Hoofdstuk 1
- 1.
- visioen werk! (er)naar zo woord liggers van Jahweh aan Edom hoor toe! (er)naar (wij) hebben toegehoord honderd Jahweh WßIR bij (de) volken wapen sta(a)t op! en (wij) wraakten (er)naar op haar aan strijd
- 2.
- hier is kleine (ik) heb gegeven (...) jou bij (de) volken (zij) hebben geminacht (...) mij (met) haar zeer
- 3.
- trots hart (...) jou ESIAK behuis! bij (zij) hebben een cirkel getrokken (...) mij rots hoogte (zij) hebben gerust woord bij (de) zijn hart water van (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij land
- 4.
- als TCBIE zoals gier en als tussen sterren plaats! nest (...) jou van daar AWRIDK (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
- 5.
- als dieven (zij) zijn gekomen aan jou als beroof(t) (...) mij nacht waar ben jij? (jij) bent weggevaagd (er)naar immers (zij) stalen hun genoeg als versterkte (mv) (zij) zijn gekomen aan jou immers (zij) lieten achter OLLWT
- 6.
- waar ben jij? NHPSW Ezau NBOW MßPNIW
- 7.
- tot de grens zendt weg! (...) jou alle mens (...) mij verbond (...) jou ESIAWK (zij) hebben gekund aan jou mens (...) mij betaal! (...) jou brood (...) jou (zij) plaatsten MZWR in de plaats van jou (er is) niet wijsheid bij hem
- 8.
- immers bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en (ik) heb verloren laten gaan wijze (mv) van Edom en wijsheid vlugge Ezau
- 9.
- en angst helden (...) jou Zuiden opdat (hij) hakte af man vlugge Ezau MQÐL
- 10.
- van roof broers (...) jou Jakob (zij) bedekte (...) jou schande en (hij) is afgehakt aan eeuwigheid
- 11.
- bij (de) dag sta vast! (...) jou op een afstand bij (de) dag rust! kransen macht (...) hem en vreemde landen (zij) zijn gekomen dat (zij) hebben blootgelegd en op Jeruzalem (hij) bedankte lot ook (met) haar zoals een (van)uit hen
- 12.
- en naar (zij) liet zien bij (de) dag broers (...) jou bij (de) dag vreemde land (...) hem en naar (jij) maakte blij aan zonen van Juda bij (de) dag (hij) is verloren gegaan (...) hen en naar (zij) groeide monden (...) jou bij (de) dag ellende
- 13.
- naar (jij) kwam bij (de) poort met mij bij (de) dag tegenslag (...) hen naar (zij) liet zien ook (met) haar bij (de) medemens (...) hem bij (de) dag tegenslag (...) hem en naar (jullie) zondden weg bij (de) macht (...) hem bij (de) dag tegenslag (...) hem
- 14.
- en naar (jij) stond vast op EPRQ te vernietigen (tot) vluchtelingen (...) hem en naar (zij) sloot overlevenden (...) hem bij (de) dag ellende
- 15.
- dat verwant dag Jahweh op alle de volken zoals (jij) hebt gedaan (zij) heeft gemaakt aan jou kameel (...) jou (hij) blies bij (het) hoofd (...) jou
- 16.
- dat zoals (jullie) hebben gedronken op heuvel heilig! (zij) dronken alle de volken altijd en (zij) hebben gelegd WLOW en (zij) zijn geweest KLWA (zij) zijn geweest
- 17.
- en bij (de) heuvel Sion (jij) was naar vluchteling en (hij) is geweest heiligheid en (zij) hebben veroverd huis Jakob (tot) MWRSIEM
- 18.
- en (hij) is geweest huis Jakob vuur en huis Jozef vlam en huis Ezau aan stro WDLQW bij hen en (zij) hebben gegeten (...) hen noch (hij) was overlevende aan huis Ezau dat Jahweh woord
- 19.
- en (zij) hebben veroverd het Zuiden (tot) heuvel Ezau en het laagland (tot) Filistijnen en (zij) hebben veroverd (tot) veld Efraïm en (tot) veld Samaria en Benjamin (tot) het gedenkteken
- 20.
- en (jij) hebt je verheugd (hij) is begonnen te deze aan zonen van Israël die Kanaänieten tot ßRPT en (jij) hebt je verheugd Jeruzalem die BXPRD (zij) hebben veroverd (tot) steden van het Zuiden
- 21.
- en (zij) zijn opgegaan MWSOIM bij (de) heuvel Sion aan rechter (tot) heuvel Ezau en (zij) is geweest aan Jahweh (is het zo) dat heers! (er)naar