Hoofdstuk 1

1.
spreek! (jij) hebt verzameld zoon oom koning bij Jeruzalem
2.
damp dampen woord (jij) hebt verzameld damp dampen (de) alle damp
3.
wat? voordeel aan mens in alle (zij) hebben gezwoegd dat (hij) zwoegen in de plaats van de zon
4.
generatie beweging en generatie (hij) is gekomen en het land aan eeuwigheid (jij) hebt gestaan
5.
en glans de zon en (hij) is gekomen de zon en naar plaats (...) hem SWAP rijs(t) hij daar
6.
ga(a)(t) naar zuid en ga(a)(t) rond naar Noorden ga(a)(t) rond (hij) is rondgegaan ga(a)(t) de wind en op omgevingen (...) hem woon! de wind
7.
alle de wadi's voorbijgangers naar de zee en de zee hij is (er) niet (hij) is vol geweest naar plaats SENHLIM voorbijgangers daar zij keren terug te gaan
8.
alle de woorden vermoeide (mv) niet (hij) zal kunnen man te spreken niet (jij) was verzadigd oog te zien noch (jij) was vol oor van nieuws
9.
wat? dat (hij) is geweest hij dat (hij) was en wat? dat (hij) is gedaan hij dat (zij) heeft gemaakt en (er is) niet alle maand in de plaats van de zon
10.
er is woord dat (hij) sprak (hij) heeft gezien dit maand hij zoals graan (hij) is geweest aan eeuwigheden die (hij) is geweest MLPNNW
11.
(er is) niet herinnering aan eersten en ook aan laatste (mv) dat (zij) waren niet (hij) was aan hen herinnering met dat (zij) waren aan laatste
12.
ik (jij) hebt verzameld (ik) ben geweest koning op Israël bij Jeruzalem
13.
en (ik) heb gegeven (tot) hart (...) mij uit te leggen en te verspieden bij (de) wijsheid op alle die (hij) is gedaan in de plaats van de hemel hij armoede (...) hen kwaad (hij) heeft gegeven God aan zonen van de mens te antwoorden bij hem
14.
(ik) heb gezien (tot) alle de daden dat (zij) zijn gedaan in de plaats van de zon en hier is (de) alle damp en medemensen wind
15.
verdraaie(t) niet (hij) zal kunnen LTQN en (zij) hebben ontbroken (...) hen niet (hij) zal kunnen aan de rantsoenen
16.
woord (...) mij ik met hart (...) mij te spreken ik hier is (ik) heb vergroot en (ik) heb toegevoegd wijsheid op alle die (hij) is geweest voor op Jeruzalem en hart (...) mij (hij) heeft gezien veel wijsheid en kennis
17.
en (ik) gaf hart (...) mij te weten wijsheid en kennis EWLLT en van kinderen beroofde (mv) (ik) heb geweten SCM dit hij ROIWN wind
18.
dat bij (de) meerderheid wijsheid meerderheid boosheid en (hij) voegde toe kennis (hij) voegde toe MKAWB

Hoofdstuk 2

1.
(ik) heb gesproken ik bij (het) hart (...) mij ga! (er)naar toch ANXKE bij (de) vreugde en (hij) heeft gezien bij (de) goede en hier is ook hij damp
2.
fijn te wrijven (ik) heb gesproken MEWLL en aan vreugde wat? dit (hij) heeft gedaan
3.
(ik) heb verspied bij (het) hart (...) mij te trekken bij (de) wijn (tot) kondig aan! en hart (...) mij (hij) heeft bestuurd bij (de) wijsheid en aan Achaz BXKLWT tot die (ik) liet zien waar dit goede aan zonen van de mens die (zij) hebben gemaakt in de plaats van de hemel getal dagen van HIIEM
4.
(ik) heb vergroot daden van (ik) heb gebouwd aan mij huizen (ik) heb geplant aan mij als zijn hoog
5.
(ik) heb gedaan aan mij CNWT WPRDXIM en (ik) heb geplant bij hen boom alle vrucht
6.
(ik) heb gedaan aan mij gelukwensen water te drinken te geven (van)uit hen bos groeie(t) bomen
7.
(ik) heb gekocht slaven en slavinnen en bouw! huis (hij) is geweest aan mij ook bezit rundvee en kleinvee veel (hij) is geweest aan mij van alle dat (zij) zijn geweest voor bij Jeruzalem
8.
als (ik) ben gevlucht aan mij ook zilver en goud en trots van koningen en de staten (ik) heb gedaan aan mij zingen en zingen WTONCWT bouw! de mens veld en velden
9.
en (ik) ben gegroeid en (ik) heb toegevoegd van alle dat (hij) is geweest voor bij Jeruzalem neus (ik) ben wijs geworden (zij) heeft gestaan aan mij
10.
en alle die (zij) hebben gevraagd bestudeer! niet AßLTI (van)uit hen niet (ik) heb teruggehouden (tot) hart (...) mij van alle vreugde dat hart (...) mij maak blij! van alle zwoeg! en dit (hij) is geweest verdeel! van alle zwoeg!
11.
en (ik) heb me gewend ik in alle daden van dat maakt! handen van en bij (het) hard(e) werk dat (ik) heb gezwoegd te doen en hier is (de) alle damp en medemensen wind en (er is) niet voordeel in de plaats van de zon
12.
en (ik) heb me gewend ik te zien wijsheid WEWLLWT WXKLWT dat wat? de mens dat (hij) kwam na kroon! (tot) die zoals graan OSWEW
13.
en (ik) heb gezien ik verblijd je! voordeel aan wijsheid vanuit EXKLWT zoals voordeel het licht vanuit de duisternis
14.
(de) wijze ogen (...) hem bij (het) hoofd (...) hem en de dwaas bij (de) duisternis ga(a)(t) en (ik) heb geweten ook ik SMQRE één (hij) gebeurde (tot) allemaal
15.
en (ik) heb gesproken ik bij (het) hart (...) mij zoals gebeurtenis de dwaas ook ik (hij) gebeurde (...) mij en waarom (ik) ben wijs geworden ik destijds rest en woord (...) mij bij (het) hart (...) mij SCM dit damp
16.
dat (er is) niet herinnering aan wijze met de dwaas aan eeuwigheid BSKBR de dagen die gekomen (de) alle (hij) is vergeten en waar ben jij? (hij) stierf (de) wijze met de dwaas
17.
en (ik) heb gehaat (tot) de leven dat kwaad op mij (is het zo) dat Mozes dat (hij) is gedaan in de plaats van de zon dat (de) alle damp en medemensen wind
18.
en (ik) heb gehaat ik (tot) alle zwoeg! draag! (...) mij werkzame in de plaats van de zon dat (ik) gaf rust (...) ons aan mens dat (hij) was na
19.
en water van (hij) werd bekend (de) wijze (hij) was of verijdel! WISLÐ in alle zwoeg! dat (ik) heb gezwoegd WSHKMTI in de plaats van de zon ook dit damp
20.
WXBWTI ik LIAS (tot) hart (...) mij op alle (de) werkzame dat (ik) heb gezwoegd in de plaats van de zon
21.
dat er is mens dat (zij) hebben gezwoegd bij (de) wijsheid en bij (de) kennis WBKSRWN en aan mens SLA werkzame bij hem (hij) gaf (...) ons verdeelt! ook dit damp en herder veelheid
22.
dat wat? verderf aan mens in alle (zij) hebben gezwoegd WBROIWN zijn hart SEWA werkzame in de plaats van de zon
23.
dat alle dagen (...) hem MKABIM en boosheid (wij) hebben geantwoord ook bij (de) nacht niet lig neer! zijn hart ook dit damp hij
24.
(er is) niet goede bij (de) mens dat (hij) at en (zij) heeft gelegd en (hij) heeft laten zien (tot) ziel (...) hem goede bij (zij) hebben gezwoegd ook dit (ik) heb gezien ik dat van hand naar God zij
25.
dat water van (hij) at en water van (hij) haastte zich straat (van)uit mij
26.
dat aan mens dat goede voor hem (hij) heeft gegeven wijsheid en kennis en vreugde en aan zondaar (hij) heeft gegeven armoede (...) hen aan Asaf WLKNWX te geven aan goede voor naar God ook dit damp en medemensen wind

Hoofdstuk 3

1.
aan alle ZMN en tijd aan alle wens in de plaats van de hemel
2.
tijd te baren en tijd te sterven tijd LÐOT en tijd LOQWR (wij) plantten
3.
tijd te doden en tijd LRPWA tijd door te breken en tijd te bouwen
4.
tijd te wenen en tijd fijn te wrijven tijd beween! en tijd RQWD
5.
tijd af te werpen stenen en tijd als vlucht! stenen tijd te omarmen en tijd aan afstand omhels(t)
6.
tijd te zoeken en tijd te verliezen tijd te houden en tijd af te werpen
7.
tijd te scheuren en tijd LTPWR tijd LHSWT en tijd te spreken
8.
tijd LAEB en tijd te haten tijd strijd en tijd vrede
9.
wat? voordeel (is het zo) dat doe(t) wat betreft hij werkzame
10.
(ik) heb gezien (tot) de armoede (...) hen die (hij) heeft gegeven God aan zonen van de mens te antwoorden bij hem
11.
(tot) (de) alle (hij) heeft gedaan mooie bij (de) tijd (...) hem ook (tot) de eeuwigheid (hij) heeft gegeven bij (het) hart (...) hen zonder die niet (hij) vond de mens (tot) (is het zo) dat Mozes die (hij) heeft gedaan naar God van hoofd en tot riet
12.
(ik) heb geweten dat (er is) niet goede in hen dat als blij te zijn en te doen goede bij leef! (...) hem
13.
en ook alle de mens dat (hij) at en (zij) heeft gelegd en (hij) heeft gezien goede in alle (zij) hebben gezwoegd (jij) bent gestorven God zij
14.
(ik) heb geweten dat alle die (zij) heeft gemaakt naar God hij (hij) was aan eeuwigheid op hem (er is) niet toe te voegen en (van)uit hem (er is) niet LCRO en naar God (hij) heeft gedaan dat (zij) lieten zien weg van aanzichten (...) hem
15.
wat? dat (hij) is geweest zoals graan hij en die te zijn zoals graan (hij) is geweest en naar God (hij) zocht (tot) NRDP
16.
en nog (eens) (ik) heb gezien in de plaats van de zon plaats de rechtsregel daarnaar (-s) (de) slechte en plaats geef gelijk! daarnaar (-s) (de) slechte
17.
(ik) heb gesproken ik bij (het) hart (...) mij (tot) (hij) heeft gelijk gegeven en (tot) (de) slechte (hij) berechtte naar God dat tijd aan alle wens en op alle (is het zo) dat Mozes daar
18.
(ik) heb gesproken ik bij (het) hart (...) mij op woord van bouw! de mens aan graan (...) hen naar God en te zien onyx vee deze (mv) aan hen
19.
dat gebeurtenis bouw! de mens en gebeurtenis de vee en gebeurtenis één aan hen staan op dit zo dood dit en wind één aan alle WMWTR de mens vanuit de vee (er is) niet dat (de) alle damp
20.
(de) alle ga(a)(t) naar plaats één (de) alle (hij) is geweest vanuit het stof en (de) alle woon! naar het stof
21.
water van (hij) werd bekend wind bouw! de mens dat wat opgaat zij aan hoogte en wind de vee (is het zo) dat (jij) bent gedaald zij aan stam aan land
22.
en (ik) heb gezien dat (er is) niet goede bevestig(t) (hij) maakte blij de mens bij (de) daden (...) hem dat hij verdeelt! dat water van (hij) bracht (...) ons te zien verhoging dat (hij) was na hem

Hoofdstuk 4

1.
en rust! ik en (ik) liet zien (tot) alle de afzetterijen die NOSIM in de plaats van de zon en hier is traan van de afzetterijen en (er is) niet aan hen troost en van hand afzetterijen (...) hen kracht en (er is) niet aan hen troost
2.
WSBH ik (tot) (is het zo) dat sterven SKBR (zij) zijn gestorven vanuit de leven die deze (mv) leven ODNE
3.
en goede van die twee (tot) die getuige (...) hen niet (hij) is geweest die niet (hij) heeft gezien (tot) (is het zo) dat Mozes juich! die (hij) is gedaan in de plaats van de zon
4.
en (ik) heb gezien ik (tot) alle werkzame en (tot) alle als (zij) hebben gezongen (...) hen (is het zo) dat Mozes dat zij (jij) bent jaloers geweest man van zijn vriend ook dit damp en medemensen wind
5.
de dwaas (hij) heeft omarmd (tot) handen (...) hem en eten (tot) kondigt aan!
6.
goede (hij) is vol geweest lepel (hij) is geland om vol te zijn HPNIM werkzame en medemensen wind
7.
en rust! ik en (ik) liet zien damp in de plaats van de zon
8.
er is één en (er is) niet tweede ook zoon en broer (er is) niet als en (er is) niet eind aan alle (zij) hebben gezwoegd ook ogen (...) hem niet (jij) was verzadigd rijkdom en aan water van ik werkzame en van gebrek (tot) ziel (...) mij van goeds ook dit damp en armoede (...) hen kwaad hij
9.
goede (mv) de twee vanuit de één die er is aan hen beloning goede bij (het) hard(e) werk (...) hen
10.
dat als (zij) vielen de één (hij) vestigde (tot) (zij) hebben zich aangesloten en ram (...) hem de één dat (hij) viel en (er is) niet tweede te vestigen (...) hem
11.
ook als (zij) lagen neer twee en hete aan hen en aan één waar ben jij? (hij) is bronstig geweest
12.
en als ITQPW de één de twee (zij) stondden vast tegenover hem WEHWÐ EMSLS niet bij (zij) heeft zich gehaast (hij) brak af
13.
goede kind belasting (...) jullie en wijze van koning baard en dwaas die niet (hij) heeft geweten LEZER nog (eens)
14.
dat van huis (is het zo) dat verblind! (...) hen uitgaande aan koning dat ook bij (het) koninkrijk (...) hem (hij) is geboren verover!
15.
(ik) heb gezien (tot) alle de leven (is het zo) dat gaan in de plaats van de zon met het kind (de) tweede die (hij) stond vast in de plaats van hem
16.
(er is) niet eind aan alle het volk aan alle die (hij) is geweest voor hen ook (de) laatste (mv) niet (zij) maakten blij bij hem dat ook dit damp WROIWN wind
17.
bewaar! voeten (...) jou zoals (jij) ging naar huis naar God en verwant aan nieuws (jij) bent gestorven de dwazen slachting dat zij zijn (er) niet weten te doen kwaad

Hoofdstuk 5

1.
naar TBEL op monden (...) jou en hart (...) jou naar (hij) haastte zich tevoorschijn te halen woord voor naar God dat naar God bij (de) hemel en (met) haar op het land op zo (zij) waren woorden (...) jou een beetje-en
2.
dat (hij) is gekomen de droom bij (de) meerderheid armoede (...) hen en klank dwaas bij (de) meerderheid woorden
3.
zoals (zij) woonde gelofte aan God naar (jij) kwam te laat te betalen (...) hem dat (er is) niet wens bij (de) dwazen (tot) die (zij) woonde gehele
4.
goede die niet (zij) woonde MSTDWR noch (jij) betaalde
5.
naar te geven (...) hen (tot) monden (...) jou LHÐIA (tot) vlees (...) jou en naar (jij) sprak voor de boodschapper dat vergissing zij waarom (hij) maakte zich kwaad naar God op klank (...) jou en koord (tot) Mozes handen (...) jou
6.
dat bij (de) meerderheid dromen en dampen en woorden veel dat (tot) naar God gezien
7.
als afzetterij verover! en roof rechtsregel en rechtvaardigheid (jij) liet zien bij (de) staat naar (jij) verbaasde je op de wens dat hoogte boven hoogte bewaar! en hoge (mv) op hen
8.
en voordeel land in alle zij koning aan veld (wij) bewerkten
9.
(hij) heeft liefgehad zilver niet (hij) was verzadigd zilver en water van (hij) heeft liefgehad bij (de) menigte niet opbrengst ook dit damp
10.
bij twisten het goeds tienduizend AWKLIE en wat? als (zij) hebben gezongen (...) hen naar aan echtgenoten dat als (jij) hebt gezien ogen (...) hem
11.
zoete jaar van de slaaf als een beetje en als veel (hij) at WESBO aan rijke hij is (er) niet geef(t) rust als LISWN
12.
er is herder word(t) ziek (ik) heb gezien in de plaats van de zon rijkdom houd! aan echtgenoten (...) hem te achtervolgen (...) hem
13.
en (hij) is verloren gegaan de rijkdom dat bij (de) armoede (...) hen kwaad en (hij) heeft voortgebracht zoon en (er is) niet bij (hij) bedankte iets
14.
zoals uitgaande van buik moeder (...) hem (zij) hebben blootgelegd (...) hen (hij) blies te gaan zoals Scheba en iets niet (hij) droeg bij (zij) hebben gezwoegd (hij) is neergegaan bij (hij) bedankte
15.
en ook dit herder word(t) ziek alle OMT Scheba zo (hij) ging en wat? voordeel als dat (hij) zwoegen aan wind
16.
ook alle dagen (...) hem bij (de) duisternis (hij) at en boosheid veel en niet-heilige-en (...) hem en woede
17.
hier is die (ik) heb gezien ik goede die mooie te eten en te drinken en te zien goeds in alle (zij) hebben gezwoegd dat (hij) zwoegen in de plaats van de zon getal dagen van (zij) hebben geleefd die (hij) heeft gegeven als naar God dat hij verdeelt!
18.
ook alle de mens die (hij) heeft gegeven als naar God rijkdom WNKXIM en de heerser (...) hem aan eten (van)uit hem en te dragen (tot) verdeelt! en blij te maken bij (zij) hebben gezwoegd dit (jij) bent gestorven God zij
19.
dat niet veel (hij) herinnerde zich (tot) dagen van leef! (...) hem dat naar God antwoord bij (jij) bent blij geweest zijn hart

Hoofdstuk 6

1.
er is herder die (ik) heb gezien in de plaats van de zon en veelheid zij op de mens
2.
man die (hij) gaf als naar God rijkdom WNKXIM en eer en hij is (er) niet gebrek aan ziel (...) hem van alle die ITAWE noch ISLIÐNW naar God aan eten (van)uit hem dat man vreemdeling (hij) at (...) ons dit damp en ziekte kwaad hij
3.
als (hij) bracht voort man honderd en twee twisten (hij) leefde en meerderheid dat (zij) waren dagen van jaren (...) hem en ziel (...) hem niet (jij) was verzadigd vanuit het goeds en ook begraaf! (er)naar niet (zij) is geweest als (ik) heb gesproken goede (van)uit hem (is het zo) dat ga neer!
4.
dat bij (de) damp (hij) is gekomen en bij (de) duisternis (hij) ging en bij (de) duisternis zijn naam (hij) bedekte
5.
ook zon niet (hij) heeft gezien noch (hij) heeft geweten (hij) is geland aan dit hiervandaan
6.
en macht (...) hem dier duizend twee twee keer en goeds niet (hij) heeft gezien toch? naar plaats één (de) alle ga(a)(t)
7.
alle werkzame de mens LPIEW en ook de ziel niet (jij) was vol
8.
dat wat? meer aan wijze vanuit de dwaas wat? aan arme (hij) werd bekend te gaan tegenover de leven
9.
goede verschijning ogen ga(a)(t) ziel ook dit damp en medemensen wind
10.
wat? dat (hij) is geweest zoals graan (hij) is genoemd zijn naam en (wij) werden bekend die hij mens noch (hij) zal kunnen te berechten met STQIP (van)uit hem
11.
dat er is woorden veel vermeerderen damp wat? rest aan mens
12.
dat water van (hij) werd bekend wat? goede aan mens bij (de) leven getal dagen van leef! damp (...) hem en (hij) heeft gemaakt (...) hen zoals schaduw die water van (hij) vertelde aan mens wat? (hij) was na hem in de plaats van de zon

Hoofdstuk 7

1.
goede daar van olie goede en dag de dood van dag EWLDW
2.
goede te gaan naar huis rouw om te gaan naar huis banket wat betreft hij riet alle de mens en (de) levende (hij) gaf naar zijn hart
3.
goede boosheid om fijn te wrijven dat bij (het) kwaad aanzicht (hij) was goed hart
4.
hart wijze (mv) bij (het) huis rouw en hart dwazen bij (het) huis vreugde
5.
goede aan nieuws (jij) hebt bestraft wijze van man nieuws lied dwazen
6.
dat zoals klank verwijder! (...) hen in de plaats van (hij) heeft verwijderd zo wolk de dwaas en ook dit damp
7.
dat de afzetterij IEWLL wijze en (hij) ging verloren (tot) hart geschenk
8.
goede einde van woord van begin (...) hem goede lange wind van hoogte wind
9.
naar TBEL vlucht! (...) jou boos te zijn dat boosheid bij (de) boezem dwazen (hij) rustte
10.
naar (jij) sprak wat? (hij) is geweest SEIMIM de eersten (zij) zijn geweest goede (mv) van deze dat niet van wijsheid (jij) hebt gevraagd op dit
11.
goeds wijsheid met erfgoed en rest aan spiegel de zon
12.
dat bij (de) schaduw de wijsheid bij (de) schaduw het zilver en voordeel kennis de wijsheid (jij) leefde bij (de) opgang
13.
(hij) heeft gezien (tot) Mozes naar God dat water van (hij) zal kunnen LTQN (tot) die verdraaiet!
14.
bij (de) dag goeds (hij) is geweest bij (de) goede en bij (de) dag herder (hij) heeft gezien ook (tot) dit tegenover dit (hij) heeft gedaan naar God op woord van SLA (hij) vond de mens na hem iets
15.
(tot) (de) alle (ik) heb gezien bij (de) dagen van dampen van er is rechtvaardige (hij) is verloren gegaan bij (zij) hebben gelijk gehad en er is slechte verleng(t) bij (de) medemens (...) hem
16.
naar (zij) was rechtvaardige veel en naar TTHKM meer waarom (jij) ademde (...) hen
17.
naar TRSO veel en naar (zij) was verijdel! waarom (jij) stierf zonder tijd (...) jou
18.
goede die (jij) greep hier en ook hiervandaan naar (zij) rustte (tot) hand (...) jou dat gezien God uitgaande (tot) allemaal
19.
de wijsheid TOZ aan wijze naar tiende heersers die (zij) zijn geweest bij (de) stad
20.
dat mens (er is) niet rechtvaardige bij (het) land die (zij) heeft gemaakt goede noch (hij) zondigde
21.
ook aan alle de woorden die (zij) spraken naar te geven (...) hen hart (...) jou die niet (jij) hoorde toe (tot) slaaf (...) jou vervloek(t) (...) jou
22.
dat ook twee keer twisten (hij) heeft geweten hart (...) jou die ook (tot) (jij) hebt vervloekt anderen
23.
alle dit (ik) heb beproefd bij (de) wijsheid (ik) heb gesproken AHKME en zij naar afstand (van)uit mij
24.
afstand wat? dat (hij) is geweest en diepte diepte water van (hij) vond (...) ons
25.
XBWTI ik en hart (...) mij te weten en te verspieden en zoek! wijsheid en Hesbon en te weten slechte KXL WEXKLWT EWLLWT
26.
en word(t) tevoorschijn gehaald ik bittere om te sterven (tot) de vrouw die zij van stappen en boycotten naar hart verboden naar handen goede voor naar God (hij) redde (van)uit haar en zondaar (hij) voegde samen bij haar
27.
(hij) heeft gezien dit (ik) heb gevonden (zij) heeft gesproken (jij) hebt verzameld één aan één te vinden Hesbon
28.
die nog (eens) bij (de) harde ziel (...) mij noch (ik) heb gevonden mens één MALP (ik) heb gevonden en vrouw in alle deze niet (ik) heb gevonden
29.
alleen (hij) heeft gezien dit (ik) heb gevonden die (hij) heeft gedaan naar God (tot) de mens rechte en deze (mv) zoekt! HSBNWT twisten

Hoofdstuk 8

1.
water van zoals de wijze en water van (hij) werd bekend betekenis woord (jij) bent wijs geworden mens (jij) verlichtte aanzichten (...) hem en kracht aanzichten (...) hem (hij) haatte
2.
ik mond van koning bewaar! en op woord van week van God
3.
naar TBEL van aanzichten (...) hem (jij) ging naar (jij) stond vast bij (het) woord kwaad dat alle die (hij) wenste (zij) heeft gemaakt
4.
wat betreft woord koning (zij) hebben geheerst (...) hen en water van (hij) sprak als wat? (jij) deed
5.
houd(t) voorschrift niet (hij) heeft geweten woord kwaad en tijd en rechtsregel (hij) heeft geweten hart wijze
6.
dat aan alle wens er is tijd en rechtsregel dat medemens van de mens veelheid op hem
7.
dat hij is (er) niet (hij) heeft geweten wat? dat (hij) was dat zoals (hij) was water van (hij) vertelde als
8.
(er is) niet mens heerser vlucht! gevangen te zetten (tot) de wind en (er is) niet (zij) hebben geheerst (...) hen bij (de) dag de dood en (er is) niet zend(t) weg bij (de) strijd noch (hij) redde slechte (tot) echtgenoten (...) hem
9.
(tot) alle dit (ik) heb gezien en geschonken (tot) hart (...) mij aan alle Mozes die (hij) is gedaan in de plaats van de zon tijd die (hij) heeft geheerst de mens bij (de) mens aan kwaad als
10.
en bij jullie (ik) heb gezien slechte (mv) graven en (zij) zijn gekomen en van plaats heilige (zij) gingen WISTKHW bij (de) stad die zo Ezau ook dit damp
11.
die (er is) niet (hij) is gedaan PTCM Mozes de herder (zij) heeft zich gehaast op zo (hij) is vol geweest hart bouw! de mens bij hen te doen kwaad
12.
die zondaar (hij) heeft gedaan kwaad honderd en verleng(t) als dat ook (hij) werd bekend ik die (hij) was goede aan vrees (...) mij naar God die (zij) vreesden weg van aanzichten (...) hem
13.
en goede niet (hij) was aan slechte noch (hij) verlengde dagen zoals schaduw die hij is (er) niet gezien weg van aanzicht van God
14.
er is damp die (hij) is gedaan op het land die er is rechtvaardigen die kom(t) toe naar hen zoals Mozes (de) slechte (mv) en er is slechte (mv) dat kom(t) toe naar hen zoals Mozes geef gelijk! (...) hen (ik) heb gesproken SCM dit damp
15.
WSBHTI ik (tot) de vreugde die (er is) niet goede aan mens in de plaats van de zon dat als aan eten en te drinken en blij te zijn en hij (zij) overnachtten bij (zij) hebben gezwoegd dagen van leef! (...) hem die (hij) heeft gegeven als naar God in de plaats van de zon
16.
zoals (ik) heb gegeven (tot) hart (...) mij te weten wijsheid en te zien (tot) de armoede (...) hen die (hij) is gedaan op het land dat ook bij (de) dag en bij (de) nacht jaar bij (de) ogen (...) hem hij is (er) niet (hij) heeft gezien
17.
en (ik) heb gezien (tot) alle Mozes naar God dat niet (hij) zal kunnen de mens te vinden (tot) (is het zo) dat Mozes die (hij) is gedaan in de plaats van de zon BSL die (hij) zwoegen de mens te zoeken noch (hij) vond en ook als (hij) sprak (de) wijze te weten niet (hij) zal kunnen te vinden

Hoofdstuk 9

1.
dat (tot) alle dit (ik) heb gegeven naar hart (...) mij en aan put (tot) alle dit die geef gelijk! (...) hen en (de) wijze (mv) en slaven (...) hen bij (de) hand naar God ook liefde ook (zij) heeft gehaat (er is) niet (hij) werd bekend de mens (de) alle voor hen
2.
(de) alle zoals aan alle gebeurtenis één aan rechtvaardige en aan slechtheid aan goede WLÐEWR en onrein te verklaren en aan slachting en te bevestigen hij is (er) niet slachting zoals goede zoals zondaar (is het zo) dat (hij) heeft gezworen zoals naar week gezien
3.
dit kwaad in alle die (hij) is gedaan in de plaats van de zon dat gebeurtenis één aan alle en ook hart bouw! de mens (hij) is vol geweest kwaad WEWLLWT bij (het) hart (...) hen BHIIEM en na hem naar (is het zo) dat sterven
4.
dat water van die (hij) koos naar alle de leven er is (zij) hebben zich verzekerd (...) hen dat aan hond levende hij goede vanuit de leeuw dood!
5.
dat de leven weten dat (hij) stierf (...) hem en (de) dode (mv) zij zijn (er) niet weten iets en (er is) niet nog (eens) aan hen beloning dat (hij) is vergeten man (...) hen
6.
ook (jullie) hebben liefgehad ook (jullie) hebben gehaat ook (jullie) zijn jaloers geweest zoals graan (zij) is verloren gegaan en deel (er is) niet aan hen nog (eens) aan eeuwigheid in alle die (hij) is gedaan in de plaats van de zon
7.
aan jou eten bij (de) vreugde brood (...) jou en (zij) heeft gelegd bij (het) hart goede wijn (...) jou dat zoals graan (zij) heeft gerend naar God (tot) daden (...) jou
8.
in alle tijd (zij) waren kledingstukken (...) jou witte (mv) en olie op hoofd (...) jou naar (hij) ontbrak
9.
(hij) heeft gezien leven met vrouw die (jij) hebt liefgehad alle dagen van leef! damp (...) jou die (hij) heeft gegeven aan jou in de plaats van de zon alle dagen van damp (...) jou dat hij deel (...) jou bij (de) leven en bij (het) hard(e) werk (...) jou die (met) haar werkzame in de plaats van de zon
10.
alle die (jij) vond hand (...) jou te doen bij (de) kracht (...) jou (hij) heeft gedaan dat (er is) niet Mozes en Hesbon en kennis en wijsheid bij (de) dodenrijk die (met) haar beweging daarnaar (-s)
11.
rust! en (hij) heeft gezien in de plaats van de zon dat niet aan vlotte (mv) (is het zo) dat om te rennen noch aan helden de strijd en ook niet aan wijze (mv) brood en ook niet LNBNIM rijkdom en ook niet LIDOIM gratie dat tijd en (hij) heeft getroffen (hij) gebeurde (tot) allemaal
12.
dat ook niet (hij) heeft geweten de mens (tot) tijd (...) hem zoals vissen SNAHZIM bij om te vangen (er)naar herder WKßPRIM EAHZWT bij (de) valstrik zoals zij IWQSIM bouw! de mens aan tijd herder KSTPWL op hen plotseling
13.
ook dit (ik) heb gezien wijsheid in de plaats van de zon en grootheid zij naar mij
14.
stad kleine en mensen bij haar een beetje en (hij) is gekomen vetstaart koning grote en (hij) is rondgegaan (met) haar en (hij) heeft gebouwd op haar van stappen grootheden
15.
en (hij) heeft gevonden bij haar man belasting (...) jullie wijze en red! hij (tot) (hij) heeft opgemerkt bij (de) wijsheid (...) hem en mens niet man (tot) de man de belasting (...) jullie dat
16.
en (ik) heb gesproken ik goeds wijsheid van moed en (jij) bent wijs geworden de belasting (...) jullie BZWIE en woorden (...) hem zij zijn (er) niet NSMOIM
17.
spreek! wijze (mv) bij (hij) is geland NSMOIM MZOQT heers(t) bij (de) dwazen
18.
goeds wijsheid van gereedschap binnenste en zondaar één (hij) ging verloren goeds veel

Hoofdstuk 10

1.
vliegen van dood IBAIS IBIO olie RWQH waarde van wijsheid om zwaar te zijn XKLWT een beetje
2.
hart wijze aan dagen (...) ons en hart dwaas aan linkerhand (...) hem
3.
en ook bij (de) weg KSEXKL beweging zijn hart gebrek en woord aan alle verijdel! hij
4.
als wind (is het zo) dat heers(t) (jij) verhief op jou plaats (...) jou naar (zij) rustte dat genees(t) (hij) gaf rust zondaars grote (mv)
5.
er is herder (ik) heb gezien in de plaats van de zon zoals vergissing dat voer uit! weg van aanzicht van de heerser
6.
(hij) heeft gegeven (is het zo) dat verijdel! bij (de) hemel twisten en rijke (mv) bij (de) lage (zij) hebben gewoond
7.
(ik) heb gezien slaven op paarden en zingen voorbijgangers zoals slaven op het land
8.
Hefer CWMß bij hem (hij) viel en doorbraak omheining (zij) behuisden slang
9.
MXIO stenen (hij) bedroefde bij hen BWQO bomen (hij) goot uit (...) hen in hen
10.
als QEE het ijzer en hij niet aanzicht QLQL en machten (hij) werd sterk en voordeel EKSIR wijsheid
11.
als jij bent er de slang BLWA LHS en (er is) niet voordeel aan echtgenoot de tong
12.
spreek! mond van wijze gratie WSPTWT dwaas (jij) slikte (...) ons
13.
begin van spreek! mond van hem XKLWT en einde van mond van hem EWLLWT herder
14.
WEXKL (hij) vermeerderde woorden niet (hij) heeft geweten de mens wat? dat (hij) was en die (hij) was van na hem water van (hij) vertelde als
15.
werkzame de dwazen TICONW die niet (hij) heeft geweten te gaan naar stad
16.
waar aan jou land dat (hij) heeft geheerst (...) jou jeugd en aanvoerders (...) jou bij (het) rundvee (zij) aten
17.
heil (...) jou land dat (hij) heeft geheerst (...) jou zoon ontbranden en aanvoerders (...) jou bij (de) tijd (zij) aten bij (de) moed noch (ik) heb me geschaamd
18.
BOßLTIM IMK het gebeurtenis WBSPLWT handen IDLP het huis
19.
fijn te wrijven maak! (...) hen brood en wijn (hij) maakte blij leven en het zilver (hij) antwoordde (tot) (de) alle
20.
ook BMDOK koning naar (jij) vervloekte en bij (de) kamers van bed (...) jou naar (jij) vervloekte rijke dat vogel de hemel IWLIK (tot) de klank en echtgenoot de vleugels (hij) vertelde woord

Hoofdstuk 11

1.
wapen brood (...) jou op aanzicht van het water dat bij (de) meerderheid de dagen (jij) vond (...) ons
2.
geef! deel aan zeven en ook aan acht dat niet (jij) wist wat? (hij) was herder op het land
3.
als (zij) waren vol de wolken nader! (...) hen op het land IRIQW en als (hij) viel boom bij (de) zuid en als bij (het) Noorden plaats dat (hij) viel de boom daar Jehu
4.
bewaar! wind niet (hij) zaaide en (hij) heeft gezien bij (de) wolken niet IQßWR
5.
zoals jij bent (er) niet (hij) werd bekend wat? weg de wind zoals kernen bij (de) buik (is het zo) dat (zij) is vol geweest zodoende niet (jij) wist (tot) Mozes naar God die (zij) heeft gemaakt (tot) (de) alle
6.
bij (het) rundvee nakomelingen (tot) nakomelingen (...) jou en aan borg naar (zij) rustte hand (...) jou dat jij bent (er) niet (hij) werd bekend waar dit IKSR deze of dit en als die twee zoals een goede (mv)
7.
en zoete het licht en goede aan ogen te zien (tot) de zon
8.
dat als twee veel (hij) leefde de mens bij kun! (...) hen (hij) maakte blij en (hij) herinnerde zich (tot) dagen van de duisternis dat veel (zij) waren alle Scheba damp
9.
maak blij! jongeman BILDWTIK en (hij) deed goed (...) jou hart (...) jou bij (de) dagen van BHWRWTIK en beweging bij (de) wegen van hart (...) jou en bij (de) verschijning (...) mij ogen (...) jou en weet! dat op alle deze (hij) bracht (...) jou naar God bij (de) rechtsregel
10.
en verwijder! boosheid van hart (...) jou en breng over! herder kondig(t) aan (...) jou dat EILDWT en (de) zwarte (mv) damp

Hoofdstuk 12

1.
en man (tot) scheppen (...) jou bij (de) dagen van BHWRTIK tot die niet voert in! dagen van de herder en (zij) zijn toegekomen twee die (jij) sprak (er is) niet aan mij bij hen wens
2.
tot die niet (zij) haastte zich (...) jou de zon en het licht en de maan en de sterren en woont! de wolken andere (is het zo) dat nader! (...) hen
3.
bij (de) dag SIZOW bewaar! het huis WETOWTW mens (...) mij de macht en bij (de) dauw (...) hem EÐHNWT dat (zij) hebben verminderd en duisternis (...) hem het zicht bij (de) sprinkhanen
4.
en (zij) hebben gesloten deuren bij (de) onderbeen bij (de) lage klank EÐHNE en (hij) wraakte aan klank (is het zo) dat Zippor en (zij) bukten zich alle dochters het lied
5.
ook van hoogte (zij) lieten zien WHTHTIM bij (de) weg en (hij) smaadde de amandel WIXTBL EHCB en (zij) was vruchtbaar (de) arme dat beweging de mens naar huis eeuwigheid (...) hem en (zij) zijn rondgegaan bij (de) onderbeen (is het zo) dat bewenen
6.
tot die niet (hij) was ver koord het zilver en (jij) rende (jij) hebt je verheugd het goud en (zij) brak kruik op EMBWO WNRß de Gilgal naar de put
7.
en inwoner het stof op het land KSEIE en de wind (jij) blies naar naar God die (zij) heeft gegeven
8.
damp dampen woord (is het zo) dat verzamel(t) (de) alle damp
9.
en rest dat (hij) is geweest (jij) hebt verzameld wijze nog (eens) onderwijs! kennis (tot) het volk en oor en onderzoek (zij) kocht voltooie(t) veel
10.
zoek! (jij) hebt verzameld te vinden spreek! wens en geschreven rechte spreek! waarheid
11.
spreek! wijze (mv) KDRBNWT WKMSMRWT NÐWOIM bij (de) hoge AXPWT (zij) hebben gegeven van herder één
12.
en rest van deze (mv) bouw! waarschuw! te doen boeken veel (er is) niet eind WLEC veel (jij) hebt moeite gedaan vlees
13.
riet woord (de) alle (wij) hoorden toe (tot) naar God gezien en (tot) voorschriften (...) hem houd! dat dit alle de mens
14.
dat (tot) alle Mozes naar God (hij) kwam bij (de) rechtsregel op alle schoen (...) hen als goede en als kwaad