(zij) hebben geleken inwoners van waar XHR Sidon kant zee (zij) zijn vol geweest (...) jou
3.
en bij (het) water twisten nakomelingen zwarte oogst IAWR opbrengst (...) haar en (zij) was XHR volken
4.
schaam je! Sidon dat woord zee vesting de zee te spreken niet HLTI noch (ik) heb gebaard noch (ik) ben gegroeid bij ontbranden (ik) heb verheven bij hangen op
5.
zoals nieuws aan Egypte IHILW toen smalle
6.
(zij) zijn voorbijgegaan naar Tharsis (zij) hebben gejammerd inwoners van waar
7.
(de) deze aan jullie OLIZE wateren van voorkant (jij) bent voorgegaan (er)naar (zij) verwelkten (er)naar naar voeten om ver te zijn te wonen
8.
water van advies deze op smalle EMOÐIRE die XHRIE zingen Kanaänitische (wij) eerden (...) mij land
9.
Jahweh legers (zij) heeft geadviseerd te ontheiligen (zij) hebben zich verheven (...) hen alle pracht te verlichten alle (wij) eerden (...) mij land
10.
Hebreeër land (...) jou zoals rivier dochter Tharsis (er is) niet MZH nog (eens)
11.
(hij) bedankte (wij) bogen om op de zee ERCIZ van koninkrijk Jahweh geef opdracht! naar Kanaän LSMD MOZNIE
12.
en (hij) sprak niet (jij) voegde toe nog (eens) vrolijk te zijn EMOSQE maagd van dochter Sidon KTIIM sta op! Hebreeër ook daar niet (hij) rustte aan jou
13.
èn land Chaldeeën dit het volk niet (hij) is geweest bevestiging (zij) heeft gevestigd aan vloten (zij) hebben gevestigd BHINIW OWRRW paleizen (...) haar daarnaar (-s) LMPLE
14.
(zij) hebben gejammerd schepen Tharsis dat (hij) heeft beroofd van kracht (...) jullie
15.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat en (jij) bent vergeten smalle zeventig jaar zoals dagen van koning één van eind zeventig jaar (hij) was aan smalle KSIRT (is het zo) dat hoereer(t)
16.
neem! viool leg opzij! (...) mij stad hoereer(t) (zij) is vergeten doe goed! muzikant vermeerder! lied opdat (jij) herinnerde je
17.
en (hij) is geweest van eind zeventig jaar (hij) beval Jahweh (tot) smalle en (zij) is teruggekeerd LATNNE en (zij) heeft gehoereerd (tot) alle van koninkrijk het land op aanzicht van de aarde
18.
en (hij) is geweest XHRE en (ik) zal geven heiligheid aan Jahweh niet (hij) borg op noch (hij) had medelijden (...) hen dat aan inwoners voor Jahweh (hij) was XHRE aan eten aan zeven WLMKXE OTIQ

Hoofdstuk 24

1.
hier is Jahweh BWQQ het land WBWLQE WOWE naar aanzicht van WEPIß naar inwoners
2.
en (hij) is geweest zoals volk zoals priester zoals slaaf zoals liggers (...) hem zoals slavin als (jij) bent sterk geworden (er)naar als koop(t) als verkoop(t) als (zij) hebben besneden (er)naar kunt! (er)naar als (zij) is verlaten zoals verheven bij hem
3.
EBWQ TBWQ het land en de minachting (zij) minachtte dat Jahweh woord (tot) het woord deze
4.
(zij) heeft gerouwd kadaver het land (zij) heeft ongelukkig gemaakt kadaver wereld (zij) hebben ongelukkig gemaakt hoogte met het land
5.
en het land (zij) is gevleid in de plaats van naar inwoners dat (zij) zijn voorbijgegaan Wetboek van HLPW wet (is het zo) dat (zij) zijn vruchtbaar geweest verbond eeuwigheid
6.
op zo deze (zij) heeft gegeten land en (zij) maakten zich schuldig inwoners van bij haar op zo (zij) zijn ontbrand inwoners van land en geblevene mens MZOR
7.
rouw most (zij) heeft ongelukkig gemaakt wijnstok NANHW alle maak blij! hart
8.
sabbat vreugde TPIM (hij) heeft opgehouden draagt! (...) hen OLIZIM sabbat vreugde viool
9.
bij (het) lied niet (zij) dronken wijn (hij) verbitterde beloning aan lammetjes (...) hem
10.
(wij) verbrijzelden (er)naar Stad van verlatenheid slot alle huis om te komen
11.
ßWHE op de wijn bij (de) straten wildernis alle vreugde bol vreugde het land
12.
geblevene bij (de) stad daarnaar (-s) en draag! (er)naar IKT poort
13.
dat zo (hij) was te midden van het land binnen de volkeren KNQP olijf als (jij) hebt aangericht als schoondochter BßIR
14.
deze (mv) (zij) droegen klank (...) hen IRNW bij (zij) hebben zich verheven (...) hen Jahweh ßELW water
15.
op zo bij (ik) tilde op (zij) zijn zwaar geweest Jahweh bij (de) eilanden van de zee daar Jahweh mijn God Israël
16.
van vleugel het land gezang van (wij) hebben toegehoord pracht aan rechtvaardige en woord word mager! aan mij word mager! aan mij o wee! aan mij kledingstukken kleed (...) hem en kleed BWCDIM kleed (...) hem
17.
angst en vermindering en valstrik op jou bewoner het land
18.
en (hij) is geweest het teken van klank de angst (je) zult vallen naar de vermindering en naar de onrecht van midden de vermindering (hij) voegde samen bij (de) valstrik dat sprinkhanen van hoogte (wij) deedden open (...) hem en (zij) maakten lawaai fundamenten van land
19.
herder ETROOE het land PWR ETPWRRE land wankel! ETMWÐÐE land
20.
zwerf! (jij) zwierf land als huur! WETNWDDE als om te overnachten (er)naar en lever op haar (zij) heeft misdreven en (zij) is gevallen noch TXIP sta op!
21.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) beval Jahweh op leger de hoogte bij (de) hoogte en op heers! de aarde op de aarde
22.
en (zij) hebben verzameld (zij) heeft verzameld (ik) verwijderde op put en (zij) hebben gesloten op sluit en van meerderheid dagen (zij) bevalen
23.
en (zij) heeft gegraven (de) witte en schande de woede dat koning Jahweh legers bij (de) heuvel Sion en met Jeruzalem en tegenover baarden (...) hem eer

Hoofdstuk 25

1.
Jahweh mijn God (met) haar ARWMMK (ik) bedankte naam (...) jou dat (jij) hebt gedaan wonder adviezen afstand waarheid amen!
2.
dat (jij) hebt geplaatst merk(t) op aan hoop stad pluk druiven! (er)naar LMPLE paleis kransen merk(t) op aan eeuwigheid niet (hij) bouwde
3.
op zo (zij) waren zwaar (...) jou met kracht Stad van volken tirannen (zij) vreesden (...) jou
4.
dat (jij) bent geweest vesting aan armelijke vesting aan arme versterkte als dekking van krans (...) hen schaduw van zwaard dat wind tirannen zoals krans (...) hen muur
5.
zoals zwaard bij Sion draagt! (...) hen kransen (jij) onderwierp zwaard bij (de) schaduw wolk ZMIR tirannen (hij) antwoordde
6.
en (hij) heeft gedaan Jahweh legers aan alle de volkeren bij (de) heuvel deze banket tachtig banket dat til(t) op tachtig MMHIM dat til(t) op MZQQIM
7.
en slechtheid bij (de) heuvel deze aanzicht van (is het zo) dat Lot (is het zo) dat Lot op alle de volkeren en naar het scherm (is het zo) dat (wij) goten uit (er)naar op alle de volken
8.
slechtheid de dood uiteindelijk en (hij) heeft uitgewist liggers van Jahweh traan boven alle aanzicht en (jij) hebt beledigd met hem (hij) verwijderde boven alle het land dat Jahweh woord
9.
en woord bij (de) dag dat hier is onze God dit (wij) hebben gehoopt als en (hij) redde (...) ons dit Jahweh (wij) hebben gehoopt als (wij) verheugden ons (er)naar en (wij) maakten blij (er)naar bij (de) verlossing (...) hem
10.
dat (jij) rustte hand Jahweh bij (de) heuvel deze WNDWS Moab in de plaats van hem KEDWS van haksel bij (het) water van MDMNE
11.
en ruiter handen (...) hem bij (zij) hebben nader gebracht zoals (hij) spreidde uit (is het zo) dat (hij) heeft zich gebukt zich te bukken en (hij) heeft vernederd hoogmoed (...) hem met sprinkhanen handen (...) hem
12.
en versterkte toevluchtsoord muren (...) jou (is het zo) dat (hij) heeft gesproken (hij) heeft vernederd (hij) is toegekomen aan land tot stof

Hoofdstuk 26

1.
bij (de) dag dat eerlijkheid het lied deze bij (het) land Juda stad kracht aan ons verlossing (hij) legde bruine (mv) en niet-heilige
2.
doet open! dat worden wakker en (hij) kwam volk rechtvaardige bewaar! AMNIM
3.
fabriceer! steuun! (jij) schiep vrede vrede dat bij jou vertrouw!
4.
(zij) hebben zich verzekerd bij Jahweh tot aan tot dat bij God Jahweh rots eeuwigheden
5.
dat (is het zo) dat (hij) heeft gesproken inwoners van hoogte stad hoge (hij) vernederde (...) haar (hij) vernederde (er)naar tot land (hij) kwam toe (...) haar tot stof
6.
TRMXNE voet voeten van arme keren van armen
7.
manier aan rechtvaardige effenen rechte van stierkalf rechtvaardige TPLX
8.
neus manier rechtsregels (...) jou Jahweh (wij) hebben gehoopt (...) jou aan naam (...) jou en aan man (...) jou begeerte van ziel
9.
ziel (...) mij (jij) hebt begeerd (...) jou bij (de) nacht neus wind (...) mij bij breng nader! ASHRK dat zoals rechtsregels (...) jou aan land rechtvaardigheid onderwijst! inwoners van wereld
10.
(hij) legerde slechte echtgenoot onderwijs! rechtvaardigheid bij (het) land NKHWT IOWL en echtgenoot vrees hoogmoed van Jahweh
11.
Jahweh wormen hand (...) jou echtgenoot IHZIWN (zij) voorspelden en (zij) zijn droog geweest (jij) bent jaloers geweest met neus vuur vijanden (...) jou (jij) at (...) hen
12.
Jahweh TSPT vrede aan ons dat ook alle daden (...) ons onderneming van aan ons
13.
Jahweh onze God bij (zij) zijn opgegaan (...) ons liggers behalve jou alleen bij jou NZKIR naam (...) jou
14.
sterven echtgenoot (zij) leefden spoken echtgenoot (zij) wraakten daarom (jij) hebt bekeken en (jij) roeide uit (...) hen en (jij) ging verloren alle man voor hen
15.
(jij) hebt toegevoegd aan volk Jahweh (jij) hebt toegevoegd aan volk NKBDT (jij) bent ver geweest alle wordt wakker! (...) mij land
16.
Jahweh versterkte beveelt! (...) jou giet uit! (...) hen LHS zedeles (...) jou voor hen
17.
zoals naar heuvel (jij) bood aan te baren THIL (zij) schreeuwde bij saboteer! (er)naar zo (wij) zijn geweest van aanzichten (...) jou Jahweh
18.
(wij) zijn zwanger geworden niet-heilige (...) ons zoals (wij) hebben gebaard wind verlossing van echtgenoot (hij) is gedaan land en echtgenoot (zij) vielen inwoners van wereld
19.
(zij) leefden dood-en (...) jou (ik) ben verwelkt (zij) stondden op (...) hen (zij) zijn wakker geworden en roddelt! behuis! stof dat dauw AWRT dauw (...) jou en land spoken (jij) liet vallen
20.
aan jou met mij (hij) is gekomen bij (de) kamers (...) jou en slot deuren (...) jou bij (de) getuige (...) jou HBI zoals een beetje ogenblik tot (hij) ging voorbij woede
21.
dat hier is Jahweh uitgaande van plaats (...) hem te bevelen vijandige inwoner het land op hem en (zij) is in verbanning gegaan het land (tot) lijk! (er)naar noch (jij) bedekte nog (eens) op ERWCIE

Hoofdstuk 27

1.
bij (de) dag dat (hij) beval Jahweh bij (zij) zijn vernield (de) harde en de grootheid en houd! (er)naar op zeemonster slang vlucht en op zeemonster slang OQLTWN en (hij) heeft gedood (tot) de krokodil die bij (de) zee
2.
bij (de) dag dat wijngaard klei nederige aan haar
3.
ik Jahweh (wij) schiepen (er)naar aan ogenblikken ASQNE opdat niet (hij) beval op haar nacht en dag (hij) heeft opgeborgen (...) haar
4.
woede (er is) niet aan mij water van (hij) gaf (...) mij doorn doorn bij (de) strijd (ik) misdreef (er)naar bij haar (ik) stak aan (...) haar samen
5.
of (hij) versterkte bij (de) vesting-en van (zij) heeft gemaakt vrede aan mij vrede (zij) heeft gemaakt aan mij
6.
die gekomen ISRS Jakob IßIß en bloem Israël en (zij) zijn vol geweest aanzicht van wereld TNWBE
7.
EKMKT slag (...) hem (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden als als (hij) heeft gedood dood! (...) hem (hij) heeft gedood
8.
BXAXAE bij (zij) heeft gezonden (jij) twistte (...) haar (hij) heeft uitgesproken vlucht! (...) hem (de) harde bij (de) dag Oosten
9.
daarom bij deze (hij) verzoende vijandige Jakob en dit alle vrucht verwijder! zonde (...) hem BSWMW alle stenen van altaar zoals stenen van vreemdeling verbrijzelen niet (zij) wraakten heil (...) hen WHMNIM
10.
dat stad pluk druiven! (er)naar eenzame woonplaats zend(t) weg en (wij) verlieten zoals woestijn daar (hij) achtervolgde stierkalf en naam [van] IRBß en schoondochter XOPIE
11.
bij (de) droogte naar oogst (jullie) verbrijzelden worden verlaten komen verlichten haar dat niet met verstand-en hij op zo niet (hij) had medelijden (...) ons maakt! (...) hem en fabriceert! niet (hij) legerde (...) ons
12.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat IHBÐ Jahweh MSBLT de rivier tot wadi Egypte en (met) hen (jullie) verzamelden aan één één bouw! Israël
13.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) blies bij (de) ramshoorn grote en (zij) zijn gekomen (is het zo) dat ga verloren! (...) hen bij (het) land bevestiging en (de) verstotene (mv) bij (het) land Egypte en (zij) hebben zich diep gebogen aan Jahweh bij (de) heuvel wijd! bij Jeruzalem

Hoofdstuk 28

1.
ben! (jij) hebt omgeven hoogmoed van huur! Efraïm en bloesem harp pracht glans (...) hem die op hoofd dal tachtig ELWMI wijn
2.
hier is kracht en (hij) is sterk geweest aan liggers van zoals krans (...) hen hagel poort QÐB zoals krans (...) hen water geweldige (mv) SÐPIM (hij) heeft rust gegeven aan land bij (de) hand
3.
bij (de) voeten TRMXNE (jij) hebt omgeven hoogmoed van huur! (...) mij Efraïm
4.
en (zij) is geweest ßIßT harp pracht glans (...) hem die op hoofd dal tachtig zoals eerstgeboorterecht voordat zomer die vrees (hij) heeft laten zien haar BOWDE bij (de) lepel (...) hem (hij) slikte (...) haar
5.
bij (de) dag dat (hij) was Jahweh legers aan kroon van pracht WLßPIRT glans aan rest met hem
6.
en aan wind rechtsregel aan bewoner op de rechtsregel en aan moed geef(t) terug (...) mij strijd dat leg bloot!
7.
en ook deze bij (de) wijn SCW en bij (de) beloning (zij) zijn verkeerd gelopen priester en profeet SCW bij (de) beloning (wij) slikten (...) hem vanuit de wijn (zij) zijn verkeerd gelopen vanuit de beloning SCW (zij) heeft geschapen PQW PLILIE
8.
dat alle dat te legeren (zij) zijn vol geweest QIA ga uit! (er)naar zonder plaats
9.
(tot) water van vroege regen mening en (tot) water van (hij) begreep hoor toe! (er)naar vergeld! (...) mij van melk OTIQI van roven
10.
dat opdracht aan opdracht opdracht aan opdracht lijn aan lijn lijn aan lijn kleine daar kleine daar
11.
dat bij spot! oever en bij (de) tong andere (hij) sprak naar het volk deze
12.
die woord naar hen deze (is het zo) dat om te rusten (er)naar (zij) hebben rust gegeven aan vermoeide en deze EMRCOE noch (ik) kwam hoor toe!
13.
en (hij) is geweest aan hen woord Jahweh opdracht aan opdracht opdracht aan opdracht lijn aan lijn lijn aan lijn kleine daar kleine daar opdat (zij) gingen en (zij) zijn gestruikeld achterzijde en (wij) braken (...) hem WNWQSW en (wij) voegden samen (...) hem
14.
daarom (zij) hebben toegehoord woord Jahweh mens (...) mij aan opdracht (...) hen heers! het volk deze die bij Jeruzalem
15.
dat (jullie) hebben gesproken (wij) hebben afgehakt verbond (tot) dood en met dodenrijk (wij) hebben gedaan borst dat (hij) boog om vloeiende dat kant niet invoer (...) ons dat (wij) hebben geplaatst leugen MHXNW en bij (de) leugen NXTRNW
16.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier ben ik vestig! bij Sion steen steen bij (de) gratie hoek van IQRT fundament fundament (is het zo) dat geloof(t) niet IHIS
17.
en (ik) heb geplaatst rechtsregel aan lijn en weldadigheid LMSQLT en schoffel hagel dekking leugen en geheim water ISÐPW
18.
en dorp verbond (...) jullie (tot) dood WHZWTKM (tot) dodenrijk niet (jij) wraakte zweep vloeiende dat (hij) ging voorbij en (jullie) zijn geweest als LMRMX
19.
van die (zij) zijn voorbijgegaan (hij) nam (met) jullie dat bij (het) rundvee bij (het) rundvee (hij) ging voorbij bij (de) dag en bij (de) nacht en (hij) is geweest lege ZWOE (hij) heeft begrepen hoor toe! (er)naar
20.
dat QßR EMßO MESTRO en naar het scherm ellende KETKNX
21.
dat zoals heuvel doorbraaken (hij) wraakte Jahweh zoals diepte bij Gibeon (hij) was boos te doen handeling (...) hem krans handeling (...) hem en te bewerken feit (...) hem naar vreemdeling feit (...) hem
22.
en nu naar TTLWßßW opdat niet (zij) versterkten zedelessen (...) jullie dat schoondochter WNHRßE (ik) heb toegehoord honderd liggers van Jahweh legers op alle het land
23.
(zij) hebben geluisterd en (zij) hebben toegehoord klanken van (zij) hebben opgelet en (zij) hebben toegehoord (ik) heb gesproken
24.
(de) alle vandaag (hij) ploegde (de) stille aan nakomelingen (hij) deed open WISDD aarde (...) hem
25.
immers als gelijke naar aanzicht van WEPIß QßH en (hij) is opgestaan (...) hen IZRQ en naam [van] tarwe week(t) in en naar poort NXMN en boekweit grens (...) hem
26.
en (hij) verblindde (...) hem aan rechtsregel zijn God IWRNW
27.
dat niet bij (de) vlijtige IWDS QßH en wiel koekalf op zoals manna IWXB dat bij (de) stam IHBÐ QßH en (hij) is opgestaan (...) hen bij (de) stam
28.
brood IWDQ dat niet uiteindelijk ADWS IDWSNW WEMM Gilgal koekalf (...) hem en ruiters (...) hem niet IDQNW
29.
ook deze bij vandaan Jahweh legers (zij) is uitgegaan de wonder advies (hij) heeft vergroot TWSIE

Hoofdstuk 29

1.
ben! ARIAL ARIAL Stad van Hanna oom voegt toe! jaar op jaar trekken een cirkel INQPW
2.
WEßIQWTI LARIAL en (zij) is geweest naar vijgen en schip en (zij) is geweest aan mij KARIAL
3.
en (ik) ben gelegerd zoals generatie op jou en ellende (...) mij op jou opgestelde en (ik) heb gevestigd op jou om te scheppen
4.
en (jij) bent laag geweest van land (jij) sprak en van stof (zij) bukte zich (jij) hebt gesproken (...) jou en (hij) is geweest zoals oproeping van geesten van land klank (...) jou en van stof (jij) hebt gesproken (...) jou TßPßP
5.
en (hij) is geweest KABQ dunne menigte kransen (...) jou en zoals kaf kant menigte tirannen en (hij) is geweest LPTO plotseling
6.
bij vandaan Jahweh legers (jij) beval bij (het) kwaad (...) hen en bij (het) lawaai en klank grote naar riet en storm WLEB vuur eet (er)naar
7.
en (hij) is geweest zoals droom visioen nacht menigte alle de volken (is het zo) dat schaar je! (...) hen op ARIAL en alle naar pracht en fort (...) haar WEMßIQIM aan haar
8.
en (hij) is geweest zoals (hij) droomde de honger en hier is eet en (hij) is wakker geworden en lege ziel (...) hem en zoals (hij) droomde de dorst en hier is (zij) heeft gelegd en (hij) is wakker geworden en hier is vermoeide en ziel (...) hem SWQQE zo (hij) was menigte alle de volken (is het zo) dat schaar je! (...) hen op heuvel Sion
9.
ETMEMEW en verbazing (...) hem ESTOSOW en schreeuw om hulp! (...) hem (zij) hebben gehuurd noch wijn (zij) hebben gezworven noch beloning
10.
dat uitgieting op jullie Jahweh wind diepe slaap en (hij) werd machtig (tot) ogen (...) jullie (tot) de profeten en (tot) hoofden (...) jullie (is het zo) dat voorspel! (...) hen bedek!
11.
en (zij) was aan jullie HZWT (de) alle als spreek! het boek de angst (...) hen die (zij) gaven (met) hem naar (hij) werd bekend het boek te spreken (hij) heeft genoemd toch dit en woord niet eet dat angst (...) hen hij
12.
en (hij) heeft gegeven het boek op die niet (hij) heeft geweten boek te spreken (hij) heeft genoemd toch dit en woord niet (ik) heb geweten boek
13.
en (hij) sprak liggers van wegens dat (wij) naderden het volk deze bij (de) monden (...) hem en bij (de) lippen (...) hem (zij) zijn zwaar geweest (...) mij en zijn hart afstand (van)uit mij en (zij) was (jullie) hebben gevreesd (met) mij voorschrift van mensen weg van maat
14.
daarom hier ben ik Jozef LEPLIA (tot) het volk deze de wonder en wonder en (zij) is verloren gegaan (jij) bent wijs geworden wijzen (...) hem en verstand van NBNIW TXTTR
15.
ben! EMOMIQIM van Jahweh aan geheim advies en (hij) is geweest BMHSK daden (...) hen en (zij) spraken water van (hij) heeft gezien (...) ons en water van (wij) hebben geweten
16.
(hij) heeft omgekeerd (...) jullie als zoals klei (is het zo) dat fabriceer! (hij) berekende dat (hij) sprak Mozes LOSEW niet maak! (...) mij en fabriceer! woord te fabriceren (...) hem niet (hij) heeft begrepen
17.
immers nog (eens) een beetje MZOR en woon! Libanon aan Karmel en de Karmel aan bos (hij) berekende
18.
en (zij) hebben toegehoord bij (de) dag dat (de) stille (mv) spreek! boek en van duisternis en van duisternis bestudeer! huiden (jullie) lieten zien
19.
en (zij) hebben toegevoegd nederige (mv) bij Jahweh vreugde WABIWNI mens bij (de) heilige Israël (zij) verheugden zich
20.
dat niets tiran en schoondochter spotter en (zij) zijn afgehakt alle dat brand! kracht
21.
laat zondigen (...) mij mens bij (het) woord WLMWKIH bij (de) poort (zij) werden hard (...) hen en (zij) bogen om bij (de) verlatenheid rechtvaardige
22.
daarom zo woord Jahweh naar huis Jakob die (hij) heeft bevrijd (tot) Abraham niet nu (hij) schaamde zich Jakob noch nu aanzichten (...) hem (zij) werden bleek
23.
dat (jij) hebt geschapen (...) hem kinderen (...) hem Mozes handen van bij (zij) hebben nader gebracht (zij) wijdden namen van en (zij) hebben gewijd (tot) heilige Jakob en (tot) mijn God Israël IORIßW
24.
en (zij) hebben geweten loop verkeerd! wind verstand WRWCNIM (zij) onderwezen lering

Hoofdstuk 30

1.
ben! zonen zijn opstandig (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh te doen advies noch van mij en aan uitgieting van hut noch wind (...) mij opdat XPWT zondoffer op zondoffer
2.
de voorbijgangers te dalen Egypte en mond van niet (zij) hebben gevraagd LOWZ bij (het) vesting farao en bescherming te zoeken bij (de) schaduw Egypte
3.
en (hij) is geweest aan jullie vesting farao droog te zijn WEHXWT bij (de) schaduw Egypte aan schande
4.
dat (zij) zijn geweest bij Zoan aanvoerders (...) hem en boodschappers (...) hem HNX (zij) kwamen toe
5.
alle EBAIS op met niet (zij) waren nuttig voor hen niet aan hulp noch nuttig te zijn dat droog te zijn en ook aan schande
6.
last reuzendier Zuiden bij (het) land ellende WßWQE leeuw en leeuw (van)uit hen APOE en engel MOWPP (zij) droegen op schouder jonge ezels machten (...) hen en op DBST kamelen berg(t) op (...) hen op met niet (zij) waren nuttig
7.
en Egypte damp en lege (zij) hielpen daarom (ik) heb genoemd aan deze snoeverij zij sabbat
8.
nu komst (zij) heeft geschreven op paneel (met) hen en op boek grondwet en (zij) was aan dag laatste voor altijd tot eeuwigheid
9.
dat met verzet hij zonen als haasten zich zonen niet (zij) hebben gewenst hoor toe! Wetboek van Jahweh
10.
die (zij) hebben gesproken aan spiegel (...) hen niet (jullie) lieten zien WLHZIM niet (jullie) voorspelden aan ons NKHWT spreekt! aan ons gladde (mv) (zij) hebben voorspeld METLWT
11.
verblindt! van mij weg (zij) zijn omgebogen van mij manier (zij) hebben stopgezet van aanzichten (...) ons (tot) heilige Israël
12.
daarom zo woord heilige Israël wegens (hij) heeft verafschuwd (...) jullie bij (het) woord deze en (jullie) verzekerden je bij (de) afzetterij WNLWZ WTSONW op hem
13.
daarom (hij) was aan jullie (de) vijandige deze zoals doorbraak ga neer! NBOE bij (de) muur hoge die plotseling LPTO invoer (zij) heeft gebroken
14.
en (zij) heeft gebroken als (hij) heeft gebroken harp scheppen KTWT niet (hij) had medelijden noch (hij) vond BMKTTW stille LHTWT vuur MIQWD WLHSP water MCBA
15.
dat zo woord liggers van Jahweh heilige Israël naar bij (het) terugkeren en (hij) is geland TWSOWN BESQÐ en bij (het) vertrouwen (jij) was CBWRTKM noch (jullie) hebben gewenst
16.
en (jullie) spraken niet dat op paard (wij) vluchtten op zo (jullie) vluchtten (...) hen en op vlotte NRKB op zo (zij) verlichtten achtervolg! (...) jullie
17.
duizend één van aanzicht van (jij) hebt bestraft één van aanzicht van (jij) hebt bestraft vijf (jullie) beproefden tot als (jullie) zijn overgebleven kroon (...) hen op hoofd de heuvel WKNX op de heuvel
18.
en daarom IHKE Jahweh gratie te verlenen (...) jullie en daarom (hij) was hoog medelijden te hebben (...) jullie dat mijn God rechtsregel Jahweh heil alle HWKI als
19.
dat met bij Sion inwoner bij Jeruzalem (zij) hebben geweend niet (jij) weende (zij) zijn gelegerd (...) hen (hij) legerde (...) jou aan klank (hij) heeft geschreeuwd (...) jou als (jij) hebt toegehoord (...) hem ONK
20.
en (hij) heeft gegeven aan jullie liggers van brood smalle en water druk noch IKNP nog (eens) leraars (...) jou en (zij) zijn geweest ogen (...) jou zicht (tot) leraars (...) jou
21.
en oren (...) jou (jij) hoorde toe (...) haar woord van anderen (...) jou te spreken dit de weg ga(a)t! bij hem dat (jullie) geloofden en dat TSMAILW
22.
en (jullie) hebben onrein verklaard (tot) (zij) hebben uitgekeken (...) mij PXILI zilver (...) jou en (tot) APDT van hut van goud (...) jou (zij) strooide uit (...) hen zoals DWE ga weg! (jij) sprak als
23.
en (hij) heeft gegeven regen nakomelingen (...) jou die (jij) zaaide (tot) de aarde en brood opbrengst van de aarde en (hij) is geweest vette en olie (hij) achtervolgde van nesten (...) jou bij (de) dag dat veld NRHB
24.
en (de) duizenden en de jonge ezels werk! de aarde bij (de) nacht HMIß (zij) aten die (hij) heeft uitgestrooid (jij) bent gevlucht WBMZRE
25.
en (hij) is geweest op alle heuvel hoogte en op alle heuvel (zij) heeft gedragen splitsingen 50e jaardag (...) mij water bij (de) dag (hij) heeft gedood meerderheid bij ga neer! kweken
26.
en (hij) is geweest licht (de) witte zoals licht de woede en licht de woede (hij) was (ik) ben verzadigd geweest (...) hen zoals licht zeven de dagen bij (de) dag (hij) heeft verbonden Jahweh (tot) (hij) heeft gebroken met hem en (hij) heeft vermorzeld slag (...) hem (hij) genas
27.
hier is daar Jahweh (hij) is gekomen van afstand onwetende neus (...) hem en lever naar last lippen (...) hem (zij) zijn vol geweest woede en tong (...) hem zoals vuur (jij) hebt gegeten
28.
en wind (...) hem zoals wadi vloeiende tot hals IHßE LENPE volken BNPT (het) niets WRXN MTOE op wangen van volkeren
29.
het lied (hij) was aan jullie zoals nacht (is het zo) dat (jij) heiligde feest en (jij) bent blij geweest hart als ga(a)(t) BHLIL te komen bij (de) heuvel Jahweh naar rots Israël
30.
en (hij) heeft laten horen Jahweh (tot) luister klank (...) hem en (hij) is geland arm (...) hem vrees bij (de) boosheid neus WLEB vuur eet (er)naar verbrijzel! en krans (...) hen en steen hagel
31.
dat van klank Jahweh Jahath bevestiging bij (de) stam (hij) sloeg
32.
en (hij) is geweest alle trek(t) door stam naar fundament die (hij) gaf rust Jahweh op hem BTPIM en bij (de) violen en bij (de) oorlogen opwaartse zwaai (hij) heeft gestreden bij haar
33.
dat orden! MATMWL TPTE ook hij aan koning EWKN EOMIQ de breedte van generatie (...) haar vuur en bomen veel (jij) hebt geademd Jahweh zoals wadi zwavel brand bij haar

Hoofdstuk 31

1.
ben! EIRDIM Egypte aan hulp op paarden redding (...) ons en (zij) verzekerden zich op wagen dat meerderheid en op ruiters dat (zij) zijn machtig geworden zeer noch schreeuw om hulp! (...) hem op heilige Israël en (tot) Jahweh niet (zij) hebben uitgelegd
2.
en ook hij wijze en (hij) kwam kwaad en (tot) woorden (...) hem niet (hij) heeft verwijderd en (hij) is opgestaan op huis van kwaden en op (jij) hebt geholpen daden van kracht
3.
en Egypte mens noch naar en paarden (...) hen vlees noch wind en Jahweh (hij) boog om (hij) bedankte en misstap help(t) en ga neer! hulp en samen allemaal IKLIWN
4.
dat zo woord Jahweh naar mij zoals (hij) sprak uit de leeuw en de jonge leeuw op (zij) hebben verscheurd die (hij) noemde op hem (hij) is vol geweest kwaden van klank (...) hen niet Jahath en van menigte (...) hen niet (hij) antwoordde zo (hij) is gedaald Jahweh legers zich te scharen op heuvel Sion en op heuvel (...) haar
5.
zoals vogels vliegen zo ICN Jahweh legers op Jeruzalem CNWN en (hij) heeft gered Pesach WEMLIÐ
6.
keert terug! te bevestigen EOMIQW (zij) is afgeweken bouw! Israël
7.
dat bij (de) dag dat IMAXWN man afgoden van als voegt toe! en afgoden van goud (...) hem die Ezau aan jullie handen (...) jullie zondaar
8.
en ga neer! bevestiging bij (het) zwaard niet man en zwaard niet mens (jij) at (...) ons en teken als van aanzicht van zwaard en jongemannen (...) hem aan belasting (zij) waren
9.
en rots (...) hem MMCWR (hij) ging voorbij en angst van teken aanvoerders (...) hem (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh die licht als bij Sion WTNWR als bij Jeruzalem

Hoofdstuk 32

1.
èn aan rechtvaardigheid (hij) heerste koning en aan aanvoerders aan rechtsregel effent!
2.
en (hij) is geweest man KMHBA wind en geheim krans (...) hen als splits! water bij Sion zoals schaduw rots lever bij (het) land vermoeidheid
3.
noch TSOINE bestudeer! spiegel (...) hen en oren van nieuwsberichten TQSBNE
4.
en hart NMERIM (hij) begreep te weten en tong OLCIM (jij) haastte je te spreken ßHWT
5.
niet (hij) noemde nog (eens) te bevuilen vrijgevige WLKILI niet (hij) sprak schreeuw om hulp!
6.
dat harp kadaver (hij) sprak en zijn hart (zij) heeft gemaakt kracht te doen (hij) is gevleid en te spreken naar Jahweh loop(t) verkeerd aan de leegte ziel honger en geef(t) te drinken dorst IHXIR
7.
en gereedschap gereedschappen (...) hem kwaden hij vuiligheden advies te saboteren nederige (mv) bij (de) Amoriet leugen en bij (het) woord arme rechtsregel
8.
en vrijgevige vrijgevige (mv) advies en hij op vrijgevige (mv) (hij) wraakte
9.
worden verlaten zorgeloze (mv) (hij) is opgestaan (...) haar (hij) heeft toegehoord (...) haar klanken van dochters vertrouwen-en (is het zo) dat (ik) hoereerde (ik) heb gesproken
10.
dagen op jaar (zij) was boos (...) haar vertrouwen-en dat schoondochter BßIR Asaf zonder invoer
11.
(zij) zijn geschrokken zorgeloze (mv) (zij) is boos geweest vertrouwen-en (zij) is uitgegaan en leg bloot! en omgord! (er)naar op trek uit! (...) hen
12.
op roven beween! (...) hen op Sjadai (hij) heeft begeerd op wijnstok naar vrucht
13.
op aarde van met mij QWß doorn (jij) verhief dat op alle dochter (...) mij vreugde stad OLIZE
14.
dat paleis (hij) heeft verlaten menigte stad (hij) heeft verlaten OPL en bij (de) gratie (hij) is geweest door grotten tot eeuwigheid vreugde kom in opstand! (...) hen van herder kudden
15.
tot (hij) legde bloot op ons wind van hoogte en (hij) is geweest woestijn aan Karmel en Karmel aan bos (hij) berekende
16.
en buurman bij (de) woestijn rechtsregel en weldadigheid bij (de) Karmel (jij) woonde
17.
en (hij) is geweest Mozes de weldadigheid vrede en (jij) hebt gewerkt de weldadigheid de stilte en veiligheid tot eeuwigheid
18.
en inwoner met mij bij (de) woonplaats vrede WBMSKNWT verzekeren zich WBMNWHT zorgeloze (mv)
19.
en hagel BRDT het bos en bij (het) laagland (zij) was laag (hij) heeft opgemerkt
20.
heil (...) jullie zaaie! op alle water zend(t) weg (...) mij voet de os en (de) ernstige

Hoofdstuk 33

1.
ben! beroof(t) en (met) haar niet SDWD WBWCD noch kleed (...) hem bij hem zoals de onschuld (...) jou beroof(t) TWSD KNLTK aan kleed IBCDW bij jou
2.
Jahweh (zij) hebben gratie verleend aan jou (wij) hebben gehoopt (hij) is geweest nakomelingen (...) hen aan rundvee-en neus ISWOTNW bij (de) tijd ellende
3.
van klank menigte (zij) hebben gezworven volkeren MRWMMTK verbrijzelt! volken
4.
en Asaf buit (...) jullie Asaf EHXIL KMSQ CBIM SQQ bij hem
5.
hoge Jahweh dat buurman hoogte (hij) is vol geweest Sion rechtsregel en weldadigheid
6.
en (hij) is geweest waarheid van tijden (...) jou (hij) heeft medelijden gehad (...) hen verlossing van (jij) bent wijs geworden en kennis (jij) hebt gevreesd Jahweh zij schat (...) hem
7.
èn ARALM (zij) hebben geschreeuwd naar pijl boodschappers van vrede bittere IBKIWN
8.
(zij) hebben geademd MXLWT sabbat kant manier de stier verbond (hij) heeft verafschuwd steden niet bereken! mens
9.
rouw (zij) heeft ongelukkig gemaakt land EHPIR Libanon QML (hij) is geweest (is het zo) dat (zij) hebben gezongen (...) hen zoals wildernis en jeugd Basan en Karmel
10.
nu (ik) wraakte (hij) sprak Jahweh nu (ik) was hoog (...) hen nu (ik) werd gedragen
11.
(jullie) werden zwanger HSS (jullie) baarden stro wind (...) jullie vuur (jij) at (...) jullie
12.
en (zij) zijn geweest volkeren verbranden SID QWßIM KXWHIM (hij) is verrot IßTW
13.
(zij) hebben toegehoord afstanden die (ik) heb gedaan en weet! verwanten (ik) ben sterk geworden
14.
(zij) zijn bang geweest bij Sion zondaars (zij) heeft gegrepen RODE word gevleid! (...) hen water van (hij) woonde aan ons vuur eet (er)naar water van (hij) woonde aan ons MWQDI eeuwigheid
15.
beweging weldadigheden en woord effenen (hij) heeft verafschuwd bij (het) voordeel MOSQWT jeugd lepels (...) hem van onschuld (...) jou bij (de) omkoperij AÐM oor (...) hem van nieuws kosten en bot ogen (...) hem laten zien bij (het) kwaad
16.
hij hemel jullie zijn er forten rotsen toevluchtsoord (...) hem (zij) hebben gestreden (hij) heeft gegeven wateren (...) hem loyale (mv)
17.
koning bij (de) schoonheid (...) hem (jullie) voorspelden ogen (...) jou (jullie) lieten zien land afstanden
18.
hart (...) jou (hij) sprak uit verschrikking waar? boek waar? munt waar? boek (tot) (is het zo) dat kweken
19.
(tot) met NWOZ niet (jij) liet zien met ben diep! oever om toe te horen NLOC tong (er is) niet verstand
20.
borst Sion Stad van ontmoeting (...) ons ogen (...) jou (jullie) lieten zien Jeruzalem woonplaats zorgeloze tent echtgenoot IßON echtgenoot IXO pinnen (...) hem uiteindelijk en alle koorden (...) hem echtgenoot (zij) braken af
21.
dat als daar geweldige Jahweh aan ons plaats rivieren rivieren word breder! handen echtgenoot (jij) ging bij hem ik dat (hij) boog om en vloot geweldige niet (hij) ging voorbij (...) ons
22.
dat Jahweh (wij) hebben berecht Jahweh MHQQNW Jahweh (wij) hebben geheerst hij (hij) redde (...) ons
23.
(zij) hebben verlaten koorden (...) jou echtgenoot (zij) versterkten zo TRNM echtgenoot (zij) hebben uitgespreid teken destijds deel tot buit vermeerder(t) Pesach-en (zij) hebben geplunderd minachting
24.
en echtgenoot (hij) sprak buurman (ik) ben ziek geworden het volk de inwoner bij haar verheven vijandige

Hoofdstuk 34

1.
(zij) hebben nader gebracht volken aan nieuws en naties (zij) hebben opgelet (jij) hoorde toe het land en (zij) is vol geweest wereld en alle ßAßAIE
2.
dat woede aan Jahweh op alle de volken en woede op alle leger (...) hen (is het zo) dat worden bleek (...) hen (hij) heeft gegeven (...) hen aan slager
3.
en doden (...) hen (zij) gingen neer en kadavers (...) hen (hij) verhief bij (hij) heeft zich schuldig gemaakt WNMXW (hij) heeft opgetild van bloed (...) hen
4.
WNMQW alle leger de hemel WNCLW zoals boek de hemel en alle leger (...) hen (hij) verwelkte zoals harp blad van wijnstok WKNBLT van vijg
5.
dat (zij) heeft genoeg gedronken bij (de) hemel word vernield! hier is op Edom (jij) daalde en op met boycotten van aan rechtsregel
6.
zwaard aan Jahweh (zij) is vol geweest bloed (de) vette van melk van bloed lammeren en bokken van melk nieren rammen dat slachting aan Jahweh bij (zij) heeft druiven geplukt en slager grote bij (het) land Edom
7.
en (zij) zijn gedaald RAMIM volk (...) hen en stieren met ridders en (zij) heeft genoeg gedronken land (...) hen van bloed en stof (...) hen van melk (hij) bemestte
8.
dat dag wraak aan Jahweh jaar van vredes te twisten Sion
9.
en (zij) zijn veranderd verwerf! (er)naar LZPT en jonge ree aan zwavel en (zij) is geweest naar land LZPT brand
10.
nacht en dag (...) hen niet (jij) ging uit aan eeuwigheid (hij) verhief maakt! om te wonen te wonen (zij) werd vernield uiteindelijk overwinningen (er is) niet kant bij haar
11.
en (zij) hebben veroverd (er)naar QAT WQPWD WINSWP en aangename (zij) behuisden bij haar en (wij) bogen om op haar lijn verlatenheid en stenen van lege
12.
ontbrand! (er)naar en (er is) niet daar heers! (er)naar (zij) noemden en alle Seraja (zij) waren niets
13.
en (zij) is opgegaan ARMNTIE pannen QMWS WHWH naar bij (de) vestingen en (zij) is geweest woonplaats jakhalzen hooi te bouwen (hij) antwoordde
14.
en (zij) hebben ontmoet vloten (tot) eilanden en bok op zijn vriend (hij) noemde maar daar ERCIOE LILIT en (zij) heeft gevonden aan haar om te rusten
15.
daarnaar (-s) QNNE QPWZ en (jij) redde WBQOE WDCRE naar bij (de) schaduw maar daar (wij) verzamelden (...) hem DIWT vrouw ROWTE
16.
(zij) hebben uitgelegd boven boek Jahweh en (zij) hebben genoemd één van zij niet NODRE vrouw ROWTE niet beveelt! dat mond van hij geef opdracht! en wind (...) hem hij (hij) heeft verzameld (...) hen
17.
en hij (hij) heeft laten vallen aan hen lot en (hij) bedankte perceel (...) haar aan hen bij (de) lijn tot eeuwigheid (zij) veroverden (er)naar te wonen en generatie (zij) behuisden bij haar

Hoofdstuk 35

1.
ISSWM woestijn en naar vloot en (zij) verheugde zich wildernis en (zij) bloeide KHBßLT
2.
bloem (zij) bloeide en (zij) verheugde zich neus CILT en roddel! eer de Libanon (hij) heeft gegeven aan haar pracht de Karmel WESRWN deze (mv) (zij) lieten zien eer Jahweh pracht onze God
3.
versterkt! handen RPWT en bij (de) zachtheden KSLWT (zij) zijn sterk geweest
4.
(zij) hebben gesproken LNMERI hart versterkt! naar (jullie) vreesden hier is jullie God wraak invoer vergeld! God hij invoer en redding (...) jullie
5.
destijds (zij) opende (...) haar bestudeer! huiden en oren van stille (mv) (jullie) deedden open
6.
destijds IDLC zoals ram Pesach en tortelduif (...) hen tong voorhal dat NBQOW bij (de) woestijn water en wadi's bij (de) wildernis
7.
en (hij) is geweest ESRB LACM en (zij) hebben dorst gehad (...) hen LMBWOI water bij (de) woonplaats jakhalzen RBßE hooi aan buis WCMA
8.
en (hij) is geweest daar MXLWL en weg en weg wijd! (hij) noemde aan haar niet (hij) ging voorbij (...) ons onreine en hij voor hen beweging weg en dwazen niet (zij) liepen verkeerd
9.
niet (hij) was daar leeuw WPRIß levende (mv) echtgenoot (hij) verhief (...) haar niet (jij) vond daar en (zij) zijn gegaan CAWLIM
10.
WPDWII Jahweh (zij) hebben gewoond (...) hen en (zij) zijn gekomen Sion bij (de) gezang en (jij) bent blij geweest eeuwigheid op hoofd (...) hen (zij) hebben zich verblijd (...) hen en vreugde (zij) bereikten en (zij) zijn gevlucht ICWN WANHE

Hoofdstuk 36

1.
en wees bij vier tien jaar aan koning Hizkia blad Sanherib koning bevestiging op alle steden van Juda (de) versterkte (mv) WITPSM
2.
en (hij) zond weg koning bevestiging (tot) Rabsake van Lachis naar Jeruzalem naar kroon! Hizkia bij (de) macht lever en (hij) stond vast BTOLT de gelukwens (de) hoogste BMXLT veld KWBX
3.
en uitgaande naar hem Eljakim zoon Hilkia die op het huis en Sebna het boek en Joah zoon Asaf de sekretaris
4.
en (hij) sprak naar hen Rabsake (zij) hebben gesproken toch naar Hizkia zo woord kroon! (de) grote koning bevestiging wat? (is het zo) dat (zij) hebben zich verzekerd (...) hen deze die (jij) hebt je verzekerd
5.
(ik) heb gesproken maar woord lippen advies en moed aan strijd nu op water van (jij) hebt je verzekerd dat om te dalen bij mij
6.
hier is (jij) hebt je verzekerd op MSONT de buis ERßWß deze op Egypte die (hij) steunde man op hem en (hij) is gekomen bij (de) lepel (...) hem en vrouw zo farao koning Egypte aan alle de veilige plaatsen op hem
7.
en dat (jij) sprak naar mij naar Jahweh onze God (wij) hebben ons verzekerd immers hij die (hij) heeft verwijderd Hizkia (tot) verhogingen (...) hem en (tot) altaren (...) hem en (hij) sprak aan Juda en aan Jeruzalem voor het altaar deze (jullie) bogen je diep
8.
en nu (is het zo) dat (zij) was aangenaam toch (tot) liggers van kroon! bevestiging en (ik) gaf aan jou duizenden paarden als je zult kunnen te geven aan jou Rechabieten op hen
9.
en waar ben jij? (jij) gaf terug (tot) aanzicht van vermindering één werk! liggers van de kleine-en en (jij) verzekerde je aan jou op Egypte aan wagen en aan ruiters
10.
en nu EMBLODI Jahweh (ik) ben opgegaan op het land (de) deze kapot te maken (er)naar Jahweh woord naar mij blad naar het land (de) deze en (zij) heeft kapot gemaakt
11.
en (hij) sprak Eljakim en Sebna en Joah naar Rabsake woord toch naar slaven (...) jou ARMIT dat nieuwsberichten wij en naar (jij) sprak naar ons Judith bij (de) oren van het volk die op de muur
12.
en (hij) sprak Rabsake deze liggers (...) jou en naar jou (hij) mij gezonden liggers van te spreken (tot) de woorden (de) deze toch? op de mensen de inwoners op de muur aan eten (tot) HRAIEM en te drinken (tot) SINIEM met jullie
13.
en (hij) stond vast Rabsake en (hij) noemde bij (de) klank grote Judith en (hij) sprak (zij) hebben toegehoord (tot) spreek! kroon! (de) grote koning bevestiging
14.
zo woord kroon! naar (hij) droeg aan jullie Hizkia dat niet (hij) zal kunnen te redden (met) jullie
15.
en naar (hij) verzekerde zich (met) jullie Hizkia naar Jahweh te spreken red! (hij) redde (...) ons Jahweh niet (zij) zal gegeven worden (hij) heeft opgemerkt (de) deze bij (de) hand koning bevestiging
16.
naar (jullie) hoorden toe naar Hizkia dat zo woord kroon! bevestiging Ezau (met) mij gelukwens en ga(a)t uit! naar mij en (zij) hebben gegeten man wijnstok (...) hem en man TANTW en (zij) hebben gelegd man water van put (...) hem
17.
tot bij (de) eiland en (ik) heb genomen (met) jullie naar land zoals land (...) jullie land graan en most land brood en wijngaarden
18.
opdat niet IXIT (met) jullie Hizkia te spreken Jahweh (hij) redde (...) ons (is het zo) dat (zij) hebben gered mijn God de volken man (tot) land (...) hem van hand koning bevestiging
19.
waar? mijn God leren zak WARPD waar? mijn God XPRWIM en dat (zij) hebben gered (tot) Samaria van handen van
20.
water van in alle mijn God de landen (de) deze die (zij) hebben gered (tot) land (...) hen van handen van dat (hij) redde Jahweh (tot) Jeruzalem van handen van
21.
WIHRISW noch nederige (met) hem woord dat voorschrift van kroon! zij te spreken niet (jij) antwoordde (...) hem
22.
en (hij) kwam Eljakim zoon Hilkia die op het huis en Sebna het boek en Joah zoon Asaf de sekretaris naar Hizkia QRWOI kledingstukken en (zij) vertelden als (tot) spreek! Rabsake

Hoofdstuk 37

1.
en wees toen kroon! Hizkia en (hij) scheurde (tot) kledingstukken (...) hem WITKX bij (de) zak en (hij) kwam huis Jahweh
2.
en (hij) zond weg (tot) Eljakim die op het huis en (tot) Sebna (is het zo) dat tel(t) en (tot) ben oud! de priesters MTKXIM bij (de) zakken naar Jesaja zoon Amoz de profeet
3.
en (zij) spraken naar hem zo woord Hizkia dag ellende en terechtwijzing en smaad vandaag deze dat (zij) zijn gekomen zonen tot verbrijzel(t) en kracht (er is) niet LLDE
4.
misschien (hij) hoorde toe Jahweh jouw God (tot) spreek! Rabsake die zendt weg! koning bevestiging liggers (...) hem te beledigen God levende en (hij) heeft bewezen bij (de) woorden die nieuws Jahweh jouw God en (jij) hebt gedragen gebed door de rest (is het zo) dat (zij) heeft zich bevonden
5.
en voert in! werk! kroon! Hizkia naar Jesaja
6.
en (hij) sprak naar hen Jesaja zo (jullie) spraken (...) hen naar liggers (...) jullie zo woord Jahweh naar (je) zult vrezen van aanzicht van de woorden die (jij) hebt toegehoord die CDPW schud! koning bevestiging mij
7.
hier ben ik geef(t) bij hem wind en nieuws hoor toe! (er)naar en woon! naar land (...) hem en (ik) heb laten vallen (...) hem bij (het) zwaard bij (het) land (...) hem
8.
en inwoner Rabsake en (hij) vond (tot) koning bevestiging (hij) heeft gestreden op witte dat nieuws dat (hij) heeft gereisd van Lachis
9.
en (hij) hoorde toe op TREQE koning Cusch te spreken uitgaande aan het brood (met) jou en (hij) hoorde toe en (hij) zond weg boodschappers naar Hizkia te spreken
10.
zo (jullie) spraken (...) hen naar Hizkia koning Juda te spreken naar (hij) droeg (...) jou jouw God die (met) haar vertrouw(t) bij hem te spreken niet (zij) zal gegeven worden Jeruzalem bij (de) hand koning bevestiging
11.
hier is (met) haar (jij) hebt toegehoord die Ezau heers! bevestiging aan alle de landen LEHRIMM en (met) haar TNßL
12.
(is het zo) dat (zij) hebben gered hen mijn God de volken die (zij) hebben kapot gemaakt vaders-en van (tot) CWZN en (tot) Haran WRßP en bouw! getuige (...) hen die BTLSR
13.
waar? koning leren zak en koning ARPD en koning aan stad XPRWIM (is het zo) dat (hij) heeft gezworven WOWE
14.
en (hij) nam Hizkia (tot) de boeken van hand de boodschappers en (zij) noemden (...) hem en (hij) verhief huis Jahweh en (zij) spreidden uit (...) hem Hizkia voor Jahweh
15.
en (hij) bad Hizkia naar Jahweh te spreken
16.
Jahweh legers mijn God Israël inwoner de beelden van meerderheid (met) haar hij naar God alleen jij aan alle van koninkrijk het land (met) haar (jij) hebt gedaan (tot) de hemel en (tot) het land
17.
(hij) is omgebogen Jahweh oor (...) jou en nieuws (hij) heeft geopend Jahweh oog (...) jou en (hij) heeft gezien en nieuws (tot) alle spreek! Sanherib die wapen te beledigen God levende
18.
echt Jahweh EHRIBW heers! bevestiging (tot) alle de landen en (tot) land (...) hen
19.
en (hij) heeft gegeven (tot) hun God (hij) is verrot dat niet God deze (mv) dat als Mozes handen van mens boom en steen en (zij) gingen verloren (...) hen
20.
en nu Jahweh onze God (hij) heeft gered (...) ons van hand (...) hem en (zij) hebben geweten alle van koninkrijk het land dat (met) haar Jahweh alleen jij
21.
en (hij) zond weg Jesaja zoon Amoz naar Hizkia te spreken zo woord Jahweh mijn God Israël die (jij) hebt gebeden naar mij naar Sanherib koning bevestiging
22.
dit het woord die woord Jahweh op hem hier aan jou (zij) heeft gespot aan jou maagd van dochter Sion na jou hoofd ENIOE dochter Jeruzalem
23.
(tot) water van (jij) hebt beledigd WCDPT en op water van ERIMWTE klank en (jij) droeg hoogte ogen (...) jou naar heilige Israël
24.
bij (de) hand slaven (...) jou (jij) hebt beledigd liggers van en (jij) sprak bij (de) meerderheid rijd! ik (ik) ben opgegaan hoogte (hij) heeft opgetild heup (...) mij Libanon en (ik) werd afgehakt hoogte van ceders (...) hem keuze bij verover! (...) hem en (ik) kwam hoogte wordt wakker! bos Karmel (...) hem
25.
ik stad-en van en (ik) heb gedronken water WAHRB bij (de) lepel keren van alle rivieren van belegering
26.
immers (jij) hebt toegehoord tot van afstand haar (ik) heb gedaan wateren van voorkant en (ik) heb geschapen (er)naar nu (ik) heb gebracht (er)naar en (zij) was LESAWT verheugen zich NßIM steden versterkte (mv)
27.
en inwoners (...) hen QßRI hand angst en (zij) hebben zich geschaamd (zij) zijn geweest planten veld en groene grasveld hooi daken WSDME voor (zij) is opgestaan
28.
en sabbat (...) jou en uit te gaan (...) jou en in de richting van (ik) heb geweten en (tot) (is het zo) dat (zij) was boos (...) jou naar mij
29.
wegens (is het zo) dat (zij) was boos (...) jou naar mij WSANNK blad bij (de) oren van en (ik) heb geplaatst HHI bij (de) neus (...) jou WMTCI bij (de) lippen (...) jou WESIBTIK bij (de) weg die (jij) bent gekomen bij haar
30.
en dit aan jou de letter eten het jaar XPIH en in het jaar de tweede SHIX en in het jaar ESLISIT (zij) hebben gezaaid WQßRW en (zij) hebben geplant als zijn hoog en eten stieren
31.
en (zij) heeft toegevoegd PLIÐT huis Juda (is het zo) dat (zij) is gebleven wortel aan stam en (hij) heeft gedaan vrucht aan hoogte
32.
dat van Jeruzalem (jij) ging uit rest en naar vluchteling vlugge Sion (jij) bent jaloers geweest Jahweh legers (jij) deed deze
33.
daarom zo woord Jahweh naar koning bevestiging niet invoer naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze noch vroege regen daar pijl noch (hij) ging voor (...) haar schild noch (hij) stortte op haar (zij) heeft gebaand
34.
bij (de) weg die (hij) is gekomen bij haar (hij) blies en naar (hij) heeft opgemerkt (de) deze niet invoer (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
35.
WCNWTI op (hij) heeft opgemerkt (de) deze te redden (er)naar tot van armoede en opdat oom werk!
36.
en uitgaande boodschapper Jahweh en (hij) sloeg bij (het) kamp bevestiging honderd en tachtig en vijf duizend en (zij) stondden vroeg op bij (het) rundvee en hier is allemaal kadavers sterven
37.
en (hij) reisde en (hij) ging en inwoner Sanherib koning bevestiging en inwoner bij Ninevé
38.
en wees hij buig(t) zich diep (er)naar huis NXRK zijn God WADRMLK WSRAßR zonen (...) hem (is het zo) dat (zij) zijn donker geworden bij (het) zwaard en deze (mv) (zij) zijn ontsnapt land ARRÐ en (hij) heerste (hij) heeft gevangen genomen punt (...) hen bij ons in de plaats van hem

Hoofdstuk 38

1.
bij (de) dagen die (hij) is ziek geworden Hizkia te sterven en invoer naar hem Jesaja zoon Amoz de profeet en (hij) sprak naar hem zo woord Jahweh opdracht aan huis (...) jou dat dode (met) haar noch (jij) leefde
2.
en (hij) wendde zich af Hizkia aanzichten (...) hem naar de muur en (hij) bad naar Jahweh
3.
en (hij) sprak waarheen? Jahweh man toch (tot) die (ik) heb rondgewandeld voor jou bij (de) waarheid en bij (het) hart gehele en (de) goede bij (de) ogen (...) jou (ik) heb gedaan en (hij) weende Hizkia geween grote
4.
en wees woord Jahweh naar Jesaja te spreken
5.
gang en (jij) hebt gesproken naar Hizkia zo woord Jahweh mijn God oom vader (...) jou (ik) heb toegehoord (tot) gebed (...) jou (ik) heb gezien (tot) traan (...) jou hier ben ik Jozef op dagen (...) jou vijf tien jaar
6.
en van lepel koning bevestiging (ik) redde (...) jou en (tot) (hij) heeft opgemerkt (de) deze WCNWTI op (hij) heeft opgemerkt (de) deze
7.
en dit aan jou de letter honderd Jahweh die (zij) heeft gemaakt Jahweh (tot) het woord deze die woord
8.
hier ben ik geef(t) terug (tot) schaduw (is het zo) dat om op te gaan die (zij) is gedaald bij om op te gaan Achaz bij (de) zon achterwaarts rijkdom om op te gaan en (jij) woonde de zon rijkdom om op te gaan bij om op te gaan die (zij) is gedaald
9.
brief aan Hizkia koning Juda BHLTW en leve! van niet-heilige-en (...) hem
10.
ik (ik) heb gesproken bij lijk! dagen van (ik) ging (er)naar bij (de) poorten van dodenrijk (ik) heb bekeken rest jaren (...) mij
11.
(ik) heb gesproken niet (ik) liet zien God God bij (het) land de leven niet (ik) keek mens nog (eens) met bewoners van (hij) heeft opgehouden
12.
woon! (hij) heeft gereisd en (wij) onthulden van mij zoals tent achtervolg! QPDTI KARC leef! van armelijke (hij) voerde uit (...) mij van dag tot nacht (jij) voltooide (...) mij
13.
(ik) ben gelijk geweest tot rundvee zoals leeuw zo (hij) brak alle botten (...) mij van dag tot nacht (jij) voltooide (...) mij
14.
zoals paard OCWR zo AßPßP (ik) sprak uit zoals duif (zij) hebben geput bestudeer! aan hoogte liggers van (zij) heeft tekort gedaan aan mij (hij) is aangenaam geweest (...) mij
15.
wat? (ik) sprak en woord aan mij en hij (hij) heeft gedaan ADDE alle jaren (...) mij op bittere ziel (...) mij
16.
liggers van op hen (zij) leefden en aan alle bij hen leef! wind (...) mij WTHLIMNI WEHINI
17.
hier is volledig te zijn bittere aan mij bittere en (met) haar (jij) hebt begeerd ziel (...) mij (jij) hebt gezalfd zonder dat (jij) hebt afgeworpen na CWK alle zondig!
18.
dat niet dodenrijk (zij) bedankte (...) jou dood (hij) loofde (...) jou niet (zij) braken (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put naar waarheid (...) jou
19.
levende levende hij (hij) bedankte (...) jou zoals ik vandaag vader witte (mv) (hij) deelde mee naar waarheid (...) jou
20.
Jahweh te redden (...) mij WNCNWTI (wij) muziceerden alle dagen van (wij) hebben geleefd op huis Jahweh
21.
en (hij) sprak Jesaja (zij) droegen DBLT vijgen WIMRHW op (is het zo) dat buk je! (...) hen en leve!
22.
en (hij) sprak Hizkia wat? letter dat (ik) verhief huis Jahweh

Hoofdstuk 39

1.
bij (de) tijd die wapen (hij) is in opstand gekomen (...) jou BLADN zoon BLADN koning Babel boeken en geschenk naar Hizkia en (hij) hoorde toe dat (hij) is ziek geworden en (hij) versterkte
2.
en (hij) maakte blij op hen Hizkia en gezien (...) hen (tot) huis NKTE (tot) het zilver en (tot) het goud en (tot) EBSMIM en (tot) de olie (de) goede en (tot) alle huis gereedschappen (...) hem en (tot) alle die (wij) vondden bij (de) bergingen (...) hem niet (hij) is geweest woord die niet (hij) heeft laten zien (...) hen Hizkia bij (het) huis (...) hem en in alle regering (...) hem
3.
en (hij) kwam Jesaja de profeet naar kroon! Hizkia en (hij) sprak naar hem wat? (zij) hebben gesproken de mensen (de) deze en vanwaar? voert in! naar jou en (hij) sprak Hizkia van land naar afstand (zij) zijn gekomen naar mij van Babel
4.
en (hij) sprak wat? (zij) hebben gezien bij (het) huis (...) jou en (hij) sprak Hizkia (tot) alle die bij (de) huis-en van (zij) hebben gezien niet (hij) is geweest woord die niet (ik) heb laten zien (...) hen bij berg(t) op (...) mij
5.
en (hij) sprak Jesaja naar Hizkia nieuws woord Jahweh legers
6.
hier is dagen komen en verheven alle die bij (het) huis (...) jou en die (zij) hebben opgeborgen vaders (...) jou tot vandaag deze Babel niet meer woord woord Jahweh
7.
en van zonen (...) jou die voert uit! (van)uit jou die (jij) bracht voort (zij) namen en (zij) zijn geweest hovelingen bij (het) paleis koning Babel
8.
en (hij) sprak Hizkia naar Jesaja goede woord Jahweh die woord van en (hij) sprak dat (hij) was vrede en waarheid bij (de) dagen van

Hoofdstuk 40

1.
(zij) hebben getroost (zij) hebben getroost met mij (hij) sprak jullie God
2.
spreekt! op hart Jeruzalem en (zij) hebben genoemd vetstaart dat (zij) is vol geweest (zij) heeft zich geschaard dat NRßE antwoord(t) dat (zij) heeft genomen van hand Jahweh KPLIM in alle (ik) heb gezondigd (er)naar
3.
klank noem(t) bij (de) woestijn (zij) hebben zich gewend weg Jahweh effent! bij (de) wildernis MXLE aan onze God
4.
alle dal INSA en alle heuvel en heuvel (zij) waren laag en (hij) is geweest de voetstap tot van vereffening WERKXIM LBQOE
5.
en (wij) onthulden eer Jahweh en (zij) hebben gezien alle vlees samen dat mond van Jahweh woord
6.
klank woord (hij) heeft genoemd en woord wat? (ik) werd genoemd alle het vlees hooi en alle genade (...) hem zoals bloesem het veld
7.
droogte hooi harp bloesem dat wind Jahweh (zij) heeft geblazen bij hem werkelijk hooi het volk
8.
droogte hooi harp bloesem en woord onze God (hij) wraakte aan eeuwigheid
9.
op heuvel hoogte op mij aan jou kondig(t) aan Sion til op! bij (de) kracht klank (...) jou kondig(t) aan Jeruzalem til op! naar (jij) vreesde Amoriet aan steden van Juda hier is jullie God
10.
hier is liggers van Jahweh bij (de) kracht invoer en (zij) hebben gezaaid (zij) heeft geheerst als hier is (zij) hebben gehuurd (met) hem en onderneming (...) hem voor hem
11.
zoals herder kudde (...) hem (hij) achtervolgde bij (zij) hebben gezaaid (hij) verzamelde ÐLAIM en bij (de) boezem (...) hem (hij) droeg beklimmingen INEL
12.
water van (hij) heeft gemeten BSOLW water en hemel BZRT (jij) bereidde en alle bij drie stof het land en munt BPLX (hij) heeft opgetild en heuvels BMAZNIM
13.
water van (jij) bereidde (tot) wind Jahweh en man advies (...) hem (hij) deelde mee (...) ons
14.
(tot) water van NWOß en (zij) begrepen (...) hem en (zij) onderwezen (...) hem bij (de) manier rechtsregel en (zij) onderwezen (...) hem kennis en weg wijsheden (hij) deelde mee (...) ons
15.
èn volken zoals bittere MDLI WKSHQ van oren (wij) berekenden (...) hem èn eilanden zoals dunne IÐWL
16.
en Libanon (er is) niet welke onwetende en dier (...) hem (er is) niet welke ga(a)(t) op
17.
alle de volken als (er is) niet tegenover hem van niets en verlatenheid (wij) berekenden (...) hem als
18.
en naar water van TDMIWN naar en wat? gestalte (jullie) ordenden als
19.
(is het zo) dat (hij) heeft gehouwen uitgieting stille WßRP bij (het) goud IRQONW WRTQWT zilver ßWRP
20.
de belasting (...) jullie bijdrage boom niet IRQB (hij) koos stille wijze (hij) zocht als voor te bereiden (hij) heeft gehouwen niet (hij) wankelde
21.
immers (jullie) wisten immers (jullie) hoorden toe immers vertel! van hoofd aan jullie immers de verstand-en (...) hen fundamenten het land
22.
de inwoner op kring het land en naar inwoners KHCBIM (is het zo) dat neig(t) zoals dunne hemel WIMTHM zoals tent te wonen
23.
(is het zo) dat geef(t) vorsten aan eiland (...) hen berecht! land zoals verlatenheid (hij) heeft gedaan
24.
neus echtgenoot (zij) hebben geplant neus echtgenoot (zij) hebben gezaaid neus echtgenoot wortel bij (het) land CZOM en ook schemer bij hen en (zij) zijn droog geweest en storm zoals stro (jij) droeg (...) hen
25.
en naar water van TDMIWNI en (ik) was gelijk (hij) sprak heilige
26.
draagt! hoogte ogen (...) jullie en (zij) hebben gezien water van (hij) heeft geschapen deze (is het zo) dat haal(t) tevoorschijn bij (het) getal leger (...) hen aan allen (...) hen bij (de) naam (hij) noemde van meerderheid krachten WAMIß kracht man niet NODR
27.
waarom (jij) sprak Jakob en (jij) sprak Israël NXTRE wegen van van Jahweh en van mijn God rechtsregels van (hij) ging voorbij
28.
immers (jij) hebt geweten als niet (jij) hebt toegehoord mijn God eeuwigheid Jahweh schep(t) einden het land niet IIOP noch (hij) deed moeite (er is) niet onderzoek aan wijsheid (...) hem
29.
(hij) heeft gegeven LIOP kracht en aan eiland (...) hen krachten kracht (hij) vermeerderde
30.
en (hij) vloog (...) hem jongens en (zij) hebben moeite gedaan en jongemannen struikel! (zij) struikelden
31.
en lijnen van Jahweh IHLIPW kracht (zij) verhieven ABR zoals gieren (zij) renden noch (zij) deedden moeite (zij) gingen noch IIOPW

Hoofdstuk 41

1.
EHRISW naar mij eilanden en naties IHLIPW kracht (zij) zijn genaderd destijds (zij) spraken samen aan rechtsregel (wij) brachten nader (er)naar
2.
water van (hij) heeft opgemerkt van Oosten rechtvaardigheid (zij) noemden (...) hem aan voet (...) hem (hij) gaf voor hem volken en koningen (hij) is gedaald (hij) gaf zoals stof (zij) zijn vernield zoals stro NDP boog (...) hem
3.
(hij) achtervolgden (...) hen (hij) ging voorbij vrede manier bij (de) voeten (...) hem niet invoer
4.
water van daad en (hij) heeft gedaan (hij) heeft genoemd (is het zo) dat wonen van hoofd ik Jahweh eerste en (tot) laatste (mv) ik hij
5.
(zij) hebben gezien eilanden en (zij) lieten zien einden het land (zij) schroken (zij) hebben nader gebracht WIATIWN
6.
man (tot) zijn vriend (zij) hielpen en aan broers (...) hem (hij) sprak kracht
7.
en (hij) versterkte stille (tot) ßRP MHLIQ PÐIS (tot) EWLM keer woord LDBQ goede hij en (zij) versterkten (...) hem BMXMRIM niet (hij) wankelde
8.
en (met) haar Israël werk! Jakob die (ik) heb gekozen (...) jou nakomelingen Abraham heb lief!
9.
die (ik) heb gehouden (...) jou van einden het land WMAßILIE (ik) heb genoemd (...) jou en woord aan jou werk! (met) haar (ik) heb gekozen (...) jou noch (ik) heb verafschuwd (...) jou
10.
naar (je) zult vrezen dat met jou ik naar TSTO dat ik jouw God (ik) ben sterk geweest (...) jou neus (ik) heb geholpen (...) jou neus TMKTIK bij (de) rechterhand heb gelijk!
11.
èn (zij) zijn droog geweest en (zij) zullen te schande worden alle ENHRIM bij jou (zij) waren als (er is) niet en (zij) gingen verloren mens (...) mij twist! (...) jou
12.
(jij) zocht (...) hen noch (jij) vond (...) hen mens (...) mij matze (...) jou (zij) waren als (er is) niet WKAPX mens (...) mij strijd (...) jou
13.
dat ik Jahweh jouw God houd(t) rechterhand (...) jou de woord aan jou naar (je) zult vrezen ik (ik) heb geholpen (...) jou
14.
naar (jij) vreesde worm van Jakob wanneer? Israël ik (ik) heb geholpen (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en wreker (...) jou heilige Israël
15.
hier is (ik) heb geplaatst (...) jou LMWRC vlijtige maand echtgenoot PIPIWT TDWS (hij) heeft opgetild WTDQ en heuvels zoals kaf (jij) plaatste
16.
(zij) strooide uit (...) hen en wind (jij) droeg (...) hen en storm TPIß hen en (met) haar (jij) verheugde je bij Jahweh bij (de) heilige Israël (jij) prees je
17.
de armen en (de) arme (mv) zoeken water en (er is) niet tong (...) hen bij (de) dorst (wij) dronken ik Jahweh AONM mijn God Israël niet (ik) verliet (...) hen
18.
(ik) deed open op kale heuvels rivieren en binnen BQOWT bestuderen (ik) plaatste woestijn LACM water en land naar vloot LMWßAI water
19.
(met) hen bij (de) woestijn ceder SÐE WEDX en boom olie (ik) plaatste bij (de) wildernis cipres TDER WTASWR samen
20.
opdat (zij) lieten zien en (zij) hebben geweten en (zij) plaatsten en (zij) werden wijs samen dat hand Jahweh (zij) heeft gedaan deze en heilige Israël (zij) heeft geschapen
21.
(zij) hebben nader gebracht twist! (...) jullie (hij) sprak Jahweh ECISW botten (...) jullie (hij) sprak koning Jakob
22.
ICISW en (zij) vertelden aan ons (tot) die (jullie) gebeurden (de) eerste (mv) wat? hier is (zij) hebben verteld en worden verlaten (er)naar hart (...) ons en (wij) wisten (er)naar AHRITN of (is het zo) dat komen (hij) heeft laten horen (...) ons
23.
(zij) hebben verteld EATIWT te laat te komen en (wij) wisten (er)naar dat God (met) hen neus (jullie) deedden goed en (jullie) achtervolgden WNSTOE WNRA samen
24.
èn (met) hen vanwaar? en daad (...) jullie MAPO gruwel (hij) koos bij jullie
25.
EOIRWTI van Noorden WIAT van Oosten zon (hij) noemde bij (de) namen van en (hij) kwam officieren zoals klei en zoals schep(t) IRMX ÐIÐ
26.
water van (hij) heeft verteld van hoofd en (wij) wisten (er)naar WMLPNIM en (wij) spraken rechtvaardige neus (er is) niet vertel(t) neus (er is) niet laat horen neus (er is) niet nieuws woorden (...) jullie
27.
eerste aan Sion hier is hier zijn zij en aan Jeruzalem kondig(t) aan (met) hen
28.
en (ik) zag en (er is) niet man en naar van macht en (er is) niet adviseur en (ik) vroeg (...) hen en (zij) gaven terug woord
29.
èn allemaal kracht niets daden (...) hen wind en verlatenheid uitgietingen (...) hen

Hoofdstuk 42

1.
èn werk! ATMK bij hem BHIRI (jij) hebt gerend (er)naar ziel (...) mij (ik) heb gegeven wind (...) mij op hem rechtsregel aan volken (hij) haalde tevoorschijn
2.
niet (hij) schreeuwde noch (hij) droeg noch (hij) liet horen bij (de) straat klank (...) hem
3.
buis RßWß niet (hij) brak en vlas donkere niet (hij) ging uit (...) haar aan waarheid (hij) haalde tevoorschijn rechtsregel
4.
niet (hij) werd donker noch (hij) rende tot (hij) plaatste bij (het) land rechtsregel en aan Wetboek (...) hem eilanden (zij) hebben gehoopt
5.
zo woord deze Jahweh schep(t) de hemel WNWÐIEM RQO het land WßAßAIE (hij) heeft gegeven ziel aan volk op haar en wind aan voorbijgangers bij haar
6.
ik Jahweh (ik) heb genoemd (...) jou bij (de) rechtvaardigheid en (ik) versterkte bij (de) hand (...) jou en berging (...) jou en (ik) zal geven (...) jou aan verbond met aan licht volken
7.
LPQH ogen blinde (mv) tevoorschijn te halen MMXCR (ik) verwijderde van huis gevangenis inwoners van duisternis
8.
ik Jahweh hij namen van en onderscheidingen van aan andere niet (met) hen en lof(lied) (...) mij aan afgodsbeelden
9.
(de) eerste (mv) hier is (zij) zijn gekomen en nieuwe (mv) ik vertel(t) voordat (zij) groeide (...) haar (ik) liet horen (met) jullie
10.
zingt! aan Jahweh lied maand lof(lied) (...) hem van einde het land (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij de zee en (zij) zijn vol geweest eilanden en inwoners (...) hen
11.
(zij) droegen woestijn en steden (...) hem dorpen (jij) woonde (hij) is donker geworden IRNW inwoners van rots van hoofd (hij) heeft opgetild IßWHW
12.
(zij) plaatsten aan Jahweh eer en lof(lied) (...) hem bij (de) eilanden (zij) vertelden
13.
Jahweh zoals held uitgaande zoals man weg van schoonmoeder (hij) merkte op jaloezie (hij) juichte neus IßRIH op vijanden (...) hem ITCBR
14.
EHSITI van eeuwigheid AHRIS (ik) bedwong me zoals kraamvrouw APOE (hij) heeft zich schuldig gemaakt WASAP samen
15.
AHRIB (hij) heeft opgetild en heuvels en alle planten (...) hen (ik) liet opdrogen en (ik) heb geplaatst rivieren aan eilanden WACMIM (ik) liet opdrogen
16.
en ga(a)(t) (...) mij huiden bij (de) weg niet (zij) hebben geweten bij (de) banen niet (zij) hebben geweten ADRIKM (ik) plaatste van duisternis voor hen aan licht WMOQSIM tot van vereffening deze de woorden (jullie) hebben gedaan noch (ik) heb verlaten (...) hen
17.
NXCW achterzijde (zij) zijn droog geweest (jij) hebt je geschaamd de veilige plaatsen bij (hij) heeft gehouwen de woorden tot van hut (met) hen onze God
18.
(de) stille (mv) (zij) hebben toegehoord en de huiden (zij) hebben gekeken te zien
19.
water van huid dat als werk! en stille zoals boodschappers van (ik) zond weg water van huid zoals Mesullam en huid zoals slaaf Jahweh
20.
(jij) hebt gezien twisten noch (jij) bewaarde open! oren noch (hij) hoorde toe
21.
Jahweh wens opdat (zij) hebben gelijk gehad (hij) vergrootte Wetboek WIADIR
22.
en hij met BZWZ WSXWI de valstrik bij ontbranden allemaal en bij (de) dochter (...) mij gevangenissen EHBAW (zij) zijn geweest aan minachting en (er is) niet redder MSXE en (er is) niet woord geef terug!
23.
water van bij jullie (hij) luisterde deze IQSB en (hij) hoorde toe te laat te komen
24.
water van (hij) heeft gegeven LMSWXE Jakob en Israël LBZZIM immers Jahweh deze (wij) hebben gezondigd als noch (zij) hebben gewenst bij (de) wegen (...) hem gang noch (zij) hebben toegehoord bij (het) Wetboek (...) hem
25.
en (hij) stortte op hem woede neus (...) hem WOZWZ strijd WTLEÐEW van rondom noch (hij) heeft geweten en (jij) roeide uit bij hem noch (hij) plaatste op hart

Hoofdstuk 43

1.
en nu zo woord Jahweh (hij) heeft geschapen (...) jou Jakob en fabriceer! (...) jou Israël naar (je) zult vrezen dat (ik) heb verlost (...) jou (ik) heb genoemd bij (de) naam (...) jou aan mij (met) haar
2.
dat (zij) ging voorbij bij (het) water (met) jou ik en bij (de) rivieren niet ISÐPWK dat (jij) ging met vuur niet (jullie) sloegen (er)naar en vlam niet (jij) roeide uit bij jou
3.
dat ik Jahweh jouw God heilige Israël red(t) (...) jou (ik) heb gegeven zoals dwang Egypte Cusch WXBA in de plaats van jou
4.
bevestig(t) IQRT bij bestudeer! NKBDT en ik (ik) heb liefgehad (...) jou en (met) hen mens in de plaats van jou en naties in de plaats van ziel (...) jou
5.
naar (je) zult vrezen dat (met) jou ik van Oosten Abia nakomelingen (...) jou WMMORB (ik) verzamelde (...) jou
6.
woord aan Noorden geef! en aan Zuiden naar (jij) zette gevangen breng! bouw! om ver te zijn en bebouwingen van van einde het land
7.
alle (is het zo) dat (hij) is genoemd bij (de) namen van en zwaar te zijn (...) mij (ik) heb geschapen (...) hem (ik) heb geschapen (...) hem neus (ik) heb gedaan (...) hem
8.
(hij) heeft tevoorschijn gehaald met huid en ogen er is en stille (mv) en oren voor hen
9.
alle de volken (wij) verzamelden (...) hem samen en (zij) verzamelden naties water van bij hen (hij) vertelde deze en eerste (mv) (hij) liet horen (...) ons (zij) gaven sieraaden (...) hen en (zij) hadden gelijk en (zij) hoorden toe en (zij) spraken waarheid
10.
(met) hen tot aan (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en werk! die (ik) heb gekozen opdat (jullie) wisten en (jullie) geloofden aan mij en (jullie) begrepen dat ik hij voor niet NWßR naar en na niet (hij) was
11.
ik ik Jahweh en (er is) niet behalve red(t)
12.
ik (ik) heb verteld en (ik) heb gered en (ik) heb laten horen en (er is) niet bij jullie krans en (met) hen tot aan (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en ik naar
13.
ook van dag ik hij en (er is) niet van handen van redder APOL en water van (hij) gaf terug (...) haar
14.
zo woord Jahweh wreker (...) jullie heilige Israël LMONKM (ik) heb gezonden naar Babel en (ik) ben naar beneden gehaald grendels allemaal en Chaldeeën bij (de) schepen gezangen (...) hen
15.
ik Jahweh heilige (...) jullie schep(t) Israël koning (...) jullie
16.
zo woord Jahweh (is het zo) dat geef(t) bij (de) zee weg en bij (het) water geiten naar baan
17.
(is het zo) dat haal(t) tevoorschijn wagen en paard macht WOZWZ samen (zij) lagen neer echtgenoot (zij) stondden op DOKW zoals vlas (zij) zijn uitgegaan
18.
naar (jullie) herinnerden je eerste (mv) WQDMNIWT naar TTBNNW
19.
hier ben ik (hij) heeft gedaan naar maand nu (zij) groeide immers (jullie) wisten (er)naar neus (ik) plaatste bij (de) woestijn weg bij (hij) werd vet rivieren
20.
(zij) was zwaar (...) mij dier van het veld jakhalzen en dochters (hij) antwoordde dat (ik) heb gegeven bij (de) woestijn water rivieren bij (hij) plaatste (...) hen te drinken te geven met mij BHIRI
21.
met deze (ik) heb geschapen aan mij lof(lied) (...) mij (zij) vertelden
22.
noch (met) mij (jij) hebt genoemd Jakob dat (jij) hebt moeite gedaan bij mij Israël
23.
niet EBIAT aan mij lammetje OLTIK en slachtingen (...) jou niet (jullie) zijn zwaar geweest (...) mij niet (is het zo) dat (ik) heb gewerkt (...) jou bij (het) geschenk noch EWCOTIK BLBWNE
24.
niet (jij) hebt gekocht aan mij bij (het) zilver buis en melk slachtingen (...) jou niet (is het zo) dat (jullie) hebben genoeg gedronken (...) mij maar (is het zo) dat (jullie) hebben gewerkt (...) mij bij (de) zondige daden (...) jou EWCOTNI bij (de) misdaden (...) jou
25.
ik ik hij (hij) heeft uitgewist misdaden (...) jou tot van armoede en zondoffers (...) jou niet AZKR
26.
EZKIRNI NSPÐE samen boek (met) haar opdat (zij) had gelijk
27.
vader (...) jou (de) eerste zondaar WMLIßIK (zij) hebben misdreven bij mij
28.
en (ik) ontheiligde Sarai heiligheid en (ik) gaf aan boycot Jakob en Israël LCDWPIM

Hoofdstuk 44

1.
en nu nieuws Jakob werk! en Israël (ik) heb gekozen bij hem
2.
zo woord Jahweh maak! (...) jou en fabriceer! (...) jou van buik (hij) hielp (...) jou naar (je) zult vrezen werk! Jakob en effent! (...) hen (ik) heb gekozen bij hem
3.
dat (ik) goot uit water op dorst WNZLIM op vasteland (ik) goot uit wind (...) mij op nakomelingen (...) jou en (ik) heb gezegend op ßAßAIK
4.
en (zij) zijn gegroeid BBIN hooi zoals aangename (mv) op 50e jaardag (...) mij water
5.
dit (hij) sprak aan Jahweh ik en dit (hij) noemde bij (de) naam Jakob en dit (hij) schreef (hij) bedankte aan Jahweh en bij (de) naam Israël (hij) noemde
6.
zo woord Jahweh koning Israël en (zij) hebben verlost Jahweh legers ik eerste en ik laatste en behalve (er is) niet God
7.
en water van zoals ik (hij) noemde en (hij) vertelde (er)naar en (hij) ordende (er)naar aan mij MSWMI met eeuwigheid WATIWT en die (zij) kwam (...) haar (zij) vertelden voor hen
8.
naar (jullie) waren bang en naar (zij) dronk genoeg (...) hem toch? van destijds (ik) heb laten horen (...) jou en (ik) heb verteld en (met) hen tot aan is er? God behalve en (er is) niet rots echtgenoot (ik) heb geweten
9.
fabriceer! (hij) heeft gehouwen allemaal verlatenheid WHMWDIEM echtgenoot (zij) waren nuttig en sieraaden (...) hen deze (mv) echtgenoot (zij) lieten zien en echtgenoot (zij) hebben geweten opdat (zij) zijn droog geweest
10.
water van fabriceer! naar en (hij) heeft gehouwen uitgieting opdat niet (hij) is nuttig geweest
11.
èn alle verbonden (...) hem (zij) zijn droog geweest en stille (mv) deze (mv) van mens ITQBßW allemaal (zij) stondden vast (zij) waren bang (zij) zijn droog geweest samen
12.
stille ijzer MOßD en daad bij (de) valstrik (...) hen WBMQBWT fabriceert! (...) hem WIPOLEW bij (de) arm kracht (...) hem ook honger en (er is) niet kracht niet (zij) heeft gelegd water WIIOP
13.
stille bomen (wij) bogen om lijn (zij) beschreven (...) hem BSRD (zij) heeft gemaakt (...) hem BMQßOWT WBMHWCE (zij) beschreven (...) hem en (zij) heeft gemaakt (...) hem zoals model man zoals glans mens te wonen huis
14.
LKRT als ceders en (hij) nam (jij) werd mager en eik en (hij) was sterk als bij (de) houten bos (hij) heeft geplant ark en nader! (...) hen (hij) groeide
15.
en (hij) is geweest aan mens uit te roeien en (hij) nam (van)uit hen en (hij) is bronstig geweest neus ISIQ en naar neus brood neus IPOL naar en (hij) boog zich diep maakt! (...) hem (hij) heeft gehouwen WIXCD voor hen
16.
pijlen (...) hem engel met vuur op pijlen (...) hem vlees (hij) at IßLE schaduw (...) mij en (hij) was verzadigd neus (hij) is bronstig geweest en (hij) sprak de broer schoonmoeders van (ik) heb gezien licht
17.
en rest (...) hem tot God (hij) heeft gedaan te houwen (...) hem IXCWD als en (hij) boog zich diep en (hij) bad naar hem en (hij) sprak (hij) heeft gered (...) mij dat naar mij (met) haar
18.
niet (zij) hebben geweten noch (zij) begrepen dat ÐH laten zien ogen (...) hen om wijs te worden harten (...) hen
19.
noch (hij) gaf terug naar zijn hart noch kennis noch wijsheid te spreken pijlen (...) hem (ik) heb verbrand met vuur en neus APITI op CHLIW brood AßLE vlees en eten en Jethro aan gruwel (ik) werd gedaan LBWL boom AXCWD
20.
herder as hart EWTL (hij) is omgebogen (...) hem noch (hij) redde (tot) ziel (...) hem noch (hij) sprak immers leugen bij (de) rechterhanden van
21.
man deze Jakob en Israël dat werk! (met) haar (ik) heb geschapen (...) jou slaaf aan mij (met) haar Israël niet TNSNI
22.
(ik) heb uitgewist zoals wolk misdaden (...) jou WKONN zondige daden (...) jou naar terugkeren naar mij dat (ik) heb verlost (...) jou
23.
RNW hemel dat (hij) heeft gedaan Jahweh (zij) hebben gejuicht onderste (mv) land PßHW (hij) heeft opgetild gezang bos en alle boom bij hem dat wreker Jahweh Jakob en met Israël ITPAR
24.
zo woord Jahweh wreker (...) jou en fabriceer! (...) jou van buik ik Jahweh (hij) heeft gedaan alle (wij) bogen om hemel alleen ik RQO het land water van (met) mij
25.
van stier tekens takken en tovenarijen IEWLL geef(t) terug wijze (mv) achterzijde en kennis (...) hen (hij) verijdelde
26.
vestig(t) woord (zij) hebben gewerkt en raad boodschappers (...) hem (hij) voltooide de woord aan Jeruzalem inwoner en aan steden van Juda (jullie) bouwden WHRBWTIE (ik) wraakte (...) hen
27.
de woord LßWLE word vernield! en (ik) ben gestroomd (...) jou (ik) liet opdrogen
28.
de woord aan Kores achtervolg! en alle wens! (hij) betaalde en te spreken aan Jeruzalem (jij) bouwde en paleis TWXD

Hoofdstuk 45

1.
zo woord Jahweh aan Messias (...) hem aan Kores die (ik) heb gehouden bij (de) dagen (...) ons LRD voor hem volken en verzacht! koningen (ik) deed open open te doen voor hem deuren en poorten niet (zij) sloten
2.
ik voor jou (ik) ging WEDWRIM AWSR deuren (wij) haastten ons (er)naar (ik) verbrijzelde en grendels van ijzer ACDO
3.
en (ik) heb gegeven aan jou bergen op duisternis WMÐMNI verborgen (mv) opdat (jij) wist dat ik Jahweh (is het zo) dat noem(t) bij (de) naam (...) jou mijn God Israël
4.
opdat werk! Jakob en Israël BHIRI en (ik) werd genoemd aan jou bij (de) naam (...) jou (ik) bereidde (...) jou noch (jullie) hebben geweten (...) mij
5.
ik Jahweh en (er is) niet nog (eens) behalve (er is) niet God AAZRK noch (jullie) hebben geweten (...) mij
6.
opdat (zij) hebben geweten van Oosten zon WMMORBE dat niets uitgezonderd ik Jahweh en (er is) niet nog (eens)
7.
schep(t) licht en schep(t) duisternis (hij) heeft gedaan vrede en schep(t) kwaad ik Jahweh (hij) heeft gedaan alle deze
8.
EROIPW hemel boven en wolken IZLW rechtvaardigheid (jij) deed open land en (zij) waren vruchtbaar redding en weldadigheid (jij) liet groeien samen ik Jahweh (ik) heb geschapen (...) hem
9.
ben! meerderheid (tot) fabriceert! stille (tot) ploeg! aarde (is het zo) dat (hij) sprak klei te fabriceren (...) hem wat? (jij) deed en daad (...) jou (er is) niet handen als
10.
ben! woord aan vader wat? (jij) bracht voort en aan vrouw wat? THILIN
11.
zo woord Jahweh heilige Israël en fabriceert! EATIWT (zij) hebben gevraagd (...) mij op bouw! en op daad handen van (zij) gaf opdracht (...) mij
12.
ik (ik) heb gedaan land en mens op haar (ik) heb geschapen ik handen van (zij) zijn genegen hemel en alle leger (...) hen (ik) heb opdracht gegeven
13.
ik (is het zo) dat (zij) heeft blootgelegd (...) hem bij (de) rechtvaardigheid en alle wegen (...) hem (hij) heeft bevestigd hij (hij) bouwde stad (...) mij en ballingschap (...) mij (hij) zond weg niet bij (de) prijs noch bij (de) omkoperij woord Jahweh legers
14.
zo woord Jahweh moeite Egypte WXHR Cusch WXBAIM mens (...) mij maat op jou (zij) gingen voorbij en aan jou (zij) waren na jou (zij) gingen BZQIM (zij) gingen voorbij en naar jou (zij) bogen zich diep naar jou (zij) badden maar bij jou naar en (er is) niet nog (eens) niets God
15.
werkelijk (met) haar naar MXTTR mijn God Israël red(t)
16.
schaamt je! en ook NKLMW allemaal samen (zij) zijn gegaan bij (de) schande ploeg! ßIRIM
17.
Israël NWSO bij Jahweh TSWOT eeuwigheden niet (jullie) waren droog noch TKLMW tot eeuwigheden van tot
18.
dat zo woord Jahweh schep(t) de hemel hij naar God fabriceer! het land en (hij) heeft gedaan hij (zij) heeft opgezet niet verlatenheid (zij) heeft geschapen te wonen (zij) heeft geschapen ik Jahweh en (er is) niet nog (eens)
19.
niet bij (het) geheim woord (...) mij bij (de) plaats land duisternis niet (ik) heb gesproken aan nakomelingen Jakob verlatenheid zoekt! (...) mij ik Jahweh woord rechtvaardigheid vertel(t) effenen
20.
(is het zo) dat (zij) hebben verzameld en (zij) zijn gekomen (is het zo) dat (jullie) kwamen naderbij samen vluchtelingen van de volken niet (zij) hebben geweten de dragers (tot) boom (hij) heeft gehouwen (...) hen en bidden naar naar niet (hij) redde
21.
(zij) hebben verteld WECISW neus adviseur (...) hem samen water van (hij) heeft laten horen deze van voorkant van destijds (zij) heeft verteld immers ik Jahweh en (er is) niet nog (eens) God behalve naar rechtvaardige en red(t) (er is) niet behalve
22.
(zij) hebben zich gewend naar mij en red! (...) hem alle houd op! land dat ik naar en (er is) niet nog (eens)
23.
bij mij (ik) heb gezworen uitgaande van mond van weldadigheid woord noch (hij) blies dat aan mij TKRO alle zegen! (jij) was verzadigd alle tong
24.
maar bij Jahweh aan mij woord weldadigheden en kracht getuigen (...) hem invoer en (zij) zijn droog geweest alle ENHRIM bij hem
25.
bij Jahweh (zij) hadden gelijk en (zij) prezen zich alle nakomelingen Israël

Hoofdstuk 46

1.
zoals kwaad echtgenoot QRX Nebo (zij) zijn geweest droefheden (...) hen leven te laten en aan vee (ik) heb gedragen (...) jullie OMWXWT last aan vermoeidheid
2.
QRXW als (zij) hebben achtervolgd samen niet (zij) hebben gekund red! last en ziel (...) hen bij (de) gevangenschap (zij) is gegaan
3.
(zij) hebben toegehoord naar mij huis Jakob en alle rest huis Israël EOMXIM van mij buik de dragers van mij baarmoeder
4.
en tot (zij) is oud geweest ik hij en tot ouderdom ik AXBL ik (ik) heb gedaan en ik (ik) droeg en ik AXBL en (ik) redde
5.
aan water van TDMIWNI en (jullie) waren gelijk en (jullie) heersten (...) mij en (wij) leken
6.
EZLIM goud MKIX en zilver bij (de) buis (zij) wogen (zij) huurden ßWRP en (zij) heeft gemaakt (...) hem naar IXCDW neus (zij) bogen zich diep
7.
(zij) droegen (...) hem op schouder IXBLEW en (zij) gaven rust (...) hem in de plaats van hem en (hij) stond vast van plaats (...) hem niet (hij) week neus (hij) schreeuwde naar hem noch (hij) antwoordde om te scheppen (...) hem niet (hij) redde (...) ons
8.
(zij) hebben zich herinnerd deze WETASSW (zij) hebben teruggegeven misdrijven op hart
9.
(zij) hebben zich herinnerd eerste (mv) van eeuwigheid dat ik naar en (er is) niet nog (eens) God en niets zoals ik
10.
vertel(t) van begin einde van en van voorkant die niet (zij) zijn gedaan woord raden van (jij) wraakte en alle wens! (ik) werd gedaan
11.
(hij) heeft genoemd van Oosten arend van land afstand man advies (...) hem neus woord (...) mij neus (ik) bracht (...) haar (ik) heb geschapen neus (ik) maakte (...) haar
12.
(zij) hebben toegehoord naar mij ridders van hart de afstanden van weldadigheid
13.
(ik) heb nader gebracht (ik) heb gelijk gehad niet (zij) was ver WTSWOTI niet (jij) kwam te laat en (ik) heb gegeven bij Sion (jij) schreeuwde om hulp (er)naar aan Israël glans (...) mij

Hoofdstuk 47

1.
daal! en gevangenschap op stof maagd van dochter Babel gevangenschap aan land (er is) niet stoel dochter Chaldeeën dat niet (jij) voegde toe (zij) noemden aan jou naar zachtheid WONCE
2.
neem! RHIM WÐHNI meel ga in verbanning! ßMTK HSPI uitloper ga in verbanning! onderbeen Hebreeër rivieren
3.
(zij) verheugde zich worden wakker (...) jou ook (jij) liet zien (jij) hebt beledigd (...) jou wraak (ik) nam noch (ik) trof mens
4.
(wij) hebben verlost Jahweh legers zijn naam heilige Israël
5.
gevangenschap DWMM en bij (de) eiland bij (de) duisternis dochter Chaldeeën dat niet (jij) voegde toe (zij) noemden aan jou (jij) bent sterk geworden van koninkrijk
6.
(ik) ben boos geworden op met mij HLLTI (ik) heb verworven en (ik) zal geven (...) hen bij (de) hand (...) jou niet (jij) hebt geplaatst aan hen medelijden op baard (is het zo) dat (jij) bent zwaar geweest hoogte (...) jou zeer
7.
en (jij) sprak aan eeuwigheid (ik) was (jij) bent sterk geworden tot niet (jij) hebt geplaatst deze op hart (...) jou niet (jij) hebt je herinnerd naar einde van
8.
en nu hoor toe! deze ODINE (is het zo) dat woon(t) zich te verzekeren (is het zo) dat (zij) heeft gesproken naar bij (het) hart ik en houd op! nog (eens) niet (ik) woonde weduwe noch (ik) wist verlies van kinderen
9.
en (zij) kwam (...) haar aan jou schering deze ogenblik bij (de) dag één verlies van kinderen en weduwnaar als (hij) is volledig geweest (zij) zijn gekomen op jou bij (de) meerderheid zoals kale heuvels (...) jou bij (jij) bent machtig geworden verbonden (...) jou zeer
10.
en (jij) verzekerde je bij (de) medemens (...) jou (jij) hebt gesproken (er is) niet (hij) heeft gezien (...) mij (jij) bent wijs geworden (...) jou en kennis (...) jou zij ga(a)(t) rond (...) jou en (jij) sprak bij (het) hart (...) jou ik en houd op! nog (eens)
11.
en (hij) is gekomen op jou herder niet (jij) wist dat (hij) is ontbrand en (zij) viel op jou verderf niet je zult kunnen (...) mij verzoening en (zij) kwam op jou plotseling draag! (er)naar niet (jij) wist
12.
met mij toch bij (de) verbonden (...) jou en bij (de) meerderheid zoals kale heuvels (...) jou wat betreft (jij) hebt moeite gedaan van jeugd (...) jou misschien je zult kunnen (...) mij (hij) is nuttig geweest misschien TORWßI
13.
NLAIT bij (de) meerderheid raden (...) jou (zij) stondden vast toch en (hij) redde (...) jou het graan (...) hem hemel (is het zo) dat voorspel! (...) hen bij (de) sterren worden bekend aan maanden bevestig(t) voert in! op jou
14.
hier is (zij) zijn geweest zoals stro vuur (jullie) hebben verbrand niet (zij) redden (tot) ziel (...) hen van hand vlam (er is) niet CHLT brood (...) hen licht te wonen tegenover hem
15.
zo (zij) zijn geweest aan jou die (jij) hebt moeite gedaan XHRIK van jeugd (...) jou man voorbij te gaan (...) hem (zij) zijn verkeerd gelopen (er is) niet red(t) (...) jou

Hoofdstuk 48

1.
(zij) hebben toegehoord deze huis Jakob (is het zo) dat worden genoemd bij (de) naam Israël en van water van Juda voert uit! (is het zo) dat zweren bij (de) naam Jahweh en met mijn God Israël IZKIRW niet bij (de) waarheid noch bij (de) weldadigheid
2.
dat merk(t) op wijd! (zij) zijn genoemd en op mijn God Israël (wij) steunden (...) hem Jahweh legers zijn naam
3.
(de) eerste (mv) van destijds (ik) heb verteld en van mond van voert uit! en (ik) liet horen (...) hen plotseling (ik) heb gedaan en (zij) kwam (...) haar
4.
om te weten (...) mij dat harde (met) haar WCID ijzer nek (...) jou WMßHK (wij) haastten ons (er)naar
5.
en (ik) vertelde aan jou van destijds voordat (jij) kwam (ik) heb laten horen (...) jou opdat niet (jij) sprak bedroef! maak! (...) hen en houw! en giet uit! opdracht (...) hen
6.
(jij) hebt toegehoord borst schoondochter en (met) hen immers (jullie) vertelden (ik) heb laten horen (...) jou nieuwe (mv) naar van tijd WNßRWT noch (jullie) hebben geweten
7.
nu (wij) schiepen (...) hem noch van destijds en voor dag noch (jullie) hebben toegehoord opdat niet (jij) sprak hier is (ik) heb geweten (...) hen
8.
ook niet (jij) hebt toegehoord ook niet (jij) hebt geweten ook van destijds niet (zij) heeft geopend oor (...) jou dat (ik) heb geweten BCWD TBCWD en misdaad van buik (hij) heeft genoemd aan jou
9.
opdat namen van (ik) verlengde neuzen van en lof(lied) (...) mij AHÐM aan jou opdat niet (hij) heeft vernietigd (...) jou
10.
hier is ßRPTIK noch bij (het) zilver (ik) heb gekozen (...) jou eerstgeborene arme
11.
tot van armoede tot van armoede (ik) werd gedaan dat waar ben jij? (hij) begon te en onderscheidingen van aan andere niet (met) hen
12.
nieuws naar mij Jakob en Israël lezen (...) mij ik hij ik eerste neus ik laatste
13.
neus handen van (zij) heeft gevestigd land en rechterhanden van naar handbreedte hemel (hij) heeft genoemd ik naar hen (zij) stondden vast samen
14.
(is het zo) dat (zij) hebben verzameld kun! (...) jullie en (zij) hebben toegehoord water van bij hen (hij) heeft verteld (tot) deze Jahweh (zij) hebben liefgehad (zij) heeft gemaakt (zij) hebben gewenst bij Babel en (zij) hebben gezaaid Chaldeeën
15.
ik ik woord (...) mij neus (ik) heb genoemd (...) hem (ik) heb gebracht (...) hem en (hij) is geslaagd weg (...) hem
16.
(zij) hebben nader gebracht naar mij (zij) hebben toegehoord deze niet van hoofd bij (het) geheim woord (...) mij van tijd te zijn (er)naar daar ik en nu liggers van Jahweh (hij) mij gezonden en wind (...) hem
17.
zo woord Jahweh wreker (...) jou heilige Israël ik Jahweh jouw God onderwijs(t) (...) jou nuttig te zijn MDRIKK bij (de) weg (jij) ging
18.
toch niet (jij) hebt opgelet aan voorschrift (...) mij en wees zoals rivier vrede (...) jou en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou als ga in verbanning! de zee
19.
en wees zoals zand nakomelingen (...) jou WßAßAI ingewanden (...) jou KMOTIW niet (hij) hakte af noch ISMD zijn naam weg van aanzicht van
20.
ga(a)t uit! van Babel (zij) zijn gevlucht van Chaldeeën bij (de) klank gezang (zij) hebben verteld (zij) hebben laten horen deze (zij) hebben tevoorschijn gehaald (er)naar tot einde het land (zij) hebben gesproken wreker Jahweh (zij) hebben gewerkt Jakob
21.
noch (zij) hebben dorst gehad bij (de) zwaarden EWLIKM water belegering EZIL voor hen WIBQO rots en (hij) vloeide (...) hem water
22.
(er is) niet vrede woord Jahweh aan slechte (mv)

Hoofdstuk 49

1.
(zij) hebben toegehoord eilanden naar mij en (zij) hebben opgelet naties om ver te zijn Jahweh van buik (hij) heeft genoemd (...) mij van ingewanden van moeder (...) mij EZKIR namen van
2.
en pas toe! mond van zoals zwaard scherpe bij (de) schaduw (hij) bedankte EHBIANI en (hij) plaatste (...) mij druk BRWR bij (het) vuilnis (...) hem (hij) heeft verborgen (...) mij
3.
en (hij) sprak aan mij werk! (met) haar Israël die bij jou ATPAR
4.
en ik (ik) heb gesproken aan lege (ik) heb moeite gedaan aan verlatenheid en damp zoals levende (ik) ben geëindigd werkelijk rechtsregels van (tot) Jahweh en onderneming (...) mij (tot) mijn God
5.
en nu woord Jahweh schep(t) (...) mij van buik te bewerken als LSWBB Jakob naar hem en Israël niet (hij) verzamelde en (ik) eerde bij bestudeer! Jahweh en mijn God (hij) is geweest kracht (...) mij
6.
en (hij) sprak (wij) verlichtten om te zijn (...) jou aan mij slaaf te vestigen (tot) stammen van Jakob WNßIRI Israël terug te geven en (ik) heb gegeven (...) jou aan licht volken te zijn verlossing (...) mij tot einde het land
7.
zo woord Jahweh wreker Israël heilige (...) hem naar aan minachting ziel LMTOB volk te bewerken voltooie(t) koningen (zij) lieten zien en (zij) zijn opgestaan zingen en (zij) bogen zich diep opdat Jahweh die loyale heiligheid Israël en (hij) koos (...) jou
8.
zo woord Jahweh bij (de) tijd wil (ik) heb geantwoord (...) jou en bij (de) dag verlossing (ik) heb geholpen (...) jou en berging (...) jou en (ik) zal geven (...) jou aan verbond met te vestigen land LENHIL erfgoederen dat om te sterven
9.
te spreken aan verboden ga(a)t uit! te bevestigen bij (de) duisternis (is het zo) dat (zij) hebben zich verheugd op wegen (zij) achtervolgden en in alle kale heuvels van vriendinnen (...) hen
10.
niet (zij) hadden honger noch (zij) hadden dorst noch (hij) stond op dat veel en zon dat heb(t) medelijden (...) hen (hij) bestuurde (...) hen en op MBWOI water INELM
11.
en (ik) heb geplaatst alle zie hier! aan weg en van bloem(meel) (...) mij IRMWN
12.
hier is deze om ver te zijn voert in! en hier is deze van Noorden en water en deze van land XINIM
13.
RNW hemel en verheuug je! land IPßHW (hij) heeft opgetild gezang dat (wij) waren bronstig Jahweh met hem WONIIW (hij) had medelijden
14.
en (jij) sprak Sion (hij) heeft verlaten (...) mij Jahweh en liggers van laat vergeten! (...) mij
15.
(is het zo) dat (jij) liet vergeten vrouw ga(a)(t) op heb(t) medelijden zoon naar buik ook deze (jullie) lieten vergeten en ik niet (ik) werd vergeten (...) jou
16.
èn op lepels grondwetten (...) jou muren (...) jou tegenover mij altijd
17.
(zij) hebben zich gehaast zonen (...) jou MERXIK WMHRIBIK (van)uit jou voert uit!
18.
draag! rondom ogen (...) jou en spiegel allemaal (wij) verzamelden (...) hem (zij) zijn gekomen aan jou levende ik (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat allemaal zoals sieraad (jij) bekleedde je en (jij) verbond (...) hen zoals schoondochter
19.
dat (ik) ben vernield (...) jou en wildernissen (...) jou en land (jij) hebt afgebroken (...) jou dat nu (jij) schiep word(t) bewoond en (zij) zijn ver geweest van slechtheden (...) jou
20.
nog (eens) (zij) spraken bij (de) oren (...) jou bouw! dat kun! (...) jou smalle aan mij de plaats nader! (er)naar aan mij en (ik) woonde (er)naar
21.
en (jij) hebt gesproken bij (het) hart (...) jou water van kind aan mij (tot) deze en ik dat eindig(t) WCLMWDE bol en verblind! (er)naar en deze water van grootheid èn ik (ik) ben gebleven alleen ik deze (ik) was mooi zij
22.
zo woord liggers van Jahweh hier is (ik) droeg naar volken handen van en naar volkeren (ik) tilde op tekens van en (zij) hebben gebracht zonen (...) jou bij (de) pijl (...) hen en dochters (...) jou op schouder TNSANE
23.
en (zij) zijn geweest koningen AMNIK WSRWTIEM MINIQTIK neuzen land (zij) bogen zich diep aan jou en stof voeten (...) jou ILHKW en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh die niet (zij) zijn droog geweest lijnen van
24.
(is het zo) dat (hij) nam om sterk te worden om te nemen en als gevangenschap rechtvaardige (hij) redde
25.
dat zo woord Jahweh ook gevangenschap held (hij) nam en om te nemen tiran (hij) redde en (tot) (hij) twistte (...) jou ik (ik) twistte en (tot) zonen (...) jou ik (ik) redde
26.
en (ik) heb gevoed (tot) bedriegen (...) jou (tot) vlees (...) hen WKOXIX bloed (...) hen (zij) huurden (...) hen en (zij) hebben geweten alle vlees dat ik Jahweh red(t) (...) jou en wreker (...) jou ridder Jakob

Hoofdstuk 50

1.
zo woord Jahweh waar dit boek KRITWT moeder (...) jullie die (ik) heb gezonden (er)naar of water van MNWSI die (ik) heb verkocht (met) jullie als èn bij (de) misdaden (...) jullie NMKRTM en bij (de) misdaden (...) jullie (zij) heeft gezonden moeder (...) jullie
2.
waarom? (ik) ben gekomen en (er is) niet man (ik) heb genoemd en (er is) niet antwoord(t) EQßWR QßRE handen van om te bevrijden en als (er is) niet bij mij kracht te redden èn bij (ik) heb bestraft AHRIB zee (ik) plaatste rivieren woestijn (jij) verrotte DCTM vanwaar? water en (zij) stierf bij (de) dorst
3.
ALBIS hemel duisternis en zak (ik) plaatste bekleding (...) hen
4.
liggers van Jahweh (hij) heeft gegeven aan mij tong LMWDIM te weten te verdraaien (tot) (hij) vloog woord (hij) merkte op bij (het) rundvee bij (het) rundvee (hij) merkte op aan mij oor aan nieuws KLMWDIM
5.
liggers van Jahweh opening aan mij oor en ik niet MRITI achterzijde niet NXWCTI
6.
volk (ik) heb gegeven LMKIM en wangen van LMRÐIM aanzicht van niet (ik) heb verborgen van schande en lege
7.
en liggers van Jahweh Jaezer aan mij op zo niet NKLMTI op zo (ik) heb geplaatst aanzicht van zoals kiezel en (ik) wist dat niet (ik) schaamde me
8.
verwant geef(t) gelijk (...) mij water van (hij) twistte (met) mij (wij) stondden vast (er)naar samen water van echtgenoot rechtsregels van (hij) is genaderd naar mij
9.
èn liggers van Jahweh Jaezer aan mij water van hij IRSIONI èn allemaal zoals kleed (zij) verwelkten maak! (hij) at (...) hen
10.
water van bij jullie gezien Jahweh nieuws bij (de) klank (zij) hebben gewerkt die beweging duisternissen en (er is) niet schijn als (hij) verzekerde zich bij (de) naam Jahweh en redding (...) hen bij zijn God
11.
èn kun! (...) jullie QDHI vuur MAZRI ZIQWT ga(a)t! bij (het) licht vuur (...) jullie WBZIQWT (jullie) hebben uitgeroeid van handen van (zij) is geweest deze aan jullie naar tot van droefheid (jullie) lagen neer (...) hen

Hoofdstuk 51

1.
(zij) hebben toegehoord naar mij achtervolg! rechtvaardigheid zoek(t) (...) mij Jahweh (zij) hebben gekeken naar rots HßBTM en naar MQBT put (jullie) hebben uitgestoken
2.
(zij) hebben gekeken naar Abraham vader (...) jullie en naar Sara THWLLKM dat één (ik) heb genoemd (...) hem WABRKEW en sprinkhaan (...) hem
3.
dat (wij) waren bronstig Jahweh Sion (wij) waren bronstig alle (ik) ben vernield (er)naar en pas toe! van woord zoals getuige (...) hen en (jij) bent aangenaam geweest (er)naar zoals tuin Jahweh (zij) hebben zich verblijd (...) hen en vreugde (hij) vond bij haar dank en klank gezang
4.
(zij) hebben opgelet naar mij met mij WLAWMI naar mij (zij) hebben geluisterd dat Wetboek van mij (jij) ging uit en rechtsregels van aan licht volkeren ARCIO
5.
verwant heb gelijk! uitgaande reddingen van en zaaie! volkeren (zij) berechtten naar mij eilanden (zij) hoopten en naar zaaie! (zij) hebben gehoopt (...) hen
6.
draagt! aan hemel ogen (...) jullie en (zij) hebben gekeken naar het land onder vandaan dat hemel als maak! (...) hen NMLHW en het land zoals kleed naar wereld en naar inwoners zoals zo (zij) stierven (...) hen en verlossing (...) mij aan eeuwigheid (jij) was en (ik) heb gelijk gehad niet in de plaats van
7.
(zij) hebben toegehoord naar mij (hij) heeft geweten (...) mij rechtvaardigheid met Wetboek (...) mij bij (het) hart (...) hen naar (jullie) vreesden (jij) hebt beledigd mens WMCDPTM naar (jullie) landden
8.
dat zoals kleed (hij) at (...) hen maak! WKßMR (hij) at (...) hen XX en (ik) heb gelijk gehad aan eeuwigheid (jij) was en verlossing (...) mij te wonen woon! (...) hen
9.
word wakker! word wakker! bekleed je! kracht arm Jahweh word wakker! zoals dagen van voorkant wonen eeuwigheden immers (tot) zij EMHßBT snoeverij MHWLLT krokodil
10.
immers (tot) zij EMHRBT zee water van afgrond veelheid (is het zo) dat daarnaar (-s) van dieptes van zee weg door te trekken CAWLIM
11.
WPDWII Jahweh (zij) keerden terug (...) hen en (zij) zijn gekomen Sion bij (de) gezang en (jij) bent blij geweest eeuwigheid op hoofd (...) hen (zij) hebben zich verblijd (...) hen en vreugde (zij) bereikten (...) hen (zij) zijn gevlucht ICWN WANHE
12.
ik ik hij troost (...) jullie water van (tot) en (jij) vreesde van mens (hij) stierf en van zoon mens hooi (hij) zal gegeven worden
13.
en (jij) liet vergeten Jahweh maak! (...) jou neig(t) hemel en vestig! land en (jij) was bang altijd alle vandaag van aanzicht van leren zak EMßIQ zoals (hij) heeft opgezet kapot te maken en waar? leren zak EMßIQ
14.
vlugge ßOE aan de opening noch (hij) stierf te bederven noch (hij) ontbrak (zij) hebben gestreden
15.
en ik Jahweh jouw God ogenblik de zee en (zij) ruisten hopen (...) hem Jahweh legers zijn naam
16.
en (hij) heeft zich schuldig gemaakt spreek! bij (de) monden (...) jou en bij (de) schaduw handen van (ik) heb bedekt (...) jou LNÐO hemel en te vestigen land en te spreken aan Sion met mij (met) haar
17.
ETOWRRI ETOWRRI sta op! Jeruzalem die (jij) hebt gedronken van hand Jahweh (tot) beker woede (...) hem (tot) QBOT beker ETROLE (jij) hebt gedronken steek(t) aan
18.
(er is) niet MNEL aan haar van alle zonen (zij) heeft gebaard en (er is) niet houd(t) naar bij (de) hand van alle zonen grootheid
19.
twee hier is (ik) heb genoemd (...) jou water van INWD aan jou de roof WESBR en de honger en het zwaard water van (ik) troostte (...) jou
20.
zonen (...) jou OLPW ligt neer! bij (het) hoofd alle straten KTWA MKMR (is het zo) dat ben vol! (...) hen leren zak Jahweh (jij) hebt bestraft jouw God
21.
daarom hoor toe! toch deze arme en (jij) hebt gehuurd noch van wijn
22.
zo woord liggers (...) jou Jahweh en jouw God (hij) twistte met hem hier is (ik) heb genomen van hand (...) jou (tot) beker ETROLE (tot) QBOT beker leren zak-en van niet (jij) voegde toe te drinken (er)naar nog (eens)
23.
en (ik) heb geplaatst (er)naar bij (de) hand MWCIK die (zij) hebben gesproken aan ziel (...) jou buk je! en (wij) troken door (er)naar en (jij) plaatste (...) mij zoals land CWK WKHWß aan kanten

Hoofdstuk 52

1.
word wakker! word wakker! bekleed je! kracht (...) jou Sion bekleed je! bij (het) bokje glans (...) jou Jeruzalem stad wijd! dat niet (hij) voegde toe (hij) kwam bij jou nog (eens) onbesnedene en onreine
2.
(is het zo) dat (jij) schudde van stof sta op! gevangenschap Jeruzalem (is het zo) dat (jullie) deedden open zedelessen van hals (...) jou naar gevangenschap dochter Sion
3.
dat zo woord Jahweh gratis NMKRTM noch bij (het) zilver (jullie) verlosten
4.
dat zo woord liggers van Jahweh Egypte (hij) is gedaald met mij in het eerste te wonen daar en bevestiging bij (de) niets (zij) hebben tekort gedaan
5.
en nu wat? aan mij mond (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat lering met mij gratis (zij) hebben geheerst IEILILW (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en altijd alle vandaag namen van smaad(t)
6.
daarom (hij) heeft geweten met mij namen van daarom bij (de) dag dat dat ik hij de woestijn hier ben ik
7.
wat? NAWW op naar de heuvels voeten van kondig(t) aan laat horen vrede kondig(t) aan goede laat horen verlossing woord aan Sion koning jouw God
8.
klank wachters (...) jou (zij) hebben gedragen klank samen (zij) roddelden dat oog bij (de) oog (zij) lieten zien bij (het) terugkeren Jahweh Sion
9.
PßHW roddelt! samen zwaarden Jeruzalem dat (wij) waren bronstig Jahweh met hem wreker Jeruzalem
10.
HSP Jahweh (tot) arm (zij) hebben geheiligd te bestuderen (...) mij alle de volken en (zij) hebben gezien alle houd op! land (tot) verlossing van onze God
11.
verblindt! verblindt! ga(a)t uit! van daar onreine naar (jullie) deedden moeite ga(a)t uit! naar van midden het graan (...) hem (hij) heeft gedragen (...) mij gereedschap Jahweh
12.
dat niet BHPZWN (jullie) gingen uit WBMNWXE niet (jullie) gingen (...) hen dat beweging voor jullie Jahweh WMAXPKM mijn God Israël
13.
hier is (hij) werd wijs werk! (hij) was hoog en verheven en hoogte zeer
14.
zoals SMMW op jou twisten zo (jij) hebt gezalfd van man verschijning (...) hem en (zij) hebben beschreven van zonen van mens
15.
zo IZE volken twisten op hem IQPßW koningen monden (...) hen dat die niet boek aan hen (zij) hebben gezien en die niet (zij) hebben toegehoord (zij) hebben beschouwd

Hoofdstuk 53

1.
water van (hij) heeft geloofd LSMOTNW en arm Jahweh op water van NCLTE
2.
en (hij) verhief zoals zuigeling voor hem WKSRS van land naar vloot niet (hij) heeft beschreven als noch pracht en (wij) lieten zien (...) hem noch verschijning WNHMDEW
3.
(wij) minachtten en (hij) heeft opgehouden mannen man MKABWT WIDWO ziekte WKMXTR aanzicht (van)uit hem (wij) minachtten noch (wij) hebben gedacht (...) hem
4.
werkelijk (wij) zijn ziek geworden hij verheven WMKABINW XBLM en wij (wij) hebben gedacht (...) hem (wij) stierven geslagen God en antwoord
5.
en hij ontheilig(t) van misdaad (...) ons MDKA van misdaden (...) ons zedeles vrede (...) ons op hem WBHBRTW (wij) genazen aan ons
6.
als (zij) hebben overnacht zoals kleinvee (jullie) bestudeerden man aan weg (...) hem (wij) hebben ons gewend en Jahweh EPCIO bij hem (tot) vijandige als (zij) hebben overnacht
7.
(wij) naderden en hij (wij) antwoordden noch (hij) deed open monden (...) hem zoals lammetje aan slager stroom WKRHL voor CZZIE NALME noch (hij) deed open monden (...) hem
8.
MOßR en van rechtsregel lering en (tot) woont! water van ISWHH dat NCZR van land leven van misdaad met mij plaag voor hen
9.
en (hij) gaf (tot) slechte (mv) (zij) hebben begraven en (tot) rijke verhogingen (...) hem op niet roof (hij) heeft gedaan noch bedrog bij (de) monden (...) hem
10.
en Jahweh wens DKAW begin te! als (jij) plaatste (hij) heeft zich schuldig gemaakt ziel (...) hem vrees nakomelingen (hij) verlengde dagen en wens Jahweh bij (hij) bedankte (hij) bereikte
11.
van werkzame ziel (...) hem vrees (hij) was verzadigd bij (de) mening (...) hem (hij) gaf gelijk rechtvaardige werk! aan meerderheden en misdaden (...) hen hij IXBL
12.
daarom (ik) verdeelde als bij twisten en (tot) OßWMIM (hij) verdeelde buit in de plaats van die (is het zo) dat leg bloot! te sterven ziel (...) hem en (tot) misdaden (wij) benoemden en hij zondaar twisten verheven en aan misdaden IPCIO

Hoofdstuk 54

1.
zing! onvruchtbare niet (zij) heeft gebaard PßHI gezang WßELI niet (hij) is ziek geworden dat twisten bouw! SWMME van zonen van bij ga(a)(t) op woord Jahweh
2.
ERHIBI plaats (ik) ging en voorhangsels van buurvrouwen (...) jou (zij) bogen om naar THSKI verleng! van resten (...) jou en pinnen (...) jou versterk!
3.
dat rechterhand en linkerhand (jij) brak door en nakomelingen (...) jou volken (hij) veroverde en steden zielen IWSIBW
4.
naar (jij) vreesde dat niet (jij) schaamde je (...) mij en naar TKLMI dat niet THPIRI dat (jij) hebt je geschaamd OLWMIK (jij) liet vergeten en (jij) hebt beledigd weduwe-en (...) jou niet (jij) herinnerde je nog (eens)
5.
dat echtgenoten (...) jou maak! (...) jou Jahweh legers zijn naam en wreker (...) jou heilige Israël mijn God alle het land (hij) noemde
6.
dat zoals vrouw verlaat! (er)naar WOßWBT wind (hij) heeft genoemd (...) jou Jahweh en vuur van jeugd dat (jij) verafschuwde woord jouw God
7.
bij (de) ogenblik kleine (ik) heb verlaten (...) jou en bij (de) medelijden grootheden (ik) verzamelde (...) jou
8.
BSßP woede (ik) heb verborgen aanzicht van ogenblik (van)uit jou en bij (de) genade eeuwigheid (ik) heb medelijden gehad (...) jou woord wreker (...) jou Jahweh
9.
dat water van rustende deze aan mij die (ik) heb gezworen trek(t) door water van rustende nog (eens) op het land zo (ik) heb gezworen maak(t) zich kwaad op jou WMCOR bij jou
10.
dat naar de heuvels IMWSW en de heuvels (jullie) wankelden en genade-en van van jou niet IMWS en verbond vredes van niet (jij) wankelde woord heb(t) medelijden (...) jou Jahweh
11.
arme storm niet (zij) heeft getroost hier is ik MRBIß BPWK stenen (...) jou en (ik) heb gevestigd (...) jou bij (de) saffieren
12.
en (ik) heb geplaatst KDKD SMSTIK en poorten (...) jou aan stenen van AQDH en alle grens (...) jou aan stenen van wens
13.
en alle zonen (...) jou studeer! (...) mij Jahweh en meerderheid vrede zonen (...) jou
14.
bij (de) weldadigheid (jij) zette op ben ver! van afzetterij dat niet (jij) vreesde WMMHTE dat niet (jij) bracht nader naar jou
15.
èn woon! (hij) woonde niets honderden (...) mij water van vreemdeling (met) jou op jou (hij) viel
16.
èn ik (ik) heb geschapen stille blaas op! (hij) is verrot valstrik (...) hen en haal(t) tevoorschijn gereedschap aan handeling (...) hem en ik (ik) heb geschapen vernieler te saboteren
17.
alle gereedschap schep(t) op jou niet (hij) bereikte en alle tong (jij) wraakte (met) jou aan rechtsregel TRSIOI deze (jij) hebt verworven werk! Jahweh en (jullie) hebben gelijk gehad van mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 55

1.
ben! alle dorst ga(a)t! aan water en die (er is) niet als zilver ga(a)t! (zij) hebben gebroken en (zij) hebben gegeten en ga(a)t! (zij) hebben gebroken BLWA zilver WBLWA prijs wijn en melk
2.
waarom (jullie) wogen zilver BLWA brood en moeite (...) jullie BLWA aan zeven (zij) hebben toegehoord hoor toe! naar mij en (zij) hebben gegeten goede WTTONC bij (de) vette ziel (...) jullie
3.
(zij) zijn omgebogen oor (...) jullie en ga(a)t! naar mij (zij) hebben toegehoord en (zij) leefde ziel (...) jullie en (ik) werd afgehakt (er)naar aan jullie verbond eeuwigheid genade-en van oom (de) loyale (mv)
4.
èn tot LAWMIM (ik) heb gegeven (...) hem leider en voorschrift naties
5.
èn volk niet (jij) wist (jij) noemde en volk niet (zij) hebben geweten (...) jou naar jou (zij) renden opdat Jahweh jouw God en aan heilige Israël dat PARK
6.
(zij) hebben uitgelegd Jahweh BEMßAW (zij) heeft genoemd (...) hem bij te zijn (...) hem verwant
7.
(hij) verliet slechte weg (...) hem en man kracht MHSBTIW en inwoner naar Jahweh en (zij) hadden medelijden (...) hem en naar onze God dat (hij) vermeerderde te vergeven
8.
dat niet berekenen (...) mij MHSBWTIKM noch wegen (...) jullie wegen van (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
9.
dat hoogte (...) hem hemel van land zo hoogte (...) hem wegen van van wegen (...) jullie en bereken(t) (...) mij MMHSBTIKM
10.
dat zoals (hij) is gedaald (is het zo) dat nader! (...) hen en de sneeuw vanuit de hemel en daarnaar (-s) niet (hij) blies dat als (is het zo) dat (hij) heeft genoeg gedronken (tot) het land en (zij) heeft voortgebracht en (zij) heeft laten groeien en (hij) heeft gegeven nakomelingen aan nakomelingen en brood aan eten
11.
zo (hij) was spreek! die uitgaande van mond van niet (hij) blies naar mij leegte (...) hen dat als (hij) heeft gedaan (tot) die (ik) heb gewenst en (hij) is geslaagd die (ik) heb gezonden (...) hem
12.
dat bij (de) vreugde (jullie) gingen uit en bij (de) vrede (jullie) werden vervoerd (...) hen naar de heuvels en de heuvels IPßHW voor jullie gezang en alle houten het veld IMHAW lepel
13.
in de plaats van ENOßWß (hij) verhief cipres in de plaats van EXRPD (hij) verhief EDX en (hij) is geweest aan Jahweh aan naam aan letter eeuwigheid niet (hij) hakte af

Hoofdstuk 56

1.
zo woord Jahweh bewaart! rechtsregel en Ezau weldadigheid dat naar verwant verlossing (...) mij te komen en (ik) heb gelijk gehad aan de ballingschap
2.
heil mens (zij) heeft gemaakt deze en zoon mens (hij) hield bij haar bewaar! sabbat ontheilig(t) (...) hem en bewaar! (hij) bedankte om te doen alle kwaad
3.
en naar (hij) sprak zoon het vreemde land (is het zo) dat (hij) heeft zich bijgevoegd naar Jahweh te spreken (is het zo) dat (hij) is gescheiden IBDILNI Jahweh boven met hem en naar (hij) sprak de hoveling èn ik boom droogte
4.
dat zo woord Jahweh aan hovelingen die (zij) bewaarden (tot) sabbatten (...) mij en (zij) hebben gekozen wat betreft (ik) heb gewenst en houden bij (de) verbonden van
5.
en (ik) heb gegeven aan hen bij (de) huis-en van en bij (de) muur (...) mij hand en naam [van] goede van zonen en om te bouwen daar eeuwigheid (met) hen als die niet (hij) hakte af
6.
en bouw! het vreemde land ENLWIM op Jahweh in te weken (...) hem en aan liefde (tot) daar Jahweh te zijn als aan slaven alle bewaar! sabbat ontheilig(t) (...) hem en houden bij (de) verbonden van
7.
WEBIAWTIM naar heuvel heilig! en (ik) ben blij geweest (...) hen bij (het) huis gebed (...) mij OWLTIEM en slachtingen (...) hen aan wil op altaars van dat huis-en van huis gebed (hij) noemde aan alle de volkeren
8.
(hij) heeft redevoering gehouden liggers van Jahweh verzamel(t) NDHI Israël nog (eens) (ik) verzamelde op hem LNQBßIW
9.
alle dier (...) hem Sjadai ATIW aan eten alle dier (...) hem (hij) heeft uitgeroeid
10.
(zij) hebben uitgekeken huiden allemaal niet (zij) hebben geweten allemaal honden stomme (mv) niet (hij) zal kunnen (...) hem LNBH (de) dit (mv) lig neer! (...) hen heb lief! (zij) hebben overnacht (...) hen
11.
en de honden kracht (...) mij ziel niet (zij) hebben geweten zeven en deze (mv) kwaden niet (zij) hebben geweten (hij) heeft begrepen allemaal aan generatie (...) jullie (zij) hebben zich gewend man uit te voeren (...) hem van einde (...) hem
12.
ATIW (ik) nam (er)naar wijn WNXBAE beloning en (hij) is geweest zoals dit dag morgen grote rest zeer

Hoofdstuk 57

1.
(hij) heeft gelijk gegeven (hij) is verloren gegaan en (er is) niet man daar op hart en mens (...) mij genade NAXPIM bij (er is) niet van tussen dat van aanzicht van de herder (wij) verzamelden (hij) heeft gelijk gegeven
2.
invoer vrede (zij) rustten op liggen neer (...) hen beweging (zij) zijn aanwezig geweest
3.
en (met) hen (zij) hebben nader gebracht hier is bouw! donkere wolk nakomelingen MNAP en (jij) hoereerde
4.
op water van TTONCW op water van TRHIBW mond (jullie) verlengden tong immers (met) hen help bij de geboorte! misdaad nakomelingen leugen
5.
(is het zo) dat troost! (...) hen bij (de) machten in de plaats van alle boom frisse slacht! de kinderen bij (de) wadi's in de plaats van XOPI de rotsen
6.
bij verdeel! wadi deel (...) jou zij zij lot (...) jou ook aan hen (jij) hebt gestort uitgieting (is het zo) dat (jij) bent opgegaan geschenk de hoogte deze (ik) troostte
7.
op heuvel hoogte en verheven (jij) hebt geplaatst bed (...) jou ook daar (jij) bent opgegaan aan slachting slachting
8.
en andere de deur en de deurpost (jij) hebt geplaatst herinnering (...) jou dat van mij (jij) bent in verbanning gegaan en (jij) verhief (is het zo) dat (jij) bent breder geworden bed (...) jou en (jij) zult uitgeroeid worden aan jou (van)uit hen (jij) hebt liefgehad bed (...) hen hand (jij) hebt voorspeld
9.
en (jij) viel af aan koning bij (de) olie en (jij) vermeerderde RQHIK en (jij) zond weg vijanden (...) jou tot afstand en (jij) vernederde tot dodenrijk
10.
bij (de) meerderheid weg (...) jou (jij) hebt moeite gedaan niet (jij) hebt gesproken NWAS dier van hand (...) jou om uit te gaan op zo niet (jij) bent ziek geworden
11.
en (tot) water van DACT en (jij) vreesde dat (jij) loog en mij niet (jij) hebt je herinnerd niet (jij) hebt geplaatst op hart (...) jou toch? ik MHSE en van eeuwigheid en mij niet (jij) vreesde
12.
ik (ik) vertelde (jij) hebt gelijk gehad (...) jou en (tot) daden (...) jou noch (zij) waren nuttig (...) jou
13.
bij (hij) heeft geschreeuwd (...) jou (hij) redde (...) jou QBWßIK en (tot) allemaal (hij) droeg wind (hij) nam damp WEHWXE bij mij INHL land en (hij) veroverde heuvel heilig!
14.
en woord baant! baant! (zij) hebben zich gewend weg (zij) hebben opgetild om te struikelen van weg met mij
15.
dat zo woord (hij) is hoog geweest en verheven buurman tot en heilige zijn naam hoogte en heilige (ik) woonde en (tot) DKA en lage wind aan de dieren wind lage (mv) WLEHIWT hart NDKAIM
16.
dat niet aan eeuwigheid (ik) twistte noch uiteindelijk (ik) werd boos dat wind weg van aanzicht van IOÐWP en zielen ik (ik) heb gedaan
17.
bij (de) vijandige (zij) hebben uitgevoerd (ik) ben boos geworden en (ik) sloeg (...) hem verberg! en (ik) werd boos en (hij) ging ga(a)(t) rond bij (de) weg zijn hart
18.
wegen (...) hem (ik) heb gezien WARPAEW WANHEW en (ik) betaalde troost! (...) hen als en aan rouwen (...) hem
19.
schep(t) NWB lippen vrede vrede ver te zijn en nader te komen woord Jahweh en (ik) heb genezen (...) hem
20.
en (de) slechte (mv) zoals zee (wij) verjoegen dat de stilte niet (hij) zal kunnen en (zij) verjoegen wateren (...) hem RPS WÐIÐ
21.
(er is) niet vrede woord mijn God aan slechte (mv)

Hoofdstuk 58

1.
(hij) heeft genoemd bij (zij) hebben gewoond (...) hen naar (zij) haastte zich (...) jou zoals ramshoorn til op! klank (...) jou en vertel! aan volkeren van misdaad (...) hen en aan huis Jakob (jullie) hebben gezondigd
2.
en mij dag dag (zij) legden uit (...) hen en kennis wegen van (zij) wensten (...) hen zoals volk die weldadigheid (hij) heeft gedaan en rechtsregel zijn God niet (hij) heeft verlaten ISALWNI rechtsregels van rechtvaardigheid (jij) hebt nader gebracht God (zij) wensten (...) hen
3.
waarom ßMNW noch (jij) hebt gezien (wij) hebben geantwoord ziel (...) ons noch (jij) wist èn bij (de) dag ßMKM (jullie) vondden wens en alle droefheden (...) jullie (jullie) kwamen naderbij
4.
èn te twisten en matze TßWMW en te slaan BACRP slechte niet TßWMW zoals dag horen te laten bij (de) hoogte klank (...) jullie
5.
EKZE (hij) was opdracht (...) hen ABHREW dag nederigheid van mens ziel (...) hem ELKP KACMN hoofd (...) hem en zak en as IßIO ELZE (jij) noemde opdracht (...) hen en dag wil aan Jahweh
6.
immers dit opdracht (...) hen ABHREW opening HRßBWT slechte de tortelduif ACDWT wankel! (er)naar en wapen RßWßIM vrije (mv) en alle wankel! (er)naar (jullie) braken af
7.
immers Perzië aan honger brood (...) jou en armen MRWDIM (jij) bracht huis dat (jij) liet zien stad (...) hen en (jij) hebt bedekt (...) hem en kondig(t) aan (...) jou niet TTOLM
8.
destijds IBQO zoals zwarte duur(t) en (jij) hebt geduurd (...) jou (zij) heeft zich gehaast (zij) groeide en beweging voor jou rechtvaardigheid (...) jou eer Jahweh (hij) verzamelde (...) jou
9.
destijds (jij) noemde en Jahweh (hij) antwoordde (jij) schreeuwde om hulp en (hij) sprak hier ben ik als (jij) verwijderde van midden (...) jou wankel! (er)naar wapen vinger en woord kracht
10.
WTPQ aan honger ziel (...) jou en ziel (wij) antwoordden TSBIO en glans bij (de) duisternis duur(t) en duisternis (...) jou zoals middag
11.
en (hij) heeft gerust (...) jou Jahweh altijd WESBIO BßHßHWT ziel (...) jou en (ik) ben machtig geworden (...) jou IHLIß en (jij) bent geweest zoals tuin (hij) heeft genoeg gedronken WKMWßA water die niet (zij) logen wateren (...) hem
12.
en bij ons (van)uit jou zwaarden eeuwigheid fundamenten van generatie en generatie (jij) wraakte (...) hen en (hij) heeft genoemd aan jou omheining doorbraak om rond te gaan banen te wonen
13.
als (jij) gaf terug om te wonen voet (...) jou te doen wens (...) jou bij (de) dag heilig! en (jij) hebt genoemd te wonen ONC aan heilige Jahweh eer(t) en (jij) bent zwaar geweest (...) hem om te doen wegen (...) jou om te vinden wens (...) jou en woord woord
14.
destijds TTONC op Jahweh WERKBTIK op bij sterf! land en (ik) heb gevoed (...) jou (jij) hebt verworven Jakob vader (...) jou dat mond van Jahweh woord

Hoofdstuk 59

1.
èn niet QßRE hand Jahweh om te redden noch (zij) is zwaar geweest oor (...) hem om toe te horen
2.
dat als misdaden (...) jullie (zij) zijn geweest MBDLIM BINKM LBIN jullie God en zondige daden (...) jullie (zij) hebben verborgen aanzicht (van)uit jullie om toe te horen
3.
dat lepels (...) jullie (wij) verlosten (...) hem bij (het) bloed en vingers (...) jullie bij (de) vijandige SPTWTIKM spreekt! leugen tong (...) jullie ga(a)(t) op (jij) sprak uit
4.
(er is) niet (hij) heeft genoemd bij (de) rechtvaardigheid en (er is) niet NSPÐ bij (de) waarheid vertrouw! op verlatenheid en woord (het) niets (zij) zijn zwanger geworden werkzame en (hij) heeft voortgebracht kracht
5.
BIßI ßPOWNI BQOW WQWRI OKBIS IARCW voed! MBIßIEM (hij) stierf WEZWRE TBQO APOE
6.
QWRIEM niet (zij) waren aan kleed noch ITKXW bij (de) daden (...) hen daden (...) hen daden van kracht en daad roof bij (de) lepels (...) hen
7.
voeten (...) hen aan kwaad (hij) rende (...) hem en (zij) haastten zich aan monding bloed schone MHSBTIEM berekenen kracht roof en (hij) heeft gebroken BMXLWTM
8.
weg vrede niet (zij) hebben geweten en (er is) niet rechtsregel BMOCLWTM NTIBWTIEM OQSW aan hen alle weg bij haar niet (hij) heeft geweten vrede
9.
op zo afstand rechtsregel (van)uit hem noch (jij) bereikte (...) ons weldadigheid (hij) is verzameld aan licht en hier is duisternis LNCEWT bij (de) donkere (mv) (wij) gingen
10.
NCSSE zoals huiden muur WKAIN ogen NCSSE (wij) zijn gestruikeld bij (de) middag zoals schemer BASMNIM als sterven
11.
(wij) ruisten zoals beren als (zij) hebben overnacht WKIWNIM (hij) heeft uitgesproken (wij) spraken uit (hij) is verzameld aan rechtsregel en (er is) niet aan verlossing (zij) is ver geweest (van)uit hem
12.
dat tienduizend misdaden (...) ons tegenover jou WHÐAWTINW (zij) heeft geantwoord bij ons dat misdaden (...) ons (met) ons en misdaden (...) ons (wij) hebben geweten (...) hen
13.
misdaad en (hij) heeft gelogen bij Jahweh WNXWC van andere onze God woord afzetterij en (zij) is afgeweken (zij) zijn zwanger geworden en (zij) hebben uitgesproken van hart spreek! leugen
14.
WEXC achterzijde rechtsregel en weldadigheid om ver te zijn (jij) stond vast dat (zij) is gestruikeld bij (de) straat waarheid en (zij) is aanwezig geweest niet je zult kunnen te komen
15.
en (zij) was de waarheid NODRT en (hij) is afgeweken van kwaad MSTWLL en gezien Jahweh en (hij) achtervolgde bij (de) ogen (...) hem dat (er is) niet rechtsregel
16.
en gezien dat (er is) niet man WISTWMM dat (er is) niet MPCIO WTWSO als (zij) hebben gezaaid en weldadigheid (...) hem zij XMKTEW
17.
en (hij) bekleedde zich weldadigheid als week in! (...) hen WKWBO verlossing bij (het) hoofd (...) hem en (hij) bekleedde zich bij (het) bokje wraak TLBST WIOÐ zoals mantel jaloezie
18.
zoals hoogte CMLWT zoals hoogte (hij) betaalde woede aan vijanden (...) hem vergeld! aan vijanden (...) hem aan eilanden vergeld! (hij) betaalde
19.
en (zij) lieten zien MMORB (tot) daar Jahweh en van Oosten zon (tot) eer (...) hem dat invoer zoals rivier smalle wind Jahweh NXXE bij hem
20.
en (hij) is gekomen aan Sion verlos(t) en aan gevangenschap misdaad bij Jakob (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
21.
en ik deze verbonden van hen woord Jahweh wind (...) mij die op jou en spreek! die (ik) heb geplaatst bij (de) monden (...) jou niet IMWSW van monden (...) jou en van mond van nakomelingen (...) jou en van mond van nakomelingen nakomelingen (...) jou woord Jahweh naar van tijd en tot eeuwigheid

Hoofdstuk 60

1.
sta op! lichten van dat (hij) is gekomen duur(t) en eer Jahweh op jou glans
2.
dat hier is de duisternis (hij) bedekte land en nevel naties en op jou IZRH Jahweh en eer (...) hem op jou vrees
3.
en (zij) zijn gegaan volken aan licht (...) jou en koningen aan schijn glans (...) jou
4.
draag! rondom ogen (...) jou en spiegel allemaal (wij) verzamelden (...) hem (zij) zijn gekomen aan jou zonen (...) jou om ver te zijn voert in! en bebouwingen (...) jou op kant TAMNE
5.
destijds (jij) liet zien en (jij) bent gestroomd en angst en breedte hart (...) jou dat (hij) keerde om op jou menigte zee macht volken voert in! aan jou
6.
SPOT kamelen (zij) bedekte (...) jou trek voor! Midian en vermoeidheid allemaal van Scheba voert in! goud WLBWNE (zij) droegen en lof(lied) van Jahweh (zij) kondigden aan
7.
alle kleinvee (hij) is donker geworden (zij) verzamelden aan jou rammen van NBIWT ISRTWNK (zij) verhieven op wil altaars van en huis glans (...) mij APAR
8.
water van deze zoals wolk (jullie) vlogen WKIWNIM naar ARBTIEM
9.
dat aan mij eilanden (zij) hoopten en schepen Tharsis in het eerste te brengen zonen (...) jou om ver te zijn zilver (...) hen en goud (...) hen (met) hen aan naam Jahweh jouw God en aan heilige Israël dat PARK
10.
en bij ons bouw! vreemde land leren zak-en (...) jou en koningen (...) hen ISRTWNK dat bij maak je kwaad! (ik) heb geslagen (...) jou en bij (de) wil (...) mij (ik) heb medelijden gehad (...) jou
11.
en doet open! poorten (...) jou altijd dag (...) hen en nacht niet (zij) sloten te brengen naar jou macht volken en koningen (...) hen NEWCIM
12.
dat de volk en het rijk die niet (zij) werkten (...) jou (zij) gingen verloren en de volken zwaard (zij) werden vernield
13.
eer de Libanon naar jou invoer cipres TDER WTASWR samen LPAR plaats heilig(t) (...) mij en plaats voeten van (ik) eerde
14.
en (zij) zijn gegaan naar jou SHWH bouw! antwoorden (...) jou en (zij) hebben zich diep gebogen op zoals monden voeten (...) jou alle smaden (...) jou en (zij) hebben genoemd aan jou stad Jahweh Sion heilige Israël
15.
in de plaats van te zijn (...) jou verlaat! (er)naar WSNWAE en (er is) niet ga(a)(t) voorbij en (ik) heb geplaatst (...) jou LCAWN eeuwigheid vreugde generatie en generatie
16.
WINQT melk volken en roof koningen TINQI en (jij) hebt geweten dat ik Jahweh red(t) (...) jou en wreker (...) jou ridder Jakob
17.
in de plaats van het koper Abia goud en in de plaats van het ijzer Abia zilver en in de plaats van de bomen koper en in de plaats van de stenen ijzer en (ik) heb geplaatst (jij) hebt bekeken (...) jou vrede en kom naderbij! (...) jou weldadigheid
18.
niet (hij) hoorde toe nog (eens) roof bij (het) land (...) jou roof en (hij) heeft gebroken BCBWLIK en (jij) hebt genoemd verlossing muren (...) jou en poorten (...) jou lof(lied)
19.
niet (hij) was aan jou nog (eens) de zon aan licht dag (...) hen en aan schijn de maan niet (hij) verlichtte aan jou en (hij) is geweest aan jou Jahweh aan licht eeuwigheid en jouw God aan glans (...) jou
20.
niet invoer nog (eens) dat (hij) heeft getrokken en maan (...) jou niet (hij) verzamelde dat Jahweh (hij) was aan jou aan licht eeuwigheid en betaalt! dagen van rouw (...) jou
21.
en met jou allemaal rechtvaardigen aan eeuwigheid (zij) veroverden land (wij) schiepen MÐOW Mozes handen van LETPAR
22.
de kleine (hij) was aan duizend en (de) kleine aan volk word machtig! ik Jahweh naar bij (de) tijd AHISNE

Hoofdstuk 61

1.
wind liggers van Jahweh op mij wegens (hij) heeft gezalfd Jahweh (met) mij aan te kondigen nederige (mv) (hij) mij gezonden LHBS LNSBRI hart te noemen LSBWIM vrijheid en aan verboden (hij) heeft geopend QWH
2.
te noemen jaar van wil aan Jahweh en dag wraak aan onze God te troosten alle rouwen
3.
te plaatsen aan rouwen van Sion te geven aan hen PAR in de plaats van as olie (zij) hebben zich verblijd (...) hen in de plaats van rouw (zij) heeft verminderd lof(lied) in de plaats van wind donkere en (hij) heeft genoemd aan hen rammen van geef gelijk! MÐO Jahweh LETPAR
4.
en bij ons zwaarden eeuwigheid dat om te sterven eersten IQWMMW en maand (...) hem steden van zwaard dat om te sterven generatie en generatie
5.
en sta(a)t vast! kransen en (zij) hebben achtervolgd kleinvee (...) jullie en bouw! vreemde land AKRIKM en wijngaarden (...) jullie
6.
en (met) hen priesters van Jahweh (jullie) noemden dien(t) (...) mij onze God (hij) sprak aan jullie macht volken (jullie) aten en bij (de) eer (...) hen TTIMRW
7.
in de plaats van (jij) hebt je geschaamd (...) jullie van jaar en schande IRNW deel (...) hen daarom bij (het) land (...) hen van jaar (zij) veroverden (jij) bent blij geweest eeuwigheid (jij) was aan hen
8.
dat ik Jahweh (hij) heeft liefgehad rechtsregel (hij) heeft gehaat roof bij ga(a)(t) op en (ik) heb gegeven ondernemingen (...) hen bij (de) waarheid en verbond eeuwigheid (ik) hakte af aan hen
9.
en (wij) werden bekend bij (de) volken nakomelingen (...) hen WßAßAIEM binnen de volkeren alle RAIEM (zij) herkenden (...) hen dat zij nakomelingen zegen! Jahweh
10.
SWS (ik) verblijdde me bij Jahweh (zij) verheugde zich ziel (...) mij bij mijn God dat (is het zo) dat te beschamen (...) mij bij (het) bokje redding mantel weldadigheid IOÐNI zoals bruidegom (hij) sloeg (...) hen PAR WKKLE TODE nier
11.
dat zoals land (jij) haalde tevoorschijn (zij) is gegroeid WKCNE ZRWOIE (jij) liet groeien zo liggers van Jahweh (hij) liet groeien weldadigheid en lof(lied) tegenover alle de volken

Hoofdstuk 62

1.
opdat Sion niet AHSE en opdat Jeruzalem niet (ik) was stil tot uitgaande zoals schijn weldadigheid en verlossing (...) haar KLPID (hij) roeide uit
2.
en (zij) hebben gezien volken rechtvaardigheid (...) jou en alle koningen eer (...) jou en (hij) heeft genoemd aan jou daar maand die mond van Jahweh IQBNW
3.
en (jij) bent geweest (jij) hebt omgeven glans bij (de) hand Jahweh WßNWP heers! (er)naar bij (de) lepel jouw God
4.
niet (hij) sprak aan jou nog (eens) verlaat! (er)naar en aan land (...) jou niet (hij) sprak nog (eens) wildernis dat aan jou (hij) noemde wens! bij haar en aan land (...) jou bij ga(a)(t) op dat wens Jahweh bij jou en land (...) jou TBOL
5.
dat IBOL jongeman maagd IBOLWK zonen (...) jou en vreugde bruidegom op schoondochter (hij) verblijdde zich op jou jouw God
6.
op muren (...) jou Jeruzalem (ik) heb neergelegd dat til(t) op alle vandaag en alle de nacht altijd niet (hij) haastte zich (...) hem EMZKRIM (tot) Jahweh naar lijk! aan jullie
7.
en naar (jullie) gaven lijk! als tot (hij) zette op en tot (hij) plaatste (tot) Jeruzalem lof(lied) bij (het) land
8.
(hij) heeft gezworen Jahweh bij (de) dagen (...) ons en bij (de) arm kracht (...) hem als (met) hen (tot) graan (...) jou nog (eens) voedsel aan vijanden (...) jou en als (zij) dronken bouw! vreemde land most (...) jou die (jij) hebt moeite gedaan bij hem
9.
dat MAXPIW (zij) aten (...) hem en deze (tot) Jahweh WMQBßIW (hij) dronk (...) hem bij (de) grondgebieden heilig!
10.
(zij) zijn voorbijgegaan (zij) zijn voorbijgegaan bij (de) poorten (zij) hebben zich gewend weg het volk baant! baant! EMXLE XQLW van steen (zij) hebben opgetild teken op de volkeren
11.
hier is Jahweh (hij) heeft laten horen naar einde het land (zij) hebben gesproken aan dochter Sion hier is redding (...) jou (hij) is gekomen hier is (zij) hebben gehuurd (met) hem en onderneming (...) hem voor hem
12.
en (zij) hebben genoemd aan hen met wijd! verlos! (...) mij Jahweh en aan jou (hij) noemde leg uit! (er)naar stad niet (wij) verlieten (er)naar

Hoofdstuk 63

1.
water van dit (hij) is gekomen van Edom HMWß kledingstukken versterkte dit de generatie bij zich te schamen (...) hem ßOE bij (de) meerderheid kracht (...) hem ik woestijn bij (de) weldadigheid meerderheid te redden
2.
waarom? mens zich te bekleden (...) jou en kledingstukken (...) jou zoals weg bij (de) wijnpers
3.
ben(t) vruchtbaar DRKTI alleen ik en van volkeren (er is) niet man (met) mij WADRKM bij (de) neuzen van WARMXM bij (de) leren zak-en van WIZ overwinning (...) hen op bij (het) bokje en alle om zich te bekleden (...) mij ACALTI
4.
dat dag wraak bij (het) hart (...) mij en jaar van verlos! (...) mij kom(t)
5.
en (ik) keek en (er is) niet hulp WASTWMM en (er is) niet steuun(t) WTWSO aan mij zaaie! en leren zak-en van zij (jullie) hebben gesteund (...) mij
6.
en trog volkeren bij (de) neuzen van WASKRM bij (de) leren zak-en van WAWRID aan land overwinning (...) hen
7.
genade-en van Jahweh AZKIR lof(lied) van Jahweh zoals hoogte alle die (wij) hebben vergolden Jahweh en meerderheid goede aan huis Israël die kameel (...) hen zoals baarmoeders (...) hem WKRB genade-en (...) hem
8.
en (hij) sprak maar met mij deze (mv) zonen niet (zij) logen en wees aan hen LMWSIO
9.
in alle (...) hen niet smalle en boodschapper aanzichten (...) hem (hij) heeft gered (...) hen bij (de) liefde (...) hem WBHMLTW hij wreker (...) hen WINÐLM WINSAM alle dagen van eeuwigheid
10.
en deze (mv) heer (...) hem en bedroeft! (tot) wind (zij) hebben geheiligd en (hij) keerde om aan hen aan vijand hij (hij) heeft gestreden in hen
11.
en (hij) herinnerde zich dagen van eeuwigheid Mozes met hem waar? (is het zo) dat (hij) heeft ontvreemd (...) hen water (tot) achtervolg! ga uit! (...) ons waar? (is het zo) dat daar bij (zij) hebben nader gebracht (tot) wind (zij) hebben geheiligd
12.
besnijd! (...) jou aan rechterhand Mozes arm glans (...) hem BWQO water van aanzichten (...) hen te doen als daar eeuwigheid
13.
besnijd! (...) jullie BTEMWT zoals paard bij (de) woestijn niet (zij) struikelden
14.
zoals vee BBQOE (jij) daalde wind Jahweh (jij) gaf rust (...) ons zo (jij) hebt bestuurd met jou te doen aan jou daar glans
15.
kijk! van hemel en (hij) heeft gezien van woning heiligheid (...) jou en glans (...) jou waar? (jij) bent jaloers geweest (...) jou en moed (...) jou menigte ingewanden (...) jou en baarmoeders (...) jou naar mij (zij) hebben zich bedwongen
16.
dat (met) haar (wij) hebben gewenst dat Abraham niet (wij) hebben geweten en Israël niet (hij) herkende (...) ons (met) haar Jahweh (wij) hebben gewenst (wij) hebben verlost van eeuwigheid naam (...) jou
17.
waarom (zij) liep verkeerd (...) ons Jahweh van wegen (...) jou TQSIH hart (...) ons van vrees (...) jou terugkeren opdat slaven (...) jou stammen van (jij) hebt verworven (...) jou
18.
tot van Zoar (zij) hebben veroverd met heiligheid (...) jou vijanden (...) ons (zij) hebben vertrapt heilig(t) (...) jou
19.
(wij) zijn geweest van eeuwigheid niet (jij) hebt geheerst in hen niet (hij) is genoemd naam (...) jou op hen toch niet (jij) hebt gescheurd hemel (jij) bent gedaald van aanzichten (...) jou (hij) heeft opgetild NZLW

Hoofdstuk 64

1.
KQDH vuur (is het zo) dat zeker water TBOE vuur mee te delen naam (...) jou aan vijanden (...) jou van aanzichten (...) jou volken (zij) waren boos
2.
bij te doen (...) jou ontzagwekkende (mv) niet (hij) is verzameld (jij) bent gedaald van aanzichten (...) jou (hij) heeft opgetild NZLW
3.
en van eeuwigheid niet (zij) hebben toegehoord niet (zij) hebben geluisterd oog niet (zij) heeft gezien God behalve jou (zij) heeft gemaakt naar tot van verhemelte als
4.
(jij) hebt getroffen (tot) zes en (hij) heeft gedaan rechtvaardigheid bij (de) wegen (...) jou (zij) herinnerden zich (...) jou èn (met) haar (jij) bent boos geworden en (wij) zondigden bij hen eeuwigheid WNWSO
5.
en (wij) waren er zoals onreine als (zij) hebben overnacht WKBCD getuigen alle (ik) heb gelijk gehad (...) ons en harp zoals blad als (zij) hebben overnacht en misdaad (...) ons zoals wind (hij) droeg (...) ons
6.
en (er is) niet noem(t) bij (de) naam (...) jou MTOWRR te houden bij jou dat (jij) hebt verborgen aanzichten (...) jou (van)uit hem WTMWCNW bij (de) hand misdaad (...) ons
7.
en nu Jahweh (wij) hebben gewenst (met) haar wij de klei en (met) haar (wij) hebben geschapen en Mozes hand (...) jou als (zij) hebben overnacht
8.
naar (jij) maakte je kwaad Jahweh tot zeer en naar voor altijd (zij) herinnerde zich vijandige èn kijk! toch met jou als (zij) hebben overnacht
9.
steden van heiligheid (...) jou (zij) zijn geweest woestijn Sion woestijn (zij) is geweest Jeruzalem wildernis
10.
huis (wij) hebben geheiligd en glans (...) ons die (zij) hebben geloofd (...) jou vaders (...) ons (hij) is geweest LSRPT vuur en alle MHMDINW (hij) is geweest aan droog land
11.
de hoogte deze (jij) bedwong je Jahweh (zij) haastte zich (er)naar en (zij) antwoordde (...) ons tot zeer

Hoofdstuk 65

1.
(ik) ben verzocht LLWA (zij) hebben gevraagd (ik) heb me bevonden zonder zoek! (...) mij (ik) heb gesproken hier ben ik hier ben ik naar volk niet (hij) heeft genoemd bij (de) namen van
2.
(ik) heb uitgespreid handen van alle vandaag naar met opstandige de voorbijgangers de weg niet goede andere MHSBTIEM
3.
het volk EMKOXIM (met) mij op aanzicht van altijd slachtingen BCNWT en roken op (de) witte (mv)
4.
de inwoners bij (de) graven WBNßWRIM (zij) lieten overnachten de eten-en vlees (hij) heeft teruggegeven WPRQ PCLIM gereedschappen (...) hen
5.
de woorden binnenste naar jou naar (jij) naderde bij mij dat (ik) heb geheiligd (...) jou deze maak! (...) hen bij (de) neuzen van vuur brandende alle vandaag
6.
hier is geschreven voor niet AHSE dat als (ik) ben volledig geweest en (ik) ben volledig geweest op boezem (...) hen
7.
misdaden (...) jullie en misdaad van vaders-en (...) jullie samen woord Jahweh die rookt! op naar de heuvels en op de heuvels beledigt! (...) mij en van wet (...) mij ondernemingen (...) hen in de eerste plaats op boezem (...) hen
8.
zo woord Jahweh zoals (hij) vond de most BASKWL en woord naar (jullie) maakten kapot (...) hem dat gelukwens bij hem zo (ik) werd gedaan opdat werk! opdat niet (hij) heeft kapot gemaakt (de) alle
9.
en (ik) ben tevoorschijn gehaald van Jakob nakomelingen en van Juda verover(t) zie hier! en (zij) hebben veroverd (er)naar BHIRI en werk! (zij) behuisden daarnaar (-s)
10.
en (hij) is geweest (is het zo) dat (zij) hebben gezongen (...) hen aan woonplaats kleinvee en diepte OKWR LRBß rundvee aan volkeren van die (zij) hebben uitgelegd (...) mij
11.
en (met) hen verlaat! Jahweh (is het zo) dat laat vergeten! (...) hen (tot) heuvel heilig! de waarden aan Gad tafel WEMMLAIM aan manna (...) mij van scherm
12.
en (ik) heb opgenoemd (met) jullie aan zwaard en kun! (...) jullie aan slager TKROW wegens (ik) heb genoemd noch (jullie) hebben geantwoord woord (...) mij noch (jullie) hebben toegehoord en (jullie) maakten juich! bij bestudeer! en wat betreft niet (ik) heb gewenst (jullie) hebben gekozen
13.
daarom zo woord liggers van Jahweh hier is werk! (zij) aten en (met) hen (jullie) hadden honger hier is werk! (zij) dronken en (met) hen (jullie) hadden dorst hier is werk! (zij) maakten blij en (met) hen (jullie) waren droog
14.
hier is werk! IRNW van goede hart en (met) hen (jullie) schreeuwden MKAB hart en verbrijzel(t) wind (jullie) jammerden
15.
en (jullie) hebben rust gegeven naam (...) jullie verzadigd te zijn (er)naar LBHIRI en (jij) hebt geruist (...) jou liggers van Jahweh en aan slaven (...) hem (hij) noemde daar andere
16.
die EMTBRK bij (het) land ITBRK bij mijn God amen! WENSBO bij (het) land (hij) was verzadigd bij mijn God amen! dat (zij) zijn vergeten (de) smalle (mv) (de) eerste (mv) en dat (wij) bestreedden (...) hem bestudeer(t) (...) mij
17.
dat hier ben ik schep(t) hemel maanden en land naar maand noch (zij) herinnerde zich (...) haar (de) eerste (mv) noch (jullie) verhieven op hart
18.
dat als verblijdt je! en verheuugt je! tot aan tot die ik schep(t) dat hier ben ik schep(t) (tot) Jeruzalem (hij) heeft onthuld en met haar vreugde
19.
en (ik) heb me verheugd bij Jeruzalem en (ik) heb me verblijd bij (de) volkeren van noch (hij) hoorde toe bij haar nog (eens) klank geween en klank (zij) heeft geschreeuwd
20.
niet (hij) was van daar nog (eens) onrecht dagen en baard die niet (hij) was vol (tot) dagen (...) hem dat de jeugd zoon honderd jaar (hij) stierf en de zondaar zoon honderd jaar (hij) vervloekte
21.
en bij ons huizen en (zij) hebben gewoond en (zij) hebben geplant als zijn hoog en (zij) hebben gegeten stieren
22.
niet (zij) bouwden en andere inwoner niet (zij) plantten en andere (hij) at dat zoals dagen van de boom dagen van met mij en Mozes handen (...) hen (zij) verwelkten BHIRI
23.
niet (zij) deedden moeite aan lege noch helpt bij de geboorte! LBELE dat nakomelingen bij (de) zachtheden van Jahweh deze (mv) WßAßAIEM (met) hen
24.
en (hij) is geweest voordat (zij) noemden en ik (ik) antwoordde nog (eens) zij spreken en ik (ik) hoorde toe
25.
wolf en naar dauw (zij) achtervolgden zoals een en leeuw zoals rundvee (hij) at haksel en slang stof (zij) hebben gestreden niet (zij) achtervolgden noch (zij) maakten kapot in alle heuvel heilig! woord Jahweh

Hoofdstuk 66

1.
zo woord Jahweh de hemel stoelen van en het land het bloed voeten van waar dit huis die (jullie) bouwden aan mij en waar dit plaats MNWHTI
2.
en (tot) alle deze handen van (zij) heeft gedaan en (zij) waren alle deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en naar dit (ik) keek naar arme en (wij) sloegen wind en bezorgde op spreek!
3.
slacht de os geslagen man slacht het lammetje nek hond hoogte geschenk bloed HZIR sekretaris witte zegen(t) kracht ook deze (mv) (zij) hebben gekozen bij (de) wegen (...) hen en bij (de) afgoden (...) hen ziel (...) hen (zij) heeft gewenst
4.
ook ik ABHR BTOLLIEM WMCWRTM Abia aan hen wegens (ik) heb genoemd en (er is) niet antwoord(t) woord (...) mij noch (zij) hebben toegehoord en (zij) hebben gemaakt juich! bij bestudeer! en wat betreft niet (ik) heb gewenst (zij) hebben gekozen
5.
(zij) hebben toegehoord woord Jahweh (de) bezorgde (mv) naar spreekt! (zij) hebben gesproken broers (...) jullie haat! (...) jullie MNDIKM opdat namen van (hij) was zwaar Jahweh en (wij) lieten zien bij (jij) bent blij geweest (...) jullie en zij (zij) zijn droog geweest
6.
klank draagt! (...) hen merk(t) op klank van paleis klank Jahweh Mesullam vergeld! aan vijanden (...) hem
7.
voordat THIL (zij) heeft gebaard voordat invoer koord aan haar WEMLIÐE man
8.
water van nieuws zoals deze water van (hij) heeft gezien zoals deze EIWHL land bij (de) dag één als baar(t) volk keer één dat (hij) is ziek geworden ook (zij) heeft gebaard Sion (tot) bouw! (er)naar
9.
(is het zo) dat ik ASBIR noch (ik) bracht voort (hij) sprak Jahweh als ik (is het zo) dat breng(t) voort en (ik) heb vastgehouden woord jouw God
10.
maakt blij! (tot) Jeruzalem en verheuugt je! bij haar alle heb lief! (er)naar verblijdt je! (met) haar vreugde alle (is het zo) dat rouwen op haar
11.
opdat TINQW en (jullie) zijn verzadigd geweest van roof (jij) troostte (er)naar opdat TMßW WETONCTM MZIZ naar eer
12.
dat zo woord Jahweh hier ben ik (wij) bogen om vetstaart zoals rivier vrede WKNHL vloeiende eer volken WINQTM op kant TNSAW en op zegen! (...) hen TSOSOW
13.
zoals man die moeder (...) hem (jij) troostte (...) ons zo ik (ik) troostte (...) jullie en met Jeruzalem (jullie) troostten
14.
en (jullie) hebben gezien en zes hart (...) jullie en botten (...) jullie zoals grasveld (zij) bloeide (...) haar en (zij) is bekend geworden hand Jahweh (tot) slaven (...) hem en woede (tot) vijanden (...) hem
15.
dat hier is Jahweh (hij) is verrot invoer WKXWPE rijtuigen (...) hem terug te geven bij (de) woede neus (...) hem en (jij) hebt bestraft (...) hem BLEBI vuur
16.
dat (hij) is verrot Jahweh NSPÐ en bij (het) zwaard (...) hem (tot) alle vlees en tienduizend ontheilig! Jahweh
17.
EMTQDSIM WEMÐERIM naar ECNWT andere één binnen eet! vlees (hij) heeft teruggegeven WESQß WEOKBR samen (zij) hebben toegevoegd (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
18.
en ik daden (...) hen WMHSBTIEM kom(t) te verzamelen (tot) alle de volken en de tongen en (zij) zijn gekomen en (zij) hebben gezien (tot) onderscheidingen van
19.
en (ik) heb geplaatst bij hen letter en (ik) heb gezonden (van)uit hen vluchtelingen naar de volken Tharsis PWL en Lud trek! boog wereld en doffer de eilanden de afstanden die niet (zij) hebben toegehoord (tot) hoor toe! noch (zij) hebben gezien (tot) onderscheidingen van en (zij) hebben verteld (tot) onderscheidingen van bij (de) volken
20.
en (zij) hebben gebracht (tot) alle broers (...) jullie van alle de volken geschenk aan Jahweh bij (de) paarden en bij (de) wagen en bij (de) gazellen WBPRDIM WBKRKRWT op heuvel heilig! Jeruzalem woord Jahweh zoals (zij) brachten bouw! Israël (tot) het geschenk bij (het) gereedschap zuivere huis Jahweh
21.
en ook (van)uit hen (ik) nam aan priesters aan Levieten woord Jahweh
22.
dat zoals de hemel de maanden en het land naar de maand die ik (hij) heeft gedaan staanders voor (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh zo (hij) stond vast nakomelingen (...) jullie en naam [van] (...) jullie
23.
en (hij) is geweest van die maand bij (de) maand (...) hem en van die sabbat bij (zij) hebben gerust invoer alle vlees zich diep te buigen voor woord Jahweh
24.
en voert uit! en (zij) hebben gezien bij blijf achter! de mensen de misdaden bij mij dat wormen (...) hen niet (jij) stierf en (hij) heeft zich schuldig gemaakt niet (jij) ging uit en (zij) zijn geweest schande aan alle vlees