Hoofdstuk 1

1.
heil de man die niet beweging bij (de) raad slechte (mv) en bij (de) weg zondaars niet sta vast! en bij (de) zetel spotters niet inwoner
2.
dat als bij (het) Wetboek van Jahweh (zij) hebben gewenst en bij (het) Wetboek (...) hem (hij) sprak uit dag (...) hen en nacht
3.
en (hij) is geweest zoals boom geplant op splits! water die stieren (...) hem (hij) gaf bij (de) tijd (...) hem en verheft! niet (hij) verwelkte en alle die (zij) heeft gemaakt (hij) slaagde
4.
niet zo (de) slechte (mv) dat als zoals kaf die TDPNW wind
5.
op zo niet (zij) wraakten slechte (mv) bij (de) rechtsregel en zondaars bij (de) getuige van rechtvaardigen
6.
dat (hij) werd bekend Jahweh weg rechtvaardigen en weg slechte (mv) (jij) ging verloren

Hoofdstuk 2

1.
waarom (zij) zijn opgewonden geweest volken en naties (zij) spraken uit lege
2.
(zij) stelden zich op heers! land en vorsten NWXDW samen op Jahweh en op Messias (...) hem
3.
(wij) braken af (er)naar (tot) MWXRWTIMW en (wij) wierpen af (er)naar (van)uit hem OBTIMW
4.
bewoner bij (de) hemel (hij) wreef fijn liggers van (hij) spotte voor hen
5.
destijds (hij) sprak ALIMW bij (de) neus (...) hem en (zij) hebben gekozen (...) ons IBELMW
6.
en ik (ik) heb uitgegoten heers! op Sion heuvel heilig!
7.
(ik) vertelde (er)naar naar wet Jahweh woord naar mij bouw! (met) haar ik vandaag (ik) heb gebaard (...) jou
8.
(hij) heeft gevraagd (van)uit mij en (ik) gaf volken (jij) hebt verworven (...) jou en (jij) hebt gegrepen (...) jou houd op! land
9.
(zij) achtervolgde (...) hen bij (de) stam ijzer zoals gereedschap schep(t) (jij) verbrijzelde (...) hen
10.
en nu koningen (zij) zijn wijs geworden EWXRW berecht! land
11.
(zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh bij (de) vrees en verheuugt je! BRODE
12.
(zij) hebben gekust graan opdat niet IANP en (jullie) gingen verloren weg dat (hij) roeide uit zoals een beetje neus (...) hem heil alle heb medelijden! bij hem

Hoofdstuk 3

1.
lied aan oom bij (zij) zijn gevlucht van aanzicht van Absalom bij ons
2.
Jahweh wat? tienduizend schep! twisten staan op op mij
3.
twisten woorden aan ziel (...) mij (er is) niet verlossing (...) haar als bij God (slot)
4.
en (met) haar Jahweh schild bij (het) sieraad onderscheidingen van en Mirjam hoofden van
5.
klanken van naar Jahweh (ik) werd genoemd en (hij) antwoordde (...) mij vlugge (zij) hebben geheiligd (slot)
6.
ik (ik) heb gelegen WAISNE EQIßWTI dat Jahweh (hij) steunde (...) mij
7.
niet (ik) vreesde MRBBWT met die rondom (zij) hebben gelegd op mij
8.
hoogte Jahweh (hij) heeft gered (...) mij mijn God dat (jij) hebt geslagen (tot) alle vijanden van wang tweede slechte (mv) (jij) hebt gebroken
9.
aan Jahweh de verlossing op met jou (jij) hebt gezegend (...) jou (slot)

Hoofdstuk 4

1.
aan dirigent BNCINWT lied aan oom
2.
bij noem! wolken van mijn God heb gelijk! versterkte (is het zo) dat (jij) bent breder geworden aan mij Hanani en nieuws gebed (...) mij
3.
bouw! man tot wat? onderscheidingen van aan schande (jullie) hadden lief (...) hen lege (jullie) zochten leugen (slot)
4.
en weet! dat laat vallen! (er)naar Jahweh getrouwe als Jahweh (hij) hoorde toe bij noem! naar hem
5.
(zij) zijn boos geweest en naar (jullie) zondigden (zij) hebben gesproken bij (het) hart (...) jullie op bed (...) jullie en (zij) hebben geleken (slot)
6.
(zij) hebben geslacht slacht! rechtvaardigheid en (zij) hebben zich verzekerd naar Jahweh
7.
twisten woorden water van (wij) hebben gevreesd goede (zij) is gevlucht op ons licht aanzichten (...) jou Jahweh
8.
zet vreugde bij (het) hart (...) mij van tijd graan (...) hen en most (...) hen tienduizend
9.
bij (de) vrede samen (ik) lag neer (er)naar en man (...) hen dat (met) haar Jahweh aan eenzame zich te verzekeren TWSIBNI

Hoofdstuk 5

1.
aan dirigent naar ENHILWT lied aan oom
2.
Amoriet (zij) heeft geluisterd Jahweh verstand ECICI
3.
(zij) heeft opgelet aan klank schreeuw om hulp! heers! en mijn God dat naar jou (ik) bad
4.
Jahweh rundvee (jij) hoorde toe klanken van rundvee (ik) werd geregeld aan jou en (ik) overtrok
5.
dat niet naar wens slechte (met) haar niet (hij) woonde (...) jou kwaad
6.
niet (zij) stelden zich op EWLLIM tegen ogen (...) jou (jij) hebt gehaat alle daden van kracht
7.
(jij) ging verloren spreek! leugen man kosten en bedrog ITOB Jahweh
8.
en ik bij (de) meerderheid genade (...) jou (ik) kwam huis (...) jou (ik) boog me diep (er)naar naar paleis heiligheid (...) jou bij (jij) hebt gevreesd (...) jou
9.
Jahweh (hij) heeft gerust (...) mij bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou opdat SWRRI EWSR voor weg (...) jou
10.
dat (er is) niet BPIEW juiste binnenste (...) hen verderf graf geopende CRNM tong (...) hen IHLIQWN
11.
(is het zo) dat (ik) plaatste (...) hen God (zij) vielen MMOßWTIEM bij (de) meerderheid misdaden (...) hen EDIHMW dat heer (...) hem bij jou
12.
en (zij) maakten blij alle heb medelijden! bij jou aan eeuwigheid (zij) roddelden en (jij) goot uit op hen WIOLßW bij jou heb lief! naam (...) jou
13.
dat (met) haar (jij) zegende rechtvaardige Jahweh zoals schild wil (jij) bekroonde (...) ons

Hoofdstuk 6

1.
aan dirigent BNCINWT op ESMINIT lied aan oom
2.
Jahweh naar bij (de) neus (...) jou (jij) bewees (...) mij en naar bij (de) leren zak (...) jou TIXRNI
3.
Hanani Jahweh dat (hij) heeft ongelukkig gemaakt ik genees! (...) mij Jahweh dat (zij) zijn geschrokken word machtig!
4.
en ziel (...) mij (zij) is geschrokken zeer en (tot) Jahweh tot wanneer?
5.
naar terugkeren Jahweh (zij) heeft uitgetrokken ziel (...) mij (hij) heeft gered (...) mij opdat genade (...) jou
6.
dat (er is) niet bij (de) dood man (...) jou bij (de) dodenrijk water van (hij) bedankte aan jou
7.
(ik) heb moeite gedaan BANHTI (ik) bukte me in alle nacht (ik) heb gewankeld bij (de) traan (...) mij ORSI AMXE
8.
OSSE van boosheid bestudeer! enorme in alle bundel(t) (...) mij
9.
verblindt! (van)uit mij alle daden van kracht dat nieuws Jahweh klank geween (...) mij
10.
nieuws Jahweh smeekbede (...) mij Jahweh gebed (...) mij (hij) nam
11.
(zij) zijn droog geweest WIBELW zeer alle vijanden van (zij) hebben gewoond (zij) zijn droog geweest ogenblik

Hoofdstuk 7

1.
SCIWN aan oom die aanvoerder aan Jahweh op spreek! Cusch zoon rechterhanden van
2.
Jahweh mijn God bij jou (ik) heb bescherming gezocht (hij) heeft gered (...) mij van alle achtervolg! en (hij) heeft gered (...) mij
3.
opdat niet IÐRP zoals leeuw ziel (...) mij PRQ en (er is) niet redder
4.
Jahweh mijn God als (ik) heb gedaan deze als er is onrecht bij (de) lepels van
5.
als (ik) heb vergolden ben(t) volledig (...) mij kwaad WAHLßE bundel(t) (...) mij leegte (...) hen
6.
(hij) achtervolgden vijand ziel (...) mij WISC WIRMX aan land leef! en onderscheidingen van aan stof jullie zijn er (slot)
7.
hoogte Jahweh bij (de) neus (...) jou (de) verheven BOBRWT bundel(t) (...) mij en (zij) heeft verblind naar mij rechtsregel (jij) hebt opdracht gegeven
8.
en getuige van naties TXWBBK en op haar aan hoogte naar terugkeren
9.
Jahweh (hij) berechtte volkeren (hij) heeft berecht (...) mij Jahweh als heb gelijk! WKTMI op mij
10.
(hij) beëindigde toch kwaad slechte (mv) en (jij) zette op rechtvaardige en bij (de) gratie harten en nieren God rechtvaardige
11.
schilden van op God red(t) effen! hart
12.
God berecht rechtvaardige en naar woede in alle dag
13.
als niet (hij) blies (zij) zijn vernield ILÐWS boog (...) hem weg en (hij) zette op (er)naar
14.
en als (hij) heeft voorbereid gereedschap dood pijlen (...) hem LDLQIM IPOL
15.
hier is (hij) saboteerde kracht en naar heuvel werkzame en kind leugen
16.
put (hij) heeft gegraven en (zij) groeven (...) hem en (hij) liet vallen bij (de) kuil IPOL
17.
(hij) blies (zij) hebben gezwoegd bij (het) hoofd (...) hem en op QDQDW (zij) hebben beroofd (hij) is gedaald
18.
(ik) bedankte Jahweh als (zij) hebben gelijk gehad en (ik) zong (er)naar daar Jahweh hoogste

Hoofdstuk 8

1.
aan dirigent op ECTIT lied aan oom
2.
Jahweh liggers (...) ons wat? geweldige naam (...) jou in alle het land die geef! luister (...) jou op de hemel
3.
van mond van kindertjes WINQIM (jij) hebt gevestigd kracht opdat bundelen (...) jou stop te zetten vijand WMTNQM
4.
dat (ik) liet zien namen (...) jou Mozes vingers (...) jou maan en sterren die (jij) hebt opgezet (er)naar
5.
wat? mens dat (zij) herinnerde zich (...) ons en zoon mens dat (jij) beval (...) ons
6.
en (jullie) ontbraken (...) hem een beetje van God en eer en pracht (jullie) bekroonden (...) hem
7.
TMSILEW bij (de) daden van handen (...) jou alle (zij) heeft gelegd in de plaats van voeten (...) hem
8.
schild en duizenden allemaal en ook reuzendier Sjadai
9.
Zippor hemel en vissen van de zee kant manieren dagen
10.
Jahweh liggers (...) ons wat? geweldige naam (...) jou in alle het land

Hoofdstuk 9

1.
aan dirigent op dood tot zoon lied aan oom
2.
(ik) bedankte Jahweh in alle hart (...) mij (ik) vertelde (er)naar alle NPLAWTIK
3.
(ik) maakte blij (er)naar WAOLßE bij jou (ik) zong (er)naar naam (...) jou hoogste
4.
bij (het) terugkeren vijanden van achterzijde (zij) struikelden en (zij) gingen verloren van aanzichten (...) jou
5.
dat (jij) hebt gedaan rechtsregels van en berecht! (jij) hebt gewoond aan stoel berecht rechtvaardigheid
6.
(jij) hebt bestraft volken (jij) bent verloren gegaan slechte naam (...) hen (jij) hebt uitgewist aan eeuwigheid en tot
7.
de vijand (zij) hebben zich verbaasd zwaarden uiteindelijk en steden NTST (hij) is verloren gegaan man (...) hen deze (mv)
8.
en Jahweh aan eeuwigheid inwoner (hij) heeft opgezet aan rechtsregel stoel (...) hem
9.
en hij (hij) berechtte wereld bij (de) rechtvaardigheid (hij) berechtte naties bij effenen
10.
en wees Jahweh toevluchtsoord aan onderdrukte toevluchtsoord LOTWT (zij) heeft druiven geplukt
11.
en (zij) verzekerden zich bij jou (hij) werd bekend (...) mij naam (...) jou dat niet (jij) hebt verlaten adviezen (...) jou Jahweh
12.
zingt! aan Jahweh inwoner Sion (zij) hebben verteld bij (de) volkeren daden (...) hem
13.
dat advies kosten hen man niet laat vergeten! (jij) hebt geschreeuwd armen
14.
(hij) heeft gratie verleend (...) mij Jahweh (hij) heeft gezien armoede (...) mij om te haten (...) mij MRWMMI van poorten van dood
15.
opdat (ik) vertelde (er)naar alle lofliederen (...) jou bij (de) poorten van dochter Sion (ik) verheugde me (er)naar bij (de) verlossing (...) jou
16.
ÐBOW volken bij (de) kuil Ezau bij (het) netwerk deze (zij) hebben verborgen (wij) voegden samen (er)naar voet (...) hen
17.
(wij) werden bekend Jahweh rechtsregel (hij) heeft gedaan bij (de) daad lepels (...) hem NWQS slechte ECIWN (slot)
18.
(zij) keerden terug slechte (mv) te vragen (er)naar alle volken laat vergeten! God
19.
dat niet uiteindelijk (hij) liet vergeten arme hoop van nederige (mv) (jij) ging verloren voor altijd
20.
hoogte Jahweh naar IOZ mens (zij) berechtten volken op aanzichten (...) jou
21.
naar doorn Jahweh leraar aan hen (zij) hebben geweten volken mens deze (mv) (slot)

Hoofdstuk 10

1.
waarom Jahweh (jij) stond vast bij (de) afstand (jij) verhief (...) hen LOTWT (zij) heeft druiven geplukt
2.
bij (de) hoogmoed van slechte IDLQ arme ITPSW BMZMWT deze berekent!
3.
dat lofzang slechte op begeerte van ziel (...) hem en voordeel zegen! (hij) heeft gesmaad Jahweh
4.
slechte zoals hoogte neus (...) hem echtgenoot IDRS (er is) niet God alle van vuiligheden (...) hem
5.
IHILW weg (...) hem in alle tijd hoogte rechtsregels (...) jou MNCDW alle ßWRRIW IPIH bij hen
6.
woord bij (de) zijn hart echtgenoot (ik) wankelde aan generatie en generatie die niet bij (het) kwaad
7.
deze mond van hem (hij) is vol geweest en bedrog en (zij) sloeg in de plaats van tong (...) hem werkzame en kracht
8.
inwoner bij (de) hinderlaag dorpen bij (de) verborgen (mv) (hij) doodde schone ogen (...) hem LHLKE (hij) overtrok (...) ons
9.
(hij) lag in hinderlaag bij (de) verborgen zoals leeuw bij (de) hut (hij) lag in hinderlaag LHÐWP arme IHÐP arme bij (zij) hebben getrokken bij (het) netwerk (...) hem
10.
en onderdrukte (hij) bukte zich en ga neer! BOßWMIW HLKAIM
11.
woord bij (de) zijn hart laat vergeten! naar (hij) heeft verborgen aanzichten (...) hem echtgenoot (hij) heeft gezien uiteindelijk
12.
hoogte Jahweh naar verheven hand (...) jou naar (jij) liet vergeten armen
13.
op wat? (hij) heeft gesmaad slechte God woord bij (de) zijn hart niet TDRS
14.
(zij) heeft gezien dat (met) haar werkzame en boosheid (jij) keek te geven bij (de) hand (...) jou op jou (hij) verliet HLKE wees (met) haar (jij) bent geweest help(t)
15.
(hij) heeft gebroken arm slechte en kwaad (jij) legde uit slechtheid (...) hem echtgenoot (jij) vond
16.
Jahweh koning eeuwigheid en tot (zij) zijn verloren gegaan volken van land (...) hem
17.
begeerte van nederige (mv) (jij) hebt toegehoord Jahweh (jij) bereidde voor hart (...) hen (jij) lette op oor (...) jou
18.
aan rechter wees en onderdrukte echtgenoot (hij) voegde toe nog (eens) LORß mens vanuit het land

Hoofdstuk 11

1.
aan dirigent aan oom bij Jahweh (ik) heb bescherming gezocht waar ben jij? (jullie) spraken aan ziel (...) mij NWDW heuvel (...) jullie Zippor
2.
dat hier is (de) slechte (mv) IDRKWN boog (zij) hebben opgezet pijl (...) hen op rest te werpen met donkere te effenen (...) mij hart
3.
dat (is het zo) dat leggen (zij) braken af (...) hen rechtvaardige wat? daad
4.
Jahweh bij (het) paleis (zij) hebben geheiligd Jahweh bij (de) hemel stoel (...) hem ogen (...) hem (zij) voorspelden OPOPIW IBHNW bouw! mens
5.
Jahweh rechtvaardige IBHN en slechte en (hij) heeft liefgehad roof (zij) heeft gehaat ziel (...) hem
6.
IMÐR op slechte (mv) valstrikken vuur en zwavel en wind ZLOPWT rantsoen van beker (...) hen
7.
dat rechtvaardige Jahweh weldadigheden (hij) heeft liefgehad rechte (zij) voorspelden aanzicht (...) hem

Hoofdstuk 12

1.
aan dirigent op ESMINIT lied aan oom
2.
(zij) heeft gered Jahweh dat einde getrouwe dat streep (...) hem AMWNIM van zonen van mens
3.
(het) niets (zij) spraken man (tot) zijn vriend oever van gladde (mv) bij (het) hart en hart (zij) spraken
4.
(hij) hakte af Jahweh alle lippen van gladde (mv) tong spreek(t) groeiende (mv)
5.
die (zij) hebben gesproken LLSNNW NCBIR lippen (...) ons (met) ons water van heer aan ons
6.
van roof armen MANQT arme (mv) nu (ik) wraakte (hij) sprak Jahweh (ik) legde bij (de) redding IPIH als
7.
AMRWT Jahweh AMRWT zuivere (mv) zilver gelouterde BOLIL aan land MZQQ (ik) ben verzadigd geweest (...) hen
8.
(met) haar Jahweh (jij) bewaarde (...) hen (jij) schiep (...) ons vanuit de generatie deze aan eeuwigheid
9.
rondom slechte (mv) (zij) wandelden rond (...) hen wijngaard ZLWT aan zonen van mens

Hoofdstuk 13

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
tot waarheen? Jahweh (jij) liet vergeten (...) mij overwinning tot waarheen? (jij) verborg (tot) aanzichten (...) jou (van)uit mij
3.
tot waarheen? (ik) legde adviezen bij (de) ziel (...) mij ICWN bij (het) hart (...) mij dag (...) hen tot waarheen? (hij) was hoog vijanden van op mij
4.
(zij) heeft gekeken wolken van Jahweh mijn God (zij) heeft verlicht bestudeer! opdat niet man (...) hen de dood
5.
opdat niet (hij) sprak vijanden van (ik) heb gekund (...) hem schep! (zij) verheugden zich dat (ik) wankelde
6.
en ik bij (de) genade (...) jou (ik) heb me verzekerd (hij) verheugde zich hart (...) mij bij (de) verlossing (...) jou (ik) zong (er)naar aan Jahweh dat kameel op mij

Hoofdstuk 14

1.
aan dirigent aan oom woord harp bij (de) zijn hart (er is) niet God (zij) hebben kapot gemaakt ETOIBW daad (er is) niet (hij) heeft gedaan goede
2.
Jahweh van hemel ESQIP op bouw! mens te zien is er? ontwikkeld mens advies (tot) God
3.
(de) alle (hij) is afgeweken samen NALHW (er is) niet (hij) heeft gedaan goede (er is) niet ook één
4.
toch? (zij) hebben geweten alle daden van kracht eet! met mij (zij) hebben gegeten brood Jahweh niet (zij) hebben genoemd
5.
daar (zij) zijn bang geweest angst dat God bij (de) generatie rechtvaardige
6.
raad arme (jullie) beschaamden dat Jahweh dekking (...) hem
7.
water van (hij) gaf van Sion verlossing van Israël bij (het) terugkeren Jahweh rust! met hem (hij) verheugde zich Jakob (hij) maakte blij Israël

Hoofdstuk 15

1.
lied aan oom Jahweh water van (hij) woonde bij (ik) ging water van jullie zijn er bij (de) heuvel heiligheid (...) jou
2.
ga(a)(t) volledige en daad rechtvaardigheid en woord waarheid bij (het) hart (...) hem
3.
niet voet op tong (...) hem niet (hij) heeft gedaan aan zijn vriend herder en schande niet verheven op (zij) hebben nader gebracht
4.
(wij) minachtten bij (de) ogen (...) hem (wij) verafschuwden en (tot) vrees! Jahweh (hij) was zwaar (hij) heeft gezworen aan het kwaad noch (hij) verbitterde
5.
als voegt toe! niet (hij) heeft gegeven bij (de) woekerrente en omkoperij op schone niet lering (hij) heeft gedaan deze niet (hij) wankelde aan eeuwigheid

Hoofdstuk 16

1.
slag-en (...) hen aan oom bewaar! (...) mij naar dat (ik) heb bescherming gezocht bij jou
2.
(jij) hebt gesproken aan Jahweh liggers van (met) haar goeds (...) mij echtgenoot op jou
3.
aan heilige (mv) die bij (het) land deze (mv) WADIRI alle wens! in hen
4.
(zij) vermeerderden droefheid (...) hen andere (zij) hebben zich gehaast echtgenoot AXIK uitgietingen (...) hen van bloed en echtgenoot (ik) droeg (tot) namen (...) hen op lippen van
5.
Jahweh rantsoen van verdeel! en beker (...) mij (met) haar verbazen zich (...) jou lot (...) mij
6.
koorden ga(a)t neer! aan mij bij (de) aangenaamheden neus (jij) hebt verworven dat (hij) is vruchtbaar geweest op mij
7.
(ik) zegende (tot) Jahweh die (hij) heeft geadviseerd (...) mij neus nachten IXRWNI nieren (...) mij
8.
(ik) ben gelijk geweest Jahweh tegen mij altijd dat van rechterhanden van echtgenoot (ik) wankelde
9.
daarom maak blij! hart (...) mij en (hij) verheugde zich onderscheidingen van neus kondig aan! jullie zijn er zich te verzekeren
10.
dat niet (jij) verliet ziel (...) mij te vragen niet te geven (...) hen getrouwe (...) jou te zien kuil
11.
(jij) deelde mee (...) mij manier leven zeven vreugde (tot) aanzichten (...) jou NOMWT bij (de) rechterhand (...) jou overwinning

Hoofdstuk 17

1.
gebed aan oom (zij) heeft toegehoord Jahweh rechtvaardigheid (zij) heeft opgelet gezang (...) mij (zij) heeft geluisterd gebed (...) mij zonder lippen van bedrog
2.
weg van aanzichten (...) jou rechtsregels van uitgaande ogen (...) jou (jullie) voorspelden effenen
3.
BHNT hart (...) mij (jij) hebt bekeken nacht ßRPTNI echtgenoot (jij) vond vuiligheid (...) mij echtgenoot (hij) ging voorbij mond van
4.
aan ondernemingen mens bij (het) woord lippen (...) jou ik (ik) heb gehouden manieren PRIß
5.
onschuld (...) jou heil BMOCLWTIK echtgenoot (wij) wankelden (...) hem keren van
6.
ik (ik) heb genoemd (...) jou dat (zij) antwoordde (...) mij naar neig! oor (...) jou aan mij nieuws (ik) heb gesproken
7.
laat vallen! (er)naar genade-en (...) jou red(t) zoeken bescherming MMTQWMMIM bij (de) rechterhand (...) jou
8.
bewaar! (...) mij KAISWN dochter oog bij (de) schaduw vleugels (...) jou (jij) verborg (...) mij
9.
van aanzicht van slechte (mv) deze SDWNI vijanden van bij (de) ziel IQIPW op mij
10.
HLBMW (zij) hebben gesloten PIMW spreekt! bij (de) hoogmoed van
11.
heil (...) ons nu (zij) zijn rondgegaan (...) mij ogen (...) hen (zij) legden te neigen bij (het) land
12.
(wij) hebben geleken zoals leeuw IKXWP aan prooi WKKPIR inwoner bij (de) verborgen (mv)
13.
hoogte Jahweh (zij) is voorgegaan aanzichten (...) hem EKRIOEW PLÐE ziel (...) mij van slechte zwaard (...) jou
14.
van dode (mv) hand (...) jou Jahweh van dode (mv) MHLD deel (...) hen bij (de) leven WßPINK (jij) was vol buik (...) hen (zij) waren verzadigd zonen en (zij) hebben rust gegeven rest (...) hen aan kindertjes (...) hen
15.
ik bij (de) rechtvaardigheid (zij) heeft gegrepen aanzichten (...) jou (ik) zwoer (er)naar bij (hij) is wakker geworden afbeelding (...) jou

Hoofdstuk 18

1.
aan dirigent te bewerken Jahweh aan oom die woord aan Jahweh (tot) spreek! naar het lied (de) deze bij (de) dag (hij) heeft gered Jahweh hem van lepel alle vijanden (...) hem en van hand dodenrijk
2.
en (hij) sprak (ik) had medelijden (...) jou Jahweh versterk!
3.
Jahweh rotsen van WMßWDTI WMPLÐI naar mij rotsen van (ik) zocht bescherming bij hem schilden van en hoorn reddingen van toevluchtsoorden van
4.
loof(t) (ik) werd genoemd Jahweh en vanuit vijanden van AWSO
5.
APPWNI saboteer! dood en verwerf! slechtheid IBOTWNI
6.
saboteer! dodenrijk (zij) zijn rondgegaan (...) mij (zij) zijn voorgegaan (...) mij valstrikken van dood
7.
versterkte aan mij (ik) werd genoemd Jahweh en naar mijn God (ik) schreeuwde om hulp (hij) hoorde toe van paleis (...) hem klanken van en (ik) heb om hulp geschreeuwd voor hem (jij) kwam bij (de) oren (...) hem
8.
WTCOS en (zij) maakte lawaai het land en fundamenten van (hij) heeft opgetild (zij) waren boos WITCOSW dat (hij) is ontbrand als
9.
blad maak! (...) hen bij (de) neus (...) hem en vuur van monden (...) hem (jij) at CHLIM roeiet uit! (van)uit hem
10.
en (hij) neeg hemel en (hij) is gedaald en nevel in de plaats van voeten (...) hem
11.
en (hij) reed op beeld van meerderheid en (hij) vloog WIDA op vleugels van wind
12.
(hij) legde duisternis (zij) hebben bestreden omgevingen (...) hem hut (...) hem HSKT water wolk (...) mij wolken
13.
van schijn tegenover hem wolken (...) hem (zij) zijn voorbijgegaan hagel WCHLI vuur
14.
en (hij) achtervolgde (...) hen bij (de) hemel Jahweh en hoogste (hij) gaf klank (...) hem hagel WCHLI vuur
15.
en (hij) zond weg pijlen (...) hem WIPIßM en flitsen meerderheid en (hij) ruiste (...) hen
16.
en (zij) lieten zien beddingen van water en (zij) onthulden fundamenten wereld MCORTK Jahweh van ziel van wind neus (...) jou
17.
(hij) zond weg van hoogte (hij) nam (...) mij IMSNI van water twisten
18.
(hij) redde (...) mij van vijanden van kracht en om te haten (...) mij dat (zij) zijn sterk geweest (van)uit mij
19.
(zij) gingen voor (...) mij bij (de) dag tegenslagen van en wees Jahweh LMSON aan mij
20.
en (hij) haalde tevoorschijn (...) mij tot van breedte (hij) trok uit (...) mij dat wens bij mij
21.
(hij) liet ontwennen (...) mij Jahweh als heb gelijk! zoals graan handen van (hij) gaf terug aan mij
22.
dat (ik) heb gehouden wegen van Jahweh noch zonde (...) mij van mijn God
23.
dat alle rechtsregels (...) hem tegen mij en grondwetten (...) hem niet (ik) verwijderde van mij
24.
en (ik) was er volledige met hem WASTMR van armoede
25.
en inwoner Jahweh aan mij als heb gelijk! zoals graan handen van tegen ogen (...) hem
26.
met getrouwe TTHXD met man volledige (zij) verbaasde zich (...) hen
27.
met NBR TTBRR en met eigenzinnige TTPTL
28.
dat (met) haar met arme (jij) redde en ogen zijn hoog (jij) vernederde
29.
dat (met) haar (jij) verlichtte licht (...) mij Jahweh mijn God ICIE duisternissen van
30.
dat bij jou land eenheid en met mijn God ADLC os
31.
deze volledige weg (...) hem (jij) hebt gesproken Jahweh gelouterde schild hij aan alle (is het zo) dat hebben medelijden bij hem
32.
dat water van God behalve Jahweh en water van rots behalve onze God
33.
deze EMAZRNI macht en (hij) gaf volledige wegen van
34.
van gelijke voeten van zoals reeën en op verhoging (...) mij (hij) stelde op (...) mij
35.
onderwijs(t) handen van aan strijd en (zij) is geland boog (wij) haastten ons (er)naar arm (...) mij
36.
en te geven (...) hen aan mij schild redding (...) jou en rechterhand (...) jou TXODNI en nederigheid (...) jou (zij) vermeerderde (...) mij
37.
TRHIB stap! in de plaats van mij noch van getuige (...) hem QRXLI
38.
(ik) achtervolgden vijanden van en (ik) bereikte (...) hen noch (ik) blies tot schoondochters (...) hen
39.
AMHßM noch (zij) hebben gekund sta op! (zij) vielen in de plaats van voeten van
40.
WTAZRNI macht aan strijd TKRIO (hij) is opgestaan (...) mij in de plaats van mij
41.
en vijanden van zet aan mij nek en om te haten (...) mij AßMITM
42.
(zij) schreeuwden om hulp en (er is) niet red(t) op Jahweh noch ONM
43.
en (ik) speelde (...) hen zoals stof op aanzicht van wind KÐIÐ straten ARIQM
44.
TPLÐNI om te twisten (...) mij met (jij) plaatste (...) mij aan hoofd volken met niet (ik) heb geweten (zij) werkten (...) mij
45.
aan nieuws oor (zij) hoorden toe aan mij bouw! vreemde land (zij) logen aan mij
46.
bouw! vreemde land (zij) verwelkten WIHRCW MMXCRWTIEM
47.
levende Jahweh en gezegende rotsen van en (hij) was hoog (ik) voegde me bij (...) mij reddingen van
48.
deze (is het zo) dat geef(t) wraak-en aan mij en (hij) sprak volkeren in de plaats van mij
49.
MPLÐI van vijanden van neus vanuit (hij) is opgestaan (...) mij TRWMMNI van man roof (jij) redde (...) mij
50.
op zo (ik) zal bedanken (...) jou bij (de) volken Jahweh en aan naam (...) jou (ik) zong (er)naar
51.
kweek(t) verlossingen (zij) hebben geheerst en (hij) heeft gedaan genade aan Messias (...) hem aan oom en te zaaien (...) hem tot eeuwigheid

Hoofdstuk 19

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
de hemel vertellen eer naar en Mozes handen (...) hem vertel(t) het uitspansel
3.
dag aan dag IBIO woord en nacht aan nacht IHWE kennis
4.
(er is) niet woord en (er is) niet woorden zonder (wij) hoorden toe klank (...) hen
5.
in alle het land uitgaande sta op! en bij (het) einde wereld MLIEM aan zon daar tent bij hen
6.
en hij zoals bruidegom uitgaande MHPTW (hij) verblijdde zich zoals held te rennen manier
7.
van einde de hemel word(t) tevoorschijn gehaald (...) hem WTQWPTW op einden (...) hen en (er is) niet NXTR om bronstig te zijn (...) hem
8.
Wetboek van Jahweh volledige van ouderdom van ziel getuigenis Jahweh loyale MHKIMT dwaas
9.
opperbevel (...) mij Jahweh rechte (mv) maak(t) blij (...) mij hart voorschrift van Jahweh naar graan MAIRT ogen
10.
(jij) hebt gevreesd Jahweh zuivere sta(a)(t) voor altijd rechtsregels van Jahweh waarheid (zij) hebben gelijk gehad samen
11.
ENHMDIM van goud en van goud meerderheid en zoete (mv) van honing WNPT kijken uit
12.
ook slaaf (...) jou (hij) is gewaarschuwd bij hen bij bewaar! (...) hen voetstap meerderheid
13.
veel (mv) water van (hij) begreep MNXTRWT NQNI
14.
ook van hoogmoedigen duisternis slaaf (...) jou naar (zij) heersten bij mij destijds AITM WNQITI van misdaad meerderheid
15.
(zij) waren aan wil Amoriet mond van WECIWN hart (...) mij voor jou Jahweh rotsen van en verlos!

Hoofdstuk 20

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
(hij) antwoordde (...) jou Jahweh bij (de) dag ellende ISCBK daar mijn God Jakob
3.
(hij) zond weg hulp (...) jou heilig(t) en van Sion IXODK
4.
(hij) herinnerde zich alle geschenk (...) jou WOWLTK (hij) bemestte (er)naar (slot)
5.
(hij) gaf aan jou zoals hart (...) jou en alle raad (...) jou (hij) was vol
6.
(wij) roddelden (er)naar bij (de) verlossing (...) jou en bij (de) naam onze God NDCL (hij) was vol Jahweh alle van vragen (...) jou
7.
nu (ik) heb geweten dat (hij) heeft gered Jahweh Messias (...) hem (hij) antwoordde (...) hem van namen van (zij) hebben geheiligd BCBRWT redding dagen (...) ons
8.
deze bij (de) wagen en deze bij (de) paarden en wij bij (de) naam Jahweh onze God NZKIR
9.
deze (mv) als (zij) hebben achtervolgd en ga(a)t neer! en wij (wij) zijn opgestaan WNTOWDD
10.
Jahweh (zij) heeft gered kroon! (hij) antwoordde (...) ons bij (de) dag (wij) hebben genoemd

Hoofdstuk 21

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
Jahweh bij (de) kracht (...) jou (hij) maakte blij koning en bij (de) verlossing (...) jou wat? (hij) verheugde zich zeer
3.
begeerte van zijn hart zet als WARST lippen (...) hem echtgenoot (jij) hebt teruggehouden (slot)
4.
dat (zij) ging voor (...) ons gelukwensen goede (jij) legde aan hoofd (...) hem (jij) hebt omgeven goud
5.
leven (hij) heeft gevraagd (van)uit jou zet als lange dagen eeuwigheid en tot
6.
grote eer (...) hem bij (de) verlossing (...) jou luister en pracht (jij) was gelijk op hem
7.
dat (jullie) legden (...) hem gelukwensen voor altijd THDEW bij (de) vreugde (tot) aanzichten (...) jou
8.
dat kroon! veiligheid bij Jahweh en bij (de) genade hoogste echtgenoot (hij) wankelde
9.
(jij) vond hand (...) jou aan alle vijanden (...) jou rechterhand (...) jou (jij) vond haat! (...) jou
10.
TSITMW KTNWR vuur aan tijd aanzichten (...) jou Jahweh bij (de) neus (...) hem Jibleam en (jij) at (...) hen vuur
11.
PRIMW van land (jij) ging verloren en nakomelingen (...) hen van zonen van mens
12.
dat (zij) zijn genegen op jou herder berekent! van vuiligheid echtgenoot (hij) zal kunnen (...) hem
13.
dat TSITMW schouder BMITRIK (jij) zette op op aanzichten (...) hen
14.
naar hoogte Jahweh bij (de) kracht (...) jou (wij) zongen (er)naar en (wij) zongen (er)naar moed (...) jou

Hoofdstuk 22

1.
aan dirigent op ree van (de) zwarte lied aan oom
2.
naar mij naar mij waarom (jullie) hebben verlaten (...) mij afstand van verlossing (...) mij spreek! (ik) heb gebruld
3.
mijn God (ik) werd genoemd dag (...) hen noch (jij) antwoordde en nacht noch lijk! (er)naar aan mij
4.
en (met) haar heilige bewoner lofliederen Israël
5.
bij jou (zij) hebben zich verzekerd vaders (...) ons (zij) hebben zich verzekerd WTPLÐMW
6.
naar jou (zij) hebben geschreeuwd en (zij) zijn ontsnapt bij jou (zij) hebben zich verzekerd noch schaamt je!
7.
en ik worm van noch man (jij) hebt beledigd mens en (zij) hebben geminacht (...) mij met
8.
alle spiegel (zij) spotten aan mij IPÐIRW bij (de) oever INIOW hoofd
9.
hoop naar Jahweh IPLÐEW (zij) redden (...) hem dat wens bij hem
10.
dat (met) haar CHI van buik MBÐIHI op Sjadai moeder (...) mij
11.
op jou (ik) heb afgeworpen heb(t) medelijden van buik moeder (...) mij naar mij (met) haar
12.
naar (zij) was ver (van)uit mij dat ellende naar verwant dat (er is) niet help(t)
13.
(zij) zijn rondgegaan (...) mij stieren twisten ridders van Basan omsingelt! (...) mij
14.
(zij) hebben geopend op mij monden (...) hen leeuw prooi en (hij) heeft gebruld
15.
staan op NSPKTI WETPRDW alle botten (...) mij (hij) is geweest hart (...) mij KDWNC NMX binnen ingewanden van
16.
droogte zoals stille zoals levende en tong (...) mij MDBQ om te nemen (...) mij en aan stof dood TSPTNI
17.
dat (zij) zijn rondgegaan (...) mij honden getuige van van kwaden EQIPWNI zoals leeuw handen van en voeten van
18.
(ik) vertelde alle botten (...) mij deze (mv) (zij) keken (zij) lieten zien bij mij
19.
(zij) verdeelden bij (het) bokje aan hen en op zich te schamen (...) mij (zij) lieten vallen lot
20.
en (met) haar Jahweh naar (zij) was ver reeën (...) mij aan hulp (...) mij naar zintuig
21.
(zij) heeft gered van zwaard ziel (...) mij van hand hond IHIDTI
22.
(hij) heeft gered (...) mij van mond van leeuw en van hoorn (...) mij zijn hoog (jullie) hebben geantwoord (...) mij
23.
(ik) vertelde (er)naar naam (...) jou aan broer binnen menigte (ik) loofde (...) jou
24.
vrees! Jahweh looft hem alle nakomelingen Jakob KBDWEW en woont! (van)uit hem alle nakomelingen Israël
25.
dat niet hier noch verafschuw! nederigheid van arme noch (hij) heeft verborgen aanzichten (...) hem (van)uit hem WBSWOW naar hem nieuws
26.
van jou lof(lied) (...) mij bij (de) menigte meerderheid leg gelofte af! (ik) betaalde tegenover vrees! (...) hem
27.
(zij) aten nederige (mv) en (zij) waren verzadigd (zij) zullen loven Jahweh adviezen (...) hem leve! hart (...) jullie voor altijd
28.
(zij) herinnerden zich en (zij) hebben gewoond naar Jahweh alle houd op! land en (zij) bogen zich diep voor jou alle families volken
29.
dat aan Jahweh (is het zo) dat heers! (er)naar en heerser bij (de) volken
30.
(zij) hebben gegeten en (zij) bogen zich diep alle bemest! land voor hem IKROW alle (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij stof en ziel (...) hem niet dier
31.
nakomelingen (hij) werkte (...) ons (hij) vertelde aan liggers van te wonen
32.
voert in! en (zij) vertelden weldadigheid (...) hem aan volk (hij) is geboren dat (hij) heeft gedaan

Hoofdstuk 23

1.
lied aan oom Jahweh achtervolg! niet AHXR
2.
bij (de) passende grasveld IRBIßNI op water van om te landen INELNI
3.
ziel (...) mij ISWBB (hij) rustte (...) mij BMOCLI rechtvaardigheid opdat zijn naam
4.
ook dat (ik) ging bij (het) dal diepe duisternis niet (ik) vreesde kwaad dat (met) haar met mij stam (...) jou WMSONTK deze (mv) (hij) troostte (...) mij
5.
(zij) ordende voor tafel tegenover bundel! DSNT bij (de) olie hoofden van beker (...) mij drink genoeg! (er)naar
6.
maar goede en genade (zij) achtervolgdenen (...) mij alle dagen van leef! en rust! bij (het) huis Jahweh aan lange dagen

Hoofdstuk 24

1.
aan oom lied aan Jahweh het land en naar volheid wereld en inwoners van bij haar
2.
dat hij op dagen (zij) heeft gevestigd en op rivieren (hij) zette op (er)naar
3.
water van (hij) verhief bij (de) heuvel Jahweh en water van (hij) wraakte bij (de) plaats (zij) hebben geheiligd
4.
schone lepels en graan hart die niet verheven voor niets ziel (...) mij noch (hij) heeft gezworen aan bedrog
5.
(hij) droeg gelukwens honderd Jahweh en weldadigheid van mijn God redding (...) hem
6.
dit generatie (zij) hebben uitgelegd zoek(t) (...) mij aanzichten (...) jou Jakob (slot)
7.
draagt! dat worden wakker hoofden (...) jullie WENSAW doe open! eeuwigheid en invoer koning de eer
8.
water van dit koning de eer Jahweh OZWZ en held Jahweh held strijd
9.
draagt! dat worden wakker hoofden (...) jullie en draagt! doe open! eeuwigheid en (hij) kwam koning de eer
10.
water van hij dit koning de eer Jahweh legers hij koning de eer (slot)

Hoofdstuk 25

1.
aan oom naar jou Jahweh ziel (...) mij (ik) droeg
2.
mijn God bij jou (ik) heb me verzekerd naar (ik) schaamde me (er)naar naar IOLßW vijanden van aan mij
3.
ook alle lijnen (...) jou niet (zij) zijn droog geweest (zij) zijn droog geweest EBWCDIM leegte (...) hen
4.
wegen (...) jou Jahweh (hij) heeft meegedeeld (...) mij manieren (...) jou onderwijs! (...) mij
5.
EDRIKNI bij (de) waarheid (...) jou en onderwijs! (...) mij dat (met) haar mijn God reddingen van jou (ik) heb gehoopt alle vandaag
6.
man baarmoeders (...) jou Jahweh en genade-en (...) jou dat van eeuwigheid deze (mv)
7.
zondige daden (wij) schudden uit (...) mij en misdrijf! naar (zij) herinnerde zich zoals genade (...) jou man aan mij (met) haar opdat goedheid (...) jou Jahweh
8.
goede en rechte Jahweh op zo vroege regen zondaars bij (de) weg
9.
(hij) woonde (...) jou nederige (mv) bij (de) rechtsregel en (hij) onderwees nederige (mv) weg (...) hem
10.
alle manieren Jahweh genade en waarheid LNßRI verbond (...) hem en getuigen (...) hem
11.
opdat naam (...) jou Jahweh en (jij) hebt vergeven aan armoede dat meerderheid hij
12.
water van dit de man gezien Jahweh IWRNW bij (de) weg (hij) koos
13.
ziel (...) hem bij (de) goede (jij) liet overnachten en (zij) hebben gezaaid (hij) veroverde land
14.
geheim Jahweh LIRAIW en verbond (...) hem mee te delen (...) hen
15.
bestudeer! altijd naar Jahweh dat hij (hij) haalde tevoorschijn om te veroveren voeten van
16.
hoek naar mij en Hanani dat IHID en arme ik
17.
smalle (mv) hart (...) mij ERHIBW MMßWQWTI (hij) heeft tevoorschijn gehaald (...) mij
18.
(hij) heeft gezien armoede (...) mij en zwoeg! en draag! aan alle zondige daden (...) mij
19.
(hij) heeft gezien vijanden van dat tienduizend en (jij) hebt gehaat roof (zij) hebben gehaat (...) mij
20.
(zij) heeft gehouden ziel (...) mij en (hij) heeft gered (...) mij naar (ik) schaamde me dat (ik) heb bescherming gezocht bij jou
21.
onschuldige en rechte fabriceert! (...) mij dat (ik) heb gehoopt (...) jou
22.
(hij) heeft bevrijd God (tot) Israël van alle (...) hem

Hoofdstuk 26

1.
aan oom (hij) heeft berecht (...) mij Jahweh dat ik bij verbaas je! (ik) ben gegaan en met Jahweh (ik) heb me verzekerd niet AMOD
2.
bij Hanani Jahweh en (hij) is gevlucht (...) mij gelouterde nieren (...) mij en hart (...) mij
3.
dat genade (...) jou tegen bestudeer! en (ik) heb rondgewandeld bij (de) waarheid (...) jou
4.
niet (ik) heb gewoond met wanneer? (het) niets en met NOLMIM niet (ik) kwam
5.
(ik) heb gehaat menigte van kwaden en met slechte (mv) niet (ik) woonde
6.
ARHß bij (de) zindelijkheid zoals mond van en (ik) omsingelde (er)naar (tot) altaar (...) jou Jahweh
7.
aan nieuws bij (de) klank dank en te vertellen alle NPLAWTIK
8.
Jahweh (ik) heb liefgehad van vijandige huis (...) jou en plaats residentie eer (...) jou
9.
naar (jij) verzamelde met zondaars ziel (...) mij en met mens (...) mij kosten leef!
10.
die bij (de) handen (...) hen vuiligheid en rechterhand (...) hen (zij) is vol geweest omkoperij
11.
en ik bij verbaas je! (ik) ging PDNI en Hanani
12.
voeten van (zij) heeft gestaan BMISWR BMQELIM (ik) zegende Jahweh

Hoofdstuk 27

1.
aan oom Jahweh lichten van en reddingen van van water van (ik) vreesde Jahweh vesting leef! van water van (ik) was bang
2.
te midden van op mij van kwaden aan eten (tot) kondig aan! schep! en vijanden van aan mij deze (mv) (zij) zijn gestruikeld en ga(a)t neer!
3.
als smeekbede op mij kamp niet zal zien hart (...) mij als (jij) wraakte op mij strijd bij deze ik vertrouw(t)
4.
één (ik) heb gevraagd honderd Jahweh haar (ik) zocht rust! bij (het) huis Jahweh alle dagen van leef! te voorspellen bij (de) aangenaamheid Jahweh en te bezoeken bij (het) paleis (...) hem
5.
dat IßPNNI bij (de) hut bij (de) dag herder (hij) weerlegde (...) mij bij (het) geheim tent (...) hem pluk druiven! IRWMMNI
6.
en nu (hij) was hoog hoofden van op vijanden van omgevingen (...) mij WAZBHE bij (de) tent (...) hem slacht! gejubel (ik) zong (er)naar en (ik) zong (er)naar aan Jahweh
7.
nieuws Jahweh klanken van (ik) werd genoemd en Hanani en wolken van
8.
aan jou woord hart (...) mij zoekt! aanzicht van (tot) aanzichten (...) jou Jahweh (ik) zocht
9.
naar (jij) zult bestrijden aanzichten (...) jou (van)uit mij naar (zij) boog om bij (de) neus slaaf (...) jou (ik) heb geholpen (jij) bent geweest naar TÐSNI en naar (jij) verliet (...) mij mijn God reddingen van
10.
dat vader en moeder (...) mij (zij) hebben verlaten (...) mij en Jahweh (hij) verzamelde (...) mij
11.
EWRNI Jahweh weg (...) jou en (hij) heeft gerust (...) mij bij (de) manier van vereffening opdat SWRRI
12.
naar TTNNI bij (de) ziel schep! dat (zij) zijn opgestaan bij mij tot aan leugen WIPH roof
13.
LWLA (ik) heb geloofd te zien bij (de) goede Jahweh bij (het) land leven
14.
(hij) heeft gehoopt naar Jahweh kracht en (hij) was sterk hart (...) jou en (hij) heeft gehoopt naar Jahweh

Hoofdstuk 28

1.
aan oom naar jou Jahweh (ik) werd genoemd rotsen van naar (jij) zult ploegen (van)uit mij opdat niet (zij) haastte zich (er)naar (van)uit mij WNMSLTI met (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
2.
nieuws klank (jullie) legerden (...) mij bij schreeuw om hulp! naar jou bij (hij) heeft gedragen (...) mij handen van naar aanspraakplaats heiligheid (...) jou
3.
naar (zij) trok (...) mij met slechte (mv) en met daden van kracht spreek! vrede met kwaden (...) hen en herder bij (het) hart (...) hen
4.
geef! aan hen zoals daad (...) hen WKRO daden (...) hen zoals Mozes handen (...) hen geef! aan hen geef terug! vergeld! (...) hen aan hen
5.
dat niet (zij) begrepen naar onderneming van Jahweh en naar Mozes handen (...) hem (hij) brak af (...) hen noch (hij) bouwde (...) hen
6.
gezegende Jahweh dat nieuws klank (jullie) legerden (...) mij
7.
Jahweh kracht (...) mij en schilden van bij hem veiligheid hart (...) mij WNOZRTI en (hij) was vrolijk hart (...) mij en om te zingen (...) mij AEWDNW
8.
Jahweh kracht voor hen en vesting verlossingen Messias (...) hem hij
9.
(zij) heeft gered (tot) met jou en zegen! (tot) (jij) hebt verworven (...) jou en kwaad (...) hen en (hij) heeft gedragen (...) hen tot de eeuwigheid

Hoofdstuk 29

1.
lied aan oom brengt aan Jahweh bouw! machten brengt aan Jahweh eer en kracht
2.
brengt aan Jahweh eer zijn naam (zij) hebben zich diep gebogen aan Jahweh BEDRT heiligheid
3.
klank Jahweh op het water naar de eer de kwaden Jahweh op water twisten
4.
klank Jahweh bij (de) kracht klank Jahweh bij (de) pracht
5.
klank Jahweh (hij) heeft gebroken ceders en (hij) brak Jahweh (tot) ceders van de Libanon
6.
WIRQIDM zoals stierkalf Libanon en week in! (...) hen zoals zoon RAMIM
7.
klank Jahweh HßB vlammen vuur
8.
klank Jahweh IHIL woestijn IHIL Jahweh woestijn heiligheid
9.
klank Jahweh IHWLL reeën WIHSP IORWT en bij (het) paleis (...) hem kunt! woord eer
10.
Jahweh aan zondvloed inwoner en inwoner Jahweh koning aan eeuwigheid
11.
Jahweh kracht aan zijn volk (hij) gaf Jahweh (hij) zegende (tot) met hem bij (de) vrede

Hoofdstuk 30

1.
lied lied HNKT het huis aan oom
2.
ARWMMK Jahweh dat (jullie) hebben geput (...) mij noch (jij) bent blij geweest vijanden van aan mij
3.
Jahweh mijn God (ik) heb om hulp geschreeuwd naar jou en (jij) genas (...) mij
4.
Jahweh (is het zo) dat (jij) bent opgegaan vanuit dodenrijk ziel (...) mij (jullie) hebben geleefd (...) mij MIWRDI put
5.
zingt! aan Jahweh getrouwe-en (...) hem en (zij) hebben bedankt aan man (zij) hebben geheiligd
6.
dat ogenblik bij (de) neus (...) hem leven bij (zij) hebben gerend (...) ons bij (de) aangename (hij) liet overnachten geween en te bezoeken gezang
7.
en ik (ik) heb gesproken bij (de) kwartels van echtgenoot (ik) wankelde aan eeuwigheid
8.
Jahweh bij (de) wil (...) jou (jij) hebt opgesteld (er)naar LERRI kracht (jij) hebt verborgen aanzichten (...) jou (ik) ben geweest (hij) is geschrokken
9.
naar jou Jahweh (ik) werd genoemd en naar liggers van ATHNN
10.
wat? voordeel bij lijk! BRDTI naar kuil (is het zo) dat (hij) bedankte (...) jou stof (is het zo) dat (hij) vertelde waarheid (...) jou
11.
nieuws Jahweh en Hanani Jahweh (hij) is geweest hulp aan mij
12.
(jij) hebt omgekeerd rouwklachten van tot van zand aan mij (jij) hebt geopend zakken van WTAZRNI vreugde
13.
opdat (hij) zong (...) jou eer noch (hij) leek Jahweh mijn God aan eeuwigheid (ik) zal bedanken (...) jou

Hoofdstuk 31

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
bij jou Jahweh (ik) heb bescherming gezocht naar (ik) schaamde me (er)naar aan eeuwigheid bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou PLÐNI
3.
(hij) is omgebogen naar mij oor (...) jou (zij) heeft zich gehaast (hij) heeft gered (...) mij (hij) is geweest aan mij aan rots vesting aan huis MßWDWT te redden (...) mij
4.
dat rotsen van WMßWDTI (met) haar en opdat naam (...) jou (zij) rustte (...) mij WTNELNI
5.
(jij) haalde tevoorschijn (...) mij om te veroveren deze (zij) hebben verborgen aan mij dat (met) haar vesting-en van
6.
bij (de) hand (...) jou (ik) legde neer wind (...) mij (jij) hebt bevrijd mij Jahweh naar waarheid
7.
(ik) heb gehaat (is het zo) dat bewaar! (...) hen dampen van (het) niets en ik naar Jahweh (ik) heb me verzekerd
8.
(ik) verheugde me (er)naar en (ik) maakte blij (er)naar bij (de) genade (...) jou die (jij) hebt gezien (tot) armoede (...) mij (jij) hebt geweten versterkte (mv) ziel (...) mij
9.
noch (jullie) hebben in quarantaine gebracht (...) mij bij (de) hand vijand (jij) hebt opgesteld BMRHB voeten van
10.
Hanani Jahweh dat smalle aan mij OSSE bij (de) boosheid bestudeer! ziel (...) mij en buik (...) mij
11.
dat kunt! BICWN leef! en jaren (...) mij BANHE misstap bij (de) armoede zoals levende en word machtig! OSSW
12.
van alle bundel! (ik) ben geweest schande en te behuizen (...) mij zeer en angst LMIDOI spiegel bij (de) straat (zij) hebben gezworven (van)uit mij
13.
(ik) ben vergeten (jij) bent opgestaan van hart (ik) ben geweest zoals gereedschap (hij) is verloren gegaan
14.
dat (ik) heb toegehoord lasterpraat van twisten om te wonen van rondom BEWXDM samen op mij (jij) hebt genomen ziel (...) mij (zij) hebben plannen gesmeed
15.
en ik op jou (ik) heb me verzekerd Jahweh (ik) heb gesproken mijn God (met) haar
16.
bij (de) hand (...) jou OTTI (hij) heeft gered (...) mij van hand vijanden van WMRDPI
17.
(zij) heeft verlicht aanzichten (...) jou op slaaf (...) jou (hij) heeft gered (...) mij bij (de) genade (...) jou
18.
Jahweh naar (ik) schaamde me (er)naar dat (ik) heb genoemd (...) jou (zij) zijn droog geweest slechte (mv) (zij) leken te vragen
19.
TALMNE lippen van leugen de woorden op rechtvaardige enorme bij (de) hoogmoed en minachting
20.
wat? meerderheid goedheid (...) jou die ßPNT LIRAIK onderneming van LHXIM bij jou tegenover bouw! mens
21.
(jij) verborg (...) hen bij (het) geheim aanzichten (...) jou MRKXI man TßPNM bij (de) hut om te twisten tongen
22.
gezegende Jahweh dat EPLIA genade (...) hem aan mij bij (de) stad belegering
23.
en ik (ik) heb gesproken BHPZI NCRZTI op een afstand ogen (...) jou werkelijk (jij) hebt toegehoord klank (jullie) legerden (...) mij bij schreeuw om hulp! naar jou
24.
(zij) hebben liefgehad (tot) Jahweh alle getrouwe-en (...) hem AMWNIM (wij) schiepen Jahweh en Mesullam op rest (hij) heeft gedaan hoogmoed
25.
versterkt! en (hij) was sterk hart (...) jullie alle (is het zo) dat hopen aan Jahweh

Hoofdstuk 32

1.
aan oom ontwikkeld mens heil (zij) zijn verlaten (...) mij misdaad (zij) hebben bedekt (...) mij (zij) heeft gezondigd
2.
heil mens niet (hij) berekende Jahweh als vijandige en (er is) niet vlucht! (...) hem bedrog
3.
dat (is het zo) dat (ik) heb geploegd echtgenoot (...) hem word machtig! bij (ik) heb gebruld alle vandaag
4.
dat dag (...) hen en nacht (zij) was zwaar op mij hand (...) jou (hij) is veranderd aan Sjadai bij (hij) is vernield (...) mij zomer (slot)
5.
(ik) heb gezondigd (ik) deelde mee (...) jou en armoede niet (ik) heb bedekt (ik) heb gesproken (ik) bedankte op mij misdrijf! aan Jahweh en (met) haar (jij) hebt gedragen vijandige (ik) heb gezondigd (slot)
6.
op deze (hij) bad alle getrouwe naar jou aan tijd (hij) heeft gevonden lege LSÐP water twisten naar hem niet (zij) kwamen toe
7.
(met) haar geheim aan mij van smalle (jij) schiep (...) mij zing! PLÐ TXWBBNI (slot)
8.
(ik) werd wijs (...) jou en duur(t) bij (de) weg deze (jij) ging (ik) adviseerde (er)naar op jou bestudeer!
9.
naar (jullie) waren zoals paard KPRD (er is) niet (hij) heeft begrepen BMTC WRXN getuigen (...) hem LBLWM echtgenoot binnenste naar jou
10.
twisten MKAWBIM aan slechte WEBWÐH bij Jahweh genade IXWBBNW
11.
maakt blij! bij Jahweh en verheuugt je! rechtvaardigen WERNINW alle effen! hart

Hoofdstuk 33

1.
roddelt! rechtvaardigen bij Jahweh aan rechte (mv) lieflijke lof(lied)
2.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh bij (de) viool bij (de) harp decennium zingt! als
3.
zingt! als lied maand (zij) hebben goed gedaan muzikant bij (het) gejubel
4.
dat rechte woord Jahweh en alle handeling (...) hem bij (de) waarheid
5.
(hij) heeft liefgehad weldadigheid en rechtsregel genade Jahweh (zij) is vol geweest het land
6.
bij (het) woord Jahweh hemel (zij) zijn gedaan en vlucht! monden (...) hem alle leger (...) hen
7.
zoals teken zoals dolende water van de zee (hij) heeft gegeven bij bergen op TEWMWT
8.
(zij) vreesden van Jahweh alle het land (van)uit hem (zij) woonden alle inwoners van wereld
9.
dat hij woord en wees hij geef opdracht! en (hij) stond vast
10.
Jahweh EPIR raad volken ENIA berekenen volkeren
11.
raad Jahweh aan eeuwigheid (jij) stond vast berekenen zijn hart aan generatie en generatie
12.
heil de volk die Jahweh zijn God het volk (hij) heeft gekozen aan erfgoed als
13.
van hemel (hij) heeft gekeken Jahweh (hij) heeft gezien (tot) alle bouw! de mens
14.
van plaats (zij) hebben gerust ESCIH naar alle inwoners van het land
15.
(is het zo) dat fabriceer! samen hart (...) hen (is het zo) dat begrijp(t) naar alle daden (...) hen
16.
(er is) niet kroon! NWSO bij (de) meerderheid macht held niet INßL bij (de) meerderheid kracht
17.
leugen het paard LTSWOE en bij (de) meerderheid macht (...) hem niet (hij) redde
18.
hier is oog Jahweh naar vrees! (...) hem LMIHLIM aan genade (...) hem
19.
te redden om te sterven ziel (...) hen en te leven (...) hen bij (de) honger
20.
ziel (...) ons HKTE aan Jahweh (wij) hebben geholpen en schild (...) ons hij
21.
dat bij hem (hij) maakte blij hart (...) ons dat bij (de) naam (zij) hebben geheiligd (wij) hebben ons verzekerd
22.
wees genade (...) jou Jahweh op ons zoals (hij) begon te (...) ons aan jou

Hoofdstuk 34

1.
aan oom BSNWTW (tot) (zij) hebben geproefd voor Abimelech en (zij) verjoegen (...) hem en (hij) ging
2.
(ik) zegende (er)naar (tot) Jahweh in alle tijd altijd lof(lied) (...) hem bij (de) mond van
3.
bij Jahweh (jij) prees je ziel (...) mij (zij) hoorden toe nederige (mv) en (zij) maakten blij
4.
(zij) zijn gegroeid aan Jahweh (met) mij WNRWMME zijn naam samen
5.
(ik) heb uitgelegd (tot) Jahweh en wolken van en van alle MCWRWTI (hij) heeft gered (...) mij
6.
(zij) hebben gekeken naar hem en (zij) zijn gestroomd en aanzichten (...) hen naar (zij) groeven
7.
dit arme (hij) heeft genoemd en Jahweh nieuws en van alle (...) hem (zij) hebben gered
8.
Hanna boodschapper Jahweh rondom LIRAIW en (hij) trok uit (...) hen
9.
(zij) hebben geproefd en (zij) hebben gezien dat goede Jahweh heil de man (hij) zocht bescherming bij hem
10.
(zij) lieten zien (tot) Jahweh heiligheden (...) hem dat (er is) niet om te ontbreken LIRAIW
11.
jonge leeuwen verovert! en (zij) hebben honger gehad en leg uit! Jahweh niet (zij) ontbraken alle goede
12.
ga(a)t! zonen (zij) hebben toegehoord aan mij (jij) hebt gevreesd Jahweh (ik) onderwees (...) jullie
13.
water van de man de wens leven (hij) heeft liefgehad dagen te zien goede
14.
(wij) schiepen tong (...) jou van kwaad en lippen (...) jou woestijn bedrog
15.
verblind! van kwaad en (hij) heeft gedaan goede zoek! vrede en (zij) heeft achtervolgd (...) hem
16.
bestudeer! Jahweh naar rechtvaardigen en oren (...) hem naar (jullie) hebben om hulp geschreeuwd
17.
aanzicht van Jahweh bij maak! kwaad te vernietigen van land man (...) hen
18.
(zij) hebben geschreeuwd en Jahweh nieuws en van alle (...) hen (hij) heeft gered (...) hen
19.
verwant Jahweh LNSBRI hart en (tot) DKAI wind (hij) redde
20.
twisten medemensen rechtvaardige WMKLM (hij) redde (...) ons Jahweh
21.
bewaar! alle botten (...) hem één van zij niet (wij) verbrijzelden (er)naar
22.
TMWTT slechte herder en haat! rechtvaardige (zij) maakten zich schuldig
23.
(hij) heeft bevrijd Jahweh ziel slaven (...) hem noch (zij) maakten zich schuldig alle (is het zo) dat hebben medelijden bij hem

Hoofdstuk 35

1.
aan oom twist! (er)naar Jahweh (tot) (hij) twistte (...) mij brood (tot) strijd!
2.
houd! schild en schild en hoogte bij (ik) heb geholpen
3.
en (de) lege (jij) bent gelegerd en slot tegemoet achtervolg! woord aan ziel (...) mij ISOTK ik
4.
(zij) zijn droog geweest en (zij) zullen te schande worden zoek(t) (...) mij ziel (...) mij IXCW achterzijde en (zij) groeven bereken! medemens (...) mij
5.
(zij) waren zoals kaf voor wind en boodschapper Jahweh DWHE
6.
wees generatie (...) jullie duisternis WHLQLQT en boodschapper Jahweh (hij) heeft achtervolgd (...) hen
7.
dat gratis (zij) hebben verborgen aan mij kuil netwerk (...) hen gratis (zij) hebben gegraven aan ziel (...) mij
8.
opbrengst (...) hem naar (het) niets niet (hij) heeft geweten en netwerk (...) hem die (hij) heeft verborgen (jullie) voegden samen naar bij (het) (het) niets (je) zult vallen bij haar
9.
en ziel (...) mij (jij) verheugde je bij Jahweh (jij) verblijdde je bij (de) verlossing (...) hem
10.
alle botten (...) mij (jullie) spraken Jahweh water van zoals jij redder arme versterk(t) (van)uit hem en arme en arme om te beroven (...) hem
11.
(zij) stondden op (...) hen tot aan roof die niet (ik) heb geweten ISALWNI
12.
(zij) betaalden (...) mij herder in de plaats van goeds verlies van kinderen aan ziel (...) mij
13.
en ik BHLWTM zich te schamen (...) mij zak (ik) heb geantwoord bij (de) opdracht (...) hen ziel (...) mij en gebed (...) mij op boezems van (jij) blies
14.
zoals kwaad zoals broer aan mij (ik) heb rondgewandeld zoals rouw als (hij) is donker geworden spreken (...) mij
15.
en bij (de) rib (...) mij maakt blij! en (wij) verzamelden (...) hem (wij) verzamelden (...) hem op mij NKIM noch (ik) heb geweten (zij) hebben gescheurd noch (zij) hebben geleken
16.
bij word gevleid! spot! om cirkel te trekken HRQ op mij SNIMW
17.
liggers van zoiets (jij) liet zien (zij) heeft teruggegeven ziel (...) mij lasten (...) hen van jonge leeuwen IHIDTI
18.
(ik) zal bedanken (...) jou bij (de) menigte meerderheid bij (het) volk word machtig! (ik) loofde (...) jou
19.
naar (zij) maakten blij aan mij vijanden van leugen haat! gratis IQRßW oog
20.
dat niet vrede (zij) spraken en op vluchtige land spreek! bedrog (zij) berekenden (...) hen
21.
WIRHIBW op mij monden (...) hen (zij) hebben gesproken de broer de broer (zij) heeft gezien oog (...) ons
22.
(jij) hebt gezien (er)naar Jahweh naar (jij) zult ploegen liggers van naar (zij) was ver (van)uit mij
23.
(zij) heeft opgemerkt en (zij) is wakker geworden aan rechtsregels van mijn God en liggers van te twisten (...) mij
24.
(hij) heeft berecht (...) mij zoals rechtvaardigheid (...) jou Jahweh mijn God en naar (zij) maakten blij aan mij
25.
naar (zij) spraken bij (het) hart (...) hen de broer ziel (...) ons naar (zij) spraken BLONWEW
26.
(zij) zijn droog geweest en (zij) groeven samen maak blij! medemens (...) mij (zij) bekleedden zich (jij) hebt je geschaamd en schande (is het zo) dat vergroten op mij
27.
IRNW en (zij) maakten blij wens! heb gelijk! en (zij) spraken altijd (hij) groeide Jahweh de wens vrede (zij) hebben gewerkt
28.
en tong (...) mij (jij) sprak uit rechtvaardigheid (...) jou alle vandaag lof(lied) (...) jou

Hoofdstuk 36

1.
aan dirigent te bewerken Jahweh aan oom
2.
(hij) heeft redevoering gehouden misdaad aan slechte te midden van hart (...) mij (er is) niet angst God tegen ogen (...) hem
3.
dat EHLIQ naar hem bij (de) ogen (...) hem te vinden misdaad (...) hem te haten
4.
spreek! monden (...) hem kracht en bedrog (hij) heeft opgehouden wijs te worden goed te doen
5.
kracht (hij) berekende op bed (...) hem (hij) stelde zich op op weg niet goede kwaad niet (hij) verafschuwde
6.
Jahweh BESMIM genade (...) jou waarheid (...) jou tot wolken
7.
(jij) hebt gelijk gehad (...) jou KERRI naar rechtsregels (...) jou afgrond veelheid mens en vee (jij) redde Jahweh
8.
wat? waarde genade (...) jou God en bouw! mens bij (de) schaduw vleugels (...) jou IHXIWN
9.
IRWIN bemest huis (...) jou en wadi ODNIK (zij) gaf te drinken (...) hen
10.
dat met jou bron leven bij duur(t) (wij) lieten zien licht
11.
(hij) heeft getrokken genade (...) jou LIDOIK en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou te effenen (...) mij hart
12.
naar (jij) kwam (...) mij voet hoogmoed en hand slechte (mv) naar TNDNI
13.
daar ga(a)t neer! daden van kracht DHW noch (zij) hebben gekund sta op!

Hoofdstuk 37

1.
aan oom naar TTHR BMROIM naar (jij) was jaloers bij maak! ga(a)(t) op
2.
dat zoals hooi (zij) heeft zich gehaast (hij) besneed (...) hem WKIRQ grasveld IBWLWN
3.
veiligheid bij Jahweh en (hij) heeft gedaan goede buurman land en herder waarheid
4.
WETONC op Jahweh en (hij) gaf aan jou van vraag van hart (...) jou
5.
CWL op Jahweh weg (...) jou en veiligheid op hem en hij (zij) heeft gemaakt
6.
en (hij) heeft tevoorschijn gehaald zoals licht rechtvaardigheid (...) jou en rechtsregel (...) jou zoals middag
7.
stille aan Jahweh WETHWLL als naar TTHR bij slaag(t) weg (...) hem bij (de) man (hij) heeft gedaan van vuiligheden
8.
laat los! van neus en (hij) heeft verlaten woede naar TTHR maar aan het kwaad
9.
dat van kwaden (zij) hakten af (...) hen en lijnen van Jahweh deze (mv) (zij) veroverden land
10.
en nog (eens) een beetje en (er is) niet slechte en (jij) hebt beschouwd op plaats (...) hem en hij is (er) niet
11.
en nederige (mv) (zij) veroverden land WETONCW op meerderheid vrede
12.
(hij) heeft plannen gesmeed slechte aan rechtvaardige WHRQ op hem jaren (...) hem
13.
liggers van (hij) wreef fijn als dat (hij) heeft gezien dat (hij) kwam dag (...) hem
14.
zwaard doet open! slechte (mv) en weg (...) hem boog (...) hen vallen te laten arme en arme te slachten effen! weg
15.
zwaard (...) hen (jij) kwam bij (het) hart (...) hen WQSTWTM (jullie) verbrijzelden
16.
goede een beetje aan rechtvaardige van menigte slechte (mv) twisten
17.
dat armen slechte (mv) (jullie) verbrijzelden en steuun(t) rechtvaardigen Jahweh
18.
(hij) werd bekend Jahweh dagen van volledige (mv) en (jullie) hebben verworven aan eeuwigheid (jij) was
19.
niet (zij) zijn droog geweest bij (de) tijd herder en bij (de) dagen van (zij) hebben honger gehad (...) hen (zij) waren verzadigd
20.
dat slechte (mv) (zij) gingen verloren en vijanden van Jahweh zoals waarde lammeren kunt! bij maak! (...) hen kunt!
21.
LWE slechte noch (hij) betaalde en rechtvaardige verleen(t) gratie en geef(t)
22.
dat MBRKIW (zij) veroverden land WMQLLIW (zij) hakten af
23.
van Jahweh van stappen van man (zij) hebben opgezet en weg (...) hem (hij) wenste
24.
dat (je) zult vallen niet IWÐL dat Jahweh steuun(t) (hij) bedankte
25.
jeugd (ik) ben geweest ook (ik) ben oud geweest noch (ik) heb gezien rechtvaardige (wij) verlieten en (zij) hebben gezaaid zoek(t) brood
26.
alle vandaag verleen(t) gratie en (zij) hebben besneden (er)naar en (zij) hebben gezaaid aan gelukwens
27.
verblind! van kwaad en (hij) heeft gedaan goede en buurman aan eeuwigheid
28.
dat Jahweh (hij) heeft liefgehad rechtsregel noch (hij) verliet (tot) getrouwe-en (...) hem aan eeuwigheid (wij) bewaarden (...) hem en nakomelingen slechte (mv) (hij) is afgehakt
29.
rechtvaardigen (zij) veroverden land en (zij) behuisden voor altijd op haar
30.
mond van rechtvaardige (hij) sprak uit wijsheid en tong (...) hem (jij) sprak rechtsregel
31.
Wetboek van zijn God bij (de) zijn hart niet TMOD heil (...) hem
32.
kijk(t) uit slechte aan rechtvaardige en zoek(t) te doden (...) hem
33.
Jahweh niet (hij) verliet (...) ons bij (hij) bedankte noch IRSIONW BESPÐW
34.
(hij) heeft gehoopt naar Jahweh en bewaar! weg (...) hem WIRWMMK te veroveren land bij (jij) hebt herkend slechte (mv) (jij) liet zien
35.
(ik) heb gezien slechte tiran WMTORE zoals burger frisse
36.
en (hij) ging voorbij en hier is hij is (er) niet WABQSEW noch (wij) vondden
37.
bewaar! onschuldige en (hij) heeft gezien rechte dat einde van aan man vrede
38.
en misdaden NSMDW samen einde van slechte (mv) (zij) is afgehakt
39.
WTSWOT rechtvaardigen van Jahweh vesting (...) hen bij (de) tijd ellende
40.
en (hij) hielp (...) hen Jahweh WIPLÐM IPLÐM van slechte (mv) en (hij) redde (...) hen dat (zij) hebben medelijden gehad bij hem

Hoofdstuk 38

1.
lied aan oom LEZKIR
2.
Jahweh naar bij (de) woede (...) jou (jij) bewees (...) mij en bij (de) leren zak (...) jou TIXRNI
3.
dat pijlen (...) jou (zij) zijn geland bij mij WTNHT op mij hand (...) jou
4.
(er is) niet van onschuldige bij kondig aan! van aanzicht van woede (...) jou (er is) niet vrede bij word machtig! van aanzicht van (ik) heb gezondigd
5.
dat misdaad (...) mij (zij) zijn voorbijgegaan hoofden van zoals last lever (zij) waren zwaar (van)uit mij
6.
EBAISW NMQW HBWRTI van aanzicht van dwaasheid (...) mij
7.
NOWITI bederf! tot zeer alle vandaag (hij) is donker geworden (ik) ben gegaan
8.
dat KXLI (zij) zijn vol geweest (wij) verlichtten (er)naar en (er is) niet van onschuldige bij kondig aan!
9.
NPWCWTI WNDKITI tot zeer (ik) heb gebruld MNEMT hart (...) mij
10.
liggers van tegenover jou alle begeerte (...) mij WANHTI (van)uit jou niet NXTRE
11.
hart (...) mij XHRHR (hij) heeft verlaten (...) mij zoals levende en licht bestudeer! ook zij (er is) niet (met) mij
12.
heb lief! en achtervolg! op een afstand raak aan! (zij) stondden vast en verwanten van afstand sta(a)t vast!
13.
WINQSW zoek(t) (...) mij ziel (...) mij en leg uit! medemens (...) mij spreekt! verderf en bedrog alle vandaag (zij) spraken uit
14.
en ik zoals stille niet (ik) hoorde toe WKALM niet (hij) deed open monden (...) hem
15.
en (ik) was er zoals man die niet nieuws en (er is) niet bij (de) monden (...) hem terechtwijzingen
16.
dat aan jou Jahweh EWHLTI (met) haar (jij) antwoordde liggers van mijn God
17.
dat (ik) heb gesproken opdat niet (zij) maakten blij aan mij bij wankel! voeten van op mij (zij) hebben vergroot
18.
dat ik aan rib juiste WMKAWBI tegenover mij altijd
19.
dat armoede (ik) vertelde ADAC van zondoffers van
20.
en vijanden van leven (zij) zijn machtig geworden en tienduizend haat! leugen
21.
en betaal(t) (...) mij herder in de plaats van goeds ISÐNWNI in de plaats van achtervolg! (...) mij goede
22.
naar (jij) verliet (...) mij Jahweh mijn God naar (zij) was ver (van)uit mij
23.
naar zintuig aan hulp (...) mij liggers van TSWOTI

Hoofdstuk 39

1.
aan dirigent LIDITWN lied aan oom
2.
(ik) heb gesproken (ik) bewaarde (er)naar wegen van om te zondigen bij (de) tong (...) mij (ik) bewaarde (er)naar aan mond van MHXWM door slechte tegen mij
3.
NALMTI DWMIE EHSITI van goede WKABI NOKR
4.
hete hart (...) mij bij breng nader! BECICI (jij) roeide uit vuur woord (...) mij bij (de) tong (...) mij
5.
(hij) heeft meegedeeld (...) mij Jahweh word wakker! en van wet dagen van wat? zij (ik) wist (er)naar wat? (hij) heeft opgehouden ik
6.
hier is ÐPHWT zet dagen van WHLDI als (er is) niet tegenover jou maar alle damp alle mens opgesteld (slot)
7.
maar bij (het) beeld (hij) wandelde rond man maar damp IEMIWN IßBR noch (hij) heeft geweten water van (hij) heeft verzameld (...) hen
8.
en nu wat? (ik) heb gehoopt liggers van TWHLTI aan jou zij
9.
van alle misdrijf! (hij) heeft gered (...) mij (jij) hebt beledigd harp naar (jij) plaatste (...) mij
10.
NALMTI niet (ik) deed open mond van dat (met) haar (jij) hebt gedaan
11.
verwijder! ontvreemd! plaag (...) jou MTCRT hand (...) jou ik (ik) ben geëindigd
12.
bij (de) terechtwijzingen op vijandige IXRT man WTMX als maak! begeer! (...) hem maar damp alle mens (slot)
13.
(zij) heeft toegehoord gebed (...) mij Jahweh en (ik) heb om hulp geschreeuwd (zij) heeft geluisterd naar traan (...) mij naar (jij) zult ploegen dat vreemdeling ik met jou inwoner zoals alle vaders-en van
14.
ESO (van)uit mij WABLICE voordat (ik) ging en ik ben (er) niet

Hoofdstuk 40

1.
aan dirigent aan oom lied
2.
(hij) heeft gehoopt (ik) heb gehoopt Jahweh en (hij) neeg naar mij en (hij) hoorde toe (ik) heb om hulp geschreeuwd
3.
en (hij) verhief (...) mij van put draagt! (...) hen MÐIÐ de doffer en (hij) stond op op rots voeten van (hij) heeft opgezet heil
4.
en (hij) gaf bij (de) mond van lied maand lof(lied) aan onze God (zij) lieten zien twisten en (zij) vreesden en (zij) verzekerden zich bij Jahweh
5.
heil de man die daar Jahweh verzeker(t) zich (...) hem noch hoek naar snoeverijen WSÐI leugen
6.
twisten (jij) hebt gedaan (met) haar Jahweh mijn God NPLATIK WMHSBTIK naar ons (er is) niet waarde naar jou (ik) vertelde (er)naar en (ik) sprak (er)naar (zij) zijn machtig geworden getal
7.
slachting en geschenk niet (jij) hebt gewenst oren (jij) hebt gegraven aan mij ga(a)(t) op en (zij) heeft gezondigd niet (jij) hebt gevraagd
8.
destijds (ik) heb gesproken hier is (ik) ben gekomen bij (de) perkament van boek geschreven op mij
9.
te doen wil (...) jou mijn God (ik) heb gewenst en Wetboek (...) jou binnen ingewanden van
10.
bij (ik) heb gezongen rechtvaardigheid bij (de) menigte meerderheid hier is lippen van niet (ik) zette gevangen Jahweh (met) haar (jij) hebt geweten
11.
(jij) hebt gelijk gehad (...) jou niet (ik) heb bedekt binnen hart (...) mij waarheid (...) jou WTSWOTK (ik) heb gesproken niet KHDTI genade (...) jou en waarheid (...) jou aan menigte meerderheid
12.
(met) haar Jahweh niet (jij) zette gevangen baarmoeders (...) jou (van)uit mij genade (...) jou en waarheid (...) jou altijd fabriceert! (...) mij
13.
dat APPW op mij medemensen tot (er is) niet getal (zij) hebben bereikt (...) mij misdaad (...) mij noch (ik) heb gekund te zien (zij) zijn machtig geworden MSORWT hoofden van en hart (...) mij (hij) heeft verlaten (...) mij
14.
(zij) heeft gerend Jahweh te redden (...) mij Jahweh aan hulp (...) mij naar zintuig
15.
(zij) zijn droog geweest en (zij) groeven samen zoek(t) (...) mij ziel (...) mij LXPWTE IXCW achterzijde en (zij) zullen te schande worden wens! medemens (...) mij
16.
past toe! op voetstap (jullie) hebben je geschaamd de woorden aan mij de broer de broer
17.
(zij) verblijdden zich en (zij) maakten blij bij jou alle zoeken (...) jou (zij) spraken altijd (hij) groeide Jahweh heb lief! TSWOTK
18.
en ik arme en arme liggers van (hij) berekende aan mij (ik) heb geholpen WMPLÐI (met) haar mijn God naar (jij) kwam te laat

Hoofdstuk 41

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
heil ontwikkeld mens naar armelijke bij (de) dag herder (zij) redden (...) hem Jahweh
3.
Jahweh (zij) bewaarden (...) hem en (hij) leefde (...) hem (hij) bevestigde bij (het) land en naar (jij) gaf (...) hem bij (de) ziel vijanden (...) hem
4.
Jahweh IXODNW op ORS DWI alle bed (...) hem (jij) hebt omgekeerd bij (de) niet-heilige-en (...) hem
5.
ik (ik) heb gesproken Jahweh Hanani (zij) heeft genezen ziel (...) mij dat (ik) heb gezondigd aan jou
6.
vijanden van (zij) spraken kwaad aan mij wanneer? (hij) stierf en (hij) is verloren gegaan zijn naam
7.
en als (hij) is gekomen te zien (het) niets (hij) sprak zijn hart (hij) verzamelde kracht als uitgaande druk! (hij) sprak
8.
samen op mij ITLHSW alle haat! op mij (zij) berekenden herder aan mij
9.
woord slechtheid IßWQ bij hem en die lig neer! niet (hij) voegde toe op te staan
10.
ook man vredes van die (ik) heb me verzekerd bij hem eet strijd! (hij) heeft vergroot op mij voetstap
11.
en (met) haar Jahweh Hanani en (hij) heeft gevestigd (...) mij en (ik) betaalde (er)naar aan hen
12.
bij deze (ik) heb geweten dat (jij) hebt gewenst bij mij dat niet (hij) juichte vijanden van op mij
13.
en ik bij verbaas je! TMKT bij mij en (jij) stelde op (...) mij voor jou aan eeuwigheid
14.
gezegende Jahweh mijn God Israël van de eeuwigheid en tot de eeuwigheid amen! en amen!

Hoofdstuk 42

1.
aan dirigent ontwikkeld mens aan zonen van ijs
2.
zoals ram TORC op beddingen van water zo ziel (...) mij TORC naar jou God
3.
(zij) heeft dorst gehad ziel (...) mij aan God tot God levende wanneer? (ik) kwam en (ik) liet zien aanzicht van God
4.
(zij) is geweest aan mij traan (...) mij brood dag (...) hen en nacht bij (de) woord naar mij alle vandaag waar? jouw God
5.
deze herdenkingsplechtigheid WASPKE op mij ziel (...) mij dat (ik) trok door BXK ADDM tot huis God bij (de) klank gezang en dank menigte vier(t)
6.
wat? TSTWHHI ziel (...) mij en (jij) ruiste op mij EWHLI aan God dat nog (eens) (ik) zal bedanken (...) ons verlossingen aanzichten (...) hem
7.
mijn God op mij ziel (...) mij TSTWHH op zo AZKRK van land Jordaan WHRMWNIM vlugge van Zoar
8.
afgrond naar afgrond noem(t) aan klank ßNWRIK alle verbrijzelen (...) jou en hopen (...) jou op mij (zij) zijn voorbijgegaan
9.
dag (...) hen (hij) gaf opdracht Jahweh genade (...) hem en bij (de) nacht dat (hij) heeft geworpen met mij gebed tot God leef!
10.
spreek(t) (er)naar tot God rotsen van waarom (jullie) hebben vergeten (...) mij waarom (hij) is donker geworden (ik) ging bij (de) druk vijand
11.
bij (de) moord bij (de) botten (...) mij beledigt! (...) mij bundel(t) (...) mij bij (de) woord (...) hen naar mij alle vandaag waar? jouw God
12.
wat? TSTWHHI ziel (...) mij en wat? (jij) ruiste op mij EWHILI aan God dat nog (eens) (ik) zal bedanken (...) ons verlossing van aanzicht van en mijn God

Hoofdstuk 43

1.
(hij) heeft berecht (...) mij God en twist! (er)naar twist! van volk niet getrouwe van man bedrog en ga(a)(t) op TPLÐNI
2.
dat (met) haar mijn God vesting-en van waarom (jullie) hebben opgegeven (...) mij waarom (hij) is donker geworden (ik) wandelde rond bij (de) druk vijand
3.
wapen duur(t) en waarheid (...) jou deze (mv) INHWNI (zij) brachten (...) mij naar heuvel heiligheid (...) jou en naar van buurvrouwen (...) jou
4.
en (ik) kwam (er)naar naar altaar God naar naar (jij) bent blij geweest verheuug je! en (ik) zal bedanken (...) jou bij (de) viool God mijn God
5.
wat? TSTWHHI ziel (...) mij en wat? (jij) ruiste op mij EWHILI aan God dat nog (eens) (ik) zal bedanken (...) ons verlossing van aanzicht van en mijn God

Hoofdstuk 44

1.
aan dirigent aan zonen van ijs ontwikkeld mens
2.
God bij (de) oren (...) ons (wij) hebben toegehoord vaders-en (...) ons vertelt! aan ons daad onderneming van bij (de) dagen (...) hen bij (de) dagen van voorkant
3.
(met) haar hand (...) jou volken (jij) hebt verdreven en (zij) proefde (zij) achtervolgde naties en (jij) zond weg (...) hen
4.
dat niet bij (het) zwaard (...) hen (zij) hebben veroverd land en arm (...) hen niet (zij) heeft gered voor hen dat rechterhand (...) jou en arm (...) jou en licht aanzichten (...) jou dat RßITM
5.
(met) haar hij heers! God geef opdracht! verlossingen Jakob
6.
bij jou vijanden (...) ons NNCH bij (de) naam (...) jou NBWX QMINW
7.
dat niet bij (de) bogen van (ik) verzekerde me en word vernield! niet (jij) redde (...) mij
8.
dat (jij) hebt gered (...) ons Egyptenaars (...) ons WMSNAINW EBISWT
9.
bij God (wij) hebben geloofd alle vandaag en naam [van] (...) jou aan eeuwigheid (wij) bedankten (slot)
10.
neus (jij) hebt opgegeven WTKLIMNW noch (jij) ging uit BßBAWTINW
11.
(jij) gaf terug (...) ons achterzijde van mij smalle WMSNAINW SXW voor hen
12.
TTNNW zoals kleinvee voedsel en bij (de) volken (jij) hebt uitgestrooid (...) ons
13.
(zij) verkocht met jou zonder kapitaal noch (jij) bent veel geweest BMHIRIEM
14.
(jij) plaatste (...) ons schande aan buurmannen (...) ons spot WQLX LXBIBWTINW
15.
(jij) plaatste (...) ons heerser bij (de) volken MNWD hoofd bij (de) naties
16.
alle vandaag schande (...) mij tegenover mij en (jij) hebt je geschaamd aanzicht van KXTNI
17.
van klank beledig(t) WMCDP van aanzicht van vijand WMTNQM
18.
alle deze (jij) bent gekomen (...) ons noch (wij) hebben vergeten (...) jou noch dat (zij) zijn gegroeid bij (het) verbond (...) jou
19.
niet NXWC achterzijde hart (...) ons en (zij) boog om heil (...) ons van mij manier (...) jou
20.
dat DKITNW bij (de) plaats jakhalzen en (zij) bedekte op ons bij (de) diepe duisternis
21.
als (wij) hebben vergeten daar onze God en (wij) verklaarden lepels (...) ons tot God krans
22.
toch? God (hij) onderzocht deze dat hij (hij) heeft geweten TOLMWT hart
23.
dat op jou (wij) hebben gedood alle vandaag (wij) berekenden (...) ons zoals kleinvee (zij) heeft geslacht
24.
(zij) heeft verblind waarom TISN liggers van (zij) is wakker geworden naar TZNH uiteindelijk
25.
waarom aanzichten (...) jou (jij) verborg (jij) liet vergeten (wij) hebben geantwoord en (wij) hebben gedrukt
26.
dat (hij) heeft zich gebukt aan stof ziel (...) ons (zij) heeft geplakt aan land buik (...) ons
27.
hoogte (jij) hebt geholpen (er)naar aan ons WPDNW opdat genade (...) jou

Hoofdstuk 45

1.
aan dirigent op dat tweede (mv) aan zonen van ijs ontwikkeld mens lied IDIDT
2.
RHS hart (...) mij woord goede woord ik daden van aan koning tong (...) mij tel(t) MEIR
3.
IPIPIT van zonen van mens EWßQ gratie BSPTWTIK op zo zegen! (...) jou God aan eeuwigheid
4.
omgord! zwaard (...) jou op heup held luister (...) jou en de weg
5.
en de weg geslaagde wagen op woord waarheid en nederigheid rechtvaardigheid en verspied! (...) jou ontzagwekkende (mv) rechterhand (...) jou
6.
pijlen (...) jou SNWNIM volkeren in de plaats van jou (zij) vielen bij (het) hart vijanden van kroon!
7.
stoel (...) jou God eeuwigheid en tot stam effen(t) stam koninkrijk (...) jou
8.
(jij) hebt liefgehad rechtvaardigheid en (jij) haatte slechte op zo (hij) heeft gezalfd (...) jou God jouw God olie (zij) hebben zich verblijd (...) hen bind(t) samen (...) jou
9.
bittere WAELWT QßIOWT alle BCDTIK vanuit paleizen van tand van mij maakt blij! (...) jou
10.
dochters koningen BIQRWTIK naar heft dat (hij) heeft zich verheugd aan rechterhand (...) jou BKTM Ofir
11.
hoor toe! dochter en spiegel en buig om! oor (...) jou en laat vergeten! met jou en huis vader (...) jou
12.
WITAW kroon! schoonheid (...) jou dat hij liggers (...) jou en buig je diep! als
13.
en dochter smalle bij (het) geschenk aanzichten (...) jou (zij) begonen te tiende met
14.
alle naar eer dochter koning naar aanzicht MMSBßWT goud aan schande
15.
LRQMWT (jij) werd vervoerd aan koning bij hangen op na haar ROWTIE MWBAWT aan jou
16.
(jullie) werden vervoerd bij (jij) bent blij geweest en vreugde TBAINE bij (het) paleis koning
17.
in de plaats van vaders (...) jou (zij) waren zonen (...) jou TSITMW aan aanvoerders in alle het land
18.
AZKIRE naam (...) jou in alle generatie en generatie op zo volkeren IEWDWK aan eeuwigheid en tot

Hoofdstuk 46

1.
aan dirigent aan zonen van ijs op en lied
2.
God aan ons dekking en kracht hulp versterkte (mv) (wij) vondden zeer
3.
op zo niet (wij) vreesden bij (hij) heeft verwisseld land WBMWÐ (hij) heeft opgetild bij (het) hart dagen
4.
(zij) ruisten IHMRW wateren (...) hem (zij) maakten lawaai (hij) heeft opgetild bij (de) hoogmoed (...) hem (slot)
5.
rivier splitsingen (...) hem (zij) maakten blij stad God heiligheid residenties van hoogste
6.
God bij (zij) heeft nader gebracht echtgenoot (jij) wankelde naar Jaezer God zich te wenden rundvee
7.
(zij) hebben geruist volken (zij) hebben gewankeld van koninkrijk (hij) heeft gegeven bij (de) klank (...) hem TMWC land
8.
Jahweh legers met ons toevluchtsoord aan ons mijn God Jakob (slot)
9.
ga(a)t! (zij) hebben voorspeld van ondernemingen Jahweh die daar namen bij (het) land
10.
zet stop weg van schoonmoeder tot einde het land boog (hij) brak WQßß (jij) bent gelegerd koekalveren (hij) verbrandde (hij) is verrot
11.
(zij) hebben losgelaten en weet! dat ik God (ik) was hoog bij (de) volken (ik) was hoog bij (het) land
12.
Jahweh legers met ons toevluchtsoord aan ons mijn God Jakob (slot)

Hoofdstuk 47

1.
aan dirigent aan zonen van ijs lied
2.
alle de volkeren (zij) hebben geblazen lepel (zij) hebben gejuicht aan God bij (de) klank gezang
3.
dat Jahweh hoogste ontzagwekkende koning grote op alle het land
4.
(hij) sprak volkeren in de plaats van ons en naties in de plaats van voeten (...) ons
5.
(hij) koos aan ons (tot) (jij) hebt verworven (...) ons (tot) (zij) hebben zich verheven (...) hen Jakob die (hij) heeft liefgehad (slot)
6.
blad God bij (het) gejubel Jahweh bij (de) klank ramshoorn
7.
zingt! God zingt! zingt! aan koning (...) ons zingt!
8.
dat koning alle het land God zingt! ontwikkeld mens
9.
koning God op volken God inwoner op stoel (zij) hebben geheiligd
10.
weldoeners van volkeren (wij) verzamelden (...) hem met mijn God Abraham dat aan God schilden van land zeer (wij) verhieven

Hoofdstuk 48

1.
lied lied aan zonen van ijs
2.
grote Jahweh en loof(t) zeer bij (de) stad onze God heuvel (zij) hebben geheiligd
3.
mooie NWP vreugde alle het land heuvel Sion heup (...) mij Noorden Stad van koning meerderheid
4.
God BARMNWTIE (wij) werden bekend aan toevluchtsoord
5.
dat hier is de koningen NWODW (zij) zijn voorbijgegaan samen
6.
deze (mv) (zij) hebben gezien zo verbazing (...) hem (zij) zijn geschrokken NHPZW
7.
RODE (jullie) hebben gegrepen daar macht zoals kraamvrouw
8.
vlucht! Oosten (zij) brak schepen Tharsis
9.
zoals (wij) hebben toegehoord zo (wij) hebben gezien bij (de) stad Jahweh legers bij (de) stad onze God God (hij) zette op (er)naar tot eeuwigheid (slot)
10.
(wij) hebben geleken God genade (...) jou te midden van paleis (...) jou
11.
zoals naam (...) jou God zo lof(lied) (...) jou op wordt wakker! (...) mij land rechtvaardigheid (zij) is vol geweest rechterhand (...) jou
12.
(hij) maakte blij heuvel Sion (zij) verheugde zich (...) haar dochters Juda opdat rechtsregels (...) jou
13.
leg opzij! (...) hem Sion WEQIPWE vertelt! van Gedalja
14.
legt! hart (...) jullie naar aan macht PXCW paleizen (...) haar opdat (jullie) vertelden te wonen laatste
15.
dat dit God onze God eeuwigheid en tot hij (hij) bestuurde (...) ons op dood

Hoofdstuk 49

1.
aan dirigent aan zonen van ijs lied
2.
(zij) hebben toegehoord deze alle de volkeren (zij) hebben geluisterd alle inwoners van HLD
3.
ook bouw! mens ook bouw! man samen rijke en arme
4.
mond van (hij) sprak wijze (mv) WECWT hart (...) mij wijsheden
5.
(ik) boog om aan heerser oren van (ik) deed open bij (de) viool HIDTI
6.
waarom (ik) vreesde bij (de) dagen van kwaad vijandige volg! IXWBNI
7.
de veilige plaatsen op macht (...) hen en bij (de) meerderheid rijkdom (...) hen (zij) prezen zich
8.
broer niet (hij) heeft bevrijd (hij) bevrijdde man niet (hij) gaf aan God verzoent!
9.
en waarde PDIWN ziel (...) hen en (hij) heeft opgehouden aan eeuwigheid
10.
en leve! nog (eens) uiteindelijk niet vrees maak kapot!
11.
dat vrees wijze (mv) (zij) stierven samen dwaas en onwetende (zij) gingen verloren en (zij) hebben verlaten aan anderen macht (...) hen
12.
binnenste (...) hen BTIMW aan eeuwigheid behuis(t) (...) hen te wonen en generatie (zij) hebben genoemd bij (de) namen (...) hen op mij aarde-en
13.
en mens (hij) heeft bezocht echtgenoot (hij) liet overnachten NMSL zoals reuzendier (zij) zijn weggevaagd
14.
dit generatie (...) jullie KXL voor hen en na hen bij (de) monden (...) hen (hij) rende (...) hem (slot)
15.
zoals kleinvee te vragen (zij) hebben gelegd dood (hij) achtervolgde (...) hen en (zij) zijn gedaald in hen rechte (mv) te bezoeken WßIRM LBLWT dodenrijk van woning als
16.
maar God (hij) bevrijdde ziel (...) mij van hand dodenrijk dat (hij) nam (...) mij (slot)
17.
naar (je) zult vrezen dat (hij) nam een tiende man dat (hij) vermeerderde eer huis (...) hem
18.
dat niet bij sterft! (hij) nam (de) alle niet (hij) is gedaald na hem eer (...) hem
19.
dat ziel (...) hem bij leef! (...) hem (hij) zegende en (hij) bedankte (...) jou dat (jij) deed goed aan jou
20.
(jij) kwam tot generatie vaders-en (...) hem tot overwinning niet (zij) lieten zien licht
21.
mens (hij) heeft bezocht noch (hij) begreep NMSL zoals reuzendier (zij) zijn weggevaagd

Hoofdstuk 50

1.
lied aan Asaf naar God Jahweh woord en (hij) noemde land van Oosten zon tot om te komen (...) hem
2.
van Sion MKLL schoonheid God EWPIO
3.
(hij) kwam onze God en naar (hij) ploegde vuur voor hem (jij) at en rondom hem NSORE zeer
4.
(hij) noemde naar de hemel boven en naar het land te berechten met hem
5.
(zij) hebben verzameld aan mij getrouwe-en van hak af! verbonden van op mij slachting
6.
en (zij) vertelden hemel (zij) hebben gelijk gehad dat God rechter hij (slot)
7.
(zij) heeft toegehoord met mij en (ik) sprak (er)naar Israël en (ik) getuigde (er)naar bij jou God jouw God ik
8.
niet op slachtingen (...) jou (ik) bewees (...) jou WOWLTIK tegen mij altijd
9.
niet (ik) nam van huis (...) jou stier MMKLATIK bokken
10.
dat aan mij alle dier (...) hem bos reuzendier BERRI duizend
11.
(ik) heb geweten alle vogel (hij) heeft opgetild WZIZ Sjadai met mij
12.
als AROB niet woord aan jou dat aan mij wereld en (zij) is vol geweest
13.
(is het zo) dat eet vlees ridders en bloed bokken (ik) dronk
14.
slachting aan God dank en gehele aan hoogste geloften (...) jou
15.
en (hij) heeft genoemd (...) mij bij (de) dag ellende AHLßK en (zij) was zwaar (...) mij
16.
en aan slechtheid woord God wat? aan jou te vertellen wetten van en (jij) droeg verbonden van op mij monden (...) jou
17.
en (met) haar (jij) hebt gehaat zedeles en (jij) ging neer spreek! na jou
18.
als (jij) hebt gezien dief en (zij) rende met hem en met MNAPIM deel (...) jou
19.
monden (...) jou (jij) hebt gezonden bij (de) herder en tong (...) jou (jij) verbond bedrog
20.
(jij) woonde bij (de) broers (...) jou (jij) sprak bij (de) zoon moeder (...) jou te geven (...) hen DPI
21.
deze (jij) hebt gedaan WEHRSTI (jij) hebt geleken te zijn (ik) was zoals jij (ik) bewees (...) jou en (ik) werd geregeld (er)naar aan ogen (...) jou
22.
bij (de) doffer (...) hem toch deze laat vergeten! God opdat niet AÐRP en (er is) niet redder
23.
slachting dank IKBDNNI en naam [van] weg (ik) liet zien (...) ons bij (de) redding God

Hoofdstuk 51

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
bij (de) komst naar hem (hij) heeft gegeven de profeet zoals (hij) is gekomen naar dochter zeven
3.
Hanani God zoals genade (...) jou zoals meerderheid baarmoeders (...) jou (hij) heeft uitgewist misdrijf!
4.
veel was! (...) mij van armoede en van zondoffers van (hij) heeft gezuiverd (...) mij
5.
dat misdrijf! ik (ik) wist en (ik) heb gezondigd tegenover mij altijd
6.
aan jou alleen jij (ik) heb gezondigd en juich! bij (de) ogen (...) jou (ik) heb gedaan opdat (zij) had gelijk bij (het) woord (...) jou (jij) reinigde bij (de) rechter (...) jou
7.
èn BOWWN HWLLTI en bij (de) zondaar (jullie) zijn bronstig geweest (...) mij moeder (...) mij
8.
èn waarheid (jij) hebt gewenst vertrouwen-en WBXTM wijsheid (jij) deelde mee (...) mij
9.
(jij) zondigde (...) mij bij (ik) vloeide en (ik) zuiverde me (jij) waste (...) mij en van sneeuw ALBIN
10.
(jij) liet horen (...) mij (zij) hebben zich verblijd (...) hen en vreugde (zij) verheugde zich (...) haar botten DKIT
11.
verberg! aanzichten (...) jou om te zondigen (...) mij en alle misdaad (...) mij (hij) heeft uitgewist
12.
hart zuivere (hij) heeft geschapen aan mij God en wind juiste maand bij breng nader!
13.
naar (jij) wierp af (...) mij weg van aanzichten (...) jou en wind heiligheid (...) jou naar (jij) nam (van)uit mij
14.
(zij) heeft teruggegeven aan mij (zij) hebben zich verblijd (...) hen redding (...) jou en wind vrijgevige (zij) steunde (...) mij
15.
(ik) onderwees (er)naar misdaden wegen (...) jou en zondaars naar jou (zij) keerden terug
16.
(hij) heeft gered (...) mij van kosten God mijn God TSWOTI (jij) roddelde tong (...) mij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou
17.
liggers van lippen van (jij) deed open en mond van (hij) vertelde lof(lied) (...) jou
18.
dat niet (zij) wenste slachting en (ik) gaf ga(a)(t) op niet Thirza
19.
slacht! God wind (wij) verbrijzelden (er)naar hart (wij) verbrijzelden WNDKE God niet (jij) minachtte
20.
(zij) heeft goed gedaan bij (de) wil (...) jou (tot) Sion (jij) bouwde bruine (mv) Jeruzalem
21.
destijds (zij) wenste slacht! rechtvaardigheid ga(a)(t) op WKLIL destijds (zij) verhieven op altaar (...) jou stieren

Hoofdstuk 52

1.
aan dirigent ontwikkeld mens aan oom
2.
bij (de) komst DWAC de mensen van en (hij) werd verteld te vragen en (hij) sprak als (hij) is gekomen oom naar huis Achimelech
3.
wat? (jij) prees je bij (de) herder de held genade naar alle vandaag
4.
verderf (jij) berekende tong (...) jou als (zij) legde bloot MLÐS (hij) heeft gedaan bedrog
5.
(jij) hebt liefgehad kwaad van goede leugen woestijn rechtvaardigheid (slot)
6.
(jij) hebt liefgehad alle spreek! slechtheid tong bedrog
7.
ook naar ITßK uiteindelijk IHTK WIXHK van tent en wortel (...) jou van land leven (slot)
8.
en (zij) lieten zien rechtvaardigen en (zij) vreesden en op hem (zij) wreven fijn
9.
hier is de man niet (hij) plaatste God vesting (...) hem en (hij) verzekerde zich bij (de) meerderheid (zij) hebben een tiende genomen IOZ bij (de) verderf (...) hem
10.
en ik zoals olijf frisse bij (het) huis God (ik) heb me verzekerd bij (de) genade God eeuwigheid en tot
11.
(ik) zal bedanken (...) jou aan eeuwigheid dat (jij) hebt gedaan en (ik) werd verzameld naam (...) jou dat goede tegenover getrouwe-en (...) jou

Hoofdstuk 53

1.
aan dirigent op MHLT ontwikkeld mens aan oom
2.
woord harp bij (de) zijn hart (er is) niet God (zij) hebben kapot gemaakt WETOIBW onrecht (er is) niet (hij) heeft gedaan goede
3.
God van hemel ESQIP op bouw! mens te zien is er? ontwikkeld mens advies (tot) God
4.
kunt! XC samen NALHW (er is) niet (hij) heeft gedaan goede (er is) niet ook één
5.
toch? (zij) hebben geweten daden van kracht eet! met mij (zij) hebben gegeten brood God niet (zij) hebben genoemd
6.
daar (zij) zijn bang geweest angst niet (hij) is geweest angst dat God PZR botten gratie (...) jou (is het zo) dat (jij) hebt je geschaamd (er)naar dat God (hij) heeft verafschuwd (...) hen
7.
water van (hij) gaf van Sion ISOWT Israël bij (het) terugkeren God rust! met hem (hij) verheugde zich Jakob (hij) maakte blij Israël

Hoofdstuk 54

1.
aan dirigent BNCINT ontwikkeld mens aan oom
2.
bij (het) komen EZIPIM en (zij) spraken te vragen toch? oom MXTTR met ons
3.
God bij (de) naam (...) jou (hij) heeft gered (...) mij en bij (de) moed (...) jou (jij) berechtte (...) mij
4.
God nieuws gebed (...) mij (zij) heeft geluisterd aan Amoriet mond van
5.
dat kransen (zij) zijn opgestaan op mij en tirannen zoekt! ziel (...) mij niet zijn naam God tegen hen (slot)
6.
hier is God hulp aan mij liggers van bij steuun! ziel (...) mij
7.
(hij) blies juich! LSRRI bij (de) waarheid (...) jou EßMITM
8.
bij (zij) heeft geschonken AZBHE aan jou (ik) bedankte naam (...) jou Jahweh dat goede
9.
dat van alle ellende (hij) heeft gered (...) mij en bij (de) vijanden van (zij) heeft gezien bestudeer!

Hoofdstuk 55

1.
aan dirigent BNCINT ontwikkeld mens aan oom
2.
(zij) heeft geluisterd God gebed (...) mij en naar TTOLM van smeekbede (...) mij
3.
(zij) heeft opgelet aan mij en wolken van ARID bij spreek! WAEIME
4.
van klank vijand van aanzicht van OQT slechte dat IMIÐW op mij kracht en bij (de) neus ISÐMWNI
5.
hart (...) mij IHIL bij breng nader! en verschrikkingen dood ga(a)t neer! op mij
6.
vrees WROD (hij) kwam bij mij en (zij) bedekte (...) mij PLßWT
7.
en woord water van (hij) gaf aan mij ABR zoals duif (ik) vloog (er)naar en (ik) behuisde (er)naar
8.
hier is ARHIQ (hij) heeft gezworven (ik) liet overnachten bij (de) woestijn (slot)
9.
AHISE MPLÐ aan mij van wind XOE van storm
10.
slechtheid liggers van splitsing tong (...) hen dat (ik) heb gezien roof en twist! bij (de) stad
11.
dag (...) hen en nacht IXWBBE op naar muren en kracht en werkzame bij (zij) heeft nader gebracht
12.
verderf bij (zij) heeft nader gebracht noch (hij) week van plein (zij) sloeg en bedrog
13.
dat niet vijand (hij) beledigde (...) mij en (ik) droeg niet om te haten (...) mij op mij (hij) heeft vergroot en Esther (van)uit hem
14.
en (met) haar mens als orden! aanvoerders van WMIDOI
15.
die samen NMTIQ geheim bij (het) huis God (wij) gingen bij (hij) is opgewonden geweest
16.
ISIMWT op hen (zij) zijn gedaald dodenrijk leven dat medemensen bij om te wonen (...) hen bij (het) binnenste (...) hen
17.
ik naar God (ik) werd genoemd en Jahweh (hij) redde (...) mij
18.
aangename en rundvee en middag (ik) sprak (er)naar en (ik) ruiste en (hij) hoorde toe klanken van
19.
(hij) heeft bevrijd bij (de) vrede ziel (...) mij nastaande aan mij dat bij twisten (zij) zijn geweest met mij
20.
(hij) hoorde toe naar en (hij) antwoordde (...) hen en inwoner voorkant (slot) die (er is) niet HLIPWT voor hen noch (zij) lieten zien God
21.
wapen handen (...) hem bij betaal! (...) hem dode verbond (...) hem
22.
verdeelt! van boter van monden (...) hem en binnenste zijn hart zachtheid (...) hem woorden (...) hem van olie en deze (mv) geopende (mv)
23.
werp af! op Jahweh last (...) jou en hij IKLKLK niet (hij) gaf aan eeuwigheid wankel! aan rechtvaardige
24.
en (met) haar God (jij) werd naar beneden gehaald (...) hen aan put kuil mens (...) mij kosten en bedrog niet IHßW dagen (...) hen en ik (ik) verzekerde me bij jou

Hoofdstuk 56

1.
aan dirigent op duif van voorhal afstanden aan oom slag-en (...) hen bij Achaz hem Filistijnen bij (de) wijnpers
2.
Hanani God dat SAPNI mens alle vandaag brood (hij) drukte (...) mij
3.
SAPW SWRRI alle vandaag dat twisten broden aan mij hoogte
4.
dag (ik) vreesde ik naar jou (ik) verzekerde me
5.
bij God (ik) loofde spreekt! bij God (ik) heb me verzekerd niet (ik) vreesde wat? (zij) heeft gemaakt vlees aan mij
6.
alle vandaag spreek! (zij) bedroefden op mij alle bereken(t) (...) hen aan kwaad
7.
(zij) woonden IßPINW deze (mv) volg! (zij) bewaarden zoals (zij) hebben gehoopt ziel (...) mij
8.
op kracht PLÐ voor hen bij (de) neus volkeren (hij) is naar beneden gehaald God
9.
NDI (jij) hebt geteld (er)naar (met) haar plaats! (er)naar traan (...) mij BNADK toch? bij (jij) hebt geteld (...) jou
10.
destijds (zij) keerden terug vijanden van achterzijde bij (de) dag (ik) werd genoemd dit (ik) heb geweten dat God aan mij
11.
bij God (ik) loofde woord bij Jahweh (ik) loofde woord
12.
bij God (ik) heb me verzekerd niet (ik) vreesde wat? (zij) heeft gemaakt mens aan mij
13.
op mij God geloften (...) jou (ik) betaalde dank van aan jou
14.
dat (jij) hebt gered ziel (...) mij om te sterven toch? voeten van MDHI rond te wandelen voor God bij (het) licht de leven

Hoofdstuk 57

1.
aan dirigent naar (jij) bedierf aan oom slag-en (...) hen bij (zij) zijn gevlucht van aanzicht van dodenrijk bij (de) grot
2.
Hanani God Hanani dat bij jou zoek bescherming! (er)naar ziel (...) mij en bij (de) schaduw vleugels (...) jou (ik) zocht bescherming tot (hij) ging voorbij verderf
3.
(ik) werd genoemd aan God hoogste tot God einde op mij
4.
(hij) zond weg van hemel en (hij) redde (...) mij beledig! SAPI (slot) (hij) zond weg God genade (...) hem en moeder (...) hem
5.
ziel (...) mij binnen te komen (...) hen (ik) lag neer (er)naar LEÐIM bouw! mens die twee (jij) bent gelegerd en pijlen en tong (...) hen zwaard scherpe
6.
naar hoogte op de hemel God op alle het land eer (...) jou
7.
netwerk (wij) hebben geslagen aan keren van KPP ziel (...) mij (zij) hebben gegraven voor spreek! (er)naar ga(a)t neer! naar bij (het) midden (slot)
8.
juiste hart (...) mij God juiste hart (...) mij (ik) zong (er)naar en (ik) zong (er)naar
9.
(zij) heeft verblind onderscheidingen van (zij) heeft verblind de harp en viool (ik) merkte op (er)naar zwarte
10.
(ik) zal bedanken (...) jou bij (de) volkeren liggers van (ik) zong (...) jou bij (de) naties
11.
dat grootheid tot hemel genade (...) jou en tot wolken waarheid (...) jou
12.
naar hoogte op hemel God op alle het land eer (...) jou

Hoofdstuk 58

1.
aan dirigent naar (jij) bedierf aan oom slag-en (...) hen
2.
(is het zo) dat echt voorhal rechtvaardigheid (jullie) spraken (...) hen effenen (jullie) berechtten bouw! mens
3.
neus bij (het) hart OWLT TPOLWN bij (het) land roof handen (...) jullie TPLXWN
4.
(zij) hebben uitgestrooid slechte (mv) heb(t) medelijden (zij) zijn verkeerd gelopen van buik spreek! leugen
5.
leren zak voor hen zoals gestalte leren zak slang zoals PTN stille IAÐM oor (...) hem
6.
die niet (hij) hoorde toe aan klank MLHSIM sluit zich aan verbonden van wijze
7.
God (hij) heeft afgebroken SNIMW BPIMW MLTOWT jonge leeuwen (hij) heeft gesloopt Jahweh
8.
(hij) verafschuwde (...) hem zoals water (zij) wandelden rond voor hen (hij) woonde (...) jou straat (...) hem zoals ITMLLW
9.
zoals dat vermengde TMX (hij) ging ga neer! vuur van echtgenoot (zij) hebben voorspeld zon
10.
voordat (zij) begrepen XIRTKM AÐD zoals levende zoals woede ISORNW
11.
(hij) maakte blij rechtvaardige dat borst wraak keren (...) hem (hij) waste bij (het) bloed (de) slechte
12.
en (hij) sprak mens maar vrucht aan rechtvaardige maar er is God rechters bij (het) land

Hoofdstuk 59

1.
aan dirigent naar (jij) bedierf aan oom slag-en (...) hen bij (de) wapen dodenrijk en (zij) bewaarden (tot) het huis te doden (...) hem
2.
(hij) heeft gered (...) mij van vijanden van mijn God MMTQWMMI TSCBNI
3.
(hij) heeft gered (...) mij van daden van kracht en van mens (...) mij kosten (hij) heeft gered (...) mij
4.
dat hier is (zij) hebben in hinderlaag gelegen aan ziel (...) mij (zij) woonden op mij geiten niet misdrijf! noch (ik) heb gezondigd Jahweh
5.
zonder vijandige IRßWN en (zij) zetten op (zij) heeft verblind mij tegemoet en (hij) heeft gezien
6.
en (met) haar Jahweh God legers mijn God Israël (zij) is wakker geworden te bevelen alle de volken naar (zij) legerde alle bij (het) bokje kracht (slot)
7.
(zij) keerden terug aan aangename (zij) ruisten zoals hond WIXWBBW stad
8.
hier is IBIOWN bij (de) monden (...) hen zwaarden BSPTWTIEM dat water van nieuws
9.
en (met) haar Jahweh (zij) wreef fijn voor hen (zij) spotte aan alle volken
10.
kracht (...) hem naar jou (ik) bewaarde (er)naar dat God toevluchtsoorden van
11.
mijn God genade (...) hem (hij) ging voor (...) mij God gezien (...) mij BSRRI
12.
naar (zij) doodde (...) hen opdat niet (zij) lieten vergeten met mij ENIOMW bij (de) macht (...) jou WEWRIDMW schild (...) ons liggers van
13.
zondoffer PIMW woord SPTIMW en (zij) voegden samen BCAWNM en naar van macht en lieg(t) (zij) vertelden
14.
schoondochter bij (de) woede schoondochter en zij zijn (er) niet (...) hem en (zij) hebben geweten dat God heerser bij Jakob aan niets-en van het land (slot)
15.
en (zij) hebben gewoond aan aangename (zij) ruisten zoals hond WIXWBBW stad
16.
deze (mv) (zij) zwierven (...) hen aan eten als niet (zij) waren verzadigd en (zij) lieten overnachten
17.
en ik (ik) zong kracht (...) jou en (ik) roddelde te bezoeken genade (...) jou dat (jij) bent geweest toevluchtsoord aan mij en om te vluchten bij (de) dag smalle aan mij
18.
kracht (...) mij naar jou (ik) zong (er)naar dat God toevluchtsoorden van mijn God genade-en van

Hoofdstuk 60

1.
aan dirigent op Susan getuigenis slag-en (...) hen aan oom te onderwijzen
2.
BEßWTW (tot) Syrië rivieren en (tot) Syrië Zoba en inwoner Joab en (hij) sloeg (tot) Edom bij (het) dal zout twee rijkdom duizend
3.
God (jij) hebt opgegeven (...) ons (jij) hebt doorgebroken (...) ons ANPT TSWBB aan ons
4.
(is het zo) dat (jij) hebt lawaai gemaakt (er)naar land PßMTE RPE breek! (er)naar dat stam
5.
(jij) hebt laten zien met jou harde (jij) hebt te drinken gegeven (...) ons wijn TROLE
6.
zet LIRAIK teken LETNWXX van aanzicht van versier! (slot)
7.
opdat (zij) troken uit (...) hen IDIDIK (zij) heeft gered rechterhand (...) jou en wolk (...) hem
8.
God woord bij (zij) hebben geheiligd AOLZE (ik) verdeelde (er)naar schouder en diepte hutten (ik) werd gemeten
9.
aan mij gedenkteken en aan mij Manasse en Efraïm vesting hoofden van Juda MHQQI
10.
Moab pan was! op Edom (ik) wierp af schoenen van op mij Filistea ETRWOOI
11.
water van IBLNI stad belegering water van (hij) heeft gerust (...) mij tot Edom
12.
toch? (met) haar God (jij) hebt opgegeven (...) ons noch (jij) ging uit God BßBAWTINW
13.
vooruit! aan ons (jij) hebt geholpen van smalle en (het) niets TSWOT mens
14.
bij God (hij) is gedaan macht en hij Jebus vijanden (...) ons

Hoofdstuk 61

1.
aan dirigent op NCINT aan oom
2.
(zij) heeft toegehoord God gezang (...) mij (zij) heeft opgelet gebed (...) mij
3.
van einde het land naar jou (ik) werd genoemd BOÐP hart (...) mij pluk druiven! (hij) was hoog (van)uit mij (zij) rustte (...) mij
4.
dat (jij) bent geweest dekking aan mij kweek(t) kracht van aanzicht van vijand
5.
(ik) woonde (er)naar bij (ik) ging eeuwigheden (ik) zocht bescherming bij (het) geheim vleugels (...) jou (slot)
6.
dat (met) haar God (jij) hebt toegehoord aan geloften van (jij) hebt gegeven (jij) hebt veroverd vrees! naam (...) jou
7.
dagen op dagen van koning (jij) voegde toe jaren (...) hem zoals generatie en generatie
8.
inwoner eeuwigheid voor God genade en waarheid vanuit INßREW
9.
zo (ik) zong (er)naar naam (...) jou voor altijd te betalen (...) mij leg gelofte af! dag dag

Hoofdstuk 62

1.
aan dirigent op Jeduthun lied aan oom
2.
maar naar God DWMIE ziel (...) mij (van)uit hem verlossing (...) mij
3.
maar hij rotsen van en verlossing (...) mij toevluchtsoorden van niet (ik) wankelde veelheid
4.
tot waarheen? TEWTTW op man (jullie) vermoordden kun! (...) jullie zoals muur uitgestrekte omheining EDHWIE
5.
maar om te dragen (...) hem (zij) hebben geadviseerd LEDIH (hij) rende (...) hem leugen bij (de) monden (...) hem (zij) zegenden en bij (het) binnenste (...) hen (zij) vervloekten (slot)
6.
maar aan God DWMI ziel (...) mij dat (van)uit hem hoop (...) mij
7.
maar hij rotsen van en verlossing (...) mij toevluchtsoorden van niet (ik) wankelde
8.
op God reddingen van en onderscheidingen van rots kracht (...) mij dekking-en van bij God
9.
(zij) hebben zich verzekerd bij hem in alle tijd met (zij) hebben gestort voor hem hart (...) jullie God dekking aan ons (slot)
10.
maar damp bouw! mens leugen bouw! man BMAZNIM op te gaan deze (mv) van damp samen
11.
naar (jullie) verzekerden je bij (de) afzetterij en bij (de) roof naar TEBLW macht dat INWB naar (jullie) legden hart
12.
één woord God twee deze (ik) heb toegehoord dat kracht aan God
13.
en aan jou liggers van genade dat (met) haar (jij) betaalde aan man zoals handeling (...) hem

Hoofdstuk 63

1.
lied aan oom bij te zijn (...) hem bij (de) woestijn Juda
2.
God naar mij (met) haar ASHRK (zij) heeft dorst gehad aan jou ziel (...) mij zoiets aan jou kondig aan! bij (het) land naar vloot en vermoeide zonder water
3.
zo bij (de) heiligheid (jij) hebt voorspeld (...) jou te zien kracht (...) jou en eer (...) jou
4.
dat goede genade (...) jou van leven lippen van ISBHWNK
5.
zo (ik) zegende (...) jou bij leef! bij (de) naam (...) jou (ik) droeg zoals mond van
6.
zoals melk en vette (jij) was verzadigd ziel (...) mij en lippen van RNNWT (hij) loofde mond van
7.
als (ik) heb me herinnerd (...) jou op IßWOI BASMRWT (ik) sprak uit bij jou
8.
dat (jij) bent geweest (jij) hebt geholpen (er)naar aan mij en bij (de) schaduw vleugels (...) jou (ik) roddelde
9.
(zij) heeft geplakt ziel (...) mij na jou bij mij TMKE rechterhand (...) jou
10.
en deze (mv) naar aan (het) niets (zij) zochten ziel (...) mij voert in! bij (de) onderste (mv) het land
11.
ICIREW op handen van zwaard rantsoen van vossen (zij) waren
12.
en kroon! (hij) maakte blij bij God (hij) prees zich alle (is het zo) dat (hij) heeft gezworen bij hem dat IXKR mond van DWBRI leugen

Hoofdstuk 64

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
nieuws God klanken van bij spreek! ben(t) bang vijand (jij) schiep leef!
3.
(jij) verborg (...) mij van geheim van kwaden maak(t) opgewonden daden van kracht
4.
die tand (...) ons zoals zwaard tong (...) hen weg (...) hem pijl (...) hen woord bittere
5.
LIRT bij (de) verborgen (mv) onschuldige plotseling (hij) heeft geworpen (...) hem noch (zij) vreesden
6.
(zij) versterkten voor hen woord kwaad (zij) vertelden te verbergen valstrikken (zij) hebben gesproken water van vrees voor hen
7.
IHPSW OWLT (jullie) benoemden vrijheid van vrijheid en binnenste man en hart diepte
8.
en (hij) was hoog God pijl PTAWM (zij) zijn geweest slaan (...) hen
9.
WIKSILWEW op hen tong (...) hen ITNDDW alle (hij) heeft gezien in hen
10.
en (zij) vreesden alle mens en (zij) vertelden daad God en handeling (...) hem (zij) zijn wijs geworden
11.
(hij) maakte blij rechtvaardige bij Jahweh en (zij) heeft medelijden gehad bij hem en (zij) prezen zich alle effen! hart

Hoofdstuk 65

1.
aan dirigent lied aan oom lied
2.
aan jou lijk! (er)naar lof(lied) God bij Sion en aan jou (hij) betaalde gelofte
3.
nieuws gebed getuigen (...) jou alle vlees voert in!
4.
spreek! misdaad van (zij) zijn sterk geworden van mij misdaden (...) ons (met) haar (jij) verzoende (...) hen
5.
heil (zij) koos en (jij) bracht nader jullie zijn er dorpen (...) jou (zij) heeft gezworen bij (de) goede huis (...) jou heiligheid paleis (...) jou
6.
ontzagwekkende (mv) bij (de) rechtvaardigheid (zij) antwoordde (...) ons mijn God redding (...) ons verzeker(t) zich alle wordt wakker! (...) mij land en zee afstanden
7.
bereid(t) voor (hij) heeft opgetild bij (de) kracht (...) hem NAZR bij (de) moed
8.
MSBIH draagt! (...) hen dagen draagt! (...) hen hopen (...) hen en menigte naties
9.
en (zij) vreesden inwoners van einden van tekens (...) jou word(t) tevoorschijn gehaald (...) mij rundvee en aangename TRNIN
10.
(jij) hebt bekeken het land WTSQQE (jij) hebt getwist (zij) nam een tiende (...) haar splitsing God (hij) is vol geweest water (jij) bereidde voor graan (...) hen dat zo (jullie) sloegen
11.
naar Thalmai (hij) heeft genoeg gedronken (hij) is geland naar eenheid BRBIBIM TMCCNE (zij) is gegroeid (jij) zegende
12.
(jij) hebt omgeven jaar van goeds (...) jou en van stierkalveren (...) jou IROPWN vette
13.
IROPW passende woestijn en vreugde heuvels (zij) omgordde (...) haar
14.
(zij) hebben zich bekleed lammeren het kleinvee en dieptes IOÐPW graan ITRWOOW neus (zij) zongen

Hoofdstuk 66

1.
aan dirigent lied lied (zij) hebben gejuicht aan God alle het land
2.
zingt! eer zijn naam plaatst! eer lof(lied) (...) hem
3.
(zij) hebben gesproken aan God wat? ontzagwekkende daden (...) jou bij (de) meerderheid kracht (...) jou (zij) logen aan jou vijanden (...) jou
4.
alle het land (zij) bogen zich diep aan jou en (zij) zongen aan jou (zij) zongen naam (...) jou (slot)
5.
ga(a)t! en (zij) hebben gezien van ondernemingen God ontzagwekkende daad op bouw! mens
6.
(hij) heeft omgekeerd zee aan vasteland bij (de) rivier (zij) gingen voorbij bij (de) voet daar (wij) maakten blij (er)naar bij hem
7.
heerser bij (de) moed (...) hem eeuwigheid ogen (...) hem bij (de) volken (jullie) overtroken (is het zo) dat zijn opstandig naar (zij) tilden op voor hen (slot)
8.
zegent! volkeren onze God en (zij) hebben laten horen klank lof(lied) (...) hem
9.
(is het zo) dat daar ziel (...) ons bij (de) leven noch (hij) heeft gegeven te wankelen voet (...) ons
10.
dat BHNTNW God ßRPTNW KßRP zilver
11.
(jij) hebt gebracht (...) ons bij om te vangen (er)naar (jij) hebt geplaatst MWOQE bij (de) lendenen (...) ons
12.
(is het zo) dat (jij) hebt gereden mens aan hoofd (...) ons (wij) zijn gekomen (hij) is verrot en bij (het) water en (jij) haalde tevoorschijn (...) ons LRWIE
13.
(ik) kwam huis (...) jou bij gaan op (ik) betaalde aan jou leg gelofte af!
14.
die (zij) hebben geopend lippen van en woord mond van versterkte aan mij
15.
beklimmingen MIHIM (ik) verhief aan jou met wierook rammen (ik) werd gedaan rundvee met bokken (slot)
16.
ga(a)t! (zij) hebben toegehoord en (ik) vertelde (er)naar alle vrees! God die (hij) heeft gedaan aan ziel (...) mij
17.
naar hem mond van (ik) heb genoemd en (hij) heeft verheven in de plaats van tong (...) mij
18.
kracht als (ik) heb gezien bij (het) hart (...) mij niet (hij) hoorde toe liggers van
19.
werkelijk nieuws God (hij) heeft opgelet bij (de) klank gebed (...) mij
20.
gezegende God die niet (hij) heeft verwijderd gebed (...) mij en genade (...) hem van mij

Hoofdstuk 67

1.
aan dirigent BNCINT lied lied
2.
God (hij) legerde (...) ons en (hij) zegende (...) ons rivier aanzichten (...) hem (met) ons (slot)
3.
te weten bij (het) land weg (...) jou in alle volken verlossing (...) jou
4.
(zij) bedankten (...) jou volkeren God (zij) bedankten (...) jou volkeren allemaal
5.
(zij) maakten blij en (zij) roddelden naties dat (zij) berechtte volkeren effen(t) en naties bij (het) land (jij) troostte (slot)
6.
(zij) bedankten (...) jou volkeren God (zij) bedankten (...) jou volkeren allemaal
7.
land (zij) heeft gegeven (hij) verwelkte (er)naar (hij) zegende (...) ons God onze God
8.
(hij) zegende (...) ons God en (zij) vreesden hem alle houd op! land

Hoofdstuk 68

1.
aan dirigent aan oom lied lied
2.
(hij) wraakte God (hij) verspreidde (...) hem vijanden (...) hem en (zij) vluchtten MSNAIW van aanzichten (...) hem
3.
KENDP maak! (...) hen TNDP zoals de belasting DWNC van aanzicht van vuur (zij) gingen verloren slechte (mv) van aanzicht van God
4.
en rechtvaardigen (zij) maakten blij IOLßW voor God en (zij) verblijdden zich bij (de) vreugde
5.
zingt! aan God zingt! zijn naam baant! aan wagen bij (de) aangename (mv) bij God zijn naam en (zij) zijn vrolijk geweest voor hem
6.
vader wezen en gerecht weduwe-en God BMOWN (zij) hebben geheiligd
7.
God MWSIB IHIDIM naar huis haal(t) tevoorschijn AXIRIM BKWSRWT maar zijn opstandig behuist! ßHIHE
8.
God bij uit te gaan (...) jou voor met jou bij (de) stap (...) jou bij (zij) plaatsten (...) hen (slot)
9.
land (zij) heeft lawaai gemaakt neus hemel NÐPW van aanzicht van God dit Sinaï van aanzicht van God mijn God Israël
10.
nader! (...) hen NDBWT (jij) zwaaide God (jij) hebt verworven (...) jou WNLAE (met) haar (jij) hebt opgezet (er)naar
11.
dier (...) jou (zij) hebben gewoond bij haar (jij) bereidde voor bij (het) goeds (...) jou aan arme God
12.
liggers van (hij) gaf woord (is het zo) dat kondigen aan leger meerderheid
13.
heers! legers (zij) zwierven (...) hen (zij) zwierven (...) hen WNWT huis (jij) verdeelde buit
14.
als (jullie) lagen neer (...) hen tussen lippen vleugels van duif NHPE bij (het) zilver WABRWTIE BIRQRQ vlijtige
15.
bij (de) ruiter Sjadai koningen bij haar TSLC BßLMWN
16.
heuvel God heuvel Basan heuvel CBNNIM heuvel Basan
17.
waarom TRßDWN (hij) heeft opgetild CBNNIM de heuvel (hij) heeft begeerd God te wonen (...) hem neus Jahweh jullie zijn er uiteindelijk
18.
wagen God (ik) heb getwist (...) hen duizend(en) van (hij) heeft gehaat (...) hen liggers van in hen Sinaï bij (de) heiligheid
19.
(jij) bent opgegaan aan hoogte gevangenschap van gevangenschap (jij) hebt genomen geschenken bij (de) mens en neus zijn opstandig te behuizen God God
20.
gezegende liggers van dag dag IOMX aan ons deze ISWOTNW (slot)
21.
deze aan ons naar LMWSOWT en aan Jahweh liggers van te sterven uitloper-en
22.
maar God (hij) vermorzelde hoofd vijanden (...) hem QDQD poort wandel(t) rond bij maak je schuldig! (...) hem
23.
woord liggers van van Basan (ik) gaf terug (ik) gaf terug MMßLWT zee
24.
opdat (zij) vermorzelde voet (...) jou bij (het) bloed tong honden (...) jou van vijanden benoemt!
25.
(zij) hebben gezien ELIKWTIK God ELIKWT naar mij heers! bij (de) heiligheid
26.
(zij) zijn voorgegaan zingen andere muzikanten binnen en TWPPWT
27.
BMQELWT zegent! God liggers van van bron Israël
28.
daar Benjamin kleine daal! (...) hen Sarai Juda RCMTM Sarai Zebulon Sarai Nafthali
29.
geef opdracht! jouw God kracht (...) jou OWZE God deze onderneming van aan ons
30.
van paleis (...) jou op Jeruzalem aan jou IWBILW koningen SI
31.
(hij) heeft bestraft dier van buis getuige van ridders bij (de) stierkalveren van volkeren MTRPX bij (hij) heeft gerend (...) mij zilver bij (de) krans volkeren QRBWT (zij) wensten
32.
IATIW HSMNIM van mij Egypte Cusch TRIß handen (...) hem aan God
33.
van koninkrijk het land zingt! aan God zingt! liggers van (slot)
34.
aan wagen bij (de) namen van namen van voorkant èn (hij) gaf bij (de) klank (...) hem klank kracht
35.
geeft! kracht aan God op Israël hoogmoed (...) hem en kracht (...) hem bij (de) wolken
36.
ontzagwekkende God MMQDSIK naar Israël hij (hij) heeft gegeven kracht WTOßMWT aan volk gezegende God

Hoofdstuk 69

1.
aan dirigent op leliën aan oom
2.
(hij) heeft gered (...) mij God dat (zij) zijn gekomen water tot ziel
3.
ringen van bij (de) doffer MßWLE en (er is) niet sta(a)(t) vast (ik) ben gekomen BMOMQI water WSBLT SÐPTNI
4.
(ik) heb moeite gedaan bij noem! NHR (zij) hebben gewoond (...) mij kunt! bestudeer! hoop(t) aan mijn God
5.
tienduizend MSORWT hoofden van haat! gratis (zij) zijn machtig geworden MßMITI vijanden van leugen die niet (ik) heb beroofd destijds (ik) gaf terug
6.
God (met) haar (jij) hebt geweten aan dwaasheid (...) mij en schulden (...) mij (van)uit jou niet (wij) verborgen (...) hem
7.
naar (zij) zijn droog geweest bij mij lijnen (...) jou liggers van Jahweh legers naar (zij) zullen te schande worden bij mij zoeken (...) jou mijn God Israël
8.
dat op jou (ik) heb gedragen schande (zij) heeft bedekt schande aanzicht van
9.
MWZR (ik) ben geweest aan broer en vreemdeling aan zonen van moeder (...) mij
10.
dat (jij) bent jaloers geweest huis (...) jou (jullie) hebben gegeten (...) mij en schande HWRPIK ga(a)t neer! op mij
11.
en (ik) weende bij (de) opdracht (...) hen ziel (...) mij en (zij) was aan schande aan mij
12.
en (ik) gaf zich te schamen (...) mij zak en (ik) was er aan hen aan heerser
13.
(zij) spraken bij mij inwoners van poort WNCINWT lammetjes (...) mij beloning
14.
en ik gebed (...) mij aan jou Jahweh tijd wil God bij (de) meerderheid genade (...) jou wolken van bij (de) waarheid redding (...) jou
15.
(hij) heeft gered (...) mij MÐIÐ en naar AÐBOE ANßLE om te haten (...) mij WMMOMQI water
16.
naar TSÐPNI SBLT water en naar (jij) slikte (...) mij MßWLE en naar TAÐR op mij put naar mond van
17.
wolken van Jahweh dat goede genade (...) jou zoals meerderheid baarmoeders (...) jou hoek naar mij
18.
en naar (jij) zult bestrijden aanzichten (...) jou bewerk(t) (...) jou dat smalle aan mij vlugge wolken van
19.
(zij) heeft nader gebracht naar ziel (...) mij (zij) heeft verlost opdat vijanden van PDNI
20.
(met) haar (jij) hebt geweten (ik) heb beledigd en (ik) heb me geschaamd en schande (...) mij tegenover jou alle bundel(t) (...) mij
21.
schande (zij) heeft gebroken hart (...) mij en naar mens en (ik) werd verzameld LNWD en (er is) niet WLMNHMIM noch (ik) heb gevonden
22.
en (zij) gaven BBRWTI hoofd en dorst te hebben (...) mij (zij) gaven te drinken (...) mij zuurdesem
23.
wees tafel (...) hen voor hen aan valstrik en aan vredes aan valstrik
24.
THSKNE ogen (...) hen laten zien en lendenen (...) hen altijd EMOD
25.
monding op hen woede (...) jou en woede neus (...) jou (hij) bereikte (...) hen
26.
(zij) was ÐIRTM ziel bij (de) tenten (...) hen naar wees inwoner
27.
dat (met) haar die (jij) hebt geslagen (zij) hebben achtervolgd en naar MKAWB doden (...) jou (zij) vertelden
28.
geef! vijandige op misdaad (...) hen en naar voert in! bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou
29.
(zij) wisten uit getal leven en met rechtvaardigen naar (zij) schreven
30.
en ik arme WKWAB verlossing (...) jou God TSCBNI
31.
(ik) loofde (er)naar daar God bij (het) lied en (ik) kweekte (...) ons bij (de) dank
32.
WTIÐB aan Jahweh van os stier van hoorn MPRIX
33.
(zij) hebben gezien nederige (mv) (zij) maakten blij leg uit! God en leve! hart (...) jullie
34.
dat nieuws naar arme (mv) Jahweh en (tot) AXIRIW niet hier
35.
IELLWEW hemel en land dagen en alle kruipend gedierte in hen
36.
dat God (hij) redde Sion en (hij) bouwde steden van Juda en (zij) hebben gewoond daar en (zij) hebben veroverd (er)naar
37.
en nakomelingen slaven (...) hem (zij) zullen verwerven (er)naar en heb lief! zijn naam (zij) behuisden bij haar

Hoofdstuk 70

1.
aan dirigent aan oom LEZKIR God te redden (...) mij Jahweh aan hulp (...) mij naar zintuig
2.
(zij) zijn droog geweest en (zij) groeven zoek(t) (...) mij ziel (...) mij IXCW achterzijde en (zij) zullen te schande worden wens! medemens (...) mij
3.
(zij) keerden terug op voetstap (jullie) hebben je geschaamd de woorden de broer de broer
4.
(zij) verblijdden zich en (zij) maakten blij bij jou alle zoeken (...) jou en (zij) spraken altijd (hij) groeide God heb lief! verlossing (...) jou
5.
en ik arme en arme God naar zintuig aan mij help! WMPLÐI (met) haar Jahweh naar (jij) kwam te laat

Hoofdstuk 71

1.
bij jou Jahweh (ik) heb bescherming gezocht naar (ik) schaamde me (er)naar aan eeuwigheid
2.
bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou (jij) redde (...) mij WTPLÐNI (hij) is omgebogen naar mij oor (...) jou en (hij) heeft gered (...) mij
3.
(hij) is geweest aan mij aan rots van vijandige te komen altijd (jij) hebt opdracht gegeven te redden (...) mij dat rotsen van WMßWDTI (met) haar
4.
mijn God PLÐNI van hand slechte van lepel ontvreemd! WHWMß
5.
dat (met) haar hoop (...) mij liggers van Jahweh verzeker(t) zich (...) mij om uit te schudden (...) mij
6.
op jou NXMKTI van buik van ingewanden van moeder (...) mij (met) haar CWZI bij jou lof(lied) (...) mij altijd
7.
zoals wonderteken (ik) ben geweest aan meerderheden en (met) haar dekking-en van kracht
8.
(hij) was vol mond van lof(lied) (...) jou alle vandaag glans (...) jou
9.
naar (jij) wierp af (...) mij aan tijd (zij) is oud geweest zoals alle (mv) zoals levende naar (jij) verliet (...) mij
10.
dat (zij) hebben gesproken vijanden van aan mij en bewaar! ziel (...) mij NWOßW samen
11.
te spreken God (zij) hebben verlaten (zij) hebben achtervolgd WTPSWEW dat (er is) niet redder
12.
God naar (zij) was ver (van)uit mij mijn God aan hulp (...) mij HISE
13.
(zij) zijn droog geweest (zij) hebben gekund satan-en van ziel (...) mij IOÐW schande en schande zoek(t) (...) mij medemens (...) mij
14.
en ik altijd (hij) heeft toegewenst en (ik) heb toegevoegd op alle lof(lied) (...) jou
15.
mond van (hij) vertelde (jij) hebt gelijk gehad (...) jou alle vandaag TSWOTK dat niet (ik) heb geweten XPRWT
16.
(ik) kwam BCBRWT liggers van Jahweh AZKIR (jij) hebt gelijk gehad (...) jou alleen jij
17.
God (jullie) hebben gestudeerd (...) mij om uit te schudden (...) mij en tot hier is (ik) vertelde NPLAWTIK
18.
en ook tot (zij) is oud geweest en ouderdom God naar (jij) verliet (...) mij tot (ik) vertelde arm (...) jou te wonen aan alle invoer moed (...) jou
19.
en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou God tot hoogte die (jij) hebt gedaan groeiende (mv) God water van zoals jij
20.
die (jij) hebt laten zien (...) ons smalle (mv) twisten en medemensen (jij) blies (zij) leefde (...) ons WMTEMWT het land (jij) blies (zij) verhief (...) mij
21.
(zij) vermeerderde (ik) ben gegroeid en (jij) legde opzij (jij) troostte (...) mij
22.
ook ik (ik) zal bedanken (...) jou bij (het) gereedschap harp waarheid (...) jou mijn God (ik) zong (er)naar aan jou bij (de) viool heilige Israël
23.
(jij) roddelde (er)naar lippen van dat (ik) zong (er)naar aan jou en ziel (...) mij die (jij) hebt bevrijd
24.
ook tong (...) mij alle vandaag (jij) sprak uit (jij) hebt gelijk gehad (...) jou dat (zij) hebben zich geschaamd dat (zij) hebben gegraven zoek(t) (...) mij medemens (...) mij

Hoofdstuk 72

1.
aan Salomo God rechtsregels (...) jou aan koning geef! en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou tot zoon koning
2.
(hij) berechtte met jou bij (de) rechtvaardigheid en armen (...) jou bij (de) rechtsregel
3.
(zij) droegen (hij) heeft opgetild vrede aan volk en heuvels bij (de) weldadigheid
4.
(hij) berechtte armoede (...) mij met (hij) redde aan zonen van arme WIDKA doe(t) tekort
5.
(zij) vreesden (...) jou met zon en voor maan generatie woon! (...) hen
6.
(hij) is gedaald zoals regen op CZ KRBIBIM ZRZIP land
7.
(hij) bloeide bij (de) dagen (...) hem rechtvaardige en meerderheid vrede tot zonder maan
8.
en (hij) is gedaald water tot zee en van rivier tot houd op! land
9.
voor hem IKROW vloten en vijanden (...) hem stof ILHKW
10.
heers! Tharsis en eilanden geschenk (zij) gaven terug heers! Scheba WXBA ASKR (zij) boodden aan
11.
en (zij) bogen zich diep als alle koningen alle volken IOBDWEW
12.
dat (hij) redde arme schreeuw(t) om hulp en arme en (er is) niet hulp als
13.
(hij) had medelijden op armelijke en arme en zielen arme (mv) (hij) redde
14.
van midden en van roof (hij) verloste ziel (...) hen WIIQR bloed (...) hen bij (de) ogen (...) hem
15.
en leve! en (hij) gaf als van goud Scheba en (hij) bad bij (de) getuige (...) hem altijd alle vandaag IBRKNEW
16.
wees PXT graan bij (het) land bij (het) hoofd (hij) heeft opgetild (hij) maakte lawaai zoals Libanon stieren (...) hem WIßIßW merk(t) op zoals planten het land
17.
wees zijn naam aan eeuwigheid voor zon ININ zijn naam WITBRKW bij hem alle volken IASRWEW
18.
gezegende Jahweh God mijn God Israël (hij) heeft gedaan wonderen alleen hij
19.
en gezegende daar eer (...) hem aan eeuwigheid en (hij) was vol eer (...) hem (tot) alle het land amen! en amen!
20.
kunt! zoutloze (mv) oom zoon Isaï

Hoofdstuk 73

1.
lied aan Asaf maar goede aan Israël God aan graan (...) mij hart
2.
en ik zoals een beetje uitgestrekte voeten van als (er is) niet (zij) heeft gestort heil
3.
dat (ik) ben jaloers geweest BEWLLIM vrede slechte (mv) (ik) liet zien
4.
dat (er is) niet HRßBWT te sterven (...) hen WBRIA maar
5.
bij (de) werkzame mens zij zijn (er) niet (...) hem en met mens niet INCOW
6.
daarom ONQTMW hoogmoed IOÐP doorn roof voor hen
7.
uitgaande van melk OINMW (zij) zijn voorbijgegaan MSKIWT hart
8.
IMIQW en (zij) spraken bij (het) kwaad afzetterij van hoogte (zij) spraken
9.
(zij) hebben gelegd bij (de) hemel monden (...) hen en tong (...) hen (jij) ging bij (het) land
10.
daarom (hij) gaf terug met hem hierheen en water van (hij) is vol geweest IMßW voor hen
11.
en (zij) hebben gesproken hoe? (hij) heeft geweten naar en er is mening bij (de) hoogste
12.
hier is deze slechte (mv) en kwartels van eeuwigheid bereik! (...) hem macht
13.
maar lege (ik) heb gereinigd hart (...) mij WARHß bij (de) zindelijkheid zoals mond van
14.
en (ik) was er (wij) stierven alle vandaag en terechtwijzing (...) mij aan rundvee-en
15.
als (ik) heb gesproken (ik) vertelde (er)naar zoals hier is generatie zonen (...) jou BCDTI
16.
en (ik) berekende (er)naar te weten deze werkzame zij bij bestudeer!
17.
tot (ik) kwam naar heilig(t) (...) mij naar wenst! LAHRITM
18.
maar bij (de) gladde (mv) (jij) legde voor hen (jullie) hebben laten vallen LMSWAWT
19.
waar ben jij? (zij) zijn geweest aan haar naam zoals ogenblik voegt toe! (zij) hebben zich verbaasd vanuit panische angsten
20.
zoals droom om wakker te worden liggers van bij (de) stad beeld (...) hen (jij) minachtte
21.
dat ITHMß hart (...) mij en nieren (...) mij ASTWNN
22.
en ik onwetende noch (ik) wist reuzendier (ik) ben geweest met jou
23.
en ik altijd met jou (jij) hebt gegrepen bij (de) hand rechterhanden van
24.
bij (de) raad (...) jou (zij) rustte (...) mij en andere eer (jij) nam (...) mij
25.
water van aan mij bij (de) hemel en met jou niet (ik) heb gewenst bij (het) land
26.
schoondochter resten van en hart (...) mij rots hart (...) mij en verdeel! God aan eeuwigheid
27.
dat hier is afstanden (...) jou (zij) gingen verloren EßMTE alle hoereer(t) (van)uit jou
28.
en ik (jij) hebt nader gebracht God aan mij goede schering bij (de) liggers van Jahweh dekking-en van te vertellen alle handwerken (...) jou

Hoofdstuk 74

1.
ontwikkeld mens aan Asaf waarom God (jij) hebt opgegeven uiteindelijk (hij) heeft gemaakt (...) hen neus (...) jou bij (het) kleinvee van vriendin (...) jou
2.
man getuige (...) jou (jij) hebt gekocht voorkant (jij) hebt verlost stam (jij) hebt verworven (...) jou heuvel Sion dit (jij) hebt gewoond bij hem
3.
(zij) heeft opgetild keren (...) jou LMSAWT overwinning alle juich! vijand bij (de) heiligheid
4.
(zij) hebben gebruld bundel! (...) jou te midden van ontmoeting (...) jou zijn naam letter (...) hen tekens
5.
(hij) werd bekend als breng(t) aan hoogte bij (het) dicht gewas boom QRDMWT
6.
en tijd PTWHIE samen BKSIL WKILPWT IELMWN
7.
zendt weg! (hij) is verrot heilig(t) (...) jou aan land ontheiligt! residentie naam (...) jou
8.
(zij) hebben gesproken bij (het) hart (...) hen NINM samen verbrandt! alle ontmoetingen van naar bij (het) land
9.
tekens (...) ons niet (wij) hebben gezien (er is) niet nog (eens) profeet noch (met) ons (hij) heeft geweten tot wat?
10.
tot wanneer? God (hij) beledigde smalle (hij) smaadde vijand naam (...) jou uiteindelijk
11.
waarom (jij) gaf terug hand (...) jou en rechterhand (...) jou nastaande HWQK schoondochter
12.
en God heers! van voorkant daad verlossingen te midden van het land
13.
(met) haar PWRRT bij (de) kracht (...) jou zee (jij) hebt gebroken hoofden van krokodillen op het water
14.
(met) haar RßßT hoofden van zeemonster TTNNW voedsel aan volk aan vloten
15.
(met) haar BQOT bestudeer(t) en wadi (met) haar (jij) hebt laten opdrogen rivieren sterke
16.
aan jou dag neus aan jou nacht (met) haar (jij) hebt bereid licht en zon
17.
(met) haar (jij) hebt opgesteld alle grenzen land zomer en beledig! (met) haar (jullie) hebben geschapen
18.
man deze vijand beledig! Jahweh en met harp (zij) hebben gesmaad naam (...) jou
19.
naar te geven (...) hen aan dier van ziel verspied! (...) jou dier van armen (...) jou naar (jij) liet vergeten uiteindelijk
20.
kijk! aan verbond dat (zij) zijn vol geweest van duisternissen van land passende roof
21.
naar inwoner onderdrukte (wij) konen (...) hen arme en arme (zij) zullen loven naam (...) jou
22.
hoogte God twist! (er)naar twist! (...) jou man (jij) hebt beledigd (...) jou van mij harp alle vandaag
23.
naar (jij) liet vergeten klank bundel! (...) jou draagt! (...) hen staan op (...) jou blad altijd

Hoofdstuk 75

1.
aan dirigent naar (jij) bedierf lied aan Asaf lied
2.
(wij) hebben bedankt aan jou God (wij) hebben bedankt en verwant naam (...) jou vertelt! NPLAWTIK
3.
dat (ik) nam ontmoeting ik effenen ASPÐ
4.
NMCIM land en alle naar inwoners ik TKNTI naar staanders (slot)
5.
(ik) heb gesproken LEWLLIM naar TELW en aan slechtheden naar (jullie) tilden op hoorn
6.
naar (jullie) tilden op aan hoogte hoorn (...) jullie (jullie) spraken bij (de) hals enorme
7.
dat niet MMWßA WMMORB noch van woestijn (hij) heeft opgetild
8.
dat God rechter dit (hij) vernederde en dit (hij) tilde op
9.
dat beker bij (de) hand Jahweh en wijn klei (hij) is vol geweest scherm en (hij) woonde hiervandaan maar bewaar! (er)naar IMßW (zij) dronken alle slechtheden van land
10.
en ik (ik) vertelde aan eeuwigheid (ik) zong (er)naar aan mijn God Jakob
11.
en alle groeie! slechte (mv) ACDO TRWMMNE hoornen rechtvaardige

Hoofdstuk 76

1.
aan dirigent BNCINT lied aan Asaf lied
2.
(wij) werden bekend bij Juda God bij Israël grote zijn naam
3.
en wees bij (de) gehele XWKW en van misdaad (...) hem bij Sion
4.
daarnaar (-s) (hij) heeft gebroken RSPI boog schild en zwaard en strijd (slot)
5.
NAWR (met) haar geweldige MERRI prooi
6.
ASTWLLW ridders van hart NMW jaren (...) hen noch (zij) hebben gevonden alle mens (...) mij macht handen (...) hen
7.
MCORTK mijn God Jakob (wij) daalden (...) hen en wagen en paard
8.
(met) haar ontzagwekkende (met) haar en water van (hij) stond vast voor jou van destijds neus (...) jou
9.
van hemel (jij) hebt laten horen gerecht land vrees en (zij) is stil geweest
10.
bij sta op! aan rechtsregel God te redden alle nederigen van land (slot)
11.
dat leren zak mens (zij) bedankte (...) jou rest leren zak (zij) omgordde
12.
(zij) hebben gelofte afgelegd en betaalt! aan Jahweh jullie God alle rondom hem IBILW SI aan vrees
13.
(hij) plukte druiven wind leiders ontzagwekkende aan koningen van land

Hoofdstuk 77

1.
aan dirigent op IDITWN aan Asaf lied
2.
klanken van naar God WAßOQE klanken van naar God en (hij) heeft geluisterd naar mij
3.
bij (de) dag ellende (...) mij liggers van (ik) heb uitgelegd handen van nacht NCRE noch TPWC (zij) heeft geweigerd (is het zo) dat (wij) waren bronstig ziel (...) mij
4.
herdenkingsplechtigheid God WAEMIE (ik) sprak (er)naar WTTOÐP wind (...) mij (slot)
5.
(jij) hebt gegrepen dat bittere (mv) bestudeer! NPOMTI noch (ik) sprak
6.
(ik) heb gedacht dagen van voorkant jaren eeuwigheden
7.
herdenkingsplechtigheid NCINTI bij (de) nacht met hart (...) mij (ik) sprak (er)naar WIHPS wind (...) mij
8.
ELOWLMIM IZNH liggers van noch (hij) zal toevoegen LRßWT nog (eens)
9.
de niets uiteindelijk genade (...) hem einde woord aan generatie en generatie
10.
(is het zo) dat laat vergeten! HNWT naar als QPß bij (de) neus baarmoeders (...) hem (slot)
11.
en woord HLWTI zij jaren rechterhand hoogste
12.
AZKIR daden van God dat herdenkingsplechtigheid van voorkant wonder (...) jou
13.
en (ik) heb uitgesproken in alle daad (...) jou en bij (de) daden (...) jou (ik) sprak (er)naar
14.
God bij (de) heiligheid weg (...) jou water van naar grote zoals God
15.
(met) haar deze (hij) heeft gedaan wonder (jij) hebt meegedeeld bij (de) volkeren kracht (...) jou
16.
(jij) hebt verlost bij (de) arm met jou bouw! Jakob en Jozef (slot)
17.
(zij) hebben gezien (...) jou water God (zij) hebben gezien (...) jou water IHILW neus (zij) waren boos TEMWT
18.
ZRMW water wolken klank (zij) hebben gegeven wolken neus HßßIK (zij) wandelden rond
19.
klank ROMK bij (de) Gilgal (zij) hebben verlicht flitsen wereld (zij) is boos geweest en (zij) maakte lawaai het land
20.
bij (de) zee weg (...) jou WSBILIK bij (het) water twisten en voetstappen (...) jou niet (wij) wisten (...) hem
21.
NHIT zoals kleinvee met jou bij (de) hand Mozes en Aäron

Hoofdstuk 78

1.
ontwikkeld mens aan Asaf (zij) heeft geluisterd met mij Wetboek (...) mij (zij) zijn omgebogen oor (...) jullie aan Amoriet mond van
2.
(ik) deed open (er)naar bij (de) heerser mond van ABIOE HIDWT van mij voorkant
3.
die (wij) hebben toegehoord en (wij) wisten (...) hen en vaders-en (...) ons vertelt! aan ons
4.
niet (wij) verborgen van zonen (...) hen te wonen laatste vertellen lofliederen Jahweh WOZWZW WNPLATIW die (hij) heeft gedaan
5.
en (hij) stond op getuigenis bij Jakob en Wetboek daar bij Israël die geef opdracht! (tot) vaders-en (...) ons mee te delen (...) hen aan zonen (...) hen
6.
opdat (zij) hebben geweten generatie laatste zonen (zij) zijn geboren (zij) wraakten en (zij) vertelden aan zonen (...) hen
7.
en (zij) plaatsten bij God KXLM noch (zij) lieten vergeten daden van naar en voorschriften (...) hem INßRW
8.
noch (zij) waren zoals vaders (...) hen generatie opstandige en bittere generatie niet (hij) heeft voorbereid zijn hart noch loyale (tot) naar wind (...) hem
9.
bouw! Efraïm kus(t) (...) mij ben hoog! boog (zij) hebben omgekeerd bij (de) dag binnenste
10.
niet bewaart! verbond God en bij (het) Wetboek (...) hem (zij) hebben geweigerd te gaan
11.
en (zij) lieten vergeten daden (...) hem en wonderen (...) hem die (hij) heeft laten zien (...) hen
12.
tegenover vaders (...) hen (hij) heeft gedaan wonder bij (het) land Egypte veld Zoan
13.
BQO zee en (hij) bracht over (...) hen en zet vast! water zoals dolende
14.
en (hij) troostte bij (de) wolk dag (...) hen en alle de nacht bij (het) licht vuur
15.
IBQO smalle (mv) bij (de) woestijn en (hij) gaf te drinken KTEMWT veelheid
16.
en (hij) bracht naar buiten NWZLIM van rots en (hij) werd naar beneden gehaald zoals rivieren water
17.
en (zij) voegden toe nog (eens) te zondigen als tot van Ruth hoogste naar bij (de) vloot
18.
en (zij) vluchtten naar bij (het) hart (...) hen te vragen eten aan ziel (...) hen
19.
en (zij) spraken bij God (zij) hebben gesproken (is het zo) dat (hij) zal kunnen naar aan waarde tafel bij (de) woestijn
20.
èn (hij) heeft geslagen rots en (zij) vloeiden water en wadi's ISÐPW ook? brood (hij) zal kunnen te geven als (hij) bereidde voor rest aan zijn volk
21.
daarom nieuws Jahweh WITOBR en vuur (wij) gaven te drinken bij Jakob en ook neus blad bij Israël
22.
dat niet (zij) hebben geloofd bij God noch (zij) hebben zich verzekerd bij (de) verlossing (...) hem
23.
en (hij) gaf opdracht wolken boven en deur (...) mij hemel opening
24.
WIMÐR op hen vanuit aan eten en graan hemel (hij) heeft gegeven voor hen
25.
brood ridders eten man naar jacht wapen aan hen aan zeven
26.
IXO Oosten bij (de) hemel en (hij) bestuurde bij (de) kracht (...) hem Zuiden
27.
WIMÐR op hen zoals stof rest WKHWL dagen vogel vleugel
28.
en (hij) liet vallen te midden van kamp (...) hem rondom tot van buurvrouwen (...) hem
29.
en (zij) aten en (zij) waren verzadigd zeer en begeertes (...) hen (hij) kwam aan hen
30.
niet (zij) hebben uitgestrooid van begeertes (...) hen nog (eens) eten (...) hen bij (de) monden (...) hen
31.
en neus God blad bij hen en (hij) doodde BMSMNIEM en jongemannen van Israël EKRIO
32.
in alle deze (zij) hebben gezondigd nog (eens) noch (zij) hebben geloofd BNPLAWTIW
33.
en (hij) heeft gekund bij (de) damp dagen (...) hen en jaren (...) hen BBELE
34.
als (hij) heeft gedood (...) hen WDRSWEW en woont! en dageraad (...) hem naar
35.
en (zij) herinnerden zich dat God rots (...) hen en naar hoogste wreker (...) hen
36.
WIPTWEW bij (de) monden (...) hen en bij (de) tong (...) hen (zij) logen als
37.
en hart (...) hen niet juiste met hem noch (wij) hebben redevoering gehouden bij (het) verbond (...) hem
38.
en hij barmhartige (hij) verzoende vijandige noch (hij) maakte kapot en veel terug te geven neus (...) hem noch (hij) merkte op alle woede (...) hem
39.
en (hij) herinnerde zich dat vlees deze (mv) wind ga(a)(t) noch (hij) blies
40.
zoiets IMRWEW bij (de) woestijn IOßIBWEW bij (zij) plaatsten (...) hen
41.
en (zij) keerden terug en (zij) vluchtten naar en heilige Israël ETWW
42.
niet (zij) hebben zich herinnerd (tot) (hij) bedankte dag die PDM van mij smalle
43.
die daar bij Egypte tekens (...) hem en wondertekenen (...) hem bij (het) veld Zoan
44.
en (hij) keerde om aan bloed rivieren (...) hen WNZLIEM echtgenoot ISTIWN
45.
(hij) zond weg bij hen aangename en (hij) at (...) hen en kikker en (jij) maakte kapot (...) hen
46.
en (hij) gaf LHXIL (hij) verwelkte (...) hen en moeite (...) hen aan sprinkhaan
47.
(hij) doodde bij (de) hagel wijnstok (...) hen WSQMWTM BHNML
48.
en (hij) sloot aan hagel bij (de) stad (...) hen en van nesten (...) hen LRSPIM
49.
(hij) zond weg in hen woede neus (...) hem (zij) is voorbijgegaan en woede en ellende zend(t) weg boodschappers van kwaden
50.
IPLX baan aan neus (...) hem niet duisternis om te sterven ziel (...) hen en dieren (...) hen te spreken (hij) heeft in quarantaine gebracht
51.
en (hij) sloeg alle eerstgeborene bij Egypte begin krachten bij (de) tenten van hete
52.
en (hij) reisde zoals kleinvee met hem en (hij) bestuurde (...) hen zoals kudde bij (de) woestijn
53.
en (hij) troostte zich te verzekeren noch (zij) zijn bang geweest en (tot) vijanden (...) hen bedek! de zee
54.
en (hij) bracht (...) hen naar grens (zij) hebben geheiligd heuvel dit (zij) heeft gekocht dagen (...) ons
55.
en (hij) verjoeg van aanzichten (...) hen volken en (hij) liet vallen (...) hen bij (het) koord erfgoed en jullie zijn er bij (de) tenten (...) hen stammen van Israël
56.
en (zij) vluchtten en (zij) verbitterden (tot) God hoogste en getuigen (...) hem niet bewaart!
57.
WIXCW WIBCDW zoals vaders (...) hen (zij) zijn veranderd zoals boog bedrog
58.
WIKOIXWEW bij (de) verhogingen (...) hen WBPXILIEM IQNIAWEW
59.
nieuws God WITOBR en (hij) verafschuwde zeer bij Israël
60.
en (hij) gaf op residentie kwartel tent buurman bij (de) mens
61.
en (hij) gaf aan gevangenschap kracht (...) hem en glans (...) hem bij (de) hand smalle
62.
en (hij) sloot aan zwaard met hem en bij (het) erfgoed (...) hem (is het zo) dat (zij) ging voorbij
63.
jongemannen (...) hem (zij) heeft gegeten vuur en maagd-en (...) hem niet EWLLW
64.
priesters (...) hem bij (het) zwaard ga(a)t neer! en weduwe-en (...) hem niet (jullie) weenden
65.
en (hij) is wakker geworden als er is (...) hen liggers van zoals held MTRWNN van wijn
66.
en (hij) sloeg vijanden (...) hem achterzijde (jij) hebt beledigd eeuwigheid (hij) heeft gegeven voor hen
67.
en (hij) verafschuwde bij (de) tent Jozef en bij (de) stam Efraïm niet (hij) heeft gekozen
68.
en (hij) koos (tot) stam Juda (tot) heuvel Sion die (hij) heeft liefgehad
69.
en (hij) bouwde zoals zijn hoog heilig(t) (...) hem zoals land (zij) heeft gevestigd aan eeuwigheid
70.
en (hij) koos bij (de) oom (zij) hebben gewerkt en (zij) namen (...) hem MMKLAT kleinvee
71.
van andere beklimmingen (zij) hebben gebracht te achtervolgen bij Jakob met hem en met Israël erfgoed (...) hem
72.
en (hij) achtervolgde (...) hen zoals onschuldige hart (...) hem en bij (de) wijsheden lepels (...) hem (hij) troostte

Hoofdstuk 79

1.
lied aan Asaf God (zij) zijn gekomen volken bij (jij) hebt verworven (...) jou verklaart onrein! (tot) paleis heiligheid (...) jou zijn naam (tot) Jeruzalem LOIIM
2.
(zij) hebben gegeven (tot) (jij) bent verwelkt slaven (...) jou voedsel te vliegen de hemel vlees getrouwe-en (...) jou te leven (...) hem land
3.
(zij) hebben gestort bloed (...) hen staan op omgevingen Jeruzalem en (er is) niet begraaf(t)
4.
(wij) zijn geweest schande aan buurmannen (...) ons spot WQLX LXBIBWTINW
5.
tot wat? Jahweh TANP uiteindelijk (jij) roeide uit zoals vuur (jij) bent jaloers geweest (...) jou
6.
monding leren zak (...) jou naar de volken die niet (zij) hebben geweten (...) jou en op van koninkrijk die bij (de) naam (...) jou niet (zij) hebben genoemd
7.
dat eten (tot) Jakob en (tot) woonplaats (...) hem de zijn naam
8.
naar (zij) herinnerde zich aan ons misdaad van eersten vlugge (zij) gingen voor (...) ons baarmoeders (...) jou dat (zij) hebben geput (...) ons zeer
9.
(wij) hebben geholpen mijn God redding (...) ons op woord eer naam (...) jou en (hij) heeft gered (...) ons en dorp op zondoffers (...) ons opdat naam (...) jou
10.
waarom (zij) spraken de volken waar? hun God (hij) werd bekend bij (de) dalen aan ogen (...) ons (jij) hebt gewroken bloed slaven (...) jou (is het zo) dat stort!
11.
(jij) kwam voor jou ANQT (ik) verwijderde zoals grootheid arm (...) jou EWTR bouw! (jij) stierf (er)naar
12.
en geef terug! aan buurmannen (...) ons (ik) ben verzadigd geweest (...) hen naar boezem (...) hen (jullie) hebben beledigd die beledigt! (...) jou liggers van
13.
en wij met jou en kleinvee van vriendin (...) jou (wij) bedankten aan jou aan eeuwigheid te wonen en generatie (wij) vertelden lof(lied) (...) jou

Hoofdstuk 80

1.
aan dirigent naar dat tweede (mv) getuigenis aan Asaf lied
2.
herder Israël (zij) heeft geluisterd (hij) heeft bestuurd zoals kleinvee Jozef inwoner de beelden van meerderheid EWPIOE
3.
voor Efraïm en Benjamin en Manasse OWRRE (tot) moed (...) jou en ga! (er)naar LISOTE aan ons
4.
God (hij) heeft teruggegeven (...) ons en verlicht! aanzichten (...) jou WNWSOE
5.
Jahweh God legers tot wanneer? OSNT bij (de) gebed van met jou
6.
(jullie) hebben gevoed brood traan WTSQMW bij (de) tranen SLIS
7.
(jij) plaatste (...) ons twist aan buurmannen (...) ons en vijanden (...) ons (zij) spotten voor hen
8.
God legers (hij) heeft teruggegeven (...) ons en verlicht! aanzichten (...) jou WNWSOE
9.
wijnstok van Egypte TXIO (jij) verjoeg volken WTÐOE
10.
(jij) hebt je gewend voor haar WTSRS naar wortels en (jij) was vol land
11.
(zij) hebben bedekt (hij) heeft opgetild naar schaduw en naar takken ceders van naar
12.
(jij) zond weg naar oogst tot zee en naar rivier IWNQWTIE
13.
waarom (jij) hebt doorgebroken richt een omheining op! (er)naar en (ik) dronk genoeg alle Hebreeër weg
14.
IKRXMNE HZIR van bos WZIZ Sjadai (hij) achtervolgde (...) haar
15.
God legers terugkeren toch kijk! van hemel en (hij) heeft gezien en opname wijnstok deze
16.
en noem! die (zij) heeft geplant rechterhand (...) jou en op zoon (jij) bent sterk geweest (er)naar aan jou
17.
(zij) heeft verbrand (hij) is verrot KXWHE MCORT aanzichten (...) jou (zij) gingen verloren
18.
(zij) was hand (...) jou op man rechterhand (...) jou op zoon mens (jij) bent sterk geweest aan jou
19.
noch NXWC (van)uit jou (zij) leefde (...) ons en bij (de) naam (...) jou (hij) is genoemd
20.
Jahweh God legers (hij) heeft teruggegeven (...) ons verlicht! aanzichten (...) jou WNWSOE

Hoofdstuk 81

1.
aan dirigent op ECTIT aan Asaf
2.
(is het zo) dat zing! (...) ons aan God OWZNW (zij) hebben gejuicht aan mijn God Jakob
3.
draagt! gezang en geeft! TP viool aangename met harp
4.
(zij) hebben geblazen bij (de) maand ramshoorn bij bedek! aan dag (wij) hebben een cirkel getrokken
5.
dat wet aan Israël hij rechtsregel aan mijn God Jakob
6.
getuigenis BIEWXP zijn naam bij uit te gaan (...) hem op land Egypte oever van niet (ik) heb geweten (ik) hoorde toe
7.
EXIRWTI MXBL dat (zij) zijn opgestaan lepels (...) hem van oom (jullie) troken door
8.
(zij) heeft druiven geplukt (jij) hebt genoemd WAHLßK AONK bij (het) geheim kwaad (...) hen ABHNK op water van om te twisten (er)naar (slot)
9.
nieuws met mij en (ik) getuigde (er)naar bij jou Israël als (jij) hoorde toe aan mij
10.
niet (hij) was bij jou naar krans noch (jij) boog je diep (er)naar tot God vreemde land
11.
ik Jahweh jouw God (is het zo) dat (hij) heeft ontvreemd (...) jou van land Egypte de breedte monden (...) jou WAMLAEW
12.
noch nieuws met mij aan klanken van en Israël niet (hij) heeft gewenst aan mij
13.
WASLHEW BSRIRWT hart (...) hen (zij) gingen BMWOßWTIEM
14.
als met mij nieuws aan mij Israël bij (de) wegen van (zij) gingen
15.
zoals een beetje vijanden (...) hen (ik) onderwierp en op vijanden (...) hen (ik) gaf terug handen van
16.
om te haten (...) mij Jahweh (zij) logen als en wees tijd (...) hen aan eeuwigheid
17.
en (zij) voedden (...) hem van melk tarwe en belegering honing ASBIOK

Hoofdstuk 82

1.
lied aan Asaf God opgesteld bij (de) getuige van naar te midden van God (hij) berechtte
2.
tot wanneer? (jullie) berechtten onrecht en aanzicht van slechte (mv) (jullie) droegen (slot)
3.
(zij) hebben berecht armelijke en wees arme en verover! (zij) hebben gelijk gegeven
4.
PLÐW armelijke en arme van hand slechte (mv) (zij) hebben gered
5.
niet (zij) hebben geweten noch (zij) begrepen naar bij (de) duisternis (zij) wandelden rond (zij) wankelden alle fundamenten van land
6.
ik (ik) heb gesproken God (met) hen en bouw! hoogste kun! (...) jullie
7.
werkelijk zoals mens (jullie) stierven (...) hen en zoals een (is het zo) dat zingen (jullie) vielen
8.
hoogte God (zij) heeft berecht het land dat (met) haar TNHL in alle de volken

Hoofdstuk 83

1.
lied lied aan Asaf
2.
God naar lijk! aan jou naar (jij) zult ploegen en naar TSQÐ naar
3.
dat hier is vijanden (...) jou IEMIWN WMSNAIK (zij) hebben gedragen hoofd
4.
op met jou IORIMW geheim en (zij) beraadslaagden op ßPWNIK
5.
(zij) hebben gesproken ga(a)t! WNKHIDM van volk noch (hij) herinnerde zich daar Israël nog (eens)
6.
dat NWOßW hart samen op jou verbond (zij) hakten af
7.
tenten van Edom WISMOALIM Moab en de vreemdelingen
8.
grens en Ammon en Amelek Filistea met inwoners van rots
9.
ook bevestiging (hij) heeft zich bijgevoegd volk (...) hen (zij) zijn geweest arm aan zonen van Lot (slot)
10.
(hij) heeft gedaan aan hen zoals Midian zoals Sisera als (hij) begreep bij (de) wadi Kison
11.
NSMDW bij (de) oog DAR (zij) zijn geweest bloed (...) hen aan aarde
12.
dat (zij) verbaasden zich NDIBIMW zoals aangename WKZAB WKZBH WKßLMNO alle NXIKIMW
13.
die (zij) hebben gesproken NIRSE aan ons (tot) passende God
14.
mijn God dat (zij) verbaasden zich zoals Gilgal zoals stro voor wind
15.
zoals vuur (jij) roeide uit bos WKLEBE TLEÐ (hij) heeft opgetild
16.
zo (zij) achtervolgden (...) hen bij (de) storm (...) jou WBXWPTK TBELM
17.
(hij) is vol geweest aanzichten (...) hen schande en (zij) zochten naam (...) jou Jahweh
18.
(zij) zijn droog geweest WIBELW tot aan tot en (zij) groeven en (zij) gingen verloren
19.
en (zij) hebben geweten dat (met) haar naam (...) jou Jahweh alleen jij hoogste op alle het land

Hoofdstuk 84

1.
aan dirigent op ECTIT aan zonen van ijs lied
2.
wat? IDIDWT van buurvrouwen (...) jou Jahweh legers
3.
NKXPE en ook (zij) is geëindigd ziel (...) mij aan grondgebieden Jahweh hart (...) mij en kondig aan! (zij) roddelden naar naar levende
4.
ook Zippor (zij) heeft gevonden huis en vrijheid nest aan haar die (zij) heeft gelegd APRHIE (tot) altaren (...) jou Jahweh legers heers! en mijn God
5.
heil bewoners van huis (...) jou nog (eens) (zij) zullen loven (...) jou (slot)
6.
heil mens OWZ als bij jou MXLWT bij (het) hart (...) hen
7.
Hebreeër bij (de) diepte EBKA bestudeer(t) ISITWEW ook gelukwensen IOÐE leraar
8.
(zij) gingen van macht naar macht vrees naar God bij Sion
9.
Jahweh God legers (zij) heeft toegehoord gebed (...) mij (zij) heeft geluisterd mijn God Jakob (slot)
10.
schild (...) ons (hij) heeft gezien God en kijk! aanzicht van Messias (...) jou
11.
dat goede dag bij (de) dorpen (...) jou MALP (ik) heb gekozen EXTWPP bij (het) huis mijn God om te wonen bij (de) tenten van slechte
12.
dat zon en schild Jahweh God gratie en eer (hij) gaf Jahweh niet (hij) hield terug goede aan voorbijgangers bij (de) volledige
13.
Jahweh legers heil mens veiligheid bij jou

Hoofdstuk 85

1.
aan dirigent aan zonen van ijs lied
2.
RßIT Jahweh land (...) jou sabbat rust! Jakob
3.
(jij) hebt gedragen vijandige met jou (jij) hebt bedekt alle (jullie) hebben gezondigd (slot)
4.
(jij) hebt verzameld alle (jij) bent voorbijgegaan (...) jou ESIBWT van woede neus (...) jou
5.
terugkeren (...) ons mijn God redding (...) ons en de stier boosheid (...) jou met ons
6.
ELOWLM TANP bij ons (zij) trok neus (...) jou aan generatie en generatie
7.
toch? (met) haar (jij) blies (zij) leefde (...) ons en met jou (zij) maakten blij bij jou
8.
(hij) heeft laten zien (...) ons Jahweh genade (...) jou en redding (...) jou te geven (...) hen aan ons
9.
(ik) hoorde toe (er)naar wat? (hij) sprak deze Jahweh dat (hij) sprak vrede naar met hem en naar getrouwe-en (...) hem en naar (zij) keerden terug LKXLE
10.
maar verwant LIRAIW redding (...) hem te behuizen eer bij (het) land (...) ons
11.
genade en waarheid (wij) ontmoetten (...) hem rechtvaardigheid en vrede (zij) hebben gekust
12.
waarheid van land (zij) groeide en rechtvaardigheid van hemel NSQP
13.
ook Jahweh (hij) gaf (de) goede en land (...) ons te geven (...) hen (hij) verwelkte (er)naar
14.
rechtvaardigheid voor hem (hij) ging en pas toe! aan weg keren (...) hem

Hoofdstuk 86

1.
gebed aan oom (hij) is omgebogen Jahweh oor (...) jou wolken van dat arme en arme ik
2.
(zij) heeft gehouden ziel (...) mij dat getrouwe ik Hosea slaaf (...) jou (met) haar mijn God (is het zo) dat vertrouw(t) naar jou
3.
Hanani liggers van dat naar jou (ik) werd genoemd alle vandaag
4.
maak blij! ziel slaaf (...) jou dat naar jou liggers van ziel (...) mij (ik) droeg
5.
dat (met) haar liggers van goede en (hij) heeft vergeven en meerderheid genade aan alle noem! (...) jou
6.
(zij) heeft geluisterd Jahweh gebed (...) mij en (zij) heeft opgelet bij (de) klank THNWNWTI
7.
bij (de) dag ellende (...) mij (ik) werd genoemd (...) jou dat (zij) antwoordde (...) mij
8.
(er is) niet zoals jij bij God liggers van en (er is) niet zoals daden (...) jou
9.
alle volken die (jij) hebt gedaan (zij) kwamen en (zij) bogen zich diep voor jou liggers van en (zij) waren zwaar aan naam (...) jou
10.
dat grote (met) haar en (hij) heeft gedaan wonderen (met) haar God alleen jij
11.
EWRNI Jahweh weg (...) jou (ik) ging bij (de) waarheid (...) jou samen hart (...) mij aan vrees naam (...) jou
12.
(ik) zal bedanken (...) jou liggers van mijn God in alle hart (...) mij en (ik) eerde (er)naar naam (...) jou aan eeuwigheid
13.
dat genade (...) jou grote op mij en (jij) hebt gered ziel (...) mij om te vragen in de plaats van haar
14.
God hoogmoedigen (zij) zijn opgestaan op mij en getuige van tirannen zoekt! ziel (...) mij noch zijn naam (...) jou tegen hen
15.
en (met) haar liggers van naar barmhartige en (zij) zijn gelegerd (...) hen lange neuzen en meerderheid genade en waarheid
16.
hoek naar mij en Hanani geef! kracht (...) jou te bewerken (...) jou en (zij) heeft gered tot zoon waarheid (...) jou
17.
(hij) heeft gedaan met mij letter aan goeds en (zij) lieten zien haat! en (zij) zijn droog geweest dat (met) haar Jahweh (jullie) hebben geholpen (...) mij en (jullie) hebben getroost (...) mij

Hoofdstuk 87

1.
aan zonen van ijs lied lied grondlegging (...) hem BERRI heiligheid
2.
(hij) heeft liefgehad Jahweh poorten van Sion van alle behuizen Jakob
3.
belangrijke (mv) woestijn bij jou stad naar God (slot)
4.
AZKIR snoeverij en Babel LIDOI hier is Filistea en smalle met Cusch dit kind daar
5.
en aan Sion (hij) sprak man en man kind bij haar en hij (hij) zette op (er)naar hoogste
6.
Jahweh (hij) vertelde bij (de) geschreven volkeren dit kind daar (slot)
7.
en zingen zoals doden alle bestudeer(t) (...) mij bij jou

Hoofdstuk 88

1.
lied lied aan zonen van ijs aan dirigent op MHLT te antwoorden ontwikkeld mens aan Heman de burgers van
2.
Jahweh mijn God verlossing (...) mij dag (ik) heb geschreeuwd bij (de) nacht tegenover jou
3.
(jij) kwam voor jou gebed (...) mij (hij) is omgebogen oor (...) jou aan gezang (...) mij
4.
dat zeven bij (de) medemensen ziel (...) mij en leef! te vragen (zij) zijn toegekomen
5.
NHSBTI met (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put (ik) ben geweest zoals man (er is) niet ram
6.
bij sterven vrije zoals doden lig neer! graf die niet (jullie) hebben je herinnerd nog (eens) en deze (mv) van hand (...) jou NCZRW
7.
dat geef! bij (de) put onderste (mv) BMHSKIM BMßLWT
8.
op mij (zij) heeft gesteund leren zak (...) jou en alle verbrijzelen (...) jou (jij) hebt geantwoord (slot)
9.
(is het zo) dat (jij) bent ver geweest MIDOI (van)uit mij dat geef! gruwelijkheid voor hen gevangenis noch (ik) ging uit
10.
bestudeer! DABE van mij arme (ik) heb genoemd (...) jou Jahweh in alle dag SÐHTI naar jou zoals mond van
11.
ELMTIM (jij) deed wonder als spoken (zij) stondden op (zij) bedankten (...) jou (slot)
12.
(is het zo) dat (hij) vertelde bij (het) graf genade (...) jou waarheid (...) jou bij (zij) zijn verloren gegaan (...) hen
13.
(is het zo) dat (hij) werd bekend bij (de) duisternis wonder (...) jou en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou bij (het) land naar vrouwen
14.
en ik naar jou Jahweh (ik) heb om hulp geschreeuwd en bij (het) rundvee gebed (...) mij (zij) ging voor (...) jou
15.
waarom Jahweh TZNH ziel (...) mij (jij) verborg aanzichten (...) jou (van)uit mij
16.
arme ik en sterf! schud(t) (ik) heb gedragen naties (...) jou APWNE
17.
op mij (zij) zijn voorbijgegaan HRWNIK bij verdraaie! (...) jou ßMTWTNI
18.
XBWNI staan op alle vandaag EQIPW op mij samen
19.
(is het zo) dat (jij) bent ver geweest (van)uit mij (hij) heeft liefgehad en kwaad MIDOI van duisternis

Hoofdstuk 89

1.
ontwikkeld mens aan sterke de burgers van
2.
genade-en van Jahweh eeuwigheid (ik) zong (er)naar aan generatie en generatie (ik) deelde mee waarheid (...) jou bij (de) mond van
3.
dat (ik) heb gesproken eeuwigheid genade (hij) bouwde hemel (jij) bereidde waarheid (...) jou bij hen
4.
hak af! verbond LBHIRI (ik) heb gezworen aan oom werk!
5.
tot eeuwigheid (ik) bereidde voor nakomelingen (...) jou en (ik) heb gebouwd aan generatie en generatie stoel (...) jou (slot)
6.
en (zij) bedankten hemel wonder (...) jou Jahweh neus waarheid (...) jou bij (de) menigte heiligheden
7.
dat water van bij (de) wolk (hij) ordende aan Jahweh (hij) leek aan Jahweh bij bouw! machten
8.
naar NORß bij (het) geheim heiligheden veelheid en ontzagwekkende op alle rondom hem
9.
Jahweh mijn God legers water van zoals jij zoek bescherming! (...) hen God en waarheid (...) jou omgevingen (...) jou
10.
(met) haar heers(t) bij (de) hoogmoed van de zee bij (het) (het) niets hopen (...) hem (met) haar TSBHM
11.
(met) haar DKAT zoals dode snoeverij bij (de) arm kracht (...) jou PZRT vijanden (...) jou
12.
aan jou hemel neus aan jou land wereld en (zij) is vol geweest (met) haar (jullie) hebben gevestigd
13.
Noorden en rechterhand (met) haar (jullie) hebben geschapen Thabor en Hermon bij (de) naam (...) jou (zij) roddelden
14.
aan jou arm met moed TOZ hand (...) jou (jij) was hoog rechterhand (...) jou
15.
rechtvaardigheid en rechtsregel plaats stoel (...) jou genade en waarheid (zij) gingen voor aanzichten (...) jou
16.
heil het volk (hij) heeft geweten (...) mij gejubel Jahweh bij (het) licht aanzichten (...) jou (zij) gingen (...) hen
17.
bij (de) naam (...) jou (zij) verheugden zich (...) hen alle vandaag en bij (de) weldadigheid (...) jou (zij) waren hoog
18.
dat glans OZMW (met) haar en bij (de) wil (...) jou (jij) tilde op hoornen (...) ons
19.
dat aan Jahweh schild (...) ons en aan heilige Israël (wij) hebben geheerst
20.
destijds woord van bij (het) visioen aan getrouwe-en (...) jou en (jij) sprak (ik) ben gelijk geweest hulp op held de wormen-en (...) mij jongeman bij vandaan
21.
(ik) heb gevonden oom werk! bij (de) olie heilig! zalven (...) hem
22.
die handen van (jullie) sloegen (...) hen met hem neus ZRWOI (jij) was sterk (...) ons
23.
niet ISIA vijand bij hem en zoon ga(a)(t) op niet (hij) antwoordde (...) ons
24.
WKTWTI van aanzichten (...) hem vijanden (...) hem WMSNAIW (ik) sloeg
25.
en waarheid (...) mij en genade-en van met hem en bij (de) namen van (jij) was hoog (zij) zijn gegroeid
26.
en (ik) heb geplaatst bij (de) zee (hij) bedankte en bij (de) rivieren dagen (...) ons
27.
hij (hij) noemde (...) mij vader (met) haar naar mij en rots verlossing (...) mij
28.
neus ik eerstgeborene (ik) gaf (...) hem hoogste aan koningen van land
29.
aan eeuwigheid (ik) hield als genade-en van en verbonden van NAMNT als
30.
en (ik) heb geplaatst voor altijd (zij) hebben gezaaid en stoel (...) hem zoals dagen van hemel
31.
als (zij) verlieten zonen (...) hem Wetboek (...) mij en bij (de) rechtsregels van niet (zij) gingen (...) hen
32.
als grondwet (...) mij (zij) ontheiligden en voorschrift (...) mij niet (zij) bewaarden
33.
en (ik) heb bekeken bij (de) stam misdaad (...) hen en bij (de) plagen misdaad (...) hen
34.
en genade-en van niet APIR van volk (...) hem noch (ik) loog bij (de) waarheid (...) mij
35.
niet (ik) ontheiligde verbonden van en word(t) tevoorschijn gehaald lippen van niet ASNE
36.
één (ik) heb gezworen bij heilig! als aan oom (ik) loog
37.
(zij) hebben gezaaid aan eeuwigheid (hij) was en stoel (...) hem zoals zon tegenover mij
38.
zoals maan (zij) sloegen (...) hen eeuwigheid en tot bij (de) wolk loyale (slot)
39.
en (met) haar (jij) hebt opgegeven en (jij) verafschuwde ETOBRT met Messias (...) jou
40.
NARTE verbond slaaf (...) jou HLLT aan land (zij) zich vervreemd
41.
(jij) hebt doorgebroken alle omheiningen (...) hem (jij) hebt geplaatst vestingen (...) hem (zij) heeft uitgewist
42.
SXEW alle Hebreeër weg (hij) is geweest schande aan buurmannen (...) hem
43.
de wormen-en rechterhand vijanden (...) hem (is het zo) dat (jij) bent blij geweest alle vijanden (...) hem
44.
neus (jij) gaf terug rots (zij) zijn vernield noch (is het zo) dat (jij) hebt gehandhaafd (...) hem bij (de) strijd
45.
zet stop! zuiver(t) zich (...) hem en stoel (...) hem aan land MCRTE
46.
EQßRT dagen van OLWMIW EOÐIT op hem schande (slot)
47.
tot wat? Jahweh (jij) zult bestrijden uiteindelijk (jij) roeide uit zoals vuur leren zak (...) jou
48.
man ik wat? HLD op wat? (het) niets (jij) hebt geschapen alle bouw! mens
49.
water van man (hij) leefde noch vrees dood (hij) redde ziel (...) hem van hand dodenrijk (slot)
50.
waar? genade-en (...) jou de eersten liggers van (jij) hebt gezworen aan oom bij (de) waarheid (...) jou
51.
man liggers van (jij) hebt beledigd slaven (...) jou te dragen (...) mij bij (de) boezems van alle twisten volkeren
52.
die beledigt! vijanden (...) jou Jahweh die beledigt! kromme (mv) Messias (...) jou
53.
gezegende Jahweh aan eeuwigheid amen! en amen!

Hoofdstuk 90

1.
gebed aan Mozes man naar God liggers van van vijandige (met) haar (jij) bent geweest aan ons bij (de) generatie en generatie
2.
voordat (hij) heeft opgetild helpt bij de geboorte! WTHWLL land en wereld en van eeuwigheid tot eeuwigheid (met) haar naar
3.
(jij) woonde mens tot DKA en (jij) sprak keert terug! bouw! mens
4.
dat duizend twee bij (de) ogen (...) jou zoals dag gisteren dat (hij) ging voorbij en (ik) hield (er)naar bij (de) nacht
5.
ZRMTM jaar (zij) waren bij (het) rundvee zoals hooi IHLP
6.
bij (het) rundvee IßIß WHLP aan aangename IMWLL en droogte
7.
dat (wij) zijn geëindigd bij (de) neus (...) jou en bij (de) leren zak (...) jou (wij) zijn geschrokken
8.
Set misdaden (...) ons tegen jou eeuwigheid (...) ons aan licht aanzichten (...) jou
9.
dat alle dagen (...) ons (zij) hebben zich gewend bij (jij) bent voorbijgegaan (...) jou (wij) zijn geëindigd jaren (...) ons zoals (hij) heeft uitgesproken
10.
dagen van SNWTINW bij hen zeventig jaar en als bij (de) moed van tachtig jaar en snoeverij (...) hen werkzame en kracht dat CZ HIS WNOPE
11.
water van (hij) werd bekend kracht neus (...) jou WKIRATK (jij) bent voorbijgegaan (...) jou
12.
op te noemen dagen (...) ons zo deel mee! en (hij) heeft geprofeteerd hart wijsheid
13.
naar terugkeren Jahweh tot wanneer? en geef rust! (...) hen op slaven (...) jou
14.
(wij) zijn verzadigd geweest bij (het) rundvee genade (...) jou en (wij) roddelden (er)naar en (wij) maakten blij (er)naar in alle dagen (...) ons
15.
(wij) zijn blij geweest als (hij) stierf (jij) hebt geantwoord (...) ons jaren (wij) hebben gezien herder
16.
vrees naar slaven (...) jou daad (...) jou en de weg op zonen (...) hen
17.
en wees aangenaamheid liggers van onze God op ons en Mozes (zij) berechtten (zij) heeft opgezet op ons en Mozes (zij) berechtten (zij) heeft opgezet (...) hem

Hoofdstuk 91

1.
inwoner bij (het) geheim hoogste bij (de) schaduw Sjadai ITLWNN
2.
woord aan Jahweh dekking-en van WMßWDTI mijn God (ik) verzekerde me bij hem
3.
dat hij (hij) redde (...) jou van valstrik IQWS woestijn verderf
4.
BABRTW (hij) goot uit aan jou en in de plaats van vleugels (...) hem (jij) zocht bescherming schild WXHRE moeder (...) hem
5.
niet (je) zult vrezen ben(t) bang nacht (hij) heeft vermorzeld (hij) vloog dag (...) hen
6.
woestijn bij (de) donkere (hij) ging MQÐB ISWD middag
7.
(je) zult vallen vesting (...) jou duizend en tienduizend van rechterhand (...) jou naar jou niet (hij) is genaderd
8.
lege bij (de) ogen (...) jou (jij) keek en (jij) bent volledig geweest slechte (mv) (jij) liet zien
9.
dat (met) haar Jahweh dekking-en van hoogste (jij) hebt geplaatst van misdaad (...) jou
10.
niet vijg naar jou herder en plaag niet (hij) bracht nader bij (ik) ging
11.
dat boodschappers (...) hem (hij) gaf opdracht aan jou te bewaren (...) jou in alle wegen (...) jou
12.
op lepels ISAWNK opdat niet TCP bij (de) steen voet (...) jou
13.
op leeuw WPTN (zij) woonde (...) jou TRMX jonge leeuw en krokodil
14.
dat bij mij verlangen WAPLÐEW ASCBEW dat (hij) heeft geweten namen van
15.
(hij) noemde (...) mij en (ik) antwoordde (...) hem met hem ik (zij) heeft druiven geplukt AHLßEW WAKBDEW
16.
lange dagen ASBIOEW en (ik) liet zien (...) hem bij (de) verlossing (...) mij

Hoofdstuk 92

1.
lied lied aan dag zet stop!
2.
goede te bedanken aan Jahweh en te zingen aan naam (...) jou hoogste
3.
te vertellen bij (het) rundvee genade (...) jou en waarheid (...) jou bij (de) nachten
4.
op mij decennium en op mij harp op mij ECIWN bij (de) viool
5.
dat (jullie) zijn blij geweest (...) mij Jahweh bij (de) daad (...) jou bij (de) daden van handen (...) jou (ik) roddelde
6.
wat? (zij) zijn gegroeid daden (...) jou Jahweh zeer (zij) zijn diep geweest MHSBTIK
7.
man onwetende niet (hij) heeft geweten en dwaas niet (hij) begreep (tot) deze
8.
bij (de) bloem slechte (mv) zoals planten WIßIßW alle daden van kracht LESMDM tot aan tot
9.
en (met) haar hoogte aan eeuwigheid Jahweh
10.
dat hier is vijanden (...) jou Jahweh dat hier is vijanden (...) jou (zij) gingen verloren ITPRDW alle daden van kracht
11.
en (zij) was hoog zoals spiegel (...) hen groeie! niet bij (de) olie frisse
12.
WTBÐ bestudeer! bij (de) ossen van bij staan op op mij van kwaden (jij) hoorde toe (...) haar oren van
13.
rechtvaardige zoals dadel (hij) bloeide zoals ceder bij (de) Libanon ISCE
14.
dat hangen op bij (het) huis Jahweh bij (de) grondgebieden onze God IPRIHW
15.
nog (eens) INWBWN bij (de) ouderdom vette (mv) en frisse (mv) (zij) waren
16.
te vertellen dat rechte Jahweh rotsen van noch (zij) is opgegaan bij hem

Hoofdstuk 93

1.
Jahweh koning hoogmoed van (hij) heeft zich bekleed (hij) heeft zich bekleed Jahweh kracht (hij) heeft zich uitgerust neus (jullie) sloegen (...) hen wereld echtgenoot (jij) wankelde
2.
juiste stoel (...) jou van destijds van eeuwigheid (met) haar
3.
(zij) hebben gedragen rivieren Jahweh (zij) hebben gedragen rivieren klank (...) hen (zij) droegen rivieren onderdrukte (mv)
4.
van vlotte (mv) water twisten geweldige (mv) verbrijzel(t) (...) mij zee geweldige bij (de) hoogte Jahweh
5.
getuigen (...) jou (wij) hebben redevoering gehouden zeer aan huis (...) jou lieflijke heiligheid Jahweh aan lange dagen

Hoofdstuk 94

1.
naar wraak-en Jahweh naar wraak-en EWPIO
2.
(de) verheven rechter het land geef terug! vergeld! op verhef je! (...) hen
3.
tot wanneer? slechte (mv) Jahweh tot wanneer? slechte (mv) (zij) waren vrolijk
4.
IBIOW (zij) spraken enorme ITAMRW alle daden van kracht
5.
met jou Jahweh IDKAW en (jij) hebt verworven (...) jou (zij) antwoordden
6.
weduwe en vreemdeling (zij) doodden en wezen (zij) vermoordden
7.
en (zij) spraken niet vrees God noch (hij) begreep mijn God Jakob
8.
bij (de) doffer (...) hem bij (de) steden bij (het) volk en dwazen wanneer? (jullie) werden wijs
9.
(is het zo) dat (hij) heeft geplant oor toch? (hij) hoorde toe als fabriceer! oog toch? (hij) keek
10.
(is het zo) dat (hij) week af volken toch? (hij) bewees (is het zo) dat onderwijs(t) mens kennis
11.
Jahweh (hij) heeft geweten berekenen mens dat deze (mv) damp
12.
heil de man die TIXRNW God en van Wetboek (...) jou (jij) onderwees (...) ons
13.
LESQIÐ als wateren van kwaad tot (hij) groef aan slechte kuil
14.
dat niet (hij) gaf op Jahweh met hem en erfgoed (...) hem niet (hij) verliet
15.
dat tot rechtvaardigheid (hij) blies rechtsregel en na hem alle effen! hart
16.
water van (hij) wraakte aan mij met van kwaden water van (hij) stelde zich op aan mij met daden van kracht
17.
indien niet Jahweh (jij) hebt geholpen (er)naar aan mij zoals een beetje buurvrouw lijk(t) ziel (...) mij
18.
als (ik) heb gesproken stam voeten van genade (...) jou Jahweh IXODNI
19.
bij (de) meerderheid SROPI bij breng nader! TNHWMIK ISOSOW ziel (...) mij
20.
(is het zo) dat (hij) sloot zich aan (...) jou stoel verderf fabriceer! werkzame op mij wet
21.
ICWDW op ziel rechtvaardige en bloed schone IRSIOW
22.
en wees Jahweh aan mij aan toevluchtsoord en mijn God aan rots dekking-en van
23.
en inwoner op hen (tot) kracht (...) hen en bij (de) medemensen (...) hen IßMITM IßMITM Jahweh onze God

Hoofdstuk 95

1.
ga(a)t! (wij) roddelden (er)naar aan Jahweh (wij) juichten (er)naar aan rots redding (...) ons
2.
NQDME aanzichten (...) hem bij (de) dank bij (de) gezangen (wij) juichten als
3.
dat naar grote Jahweh en koning grote op alle God
4.
die bij (hij) bedankte van onderzoeken van land WTWOPT (hij) heeft opgetild als
5.
die als de zee en hij maakt! (...) hem en (jij) bent droog geweest handen (...) hem fabriceert!
6.
(zij) zijn gekomen (wij) bogen ons diep (er)naar WNKROE (wij) zegenden (er)naar voor Jahweh maak! (...) ons
7.
dat hij onze God en wij met van vriendin (...) hem en kleinvee (hij) bedankte vandaag als bij (de) klank (...) hem (jullie) hoorden toe
8.
naar (jullie) werden hard hart (...) jullie als om te twisten (er)naar zoals dag naar belasting bij (de) woestijn
9.
die (zij) zijn gevlucht (...) mij vaders-en (...) jullie bij (zij) zijn gelegerd (...) mij ook (zij) hebben gezien daden van
10.
veertig jaar AQWÐ bij (de) generatie en woord met loop verkeerd! hart zij en zij niet (zij) hebben geweten wegen van
11.
die (ik) heb gezworen bij (de) neuzen van als voert in! (...) hen naar MNWHTI

Hoofdstuk 96

1.
zingt! aan Jahweh lied maand zingt! aan Jahweh alle het land
2.
zingt! aan Jahweh zegent! zijn naam kondigt aan! van dag aan dag verlossing (...) hem
3.
vertelt! bij (de) volken eer (...) hem in alle de volkeren wonderen (...) hem
4.
dat grote Jahweh en loof(t) zeer ontzagwekkende hij op alle God
5.
dat alle mijn God de volkeren afgoden en Jahweh hemel (hij) heeft gedaan
6.
luister en pracht voor hem kracht en glans bij heilig(t) (...) hem
7.
brengt aan Jahweh families volkeren brengt aan Jahweh eer en kracht
8.
brengt aan Jahweh eer zijn naam draagt! geschenk en (zij) zijn gekomen aan grondgebieden (...) hem
9.
(zij) hebben zich diep gebogen aan Jahweh BEDRT heiligheid macht (...) hem van aanzichten (...) hem alle het land
10.
(zij) hebben gesproken bij (de) volken Jahweh koning neus (jullie) sloegen (...) hen wereld echtgenoot (jij) wankelde (hij) berechtte volkeren bij effenen
11.
(zij) maakten blij de hemel en (zij) verheugde zich het land (hij) achtervolgde (...) hen de zee en (zij) zijn vol geweest
12.
(hij) was vrolijk Sjadai en alle die bij hem destijds (zij) roddelden alle houten bos
13.
voor Jahweh dat (hij) is gekomen dat (hij) is gekomen aan rechter het land (hij) berechtte wereld bij (de) rechtvaardigheid en volkeren bij (de) waarheid (...) hem

Hoofdstuk 97

1.
Jahweh koning (zij) verheugde zich het land (zij) maakten blij eilanden twisten
2.
wolk en nevel rondom hem rechtvaardigheid en rechtsregel plaats stoel (...) hem
3.
vuur voor hem (jij) ging WTLEÐ rondom vijanden (...) hem
4.
(zij) hebben verlicht flitsen (...) hem wereld (zij) heeft gezien en (jij) begon te het land
5.
(hij) heeft opgetild KDWNC NMXW weg van aanzicht van Jahweh weg van aanzicht van heer alle het land
6.
(zij) hebben verteld de hemel (zij) hebben gelijk gehad en (zij) hebben gezien alle de volkeren eer (...) hem
7.
(zij) zijn droog geweest alle werk! (hij) heeft gehouwen (is het zo) dat prijzen zich bij (de) afgoden (zij) hebben zich diep gebogen als alle God
8.
(zij) heeft toegehoord en (jij) maakte blij Sion en (zij) verheugde zich (...) haar dochters Juda opdat rechtsregels (...) jou Jahweh
9.
dat (met) haar Jahweh hoogste op alle het land zeer NOLIT op alle God
10.
heb lief! Jahweh (zij) hebben gehaat kwaad bewaar! zielen getrouwe-en (...) hem van hand slechte (mv) (hij) redde (...) hen
11.
licht nakomelingen aan rechtvaardige en te effenen (...) mij hart vreugde
12.
maakt blij! rechtvaardigen bij Jahweh en (zij) hebben bedankt aan man (zij) hebben geheiligd

Hoofdstuk 98

1.
lied zingt! aan Jahweh lied maand dat wonderen (hij) heeft gedaan (zij) heeft gered als dagen (...) ons en arm (zij) hebben geheiligd
2.
(hij) heeft meegedeeld Jahweh verlossing (...) hem te bestuderen (...) mij de volken bol weldadigheid (...) hem
3.
man genade (...) hem en waarheid (...) hem aan huis Israël (zij) hebben gezien alle houd op! land (tot) verlossing van onze God
4.
(zij) hebben gejuicht aan Jahweh alle het land PßHW en roddelt! en zingt!
5.
zingt! aan Jahweh bij (de) viool bij (de) viool en klank gezang
6.
bij (de) trompetten en klank ramshoorn (zij) hebben gejuicht voor kroon! Jahweh
7.
(hij) achtervolgde (...) hen de zee en (zij) zijn vol geweest wereld en inwoners van bij haar
8.
rivieren IMHAW lepel samen (hij) heeft opgetild (zij) roddelden
9.
voor Jahweh dat (hij) is gekomen aan rechter het land (hij) berechtte wereld bij (de) rechtvaardigheid en volkeren bij effenen

Hoofdstuk 99

1.
Jahweh koning (zij) waren boos volkeren inwoner als zijn veel TNWÐ het land
2.
Jahweh bij Sion grote en (hij) is hoog geweest hij op alle de volkeren
3.
(zij) bedankten naam (...) jou grote en ontzagwekkende heilige hij
4.
en kracht koning rechtsregel (hij) heeft liefgehad (met) haar (jij) hebt opgezet effenen rechtsregel en weldadigheid bij Jakob (met) haar (jij) hebt gedaan
5.
(zij) hebben verheven Jahweh onze God en (zij) hebben zich diep gebogen aan het bloed voeten (...) hem heilige hij
6.
Mozes en Aäron bij (de) priesters (...) hem en Samuël bij noem! zijn naam noem! (...) hen naar Jahweh en hij (hij) antwoordde (...) hen
7.
bij (de) staander wolk (hij) sprak naar hen bewaart! getuigen (...) hem en wet (hij) heeft gegeven voor hen
8.
Jahweh onze God (met) haar (jullie) hebben geantwoord naar verheven (jij) bent geweest aan hen en wraak op daden (...) hen
9.
(zij) hebben verheven Jahweh onze God en (zij) hebben zich diep gebogen aan heuvel (zij) hebben geheiligd dat heilige Jahweh onze God

Hoofdstuk 100

1.
lied aan dank (zij) hebben gejuicht aan Jahweh alle het land
2.
(zij) hebben gewerkt (tot) Jahweh bij (de) vreugde (zij) zijn gekomen voor hem bij (zij) heeft gezongen
3.
weet! dat Jahweh hij God hij maak! (...) ons noch wij met hem en kleinvee van vriendin (...) hem
4.
(zij) zijn gekomen poorten (...) hem bij (de) dank grondgebieden (...) hem bij (de) lof(lied) (zij) hebben bedankt als zegent! zijn naam
5.
dat goede Jahweh aan eeuwigheid genade (...) hem en tot generatie en generatie waarheid (...) hem

Hoofdstuk 101

1.
aan oom lied genade en rechtsregel (ik) zong (er)naar aan jou Jahweh (ik) zong (er)naar
2.
(ik) werd wijs (er)naar bij (de) weg volledige wanneer? (jij) kwam naar mij (ik) wandelde rond bij (de) onschuldige hart (...) mij te midden van huis-en van
3.
niet (ik) legde tegen bestudeer! woord slechtheid (hij) heeft gedaan XÐIM (ik) heb gehaat niet (hij) plakte bij mij
4.
hart eigenzinnige (hij) verblindde (van)uit mij kwaad niet (ik) wist
5.
MLWSNI bij (het) geheim zijn vriend hem AßMIT hoogte ogen en breedte hart (met) hem niet eet
6.
bestudeer! bij (hij) heeft redevoering gehouden (...) mij land te wonen met mij beweging bij (de) weg volledige hij (jullie) hebben geeffend (...) mij
7.
niet inwoner te midden van huis-en van (hij) heeft gedaan bedrog woord leugens niet (zij) sloegen (...) hen tegen bestudeer!
8.
aan rundvee-en AßMIT alle slechtheden van land te vernietigen merk(t) op Jahweh alle daden van kracht

Hoofdstuk 102

1.
gebed aan arme dat IOÐP en voor Jahweh (hij) stortte spreekt!
2.
Jahweh (zij) heeft toegehoord gebed (...) mij en (ik) heb om hulp geschreeuwd naar jou (jij) kwam
3.
naar (jij) zult bestrijden aanzichten (...) jou (van)uit mij bij (de) dag smalle aan mij (hij) is omgebogen naar mij oor (...) jou bij (de) dag (ik) werd genoemd vlugge wolken van
4.
dat kunt! bij maak! (...) hen dagen van en botten (...) mij KMWQD (wij) werden bleek (...) hem
5.
EWKE zoals planten en droogte hart (...) mij dat (ik) heb vergeten voedsel strijd!
6.
van klank ANHTI (zij) heeft geplakt word machtig! aan te kondigen (...) mij
7.
(ik) heb geleken LQAT woestijn (ik) ben geweest zoals beker zwaarden
8.
SQDTI en (ik) was zoals Zippor BWDD op dak
9.
alle vandaag beledigt! (...) mij vijanden van MEWLLI bij mij (zij) hebben gezworen
10.
dat as zoals brood (ik) heb gegeten WSQWI bij (het) geween van hut (...) mij
11.
van aanzicht van woede (...) jou en woede (...) jou dat (jullie) hebben gedragen (...) mij en (jij) wierp af (...) mij
12.
dagen van zoals schaduw uitgestrekte en ik zoals planten (ik) maakte droog
13.
en (met) haar Jahweh aan eeuwigheid (jij) woonde en man (...) jou aan generatie en generatie
14.
(met) haar (jij) wraakte (jij) had medelijden Sion dat tijd gratie te verlenen (er)naar dat (hij) is gekomen ontmoeting
15.
dat (zij) hebben gerend slaven (...) jou (tot) naar stenen en (tot) jonge ree (hij) legerde (...) ons
16.
en (zij) vreesden volken (tot) daar Jahweh en alle heers! het land (tot) eer (...) jou
17.
dat (hij) heeft gebouwd Jahweh Sion (wij) lieten zien bij (de) eer (...) hem
18.
hoek naar gebed van EOROR noch hier (tot) gebeden (...) hen
19.
(zij) schreef deze te wonen laatste en met (wij) schiepen (hij) loofde God
20.
dat ESQIP van hoogte (zij) hebben geheiligd Jahweh van hemel naar land (hij) heeft gekeken
21.
aan nieuws ANQT (ik) verwijderde open te doen bouw! (jij) stierf (er)naar
22.
te vertellen bij Sion daar Jahweh en lof(lied) (...) hem bij Jeruzalem
23.
BEQBß volkeren samen en van koninkrijk te bewerken (tot) Jahweh
24.
(hij) heeft geantwoord bij (de) weg kracht (...) hem QßR dagen van
25.
woord naar mij naar (zij) verhief (...) mij bij (de) halve dagen van bij (de) generatie woon! (...) hen jaren (...) jou
26.
vroeger het land (jij) hebt gevestigd en Mozes handen (...) jou hemel
27.
deze (mv) (zij) gingen verloren en (met) haar (jij) stond vast en allemaal zoals kleed (zij) verwelkten als zich te schamen THLIPM WIHLPW
28.
en (met) haar hij en jaren (...) jou niet (zij) verbaasden zich
29.
bouw! slaven (...) jou (zij) beten (...) ons en nakomelingen (...) hen voor jou (zij) sloegen (...) hen

Hoofdstuk 103

1.
aan oom zegen! ziel (...) mij (tot) Jahweh en alle breng nader! (tot) daar (zij) hebben geheiligd
2.
zegen! ziel (...) mij (tot) Jahweh en naar (jij) liet vergeten alle CMWLIW
3.
(is het zo) dat (hij) heeft vergeven aan alle OWNKI (is het zo) dat genees! aan alle THLWAIKI
4.
(is het zo) dat verlos(t) (jij) hebt gezalfd HIIKI EMOÐRKI genade en medelijden
5.
EMSBIO bij (de) goede getuigen (...) jou TTHDS zoals gier NOWRIKI
6.
(hij) heeft gedaan weldadigheden Jahweh en rechtsregels aan alle OSWQIM
7.
(hij) deelde mee wegen (...) hem aan Mozes aan zonen van Israël daden (...) hem
8.
barmhartige en (zij) zijn gelegerd (...) hen Jahweh lange neuzen en meerderheid genade
9.
niet uiteindelijk (hij) twistte noch aan eeuwigheid IÐWR
10.
niet zoals zondaars (...) ons (hij) heeft gedaan aan ons noch zoals misdaden (...) ons kameel op ons
11.
dat zoals hoogte hemel op het land man genade (...) hem op vrees! (...) hem
12.
zoals afstand Oosten MMORB ERHIQ (van)uit hem (tot) misdaden (...) ons
13.
zoals baarmoeder vader op zonen baarmoeder Jahweh op vrees! (...) hem
14.
dat hij (hij) heeft geweten (wij) hebben geschapen Zakkur dat stof wij
15.
mens zoals hooi dagen (...) hem zoals bloesem het veld zo IßIß
16.
dat wind (zij) is voorbijgegaan bij hem en hij is (er) niet noch (hij) herkende (...) ons nog (eens) plaats (...) hem
17.
en genade Jahweh van eeuwigheid en tot eeuwigheid op vrees! (...) hem en weldadigheid (...) hem aan zonen van zonen
18.
te bewaren (...) mij verbond (...) hem en aan mannen van opnamen (...) hem te doen (...) hen
19.
Jahweh bij (de) hemel (hij) heeft voorbereid stoel (...) hem en koninkrijk (...) hem in alle (zij) heeft geheerst
20.
zegent! Jahweh boodschappers (...) hem word sterk! kracht maak! spreekt! aan nieuws bij (de) klank spreekt!
21.
zegent! Jahweh alle schaar je! (...) hem van diensten (...) hem maak! (zij) hebben gerend (...) ons
22.
zegent! Jahweh alle daden (...) hem in alle plaatsen regering (...) hem zegen! ziel (...) mij (tot) Jahweh

Hoofdstuk 104

1.
zegen! ziel (...) mij (tot) Jahweh Jahweh mijn God (jij) bent gegroeid zeer luister en pracht droog te zijn
2.
OÐE licht zoals Salomo neig(t) hemel zoals voorhangsel
3.
het gebeurtenis bij (het) water opgang-en (...) hem (is het zo) dat daar wolken rijd! (...) hem (is het zo) dat ga(a)(t) op vleugels van wind
4.
(hij) heeft gedaan boodschappers (...) hem winden van diensten (...) hem vuur LEÐ
5.
vestig! land op MKWNIE echtgenoot (jij) wankelde eeuwigheid en tot
6.
afgrond als zich te schamen (jij) hebt bedekt (...) hem op (hij) heeft opgetild (zij) stondden vast water
7.
vanuit (jij) hebt bestraft (...) jou (zij) vluchtten (...) hen vanuit klank ROMK IHPZWN
8.
(zij) verhieven (hij) heeft opgetild (zij) zijn gedaald BQOWT naar plaats dit (jij) hebt gevestigd aan hen
9.
grens (jij) hebt geplaatst echtgenoot (zij) gingen voorbij (...) hen echtgenoot (zij) hebben gewoond (...) hen aan bekleding het land
10.
(is het zo) dat zend(t) weg bestuderen bij (de) wadi's tussen (hij) heeft opgetild (zij) gingen (...) hen
11.
(zij) gaven te drinken alle dier (...) hem Sjadai (zij) braken kom in opstand! (...) hen dorst (...) hen
12.
op hen vogel de hemel (hij) woonde van tussen OPAIM (zij) gaven klank
13.
geef(t) te drinken (hij) heeft opgetild van opgang-en (...) hem van vrucht daden (...) jou (jij) was verzadigd het land
14.
laat groeien hooi aan vee en planten aan feit van de mens tevoorschijn te halen brood vanuit het land
15.
en wijn (hij) maakte blij hart mens LEßEIL aanzicht van olie en brood hart mens IXOD
16.
(zij) waren verzadigd houten Jahweh ceders van Libanon die (hij) heeft geplant
17.
die daar vogels (hij) kocht (...) ons naar getrouwe cipressen naar huis
18.
(hij) heeft opgetild (de) hoge (mv) LIOLIM rotsen dekking aan klipdassen
19.
(hij) heeft gedaan maan aan ontmoetingen zon (hij) heeft geweten om te komen (...) hem
20.
(zij) legde duisternis en wees nacht bij hem TRMS alle dier (...) hem bos
21.
de jonge leeuwen brul! (...) hen aan prooi en te zoeken van macht eten (...) hen
22.
TZRH de zon (zij) verzamelden (...) hen en naar van misdaden (...) hen IRBßWN
23.
uitgaande mens aan daad (...) hem en aan feit (...) hem tot aan aangename
24.
wat? tienduizend daden (...) jou Jahweh allemaal bij (de) wijsheid (jij) hebt gedaan (zij) is vol geweest het land QNINK
25.
dit de zee grote en breedte handen daar kruipend gedierte en (er is) niet getal levende (mv) kleine (mv) met groeiende (mv)
26.
daar schepen (zij) gingen (...) hen zeemonster dit (jij) hebt geschapen te spelen bij hem
27.
allemaal naar jou (zij) braken (...) hen te geven eten (...) hen bij (de) tijd (...) hem
28.
te geven (...) hen aan hen (zij) verzamelden (...) hen (jij) deed open hand (...) jou (zij) waren verzadigd (...) hen goede
29.
(jij) verborg aanzichten (...) jou IBELWN (jij) voegde toe wind (...) hen (zij) stierven (...) hen en naar stof (...) hen (zij) keerden terug (...) hen
30.
(jij) zond weg wind (...) jou (zij) schiepen (...) hen WTHDS aanzicht van aarde
31.
wees eer Jahweh aan eeuwigheid (hij) maakte blij Jahweh bij (de) daden (...) hem
32.
(is het zo) dat kijk(t) aan land WTROD vermoeide bij (hij) heeft opgetild en (wij) hebben gemaakt
33.
(ik) zong (er)naar aan Jahweh bij leef! (ik) zong (er)naar aan mijn God BOWDI
34.
(hij) was aangenaam op hem spreek! ik (ik) maakte blij bij Jahweh
35.
(zij) verbaasden zich zondaars vanuit het land en slechte (mv) nog (eens) zij zijn (er) niet zegen! ziel (...) mij (tot) Jahweh deze God

Hoofdstuk 105

1.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh (zij) hebben genoemd bij (de) zijn naam (zij) hebben meegedeeld bij (de) volkeren daden (...) hem
2.
zingt! als zingt! als spreekt! in alle wonderen (...) hem
3.
(zij) hebben zich geprezen bij (de) naam (zij) hebben geheiligd (hij) maakte blij hart zoek(t) (...) mij Jahweh
4.
(zij) hebben uitgelegd Jahweh en kracht (...) hem zoekt! aanzichten (...) hem altijd
5.
(zij) hebben zich herinnerd wonderen (...) hem die (hij) heeft gedaan van dwazen (...) hem en rechtsregels van monden (...) hem
6.
nakomelingen Abraham (zij) hebben gewerkt bouw! Jakob BHIRIW
7.
hij Jahweh onze God in alle het land rechtsregels (...) hem
8.
man aan eeuwigheid verbond (...) hem woord geef opdracht! aan duizend generatie
9.
die (hij) heeft afgehakt (tot) Abraham en week (...) hem LISHQ
10.
en (hij) stelde op (er)naar aan Jakob aan wet aan Israël verbond eeuwigheid
11.
te spreken aan jou (met) hen (tot) land Kanaän koord (jij) hebt verworven (...) jullie
12.
bij te zijn (...) hen wanneer? getal zoals een beetje en wonen bij haar
13.
en (zij) wandelden rond van volk naar volk van rijk naar met andere
14.
niet (hij) heeft rust gegeven mens aan afzetterij (...) hen en (hij) werd bewezen op hen koningen
15.
naar (jullie) deedden moeite bij (de) Messiassen van en aan profeten van naar (jullie) achtervolgden
16.
en (hij) noemde honger op het land alle stam brood (hij) heeft gebroken
17.
wapen voor hen man te bewerken NMKR Jozef
18.
nederige BKBL voeten (...) hem ijzer kom(t) ziel (...) hem
19.
tot tijd (hij) is gekomen spreekt! (jij) hebt gesproken Jahweh ßRPTEW
20.
wapen koning WITIREW heerser volkeren en (zij) deedden open (...) hem
21.
zijn naam heer aan huis (...) hem en heerser in alle (wij) hebben gekocht
22.
LAXR aanvoerders (...) hem bij (de) ziel (...) hem en baarden (...) hem (hij) werd wijs
23.
en (hij) kwam Israël Egypte en Jakob vreemdeling bij (het) land hete
24.
en (hij) was vruchtbaar (tot) met hem zeer en (zij) werden machtig (...) hem Egyptenaars (...) hem
25.
(hij) heeft omgekeerd hart (...) hen te haten met hem LETNKL bij (de) slaven (...) hem
26.
wapen Mozes (zij) hebben gewerkt Aäron die (hij) heeft gekozen bij hem
27.
zijn naam in hen spreek! tekens (...) hem en van dwazen bij (het) land hete
28.
wapen duisternis en (hij) haastte zich (...) jou noch heer (...) hem (tot) woorden (...) hem
29.
(hij) heeft omgekeerd (tot) wateren (...) hen aan bloed en (hij) stierf (tot) DCTM
30.
(hij) heeft gekrioeld land (...) hen kikkers bij dring binnen! koningen (...) hen
31.
woord en (hij) kwam aangename fundamenten in alle grens (...) hen
32.
(hij) heeft gegeven CSMIEM hagel vuur vlammen bij (het) land (...) hen
33.
en (hij) sloeg wijnstok (...) hen WTANTM en (hij) brak boom grens (...) hen
34.
woord en (hij) kwam sprinkhaan WILQ en (er is) niet getal
35.
en (hij) at alle planten bij (het) land (...) hen en (hij) at vrucht aarde-en (...) hen
36.
en (hij) sloeg alle eerstgeborene bij (het) land (...) hen begin aan alle kracht (...) hen
37.
en (hij) haalde tevoorschijn (...) hen bij (het) zilver en goud en (er is) niet bij (de) stammen (...) hem struikel(t)
38.
maak blij! Egypte bij uit te gaan (...) hen dat ga neer! angst (...) hen op hen
39.
ruiter wolk aan scherm en vuur te verlichten nacht
40.
(hij) heeft gevraagd en (hij) kwam kwartel en brood hemel ISBIOM
41.
opening rots en (zij) vloeiden water (zij) zijn gegaan BßIWT rivier
42.
dat man (tot) woord (zij) hebben geheiligd (tot) Abraham (zij) hebben gewerkt
43.
en (hij) bracht naar buiten met hem bij (zij) hebben zich verblijd (...) hen bij (de) gezang (tot) BHIRIW
44.
en (hij) gaf aan hen landen volken en werkzame naties (zij) veroverden
45.
wegens (zij) bewaarden wetten (...) hem en Wetboeken (...) hem INßRW deze God

Hoofdstuk 106

1.
deze God (zij) hebben bedankt aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
2.
water van IMLL moedige daden Jahweh (hij) liet horen alle lof(lied) (...) hem
3.
heil bewaar! rechtsregel (hij) heeft gedaan weldadigheid in alle tijd
4.
(hij) heeft zich herinnerd (...) mij Jahweh bij (de) wil met jou beveel! (...) mij bij (de) verlossing (...) jou
5.
te zien bij (het) goeds van BHIRIK blij te maken bij (jij) bent blij geweest volk (...) jou zich te prijzen met (jij) hebt verworven (...) jou
6.
(wij) hebben gezondigd met vaders-en (...) ons EOWINW de slechtheid (...) ons
7.
vaders-en (...) ons bij Egypte niet (zij) zijn wijs geworden NPLAWTIK niet (zij) hebben zich herinnerd (tot) meerderheid genade-en (...) jou en (zij) verbitterden op zee bij (de) zee riet
8.
en (hij) redde (...) hen opdat zijn naam mee te delen (tot) moed (...) hem
9.
en (hij) bestrafte bij (de) zee riet en (hij) werd vernield WIWLIKM BTEMWT zoals woestijn
10.
en (hij) redde (...) hen van hand haat en (hij) verloste (...) hen van hand vijand
11.
en (zij) bedekten water vijanden (...) hen één (van)uit hen niet overgebleven
12.
en (zij) geloofden bij (de) woorden (...) hem (zij) zongen lof(lied) (...) hem
13.
(zij) hebben zich gehaast laat vergeten! daden (...) hem niet verhemelte (...) hem aan advies (...) hem
14.
WITAWW begeerte bij (de) woestijn en (zij) vluchtten naar bij (zij) plaatsten (...) hen
15.
en (hij) gaf aan hen (jullie) hebben gevraagd en (hij) zond weg (zij) zijn mager geworden (...) hen bij (de) ziel (...) hen
16.
en (zij) waren jaloers aan Mozes bij (het) kamp aan Aäron heilige Jahweh
17.
(jij) deed open land en (jij) slikte wet (...) hen en (zij) bedekte op getuige van Abiram
18.
en (jij) roeide uit vuur bij (de) getuigen (...) hen vlam TLEÐ slechte (mv)
19.
(zij) hebben gemaakt stierkalf bij (het) zwaard en (zij) bogen zich diep tot van hut
20.
en (zij) verwisselden (tot) eer (...) hen bij (de) model os eten planten
21.
laat vergeten! naar red(t) (...) hen (hij) heeft gedaan groeiende (mv) bij Egypte
22.
wonderen bij (het) land hete ontzagwekkende (mv) op zee riet
23.
en (hij) sprak uit te roeien (...) hen indien niet Mozes BHIRW sta vast! bij (de) doorbraak voor hem terug te geven woede (...) hem om kapot te maken
24.
en (hij) verafschuwde (...) hem bij (het) land (zij) heeft begeerd niet (zij) hebben geloofd te spreken (...) hem
25.
WIRCNW bij (de) tenten (...) hen niet (zij) hebben toegehoord bij (de) klank Jahweh
26.
en (hij) droeg (hij) bedankte aan hen vallen te laten hen bij (de) woestijn
27.
en vallen te laten nakomelingen (...) hen bij (de) volken en uit te strooien (...) hen bij (de) landen
28.
en (zij) koppelden aan echtgenoot Peor en (zij) aten slacht! sterven
29.
en (zij) maakten boos bij (de) daden (...) hen en (zij) brak door in hen epidemie
30.
en (hij) stond vast Pinehas WIPLL en (zij) hield vast de epidemie
31.
en (jij) berekende als aan weldadigheid aan generatie en generatie tot eeuwigheid
32.
WIQßIPW op water van om te twisten (er)naar en (hij) achtervolgde aan Mozes bij ga voorbij! (...) hen
33.
dat (zij) hebben verbitterd (tot) wind (...) hem en (hij) sprak uit bij (de) lippen (...) hem
34.
niet (zij) hebben uitgeroeid (tot) de volkeren die woord Jahweh aan hen
35.
WITORBW bij (de) volken en (zij) onderwezen daden (...) hen
36.
en (zij) werkten (tot) droefheden (...) hen en (zij) waren aan hen aan valstrik
37.
en (zij) slachtten (tot) zonen (...) hen en (tot) bebouwingen (...) hen aan roven
38.
en (zij) stortten bloed schone bloed zonen (...) hen en bebouwingen (...) hen die (zij) hebben geslacht te bedroeven (...) mij Kanaän en (zij) werd gevleid het land bij (de) kosten
39.
en (zij) verklaarden onrein bij (de) daden (...) hen en (zij) hoereerden bij (de) daden (...) hen
40.
en (hij) ontbrandde neus Jahweh bij (het) volk (...) hem WITOB (tot) erfgoed (...) hem
41.
en (hij) gaf (...) hen bij (de) hand volken en (zij) heersten bij hen SNAIEM
42.
en (zij) drukten (...) hen vijanden (...) hen en (zij) werden vernederd in de plaats van (hij) leek
43.
twee keer twisten (hij) redde (...) hen en deze (mv) (zij) verbitterden bij (de) raad (...) hen WIMKW bij (de) misdaad (...) hen
44.
en gezien versterkte aan hen bij (zij) hebben toegehoord (tot) gezangen (...) hen
45.
en (hij) herinnerde zich aan hen verbond (...) hem en (hij) troostte zoals meerderheid genade (...) hem
46.
en (hij) gaf hen aan medelijden voor alle SWBIEM
47.
(hij) heeft gered (...) ons Jahweh onze God en (wij) hebben verzameld vanuit de volken te bedanken aan naam heiligheid (...) jou LESTBH bij (de) lof(lied) (...) jou
48.
gezegende Jahweh mijn God Israël vanuit de eeuwigheid en tot de eeuwigheid en woord alle het volk amen! deze God

Hoofdstuk 107

1.
India aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
2.
(zij) spraken verlos! (...) mij Jahweh die wreker (...) hen van hand smalle
3.
en van landen (hij) heeft verzameld (...) hen van Oosten WMMORB van Noorden en water
4.
(zij) zijn verkeerd gelopen bij (de) woestijn bij (zij) plaatsten (...) hen weg stad zetel niet (zij) hebben gevonden
5.
heb honger! (...) hen ook dorstige (mv) ziel (...) hen bij hen TTOÐP
6.
en (zij) schreeuwden naar Jahweh versterkte aan hen MMßWQWTIEM (hij) redde (...) hen
7.
WIDRIKM bij (de) weg (zij) heeft geeffend te gaan naar stad zetel
8.
(zij) bedankten aan Jahweh genade (...) hem en wonderen (...) hem aan zonen van mens
9.
dat ESBIO ziel SQQE en ziel (zij) heeft honger gehad (hij) is vol geweest goede
10.
inwoners van duisternis en diepe duisternis (ik) verwijderde (...) mij arme en ijzer
11.
dat (zij) hebben verbitterd Amoriet naar en raad hoogste (zij) hebben gesmaad
12.
en (hij) werd vernederd bij (de) werkzame hart (...) hen (zij) zijn gestruikeld en (er is) niet hulp
13.
en (zij) schreeuwden naar Jahweh versterkte aan hen MMßQWTIEM (hij) redde (...) hen
14.
(hij) haalde tevoorschijn (...) hen van duisternis en diepe duisternis WMWXRWTIEM (hij) brak af
15.
(zij) bedankten aan Jahweh genade (...) hem en wonderen (...) hem aan zonen van mens
16.
dat (hij) heeft gebroken deuren koper en grendels van ijzer CDO
17.
AWLIM van weg misdaad (...) hen WMOWNTIEM (hij) liep verkeerd (...) ons
18.
alle eten TTOB ziel (...) hen en (zij) kwamen toe tot poorten van dood
19.
en (zij) schreeuwden naar Jahweh versterkte aan hen MMßQWTIEM (hij) redde (...) hen
20.
(hij) zond weg spreekt! en (hij) genas (...) hen en (hij) redde maken kapot (...) hen
21.
(zij) bedankten aan Jahweh genade (...) hem en wonderen (...) hem aan zonen van mens
22.
en (zij) slachtten slacht! dank en (zij) vertelden daden (...) hem bij (de) gezang
23.
(hij) werd naar beneden gehaald (...) mij de zee bij (de) schepen maak! handwerk bij (het) water twisten
24.
deze (mv) (zij) hebben gezien daden van Jahweh en wonderen (...) hem BMßWLE
25.
en (hij) sprak en (hij) stond vast wind storm en (jij) was hoog (...) hen hopen (...) hem
26.
(zij) verhieven hemel (zij) zijn gedaald TEWMWT ziel (...) hen bij (de) herder TTMWCC
27.
(zij) troken een cirkel en (zij) zwierven als huur! en alle (jullie) zijn wijs geworden TTBLO
28.
en (zij) schreeuwden naar Jahweh versterkte aan hen WMMßWQTIEM (hij) haalde tevoorschijn (...) hen
29.
(hij) stond op storm LDMME en (hij) haastte zich (...) hem hopen (...) hen
30.
en (zij) maakten blij dat ISTQW en (hij) troostte naar MHWZ wens (...) hen
31.
(zij) bedankten aan Jahweh genade (...) hem en wonderen (...) hem aan zonen van mens
32.
WIRWMMWEW bij (de) menigte met en bij (de) zetel baarden IELLWEW
33.
pas toe! rivieren aan woestijn en vind! water LßMAWN
34.
land vrucht naar aan zout van medemens van bewoners van bij haar
35.
pas toe! woestijn LACM water en land naar vloot te vinden (...) mij water
36.
en bewoner daar heb honger! (...) hen en (zij) zetten op stad zetel
37.
en (zij) zaaiden velden en (zij) plantten als zijn hoog en (zij) hebben gemaakt vrucht opbrengst
38.
en (hij) zegende (...) hen en (zij) vermeerderden zeer en beesten (...) hen niet IMOIÐ
39.
en (zij) verminderden en (zij) bukten zich MOßR herder WICWN
40.
monding minachting op vrijgevige (mv) en (hij) liep verkeerd (...) hen bij (de) verlatenheid niet weg
41.
WISCB arme van armoede en pas toe! zoals kleinvee families
42.
(zij) lieten zien rechte (mv) en (zij) maakten blij en alle ga(a)(t) op QPßE naar mond van
43.
water van wijze en (hij) bewaarde deze en (zij) beschouwden genade-en van Jahweh

Hoofdstuk 108

1.
lied lied aan oom juiste hart (...) mij God (ik) zong (er)naar en (ik) zong (er)naar neus onderscheidingen van
2.
(zij) heeft verblind de harp en viool (ik) merkte op (er)naar zwarte
3.
(ik) zal bedanken (...) jou bij (de) volkeren Jahweh en (ik) zong (...) jou bij (de) naties
4.
dat grote boven hemel genade (...) jou en tot wolken waarheid (...) jou
5.
naar hoogte op hemel God en op alle het land eer (...) jou
6.
opdat (zij) troken uit (...) hen IDIDIK (zij) heeft gered rechterhand (...) jou en wolken van
7.
God woord bij (zij) hebben geheiligd AOLZE (ik) verdeelde (er)naar schouder en diepte hutten (ik) werd gemeten
8.
aan mij gedenkteken aan mij Manasse en Efraïm vesting hoofden van Juda MHQQI
9.
Moab pan was! op Edom (ik) wierp af schoenen van op mij Filistea ATRWOO
10.
water van IBLNI stad versterkte water van (hij) heeft gerust (...) mij tot Edom
11.
toch? God (jij) hebt opgegeven (...) ons noch (jij) ging uit God bij (ik) heb me geschaard (...) ons
12.
vooruit! aan ons (jij) hebt geholpen van smalle en (het) niets TSWOT mens
13.
bij God (hij) is gedaan macht en hij Jebus vijanden (...) ons

Hoofdstuk 109

1.
aan dirigent aan oom lied mijn God lof(lied) (...) mij naar (jij) zult ploegen
2.
dat mond van slechte en mond van bedrog op mij doet open! spreekt! (met) mij tong leugen
3.
en spreek! (zij) heeft gehaat (zij) zijn rondgegaan (...) mij en (zij) streedden (...) mij gratis
4.
in de plaats van (ik) heb liefgehad ISÐNWNI en ik gebed
5.
en (zij) plaatsten op mij herder in de plaats van goeds en (zij) heeft gehaat in de plaats van (ik) heb liefgehad
6.
leg neer! op hem slechte en satan (hij) stond vast op dagen (...) ons
7.
BESPÐW uitgaande slechte en gebed (...) hem (jij) was te zondigen (er)naar
8.
(zij) waren dagen (...) hem een beetje-en (jij) hebt bekeken (...) hem (hij) nam andere
9.
(zij) waren zonen (...) hem wezen en vuur (...) hem weduwe
10.
en zwerf! (zij) zwierven zonen (...) hem en (zij) hebben gevraagd en (zij) hebben uitgelegd MHRBWTIEM
11.
INQS NWSE aan alle die als en (zij) minachtten kransen (zij) kwamen toe
12.
naar wees als (hij) heeft getrokken genade en naar wees verleen(t) gratie aan wezen (...) hem
13.
wees AHRITW te vernietigen bij (de) generatie andere (hij) wiste uit naam (...) hen
14.
(hij) herinnerde zich vijandige vaders (...) hem naar Jahweh en zondoffer moeder (...) hem naar (zij) wiste uit
15.
(zij) waren tegenover Jahweh altijd en (hij) hakte af van land man (...) hen
16.
wegens die niet man te doen genade en (hij) achtervolgden man arme en arme WNKAE hart LMWTT
17.
en (hij) had lief vervloeking en opbrengst (...) hem noch wens bij (de) gelukwens en (zij) was ver (van)uit hem
18.
en (hij) bekleedde zich vervloeking KMDW en (zij) kwam staan op bij (zij) hebben nader gebracht WKSMN bij (de) botten (...) hem
19.
(zij) was als zoals kleed IOÐE WLMZH altijd (hij) omgordde (er)naar
20.
deze onderneming van satan-en van honderd Jahweh en de woorden kwaad op ziel (...) mij
21.
en (met) haar Jahweh liggers van (hij) heeft gedaan (met) mij opdat naam (...) jou dat goede genade (...) jou (hij) heeft gered (...) mij
22.
dat arme en arme ik en hart (...) mij dode bij breng nader!
23.
zoals schaduw KNÐWTW NELKTI NNORTI zoals sprinkhaan
24.
zegen! (zij) zijn gestruikeld van opdracht (...) hen en kondig aan! (hij) heeft gelogen van olie
25.
en ik (ik) ben geweest schande aan hen (zij) lieten zien (...) mij INIOWN hoofd (...) hen
26.
(hij) heeft geholpen (...) mij Jahweh mijn God (hij) heeft gered (...) mij zoals genade (...) jou
27.
en (zij) hebben geweten dat hand (...) jou deze (met) haar Jahweh (jij) hebt gedaan (er)naar
28.
(zij) vervloekten deze (mv) en (met) haar (jij) zegende (zij) zijn opgestaan en (zij) zijn droog geweest en slaaf (...) jou (hij) maakte blij
29.
(zij) bekleedden zich SWÐNI schande WIOÐW zoals mantel (jullie) hebben je geschaamd
30.
(ik) bedankte Jahweh zeer bij (de) mond van en binnen twisten (ik) loofde (...) ons
31.
dat (hij) stond vast aan rechterhand arme te redden rechtsregels van ziel (...) hem

Hoofdstuk 110

1.
aan oom lied (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh aan liggers van woon! aan rechterhanden van tot (ik) legde vijanden (...) jou het bloed aan voeten (...) jou
2.
stam kracht (...) jou (hij) zond weg Jahweh van Sion daal! (er)naar te midden van vijanden (...) jou
3.
met jou (jij) hebt geschonken bij (de) dag macht (...) jou bij (de) pracht (...) mij heiligheid heb(t) medelijden van zwarte aan jou dauw (ik) heb gebaard (...) jou
4.
(hij) heeft gezworen Jahweh noch (hij) troostte (met) haar priester aan eeuwigheid op woord (...) mij heers! rechtvaardigheid
5.
liggers van op rechterhand (...) jou (hij) heeft vermorzeld bij (de) dag neus (...) hem koningen
6.
(hij) berechtte bij (de) volken (hij) is vol geweest CWIWT (hij) heeft vermorzeld hoofd op land veelheid
7.
van wadi bij (de) weg (hij) dronk op zo (hij) tilde op hoofd

Hoofdstuk 111

1.
deze God (ik) bedankte Jahweh in alle hart bij (het) geheim rechte (mv) en getuige
2.
grootheden daden van Jahweh DRWSIM aan alle wensen (...) hen
3.
luister en pracht daad (...) hem en weldadigheid (...) hem (jij) hebt gestaan voor altijd
4.
man (hij) heeft gedaan LNPLAWTIW (zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige Jahweh
5.
prooi (hij) heeft gegeven LIRAIW (hij) herinnerde zich aan eeuwigheid verbond (...) hem
6.
kracht daden (...) hem (hij) heeft verteld aan zijn volk te geven aan hen (jij) hebt verworven volken
7.
daden van handen (...) hem waarheid en rechtsregel loyale (mv) alle bevelen (...) hem
8.
XMWKIM voor altijd aan eeuwigheid OSWIM bij (de) waarheid en rechte
9.
PDWT wapen aan zijn volk geef opdracht! aan eeuwigheid verbond (...) hem heilige en ontzagwekkende zijn naam
10.
begin wijsheid (jij) hebt gevreesd Jahweh verstand goede aan alle OSIEM lof(lied) (...) hem (jij) hebt gestaan voor altijd

Hoofdstuk 112

1.
deze God heil man gezien (tot) Jahweh bij (de) voorschriften (...) hem wens zeer
2.
held bij (het) land (hij) was (zij) hebben gezaaid generatie rechte (mv) (hij) zegende
3.
kapitaal en rijkdom bij (het) huis (...) hem en weldadigheid (...) hem (jij) hebt gestaan voor altijd
4.
glans bij (de) duisternis licht aan rechte (mv) (zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige en rechtvaardige
5.
goede man verleen(t) gratie en (zij) hebben besneden (er)naar IKLKL woorden (...) hem bij (de) rechtsregel
6.
dat aan eeuwigheid niet (hij) wankelde aan man eeuwigheid (hij) was rechtvaardige
7.
om toe te horen (er)naar herder niet zal zien juiste zijn hart veiligheid bij Jahweh
8.
steuun! zijn hart niet zal zien tot die vrees pluk druiven! (...) hem
9.
PZR (hij) heeft gegeven aan arme (mv) weldadigheid (...) hem (jij) hebt gestaan voor altijd (zij) zijn gegroeid (jij) was hoog bij (de) eer
10.
slechte vrees en boosheid jaren (...) hem IHRQ WNMX begeerte van slechte (mv) (jij) ging verloren

Hoofdstuk 113

1.
deze God deze werk! Jahweh deze (tot) daar Jahweh
2.
wees daar Jahweh zegen(t) naar van tijd en tot eeuwigheid
3.
van Oosten zon tot om te komen (...) hem loof(t) daar Jahweh
4.
(hij) is hoog geweest op alle volken Jahweh op de hemel eer (...) hem
5.
water van zoals Jahweh onze God EMCBIEI te wonen
6.
(is het zo) dat verneder(t) (...) mij te zien bij (de) hemel en bij (het) land
7.
vestig(t) (...) mij van stof armelijke van vuilnis van (hij) tilde op arme
8.
LEWSIBI met vrijgevige (mv) met weldoeners van met hem
9.
MWSIBI OQRT het huis als de zonen vreugde deze God

Hoofdstuk 114

1.
bij uit te gaan Israël van Egypte huis Jakob bij vandaan aan kracht
2.
(zij) is geweest Juda te heiligen (...) hem Israël regering (...) hem
3.
de zee (hij) heeft gezien en (hij) vluchtte de Jordaan (hij) legde opzij te laat te komen
4.
naar de heuvels RQDW zoals rammen heuvels als bouw! kleinvee
5.
wat? aan jou de zee dat (jij) vluchtte de Jordaan (jij) legde opzij te laat te komen
6.
naar de heuvels TRQDW zoals rammen heuvels als bouw! kleinvee
7.
weg van aanzicht van heer zand (...) mij land weg van aanzicht van God Jakob
8.
(is het zo) dat keer om! de rots ACM water kiezel tot van oog (...) hem water

Hoofdstuk 115

1.
niet aan ons Jahweh niet aan ons dat aan naam (...) jou geef! eer op genade (...) jou op waarheid (...) jou
2.
waarom (zij) spraken de volken waar? toch hun God
3.
en onze God bij (de) hemel alle die wens (hij) heeft gedaan
4.
droefheden (...) hen zilver en goud Mozes handen van mens
5.
mond aan hen noch (zij) spraken ogen aan hen noch (zij) lieten zien
6.
oren aan hen noch (zij) hoorden toe neus aan hen noch IRIHWN
7.
handen (...) hen noch (zij) weken (...) hen voeten (...) hen noch (zij) gingen niet (zij) spraken uit BCRWNM
8.
KMWEM (zij) waren OSIEM alle die veiligheid bij hen
9.
Israël veiligheid bij Jahweh hulp (...) hen en schild (...) hen hij
10.
huis Aäron (zij) hebben zich verzekerd bij Jahweh hulp (...) hen en schild (...) hen hij
11.
vrees! Jahweh (zij) hebben zich verzekerd bij Jahweh hulp (...) hen en schild (...) hen hij
12.
Jahweh (wij) hebben ons herinnerd (hij) zegende (hij) zegende (tot) huis Israël (hij) zegende (tot) huis Aäron
13.
(hij) zegende vrees! Jahweh de kleine-en met de groten
14.
(hij) heeft toegevoegd Jahweh op jullie op jullie en op zonen (...) jullie
15.
gezegende (mv) (met) hen aan Jahweh (hij) heeft gedaan hemel en land
16.
de hemel hemel aan Jahweh en het land (hij) heeft gegeven aan zonen van mens
17.
niet (is het zo) dat sterven (zij) zullen loven God noch alle (hij) is gedaald (...) mij lijk(t)
18.
en wij (wij) zegenden God naar van tijd en tot eeuwigheid deze God

Hoofdstuk 116

1.
(ik) heb liefgehad dat (hij) hoorde toe Jahweh (tot) klanken van (jullie) legerden (...) mij
2.
dat (hij) is omgebogen oor (...) hem aan mij en bij (de) dagen van (ik) werd genoemd
3.
APPWNI saboteer! dood en Egyptenaar dodenrijk (zij) hebben gevonden (...) mij ellende WICWN (ik) vond
4.
en bij (de) naam Jahweh (ik) werd genoemd waarheen? Jahweh (zij) heeft gered ziel (...) mij
5.
(zij) zijn gelegerd (...) hen Jahweh en rechtvaardige en onze God heb(t) medelijden
6.
bewaar! PTAIM Jahweh deur (...) mij en aan mij IEWSIO
7.
keer terug! ziel (...) mij LMNWHIKI dat Jahweh kameel OLIKI
8.
dat (jij) hebt uitgetrokken ziel (...) mij om te sterven (tot) bestudeer! vanuit traan (tot) voeten van MDHI
9.
(ik) wandelde rond voor Jahweh bij (de) landen de leven
10.
(ik) heb geloofd dat (ik) sprak ik (ik) heb geantwoord zeer
11.
ik (ik) heb gesproken BHPZI alle de mens leugen
12.
wat? (ik) gaf terug aan Jahweh alle TCMWLWEI op mij
13.
beker verlossingen (ik) droeg en bij (de) naam Jahweh (ik) werd genoemd
14.
leg gelofte af! aan Jahweh (ik) betaalde tegenover haar toch aan alle met hem
15.
waarde bij bestudeer! Jahweh naar de dood aan getrouwe-en (...) hem
16.
waarheen? Jahweh dat ik slaaf (...) jou ik slaaf (...) jou zoon waarheid (...) jou (jij) hebt geopend aan zedelessen van
17.
aan jou AZBH slachting dank en bij (de) naam Jahweh (ik) werd genoemd
18.
leg gelofte af! aan Jahweh (ik) betaalde tegenover haar toch aan alle met hem
19.
bij (de) grondgebieden huis Jahweh BTWKKI Jeruzalem deze God

Hoofdstuk 117

1.
deze (tot) Jahweh alle volken SBHWEW alle de naties
2.
dat man op ons genade (...) hem en waarheid Jahweh aan eeuwigheid deze God

Hoofdstuk 118

1.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
2.
(hij) sprak toch Israël dat aan eeuwigheid genade (...) hem
3.
(zij) spraken toch huis Aäron dat aan eeuwigheid genade (...) hem
4.
(zij) spraken toch vrees! Jahweh dat aan eeuwigheid genade (...) hem
5.
vanuit EMßR (ik) heb genoemd God wolken van BMRHB God
6.
Jahweh aan mij niet (ik) vreesde wat? (zij) heeft gemaakt aan mij mens
7.
Jahweh aan mij bij help! en ik (ik) liet zien bij haat!
8.
goede bescherming te zoeken bij Jahweh verzeker(t) zich bij (de) mens
9.
goede bescherming te zoeken bij Jahweh verzeker(t) zich bij (de) vrijgevige (mv)
10.
alle volken (zij) zijn rondgegaan (...) mij bij (de) naam Jahweh dat AMILM
11.
XBWNI ook (zij) zijn rondgegaan (...) mij bij (de) naam Jahweh dat AMILM
12.
XBWNI KDBWRIM DOKW zoals vuur QWßIM bij (de) naam Jahweh dat AMILM
13.
DHE DHITNI neer te gaan en Jahweh (hij) heeft geholpen (...) mij
14.
kracht (...) mij en gezang van God en wees aan mij aan verlossing
15.
klank gezang en verlossing bij (de) tenten van rechtvaardigen rechterhand Jahweh (hij) heeft gedaan macht
16.
rechterhand Jahweh (zij) heeft verheven rechterhand Jahweh (hij) heeft gedaan macht
17.
niet (ik) stierf dat (ik) leefde en (ik) vertelde daden van God
18.
(hij) week af (hij) week af (...) mij God en te sterven niet (hij) heeft gegeven (...) mij
19.
doet open! aan mij poorten van rechtvaardigheid (ik) profeteerde in hen (ik) bedankte God
20.
dit de poort aan Jahweh rechtvaardigen voert in! bij hem
21.
(ik) zal bedanken (...) jou dat (jullie) hebben geantwoord (...) mij en (zij) was aan mij aan verlossing
22.
steen (zij) hebben verafschuwd (is het zo) dat bouwen (zij) is geweest aan hoofd hoek
23.
honderd Jahweh (zij) is geweest deze zij NPLAT bij (de) ogen (...) ons
24.
dit vandaag (hij) heeft gedaan Jahweh (wij) verheugden ons (er)naar en (wij) maakten blij (er)naar bij hem
25.
och Jahweh (zij) heeft gered toch och Jahweh (zij) is geslaagd toch
26.
gezegende wat kwam bij (de) naam Jahweh (wij) hebben gezegend (...) jullie van huis Jahweh
27.
naar Jahweh en rivier aan ons (zij) hebben gevangen genomen feest BOBTIM tot hoornen het altaar
28.
naar mij (met) haar en (ik) zal bedanken (...) jou mijn God ARWMMK
29.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem

Hoofdstuk 119

1.
heil TMIMI weg de voorbijgangers bij (het) Wetboek van Jahweh
2.
heil (wij) schiepen (...) mij getuigen (...) hem in alle hart IDRSWEW
3.
neus niet daad (...) hem ga(a)(t) op bij (de) wegen (...) hem (zij) zijn gegaan
4.
(met) haar (jij) hebt opdracht gegeven (er)naar opnamen (...) jou te bewaren zeer
5.
wens toe! (zij) bereidden wegen van te bewaren wetten (...) jou
6.
destijds niet (ik) schaamde me bij kijk! naar alle voorschriften (...) jou
7.
(ik) zal bedanken (...) jou (hij) heeft aangekondigd hart bij onderwijs! rechtsregels van rechtvaardigheid (...) jou
8.
(tot) wetten (...) jou (ik) bewaarde naar (jij) verliet (...) mij tot zeer
9.
verhoging (hij) reinigde jeugd (tot) (zij) hebben gastvrijheid verleend te bewaren zoals woord (...) jou
10.
in alle hart (...) mij (ik) heb uitgelegd (...) jou naar TSCNI van voorschriften (...) jou
11.
bij (het) hart (...) mij ßPNTI (jij) hebt gesproken (...) jou opdat niet (ik) zondigde aan jou
12.
gezegende (met) haar Jahweh onderwijs! (...) mij wetten (...) jou
13.
bij (de) lippen van (ik) heb geteld alle rechtsregels van monden (...) jou
14.
bij (de) weg getuigen (...) jou (ik) heb me verblijd zoals hoogte alle kapitaal
15.
bij (de) bevelen (...) jou (ik) sprak (er)naar en (ik) keek (er)naar (ik) heb gastvrijheid verleend (...) jou
16.
bij (de) grondwetten (...) jou ASTOSO niet (ik) werd vergeten woord (...) jou
17.
kameel op slaaf (...) jou (ik) leefde en (ik) bewaarde (er)naar woord (...) jou
18.
hoop bestudeer! en (ik) keek (er)naar wonderen van Wetboek (...) jou
19.
vreemdeling ik bij (het) land naar (jij) zult bestrijden (van)uit mij voorschriften (...) jou
20.
CRXE ziel (...) mij LTABE naar rechtsregels (...) jou in alle tijd
21.
(jij) hebt bestraft hoogmoedigen vervloekte (mv) ESCIM van voorschriften (...) jou
22.
hoop ontvreemd! schande en minachting dat getuigen (...) jou NßRTI
23.
ook (zij) hebben gewoond zingen bij mij (wij) spraken (...) hem slaaf (...) jou (hij) sprak bij (de) wetten (...) jou
24.
ook getuigen (...) jou SOSOI mens (...) mij raden van
25.
(zij) heeft geplakt aan stof ziel (...) mij laat leven! (...) mij zoals woord (...) jou
26.
wegen van (ik) heb geteld en (zij) antwoordde (...) mij onderwijs! (...) mij wetten (...) jou
27.
weg bevelen (...) jou (hij) heeft begrepen (...) mij en (ik) sprak (er)naar BNPLAWTIK
28.
DLPE ziel (...) mij MTWCE (hij) heeft gehandhaafd (...) mij zoals woord (...) jou
29.
weg leugen verwijder! (van)uit mij en Wetboek (...) jou Hanani
30.
weg waarheid (ik) heb gekozen rechtsregels (...) jou (ik) ben gelijk geweest
31.
(ik) heb geplakt bij (de) getuigen (...) jou Jahweh naar (jij) beschaamde (...) mij
32.
weg voorschriften (...) jou (ik) rende dat TRHIB hart (...) mij
33.
EWRNI Jahweh weg wetten (...) jou en (hij) heeft opgeborgen (...) haar voetstap
34.
(hij) heeft begrepen (...) mij en (zij) heeft opgeborgen Wetboek (...) jou en (ik) bewaarde (...) haar in alle hart
35.
EDRIKNI bij (de) baan voorschriften (...) jou dat bij hem (ik) heb gewenst
36.
neig! hart (...) mij naar getuigen (...) jou en naar naar voordeel
37.
breng over! bestudeer! laten zien (het) niets bij (de) weg (...) jou laat leven! (...) mij
38.
vestig! te bewerken (...) jou (jij) hebt gesproken (...) jou die aan vrees (...) jou
39.
breng over! (ik) heb beledigd die ICRTI dat rechtsregels (...) jou goede (mv)
40.
hier is (ik) heb begeerd aan opnamen (...) jou bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou laat leven! (...) mij
41.
en (hij) kwam (...) mij genade (...) jou Jahweh TSWOTK als (jij) hebt gesproken (...) jou
42.
en (ik) antwoordde beledig! woord dat (ik) heb me verzekerd bij (het) woord (...) jou
43.
en naar TßL van mond van woord waarheid tot zeer dat aan rechtsregel (...) jou IHLTI
44.
en (ik) bewaarde (er)naar Wetboek (...) jou altijd aan eeuwigheid en tot
45.
en (ik) wandelde rond (er)naar bij (de) plein dat opnamen (...) jou (ik) heb uitgelegd
46.
en (ik) sprak (er)naar bij (de) getuigen (...) jou tegenover koningen noch (ik) schaamde me
47.
WASTOSO bij (de) voorschriften (...) jou die (ik) heb liefgehad
48.
en (ik) droeg zoals mond van naar voorschriften (...) jou die (ik) heb liefgehad en (ik) sprak (er)naar bij (de) wetten (...) jou
49.
man woord te bewerken (...) jou op die IHLTNI
50.
deze (ik) heb getroost bij (de) armoede (...) mij dat (jij) hebt gesproken (...) jou HITNI
51.
hoogmoedigen ELIßNI tot zeer van Wetboek (...) jou niet (ik) ben genegen
52.
(ik) heb me herinnerd rechtsregels (...) jou van eeuwigheid Jahweh WATNHM
53.
ZLOPE (jullie) hebben gegrepen (...) mij van slechte (mv) verlaat! Wetboek (...) jou
54.
gezangen (zij) zijn geweest aan mij wetten (...) jou bij (het) huis om te wonen (...) mij
55.
(ik) heb me herinnerd bij (de) nacht naam (...) jou Jahweh en (ik) bewaarde (er)naar Wetboek (...) jou
56.
deze (zij) is geweest aan mij dat opnamen (...) jou NßRTI
57.
verdeel! Jahweh (ik) heb gesproken te bewaren woorden (...) jou
58.
(ik) ben ziek geworden aanzichten (...) jou in alle hart Hanani als (jij) hebt gesproken (...) jou
59.
(ik) heb gedacht wegen van en (ik) gaf terug (er)naar voeten van naar getuigen (...) jou
60.
(ik) heb me gehaast noch ETMEMETI te bewaren voorschriften (...) jou
61.
saboteer! slechte (mv) ik (...) nog Wetboek (...) jou niet (ik) heb vergeten
62.
straten nacht (ik) wraakte te bedanken aan jou op rechtsregels van rechtvaardigheid (...) jou
63.
verbond ik aan alle die (zij) lieten zien (...) jou en te bewaren (...) mij bevelen (...) jou
64.
genade (...) jou Jahweh (zij) is vol geweest het land wetten (...) jou onderwijs! (...) mij
65.
goede (jij) hebt gedaan met slaaf (...) jou Jahweh zoals woord (...) jou
66.
goede smaak en kennis onderwijs! (...) mij dat bij (de) voorschriften (...) jou (ik) heb geloofd
67.
voordat (ik) antwoordde ik SCC en nu (jij) hebt gesproken (...) jou (ik) heb gehouden
68.
goede (met) haar en doe(t) goed onderwijs! (...) mij wetten (...) jou
69.
ÐPLW op mij leugen hoogmoedigen ik in alle hart berging bevelen (...) jou
70.
ÐPS zoals melk hart (...) hen ik Wetboek (...) jou SOSOTI
71.
goede aan mij dat (ik) heb geantwoord opdat (ik) onderwees wetten (...) jou
72.
goede aan mij Wetboek van monden (...) jou van duizend(en) van goud en zilver
73.
handen (...) jou maakt! (...) mij en (zij) zetten op (...) mij (hij) heeft begrepen (...) mij en (ik) onderwees (er)naar voorschriften (...) jou
74.
vrees! (...) jou (zij) lieten zien (...) mij en (zij) maakten blij dat te spreken (...) jou IHLTI
75.
(ik) heb geweten Jahweh dat rechtvaardigheid rechtsregels (...) jou en waarheid (jullie) hebben geantwoord (...) mij
76.
wees toch genade (...) jou te troosten (...) mij als (jij) hebt gesproken (...) jou te bewerken (...) jou
77.
voert in! (...) mij baarmoeders (...) jou en (ik) leefde dat Wetboek (...) jou SOSOI
78.
(zij) zijn droog geweest hoogmoedigen dat leugen verdraaiet! (...) mij ik (ik) sprak bij (de) bevelen (...) jou
79.
(zij) keerden terug aan mij vrees! (...) jou en (zij) hebben geweten getuigen (...) jou
80.
wees hart (...) mij volledige bij (de) wetten (...) jou opdat niet (ik) schaamde me
81.
(zij) is geëindigd LTSWOTK ziel (...) mij te spreken (...) jou IHLTI
82.
kunt! bestudeer! LAMRTK te spreken wanneer? (jij) troostte (...) mij
83.
dat (ik) ben geweest KNAD BQIÐWR wetten (...) jou niet (ik) heb vergeten
84.
zoiets dagen van slaaf (...) jou wanneer? (jij) deed bij achtervolg! rechtsregel
85.
(zij) hebben gegraven aan mij hoogmoedigen dat (hij) landde die niet zoals Wetboek (...) jou
86.
alle voorschriften (...) jou waarheid leugen (zij) hebben achtervolgd (...) mij (hij) heeft geholpen (...) mij
87.
zoals een beetje als overnacht! bij (het) land en ik niet (ik) heb verlaten opnamen (...) jou
88.
zoals genade (...) jou laat leven! (...) mij en (ik) bewaarde (er)naar getuigenis monden (...) jou
89.
aan eeuwigheid Jahweh woord (...) jou opgesteld bij (de) hemel
90.
aan generatie en generatie waarheid (...) jou (jij) hebt opgezet land en (jij) stond vast
91.
aan rechtsregels (...) jou sta(a)t vast! vandaag dat (de) alle slaven (...) jou
92.
indien niet Wetboek (...) jou SOSOI destijds (ik) ben verloren gegaan bij (de) armoede (...) mij
93.
aan eeuwigheid niet (ik) werd vergeten bevelen (...) jou dat in hen (jullie) hebben geleefd (...) mij
94.
aan jou ik (hij) heeft gered (...) mij dat bevelen (...) jou (ik) heb uitgelegd
95.
aan mij (zij) hebben gehoopt slechte (mv) te verliezen (...) mij getuigen (...) jou (ik) beschouwde
96.
aan alle (jij) beëindigde (ik) heb gezien eind plein voorschrift (...) jou zeer
97.
wat? (ik) heb liefgehad Wetboek (...) jou alle vandaag zij SIHTI
98.
van vijanden van (zij) werd wijs (...) mij voorschrift (...) jou dat aan eeuwigheid zij aan mij
99.
van alle onderwijs(t) (...) mij (ik) ben wijs geworden dat getuigen (...) jou spreek! (er)naar aan mij
100.
van baarden (ik) beschouwde dat bevelen (...) jou NßRTI
101.
van alle manier kwaad (ik) heb gevangen gezet voeten van opdat (ik) bewaarde woord (...) jou
102.
van rechtsregels (...) jou niet (ik) ben afgeweken dat (met) haar EWRTNI
103.
wat? NMLßW aan verhemeltes van (jij) hebt gesproken (...) jou van honing aan mond van
104.
van bevelen (...) jou (ik) beschouwde op zo (ik) heb gehaat alle manier leugen
105.
licht aan voeten van woord (...) jou en licht aan baan (...) mij
106.
(ik) heb gezworen en (ik) vestigde (er)naar te bewaren rechtsregels van rechtvaardigheid (...) jou
107.
NONITI tot zeer Jahweh laat leven! (...) mij zoals woord (...) jou
108.
NDBWT mond van (zij) heeft gerend toch Jahweh en rechtsregels (...) jou onderwijs! (...) mij
109.
ziel (...) mij bij (de) lepels van altijd en Wetboek (...) jou niet (ik) heb vergeten
110.
(zij) hebben gegeven slechte (mv) valstrik aan mij en van bevelen (...) jou niet (ik) ben verkeerd gelopen
111.
(ik) heb verworven getuigen (...) jou aan eeuwigheid dat (zij) hebben zich verblijd (...) hen hart (...) mij deze (mv)
112.
(ik) ben genegen hart (...) mij te doen wetten (...) jou aan eeuwigheid voetstap
113.
XOPIM (ik) heb gehaat en Wetboek (...) jou (ik) heb liefgehad
114.
bestrijd! en schilden van (met) haar te spreken (...) jou IHLTI
115.
verblindt! (van)uit mij van kwaden en (zij) heeft opgeborgen voorschrift van mijn God
116.
(hij) heeft gesteund (...) mij als (jij) hebt gesproken (...) jou en (ik) leefde en naar (jij) beschaamde (...) mij verbrijzel(t) (...) mij
117.
XODNI WAWSOE WASOE bij (de) wetten (...) jou altijd
118.
XLIT alle SWCIM van wetten (...) jou dat leugen TRMITM
119.
XCIM zet stop! alle slechtheden van land daarom (ik) heb liefgehad getuigen (...) jou
120.
XMR ben(t) bang (...) jou kondig aan! en van rechtsregels (...) jou (ik) heb gevreesd
121.
(ik) heb gedaan rechtsregel en rechtvaardigheid echtgenoot (jij) gaf rust (...) mij aan afzetterijen van
122.
aangename slaaf (...) jou aan goede naar (hij) deed tekort (...) mij hoogmoedigen
123.
bestudeer! kunt! aan verlossing (...) jou WLAMRT rechtvaardigheid (...) jou
124.
(hij) heeft gedaan met slaaf (...) jou zoals genade (...) jou en wetten (...) jou onderwijs! (...) mij
125.
slaaf (...) jou ik (hij) heeft begrepen (...) mij en (ik) wist (er)naar getuigen (...) jou
126.
tijd te doen aan Jahweh (is het zo) dat (zij) zijn vruchtbaar geweest Wetboek (...) jou
127.
op zo (ik) heb liefgehad voorschriften (...) jou van goud en van goud
128.
op zo alle opperbevel (...) mij alle (ik) heb geeffend alle manier leugen (ik) heb gehaat
129.
PLAWT getuigen (...) jou op zo NßRTM ziel (...) mij
130.
opening woorden (...) jou (hij) verlichtte van tussen dwazen
131.
mond van PORTI WASAPE dat aan voorschriften (...) jou IABTI
132.
hoek naar mij en Hanani zoals rechtsregel LAEBI naam (...) jou
133.
keren van bereid voor! bij (jij) hebt gesproken (...) jou en naar TSLÐ bij mij alle kracht
134.
PDNI van afzetterij mens en (ik) bewaarde (er)naar bevelen (...) jou
135.
aanzichten (...) jou verlicht! bij (de) slaaf (...) jou en onderwijs! (...) mij (tot) wetten (...) jou
136.
splits! water (zij) zijn gedaald bestudeer! op niet bewaart! Wetboek (...) jou
137.
rechtvaardige (met) haar Jahweh en rechte rechtsregels (...) jou
138.
(jij) hebt opdracht gegeven rechtvaardigheid getuigen (...) jou en waarheid zeer
139.
ßMTTNI (ik) ben jaloers geweest dat laat vergeten! woorden (...) jou schep!
140.
gelouterde (jij) hebt gesproken (...) jou zeer en slaaf (...) jou liefde
141.
kleine ik en (wij) minachtten opnamen (...) jou niet (ik) heb vergeten
142.
(jij) hebt gelijk gehad (...) jou rechtvaardigheid aan eeuwigheid en Wetboek (...) jou waarheid
143.
smalle WMßWQ (zij) hebben gevonden (...) mij voorschriften (...) jou SOSOI
144.
rechtvaardigheid getuigen (...) jou aan eeuwigheid (hij) heeft begrepen (...) mij en (ik) leefde
145.
(ik) heb genoemd in alle hart wolken van Jahweh wetten (...) jou (zij) heeft opgeborgen
146.
(ik) heb genoemd (...) jou (hij) heeft gered (...) mij en (ik) bewaarde (er)naar getuigen (...) jou
147.
(ik) ben voorgegaan bij (de) schemer en (ik) schreeuwde om hulp (er)naar aan woorden (...) jou IHLTI
148.
(zij) zijn voorgegaan bestudeer! ASMRWT te spreken bij (jij) hebt gesproken (...) jou
149.
klanken van (zij) heeft toegehoord zoals genade (...) jou Jahweh zoals rechtsregel (...) jou laat leven! (...) mij
150.
(zij) hebben nader gebracht achtervolg! vuiligheid van Wetboek (...) jou (zij) zijn ver geweest
151.
verwant (met) haar Jahweh en alle voorschriften (...) jou waarheid
152.
voorkant (ik) heb geweten van getuigen (...) jou dat aan eeuwigheid (jullie) hebben gevestigd
153.
(hij) heeft gezien armoede (...) mij en (hij) heeft uitgetrokken (...) mij dat Wetboek (...) jou niet (ik) heb vergeten
154.
twist! (er)naar twist! en (hij) heeft verlost (...) mij LAMRTK laat leven! (...) mij
155.
afstand van slechte (mv) verlossing dat wetten (...) jou niet (zij) hebben uitgelegd
156.
baarmoeders (...) jou twisten Jahweh zoals rechtsregels (...) jou laat leven! (...) mij
157.
twisten achtervolg! en schep! van getuigen (...) jou niet (ik) ben genegen
158.
(ik) heb gezien kledingstukken WATQWÐÐE die (jij) hebt gesproken (...) jou niet bewaart!
159.
(hij) heeft gezien dat bevelen (...) jou (ik) heb liefgehad Jahweh zoals genade (...) jou laat leven! (...) mij
160.
hoofd woord (...) jou waarheid en aan eeuwigheid alle rechtsregel rechtvaardigheid (...) jou
161.
zingen (zij) hebben achtervolgd (...) mij gratis en woestijnen (...) jou angst hart (...) mij
162.
zes ik op (jij) hebt gesproken (...) jou als word(t) tevoorschijn gehaald buit meerderheid
163.
leugen (ik) heb gehaat WATOBE Wetboek (...) jou (ik) heb liefgehad
164.
zeven bij (de) dag (ik) heb geloofd (...) jou op rechtsregels van rechtvaardigheid (...) jou
165.
vrede meerderheid LAEBI Wetboek (...) jou en (er is) niet voor hen om te struikelen
166.
(ik) heb gebroken aan verlossing (...) jou Jahweh en voorschriften (...) jou (ik) heb gedaan
167.
(zij) heeft gehouden ziel (...) mij getuigen (...) jou en (hij) heeft liefgehad (...) hen zeer
168.
(ik) heb gehouden bevelen (...) jou en getuigen (...) jou dat alle wegen van tegenover jou
169.
(jij) bracht nader gezang (...) mij voor jou Jahweh zoals woord (...) jou (hij) heeft begrepen (...) mij
170.
(jij) kwam smeekbede (...) mij voor jou als (jij) hebt gesproken (...) jou (hij) heeft gered (...) mij
171.
TBONE lippen van lof(lied) dat (jij) onderwees (...) mij wetten (...) jou
172.
(zij) antwoordde tong (...) mij (jij) hebt gesproken (...) jou dat alle voorschriften (...) jou rechtvaardigheid
173.
(zij) was hand (...) jou LOZRNI dat bevelen (...) jou (ik) heb gekozen
174.
(ik) heb begeerd aan verlossing (...) jou Jahweh en Wetboek (...) jou SOSOI
175.
(zij) leefde ziel (...) mij en (jij) loofde (...) jou en rechtsregel (...) jou (hij) hielp (...) mij
176.
(ik) ben verkeerd gelopen zoals lammetje (hij) is verloren gegaan zoek! slaaf (...) jou dat voorschriften (...) jou niet (ik) heb vergeten

Hoofdstuk 120

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan naar Jahweh (jij) hebt druiven geplukt (er)naar aan mij (ik) heb genoemd en (hij) antwoordde (...) mij
2.
Jahweh (zij) heeft gered ziel (...) mij van oever van leugen van tong bedrog
3.
wat? (hij) gaf aan jou en wat? (hij) zal toevoegen aan jou tong bedrog
4.
halve held SNWNIM met CHLI RTMIM
5.
AWIE aan mij dat (ik) heb gewoond (hij) heeft getrokken (ik) heb gewoond met tenten van (hij) is donker geworden
6.
(jij) hebt getwist buurvrouw aan haar ziel (...) mij met haat vrede
7.
ik vrede en dat (ik) sprak deze (mv) aan strijd

Hoofdstuk 121

1.
lied tot van beklimmingen (ik) droeg bestudeer! naar naar de heuvels vanwaar? (hij) kwam help!
2.
help! bij vandaan Jahweh (hij) heeft gedaan hemel en land
3.
naar (hij) gaf te wankelen voet (...) jou naar INWM bewaar! (...) jou
4.
hier is niet INWM noch IISN houd(t) Israël
5.
Jahweh bewaar! (...) jou Jahweh schaduw (...) jou op hand rechterhand (...) jou
6.
dag (...) hen de zon niet (hij) zal slaan en maan bij (de) nacht
7.
Jahweh (hij) bewaarde (...) jou van alle kwaad (hij) bewaarde (tot) ziel (...) jou
8.
Jahweh (hij) bewaarde uit te gaan (...) jou en in de richting van naar van tijd en tot eeuwigheid

Hoofdstuk 122

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan aan oom (ik) ben blij geweest bij (de) woorden aan mij huis Jahweh (wij) gingen
2.
OMDWT (zij) zijn geweest voeten (...) ons bij (de) poorten (...) jou Jeruzalem
3.
Jeruzalem naar de bebouwing zoals stad dat (zij) heeft zich aangesloten aan haar samen
4.
dat (hij) heeft geplaatst (zij) zijn opgegaan stammen stammen van God getuigenis aan Israël te bedanken aan naam Jahweh
5.
dat daarnaar (-s) (zij) hebben gewoond KXAWT aan rechtsregel KXAWT aan huis oom
6.
(zij) hebben gevraagd vrede Jeruzalem ISLIW heb lief! (...) jou
7.
wees vrede bij (de) macht (...) jou naar kwartel bij (de) paleis-en (...) jou
8.
opdat broer en achtervolg! (ik) sprak (er)naar toch vrede bij jou
9.
opdat huis Jahweh onze God (ik) zocht (er)naar goede aan jou

Hoofdstuk 123

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan naar jou (ik) heb gedragen (tot) bestudeer! de inwoners van bij (de) hemel
2.
hier is als bestudeer! slaven naar hand heren (...) hen als bestudeer! slavin naar hand (jij) bent sterk geworden (er)naar zo ogen (...) ons naar Jahweh onze God tot dat (hij) legerde (...) ons
3.
(zij) hebben gratie verleend Jahweh (zij) hebben gratie verleend dat meerderheid (wij) zijn verzadigd geweest minachting
4.
(jij) hebt getwist zeven aan haar ziel (...) ons de spot (de) zorgeloze (mv) de minachting LCAIWNIM

Hoofdstuk 124

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan aan oom indien niet Jahweh dat (hij) is geweest aan ons (hij) sprak toch Israël
2.
indien niet Jahweh dat (hij) is geweest aan ons bij sta op! op ons mens
3.
AZI leven (zij) hebben geslikt (...) ons bij worden bleek neus (...) hen bij ons
4.
AZI het water SÐPWNW erfgoed kant op ziel (...) ons
5.
AZI kant op ziel (...) ons het water EZIDWNIM
6.
gezegende Jahweh SLA (wij) hebben gegeven prooi aan die twee
7.
ziel (...) ons zoals Zippor (zij) is ontsnapt van valstrik IWQSIM de valstrik (wij) verbrijzelden en wij (wij) zijn ontsnapt
8.
(wij) hebben geholpen bij (de) naam Jahweh (hij) heeft gedaan hemel en land

Hoofdstuk 125

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan de veilige plaatsen bij Jahweh zoals heuvel Sion niet (hij) wankelde aan eeuwigheid inwoner
2.
Jeruzalem (hij) heeft opgetild rondom aan haar en Jahweh rondom aan zijn volk naar van tijd en tot eeuwigheid
3.
dat niet (hij) rustte stam (de) slechte op lot geef gelijk! (...) hen opdat niet (zij) zondden weg geef gelijk! (...) hen BOWLTE handen (...) hen
4.
(zij) heeft goed gedaan Jahweh aan goede (mv) en aan eerlijkheden bij (de) harten (...) hen
5.
WEMÐIM OQLQLWTM IWLIKM Jahweh (tot) daden van de kracht vrede op Israël

Hoofdstuk 126

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan bij (het) terugkeren Jahweh (tot) ouderdom van Sion (wij) zijn geweest als droom! (...) hen
2.
destijds (hij) was vol wrijf fijn! monden (...) ons en tong (...) ons gezang destijds (zij) spraken bij (de) volken (hij) heeft vergroot Jahweh te doen met deze
3.
(hij) heeft vergroot Jahweh te doen met ons (wij) zijn geweest maak blij! (...) hen
4.
naar terugkeren Jahweh (tot) rust! (...) ons zoals beddingen bij (het) Zuiden
5.
(is het zo) dat zaaie! (...) hen bij (de) traan bij (de) gezang IQßRW
6.
gang (hij) ging en (hij) heeft geweend verheven (hij) heeft getrokken de nakomelingen (hij) is gekomen (hij) kwam bij (de) gezang verheven ALMTIW

Hoofdstuk 127

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan aan Salomo als Jahweh niet (hij) bouwde huis (het) niets (zij) hebben gezwoegd BWNIW bij hem als Jahweh niet (hij) bewaarde stad (het) niets amandel houd(t)
2.
(het) niets aan jullie sta(a)(t) vroeg op (...) mij sta op! van achter sabbat eet! brood (de) bedroefde (mv) zo (hij) gaf LIDIDW (hij) heeft gehaat
3.
hier is (jij) hebt verworven Jahweh zonen beloning vrucht de buik
4.
zoals pijlen bij (de) hand held zo bouw! de jeugd
5.
heil de man die (hij) is vol geweest (tot) vuilnis (...) hem (van)uit hen niet (zij) zijn droog geweest dat (zij) spraken (tot) vijanden bij (de) poort

Hoofdstuk 128

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan heil alle gezien Jahweh de beweging bij (de) wegen (...) hem
2.
moeite lepels (...) jou dat (jij) at heil (...) jou en goede aan jou
3.
vuur (...) jou zoals wijnstok naar vrucht (ik) heb gezegend huis (...) jou zonen (...) jou als plant! olijven rondom aan tafel (...) jou
4.
hier is dat zo (hij) zegende man gezien Jahweh
5.
(hij) zegende (...) jou Jahweh van Sion en (hij) heeft gezien bij (de) goede Jeruzalem alle dagen van leven (...) jou
6.
en (hij) heeft gezien zonen aan zonen (...) jou vrede op Israël

Hoofdstuk 129

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan (jij) hebt getwist (zij) hebben gebundeld (...) mij om uit te schudden (...) mij (hij) sprak toch Israël
2.
(jij) hebt getwist (zij) hebben gebundeld (...) mij om uit te schudden (...) mij ook niet (zij) hebben gekund aan mij
3.
op CBI (zij) hebben geploegd stille (mv) (zij) hebben verlengd tot van nederigheden (...) hen
4.
Jahweh rechtvaardige Qßß wolken slechte (mv)
5.
(zij) zijn droog geweest WIXCW achterzijde alle haat! Sion
6.
(zij) waren zoals hooi daken dat (jij) bent voorgegaan stoppelveld droogte
7.
SLA (hij) is vol geweest lepel (...) hem maaier en pijl (...) ons van korenschoof
8.
noch (zij) hebben gesproken (is het zo) dat voorbijgaan (jij) hebt gezegend Jahweh naar jullie (wij) hebben gezegend (met) jullie bij (de) naam Jahweh

Hoofdstuk 130

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan MMOMQIM (ik) heb genoemd (...) jou Jahweh
2.
liggers van (zij) heeft toegehoord bij (de) klanken van (jullie) waren oren (...) jou QSBWT aan klank (jullie) legerden (...) mij
3.
als antwoorden (jij) bewaarde God liggers van water van (hij) stond vast
4.
dat met jou EXLIHE opdat TWRA
5.
(ik) heb gehoopt Jahweh (zij) heeft gehoopt ziel (...) mij en te spreken (...) hem EWHLTI
6.
ziel (...) mij aan liggers van bewaren te bezoeken dat til(t) op te bezoeken
7.
(hij) begon te Israël naar Jahweh dat met Jahweh de genade en veel met hem PDWT
8.
en hij (hij) bevrijdde (tot) Israël van alle misdaden (...) hem

Hoofdstuk 131

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan aan oom Jahweh niet hoogte hart (...) mij noch (zij) zijn hoog geweest bestudeer! noch (ik) ben gegaan bij (de) groeiende (mv) en bij (de) wonderen (van)uit mij
2.
als niet (ik) ben gelijk geweest WDWMMTI ziel (...) mij zoals kameel op mij moeder (...) hem zoals kameel op mij ziel (...) mij
3.
(hij) begon te Israël naar Jahweh naar van tijd en tot eeuwigheid

Hoofdstuk 132

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan Zakkur Jahweh aan oom (tot) alle nederigheid (...) hem
2.
die (hij) heeft gezworen aan Jahweh gelofte aan ridder Jakob
3.
als (ik) profeteerde bij (de) tent huis-en van als (ik) verhief op ORS IßWOI
4.
als (met) hen jaar van te bestuderen (...) mij LOPOPI TNWME
5.
tot (ik) vond plaats aan Jahweh behuizen aan ridder Jakob
6.
hier is (wij) hebben toegehoord (er)naar bij Efrath (wij) hebben gevonden (er)naar bij Sjadai bos
7.
(wij) kwamen (er)naar tot van buurvrouwen (...) hem (wij) bogen ons diep (er)naar aan het bloed voeten (...) hem
8.
hoogte Jahweh LMNWHTK (met) haar en kist kracht (...) jou
9.
priesters (...) jou (zij) bekleedden zich rechtvaardigheid en getrouwe-en (...) jou (zij) roddelden
10.
wegens oom slaaf (...) jou naar (jij) woonde aanzicht van Messias (...) jou
11.
(hij) heeft gezworen Jahweh aan oom waarheid niet (hij) blies (van)uit haar van vrucht buik (...) jou (ik) legde aan stoel aan jou
12.
als (zij) bewaarden zonen (...) jou verbonden van en getuige (...) mij deze (ik) onderwees (...) hen ook zonen (...) hen tot aan tot (zij) hebben gewoond aan stoel aan jou
13.
dat (hij) heeft gekozen Jahweh bij Sion verlangen aan zetel als
14.
deze MNWHTI tot aan tot mond (ik) woonde dat naar verlangens
15.
naar jacht zegen! (ik) zegende ABIWNIE ASBIO brood
16.
en naar priesters ALBIS redding en naar getrouwe-en roddel! (zij) roddelden
17.
daar (ik) liet groeien hoorn aan oom (ik) heb geordend licht aan Messiassen van
18.
vijanden (...) hem ALBIS (jij) hebt je geschaamd en op hem IßIß (zij) zich vervreemd

Hoofdstuk 133

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan aan oom hier is wat? goede en wat? aangename sabbat broers ook samen
2.
zoals olie (de) goede op het hoofd (hij) is gedaald op de baard baard Aäron dat (hij) is gedaald op mond van maten (...) hem
3.
zoals dauw Hermon dat (hij) is gedaald op ERRI Sion dat daar geef opdracht! Jahweh (tot) de gelukwens leven tot de eeuwigheid

Hoofdstuk 134

1.
lied (is het zo) dat om op te gaan hier is zegent! (tot) Jahweh alle werk! Jahweh de staanders bij (het) huis Jahweh bij (de) nachten
2.
draagt! hand (...) jullie heiligheid en zegent! (tot) Jahweh
3.
(hij) zegende (...) jou Jahweh van Sion (hij) heeft gedaan hemel en land

Hoofdstuk 135

1.
deze God deze (tot) daar Jahweh deze werk! Jahweh
2.
dat sta vast! (...) hen bij (het) huis Jahweh bij (de) grondgebieden huis onze God
3.
deze God dat goede Jahweh zingt! aan zijn naam dat aangename
4.
dat Jakob (hij) heeft gekozen als God Israël aan trots (...) hem
5.
dat ik (ik) heb geweten dat grote Jahweh en liggers (...) ons van alle God
6.
alle die wens Jahweh (hij) heeft gedaan bij (de) hemel en bij (het) land bij (de) dagen en alle TEMWT
7.
hoogte dragers van einde het land flitsen aan regen (hij) heeft gedaan word(t) tevoorschijn gehaald wind van schatten (...) hem
8.
dat (hij) heeft geslagen eerstgeborenen van Egypte van mens tot vee
9.
wapen letter van en van dwazen BTWKKI Egypte bij (de) farao en in alle slaven (...) hem
10.
dat (hij) heeft geslagen volken twisten en (hij) heeft gedood koningen OßWMIM
11.
aan Sihon koning de Amoriet en spot! koning de Basan en aan alle van koninkrijk Kanaän
12.
en (hij) heeft gegeven land (...) hen erfgoed erfgoed aan Israël met hem
13.
Jahweh naam (...) jou aan eeuwigheid Jahweh man (...) jou aan generatie en generatie
14.
dat (hij) berechtte Jahweh met hem en op slaven (...) hem ITNHM
15.
bedroef! de volken zilver en goud Mozes handen van mens
16.
mond aan hen noch (zij) spraken ogen aan hen noch (zij) lieten zien
17.
oren aan hen noch (zij) luisterden neus (er is) niet er is wind bij (de) monden (...) hen
18.
KMWEM (zij) waren OSIEM alle die veiligheid bij hen
19.
huis Israël zegent! (tot) Jahweh huis Aäron zegent! (tot) Jahweh
20.
huis (is het zo) dat Levi zegent! (tot) Jahweh vrees! Jahweh zegent! (tot) Jahweh
21.
gezegende Jahweh van Sion buurman Jeruzalem deze God

Hoofdstuk 136

1.
(zij) hebben bedankt aan Jahweh dat goede dat aan eeuwigheid genade (...) hem
2.
(zij) hebben bedankt aan mijn God naar God dat aan eeuwigheid genade (...) hem
3.
(zij) hebben bedankt aan liggers van de liggers dat aan eeuwigheid genade (...) hem
4.
LOSE wonderen groeiende (mv) alleen hij dat aan eeuwigheid genade (...) hem
5.
LOSE de hemel bij (de) wijsheid dat aan eeuwigheid genade (...) hem
6.
LRQO het land op het water dat aan eeuwigheid genade (...) hem
7.
LOSE lichten grootheden dat aan eeuwigheid genade (...) hem
8.
(tot) de zon aan regering van bij (de) dag dat aan eeuwigheid genade (...) hem
9.
(tot) de maan en sterren aan regering bij (de) nacht dat aan eeuwigheid genade (...) hem
10.
aan geslagen Egypte bij (de) eerstgeborenen (...) hen dat aan eeuwigheid genade (...) hem
11.
en (hij) bracht naar buiten Israël (zij) zijn gestorven (...) jullie dat aan eeuwigheid genade (...) hem
12.
bij (de) hand (zij) is sterk geworden en bij (de) arm uitgestrekte dat aan eeuwigheid genade (...) hem
13.
aan wortel zee riet aan wortelen dat aan eeuwigheid genade (...) hem
14.
en (hij) heeft overgebracht Israël bij (het) midden (...) hem dat aan eeuwigheid genade (...) hem
15.
en jeugd farao en macht (...) hem bij (de) zee riet dat aan eeuwigheid genade (...) hem
16.
LMWLIK met hem bij (de) woestijn dat aan eeuwigheid genade (...) hem
17.
aan geslagen koningen grootheden dat aan eeuwigheid genade (...) hem
18.
en (hij) doodde koningen geweldige (mv) dat aan eeuwigheid genade (...) hem
19.
aan Sihon koning de Amoriet dat aan eeuwigheid genade (...) hem
20.
en spot! koning de Basan dat aan eeuwigheid genade (...) hem
21.
en (hij) heeft gegeven land (...) hen aan erfgoed dat aan eeuwigheid genade (...) hem
22.
erfgoed aan Israël (zij) hebben gewerkt dat aan eeuwigheid genade (...) hem
23.
SBSPLNW man aan ons dat aan eeuwigheid genade (...) hem
24.
WIPRQNW Egyptenaars (...) ons dat aan eeuwigheid genade (...) hem
25.
(hij) heeft gegeven brood aan alle vlees dat aan eeuwigheid genade (...) hem
26.
(zij) hebben bedankt tot God de hemel dat aan eeuwigheid genade (...) hem

Hoofdstuk 137

1.
op rivieren Babel daar (wij) hebben gewoond ook (wij) hebben geweend bij (wij) hebben ons herinnerd (tot) Sion
2.
op aangename (mv) naar bij (het) midden (jullie) lieten overnachten KNRWTINW
3.
dat daar (zij) hebben gevraagd (...) ons keer terug! (...) ons spreek! lied WTWLLINW vreugde zingt! aan ons om te zingen Sion
4.
waar ben jij? (wij) zongen (tot) lied Jahweh op aarde van vreemde land
5.
als (ik) werd vergeten (...) jou Jeruzalem (jij) liet vergeten rechterhanden van
6.
(zij) plakte tong (...) mij aan verhemeltes van als niet AZKRKI als niet (ik) verhief (tot) Jeruzalem op hoofd (ik) ben blij geweest
7.
man Jahweh aan zonen van Edom (tot) dag Jeruzalem de woorden (zij) hebben blootgelegd (zij) hebben blootgelegd tot de fundament bij haar
8.
dochter Babel ESDWDE heil dat (hij) betaalde aan jou (tot) vergeld! (...) jou dat (jij) hebt vergolden aan ons
9.
heil dat (hij) greep en verbrijzel! (tot) richt aan! (...) jou naar de rots

Hoofdstuk 138

1.
aan oom (ik) zal bedanken (...) jou in alle hart (...) mij tegenover God (ik) zong (...) jou
2.
(ik) boog me diep (er)naar naar paleis heiligheid (...) jou en (ik) bedankte (tot) naam (...) jou op genade (...) jou en op waarheid (...) jou dat (jij) hebt vergroot op alle naam (...) jou (jij) hebt gesproken (...) jou
3.
bij (de) dag (ik) heb genoemd en (zij) antwoordde (...) mij TREBNI bij (de) ziel (...) mij kracht
4.
(zij) bedankten (...) jou Jahweh alle heers! land dat (zij) hebben toegehoord Amoriet monden (...) jou
5.
en (zij) zongen bij (de) wegen van Jahweh dat grote eer Jahweh
6.
dat (hij) is hoog geweest Jahweh en lage vrees en hoogte van afstand (hij) wist
7.
als (ik) ging te midden van ellende (zij) leefde (...) mij op neus vijanden van (jij) zond weg hand (...) jou en (jij) redde (...) mij rechterhand (...) jou
8.
Jahweh (hij) beëindigde bij (het) sieraad Jahweh genade (...) jou aan eeuwigheid daden van handen (...) jou naar (zij) liet los

Hoofdstuk 139

1.
aan dirigent aan oom lied Jahweh (jullie) hebben onderzocht (...) mij en (jij) wist
2.
(met) haar (jij) hebt geweten rust! en sta op! (zij) heeft gebouwd aan kwaden van om ver te zijn
3.
verleen gastvrijheid! en vierkanten van (jij) hebt uitgestrooid en alle wegen van EXKNTE
4.
dat (er is) niet woord bij (de) tong (...) mij èn Jahweh (jij) hebt geweten schoondochter
5.
achterzijde en voorkant ßRTNI en (zij) legde op mij KPKE
6.
wonderlijke kennis (van)uit mij hoge niet eet aan haar
7.
waarheen? (ik) ging van wind (...) jou en waarheen? van aanzichten (...) jou ABRH
8.
als AXQ hemel daar (met) haar WAßIOE dodenrijk hier ben jij
9.
(ik) droeg vleugels van zwarte (ik) behuisde (er)naar aan het einde van zee
10.
ook daar hand (...) jou (zij) rustte (...) mij en (jij) greep (...) mij rechterhand (...) jou
11.
en woord maar duisternis (hij) ademde uit (...) mij en nacht licht BODNI
12.
ook duisternis niet IHSIK (van)uit jou en nacht zoals dag (hij) verlichtte KHSIKE naar zoals licht
13.
dat (met) haar (jij) hebt gekocht (ik) ben geëindigd (jij) goot uit (...) mij bij (de) buik moeder (...) mij
14.
(ik) zal bedanken (...) jou op dat ontzagwekkende (mv) NPLITI wonderbaarlijke (mv) daden (...) jou en ziel (...) mij (jij) hebt geweten zeer
15.
niet (wij) verborgen word machtig! (van)uit jou die (ik) heb gedaan bij (het) geheim (ik) heb geborduurd bij (de) onderste (mv) land
16.
CLMI (zij) hebben gezien ogen (...) jou en op boek (...) jou allemaal (zij) schreven dagen fabriceert! noch één bij hen
17.
en aan mij wat? (zij) staken uit kwaden (...) jou naar wat? (zij) zijn machtig geworden hoofden (...) hen
18.
(ik) vertelde (...) hen van zand (zij) vermeerderden (...) hen EQIßTI en ik (...) nog met jou
19.
als TQÐL God slechte en mens (...) mij kosten verblindt! van mij
20.
die (zij) verbitterden (...) jou tot van vuiligheid NSWA voor niets steden (...) jou
21.
immers MSNAIK Jahweh (ik) haatte WBTQWMMIK ATQWÐÐ
22.
TKLIT (zij) heeft gehaat (ik) heb gehaat (...) hen aan vijanden (zij) zijn geweest aan mij
23.
(hij) heeft onderzocht (...) mij naar en weet! hart (...) mij bij Hanani en weet! SROPI
24.
en (hij) heeft gezien als weg bedroefde bij mij en (hij) heeft gerust (...) mij bij (de) weg eeuwigheid

Hoofdstuk 140

1.
aan dirigent lied aan oom
2.
(hij) heeft uitgetrokken (...) mij Jahweh van mens kwaad van man gewelddaden TNßRNI
3.
die berekent! medemensen bij (het) hart alle dag (zij) woonden weg van schoonmoeder
4.
tand (...) ons tong (...) hen zoals slang leren zak OKSWB in de plaats van SPTIMW (slot)
5.
bewaar! (...) mij Jahweh van handen van slechte van man gewelddaden TNßRNI die berekent! LDHWT keren van
6.
(zij) hebben verborgen verhef je! (...) hen valstrik aan mij en koorden (zij) hebben uitgespreid netwerk bij van stierkalf MQSIM (zij) hebben gelegd aan mij (slot)
7.
(ik) heb gesproken aan Jahweh naar mij (met) haar (zij) heeft geluisterd Jahweh klank (jullie) legerden (...) mij
8.
Jahweh liggers van kracht verlossing (...) mij hut (...) haar aan hoofden van bij (de) dag (hij) heeft gekust
9.
naar te geven (...) hen Jahweh MAWII slechte (zij) hebben plannen gesmeed naar TPQ (zij) waren hoog (slot)
10.
hoofd leg(t) opzij (...) mij werkzame SPTIMW IKXWMW
11.
IMIÐW op hen CHLIM (hij) is verrot (je) zult vallen (...) hen BMEMRWT echtgenoot (zij) stondden op
12.
man tong echtgenoot (zij) sloegen (...) hen bij (het) land man roof kwaad (hij) ving (...) ons LMDHPT
13.
(jij) hebt geweten dat (zij) heeft gemaakt Jahweh gerecht arme rechtsregel ABINIM
14.
maar rechtvaardigen (zij) bedankten aan naam (...) jou (zij) hebben gewoond rechte (mv) (tot) aanzichten (...) jou

Hoofdstuk 141

1.
lied aan oom Jahweh (ik) heb genoemd (...) jou naar zintuig aan mij (zij) heeft geluisterd klanken van bij noem! aan jou
2.
(jullie) sloegen (...) hen gebed (...) mij wierook voor jou om te dragen zoals mond van geschenk van aangename
3.
naar doorn Jahweh (zij) heeft gehouden aan mond van (wij) schiepen (er)naar op armelijke lippen van
4.
naar (zij) boog om hart (...) mij te spreken kwaad LETOWLL OLLWT bij (de) slechte (tot) mannen daden van kracht en echtgenoot (ik) streed BMNOMIEM
5.
IELMNI rechtvaardige genade en (hij) bewees (...) mij olie hoofd naar INI hoofden van dat nog (eens) en gebed (...) mij BROWTIEM
6.
NSMÐW bij (de) handen van rots rechters (...) hen en (zij) hebben toegehoord Amoriet dat (zij) zijn aangenaam geweest
7.
zoals part WBQO bij (het) land NPZRW kernen (...) ons aan mond van dodenrijk
8.
dat naar jou Jahweh liggers van bestudeer! (hij) heeft geweend (ik) heb bescherming gezocht naar (zij) legde bloot ziel (...) mij
9.
bewaar! (...) mij van handen van valstrik (zij) werden hard aan mij en om hard te worden daden van kracht
10.
(zij) vielen BMKMRIW slechte (mv) samen ik tot (ik) ging voorbij

Hoofdstuk 142

1.
ontwikkeld mens aan oom bij te zijn (...) hem bij (de) grot gebed
2.
klanken van naar Jahweh AZOQ klanken van naar Jahweh ATHNN
3.
ASPK voor hem spreek! ellende (...) mij voor hem (ik) vertelde
4.
BETOÐP op mij wind (...) mij en (met) haar (jij) hebt geweten baan (...) mij bij (de) manier deze (ik) ging (zij) hebben verborgen valstrik aan mij
5.
(hij) heeft gekeken rechterhand en (hij) heeft gezien en (er is) niet aan mij Machir (hij) is verloren gegaan om te vluchten (van)uit mij (er is) niet leg(t) uit aan ziel (...) mij
6.
(ik) heb geschreeuwd naar jou Jahweh (ik) heb gesproken (met) haar dekking-en van verdeel! bij (het) land de leven
7.
(zij) heeft opgelet naar gezang (...) mij dat DLWTI zeer (hij) heeft gered (...) mij MRDPI dat (zij) zijn sterk geweest (van)uit mij
8.
(zij) heeft tevoorschijn gehaald MMXCR ziel (...) mij te bedanken (tot) naam (...) jou bij mij (zij) omsingelden rechtvaardigen dat (jij) liet ontwennen op mij

Hoofdstuk 143

1.
lied aan oom Jahweh nieuws gebed (...) mij (zij) heeft geluisterd naar (jullie) legerden (...) mij BAMNTK wolken van bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou
2.
en naar (jij) kwam bij (de) rechtsregel (tot) slaaf (...) jou dat niet (hij) had gelijk voor jou alle levende
3.
dat (hij) heeft achtervolgd vijand ziel (...) mij DKA aan land dier (...) mij EWSBNI BMHSKIM (ik) ben opgestaan eeuwigheid
4.
WTTOÐP op mij wind (...) mij bij (de) middens van ISTWMM hart (...) mij
5.
(ik) heb me herinnerd dagen van voorkant (ik) heb uitgesproken in alle daad (...) jou bij Mozes handen (...) jou ASWHH
6.
(ik) heb uitgespreid handen van naar jou ziel (...) mij zoals land vermoeidheid aan jou (slot)
7.
vlugge wolken van Jahweh (zij) is geëindigd wind (...) mij naar (jij) zult bestrijden aanzichten (...) jou (van)uit mij WNMSLTI met (hij) is gedaald (...) mij put
8.
(hij) heeft laten horen (...) mij bij (het) rundvee genade (...) jou dat bij jou (ik) heb me verzekerd (hij) heeft meegedeeld (...) mij weg deze (ik) ging dat naar jou (ik) heb gedragen ziel (...) mij
9.
(hij) heeft gered (...) mij van vijanden van Jahweh naar jou KXTI
10.
onderwijs! (...) mij te doen wil (...) jou dat (met) haar (ik) voegde me bij (...) mij wind (...) jou goeds (zij) rustte (...) mij bij (het) land van vereffening
11.
opdat naam (...) jou Jahweh (zij) leefde (...) mij bij (jij) hebt gelijk gehad (...) jou (jij) haalde tevoorschijn van ellende ziel (...) mij
12.
en bij (de) genade (...) jou TßMIT vijanden van en (jij) hebt verloren laten gaan alle bundel! ziel (...) mij dat ik slaaf (...) jou

Hoofdstuk 144

1.
aan oom gezegende Jahweh rotsen van (is het zo) dat onderwijs(t) handen van nader te brengen vingers (...) mij aan strijd
2.
genade-en van WMßWDTI toevluchtsoorden van WMPLÐI aan mij schilden van en bij hem (ik) heb bescherming gezocht ERWDD met mij in de plaats van mij
3.
Jahweh wat? mens en (jullie) wisten (...) hem zoon mens en (jullie) berekenden (...) hem
4.
mens aan damp (hij) heeft geleken dagen (...) hem zoals schaduw ga(a)(t) voorbij
5.
Jahweh neig! namen (...) jou en (jij) daalde (hij) is gestorven bij (hij) heeft opgetild en (wij) hebben gemaakt
6.
BRWQ flits WTPIßM wapen pijlen (...) jou en (zij) ruiste (...) hen
7.
wapen handen (...) jou van hoogte PßNI en (hij) heeft gered (...) mij van water twisten van hand bouw! vreemde land
8.
die monden (...) hen woord (het) niets en rechterhand (...) hen rechterhand leugen
9.
God lied maand (ik) zong (er)naar aan jou bij (de) harp decennium (ik) zong (er)naar aan jou
10.
(is het zo) dat geef(t) (jij) schreeuwde om hulp (er)naar aan koningen (is het zo) dat open(t) (tot) oom (zij) hebben gewerkt van zwaard herder
11.
PßNI en (hij) heeft gered (...) mij van hand bouw! vreemde land die monden (...) hen woord (het) niets en rechterhand (...) hen rechterhand leugen
12.
die (wij) hebben gebouwd als plant! (...) hen kweken BNOWRIEM bebouwingen (...) ons KZWIT MHÐBWT model paleis
13.
MZWINW ben vol! (...) hen MPIQIM MZN naar (hij) heeft onderhouden ßAWNNW MALIPWT MRBBWT BHWßWTINW
14.
aanvoerders (...) ons MXBLIM (er is) niet doorbraak en (er is) niet ga(a)(t) uit en (er is) niet ßWHE bij (ik) ben breder geworden (...) ons
15.
heil het volk SKKE als heil het volk dat (hij) was zijn God

Hoofdstuk 145

1.
lof(lied) aan oom ARWMMK (ik) voegde me bij (...) mij kroon! en (ik) zegende (er)naar naam (...) jou aan eeuwigheid en tot
2.
in alle dag (ik) zegende (...) jou en (ik) loofde (er)naar naam (...) jou aan eeuwigheid en tot
3.
grote Jahweh en loof(t) zeer en aan grootheid (...) hem (er is) niet onderzoek
4.
generatie te wonen ISBH daden (...) jou en moedige daden (...) jou (zij) vertelden
5.
pracht eer luister (...) jou en spreek! NPLATIK (ik) sprak (er)naar
6.
WOZWZ NWRATIK (zij) spraken en grootheden (...) jou (ik) vertelde (...) haar
7.
man meerderheid goedheid (...) jou IBIOW en (jij) hebt gelijk gehad (...) jou (zij) roddelden
8.
(zij) zijn gelegerd (...) hen en barmhartige Jahweh lange neuzen en grootheid genade
9.
goede Jahweh aan alle en baarmoeders (...) hem op alle daden (...) hem
10.
(zij) bedankten (...) jou Jahweh alle daden (...) jou en getrouwe-en (...) jou IBRKWKE
11.
eer koninkrijk (...) jou (zij) spraken en moed (...) jou (zij) spraken
12.
mee te delen aan zonen van de mens moedige daden (...) hem en eer pracht koninkrijk (...) hem
13.
koninkrijk (...) jou koninkrijk alle eeuwigheden en regering (...) jou in alle generatie en generatie
14.
steuun(t) Jahweh aan alle (is het zo) dat ga neer! (...) hen WZWQP aan alle EKPWPIM
15.
bestudeer! alle naar jou (zij) braken en (met) haar geef(t) aan hen (tot) eten (...) hen bij (de) tijd (...) hem
16.
open(t) (tot) hand (...) jou WMSBIO aan alle levende wil
17.
rechtvaardige Jahweh in alle wegen (...) hem en getrouwe in alle daden (...) hem
18.
verwant Jahweh aan alle noem! (...) hem aan alle die (zij) noemden (...) hem bij (de) waarheid
19.
wil vrees! (...) hem (zij) heeft gemaakt en (tot) (jullie) hebben om hulp geschreeuwd (hij) hoorde toe en (hij) redde (...) hen
20.
houd(t) Jahweh (tot) alle heb lief! (...) hem en (tot) alle (de) slechte (mv) (hij) roeide uit
21.
lof(lied) van Jahweh (hij) sprak mond van en (hij) zegende alle vlees daar (zij) hebben geheiligd aan eeuwigheid en tot

Hoofdstuk 146

1.
deze God loof! ziel (...) mij (tot) Jahweh
2.
(ik) loofde (er)naar Jahweh bij leef! (ik) zong (er)naar aan mijn God BOWDI
3.
naar (jullie) verzekerden je bij (de) vrijgevige (mv) bij (de) zoon mens dat (er is) niet als (jij) schreeuwde om hulp (er)naar
4.
(jij) ging uit wind (...) hem inwoner aan aarde (...) hem bij (de) dag dat (zij) zijn verloren gegaan OSTNTIW
5.
heil (hij) heeft gevraagd Jakob bij (zij) hebben geholpen (zij) hebben gebroken op Jahweh zijn God
6.
(hij) heeft gedaan hemel en land (tot) de zee en (tot) alle die in hen (is het zo) dat bewaar! waarheid aan eeuwigheid
7.
(hij) heeft gedaan rechtsregel LOSWQIM (hij) heeft gegeven brood LROBIM Jahweh MTIR verboden
8.
Jahweh (hij) heeft geopend huiden Jahweh ZQP KPWPIM Jahweh (hij) heeft liefgehad rechtvaardigen
9.
Jahweh bewaar! (tot) wonen wees en weduwe IOWDD en weg slechte (mv) (hij) verdraaide
10.
(hij) heerste Jahweh aan eeuwigheid jouw God Sion aan generatie en generatie deze God

Hoofdstuk 147

1.
deze God dat goede gezang onze God dat aangename lieflijke lof(lied)
2.
bouw(t) Jeruzalem Jahweh NDHI Israël IKNX
3.
(is het zo) dat genees! te breken (...) mij hart WMHBS aan droefheid (...) hen
4.
bedrieg(t) getal aan sterren aan allen (...) hen namen (hij) noemde
5.
grote heren (...) ons en meerderheid kracht aan wijsheid (...) hem (er is) niet getal
6.
MOWDD nederige (mv) Jahweh verneder(t) slechte (mv) tot aan land
7.
nederige aan Jahweh bij (de) dank zingt! aan onze God bij (de) viool
8.
(is het zo) dat bedek(t) hemel bij (de) wolken (is het zo) dat bereid(t) voor aan land regen (is het zo) dat laat groeien (hij) heeft opgetild hooi
9.
geef(t) aan vee (zij) heeft gestreden aan zonen van aangename die (zij) noemden
10.
niet bij (de) moed van het paard (hij) wenste niet bij (de) onderbeen (...) mij de man (hij) rende (er)naar
11.
ren! (er)naar Jahweh (tot) vrees! (...) hem (tot) (is het zo) dat hopen aan genade (...) hem
12.
SBHI Jeruzalem (tot) Jahweh loof! jouw God Sion
13.
dat kracht grendels van poorten (...) jou zegen! zonen (...) jou bij (het) binnenste (...) jou
14.
(is het zo) dat daar grens (...) jou vrede melk tarwe ISBIOK
15.
de wapen (jij) hebt gesproken (...) hem land tot (zij) heeft zich gehaast (hij) rende spreekt!
16.
(is het zo) dat (hij) heeft gegeven sneeuw zoals wol ontken! zoals as IPZR
17.
werp(t) af ijs (...) hem zoals dwazen voor stad (...) hem water van (hij) stond vast
18.
(hij) zond weg spreekt! WIMXM inwoner wind (...) hem IZLW water
19.
vertel(t) spreekt! aan Jakob wetten (...) hem en rechtsregels (...) hem aan Israël
20.
niet (hij) heeft gedaan zo aan alle volk en rechtsregels echtgenoot (zij) hebben geweten (...) hen deze God

Hoofdstuk 148

1.
deze God deze (tot) Jahweh vanuit de hemel looft hem bij (de) hemel
2.
looft hem alle boodschappers (...) hem looft hem alle (zij) hebben zich geschaard
3.
looft hem zon en maan looft hem alle sterren van licht
4.
looft hem namen van de hemel en het water die boven de hemel
5.
(zij) zullen loven (tot) daar Jahweh dat hij geef opdracht! en (wij) schiepen (...) hem
6.
en (hij) stelde op (...) hen voor altijd aan eeuwigheid wet (hij) heeft gegeven noch (hij) ging voorbij
7.
deze (tot) Jahweh vanuit het land krokodillen en alle TEMWT
8.
vuur en hagel sneeuw WQIÐWR wind storm (hij) heeft gedaan spreekt!
9.
naar de heuvels en alle heuvels boom vrucht en alle ceders
10.
het dier en alle vee kruipend gedierte en Zippor vleugel
11.
heers! land en alle naties zingen en alle berecht! land
12.
bij ontbranden en ook bij hangen op baarden met jongens
13.
(zij) zullen loven (tot) daar Jahweh dat hoge zijn naam alleen hij (zij) hebben bedankt op land en hemel
14.
en (hij) was hoog hoorn aan zijn volk lof(lied) aan alle getrouwe-en (...) hem aan zonen van Israël met (zij) hebben nader gebracht deze God

Hoofdstuk 149

1.
deze God zingt! aan Jahweh lied maand lof(lied) (...) hem bij (de) menigte getrouwe-en
2.
(hij) maakte blij Israël bij maak! (...) hem bouw! Sion (zij) verheugden zich bij (hij) heeft besneden (...) jullie
3.
(zij) zullen loven zijn naam BMHWL BTP en viool (zij) zongen als
4.
dat ren! (er)naar Jahweh bij (het) volk (...) hem IPAR nederige (mv) bij (de) verlossing
5.
(zij) waren vrolijk getrouwe-en bij (de) eer (zij) roddelden op liggen neer (...) hen
6.
RWMMWT naar BCRWNM en zwaard PIPIWT bij (hij) leek
7.
te doen wraak bij (de) volken terechtwijzingen bij (de) naties
8.
LAXR koningen (...) hen BZQIM WNKBDIEM BKBLI ijzer
9.
te doen bij hen rechtsregel geschreven pracht hij aan alle getrouwe-en (...) hem deze God

Hoofdstuk 150

1.
deze God deze naar bij (zij) hebben geheiligd looft hem bij (het) uitspansel kracht (...) hem
2.
looft hem bij (de) moedige daden (...) hem looft hem zoals meerderheid (zij) zijn gegroeid
3.
looft hem bij (hij) heeft geblazen ramshoorn looft hem bij (de) harp en viool
4.
looft hem BTP en van zand looft hem bij noem op! (...) hen en (hij) heeft hartstochtelijk bemind
5.
looft hem BßLßLI nieuws looft hem BßLßLI gejubel
6.
alle de ziel (jij) loofde God deze God