Hoofdstuk 1

1.
en (hij) noemde naar Mozes en (hij) sprak Jahweh naar hem van tent ontmoeting te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen mens dat (hij) bood aan (van)uit jullie offer aan Jahweh vanuit de vee vanuit het rundvee en vanuit het kleinvee (jullie) boodden aan (tot) offer (...) jullie
3.
als blad (wij) hebben nader gebracht vanuit het rundvee man volledige (hij) bood aan (...) ons naar opening tent ontmoeting (hij) bood aan (met) hem aan wil (...) hem voor Jahweh
4.
en (hij) heeft gesteund (hij) bedankte op hoofd dat wat opgaat WNRßE als te verzoenen op hem
5.
en (hij) heeft geslacht (tot) zoon het rundvee voor Jahweh en (zij) hebben aangeboden bouw! Aäron de priesters (tot) het bloed en (zij) hebben gegooid (tot) het bloed op het altaar rondom die opening tent ontmoeting
6.
WEPSIÐ (tot) dat wat opgaat WNTH (met) haar LNTHIE
7.
en (zij) hebben gegeven bouw! Aäron de priester vuur op het altaar en (zij) hebben geordend bomen op het vuur
8.
en (zij) hebben geordend bouw! Aäron de priesters (tot) ENTHIM (tot) het hoofd en (tot) EPDR op de bomen die op het vuur die op het altaar
9.
en (zij) hebben nader gebracht WKROIW (hij) waste bij (het) water en (hij) heeft laten roken de priester (tot) (de) alle naar het altaar blad vrouw geur aangenaamheid aan Jahweh
10.
en als vanuit het kleinvee (wij) hebben nader gebracht vanuit de schapen of vanuit de geiten te verheffen man volledige (hij) bood aan (...) ons
11.
en (hij) heeft geslacht (met) hem op heup het altaar naar Noorden voor Jahweh en (zij) hebben gegooid bouw! Aäron de priesters (tot) (zij) hebben geleken op het altaar rondom
12.
WNTH (met) hem LNTHIW en (tot) hoofd (...) hem en (tot) PDRW en waarde de priester (met) hen op de bomen die op het vuur die op het altaar
13.
en bied aan! WEKROIM (hij) waste bij (het) water en (hij) heeft aangeboden de priester (tot) (de) alle en (hij) heeft laten roken naar het altaar blad hij vrouw geur aangename aan Jahweh
14.
en als vanuit de vogel blad (wij) hebben nader gebracht aan Jahweh en (hij) heeft aangeboden vanuit (is het zo) dat (jij) tilde op of vanuit bouw! de duif (tot) (wij) hebben nader gebracht
15.
en (zij) hebben aangeboden de priester naar het altaar WMLQ (tot) hoofd (...) hem en (hij) heeft laten roken naar het altaar WNMßE (zij) hebben geleken op muur het altaar
16.
en (hij) heeft verwijderd (tot) laten zien (...) hem BNßTE en (hij) heeft afgeworpen (met) haar naast het altaar (zij) is voorgegaan naar plaats (de) vette
17.
WSXO (met) hem bij (de) vleugels (...) hem niet IBDIL en (hij) heeft laten roken (met) hem de priester naar het altaar op de bomen die op het vuur blad hij vrouw geur aangename aan Jahweh

Hoofdstuk 2

1.
en ziel dat (jij) bood aan offer geschenk aan Jahweh bloem(meel) (hij) was (wij) hebben nader gebracht en (hij) heeft uitgegoten op haar olie en (hij) heeft gegeven op haar witte
2.
en (zij) heeft gebracht naar bouw! Aäron de priesters WQMß van daar (hij) is vol geweest QMßW naar van bloem(meel) en naar van olie op alle aan dochter (...) haar en (hij) heeft laten roken de priester (tot) herdenkingsplechtigheid (...) haar naar het altaar vrouw geur aangename aan Jahweh
3.
WENWTRT vanuit het geschenk aan Aäron en aan zonen (...) hem heiligheid heiligheden van vuur (...) mij Jahweh
4.
en dat (jij) bracht nader offer geschenk naar van neus TNWR bloem(meel) HLWT matze van BLWLT bij (de) olie WRQIQI voorschrift van zalf! (...) hen bij (de) olie
5.
en als geschenk op EMHBT offer (...) jou bloem(meel) vermengd bij (de) olie matze (jij) was
6.
PTWT (met) haar dwazen en (jij) hebt uitgegoten op haar olie geschenk hij
7.
en als geschenk van MRHST offer (...) jou bloem(meel) bij (de) olie (jij) deed
8.
en (jij) hebt gebracht (tot) het geschenk die (zij) heeft gemaakt van deze aan Jahweh en (zij) heeft aangeboden naar de priester WECISE naar het altaar
9.
en (hij) heeft opgetild de priester vanuit het geschenk (tot) herdenkingsplechtigheid (...) haar en (hij) heeft laten roken naar het altaar vrouw geur aangename aan Jahweh
10.
WENWTRT vanuit het geschenk aan Aäron en aan zonen (...) hem heiligheid heiligheden van vuur (...) mij Jahweh
11.
alle het geschenk die (jullie) boodden aan aan Jahweh niet (jij) deed zuurdesem dat alle rest en alle honing niet (jullie) lieten roken (van)uit hem vrouw aan Jahweh
12.
offer begin (jullie) boodden aan (met) hen aan Jahweh en naar het altaar niet (zij) verhieven aan geur aangename
13.
en alle offer geschenk (...) jou bij (het) zout TMLH noch (jij) zette stop zout verbond jouw God boven geschenk (...) jou op alle offer (...) jou (jij) bood aan zout
14.
en als (jij) bood aan geschenk van bij graven aan Jahweh lente QLWI (hij) is verrot verjaag! Karmel (jij) bood aan (tot) geschenk van eerstgeborenen (...) jou
15.
en (jij) hebt gegeven op haar olie en (jij) hebt geplaatst op haar witte geschenk hij
16.
en (hij) heeft laten roken de priester (tot) herdenkingsplechtigheid (...) haar naar terrein en naar van olie op alle aan dochter (...) haar vrouw aan Jahweh

Hoofdstuk 3

1.
en als slachting vergoedingen (wij) hebben nader gebracht als vanuit het rundvee hij bied(t) aan als man als vrouw volledige (hij) bood aan (...) ons voor Jahweh
2.
en (hij) heeft gesteund (hij) bedankte op hoofd (wij) hebben nader gebracht en (zij) hebben geslacht opening tent ontmoeting en (zij) hebben gegooid bouw! Aäron de priesters (tot) het bloed op het altaar rondom
3.
en (hij) heeft aangeboden altaar de vergoedingen vrouw aan Jahweh (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan! en (tot) alle de melk die op bied aan!
4.
en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die hoogtes (...) hen die op EKXLIM en (tot) het overschot van op de lever op de nieren (hij) verwijderde (...) haar
5.
en (zij) hebben laten roken (met) hem bouw! Aäron naar het altaar op dat wat opgaat die op de bomen die op het vuur vrouw geur aangename aan Jahweh
6.
en als vanuit het kleinvee (wij) hebben nader gebracht aan slachting vergoedingen aan Jahweh man of vrouw volledige (hij) bood aan (...) ons
7.
als schaap hij bied(t) aan (tot) (wij) hebben nader gebracht en (hij) heeft aangeboden (met) hem voor Jahweh
8.
en (hij) heeft gesteund (tot) (hij) bedankte op hoofd (wij) hebben nader gebracht en (hij) heeft geslacht (met) hem voor tent ontmoeting en (zij) hebben gegooid bouw! Aäron (tot) (zij) hebben geleken op het altaar rondom
9.
en (hij) heeft aangeboden altaar de vergoedingen vrouw aan Jahweh melk (...) hem de vetstaart volledige tegenover de advies (hij) verwijderde (...) haar en (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan! en (tot) alle de melk die op bied aan!
10.
en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die hoogtes (...) hen die op EKXLIM en (tot) het overschot van op de lever op (is het zo) dat (jij) bent geëindigd (hij) verwijderde (...) haar
11.
en (zij) hebben laten roken de priester naar het altaar brood vrouw aan Jahweh
12.
en als kracht (wij) hebben nader gebracht en (zij) hebben aangeboden voor Jahweh
13.
en (hij) heeft gesteund (tot) (hij) bedankte op hoofd (...) hem en (hij) heeft geslacht (met) hem voor tent ontmoeting en (zij) hebben gegooid bouw! Aäron (tot) (zij) hebben geleken op het altaar rondom
14.
en (hij) heeft aangeboden (van)uit hem (wij) hebben nader gebracht vrouw aan Jahweh (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan! en (tot) alle de melk die op bied aan!
15.
en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die hoogtes (...) hen die op EKXLIM en (tot) het overschot van op de lever op (is het zo) dat (jij) bent geëindigd (hij) verwijderde (...) haar
16.
en (hij) heeft laten roken (...) hen de priester naar het altaar brood vrouw aan geur aangename alle melk aan Jahweh
17.
grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie in alle nederzettingen (...) jullie alle melk en alle bloed niet (jullie) aten

Hoofdstuk 4

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël te spreken ziel dat (jij) zondigde bij (de) vergissing van alle voorschrift van Jahweh die niet (jullie) deedden en (hij) heeft gedaan van eerste van zij
3.
als de priester de Messias (hij) zondigde aan schuld van het volk en (hij) heeft aangeboden op zonde (...) hem die zondaar stier zoon rundvee volledige aan Jahweh aan zondoffer
4.
en (hij) heeft gebracht (tot) de stier naar opening tent ontmoeting voor Jahweh en (hij) heeft gesteund (tot) (hij) bedankte op hoofd de stier en (hij) heeft geslacht (tot) de stier voor Jahweh
5.
en lering de priester de Messias van bloed de stier en (hij) heeft gebracht (met) hem naar tent ontmoeting
6.
en (hij) heeft gedoopt de priester (tot) vinger (...) hem bij (het) bloed en deze vanuit het bloed zeven twee keer voor Jahweh (tot) aanzicht van voorhangsel wijd!
7.
en (hij) heeft gegeven de priester vanuit het bloed op hoornen altaar wierook de medicinale kruiden voor Jahweh die bij (de) tent ontmoeting en (tot) alle bloed de stier (hij) stortte naar fundament altaar dat wat opgaat die opening tent ontmoeting
8.
en (tot) alle melk stier (jij) hebt laten zondigen (hij) tilde op (van)uit hem (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) op bied aan! en (tot) alle de melk die op bied aan!
9.
en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die op hen die op EKXLIM en (tot) het overschot van op de lever op de nieren (hij) verwijderde (...) haar
10.
zoals Joram van os slachting de vergoedingen en (hij) heeft laten roken (...) hen de priester op altaar dat wat opgaat
11.
en (tot) huid de stier en (tot) alle kondigt aan! op hoofd (...) hem en op zoals kwaden (...) hem en (zij) hebben nader gebracht en (zij) hebben uitgespreid
12.
en (hij) heeft tevoorschijn gehaald (tot) alle de stier naar buiten aan kamp naar plaats zuivere naar monding (de) vette en engel (met) hem op bomen (hij) is verrot op monding (de) vette (hij) verbrandde
13.
en als alle getuige van Israël ISCW en schoen (...) hen woord bestudeer(t) (...) mij de menigte en Ezau één van alle voorschrift van Jahweh die niet (jullie) deedden en (zij) hebben zich schuldig gemaakt
14.
en (zij) is bekend geworden (jij) hebt laten zondigen die (zij) hebben gezondigd op haar en (zij) hebben aangeboden de menigte stier zoon rundvee aan zondoffer en (zij) hebben gebracht (met) hem voor tent ontmoeting
15.
en (zij) hebben gesteund ben oud! de getuige (tot) handen (...) hen op hoofd de stier voor Jahweh en (hij) heeft geslacht (tot) de stier voor Jahweh
16.
en (hij) heeft gebracht de priester de Messias van bloed de stier naar tent ontmoeting
17.
en (hij) heeft gedoopt de priester vinger (...) hem vanuit het bloed en deze zeven twee keer voor Jahweh (tot) aanzicht van het voorhangsel
18.
en vanuit het bloed (hij) gaf op (jij) bent gegroeid het altaar die voor Jahweh die bij (de) tent ontmoeting en (tot) alle het bloed (hij) stortte naar fundament altaar dat wat opgaat die opening tent ontmoeting
19.
en (tot) alle melk (...) hem (hij) tilde op (van)uit hem en (hij) heeft laten roken naar het altaar
20.
en (hij) heeft gedaan aan stier zoals (hij) heeft gedaan aan stier (jij) hebt laten zondigen zo (zij) heeft gemaakt als en dorp hoogtes (...) hen de priester en (hij) is vergeven aan hen
21.
en (hij) heeft tevoorschijn gehaald (tot) de stier naar buiten aan kamp en engel (met) hem zoals engel (tot) de stier (de) eerste zondoffer de menigte hij
22.
die vorst (hij) zondigde en (hij) heeft gedaan één van alle voorschrift van Jahweh zijn God die niet (jullie) deedden bij (de) vergissing en (hij) heeft zich schuldig gemaakt
23.
of deel mee! naar hem zonde (...) hem die zondaar bij haar en (hij) heeft gebracht (tot) (wij) hebben nader gebracht bok geiten man volledige
24.
en (hij) heeft gesteund (hij) bedankte op hoofd de bok en (hij) heeft geslacht (met) hem bij (de) plaats die (hij) slachtte (tot) dat wat opgaat voor Jahweh zondoffer hij
25.
en lering de priester van bloed (jij) hebt laten zondigen bij (de) vinger (...) hem en (hij) heeft gegeven op (jij) bent gegroeid altaar dat wat opgaat en (tot) (zij) hebben geleken (hij) stortte naar fundament altaar dat wat opgaat
26.
en (tot) alle melk (...) hem (hij) liet roken naar het altaar zoals melk slachting de vergoedingen en dorp op hem de priester van zonde (...) hem en (hij) is vergeven als
27.
en als ziel één (jij) zondigde bij (de) vergissing bij vandaan het land bij (zij) heeft gedaan één van voorschrift van Jahweh die niet (jullie) deedden en (hij) heeft zich schuldig gemaakt
28.
of deel mee! naar hem zonde (...) hem die zondaar en (hij) heeft gebracht (wij) hebben nader gebracht SOIRT geiten volledige vrouw op zonde (...) hem die zondaar
29.
en (hij) heeft gesteund (tot) (hij) bedankte op hoofd (jij) hebt laten zondigen en (hij) heeft geslacht (tot) (jij) hebt laten zondigen bij (de) plaats dat wat opgaat
30.
en lering de priester naar van bloed bij (de) vinger (...) hem en (hij) heeft gegeven op (jij) bent gegroeid altaar dat wat opgaat en (tot) alle (hij) heeft geleken (hij) stortte naar fundament het altaar
31.
en (tot) alle naar melk (hij) verwijderde zoals EWXR melk boven slachting de vergoedingen en (hij) heeft laten roken de priester naar het altaar aan geur aangename aan Jahweh en dorp op hem de priester en (hij) is vergeven als
32.
en als schaap (hij) bracht (wij) hebben nader gebracht aan zondoffer vrouw volledige (hij) bracht (...) haar
33.
en (hij) heeft gesteund (tot) (hij) bedankte op hoofd (jij) hebt laten zondigen en (hij) heeft geslacht (met) haar aan zondoffer bij (de) plaats die (hij) slachtte (tot) dat wat opgaat
34.
en lering de priester van bloed (jij) hebt laten zondigen bij (de) vinger (...) hem en (hij) heeft gegeven op (jij) bent gegroeid altaar dat wat opgaat en (tot) alle (hij) heeft geleken (hij) stortte naar fundament het altaar
35.
en (tot) alle naar melk (hij) verwijderde zoals IWXR melk het schaap altaar de vergoedingen en (hij) heeft laten roken de priester (met) hen naar het altaar op vuur (...) mij Jahweh en dorp op hem de priester op zonde (...) hem die zondaar en (hij) is vergeven als

Hoofdstuk 5

1.
en ziel dat (jij) zondigde en (zij) heeft toegehoord klank deze en hij tot of (hij) heeft gezien of (hij) heeft geweten als toch niet (hij) vertelde en verheven misdaad (...) hem
2.
of ziel die (zij) stierf in alle woord onreine of bij (jij) bent verwelkt dier onreinheid of bij (jij) bent verwelkt vee onreinheid of bij (jij) bent verwelkt (hij) heeft gekrioeld onreine en schoen (...) hen (van)uit hem en hij onreine en (hij) heeft zich schuldig gemaakt
3.
of dat vermoeide bij (jij) hebt onrein verklaard mens aan alle onreinheid (...) hem die (hij) verklaarde onrein bij haar en schoen (...) hen (van)uit hem en hij (hij) heeft geweten en (hij) heeft zich schuldig gemaakt
4.
of ziel dat (jij) was verzadigd uit te spreken bij (de) lippen aan het kwaad of goed te doen aan alle die (hij) sprak uit de mens bij zeven en schoen (...) hen (van)uit hem en hij (hij) heeft geweten en (hij) heeft zich schuldig gemaakt aan één van deze
5.
en (hij) is geweest dat (hij) maakte zich schuldig aan één van deze en de dank die zondaar op haar
6.
en (hij) heeft gebracht (tot) (zij) hebben zich schuldig gemaakt aan Jahweh op zonde (...) hem die zondaar vrouw vanuit het kleinvee als (zij) is teruggekeerd of SOIRT geiten aan zondoffer en dorp op hem de priester van zonde (...) hem
7.
en als niet (jij) kwam toe (hij) bedankte welke lammetje en (hij) heeft gebracht (tot) (zij) hebben zich schuldig gemaakt die zondaar schering (jij) tilde op of tweede bouw! duif aan Jahweh één aan zondoffer en één te verheffen
8.
en (hij) heeft gebracht (met) hen naar de priester en (hij) heeft aangeboden (tot) die aan zondoffer eerste WMLQ (tot) hoofd (...) hem tegenover (zij) hebben gedropen noch IBDIL
9.
en deze van bloed (jij) hebt laten zondigen op muur het altaar en de geblevene bij (het) bloed IMßE naar fundament het altaar zondoffer hij
10.
en (tot) (de) tweede (zij) heeft gemaakt blad zoals rechtsregel en dorp op hem de priester van zonde (...) hem die zondaar en (hij) is vergeven als
11.
en als niet (jij) bereikte (hij) bedankte aan schering (jij) tilde op of aan tweede bouw! duif en (hij) heeft gebracht (tot) (wij) hebben nader gebracht die zondaar OSIRT naar de neus bloem(meel) aan zondoffer niet (hij) plaatste op haar olie noch (hij) gaf op haar witte dat zondoffer hij
12.
en (zij) heeft gebracht naar de priester WQMß de priester (van)uit haar volheid QMßW (tot) herdenkingsplechtigheid (...) haar en (hij) heeft laten roken naar het altaar op vuur (...) mij Jahweh zondoffer hij
13.
en dorp op hem de priester op zonde (...) hem die zondaar van eerste van deze en (hij) is vergeven als en (zij) is geweest aan priester zoals geschenk
14.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
15.
ziel dat (zij) ontvreemdde boven en (zij) heeft gezondigd bij (de) vergissing heilig(t) (...) mij Jahweh en (hij) heeft gebracht (tot) (zij) hebben zich schuldig gemaakt aan Jahweh ram volledige vanuit het kleinvee bij (de) waarde (...) jou zilver munten bij (de) munt wijd! aan vuur (...) hen
16.
en (tot) die zondaar vanuit wijd! (hij) betaalde en (tot) HMISTW Jozef op hem en (hij) heeft gegeven (met) hem aan priester en de priester (hij) verzoende op hem bij (de) ram (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (hij) is vergeven als
17.
en als ziel dat (jij) zondigde en (zij) heeft gedaan één van alle voorschrift van Jahweh die niet (jullie) deedden noch (hij) heeft geweten en (hij) heeft zich schuldig gemaakt en verheven misdaad (...) hem
18.
en (hij) heeft gebracht ram volledige vanuit het kleinvee bij (de) waarde (...) jou aan vuur (...) hen naar de priester en dorp op hem de priester op vergissing (...) hem die SCC en hij niet (hij) heeft geweten en (hij) is vergeven als
19.
(hij) heeft zich schuldig gemaakt hij (hij) heeft zich schuldig gemaakt (hij) heeft zich schuldig gemaakt aan Jahweh
20.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
21.
ziel dat (jij) zondigde en hoogte boven bij Jahweh en (hij) heeft gelogen BOMITW bij beveelt! (...) hen of BTSWMT hand of bij (de) roof of afzetterij (tot) OMITW
22.
of (hij) heeft gevonden (zij) is verloren gegaan en (hij) heeft gelogen bij haar en (hij) heeft gezworen op leugen op één van alle die (zij) heeft gemaakt de mens te zondigen bij zij
23.
en (hij) is geweest dat (hij) zondigde en (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (hij) heeft teruggegeven (tot) de buit die roof of (tot) de afzetterij die afzetterij of (tot) (is het zo) dat beveelt! (...) hen die leg neer! (met) hem of (tot) (is het zo) dat (zij) is verloren gegaan die (hij) heeft gevonden
24.
of van alle die (hij) was verzadigd op hem te liegen en gehele (met) hem bij (het) hoofd (...) hem WHMSTIW (hij) heeft toegevoegd op hem te bevestigen hij als (hij) gaf (...) ons bij (de) dag schuld (...) hem
25.
en (tot) (zij) hebben zich schuldig gemaakt (hij) bracht aan Jahweh ram volledige vanuit het kleinvee bij (de) waarde (...) jou aan vuur (...) hen naar de priester
26.
en dorp op hem de priester voor Jahweh en (hij) is vergeven als op één van alle die (zij) heeft gemaakt aan schuld bij haar

Hoofdstuk 6

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
opdracht (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem te spreken deze Wetboek van dat wat opgaat hij dat wat opgaat op MWQDE op het altaar alle de nacht tot het rundvee en vuur het altaar TWQD bij hem
3.
en (hij) heeft zich bekleed de priester MDW tak WMKNXI tak (hij) bekleedde zich op kondigt aan! en (hij) heeft opgetild (tot) (de) vette die (jij) at het vuur (tot) dat wat opgaat op het altaar en zijn naam naast het altaar
4.
en kleed uit! (tot) kledingstukken (...) hem en (hij) heeft zich bekleed kledingstukken anderen en (hij) heeft tevoorschijn gehaald (tot) (de) vette naar buiten aan kamp naar plaats zuivere
5.
en het vuur op het altaar TWQD bij hem niet (jij) ging uit en onwetende op haar de priester bomen bij (het) rundvee bij (het) rundvee en waarde op haar dat wat opgaat en (hij) heeft laten roken op haar melk-en van de vergoedingen
6.
vuur altijd TWQD op het altaar niet (jij) ging uit
7.
en deze Wetboek van het geschenk bied aan! (met) haar bouw! Aäron voor Jahweh naar aanzicht van het altaar
8.
en (hij) heeft opgetild (van)uit hem BQMßW van bloem(meel) het geschenk en naar van olie en (tot) alle (de) witte die op het geschenk en (hij) heeft laten roken het altaar geur aangename herdenkingsplechtigheid (...) haar aan Jahweh
9.
WENWTRT (van)uit haar (zij) aten Aäron en zonen (...) hem voorschrift van (jij) at bij (de) plaats heiligheid bij (het) grondgebied tent ontmoeting (zij) aten (er)naar
10.
niet TAPE zuurdesem deel (...) hen (ik) heb gegeven (met) haar van vuur (...) mij heiligheid heiligheden hij zoals zondoffer WKASM
11.
alle man bij bouw! Aäron (hij) at (...) haar wet eeuwigheid aan generaties (...) jullie van vuur (...) mij Jahweh alle die vermoeide bij hen (hij) heiligde
12.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
13.
dit offer Aäron en zonen (...) hem die (zij) boodden aan aan Jahweh bij (de) dag (is het zo) dat (hij) heeft gezalfd (met) hem OSIRT naar de neus bloem(meel) geschenk altijd MHßITE bij (het) rundvee WMHßITE bij (de) aangename
14.
op MHBT bij (de) olie (jij) deed MRBKT (jullie) brachten TPINI geschenk van dwazen (jij) bood aan geur aangename aan Jahweh
15.
en de priester de Messias in de plaats van hem van zonen (...) hem (zij) heeft gemaakt (met) haar wet eeuwigheid aan Jahweh zoals nacht (jij) rookte
16.
en alle geschenk van priester zoals nacht (jij) was niet (jij) at
17.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
18.
woord naar Aäron en naar zonen (...) hem te spreken deze Wetboek van (jij) hebt laten zondigen bij (de) plaats die (zij) slachtte dat wat opgaat (zij) slachtte (jij) hebt laten zondigen voor Jahweh heiligheid heiligheden hij
19.
de priester (is het zo) dat om te zondigen (met) haar (hij) at (...) haar bij (de) plaats heiligheid (jij) at bij (het) grondgebied tent ontmoeting
20.
alle die vermoeide naar bij (het) vlees (hij) heiligde en die IZE naar van bloed op het kleed die IZE op haar (jij) waste bij (de) plaats heiligheid
21.
en gereedschap stille die TBSL bij hem (hij) brak en als bij (het) gereedschap koper bij Sela WMRQ WSÐP bij (het) water
22.
alle man bij (de) priesters (hij) at (met) haar heiligheid heiligheden hij
23.
en alle zondoffer die IWBA naar van bloed naar tent ontmoeting te verzoenen bij (de) heiligheid niet (jij) at (hij) is verrot (jij) verbrandde

Hoofdstuk 7

1.
en deze Wetboek van (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt heiligheid heiligheden hij
2.
bij (de) plaats die (zij) slachtten (tot) dat wat opgaat (zij) slachtten (tot) (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (tot) (zij) hebben geleken IZRQ op het altaar rondom
3.
en (tot) alle melk (...) hem (hij) bood aan (van)uit hem (tot) de vetstaart en (tot) de melk (is het zo) dat bedek(t) (tot) bied aan!
4.
en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) de melk die op hen die op EKXLIM en (tot) het overschot van op de lever op (is het zo) dat (jij) bent geëindigd (hij) verwijderde (...) haar
5.
en (hij) heeft laten roken (met) hen de priester naar het altaar vrouw aan Jahweh (hij) heeft zich schuldig gemaakt hij
6.
alle man bij (de) priesters (hij) at (...) ons bij (de) plaats heilige (hij) at heiligheid heiligheden hij
7.
zoals zondoffer als (hij) heeft zich schuldig gemaakt Wetboek één aan hen de priester die (hij) verzoende bij hem als (hij) was
8.
en de priester (is het zo) dat bied(t) aan (tot) opgaan man huid dat wat opgaat die (hij) heeft aangeboden aan priester als (hij) was
9.
en alle geschenk die TAPE BTNWR en alle (hij) is gedaan BMRHST en op MHBT aan priester (is het zo) dat bied(t) aan (met) haar als (jij) was
10.
en alle geschenk vermengd bij (de) olie en droog land aan alle bouw! Aäron (jij) was man zoals broers (...) hem
11.
en deze Wetboek van slachting de vergoedingen die (hij) bood aan aan Jahweh
12.
als op dank (hij) bood aan (...) ons en (hij) heeft aangeboden op slachting de dank HLWT voorschrift van BLWLT bij (de) olie WRQIQI voorschrift van zalf! (...) hen bij (de) olie en bloem(meel) MRBKT HLT BLWLT bij (de) olie
13.
op HLT brood zuurdesem (hij) bood aan (wij) hebben nader gebracht op slachting dank van betaal! (...) hem
14.
en (hij) heeft aangeboden (van)uit hem één van alle offer bijdrage aan Jahweh aan priester (is het zo) dat (hij) heeft gegooid (tot) bloed de vergoedingen als (hij) was
15.
en vlees slachting dank van betaal! (...) hem bij (de) dag (wij) hebben nader gebracht (hij) at niet (hij) gaf rust (van)uit hem tot rundvee
16.
en als gelofte of (zij) heeft geschonken slachting (wij) hebben nader gebracht bij (de) dag (zij) hebben aangeboden (tot) (zij) hebben geslacht (hij) at en de volgende dag en (de) overgebleven (van)uit hem (hij) at
17.
en (de) overgebleven kondig(t) aan de slachting bij (de) dag (de) derde (hij) is verrot (hij) verbrandde
18.
en als voed! (hij) at kondig(t) aan slachting betaal! (...) hem bij (de) dag (de) derde niet (hij) rende (er)naar (is het zo) dat bied(t) aan (met) hem niet (hij) berekende als PCWL (hij) was en de ziel (jij) hebt gevoed (van)uit hem antwoord(t) (jij) droeg
19.
en het vlees die vermoeide in alle onreine niet (hij) at (hij) is verrot (hij) verbrandde en het vlees alle zuivere (hij) at vlees
20.
en de ziel die (jij) at vlees altaar de vergoedingen die aan Jahweh en onreinheid (...) hem op hem en (zij) is afgehakt de ziel dat naar van volkeren
21.
en ziel dat (zij) stierf in alle onreine bij (jij) hebt onrein verklaard mens of bij (de) vee onreinheid of in alle verafschuw! onreine en eten kondig(t) aan slachting de vergoedingen die aan Jahweh en (zij) is afgehakt de ziel dat naar van volkeren
22.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
23.
woord naar bouw! Israël te spreken alle melk os en schaap en kracht niet (jullie) aten
24.
en melk kadaver en melk (zij) heeft verscheurd (zij) heeft gemaakt aan alle handwerk en eten niet (jullie) aten (...) hem
25.
dat alle eten melk vanuit de vee die (hij) bood aan (van)uit haar vrouw aan Jahweh en (zij) is afgehakt de ziel (jij) hebt gevoed naar van volkeren
26.
en alle bloed niet (jullie) aten in alle nederzettingen (...) jullie te vliegen en aan vee
27.
alle ziel die (jij) at alle bloed en (zij) is afgehakt de ziel dat naar van volkeren
28.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
29.
woord naar bouw! Israël te spreken (is het zo) dat bied(t) aan (tot) slachting betaal! (...) hem aan Jahweh (hij) bracht (tot) (wij) hebben nader gebracht aan Jahweh altaar betaal! (...) hem
30.
handen (...) hem (jij) bracht (...) haar (tot) vuur (...) mij Jahweh (tot) de melk op de borst (hij) bracht (...) ons (tot) de borst te zwaaien (met) hem opwaartse zwaai voor Jahweh
31.
en (hij) heeft laten roken de priester (tot) de melk naar het altaar en (hij) is geweest de borst aan Aäron en aan zonen (...) hem
32.
en (tot) onderbeen de rechterhand (jullie) gaven bijdrage aan priester altaars van betaal! (...) jullie
33.
(is het zo) dat bied(t) aan (tot) bloed de vergoedingen en (tot) de melk van zonen van Aäron als (jij) was onderbeen de rechterhand te benoemen
34.
dat (tot) borst de opwaartse zwaai en (tot) onderbeen de bijdrage (ik) heb genomen honderd bouw! Israël altaars van SLMIEM en (met) hen (met) hen aan Aäron de priester en aan zonen (...) hem aan wet eeuwigheid honderd bouw! Israël
35.
deze (jij) hebt gezalfd Aäron en (jij) hebt gezalfd zonen (...) hem van vuur (...) mij Jahweh bij (de) dag (hij) heeft aangeboden (met) hen aan priester aan Jahweh
36.
die geef opdracht! Jahweh te geven aan hen bij (de) dag (zij) hebben gezalfd (met) hen honderd bouw! Israël grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) hen
37.
deze het Wetboek te verheffen aan geschenk en aan zondoffer en aan vuur (...) hen WLMLWAIM en aan slachting de vergoedingen
38.
die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes bij (de) heuvel Sinaï bij (de) dag ßWTW (tot) bouw! Israël aan te bieden (tot) offers (...) hen aan Jahweh bij (de) woestijn Sinaï

Hoofdstuk 8

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
neem! (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem (met) hem en (tot) de kledingstukken en (tot) olie de zalf en (tot) stier (jij) hebt laten zondigen en (tot) tweede de rammen en (tot) XL het voorschrift van
3.
en (tot) alle de getuige de menigte naar opening tent ontmoeting
4.
en (hij) heeft gemaakt Mozes zoals geef opdracht! Jahweh (met) hem en (zij) verzamelde de getuige naar opening tent ontmoeting
5.
en (hij) sprak Mozes naar de getuige dit het woord die geef opdracht! Jahweh te doen
6.
en (hij) bracht nader Mozes (tot) Aäron en (tot) zonen (...) hem en (hij) waste (met) hen bij (het) water
7.
en (hij) gaf op hem (tot) de hemd en (hij) omgordde (met) hem BABNÐ en (hij) bekleedde zich (met) hem (tot) de mantel en (hij) gaf op hem (tot) het priesterkleed en (hij) omgordde (met) hem bij bereken! het priesterkleed WIAPD als bij hem
8.
en pas toe! op hem (tot) het borstschild en (hij) gaf naar het borstschild (tot) de lichten en (tot) (de) volledige
9.
en pas toe! (tot) de muts op hoofd (...) hem en pas toe! op de muts naar tegenover aanzichten (...) hem (tot) bloesem het goud kroon wijd! zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
10.
en (hij) nam Mozes (tot) olie de zalf en (hij) zalfde (tot) de residentie en (tot) alle die bij hem en (hij) heiligde (met) hen
11.
WIZ (van)uit hem op het altaar zeven twee keer en (hij) zalfde (tot) het altaar en (tot) alle gereedschappen (...) hem en (tot) (hij) heeft herkend en (tot) (zij) hebben genoemd te heiligen (...) hen
12.
en (hij) heeft uitgegoten van olie de zalf op hoofd Aäron en (hij) zalfde (met) hem te heiligen (...) hem
13.
en (hij) bracht nader Mozes (tot) bouw! Aäron en (hij) bekleedde zich (...) hen hemd en (hij) omgordde (met) hen ABNÐ en (hij) verbond aan hen van heuvels zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
14.
en (hij) is genaderd (tot) stier (jij) hebt laten zondigen en (hij) steunde Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd stier (jij) hebt laten zondigen
15.
en (hij) slachtte en (hij) nam Mozes (tot) het bloed en (hij) gaf op hoornen het altaar rondom bij (de) vinger (...) hem en (hij) zondigde (tot) het altaar en (tot) het bloed (hij) heeft uitgegoten naar fundament het altaar en (zij) heiligden (...) hem te verzoenen op hem
16.
en (hij) nam (tot) alle de melk die op bied aan! en (tot) overschot van de lever en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) melk-en (...) hen en (hij) rookte Mozes naar het altaar
17.
en (tot) de stier en (tot) (zij) hebben blootgelegd en (tot) kondigt aan! en (tot) (zij) hebben uitgespreid engel (hij) is verrot buiten aan kamp zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
18.
en (hij) bracht nader (tot) ram dat wat opgaat en (zij) steunden Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd de ram
19.
en (hij) slachtte en (hij) gooide Mozes (tot) het bloed op het altaar rondom
20.
en (tot) de ram NTH LNTHIW en (hij) rookte Mozes (tot) het hoofd en (tot) ENTHIM en (tot) EPDR
21.
en (tot) bied aan! en (tot) EKROIM (hij) heeft gewassen bij (het) water en (hij) rookte Mozes (tot) alle de ram naar het altaar blad hij aan geur aangename vrouw hij aan Jahweh zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
22.
en (hij) bracht nader (tot) de ram (de) tweede ram (is het zo) dat ben vol! (...) hen en (zij) steunden Aäron en zonen (...) hem (tot) handen (...) hen op hoofd de ram
23.
en (hij) slachtte en (hij) nam Mozes van bloed (...) hem en (hij) gaf op geeft! (...) jou oor Aäron rechtse en op bij hen (hij) bedankte rechtse en op bij hen voet (...) hem rechtse
24.
en (hij) bracht nader (tot) bouw! Aäron en (hij) gaf Mozes vanuit het bloed op geeft! (...) jou oor (...) hen rechtse en op bij hen (hij) leek rechtse en op bij hen voet (...) hen rechtse en (hij) gooide Mozes (tot) het bloed op het altaar rondom
25.
en (hij) nam (tot) de melk en (tot) de vetstaart en (tot) alle de melk die op bied aan! en (tot) overschot van de lever en (tot) schering (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) melk-en (...) hen en (tot) onderbeen de rechterhand
26.
WMXL het voorschrift van die voor Jahweh lering HLT matze één WHLT brood olie één WRQIQ één en pas toe! op de melk-en en op onderbeen de rechterhand
27.
en (hij) gaf (tot) (de) alle op zoals mond van Aäron en op zoals mond van zonen (...) hem WINP (met) hen opwaartse zwaai voor Jahweh
28.
en (hij) nam Mozes (met) hen boven lepels (...) hen en (hij) rookte naar het altaar op dat wat opgaat ben vol! (...) hen zij aan geur aangename vrouw hij aan Jahweh
29.
en (hij) nam Mozes (tot) de borst en (zij) zwaaiden (...) hem opwaartse zwaai voor Jahweh van ram (is het zo) dat ben vol! (...) hen aan Mozes (hij) is geweest te benoemen zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
30.
en (hij) nam Mozes van olie de zalf en vanuit het bloed die op het altaar WIZ op Aäron op kledingstukken (...) hem en op zonen (...) hem en op bij (het) bokje zonen (...) hem (met) hem en (hij) heiligde (tot) Aäron (tot) kledingstukken (...) hem en (tot) zonen (...) hem en (tot) bij (het) bokje zonen (...) hem (met) hem
31.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron en naar zonen (...) hem bij (de) kwartel (tot) het vlees opening tent ontmoeting en naam [van] (jullie) aten (met) hem en (tot) het brood die BXL (is het zo) dat ben vol! (...) hen zoals (ik) heb opdracht gegeven te spreken Aäron en zonen (...) hem (zij) aten (...) hem
32.
en (de) overgebleven bij (het) vlees en bij (het) brood (hij) is verrot (jullie) verbrandden
33.
en doe(t) open tent ontmoeting niet (jullie) gingen uit zeven dagen tot dag (jij) bent vol geweest dagen van ben vol! (...) jullie dat zeven dagen (hij) was vol (tot) hand (...) jullie
34.
zoals (hij) heeft gedaan bij (de) dag deze geef opdracht! Jahweh te maken te verzoenen op jullie
35.
en opening tent ontmoeting (jullie) woonden dag (...) hen en nacht zeven dagen en (jullie) hebben gehouden (tot) bewaring Jahweh noch (jullie) stierven dat zo (ik) heb opdracht gegeven
36.
en (hij) heeft gemaakt Aäron en zonen (...) hem (tot) alle de woorden die geef opdracht! Jahweh bij (de) hand Mozes

Hoofdstuk 9

1.
en wees bij (de) dag (de) achtste (hij) heeft genoemd Mozes aan Aäron en aan zonen (...) hem en aan baarden van Israël
2.
en (hij) sprak naar Aäron neem! aan jou stierkalf zoon rundvee aan zondoffer en ram te verheffen volledige (mv) en bied aan! voor Jahweh
3.
en naar bouw! Israël (jij) sprak te spreken neemt! bok geiten aan zondoffer en stierkalf en schaap bouw! jaar volledige (mv) te verheffen
4.
en os en ram aan vergoedingen aan slachting voor Jahweh en geschenk vermengd bij (de) olie dat vandaag Jahweh (wij) lieten zien naar jullie
5.
en (zij) namen (tot) die geef opdracht! Mozes naar aanzicht van tent ontmoeting en (zij) brachten nader alle de getuige en (zij) stondden vast voor Jahweh
6.
en (hij) sprak Mozes dit het woord die geef opdracht! Jahweh (jullie) maakten en gezien naar jullie eer Jahweh
7.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron binnenste naar het altaar en (hij) heeft gedaan (tot) zondoffer (...) jou en (tot) opgaan (...) jou en dorp bij (de) getuige (...) jou en door het volk en (hij) heeft gedaan (tot) offer het volk en dorp bij (de) getuige (...) hen zoals geef opdracht! Jahweh
8.
en (hij) bracht nader Aäron naar het altaar en (hij) slachtte (tot) stierkalf (jij) hebt laten zondigen die als
9.
en (zij) brachten nader bouw! Aäron (tot) het bloed naar hem en (hij) doopte vinger (...) hem bij (het) bloed en (hij) gaf op hoornen het altaar en (tot) het bloed (hij) heeft uitgegoten naar fundament het altaar
10.
en (tot) de melk en (tot) (is het zo) dat (jij) bent geëindigd en (tot) het overschot van vanuit de lever vanuit (jij) hebt laten zondigen (hij) heeft laten roken naar het altaar zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes
11.
en (tot) het vlees en (tot) de huid engel (hij) is verrot buiten aan kamp
12.
en (hij) slachtte (tot) dat wat opgaat en (zij) vondden bouw! Aäron naar hem (tot) het bloed en (zij) gooiden (...) hem op het altaar rondom
13.
en (tot) dat wat opgaat EMßIAW naar hem LNTHIE en (tot) het hoofd en (hij) rookte op het altaar
14.
en (hij) waste (tot) bied aan! en (tot) EKROIM en (hij) rookte op dat wat opgaat naar het altaar
15.
en (hij) bracht nader (tot) offer het volk en (hij) nam (tot) bok (jij) hebt laten zondigen die aan volk en (zij) slachtten (...) hem en (zij) zondigden (...) hem zoals eerste
16.
en (hij) bracht nader (tot) dat wat opgaat en (zij) heeft gemaakt zoals rechtsregel
17.
en (hij) bracht nader (tot) het geschenk en (hij) was vol lepel (...) hem (van)uit haar en (hij) rookte op het altaar weg van tak opgaan het rundvee
18.
en (hij) slachtte (tot) de os en (tot) de ram slachting de vergoedingen die aan volk en (zij) vondden bouw! Aäron (tot) het bloed naar hem en (zij) gooiden (...) hem op het altaar rondom
19.
en (tot) de melk-en vanuit de os en vanuit de ram de vetstaart WEMKXE en de nier van en overschot van de lever
20.
en (zij) plaatsten (tot) de melk-en op EHZWT en (hij) rookte de melk-en naar het altaar
21.
en (tot) EHZWT en (tot) onderbeen de rechterhand (hij) heeft gezwaaid Aäron opwaartse zwaai voor Jahweh zoals geef opdracht! Mozes
22.
en (hij) droeg Aäron (tot) (hij) bedankte naar het volk en (hij) zegende (...) hen en (hij) is gedaald om te maken (jij) hebt laten zondigen en dat wat opgaat en de vergoedingen
23.
en (hij) kwam Mozes en Aäron naar tent ontmoeting en voert uit! en (zij) zegenden (tot) het volk en gezien eer Jahweh naar alle het volk
24.
en (jij) ging uit vuur weg van aanzicht van Jahweh en (jij) at op het altaar (tot) dat wat opgaat en (tot) de melk-en en gezien alle het volk WIRNW en (zij) vielen op aanzichten (...) hen

Hoofdstuk 10

1.
en (zij) namen bouw! Aäron (hij) heeft geschonken en Abihu man MHTTW en (zij) gaven bij hen vuur en (zij) plaatsten op haar wierook en (zij) boodden aan voor Jahweh vuur (hij) heeft uitgestrooid die niet geef opdracht! (met) hen
2.
en (jij) ging uit vuur weg van aanzicht van Jahweh en (jij) at hen en (zij) stierven voor Jahweh
3.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron hij die woord Jahweh te spreken bij breng nader! (ik) werd geheiligd en op aanzicht van alle het volk (ik) eerde en (hij) leek Aäron
4.
en (hij) noemde Mozes naar MISAL en naar ALßPN bouw! Uzziël tepel Aäron en (hij) sprak naar hen (zij) hebben nader gebracht draagt! (tot) broers (...) jullie honderd aanzicht van wijd! naar buiten aan kamp
5.
en (zij) brachten nader en (hij) droeg (...) hen bij (de) hemd (...) hen naar buiten aan kamp zoals woord Mozes
6.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron en aan Eleazar en aan Ithamar zonen (...) hem hoofden (...) jullie naar TPROW en kledingstukken (...) jullie niet TPRMW noch (jij) stierf (...) hem en op alle de getuige (hij) maakte zich kwaad en broers (...) jullie alle huis Israël (zij) weenden (tot) (is het zo) dat (zij) heeft verbrand die engel Jahweh
7.
en doe(t) open tent ontmoeting niet (jullie) gingen uit opdat niet (jij) stierf (...) hem dat olie (jij) hebt gezalfd Jahweh op jullie en (zij) hebben gemaakt zoals woord Mozes
8.
en (hij) sprak Jahweh naar Aäron te spreken
9.
wijn en beloning naar (zij) legde (met) haar en zonen (...) jou (met) jou bij (hij) is gekomen (...) jullie naar tent ontmoeting noch (jij) stierf (...) hem grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie
10.
WLEBDIL tussen wijd! en tussen (hij) is begonnen te en tussen (de) onreine en tussen (de) zuivere
11.
WLEWRT (tot) bouw! Israël (tot) alle de wetten die woord Jahweh naar hen bij (de) hand Mozes
12.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron en naar Eleazar en naar Ithamar zonen (...) hem (is het zo) dat blijven over neemt! (tot) het geschenk (is het zo) dat (jij) bent overgebleven van vuur (...) mij Jahweh en (zij) hebben gegeten (er)naar voorschrift van naast het altaar dat heiligheid heiligheden hij
13.
en (jullie) hebben gegeten (met) haar bij (de) plaats heilige dat wet (...) jou en wet zonen (...) jou hij van vuur (...) mij Jahweh dat zo (ik) heb opdracht gegeven
14.
en (tot) borst de opwaartse zwaai en (tot) onderbeen de bijdrage (jullie) aten bij (de) plaats zuivere (met) haar en zonen (...) jou en dochters (...) jou (met) jou dat wet (...) jou en wet zonen (...) jou (zij) hebben gegeven altaars van betaal! bouw! Israël
15.
onderbeen de bijdrage en borst de opwaartse zwaai op vuur (...) mij de melk-en (zij) brachten te zwaaien opwaartse zwaai voor Jahweh en (hij) is geweest aan jou en aan zonen (...) jou (met) jou aan wet eeuwigheid zoals geef opdracht! Jahweh
16.
en (tot) bok (jij) hebt laten zondigen advies advies Mozes en hier is engel en (hij) maakte zich kwaad op Eleazar en op Ithamar bouw! Aäron de overgeblevene (...) hen te spreken
17.
waarom? niet (jullie) hebben gegeten (tot) (jij) hebt laten zondigen bij (de) plaats wijd! dat heiligheid heiligheden hij en (met) haar (hij) heeft gegeven aan jullie te dragen (tot) vijandige de getuige te verzoenen op hen voor Jahweh
18.
èn niet EWBA (tot) (hij) heeft geleken naar wijd! naar aanzicht eten (jullie) aten (met) haar bij (de) heiligheid zoals (ik) heb opdracht gegeven
19.
en (hij) sprak Aäron naar Mozes èn vandaag (zij) hebben aangeboden (tot) (jullie) hebben gezondigd en (tot) opgaan (...) hen voor Jahweh en (jullie) noemden (met) mij zoals deze en (ik) heb gegeten zondoffer vandaag (is het zo) dat (hij) was goed bij bestudeer! Jahweh
20.
en (hij) hoorde toe Mozes en (hij) was goed bij (de) ogen (...) hem

Hoofdstuk 11

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron te spreken naar hen
2.
spreekt! naar bouw! Israël te spreken deze het dier die (jullie) aten van alle de vee die op het land
3.
alle MPRXT (zij) heeft uitgespreid WSXOT SXO (jij) hebt uitgespreid (jij) hebt ontvreemd (zij) heeft gewoond bij (de) vee (met) haar (jullie) aten
4.
maar (tot) dit niet (jullie) aten MMOLI (is het zo) dat (zij) heeft gewoond WMMPRXI (is het zo) dat (zij) heeft uitgespreid (tot) de kameel dat hoogte (zij) heeft gewoond hij en (zij) heeft uitgespreid hij is (er) niet MPRIX onreine hij aan jullie
5.
en (tot) de klipdas dat hoogte (zij) heeft gewoond hij en (zij) heeft uitgespreid niet IPRIX onreine hij aan jullie
6.
en (tot) EARNBT dat (jij) hebt ontvreemd (zij) heeft gewoond hij en (zij) heeft uitgespreid niet EPRIXE onreinheid hij aan jullie
7.
en (tot) (hij) heeft teruggegeven dat MPRIX (zij) heeft uitgespreid hij WSXO SXO (zij) heeft uitgespreid en hij (zij) heeft gewoond niet (hij) woonde onreine hij aan jullie
8.
kondig(t) aan (...) hen niet (jullie) aten en bij (de) kadavers (...) hen niet (jullie) deedden moeite onreine (mv) zij aan jullie
9.
(tot) dit (jullie) aten van alle die bij (het) water alle die als vin en schub bij (het) water bij (de) dagen en bij (de) wadi's (met) hen (jullie) aten
10.
en alle die (er is) niet als vin en schub bij (de) dagen en bij (de) wadi's van alle (hij) heeft gekrioeld het water en van alle ziel het dier die bij (het) water verafschuw! zij aan jullie
11.
en verafschuw! (zij) waren aan jullie kondig(t) aan (...) hen niet (jullie) aten en (tot) (jullie) zijn verwelkt (jullie) verafschuwden
12.
alle die (er is) niet als vin en schub bij (het) water verafschuw! hij aan jullie
13.
en (tot) deze (jullie) verafschuwden vanuit de vogel niet (zij) aten verafschuw! zij (tot) de gier en (tot) (is het zo) dat Perzië en (tot) EOZNIE
14.
en (tot) EDAE en (tot) (is het zo) dat waar? aan variatie
15.
(tot) alle aangename aan soort (...) hem
16.
en (tot) dochter (is het zo) dat (hij) antwoordde en (tot) (is het zo) dat (zij) beroofde en (tot) ESHP en (tot) ENß aan variatie (...) hem
17.
en (tot) de beker en (tot) werp af! en (tot) EINSWP
18.
en (tot) ETNSMT en (tot) EQAT en (tot) de baarmoeder
19.
en (tot) naar de getrouwe EANPE aan variatie en (tot) EDWKIPT en (tot) EOÐLP
20.
alle (hij) heeft gekrioeld de vogel de beweging op vier verafschuw! hij aan jullie
21.
maar (tot) dit (jullie) aten van alle (hij) heeft gekrioeld de vogel de beweging op vier die niet zoals kwaden boven aan voeten (...) hem LNTR bij hen op het land
22.
(tot) deze (van)uit hen (jullie) aten (tot) de sprinkhaan aan soort (...) hem en (tot) de rots (...) hen aan variatie (...) hem en (tot) EHRCL aan variatie (...) hem en (tot) EHCB aan variatie (...) hem
23.
en alle (hij) heeft gekrioeld de vogel die als vier voeten verafschuw! hij aan jullie
24.
en naar aan macht (jullie) verklaarden onrein alle de plaag bij (jullie) zijn verwelkt (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
25.
en alle (de) verheven bevuil(t) (...) hen (hij) waste kledingstukken (...) hem en onreine tot (de) aangename
26.
aan alle de vee die hij MPRXT (zij) heeft uitgespreid WSXO zij is (er) niet SXOT en (zij) heeft gewoond zij is (er) niet hoogte onreine (mv) zij aan jullie alle de plaag bij hen (hij) verklaarde onrein
27.
en alle ga(a)(t) op lepels (...) hem in alle het dier (is het zo) dat (jij) bent gegaan op vier onreine (mv) zij aan jullie alle de plaag bij (jullie) zijn verwelkt (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
28.
en (de) verheven (tot) (jullie) zijn verwelkt (hij) waste kledingstukken (...) hem en onreine tot (de) aangename onreine (mv) deze (mv) aan jullie
29.
en dit aan jullie (de) onreine bij (hij) heeft gekrioeld (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld op het land EHLD WEOKBR en stel op! aan variatie (...) hem
30.
WEANQE en de kracht WELÐAE WEHMÐ WETNSMT
31.
deze (de) onreine (mv) aan jullie in alle (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld alle de plaag bij hen verhogingen (...) hen (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
32.
en alle die (je) zult vallen op hem (van)uit hen verhogingen (...) hen (hij) verklaarde onrein van alle gereedschap boom of kleed of huid of zak alle gereedschap die (zij) heeft gemaakt handwerk bij hen bij (het) water IWBA en onreine tot (de) aangename en zuiverheid
33.
en alle gereedschap stille die (je) zult vallen (van)uit hen naar midden (...) hem alle die bij (het) midden (...) hem (hij) verklaarde onrein en (met) hem (jullie) braken
34.
van alle voed! die (hij) at die invoer op hem water (hij) verklaarde onrein en alle geef(t) te drinken die (hij) dronk in alle gereedschap (hij) verklaarde onrein
35.
en alle die (je) zult vallen bevuil(t) (...) hen op hem (hij) verklaarde onrein TNWR WKIRIM ITß onreine (mv) zij en onreine (mv) (zij) waren aan jullie
36.
maar bestudeer(t) en put waterreservoir water (hij) was zuivere en plaag bij (jullie) zijn verwelkt (hij) verklaarde onrein
37.
en dat (je) zult vallen bevuil(t) (...) hen op alle nakomelingen arm die (hij) zaaide zuivere hij
38.
en dat (hij) gaf water op nakomelingen en ga neer! bevuil(t) (...) hen op hem onreine hij aan jullie
39.
en dat (hij) stierf vanuit de vee die zij aan jullie naar aan eten de plaag bij (jij) bent verwelkt (er)naar (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
40.
en voed! bevuil(t) (er)naar (hij) waste kledingstukken (...) hem en onreine tot (de) aangename en (de) verheven (tot) (jij) bent verwelkt (er)naar (hij) waste kledingstukken (...) hem en onreine tot (de) aangename
41.
en alle (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld op het land verafschuw! hij niet (hij) at
42.
alle ga(a)(t) op CHWN en alle ga(a)(t) op vier tot alle vermeerder(t) voeten aan alle (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld op het land niet (jullie) aten (...) hen dat verafschuw! zij
43.
naar (jullie) verafschuwden (tot) zielen (...) jullie in alle (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld noch (jullie) verklaarden onrein bij hen WNÐMTM in hen
44.
dat ik Jahweh jullie God WETQDSTM en (jullie) zijn geweest heiligheden dat heilige ik noch (jullie) verklaarden onrein (tot) zielen (...) jullie in alle (is het zo) dat (hij) heeft gekrioeld de kruipend gedierte op het land
45.
dat ik Jahweh de hoogte (met) jullie van land Egypte er te zijn aan jullie aan God en (jullie) zijn geweest heiligheden dat heilige ik
46.
deze Wetboek van de vee en de vogel en alle ziel het dier ERMST bij (het) water en aan alle ziel (is het zo) dat (jij) hebt gekrioeld op het land
47.
LEBDIL tussen (de) onreine en tussen (hij) heeft zich gezuiverd en tussen het dier ENAKLT en tussen het dier die niet (jij) at

Hoofdstuk 12

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël te spreken vrouw dat TZRIO en (zij) heeft gebaard man en onreinheid zeven dagen zoals dagen van afzondering van DWTE (jij) verklaarde onrein
3.
en bij (de) dag (de) achtste (hij) besneed vlees voorhuid (...) hem
4.
en dertig dag en drie van dagen (jij) woonde bij lijk! (zij) heeft gezuiverd in alle heiligheid niet (zij) stierf en naar (is het zo) dat heilig(t) niet (zij) kwam tot (jij) bent vol geweest dagen van (zij) heeft gezuiverd
5.
en als vrouw (jij) baarde en onreinheid zeventig zoals afzondering (...) haar en zestig dag en zes dagen (jij) woonde op lijk! (zij) heeft gezuiverd
6.
WBMLAT dagen van (zij) heeft gezuiverd tot zoon of aan dochter (jij) bracht schaap zoon jaar (...) hem te verheffen en zoon duif of tortelduif aan zondoffer naar opening tent ontmoeting naar de priester
7.
en (zij) hebben aangeboden voor Jahweh en dorp op haar en (zij) heeft gezuiverd MMQR lijk! (er)naar deze Wetboek van (is het zo) dat (jij) hebt gebaard aan man of aan vrouw
8.
en als niet (jij) vond naar hand welke lammetje en (zij) heeft genomen schering (jij) tilde op of tweede bouw! duif één te verheffen en één aan zondoffer en dorp op haar de priester en (zij) heeft gezuiverd

Hoofdstuk 13

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron te spreken
2.
mens dat (hij) was bij (de) huid kondigt aan! te dragen of XPHT of vlek en (hij) is geweest bij (de) huid kondigt aan! aan plaag melaatsheid WEWBA naar Aäron de priester of naar één van zonen (...) hem de priesters
3.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) de plaag bij (de) huid het vlees en poort bij (de) plaag (hij) heeft omgekeerd tot zoon en verschijning de plaag diepte om wakker te worden kondigt aan! plaag melaatsheid hij en (hij) heeft gezien (...) hem de priester en onreine (met) hem
4.
en als vlek witte hij bij (de) huid kondigt aan! en diepte (er is) niet verschijning vanuit de huid en naar poort niet (hij) heeft omgekeerd tot zoon en (hij) heeft in quarantaine gebracht de priester (tot) de plaag zeven dagen
5.
en (hij) heeft gezien (...) hem de priester bij (de) dag (de) zevende en hier is de plaag sta vast! bij (de) ogen (...) hem niet (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (de) huid en (zij) hebben in quarantaine gebracht de priester zeven dagen ten tweede
6.
en (hij) heeft gezien de priester (met) hem bij (de) dag (de) zevende ten tweede en hier is donkere de plaag noch (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (de) huid en (zij) hebben gezuiverd de priester MXPHT hij en was! kledingstukken (...) hem en zuiverheid
7.
en als (hij) heeft zich verbreid (jij) verbreidde je EMXPHT bij (de) huid na het zicht (...) hem naar de priester LÐERTW en (wij) lieten zien ten tweede naar de priester
8.
en (hij) heeft gezien de priester en hier is vlas EMXPHT bij (de) huid en verklaart onrein! de priester melaatsheid hij
9.
plaag melaatsheid dat (jij) was bij (de) mens WEWBA naar de priester
10.
en (hij) heeft gezien de priester en hier is te dragen witte bij (de) huid en zij omkering poort tot zoon en (jij) hebt uitgewist vlees levende bij te dragen
11.
melaatsheid NWSNT hij bij (de) huid kondigt aan! en verklaart onrein! de priester niet (hij) sloot (...) ons dat onreine hij
12.
en als bloeie! (zij) bloeide de melaatsheid bij (de) huid en (zij) heeft bedekt de melaatsheid (tot) alle huid de plaag van hoofd (...) hem en tot voeten (...) hem aan alle verschijning bestudeer! de priester
13.
en (hij) heeft gezien de priester en hier is (zij) heeft bedekt de melaatsheid (tot) alle kondigt aan! en zuiverheid (tot) de plaag kunt! (hij) heeft omgekeerd tot zoon zuivere hij
14.
en bij (de) dag het zicht bij hem vlees levende (hij) verklaarde onrein
15.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) het vlees (de) levende en verklaart onrein! het vlees (de) levende onreine hij melaatsheid hij
16.
of dat (hij) blies het vlees (de) levende en (hij) is veranderd aan witte en (hij) is gekomen naar de priester
17.
en (hij) heeft gezien (...) hem de priester en hier is (hij) is veranderd de plaag aan witte en zuiverheid de priester (tot) de plaag zuivere hij
18.
en vlees dat (hij) was bij hem roeiet uit! buk je! (...) hen en (wij) genazen
19.
en (hij) is geweest bij (de) plaats (is het zo) dat buk je! (...) hen te dragen witte of vlek witte ADMDMT en (wij) lieten zien naar de priester
20.
en (hij) heeft gezien de priester en hier is verschijning lage vanuit de huid en naar poort (hij) heeft omgekeerd tot zoon en verklaart onrein! de priester plaag melaatsheid hij bij buk je! (...) hen (zij) heeft gebloeid
21.
en als vreest! de priester en hier is (er is) niet bij haar poort tot zoon en laagland zij is (er) niet vanuit de huid en zij donkere en (zij) hebben in quarantaine gebracht de priester zeven dagen
22.
en als (hij) heeft zich verbreid (jij) verbreidde je bij (de) huid en onreine de priester (met) hem plaag hij
23.
en als in de plaats van haar (jij) stond vast de vlek niet vlas ßRBT (is het zo) dat buk je! (...) hen hij en (zij) hebben gezuiverd de priester
24.
of vlees dat (hij) was roeiet uit! slaan vuur en (zij) is geweest (jij) hebt uitgewist EMKWE vlek witte ADMDMT of witte
25.
en (hij) heeft gezien (met) haar de priester en hier is (hij) is veranderd poort tot zoon bij (de) vlek en verschijning diepte vanuit de huid melaatsheid hij BMKWE (zij) heeft gebloeid en onreine (met) hem de priester plaag melaatsheid hij
26.
en als vreest! de priester en hier is (er is) niet bij (de) vlek poort tot zoon en laagland zij is (er) niet vanuit de huid en hij donkere en (zij) hebben in quarantaine gebracht de priester zeven dagen
27.
en (hij) heeft gezien (...) hem de priester bij (de) dag (de) zevende als (hij) heeft zich verbreid (jij) verbreidde je bij (de) huid en onreine de priester (met) hem plaag melaatsheid hij
28.
en als in de plaats van haar (jij) stond vast de vlek niet vlas bij (de) huid en hij donkere te dragen EMKWE hij en (zij) hebben gezuiverd de priester dat ßRBT EMKWE hij
29.
en man of vrouw dat (hij) was bij hem plaag bij (het) hoofd of bij (de) baard
30.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) de plaag en hier is verschijning (...) hem diepte vanuit de huid en bij hem poort ßEB dunne en onreine (met) hem de priester afbraak hij melaatsheid het hoofd of de baard hij
31.
en dat vrees de priester (tot) plaag de afbraak en hier is (er is) niet verschijning (...) hem diepte vanuit de huid en poort zwarte (er is) niet bij hem en (hij) heeft in quarantaine gebracht de priester (tot) plaag de afbraak zeven dagen
32.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) de plaag bij (de) dag (de) zevende en hier is niet (hij) heeft zich verbreid de afbraak noch (hij) is geweest bij hem poort ßEB en verschijning de afbraak (er is) niet diepte vanuit de huid
33.
WETCLH en (tot) de afbraak niet ICLH en (hij) heeft in quarantaine gebracht de priester (tot) de afbraak zeven dagen ten tweede
34.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) de afbraak bij (de) dag (de) zevende en hier is niet (hij) heeft zich verbreid de afbraak bij (de) huid en verschijning (...) hem hij is (er) niet diepte vanuit de huid en zuiverheid (met) hem de priester en was! kledingstukken (...) hem en zuiverheid
35.
en als (hij) heeft zich verbreid (hij) verbreidde zich de afbraak bij (de) huid na (jij) hebt gezuiverd (...) hem
36.
en (hij) heeft gezien (...) hem de priester en hier is (hij) heeft zich verbreid de afbraak bij (de) huid niet (hij) bezocht de priester aan poort EßEB onreine hij
37.
en als bij (de) ogen (...) hem sta vast! de afbraak en poort zwarte (hij) is gegroeid bij hem (wij) genazen de afbraak zuivere hij en (zij) hebben gezuiverd de priester
38.
en man of vrouw dat (hij) was bij (de) huid vlees (...) hen vlek vlek aan dochter van
39.
en (hij) heeft gezien de priester en hier is bij (de) huid vlees (...) hen vlek donkere (mv) aan dochter van BEQ hij bloem bij (de) huid zuivere hij
40.
en man dat IMRÐ hoofd (...) hem ijs hij zuivere hij
41.
en als van hoek van aanzichten (...) hem IMRÐ hoofd (...) hem CBH hij zuivere hij
42.
en dat (hij) was BQRHT of BCBHT plaag tot zoon ADMDM melaatsheid (jij) hebt gebloeid hij BQRHTW of BCBHTW
43.
en (hij) heeft gezien (met) hem de priester en hier is te dragen de plaag witte ADMDMT BQRHTW of BCBHTW zoals verschijning melaatsheid huid vlees
44.
man ßRWO hij onreine hij onreine (hij) verklaarde onrein (...) ons de priester bij (het) hoofd (...) hem (zij) hebben aangeraakt
45.
WEßRWO die bij hem de plaag kledingstukken (...) hem (zij) waren PRMIM en hoofd (...) hem (hij) was PRWO en op SPM IOÐE en onreine onreine (hij) noemde
46.
alle dagen van die de plaag bij hem (hij) verklaarde onrein onreine hij eenzame inwoner buiten aan kamp zetel (...) hem
47.
en het kleed dat (hij) was bij hem plaag melaatsheid bij (het) kleed wol of bij (het) kleed linnen (mv)
48.
of (ik) heb me geschaamd of bij (de) aangename aan linnen (mv) en aan wol of bij (de) huid of in alle handwerk van huid
49.
en (hij) is geweest de plaag IRQRQ of ADMDM bij (het) kleed of bij (de) huid of (ik) heb me geschaamd of bij (de) aangename of in alle gereedschap huid plaag melaatsheid hij en (hij) heeft laten zien (tot) de priester
50.
en (hij) heeft gezien de priester (tot) de plaag en (hij) heeft in quarantaine gebracht (tot) de plaag zeven dagen
51.
en (hij) heeft gezien (tot) de plaag bij (de) dag (de) zevende dat (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (het) kleed of (ik) heb me geschaamd of bij (de) aangename of bij (de) huid aan alle die (zij) heeft gemaakt de huid aan handwerk melaatsheid van lichten de plaag onreine hij
52.
en engel (tot) het kleed of (tot) de schering of (tot) (de) aangename bij (de) wol of bij (de) linnen (mv) of (tot) alle gereedschap de huid die (hij) was bij hem de plaag dat melaatsheid van lichten hij (hij) is verrot (jij) verbrandde
53.
en als vrees de priester en hier is niet (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (het) kleed of (ik) heb me geschaamd of bij (de) aangename of in alle gereedschap huid
54.
en geef opdracht! de priester en wast! (tot) die bij hem de plaag en (zij) hebben in quarantaine gebracht zeven dagen ten tweede
55.
en (hij) heeft gezien de priester na (is het zo) dat was! (tot) de plaag en hier is niet (hij) heeft omgekeerd de plaag (tot) bestudeert! en de plaag niet (hij) heeft zich verbreid onreine hij (hij) is verrot (jij) verbrandde (...) ons (jij) bent minder geworden hij BQRHTW of BCBHTW
56.
en als (hij) heeft gezien de priester en hier is donkere de plaag na (is het zo) dat was! (met) hem en scheur (met) hem vanuit het kleed of vanuit de huid of vanuit de schering of vanuit (de) aangename
57.
en als (jij) liet zien nog (eens) bij (het) kleed of (ik) heb me geschaamd of bij (de) aangename of in alle gereedschap huid (jij) hebt gebloeid hij (hij) is verrot (jij) verbrandde (...) ons (tot) die bij hem de plaag
58.
en het kleed of de schering of (de) aangename of alle gereedschap de huid die (jij) waste en (hij) is afgeweken (van)uit hen de plaag en was! ten tweede en zuiverheid
59.
deze Wetboek van plaag melaatsheid kleed de wol of (de) linnen (mv) of de schering of (de) aangename of alle gereedschap huid te zuiveren (...) hem of onrein te verklaren (...) hem

Hoofdstuk 14

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
deze (jij) was Wetboek van de melaatse bij (de) dag (jij) hebt gezuiverd (...) hem WEWBA naar de priester
3.
en uitgaande de priester naar buiten aan kamp en (hij) heeft gezien de priester en hier is (wij) genazen plaag de melaatsheid vanuit EßRWO
4.
en geef opdracht! de priester en lering tot van zuiverheid schering vogels levende (mv) zuivere (mv) en boom ceder en tweede worm van WAZB
5.
en geef opdracht! de priester en (hij) heeft geslacht (tot) (is het zo) dat Zippor de één naar gereedschap stille op water leven
6.
(tot) de vogel het dier (hij) nam (met) haar en (tot) boom de ceder en (tot) tweede de worm van en (tot) EAZB en (hij) heeft gedoopt hen en (tot) de vogel het dier bij (het) bloed de vogel (is het zo) dat (zij) heeft geslacht op het water de leven
7.
en deze op (is het zo) dat zuiver(t) zich vanuit de melaatsheid zeven twee keer en (zij) hebben gezuiverd en wapen (tot) de vogel het dier op aanzicht van het veld
8.
en was! (is het zo) dat zuiver(t) zich (tot) kledingstukken (...) hem WCLH (tot) alle dat (zij) hebben blootgelegd en (hij) heeft gewassen bij (het) water en zuiverheid en andere invoer naar het kamp en inwoner buiten aan tent (...) hem zeven dagen
9.
en (hij) is geweest bij (de) dag (de) zevende ICLH (tot) alle dat (zij) hebben blootgelegd (tot) hoofd (...) hem en (tot) (zij) zijn oud geweest en (tot) hoogte van ogen (...) hem en (tot) alle dat (zij) hebben blootgelegd ICLH en was! (tot) kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen (tot) kondigt aan! bij (het) water en zuiverheid
10.
en bij (de) dag (de) achtste (hij) nam tweede als schamen zich volledige (mv) en ooi één dochter jaar (...) haar volledige en drie tienden bloem(meel) geschenk vermengd bij (de) olie WLC één olie
11.
en (hij) heeft opgesteld de priester (is het zo) dat zuiver(t) zich (tot) de man (is het zo) dat zuiver(t) zich en (met) hen voor Jahweh opening tent ontmoeting
12.
en lering de priester (tot) het schaap de één en (hij) heeft aangeboden (met) hem aan vuur (...) hen en (tot) LC de olie en (hij) heeft gezwaaid (met) hen opwaartse zwaai voor Jahweh
13.
en (hij) heeft geslacht (tot) het schaap bij (de) plaats die (hij) slachtte (tot) (jij) hebt laten zondigen en (tot) dat wat opgaat bij (de) plaats wijd! dat zoals zondoffer (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt hij aan priester heiligheid heiligheden hij
14.
en lering de priester van bloed (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (hij) heeft gegeven de priester op geeft! (...) jou oor (is het zo) dat zuiver(t) zich rechtse en op bij hen (hij) bedankte rechtse en op bij hen voet (...) hem rechtse
15.
en lering de priester MLC de olie en (hij) heeft uitgegoten op lepel de priester de linkerhand
16.
en (hij) heeft gedoopt de priester (tot) vinger (...) hem rechtse vanuit de olie die op lepel (...) hem de linkerhand en deze vanuit de olie bij (de) vinger (...) hem zeven twee keer voor Jahweh
17.
en van rest de olie die op lepel (...) hem (hij) gaf de priester op geeft! (...) jou oor (is het zo) dat zuiver(t) zich rechtse en op bij hen (hij) bedankte rechtse en op bij hen voet (...) hem rechtse op bloed (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt
18.
en (de) overgebleven bij (de) olie die op lepel de priester (hij) gaf op hoofd (is het zo) dat zuiver(t) zich en dorp op hem de priester voor Jahweh
19.
en (hij) heeft gedaan de priester (tot) (jij) hebt laten zondigen en dorp op (is het zo) dat zuiver(t) zich verklaar(t) onrein (...) hem en andere (hij) slachtte (tot) dat wat opgaat
20.
en dat wat opgaat de priester (tot) dat wat opgaat en (tot) het geschenk naar het altaar en dorp op hem de priester en zuiverheid
21.
en als armelijke hij en (er is) niet (hij) bedankte MSCT en lering schaap één (hij) heeft zich schuldig gemaakt aan opwaartse zwaai te verzoenen op hem en (zij) hebben een tiende genomen (...) hen bloem(meel) één vermengde bij (de) olie aan geschenk WLC olie
22.
en schering (jij) tilde op of tweede bouw! duif die (jij) bereikte (hij) bedankte en (hij) is geweest één zondoffer en de eerste blad
23.
en (hij) heeft gebracht (met) hen bij (de) dag (de) achtste LÐERTW naar de priester naar opening tent ontmoeting voor Jahweh
24.
en lering de priester (tot) schaap (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (tot) LC de olie en (hij) heeft gezwaaid (met) hen de priester opwaartse zwaai voor Jahweh
25.
en (hij) heeft geslacht (tot) schaap (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en lering de priester van bloed (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt en (hij) heeft gegeven op geeft! (...) jou oor (is het zo) dat zuiver(t) zich rechtse en op bij hen (hij) bedankte rechtse en op bij hen voet (...) hem rechtse
26.
en vanuit de olie (hij) heeft uitgegoten de priester op lepel de priester de linkerhand
27.
en deze de priester bij (de) vinger (...) hem rechtse vanuit de olie die op lepel (...) hem de linkerhand zeven twee keer voor Jahweh
28.
en (hij) heeft gegeven de priester vanuit de olie die op lepel (...) hem op geeft! (...) jou oor (is het zo) dat zuiver(t) zich rechtse en op bij hen (hij) bedankte rechtse en op bij hen voet (...) hem rechtse op plaats bloed (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt
29.
en (de) overgebleven vanuit de olie die op lepel de priester (hij) gaf op hoofd (is het zo) dat zuiver(t) zich te verzoenen op hem voor Jahweh
30.
en (hij) heeft gedaan (tot) de één vanuit (is het zo) dat (jij) tilde op of vanuit bouw! de duif bevestig(t) (jij) bereikte (hij) bedankte
31.
(tot) die (jij) bereikte (hij) bedankte (tot) de één zondoffer en (tot) de één blad op het geschenk en dorp de priester op (is het zo) dat zuiver(t) zich voor Jahweh
32.
deze Wetboek van die bij hem plaag melaatsheid die niet (jij) bereikte (hij) bedankte bij (jij) hebt gezuiverd (...) hem
33.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron te spreken
34.
dat (jij) kwam (...) hem naar land Kanaän die ik (hij) heeft gegeven aan jullie naar aan Achaz en (ik) heb gegeven plaag melaatsheid bij (het) huis land (jij) hebt gegrepen (...) jullie
35.
en (hij) is gekomen die als het huis en (hij) heeft verteld aan priester te spreken zoals plaag (wij) lieten zien aan mij bij (het) huis
36.
en geef opdracht! de priester en (zij) hebben zich gewend (tot) het huis voordat (hij) kwam de priester te zien (tot) de plaag noch (hij) verklaarde onrein alle die bij (het) huis en andere zo (hij) kwam de priester te zien (tot) het huis
37.
en (hij) heeft gezien (tot) de plaag en hier is de plaag bij (de) muur van het huis SQORWRT IRQRQT of ADMDMT WMRAIEN lage vanuit de muur
38.
en uitgaande de priester vanuit het huis naar opening het huis en (hij) heeft in quarantaine gebracht (tot) het huis zeven dagen
39.
en woon! de priester bij (de) dag (de) zevende en (hij) heeft gezien en hier is (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (de) muur van het huis
40.
en geef opdracht! de priester en (zij) hebben uitgetrokken (tot) de stenen die bij hen de plaag en (zij) hebben afgeworpen (met) hen naar buiten aan stad naar plaats onreine
41.
en (tot) het huis IQßO van huis rondom en (zij) hebben gestort (tot) het stof die (is het zo) dat wordt wakker! naar buiten aan stad naar plaats onreine
42.
en (zij) hebben genomen stenen andere (mv) en (zij) hebben gebracht naar in de plaats van de stenen en stof andere (hij) nam WÐH (tot) het huis
43.
en als (hij) blies de plaag en bloem bij (het) huis andere Helez (tot) de stenen en na de einden (tot) het huis en na EÐWH
44.
en (hij) is gekomen de priester en (hij) heeft gezien en hier is (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (het) huis melaatsheid van lichten hij bij (het) huis onreine hij
45.
en (hij) heeft gesloopt (tot) het huis (tot) stenen (...) hem en (tot) bomen (...) hem en (tot) alle stof het huis en (hij) heeft tevoorschijn gehaald naar buiten aan stad naar plaats onreine
46.
en wat kwam naar het huis alle dagen van (hij) heeft in quarantaine gebracht (met) hem (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
47.
WESKB bij (het) huis (hij) waste (tot) kledingstukken (...) hem en voed! bij (het) huis (hij) waste (tot) kledingstukken (...) hem
48.
en als (hij) is gekomen (hij) kwam de priester en (hij) heeft gezien en hier is niet (hij) heeft zich verbreid de plaag bij (het) huis na EÐH (tot) het huis en zuiverheid de priester (tot) het huis dat (wij) genazen de plaag
49.
en lering te zondigen (tot) het huis schering vogels en boom ceder en tweede worm van WAZB
50.
en (hij) heeft geslacht (tot) de vogel de één naar gereedschap stille op water leven
51.
en lering (tot) boom de ceder en (tot) EAZB en (tot) tweede de worm van en (tot) de vogel het dier en (hij) heeft gedoopt (met) hen bij (het) bloed de vogel (is het zo) dat slacht! (er)naar en bij (het) water de leven en deze naar het huis zeven twee keer
52.
en zondaar (tot) het huis bij (het) bloed (is het zo) dat Zippor en bij (het) water de leven en bij (de) vogel het dier en bij (de) boom de ceder WBAZB en Basan (...) mij de worm van
53.
en wapen (tot) de vogel het dier naar buiten aan stad naar aanzicht van het veld en dorp op het huis en zuiverheid
54.
deze het Wetboek aan alle plaag de melaatsheid en af te breken
55.
en aan melaatsheid het kleed en aan huis
56.
en te dragen WLXPHT en aan vlek
57.
LEWRT bij (de) dag (de) onreine en bij (de) dag (hij) heeft zich gezuiverd deze Wetboek van de melaatsheid

Hoofdstuk 15

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes en naar Aäron te spreken
2.
spreekt! naar bouw! Israël en (jullie) hebben gesproken naar hen man man dat (hij) was vloeiende kondig(t) aan (...) hem vloeiet! onreine hij
3.
en deze (jij) was onreinheid (...) hem bij vloeiet! RR kondigt aan! (tot) vloeiet! of de angsten kondigt aan! om te vloeien (...) hem onreinheid (...) hem hij
4.
alle de bed die (hij) lag neer op hem (de) vloeiende (hij) verklaarde onrein en alle het gereedschap die inwoner op hem (hij) verklaarde onrein
5.
en man die vermoeide bij (de) bed (...) hem (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
6.
en de inwoner op het gereedschap die inwoner op hem (de) vloeiende (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
7.
en de plaag bij (het) vlees (de) vloeiende (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
8.
en dat groene (de) vloeiende bij (de) zuivere en was! kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
9.
en alle EMRKB die (hij) reed op hem (de) vloeiende (hij) verklaarde onrein
10.
en alle de plaag in alle die (hij) was in de plaats van hem (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename WENWSA hen (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
11.
en alle die vermoeide bij hem (de) vloeiende en handen (...) hem niet SÐP bij (het) water en was! kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
12.
en gereedschap stille die vermoeide bij hem (de) vloeiende (hij) brak en alle gereedschap boom ISÐP bij (het) water
13.
en dat (hij) zuiverde zich (de) vloeiende om te vloeien (...) hem en boek als zeven dagen LÐERTW en was! kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen kondigt aan! bij (het) water leven en zuiverheid
14.
en bij (de) dag (de) achtste (hij) nam als schering (jij) tilde op of tweede bouw! duif en (hij) is gekomen voor Jahweh naar opening tent ontmoeting en (hij) heeft gegeven (...) hen naar de priester
15.
en (hij) heeft gedaan (met) hen de priester één zondoffer en de eerste blad en dorp op hem de priester voor Jahweh om te vloeien (...) hem
16.
en man dat (jij) ging uit (van)uit hem (jij) hebt gelegen nakomelingen en (hij) heeft gewassen bij (het) water (tot) alle kondigt aan! en onreine tot (de) aangename
17.
en alle kleed en alle huid die (hij) was op hem (jij) hebt gelegen nakomelingen en was! bij (het) water en onreine tot (de) aangename
18.
en vrouw die (hij) lag neer man (met) haar (jij) hebt gelegen nakomelingen en (zij) hebben gewassen bij (het) water en verklaart onrein! tot (de) aangename
19.
en vrouw dat (jij) was (zij) heeft gevloeid bloed (hij) was (zij) heeft gevloeid naar bij (het) vlees zeven dagen (jij) was bij (de) afzondering (...) haar en alle de plaag bij haar (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
20.
en alle die (jij) lag neer op hem bij (de) afzondering (...) haar (hij) verklaarde onrein en alle die (jij) woonde op hem (hij) verklaarde onrein
21.
en alle de plaag naar bij (de) bed (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
22.
en alle de plaag in alle gereedschap die (jij) woonde op hem (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
23.
en als op de bed hij of op het gereedschap die hij (jij) hebt gewoond op hem bij (zij) hebben aangeraakt bij hem (hij) verklaarde onrein tot (de) aangename
24.
en als lig neer! (hij) lag neer man (met) haar en (zij) was afzondering (...) haar op hem en onreine zeven dagen en alle de bed die (hij) lag neer op hem (hij) verklaarde onrein
25.
en vrouw dat (hij) vloeide vloeie! (hij) heeft geleken dagen twisten zonder tijd afzondering (...) haar of dat (jij) vloeide op afzondering (...) haar alle dagen van vloeie! (jij) hebt onrein verklaard (er)naar zoals dagen van afzondering (...) haar (jij) was onreinheid hij
26.
alle de bed die (jij) lag neer op hem alle dagen van vloeie! (er)naar zoals bed afzondering (...) haar (hij) was aan haar en alle het gereedschap die (jij) woonde op hem onreine (hij) was als (jij) hebt onrein verklaard afzondering (...) haar
27.
en alle (is het zo) dat raak(t) aan in hen (hij) verklaarde onrein en was! kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename
28.
en als (zij) heeft gezuiverd om te vloeien (er)naar en (zij) heeft geteld aan haar zeven dagen en andere (jij) zuiverde je
29.
en bij (de) dag (de) achtste (jij) nam aan haar schering (jij) tilde op of tweede bouw! duif en (zij) heeft gebracht hen naar de priester naar opening tent ontmoeting
30.
en (hij) heeft gedaan de priester (tot) de één zondoffer en (tot) de één blad en dorp op haar de priester voor Jahweh om te vloeien (jij) hebt onrein verklaard (er)naar
31.
WEZRTM (tot) bouw! Israël verklaar(t) onrein (...) hen noch (hij) stierf (...) hem bij (jullie) hebben onrein verklaard bij (de) onreinheid (...) hen (tot) residenties van die bij (het) midden (...) hen
32.
deze Wetboek van (de) vloeiende en die (jij) ging uit (van)uit hem (jij) hebt gelegen nakomelingen aan onreinheid bij haar
33.
en (hij) heeft bedankt bij (de) afzondering (...) haar en (de) vloeiende (tot) vloeiet! aan man en aan vrouw en aan man die (hij) lag neer met onreinheid

Hoofdstuk 16

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes na dood tweede bouw! Aäron bij (jullie) hebben nader gebracht voor Jahweh en (zij) stierven
2.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar Aäron broers (...) jou en naar (hij) kwam in alle tijd naar wijd! van huis aan voorhangsel naar aanzicht van het verzoendeksel die op de ark noch (hij) stierf dat bij (de) wolk (ik) liet zien op het verzoendeksel
3.
bij deze (hij) kwam Aäron naar wijd! bij (de) stier zoon rundvee aan zondoffer en ram te verheffen
4.
hemd tak heiligheid (hij) bekleedde zich WMKNXI tak (zij) waren op kondigt aan! WBABNÐ tak (hij) omgordde en bij (de) muts tak IßNP bij (het) bokje heiligheid zij en (hij) heeft gewassen bij (het) water (tot) kondigt aan! en (hij) heeft zich bekleed (...) hen
5.
en honderd getuige van bouw! Israël (hij) nam tweede bokken van geiten aan zondoffer en ram één te verheffen
6.
en (hij) heeft aangeboden Aäron (tot) stier (jij) hebt laten zondigen die als en dorp bij (de) getuige (...) hem en door huis (...) hem
7.
en lering (tot) tweede de bok (...) hen en (hij) heeft opgesteld (met) hen voor Jahweh opening tent ontmoeting
8.
en (hij) heeft gegeven Aäron op tweede de bok (...) hen CRLWT lot één aan Jahweh en lot één LOZAZL
9.
en (hij) heeft aangeboden Aäron (tot) de bok die blad op hem het lot aan Jahweh en maakt! (...) hem zondoffer
10.
en de bok die blad op hem het lot LOZAZL (hij) stond vast levende voor Jahweh te verzoenen op hem weg te zenden (met) hem LOZAZL naar de woestijn
11.
en (hij) heeft aangeboden Aäron (tot) stier (jij) hebt laten zondigen die als en dorp bij (de) getuige (...) hem en door huis (...) hem en (hij) heeft geslacht (tot) stier (jij) hebt laten zondigen die als
12.
en lering (hij) is vol geweest (is het zo) dat (zij) heeft uitgewist CHLI vuur boven het altaar weg van aanzicht van Jahweh en (hij) is vol geweest HPNIW wierook medicinale kruiden dunne en (hij) heeft gebracht van huis aan voorhangsel
13.
en (hij) heeft gegeven (tot) (jij) hebt laten roken op het vuur voor Jahweh en bedek! wolk (jij) hebt laten roken (tot) het verzoendeksel die op het getuigenis noch (hij) stierf
14.
en lering van bloed de stier en deze bij (de) vinger (...) hem op aanzicht van het verzoendeksel (zij) is voorgegaan en voor het verzoendeksel IZE zeven twee keer vanuit het bloed bij (de) vinger (...) hem
15.
en (hij) heeft geslacht (tot) bok (jij) hebt laten zondigen die aan volk en (hij) heeft gebracht (tot) (zij) hebben geleken naar van huis aan voorhangsel en (hij) heeft gedaan (tot) (zij) hebben geleken zoals (hij) heeft gedaan aan bloed de stier en deze (met) hem op het verzoendeksel en voor het verzoendeksel
16.
en dorp op wijd! verklaar(t) onrein bouw! Israël en van misdaden (...) hen aan alle (jullie) hebben gezondigd en zo (zij) heeft gemaakt aan tent ontmoeting de buurman (met) hen binnen (jullie) hebben onrein verklaard
17.
en alle mens niet (hij) was bij (de) tent ontmoeting bij (het) komen te verzoenen bij (de) heiligheid tot uit te gaan (...) hem en dorp bij (de) getuige (...) hem en door huis (...) hem en door alle menigte Israël
18.
en uitgaande naar het altaar die voor Jahweh en dorp op hem en lering van bloed de stier en van bloed de bok en (hij) heeft gegeven op hoornen het altaar rondom
19.
en deze op hem vanuit het bloed bij (de) vinger (...) hem zeven twee keer en (zij) hebben gezuiverd en (zij) hebben geheiligd verklaar(t) onrein bouw! Israël
20.
en schoondochter verzoen(t) (tot) wijd! en (tot) tent ontmoeting en (tot) het altaar en (hij) heeft aangeboden (tot) de bok (de) levende
21.
en (hij) heeft gesteund Aäron (tot) schering (hij) bedankte op hoofd de bok (de) levende en de dank op hem (tot) alle misdaad van bouw! Israël en (tot) alle misdaden (...) hen aan alle (jullie) hebben gezondigd en (hij) heeft gegeven (met) hen op hoofd de bok en wapen bij (de) hand man tijden van naar de woestijn
22.
en verheven de bok op hem (tot) alle misdaden (...) hen naar land wet en wapen (tot) de bok bij (de) woestijn
23.
en (hij) is gekomen Aäron naar tent ontmoeting en kleed uit! (tot) bij (het) bokje de tak die (hij) heeft zich bekleed bij (het) komen naar wijd! en (hij) heeft rust gegeven (...) hen daar
24.
en (hij) heeft gewassen (tot) kondigt aan! bij (het) water bij (de) plaats heilige en (hij) heeft zich bekleed (tot) kledingstukken (...) hem en uitgaande en (hij) heeft gedaan (tot) opgaan (...) hem en (tot) opgaan het volk en dorp bij (de) getuige (...) hem en door het volk
25.
en (tot) melk (jij) hebt laten zondigen (hij) liet roken naar het altaar
26.
WEMSLH (tot) de bok LOZAZL (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen (tot) kondigt aan! bij (het) water en na zo invoer naar het kamp
27.
en (tot) stier (jij) hebt laten zondigen en (tot) bok (jij) hebt laten zondigen die EWBA (tot) bloed (...) hen te verzoenen bij (de) heiligheid (hij) haalde tevoorschijn naar buiten aan kamp en verbrandt! (hij) is verrot (tot) (jullie) zijn wakker geworden en (tot) vlees (...) hen en (tot) ruiter (...) hen
28.
en de engel (met) hen (hij) waste kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen (tot) kondigt aan! bij (het) water en na zo invoer naar het kamp
29.
en (zij) is geweest aan jullie aan grondwet van eeuwigheid bij (de) maand (de) zevende bij (het) decennium aan maand (jullie) antwoordden (tot) zielen (...) jullie en alle handwerk niet (jullie) maakten de burger en Hagar Hagar bij (het) midden (...) jullie
30.
dat bij (de) dag deze (hij) verzoende op jullie te zuiveren (met) jullie van alle zondoffers (...) jullie voor Jahweh (jullie) zuiverden je
31.
sabbat (zij) hebben gerust (...) hen zij aan jullie en (jullie) hebben geantwoord (tot) zielen (...) jullie grondwet van eeuwigheid
32.
en dorp de priester die (hij) zalfde (met) hem en die (hij) was vol (tot) (hij) bedankte aan priester in de plaats van vader (...) hem en (hij) heeft zich bekleed (tot) bij (het) bokje de tak bij (het) bokje wijd!
33.
en dorp (tot) heilig(t) wijd! en (tot) tent ontmoeting en (tot) het altaar (hij) verzoende en op de priesters en op alle met de menigte (hij) verzoende
34.
en (zij) is geweest deze aan jullie aan grondwet van eeuwigheid te verzoenen op bouw! Israël van alle (jullie) hebben gezondigd één in het jaar en (hij) heeft gemaakt zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes

Hoofdstuk 17

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar Aäron en naar zonen (...) hem en naar alle bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen dit het woord die geef opdracht! Jahweh te spreken
3.
man man van huis Israël die (hij) slachtte os of schaap of kracht bij (het) kamp of die (hij) slachtte buiten aan kamp
4.
en naar opening tent ontmoeting niet (zij) hebben gebracht aan te bieden offer aan Jahweh voor residentie Jahweh bloed (hij) berekende aan man dat bloed monding en (hij) is afgehakt de man dat nastaande met hem
5.
opdat die (zij) brachten bouw! Israël (tot) slachtingen (...) hen die zij slachtingen op aanzicht van het veld en (hij) heeft gebracht (...) hen aan Jahweh naar opening tent ontmoeting naar de priester en (zij) hebben geslacht slacht! vergoedingen aan Jahweh hen
6.
en (hij) heeft gegooid de priester (tot) het bloed op altaar Jahweh opening tent ontmoeting en (hij) heeft laten roken de melk aan geur aangename aan Jahweh
7.
noch (zij) slachtten nog (eens) (tot) slachtingen (...) hen aan bok (...) hen die zij onderhouden na hen grondwet van eeuwigheid (jij) was deze aan hen aan generaties (...) hen
8.
en naar hen (jij) sprak man man van huis Israël en vanuit Hagar die (hij) woonde bij (het) midden (...) hen die (hij) verhief blad of slachting
9.
en naar opening tent ontmoeting niet (hij) bracht (...) ons te doen (met) hem aan Jahweh en (hij) is afgehakt de man dat van volkeren (...) hem
10.
en man man van huis Israël en vanuit Hagar Hagar bij (het) midden (...) hen die (hij) at alle bloed en (ik) heb gegeven aanzicht van bij (de) ziel (jij) hebt gevoed (tot) het bloed en (ik) zal vernietigen (met) haar nastaande met haar
11.
dat ziel het vlees bij (het) bloed hij en ik (ik) heb gegeven (...) hem aan jullie op het altaar te verzoenen op zielen (...) jullie dat het bloed hij bij (de) ziel (hij) verzoende
12.
op zo (ik) heb gesproken aan zonen van Israël alle ziel (van)uit jullie niet (jij) at bloed en Hagar Hagar bij (het) midden (...) jullie niet (hij) at bloed
13.
en man man van zonen van Israël en vanuit Hagar Hagar bij (het) midden (...) hen die (hij) ving jacht dier of vogel die (hij) at en monding (tot) (zij) hebben geleken en bedekt! bij (het) stof
14.
dat ziel alle vlees (zij) hebben geleken bij (de) ziel (...) hem hij en woord aan zonen van Israël bloed alle vlees niet (jullie) aten dat ziel alle vlees (zij) hebben geleken hij alle eten-en (...) hem (hij) hakte af
15.
en alle ziel die (jij) at kadaver en (zij) heeft verscheurd bij (de) burger en bij (de) vreemdeling en was! kledingstukken (...) hem en (hij) heeft gewassen bij (het) water en onreine tot (de) aangename en zuiverheid
16.
en als niet (hij) waste en kondigt aan! niet (hij) waste en verheven misdaad (...) hem

Hoofdstuk 18

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen ik Jahweh jullie God
3.
zoals Mozes land Egypte die (jullie) hebben gewoond bij haar niet (jullie) maakten WKMOSE land Kanaän die ik breng(t) (met) jullie daarnaar (-s) niet (jullie) maakten WBHQTIEM niet (jullie) gingen
4.
(tot) rechtsregels van (jullie) maakten en (tot) grondwet (...) mij (jullie) bewaarden te gaan bij hen ik Jahweh jullie God
5.
en (jullie) hebben gehouden (tot) grondwet (...) mij en (tot) rechtsregels van die (zij) heeft gemaakt (met) hen de mens en levende bij hen ik Jahweh
6.
man man naar alle rest kondigt aan! niet (jullie) brachten nader in verbanning te gaan naaktheid ik Jahweh
7.
worden wakker vader (...) jou en worden wakker moeder (...) jou niet (jij) onthulde moeder (...) jou hij niet (jij) onthulde worden wakker (er)naar
8.
worden wakker vuur van vader (...) jou niet (jij) onthulde worden wakker vader (...) jou hij
9.
worden wakker zus (...) jou dochter vader (...) jou of dochter moeder (...) jou vaderland huis of vaderland straat niet (jij) onthulde worden wakker (...) hen
10.
worden wakker dochter zoon (...) jou of dochter bij (zij) sloeg niet (jij) onthulde worden wakker (...) hen dat worden wakker (...) jou hier is
11.
worden wakker dochter vuur van vader (...) jou vaderland vader (...) jou zus (...) jou hij niet (jij) onthulde worden wakker (er)naar
12.
worden wakker zus vader (...) jou niet (jij) onthulde rest vader (...) jou hij
13.
worden wakker zus moeder (...) jou niet (jij) onthulde dat rest moeder (...) jou hij
14.
worden wakker broer vader (...) jou niet (jij) onthulde naar vuur (...) hem niet (jij) bracht nader DDTK hij
15.
worden wakker schoondochter (...) jou niet (jij) onthulde vuur van zoon (...) jou hij niet (jij) onthulde worden wakker (er)naar
16.
worden wakker vuur van broers (...) jou niet (jij) onthulde worden wakker broers (...) jou hij
17.
worden wakker vrouw en naar dochter niet (jij) onthulde (tot) dochter (hij) heeft gebouwd en (tot) dochter naar dochter niet (jij) nam in verbanning te gaan worden wakker (er)naar naar rest hier is vuiligheid hij
18.
en vrouw naar naar eerste niet (jij) nam te bundelen in verbanning te gaan worden wakker (er)naar op haar bij leef! (er)naar
19.
en naar vrouw bij (de) afzondering van (jij) hebt onrein verklaard (er)naar niet (jij) bracht nader in verbanning te gaan worden wakker (er)naar
20.
en naar vuur van OMITK niet te geven (...) hen (jij) hebt gelegen (...) jou aan nakomelingen aan onreinheid bij haar
21.
en van nakomelingen (...) jou niet te geven (...) hen over te brengen aan koning noch (jij) ontheiligde (tot) daar jouw God ik Jahweh
22.
en (tot) man niet (jij) lag neer bedden van vrouw gruwel hij
23.
en in alle vee niet te geven (...) hen (jij) hebt gelegen (...) jou aan onreinheid bij haar en vrouw niet (jij) stond vast voor vee aan kwart wereld hij
24.
naar (jullie) verklaarden onrein in alle deze dat in alle deze (wij) verklaarden onrein (...) hem de volken die ik zend(t) weg van aanzichten (...) jullie
25.
en (jij) verklaarde onrein het land en (ik) werd geteld antwoord(t) op haar WTQA het land (tot) naar inwoners
26.
en (jullie) hebben gehouden (met) hen (tot) grondwet (...) mij en (tot) rechtsregels van noch (jullie) maakten van alle (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd (de) deze de burger en Hagar Hagar bij (het) midden (...) jullie
27.
dat (tot) alle (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd deze Ezau mens (...) mij het land die voor jullie en (jij) verklaarde onrein het land
28.
noch TQIA het land (met) jullie bij (de) onreinheid (...) jullie (met) haar zoals QAE (tot) de volk die voor jullie
29.
dat alle die (zij) heeft gemaakt van alle (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd (de) deze en (zij) zijn afgehakt de zielen EOST nastaande volk (...) hen
30.
en (jullie) hebben gehouden (tot) bewaring (...) mij opdat niet te doen van grondwetten (is het zo) dat (jij) bent verafschuwd die (zij) zijn gedaan voor jullie noch (jullie) verklaarden onrein bij hen ik Jahweh jullie God

Hoofdstuk 19

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar alle getuige van bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen heiligheden (jullie) waren dat heilige ik Jahweh jullie God
3.
man moeder (...) hem en vader (...) hem (jullie) vreesden en (tot) (ik) heb gerust (jullie) bewaarden ik Jahweh jullie God
4.
naar (jullie) wendden je naar de afgod (...) hen en mijn God van hut niet (jullie) maakten aan jullie ik Jahweh jullie God
5.
en dat (jullie) slachtten slachting vergoedingen aan Jahweh LRßNKM (jullie) slachtten (...) hem
6.
bij (de) dag slachting (...) jullie (hij) at en de volgende dag en (de) overgebleven tot dag (de) derde (hij) is verrot (hij) verbrandde
7.
en als voed! (hij) at bij (de) dag (de) derde PCWL hij niet (hij) rende (er)naar
8.
en eten-en (...) hem misdaad (...) hem (hij) droeg dat (tot) heiligheid Jahweh dode en (zij) is afgehakt de ziel dat naar van volkeren
9.
WBQßRKM (tot) oogst land (...) jullie niet (jij) beëindigde hoek van jouw veld LQßR en verzamel! oogst (...) jou niet (jij) verzamelde
10.
en wijngaard (...) jou niet TOWLL WPRÐ wijngaard (...) jou niet (jij) verzamelde aan arme en aan vreemdeling (jij) verliet (met) hen ik Jahweh jullie God
11.
niet (jullie) stalen noch (jullie) logen noch (jullie) logen man BOMITW
12.
noch (jullie) waren verzadigd bij (de) namen van te liegen WHLLT (tot) daar jouw God ik Jahweh
13.
niet (zij) deed tekort (tot) kwaad (...) jou noch TCZL niet (jij) liet overnachten onderneming van loonarbeider (met) jou tot rundvee
14.
niet (jij) vervloekte stille en voor huid niet te geven (...) hen van misstap en (jij) hebt gevreesd van jouw God ik Jahweh
15.
niet (jullie) maakten onrecht bij (de) rechtsregel niet (jij) droeg aanzicht van armelijke noch TEDR aanzicht van grote bij (de) rechtvaardigheid (zij) berechtte OMITK
16.
niet (jij) ging kwaadspreker bij (de) volkeren (...) jou niet (jij) stond vast op bloed kwaad (...) jou ik Jahweh
17.
niet (jij) haatte (tot) broers (...) jou bij (het) hart (...) jou (hij) is bewezen (jij) bewees (tot) OMITK noch (jij) droeg op hem zondaar
18.
niet (zij) stond op noch TÐR (tot) bouw! met jou en (jij) hebt liefgehad aan kwaad (...) jou zoals jij ik Jahweh
19.
(tot) grondwet (...) mij (jullie) bewaarden vee (...) jou niet TRBIO gevangenissen jouw veld niet (jij) zaaide gevangenissen en kleed gevangenissen SOÐNZ niet (hij) verhief op jou
20.
en man dat (hij) lag neer (tot) vrouw (jij) hebt gelegen nakomelingen en hij slavin NHRPT aan man WEPDE niet NPDTE of naar vrijheid niet (hij) heeft gegeven aan haar (jij) hebt bezocht (jij) was niet (zij) zullen worden laten sterven dat niet naar vrijheid
21.
en (hij) heeft gebracht (tot) (zij) hebben zich schuldig gemaakt aan Jahweh naar opening tent ontmoeting ram (hij) heeft zich schuldig gemaakt
22.
en dorp op hem de priester bij (de) ram (is het zo) dat (hij) heeft zich schuldig gemaakt voor Jahweh op zonde (...) hem die zondaar en (hij) is vergeven als van zonde (...) hem die zondaar
23.
en dat (jij) kwam (...) hem naar het land en (jullie) hebben geplant alle boom voedsel en voorhuiden (...) hen voorhuid (...) hem (tot) stieren (...) hem drie twee (hij) was aan jullie onbesnedenen niet (hij) at
24.
en in het jaar ERBIOT (hij) was alle stieren (...) hem heiligheid ELWLIM aan Jahweh
25.
en in het jaar EHMIST (jullie) aten (tot) stieren (...) hem toe te voegen aan jullie opbrengst (...) hem ik Jahweh jullie God
26.
niet (jullie) aten op het bloed niet (jullie) vermoedden noch TOWNNW
27.
niet TQPW hoek van hoofd (...) jullie noch (jij) maakte kapot (tot) hoek van baard (...) jou
28.
WSRÐ aan ziel niet (jullie) gaven bij (het) vlees (...) jullie en (jij) hebt geschreven QOQO niet (jullie) gaven bij jullie ik Jahweh
29.
naar (jij) ontheiligde (tot) bij (zij) sloeg naar aan de hoererij noch (jij) hoereerde het land en (zij) is vol geweest het land vuiligheid
30.
(tot) (ik) heb gerust (jullie) bewaarden en heilig(t) (...) mij (jullie) vreesden ik Jahweh
31.
naar (jullie) wendden je naar de vader van en naar de wetenschappers naar (jullie) zochten aan onreinheid bij hen ik Jahweh jullie God
32.
van aanzicht van ouderdom (jij) wraakte en de generatie van aanzicht van baard en (jij) hebt gevreesd van jouw God ik Jahweh
33.
en dat (hij) woonde (met) jou vreemdeling bij (het) land (...) jullie niet (jullie) bedrogen (met) hem
34.
zoals burger (van)uit jullie (hij) was aan jullie Hagar Hagar (met) jullie en (jij) hebt liefgehad als zoals jij dat wonen (jullie) zijn geweest bij (het) land Egypte ik Jahweh jullie God
35.
niet (jullie) maakten onrecht bij (de) rechtsregel bij (de) maat bij (het) gewicht WBMSWRE
36.
van oren van rechtvaardigheid stenen van rechtvaardigheid AIPT rechtvaardigheid en ben er! (...) hen rechtvaardigheid (hij) was aan jullie ik Jahweh jullie God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie van land Egypte
37.
en (jullie) hebben gehouden (tot) alle grondwet (...) mij en (tot) alle rechtsregels van en (jullie) hebben gedaan (met) hen ik Jahweh

Hoofdstuk 20

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
en naar bouw! Israël (jij) sprak man man van zonen van Israël en vanuit Hagar Hagar bij Israël die (hij) gaf om te zaaien (...) hem aan koning dood (hij) zal worden laten sterven met het land IRCMEW bij (de) steen
3.
en ik (met) hen (tot) aanzicht van bij (de) man dat en (ik) zal vernietigen (met) hem nastaande met hem dat om te zaaien (...) hem (hij) heeft gegeven aan koning opdat onreine (tot) heilig(t) (...) mij en te ontheiligen (tot) daar heilig!
4.
en als de eeuwigheid IOLIMW met het land (tot) ogen (...) hen vanuit de man dat dochter (...) hem om te zaaien (...) hem aan koning opdat niet (jij) hebt geruist (met) hem
5.
en (ik) heb geplaatst ik (tot) aanzicht van bij (de) man dat en bij (de) familie (...) hem en (ik) zal vernietigen (met) hem en (tot) alle (is het zo) dat onderhouden na hem te hoereren na kroon! nastaande volk (...) hen
6.
en de ziel die (jij) wendde je naar de vader van en naar de wetenschappers LZNT na hen en (ik) heb gegeven (tot) aanzicht van bij (de) ziel dat en (ik) zal vernietigen (met) hem nastaande met hem
7.
WETQDSTM en (jullie) zijn geweest heiligheden dat ik Jahweh jullie God
8.
en (jullie) hebben gehouden (tot) grondwet (...) mij en (jullie) hebben gedaan (met) hen ik Jahweh heilig(t) (...) jullie
9.
dat man man die (hij) vervloekte (tot) vader (...) hem en (tot) moeder (...) hem dood (hij) zal worden laten sterven vader (...) hem en moeder (...) hem vervloek! bloed (...) hem bij hem
10.
en man die INAP (tot) vuur van man die INAP (tot) vuur van zijn vriend dood (hij) zal worden laten sterven (is het zo) dat (hij) heeft echtgebroken WENAPT
11.
en man die (hij) lag neer (tot) vuur van vader (...) hem worden wakker vader (...) hem bol dood (zij) zullen worden laten sterven die twee bloed (...) hen in hen
12.
en man die (hij) lag neer (tot) schoondochter (...) hem dood (zij) zullen worden laten sterven die twee wereld Ezau bloed (...) hen in hen
13.
en man die (hij) lag neer (tot) man bedden van vrouw gruwel Ezau die twee dood (zij) zullen worden laten sterven bloed (...) hen in hen
14.
en man die (hij) nam (tot) vrouw en (tot) natie vuiligheid hij (hij) is verrot (zij) verbrandden (met) hem en (met) hen noch (jij) was vuiligheid bij (het) midden (...) jullie
15.
en man die (hij) gaf (jij) hebt gelegen (...) hem bij (de) vee dood (hij) zal worden laten sterven en (tot) de vee (jullie) doodden
16.
en vrouw die (jij) bracht nader naar alle vee aan kwart (met) haar en (jij) hebt gedood (tot) de vrouw en (tot) de vee dood (zij) zullen worden laten sterven bloed (...) hen in hen
17.
en man die (hij) nam (tot) eerste (...) hem dochter vader (...) hem of dochter moeder (...) hem en (hij) heeft gezien (tot) worden wakker (er)naar en zij (jij) liet zien (tot) naaktheid (...) hem genade hij en (zij) zijn afgehakt te bestuderen (...) mij bouw! volk (...) hen worden wakker eerste (...) hem bol misdaad (...) hem (hij) droeg
18.
en man die (hij) lag neer (tot) vrouw DWE en bol (tot) worden wakker (er)naar (tot) gebeurtenis (is het zo) dat leg bloot! en hij (zij) is in verbanning gegaan (tot) bron lijk! (er)naar en (zij) zijn afgehakt die twee nastaande volk (...) hen
19.
en worden wakker zus moeder (...) jou en zus vader (...) jou niet (jij) onthulde dat (tot) rest (...) hem (is het zo) dat leg bloot! misdaad (...) hen (zij) droegen
20.
en man die (hij) lag neer (tot) DDTW worden wakker tepel (...) hem bol zondaar (...) hen (zij) droegen ORIRIM (hij) stierf (...) hem
21.
en man die (hij) nam (tot) vuur van broers (...) hem afzondering hij worden wakker broers (...) hem bol ORIRIM (zij) waren
22.
en (jullie) hebben gehouden (tot) alle grondwet (...) mij en (tot) alle rechtsregels van en (jullie) hebben gedaan (met) hen noch TQIA (met) jullie het land die ik breng(t) (met) jullie daarnaar (-s) te wonen bij haar
23.
noch (jullie) gingen bij (de) grondwet van de volk die ik zend(t) weg van aanzichten (...) jullie dat (tot) alle deze Ezau en (ik) werd wakker in hen
24.
en woord aan jullie (met) hen most (...) hem (tot) aarde-en (...) hen en ik (ik) zal geven aan jullie te veroveren (met) haar land (jij) hebt gevloeid melk en honing ik Jahweh jullie God die (is het zo) dat (ik) ben gescheiden (met) jullie vanuit de volkeren
25.
WEBDLTM tussen de vee (zij) heeft zich gezuiverd aan onreinheid en tussen de vogel (de) onreine te zuiveren noch (jullie) verafschuwden (tot) zielen (...) jullie bij (de) vee en bij (de) vogel en in alle die TRMS de aarde die (is het zo) dat (ik) ben gescheiden aan jullie onrein te verklaren
26.
en (jullie) zijn geweest aan mij heiligheden dat heilige ik Jahweh WABDL (met) jullie vanuit de volkeren te zijn aan mij
27.
en man of vrouw dat (hij) was bij hen oproeping van geesten of wetenschappers van dood (zij) zullen worden laten sterven bij (de) steen IRCMW (met) hen bloed (...) hen in hen

Hoofdstuk 21

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes woord naar de priesters bouw! Aäron en (jij) hebt gesproken naar hen aan ziel niet (hij) verklaarde onrein bij (de) volkeren (...) hem
2.
dat als aan rest (...) hem bied aan! naar hem natie (...) hem en aan vader (...) hem en hart (...) ons en hart (...) hem en aan broers (...) hem
3.
en aan eerste (...) hem de maagd naar de verwant naar hem die niet (zij) is geweest aan man aan haar (hij) verklaarde onrein
4.
niet (hij) verklaarde onrein echtgenoot bij (de) volkeren (...) hem te te beginnen (...) hem
5.
niet IQRHE naar ijs bij (het) hoofd (...) hen en hoek van baard (...) hen niet ICLHW en bij (het) vlees (...) hen niet ISRÐW SRÐT
6.
heiligheden (zij) waren aan hun God noch (zij) ontheiligden daar hun God dat (tot) vuur (...) mij Jahweh brood hun God zij bied(t) aan (...) hen en (zij) zijn geweest heiligheid
7.
vrouw (hij) heeft gehoereerd en naar dode niet (zij) namen en vrouw verjaagde vrouw naar van man niet (zij) namen dat heiligheid hij aan zijn God
8.
en tempel-prostituee (...) hem dat (tot) brood jouw God hij bied(t) aan heiligheid (hij) was aan jou dat heilige ik Jahweh heilig(t) (...) jullie
9.
en dochter man priester dat (jij) begon te te hoereren (tot) naar vader zij ontheilig(t) (hij) is verrot (jij) verbrandde
10.
en de priester (de) grote van broers (...) hem die giet uit op hoofd (...) hem olie de zalf en (hij) is vol geweest (tot) (hij) bedankte LLBS (tot) de kledingstukken (tot) hoofd (...) hem niet IPRO en kledingstukken (...) hem niet (hij) was vruchtbaar (...) hen
11.
en op alle ziel van dode niet (hij) kwam aan vader (...) hem en natie (...) hem niet (hij) verklaarde onrein
12.
en vanuit (is het zo) dat heilig(t) niet uitgaande noch (hij) ontheiligde (tot) heilig(t) zijn God dat kroon olie (jij) hebt gezalfd zijn God op hem ik Jahweh
13.
en hij vrouw BBTWLIE (hij) nam
14.
weduwe en verjaagde vrouw en naar dode (hij) heeft gehoereerd (tot) deze niet (hij) nam dat als maagd van volkeren (...) hem (hij) nam vrouw
15.
noch (hij) ontheiligde (zij) hebben gezaaid bij (de) volkeren (...) hem dat ik Jahweh heilig(t) (...) hem
16.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
17.
woord naar Aäron te spreken man van nakomelingen (...) jou aan generaties (...) hen die (hij) was bij hem gebrek niet (hij) bracht nader aan te bieden brood zijn God
18.
dat alle man die bij hem gebrek niet (hij) bracht nader man huid of Pesach of boycot of SRWO
19.
of man die (hij) was bij hem (hij) heeft gebroken voet of (hij) heeft gebroken hand
20.
of CBN of dunne of TBLL bij bestudeert! of CRB of ILPT of van wind vuur (...) jou
21.
alle man die bij hem gebrek van nakomelingen Aäron de priester niet (hij) is genaderd aan te bieden (tot) vuur (...) mij Jahweh gebrek bij hem (tot) brood zijn God niet (hij) is genaderd aan te bieden
22.
brood zijn God heilig(t) (...) mij de heiligheden en vanuit de heiligheden (hij) at
23.
maar naar het voorhangsel niet (hij) kwam en naar het altaar niet (hij) is genaderd dat gebrek bij hem noch (hij) ontheiligde (tot) heilig(t) (...) mij dat ik Jahweh heilig(t) (...) hen
24.
en (hij) sprak Mozes naar Aäron en naar zonen (...) hem en naar alle bouw! Israël

Hoofdstuk 22

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar Aäron en naar zonen (...) hem WINZRW heilig(t) (...) mij bouw! Israël noch (zij) ontheiligden (tot) daar heilig! die zij heiligen aan mij ik Jahweh
3.
woord naar hen aan generaties (...) jullie alle man die (hij) bracht nader van alle nakomelingen (...) jullie naar de heiligheden die (zij) wijdden bouw! Israël aan Jahweh en onreinheid (...) hem op hem en (zij) is afgehakt de ziel dat weg van aanzicht van ik Jahweh
4.
man man van nakomelingen Aäron en hij ßRWO of vloeiende bij (de) heiligheden niet (hij) at tot die (hij) zuiverde zich en de plaag in alle onreine ziel of man die (jij) ging uit (van)uit hem (jij) hebt gelegen nakomelingen
5.
of man die vermoeide in alle (hij) heeft gekrioeld die (hij) verklaarde onrein als of bij (de) mens die (hij) verklaarde onrein als aan alle onreinheid (...) hem
6.
ziel die (zij) stierf bij hem en onreinheid tot (de) aangename noch (hij) at vanuit de heiligheden dat als (hij) heeft gewassen kondigt aan! bij (het) water
7.
en (hij) is gekomen de zon en zuiverheid en andere (hij) at vanuit de heiligheden dat (zij) hebben gestreden hij
8.
kadaver en (zij) heeft verscheurd niet (hij) at aan onreinheid bij haar ik Jahweh
9.
en bewaart! (tot) bewaring (...) mij noch (zij) droegen op hem zondaar en (zij) zijn gestorven bij hem dat (zij) ontheiligden (...) hem ik Jahweh heilig(t) (...) hen
10.
en alle krans niet (hij) at heiligheid inwoner priester en loonarbeider niet (hij) at heiligheid
11.
en priester dat (hij) kocht ziel koop! (...) hen als voegt toe! hij (hij) at bij hem en ingeborene huis (...) hem zij (zij) aten bij (zij) hebben gestreden
12.
en dochter priester dat (jij) was aan man krans hij bij (de) bijdrage van de heiligheden niet (jij) at
13.
en dochter priester dat (jij) was weduwe en verjaagde vrouw en nakomelingen (er is) niet aan haar en (zij) is teruggekeerd naar huis naar vader KNOWRIE van brood naar vader (jij) at en alle krans niet (hij) at bij hem
14.
en man dat (hij) at heiligheid bij (de) vergissing en (hij) heeft toegevoegd HMSITW op hem en (hij) heeft gegeven aan priester (tot) wijd!
15.
noch (zij) ontheiligden (tot) heilig! bouw! Israël (tot) die (zij) tilden op aan Jahweh
16.
WESIAW hen vijandige schuld bij (het) eten (...) hen (tot) heiligheden (...) hen dat ik Jahweh heilig(t) (...) hen
17.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
18.
woord naar Aäron en naar zonen (...) hem en naar alle bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen man man van huis Israël en vanuit Hagar bij Israël die (hij) bood aan (wij) hebben nader gebracht aan alle geloften (...) hen en aan alle NDBWTM die (zij) boodden aan aan Jahweh te verheffen
19.
LRßNKM volledige man bij (het) rundvee bij (de) schapen en bij (de) geiten
20.
alle die bij hem gebrek niet (jullie) boodden aan dat niet aan wil (hij) was aan jullie
21.
en man dat (hij) bood aan slachting vergoedingen aan Jahweh wonderlijk te zijn gelofte of LNDBE bij (het) rundvee of bij (het) kleinvee volledige (hij) was aan wil alle gebrek niet (hij) was bij hem
22.
(jij) hebt verblind of breek! of vlijtige of IBLT of CRB of ILPT niet (jullie) boodden aan deze aan Jahweh en vrouw niet (jullie) gaven (van)uit hen op het altaar aan Jahweh
23.
en os en lammetje SRWO WQLWÐ (zij) heeft geschonken (jij) deed (met) hem en aan gelofte niet (hij) rende (er)naar
24.
en druk samen! WKTWT WNTWQ en hak af! niet (jullie) boodden aan aan Jahweh en bij (het) land (...) jullie niet (jullie) maakten
25.
en van hand zoon vreemde land niet (jullie) boodden aan (tot) brood jullie God van alle deze dat (jullie) hebben gezalfd bij hen gebrek in hen niet (hij) rende (...) hem aan jullie
26.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
27.
os of schaap of kracht dat baar(t) en (hij) is geweest zeven dagen in de plaats van moeder (...) hem en van dag (de) achtste en de Lea (hij) rende (er)naar aan offer vrouw aan Jahweh
28.
en os of lammetje (met) hem en (tot) bij ons niet (jullie) slachtten bij (de) dag één
29.
en dat (jullie) slachtten slachting dank aan Jahweh LRßNKM (jullie) slachtten
30.
bij (de) dag dat (hij) at niet TWTIRW (van)uit hem tot rundvee ik Jahweh
31.
en (jullie) hebben gehouden voorschrift (...) mij en (jullie) hebben gedaan (met) hen ik Jahweh
32.
noch (jullie) ontheiligden (tot) daar heilig! en (ik) ben geheiligd binnen bouw! Israël ik Jahweh heilig(t) (...) jullie
33.
(is het zo) dat haal(t) tevoorschijn (met) jullie van land Egypte te zijn aan jullie aan God ik Jahweh

Hoofdstuk 23

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen ontmoetingen van Jahweh die (jullie) noemden (met) hen lezen (...) mij heiligheid deze zij ontmoetingen van
3.
zes dagen (jij) deed handwerk en bij (de) dag (de) zevende sabbat (zij) hebben gerust (...) hen lezen heiligheid alle handwerk niet (jullie) maakten sabbat hij aan Jahweh in alle nederzettingen (...) jullie
4.
deze ontmoetingen van Jahweh lezen (...) mij heiligheid die (jullie) noemden (met) hen bij (de) ontmoeting (...) hen
5.
bij (de) maand (de) eerste bij vier rijkdom aan maand tussen (de) aangename (mv) Pesach aan Jahweh
6.
WBHMSE rijkdom dag aan maand deze feest het voorschrift van aan Jahweh zeven dagen voorschrift van (jullie) aten
7.
bij (de) dag (de) eerste lezen heiligheid (hij) was aan jullie alle handwerk van feit niet (jullie) maakten
8.
en (jullie) hebben aangeboden vrouw aan Jahweh zeven dagen bij (de) dag (de) zevende lezen heiligheid alle handwerk van feit niet (jullie) maakten
9.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
10.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen dat (jij) kwam (...) hem naar het land die ik (hij) heeft gegeven aan jullie WQßRTM (tot) naar oogst en (jullie) hebben gebracht (tot) korenschoof begin oogst (...) jullie naar de priester
11.
en (hij) heeft gezwaaid (tot) de korenschoof voor Jahweh LRßNKM de volgende dag zet stop! (hij) zwaaide (...) ons de priester
12.
en (jullie) hebben gedaan bij (de) dag (hij) heeft gezwaaid (...) jullie (tot) de korenschoof schaap volledige zoon jaar (...) hem te verheffen aan Jahweh
13.
en geschenk (...) hem tweede tienden bloem(meel) vermengd bij (de) olie vrouw aan Jahweh geur aangename en (zij) heeft uitgegoten wijn RBIOT (is het zo) dat ben er! (...) hen
14.
en brood en klanken van en Karmel niet (jullie) aten tot bot vandaag deze tot (hij) heeft gebracht (...) jullie (tot) offer jullie God grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie in alle MSBTIKM
15.
en (jullie) hebben geteld aan jullie de volgende dag zet stop! van dag (hij) heeft gebracht (...) jullie (tot) korenschoof de opwaartse zwaai zeven sabbatten TMIMT (jullie) waren
16.
tot de volgende dag zet stop! ESBIOT (jullie) vertelden vijftig dag en (jullie) hebben aangeboden geschenk naar maand aan Jahweh
17.
van nederzettingen (...) jullie (jullie) brachten brood opwaartse zwaai twee tweede tienden bloem(meel) (jullie) waren zuurdesem (jij) brak echt (...) haar bij graven aan Jahweh
18.
en (jullie) hebben aangeboden op het brood zeven als schamen zich volledige (mv) bouw! jaar en stier zoon rundvee één en ram (...) hen twee (zij) waren blad aan Jahweh en geschenken (...) hen en uitgietingen (...) hen vrouw geur aangename aan Jahweh
19.
en (jullie) hebben gedaan bok geiten één aan zondoffer en tweede als schamen zich bouw! jaar aan slachting vergoedingen
20.
en (hij) heeft gezwaaid de priester (met) hen op brood (is het zo) dat trek voor! (...) hen opwaartse zwaai voor Jahweh op tweede als schamen zich heiligheid (zij) waren aan Jahweh aan priester
21.
en (jullie) hebben genoemd bij (het) bot vandaag deze lezen heiligheid (hij) was aan jullie alle handwerk van feit niet (jullie) maakten grondwet van eeuwigheid in alle nederzettingen (...) jullie aan generaties (...) jullie
22.
WBQßRKM (tot) oogst land (...) jullie niet (jij) beëindigde hoek van jouw veld BQßRK en verzamel! oogst (...) jou niet (jij) verzamelde aan arme en aan vreemdeling (jij) verliet (met) hen ik Jahweh jullie God
23.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
24.
woord naar bouw! Israël te spreken bij (de) maand (de) zevende bij één aan maand (hij) was aan jullie (zij) hebben gerust (...) hen herinnering gejubel lezen heiligheid
25.
alle handwerk van feit niet (jullie) maakten en (jullie) hebben aangeboden vrouw aan Jahweh
26.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
27.
maar bij (het) decennium aan maand (de) zevende deze dag de dorpen hij lezen heiligheid (hij) was aan jullie en (jullie) hebben geantwoord (tot) zielen (...) jullie en (jullie) hebben aangeboden vrouw aan Jahweh
28.
en alle handwerk niet (jullie) maakten bij (het) bot vandaag deze dat dag dorpen hij te verzoenen op jullie voor Jahweh jullie God
29.
dat alle de ziel die niet (jij) antwoordde bij (het) bot vandaag deze en (zij) is afgehakt naar van volkeren
30.
en alle de ziel die (jij) deed alle handwerk bij (het) bot vandaag deze en (ik) heb verloren laten gaan (tot) de ziel dat nastaande met haar
31.
alle handwerk niet (jullie) maakten grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie in alle MSBTIKM
32.
sabbat (zij) hebben gerust (...) hen hij aan jullie en (jullie) hebben geantwoord (tot) zielen (...) jullie bij negen aan maand bij (de) aangename west tot aangename (jullie) rustten sabbat (...) jullie
33.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
34.
woord naar bouw! Israël te spreken bij vijf rijkdom dag aan maand (de) zevende deze feest de hutten zeven dagen aan Jahweh
35.
bij (de) dag (de) eerste lezen heiligheid alle handwerk van feit niet (jullie) maakten
36.
zeven dagen (jullie) boodden aan vrouw aan Jahweh bij (de) dag (de) achtste lezen heiligheid (hij) was aan jullie en (jullie) hebben aangeboden vrouw aan Jahweh (jij) hebt vastgehouden hij alle handwerk van feit niet (jullie) maakten
37.
deze ontmoetingen van Jahweh die (jullie) noemden (met) hen lezen (...) mij heiligheid aan te bieden vrouw aan Jahweh blad en geschenk slachting en uitgietingen woord dag bij (de) dag (...) hem
38.
weg van tak (jij) hebt gerust Jahweh WMLBD geschenken (...) jullie WMLBD alle geloften (...) jullie WMLBD alle (ik) heb geschonken (...) jullie die (jullie) gaven aan Jahweh
39.
maar bij vijf rijkdom dag aan maand (de) zevende bij (hij) heeft verzameld (...) jullie (tot) opbrengst van het land (jij) trok een cirkel (...) hem (tot) feest Jahweh zeven dagen bij (de) dag (de) eerste (zij) hebben gerust (...) hen en bij (de) dag (de) achtste (zij) hebben gerust (...) hen
40.
en (jullie) hebben genomen aan jullie bij (de) dag (de) eerste vrucht boom pracht zoals mond van dadels en tak boom wolk van en ben aangenaam! wadi en (jullie) zijn blij geweest voor Jahweh jullie God zeven dagen
41.
en (jullie) hebben een cirkel getrokken (met) hem feest aan Jahweh zeven dagen in het jaar grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie bij (de) maand (de) zevende (jij) trok een cirkel (...) hem (met) hem
42.
bij (de) hut van (jullie) woonden zeven dagen alle de burger bij Israël (zij) hebben gewoond bij (de) hut van
43.
opdat (zij) hebben geweten (ik) heb gewoond (...) jullie dat bij (de) hutten EWSBTI (tot) bouw! Israël bij haal tevoorschijn! hen van land Egypte ik Jahweh jullie God
44.
en (hij) sprak Mozes (tot) van sieraad Jahweh naar bouw! Israël

Hoofdstuk 24

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
opdracht (tot) bouw! Israël en (zij) namen naar jou olie olijf zuivere fijngestampte aan licht aan dat wat opgaat van licht altijd
3.
buiten aan voorhangsel (jij) hebt getuigd bij (de) tent ontmoeting (hij) ordende (met) hem Aäron west tot rundvee voor Jahweh altijd grondwet van eeuwigheid aan generaties (...) jullie
4.
op de armatuur (zij) heeft zich gezuiverd (hij) ordende (tot) de lichten voor Jahweh altijd
5.
en (jij) hebt genomen bloem(meel) WAPIT (met) haar twee tien HLWT tweede tienden (hij) was (zij) is begonnen te de één
6.
en (jij) hebt geplaatst hen twee orden zes de orde van op de tafel (hij) heeft zich gezuiverd voor Jahweh
7.
en (jij) hebt gegeven op de orde van witte reinig! en (zij) is geweest aan brood aan herdenkingsplechtigheid vrouw aan Jahweh
8.
bij (de) dag zet stop! bij (de) dag zet stop! (hij) ordende (...) ons voor Jahweh altijd honderd bouw! Israël verbond eeuwigheid
9.
en (zij) is geweest aan Aäron en aan zonen (...) hem en (zij) heeft gegeten (...) hem bij (de) plaats heiligheid dat heiligheid heiligheden hij als van vuur (...) mij Jahweh wet eeuwigheid
10.
en uitgaande zoon vrouw ISRALIT en hij zoon man Egyptenaar binnen bouw! Israël WINßW bij (het) kamp zoon EISRALIT en man EISRALI
11.
WIQB zoon de vrouw EISRALIT (tot) (is het zo) dat daar en (hij) vervloekte en (zij) brachten (met) hem naar Mozes en naam [van] moeder (...) hem Selomith dochter spreek! aan stam Dan
12.
en (zij) gaven rust (...) hem bij bewaar(t) te verklaren aan hen op mond van Jahweh
13.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
14.
(hij) is tevoorschijn gehaald (tot) (is het zo) dat vervloek(t) naar buiten aan kamp en (zij) hebben gesteund alle de nieuwsberichten (tot) handen (...) hen op hoofd (...) hem WRCMW (met) hem alle de getuige
15.
en naar bouw! Israël (jij) sprak te spreken man man dat (hij) vervloekte zijn God en verheven (zij) hebben gezondigd
16.
en (hij) heeft vastgesteld daar Jahweh dood (hij) zal worden laten sterven RCWM IRCMW bij hem alle de getuige zoals vreemdeling zoals burger bij (zij) hebben vastgesteld daar (hij) zal worden laten sterven
17.
en man dat (hij) sloeg alle ziel mens dood (hij) zal worden laten sterven
18.
en geslagen ziel vee (hij) betaalde (...) haar ziel in de plaats van ziel
19.
en man dat (hij) gaf gebrek BOMITW zoals (hij) heeft gedaan zo (zij) heeft gemaakt als
20.
(hij) heeft gebroken in de plaats van (hij) heeft gebroken oog in de plaats van oog tand in de plaats van tand zoals (hij) gaf gebrek bij (de) mens zo (hij) zal gegeven worden bij hem
21.
en geslagen vee (hij) betaalde (...) haar en geslagen mens (hij) zal worden laten sterven
22.
rechtsregel één (hij) was aan jullie zoals vreemdeling zoals burger (hij) was dat ik Jahweh jullie God
23.
en (hij) sprak Mozes naar bouw! Israël en (zij) haalden tevoorschijn (tot) (is het zo) dat vervloek(t) naar buiten aan kamp WIRCMW (met) hem steen en bouw! Israël Ezau zoals geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes

Hoofdstuk 25

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes bij (de) heuvel Sinaï te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen dat (jij) kwam (...) hem naar het land die ik (hij) heeft gegeven aan jullie en (zij) heeft gerust het land sabbat aan Jahweh
3.
zes twee (jij) zaaide jouw veld en zes twee (jij) zong wijngaard (...) jou en (jij) hebt verzameld (tot) opbrengst (...) haar
4.
en in het jaar ESBIOT sabbat (zij) hebben gerust (...) hen (hij) was aan land sabbat aan Jahweh jouw veld niet (jij) zaaide en wijngaard (...) jou niet (jij) zong
5.
(tot) XPIH oogst (...) jou niet TQßWR en (tot) druiven van monnik (...) jou niet (zij) plukte druiven jaar van (zij) hebben gerust (...) hen (hij) was aan land
6.
en (zij) is geweest sabbat het land aan jullie naar aan eten aan jou en te bewerken (...) jou en aan waarheid (...) jou en aan loonarbeider (...) jou en aan inwoner (...) jou (is het zo) dat wonen met jou
7.
en aan vee (...) jou en leven te laten die bij (het) land (...) jou (jij) was alle opbrengst (...) haar aan eten
8.
en (jij) hebt geteld aan jou zeven (jij) hebt gerust twee zeven twee zeven twee keer en (zij) zijn geweest aan jou dagen van zeven (jij) hebt gerust de twee negen en veertig jaar
9.
en (jij) hebt overgebracht ramshoorn gejubel bij (de) maand (is het zo) dat ben verzadigd! bij (het) decennium aan maand bij (de) dag de dorpen (jullie) brachten over ramshoorn in alle land (...) jullie
10.
en (jullie) hebben geheiligd (tot) jaar van de vijftig jaar en (jullie) hebben genoemd vrijheid bij (het) land aan alle naar inwoners stroom hij (jij) was aan jullie en (jullie) zijn teruggekeerd man naar (jij) hebt gegrepen (...) hem en man naar familie (...) hem (jullie) woonden
11.
stroom hij jaar van de vijftig jaar (jij) was aan jullie niet (jullie) zaaiden noch TQßRW (tot) XPIHIE noch (jullie) plukten druiven (tot) naar kronen
12.
dat stroom hij heiligheid (jij) was aan jullie vanuit het veld (jullie) aten (tot) opbrengst (...) haar
13.
bij (het) jaar van de stroom (de) deze (jullie) woonden man naar (jij) hebt gegrepen (...) hem
14.
en dat (jullie) verkochten van verkoop LOMITK of buis van hand OMITK naar (jullie) bedrogen man (tot) broers (...) hem
15.
bij (het) getal twee andere de stroom (jij) kocht honderd OMITK bij (het) getal tweede opbrengst van (hij) verkocht aan jou
16.
aan mond van meerderheid de twee (jij) vermeerderde bezit (...) hem en aan mond van een beetje de twee TMOIÐ bezit (...) hem dat getal opbrengst van hij verkoop aan jou
17.
noch (jullie) bedrogen man (tot) OMITW en (jij) hebt gevreesd van jouw God dat ik Jahweh jullie God
18.
en (jullie) hebben gedaan (tot) grondwet (...) mij en (tot) rechtsregels van (jullie) bewaarden en (jullie) hebben gedaan (met) hen en (jullie) hebben gewoond op het land zich te verzekeren
19.
en (zij) heeft gegeven het land naar vrucht en (jullie) hebben gegeten aan zeven en (jullie) hebben gewoond zich te verzekeren op haar
20.
en dat (jullie) spraken wat? (wij) aten in het jaar ESBIOT èn niet (hij) is gezaaid noch (wij) verzamelden (tot) TBWATNW
21.
en (ik) heb opdracht gegeven (tot) (ik) heb gezegend aan jullie in het jaar ESSIT WOST (tot) de opbrengst aan drie de twee
22.
en (jullie) hebben gezaaid (tot) het jaar ESMINT en (jullie) hebben gegeten vanuit de opbrengst er is (...) hen tot het jaar ETSIOT tot komst opbrengst (...) haar (jullie) aten er is (...) hen
23.
en het land niet (zij) verkocht LßMTT dat aan mij het land dat wonen en inwoners (met) hen met mij
24.
en in alle land (jij) hebt gegrepen (...) jullie (zij) heeft verlost (jullie) gaven aan land
25.
dat IMWK broers (...) jou en verkoop MAHZTW en (hij) is gekomen (zij) hebben verlost bied aan! naar hem en wreker (tot) van verkoop broers (...) hem
26.
en man dat niet (hij) was als wreker en (zij) heeft bereikt (hij) bedankte en (hij) heeft gevonden kruiken van (jij) hebt verlost (...) hem
27.
en bereken! (tot) tweede om te verkopen (...) hem en (hij) heeft teruggegeven (tot) EODP aan man die verkoop als en woon! LAHZTW
28.
en als niet (zij) heeft gevonden (hij) bedankte welke (hij) heeft teruggegeven als en (hij) is geweest om te verkopen (...) hem bij (de) hand de buis (met) hem tot jaar van de stroom en uitgaande bij (de) 50e jaardag en woon! LAHZTW
29.
en man dat (hij) verkocht huis zetel stad muur en (zij) is geweest (jij) hebt verlost (...) hem tot onschuldige jaar van om te verkopen (...) hem dagen (jij) was (jij) hebt verlost (...) hem
30.
en als niet (hij) verloste tot (jij) bent vol geweest als jaar volledige en (hij) is opgestaan het huis die bij (de) stad die niet woede LßMITT aan buis (met) hem aan generaties (...) hem niet uitgaande bij (de) 50e jaardag
31.
en dochter (...) mij de dorpen die (er is) niet aan hen woede rondom op veld het land (hij) berekende (zij) heeft verlost (jij) was als en bij (de) 50e jaardag uitgaande
32.
en steden van de Levieten dochter (...) mij steden van (jullie) hebben gegrepen (jij) hebt verlost eeuwigheid (jij) was aan Levieten
33.
en die (hij) verloste vanuit de Levieten en uitgaande van verkoop huis en stad (jij) hebt gegrepen (...) hem bij (de) 50e jaardag dat dochter (...) mij steden van de Levieten hij (jullie) hebben gegrepen binnen bouw! Israël
34.
en veld terrein steden (...) hen niet (hij) verkocht dat (jij) hebt gegrepen eeuwigheid hij aan hen
35.
en dat IMWK broers (...) jou en stam (hij) bedankte met jou en (jij) hebt gehouden bij hem vreemdeling en inwoner en levende met jou
36.
naar (jij) nam van hem woekerrente en overwinst en (jij) hebt gevreesd van jouw God en levende broers (...) jou met jou
37.
(tot) zilver (...) jou niet te geven (...) hen als bij (de) woekerrente WBMRBIT niet te geven (...) hen eten (...) jou
38.
ik Jahweh jullie God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie van land Egypte te geven aan jullie (tot) land Kanaän te zijn aan jullie aan God
39.
en dat IMWK broers (...) jou met jou WNMKR aan jou niet (zij) werkte bij hem (jij) hebt gewerkt slaaf
40.
zoals loonarbeider zoals inwoner (hij) was met jou tot jaar van de 50e jaardag (hij) werkte met jou
41.
en uitgaande van volk (...) jou hij en zonen (...) hem met hem en woon! naar familie (...) hem en naar (jij) hebt gegrepen vaders (...) hem (hij) blies
42.
dat werk! zij die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) hen van land Egypte niet (zij) verkochten MMKRT slaaf
43.
niet (jij) daalde (er)naar bij hem bij (de) dwang en (jij) hebt gevreesd van jouw God
44.
en slaaf (...) jou en waarheid (...) jou die (zij) waren aan jou honderd de volken die omgevingen (...) jullie (van)uit hen (jullie) kochten slaaf en natie
45.
en ook van zonen van de inwoners (is het zo) dat wonen met jullie (van)uit hen (jullie) kochten en van families (...) hen die met jullie die (zij) hebben voortgebracht bij (het) land (...) jullie en (zij) zijn geweest aan jullie naar aan Achaz
46.
WETNHLTM (met) hen aan zonen (...) jullie na jullie te veroveren (zij) heeft gegrepen aan eeuwigheid bij hen (jullie) werkten en bij (de) broers (...) jullie bouw! Israël man bij (de) broers (...) hem niet (jij) daalde (er)naar bij hem bij (de) dwang
47.
en dat (jij) bereikte hand vreemdeling en inwoner met jou WMK broers (...) jou met hem WNMKR aan vreemdeling inwoner met jou of LOQR familie van vreemdeling
48.
na NMKR (zij) heeft verlost (jij) was als één van broers (...) hem (hij) verloste (...) ons
49.
of tepel (...) hem of zoon tepel (...) hem (hij) verloste (...) ons of van rest kondigt aan! van familie (...) hem (hij) verloste (...) ons of (zij) heeft bereikt (hij) bedankte en (wij) verlosten
50.
en bereken! met buis (...) hem van jaar van (is het zo) dat (zij) hebben verkocht als tot jaar van de 50e jaardag en (hij) is geweest zilver om te verkopen (...) hem bij (het) getal twee zoals dagen van loonarbeider (hij) was met hem
51.
als nog (eens) twisten bij twee aan monden (...) hen (hij) gaf terug (jij) hebt verlost (...) hem van zilver bezit (...) hem
52.
en als een beetje geblevene bij twee tot jaar van de 50e jaardag en bereken! als zoals mond van jaren (...) hem (hij) gaf terug (tot) (jij) hebt verlost (...) hem
53.
zoals loonarbeider jaar in het jaar (hij) was met hem niet (wij) zijn gedaald bij (de) dwang aan ogen (...) jou
54.
en als niet (hij) verloste bij (de) deze en uitgaande bij (het) jaar van de 50e jaardag hij en zonen (...) hem met hem
55.
dat aan mij bouw! Israël slaven werk! zij die (ik) ben tevoorschijn gehaald hen van land Egypte ik Jahweh jullie God

Hoofdstuk 26

1.
niet (jullie) maakten aan jullie afgod (...) hen en (hij) heeft gehouwen en monument niet (jullie) vestigden aan jullie en steen MSKIT niet (jullie) gaven bij (het) land (...) jullie zich diep te buigen op haar dat ik Jahweh jullie God
2.
(tot) (ik) heb gerust (jullie) bewaarden en heilig(t) (...) mij (jullie) vreesden ik Jahweh
3.
als bij (de) grondwet (...) mij (jullie) gingen en (tot) voorschrift (...) mij (jullie) bewaarden en (jullie) hebben gedaan (met) hen
4.
en (ik) heb gegeven CSMIKM bij (de) tijd (...) hen en (zij) heeft gegeven het land (hij) verwelkte (er)naar en boom het veld (hij) gaf stieren (...) hem
5.
en (hij) heeft bereikt aan jullie DIS (tot) BßIR WBßIR (hij) bereikte (tot) nakomelingen en (jullie) hebben gegeten brood (...) jullie aan zeven en (jullie) hebben gewoond zich te verzekeren bij (het) land (...) jullie
6.
en (ik) heb gegeven vrede bij (het) land en (jullie) hebben gelegen en (er is) niet verschrikkelijke en (ik) heb teruggegeven dier herder vanuit het land en zwaard niet (zij) ging voorbij bij (het) land (...) jullie
7.
en (jullie) hebben achtervolgd (tot) vijanden (...) jullie en ga(a)t neer! voor jullie aan zwaard
8.
en (zij) hebben achtervolgd (van)uit jullie vijf honderd en honderd (van)uit jullie tienduizend (zij) achtervolgdenen en ga(a)t neer! vijanden (...) jullie voor jullie aan zwaard
9.
en (ik) heb me gewend naar jullie WEPRITI (met) jullie en (ik) heb vermeerderd (met) jullie en (ik) heb gevestigd (tot) verbonden van (met) jullie
10.
en (jullie) hebben gegeten er is (...) hen NWSN en er is (...) hen van aanzicht van maand (jullie) haalden tevoorschijn
11.
en (ik) heb gegeven residenties van bij (het) midden (...) jullie noch TCOL ziel (...) mij (met) jullie
12.
en (ik) heb rondgewandeld bij (het) midden (...) jullie en (ik) ben geweest aan jullie aan God en (met) hen (jullie) waren aan mij aan volk
13.
ik Jahweh jullie God die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) jullie van land Egypte om er te zijn aan hen slaven en (ik) verbrijzelde (jij) hebt gewankeld hoogte (...) jullie WAWLK (met) jullie QWMMIWT
14.
en als niet (jullie) hoorden toe aan mij noch (jullie) maakten (tot) alle het voorschrift van (de) deze
15.
en als bij (de) grondwet (...) mij (jullie) verafschuwden en als (tot) rechtsregels van TCOL ziel (...) jullie opdat niet te doen (tot) alle voorschrift (...) mij aan de stier (...) jullie (tot) verbonden van
16.
neus ik (ik) werd gedaan deze aan jullie en (ik) heb neergelegd op jullie BELE (tot) ESHPT en (tot) EQDHT om te eindigen ogen WMDIBT ziel en (jullie) hebben gezaaid aan lege nakomelingen (...) jullie en (zij) heeft gegeten (...) hem vijanden (...) jullie
17.
en (ik) heb gegeven aanzicht van bij jullie en (jullie) hebben geslagen voor vijanden (...) jullie en daalt! bij jullie haat! (...) jullie en (jullie) zijn gevlucht en (er is) niet (hij) heeft achtervolgd (met) jullie
18.
en als tot deze niet (jullie) hoorden toe aan mij en (ik) heb toegevoegd LIXRE (met) jullie zeven op zondoffers (...) jullie
19.
en (ik) heb gebroken (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen kracht (...) jullie en (ik) heb gegeven (tot) namen (...) jullie zoals ijzer en (tot) land (...) jullie als (zij) heeft vermoed
20.
en onschuldige aan lege zoals wijze noch te geven (...) hen land (...) jullie (tot) (hij) verwelkte (er)naar en boom het land niet (hij) gaf stieren (...) hem
21.
en als (jullie) gingen met mij gebeuur! noch (jullie) wensten aan nieuws aan mij en (ik) heb toegevoegd op jullie geslagen zeven zoals zondoffers (...) jullie
22.
WESLHTI bij jullie (tot) dier van het veld en naar verstand (met) jullie en (zij) heeft vernietigd (tot) bij dood! (...) jullie WEMOIÐE (met) jullie en (zij) hebben geademd wegen (...) jullie
23.
en als bij (de) deze niet TWXRW aan mij en (jullie) zijn gegaan met mij gebeuur!
24.
en (ik) ben gegaan neus ik met jullie bezoek! en (ik) heb geslagen (met) jullie ook ik zeven op zondoffers (...) jullie
25.
en (ik) heb gebracht op jullie zwaard (jij) hebt gewroken wraak verbond WNAXPTM naar steden (...) jullie en (ik) heb gezonden woord bij (het) midden (...) jullie en (jij) hebt gegeven (...) hen bij (de) hand vijand
26.
bij breek! aan jullie stam brood en neus (...) hem rijkdom worden verlaten brood (...) jullie BTNWR één en (zij) hebben teruggegeven brood (...) jullie bij (het) gewicht en (jullie) hebben gegeten noch (jullie) waren verzadigd
27.
en als bij deze niet (jullie) hoorden toe aan mij en (jullie) zijn gegaan met mij bezoek!
28.
en (ik) ben gegaan met jullie bij (de) leren zak gebeuur! WIXRTI (met) jullie neus ik zeven op zondoffers (...) jullie
29.
en (jullie) hebben gegeten vlees zonen (...) jullie en vlees dochters (...) jullie (jullie) aten
30.
en (ik) heb uitgeroeid (tot) verhogingen (...) jullie en (ik) zal vernietigen (tot) HMNIKM en (ik) heb gegeven (tot) kadavers (...) jullie op blijf achter! verdraaiingen (...) jullie en naar Gaäl ziel (...) mij (met) jullie
31.
en (ik) heb gegeven (tot) steden (...) jullie droog land en de namen-en van (tot) van heiligheden (...) jullie noch ARIH grendel NIHHKM
32.
en de haar naam (...) mij ik (tot) het land WSMMW op haar vijanden (...) jullie de inwoners bij haar
33.
en (met) jullie (ik) strooide uit bij (de) volken WERIQTI na jullie zwaard en (zij) is geweest land (...) jullie wildernis en steden (...) jullie (zij) waren droog land
34.
destijds Thirza het land (tot) (ik) heb gerust (er)naar alle dagen van (is het zo) dat daarnaar (-s) en (met) hen bij (het) land vijanden (...) jullie destijds (zij) rustte het land WERßT (tot) (ik) heb gerust (er)naar
35.
alle dagen van (is het zo) dat daarnaar (-s) (zij) rustte (tot) die niet (zij) heeft gerust bij (ik) heb gerust (...) jullie bij (de) sabbat (...) jullie op haar
36.
en de geblevenen bij jullie en (ik) heb gebracht van zachtheid bij (het) hart (...) hen bij (het) land van vijanden (...) hen en (hij) heeft achtervolgd (met) hen klank blad NDP en (zij) zijn gevlucht MNXT zwaard en ga(a)t neer! en (er is) niet (hij) heeft achtervolgd
37.
en (zij) zijn gestruikeld man bij (de) broers (...) hem KMPNI zwaard en (hij) heeft achtervolgd (er is) niet noch (jij) was aan jullie (jij) wraakte (er)naar voor vijanden (...) jullie
38.
en (jullie) zijn verloren gegaan bij (de) volken en (zij) heeft gegeten (met) jullie land vijanden (...) jullie
39.
en de geblevenen bij jullie IMQW bij (de) misdaad (...) hen bij (het) land van vijanden (...) jullie en neus bij (de) misdaad van vader (...) hen (met) hen IMQW
40.
WETWDW (tot) misdaad (...) hen en (tot) vijandige vader (...) hen bij (hij) heeft ontvreemd (...) hen die (zij) hebben ontvreemd bij mij en neus die (zij) zijn gegaan met mij bezoek!
41.
neus ik (ik) ging volk (...) hen bezoek! en (ik) heb gebracht (met) hen bij (het) land vijanden (...) hen of destijds IKNO hart (...) hen de onbesnedene en destijds (hij) rende (...) hem (tot) misdaad (...) hen
42.
en (ik) heb me herinnerd (tot) verbonden van (hij) volgde en neus (tot) verbonden van Izak en neus (tot) verbonden van Abraham AZKR en het land AZKR
43.
en het land (jij) verliet (van)uit hen en (zij) rende (tot) (ik) heb gerust (er)naar BESME (van)uit hen en zij (hij) rende (...) hem (tot) misdaad (...) hen wegens WBION bij (de) rechtsregels van (zij) hebben verafschuwd en (tot) grondwet (...) mij naar Gaäl ziel (...) hen
44.
en neus ook deze bij te zijn (...) hen bij (het) land vijanden (...) hen niet (ik) heb verafschuwd (...) hen noch COLTIM te kunnen (...) hen aan de stier verbonden van (met) hen dat ik Jahweh hun God
45.
en (ik) heb me herinnerd aan hen verbond eersten die (ik) ben tevoorschijn gehaald (met) hen van land Egypte te bestuderen (...) mij de volken te zijn aan hen aan God ik Jahweh
46.
deze de wetten en de rechtsregels en het Wetboek van die (hij) heeft gegeven Jahweh bij (de) doffer (...) hem en tussen bouw! Israël bij (de) heuvel Sinaï bij (de) hand Mozes

Hoofdstuk 27

1.
en (hij) sprak Jahweh naar Mozes te spreken
2.
woord naar bouw! Israël en (jij) hebt gesproken naar hen man dat (hij) was wonderlijk gelofte bij (de) waarde (...) jou ziel van aan Jahweh
3.
en (hij) is geweest waarde (...) jou de man van zoon twintig jaar en tot zoon zestig jaar en (hij) is geweest waarde (...) jou vijftig munt zilver bij (de) munt wijd!
4.
en als vrouw hij en (hij) is geweest waarde (...) jou dertig munt
5.
en als van zoon vijf twee en tot zoon twintig jaar en (hij) is geweest waarde (...) jou de man twintig munten en aan vrouw tiental munten
6.
en als van zoon maand en tot zoon vijf twee en (hij) is geweest waarde (...) jou de man vijf munten zilver en aan vrouw waarde (...) jou drie van munten zilver
7.
en als van zoon zestig jaar en hoogte als man en (hij) is geweest waarde (...) jou vijf rijkdom munt en aan vrouw tien munten
8.
en als MK hij van waarde (...) jou en (zij) hebben opgesteld voor de priester en de steden (...) jou (met) hem de priester op mond van die (jij) bereikte hand de gelofte IORIKNW de priester
9.
en als vee die (zij) boodden aan (van)uit haar offer aan Jahweh alle die (hij) gaf (van)uit hem aan Jahweh (hij) was heiligheid
10.
niet IHLIPNW noch (hij) verwisselde (met) hem goede bij (het) kwaad of kwaad bij (de) goede en als (hij) heeft verbitterd (hij) verwisselde vee bij (de) vee en (hij) is geweest hij WTMWRTW (hij) was heiligheid
11.
en als alle vee onreinheid die niet (zij) boodden aan (van)uit haar offer aan Jahweh en (hij) heeft opgesteld (tot) de vee voor de priester
12.
en de steden (...) jou de priester (met) haar tussen goede en tussen kwaad zoals waarde (...) jou de priester zo (hij) was
13.
en als wreker (hij) verloste (...) haar en (hij) heeft toegevoegd HMISTW op waarde (...) jou
14.
en man dat (hij) heiligde (tot) huis (...) hem heiligheid aan Jahweh WEORIKW de priester tussen goede en tussen kwaad zoals bossen (...) jou (met) hem de priester zo (hij) wraakte
15.
en als (is het zo) dat wijd(t) (hij) verloste (tot) huis (...) hem en (hij) heeft toegevoegd HMISIT zilver waarde (...) jou op hem en (hij) is geweest als
16.
en als van veld (jij) hebt gegrepen (...) hem (hij) wijdde man aan Jahweh en (hij) is geweest waarde (...) jou aan mond van (zij) hebben gezaaid nakomelingen klei dat worden wakker bij vijftig munt zilver
17.
als van jaar van de 50e jaardag (hij) wijdde veld (...) hem zoals waarde (...) jou (hij) wraakte
18.
en als andere de 50e jaardag (hij) wijdde veld (...) hem en bereken! als de priester (tot) het zilver op mond van de twee (is het zo) dat (jij) bent overgebleven tot jaar van de 50e jaardag en (wij) verminderden van waarde (...) jou
19.
en als wreker (hij) verloste (tot) het veld (is het zo) dat wijd(t) (met) hem en (hij) heeft toegevoegd HMSIT zilver waarde (...) jou op hem en (hij) is opgestaan als
20.
en als niet (hij) verloste (tot) het veld en als verkoop (tot) het veld aan man andere niet (hij) verloste nog (eens)
21.
en (hij) is geweest het veld bij uit te gaan (...) hem bij (de) 50e jaardag heiligheid aan Jahweh zoals veld de boycot aan priester (jij) was (jij) hebt gegrepen (...) hem
22.
en als (tot) veld bezit (...) hem die niet van veld (jij) hebt gegrepen (...) hem (hij) wijdde aan Jahweh
23.
en bereken! als de priester (tot) MKXT de waarde (...) jou tot jaar van de 50e jaardag en (hij) heeft gegeven (tot) de waarde (...) jou bij (de) dag dat heiligheid aan Jahweh
24.
bij (het) jaar van de stroom (hij) blies het veld te bevestigen buis (...) hem van hem te bevestigen als (jij) hebt gegrepen het land
25.
en alle waarde (...) jou (hij) was bij (de) munt wijd! twintig (zij) heeft gewoond (hij) was de munt
26.
maar eerstgeborene die (hij) trok voor aan Jahweh bij (de) vee niet (hij) wijdde man (met) hem als os als lammetje aan Jahweh hij
27.
en als bij (de) vee de onreinheid en (hij) heeft bevrijd bij (de) waarde (...) jou en (hij) heeft toegevoegd HMSTW op hem en als niet (hij) verloste WNMKR bij (de) waarde (...) jou
28.
maar alle boycot die (hij) ontbrandde (...) hen man aan Jahweh van alle die als van mens en vee en van veld (jij) hebt gegrepen (...) hem niet (hij) verkocht noch (hij) verloste alle boycot heiligheid heiligheden hij aan Jahweh
29.
alle boycot die (hij) ontbrandde (...) hen vanuit de mens niet (hij) bevrijdde dood (hij) zal worden laten sterven
30.
en alle tiende het land van nakomelingen het land van vrucht de boom aan Jahweh hij heiligheid aan Jahweh
31.
en als wreker (hij) verloste man van tiende (...) hem HMSITW (hij) heeft toegevoegd op hem
32.
en alle tiende rundvee en kleinvee alle die (hij) ging voorbij in de plaats van de stam (de) tiende (hij) was heiligheid aan Jahweh
33.
niet (hij) bezocht tussen goede aan kwaad noch (hij) verwisselde (...) ons en als (hij) heeft verbitterd (hij) verwisselde (...) ons en (hij) is geweest hij WTMWRTW (hij) was heiligheid niet (hij) verloste
34.
deze het voorschrift van die geef opdracht! Jahweh (tot) Mozes naar bouw! Israël bij (de) heuvel Sinaï