Hoofdstuk 1

1.
bij (de) maand (de) achtste bij (het) jaar van twee aan Darius (hij) is geweest woord Jahweh naar herinner je! (er)naar zoon zegen! (er)naar zoon getuige (...) hem de profeet te spreken
2.
woede Jahweh op vaders-en (...) jullie woede
3.
en (jij) hebt gesproken naar hen zo woord Jahweh legers keert terug! naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en (ik) blies naar jullie woord Jahweh legers
4.
naar (jullie) waren zoals vaders (...) jullie die (zij) hebben genoemd naar hen de profeten de eersten te spreken zo woord Jahweh legers keert terug! toch van wegen (...) jullie de kwaden WMOLILIKM de kwaden noch (zij) hebben toegehoord noch (zij) hebben opgelet naar mij (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
5.
vaders-en (...) jullie waar? zij en de profeten ELOWLM (zij) leefden
6.
maar spreek! en wetten van die (ik) heb opdracht gegeven (tot) werk! de profeten immers (zij) hebben bereikt vaders (...) jullie en (zij) keerden terug en (zij) spraken zoals (hij) heeft plannen gesmeed Jahweh legers te doen aan ons zoals wegen (...) ons WKMOLLINW zo (hij) heeft gedaan (met) ons
7.
bij (de) dag twintig en vier aan opvolging van rijkdom maand hij maand stam bij (het) jaar van twee aan Darius (hij) is geweest woord Jahweh naar herinner je! (er)naar zoon BRKIEW zoon ODWA de profeet te spreken
8.
(ik) heb gezien de nacht en hier is man wagen op paard mens en hij sta vast! tussen EEDXIM die BMßLE en na hem paarden mensen fluit! (...) hen en witte (mv)
9.
en woord wat? deze liggers van en (hij) sprak naar mij de boodschapper het woord bij mij ik (ik) liet zien (...) jou wat? deze (mv) deze
10.
en wegens de man stel op! tussen EEDXIM en (hij) sprak deze die wapen Jahweh rond te wandelen bij (het) land
11.
en (zij) antwoordden (tot) boodschapper Jahweh stel op! tussen EEDXIM en (zij) spraken (wij) hebben rondgewandeld bij (het) land en hier is alle het land (jij) hebt gewoond en (jij) bent stil geweest
12.
en wegens boodschapper Jahweh en (hij) sprak Jahweh legers tot wanneer? (met) haar niet (jij) had medelijden (tot) Jeruzalem en (tot) steden van Juda die (jij) bent woedend geweest (er)naar dit zeventig jaar
13.
en wegens Jahweh (tot) de boodschapper het woord bij mij woorden goede (mv) woorden troost! (...) hen
14.
en (hij) sprak naar mij de boodschapper het woord bij mij (hij) heeft genoemd te spreken zo woord Jahweh legers (ik) ben jaloers geweest aan Jeruzalem en aan Sion jaloezie grootheid
15.
en woede grote ik woede op de volken (de) zorgeloze (mv) die ik (ik) ben boos geworden een beetje en deze (mv) (zij) hebben geholpen aan herder
16.
daarom zo woord Jahweh rust! aan Jeruzalem bij (de) medelijden huis-en van (hij) bouwde bij haar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en (hij) heeft gehoopt INÐE op Jeruzalem
17.
nog (eens) (hij) heeft genoemd te spreken zo woord Jahweh legers nog (eens) (jullie) verspreidden steden van van goede en (wij) waren bronstig Jahweh nog (eens) (tot) Sion en (hij) heeft gekozen nog (eens) bij Jeruzalem

Hoofdstuk 2

1.
en (ik) droeg (tot) bestudeer! en (ik) zag en hier is vier hoornen
2.
en woord naar de boodschapper het woord bij mij wat? deze en (hij) sprak naar mij deze de hoornen die (zij) hebben uitgestrooid (tot) Juda (tot) Israël en Jeruzalem
3.
en gezien (...) mij Jahweh vier stille (mv)
4.
en woord wat? deze komen te doen en (hij) sprak te spreken deze de hoornen die (zij) hebben uitgestrooid (tot) Juda zoals mond van man niet verheven hoofd (...) hem en voert in! deze schrikken te laten (met) hen LIDWT (tot) hoornen de volken de dragers hoorn naar land Juda uit te strooien (er)naar
5.
en (ik) droeg bestudeer! en (ik) zag en hier is man en bij (de) hand (...) hem koord maat
6.
en woord waarheen? (met) haar beweging en (hij) sprak naar mij onderwijs! (tot) Jeruzalem te zien zoiets plein en zoiets (zij) heeft geduurd
7.
en hier is de boodschapper het woord bij mij uitgaande en boodschapper andere uitgaande hem tegemoet
8.
en (hij) sprak macht (...) hem (hij) heeft gerend woord naar de jeugd die te spreken PRZWT (jij) woonde Jeruzalem van meerderheid mens en vee naar bij (het) midden
9.
en ik (ik) was aan haar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh muur van vuur rondom en zwaar te zijn (ik) was naar bij (het) midden
10.
ben! ben! en (zij) zijn gevlucht van land Noorden (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh dat KARBO winden de hemel (ik) heb uitgespreid (met) jullie (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
11.
ben! Sion (is het zo) dat red! woon(t) dochter Babel
12.
dat zo woord Jahweh legers andere eer (hij) mij gezonden naar de volken de buiten (met) jullie dat de plaag bij jullie plaag BBBT bestudeert!
13.
dat hier ben ik zwaaie(t) (tot) handen van op hen en (zij) zijn geweest buit aan slaven (...) hen en (jullie) hebben geweten dat Jahweh legers (hij) mij gezonden
14.
zing! en maak blij! dochter Sion dat hier ben ik (hij) is gekomen en (ik) heb gewoond bij (het) midden (...) jou (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
15.
en (zij) hebben zich bijgevoegd volken twisten naar Jahweh bij (de) dag dat en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en (ik) heb gewoond bij (het) midden (...) jou en (jij) hebt geweten dat Jahweh legers (hij) mij gezonden naar jou
16.
en wadi Jahweh (tot) Juda verdeelt! op aarde van wijd! en (hij) heeft gekozen nog (eens) bij Jeruzalem
17.
stil! alle vlees van aanzicht van Jahweh dat (wij) schudden uit MMOWN (zij) hebben geheiligd

Hoofdstuk 3

1.
en gezien (...) mij (tot) Jozua de priester (de) grote sta vast! voor boodschapper Jahweh en de satan sta vast! op dagen (...) ons aan satan (...) hem
2.
en (hij) sprak Jahweh naar de satan (hij) bestrafte Jahweh bij jou de satan en (hij) bestrafte Jahweh bij jou (is het zo) dat (hij) heeft gekozen bij Jeruzalem immers dit (ik) zal bedanken van schaduw van vuur
3.
en Jozua (hij) is geweest (hij) heeft zich bekleed kledingstukken ßWAIM en sta vast! voor de boodschapper
4.
en wegens en (hij) sprak naar de staanders voor hem te spreken (zij) hebben verwijderd de kledingstukken (is het zo) dat ga uit! (...) hen ontvreemd! (...) hem en (hij) sprak naar hem (hij) heeft gezien (ik) heb overgebracht ontvreemd! (...) jou misdaad (...) jou WELBS (met) jou MHLßWT
5.
en woord (zij) plaatsten ßNIP zuivere op hoofd (...) hem en (zij) plaatsten EßNIP (de) zuivere op hoofd (...) hem en (zij) bekleedden zich (...) hem kledingstukken en boodschapper Jahweh sta vast!
6.
WIOD boodschapper Jahweh bij Jozua te spreken
7.
zo woord Jahweh legers als bij (de) wegen van (jij) ging en als (tot) bewaring (...) mij (jij) bewaarde en ook (met) haar (jij) berechtte (tot) huis-en van en ook (jij) bewaarde (tot) grondgebied (...) mij en (ik) heb gegeven aan jou gaan tussen de staanders (de) deze
8.
nieuws toch Jozua de priester (de) grote (met) haar en kwaden (...) jou de inwoners voor jou dat mens (...) mij wonderteken deze (mv) dat hier ben ik breng(t) (tot) werk! (hij) is gegroeid
9.
dat hier is de steen die (ik) heb gegeven voor Jozua op steen één zeven ogen hier ben ik doe(t) open (zij) heeft geopend (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en van schering (tot) vijandige het land die bij (de) dag één
10.
bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers (jullie) noemden man aan zijn vriend naar in de plaats van wijnstok en naar in de plaats van vijg

Hoofdstuk 4

1.
en inwoner de boodschapper het woord bij mij en (hij) merkte op (...) mij zoals man die (hij) schudde uit van jaar (...) hem
2.
en (hij) sprak naar mij wat? (met) haar (hij) heeft gezien en (hij) sprak (ik) heb gezien en hier is MNWRT goud schoondochter en bol op naar hoofd en zeven naar lichten op haar zeven en zeven gegoten (mv) aan lichten die op naar hoofd
3.
en twee olijven op haar één van rechterhand de bol en één op SMALE
4.
WAON en woord naar de boodschapper het woord bij mij te spreken wat? deze liggers van
5.
en wegens de boodschapper het woord bij mij en (hij) sprak naar mij immers (jij) hebt geweten wat? deze (mv) deze en woord niet liggers van
6.
en wegens en (hij) sprak naar mij te spreken dit woord Jahweh naar Zerubbabel te spreken niet bij (de) macht noch bij (de) kracht dat als vlucht! (...) mij woord Jahweh legers
7.
water van (met) haar heuvel (de) grote voor Zerubbabel tot van eerlijkheid en (hij) heeft tevoorschijn gehaald (tot) de steen naar het hoofd TSAWT gratie gratie aan haar
8.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
9.
handen van Zerubbabel vestigt! het huis deze en handen (...) hem (jullie) voerden uit en (jij) hebt geweten dat Jahweh legers (hij) mij gezonden naar jullie
10.
dat water van minachting aan dag kleine (mv) en maakt blij! en (zij) hebben gezien (tot) de steen EBDIL bij (de) hand Zerubbabel zeven deze bestudeer! Jahweh deze (mv) MSWÐÐIM in alle het land
11.
WAON en woord naar hem wat? tweede de olijven (de) deze op rechterhand EMNWRE en op naar linkerhand
12.
WAON ten tweede en woord naar hem wat? schering uitlopers van de olijven die bij (de) hand tweede ßNTRWT het goud EMRIQIM van hoogtes (...) hen het goud
13.
en (hij) sprak naar mij te spreken immers (jij) hebt geweten wat? deze en woord niet liggers van
14.
en (hij) sprak deze tweede bouw! de zuivere olie de staanders op heer alle het land

Hoofdstuk 5

1.
en (ik) blies en (ik) droeg bestudeer! en (ik) liet zien en hier is perkament (zij) heeft gevlogen
2.
en (hij) sprak naar mij wat? (met) haar (hij) heeft gezien en woord ik (hij) heeft gezien perkament (zij) heeft gevlogen (zij) heeft geduurd twintig bij (de) natie en plein rijkdom bij (de) natie
3.
en (hij) sprak naar mij deze (de) deze (is het zo) dat ga(a)(t) uit op aanzicht van alle het land dat alle de dief hiervandaan zoals zij maak schoon! en alle (is het zo) dat (hij) heeft gezworen hiervandaan zoals zij maak schoon!
4.
(ik) ben tevoorschijn gehaald (er)naar (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers en kom(t) naar huis de dief en naar huis (is het zo) dat (hij) heeft gezworen bij (de) namen van te liegen en (zij) heeft overnacht binnen huis (...) hem en schoondochter (...) hem en (tot) bomen (...) hem en (tot) stenen (...) hem
5.
en uitgaande de boodschapper het woord bij mij en (hij) sprak naar mij draag! toch ogen (...) jou en (hij) heeft gezien wat? (is het zo) dat ga(a)(t) uit (de) deze
6.
en woord wat? zij en (hij) sprak deze (is het zo) dat (ik) was mooi (is het zo) dat ga(a)(t) uit en (hij) sprak deze oog (...) hen in alle het land
7.
en hier is plein jonge ree van (jij) hebt gedragen en deze vrouw één woon(t) binnen (is het zo) dat (ik) was mooi
8.
en (hij) sprak deze de zonde en (hij) ging neer (met) haar naar midden (is het zo) dat (ik) was mooi en (hij) ging neer (tot) steen EOWPRT naar naar mond van
9.
en (ik) droeg bestudeer! en (ik) zag en hier is twee worden verlaten gaan uit en wind bij (de) vleugels (...) hen en aan zij vleugels zoals vleugels van naar de getrouwe en (jij) droeg (...) haar (tot) (is het zo) dat (ik) was mooi tussen het land en tussen de hemel
10.
en woord naar de boodschapper het woord bij mij waarheen? deze (mv) heersen (tot) (is het zo) dat (ik) was mooi
11.
en (hij) sprak naar mij te bouwen aan haar huis bij (het) land Sinear WEWKN en (zij) heeft rust gegeven daar op onderstel (...) haar

Hoofdstuk 6

1.
en (ik) woonde en (ik) droeg bestudeer! en (ik) liet zien en hier is vier rijtuigen IßAWT van tussen tweede naar de heuvels en naar de heuvels zie hier! koper
2.
bij (de) rijtuig (is het zo) dat in de eerste plaats paarden mensen en bij (de) rijtuig de tweede paarden dat worden bleek
3.
en bij (de) rijtuig het derde paarden witte (mv) en bij (de) rijtuig het vierde paarden hagel-en ben sterk! (...) hen
4.
WAON en woord naar de boodschapper het woord bij mij wat? deze liggers van
5.
en wegens de boodschapper en (hij) sprak naar mij deze vier winden de hemel gaan uit om zich op te stellen op heer alle het land
6.
die bij haar de paarden (de) zwarte (mv) uitgaanden naar land Noorden en (de) witte (mv) voert uit! naar na hen en de hagel-en voert uit! naar land het Zuiden
7.
WEAMßIM voert uit! en (zij) zochten te gaan rond te wandelen bij (het) land en (hij) sprak ga(a)t! (zij) hebben rondgewandeld bij (het) land en (jullie) wandelden rond bij (het) land
8.
en (hij) schreeuwde (met) mij en (hij) sprak naar mij te spreken (hij) heeft gezien (is het zo) dat gaan uit naar land Noorden (zij) hebben rust gegeven (tot) wind (...) mij bij (het) land Noorden
9.
en wees woord Jahweh naar mij te spreken
10.
LQWH honderd de ballingschap MHLDI en honderd naar goedheden en honderd Jedaja en (jij) bent gekomen (met) haar bij (de) dag dat en (jij) bent gekomen huis IASIE zoon Zefanja die (zij) zijn gekomen van Babel
11.
en (jij) hebt genomen zilver en goud en (jij) hebt gedaan kronen en (jij) hebt geplaatst bij (het) hoofd Jozua zoon Jozadak de priester (de) grote
12.
en (jij) hebt gesproken naar hem te spreken zo woord Jahweh legers te spreken hier is man (hij) is gegroeid zijn naam WMTHTIW (hij) groeide en (hij) heeft gebouwd (tot) paleis Jahweh
13.
en hij (hij) bouwde (tot) paleis Jahweh en hij (hij) droeg luister en inwoner en heerser op stoel (...) hem en (hij) is geweest priester op stoel (...) hem en raad vrede (jij) was tussen die twee
14.
en de kroon van (jij) was aan niet-heilige (...) hen en naar aan goedheden en aan Jedaja en aan gratie zoon Zefanja aan herinnering bij (het) paleis Jahweh
15.
en afstanden voert in! en bij ons bij (het) paleis Jahweh en (jullie) hebben geweten dat Jahweh legers (hij) mij gezonden naar jullie en (hij) is geweest als hoor toe! (jullie) hoorden toe (...) hen bij (de) klank Jahweh jullie God

Hoofdstuk 7

1.
en wees bij (het) jaar van vier aan Darius kroon! (hij) is geweest woord Jahweh naar herinner je! (er)naar bij vier aan maand (is het zo) dat (jij) schreeuwde om hulp (...) mij BKXLW
2.
en (hij) zond weg huis naar SRAßR WRCM koning en mensen (...) hem ziek te worden (tot) aanzicht van Jahweh
3.
te spreken naar de priesters die aan huis Jahweh legers en naar de profeten te spreken (is het zo) dat (ik) weende bij (de) maand EHMSI de kroon zoals (ik) heb gedaan dit zoiets twee
4.
en wees woord Jahweh legers naar mij te spreken
5.
woord naar alle met het land en naar de priesters te spreken dat ßMTM en beween! bij (de) vijfde WBSBIOI en dit zeventig jaar de opdracht (...) hen ßMTNI ik
6.
en dat (jullie) aten en dat (jullie) dronken immers (met) hen de eten-en en (met) hen de twee
7.
immers (tot) de woorden die (hij) heeft genoemd Jahweh bij (de) hand de profeten de eersten toen (hij) was Jeruzalem (jij) hebt gewoond en naar kwartel en naar steden naar omgevingen en het Zuiden en het laagland inwoner
8.
en wees woord Jahweh naar herinner je! (er)naar te spreken
9.
zo woord Jahweh legers te spreken rechtsregel waarheid (zij) hebben berecht en genade en medelijden Ezau man (tot) broers (...) hem
10.
en weduwe en wees vreemdeling en arme naar (jullie) deedden tekort en medemens van man broers (...) hem naar (jullie) berekenden bij (het) hart (...) jullie
11.
en (zij) weigerden op te letten en (zij) gaven schouder (jij) bent opstandig geweest en oren (...) hen EKBIDW om toe te horen
12.
en hart (...) hen zijn naam doorn om toe te horen (tot) het Wetboek en (tot) de woorden die wapen Jahweh legers vlucht! (...) hem bij (de) hand de profeten de eersten en wees woede grote honderd Jahweh legers
13.
en wees zoals (hij) heeft genoemd noch (zij) hebben toegehoord zo (zij) noemden noch (ik) hoorde toe woord Jahweh legers
14.
WAXORM op alle de volken die niet (zij) hebben geweten (...) hen en het land ziel na hen trek(t) door WMSB en (zij) plaatsten land (zij) heeft begeerd aan haar naam

Hoofdstuk 8

1.
en wees woord Jahweh legers te spreken
2.
zo woord Jahweh legers (ik) ben jaloers geweest aan Sion jaloezie grootheid en woede grootheid (ik) ben jaloers geweest aan haar
3.
zo woord Jahweh rust! naar Sion en (ik) heb gewoond binnen Jeruzalem en (zij) is genoemd Jeruzalem stad de waarheid en heuvel Jahweh legers heuvel wijd!
4.
zo woord Jahweh legers tot (zij) hebben gewoond baarden WZQNWT bij (de) pleinen Jeruzalem en man MSONTW bij (hij) bedankte van meerderheid dagen
5.
en pleinen (hij) heeft opgemerkt (zij) waren vol kinderen WILDWT spelen bij (ik) ben breder geworden (er)naar
6.
zo woord Jahweh legers dat (hij) was wonderlijk bij bestudeer! rest het volk deze bij (de) dagen die ook bij bestudeer! (hij) was wonderlijk (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
7.
zo woord Jahweh legers hier ben ik red(t) (tot) met mij van land Oosten en van land om te komen de zon
8.
en (ik) heb gebracht (met) hen en behuist! binnen Jeruzalem en (zij) zijn geweest aan mij aan volk en ik (ik) was aan hen aan God bij (de) waarheid en bij (de) weldadigheid
9.
zo woord Jahweh legers (jullie) versterkten handen (...) jullie de nieuwsberichten bij (de) dagen (de) deze (tot) de woorden (de) deze van mond van de profeten die bij (de) dag vestig! huis Jahweh legers het paleis aan de dochters
10.
dat voor de dagen die beloning de mens niet (wij) waren en beloning de vee zij is (er) niet WLIWßA en te komen (er is) niet vrede vanuit (de) smalle en (ik) zond weg (tot) alle de mens man bij (de) zijn vriend
11.
en nu niet zoals dagen de eersten ik aan rest het volk deze (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers
12.
dat nakomelingen de vrede de wijnstok te geven (...) hen naar vrucht en het land te geven (...) hen (tot) (hij) verwelkte (er)naar en de hemel (zij) gaven dauw (...) hen en het erfgoed (...) mij (tot) rest het volk deze (tot) alle deze
13.
en (hij) is geweest zoals (jullie) zijn geweest vervloeking bij (de) volken huis Juda en huis Israël zo (ik) redde (met) jullie en (jullie) zijn geweest gelukwens naar (jullie) vreesden (jullie) versterkten handen (...) jullie
14.
dat zo woord Jahweh legers zoals (ik) heb plannen gesmeed aan het kwaad aan jullie BEQßIP vaders (...) jullie (met) mij woord Jahweh legers noch (ik) heb getroost
15.
zo rust! (ik) heb plannen gesmeed bij (de) dagen (de) deze goed te doen (tot) Jeruzalem en (tot) huis Juda naar (jullie) vreesden
16.
deze de woorden die (jullie) maakten spreekt! waarheid man (tot) zijn vriend waarheid en rechtsregel vrede (zij) hebben berecht bij (de) poorten (...) jullie
17.
en man (tot) medemens van zijn vriend naar (jullie) berekenden bij (het) hart (...) jullie en zeven leugen naar (jullie) hadden lief dat (tot) alle deze die (ik) heb gehaat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh
18.
en wees woord Jahweh legers naar mij te spreken
19.
zo woord Jahweh legers opdracht (...) hen (de) vierde en opdracht (...) hen (de) vijfde en opdracht (...) hen (de) zevende en opdracht (...) hen (de) tiende (hij) was aan huis Juda LSSWN en aan vreugde WLMODIM goede (mv) en de waarheid en de vrede (zij) hebben liefgehad
20.
zo woord Jahweh legers tot die voert in! volkeren en inwoners van steden twisten
21.
en (zij) zijn gegaan bewoners van één naar één te spreken (wij) gingen (er)naar gang ziek te worden (tot) aanzicht van Jahweh en te zoeken (tot) Jahweh legers (ik) ging (er)naar ook ik
22.
en (zij) zijn gekomen volkeren twisten en volken OßWMIM te zoeken (tot) Jahweh legers bij Jeruzalem en ziek te worden (tot) aanzicht van Jahweh
23.
zo woord Jahweh legers bij (de) dagen (is het zo) dat deze (mv) die (zij) hieldden tien mensen van alle tongen de volken en (zij) hebben gehouden bij (de) vleugel man Joden van te spreken (wij) gingen (er)naar met jullie dat (wij) hebben toegehoord God met jullie

Hoofdstuk 9

1.
last woord Jahweh bij (het) land kamer (...) jou en Damaskus geschenk (...) hem dat aan Jahweh oog mens en alle stammen van Israël
2.
en ook leren zak TCBL bij haar smalle en Sidon dat wijsheid zeer
3.
en haksel smalle belegering aan haar WTßBR zilver zoals stof en vlijtige KÐIÐ straten
4.
hier is liggers van verover(t) (...) haar en (hij) heeft geslagen bij (de) zee naar macht en zij (hij) is verrot (jij) at
5.
(zij) liet zien Askelon en (je) zult vrezen en naar kracht WTHIL zeer en Ekron dat (is het zo) dat beschaam! MBÐE en (hij) is verloren gegaan koning naar van kracht en Askelon niet (jij) woonde
6.
en inwoner MMZR bij Asdod en (ik) zal vernietigen (zij) hebben zich verheven (...) hen Filistijnen
7.
en (ik) heb verwijderd bloed (...) hem van monden (...) hem en verafschuw! (...) hem van tussen jaren (...) hem en geblevene ook hij aan onze God en (hij) is geweest KALP bij Juda en Ekron zoals Jebusiet
8.
en (ik) ben gelegerd aan huis-en van monument trek(t) door WMSB noch (hij) ging voorbij op hen nog (eens) (wij) naderden dat nu (ik) heb gezien bij bestudeer!
9.
verheuug je! zeer dochter Sion juich! dochter Jeruzalem hier is koning (...) jou invoer aan jou rechtvaardige WNWSO hij arme en wagen op ernstige en op stad zoon ezelinnen
10.
en (ik) zal vernietigen wagen van Efraïm en paard van Jeruzalem en (zij) is afgehakt boog strijd en woord vrede aan volken en (zij) hebben geheerst water tot zee en van rivier tot houd op! land
11.
ook (tot) bij (het) bloed verbond (...) jou (ik) heb gezonden AXIRIK van put (er is) niet water bij hem
12.
keert terug! LBßRWN (ik) verwijderde (...) mij de hoop ook vandaag vertel(t) van jaar (ik) gaf terug aan jou
13.
dat DRKTI aan mij Juda boog (ik) ben vol geweest Efraïm WOWRRTI zonen (...) jou Sion op zonen (...) jou doffer en (ik) heb geplaatst (...) jou zoals zwaard held
14.
en Jahweh op hen vrees en uitgaande zoals flits straat (...) hem en liggers van Jahweh bij (de) ramshoorn (hij) blies en beweging BXORWT Zuiden
15.
Jahweh legers ICN op hen en (zij) hebben gegeten en (zij) hebben onderdrukt stenen van gordijn en (zij) hebben gelegd (zij) hebben geruist zoals wijn en (zij) zijn vol geweest zoals offerschaal KZWIWT altaar
16.
en (hij) heeft gered (...) hen Jahweh hun God bij (de) dag dat zoals kleinvee met hem dat stenen van kroon MTNWXXWT op aarde (...) hem
17.
dat wat? goedheid (...) hem en wat? schoonheid (...) hem graan bij ontbranden en most INWBB BTLWT

Hoofdstuk 10

1.
(zij) hebben gevraagd van Jahweh regen bij (de) tijd late regen Jahweh (hij) heeft gedaan HZIZIM en regen nader! (...) hen (hij) gaf aan hen aan man planten bij (het) veld
2.
dat (is het zo) dat (jij) liet los (...) hen spreekt! kracht WEQWXMIM (zij) hebben voorspeld leugen en dromen het (het) niets (zij) spraken damp (zij) troostten (...) hen op zo (zij) hebben gereisd zoals kleinvee (zij) antwoordden dat (er is) niet herder
3.
op de kwaden (hij) is ontbrand neuzen van en op de bokken (ik) bekeek dat opname Jahweh legers (tot) kudde (...) hem (tot) huis Juda en naam [van] hen zoals paard (zij) hebben bedankt bij (de) strijd
4.
(van)uit hem hoek (van)uit hem pin (van)uit hem boog strijd (van)uit hem uitgaande alle NWCS samen
5.
en (zij) zijn geweest zoals mannen BWXIM BÐIÐ straten bij (de) strijd en (zij) hebben gestreden dat Jahweh volk (...) hen WEBISW rijd! paarden
6.
en (ik) ben sterk geworden (tot) huis Juda en (tot) huis Jozef (ik) redde WEWSBWTIM dat (ik) heb medelijden gehad (...) hen en (zij) zijn geweest zoals niet (ik) heb opgegeven (...) hen dat ik Jahweh hun God WAONM
7.
en (zij) zijn geweest zoals held Efraïm en maak blij! hart (...) hen zoals wijn en zonen (...) hen (zij) lieten zien en maakt blij! (hij) verheugde zich hart (...) hen bij Jahweh
8.
ASRQE aan hen en (ik) verzamelde (...) hen dat (ik) heb bevrijd (...) hen en tienduizend zoals tienduizend
9.
en (ik) werd gezaaid (...) hen bij (de) volkeren en bij (de) afstanden (zij) herinnerden zich (...) mij en (zij) hebben geleefd (tot) zonen (...) hen en woont!
10.
WESBWTIM van land Egypte en van bevestiging (ik) verzamelde (...) hen en naar land gedenkteken en Libanon (ik) bracht (...) hen noch (hij) vond aan hen
11.
en kant bij (de) zee ellende en (hij) heeft geslagen bij (de) zee verheugen zich WEBISW alle MßWLWT rivier en (hij) is naar beneden gehaald (zij) hebben zich verheven (...) hen bevestiging en stam Egypte (hij) verblindde
12.
en (ik) ben sterk geworden (...) hen bij Jahweh en bij (de) zijn naam (zij) wandelden rond (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh

Hoofdstuk 11

1.
opening Libanon deuren (...) jou en (jij) at vuur bij (de) ceders (...) jou
2.
jammer! cipres dat ga neer! ceder die ADRIM (zij) hebben beroofd (zij) hebben gejammerd eiken van Basan dat (hij) is gedaald bos (is het zo) dat pluk druiven!
3.
klank (jij) hebt gehuild de kwaden dat (zij) heeft beroofd mantel (...) hen klank (jij) hebt gebruld jonge leeuwen dat (hij) heeft beroofd (zij) hebben zich verheven (...) hen de Jordaan
4.
zo woord Jahweh mijn God herder (tot) kleinvee (is het zo) dat (zij) heeft gedood
5.
die nesten (...) hen (hij) doodde (...) hen noch (zij) maakten zich schuldig en bekenden (...) hen (hij) sprak gezegende Jahweh WAOSR en kwaden (...) hen niet (hij) had medelijden op hen
6.
dat niet (ik) had medelijden nog (eens) op inwoners van het land (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh en hier is ik MMßIA (tot) de mens man bij (de) hand zijn vriend en bij (de) hand (zij) hebben geheerst WKTTW (tot) het land noch (ik) redde van hand (...) hen
7.
en (ik) achtervolgde (tot) kleinvee (is het zo) dat (zij) heeft gedood daarom armoede (...) mij het kleinvee en (ik) nam aan mij tweede van vlotte (mv) aan één (ik) heb genoemd aangenaamheid en aan één (ik) heb genoemd koorden en (ik) achtervolgde (tot) het kleinvee
8.
en (ik) verborg (tot) drie van de kwaden bij (de) maan één WTQßR ziel (...) mij bij hen en ook ziel (...) hen bij (hij) is ziek geworden bij mij
9.
en woord niet (ik) achtervolgde (met) jullie (zij) heeft geruist (jij) stierf WENKHDT (jij) verborg WENSARWT (jullie) aten vrouw (tot) vlees ROWTE
10.
en (ik) nam (tot) verlicht (...) mij (tot) aangenaamheid WACDO (met) hem LEPIR (tot) verbonden van die hak af! (tot) alle de volkeren
11.
en (zij) was vruchtbaar bij (de) dag dat en (zij) hebben geweten zo armoede (...) mij het kleinvee (is het zo) dat bewaar! (...) hen (met) mij dat woord Jahweh hij
12.
en woord naar hen als goede bij (de) ogen (...) jullie brengt huur! en als niet (zij) hebben opgehouden en (zij) wogen (tot) huur! dertig zilver
13.
en (hij) sprak Jahweh naar mij (zij) heeft afgeworpen (...) hem naar (is het zo) dat schep(t) Adar de waarde die IQRTI van hoogtes (...) hen en (ik) nam (er)naar dertig het zilver en (ik) wierp af (met) hem huis Jahweh naar (is het zo) dat schep(t)
14.
WACDO (tot) verlicht (...) mij (de) tweede (tot) de koorden aan de stier (tot) EAHWE tussen Juda en tussen Israël
15.
en (hij) sprak Jahweh naar mij nog (eens) neem! aan jou gereedschap herder misschien
16.
dat hier is ik vestig(t) herder bij (het) land ENKHDWT niet (hij) beval de jeugd niet (hij) zocht WENSBRT niet (hij) genas naar de heft niet IKLKL en vlees EBRIAE (hij) at WPRXIEN IPRQ
17.
ben! achtervolg! de afgod verlaat! het kleinvee zwaard op arm (...) hem en op oog dagen (...) ons (zij) hebben gezaaid (hij) schaamde zich (jij) maakte droog en oog dagen (...) ons donkere (jij) werd donker

Hoofdstuk 12

1.
last woord Jahweh op Israël (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (wij) bogen om hemel en vestig! land en fabriceer! wind mens bij (zij) hebben nader gebracht
2.
hier is ik daar (tot) Jeruzalem voeg toe! ROL aan alle de volkeren rondom en ook op Juda (hij) was bij (de) belegering op Jeruzalem
3.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (ik) plaatste (tot) Jeruzalem steen MOMXE aan alle de volkeren alle OMXIE SRWÐ ISRÐW en (wij) verzamelden (...) hem op haar alle volk (...) mij het land
4.
bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh (ik) sloeg alle paard BTMEWN en (zij) hebben gereden BSCOWN en op huis Juda APQH (tot) bestudeer! en alle paard de volkeren (ik) sloeg bij wordt wakker! (...) hen
5.
en (zij) hebben gesproken duizend(en) van Juda bij (het) hart (...) hen (zij) is sterk geweest aan mij inwoners van Jeruzalem bij Jahweh legers hun God
6.
bij (de) dag dat (ik) plaatste (tot) duizend(en) van Juda KKIWR vuur bij (de) bomen WKLPID vuur BOMIR en (zij) hebben gegeten op rechterhand en op linkerhand (tot) alle de volkeren rondom en (zij) heeft gewoond Jeruzalem nog (eens) in de plaats van haar bij Jeruzalem
7.
en Hosea Jahweh (tot) tenten van Juda in het eerste opdat niet (zij) groeide glans huis David en glans inwoner Jeruzalem op Juda
8.
bij (de) dag dat ICN Jahweh door bewoner Jeruzalem en (hij) is geweest ENKSL bij hen bij (de) dag dat zoals David en huis David zoals God zoals boodschapper Jahweh voor hen
9.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (ik) zocht uit te roeien (tot) alle de volken die gekomen op Jeruzalem
10.
en (ik) heb gestort op huis David en op bewoner Jeruzalem wind gratie WTHNWNIM en (zij) hebben gekeken naar mij (tot) die DQRW en (zij) hebben beweend op hem zoals rouwklacht op EIHID en (hij) heeft verbitterd op hem als (hij) heeft verbitterd op de eerstgeborene
11.
bij (de) dag dat (hij) groeide de rouwklacht bij Jeruzalem zoals rouwklacht EDDRMWN BBQOT MCDWN
12.
en (zij) heeft beweend het land families families alleen familie van huis David alleen en vrouwen (...) hen alleen familie van huis (hij) heeft gegeven alleen en vrouwen (...) hen alleen
13.
familie van huis Levi alleen en vrouwen (...) hen alleen familie van (is het zo) dat hoor toe! alleen en vrouwen (...) hen alleen
14.
alle de families (is het zo) dat blijven familie van familie van alleen en vrouwen (...) hen alleen

Hoofdstuk 13

1.
bij (de) dag dat (hij) was bron (wij) deedden open aan huis David en aan inwoners van Jeruzalem aan zondoffer en aan afzondering
2.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers (ik) vernietigde (tot) namen (de) bedroefde (mv) vanuit het land noch (zij) herinnerden zich nog (eens) en ook (tot) de profeten en (tot) wind de onreinheid (ik) bracht over vanuit het land
3.
en (hij) is geweest dat (hij) profeteerde man nog (eens) en (zij) hebben gesproken naar hem vader (...) hem en moeder (...) hem kinderen (...) hem niet (jij) leefde dat leugen woord van bij (de) naam Jahweh WDQREW vader (...) hem en moeder (...) hem kinderen (...) hem bij profeteer! (...) hem
4.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (zij) zijn droog geweest de profeten man MHZINW BENBATW noch (zij) bekleedden zich mantel poort opdat (hij) heeft gelogen
5.
en woord niet profeet ik man slaaf aarde ik dat mens EQNNI om uit te schudden (...) mij
6.
en woord naar hem wat? (is het zo) dat slaan (de) deze tussen handen (...) jou en woord die (ik) heb geslagen huis vrijers van
7.
zwaard word wakker! op achtervolg! en op man OMITI (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh legers EK (tot) de herder WTPWßIN het kleinvee en (ik) heb teruggegeven handen van op EßORIM
8.
en (hij) is geweest in alle het land (hij) heeft redevoering gehouden Jahweh mond van twee bij haar (zij) hakten af (zij) stierven en het derde meer bij haar
9.
en (ik) heb gebracht (tot) het derde (hij) is verrot WßRPTIM KßRP (tot) het zilver WBHNTIM KBHN (tot) het goud hij (hij) noemde bij (de) namen van en ik (ik) antwoordde (met) hem (ik) heb gesproken met mij hij en hij (hij) sprak Jahweh mijn God

Hoofdstuk 14

1.
hier is dag (hij) is gekomen aan Jahweh en deel buit (...) jou bij (het) binnenste (...) jou
2.
en (ik) heb verzameld (tot) alle de volken naar Jeruzalem aan strijd en (wij) voegden samen (er)naar (hij) heeft opgemerkt WNSXW de huizen en de vrouwen TSCLNE en uitgaande halve (hij) heeft opgemerkt bij (de) ballingschap en rest het volk niet (hij) hakte af vanuit (hij) heeft opgemerkt
3.
en uitgaande Jahweh en (hij) heeft gestreden bij (de) volken die zoals dag (is het zo) dat (zij) hebben gestreden bij (de) dag binnenste
4.
en sta(a)t vast! voeten (...) hem bij (de) dag dat op heuvel de olijven die op aanzicht van Jeruzalem van voorkant WNBQO heuvel de olijven vermorzel! (...) hem naar Oosten en naar dag dal grootheid zeer WMS halve de heuvel naar Noorden en pijlen (...) hem (zij) heeft afgedroogd
5.
en (jullie) zijn gevlucht dal zie hier! dat moeite dal (hij) heeft opgetild naar naast en (jullie) zijn gevlucht zoals (jullie) zijn gevlucht van aanzicht van het lawaai bij (de) dagen van Uzzia koning Juda en (hij) is gekomen Jahweh mijn God alle heiligheden met jou
6.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat niet (hij) was licht waardevolle (mv) IQPAWN
7.
en (hij) is geweest dag één hij (hij) werd bekend aan Jahweh niet dag noch nacht en (hij) is geweest aan tijd aangename (hij) was licht
8.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat voert uit! water leven van Jeruzalem pijlen naar de zee (is het zo) dat (zij) zijn voorgegaan (...) mij en pijlen naar de zee (de) laatste bij (de) zomer WBHRP (hij) was
9.
en (hij) is geweest Jahweh aan koning op alle het land bij (de) dag dat (hij) was Jahweh één en zijn naam één
10.
IXWB alle het land zoals wildernis van heuvel aan granaatappel Zuiden Jeruzalem WRAME en (zij) heeft gewoond in de plaats van haar tot van poort Benjamin tot plaats poort (de) eerste tot poort het aanzicht en kweek(t) HNNAL tot IQBI kroon!
11.
en (zij) hebben gewoond bij haar en boycot niet (hij) was nog (eens) en (zij) heeft gewoond Jeruzalem zich te verzekeren
12.
en deze (jij) was de epidemie die ICP Jahweh (tot) alle de volkeren die (zij) hebben zich geschaard op Jeruzalem EMQ kondigt aan! en hij sta vast! op voeten (...) hem en ogen (...) hem TMQNE BHRIEN en tong (...) hem TMQ bij (de) monden (...) hen
13.
en (hij) is geweest bij (de) dag dat (jij) was MEWMT Jahweh veelheid bij hen en (zij) hebben gehouden man hand zijn vriend en (zij) is opgegaan (hij) bedankte op hand zijn vriend
14.
en ook Juda (zij) streed bij Jeruzalem en Asaf macht alle de volken rondom goud en zilver en kledingstukken aan meerderheid zeer
15.
en zo (jij) was epidemie van het paard scheid! de kameel en (de) ernstige en alle de vee die (hij) was bij om te legeren (is het zo) dat deze (mv) zoals epidemie (de) deze
16.
en (hij) is geweest alle (de) overgebleven van alle de volken die gekomen op Jeruzalem en (zij) zijn opgegaan van die jaar in het jaar zich diep te buigen aan koning Jahweh legers en aan feest (tot) feest de hutten
17.
en (hij) is geweest die niet (hij) verhief honderd families het land naar Jeruzalem zich diep te buigen aan koning Jahweh legers noch op hen (hij) was (is het zo) dat nader! (...) hen
18.
en als familie van Egypte niet (jij) verhief noch kom(t) noch op hen (jij) was de epidemie die ICP Jahweh (tot) de volken die niet (zij) verhieven aan feest (tot) feest de hutten
19.
deze (jij) was zondoffer Egypte en zondoffer alle de volken die niet (zij) verhieven aan feest (tot) feest de hutten
20.
bij (de) dag dat (hij) was op MßLWT het paard heiligheid aan Jahweh en (hij) is geweest EXIRWT bij (het) huis Jahweh KMZRQIM voor het altaar
21.
en (hij) is geweest alle pan bij Jeruzalem en met Juda heiligheid aan Jahweh legers en (zij) zijn gekomen alle de slachtingen en (zij) hebben genomen (van)uit hen en bij (de) kwartel bij hen noch (hij) was Kanaänitische nog (eens) bij (het) huis Jahweh legers bij (de) dag dat