Hoofdstuk 1

1.
heers! Salomo zoon oom koning Israël
2.
te weten wijsheid en zedeles te begrijpen Amoriet verstand
3.
(jij) hebt genomen zedeles word wijs! rechtvaardigheid en rechtsregel en van aanvoerders
4.
te geven LPTAIM ORME te schudden kennis en van vuiligheid
5.
(hij) hoorde toe wijze en Jozef lering en verstandige THBLWT (hij) kocht
6.
te begrijpen heerser WMLIßE spreek! wijze (mv) WHIDTM
7.
(jij) hebt gevreesd Jahweh begin kennis wijsheid en zedeles dwazen (zij) hebben geminacht
8.
nieuws bouw! zedeles vader (...) jou en naar TÐS Wetboek van moeder (...) jou
9.
dat LWIT gratie zij aan hoofd (...) jou en reuzen LCRCRTK
10.
bouw! als IPTWK zondaars naar (zij) kwam
11.
als (zij) spraken ga! (er)naar (met) ons (wij) lagen in hinderlaag (er)naar aan bloed NßPNE aan schone gratis
12.
(wij) slikten (...) hen zoals dodenrijk leven en volledige (mv) als (hij) werd naar beneden gehaald (...) mij put
13.
alle kapitaal waarde (wij) vondden (wij) waren vol huizen (...) ons buit
14.
lot (...) jou (jij) liet vallen bij (het) midden (...) ons KIX één (hij) was LKLNW
15.
bouw! naar (jij) ging bij (de) weg (met) hen (hij) heeft teruggehouden voet (...) jou van banen (...) hen
16.
dat voeten (...) hen aan kwaad (zij) renden en (zij) haastten zich aan monding bloed
17.
dat gratis naar van krans het netwerk bij bestudeer! alle echtgenoot vleugel
18.
en zij aan bloed (...) hen (zij) lagen in hinderlaag (hij) overtrok (...) ons aan zielen (...) hen
19.
zo manieren alle voordeel voordeel (tot) ziel echtgenoten (...) hem (hij) nam
20.
wijze (mv) bij (de) straat (hij) heeft verspied (...) haar bij (de) pleinen te geven (...) hen naar klank
21.
bij (het) hoofd EMIWT (jij) noemde bij doe open! dat worden wakker bij (de) stad Amarja (jij) sprak
22.
tot wanneer? dwazen (jullie) hadden lief dwaas en spotters aan opdracht (...) hen (zij) hebben begeerd aan hen en dwazen (zij) haatten kennis
23.
(jullie) keerden terug aan terechtwijzing (...) mij hier is ABIOE aan jullie wind (...) mij (ik) deelde mee (er)naar spreek! (met) jullie
24.
wegens (ik) heb genoemd en (jullie) weigerden (ik) ben genegen handen van en (er is) niet let op
25.
WTPROW alle raden van en terechtwijzing (...) mij niet (jullie) hebben gewenst
26.
ook ik bij (de) tegenslag (...) jullie (ik) speelde ALOC bij (het) komen angst (...) jullie
27.
bij (het) komen als draagt! (er)naar angst (...) jullie en tegenslag (...) jullie naar zoals riet IATE bij (het) komen op jullie ellende WßWQE
28.
destijds IQRANNI noch (ik) antwoordde ISHRNNI noch IMßANNI
29.
in de plaats van dat (zij) hebben gehaat kennis en (jij) hebt gevreesd Jahweh niet (zij) hebben gekozen
30.
niet (zij) hebben gewenst aan raden van (zij) hebben gesmaad alle terechtwijzing (...) mij
31.
en (zij) aten van vrucht generatie (...) jullie WMMOßTIEM (zij) waren verzadigd
32.
dat MSWBT dwazen (zij) doodde (...) hen WSLWT dwazen (jij) ging verloren (...) hen
33.
en nieuws aan mij jullie zijn er veiligheid en zorgeloze ben(t) bang herder

Hoofdstuk 2

1.
bouw! als (jij) nam Amoriet en voorschrift (...) mij (zij) overtrok (...) hen (met) jou
2.
op te letten aan wijsheid oor (...) jou (jij) boog om hart (...) jou aan wijsheid
3.
dat als aan verstand (jij) noemde aan wijsheid te geven (...) hen klank (...) jou
4.
als (jullie) zochten zoals zilver WKMÐMWNIM THPSNE
5.
destijds (jij) begreep (jij) hebt gevreesd Jahweh en kennis God (jij) vond
6.
dat Jahweh (hij) gaf wijsheid van monden (...) hem kennis en wijsheid
7.
en Noorden aan rechte (mv) TWSIE schild te gaan (...) mij onschuldige
8.
LNßR manieren rechtsregel en weg getrouwe (...) hem (hij) bewaarde
9.
destijds (jij) begreep rechtvaardigheid en rechtsregel en effenen alle van stierkalf goede
10.
dat (jij) kwam wijsheid bij (het) hart (...) jou en kennis aan ziel (...) jou (hij) zwierf (...) hen
11.
van vuiligheid (jij) bewaarde op jou wijsheid TNßRKE
12.
te redden (...) jou van weg kwaad van man woestijn verkeerde dingen
13.
(is het zo) dat verlaat! (...) hen manieren rechte te gaan bij (de) wegen van duisternis
14.
(is het zo) dat maak blij! (...) hen te doen kwaad (zij) verheugden zich bij (de) verkeerde dingen kwaad
15.
die ARHTIEM eigenzinnige (mv) WNLWZIM BMOCLWTM
16.
te redden (...) jou van vrouw (hij) heeft uitgestrooid naar van vreemdeling Amarja EHLIQE
17.
(is het zo) dat (jij) hebt verlaten aanvoerder NOWRIE en (tot) verbond haar God (zij) heeft vergeten
18.
dat (hij) heeft zich gebukt naar dood naar huis en naar spoken naar van koekalveren
19.
alle naar bij (de) eiland niet (zij) keerden terug (...) hen noch (zij) bereikten manieren leven
20.
opdat (jij) ging bij (de) weg goede (mv) en manieren rechtvaardigen (jij) bewaarde
21.
dat rechte (mv) (zij) behuisden land en volledige (mv) IWTRW bij haar
22.
en slechte (mv) van land (zij) hakten af WBWCDIM IXHW (van)uit haar

Hoofdstuk 3

1.
bouw! Wetboek (...) mij naar (jij) liet vergeten en voorschrift (...) mij fabriceer! hart (...) jou
2.
dat lange dagen en jaren leven en vrede (zij) voegden toe aan jou
3.
genade en waarheid naar (hij) verliet (...) jou verband (...) hen op CRCRWTIK (hand)schrift (...) hen op paneel hart (...) jou
4.
en (hij) heeft gevonden gratie en verstand goede bij bestudeer! God en mens
5.
veiligheid naar Jahweh in alle hart (...) jou en naar verstand (...) jou naar negen (...) hen
6.
in alle wegen (...) jou mening (...) hem en hij (hij) heeft geeffend (ik) heb gastvrijheid verleend (...) jou
7.
naar (zij) was wijze bij (de) ogen (...) jou gezien (tot) Jahweh en verblind! van kwaad
8.
RPAWT (zij) was aan aanvoerder (...) jou WSQWI aan botten (...) jou
9.
lever (tot) Jahweh van kapitaal (...) jou en van begin alle opbrengst (...) jou
10.
en (zij) waren vol AXMIK zeven en most IQBIK (zij) braken door
11.
zedeles Jahweh bouw! naar (jij) verafschuwde en naar (jij) werd wakker bij (de) terechtwijzing (...) hem
12.
dat (tot) die (hij) had lief Jahweh (hij) bewees WKAB (tot) zoon (hij) rende (er)naar
13.
heil mens (hij) heeft gevonden wijsheid en mens IPIQ wijsheid
14.
dat goede XHRE MXHR zilver en om in te snijden opbrengst (...) haar
15.
(hij) gebeurde zij van aanzichten en alle wensen (...) jou niet (zij) waren gelijk bij haar
16.
lange dagen naar bij (de) rechterhand naar bij (de) linkerhand rijkdom en eer
17.
naar wegen wegen van aangenaamheid en alle NTIBWTIE vrede
18.
boom leven zij LMHZIQIM bij haar WTMKIE bevestig(t)
19.
Jahweh bij (de) wijsheid vestig! land (hij) heeft opgezet hemel bij (de) wijsheid
20.
bij (de) mening (...) hem TEWMWT NBQOW en wolken IROPW dauw
21.
bouw! naar ILZW bestuderen (...) jou (wij) schiepen TSIE en van vuiligheid
22.
en (zij) waren leven aan ziel (...) jou en gratie LCRCRTIK
23.
destijds (jij) ging zich te verzekeren weg (...) jou en voet (...) jou niet (jij) sloeg
24.
als (jij) lag neer niet (jij) was bang en (jij) hebt gelegen en wildernis jaar (...) jou
25.
naar (je) zult vrezen ben(t) bang plotseling en om te dragen slechte (mv) dat (zij) kwam
26.
dat Jahweh (hij) was BKXLK en bewaar! voet (...) jou voeg(t) samen
27.
naar (jij) hield terug goede van echtgenoten (...) hem toen (hij) was tot God handen (...) jou te doen
28.
naar (jij) sprak aan kwaden (...) jou aan jou en terugkeren en morgen (met) hen en er is (met) jou
29.
naar (jij) zult ploegen op kwaad (...) jou herder en hij bewoner zich te verzekeren (met) jou
30.
naar TRWB met mens gratis als niet kameel (...) jou herder
31.
naar (jij) was jaloers bij (de) man roof en naar (zij) koos in alle wegen (...) hem
32.
dat (jij) bent verafschuwd Jahweh NLWZ en (tot) rechte (mv) geheim (...) hem
33.
lichten Jahweh bij (het) huis slechte en woonplaats rechtvaardigen (hij) zegende
34.
als aan spotters hij ILIß en aan armen (hij) gaf gratie
35.
eer wijze (mv) (zij) zullen verwerven en dwazen Mirjam schande

Hoofdstuk 4

1.
(zij) hebben toegehoord zonen zedeles vader en (zij) hebben opgelet te weten verstand
2.
dat lering goede (ik) heb gegeven aan jullie Wetboek (...) mij naar (jullie) verlieten
3.
dat zoon (ik) ben geweest aan vader zachtheid WIHID voor moeder (...) mij
4.
WIRNI en (hij) sprak aan mij (hij) verbaasde zich (...) jou spreek! hart (...) jou bewaar! voorschrift (...) mij en dier
5.
buis wijsheid buis verstand naar (jij) liet vergeten en naar (zij) boog om van Amoriet mond van
6.
naar (jij) verliet (er)naar en (jij) bewaarde (...) jou liefde en (jij) schiep (...) jou
7.
begin wijsheid buis wijsheid en in alle QNINK buis verstand
8.
XLXLE WTRWMMK (zij) was zwaar (...) jou dat (jullie) omhelsden
9.
te geven (...) hen aan hoofd (...) jou LWIT gratie (jij) hebt omgeven glans TMCNK
10.
nieuws bouw! en neem! Amoriet en (zij) vermeerderden aan jou jaren leven
11.
bij (de) weg wijsheid (ik) ben zwanger geworden (...) jou EDRKTIK BMOCLI rechte
12.
bij te gaan (...) jou niet fabriceer! stap (...) jou en als (jij) rende niet (zij) struikelde
13.
houd! bij (de) zedeles naar (zij) liet los (wij) schiepen (er)naar dat zij leven (...) jou
14.
bij (de) manier slechte (mv) naar (zij) kwam en naar (jij) bevestigde bij (de) weg kwaden
15.
farao (...) hem naar (zij) ging voorbij bij hem SÐE ontvreemd! (...) hem en kant
16.
dat niet hij is er als niet (zij) achtervolgden WNCZLE jaren (...) hen als niet (hij) struikelde (...) hem
17.
dat (zij) hebben gestreden brood slechte en wijn gewelddaden (zij) dronken
18.
en manier rechtvaardigen zoals licht schijn ga(a)(t) en licht tot juiste vandaag
19.
weg slechte (mv) zoals duisternis niet (zij) hebben geweten verhoging (zij) struikelden
20.
bouw! te spreken (...) mij (zij) heeft opgelet aan Amoriet neig! oor (...) jou
21.
naar ILIZW bestuderen (...) jou bewaar! (...) hen binnen hart (...) jou
22.
dat leven zij LMßAIEM en aan alle kondigt aan! genees(t)
23.
van alle bewaar(t) (wij) schiepen hart (...) jou dat (van)uit hem TWßAWT leven
24.
verwijder! (van)uit jou eigenzinnige (mv) mond WLZWT lippen de afstand (van)uit jou
25.
ogen (...) jou LNKH (zij) keken WOPOPIK (zij) hebben geeffend tegenover jou
26.
PLX van stierkalf voet (...) jou en alle wegen (...) jou (zij) bereidden
27.
naar (zij) boog om rechterhand en linkerhand verwijder! voet (...) jou van kwaad

Hoofdstuk 5

1.
bouw! aan wijsheid (...) mij (zij) heeft opgelet aan wijsheid (...) mij neig! oor (...) jou
2.
te bewaren van vuiligheden en kennis lippen (...) jou INßRW
3.
dat NPT TÐPNE lippen van (hij) heeft uitgestrooid en deel van olie naar verhemelte
4.
en naar einde van bittere KLONE scherpe zoals zwaard monden
5.
naar voeten IRDWT dood dodenrijk stap! (er)naar ITMKW
6.
manier leven opdat niet TPLX (zij) hebben gezworven naar van koekalveren niet (jij) wist
7.
en nu zonen (zij) hebben toegehoord aan mij en naar (jullie) verblindden van Amoriet mond van
8.
de afstand van opgang weg (...) jou en naar (jij) bracht nader naar opening naar huis
9.
opdat niet te geven (...) hen aan anderen luister (...) jou en twee jaren (...) jou aan wrede
10.
opdat niet (zij) waren verzadigd kransen zoals verhemelte en droefheden (...) jou bij (het) huis vreemdeling
11.
WNEMT BAHRITK bij (de) alle (mv) vlees (...) jou en rest (...) jou
12.
en (jij) hebt gesproken waar ben jij? (ik) heb gehaat zedeles en terechtwijzing van (hij) heeft gesmaad hart (...) mij
13.
noch (ik) heb toegehoord bij (de) klank leraars van WLMLMDI niet (ik) ben omgebogen oren van
14.
zoals een beetje (ik) ben geweest in alle kwaad binnen menigte en getuige
15.
(zij) heeft gelegd water van put (...) jou WNZLIM van midden bij (de) lange
16.
(hij) verspreidde (...) hem van bronnen (...) jou naar straat bij (de) pleinen splits! water
17.
(zij) waren aan jou alleen jij en (er is) niet aan kransen (met) jou
18.
wees bron (...) jou gezegende en maak blij! van vuur van (wij) schudden uit (...) jou
19.
ree van heb lief! (...) hen WIOLT gratie naar tepels (zij) hebben geworpen (...) jou in alle tijd bij (jij) hebt liefgehad (er)naar TSCE altijd
20.
en waarom TSCE bouw! bij (hij) heeft uitgestrooid en (zij) omarmde wet naar vreemdeling
21.
dat tegenover bestudeer! Jahweh wegen van man en alle van koekalveren (...) hem MPLX
22.
OWWNTIW (hij) voegde samen (...) ons (tot) (de) slechte en bij (de) koorden van zonde (...) hem (hij) verbaasde zich (...) jou
23.
hij (hij) stierf bij (er is) niet zedeles en bij (de) meerderheid dwaasheid (...) hem ISCE

Hoofdstuk 6

1.
bouw! als (jij) bent aangenaam geweest aan kwaad (...) jou (jij) hebt geblazen aan krans lepels (...) jou
2.
NWQST bij (de) Amoriet monden (...) jou NLKDT bij (de) Amoriet monden (...) jou
3.
(hij) heeft gedaan deze dus bouw! WENßL dat (jij) bent gekomen bij (de) lepel kwaad (...) jou aan jou ETRPX en snoeverij kwaden (...) jou
4.
naar te geven (...) hen jaar aan ogen (...) jou WTNWME LOPOPIK
5.
ENßL zoals pracht van hand WKßPWR van hand IQWS
6.
aan jou naar NMLE luie (hij) heeft gezien naar wegen en wijze
7.
die (er is) niet aan haar officier politieman en heerser
8.
(jij) bereidde voor bij (de) zomer (zij) heeft gestreden ACRE bij (de) oogst naar voedsel
9.
tot wanneer? luie (jij) lag neer wanneer? (jij) wraakte van jaar (...) jou
10.
een beetje jaren een beetje TNWMWT een beetje (hij) heeft omarmd handen neer te liggen
11.
en (hij) is gekomen als ga(a)(t) hoofd (...) jou en van gebrek (...) jou zoals man schild
12.
mens slechtheid man kracht ga(a)(t) eigenzinnige (mv) mond
13.
QRß bij bestudeert! MLL bij (de) voet (...) hem bittere bij (de) vingers (...) hem
14.
verkeerde dingen bij (de) zijn hart stille kwaad in alle tijd MDNIM (hij) zond weg
15.
op zo plotseling invoer tegenslag (...) hem PTO (hij) brak en (er is) niet genees(t)
16.
zes hier is (hij) heeft gehaat Jahweh en zeven gruwelijkheid ziel (...) hem
17.
ogen zijn hoog tong leugen en handen SPKWT bloed schone
18.
hart stille berekenen kracht voeten haasten zich te rennen aan herder
19.
IPIH als vloeien tot leugen en zend(t) weg MDNIM tussen broers
20.
(wij) schiepen bouw! voorschrift van vader (...) jou en naar TÐS Wetboek van moeder (...) jou
21.
verband (...) hen op hart (...) jou altijd ONDM op CRCRTK
22.
bij (hij) heeft rondgewandeld (...) jou (zij) rustte (er)naar (met) jou bij lig neer! (...) jou (jij) bewaarde op jou WEQIßWT zij (jij) sprak (...) jou
23.
dat licht voorschrift en Wetboek licht en weg leven terechtwijzingen zedeles
24.
te bewaren (...) jou van vuur van kwaad verdeel(t) tong naar vreemdeling
25.
naar (zij) begeerde naar schoonheid bij (het) hart (...) jou en naar (jij) nam (...) jou BOPOPIE
26.
dat door vrouw hoereer(t) tot plein brood en vuur van man ziel (hij) gebeurde (jij) ving
27.
naar (is het zo) dat Jahath man vuur bij (de) boezem (...) hem en kledingstukken (...) hem niet (jullie) verbrandden
28.
als (hij) ging man op ECHLIM en voeten (...) hem niet TKWINE
29.
zo wat kwam naar vuur van zijn vriend niet (hij) maakte schoon alle de plaag bij haar
30.
niet (zij) minachtten aan dief dat (hij) stal vol te zijn ziel (...) hem dat (hij) had honger
31.
en (wij) vondden (hij) betaalde (ik) ben verzadigd geweest (...) hen (tot) alle kapitaal huis (...) hem (hij) gaf
32.
(hij) heeft echtgebroken vrouw gebrek hart vernieler ziel (...) hem hij (hij) heeft gemaakt (...) haar
33.
plaag en schande (hij) vond en schande (...) hem niet (jij) wiste uit
34.
dat jaloezie leren zak man noch (hij) had medelijden bij (de) dag wraak
35.
niet (hij) droeg aanzicht van alle dorp noch (hij) wenste dat (jij) vermeerderde omkoperij

Hoofdstuk 7

1.
bouw! bewaar! Amoriet en voorschrift (...) mij (zij) overtrok (...) hen (met) jou
2.
bewaar! voorschrift (...) mij en dier en Wetboek (...) mij KAISWN ogen (...) jou
3.
verband (...) hen op vingers (...) jou (hand)schrift (...) hen op paneel hart (...) jou
4.
woord aan wijsheid eerste (...) mij (tot) WMDO aan verstand (jij) noemde
5.
te bewaren (...) jou van vrouw (hij) heeft uitgestrooid naar van vreemdeling Amarja EHLIQE
6.
dat bij (zij) zijn ziek geworden (...) hen huis-en van door ASNBI NSQPTI
7.
en (ik) zag BPTAIM wenst! bij (de) zonen jeugd gebrek hart
8.
kant bij (de) onderbeen naast hoek en weg naar huis (hij) stapte
9.
bij (de) schemer bij (de) aangename dag BAISWN nacht en duisternis
10.
en hier is vrouw hem tegemoet doorn hoereer(t) WNßRT hart
11.
ruis! (er)naar zij en (jij) bent opstandig geweest naar bij (het) huis niet (zij) behuisden naar voeten
12.
keer bij (de) straat keer bij (de) pleinen en naast alle hoek (jij) lag in hinderlaag
13.
en (zij) heeft gehouden bij hem en (wij) gaven te drinken als naar de kracht naar aanzicht van en (jij) sprak als
14.
slacht! vergoedingen op mij vandaag (ik) ben volledig geweest leg gelofte af!
15.
op zo (ik) ben uitgegaan jou tegemoet aan zwarte aanzichten (...) jou en (ik) vond (...) jou
16.
MRBDIM RBDTI ORSI HÐBWT AÐWN Egypte
17.
NPTI bedden van bittere tenten WQNMWN
18.
ga! (er)naar (wij) dronken genoeg tepels tot het rundvee NTOLXE bij heb lief! (...) hen
19.
dat (er is) niet de man bij (het) huis (...) hem beweging bij (de) weg om ver te zijn
20.
bundel het zilver lering bij (hij) bedankte aan dag de stoel (hij) kwam huis (...) hem
21.
EÐTW bij (de) meerderheid (zij) heeft genomen bij (het) deel naar lippen TDIHNW
22.
ga(a)(t) na haar plotseling zoals os naar slager (hij) kwam WKOKX naar zedeles dwaas
23.
tot (hij) ploegde pijl (zij) zijn zwaar geweest zoals vlugge Zippor naar valstrik noch (hij) heeft geweten dat bij (de) ziel (...) hem hij
24.
en nu zonen (zij) hebben toegehoord aan mij en (zij) hebben opgelet aan Amoriet mond van
25.
naar ISÐ naar naar wegen hart (...) jou naar (zij) liep verkeerd BNTIBWTIE
26.
dat twisten doden (zij) heeft laten vallen en kernen alle dood! (er)naar
27.
wegen van dodenrijk naar huis IRDWT naar dring binnen! dood

Hoofdstuk 8

1.
toch? wijsheid (jij) noemde en wijsheid te geven (...) hen naar klank
2.
bij (het) hoofd MRMIM op mij weg huis banen naar heft
3.
bij dat worden wakker aan mond van stad om te komen openingen (hij) heeft verspied (...) haar
4.
naar jullie mannen (ik) werd genoemd en klanken van naar bouw! mens
5.
(zij) hebben begrepen PTAIM ORME en dwazen (zij) hebben begrepen hart
6.
(zij) hebben toegehoord dat leiders (ik) sprak en doe(t) open lippen van effenen
7.
dat waarheid (hij) sprak uit verhemeltes van en (jij) bent verafschuwd lippen van slechte
8.
bij (de) rechtvaardigheid alle Amoriet mond van (er is) niet bij hen NPTL en eigenzinnige
9.
allemaal ben aanwezig! (...) hen LMBIN en rechte (mv) te vinden (...) mij kennis
10.
neemt! zedelessen van en naar zilver en kennis om in te snijden geselecteerde
11.
dat goeds wijsheid MPNINIM en alle wensen niet (zij) waren gelijk bij haar
12.
ik wijsheid (ik) heb gewoond ORME en kennis van vuiligheden (ik) vond
13.
(jij) hebt gevreesd Jahweh (jij) hebt gehaat kwaad (hij) heeft zich verheven en (zij) hebben zich verheven (...) hen en weg kwaad en mond van verkeerde dingen (ik) heb gehaat
14.
aan mij advies WTWSIE ik verstand aan mij moed
15.
bij mij koningen (zij) heersten WRZNIM IHQQW rechtvaardigheid
16.
bij mij zingen effent! en vrijgevige (mv) alle berecht! rechtvaardigheid
17.
ik heb lief! (er)naar (hij) heeft liefgehad en van dageraad (...) mij IMßANNI
18.
rijkdom en eer (met) mij kapitaal enorme en weldadigheid
19.
goede vrucht (...) mij om in te snijden en van goud en opbrengst (...) mij van zilver geselecteerde
20.
bij (de) manier weldadigheid (ik) ging binnen banen rechtsregel
21.
LENHIL heb lief! er is WAßRTIEM (ik) was vol
22.
Jahweh QNNI begin weg (...) hem voorkant van daden (...) hem van destijds
23.
van eeuwigheid (ik) heb uitgegoten van hoofd van voorkanten van land
24.
bij (er is) niet TEMWT HWLLTI bij (er is) niet bestuderen (wij) eerden (...) mij water
25.
voordat (hij) heeft opgetild EÐBOW voor heuvels HWLLTI
26.
tot niet (hij) heeft gedaan land en straten en hoofd jonge reeën wereld
27.
bij (wij) hebben geslagen hemel daar ik bij (de) wet (...) hem kring op aanzicht van afgrond
28.
bij (zij) zijn sterk geweest wolken boven BOZWZ bronnen afgrond
29.
BSWMW aan zee wet (...) hem en water niet (zij) gingen voorbij monden (...) hem BHWQW fundamenten van land
30.
en (ik) was AßLW Amon en (ik) was SOSWOIM dag dag speel(t) voor hem in alle tijd
31.
speel(t) bij (de) wereld land (...) hem WSOSOI (tot) bouw! mens
32.
en nu zonen (zij) hebben toegehoord aan mij en heil wegen van (zij) bewaarden
33.
(zij) hebben toegehoord zedeles en (zij) zijn wijs geworden en naar TPROW
34.
heil mens nieuws aan mij aan amandel op deur (...) mij dag dag te bewaren deurpost van doe open!
35.
dat vind! vind! leven WIPQ wil van Jahweh
36.
en zondig! roof ziel (...) hem alle om te haten (...) mij (zij) hebben liefgehad dood

Hoofdstuk 9

1.
wijze (mv) (zij) heeft gebouwd naar huis HßBE naar staanders zeven
2.
(zij) heeft geslacht (zij) heeft geslacht van hut naar wijn neus (zij) heeft geordend naar tafel
3.
(zij) heeft gezonden (ik) heb uitgeschud (er)naar (jij) noemde op CPI MRMI stad
4.
water van dwaas (hij) week af hier is gebrek hart (zij) heeft gesproken als
5.
ga(a)t! (zij) hebben gestreden bij strijd! en (zij) hebben gelegd bij (de) wijn van hut (...) mij
6.
(zij) hebben verlaten PTAIM en (zij) hebben geleefd en bevestigt! bij (de) weg verstand
7.
(hij) week af spotter lering als schande en terechtwijzende aan slechte gebrek (...) hem
8.
naar (jij) werd bewezen spotter opdat niet (hij) haatte (...) jou (hij) is bewezen aan wijze en (hij) had lief (...) jou
9.
geef! aan wijze en (hij) werd wijs nog (eens) deel mee! aan rechtvaardige en Jozef lering
10.
begin van wijsheid (jij) hebt gevreesd Jahweh en kennis heiligheden verstand
11.
dat bij mij (zij) vermeerderden dagen (...) jou en (zij) voegden toe aan jou jaren leven
12.
als (jij) bent wijs geworden (jij) bent wijs geworden aan jou WLßT alleen jij (jij) droeg
13.
vuur van dwaasheid ruis! (er)naar PTIWT en echtgenoot (zij) heeft geweten wat?
14.
en (zij) heeft gewoond open te doen naar huis op stoel MRMI stad
15.
te noemen aan Hebreeër weg (is het zo) dat effenen manieren (...) hen
16.
water van dwaas (hij) week af hier is en gebrek hart en (zij) heeft gesproken als
17.
water gestolene (mv) IMTQW en brood geheimen (hij) zwierf (...) hen
18.
noch (hij) heeft geweten dat spoken daar bij ben diep! dodenrijk noem! (er)naar

Hoofdstuk 10

1.
heers! Salomo zoon wijze (hij) maakte blij vader en zoon dwaas TWCT moeder (...) hem
2.
niet (zij) waren nuttig bergen op slechte en weldadigheid (jij) redde om te sterven
3.
niet IROIB Jahweh ziel rechtvaardige en verderf van slechte (mv) IEDP
4.
hoofd (hij) heeft gedaan lepel bedrog en hand vlijtige (mv) TOSIR
5.
ACR bij (de) zomer zoon ontwikkeld mens (wij) daalden (...) hen bij (de) oogst zoon beschaam(t)
6.
gelukwensen aan hoofd rechtvaardige en mond van slechte (mv) (hij) bedekte roof
7.
man rechtvaardige aan gelukwens en naam [van] slechte (mv) IRQB
8.
wijze hart (hij) nam voorschrift van en dwaas lippen ILBÐ
9.
ga(a)(t) bij (de) onschuldige (hij) ging veiligheid WMOQS wegen (...) hem (hij) werd bekend
10.
QRß oog (hij) gaf (jij) hebt bedroefd en dwaas lippen ILBÐ
11.
bron leven mond van rechtvaardige en mond van slechte (mv) (hij) bedekte roof
12.
(zij) heeft gehaat TORR MDNIM en op alle misdaden (jij) bedekte liefde
13.
bij (de) lippen van verstandige (jij) vond wijsheid en stam LCW gebrek hart
14.
wijze (mv) (hij) overtrok (...) ons kennis en mond van dwaas (zij) heeft uitgewist (zij) heeft nader gebracht
15.
kapitaal rijke Stad van kracht (...) hem MHTT armen RISM
16.
onderneming van rechtvaardige aan leven opbrengst van slechte aan zondoffer
17.
manier aan leven houd(t) zedeles en (hij) heeft verlaten terechtwijzing van MTOE
18.
bedek(t) (zij) heeft gehaat lippen van leugen en word(t) tevoorschijn gehaald lasterpraat hij dwaas
19.
bij (de) meerderheid woorden niet (hij) hield op misdaad en zintuig (...) jou lippen (...) hem ontwikkeld mens
20.
zilver geselecteerde tong rechtvaardige hart slechte (mv) zoals een beetje
21.
lippen van rechtvaardige (zij) achtervolgden twisten en dwazen bij (het) gebrek hart (zij) stierven
22.
(jij) hebt gezegend Jahweh zij TOSIR noch Jozef bedroefde met haar
23.
als wrijf fijn! aan dwaas te doen vuiligheid en wijsheid aan man wijsheid
24.
MCWRT slechte zij opbrengst (...) ons en begeerte van rechtvaardigen (hij) gaf
25.
als ga voorbij! naar riet en (er is) niet slechte en rechtvaardige fundament eeuwigheid
26.
zoals zuurdesem aan twee WKOSN aan ogen zo (de) luie aan wapens (...) hem
27.
(jij) hebt gevreesd Jahweh (jij) voegde toe dagen en jaren slechte (mv) TQßRNE
28.
TWHLT rechtvaardigen vreugde en hoop van slechte (mv) (jij) ging verloren
29.
vesting aan onschuldige weg Jahweh en (zij) heeft uitgewist aan daden van kracht
30.
rechtvaardige aan eeuwigheid echtgenoot (hij) wankelde en slechte (mv) niet (zij) behuisden land
31.
mond van rechtvaardige INWB wijsheid en tong verkeerde dingen (jij) zult uitgeroeid worden
32.
lippen van rechtvaardige (zij) hebben geweten (...) hen wil en mond van slechte (mv) verkeerde dingen

Hoofdstuk 11

1.
van oren van bedrog (jij) bent verafschuwd Jahweh en steen Salomo (zij) hebben gerend (...) ons
2.
(hij) is gekomen trots en (hij) kwam schande en (tot) ßNWOIM wijsheid
3.
(zij) stierf rechte (mv) (jij) troostte WXLP kledingstukken en roof (...) hen
4.
niet (hij) was nuttig kapitaal bij (de) dag (zij) is voorbijgegaan en weldadigheid (jij) redde om te sterven
5.
(jij) hebt gelijk gehad volledige (jij) effende weg (...) hem en bij (de) zonde (...) hem (je) zult vallen slechte
6.
(jij) hebt gelijk gehad rechte (mv) (jij) redde (...) hen en bij (de) verderf van kledingstukken (zij) voegden samen
7.
bij (de) dood mens slechte (jij) ging verloren hoop WTWHLT krachten (zij) is verloren gegaan
8.
rechtvaardige van ellende NHLß en (hij) kwam slechte in de plaats van hem
9.
bij (de) mond (hij) is gevleid (hij) bedierf zijn vriend en bij (de) kennis rechtvaardigen (zij) troken uit
10.
bij (de) goede rechtvaardigen TOLß stad WBABD slechte (mv) gezang
11.
bij (jij) hebt gezegend rechte (mv) (jij) was hoog stad en bij (de) mond van slechte (mv) (zij) brak af
12.
minachting aan zijn vriend gebrek hart en man wijsheden IHRIS
13.
ga(a)(t) kwaadspreker perkament geheim en loyale wind bedek(t) woord
14.
bij (er is) niet THBLWT (je) zult vallen met en (jij) schreeuwde om hulp (er)naar bij (de) meerderheid adviseur
15.
kwaad IRWO dat aangename krans en (hij) heeft gehaat blaas! (...) hen vertrouw(t)
16.
vuur van gratie (zij) verbaasde zich (...) jou eer en tirannen ITMKW rijkdom
17.
kameel ziel (...) hem man genade WOKR rest (...) hem wrede
18.
slechte (hij) heeft gedaan onderneming van leugen en nakomelingen weldadigheid beloning waarheid
19.
zo weldadigheid aan leven WMRDP herder te sterven (...) hem
20.
(jij) bent verafschuwd Jahweh OQSI hart en (zij) hebben gerend (...) ons TMIMI weg
21.
hand bij niet (hij) maakte schoon kwaad en nakomelingen rechtvaardigen (wij) redden
22.
neusring goud bij (de) neus HZIR vrouw mooie en (jij) bent afgeweken smaak
23.
begeerte van rechtvaardigen maar goede hoop van slechte (mv) (zij) is voorbijgegaan
24.
er is MPZR en (wij) lieten toevoegen nog (eens) en duisternis effen(t) maar LMHXWR
25.
ziel gelukwens (jij) bemestte WMRWE ook hij vrees(t)
26.
(hij) heeft teruggehouden graan (zij) stelden vast (...) hem LAWM en gelukwens aan hoofd MSBIR
27.
zwarte goede (hij) zocht wil en advies herder opbrengst (...) ons
28.
vertrouw(t) bij (zij) hebben een tiende genomen hij (hij) viel WKOLE rechtvaardigen (zij) bloeiden
29.
OKR huis (...) hem INHL wind en slaaf dwaas aan wijze hart
30.
vrucht rechtvaardige boom leven en lering zielen wijze
31.
èn rechtvaardige bij (het) land (hij) betaalde neus dat slechte en zondaar

Hoofdstuk 12

1.
(hij) heeft liefgehad zedeles (hij) heeft liefgehad kennis en haat terechtwijzing van onwetende
2.
goede IPIQ wil van Jahweh en man van vuiligheden IRSIO
3.
niet (zij) sloegen (...) hen mens bij (de) slechte en wortel rechtvaardigen echtgenoot (hij) wankelde
4.
vuur van macht (jij) hebt omgeven vrouw WKRQB bij (de) botten (...) hem beschaam(t) (er)naar
5.
berekenen rechtvaardigen rechtsregel THBLWT slechte (mv) bedrog
6.
spreek! slechte (mv) (hij) heeft in hinderlaag gelegen bloed en mond van rechte (mv) (hij) redde (...) hen
7.
keer om! slechte (mv) en zij zijn (er) niet en huis rechtvaardigen (hij) stond vast
8.
aan mond van dat kunt! (hij) loofde man en (zij) hebben gezworven (er)naar hart (hij) was te minachten
9.
goede (wij) verlichtten (er)naar en slaaf als MMTKBD en gebrek brood
10.
(hij) werd bekend rechtvaardige ziel vee (...) hem en heb medelijden! slechte (mv) wrede
11.
slaaf aarde (...) hem (hij) was verzadigd brood WMRDP lege (mv) gebrek hart
12.
(hij) heeft begeerd slechte om te vangen kwaden en wortel rechtvaardigen (hij) gaf
13.
bij (de) misdaad lippen valstrik kwaad en uitgaande van ellende rechtvaardige
14.
van vrucht mond van man (hij) was verzadigd goede en vergeld! handen van mens (hij) blies als
15.
weg dwaas rechte bij (de) ogen (...) hem en nieuws aan advies wijze
16.
dwaas bij (de) dag (hij) werd bekend (zij) zijn boos geweest en bedek! schande (zij) hebben blootgelegd (...) hen
17.
IPIH waarheid (hij) vertelde rechtvaardigheid en tot leugens bedrog
18.
er is BWÐE KMDQRWT zwaard en tong wijze (mv) genees(t)
19.
oever van waarheid (jullie) sloegen (...) hen voor altijd en tot ARCIOE tong leugen
20.
bedrog bij (het) hart ploeg! kwaad en te adviseren (...) mij vrede vreugde
21.
niet IANE aan rechtvaardige alle kracht en slechte (mv) (zij) zijn vol geweest kwaad
22.
(jij) bent verafschuwd Jahweh lippen van leugen en maak! waarheid (zij) hebben gerend (...) ons
23.
mens (zij) hebben blootgelegd (...) hen bedek! kennis en hart dwazen (hij) noemde dwaasheid
24.
hand vlijtige (mv) (jij) heerste en bedrog (jij) was aan belasting
25.
DACE bij (het) hart man (hij) bukte zich (...) haar en woord goede (hij) maakte blij (...) haar
26.
rest van zijn vriend rechtvaardige en weg slechte (mv) (zij) liep verkeerd (...) hen
27.
niet (hij) ontbrandde (...) jou bedrog jacht (...) hem en kapitaal mens waarde vlijtige
28.
bij (de) manier weldadigheid leven en weg naar baan naar dood

Hoofdstuk 13

1.
zoon wijze zedeles vader en spotter niet nieuws (zij) heeft bestraft
2.
van vrucht mond van man (hij) at goede en ziel kledingstukken roof
3.
(wij) schiepen monden (...) hem bewaar! ziel (...) hem PSQ lippen (...) hem (zij) heeft uitgewist als
4.
van begeerte en (er is) niet ziel (...) hem luie en ziel snijd in! (...) hen (jij) bemestte
5.
woord leugen (hij) haatte rechtvaardige en slechte IBAIS WIHPIR
6.
weldadigheid (jij) schiep onschuldige weg en zonde TXLP zondoffer
7.
er is MTOSR en (er is) niet alle MTRWSS en kapitaal meerderheid
8.
dorp ziel man (zij) hebben een tiende genomen en verover! niet nieuws (zij) heeft bestraft
9.
licht rechtvaardigen (hij) maakte blij en licht slechte (mv) (hij) heeft geweten (...) jou
10.
lege bij (de) trots (hij) gaf matze en (tot) NWOßIM wijsheid
11.
kapitaal van damp (hij) verminderde en (hij) heeft verzameld op hand (hij) vermeerderde
12.
TWHLT MMSKE begin(t) te (er)naar hart en boom leven begeerte kom(t)
13.
minachting te spreken (hij) saboteerde als en gezien voorschrift hij (hij) betaalde
14.
Wetboek van wijze bron leven te verblinden MMQSI dood
15.
verstand goede (hij) gaf gratie en weg kledingstukken sterke
16.
alle (zij) hebben blootgelegd (...) hen (zij) heeft gemaakt bij (de) kennis en dwaas (hij) spreidde uit dwaasheid
17.
boodschapper slechte (je) zult vallen bij (het) kwaad WßIR AMWNIM genees(t)
18.
RIS en schande PWRO zedeles en bewaar! terechtwijzing van (hij) was zwaar
19.
begeerte (wij) waren (zij) was aangenaam aan ziel en (jij) bent verafschuwd dwazen verblind! van kwaad
20.
gang (tot) wijze (mv) en wijze en herder dwazen IRWO
21.
zondaars (zij) achtervolgden herder en (tot) rechtvaardigen (hij) betaalde goede
22.
goede INHIL bouw! zonen en Noorden aan rechtvaardige macht zondaar
23.
meerderheid eten licht hoofden en er is (wij) richtten te gronde zonder rechtsregel
24.
zintuig (...) jou stam (...) hem haat bij ons en (zij) hebben liefgehad dat (zij) zijn ontbrand zedeles
25.
rechtvaardige eten aan zeven ziel (...) hem en buik slechte (mv) (zij) ontbrak

Hoofdstuk 14

1.
wijze (mv) worden verlaten (zij) heeft gebouwd naar huis en dwaasheid naar bij (de) handen (zij) brak af (...) ons
2.
ga(a)(t) (zij) hebben aangekondigd gezien Jahweh WNLWZ wegen (...) hem minacht! (...) hem
3.
bij (de) mond van dwaas HÐR hoogmoed en lippen van wijze (mv) (jij) hield (...) hen
4.
bij (er is) niet duizenden trog graan en meerderheid opbrengsten bij (de) kracht os
5.
tot AMWNIM niet (hij) loog WIPIH als vloeien tot leugen
6.
zoek! spotter wijsheid en (er is) niet en kennis aan verstandige (wij) verlichtten
7.
aan jou op een afstand aan man dwaas en echtgenoot (jij) hebt geweten lippen van kennis
8.
(jij) bent wijs geworden (zij) hebben blootgelegd (...) hen (hij) heeft begrepen weg (...) hem en dwaasheid dwazen bedrog
9.
AWLIM ILIß (hij) heeft zich schuldig gemaakt en tussen rechte (mv) wil
10.
hart (hij) werd bekend MRT ziel (...) hem en bij (de) vreugde (...) hem niet ITORB krans
11.
huis slechte (mv) ISMD en tent rechte (mv) IPRIH
12.
er is weg rechte voor man en naar einde van wegen van dood
13.
ook bij (de) wolk IKAB hart en naar einde van vreugde TWCE
14.
van wegen (...) hem (hij) was verzadigd XWC hart en van hoogtes (...) hem man goede
15.
dwaas (hij) geloofde aan alle woord en (zij) hebben blootgelegd (...) hen (hij) begreep te bevestigen (...) hem
16.
wijze gezien en (hij) is afgeweken van kwaad en dwaas MTOBR en vertrouw(t)
17.
QßR neuzen (zij) heeft gemaakt dwaasheid en man van vuiligheden (hij) haatte
18.
(zij) hebben verworven PTAIM dwaasheid WORWMIM (zij) omsingelden kennis
19.
(zij) hebben zich gebukt kwaden voor goede (mv) en slechte (mv) op poorten van rechtvaardige
20.
ook aan zijn vriend (hij) haatte verover! en heb lief! rijke twisten
21.
minachting aan zijn vriend zondaar WMHWNN armen heil (...) hem
22.
immers (zij) liepen verkeerd ploeg! kwaad en genade en waarheid ploeg! goede
23.
in alle bedroefde (hij) was MWTR en woord lippen maar LMHXWR
24.
(jij) hebt omgeven wijze (mv) rijkdom (...) hen dwaasheid dwazen dwaasheid
25.
redder zielen tot waarheid WIPH als vloeien bedrog
26.
bij (jij) hebt gevreesd Jahweh verzeker(t) zich kracht en aan zonen (...) hem (hij) was dekking
27.
(jij) hebt gevreesd Jahweh bron leven te verblinden MMQSI dood
28.
bij (de) meerderheid met (is het zo) dat (jij) hebt gewoond koning en bij (de) niets natie MHTT (zij) zijn mager geworden (...) hen
29.
lange neuzen meerderheid wijsheid WQßR wind Mirjam dwaasheid
30.
leef! bij zingen hart genees(t) WRQB botten jaloezie
31.
afzetterij armelijke beledig! maakt! (...) hem en om zwaar te zijn (...) hem (hij) heeft gratie verleend arme
32.
bij (de) medemens (...) hem IDHE slechte en (zij) heeft medelijden gehad bij sterft! rechtvaardige
33.
bij (het) hart verstandige (jij) rustte wijsheid en te midden van dwazen (jij) werd bekend
34.
weldadigheid (jij) was hoog (...) hen volk en genade naties zondoffer
35.
wil koning te bewerken ontwikkeld mens en (jij) bent voorbijgegaan (...) hem (jij) was beschaam(t)

Hoofdstuk 15

1.
antwoord zachtheid (hij) gaf terug woede en woord bedroefde (hij) verhief neus
2.
tong wijze (mv) (jij) deed goed kennis en mond van dwazen IBIO dwaasheid
3.
in alle plaats bestudeer! Jahweh ßPWT kwaden en goede (mv)
4.
genees(t) tong boom leven WXLP bij haar (hij) heeft gebroken vlucht!
5.
dwaas (hij) smaadde zedeles vader (...) hem en bewaar! terechtwijzing van bossen
6.
huis rechtvaardige (hij) heeft medelijden gehad (...) hen meerderheid en bij (de) opbrengst van slechte NOKRT
7.
lippen van wijze (mv) (zij) strooiden uit kennis en hart dwazen niet zo
8.
slachting slechte (mv) (jij) bent verafschuwd Jahweh en gebed van rechte (mv) (zij) hebben gerend (...) ons
9.
(jij) bent verafschuwd Jahweh weg slechte WMRDP weldadigheid (hij) had lief
10.
zedeles kwaad LOZB manier haat terechtwijzing van (hij) stierf
11.
dodenrijk en (zij) zijn verloren gegaan (...) hen tegenover Jahweh neus dat harten bouw! mens
12.
niet (hij) had lief spotter (hij) is bewezen als naar wijze (mv) niet (hij) ging
13.
hart maak blij! (hij) was goed aanzicht WBOßBT hart wind NKAE
14.
hart verstandige (hij) zocht kennis en aanzicht van dwazen (hij) achtervolgde dwaasheid
15.
alle dagen van arme kwaden en goede hart banket altijd
16.
goede een beetje bij (jij) hebt gevreesd Jahweh van schat meerderheid WMEWME bij hem
17.
goede (jij) hebt gastvrijheid verleend groene en liefde daar van os trog en (zij) heeft gehaat bij hem
18.
man woede (hij) woonde (er)naar twist en lange neuzen ISQIÐ twist!
19.
weg luie als (jij) hebt getrokken HDQ en manier rechte (mv) (zij) heeft gebaand
20.
zoon wijze (hij) maakte blij vader en dwaas mens minacht moeder (...) hem
21.
dwaasheid vreugde aan gebrek hart en man wijsheid (hij) heeft geeffend te gaan
22.
de stier berekenen bij (er is) niet geheim en bij (de) meerderheid adviseurs (jij) wraakte
23.
vreugde aan man bij (het) antwoord monden (...) hem en woord bij (de) tijd (...) hem wat? goede
24.
manier leven aan hoogte aan ontwikkeld mens opdat verblind! om te vragen stam
25.
huis verhef je! (...) hen IXH Jahweh en zet vast! grens weduwe
26.
(jij) bent verafschuwd Jahweh berekenen kwaad en zuiverheid-en Amoriet aangenaamheid
27.
OKR huis (...) hem breek(t) af voordeel en haat (jij) hebt verzacht (hij) leefde
28.
hart rechtvaardige (hij) sprak uit te antwoorden en mond van slechte (mv) IBIO medemensen
29.
afstand Jahweh van slechte (mv) en gebed van rechtvaardigen (hij) hoorde toe
30.
licht ogen (hij) maakte blij hart hoor toe! (er)naar goeds (jij) bemestte bot
31.
oor (jij) hebt toegehoord terechtwijzing van leven te midden van wijze (mv) (jij) liet overnachten
32.
PWRO zedeles verafschuw(t) ziel (...) hem en hoor(t) toe terechtwijzing van koop(t) hart
33.
(jij) hebt gevreesd Jahweh zedeles wijsheid en voor eer nederigheid

Hoofdstuk 16

1.
aan mens van waarden van hart en van Jahweh antwoord tong
2.
alle wegen van man zuivere bij (de) ogen (...) hem en (jij) bereidde winden Jahweh
3.
hoop naar Jahweh daden (...) jou en (zij) bereidden MHSBTIK
4.
alle daad Jahweh aan antwoord (...) hem en ook slechte aan dag herder
5.
(jij) bent verafschuwd Jahweh alle hoogte hart hand bij niet (hij) maakte schoon
6.
bij (de) genade en waarheid (hij) verzoende vijandige en bij (de) vrees van Jahweh verblind! van kwaad
7.
bij rennen Jahweh wegen van man ook vijanden (...) hem (hij) betaalde (met) hem
8.
goede een beetje bij (de) weldadigheid van meerderheid opbrengsten zonder rechtsregel
9.
hart mens (hij) berekende weg (...) hem en Jahweh (hij) bereidde voor (zij) zijn gestapt
10.
tovenarij op lippen van koning bij (de) rechtsregel niet (hij) ontvreemdde monden (...) hem
11.
PLX en van oren van rechtsregel aan Jahweh handeling (...) hem alle stenen van KIX
12.
(jij) bent verafschuwd koningen te doen slechte dat bij (de) weldadigheid (zij) sloegen (...) hen stoel
13.
wil koningen lippen van rechtvaardigheid en woord rechte (mv) (hij) had lief
14.
leren zak koning boodschappers van dood en man wijze (hij) verzoende (...) haar
15.
bij (het) licht aanzicht van koning leven en (zij) hebben gerend (...) ons zoals wolk late regen
16.
buis wijsheid wat? goede om in te snijden WQNWT verstand geselecteerde van zilver
17.
van bloem(meel) rechte (mv) verblind! van kwaad bewaar! ziel (...) hem (wij) schiepen weg (...) hem
18.
voor (hij) heeft gebroken (zij) hebben zich verheven (...) hen en voor (zij) zijn gestruikeld (...) hen hoogte wind
19.
goede lage wind (tot) armen verdeel(t) buit (tot) verhef je! (...) hen
20.
ontwikkeld mens op woord (hij) vond goede en vertrouw(t) bij Jahweh heil (...) hem
21.
aan wijze hart (hij) noemde verstandige WMTQ lippen (hij) zal toevoegen lering
22.
bron leven verstand echtgenoten (...) hem en zedeles AWLIM dwaasheid
23.
hart wijze (hij) werd wijs mond van hem en op lippen (...) hem (hij) zal toevoegen lering
24.
ßWP honing Amoriet aangenaamheid zoete aan ziel en genees(t) aan bot
25.
er is weg rechte voor man en naar einde van wegen van dood
26.
ziel werkzame (zij) heeft gezwoegd als dat AKP op hem mond van hem
27.
man slechtheid (hij) heeft gegraven herder en op lippen (...) hem zoals vuur ßRBT
28.
man verkeerde dingen (hij) zond weg twist WNRCN scheid(t) aanvoerder
29.
man roof (zij) is mooi geweest zijn vriend WEWLIKW bij (de) weg niet goede
30.
advies ogen (...) hem te berekenen verkeerde dingen QRß lippen (...) hem schoondochter herder
31.
(jij) hebt omgeven glans ouderdom bij (de) weg weldadigheid (jij) vond
32.
goede lange neuzen om sterk te worden en heerser vlucht! (...) hem voeg(t) samen stad
33.
bij (de) boezem IWÐL (tot) het lot en van Jahweh alle rechtsregel (...) hem

Hoofdstuk 17

1.
goede mond van droog land en naar kwartel bij haar van huis (hij) is vol geweest slacht! twist!
2.
slaaf ontwikkeld mens (hij) heerste bij (de) zoon beschaam(t) en binnen broers (hij) verdeelde erfgoed
3.
MßRP aan zilver WKWR aan goud en bij (de) gratie harten Jahweh
4.
van kwaad let op op oever van kracht leugen MZIN op tong verderf van
5.
spot LRS beledig! maakt! (...) hem maak blij! aan tegenslag niet (hij) maakte schoon
6.
(jij) hebt omgeven baarden bouw! zonen en glans zonen vaders (...) hen
7.
niet lieflijke te bevuilen oever van rest neus dat aan vrijgevige oever van leugen
8.
steen gratie de omkoperij bij bestudeer! echtgenoten (...) hem naar alle die Jefunne (hij) werd wijs
9.
bedek(t) misdaad zoek(t) liefde en jaar bij (het) woord scheid(t) aanvoerder
10.
in de plaats van (zij) heeft bestraft bij begrijp(t) om te slaan dwaas honderd
11.
maar verzet (hij) zocht kwaad en boodschapper wrede (hij) zond weg bij hem
12.
ontmoet! beer verlies van kinderen bij (de) man en naar dwaas bij (de) dwaasheid (...) hem
13.
geef(t) terug herder in de plaats van goeds niet (jij) week herder van huis (...) hem
14.
laat vrij water begin twist en voor ETCLO (is het zo) dat twist! (wij) verlieten
15.
geef(t) gelijk slechte WMRSIO rechtvaardige (jij) bent verafschuwd Jahweh ook die twee
16.
waarom dit prijs bij (de) hand dwaas te kopen wijsheid en hart (er is) niet
17.
in alle tijd (hij) heeft liefgehad juich! en broer aan ellende baar(t)
18.
mens gebrek hart blaas(t) lepel aangename wildernis voor zijn vriend
19.
(hij) heeft liefgehad misdaad (hij) heeft liefgehad matze MCBIE doet open! zoek(t) (hij) heeft gebroken
20.
eigenzinnige hart niet (hij) vond goede en (hij) is veranderd bij (de) tong (...) hem (hij) viel bij (de) herder
21.
kind dwaas LTWCE als noch (hij) maakte blij vader harp
22.
hart maak blij! (hij) deed goed CEE en wind NKAE (jij) maakte droog knokkel
23.
omkoperij van wet slechte (hij) nam om te buigen manieren rechtsregel
24.
(tot) aanzicht van van tussen wijsheid en bestudeer! dwaas bij (het) einde land
25.
boosheid aan vader (...) hem zoon dwaas en verbitter(t) aan kraamvrouw (...) hem
26.
ook ONWS aan rechtvaardige niet goede te slaan vrijgevige (mv) op rechte
27.
zintuig (...) jou woorden (...) hem (hij) werd bekend kennis WQR wind man wijsheid
28.
ook dwaas MHRIS wijze (hij) berekende AÐM lippen (...) hem verstandige

Hoofdstuk 18

1.
aan begeerte (hij) zocht NPRD in alle TWSIE ITCLO
2.
niet (hij) wenste dwaas bij (de) wijsheid dat als BETCLWT zijn hart
3.
bij (de) komst slechte (hij) is gekomen ook minachting en met schande schande
4.
water dieptes spreek! mond van man wadi NBO bron wijsheid
5.
te dragen aanzicht van slechte niet goede om te buigen rechtvaardige bij (de) rechtsregel
6.
lippen van dwaas voert in! bij twist! en monden (...) hem LMELMWT (hij) noemde
7.
mond van dwaas (zij) heeft uitgewist als en lippen (...) hem valstrik ziel (...) hem
8.
spreek! NRCN KMTLEMIM en zij (zij) zijn gedaald dring binnen! buik
9.
ook MTRPE bij (het) handwerk (...) hem broer hij aan echtgenoot vernieler
10.
kweek(t) kracht daar Jahweh bij hem (hij) rende rechtvaardige en hoge
11.
kapitaal rijke Stad van kracht (...) hem WKHWME hoge bij (jij) hebt getrokken (...) hem
12.
voor (hij) heeft gebroken ICBE hart man en voor eer nederigheid
13.
geef(t) terug woord voordat (hij) hoorde toe dwaasheid zij als en schande
14.
wind man IKLKL MHLEW en wind NKAE water van (hij) droeg (...) haar
15.
hart verstandige (hij) kocht kennis en oor wijze (mv) (jij) zocht kennis
16.
lenden mens IRHIB als en voor grootheden (hij) rustte (...) ons
17.
rechtvaardige (de) eerste bij twist! (hij) kwam zijn vriend en (zij) hebben onderzocht
18.
van rechten (hij) zette stop het lot en tussen OßWMIM (hij) scheidde
19.
broer (wij) misdreven van Stad van kracht en twisten zoals grendel paleis
20.
van vrucht mond van man (jij) was verzadigd buik (...) hem opbrengst van lippen (...) hem (hij) was verzadigd
21.
dood en leven bij (de) hand tong en heb lief! (er)naar (hij) at naar vrucht
22.
(hij) heeft gevonden vrouw (hij) heeft gevonden goede WIPQ wil van Jahweh
23.
THNWNIM (hij) sprak verover! en rijke (hij) antwoordde sterke (mv)
24.
man kwaden LETROO en er is (hij) heeft liefgehad (hij) heeft geplakt van broer

Hoofdstuk 19

1.
goede verover! ga(a)(t) bij (zij) hebben zich verbaasd van eigenzinnige lippen (...) hem en hij dwaas
2.
ook zonder kennis ziel niet goede WAß bij (de) voeten zondaar
3.
dwaasheid mens TXLP weg (...) hem en op Jahweh (hij) was boos zijn hart
4.
kapitaal (hij) zal toevoegen kwaden twisten en armelijke van zijn vriend IPRD
5.
tot leugens niet (hij) maakte schoon WIPIH als vloeien niet (hij) redde
6.
twisten (zij) begonen te aanzicht van vrijgevige en alle juich! aan man lenden
7.
alle broer verover! (zij) heeft gehaat (...) hem neus dat van zijn vriend (zij) zijn ver geweest (van)uit hem MRDP woorden niet deze (mv)
8.
buis hart (hij) heeft liefgehad ziel (...) hem bewaar! wijsheid te vinden goede
9.
tot leugens niet (hij) maakte schoon WIPIH als vloeien (hij) ging verloren
10.
niet lieflijke aan dwaas TONWC neus dat te bewerken heerser bij zingen
11.
verstand mens (hij) heeft verlengd neus (...) hem en glans (...) hem kant op misdaad
12.
NEM zoals jonge leeuw boosheid koning WKÐL op planten (zij) hebben gerend (...) ons
13.
verderf van aan vader (...) hem zoon dwaas WDLP ÐRD om te berechten (...) mij vrouw
14.
huis en kapitaal (jij) hebt verworven vaders en van Jahweh vrouw MSKLT
15.
luie (jij) liet vallen diepe slaap en ziel bedrog (zij) had honger
16.
bewaar! voorschrift bewaar! ziel (...) hem minacht wegen (...) hem (hij) zal worden laten sterven
17.
(zij) hebben besneden (er)naar Jahweh verleen(t) gratie armelijke en laat ontwennen! (hij) betaalde als
18.
(hij) week af zoon (...) jou dat er is hoop en naar (zij) hebben gedood naar (jij) droeg ziel (...) jou
19.
CRL woede verheven ONS dat als (jij) redde en nog (eens) (jij) liet toevoegen
20.
nieuws advies en tegenover zedeles opdat (zij) werd wijs BAHRITK
21.
twisten berekenen bij (het) hart man en raad Jahweh zij (jij) wraakte
22.
begeerte van mens genade (...) hem en goede verover! van man leugen
23.
(jij) hebt gevreesd Jahweh aan leven en zeven (hij) liet overnachten echtgenoot (hij) beval kwaad
24.
(hij) heeft verborgen luie (hij) bedankte bij (jij) hebt geslagen ook naar mond van hem niet (hij) gaf terug (...) haar
25.
spotter (jij) sloeg en dwaas bos (...) hen en (hij) heeft bewezen aan verstandige (hij) begreep kennis
26.
om te beroven vader IBRIH als zoon beschaam(t) WMHPIR
27.
(hij) heeft opgehouden bouw! aan nieuws zedeles LSCWT van Amoriet kennis
28.
tot slechtheid ILIß rechtsregel en mond van slechte (mv) (hij) slikte kracht
29.
NKWNW aan spotters rechters WMELMWT LCW dwazen

Hoofdstuk 20

1.
spotter de wijn deze (mv) beloning en alle SCE bij hem niet (hij) werd wijs
2.
NEM zoals jonge leeuw verschrikking van koning MTOBRW zondaar ziel (...) hem
3.
eer aan man sabbat om te twisten en alle dwaas ITCLO
4.
beledig(t) luie niet (hij) ploegde (hij) vroeg bij (de) oogst en (er is) niet
5.
water dieptes advies bij (het) hart man en man wijsheid (hij) putte (...) haar
6.
meerderheid mens (hij) noemde man genade (...) hem en man AMWNIM water van (hij) vond
7.
wandel(t) rond bij (zij) hebben zich verbaasd rechtvaardige heil zonen (...) hem na hem
8.
koning bewoner op stoel gerecht naar van krans bij (de) ogen (...) hem alle kwaad
9.
water van (hij) sprak (ik) heb gereinigd hart (...) mij (ik) heb gezuiverd van zondoffers van
10.
steen en steen (ik) was mooi en (ik) was mooi (jij) bent verafschuwd Jahweh ook die twee
11.
ook bij (de) daden (...) hem ITNKR jeugd als zuivere en als rechte daad (...) hem
12.
oor (jij) hebt toegehoord en oog (hij) heeft gezien Jahweh (hij) heeft gedaan ook die twee
13.
naar (jij) had lief jaar opdat niet TWRS (hij) heeft geopend ogen (...) jou zeven brood
14.
kwaad kwaad (hij) sprak (is het zo) dat koop(t) WAZL als destijds (hij) prees zich
15.
er is goud en meerderheid PNINIM en gereedschap waarde lippen van kennis
16.
lering kleed (...) hem dat aangename krans en door vreemde landen (zij) heeft gesaboteerd (...) hem
17.
aangename aan man brood leugen en andere (hij) was vol mond van hem Hßß
18.
berekenen bij (de) advies (jullie) sloegen (...) hen WBTHBLWT (hij) heeft gedaan strijd
19.
ballingschap geheim ga(a)(t) kwaadspreker en aan mond (...) haar lippen (...) hem niet TTORB
20.
vervloek(t) vader (...) hem en moeder (...) hem (hij) heeft geweten (...) jou licht (...) hem BAISWN duisternis
21.
erfgoed MBHLT in het eerste en naar einde van niet (jij) zegende
22.
naar (jij) sprak (ik) betaalde (er)naar kwaad (hij) heeft gehoopt aan Jahweh en redding aan jou
23.
(jij) bent verafschuwd Jahweh steen en steen en van oren van bedrog niet goede
24.
van Jahweh van stappen van man en mens wat? (hij) begreep weg (...) hem
25.
valstrik mens ILO heiligheid en andere geloften te bezoeken
26.
naar van krans slechte (mv) koning wijze en inwoner op hen wiel
27.
licht Jahweh (jij) hebt geademd mens vrijheid alle dring binnen! buik
28.
genade en waarheid fabriceert! koning WXOD bij (de) genade stoel (...) hem
29.
glans bij ontbranden zoals hete en pracht baarden ouderdom
30.
HBRWT wond TMRIQ bij (het) kwaad en slaan dring binnen! buik

Hoofdstuk 21

1.
splits! water hart koning bij (de) hand Jahweh op alle die (hij) wenste (hij) boog om (...) ons
2.
alle weg man rechte bij (de) ogen (...) hem en (jij) bereidde harten Jahweh
3.
(hij) heeft gedaan weldadigheid en rechtsregel geselecteerde aan Jahweh altaar
4.
hoogte ogen en breedte hart licht slechte (mv) zondoffer
5.
berekenen vlijtige maar LMWTR en alle maar LMHXWR
6.
daad bergingen bij (de) tong leugen damp NDP zoek(t) (...) mij dood
7.
roof slechte (mv) (hij) woonde (...) hen dat (zij) hebben geweigerd te doen rechtsregel
8.
EPKPK weg man en krans en zuivere rechte daad (...) hem
9.
goede te wonen op hoek van dak van vuur van van rechten en huis verbond
10.
ziel slechte haar kwaad niet (hij) legerde bij (de) ogen (...) hem zijn vriend
11.
BONS spotter (hij) werd wijs dwaas WBESKIL aan wijze (hij) nam kennis
12.
ontwikkeld mens rechtvaardige aan huis slechte MXLP slechte (mv) aan kwaad
13.
AÐM oor (...) hem MZOQT armelijke ook hij (hij) noemde noch (hij) antwoordde
14.
lenden bij (het) geheim IKPE neus en omkoperij bij (de) wet woede naar kracht
15.
vreugde aan rechtvaardige te doen rechtsregel en (zij) heeft uitgewist aan daden van kracht
16.
mens loop(t) verkeerd van weg word wijs! bij (de) menigte spoken (hij) rustte
17.
man om te ontbreken (hij) heeft liefgehad vreugde (hij) heeft liefgehad wijn en olie niet IOSIR
18.
dorp aan rechtvaardige slechte en in de plaats van rechte (mv) BWCD
19.
goede sabbat bij (het) land woestijn van vuur van twisten en boosheid
20.
schat NHMD en olie bij (de) woonplaats wijze en dwaas mens (hij) slikte (...) ons
21.
(hij) heeft achtervolgd weldadigheid en genade (hij) vond leven weldadigheid en eer
22.
stad mannen blad wijze en (hij) is gedaald kracht van vertrouwen
23.
bewaar! monden (...) hem en tong (...) hem bewaar! van smalle (mv) ziel (...) hem
24.
hoogmoedige IEIR spotter zijn naam doe(t) bij (jij) bent voorbijgegaan trots
25.
begeerte van luie (jij) doodde (...) ons dat (zij) hebben geweigerd handen (...) hem te doen
26.
alle vandaag de begeerte begeerte en rechtvaardige (hij) gaf noch (hij) haastte zich (...) jou
27.
slachting slechte (mv) gruwel neus dat bij (de) vuiligheid (hij) bracht (...) ons
28.
tot als vloeien (hij) ging verloren en man hoor(t) toe uiteindelijk (hij) sprak
29.
de kracht man slechte bij (de) aanzichten (...) hem en rechte hij (hij) bereidde voor wegen (...) hem
30.
(er is) niet wijsheid en (er is) niet wijsheid en (er is) niet advies tegen Jahweh
31.
paard MWKN aan dag strijd en aan Jahweh (is het zo) dat (jij) schreeuwde om hulp (er)naar

Hoofdstuk 22

1.
geselecteerde daar tiende meerderheid van zilver en van goud gratie goede
2.
rijke en verover! (wij) ontmoetten (...) hem (hij) heeft gedaan allemaal Jahweh
3.
(zij) hebben blootgelegd (...) hen (hij) heeft gezien herder en (hij) weerlegde en dwazen (zij) zijn voorbijgegaan WNONSW
4.
voetstap nederigheid (jij) hebt gevreesd Jahweh rijkdom en eer en leven
5.
Zin-en valstrikken bij (de) weg eigenzinnige houd(t) ziel (...) hem (hij) was ver (van)uit hen
6.
gratie (...) jou te schudden op mond van weg (...) hem ook dat IZQIN niet (hij) verblindde (van)uit haar
7.
rijke bij verover! (...) hen (hij) heerste en slaaf LWE aan man (zij) hebben besneden (er)naar
8.
zaaie(t) ga(a)(t) op IQßWR kracht en stam (jij) bent voorbijgegaan (...) hem (zij) heeft gekund
9.
goede oog hij (hij) zegende dat (hij) heeft gegeven om te strijden (...) hem aan armelijke
10.
verjaag! spotter en uitgaande twist en (jij) hebt gewoond gerecht en schande
11.
(hij) heeft liefgehad zuivere hart gratie lippen (...) hem zijn vriend koning
12.
bestudeer! Jahweh (wij) schiepen (...) hem kennis WIXLP spreek! kleed
13.
woord luie leeuw bij (de) straat binnen pleinen ARßH
14.
buk(t) zich (zij) is diep geweest mond van vreemde (mv) ben woedend! Jahweh (hij) viel daar
15.
dwaasheid verbind! (er)naar bij (het) hart jeugd stam zedeles IRHIQNE (van)uit hem
16.
afzetterij armelijke te vermeerderen als (hij) heeft gegeven aan rijke maar LMHXWR
17.
neig! oor (...) jou en nieuws spreek! wijze (mv) en hart (...) jou (jij) legde te weten (...) mij
18.
dat aangename dat (jij) bewaarde (...) hen bij (de) buik (...) jou (zij) bereidden samen op lippen (...) jou
19.
te zijn bij Jahweh verzeker(t) zich (...) jou (ik) heb meegedeeld (...) jou vandaag neus (met) haar
20.
toch? (ik) heb geschreven aan jou eergisteren BMOßWT en kennis
21.
mee te delen (...) jou versier! Amoriet waarheid terug te geven woorden waarheid aan wapens (...) jou
22.
naar TCZL armelijke dat armelijke hij en naar TDKA arme bij (de) poort
23.
dat Jahweh (hij) twistte twist! (...) hen WQBO (tot) QBOIEM ziel
24.
naar TTRO (tot) echtgenoot neus en (tot) man schoonmoeder niet (jij) kwam
25.
opdat niet TALP manier (...) hem en (jij) hebt genomen valstrik aan ziel (...) jou
26.
naar (zij) was bij blaas! lepel bij (de) aangename (mv) MSAWT
27.
als (er is) niet aan jou te betalen waarom (hij) nam bed (...) jou MTHTIK
28.
naar TXC grens eeuwigheid die Ezau vaders-en (...) jou
29.
(jij) hebt voorspeld man MEIR bij (het) handwerk (...) hem voor koningen (hij) stelde zich op echtgenoot (hij) stelde zich op voor duisternissen

Hoofdstuk 23

1.
dat (jij) woonde te strijden (tot) heers(t) tussen (jij) begreep (tot) die voor jou
2.
en (jij) hebt geplaatst SKIN slechtheid (...) jou als echtgenoot ziel (met) haar
3.
naar (jullie) zullen begeren LMÐOMWTIW en hij brood als vloeien
4.
naar TICO LEOSIR van verstand (...) jou (hij) heeft opgehouden
5.
(is het zo) dat (jij) vloog ogen (...) jou bij hem en hij is (er) niet dat (hij) heeft gedaan (zij) heeft gemaakt als vleugels zoals gier en vermoeide de hemel
6.
naar (zij) streed (tot) brood kwaad oog en naar (jullie) zullen begeren LMÐOMTIW
7.
dat zoals poort bij (de) ziel (...) hem zo hij eten en (zij) heeft gelegd (hij) sprak aan jou en zijn hart echtgenoot met jou
8.
mond (...) jou (jij) hebt gegeten TQIANE en kuil woorden (...) jou (de) aangename (mv)
9.
bij (de) oren van dwaas naar (jij) sprak dat (hij) minachtte aan verstand besnijden (...) jou
10.
naar TXC grens eeuwigheid en met Sjadai wezen naar (zij) kwam
11.
dat wreker (...) hen kracht hij (hij) twistte (tot) twist! (...) hen (met) jou
12.
(zij) heeft gebracht aan zedeles hart (...) jou en oor (...) jou aan Amoriet kennis
13.
naar (jij) hield terug schud(t) zedeles dat (jullie) bereidden bij (de) stam niet (hij) stierf
14.
(met) haar bij (de) stam (jullie) bereidden en ziel (...) hem om te vragen (jij) redde
15.
bouw! als wijze hart (...) jou (hij) maakte blij hart (...) mij ook ik
16.
en (zij) was vrolijk (...) haar nieren (...) mij bij (het) woord lippen (...) jou effenen
17.
naar (hij) was jaloers hart (...) jou bij (de) zondaars dat als bij (jij) hebt gevreesd Jahweh alle vandaag
18.
dat als er is einde van en hoop (...) jou niet (jij) zult uitgeroeid worden
19.
nieuws (met) haar bouw! en wijze en die bij (de) weg hart (...) jou
20.
naar (zij) was BXBAI wijn BZLLI vlees voor hen
21.
dat XBA WZWLL verover(t) en scheuren TLBIS NWME
22.
nieuws aan vader (...) jou dit kind (...) jou en naar (jij) minachtte dat (zij) is oud geweest moeder (...) jou
23.
waarheid buis en naar (zij) verkocht wijsheid en zedeles en verstand
24.
CWL (hij) verheugde zich vader rechtvaardige baar(t) wijze en (hij) maakte blij bij hem
25.
(hij) maakte blij vader (...) jou en moeder (...) jou en (zij) verheugde zich baar(t) (...) jou
26.
geef! bouw! hart (...) jou aan mij en ogen (...) jou wegen van (zij) rende (...) haar
27.
dat buk(t) zich (zij) is diep geweest hoereer(t) en put ellende naar vreemdeling
28.
neus zij KHTP (jij) lag in hinderlaag WBWCDIM bij (de) mens (jij) liet toevoegen
29.
aan water van o wee! aan water van (zij) hebben gewenst (...) mij aan water van twisten aan water van spreek! aan water van wonden gratis aan water van HKLLWT ogen
30.
tot van anderen op de wijn LBAIM aan onderzoek van scherm
31.
naar (zij) liet zien wijn dat ITADM dat (hij) gaf BKIX bestudeert! (hij) wandelde rond bij effenen
32.
AHRITW zoals slang jij bent er WKßPONI (hij) spreidde uit
33.
ogen (...) jou (zij) lieten zien vreemde (mv) en hart (...) jou (hij) sprak verkeerde dingen
34.
en (jij) bent geweest als lig neer! bij (het) hart zee WKSKB bij (het) hoofd koord
35.
(zij) hebben geslagen (...) mij echtgenoot (ik) ben ziek geworden ELMWNI echtgenoot (ik) heb geweten wanneer? (ik) werd wakker (ik) voegde toe (ik) zocht (...) ons nog (eens)

Hoofdstuk 24

1.
naar (jij) was jaloers bij (de) mens (...) mij herder en naar (jullie) zullen begeren te zijn (met) hen
2.
dat roof (hij) sprak uit hart (...) hen en werkzame lippen (...) hen (jullie) spraken
3.
bij (de) wijsheid (hij) bouwde huis en bij (de) wijsheid ITKWNN
4.
en bij (de) kennis kamers (zij) waren vol alle kapitaal waarde en aangename
5.
man wijze BOWZ en man kennis MAMß kracht
6.
dat BTHBLWT (jij) deed aan jou strijd en (jij) schreeuwde om hulp (er)naar bij (de) meerderheid adviseur
7.
RAMWT aan dwaas wijze (mv) bij (de) poort niet (hij) deed open mond van hem
8.
bereken(t) aan het kwaad als echtgenoot van vuiligheden (zij) noemden
9.
vuiligheid van dwaasheid zondoffer en (jij) bent verafschuwd aan mens spotter
10.
ETRPIT bij (de) dag ellende smalle naar zoals verhemelte
11.
red! leringen te sterven en buigen om te doden als THSWK
12.
dat (jij) sprak èn niet (wij) hebben geweten dit toch? (jij) bereidde harten hij (hij) begreep en (wij) schiepen ziel (...) jou hij (hij) heeft geweten en (hij) heeft teruggegeven aan mens zoals daad (...) hem
13.
eten bouw! honing dat goede WNPT zoete op verhemelte (...) jou
14.
zo mening wijsheid aan ziel (...) jou als om uit te gaan en er is einde van en hoop (...) jou niet (jij) zult uitgeroeid worden
15.
naar (jij) lag in hinderlaag slechte aan woonplaats rechtvaardige naar TSDD RBßW
16.
dat zeven (hij) viel rechtvaardige en (hij) is opgestaan en slechte (mv) (zij) struikelden bij (de) herder
17.
bij ga neer! vijanden (...) jou naar (jij) maakte blij en bij (de) misstap (...) hem naar (hij) verheugde zich hart (...) jou
18.
opdat niet vrees Jahweh en kwaad bij (de) ogen (...) hem en (hij) heeft teruggegeven ontvreemd! (...) hem neus (...) hem
19.
naar TTHR BMROIM naar (jij) was jaloers bij (de) slechte (mv)
20.
dat niet (jij) was einde van aan kwaad licht slechte (mv) (hij) heeft geweten (...) jou
21.
gezien (tot) Jahweh bouw! en koning met SWNIM naar TTORB
22.
dat plotseling (hij) wraakte tegenslag (...) hen WPID die twee water van (hij) werd bekend
23.
ook deze aan wijze (mv) herken! aanzicht bij (de) rechtsregel echtgenoot goede
24.
woord aan slechte rechtvaardige (met) haar (zij) stelden vast (...) hem volkeren IZOMWEW naties
25.
WLMWKIHIM (hij) zwierf (...) hen en op hen (jij) kwam (jij) hebt gezegend goede
26.
lippen (hij) gaf te drinken geef(t) terug woorden ben aanwezig! (...) hen
27.
bereid voor! bij (de) straat handwerk (...) jou WOTDE bij (het) veld aan jou andere en (jij) hebt gebouwd huis (...) jou
28.
naar (zij) was tot gratis bij (het) kwaad (...) jou WEPTIT bij (de) lippen (...) jou
29.
naar (jij) sprak zoals (hij) heeft gedaan aan mij zo (ik) werd gedaan als (ik) gaf terug aan man zoals daad (...) hem
30.
op veld man luie (ik) ben voorbijgegaan en op wijngaard mens gebrek hart
31.
en hier is blad kunt! QMSNIM (zij) hebben bedekt aanzichten (...) hem HRLIM en omheining stenen (...) hem NERXE
32.
en (zij) heeft gegrepen ik (ik) legde hart (...) mij (ik) heb gezien (ik) heb genomen zedeles
33.
een beetje jaren een beetje TNWMWT een beetje (hij) heeft omarmd handen neer te liggen
34.
en (hij) is gekomen wandel(t) rond RISK en van gebreken (...) jou zoals man schild

Hoofdstuk 25

1.
ook deze heers! Salomo die EOTIQW mens (...) mij Hizkia koning Juda
2.
lever God verberg! woord en lever koningen onderzoek woord
3.
hemel hoog te zijn en land aan diepte en hart koningen (er is) niet onderzoek
4.
(zij) hebben uitgesproken ertsresten van zilver en uitgaande LßRP gereedschap
5.
(zij) hebben uitgesproken slechte voor koning en (zij) sloegen (...) hen bij (de) rechtvaardigheid stoel (...) hem
6.
naar TTEDR voor koning en bij (de) plaats grootheden naar (jij) stond vast
7.
dat goede woord aan jou blad hier is om te vernederen (...) jou voor vrijgevige die (zij) hebben gezien ogen (...) jou
8.
naar (jij) ging uit aan meerderheid vlugge opdat niet wat? (jij) deed naar bij (de) einde van BEKLIM (met) jou kwaad (...) jou
9.
twist! (...) jou twist! (tot) kwaad (...) jou en geheim andere naar (zij) verheugde zich
10.
opdat niet IHXDK nieuws en lasterpraat (...) jou niet (jij) blies
11.
(jij) ademde uit (...) mij goud BMSKIWT zilver woord woord op APNIW
12.
neusring goud en ziekte zoals onschuldige terechtwijzende wijze op oor (jij) hebt toegehoord
13.
zoals schild van sneeuw bij (de) dag oogst ßIR loyale aan wapens (...) hem en ziel liggers (...) hem (hij) gaf terug
14.
vorsten en wind en nader! (...) hen (er is) niet man prijs(t) zich bij (jij) bent gestorven leugen
15.
bij (de) lange neuzen (zij) is mooi geweest officier en tong naar zachtheid (zij) brak knokkel
16.
honing om uit te gaan eten DIK opdat niet (jij) was verzadigd (...) ons WEQATW
17.
EQR voet (...) jou van huis kwaad (...) jou opdat niet (hij) was verzadigd (...) jou en (hij) heeft gehaat (...) jou
18.
MPIß en zwaard en pijl SNWN man (hij) heeft geantwoord bij (de) zijn vriend tot leugen
19.
tand herder en voet MWODT verzeker(t) zich BWCD bij (de) dag ellende
20.
van getuige kleed bij (de) dag (hij) is gebeurd zuurdesem op NTR en aanvoerder bij zingen op hart kwaad
21.
als honger (hij) heeft gehaat (...) jou (is het zo) dat (zij) heeft gegeten (...) hem brood en als dorst (hij) heeft te drinken gegeven (...) hem water
22.
dat CHLIM (met) haar naar angst op hoofd (...) hem en Jahweh (hij) betaalde aan jou
23.
wind Noorden THWLL nader! (...) hen en aanzicht NZOMIM tong geheim
24.
goede sabbat op hoek van dak van vuur van twisten en huis verbond
25.
water gebeuur! (...) hen op ziel vermoeidheid en hoor toe! (er)naar goeds van land afstand
26.
bestudeer(t) NRPS en bron (jij) hebt gezalfd rechtvaardige (hij) heeft gewankeld voor slechte
27.
eten honing (is het zo) dat twisten niet goede en onderzoek lever (...) hen eer
28.
stad breek door! (er)naar (er is) niet muur man die (er is) niet MOßR aan wind (...) hem

Hoofdstuk 26

1.
zoals sneeuw bij (de) zomer WKMÐR bij (de) oogst zo niet lieflijke aan dwaas eer
2.
zoals Zippor LNWD zoals vrijheid te vliegen zo (jij) hebt vervloekt gratis niet (zij) kwam
3.
zweep aan paard MTC aan ernstige en stam LCW dwazen
4.
naar (zij) antwoordde dwaas zoals dwaasheid (...) hem opdat niet (jij) was gelijk als ook (met) haar
5.
(hij) heeft geantwoord dwaas zoals dwaasheid (...) hem opdat niet (hij) was wijze bij (de) ogen (...) hem
6.
van einde voeten roof (zij) heeft gelegd wapen woorden bij (de) hand dwaas
7.
put! (...) hem dat (hij) heeft gehandhaafd van Pesach en heerser bij (de) mond van dwazen
8.
zoals bundel steen BMRCME zo geef(t) aan dwaas eer
9.
HWH blad bij (de) hand huur! en heerser bij (de) mond van dwazen
10.
meerderheid MHWLL alle en beloning dwaas en beloning voorbijgaan
11.
zoals hond woon! op QAW dwaas SWNE bij (de) dwaasheid (...) hem
12.
(jij) hebt gezien man wijze bij (de) ogen (...) hem hoop aan dwaas (van)uit hem
13.
woord luie leeuw bij (de) weg leeuw tussen de pleinen
14.
de deur TXWB op ßIRE en luie op stam (...) hem
15.
(hij) heeft verborgen luie (hij) bedankte bij (jij) hebt geslagen NLAE aan de ouderdom naar monden (...) hem
16.
wijze luie bij (de) ogen (...) hem MSBOE geef(t) terug (...) mij smaak
17.
houd(t) bij (de) oren van hond kant MTOBR op twist! niet als
18.
KMTLELE (is het zo) dat (hij) heeft geworpen ZQIM pijlen en dood
19.
zo man wormen (tot) zijn vriend en woord toch? speel(t) ik
20.
bij (de) niets bomen (jij) ging uit vuur en bij (de) eiland (...) hen NRCN ISTQ twist
21.
valstrik (...) hen LCHLIM en bomen aan vuur en man twisten LHRHR twist!
22.
spreek! NRCN KMTLEMIM en zij (zij) zijn gedaald dring binnen! buik
23.
zilver ertsresten uitkijkpunt op stille lippen DLQIM en hart kwaad
24.
bij (de) oever (...) hem INKR haat en bij (het) binnenste (...) hem (hij) legde bedrog
25.
dat (hij) legerde (...) hen klank (...) hem naar TAMN bij hem dat zeven gruwelijkheid bij (de) zijn hart
26.
(jij) bedekte (zij) heeft gehaat BMSAWN (jij) onthulde medemens (...) hem bij (de) menigte
27.
(hij) heeft gegraven kuil bij haar (hij) viel en draaie(t) steen naar hem (jij) blies
28.
tong leugen (hij) haatte DKIW en mond deel (zij) heeft gemaakt MDHE

Hoofdstuk 27

1.
naar (jij) prees je bij (de) dag morgen dat niet (jij) wist wat? kind dag
2.
(hij) loofde (...) jou krans noch monden (...) jou vreemdeling en naar lippen (...) jou
3.
lever steen WNÐL het zand en boosheid dwaas lever van die twee
4.
wrede (mv) woede WSÐP neus en water van (hij) stond vast voor jaloezie
5.
goeds terechtwijzing van perkament van liefde MXTRT
6.
loyale (mv) verwond! heb(t) lief WNOTRWT NSIQWT haat
7.
ziel zeven TBWX NPT en ziel (zij) heeft honger gehad alle bittere zoete
8.
zoals Zippor zwerf(t) vanuit buis zo man zwerf(t) van plaats (...) hem
9.
olie en wierook (hij) maakte blij hart WMTQ zijn vriend van raad ziel
10.
kwaad (...) jou en herder vader (...) jou naar (jij) verliet en huis broers (...) jou naar (jij) kwam bij (de) dag tegenslag (...) jou goede buurman verwant van broer afstand
11.
wijze bouw! en maak blij! hart (...) mij en (ik) gaf terug (er)naar beledig! woord
12.
(zij) hebben blootgelegd (...) hen (hij) heeft gezien herder NXTR PTAIM (zij) zijn voorbijgegaan NONSW
13.
neem! kleed (...) hem dat aangename krans en door naar vreemdeling (zij) heeft gesaboteerd (...) hem
14.
zegen(t) zijn vriend bij (de) klank grote bij (het) rundvee (hij) is vroeg opgestaan vervloeking (jij) berekende als
15.
DLP ÐWRD bij (de) dag XCRIR en vuur van twisten NSTWE
16.
Zefanja Noorden wind en olie dagen (...) ons (hij) noemde
17.
ijzer bij (het) ijzer samen en man samen aanzicht van zijn vriend
18.
(wij) schiepen vijg (hij) at naar vrucht en bewaar! liggers (...) hem (hij) was zwaar
19.
staan op het aanzicht vroeger zo hart de mens aan mens
20.
dodenrijk en (zij) is verloren gegaan niet (jij) was verzadigd (...) haar en bestudeer! de mens niet (jij) was verzadigd (...) haar
21.
MßRP aan zilver WKWR aan goud en man aan mond van van deze
22.
als TKTWS (tot) de dwaas bij (de) kom binnen ERIPWT bij (de) hoge niet (jij) verblindde ontvreemd! (...) hem dwaasheid (...) hem
23.
(hij) heeft geweten (jij) wist aanzicht van kleinvee (...) jou doorn hart (...) jou aan kudden
24.
dat niet aan eeuwigheid (hij) heeft medelijden gehad (...) hen en als kroon te wonen generatie
25.
bol hooi en (wij) lieten zien grasveld en (wij) verzamelden (...) hem OSBWT (hij) heeft opgetild
26.
als schamen zich zich te bekleden (...) jou en prijs veld bokken
27.
en welke melk geiten aan brood (...) jou aan brood huis (...) jou en leven aan meisjes (...) jou

Hoofdstuk 28

1.
(zij) zijn gevlucht en (er is) niet (hij) heeft achtervolgd slechte en rechtvaardigen zoals jonge leeuw (hij) verzekerde zich
2.
bij (de) misdaad land twisten Seraja en bij (de) mens van tussen (hij) heeft geweten zo (hij) verlengde
3.
man verover! en afzetterij armen regen XHP en (er is) niet brood
4.
verlaat! Wetboek (zij) zullen loven slechte en bewaar! Wetboek ITCRW in hen
5.
mens (...) mij kwaad niet (zij) begrepen rechtsregel en zoek(t) (...) mij Jahweh (zij) begrepen alle
6.
goede verover! ga(a)(t) bij (zij) hebben zich verbaasd van eigenzinnige wegen en hij rijke
7.
NWßR Wetboek zoon van tussen en herder ZWLLIM IKLIM vader (...) hem
8.
vermeerder(t) (zij) hebben bedrogen bij (de) woekerrente en bij (de) overwinst LHWNN armen (hij) verzamelde (...) ons
9.
verwijder(t) oor (...) hem van nieuws Wetboek ook gebed (...) hem gruwel
10.
MSCE rechte (mv) bij (de) weg kwaad bij spreken (...) hem hij (hij) viel en volledige (mv) (zij) zullen verwerven goede
11.
wijze bij (de) ogen (...) hem man rijke en armelijke van tussen (hij) onderzocht (...) ons
12.
BOLß rechtvaardigen veelheid glans en bij (de) lijn (...) hen slechte (mv) IHPS mens
13.
bedek(t) misdaden (...) hem niet (hij) slaagde en bedank(t) en (hij) heeft verlaten (hij) had medelijden
14.
heil mens ben(t) bang altijd en gesmeed metaal zijn hart (hij) viel bij (de) herder
15.
leeuw NEM en beer SWQQ heers(t) slechte op met armelijke
16.
leider gebrek wijsheden en meerderheid MOSQWT haat! voordeel (hij) verlengde dagen
17.
mens afzetterij bij (het) bloed ziel tot put (hij) vluchtte naar ITMKW bij hem
18.
ga(a)(t) volledige IWSO WNOQS wegen (hij) viel bij één
19.
slaaf aarde (...) hem (hij) was verzadigd brood WMRDP lege (mv) (hij) was verzadigd RIS
20.
man AMWNWT meerderheid gelukwensen WAß LEOSIR niet (hij) maakte schoon
21.
herken! aanzicht niet goede en op mond van brood (hij) misdreef man
22.
(hij) is geschrokken aan kapitaal man kwaad oog noch (hij) heeft geweten dat gebrek (hij) kwam (...) ons
23.
terechtwijzende mens na gratie (hij) vond MMHLIQ tong
24.
kuiken vader (...) hem en moeder (...) hem en woord (er is) niet misdaad verbond hij aan man vernieler
25.
breedte ziel (hij) woonde (er)naar twist en veiligheid op Jahweh (hij) bemestte
26.
vertrouw(t) bij (de) zijn hart hij dwaas en ga(a)(t) bij (de) wijsheid hij (hij) redde
27.
geef(t) LRS (er is) niet om te ontbreken en van hoogtes ogen (...) hem meerderheid lichten
28.
bij sta op! slechte (mv) (hij) weerlegde mens WBABDM (zij) vermeerderden rechtvaardigen

Hoofdstuk 29

1.
man terechtwijzingen gesmeed metaal nek PTO (hij) brak en (er is) niet genees(t)
2.
bij twisten rechtvaardigen (hij) maakte blij het volk en bij (de) heerser slechte IANH met
3.
man (hij) heeft liefgehad wijsheid (hij) maakte blij vader (...) hem en herder hoereren (hij) ging verloren kapitaal
4.
koning bij (de) rechtsregel (hij) stelde op land en man bijdragen (hij) brak af (...) haar
5.
man MHLIQ op zijn vriend netwerk spreid(t) uit op keren (...) hem
6.
bij (de) misdaad man kwaad valstrik en rechtvaardige (zij) hebben geworpen (...) hen en maak blij!
7.
(hij) heeft geweten rechtvaardige gerecht armen slechte niet (hij) begreep kennis
8.
mens (...) mij aan opdracht (...) hen IPIHW stad en wijze (mv) (zij) gaven terug neus
9.
man wijze NSPÐ (tot) man dwaas en (hij) is boos geweest en wolk en (er is) niet (hij) is geland
10.
mens (...) mij kosten (zij) haatten onschuldige en rechte (mv) (zij) zochten ziel (...) hem
11.
alle wind (...) hem (hij) haalde tevoorschijn dwaas en wijze bij (de) achterzijde ISBHNE
12.
heerser let op op woord leugen alle van diensten (...) hem slechte (mv)
13.
verover! en man TKKIM (wij) ontmoetten (...) hem verlicht bestudeer! die twee Jahweh
14.
koning berecht bij (de) waarheid armen stoel (...) hem voor altijd (zij) sloegen (...) hen
15.
stam en terechtwijzing van (hij) gaf wijsheid en jeugd zend(t) weg beschaam(t) moeder (...) hem
16.
bij twisten slechte (mv) (hij) vermeerderde misdaad en rechtvaardigen BMPLTM (zij) lieten zien
17.
(hij) week af zoon (...) jou en (hij) gaf rust (...) jou en (hij) gaf MODNIM aan ziel (...) jou
18.
bij (er is) niet visioen IPRO met en bewaar! Wetboek bevestigt! (...) hem
19.
bij (de) woorden niet IWXR slaaf dat (hij) begreep en (er is) niet antwoord
20.
(jij) hebt voorspeld man bij (de) woorden (...) hem hoop aan dwaas (van)uit hem
21.
MPNQ schud(t) (zij) hebben gewerkt WAHRITW (hij) was van Nun
22.
man neus (hij) woonde (er)naar twist en echtgenoot woede meerderheid misdaad
23.
hoogmoed van mens (jij) vernederde (...) ons en lage wind (hij) verbaasde zich (...) jou eer
24.
HWLQ met dief haat ziel (...) hem deze (hij) hoorde toe noch (hij) vertelde
25.
(jij) bent geschrokken mens (hij) gaf valstrik en vertrouw(t) bij Jahweh ISCB
26.
twisten zoeken aanzicht van heers(t) en van Jahweh rechtsregel man
27.
(jij) bent verafschuwd rechtvaardigen man onrecht en (jij) bent verafschuwd slechte rechte weg

Hoofdstuk 30

1.
spreek! (ik) woonde zoon IQE de last (hij) heeft redevoering gehouden de man LAITIAL LAITIAL en eten
2.
dat onwetende ik van man noch verstand van mens aan mij
3.
noch (ik) heb gestudeerd wijsheid en kennis heiligheden (ik) wist
4.
water van blad hemel en (hij) is gedaald water van Asaf wind BHPNIW water van (hij) heeft gebundeld water bij (de) jurk water van (hij) heeft gevestigd alle houd op! land wat? zijn naam en wat? daar bij ons dat (jij) wist
5.
alle (jij) hebt gesproken God gelouterde schild hij LHXIM bij hem
6.
naar (jij) liet toevoegen op woorden (...) hem opdat niet (hij) bewees bij jou WNKZBT
7.
twee (ik) heb gevraagd van jou naar (jij) hield terug (van)uit mij voordat (ik) stierf
8.
(het) niets en woord leugen de afstand (van)uit mij hoofd en rijkdom naar te geven (...) hen aan mij EÐRIPNI brood wetten van
9.
opdat niet (ik) zwoer en (ik) heb gelogen en (ik) heb gesproken water van Jahweh en opdat niet AWRS en (ik) heb gestolen WTPSTI daar mijn God
10.
naar TLSN slaaf naar damp (...) ons opdat niet (hij) vervloekte (...) jou en (jij) hebt je schuldig gemaakt
11.
generatie vader (...) hem (hij) vervloekte en (tot) moeder (...) hem niet (hij) zegende
12.
generatie zuivere bij (de) ogen (...) hem en om uit te gaan (...) hem niet (hij) heeft gewassen
13.
generatie wat? (zij) zijn hoog geweest ogen (...) hem WOPOPIW INSAW
14.
generatie zwaarden jaren (...) hem WMAKLWT MTLOTIW aan eten armen van land en arme (mv) van mens
15.
LOLWQE schering dochters vooruit! vooruit! drie hier is niet (jij) was verzadigd (...) haar vier niet (zij) hebben gesproken kapitaal
16.
dodenrijk en (hij) heeft vastgehouden baarmoeder land niet zeven water en vuur niet (zij) heeft gesproken kapitaal
17.
oog (zij) spotte aan vader en (zij) minachtte LIQET als (zij) staken uit (er)naar ben aangenaam! wadi en (zij) aten (er)naar bouw! gier
18.
drie deze (mv) (wij) waren wonderlijk (...) hem (van)uit mij en vier niet (ik) heb geweten (...) hen
19.
weg de gier bij (de) hemel weg slang op mij rots weg schip bij (het) hart zee en weg man bij (de) jonge vrouw
20.
zo weg vrouw MNAPT (zij) heeft gegeten en (zij) heeft uitgewist naar mond van en (zij) heeft gesproken niet onderneming (...) mij kracht
21.
in de plaats van drie (zij) is boos geweest land en in de plaats van vier niet je zult kunnen te dragen
22.
in de plaats van slaaf dat (hij) heerste en harp dat (hij) was verzadigd brood
23.
in de plaats van SNWAE dat TBOL en slavin dat TIRS (jij) bent sterk geworden (er)naar
24.
vier zij QÐNI land en deze (mv) wijze (mv) van wijze (mv)
25.
ENMLIM met niet kracht en (zij) bereidden voor bij (de) zomer brood (...) hen
26.
klipdassen met niet word machtig! en (zij) plaatsten bij (de) rots bij (hij) verbaasde zich
27.
koning (er is) niet aan sprinkhaan en uitgaande Hßß kunt!
28.
dat dood(t) bij (de) handen TTPS en zij bij (de) paleizen van koning
29.
drie deze (mv) doe(t) goed (...) mij stap en vier MIÐBI te gaan
30.
leeuw held bij (de) vee noch (hij) blies van aanzicht van alle
31.
ZRZIR lendenen of TIS en koning ALQWM met hem
32.
als (jij) bent verwelkt BETNSA en als vuiligheden hand aan mond
33.
dat MIß melk (hij) haalde tevoorschijn boter WMIß neus (hij) haalde tevoorschijn bloed WMIß neuzen (hij) haalde tevoorschijn twist!

Hoofdstuk 31

1.
spreek! LMWAL koning last die IXRTW moeder (...) hem
2.
wat? graan (...) mij en wat? graan buik (...) mij en wat? graan leg gelofte af!
3.
naar te geven (...) hen aan vrouwen macht (...) jou en wegen (...) jou uit te wissen heers! (...) hen
4.
naar aan koningen LMWAL naar aan koningen (zij) hebben gelegd wijn en aan vorsten of beloning
5.
opdat niet (hij) dronk en (hij) liet vergeten MHQQ en er is (...) haar gerecht alle bouw! arme
6.
geeft! beloning LAWBD en wijn aan verzet ziel
7.
(hij) dronk en (hij) liet vergeten RISW en (zij) hebben gezwoegd niet (hij) herinnerde zich nog (eens)
8.
opening monden (...) jou aan voorhal naar gerecht alle bouw! HLWP
9.
opening monden (...) jou rechter rechtvaardigheid en gerecht arme en arme
10.
vuur van macht water van (hij) vond en afstand MPNINIM (zij) heeft verkocht
11.
veiligheid bij haar hart vrouw en buit niet (hij) ontbrak
12.
CMLTEW goede noch kwaad alle dagen van leef! (er)naar
13.
(zij) heeft uitgelegd wol en linnen (mv) en (jij) maakte bij (de) wens naar lepels
14.
(zij) is geweest zoals schepen XWHR van afstand (jij) bracht (zij) heeft gestreden
15.
en (zij) stond op terwijl nacht en te geven (...) hen prooi naar aan huis en wet naar aan meisjes
16.
(zij) heeft plannen gesmeed veld en (jullie) namen (...) hem van vrucht naar lepels (hij) heeft geplant wijngaard
17.
(zij) heeft omgord BOWZ verzacht! (er)naar en (jij) was sterk naar armen
18.
(zij) heeft geproefd dat goede XHRE niet (hij) ging uit bij (de) nacht naar licht
19.
naar handen (zij) heeft gezonden BKISWR en naar lepels TMKW spoel
20.
zoals mond (zij) heeft uitgespreid aan arme en naar handen (zij) heeft gezonden aan arme
21.
niet (je) zult vrezen naar aan huis van sneeuw dat alle naar huis (hij) heeft zich bekleed twee
22.
MRBDIM (zij) heeft gedaan aan haar zes en purper aan schande
23.
(wij) werden bekend bij (de) poorten vrouw bij (zij) hebben gerust met ben oud! land
24.
XDIN (zij) heeft gedaan en (zij) verkocht en omgord! (zij) heeft gegeven aan Kanaänitische
25.
kracht en pracht aan schande en (zij) wreef fijn aan dag laatste
26.
naar mond van (zij) heeft geopend bij (de) wijsheid en Wetboek van genade op naar tong
27.
ßWPIE EILKWT naar huis en brood luie (mv) niet (jij) at
28.
(zij) zijn opgestaan bouw! (er)naar en (zij) bevestigden (er)naar vrouw en (hij) loofde (er)naar
29.
twisten dochters Ezau macht en (tot) (jij) bent opgegaan op kunt!
30.
leugen de gratie en damp de schoonheid vrouw (jij) hebt gevreesd Jahweh zij (jij) prees je
31.
geeft! aan haar van vrucht naar handen en (zij) zullen loven (er)naar bij (de) poorten naar daden