Hoofdstuk 1

1.
last Ninevé boek visioen (zij) hebben gerust (...) hen EALQSI
2.
naar QNWA en wraak Jahweh wraak Jahweh en echtgenoot woede wraak Jahweh aan vijanden (...) hem WNWÐR hij aan vijanden (...) hem
3.
Jahweh lange neuzen en grote kracht en maak schoon! niet (hij) maakte schoon Jahweh naar bij (het) riet en naar bij (de) poort weg (...) hem en wolk ABQ voeten (...) hem
4.
bestraf(t) bij (de) zee en vasteland (...) hem en alle de rivieren EHRIB (hij) heeft ongelukkig gemaakt Basan en Karmel en bloem Libanon (hij) heeft ongelukkig gemaakt
5.
(hij) heeft opgetild (zij) hebben lawaai gemaakt (van)uit hem en de heuvels ETMCCW en (jij) droeg het land van aanzichten (...) hem en wereld en alle bewoners van bij haar
6.
voor (zij) zijn woedend geweest water van (hij) stond en water van (hij) wraakte bij (de) woede neus (...) hem woede (...) hem NTKE zoals vuur en (de) smalle (mv) (zij) hebben gesloopt (van)uit hem
7.
goede Jahweh aan vesting bij (de) dag ellende en (hij) heeft geweten zoek bescherming! bij hem
8.
WBSÐP kant schoondochter (zij) heeft gemaakt van hoogte en vijanden (...) hem (hij) achtervolgden duisternis
9.
wat? (jullie) berekenden (...) hen naar Jahweh schoondochter hij (hij) heeft gedaan niet (jij) wraakte twee keer ellende
10.
dat tot pannen XBKIM WKXBAM XBWAIM (zij) hebben gegeten zoals stro droogte (hij) is vol geweest
11.
(van)uit jou uitgaande bereken! op Jahweh herder advies slechtheid
12.
zo woord Jahweh als vergoedingen en zo twisten en zo NCWZW en kant WONTK niet AONK nog (eens)
13.
en nu (ik) verbrijzelde stam (...) hem ontvreemd! (...) jou WMWXRTIK (ik) werd afgebroken
14.
en geef opdracht! op jou Jahweh niet (hij) zaaide van naam (...) jou nog (eens) van huis jouw God (ik) vernietigde (hij) heeft gehouwen en van hut (ik) plaatste graf (...) jou dat vlotte (mv)

Hoofdstuk 2

1.
hier is op naar de heuvels voeten van kondig(t) aan laat horen vrede feesten van Juda feesten (...) jou betaal! geloften (...) jou dat niet (hij) voegde toe nog (eens) voorbij te gaan bij jou slechtheid schoondochter (hij) is afgehakt
2.
blad MPIß op aanzichten (...) jou NßWR naar belegering wachter weg kracht lendenen (hij) is sterk geweest kracht zeer
3.
dat woon! Jahweh (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen Jakob als (zij) hebben zich verheven (...) hen Israël dat BQQWM BQQIM en liederen (...) hen (zij) hebben bedorven
4.
schild CBRIEW van mens mens (...) mij macht MTLOIM (hij) is verrot PLDT de wagen bij (de) dag (wij) hebben geslagen WEBRSIM EROLW
5.
bij (de) straten ITEWLLW de wagen ISTQSQWN bij (de) pleinen MRAIEN KLPIDIM zoals flitsen IRWßßW
6.
(hij) herinnerde zich ADIRIW (zij) struikelden BELKWTM (zij) haastten zich muur (...) haar en bereid voor! (is het zo) dat bedek!
7.
poorten van de rivieren (wij) deedden open (...) hem en het paleis NMWC
8.
en stel op! (zij) is in verbanning gegaan (is het zo) dat (zij) is opgegaan WAMETIE MNECWT zoals klank doffers MTPPT op harten (...) hen
9.
en Ninevé als (jij) hebt gezegend water wateren van zij en deze (mv) vluchten sta(a)t vast! sta(a)t vast! en (er is) niet van hoek
10.
(zij) hebben geminacht zilver (zij) hebben geminacht goud en (er is) niet einde LTKWNE lever van alle gereedschap (zij) heeft begeerd
11.
BWQE WMBWQE en naar van Balak en hart NMX WPQ zegen! (...) hen WHLHLE in alle lendenen en aanzicht van allemaal (zij) hebben verzameld PARWR
12.
waar? van vijandige leeuwen en van herder hij aan dorpen die beweging leeuw leeuw daar woon! leeuw en (er is) niet verschrikkelijke
13.
leeuw prooi takken van CRWTIW WMHNQ LLBATIW en (hij) was vol prooi ontbrand! (...) hem WMONTIW (zij) heeft verscheurd
14.
hier ben ik naar jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en de brand (...) mij bij maak! (...) hen (zij) heeft gereden en jonge leeuwen (...) jou (jij) at zwaard en (ik) zal vernietigen van land prooi (...) jou noch (hij) hoorde toe nog (eens) klank MLAKKE

Hoofdstuk 3

1.
ben! stad kosten schoondochter (hij) heeft gelogen PRQ (zij) is vol geweest niet (hij) week prooi
2.
klank zweep en klank lawaai wiel en paard DER en rijtuig MRQDE
3.
ruiter hoogte WLEB zwaard en flits (jij) bent gelegerd en meerderheid dode en lever kadaver en (er is) niet einde naar aan volk (zij) struikelden BCWITM
4.
van meerderheid hoererij (...) mij hoereer(t) goeds van gratie bij opgaan zoals kale heuvels (is het zo) dat (jij) hebt verkocht volken BZNWNIE en families BKSPIE
5.
hier ben ik naar jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en (ik) ben in verbanning gegaan SWLIK op aanzichten (...) jou en (ik) heb laten zien volken van waarde en van koninkrijk schande (...) jou
6.
en (ik) heb afgeworpen op jou verafschuw! (...) hen en (ik) ben verwelkt (...) jou en (ik) heb geplaatst (...) jou zoals spiegel
7.
en (hij) is geweest alle spiegel (...) jou (hij) zwierf (van)uit jou en woord (zij) heeft beroofd Ninevé water van INWD aan haar vanwaar? (ik) zocht troosten aan jou
8.
ETIÐBI MNA Amon (is het zo) dat (zij) heeft gewoond bij (de) rivieren water rondom aan haar die macht zee water muur (...) haar
9.
Cusch kracht en Egypte en (er is) niet einde Put WLWBIM (zij) zijn geweest bij (jij) hebt geholpen (...) jou
10.
ook zij te onthullen (zij) is gegaan bij (de) gevangenschap ook richt aan! (er)naar IRÐSW bij (het) hoofd alle straten en op NKBDIE (hij) bedankte lot en alle CDWLIE RTQW BZQIM
11.
ook (tot) (jij) huurde (zij) was NOLME ook (tot) (jij) zocht vesting van vijand
12.
alle vestingen (...) jou vijgen met bij graven als (zij) zwierven en ga(a)t neer! op mond van eet
13.
hier is met jou worden verlaten bij (het) binnenste (...) jou aan vijanden (...) jou geopende (wij) deedden open (...) hem poorten van land (...) jou (zij) heeft gegeten vuur grendels (...) jou
14.
water van belegering put! aan jou versterk! vestingen (...) jou bij (de) eiland BÐIÐ WRMXI bij (de) klei houd! van witte
15.
daar (jij) at (...) jou vuur (jij) vernietigde (...) jou zwaard (jij) at (...) jou KILQ (is het zo) dat (zij) was zwaar KILQ (is het zo) dat (jij) was zwaar zoals sprinkhaan
16.
(jij) hebt vermeerderd handelaars (...) jou van sterren van de hemel ILQ kleed uit! en (hij) vloog
17.
van kronen (...) jou zoals sprinkhaan WÐPXRIK KCWB CBI (is het zo) dat legeren bij (de) omheiningen bij (de) dag (hij) is gebeurd zon (zij) is gerezen en zwerf(t) noch (wij) werden bekend plaats (...) hem waar zijn zij?
18.
NMW kwaden (...) jou koning bevestiging (zij) behuisden ADIRIK ziel (...) hem met jou op naar de heuvels en (er is) niet verzamel(t)
19.
(er is) niet donkere te verbrijzelen (...) jou erfgoed slag (...) jou alle hoor toe! dat (hij) heeft samengedrukt (zij) hebben geblazen lepel op jou dat op water van niet (zij) is voorbijgegaan medemens (...) jou altijd