Hoofdstuk 1

1.
en wees bij (de) dagen van rechter de rechters en wees honger bij (het) land en (hij) ging man van huis brood Juda te wonen bij Sjadai Moab hij en vuur (...) hem en tweede zonen (...) hem
2.
en naam [van] de man Elimelech en naam [van] vuur (...) hem Naomi en naam [van] tweede zonen (...) hem Machlon en sluiting Efrathieten van huis brood Juda en voert in! Sjadai Moab en (zij) waren daar
3.
en (hij) stierf Elimelech man Naomi WTSAR zij en tweede bouw! (er)naar
4.
en (zij) droegen aan hen worden verlaten Moabitische daar de één Orpa en naam [van] de tweede Ruth en (zij) hebben gewoond daar zoals rijkdom twee
5.
en (zij) stierven ook die twee Machlon en sluiting WTSAR de vrouw ondergeschikte help bij de geboorte! (er)naar en naar van man
6.
en (zij) stond op zij en naar schoondochters en (jij) woonde van Sjadai Moab dat (zij) heeft toegehoord bij (het) veld Moab dat opname Jahweh (tot) met hem te geven aan hen brood
7.
en (jij) ging uit vanuit de plaats die (zij) is geweest daarnaar (-s) en schering KLWTIE met haar en (jullie) gingen bij (de) weg terug te keren naar land Juda
8.
en (jij) sprak Naomi aan schering naar schoondochters ga(a)t! Sebna vrouw aan huis natie (zij) heeft gemaakt Jahweh met jullie genade zoals (jullie) hebben gedaan met (is het zo) dat sterven en met mij
9.
(hij) gaf Jahweh aan jullie en van kleinvee om te rusten (er)naar vrouw huis naar man en (zij) gaf te drinken aan hen en (jij) droeg (...) haar klank (...) hen en (jullie) weenden
10.
en (jullie) spraken aan haar dat (met) jou (wij) bliezen aan volk (...) jou
11.
en (jij) sprak Naomi Sebna dochter (...) mij waarom (jullie) gingen met mij is er nog? aan mij zonen bij (de) ingewanden van en (zij) zijn geweest aan jullie aan mensen
12.
Sebna dochter (...) mij daarom dat (ik) ben oud geweest om te zijn aan man dat (ik) heb gesproken er is aan mij hoop ook (ik) ben geweest de nacht aan man en ook (ik) heb gebaard zonen
13.
(is het zo) dat aan hen (jullie) verbrijzelden tot die (zij) groeiden (is het zo) dat aan hen (zij) trok cirkel (...) haar opdat niet te zijn aan man naar dochter (...) mij dat bittere aan mij zeer (van)uit jullie dat (zij) is uitgegaan bij mij hand Jahweh
14.
WTSNE klank (...) hen en (jullie) weenden nog (eens) en (zij) gaf te drinken Orpa naar aan schoonmoeder en Ruth (zij) heeft geplakt bij haar
15.
en (jij) sprak hier is (zij) is teruggekeerd schoonzus (...) jou naar met haar en naar haar God keer terug! na schoonzus (...) jou
16.
en (jij) sprak Ruth naar (jij) trof bij mij LOZBK terug te keren van anderen (...) jou dat naar die (jij) ging (ik) ging en wat betreft (jij) liet overnachten (ik) liet overnachten met jou met mij en jouw God mijn God
17.
wat betreft (jij) stierf (...) mij (ik) stierf en naam [van] AQBR zo (zij) heeft gemaakt Jahweh aan mij en zo (hij) voegde toe dat de dood (hij) scheidde tussen mij en tussen jou
18.
en (zij) liet zien dat span(t) zich in zij te gaan (met) haar en (zij) hield op te spreken vetstaart
19.
en (jullie) gingen STIEM tot komt! huis brood en wees als komt! huis brood en (zij) ruiste alle (hij) heeft opgemerkt op hen en (jullie) spraken (de) deze Naomi
20.
en (jij) sprak naar hen naar (jullie) noemden aan mij Naomi (hij) heeft genoemd (...) hen aan mij MRA dat (hij) heeft verbitterd Sjadai aan mij zeer
21.
ik (zij) is vol geweest (ik) ben gegaan en leegte (...) hen (hij) heeft teruggegeven (...) mij Jahweh waarom (jullie) noemden aan mij Naomi en Jahweh (hij) heeft geantwoord bij mij en Sjadai juich! aan mij
22.
en (jij) woonde Naomi en Ruth de Moabitische (zij) is geëindigd met haar (is het zo) dat (zij) is teruggekeerd van Sjadai Moab en deze (mv) (zij) zijn gekomen huis brood bij (het) begin van oogst dat worden wakker

Hoofdstuk 2

1.
en aan Naomi MIDO naar aan man man held macht van familie van Elimelech en zijn naam Boaz
2.
en (jij) sprak Ruth de Moabitische naar Naomi (ik) ging (er)naar toch het veld en (ik) verzamelde (er)naar bij (de) uitlopers andere die (ik) vond gratie bij (de) ogen (...) hem en (jij) sprak aan haar ga! dochter (...) mij
3.
en (jij) ging en (jij) kwam en (jij) verzamelde bij (het) veld na EQßRIM en waarde gebeurtenis perceel van het veld aan Boaz die van familie van Elimelech
4.
en hier is Boaz (hij) is gekomen van huis brood en (hij) sprak aan maaiers Jahweh met jullie en (zij) spraken als (hij) zegende (...) jou Jahweh
5.
en (hij) sprak Boaz te schudden (...) hem (is het zo) dat opgesteld op de maaiers aan water van het meisje (de) deze
6.
en wegens de jeugd (is het zo) dat opgesteld op de maaiers en (hij) sprak meisje Moabitische zij (is het zo) dat (zij) is teruggekeerd met Naomi van Sjadai Moab
7.
en (jij) sprak (ik) verzamelde (er)naar toch en (ik) heb verzameld bij (de) korenschoven na de maaiers en (jij) kwam en (jij) stond van destijds het rundvee en tot nu dit (zij) heeft gerust het huis een beetje
8.
en (hij) sprak Boaz naar Ruth immers (jij) hebt toegehoord dochter (...) mij naar (jij) ging te verzamelen bij (het) veld andere en ook niet (jij) ging voorbij (...) mij hiervandaan en zo (jij) plakte (...) hen met (ik) heb uitgeschud
9.
ogen (...) jou bij (het) veld die IQßRWN en (jij) bent gegaan na hen immers (ik) heb opdracht gegeven (tot) de jongens opdat niet plaag (...) jou WßMT en (jij) bent gegaan naar (de) alle (mv) en (jij) hebt gedronken bevestig(t) ISABWN de jongens
10.
en (zij) viel op naar aanzicht van en (jij) boog je diep naar land en (jij) sprak naar hem waarom? (ik) heb gevonden gratie bij (de) ogen (...) jou te herkennen (...) mij en ik naar vreemdeling
11.
en wegens Boaz en (hij) sprak aan haar vertel! vertel! aan mij alle die (jij) hebt gedaan (tot) schoonmoeder (...) jou na dood man (...) jou en (jij) verliet vader (...) jou en moeder (...) jou en land vaderland (...) jou en (jij) ging naar met die niet (jij) hebt geweten gisteren eergisteren
12.
(hij) betaalde Jahweh daad (...) jou en (zij) was MSKRTK Salomo bij vandaan Jahweh mijn God Israël die (jij) bent gekomen bescherming te zoeken in de plaats van vleugels (...) hem
13.
en (jij) sprak (ik) vond gratie bij (de) ogen (...) jou liggers van dat (jullie) hebben getroost (...) mij en dat woord van op hart slavin (...) jou en ik niet (ik) was zoals eerste slavinnen (...) jou
14.
en (hij) sprak aan haar Boaz aan tijd voed! nader! hierheen en (jij) hebt gegeten vanuit het brood en (jij) hebt gedoopt mond (...) jou bij (het) zuurdesem en (jij) woonde vesting EQßRIM WIßBÐ aan haar klanken van en (jij) at en (jij) was verzadigd en (zij) verspiedde
15.
en (zij) stond op te verzamelen en (hij) gaf opdracht Boaz (tot) jeugd (...) hem te spreken ook tussen de korenschoven (jij) verzamelde noch TKLIMWE
16.
en ook van TSLW aan haar vanuit (ik) heb opgesteld (...) hen en (jullie) hebben verlaten en (zij) heeft verzameld noch (jullie) bestraften bij haar
17.
en (jij) verzamelde bij (het) veld tot (de) aangename WTHBÐ (tot) die (zij) heeft verzameld en wees als (ik) was mooi dat worden wakker
18.
en (jij) droeg en (jij) kwam (hij) heeft opgemerkt en (zij) liet zien naar schoonmoeder (tot) die (zij) heeft verzameld en (jij) werd tevoorschijn gehaald en te geven (...) hen aan haar (tot) die EWTRE MSBOE
19.
en (jij) sprak aan haar naar schoonmoeder (ik) was mooi (jij) hebt verzameld vandaag en waarheen? (jij) hebt gedaan wees herken(t) (...) jou gezegende en (zij) vertelde naar aan schoonmoeder (tot) die (zij) heeft gedaan met hem en (jij) sprak daar de man die (ik) heb gedaan met hem vandaag Boaz
20.
en (jij) sprak Naomi te kunnen (er)naar gezegende hij aan Jahweh die niet (hij) heeft verlaten genade (...) hem (tot) de leven en (tot) (is het zo) dat sterven en (jij) sprak aan haar Naomi verwant aan ons de man van wreker (...) ons hij
21.
en (jij) sprak Ruth de Moabitische ook dat woord naar mij met de jongens die aan mij (jij) plakte (...) hen tot als kunt! (tot) alle de oogst die aan mij
22.
en (jij) sprak Naomi naar Ruth (zij) is geëindigd goede dochter (...) mij dat (jij) ging uit met meisjes (...) hem noch (zij) troven bij jou bij (het) veld andere
23.
en (zij) plakte bij (de) meisjes Boaz te verzamelen tot alle (mv) oogst de poorten en oogst de tarwe en (jij) woonde (tot) naar schoonmoeder

Hoofdstuk 3

1.
en (jij) sprak aan haar Naomi naar schoonmoeder dochter (...) mij toch? (ik) zocht aan jou om te rusten die (hij) was goed aan jou
2.
en nu toch? Boaz om te weten (...) ons die (jij) bent geweest (tot) meisjes (...) hem hier is hij (hij) heeft uitgestrooid (tot) vreemdeling (...) hen de poorten de nacht
3.
en (jij) hebt gewassen en hut van en (jij) hebt geplaatst jurk (...) jou op jou en (ik) ben gedaald de vreemdeling (...) hen naar (jij) werd bekend aan man tot schoondochter (...) hem aan eten en te drinken
4.
en wees bij ligt neer! en (jij) hebt geweten (tot) de plaats die (hij) lag neer daar en (jij) bent gekomen en (jij) bent in verbanning gegaan voeteneinden (...) hem en (ik) heb gelegen en hij (hij) vertelde aan jou (tot) die (jij) maakte (...) hen
5.
en (jij) sprak vetstaart alle die (jij) sprak (ik) werd gedaan
6.
en (jij) daalde de vreemdeling (...) hen en (jij) maakte zoals alle die (zij) heeft opdracht gegeven naar schoonmoeder
7.
en (hij) at Boaz en (hij) legde en (hij) was goed zijn hart en (hij) kwam neer te liggen bij (het) einde EORME en (zij) kwam BLÐ en (zij) verheugde zich voeteneinden (...) hem en (jij) lag neer
8.
en wees bij (de) halve de nacht en (hij) schrok de man WILPT en hier is vrouw (jij) hebt gelegen voeteneinden (...) hem
9.
en (hij) sprak water van (tot) en (jij) sprak ik Ruth waarheid (...) jou en (jij) hebt uitgespreid vleugel (...) jou op waarheid (...) jou dat wreker (met) haar
10.
en (hij) sprak gezegende (tot) aan Jahweh dochter (...) mij (jij) hebt goed gedaan genade (...) jou (de) laatste vanuit (de) eerste opdat niet te gaan na de jongemannen als armelijke en als rijke
11.
en nu dochter (...) mij naar (jij) vreesde alle die (jij) sprak (ik) werd gedaan aan jou dat (hij) werd bekend alle poort met mij dat vuur van macht (tot)
12.
en nu dat echt dat als wreker ik en ook er is wreker verwant (van)uit mij
13.
LINI de nacht en (hij) is geweest bij (het) rundvee als (hij) verloste (...) jou goede (hij) verloste en als niet (hij) wenste aan wreker (...) jou en (ik) heb verlost (...) jou ik levende Jahweh lig neer! tot het rundvee
14.
en (jij) lag neer voeteneinde (...) hem tot het rundvee en (zij) stond op BÐRWM (hij) herkende man (tot) zijn vriend en (hij) sprak naar (hij) werd bekend dat kom(t) de vrouw de vreemdeling (...) hen
15.
en (hij) sprak (is het zo) dat bij mij de doek die op jou en grijp! bij haar en (jij) greep bij haar en (hij) mat af zes dat worden wakker en (hij) legde op haar en (hij) kwam (hij) heeft opgemerkt
16.
en (jij) kwam naar naar schoonmoeder en (jij) sprak water van (tot) dochter (...) mij en (zij) vertelde aan haar (tot) alle die (hij) heeft gedaan aan haar de man
17.
en (jij) sprak zes de poorten (de) deze (hij) heeft gegeven aan mij dat woord naar opbrengst (...) mij leegte (...) hen naar schoonmoeder (...) jou
18.
en (jij) sprak gevangenschap dochter (...) mij tot die (jij) wist (...) hen waar ben jij? (je) zult vallen woord dat niet ISQÐ de man dat als schoondochter het woord vandaag

Hoofdstuk 4

1.
en Boaz blad de poort en inwoner daar en hier is de wreker kant die woord Boaz en (hij) sprak verblind! (er)naar (zij) is teruggekeerd mond PLNI weduwnaar-en van en (hij) week af en inwoner
2.
en (hij) nam tien mensen van baarden van (hij) heeft opgemerkt en (hij) sprak woont! mond en (zij) hebben gewoond
3.
en (hij) sprak aan wreker perceel van het veld die aan broers (...) ons aan Elimelech (zij) heeft verkocht Naomi (is het zo) dat (zij) is teruggekeerd van veld Moab
4.
en ik (ik) heb gesproken (ik) onthulde oor (...) jou te spreken buis tegenover de inwoners en tegenover ben oud! met mij als (jij) verloste wreker en als niet (hij) verloste (zij) heeft verteld aan mij en (ik) wist dat (er is) niet behalve jou te verlossen en ik na jou en (hij) sprak ik (ik) verloste
5.
en (hij) sprak Boaz bij (de) dag QNWTK het veld van hand Naomi en honderd Ruth de Moabitische vuur van dood! (ik) heb gekocht te vestigen daar dood! op erfgoed (...) hem
6.
en (hij) sprak de wreker niet eet te verlossen aan mij opdat niet (ik) maakte kapot (tot) (ik) heb verworven wreker aan jou (met) haar (tot) (ik) heb verlost dat niet eet aan wreker
7.
en deze vroeger bij Israël op (is het zo) dat (zij) heeft verlost en op naar de tegenprestatie te handhaven alle woord stoppelveld man schoen (...) hem en (hij) heeft gegeven aan zijn vriend en deze ETOWDE bij Israël
8.
en (hij) sprak de wreker aan Boaz buis aan jou WISLP schoen (...) hem
9.
en (hij) sprak Boaz aan baarden en alle het volk getuigen (met) hen vandaag dat (ik) heb gekocht (tot) alle die aan Elimelech en (tot) alle die aan sluiting en Machlon van hand Naomi
10.
en ook (tot) Ruth EMABIE vuur van Machlon (ik) heb gekocht aan mij aan vrouw te vestigen daar dood! op erfgoed (...) hem noch (hij) hakte af daar dood! bij vandaan broers (...) hem en van poort plaats (...) hem getuigen (met) hen vandaag
11.
en (zij) spraken alle het volk die bij (de) poort en de baarden getuigen (hij) gaf Jahweh (tot) de vrouw (is het zo) dat kom(t) naar huis (...) jou zoals Rachel en (zij) heeft gevangen gezet die bij ons STIEM (tot) huis Israël en (hij) heeft gedaan macht bij Efrath en (hij) heeft genoemd daar bij (het) huis brood
12.
en wees huis (...) jou (jij) bent uitgegaan doorbraak die (zij) heeft gebaard dadel aan Juda vanuit de nakomelingen die (hij) gaf Jahweh aan jou vanuit het meisje (de) deze
13.
en (hij) nam Boaz (tot) Ruth en (zij) was als aan vrouw en (hij) kwam vetstaart en (hij) gaf Jahweh aan haar zwangerschap en (jij) baarde zoon
14.
en (jullie) spraken (is het zo) dat worden verlaten naar Naomi gezegende Jahweh die niet (hij) heeft stopgezet aan jou wreker vandaag en (hij) noemde zijn naam bij Israël
15.
en (hij) is geweest aan jou LMSIB ziel WLKLKL (tot) ouderdom (...) jou dat schoondochter (...) jou die (jij) hebt liefgehad (...) jou (jij) hebt gebaard (...) hem die zij goeds aan jou MSBOE zonen
16.
en (jij) nam Naomi (tot) het kind en (jij) dronk (...) hem naar bij (de) boezem en (zij) was als LAMNT
17.
en (jullie) noemden als de buurvrouwen daar te spreken kind zoon aan Naomi en (jullie) noemden zijn naam Obed hij vader Isaï vader oom
18.
en deze TWLDWT doorbraak doorbraak (hij) heeft voortgebracht (tot) Hezron
19.
en Hezron (hij) heeft voortgebracht (tot) (hij) is hoog geweest en (hij) is hoog geweest (hij) heeft voortgebracht (tot) Amminadab
20.
en Amminadab (hij) heeft voortgebracht (tot) (zij) hebben vermoed (...) hen en (zij) hebben vermoed (...) hen (hij) heeft voortgebracht (tot) Salomo
21.
en betaalt! (...) hen (hij) heeft voortgebracht (tot) Boaz en Boaz (hij) heeft voortgebracht (tot) Obed
22.
en slaaf (hij) heeft voortgebracht (tot) Isaï en Isaï (hij) heeft voortgebracht (tot) oom