Hoofdstuk 1

1.
spreek! troost! (er)naar zoon HKLIE en wees bij (de) maand als baant! jaar van twintig en ik (ik) ben geweest bij Susan de hoofdstad
2.
en (hij) kwam Hanani één van broer hij en mensen van Juda en (ik) vroeg (...) hen op de Joden (zij) heeft eruit gelaten die (zij) zijn gebleven vanuit de gevangenschap en op Jeruzalem
3.
en (zij) spraken aan mij (is het zo) dat blijven die (zij) zijn gebleven vanuit de gevangenschap daar bij (de) staat bij (de) herder grootheid en bij (de) schande en muur van Jeruzalem MPRßT en naar poorten NßTW (hij) is verrot
4.
en wees als hoor toe! (tot) de woorden (de) deze (ik) heb gewoond en (ik) weende en (ik) rouwde (er)naar dagen en (ik) was er ßM en bid(t) voor mijn God de hemel
5.
en woord och Jahweh mijn God de hemel deze (de) grote en (de) ontzagwekkende bewaar! het verbond en genade LAEBIW en te bewaren (...) mij voorschriften (...) hem
6.
(zij) was toch oor (...) jou QSBT en ogen (...) jou geopende (mv) aan nieuws naar gebed van slaaf (...) jou die ik bid(t) voor jou vandaag dag (...) hen en nacht op bouw! Israël slaven (...) jou en van dank op zondige daden bouw! Israël die (wij) hebben gezondigd aan jou en ik en huis vader (wij) hebben gezondigd
7.
koord (wij) hebben gesaboteerd aan jou noch (wij) hebben gehouden (tot) het voorschrift van en (tot) de wetten en (tot) de rechtsregels die (jij) hebt opdracht gegeven (tot) Mozes slaaf (...) jou
8.
man toch (tot) het woord die (jij) hebt opdracht gegeven (tot) Mozes slaaf (...) jou te spreken (met) hen (jullie) ontvreemdden ik APIß (met) jullie bij (de) volkeren
9.
en (jullie) zijn teruggekeerd naar mij en (jullie) hebben gehouden voorschrift (...) mij en (jullie) hebben gedaan (met) hen als (hij) was NDHKM bij (het) einde de hemel van daar (ik) verzamelde (...) hen WEBWATIM naar de plaats die (ik) heb gekozen te behuizen (tot) namen van daar
10.
en zij slaven (...) jou en met jou die (jij) hebt bevrijd bij (de) kracht (...) jou (de) grote en bij (de) hand (...) jou (is het zo) dat (zij) is sterk geworden
11.
och liggers van (zij) was toch oor (...) jou QSBT naar gebed van slaaf (...) jou en naar gebed van slaven (...) jou de wensen aan vrees (tot) naam (...) jou en (zij) is geslaagd toch te bewerken (...) jou vandaag en geef! (...) hem aan medelijden voor de man deze en ik (ik) ben geweest geef(t) te drinken aan koning

Hoofdstuk 2

1.
en wees bij (de) maand NIXN jaar van twintig aan Arthahsasta kroon! wijn voor hem en (ik) droeg (tot) de wijn en (ik) gaf aan koning noch (ik) ben geweest kwaad voor hem
2.
en (hij) sprak aan mij kroon! waarom? aanzichten (...) jou kwaden en (met) haar jij bent (er) niet word(t) ziek (er is) niet dit dat als kwaad hart en (ik) vreesde veel zeer
3.
en woord aan koning kroon! aan eeuwigheid (hij) leefde waarom? niet (zij) achtervolgden aanzicht van die (hij) heeft opgemerkt huis QBRWT vaders van droog land en naar poorten (zij) hebben gegeten (hij) is verrot
4.
en (hij) sprak aan mij kroon! op wat? dit (met) haar zoek(t) en (ik) bad naar mijn God de hemel
5.
en woord aan koning als op kroon! goede en als (hij) was goed slaaf (...) jou voor jou die (jij) zond weg (...) mij naar Juda naar stad QBRWT vaders van WABNNE
6.
en (hij) sprak aan mij kroon! WESCL woon(t) AßLW tot wanneer? (hij) was ga(a)(t) (...) jou en wanneer? (jij) blies en (hij) was goed voor kroon! en (hij) zond weg (...) mij en (ik) gaf als ZMN
7.
en spreek(t) aan koning als op kroon! goede ACRWT (zij) gaven aan mij op PHWWT kant de rivier die (zij) brachten over (...) mij tot die (ik) kwam naar Juda
8.
WACRT naar Asaf bewaar! EPRDX die aan koning die (hij) gaf aan mij bomen te gebeuren (tot) poorten van de hoofdstad die aan huis en aan muur van (hij) heeft opgemerkt en aan huis die (ik) kwam naar hem en (hij) gaf aan mij kroon! zoals hand mijn God het goeds op mij
9.
en (ik) kwam naar PHWWT kant de rivier en (ik) gaf aan hen (tot) ACRWT kroon! en (hij) zond weg met mij kroon! Sarai macht en ruiters
10.
en (hij) hoorde toe Sanballat (is het zo) dat (hij) is bleek geworden (...) mij en naar goedheden de slaaf EOMNI en (hij) achtervolgde aan hen herder grootheid die (hij) is gekomen mens te zoeken goeds aan zonen van Israël
11.
en (ik) kwam naar Jeruzalem en (ik) was er daar dagen drie
12.
en (ik) wraakte nacht ik en mensen een beetje met mij noch (ik) heb verteld aan mens wat? mijn God (hij) heeft gegeven naar hart (...) mij te doen aan Jeruzalem en vee (er is) niet met mij dat als de vee die ik wagen bij haar
13.
en (ik) ging uit (er)naar bij (de) poort het dal nacht en naar aanzicht van oog de krokodil en naar poort het vuilnis van en (ik) was er (hij) heeft gebroken bij (de) muur van Jeruzalem die EMPRWßIM en naar poorten (zij) hebben gegeten (hij) is verrot
14.
en (ik) trok door naar poort de oog en naar (jij) hebt gezegend kroon! en (er is) niet plaats aan vee door te trekken in de plaats van mij
15.
en (ik) was er blad bij (de) wadi nacht en (ik) was er (hij) heeft gebroken bij (de) muur en (ik) blies en (ik) kwam bij (de) poort het dal en (ik) blies
16.
en de officieren niet (zij) hebben geweten waarheen? (ik) ben gegaan en wat? ik (hij) heeft gedaan en aan Joden en aan priesters WLHRIM en aan officieren en aan rest (hij) heeft gedaan het handwerk tot zo niet (ik) heb verteld
17.
en spreek(t) naar hen (met) hen spiegel (...) hen de herder die wij bij haar die Jeruzalem droog land en naar poorten NßTW (hij) is verrot ga(a)t! en (wij) bouwden (tot) muur van Jeruzalem noch (wij) waren nog (eens) schande
18.
en (ik) vertelde aan hen (tot) hand mijn God die zij goeds op mij en neus spreek! kroon! die woord aan mij en (zij) spraken (wij) wraakten en (wij) hebben gebouwd en (zij) versterkten handen (...) hen aan goeds
19.
en (hij) hoorde toe Sanballat (is het zo) dat (hij) is bleek geworden (...) mij en ben goed! (er)naar de slaaf EOMWNI en nader! (...) hen (is het zo) dat ben aangenaam! en (zij) spotten aan ons en (zij) minachtten op ons en (zij) spraken wat? het woord deze die (met) hen maak! (...) hen de hoogte kroon! (met) hen kom in opstand! (...) hen
20.
en (ik) gaf terug hen woord en spreek(t) aan hen mijn God de hemel hij (hij) slaagde aan ons en wij slaven (...) hem (wij) wraakten en (wij) hebben gebouwd en aan jullie (er is) niet deel en weldadigheid en herinnering bij Jeruzalem

Hoofdstuk 3

1.
en (hij) stond op Eljasib de priester (de) grote en broers (...) hem de priesters en (zij) bouwden (tot) poort het kleinvee deze (mv) QDSWEW en (zij) stelden op deuren (...) hem en tot kweek(t) de honderd QDSWEW tot kweek(t) HNNAL
2.
en op (hij) bedankte bij ons mens (...) mij maan (...) hem en op (hij) bedankte (hij) heeft gebouwd Zakkur zoon Amoriet
3.
en (tot) poort de vissen bij ons bouw! EXNAE deze (mv) QRWEW en (zij) stelden op deuren (...) hem MNOWLIW en grendels (...) hem
4.
en op (hij) leek (hij) heeft gehouden bedrog zoon naar lichten zoon EQWß en op (hij) leek (hij) heeft gehouden Mesullam zoon zegen! (er)naar zoon MSIZBAL en op (hij) leek (hij) heeft gehouden heb gelijk! zoon BONA
5.
en op (hij) leek (zij) hebben gehouden ETQWOIM WADIRIEM niet (zij) hebben gebracht rots (...) hen bij (jij) hebt gewerkt liggers (...) hen
6.
en (tot) poort is er? (...) haar (zij) hebben gehouden IWIDO zoon Pesach en Mesullam zoon naar bij (de) geheimen deze (mv) QRWEW en (zij) stelden op deuren (...) hem en van schoenen (...) hem en grendels (...) hem
7.
en op (hij) leek (hij) heeft gehouden red! (er)naar ECBONI en (hij) bedankte (...) hen EMRNTI mens (...) mij Gibeon en de uitkijkpunt aan stoel vermindering kant de rivier
8.
op (hij) bedankte (hij) heeft gehouden Uzziël zoon HREIE ßWRPIM en op (hij) bedankte (hij) heeft gehouden Hananja zoon ERQHIM en (zij) verlieten Jeruzalem tot de muur de plein
9.
en op (hij) leek (hij) heeft gehouden RPIE zoon Hur aanvoerder halve spoel Jeruzalem
10.
en op (hij) leek (hij) heeft gehouden naar handen zoon HRWMP en tegenover huis (...) hem en op (hij) bedankte (hij) heeft gehouden HÐWS zoon HSBNIE
11.
maat ten tweede (hij) heeft gehouden Malchia zoon boycot en denk! zoon vermindering Moab en (tot) kweek(t) ETNWRIM
12.
en op (hij) bedankte (hij) heeft gehouden vrede zoon ELWHS aanvoerder halve spoel Jeruzalem hij en bebouwingen (...) hem
13.
(tot) poort het dal (hij) heeft gehouden (zij) zijn gelegerd (...) hen en inwoners van geef op! deze (mv) bij (de) woonplaats (...) hem en (zij) stelden op deuren (...) hem van schoenen (...) hem en grendels (...) hem en duizend natie bij (de) muur tot poort de oevers
14.
en (tot) poort de vuilnisbelten (hij) heeft gehouden Malchia zoon wagen aanvoerder spoel huis de wijngaard hij (hij) bouwde (...) ons en (hij) stelde op deuren (...) hem van schoenen (...) hem en grendels (...) hem
15.
en (tot) poort de oog (hij) heeft gehouden dat overnacht! zoon alle borst aanvoerder spoel de uitkijkpunt hij (hij) bouwde (...) ons WIÐLLNW en (zij) stelden op deuren (...) hem van schoenen (...) hem en grendels (...) hem en (tot) muur van (jij) hebt gezegend de wapen aan tuin kroon! en tot (is het zo) dat om op te gaan (is het zo) dat dalen merk(t) op David
16.
na hem (hij) heeft gehouden troost! (er)naar zoon OZBWQ aanvoerder halve spoel huis rots tot tegenover begraaf! David en tot de gelukwens EOSWIE en tot huis de mannen
17.
na hem (zij) hebben gehouden de Levieten barmhartige zoon bouw! op (hij) bedankte (hij) heeft gehouden bereken! (er)naar aanvoerder halve spoel Kehila aan spoel (...) hem
18.
na hem (zij) hebben gehouden broers (...) hen BWI zoon HNDD aanvoerder halve spoel Kehila
19.
en (hij) versterkte op (hij) bedankte hulp zoon Jozua aanvoerder de uitkijkpunt maat ten tweede op een afstand opgaan (is het zo) dat (hij) heeft gekust EMQßO
20.
na hem (is het zo) dat (hij) is ontbrand (hij) heeft gehouden gezegende zoon (hij) heeft gevloeid (...) mij maat ten tweede vanuit EMQßWO tot opening huis Eljasib de priester (de) grote
21.
na hem (hij) heeft gehouden bedrog zoon naar lichten zoon EQWß maat ten tweede doe(t) open huis Eljasib en tot TKLIT huis Eljasib
22.
en na hem (zij) hebben gehouden de priesters mens (...) mij het plein
23.
na hem (hij) heeft gehouden Benjamin en denk! tegenover bij (hij) verbaasde zich na hem (hij) heeft gehouden Azarja zoon naar daden zoon naar wolken naast huis (...) hem
24.
na hem (hij) heeft gehouden bebouwing zoon HNDD maat ten tweede van huis Azarja tot EMQßWO en tot de hoek
25.
PLL zoon AWZI op een afstand EMQßWO WEMCDL (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald van huis kroon! (de) hoogste die aan grondgebied naar de regen na hem bevrijd! (er)naar zoon vlo
26.
en de onderdanen (zij) zijn geweest inwoners BOPL tot tegenover poort het water aan Oosten WEMCDL (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald
27.
na hem (zij) hebben gehouden (is het zo) dat blaas! (...) hen maat ten tweede op een afstand (is het zo) dat kweek(t) (de) grote (is het zo) dat (hij) werd tevoorschijn gehaald en tot muur van EOPL
28.
boven poort de paarden (zij) hebben gehouden de priesters man tegen huis (...) hem
29.
na hem (hij) heeft gehouden heb gelijk! zoon woord tegenover huis (...) hem en na hem (hij) heeft gehouden hoor toe! (er)naar zoon behuis! (er)naar bewaar! poort het Oosten
30.
na (hij) heeft gehouden Hananja zoon betaal! (er)naar en (zij) zijn gelegerd (...) hen zoon ßLP (de) zesde maat tweede na hem (hij) heeft gehouden Mesullam zoon zegen! (er)naar tegenover (jij) hebt gebeten (...) hem
31.
na (hij) heeft gehouden Malchia zoon EßRPI tot huis de onderdanen en de handelaars tegenover poort (is het zo) dat beveel(t) en tot (jij) bent opgegaan de hoek
32.
en tussen (jij) bent opgegaan de hoek aan poort het kleinvee (zij) hebben gehouden EßRPIM en de handelaars
33.
en wees zoals nieuws Sanballat dat wij bouwen (tot) de muur en (hij) ontbrandde als en (hij) was boos veel en (hij) spotte op de Joden
34.
en (hij) sprak voor broers (...) hem en macht Samaria en (hij) sprak wat? de Joden EAMLLIM maak! (...) hen (is het zo) dat (zij) verlieten aan hen (is het zo) dat (zij) slachtten (is het zo) dat (zij) hebben gekund bij (de) dag (is het zo) dat (zij) leefden (tot) de stenen MORMWT het stof en deze (mv) SRWPWT
35.
en naar goedheden EOMNI AßLW en (hij) sprak ook die zij bouwen als (hij) verhief vos en doorbraak muur van stenen (...) hen
36.
nieuws onze God dat (wij) zijn geweest minacht en geef terug! (jullie) hebben beledigd naar hoofd (...) hen en jakhals (...) hen naar aan minachting bij (het) land naar gevangenschap
37.
en naar (zij) bedekte op misdaad (...) hen en (jullie) hebben gezondigd weg van aanzichten (...) jou naar (jij) wiste uit dat (zij) hebben boos gemaakt tegen (is het zo) dat bouwen
38.
en (wij) bouwden (tot) de muur en (jij) verbond alle de muur tot halve en wees hart aan volk te doen

Hoofdstuk 4

1.
en wees zoals nieuws Sanballat en naar goedheden en (de) aangename (mv) WEOMNIM en de inwoners van Asdod dat (zij) is opgegaan lange aan schoonmoeder Jeruzalem dat (zij) zijn begonnen te de doorbraaken LEXTM en (hij) ontbrandde aan hen zeer
2.
en (zij) verbondden allemaal samen te komen aan het brood bij Jeruzalem en te doen als loop(t) verkeerd
3.
en (wij) badden naar onze God en (wij) stelden op bewaar(t) op hen dag (...) hen en nacht van aanzichten (...) hen
4.
en (hij) sprak Juda misstap kracht EXBL en het stof veel en wij niet (wij) zullen kunnen te bouwen bij (de) muur
5.
en (zij) spraken vijanden (...) ons niet (zij) hebben geweten noch (zij) lieten zien tot die (wij) kwamen naar midden (...) hen en (wij) hebben gedood (...) hen en (wij) hebben stopgezet (tot) het handwerk
6.
en wees zoals (zij) zijn gekomen de Joden de inwoners AßLM en (zij) spraken aan ons rijkdom twee keer van alle de plaatsen die (jullie) keerden terug op ons
7.
en (ik) stelde op van onderste (mv) aan plaats van achter aan muur BßHHIIM en (ik) stelde op (tot) het volk aan families met HRBTIEM RMHIEM WQSTTIEM
8.
en (ik) zag en (ik) wraakte en woord naar (is het zo) dat worden bleek en naar de officieren en naar rest het volk naar (jullie) vreesden van aanzichten (...) hen (tot) liggers van (de) grote en (de) ontzagwekkende (zij) hebben zich herinnerd en het brood (...) hem op broers (...) jullie zonen (...) jullie en dochters (...) jullie vrouwen (...) jullie en huizen (...) jullie
9.
en wees zoals (zij) hebben toegehoord vijanden (...) ons dat (wij) werden bekend aan ons en (hij) was vruchtbaar naar God (tot) raad (...) hen en (wij) bliezen als (zij) hebben overnacht naar de muur man naar handwerk (...) hem
10.
en wees vanuit vandaag dat halve schud! maak! (...) hen bij (het) handwerk en pijlen houden WERMHIM de schilden WEQSTWT WESRINIM en de aanvoerders na alle huis Juda
11.
(is het zo) dat bouwen bij (de) muur en de dragers BXBL OMSIM bij één (hij) bedankte (hij) heeft gedaan bij (het) handwerk en één versterk(t) de wapen
12.
WEBWNIM man (zij) zijn vernield verboden op lendenen (...) hem en bouwen WETWQO bij (de) ramshoorn AßLI
13.
en woord naar (is het zo) dat worden bleek en naar de officieren en naar rest het volk het handwerk veel en plein en wij NPRDIM op de muur afstanden man van broers (...) hem
14.
bij (de) plaats die (jullie) hoorden toe (tot) klank de ramshoorn daarnaar (-s) (jullie) verzamelden naar ons onze God (hij) streed aan ons
15.
en wij maak! (...) hen bij (het) handwerk en pijlen houden BRMHIM om op te gaan (de) zwarte tot uit te gaan de sterren
16.
ook bij (de) tijd die (ik) heb gesproken aan volk man en schudt! (zij) lieten overnachten binnen Jeruzalem en (zij) zijn geweest aan ons de nacht bewaar(t) en vandaag handwerk
17.
en (er is) niet ik en broer en schud! en mens (...) mij (is het zo) dat bewaar(t) die na (er is) niet wij kleed uit! (...) hen kledingstukken (...) ons man zendt weg! het water

Hoofdstuk 5

1.
en (zij) was (jij) hebt geschreeuwd het volk en vrouwen (...) hen grootheid naar broers (...) hen de Joden
2.
en er is die woorden (wij) hebben gebouwd en dochters (...) ons wij twisten en (wij) namen (er)naar graan en (wij) aten (er)naar en (wij) leefden
3.
en er is die woorden velden (...) ons en wijngaarden (...) ons en huizen (...) ons wij aangename (mv) en (wij) namen (er)naar graan bij (de) honger
4.
en er is die woorden Leviet (...) ons zilver (jij) hebt gestudeerd kroon! velden (...) ons en wijngaarden (...) ons
5.
en nu zoals vlees broers (...) ons bij (wij) hebben gezongen zoals zonen (...) hen (wij) hebben gebouwd en hier is wij als schamen zich (tot) (wij) hebben gebouwd en (tot) dochters (...) ons aan slaven en er is van dochters (...) ons NKBSWT en (er is) niet tot God hand (...) ons en velden (...) ons en wijngaarden (...) ons aan anderen
6.
en (hij) ontbrandde aan mij zeer zoals (ik) heb toegehoord (tot) (jullie) hebben geschreeuwd en (tot) de woorden (de) deze
7.
en (hij) heerste hart (...) mij op mij en (ik) twistte (er)naar (tot) (is het zo) dat worden bleek en (tot) de officieren en (zij) heeft gesproken aan hen last man bij (de) broers (...) hem (met) hen dragers en (met) hen op hen (zij) heeft verzameld grootheid
8.
en (zij) heeft gesproken aan hen wij (wij) hebben gekocht (tot) broers (...) ons de Joden ENMKRIM aan volken kruiken van bij ons en ook (met) hen (jullie) verkochten (tot) broers (...) jullie en (wij) verkochten (...) hem aan ons WIHRISW noch (zij) hebben gevonden woord
9.
en (hij) sprak niet goede het woord die (met) hen maak! (...) hen immers bij (jij) hebt gevreesd onze God (jullie) gingen beledig(t) de volken vijanden (...) ons
10.
en ook ik broer en schud! worden verlaten bij hen zilver en graan (wij) verlieten (er)naar toch (tot) de last deze
11.
(zij) hebben teruggegeven toch aan hen zoals de dag SDTIEM wijngaarden (...) hen olijven (...) hen en huizen (...) hen en honderd het zilver en de graan de most en de zuivere olie die (met) hen worden verlaten bij hen
12.
en (zij) spraken (wij) gaven terug en (van)uit hen niet (wij) zochten zo (hij) is gedaan zoals (met) haar spreek(t) en (ik) werd genoemd (tot) de priesters WASBIOM te doen zoals woord deze
13.
ook HßNI (ik) heb uitgeschud en (zij) heeft gesproken zodoende (hij) schudde naar God (tot) alle de man die niet (hij) vestigde (tot) het woord deze van huis (...) hem en van moeite (...) hem en zodoende (hij) was (wij) schudden uit en lege en (zij) spraken alle de menigte amen! en (zij) zullen loven (tot) Jahweh en (hij) heeft gemaakt het volk zoals woord deze
14.
ook van dag die geef opdracht! mij te zijn valstrik (...) hen bij (het) land Juda van jaar van twintig en tot jaar van dertig en twee aan Arthahsasta kroon! twee twee tien ik en broer brood de stadhouder niet (ik) heb gegeten
15.
en de stadhouders de eersten die voor EKBIDW op het volk en (zij) namen (van)uit hen bij (het) brood en wijn andere zilver munten veertig ook jeugd (...) hen (zij) hebben geheerst op het volk en ik niet (ik) heb gedaan zo van aanzicht van (jij) hebt gevreesd God
16.
en ook bij (het) handwerk van de muur (de) deze (ik) heb gehouden en veld niet (wij) hebben gekocht en alle schud! QBWßIM daar op het handwerk
17.
en de Joden en de officieren honderd en vijftig man en die gekomen naar ons vanuit de volken die omgevingen (...) ons op (hij) mij gezonden
18.
en die (hij) is geweest (hij) is gedaan aan dag één os één kleinvee zes BRRWT en vogels (zij) zijn gedaan aan mij en tussen tiental dagen in alle wijn aan de veelheid en met dit brood de stadhouder niet bij (de) bogen van dat (zij) is zwaar geweest het feit op het volk deze
19.
(zij) heeft zich herinnerd aan mij mijn God aan goeds alle die (ik) heb gedaan op het volk deze

Hoofdstuk 6

1.
en wees zoals (wij) hoorden toe aan Sanballat en naar goedheden WLCSM (is het zo) dat ben aangenaam! en aan rest vijanden (...) ons dat (ik) heb gebouwd (tot) de muur noch overgebleven bij haar doorbraak ook tot de tijd die deuren niet (ik) heb opgesteld bij (de) poorten
2.
en (hij) zond weg Sanballat en nader! (...) hen naar mij te spreken ga! (er)naar WNWODE samen bij (de) jonge leeuwen BBQOT kracht (...) hem en deze (mv) bereken! (...) hen te doen aan mij herder
3.
en (ik) zond weg (er)naar op hen boodschappers te spreken handwerk grootheid ik (hij) heeft gedaan noch eet te dalen waarom (zij) rustte het handwerk zoals (ik) liet los en (ik) ben gedaald naar jullie
4.
en (zij) zondden weg naar mij zoals woord deze vier twee keer en (ik) gaf terug hen zoals woord deze
5.
en (hij) zond weg naar mij Sanballat zoals woord deze keer HMISIT (tot) schudt! WACRT geopende bij (hij) bedankte
6.
geschreven bij haar bij (de) volken (wij) hoorden toe WCSMW woord (met) haar en de Joden bereken! (...) hen in opstand te komen op zo (met) haar bouw(t) de muur en (met) haar verderf aan hen aan koning zoals woorden (de) deze
7.
en ook profeten (jij) hebt opgesteld te noemen op jou bij Jeruzalem te spreken koning bij Juda en nu (hij) hoorde toe aan koning zoals woorden (de) deze en nu ga! (er)naar WNWOßE samen
8.
en (ik) zond weg (er)naar naar hem te spreken niet (wij) waren zoals woorden (de) deze die (met) haar spreek(t) dat van hart (...) jou (met) haar BWDAM
9.
dat allemaal MIRAIM letter (...) ons te spreken (zij) lieten los handen (...) hen vanuit het handwerk noch (jij) deed en nu kracht (tot) handen van
10.
en ik (ik) ben gekomen huis hoor toe! (er)naar zoon put! (er)naar zoon MEIÐBAL en hij houd vast! en (hij) sprak NWOD naar huis naar God naar midden het paleis en (wij) sloten (er)naar deuren het paleis dat komen te doden (...) jou en nacht komen te doden (...) jou
11.
en (zij) heeft gesproken de man zoals ik (hij) vluchtte en water van zoals ik die (hij) kwam naar het paleis en levende niet (ik) kwam
12.
en (ik) herkende (er)naar en hier is niet God zendt weg! dat (is het zo) dat (wij) kwamen (er)naar woord op mij en naar goedheden en Sanballat (zij) hebben gehuurd
13.
opdat huur! hij opdat (ik) vreesde en (ik) werd gedaan zo en (ik) heb gezondigd en (hij) is geweest aan hen aan naam kwaad opdat (zij) beledigden (...) mij
14.
(zij) heeft zich herinnerd mijn God naar aan goedheden en aan Sanballat zoals daden (...) hem deze en ook LNWODIE naar de profeet en aan rest de profeten die (zij) zijn geweest MIRAIM mij
15.
en (jij) betaalde de muur bij twintig en vijf LALWL aan vijftig en twee dag
16.
en wees zoals (zij) hebben toegehoord alle vijanden (...) ons en (zij) lieten zien alle de volken die omgevingen (...) ons en (zij) vielen zeer bij (de) ogen (...) hen en (zij) hebben geweten dat honderd onze God (zij) is gedaan het handwerk (de) deze
17.
ook bij (de) dagen die vermeerderen ontbrand! Juda ACRTIEM gaan op naar goedheden en die naar aan goedheden komen naar hen
18.
dat twisten bij Juda bij (de) hoge naar week als dat bruidegom hij naar aan buurmannen zoon manier en Johanan bij ons lering (tot) dochter Mesullam zoon zegen! (er)naar
19.
ook weldaden (...) hem (zij) zijn geweest woorden voor en spreek! (zij) zijn geweest halen tevoorschijn als ACRWT wapen naar goedheden LIRANI

Hoofdstuk 7

1.
en wees zoals (zij) is gebouwd de muur en (ik) stelde op de deuren en (zij) bevalen ESWORIM en de zangers en de Levieten
2.
en (ik) gaf opdracht (tot) Hanani broer en (tot) Hananja aanvoerder de hoofdstad op Jeruzalem dat hij zoals man waarheid en gezien (tot) naar God vermeerderen
3.
en (hij) sprak aan hen niet (zij) deedden open poorten van Jeruzalem tot hete de zon en tot zij staanders ICIPW de deuren en (zij) hebben gegrepen en (hij) heeft opgesteld bewaren inwoners van Jeruzalem man bij bewaar(t) (...) hem en man tegenover huis (...) hem
4.
en (hij) heeft opgemerkt (jij) bent breder geworden handen en grootheid en het volk een beetje naar bij (het) midden en (er is) niet huizen bebouwing (...) hen
5.
en (hij) gaf mijn God naar hart (...) mij en (ik) verzamelde (er)naar (tot) (is het zo) dat worden bleek en (tot) de officieren en (tot) het volk LETIHS en (ik) vond boek (is het zo) dat (hij) haastte zich (is het zo) dat gaan op in het eerste en (ik) vond geschreven bij hem
6.
deze bouw! de staat de hoogtes van gevangenschap de ballingschap die de bol Nebukadnezar koning Babel en (zij) keerden terug aan Jeruzalem en aan Juda man aan stad (...) hem
7.
die gekomen met Zerubbabel Jozua troost! (er)naar Azarja ROMIE (wij) waren bronstig (...) mij Mordechai BLSN vertel(t) bij (de) volk (zij) hebben gerust (...) hen Baena getal mens (...) mij met Israël
8.
bouw! vlo duizenden honderd en zeventig en twee
9.
bouw! berecht! (er)naar drie honderd zeventig en twee
10.
bouw! manier zes honderd vijftig en twee
11.
bouw! vermindering Moab aan zonen van Jozua en Joab duizenden en acht honderd acht rijkdom
12.
bouw! Elam duizend honderd paar vijftig en vier
13.
bouw! ZTWA acht honderd veertig en vijf
14.
bouw! reinig! (...) mij zeven honderd en zestig
15.
bouw! bebouwing zes honderd veertig en acht
16.
bouw! BBI zes honderd twintig en acht
17.
bouw! OZCD duizenden drie honderd twintig en twee
18.
bouw! ADNIQM zes honderd zestig en zeven
19.
bouw! bij (de) volk duizenden zestig en zeven
20.
bouw! sieraad (...) hen zes honderd vijftig en vijf
21.
bouw! linkshandige aan Hizkia negentig en acht
22.
bouw! (hij) heeft zich gehaast (...) hen drie honderd twintig en acht
23.
bouw! bij (de) vloot drie honderd twintig en vier
24.
bouw! HRIP honderd twee rijkdom
25.
bouw! Gibeon negentig en vijf
26.
mens (...) mij huis brood WNÐPE honderd tachtig en acht
27.
mens (...) mij Anathoth honderd twintig en acht
28.
mens (...) mij huis Azmaveth veertig en twee
29.
mens (...) mij Stad van bossen naar jonge leeuw WBARWT zeven honderd veertig en drie
30.
mens (...) mij de wormen en heuvel zes honderd twintig en één
31.
mens (...) mij MKMX honderd en twintig en twee
32.
mens (...) mij huis naar en Ai honderd twintig en drie
33.
mens (...) mij Nebo andere vijftig en twee
34.
bouw! Elam andere duizend honderd paar vijftig en vier
35.
bouw! boycot drie honderd en twintig
36.
bouw! maan (...) hem drie honderd veertig en vijf
37.
bouw! baar! HDID en kracht (...) hem zeven honderd en twintig en één
38.
bouw! XNAE drie van duizenden negen honderd en dertig
39.
de priesters bouw! Jedaja aan huis Jozua negen honderd zeventig en drie
40.
bouw! woord duizend vijftig en twee
41.
bouw! Pashur duizend honderd paar veertig en zeven
42.
bouw! boycot duizend zeven rijkdom
43.
de Levieten bouw! Jozua LQDMIAL aan zonen van LEWDWE zeventig en vier
44.
de zangers bouw! Asaf honderd veertig en acht
45.
de poorten bouw! gehele bouw! linkshandige bouw! ÐLMN bouw! kromme bouw! HÐIÐA bouw! gevangenschap honderd dertig en acht
46.
de onderdanen bouw! ßHA bouw! HSPA bouw! ÐBOWT
47.
bouw! QIRX bouw! XIOA bouw! (zij) hebben bevrijd (...) hen
48.
bouw! witte bouw! HCBA bouw! betaal!
49.
bouw! (hij) heeft gratie verleend bouw! grootheid bouw! CHR
50.
bouw! naar spiegel bouw! Rezin bouw! NQWDA
51.
bouw! gesnoeide takken bouw! Uzza bouw! Pesach
52.
bouw! BXI bouw! van vijandige (mv) bouw! NPWSXIM
53.
bouw! BQBWQ bouw! HQWPA bouw! HRHWR
54.
bouw! BßLIT bouw! MHIDA bouw! HRSA
55.
bouw! BRQWX bouw! Sisera bouw! (zij) wiste uit
56.
bouw! NßIH bouw! HÐIPA
57.
bouw! werk! Salomo bouw! XWÐI bouw! (jij) hebt geteld bouw! PRIDA
58.
bouw! IOLA bouw! DRQWN bouw! grootheid
59.
bouw! berecht! (er)naar bouw! HÐIL bouw! PKRT de gazellen bouw! Amon
60.
alle de onderdanen en bouw! werk! Salomo drie honderd negentig en twee
61.
en deze (is het zo) dat gaan op MTL zout TL HRSA beeld van meerderheid heer en woord noch (zij) hebben gekund te vertellen huis vader (...) hen en nakomelingen (...) hen als van Israël zij
62.
bouw! put! (er)naar bouw! naar goedheden bouw! NQWDA zes honderd en veertig en twee
63.
en vanuit de priesters bouw! HBIE bouw! EQWß bouw! ijzer-en van die lering om te bouwen ijzer-en van de gedenktekens van vrouw en (hij) noemde op naam (...) hen
64.
deze zoekt! (hand)schrift (...) hen EMTIHSIM noch (wij) vondden en (hij) verloste (...) hem vanuit (hij) heeft geslagen (...) haar
65.
en (hij) sprak ETRSTA aan hen die niet (zij) aten heilig(t) de heiligheden tot sta vast! de priester aan lichten en volledige
66.
alle de menigte zoals een vier RBWA duizenden drie honderd en zestig
67.
weg van tak slaven (...) hen WAMETIEM deze zeven duizenden drie honderd dertig en zeven en aan hen zangers WMSRRWT honderd paar en veertig en vijf
68.
kamelen vier honderd dertig en vijf ezeldrijvers zes duizenden zeven honderd en twintig
69.
en deel hoofden van de vaders (zij) hebben gegeven aan handwerk ETRSTA (hij) heeft gegeven aan schat goud DRKMNIM duizend offerschalen vijftig KTNWT priesters dertig en vijf honderd
70.
en van hoofden van de vaders (zij) hebben gegeven aan schat het handwerk goud DRKMWNIM schering twisten en zilver noem op! (...) hen duizenden en honderd paar
71.
en die (zij) hebben gegeven rest het volk goud DRKMNIM schering RBWA en zilver noem op! (...) hen duizenden en hemd priesters zestig en zeven
72.
en (zij) hebben gewoond de priesters en de Levieten WESWORIM en de zangers en vanuit het volk en de onderdanen en alle Israël bij (de) steden (...) hen en vermoeide de maand (de) zevende en bouw! Israël bij (de) steden (...) hen

Hoofdstuk 8

1.
en (zij) verzamelden alle het volk zoals man één naar de straat die voor poort het water en (zij) spraken aan Ezra het boek te brengen (tot) boek Wetboek van Mozes die geef opdracht! Jahweh (tot) Israël
2.
en (hij) bracht Ezra de priester (tot) het Wetboek voor de menigte van man en tot vrouw en alle van tussen aan nieuws bij (de) dag één aan maand (de) zevende
3.
en (hij) noemde bij hem voor de straat die voor poort het water vanuit het licht tot MHßIT vandaag tegenover de mensen en de vrouwen WEMBINIM en oren van alle het volk naar boek het Wetboek
4.
en (hij) stond vast Ezra het boek op kweek(t) boom die Ezau te spreken en (hij) stond vast AßLW (ik) ben gestorven (er)naar en nieuws en arme en naar lichten en Hilkia en naar daden op dagen (...) ons en van linkerhand (...) hem bevrijd! (er)naar WMISAL en Malchia en (hij) heeft zich gehaast (...) hen WHSBDNE herinner je! (er)naar Mesullam
5.
en (hij) deed open Ezra het boek te bestuderen (...) mij alle het volk dat boven alle het volk (hij) is geweest WKPTHW sta(a)t vast! alle het volk
6.
en (hij) zegende Ezra (tot) Jahweh naar God (de) grote en (zij) antwoordden alle het volk amen! amen! bij (hij) heeft ontvreemd handen (...) hen en (zij) hebben gebrand en (zij) bogen zich diep aan Jahweh neuzen naar land
7.
en Jozua en bouw! WSRBIE rechterhand kromme rust! bedank! (er)naar naar daden QLIÐA Azarja Jozabad (hij) heeft gratie verleend wonderlijke en de Levieten begrijpen (tot) het volk aan Wetboek en het volk op sta vast! (...) hen
8.
en (zij) noemden bij (het) boek bij (het) Wetboek van naar God verklaar(t) WSWM verstand en (zij) begrepen bij (het) lezen
9.
en (hij) sprak troost! (er)naar hij ETRSTA en Ezra de priester het boek en de Levieten (is het zo) dat begrijpen (tot) het volk aan alle het volk vandaag heiligheid hij aan Jahweh jullie God naar (jullie) rouwden en naar (jullie) weenden dat wenen alle het volk zoals nieuws (...) hen (tot) spreek! het Wetboek
10.
en (hij) sprak aan hen ga(a)t! (zij) hebben gegeten MSMNIM en (zij) hebben gelegd MMTQIM en zendt weg! rantsoenen aan eiland (...) hen juiste als dat heilige vandaag aan liggers (...) ons en naar (jullie) bedroefden dat scherpe (mv) Jahweh zij van kracht (...) jullie
11.
en de Levieten MHSIM aan alle het volk te spreken EXW dat vandaag heiligheid en naar (jullie) bedroefden
12.
en (zij) gingen alle het volk aan eten en te drinken en weg te zenden rantsoenen en te doen vreugde grootheid dat (zij) hebben begrepen bij (de) woorden die (zij) hebben meegedeeld aan hen
13.
en bij (de) dag (de) tweede (wij) verzamelden (...) hem hoofden van de vaders aan alle het volk de priesters en de Levieten naar Ezra het boek en wijs te worden naar spreek! het Wetboek
14.
en (zij) vondden geschreven bij (het) Wetboek die geef opdracht! Jahweh bij (de) hand Mozes die (zij) hebben gewoond bouw! Israël bij (de) hutten bij (het) feest bij (de) maand (de) zevende
15.
en die (zij) lieten horen en (zij) brachten over klank in alle steden (...) hen en met Jeruzalem te spreken ga(a)t uit! de heuvel en (zij) hebben gebracht op mij olijf en op mij boom olie en op mij EDX en op mij dadels en op mij boom wolk van te maken hut van zoals geschreven
16.
en voert uit! het volk en (zij) brachten en (zij) hebben gemaakt aan hen hutten man op dak (...) hem WBHßRTIEM en bij (de) grondgebieden huis naar God en bij (de) straat poort het water en bij (de) straat poort Efraïm
17.
en (zij) hebben gemaakt alle de menigte (is het zo) dat keren terug vanuit de gevangenschap hutten en (zij) hebben gewoond bij (de) hutten dat niet Ezau wateren van Jozua zoon Nun zo bouw! Israël tot vandaag dat en (zij) was vreugde grootheid zeer
18.
en (hij) noemde bij (het) boek Wetboek van naar God dag bij (de) dag vanuit vandaag (de) eerste tot vandaag (de) laatste en (zij) hebben gemaakt feest zeven dagen en bij (de) dag (de) achtste (jij) hebt vastgehouden zoals rechtsregel

Hoofdstuk 9

1.
en bij (de) dag twintig en vier aan maand deze (wij) verzamelden (...) hem bouw! Israël bij (de) opdracht (...) hen en bij (de) zakken en aarde op hen
2.
en (zij) scheidden nakomelingen Israël van alle bouw! vreemde land en (zij) stondden vast WITWDW op zondoffers (...) hen en antwoorden vaders (...) hen
3.
en (zij) stondden op op sta vast! (...) hen en (zij) noemden bij (het) boek Wetboek van Jahweh hun God vierde vandaag en vierde MTWDIM en buigen zich diep aan Jahweh hun God
4.
en (hij) stond op op hoogte de Levieten Jozua en bouw! QDMIAL dat bouw! (er)naar bouw! dat ben veel! (er)naar bouw! KNNI en (zij) schreeuwden bij (de) klank grote naar Jahweh hun God
5.
en (zij) spraken de Levieten Jozua WQDMIAL bouw! HSBNIE dat ben veel! (er)naar bedank! (er)naar dat bouw! (er)naar doe open! (er)naar sta(a)t op! zegent! (tot) Jahweh jullie God vanuit de eeuwigheid tot de eeuwigheid en (zij) zegenden daar lever (...) jou en hoogte (...) hen op alle gelukwens en lof(lied)
6.
(met) haar hij Jahweh alleen jij (tot) (jij) hebt gedaan (tot) de hemel namen van de hemel en alle leger (...) hen het land en alle die op haar de dagen en alle die bij hen en (met) haar laat leven (tot) allemaal en leger de hemel aan jou buigen zich diep
7.
(met) haar hij Jahweh naar God die (jij) hebt gekozen bij Abram en (jij) bent tevoorschijn gehaald (...) hem licht Chaldeeën en (jij) hebt geplaatst zijn naam Abraham
8.
en om uit te gaan (tot) hart (...) hem loyale voor jou en hak af! met hem het verbond te geven (tot) land (de) Kanaänitische de angsten van de Amoriet en de Fereziet en de Jebusiet WECRCSI te geven te zaaien (...) hem en (zij) stond op (tot) woorden (...) jou dat rechtvaardige (met) haar
9.
en (zij) liet zien (tot) arme vaders (...) ons bij Egypte en (tot) (jullie) hebben geschreeuwd (jij) hebt toegehoord op zee riet
10.
en te geven (...) hen ATT en van dwazen bij (de) farao en in alle slaven (...) hem en in alle met land (...) hem dat (jij) hebt geweten dat EZIDW op hen en (jij) maakte aan jou daar zoals de dag deze
11.
en de zee BQOT voor hen en (zij) gingen voorbij binnen de zee bij (het) vasteland en (tot) RDPIEM (jij) hebt afgeworpen BMßWLT zoals steen bij (het) water geiten
12.
en bij (de) staander wolk ENHITM dag (...) hen en bij (de) staander vuur nacht te verlichten aan hen (tot) de weg die (zij) gingen bij haar
13.
en op heuvel Sinaï (jij) bent gedaald en woord met hen van hemel en te geven (...) hen aan hen rechtsregels rechte (mv) en Wetboeken waarheid wetten en voorschrift van goede (mv)
14.
en (tot) sabbat heiligheid (...) jou (jij) hebt meegedeeld aan hen en voorschrift van en wetten en Wetboek (jij) hebt opdracht gegeven aan hen bij (de) hand Mozes slaaf (...) jou
15.
en brood van hemel zet aan hen aan honger (...) hen en water van rots (jij) bent tevoorschijn gehaald aan hen dorst te hebben (...) hen en (jij) sprak aan hen te komen te veroveren (tot) het land die (jij) hebt gedragen (tot) hand (...) jou te geven aan hen
16.
en zij en vaders (...) ons EZIDW en (zij) werden hard (tot) nek (...) hen noch (zij) hebben toegehoord naar voorschriften (...) jou
17.
en (zij) weigerden aan nieuws noch (zij) hebben zich herinnerd NPLATIK die (jij) hebt gedaan met hen en (zij) werden hard (tot) nek (...) hen en (zij) gaven hoofd terug te keren aan feiten (...) hen bij Mirjam en (met) haar God XLIHWT (zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige lange neuzen en meerderheid en genade noch (jullie) hebben verlaten
18.
neus dat Ezau aan hen stierkalf van hut en (zij) spraken dit jouw God die de hoogte (...) jou van Egypte en (zij) hebben gemaakt smaad-en groeiende (mv)
19.
en (met) haar bij (de) baarmoeders (...) jou (is het zo) dat twisten niet (jullie) hebben verlaten bij (de) woestijn (tot) staander de wolk niet (hij) is afgeweken van hoogtes (...) hen bij (de) dag (...) hen LENHTM bij (de) pracht (...) jou en (tot) staander het vuur bij (de) nacht te verlichten aan hen en (tot) de weg die (zij) gingen bij haar
20.
en wind (...) jou het goeds (jij) hebt gegeven wijs te worden (...) hen en manna (...) jou niet (jij) hebt teruggehouden van monden (...) hen en water zet aan hen dorst te hebben (...) hen
21.
en veertig jaar als te kunnen (...) hen bij (de) woestijn niet (zij) hebben ontbroken SLMTIEM niet echtgenoot (...) hem en voeten (...) hen niet bij giet uit!
22.
en te geven (...) hen aan hen van koninkrijk WOMMIM en (jij) verdeelde (...) hen aan hoek en (zij) veroverden (tot) land Sihon en (tot) land koning Hesbon en (tot) land Og koning de Basan
23.
en zonen (...) hen (jij) hebt vermeerderd KKKBI de hemel en (jij) bracht (...) hen naar het land die (jij) hebt gesproken aan vaders (...) hen te komen te veroveren
24.
en voert in! de zonen en (zij) veroverden (tot) het land en (zij) werd vernederd voor hen (tot) inwoners van het land de Kanaänieten WTTNM bij (hij) leek en (tot) koningen (...) hen en (tot) OMMI het land te doen bij hen zoals wil (...) hen
25.
en (zij) voegden samen steden BßWRT en aarde acht en (zij) veroverden huizen ben vol! (...) hen alle goede bij Ruth HßWBIM als zijn hoog en olijven en boom voedsel aan meerderheid en (zij) aten en (zij) waren verzadigd en pas toe! (...) ons WITODNW bij (de) goedheid (...) jou (de) grote
26.
en (zij) verbitterden en (zij) kwamen in opstand bij jou en (zij) gingen neer (tot) Wetboek (...) jou na CWM en (tot) profeten (...) jou (zij) hebben gedood die (zij) hebben getuigd in hen terug te geven (...) hen naar jou en (zij) hebben gemaakt smaad-en grootheid van
27.
WTTNM bij (de) hand vijanden (...) hen en fabriceert! aan hen en bij (de) tijd (...) hen (zij) schreeuwden naar jou en (met) haar van hemel (jij) hoorde toe WKRHMIK (is het zo) dat twisten te geven (...) hen aan hen redden en (zij) redden (...) hen van hand vijanden (...) hen
28.
WKNWH aan hen (zij) keerden terug te doen kwaad voor jou en (jij) verliet (...) hen bij (de) hand vijanden (...) hen en (zij) zijn gedaald bij hen en (zij) keerden terug en (zij) schreeuwden (...) jou en (met) haar van hemel (jij) hoorde toe en (jij) redde (...) hen zoals baarmoeders (...) jou twisten tijden
29.
WTOD bij hen terug te geven (...) hen naar Wetboek (...) jou en deze (mv) EZIDW noch (zij) hebben toegehoord aan voorschriften (...) jou en bij (de) rechtsregels (...) jou (zij) hebben gezondigd in hen die (zij) heeft gemaakt mens en dier bij hen en (zij) gaven schouder ben(t) opstandig en nek (...) hen (is het zo) dat (zij) zijn hard geworden noch (zij) hebben toegehoord
30.
en (zij) trok op hen twee twisten WTOD in hen vlucht! (...) jou bij (de) hand profeten (...) jou noch (zij) hebben geluisterd WTTNM bij (de) hand met mij het land van
31.
en bij (de) baarmoeders (...) jou (is het zo) dat twisten niet (jullie) hebben gedaan schoondochter noch (jullie) hebben verlaten dat naar (zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige (met) haar
32.
en nu onze God deze (de) grote de held en (de) ontzagwekkende houd(t) het verbond en de genade naar (hij) verminderde voor jou (tot) alle ETLAE die om uit te gaan (...) ons aan koningen (...) ons aan aanvoerders (...) ons en aan priesters (...) ons en aan profeten (...) ons en aan vaders (...) ons en aan alle met jou wateren van heers! bevestiging tot vandaag deze
33.
en (met) haar rechtvaardige op alle wat kwam op ons dat waarheid (jij) hebt gedaan en wij de slechtheid (...) ons
34.
en (tot) koningen (...) ons (wij) hebben ingeweekt priesters (...) ons en vaders (...) ons niet Ezau Wetboek (...) jou noch (zij) hebben opgelet naar voorschriften (...) jou en aan getuigen (...) jou die EOIDT bij hen
35.
en zij bij (het) koninkrijk (...) hen en bij (de) goedheid (...) jou de meerderheid die (jij) hebt gegeven aan hen en bij (het) land de plein en naar de olie die (jij) hebt gegeven voor hen niet (zij) hebben gewerkt (...) jou noch woont! van daden (...) hen de kwaden
36.
hier is wij vandaag slaven en het land die zet aan vaders (...) ons aan eten (tot) naar vrucht en (tot) goeds hier is wij slaven op haar
37.
en opbrengst (...) haar vermeerder(t) aan koningen die zet op ons BHÐAWTINW en op CWITNW voltooie(t) WBBEMTNW zoals wil (...) hen en (zij) heeft druiven geplukt grootheid wij

Hoofdstuk 10

1.
en in alle deze wij hak af! (...) hen inderdaad en (hand)schrift-en en op de angst (...) hen (wij) hebben ingeweekt Leviet (...) ons priesters (...) ons
2.
en op EHTWMIM troost! (er)naar ETRSTA zoon HKLIE en heb gelijk! (er)naar
3.
Seraja Azarja Jeremia
4.
Pashur Amarja Malchia
5.
HÐWS dat bouw! (er)naar heers!
6.
boycot bedrog werk! (er)naar
7.
Daniël CNTWN gezegende
8.
Mesullam naar vader water (...) hen
9.
van Uzzia BLCI hoor toe! (er)naar deze de priesters
10.
en de Levieten en Jozua zoon naar oren bebouwing van zonen van HNDD QDMIAL
11.
en broers (...) hen dat bouw! (er)naar bedank! (er)naar QLIÐA wonderlijke (hij) heeft gratie verleend
12.
MIKA straat bereken! (er)naar
13.
Zakkur dat ben veel! (er)naar dat bouw! (er)naar
14.
bedank! (er)naar bouw! (wij) hebben gebouwd
15.
hoofden van het volk vlo vermindering Moab Elam ZTWA bouw!
16.
bouw! OZCD BBI
17.
naar liggers bij (de) volk sieraad (...) hen
18.
linkshandige Hizkia help!
19.
bedank! (er)naar (hij) heeft zich gehaast (...) hen bij (de) vloot
20.
HRIP Anathoth NWBI
21.
MCPIOS Mesullam HZIR
22.
MSIZBAL heb gelijk! IDWO
23.
PLÐIE (hij) heeft gratie verleend arme
24.
Hosea Hananja denk!
25.
ELWHS PLHA SWBQ
26.
barmhartige bereken! (...) haar naar daden
27.
en (ik) leefde (hij) heeft gratie verleend wolk
28.
heers! boycot Baena
29.
en rest het volk de priesters de Levieten ESWORIM de zangers de onderdanen en alle ENBDL van volkeren van de landen naar Wetboek van naar God vrouwen (...) hen zonen (...) hen WBNTIEM alle (hij) werd bekend van tussen
30.
houden op broers (...) hen ADIRIEM en komen bij (de) deze en naar bij (de) week te gaan bij (het) Wetboek van naar God die (zij) heeft gegeven bij (de) hand Mozes slaaf naar God en te houden en te doen (tot) alle voorschrift van Jahweh liggers (...) ons en rechtsregels (...) hem en wetten (...) hem
31.
en die niet (hij) heeft gegeven dochters (...) ons aan volkeren van het land en (tot) BNTIEM niet (wij) namen aan zonen (...) ons
32.
en met mij het land (is het zo) dat brengen (tot) EMQHWT en alle (hij) heeft gebroken bij (de) dag zet stop! te verkopen niet (wij) namen (van)uit hen bij (de) sabbat en bij (de) dag heiligheid en (hij) heeft verlaten (tot) het jaar ESBIOIT en last alle hand
33.
en (wij) hebben opgesteld op ons voorschrift van te geven op ons SLISIT de munt in het jaar aan feit van huis onze God
34.
aan brood de orde van en geschenk van (hij) heeft voortgeduurd WLOWLT (hij) heeft voortgeduurd de sabbatten de maanden aan ontmoetingen en aan heiligheden en aan zondige daden te verzoenen op Israël en alle handwerk van huis onze God
35.
en de loten (wij) hebben laten vallen op offer de bomen de priesters de Levieten en het volk te brengen aan huis onze God aan huis vaders (...) ons aan tijden MZMNIM jaar in het jaar uit te roeien op altaar Jahweh onze God zoals geschreven bij (het) Wetboek
36.
en te brengen (tot) eerstgeborenen van ADMTNW en eerstgeborenen van alle vrucht alle boom jaar in het jaar aan huis Jahweh
37.
en (tot) bij hak af! (wij) hebben gebouwd WBEMTNW zoals geschreven bij (het) Wetboek en (tot) eerstgeborenen van bij (wij) zijn gebeurd WßANINW te brengen aan huis onze God aan priesters (is het zo) dat dienen bij (het) huis onze God
38.
en (tot) begin ORIXTINW en bijdragen (...) ons en vrucht alle boom most en zuivere olie profeet aan priesters naar kantoren huis onze God en tiende ADMTNW aan Levieten en zij de Levieten de tienden in alle steden van (jij) hebt gewerkt (...) ons
39.
en (hij) is geweest de priester zoon Aäron met de Levieten bij (de) rijkdom de Levieten en de Levieten (zij) verhieven (tot) tiende de tiende aan huis onze God naar de kantoren aan huis de schat
40.
dat naar de kantoren (zij) brachten bouw! Israël en bouw! (is het zo) dat Levi (tot) bijdrage van de graan de most en de zuivere olie en naam [van] gereedschap (is het zo) dat heilig(t) en de priesters (is het zo) dat dienen WESWORIM en de zangers noch (wij) verlieten (tot) huis onze God

Hoofdstuk 11

1.
en (zij) hebben gewoond Sarai het volk bij Jeruzalem en rest het volk (zij) hebben laten vallen loten te brengen één vanuit de tien te wonen bij Jeruzalem stad wijd! en negen EIDWT bij (de) steden
2.
en (zij) zegenden het volk aan alle de mensen EMTNDBIM te wonen bij Jeruzalem
3.
en deze hoofden van de staat die (zij) hebben gewoond bij Jeruzalem en roeie uit! Juda (zij) hebben gewoond man bij (jij) hebt gegrepen (...) hem bij (de) steden (...) hen Israël de priesters en de Levieten en de onderdanen en bouw! werk! Salomo
4.
en met Jeruzalem (zij) hebben gewoond van zonen van Juda en van zonen van Benjamin van zonen van Juda naar tijden zoon Uzzia zoon herinner je! (er)naar zoon Amarja zoon berecht! (er)naar zoon Mahalal-el van zonen van doorbraak
5.
en naar daden zoon gezegende zoon alle borst zoon voorspel! (er)naar zoon naar sieraad zoon IWIRIB zoon herinner je! (er)naar zoon ESLNI
6.
alle bouw! doorbraak de inwoners bij Jeruzalem vier honderd zestig en acht mens (...) mij macht
7.
en deze bouw! Benjamin XLA zoon Mesullam zoon IWOD zoon bevrijd! (er)naar zoon naar klanken zoon naar daden zoon AITIAL zoon naar reddingen
8.
en na hem CBI XLI negen honderd twintig en acht
9.
en Joël zoon herinner je! PQID op hen en Juda zoon EXNWAE op (hij) heeft opgemerkt van jaar
10.
vanuit de priesters Jedaja zoon IWIRIB (hij) bereidde voor
11.
Seraja zoon Hilkia zoon Mesullam zoon heb gelijk! zoon MRIWT zoon Ahitub tegenover huis naar God
12.
en broers (...) hen (hij) heeft gedaan het handwerk aan huis acht honderd twintig en twee en naar sieraad zoon (hij) had medelijden zoon PLLIE zoon ben sterk! zoon herinner je! (er)naar zoon Pashur zoon Malchia
13.
en broers (...) hem hoofden te wensen honderd paar veertig en twee WOMSXI zoon OZRAL zoon grijp! zoon betalen zoon woord
14.
en broers (...) hen word sterk! macht honderd twintig en acht WPQID op hen ZBDIAL zoon (de) grote (mv)
15.
en vanuit de Levieten hoor toe! (er)naar zoon denk! zoon OZRIQM zoon bereken! (er)naar zoon BWNI
16.
en rust! en Jozabad op het handwerk EHIßNE aan huis naar God van hoofden van de Levieten
17.
en verzacht! (er)naar zoon MIKA zoon gift-en van zoon Asaf hoofd het begin Juda aan gebed WBQBQIE van jaar van broers (...) hem WOBDA zoon hoor toe! zoon (hij) heeft gedraaid zoon IDITWN
18.
alle de Levieten bij (de) stad wijd! honderd paar tachtig en vier
19.
WESWORIM kromme ÐLMWN en broers (...) hen (is het zo) dat bewaar! (...) hen bij (de) poorten honderd zeventig en twee
20.
en rest Israël de priesters de Levieten in alle steden van Juda man bij (het) erfgoed (...) hem
21.
en de onderdanen inwoners BOPL WßIHA WCSPA op de onderdanen
22.
WPQID de Levieten bij Jeruzalem kracht (...) mij zoon bouw! zoon bereken! (er)naar zoon verzacht! (er)naar zoon MIKA van zonen van Asaf de zangers tegen handwerk van huis naar God
23.
dat voorschrift van kroon! op hen en inderdaad op de zangers woord dag bij (de) dag (...) hem
24.
en doe open! (er)naar zoon MSIZBAL van zonen van glans zoon Juda bij kroon! aan alle woord aan volk
25.
en naar de dorpen bij (de) velden (...) hen van zonen van Juda (zij) hebben gewoond bij Stad van de vier en naar dochters WBDIBN en naar dochters WBIQBßAL en naar dorpen
26.
en met Jozua WBMLDE en bij (het) huis PLÐ
27.
en bij (het) grondgebied vos en bij (de) put zeven en naar dochters
28.
en met Ziklag en bij (de) onderstel en naar bij (de) dochters
29.
en bij (de) oog granaatappel en met Zora en met Jarmuth
30.
(hij) heeft opgegeven Adullam en dorpen (...) hen Lachis en naar velden Azeka en naar dochters en (zij) legerden van put zeven tot dal hier zijn zij
31.
en bouw! Benjamin van heuvel Michmas WOIE en huis naar en naar dochters
32.
Anathoth NB naar wolken
33.
Hazor wormen Gitthaim
34.
HDID ßBOIM NBLÐ
35.
baar! en kracht (...) hem dal (de) stille (mv)
36.
en vanuit de Levieten verdelen Juda aan Benjamin

Hoofdstuk 12

1.
en deze de priesters en de Levieten die (zij) zijn opgegaan met Zerubbabel zoon Sealthiël en Jozua Seraja Jeremia Ezra
2.
Amarja heers! HÐWS
3.
behuis! (er)naar baarmoeder bedrog van
4.
ODWA CNTWI naar vader
5.
van rechterhand naar van sieraad BLCE
6.
hoor toe! (er)naar WIWIRIB Jedaja
7.
baant! ben diep! Hilkia Jedaja deze hoofden van de priesters en broers (...) hen bij (de) dagen van Jozua
8.
en de Levieten Jozua bebouwing QDMIAL dat ben veel! (er)naar Juda verzacht! (er)naar op EIDWT hij en broers (...) hem
9.
WBQBQIE en nederige broers (...) hen tegen hen LMSMRWT
10.
en Jozua (hij) heeft voortgebracht (tot) IWIQIM WIWIQIM (hij) heeft voortgebracht (tot) Eljasib en Eljasib (tot) IWIDO
11.
WIWIDO (hij) heeft voortgebracht (tot) Jonathan en Jonathan (hij) heeft voortgebracht (tot) IDWO
12.
en bij (de) dagen van IWIQIM (zij) zijn geweest priesters hoofden van de vaders aan Seraja naar verzet aan Jeremia Hananja
13.
aan Ezra Mesullam aan Amarja Johanan
14.
te heersen (...) mij Jonathan LSBNIE Jozef
15.
aan boycot ODNA LMRIWT verdeel!
16.
LODIA herinner je! (er)naar LCNTWN Mesullam
17.
naar aan vader herinner je! LMNIMIN naar aan ontmoetingen PLÐI
18.
LBLCE hoor toe! naar aan nieuwsberichten Jonathan
19.
WLIWIRIB verzacht! aan Jedaja kracht (...) mij
20.
LXLI klanken van diep te zijn kant
21.
aan Hilkia bereken! (er)naar aan Jedaja Nataneël
22.
de Levieten bij (de) dagen van Eljasib IWIDO en Johanan WIDWO geschriften hoofden van vaders en de priesters op koninkrijk Darius (is het zo) dat spreid uit!
23.
bouw! Levi hoofden van de vaders geschriften op boek spreek! de dagen en tot dagen van Johanan zoon Eljasib
24.
en hoofden van de Levieten bereken! (er)naar dat ben veel! (er)naar en Jozua zoon QDMIAL en broers (...) hen tegen hen te loven te bedanken bij (het) voorschrift van David man naar God bewaar(t) tegenover bewaar(t)
25.
verzacht! (er)naar WBQBQIE werk! (er)naar Mesullam ÐLMWN kromme dat til(t) op SWORIM bewaar(t) bij verzamel! de poorten
26.
deze bij (de) dagen van IWIQIM zoon Jozua zoon IWßDQ en bij (de) dagen van troost! (er)naar de stadhouder en Ezra de priester (is het zo) dat tel(t)
27.
WBHNKT muur van Jeruzalem zoekt! (tot) de Levieten van alle plaatsen (...) hen te brengen (...) hen aan Jeruzalem te maken HNKE en vreugde WBTWDWT en bij (het) lied MßLTIM harpen en bij (de) violen
28.
en (zij) verzamelden bouw! de zangers en vanuit het plein omgevingen Jeruzalem en vanuit grondgebied (...) mij NÐPTI
29.
en van huis de Gilgal en van velden heuvel en Azmaveth dat dorpen bij ons aan hen de zangers omgevingen Jeruzalem
30.
en (zij) zuiverden zich de priesters en de Levieten en (zij) zuiverden zich (tot) het volk en (tot) de poorten en (tot) de muur
31.
en (ik) verhief (tot) Sarai Juda boven aan muur en (ik) stelde op (er)naar schering dank van grootheid van WTELKT aan rechterhand boven aan muur aan poort het vuilnis van
32.
en (hij) ging na hen EWSOIE en halve Sarai Juda
33.
en Azarja Ezra en Mesullam
34.
Juda en Benjamin en hoor toe! (er)naar en Jeremia
35.
en van zonen van de priesters bij (de) trompetten herinner je! (er)naar zoon Jonathan zoon hoor toe! (er)naar zoon verzacht! (er)naar zoon MIKIE zoon Zakkur zoon Asaf
36.
en broers (...) hem hoor toe! (er)naar WOZRAL MLLI draaie! ingewanden van Nataneël en Juda Hanani bij (het) gereedschap lied David man naar God en Ezra (is het zo) dat tel(t) voor hen
37.
en op poort de oog WNCDM (zij) zijn opgegaan op om op te gaan stad David bij (de) hoogte aan muur boven aan huis David en tot poort het water Oosten
38.
en de dank de tweede (is het zo) dat ga(a)(t) LMWAL en ik na haar en halve het volk boven aan de muur boven tot van grootheid ETNWRIM en tot de muur de plein
39.
en boven aan poort Efraïm en op poort is er? (...) haar en op poort de vissen en kweek(t) HNNAL en kweek(t) de honderd en tot poort het kleinvee en sta(a)t vast! bij (de) poort naar de regen
40.
en (jullie) stondden vast schering de dank van bij (het) huis naar God en ik en halve de officieren met mij
41.
en de priesters Eljakim naar daden MNIMIN MIKIE ALIWOINI herinner je! (er)naar Hananja bij (de) trompetten
42.
en naar daden en hoor toe! (er)naar en Eleazar en kracht (...) mij en Johanan en Malchia en Elam en hulp en (zij) lieten horen de zangers WIZRHIE (hij) heeft neergelegd
43.
en (zij) slachtten bij (de) dag dat slachtingen grote (mv) en (zij) maakten blij dat naar God maak blij! (...) hen vreugde grootheid en ook (is het zo) dat worden verlaten en de kinderen maakt blij! en (jij) hoorde toe (jij) bent blij geweest Jeruzalem om ver te zijn
44.
en (zij) bevalen bij (de) dag dat mensen op ENSKWT aan schatten aan bijdragen aan begin WLMOSRWT LKNWX bij hen aan Sjadai de steden van passende het Wetboek aan priesters en aan Levieten dat (jij) bent blij geweest Juda op de priesters en op de Levieten de staanders
45.
en (zij) bewaarden bewaring hun God en bewaring (zij) heeft zich gezuiverd en de zangers en de poorten zoals voorschrift van David Salomo bij ons
46.
dat bij (de) dagen van David en Asaf van voorkant hoofd de zangers en lied lof(lied) WEDWT aan God
47.
en alle Israël bij (de) dagen van Zerubbabel en bij (de) dagen van troost! (er)naar worden gegeven MNIWT de zangers en de poorten woord dag bij (de) dag (...) hem en heiligen aan Levieten en de Levieten heiligen aan zonen van Aäron

Hoofdstuk 13

1.
bij (de) dag dat (hij) is genoemd bij (het) boek Mozes bij (de) oren van het volk en (wij) vondden geschreven bij hem die niet invoer OMNI WMWABI bij (de) menigte naar God tot eeuwigheid
2.
dat niet (zij) zijn voorgegaan (tot) bouw! Israël bij (het) brood en bij (het) water en (hij) huurde op hem (tot) Bileam te vervloeken (...) hem en (hij) keerde om onze God de vervloeking aan gelukwens
3.
en wees zoals nieuws (...) hen (tot) het Wetboek WIBDILW alle aangename van Israël
4.
en voor hiervandaan Eljasib de priester geschonken bij (de) kantoor van huis onze God verwant naar aan goedheden
5.
en (hij) heeft gemaakt als kantoor grootheid en naam [van] (zij) zijn geweest vroeger worden gegeven (tot) het geschenk ELBWNE en (de) alle (mv) en tiende de graan de most en de zuivere olie voorschrift van de Levieten en de zangers WESWORIM en bijdrage van de priesters
6.
en in alle dit niet (ik) ben geweest bij Jeruzalem dat bij (het) jaar van dertig en twee aan Arthahsasta koning Babel (ik) ben gekomen naar kroon! en aan eind dagen NSALTI vanuit kroon!
7.
en (ik) kwam aan Jeruzalem en wenst! bij (de) herder die (hij) heeft gedaan Eljasib naar aan goedheden te doen als (zij) heeft gebeten bij (het) grondgebied (...) mij huis naar God
8.
en (hij) achtervolgde aan mij zeer en (ik) wierp af (er)naar (tot) alle gereedschap huis naar goedheden de straat vanuit de kantoor
9.
en (zij) heeft gesproken en (zij) zuiverden zich de kantoren en (ik) gaf terug (er)naar daar gereedschap huis naar God (tot) het geschenk WELBWNE
10.
en (ik) wist (er)naar dat MNIWT de Levieten niet (zij) heeft gegeven en (zij) vluchtten man aan veld (...) hem de Levieten en de zangers maak! het handwerk
11.
en (ik) twistte (er)naar (tot) de officieren en (zij) heeft gesproken waarom? (wij) verlieten huis naar God en (ik) verzamelde (...) hen en (ik) stond vast (...) hen op sta vast! (...) hen
12.
en alle Juda (zij) hebben gebracht tiende de graan en de most en de zuivere olie aan schatten
13.
en naar schat op bergen op betaal! (er)naar de priester en heb gelijk! (is het zo) dat tel(t) en bevrijd! (er)naar vanuit de Levieten en op (hij) leek (hij) heeft gratie verleend zoon Zakkur zoon verzacht! (er)naar dat loyale (mv) (wij) berekenden (...) hem en op hen te verdelen aan broers (...) hen
14.
(zij) heeft zich herinnerd aan mij mijn God op deze en naar (zij) wiste uit genade-en van die (ik) heb gedaan bij (het) huis mijn God WBMSMRIW
15.
bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) (ik) heb gezien bij Juda wegen wijnpersen bij (de) sabbat en brengen EORMWT WOMXIM op de ezeldrijvers en neus wijn druiven en vijgen en alle last en brengen Jeruzalem bij (de) dag zet stop! en (ik) getuigde bij (de) dag van wijngaard jacht
16.
en (de) smalle (mv) (zij) hebben gewoond bij haar brengen DAC en alle verkoop en verkopen bij (de) sabbat aan zonen van Juda en met Jeruzalem
17.
en (ik) twistte (er)naar (tot) ontbrand! Juda en (zij) heeft gesproken aan hen wat? het woord juich! deze die (met) hen maak! (...) hen en ontheiligen (tot) dag zet stop!
18.
immers zo Ezau vaders (...) jullie en (hij) kwam onze God op ons (tot) alle de herder (de) deze en op (hij) heeft opgemerkt (de) deze en (met) hen voegen toe woede op Israël te ontheiligen (tot) zet stop!
19.
en wees zoals ßLLW poorten van Jeruzalem voor zet stop! en (zij) heeft gesproken en (zij) sloten de deuren en (zij) heeft gesproken die niet (zij) deedden open (...) hen tot andere zet stop! en schud(t) (...) mij (ik) heb opgesteld op de poorten niet invoer last bij (de) dag zet stop!
20.
en (zij) lieten overnachten de handelaars en verkoop! alle van verkoop buiten aan Jeruzalem keer en twee
21.
en (ik) getuigde (er)naar bij hen en (zij) heeft gesproken naar hen waarom? (met) hen overnachten tegenover de muur als TSNW hand (ik) zond weg bij jullie vanuit de tijd die niet (zij) zijn gekomen bij (de) sabbat
22.
en (zij) heeft gesproken aan Levieten die (zij) waren zuiveren zich en komen dat til(t) op de poorten te heiligen (tot) dag zet stop! ook deze (zij) heeft zich herinnerd aan mij mijn God en zoek(t) bescherming op mij zoals meerderheid genade (...) jou
23.
ook bij (de) dagen die (ik) heb gezien (tot) de Joden (zij) hebben teruggegeven worden verlaten ASDWDIWT OMWNIWT Moabitische-en
24.
en zonen (...) hen halve woestijn ASDWDIT en zij zijn (er) niet herkennen te spreken Judith WKLSWN met en met
25.
en (ik) twistte volk (...) hen en (ik) vervloekte (...) hen en (ik) sloeg (van)uit hen mensen WAMRÐM WASBIOM bij God als (jullie) gaven dochters (...) jullie aan zonen (...) hen en als (jullie) droegen MBNTIEM aan zonen (...) jullie en aan jullie
26.
immers op deze zondaar Salomo koning Israël en bij (de) volken (is het zo) dat twisten niet (hij) is geweest koning zoiets (...) hem en heb lief! aan zijn God (hij) is geweest en (hij) gaf (...) hem God koning op alle Israël ook hem (zij) hebben laten zondigen (is het zo) dat worden verlaten (de) vreemde (mv)
27.
en aan jullie (is het zo) dat (wij) hoorden toe te maken (tot) alle de herder de grootheid (de) deze tot van hoogte bij onze God terug te geven worden verlaten vreemde (mv)
28.
en van zonen van IWIDO zoon Eljasib de priester (de) grote bruidegom aan Sanballat (is het zo) dat (hij) is bleek geworden (...) mij WABRIHEW ontvreemd!
29.
(zij) heeft zich herinnerd aan hen mijn God op verlos! (hij) heeft geslagen (...) haar en verbond (hij) heeft geslagen (...) haar en de Levieten
30.
en (ik) heb gezuiverd (...) hen van alle vreemde land en (ik) stelde op (er)naar bewaren aan priesters en aan Levieten man bij (het) handwerk (...) hem
31.
en aan offer de bomen bij (de) tijden MZMNWT en aan eerstgeborenen (zij) heeft zich herinnerd aan mij mijn God aan goeds