//	àáäèéëìíïòóöùúü
.AB	vader (-s)	{mxs}
.ABI	vader (-s)	{mxs}
*ABIA	Abia	{ms}
.ABIB	lente (-s)
*ABIDN	Abidan	{ms} zoon van Gideoni
-ABIEW	vader (...) hem	{ms} variatie (?) op ABIW
*ABIEWA	Abihu	{ms} tweede zoon van Aaron
*ABIMLK	Abimelech	{ms}
*ABINDB	Abinadab	{ms}
*ABIOZR	Abiëzer	{ms} iem. uit de stam Manasse; zoon van Molecheth
.ABIR	ridder (-s)	{ms} SV: machtige
.ABIR	stier (-en)	{ms} blijkt uit context van OTWDIM, BOCLI en WPRIM
*ABIRM	Abiram	{ms} zoon van Eliab
*ABISC	Abisag	{fs}
*ABITR	Abjathar	{ms} zoon van Achimelech
+ABIWN	arme	, behoeftige
.ABL	rouw (-en)	{ms}
.ABLWT	rouw	{fp}
-ABL	maar
.ABN	steen (stenen)	{ms} eig. {f}, maar dat blijkt niet uit de verbuigingen
*ABNR	Abner
.ABNWT	stenen	{fp}
*ABREM	Abraham	{ms}
*ABRM	Abram	{ms}
*ABSLM	Absalom	{ms}, zoon van David en Maacha
*ABSLWM	Absalom	{ms}, zoon van David en Maacha
.ABT	vader (-s)	{m-}
.ABWT	vaders
.ABWX	trog (-gen)
*ACC	Agag	{ms} koning van de Amalekieten
.AD	damp (-en)
-ADIN	toen	{a}
+ADIR	geweldige	, machtige
.ADM	mens (-en)
*ADM	Adam	{ms}
.ADME	aarde
.ADN	basis (liggers)	{ms} , ligger (t.o. OMWD, staander)
.ADN	heer (heren)	{-} (stam voor achtervoegsels, zoals ADNI = heer van (mij)
*ADNIEW	Adonia	{ms} zoon van David en Haggith
*ADR	Adar	maand, ook deel van een plaatsnaam (Hazar-Addar)
.ADRT	mantel	{fS}, lang overkleed
.ADRWT	mantels	{fp}
*ADW	Iddo	{ms} iem. uit de tijd van Ezra
*ADWM	Edom	{ms}
.ADWN	heer (heren)
.AEBE	liefde	{fS}
-AEE	ach	(uitroep)
.AEL	tent (-en)
*AELIBME	Aholibama	{ms} dochter van Ana, vrouw van Ezau; een 'vorst'
*AERN	Aäron	{ms}
.AH	broer (-s)
*AHAB	Achab	{ms}
%AHD	één
.AHD	eerste	{mS}
.AHI	broer (-s)	(voor achtervoegsels)
*AHIQM	Ahikam	{ms}
*AHIMLK	Achimelech	{ms}
*AHIMOß	Ahimaaz	{ms} schoonvader van Saul; zoon van Zadok
*AHIOZR	Ahiezer	{ms} zoon van Ammisaddai; zoon van Semaa
*AHITPL	Achitofel	{ms} adviseur van David
*AHIÐWB	Ahitub	{ms}
+AHR	andere
+AHR	erna
@AHRI	na
@MAHRI	van achter	// (*** is dat nu nog een voorzetsel? Denk van wel.
-AHRI	na mij	{1s}
-AHRIE	na haar	{3fs}
-AHRIEM	na hen	{3mp}
-AHRIEN	na hen	{3fp}
-AHRIK	na jou
-AHRIKM	na jullie	{2mp}
-AHRIKN	na jullie	{3fp}
.AHRIM	anderen	{mp}
-AHRINW	na ons	{1p}
-AHRIW	na hem	{3ms}
.AHRIT	einde van	{c} zie AHRI (na)
+AHRN	laatste	(constructie uit AHRNIM, verbuiging van AHRWN)
-AHRNIT	achterwaarts	(SV)
+AHRT	andere
+AHRWN	laatste
*AHSWRWS	Ahasveros	{ms}
%AHT	één	, ten eerste
.AHT	eerste	{mS}
.AHT	zus	{fS-}
.AHWR	achterzijde (-n)
.AHWT	zus	{fS} (komt vreemd genoeg niet in meervoud voor)
*AHZ	Achaz	{ms}
*AHZIEW	Ahazia	{ms}
-AI	waar
-AI	niet
.AI	eiland (-en)	{ms}
.AIB	vijand (-en)	{ms}, zie AWIB
.AIBE	vijandschap	{fS}
.AID	tegenslag (-en)	{ms}, nood, ongeluk
-AIE	waar?
-AIK	waar ben jij?
-AIKE	hoe?
.AIL	ram (-men)	{ms}, bok, m. hert
.AILE	ree (-ën)	{fs}
*AILWN	Elon	{ms} de Hethiet; richter, de Zebuloniet, werd begraven in Ajalon (zelfde woord!)
*AILWN	Ajalon	(stad van de stam Zebulon)
-AIM	waar zijn zij?
.AIME	verschrikking (-en)	{fs}
#AIN	(er is) niet	{3s}
#AINK	jij bent (er) niet	{2s}
#AINKM	jullie zijn (er) niet	{2mp}
#AINKN	jullie zijn (er) niet	{2fp}
#AINM	zij zijn (er) niet	{3mp}
#AINN	zij zijn (er) niet	{3fp}
#AINNE	zij is (er) niet	{3fs}
#AINNI	ik ben (er) niet	{1s}
#AINNW	hij is (er) niet	{3ms}
#AINNW	wij zijn (er) niet	{1p}
.AIS	man (-nen)	{ms}
-AITI	er is	{a}
*AITMR	Ithamar	{ms} zoon van Aaron, stamvader van Daniel (zie boek Ezra)
+AITN	sterke	, vaste
-AIW	waar is hij?
*AIWB	Job	{ms}
*AIZBL	Izebel	{fs}, vrouw van Achab (AHAB)
-AK	maar	, doch
*AKIS	Achis	koning van Gath, 1 Sam. 21:12
.AKL	eten	{o}
-AKN	werkelijk	(T''P)
.AKWL	eten	{o}
+AKZRI	wrede
@AL	naar
-AL	niet	(geb. wijs)
.AL	macht (-en)	{ms}
*AL	God	in BIT AL (Beth-El)
+ALE	deze
*ALEA	God	{mSa}
*ALEI	mijn God	{S}
*ALEI	God van	{Sc}
*ALEIA	de goden	{p} aramees? alleen in Jer. 10:11, meervoud is wel zeker
*ALEIE	haar God
*ALEIEM	hun God
*ALEIEN	hun God
*ALEIK	jouw God
*ALEIKM	jullie God
*ALEIKN	jullie God
*ALEIM	God	{mS}
.ALEIM	goden	{mp} zie Ex. 20:2 (ALEIM AHRIM, andere goden)
.ALEIN	goden	{mpa}
*ALEINW	onze God
*ALEIW	zijn God
*ALEK	jouw God	{msa}
-ALEM	naar hen	(=ALIEM?)
-ALI	naar mij
*ALIAB	Eliab	{ms}
*ALIAL	Eliel	{ms} (klein?)zoon van Simei; (klein?)zoon van Sasak
.ALIE	vetstaart (-en)	{fs}
-ALIE	naar haar
*ALIE	Elia	{ms}
-ALIEM	naar hen	{mp}
-ALIEN	naar hen	{fp}
*ALIEW	Elia	{ms}
*ALIEWA	Elihu	{ms} zoon van Baracheel, 'de Buziet', tijdgenoot van Job
-ALIK	naar jou
-ALIKM	naar jullie	{mp}
-ALIKN	naar jullie	{fp}
.ALIL	afgod (-en)	{ms}
*ALIMLK	Elimelech	{ms}
-ALINW	naar ons	{mp}
*ALINW	onze God	{mS}
*ALIPLÐ	Elifeleth	{ms} zoon van David
*ALIPZ	Elifaz	{ms} 'de Themaniet' uit het boek Job; zoon van Ezau, vader van Theman (!)
*ALIQIM	Eljakim	{ms} zoon van Hilkia; (Jojakim) zoon van Josia; priester uit de tijd van Nehemia
*ALISIB	Eljasib	{ms} zanger, hogepriester, zoon van Zatthu, vader van Johanan; zoon van Jojakim, vader van Jojada
*ALISMO	Elisama	{ms} zoon van Ammihud; priester; 'de schrijver' (uit Jeremia)
*ALISO	Elisa	{ms}
-ALIW	naar hem
*ALIXP	Eljasaf	{ms} zoon van Dehuël; zoon van Rehuël; zoon van Laël
-ALKM	naar jullie	{mp} variatie op (=ALIKM?)
.ALM	voorhal	{mS} (alleen in Ezechiel)
+ALM	stomme
.ALME	bundel (-s)	{fxs}, garf
.ALMN	weduwnaar	{ms}
.ALMNE	weduwe	{fs}
.ALNIM	eikenbos	{o} (zie ALWNIM)
*ALOZR	Eleazar	{mS}
%ALP	duizend
.ALPI	duizend(en) van	{cp}
+ALPIM	duizenden	{p} (ook dualis)
*ALQNE	Elkana	{ms}
*ALWE	God	{mS}
.ALWN	eik (-en)	{ms}
.ALWNIM	eikenbos	{omp}
.ALWP	aanvoerder (-s)
-AM	als
.AM	moeder (-s)	{fs}
.AME	natie (-s)	{ms}
.AME	el (ellen)	{fs}
.AME	dienstmeisje (-s)	{ofs} meervoud officieel AMEWT, maar W-AMT-K komt ook voor.
.AMEWT	dienstmeisjes	{fp}
-AMN	amen!	zie ook AMNE verdrag, betekenis misschien "OK".
-AMNE	inderdaad	(alleen in Jozua 7:20 met deze betekenis)
-AMNM	echt	vast en zeker, weliswaar
*AMNWN	Amnon	{m} zoon van David en Ahinoam
.AMR	woord (-en)	, gezegde, klank
.AMRI	Amoriet
*AMRIE	Amarja	{mS}
.AMT	waarheid (...heden)
*AMWN	Amon	{mS}
.AMWN	trouw	{mS}
.AMWNE	waarheid	{fS} zie Ps. 119:86, Spr. 12:17; SV soms: getrouwigheid
*AMWß	Amoz	{mS}
*AMßIE	Amazia	{mS}
*AMßIEW	Amazia	{mS} (*** waardoor het verschil met AMßIE?
-ANA	och	(SV), alstublieft, SV: ai!
-ANE	waarheen?
.ANHNA	wij	{a}
.ANHNW	wij
*ANI	ik	{1s}
.ANIE	schip (schepen)	{fso}
.ANIIE	schip (schepen)	{fso}
.ANK	schietlood	{o}, vertikaal
*ANKI	ik	{1s}
.ANS	mens (-en)	{mSa}
.ANS	mens (-en)	{ms-}
-ANT	bent	{a} in 'ANTE ANT' (SV: "U, o..." en "Ben jij het...")
-ANTE	jij	{ma}
.ANWS	mens	{mS}, mv. ANSIM
*ANWS	Enos	{ms}
+ANWS	ongeneeslijke
.AP	neus (neuzen)
.AP	woede (woede)
-AP	ook
.APD	priesterkleed	{o}
.APIQ	bedding (-en)	{ms}
+APL	donkere
.APL	duisternis	{mS}
.APLE	duisternis	{fS}
.APR	as (as)
*APRIM	Efraïm	{ms}
*APRTE	Efrath	, Bethlehem?; 'vader van Bethlehem' (1 kron. 4:4)
.APRTIM	Efrathieten	{mp}
-APSR	mogelijk
-APWA	dus	, 'dan' in MI APWA: wie (was het) dan (die...?)
.APWD	priesterkleed (...klederen)	{o}
.APX	niets	{ms}, nul, waardeloos
*AQßE	Aqsa	{ms}(modern)
.ARBE	sprinkhaan (...hanen)	, '(ik) zal veel wezen' en ook '(ik) zal vermeerderen'
%ARBO	vier	{fs}
%ARBOE	vier	{ms}
.ARBOE	vierde	{mS}
%ARBOIM	veertig	{mp}
%ARBOT	vier	{p} (*** is dit nu een mannelijk meervoud? eig.: viertal?
*ARCB	Argob	(landstreek)
.ARCMN	purper
.ARH	manier (-en)	{mxs}, weg, wijze
.ARI	leeuw (-en)	{ms}
.ARIE	leeuw (-en)	{mxs}
+ARK	lange	(tijd)
.ARK	lengte (-n)	{ms}
*ARM	Syrië	{ms} (Aram)
.ARMI	Syriër (-s)	{ms}
.ARMWN	paleis	{omx}
.ARMNWT	paleizen	{mp} // mv. van ARMWN
-ARMNWTIE	paleizen (...) haar	{mp}
.ARN	ark (-en)	{ms}, pijnboom
*ARNWN	Arnon	riviertje langs de grens van Moab
*ARPKSD	Arfachsad	{ms} zoon van Sem
*ARTHSXTA	Arthahsasta	{ms} koning van Perzie ttv Ezra
+ARWK	lange	(tijd)
.ARWN	kist
+ARWR	vervloekte	{S}
+ARRIM	vervloekte (mv)	{p} alleen in EMARRIM?
.ARZ	ceder (-s)
.ARß	land (-en)	{of}
.AROA	het land	{a} 1 vers in Jeremia (foutief gespelde varatie op ARß?)
.ARßWT	landen
.AS	vuur (vuren)	{of}
*ASDWD	Asdod	{ms}
.ASDWDIM	inwoners van Asdod	{mp}
.ASE	vrouw (-en)
*ASHWR	Aschur	{ms} zoon van Hezron
*ASKL	Eskol	{ms}
.ASME	schuld (-en)	{fs}
.ASPE	vuilnis (-belten)	{os}
.ASPE	pijlkoker (-s)	{fs}
*ASQLWN	Askelon	Filistijnse stad
-ASR	die
-ASR	dat
*ASR	Aser	{mS}
*ASRALE	Asarela	{m}
.ASRI	heil	{S}
.ASTI	mijn vrouw
.ASWR	bevestiging (-en)
*ASWR	Assyrië	{ms}
@AT	(tot)	, ~ aan; lijd. vw. volgt; ook: jij (v)
-ATE	(met) haar
*ATE	jij	{2ms}
-ATEN	(met) hen	{fp} (alt. van ATN)
-ATI	(met) mij
-ATK	(met) jou
-ATKM	(met) jullie	{mp}
-ATKN	(met) jullie	{fp}
-ATM	(met) hen	{mp}
*ATM	jullie	{2mp}
-ATMWL	gisteren
-ATN	(met) hen	{fp}
#ATN	(ik) zal geven	{1s} alt. voor #ATNE (heeft soms andere betekenis)
#ATNNE	(ik) zal geven	{1s} alt. voor #ATNE (heeft soms andere betekenis)
-ATNW	(met) ons
-ATW	(met) hem
.ATWN	ezelin (-nen)	{fs}
-AW	of
.AWB	oproeping van geesten	{S}, dodenbezwering
#AWD	(ik) zal bedanken	{1s} van #AWDE, voor AWDK (*** komt dat vaker voor?)
.AWE	verlangen (-s)	{ofs}
-AWI	o wee!
.AWIB	vijand (-en)	{ms}, alternatieve vorm: AIB
.AWIL	dwaas (dwazen)	{ms}
+AWIL	dwaze	, stom(pzinnig)e, stupide
-AWLI	misschien
-AWLM	maar
.AWLM	zaal (zalen)	{ms}
.AWLMWT	zalen	{mp} (naast AWLMIM)
.AWLT	dwaasheid	{fS}
.AWN	kracht (-en)
*AWPIR	Ofir	{s}
.AWPN	wiel (-en)	{ms}
.AWR	licht (-en)	{o}
.AWRH	weg	{ms}, wijze, manier
.AWT	letter	{fS}
.AWT	teken (-s)	{omxs} mv. AWTIWT
-AWTE	haar
-AWTI	mij	(van @AT)
.AWTIWT	letters	{fp}
-AWTK	jou
-AWTM	hen	{mp}
-AWTN	hen	{fp}
-AWTW	hem
.AWßR	schat (-ten)	{mxs}
*AXA	Asa	{ms}
#AXIP	(ik) voegde toe	{1s}[5_EWXIP], variant op #AWXIP (dat ook voorkomt)
#AXIP	(ik) zal toevoegen	{1s}[5_EWXIP], variant op #AWXIP (dat ook voorkomt)
*AXNT	Asnath	{fs} dochter van Potefera, vrouw van Jozef
*AXP	Asaf	{ms}
*AXTR	Esther	{fs}
.AXWR	verbod (-en)	{oms}
+AXWR	gevangen	, verboden
+AZ	destijds
.AZKRE	herdenkingsplechtigheid (...heden)	{fs} SV: gedenkoffer
.AZN	oor (oren)
.AZRH	burger (-s)	{ms}
.AZWR	gordel (-s)	{ms}
.AßBO	vinger (-s)	{fs}
@AßL	naast
.AßR	berging (-en)	{fs} afgeleid van ww. AßR (opbergen)
+AÐR	linkshandige
-BADIN	toen	{a}
@BAHRIT	aan het einde van
.BAR	put (-ten)
*BARI	Beeri	{ms} schoonvader van Ezau; vader van Hosea
-BASR	wat betreft
-BBA	bij (het) komen
-BBAW	bij (het) komen	constructie: bij (de) (zij) zijn gekomen
*BBL	Babel	{ms}
.BCD	kleed (kledingstukken)	{o}, kledingstuk
@BCLL	wegens
-BCPW	in z'n eentje
.BD	tak (-ken)	eig. twijg
+BDD	eenzame	, alleen
*BDD	Bedad	{ms}
-BE	bij haar
-BEIWT	toen (hij) was	ong. 'toen het zo was dat...'; zie #EIWT (te zijn)
-BEM	bij hen
.BEME	vee (beesten)
.BEME	beest (-en)	{s}
.BEMWT	reuzendier	{o} Nijlpaard
-BEN	bij hen
.BERT	vlek (-ken)	{fs}, SV: blaar
+BEW	lege
.BEÐ	marmer	{omS} eig. onyxmarmer, kalkalbast
*BHRIM	Bahurim	(plaatsnaam)
.BHWR	jongeman (-nen)
-BI	bij mij
@BIN	tussen
.BINE	verstand	{o}
-BINI	tussen mij
-BINK	tussen jou
-BINIEM	tussen hen
-BINIKM	tussen jullie
-BININW	tussen ons
.BIRE	hoofdstad
.BIT	huis	{oms}
*BIT	Beth
-BIWTR	meest	(modern)
-BK	bij jou
.BKI	geween	{omS}
+BKIR	hooggeplaatste
-BKL	in alle
-BKM	bij jullie
-BKN	bij jullie
.BKWR	eerstgeborene (-n)
.BKWRE	eerstgeboorterecht (-en)	{o}
.BL	echtgenoot (...noten)	, heer, eigenaar
-BL	niet
@BLA	zonder	(T''P)
*BLDD	Bildad	{ms} een van de vrienden van Job
.BLEE	panische angst (-en)	{fs}
*BLEE	Bilha	{fs}
@BLI	zonder	(M''I)
.BLIOL	slechtheid (...heden)	{ms}
.BLO	slechtheid (...heden)	{ms}, bedrog
@BLODI	uitgezonderd
*BLOM	Bileam	{ms}
*BLQ	Balak	{ms}
@BLTI	niet	(M''I)
+BLWL	vermengde
+BLWLE	vermengd	(bijw.?)
*BLÐSAßR	Beltsazar	{msa} andere naam van Daniel
-BM	in hen
.BME	verhoging (-en)	{fs}, platform oid
-BME	hoe?	(eig. 'bij wat?')
@BMW	met	, door, d.m.v.
.BN	zoon (zonen)	{ms}
.BNE	dochter (-s)	{fs-} komt in enkelvoud niet zo voor (wel als BT)
*BNIEW	Benaja	{ms}
*BNIMIN	Benjamin	{ms}
*BNIMN	Benjamin	{ms}
-BNW	bij ons
.BNWI	bebouwing (-en)	{ms}
+BNWI	bebouwde
@BOBWR	wegens	, omwille van
*BONE	Baena	{ms} zoon van Rimmon, generaal van Saul
+BOR	onwetende	, domme
*BOSA	Baesa	{ms} koning van Israel in de tijd van Asa, koning van Juda
@BOD	door
.BOL	echtgenoot (...noten)	{ms}, heer, bezitter, eigenaar
*BOL	Baal	{ms}
.BOLE	vrouw (-en)	{fs}
.BORE	brand	{fS}, verbranding
*BOZ	Boaz	{ms}
@BOWD	terwijl	(M''I)
@BOWD	na	(M''I)
.BQR	rundvee	{o}
.BQR	ochtend (-en)
-BQRB	te midden van	(zie QRB)
.BR	graan	{moS}
.BR	zoon	{msa}
.BR	vrije veld	{moS}
+BR	zuivere	, reine
-BRASNE	in het eerste	, in de eerste plaats
-BRASWNE	in het eerste	, in de eerste plaats
.BRD	hagel
.BRH	vlucht	{mS} (Gen. 35:1)
.BRIH	grendel (-s)	{ms}
.BRIT	verbond (-en)	{o}
.BRKE	gelukwens (-en)
*BRNO	Barnea	in Kades-Barnea (QDS BRNO), een oude plaats in Z. van Kanaan
+BRWK	gezegende
.BRQ	flits (-en)	{ms}, bliksem
*BRQ	Barak	{ms}
.BRZL	ijzer	{o}
.BRWS	cipres (-sen)	{ms}
.BSN	Basan	{mS}
-BSNE	in het jaar
.BSR	vlees	{o}
.BT	dochter	{fS}
.BT	huis (huizen)	{ms-}
-BTKKM	temidden van jullie	{mp} (van @BTWK)
-BTKM	temidden van hen	{mp} (van @BTWK)
*BTWAL	Betuël	{ms}
@BTWK	binnen
.BTWLE	maagd
-BW	bij hem
@BW	erin
.BWA	komst	{mS}
#BWA	(hij) is gekomen	{3s}[1_BWA]
@BWAK	in de richting van
.BWR	put (-ten)
.BWSE	schande	{fS}
.BWZ	minachting	{mS}
.BXR	onrijpe vrucht (-en)	{ms}
.BZ	minachting	{mS}
-BZE	hier
-BZAT	bij deze	, hierin
.BßE	moeras (-sen)	{ofs}
*BßLAL	Bezaleël	{ms} zoon van Uri
.BßO	voordeel	{o}, nut
+BßR	versterkte
.BÐH	veiligheid (veilige plaatsen)
.BÐHE	vertrouwen	{o}, veiligheid, zekerheid
.BÐN	buik (-en)	{fs}
-BÐRM	voordat
.CAL	wreker (-s)	{ms}
.CAWE	hoogmoed	{fS}, trots
.CBE	hoogte (-s)
+CBE	hoge
.CBIR	heer (heren)	{ms}
.CBL	grens (genzen)	{mxs} SV: landsgrens
.CBO	heuvel (-s)	{ms}
*CBO	Geba	stad van Benjamin
.CBOE	heuvel (-s)	{fs}
*CBOWN	Gibeon	{ms}
.CBR	man (-nen)	{ms}
.CBRIA	mannen	{mpa} 'die mannen'
+CBWE	hoge
.CBWR	held (-en)	(zie CBR, man)
.CBWRE	moed (moedige daden)	{fs}
.CBWL	grens (genzen)	{mxs}
.CBWLWT	grenzen
.CC	dak (-en)	{mxs}
*CD	Gad	{ms}
.CDI	bokje (-s)	{mos}
.CDI	Gadiet (-en)	{ms}
.CDL	grootheid (...heden)	{ms}
+CDL	groeiende
.CDLE	grootheid (...heden)	{fs}
*CDLIE	Gedalja	{ms}
*CDLIEW	Gedalja	{ms} , Gedalia
*CDOWN	Gideon	{ms}
.CDR	omheining (-en)	{fs}
.CDWD	eenheid (...heden)	{ms} troep onafh. opererende militairen
+CDWL	grote
.CDWLE	grootheid (...heden)
.CI	dal (-en)	{o}
.CIA	dal (-en)	{o}
.CIBWR	held (-en)
*CIHWN	Gihon	{ms}
*CIHZI	Gehazi	{ms} knechtje van 'de man Gods' (AIS EALEIM), Elisa
.CIL	vreugde	{mS}
.CL	hoop (hopen)	{ms}, bergje
.CLCL	Gilgal	{mS} eerder een zelfst. nw. dan een gewone naam
.CLCLT	schedel (-s)	{fs}
.CLE	bol (-len)	{fs}
.CLOD	gedenkteken (-s)	{o}
*CLOD	Gilead
.CLWL	verdraaiing (-en)	{ms} analoog aan CDL (groter worden) - CDWL (grootheid); SV: drekgod (van CLL, keutel)
.CLWT	ballingschap	{fp}
.CMA	papyrus	{mS}	SV: bieze(n)
-CM	ook
.CML	kameel (kamelen)	{ms}
.CMR	einde	{mS}
*CMR	Gomer	{ms} zoon van Jafeth; bendeleider uit Eze. 38:6
*CMR	Gomer	{fs} dochter van Diblaim, vrouw van Hosea
.CN	tuin (-en)	{ms}
.CNB	dief (dieven)	{ms}
*CNBT	Genubat	{ms} zoon van Tachpenes
+CNWB	gestolene
*COL	Gaäl	{ms} zoon van Ebed
.CPN	wijnstok (-ken)	{fxs} (komt zelden in meervoud voor)
.CPRIT	zwavel	{mS}
.CR	vreemdeling (-en)	{ms}, proseliet
*CRA	Gera	{ms} zoon van Benjamin; zoon van Jemini
.CRM	knokkel (-s)	{ms}, been (symbool voor soliditeit?)
*CRR	Gerar	plaats (stadsstaat) in de tijd van Abraham
.CRSNI	Gersoniet	{mS} nakomelingen van Gerson
*CRSWN	Gerson	{ms} zoon van Levi, broer van Kehath en Merari
.CRWS	verjaging (-en)	{ms}, verbanning, verdrijving, gescheiden man
.CRWSE	verjaagde vrouw (verjaagde vrouwen)	{fs}, gescheiden vrouw
*CSWR	Gesur	stadsstaat; wb: overbrugging
.CSWRI	Gesuriet	, Gezuriet
.CT	wijnpers (-en)	(mv CTWT)
*CT	Gath	{ms} Filistijnse stad
.CTI	Gathiet (-en)	{ms}, Gethiet
*CTIM	Gitthaim	{mp} (alleen in Nehemia 11:33)
.CTWT	wijnpersen	(alleen in Nehemia 13:15)
.CWBE	hoogte (-s)
*CWC	Gog	zoon van Joel; 'hoofdvorst van Mesech en Tubal' (z. Ezechiel)
.CWI	volk (-en)
.CWI	vreemdeling (-en)
.CWIM	volken	{mp}
.CWIM	vreemdelingen	{mp}
.CWLE	ballingschap	{fs}
.CWLE	balling	{ms}
.CWRL	lot (-en)	{omxs}, noodlot
.CWZL	kuiken (-s)	{oms}, vogeljong
*CWZN	Gozan	{ms} rivier
.CZIT	bewerkte steen (...tenen)	{fs}
.CZL	roof	{mS}
.CZLE	buit (-)	{fs}
.CZM	gesnoeide takken	{mS}
*CZM	Gazzam	{ms}
.CZR	wortel (-en)	{ms}
.CZRE	wet (-ten)	{fs}
.DABWN	verdriet	{mS}, SV: mattigheid; depressiviteit?
.DB	beer (beren)	{ms}
.DBE	lasterpraat	{fS}
.DBE	berin (-nen)	{fs}
.DBIR	aanspraakplaats	{mS}, '(het) allerheiligste'
*DBIR	Debir	{ms} koning van Eglon
.DBLE	vijgenkoek (-en)	{fxs}
*DBLIM	Diblaim	{ms} schoonvader van Hosea
.DBR	woord (-en)	{oms}, iets, dingen
.DBR	zaak (zaken)	{ms}
.DBRE	woord (-en)	{omxs}, zaak
.DBS	honing
.DBWR	spraak	{mS}
*DBWRE	Debora	{fs}, een van de richters
.DC	vis (-sen)	{ms}
.DCE	visstand (-en)	{fs}
.DCL	vlag (-gen)	{ms}, SV: banier
.DCN	graan	, koren
*DCWN	Dagon	{ms} afgod uit Asdod
.DD	tepel (-s)	{ms}
-DDI	oom (...) mij	[.DWD]
+DEBA	gouden	{a}
-DI	welke	{a}, die, dat, van
-DI	voldoende	, die, dat, van
-DIM	hun genoeg
.DIN	gerecht (rechten)	{oms}, rechtsgeding, recht, wet
*DINE	Dina	{fs}
.DIQ	schans (-en)	{ms} SV: wal
+DK	onderdrukte	, verschopt
+DL	armelijke
*DLILE	Delila	{fs} Filistijnse
.DLIE	tak (-ken)	{fs} (eig. Dalia) alleen in DLIWTIW?
*DLIE	Delaja	{ms} zoon van Mehetabeël
.DLIM	armen	{mp}
.DLT	deur (-en)	{fs}
.DLT	deur (-en)	{fxs}
.DM	bloed (-)	{oms}
+DM	stille	, zwijgende
.DMIM	kosten	{mp}
.DMOE	traan (tranen)	{fs}
*DMSQ	Damaskus	{ms}
.DMWT	gestalte (-n)
*DN	Dan	{ms}
-DNE	deze	{a}
*DNIAL	Daniël	{ms}
.DOE	mening (-en)	{fs}
.DOT	kennis (meningen)	, mening
+DQ	dunne
+DQ	kleine
.DQ	poeder	{omS} (constructie)
.DR	generatie (-s)	{mxs}, zie DWR
.DRAWN	schande (schandalen)	, smaad
*DRIWS	Darius	koning van Perzië
.DRK	weg (-en)	{fxs}
.DRS	advies (adviezen)	{mos}, uitlegging (zie ww. DRS)
.DRWM	zuid
.DRWR	vrijheid (...heden)	{ms}
.DSA	grasveld (-en)	{o}
+DSN	vette	, vruchtbare
.DT	wet	{fs} // vooral (alleen?) in Daniel en Esther
.DWB	beer (beren)	{ms}
.DWD	oom (-s)	{ms}
.DWD	geliefde (-n)	{ms}
*DWD	David	{mS}
.DWD	ketel	{mS} (groot formaat)
.DWDE	tante (-s)
*DWIC	Doëg	{ms} 'de Edomiet'
*DWID	David	{ms}
+DWM	stille	, zwijgende
.DWR	generatie (-s)	{mxs}
.DWWDIM	ketels	{mp} zie DWD
+EAL	deze
-EALEIM	naar God
-EB	vooruit!
-EBA	wat kwam	(van BA, komen, een constructie die vast vaker voorkomt)
.EBAIM	die gekomen
-EBE	vooruit!
-EBE	laten we...
.EBL	damp (-en)	{ms}, niets, inhoudsloos gepraat
*EBL	Abel	{ms}
#EBW	brengt	{2mp}
.ECDL	de grote (-n)
-ECM	ook?	vraagvorm van CM: is het ook zo dat...
*ECR	Hagar	{fs}
*EDD	Hadad	{ms}
.EDR	pracht	{mS}, heerlijkheid
*EDW	India	{ms}
*EDXE	Hadassa	{fs}
-EEIA	die	{f}
-EEM	die	(de hen)
-EERE	naar de heuvel
-EERIM	naar de heuvels
-EEWA	dat	(de hij)
*EIA	zij	{1fs}
.EIDD	hoera!	{omS}, (*** "hoera-geroep" misschien beter?
.EIKL	paleis (paleizen)	{o}, tempel
*EIMN	Heman	{m} (1 Kronieken 15: zoon van Joel, zanger)
-EIMNIT	rechtse
#EIS	is er?	(begin van een vraagzin)	{3s}
-EISR	rechtuit
-EIWM	vandaag
#EIWT	te zijn	(onbepaalde wijs)
.EKTWB	het geschrevene (geschriften)
-ELA	toch?	, nietwaar?
#ELID	(hij) heeft voortgebracht	{3s}[6_EWLID] variatie op #EWLID
.ELK	beweging	, voorbijganger
.ELKIM	voorbijgangers	{mp}
.ELL	lofzang (-en)
+ELLW	deze
-ELLWEW	looft hem
-ELLWIE	godlof!
-ELM	hierheen
-ELWA	immers
.ELWK	gang (-en)	, loop, heen (met 'en weer')
*EM	zij	{3mp}
*EME	deze (mv)	{mp}
-EMNSE	die van Manasse	(alleen in de samenstelling: 'de halve stam van Manasse')
.EMWN	menigte (-s)
-EN	èn
-EN	zie!	zowel...als, jazeker
*EN	zij	{3fs}
#ENBA	profeteer!	{2ms} alt. voor #EIBA (dat niet voorkomt)
-ENE	hier is	, zie!
*ENE	zij	{3fp}
-ENK	hier ben jij	, zie! jij
-ENKM	hier zijn jullie	, zie! jullie
-ENKN	hier zijn jullie	, zie! jullie
-ENM	hier zijn zij	, zie! zij
-ENN	hier zijn zij	, zie! zij
-ENNI	hier ben ik	, zie! ik
-ENNW	hier zijn wij	, zie! wij
.ENRT	de lamp(en)	afg. van NR (licht)
-ENW	hier is hij	, zie! hij
*EOI	Ai	{ms} (Kanaanitische stad ten tijde van Jozua)
.EOLE	dat wat opgaat	, zie ww OLE
#EOWD	is er nog?	(geen ww-vorm, maar wel die functie)
.EPKE	omkering (-en)	{ms}, constr. uit gen. 19:29
#EQIMTI	(ik) heb gevestigd	{1s}[5_EQIM], variant op #EQMTI (dat ook voorkomt)
.EQÐN	de kleine
.ER	heuvel (-s)
-ERBE	veel	(vaker: vermeerderen)
-ERE	naar heuvel
-ERI	zie hier!
.ERIWN	zwangerschap (-pen)	{ms}
*ERMTIM	Ramathaim		van Ramathaim-Zofim, woonplaats van Elkana
*ERN	Haran	{ms}
#ERP	laat los!	{2ms}[5_ERPE] variant op #ERPE (dat ook wel voorkomt)
+ESNIT	de tweede	{S}
*EWA	hij	{3ms}
.EWD	luister (heerlijkheden)	, heerlijkheid
.EWDOE	mededeling (-en)	{fs}
.EWE	verderf (-)	(*** niet in woordenboek, vert. SV
.EWN	kapitaal (...talen)	{oms}
*EWSO	Hosea	{ms}
-EX	stil!
#EÐ	neig!	{2ms}[1_NÐE] vorm van #EÐE (dat ook voorkomt)
+EZE	deze
.HBL	koord (-en)	{o}, landstreek
.HBL	wee (-ën)	, pijn
.HBR	verbond (-en)	{o}
.HBR	vriend (-en)
*HBR	Heber	{ms}, zoon van Berija; de Keniet, man van Jael
*HBRWN	Hebron
.HC	feest (-en)	{o}, feestdag
+HD	scherpe	, spitse
.HD	punt (-en)	{ms}
.HDR	kamer (-s)	{ms}
.HDS	maand (-en)
+HDS	nieuwe
+HI	levende
.HIE	dier (-en)	{ofs}, 'levend wezen'
-HIIEM	leven (...) hen
.HIIM	leven	{po}
.HIK	verhemelte (-s)	{o}
.HIL	macht (-en)
.HIL	soldaat (soldaten)
.HIL	dapperheid (...heden)
.HIL	siddering (-en)
-HINI	laat leven! (...) mij	van #HIE en ~NI
.HIQ	boezem (-s)	{ms}
*HIRM	Hiram	{ms} koning van Tyrus
+HIWWR	bleke
+HIßWN	uitwendige	(T' Z')
*HLQIEW	Hilkia	{ms}
.HK	verhemelte (-s)	{o}
+HKM	wijze
.HKM	wijze (-n)
.HKIMIM	wijzen	{mp}
.HKME	wijsheid (...heden)
.HL	niet-heilige	, gewoon (itt heilig)
.HLB	melk
.HLB	vet	{o}
.HLI	ziekte (-n)	{ms}
-HLILE	God beware	(M''Q), rondom, telkens weer ({fs})
+HLILE	rondom	{f}, telkens weer (bijw.)
.HLL	dode (-n)
.HLL	ruimte (-s)
.HLMA	droom	{mSa}
.HLMIS	kiezel (-s)	{ms}
*HLN	Helon	{ms} vader van Eliab, ook Holon (plaatsnaam)
.HLQ	deel (delen)	{o}
+HLQ	gladde
.HLQE	perceel (percelen)
*HLQIE	Hilkia	{ms} priester; zoon van Haggija; zoon van Mesullam
.HLWM	droom (dromen)	{mxs}
*HLß	Helez	{ms} "de Paltiet"; zoon van Azaria; "de Peloniet"
-ELZ	die	(M''C)
+HM	hete
.HM	schoonvader (-s)
.HM	hitte (hittegolven)
*HM	Cham	{ms} zoon van Noach
.HMAE	boter	{fS}
.HME	woede (woede)	{fs}, toorn; meervoudsvorm lijkt een vergrotende trap
.HME	zon	{fS}
.HMI	schoonvader (-s)	(voor achtervoegsels)
%HMISE	vijf	{mS}
+HMISI	vijfde
.HMR	klei	{mS}, asfalt
.HMR	stof	{mS}, ook overdrachtelijk: materiaal, materie; leem
.HMR	ezeldrijver (-s)	{ms}, ezel (schijnbaar, soms)
.HMR	ezel (-s)	{ms} (komt weinig in die betekenis voor)
.HMR	rode wijn	{mS} (vanwege HMRE - rode aarde)
.HMR	homer (-s)	{mS} inhoudsmaat
%HMS	vijf	{fs}
%HMSE	vijf	{mS}
%HMST	vijf	{p} (*** is dit nu een mannelijk meervoud?
%HMSIM	vijftig	{mp}
.HMSIM	vijftigste	{mS}
.HMß	zuurdesem	{omS}
.HMß	azijn	{mS}
.HMT	leren zak	//*** meervoud/geslacht onbekend
*HMT	Hamath
+HMWR	ernstige
.HMWR	ezel (-s)
.HMWT	schoonmoeder (-s)
.HMX	roof (gewelddaden)	, gewelddaad
.HN	gratie	{S}
*HNE	Hanna	{fs}
+HNM	gratis	SV: om niet
*HNNI	Hanani	{m}
*HNNIE	Hananja	{m}
*HPNI	Hofni	{ms} zoon van Eli, priester
*HPR	Hefer	{ms} zoon van Gilead; zoon van Naara; landstreek bij Socho
.HPS	vrijheid	{mS}
+HPSI	vrije
.HPß	wens (-en)
.HPß	ding (-en)	{o}
.HQ	wet (-ten)
.HQE	grondwet (-ten)	{fs}
.HQR	onderzoek (-en)	{oms}
.HRB	zwaard (-en)	{ofs}
.HRB	vernieling (-en)	, dorheid, verlatenheid
*HRB	Horeb	{ms}
.HRBE	droog land (droge landen)	{ofs}
.HRBE	ruïne (-s)	{fs}
+HRD	bezorgde
.HRD	bezorgdheid	{fS}
.HRM	boycot (-ten)	, ban
*HRMWN	Hermon	{s} (berg)
*HRN	Haran	plaatsnaam
.HRPE	schande (-)	{fs}
+HRS	stille
.HRS	ambachtsman (-nen)	{ms}
.HRWN	woede	{mS}
+HRWß	vlijtige	, ijverig
*HSBWN	Hesbon	{s} stad
.HSK	duisternis (-sen)
.HSN	borstschild (-en)	{o}
.HSQ	verlangen (-s)	{ms}, begeerte, lust, zin
.HT	angst (-en)
.HTN	bruidegom (-men)	{ms}
.HTN	schoonzoon (...zonen)	{ms}
.HTW	angst (-en)
.HWC	kring (-en)	{ms}
.HWD	punt (-en)	{ms}
.HWDS	maand (-en)
.HWE	boerderij (-en)	{fs}
*HWE	Heva	{fs}
*HWILE	Havila
.HWL	zand	{omS}
.HWM	hitte (hittegolven)
+HWM	bruine
.HWME	muur (muren)	{fs}	(stadsmuur)
.HWMR	stof	{mS}, ook overdrachtelijk: materiaal, materie; leem
.HWQE	grondwet (-ten)	{fs}
*HWR	Hur	{ms} zoon van Kaleb en Efrath
.HWR	gat (-en)	{ms}, hol
+HWR	bleke
.HWRB	verlatenheid (...heden)	, dorheid, droogte
.HWS	zintuig (-en)	{ms}, gevoel
.HWß	straat (straten)	{mxs}, ook overdrachtelijk: buiten, wijk
.HWÐA	zondaar (-s)	{ms}
.HXD	genade
.HXID	getrouwe	vroom (bijw/bijv), trouwe aanhanger
.HXR	gebrek (-en)	{oms}, gemis
.HWI	Heviet (-en)	{ms}
.HWTM	zegel (-s)	{mxs}
.HWTMT	stempel (-s)	{fs}
.HWXR	gebrek (-en)	{oms}, gemis
.HZE	borst (-en)	{m}
.HZQ	kracht (-en)
+HZQ	sterke
*HZQIE	Hizkia	{ms}
*HZQIEW	Hizkia	{ms}
*HZAL	Hazaël	{ms} koning van Syrie ten tijd van Joram, koning van Israel
.HZWN	visioen (-en)	{o}
.Hß	pijl (-en)	{ms}
.HßA	zondaar (-s)
+HßI	halve
.HßI	helft (-en)	{ms}
.HßIR	hooi (-bergen)	{o}
.HßR	grondgebied (-en)	{ofs}, binnenplaats, erf, hof (-en)
.HßR	dorp (-en)	{oms} SV: onderhorige plaats (e.a.) (*** verband met HßR grondgebied?
*HßRWN	Hezron	{ms}
*HßWR	Hazor
.HßßRE	trompet (-ten)	{fs}
.HÐA	zondaar (-s)	{ms}
.HÐA	zonde (zondige daden)	{mxs}, de vrouwelijke meervoudsvorm bijna altijd voor de zonde, de mannelijke vorm voor de zondaar
.HÐAT	zondoffer (-s)	{o}, "jij zondigde"
.HÐE	tarwe	{fS}
.HÐIM	tarwe	{fp}
.IAR	rivier (-en)	zie ook Jarden?
*IASIEW	Josia	{ms}
*IBLOM	Jibleam	plaats van de stam Manasse
.IBL	50e jaardag	{mS} (EIBL naast EIWBL)
.IBME	schoonzus (-sen)
.IBS	droogte (perioden van droogte)
+IBS	droge
.IBSE	droge	{oS}, vasteland
.IBWA	invoer (-en)
*IBWX	Jebus
#IBWX	(hij) zal vertrappen	{3sm}[3_BWXX]	alt. voor #IBXX
.IBWXI	Jebusiet (-en)
.ICIO	moeite (-n)	{ms}, last
.ICIOE	inspanning (-en)	{fs}
+ICO	vermoeide
.ICO	gezwoeg	{mS}
.ID	hand (-en)
*IDOIE	Jedaja	{ms} priester; zoon van Jojarib
.IDON	wetenschapper (-s)	{ms} (komt van ww weten, hier schijnbaar in ongunstige zin; helderziende oid)
*IDWTWN	Jeduthun	{ms} zanger/muzikant uit de tijd van David
*IE	God	{mS}
.IEB	last (-en)
#IEI	wees	{2} , er zij
#IELLW	(zij) zullen loven	{3p}
*IEWA	Jehu	{ms}
*IEWAS	Joas	{ms}, zie ook IWAS
*IEWAHZ	Joahaz	{ms}
*IEWD	Juda	{a} (landstreek)
.IEWD	Jood (Joden)	{ms}
*IEWDE	Juda	{ms}
.IEWDIM	Joden	{mp}
*IEWDIT	Judith	{fs} dochter van Beeri
.IEWDIT	Judees	{oS} (taal); SV: Joods
*IEWE	Jahweh	{ms}
*IEWHNN	Johanan	{ms} 'God heeft gratie verleend'?; zoon van Meselemja; zoon van Eljasib; zoon van Bebai
*IEWIDO	Jojada	{ms}
*IEWIKIN	Jojachin	{ms} koning van Juda, zoon van Jojakim
*IEWIQIM	Jojakim	{ms}
*IEWIQM	Jojakim	{ms}
*IEWNDB	Jonadab	{ms} 'God heeft gegeven'?; zoon van Rechab
*IEWNTN	Jonathan	{ms}
*IEWSO	Jozua	{ms}
*IEWSPÐ	Josafat	{ms}
*IEWßDQ	Jozadak	{ms} jehoe-tsedek = 'hij zal rechtvaardig zijn' of 'God is rechtvaardig'?; zoon van Seraja; hogepriester ten tijde van Zacharia, Haggai
-IHD	samen
-IHDW	samen
-IHI	leve!
*IHIAL	Jehiël	{ms}, de Gersoniet; zoon van Ladan; zoon van Heman; zoon van Hachmoni; etc, ook Jeiel
*IHT	Jahath	{ms} zoon van Reaja; zoon van Simei
*IHZQIE	Jehizkia	{ms}
*IHZQIEW	Hizkia	{ms}
.IIN	wijn (-flessen)
.IIOß	advies (adviezen)	{oms}
#IIRA	zal zien	(*** 3ms?
#IKKE	(hij) zal slaan	{3sm}[5_EKE] (alternatieve vorm van #IKE?)
#IKLMW	(zij) zullen te schande worden	{3p}[3_KILM]? (niet in wb)
.IKWLT	vermogen	{ofS}
.ILD	kind (-eren)	{oms}
.ILID	ingeborene (-n)	{ms} WB: inboorling
.IM	dag (-en)	{-ms} los: IWM
.IM	zee (-ën)	{ms}
.IMIM	dagen	{mp} , zeeën (aleen in Genesis?)
.IMIN	rechterhand (-en)	{ms}
+IMNI	rechtse
#INEC	(hij) bestuurde 	{3sm}[1_NEC] (van #IEWC, dat niet voorkomt)
#INEC	(hij) zal besturen	{3sm}[1_NEC] (van #IEWC, dat niet voorkomt)
#INHLW	(zij) zullen verwerven	{3p}[1_NHL] (i.p.v. IHLW)
#INTN	(hij) zal gegeven worden	{3sm}, alt. voor IINTN (dat niet voorkomt)
.IOE	schoffel (-s)	{ms} (SV), blik (nst stoffer)
@ION	wegens
*IOQB	Jakob	{ms}
.IOR	bos (-sen)	{o}
*IOZR	Jaezer	landstreek
.IOß	advies (adviezen)	{oms}
+IPE	mooie
.IPI	schoonheid	{mS}
#IPL	(je) zult vallen	{2s} , zie #IPWL
#IPL	(hij) zal vallen	{3ms} , zie #IPWL
*IPNE	Jefunne	{ms}
*IPT	Jafeth	{ms} zoon van Noach
+IPT	mooi van	{c}
+IQDT	brandende	zie #IQD (branden)
.IQR	waarde	(eig. eer of duurte)
+IQR	waardevolle	(eig. eerbaar, duur, lief)
#IRA	gezien	(*** sm3?
.IRAE	vrees (angsten)
*IRBOL	Jerubbaal	{ms}, pseudoniem van Gideon, zoon van Joas
*IRBOM	Jerobeam	{ms}
.IRDN	Jordaan	{mS} eerder een zelfst. nw. dan een gewone naam
.IRH	maan (manen)	{ms}
*IRHMAL	Jerahmeël	{ms} zoon van Hezron; zoon van Kis; zoon van Hammelech
*IRIHW	Jericho	{ms}
*IRIMWT	Jerimoth	{ms} zoon van Bela; zoon van Musi; zoon van Heman
.IRIOE	voorhangsel (-s)	{o}, lange baan stof	, tentdoek, gordijn
.IRIOT	gordijnen
.IRK	heup (-en)	{fs}, dij
*IRMIE	Jeremia	{ms}
*IRMIEW	Jeremia	{ms}
*IRMWT	Jarmuth	filistijnse stad
*IRMWT	Jeramoth	{ms} iem. uit de familie van Bani
+IRQ	groene
.IRQ	groen	{omS}
.IRQ	groente (-n)	{ms}
.IRSE	erfenis (-sen)
*IRWSLIM	Jeruzalem	{ms}(modern)
*IRWSLM	Jeruzalem	{ms}
#IS	er is	{3s}
.ISB	inwoner (-s)	{ms} zie ww ISB
*ISI	Isaï	{ms}
#ISK	jij bent er	{2s}
#ISKM	jullie zijn er	{2mp} (*** 2?
#ISKM	(hij) stond vroeg op	{3sm-}[5_ESKIM]
#ISKN	jullie zijn er	{2fp} (*** 2?
*ISMOAL	Ismaël	{ms}
#ISNW	hij is er	{3ms}
.ISO	redding (-en)	, heil
*ISOIEW	Jesaja	{ms}
.ISPE	jaspis
+ISR	rechte	(ook overdrachtelijk)
.ISR	eerlijkheid (...heden)	, rechtschapenheid
*ISRAL	Israël	{ms}
*ISSKR	Issaschar	{ms}
*ISWO	Jozua	{ms} zie IEWSO
.ISWOE	verlossing (-en)	{fs}
.ISWR	vereffening	{mS}	glad maken
.ITD	pin (-nen)	{fs}, tentharing
#ITN	(hij) gaf	{3sm}	(*** variatie op #ITNE ?
#ITN	(hij) zal geven	{3sm}	(*** variatie op #ITNE ?
.ITR	rest (-en)	{ms}
.ITR	lijn (-en)	{ms} SV: (ook) pees (v.e. boog)
+ITR	overvloedige
.ITR	overschot (-ten)	{oms}
.ITRE	overschot (-ten)	{ofs} niet in wb; alt. voor SV: 'net' (van de lever); aanhangsel?
*ITRW	Jethro	{ms}
.ITRWN	voordeel (...delen)	{oms}
.ITWM	wees (wezen)
*IWAB	Joab	{ms}
*IWAH	Joah	{ms} zoon van Asaf
*IWAL	Joël	{ms}
*IWAS	Joas	{ms}
*IWBB	Jobab	{ms} zoon van Joktan; zoon van Zerah; koning van Madon
.IWBL	stroom (stromen)	{ms}, zijrivier
.IWBL	50e jaardag	{mS}, jubileum (modern)
*IWBL	Jubal	{ms}, 'vader van alle muzikanten'
+IWBS	droge
*IWHNN	Johanan	{ms} eerste zoon van Josia; van Kareah; van Katan; van Eljasib
#IWKL	(hij) zal kunnen	{3ms} (van ww. IKWL)
.IWLDE	kraamvrouw (-en)	{fs}
.IWM	dag (-en)	{ms}
#IWMT	(hij) zal worden laten sterven	{3ms} (lijdend van causatief van MWT)
#IWMTW	(zij) zullen worden laten sterven	{3p}
.IWN	doffer (-s)	{ms} (mannetjesduif)
*IWN	Javan	{ms} , Griekenland
.IWNE	duif (duiven)	{fs}
*IWNE	Jona	{ms}
.IWNQ	zuigeling (-en)	{ms}
*IWNTN	Jonathan	{ms}
.IWOß	adviseur (-s)	{ms}
*IWRM	Joram	{ms}
.IWRE	vroege regen (-s)	{ms}
.IWSB	bewoner (-s)
.IWSR	eerlijkheid (...heden)	, rechtschapenheid
*IWTM	Jotham	{ms}
-IWTR	meer
*IWXP	Jozef	{ms}
*IWZBD	Jozabad	{ms} zoon van Jesua; een Leviet
#IXIP	(hij) zal toevoegen	{3sm} vorm van #IWXIP (dat niet voorkomt)
#IXTR	(hij) weerlegde 	{3sm}[1_XTR]
#IXTR	(hij) zal weerleggen	{3sm}[1_XTR]
#IXTR	(hij) verborg 	{3sm}[1_XTR]
#IXTR	(hij) zal verbergen	{3sm}[1_XTR]
.IXWD	fundament (-en)	{ms}, basis
.IXWD	grondlegging	{fS}
.IZO	zweet (-druppels)	{o}
*IZROAL	Jizreël
.IZROALI	Jizreëliet	{ms}
.IßA	uitgaande (-n)	{ms} afgeleid van het ww IßA; vb: EIßAIM
*IßHQ	Izak	{ms} zoon van Abraham en Sara
.IßER	zuivere olie	{mS}
*IßER	Jizhar	{ms} zoon van Kahath (Kohath)
#IÐS	(hij) gaf op	{3sm}[1_NÐS]
#IÐS	(hij) zal opgeven	{3sm}[1_NÐS]
#IÐS	(hij) verliet 	{3sm}[1_NÐS]
#IÐS	(hij) zal verlaten	{3sm}[1_NÐS]
#IÐS	(hij) werd verlaten	{3sm}[1_NÐS]
#IÐS	(hij) zal verlaten worden	{3sm}[1_NÐS]
#IÐO	(hij) plantte 	{3sm}[1_NÐO]	van IÐWO (dat niet voorkomt)
#IÐO	(hij) zal planten	{3sm}[1_NÐO]	van IÐWO (dat niet voorkomt)
-KAHD	zoals een	{mS}
-KASR	zoals
-KASR	wanneer
.KBD	lever (-s)	{ms}
+KBD	zware	, zwaarte
+KBIR	geweldige	, machtige
.KBRT	een stuk van	{fSc}
.KBS	schaap (schapen)	{o}
.KBSE	ooi (-en)
.KBWD	eer (onderscheidingen)	(*** komt het meervoud voor?
.KD	kruik (-en)	, kan
*KDRLOMR	Kedor-Laomer	{ms} koning van Elam
-KE	zo
+KEE	donkere	(v. kleur)
-KEM	zoals zij	{fp}
-KEM	zoals zij	{mp}
.KEN	priester (-s)
.KH	kracht (-en)
-KI	dat	, omdat, doordat (*** vanwege?
.KIR	wasvat (...vaten)	{mxs}, KIRE is oven (mv. KIRIIM!)
-KKE	zodoende	, zo
-KKL	zoals alle
-KKM	zoals jullie	{mp}
-KKN	zoals jullie	{fp}
.KKR	plein (-en)	{o}, breed dal, talent (zilver)
.KKR	laagvlakte (-n)	{ms}
+KL	alle
.KLA	gevangenis (-sen)	{ms}
.KLB	hond (-en)	{ms}
*KLB	Kaleb	{ms} zoon van Jefunne
.KLE	schoondochter (-s)
.KLE	bruid (-en)
.KLI	gereedschap (-pen)	{o}, vat, vaatwerk, werktuig, orgaan
.KLIE	nier (-en)	{fs}
.KLIWN	sluiting	{mS} eig.: vernietiging, beeindiging
*KLIWN	Chiljon	{ms}
-KLM	allemaal
.KLME	schande (schande)	{fs}, SV: ook smaadheid/smaadheden
.KLWLWT	bruiloft	{fp}
.KME	zoiets	{S} constructie van K-ME (als-iets)
-KMNI	zoals ik
@KMW	zoals
-KMWE	zoals zij
-KMWEW	zoals hij
-KMWK	zoals jij
-KMWNI	zoals ik
-KMWNW	zoals wij
-KMß	zoals kaf	zie MWß //(***MWß komt nooit voor. Is dit een regel?
-KN	zo
.KN	fundament (-en)	{ms}, onderstel, voetstuk, basis
*KNON	Kanaän	{ms}
+KNONI	Kanaänitische
.KNONI	Kanaäniet (-en)	{mS}
.KNONIM	Kanaänieten	{mp}
.KNP	vleugel (-s)
.KNWR	viool (violen)	{mxS}
.KNRWT	violen	{mp}
-KON	nu	{a} in de betekenis van: nou...
.KOX	boosheid	{mS}
.KP	lepel (-s)	(, hand)
.KPIR	jonge leeuw (-en)	{ms}
.KPR	dorp (-en)	{ms}
.KPR	losgeld	{mS}
.KPRE	verzoening	{fS}
.KPRT	verzoendeksel (-s)	{o} van KIPR (verzoenen)
.KR	veld (-en)	{ms}, ook maat voor hoeveelheid meel
.KRBIM	beelden van meerderheid	{mp}, cherubijnen
.KRIM	lammeren	{mp} (SV)
*KRKMS	Karchemis	"gergemesj"?
.KRM	wijngaard (-en)	{ms}
.KRML	Karmel	{mS}
.KRWB	beeld van meerderheid (beelden van meerderheid)	{ms}, cherubijnen, engelen
.KSB	schaap (schapen)	{o} (zie KBS)
.KSDIM	Chaldeeën	{mp}
.KSL	misstap (-pen)	{ms}, mislukking
-KSMO	toen	(lett. zoals nieuws)
.KTB	(hand)schrift	, officieel schrijven
+KTIT	fijngestampte	afgeleid uit KTITE (wb: het fijstampen)
-KTMWL	zoals gisteren	//(*** nodig vanwege ".+*"    , "K" , "zoals " in Vertaal.java ("-" ontbreekt)
.KTNE	katoen	{fS} (modern?)
.KTNT	hemd (-en)	{fs}, overhemd
.KTP	schouder	{mS}
.KTP	flank (-en)	{ms}
.KTPE	schouderband (-en)	{fs}
.KTPIIM	schouders	{mp}
.KTR	kroon (kronen)	{ms}, kapiteel
+KTWB	geschreven
.KTWBIM	geschriften	{mp}
.KWH	kracht (-en)
.KWKB	ster (-ren)
.KWPR	losgeld	{mS}
*KWRS	Kores	{ms} koning van Perzië
*KWS	Cusch	zie ook KWSI
.KWSI	afrikaan (...kanen)	(eig. neger, moor)
*KWSI	Kusi	{ms} (vader van Zefanja)
*KWSN	Kusen	{s} landstreek; KWSN RSOTIM: Cuschan-Rischataim, koning van Mesopotamië/Syrië
.KWTWNT	hemd (-en)	{fs}, overhemd
.KWX	beker (-s)	{fs}
.KXA	stoel (-en)
.KXIL	dwaas (dwazen)	, Orion
.KXILWT	dwaasheid
.KXMT	boekweit	{fS}, spelt
.KXP	zilver	{o}
.KXWT	bekleding	{fS}
-KZAT	zoals deze
.KZB	leugen (-s)	{ms}
-LA	niet
*LAE	Lea	{fs} , 'haar niet'?
-LAHD	aan één
-LAL	tot God	, tot (de?) macht
.LAM	natie (-s)
-LATT	aan tekens	(1x in Genesis), van AWT
.LB	hart (-en)	{omxs}
#LBA	te komen	alt. voor LBWA (dat veel vaker voorkomt)
.LBB	hart (-en)	{omxs}
-LBD	alleen
-LBDEM	alleen zij
-LBDEN	alleen zij
-LBDI	alleen ik
-LBDK	alleen jij
-LBDKM	alleen jullie
-LBDKN	alleen jullie
-LBDM	alleen zij
-LBDN	alleen zij
-LBDW	alleen hij
.LBIA	leeuw (-en)	{ms}
.LBIAE	leeuwin (-nen)	{fs}
-LBL	opdat niet
@LBLTI	opdat niet	zie BLTI, niet in woordenboek (*** klopt deze vertaling?
-LBN	tot zoon
+LBN	witte
*LBN	Laban	{ms}
.LBNWN	Libanon	{mS} eerder een zelfst. nw. dan een gewone naam
.LBW	zijn hart	(*** tzt opruimen
-LE	aan haar
.LEBE	vlam (-men)	{fs}
#LEDWT	te bedanken	{}[5_EDWE] alt. voor #LEDWWT (dat niet voorkomt)
-LEM	aan hen	{mp}
-LEWM	aan hen	{mp}	1 vers in Jeremia
-LEN	aan hen	{f}
#LERC	te doden	alternatieve vorm van #LERWC
.LH	frisheid	{mS}, fitheid
+LH	frisse	, vochtig
.LHI	wang (-en)	{fxs}
*LHI	Lachai	in Lachai-Roi: een put
*LHI	Lechi	Filistijnse stad
.LHM	brood (broden)	{o}
.LHß	druk	{mS}, onderdrukking?
-LI	aan mij
@LID	bij	, naast
-LIEWE	aan Jahweh
.LIL	nacht (-en)	(soms)
.LILE	nacht (-en)	{fs}
+LILI	nachtelijke
.LIS	leeuw (-en)	{ms}
-LK	aan jou
*LKIS	Lachis	plaats, buurgemeente van Azeka
-LKL	aan alle	, tot alle, voor geheel enz. enz.
-LKLM	aan allen (...) hen
-LKM	aan jullie	{mp}
-LKN	daarom	(M''H), vandaar (dat)
-LKN	aan jullie	{fp}
#LKT	te gaan	{}[1_ELK] (#LELWK komt niet voor)
@LLA	zonder
.LLAT	lussen	{fp} (mv van LWLAE)
-LME	waarom
*LMK	Lamech	{ms} zoon van Methusael
-LMON	opdat
@LMON	voor	(ten behoeve van), wegens
-LMW	voor hen	, z. LEM
-LNCD	tegen	= aan tegenover (L-NCD)
-LNCDI	tegen mij	{s}
-LNCDM	tegen hen	{mp}
-LNCDK	tegen jou	{s}
-LNCDW	tegen hem	{ms}
-LNCDKM	tegen jullie	{mp}
-LNW	aan ons
-LNßH	uiteindelijk	(eig. tot definitief o.i.d., zie ook NßH)
.LOC	spot	{mS}
-LOD	voor altijd	, voor eeuwig
@LOLA	boven	{a}
@LOMT	tegenover	(M''I), i.t.t.
-LOMW	aan zijn volk	= L-OM-W
@LOWMT	tegenover	(M''I), i.t.t.
@LPNI	voor
-LPNI	voor mij
-LPNIE	voor haar
-LPNIEM	voor hen	{mp}
-LPNIEN	voor hen	{fp}
-LPNIK	voor jou
-LPNIKM	voor jullie	{mp}
-LPNIKN	voor jullie	{fp}
-LPNIM	vroeger	SV: te voren
-LPNINW	voor ons
-LPNIW	voor hem
.LQH	lering (-en)	{ms}, morele les
@LQRAT	tegemoet
-LQRATE	haar tegemoet	{fS}
-LQRATI	mij tegemoet	{S}
-LQRATK	jou tegemoet	{S}
-LQRATKM	jullie tegemoet	{mp}
-LQRATKN	jullie tegemoet	{mf}
-LQRATM	hen tegemoet	{mp}
-LQRATN	hen tegemoet	{mf}
-LQRATNW	ons tegemoet	{p}
-LQRATW	hem tegemoet	{mS}
#LSAL	te vragen	{}[1_SAL] van #LSAWL
.LSKE	kantoor (...toren)	{fs} in OT vertaald als 'kamer' mv. 'kameren'
-LSWA	voor niets	aan (het) niets
#LSWM	te plaatsen	i.p.v. LSIM (dat niet voorkomt)
.LSWN	tong (-en)	{fs}
.LSWN	taal (talen)	{fs}
-LW	als	, indien
-LW	aan hem
-LWA	toch niet	off. als, indien (onvervuld)
*LWD	Lud	{ms} zoon van Sem
.LWH	paneel (...nelen)	{mxs}, bord, plaat, 'tafel', tabel, kalender
.LHT	panelen [van]	{mp}
*LWI	Levi	{ms}
.LWI	Leviet	{mS}
.LWIM	Levieten	{mp}
.LWITN	zeemonster (-s)	{ms} SV: Leviathan; off.: walvis
.LWLAE	lus (-sen)
-LWLI	indien niet	(M''H)
*LWÐ	Lot	{ms}
*LWÐN	Lotan	{ms} zoon van Seir
.Lß	spotter (-s)
+MABIWT	Moabitische
+MAD	zeer
%MAE	honderd
.MAEB	vrijer (-s)	{ms}
-MAHRIEM	van na hen	{3mp}
-MAHRIW	van na hem	{3ms} ('verbuiging' van AHRI)
-MAIN	vanwaar?
.MAKL	voedsel	{mS} SV: spijze
.MARB	hinderlaag (...lagen)	{ms}
.MART	lichten	{mp}
%MAT	honderd
@MAT	van	(M''I), door
-MATI	van mij
+MATIM	honderd paar	{mp} (dualis)
-MATK	van jou
-MATW	van hem	, door hem
-MAWM	iets
-MAWME	iets
.MAWR	licht (-en)	{omxs}
%MAWT	honderd
.MAWT	honderden	{p}
-MAZ	van destijds	, van toen (af)
#MBDIL	scheiding makend
.MBHR	keuze (-n)	{ms}
@MBIN	van tussen	, zie @BIN
@MBLI	zonder
@MBLODI	behalve	(M''I)
.MBWL	zondvloed (-en)	{ms}
+MBßR	versterkte
.MBßR	vesting (-en)	{ms}
*MBßR	Mibzar	{ms} genoemd in Genesis naast Kenaz en Teman
.MCLE	perkament (-en)	{fs}, SV: rol
.MCN	schild (-en)	{o}, bescherming, verdediger
.MCPE	epidemie (-ën)	{fs}, SV: plaag
.MCRS	terrein (-en)	{o}
.MDBR	woestijn (-en)	, spreker
.MDE	maat (maten)	{fs}
-MDI	van die
-MDI	ruim voldoende
-MDI	steeds wanneer
*MDIN	Midian	{ms}
.MDINE	staat (staten)
.MDRCE	trap (treden)	{fs} (enkv. kan ook trede zijn?)
.MDWN	twist (-en)	{ms}
*MDWN	Madon	(stad)
-MDWO	waarom?
-ME	wat?
*MELLAL	Mahalal-el	{ms} zoon van Kenan
-MEM	(van)uit hen	{mp}
-MEN	(van)uit hen	{fp}
+MEPK	omgekeerde
.MEPKE	omkering (-en)	{fs}
+MER	vlugge
*MCDW	Megiddo	dal, plaatsnaam
+MHBL	beschadigde
.MHBL	saboteur (-s)	{ms}
.MHIR	prijs	{mS}, kosten
*MHLWN	Machlon	{ms}
.MHNE	kamp (-en)	{oms}
-MHR	morgen
+MHRID	verschrikkelijke
*MHIIAL	Mechujaël	{ms} zoon van Hirad
*MHWIAL	Mechujaël	{ms} zoon van Hirad
*MHWLE	Mehola
-MHWß	buiten	(MHWß L...), behalve
.MHXE	dekking	{ms}, SV: toevlucht	// (*** komt meervoud hiervan voor?
.MHßE	helft	{fS}
.MI	water van	{oc} (st. constr.)
-MI	wie?
*MIKA	Micha	{ms} zoon van Mefiboseth; zoon van Zichri; zoon van Zabdi; 
*MIKAL	Michaël	{ms} zoon van Jesisai; zoon van Jizrahja; 'een van de eerste aanvoerders' (zie Daniel 10:13)
*MIKL	Michal	{fs} dochter van Saul, eerste vrouw van David
*MIKE	Micha	{ms}
*MIKIEW	Micha	{ms} ook Michaja; zie ook MIKE
.MILDT	vroedvrouw (-en)	{fs}
.MIM	water (-en)	{mso}
.MIN	soort (-en)	{ms}, sekse, geslacht
.MINQT	voedster (-s)	{fs}
.MINE	variatie (-s)	{fs} geconstrueerd uit LMINEW vanwege parallel met KL KNP (gen. 7:14)
*MISK	Mesach	{ms} een van de vrienden van Daniel
+MKE	geslagen
.MKE	slag	{fs}, plaag, ongeluk
*MKIR	Machir	{ms} zoon van Manasse, zoon van Ammiel
-MKL	van alle
-MKM	(van)uit jullie	{mp}
*MKMS	Michmas	{ms}
-MKN	(van)uit jullie	{fp}
.MKNE	onderstel (-len)	{fs} (modern: noemer(wiskunde))
.MKR	verkoop	{mS}
.MKR	bekende (-n)	{ms}, 'makker'?
+MKR	bekende
.MKTB	brief (brieven)	{ms} , geschrift
.MKTS	kom (-men)	{ms}, krater
.MKWN	plaats	{S} (*** onzeker
.MLAK	boodschapper (-s)	{ms}, engel
.MLAKE	handwerk (-en)	{o}	// (*** komt meervoud voor, en in welke betekenis?
.MLE	woord (-en)	{ofs}
.MLH	zout	{omS}
.MLH	zeeman (-nen)	{ms}
+MLHI	zoute	(T')
.MLHME	strijd (oorlogen)	, oorlog
.MLK	koning (-en)	{ms}
.MLKE	koningin (-en)	{fs}
*MLKIE	Malchia	{ms}
.MLKWT	koninkrijk (-en)	{of}, W vervalt soms?
+MLKWTI	koninklijke
.MLQWS	late regen (-s)	{ms}
.MLWA	volheid	{mS}
-MMHRT	de volgende dag
-MMK	(van)uit jou
.MMLKE	rijk (-en)	{ofs}, koninkrijk; ook als bijv.nw.
-MMNE	(van)uit haar
-MMNI	(van)uit mij
-MMNW	(van)uit hem
-MMNW	(van)uit ons
@MMOL	boven	(T''P)
*MMRA	Mamre	{ms}
.MMSLE	regering (-)	{fs}
@MMWL	tegenover	(T''P)
@MN	vanuit	als voorvoegsel: M
.MN	manna	{oS}
@MNCD	op een afstand	(T''P), daar tegenover, van verre
.MNCN	muzikant (-en)	{ms}
.MNE	rantsoen (-en)	{ofs}
.MNHE	geschenk (-en)	{o}, meeloffer, middaggebed
-MNI	van mij	(samentrekking van MI-NI)
.MNRE	armatuur (...turen)	, kandelaar, Menora (Menerè?); M-NR-E = uit haar licht
*MNSE	Manasse	{ms}
.MNßH	dirigent (-en)	, overwinnaar
.MOCL	kring (-en)	{ms}
.MOI	ingewanden van	{pc}
.MOIL	mantel (-s)	{ms}, soms MOL (in MOLW)
.MOIM	ingewanden	{p}
*MOKE	Maächa	{fS}
@MOL	boven
@MOL	van af
.MOLE	hoogte (-s)	, opgang
.MOLL	daad (daden)
@MOM	bij vandaan
.MONE	antwoord (-en)	{oms}
-MORB	west
.MORE	grot (-ten)	{fs}, SV: spelonk
.MORKE	orde (-n)	{fs}, SV: rij, toerichting
.MOS	daad (daden)
*MOSE	Mozes	{ms}
.MOSE	handeling (-en)	{ms}
.MOSR	tiende (-n)	{ms}
.MOWZ	vesting	{oms}, bolwerk, sterkte
.MOÐ	een beetje
*MPIBST	Mefiboseth	{ms} zoon van Jonathan
.MPTN	drempel (-s)	{ms}
-MPW	van hier	, (aan de ene of andere) kant
.MQLÐ	schuilplaats (-en)	{ms}
.MQNE	bezit (-tingen)	{omxs}, aangeschaft vee?
.MQRA	lezen	{omS}, de Bijbel?
.MQRB	nastaande
.MQRE	gebeurtenis	{omS}, toeval, incident
.MQSE	gesmeed metaal	{fS}, gedreven werk, SV: dicht werk; zie QSE (hard)
.MQSE	meloenenveld (-en)	{fs}
.MQWE	waterreservoir (-s)	{o} ook: hoop
.MQWM	plaats (-en)	{mxs} (*** EMQWM = naam van God
.MQWR	bron (-nen)	{ms}, oorsprong, SV: fontein
.MQßT	deel	{ofS}, een beetje
+MR	bittere
*MR	mirre
.MR	heer	{mS}
.MRAE	verschijning (-en)	{mS}, aanblik
.MRCL	spion (-nen)	{ms}
.MRCLT	voeteneinde (-n)	{o} (afko voor achtervoegsel -IW)
.MRCLWT	voeteneinde (-n)	{o}
*MRD	opstand (-en)	{ms}
*MRDKI	Mordechai
.MRHQ	afstand (-en)	{ms}
+MRHQ	verwijderde
.MRI	verzet	{ms}
.MRIDE	opstand (-en)	{fs}
*MRIM	Mirjam	{f}, pas op: ook bitterheden of zoiets
.MRKBE	rijtuig (-en)	{fs}
.MRME	bedrog (-)	{fs}
+MRME	bedrogen
*MRRI	Merari	{ms}
*MRSE	Maresa	{ms} zoon van Lada; plaatsnaam
.MRWM	hoogte (-s)	, top
.MRWMIM	hemel (-en)
.MSA	last (-en)
.MSA	profetie (-ën)
.MSCB	toevluchtsoord (-en)	{o}
*MSE	Mozes	{ms}
.MSHE	zalf (zalven)
.MSHIT	vernieler (-s)
.MSIH	Messias (-sen)	mog. '(hij die) met kracht spreekt'
.MSKIL	ontwikkeld mens	(twijfelachtig of deze betekenis bedoeld wordt)
+MSKIL	verlichte	(twijfelachtig of deze betekenis bedoeld wordt)
.MSKB	bed (-den)	{ms}
.MSKN	residentie (-s)	, woonplaats, tabernakel
.MSL	heerser (-s)	{ms}
.MSL	voorbeeld (-en)	{ms}, gelijkenis, fabel
*MSLM	Mesullam	{m}
-MSM	van daar
.MSMRT	bewaring	{S} (SV), SV: wacht; bewaking
+MSNI	ondergeschikte
+MSNI	van beide
.MSON	steun (-en)	{ms}
.MSONT	steun (-en)	{fs}, leuning
.MSPHE	familie (-s)	{fs}
.MSPÐ	rechtsregel (-s)	, gerecht
.MSQL	gewicht (-en)	{oms}
.MSRR	zanger (-s)	{ms} enkel in meervoud; vertaling gevonden in SV
.MSTE	banket (-ten)	{o}, drinkgelag, gastmaal
.MSWS	vreugde	{mS}, ook: (het) betasten (modern?)
+MSZR	gevlochten
+MT	dode
.MT	dood
@MTHT	onder vandaan
-MTI	wanneer?
.MTN	lenden (-en)	{ms}
.MTN	gave (-n)	{ms}
.MTNE	geschenk (-en)	{fs}
+MTWQ	zoete
*MTWSAL	Methusaël	{ms} zoon van Mechujael
*MTWSLH	Methusalach	{ms} zoon van Henoch
*MWAB	Moab	{ms}
.MWABIE	Moabitische
+MWBA	gebrachte
+MWKE	geslagen
+MWKIH	terechtwijzende
@MWL	tegenover
.MWLD	geboorte (-s)	, nieuwe maan
.MWLDT	vaderland (-en)	{o}
.MWM	gebrek (-en)	{oms}, afwijzing
.MWOD	afspraak (afspraken)	ontmoeting, feestdag, vast tijdstip, plaats v samenkomst, gewaarschuwd, gericht
.MWPT	wonderteken (-en)	{ms}
.MWQS	valstrik (-ken)	{ms}
*MWR	mirre
.MWRA	vrees	{mS}
.MWRE	leraar (-s)	{ms}
.MWRE	opstandige (-n)	{ms}
.MWRSE	erfdeel (...delen)	{ofs}
.MWSB	zetel (-s)
.MWSBE	nederzetting (-en)	{fs}
.MWT	dood (doden)
.MWTN	lenden (-en)	{ms}
.MWXD	fundament (-en)	{ms}, SV (ook): grondlegging
.MWXDWT	fundamenten	{mp}
.MWXLM	moslim (-s)	{ms}(modern)
.MWXR	zedeles (-sen)	, moraal, ethiek
.MWß	kaf	{omS}
+MWßQ	gegoten	, modern(?): stevig, hecht
.MX	belasting (-en)
.MXCD	moskee (-ën)	{ms}(modern)
-MXIM	zeker
.MXK	scherm (-en)	{o}
+MXKN	armoedige
.MXKNWT	ellende	{fp} SV: ORI MXKNWT = schatsteden
-MXBIB	van rondom	(van het voorzetsel XBIB, rondom (heen))
.MXO	tocht (-en)	{ms}, mars
.MXPD	rouwklacht (-en)
.MXPR	getal (-en)	{o}, aantal
+MXTR	verborgen
.MZBH	altaar (-s)	{o}
.MZMWR	lied (-eren)	{o}
.MZBH	altaar (...taren)	{mxs}
.MZRQ	offerschaal (...schalen)	{mxs} SV: sprengbekken; enkv. komt alleen voor in Numeri 7, in een aantal identieke verzen
-MZE	hiervandaan
.MZKIR	sekretaris (-sen)	{ms} SV: kanselier
.MZRH	Oosten	{omS}
.MZWZE	deurpost (-en)	{fs}
+MßB	opgestelde
.MßBE	monument	{fs}, grafsteen, SV: gedenksteen
.MßD	vesting (-en)	{ms} (klein)
.MßDE	fort (-en)	{fs}, vesting
.MßE	matze (-s)	, ongezuurd brood
.MßIL	redder (-s)	{ms}
.MßNPT	muts (-en)	{fs}
.MßPE	uitkijkpunt (-en)	{mxs}
+MßPE	tegemoetziende
+MßPE	bedekte
*MßPE	Mizpa	dal bij Gilead
.MßRI	Egyptenaar (-s)	{ms}
*MßRIM	Egypte	{ms}
.MßRO	melaatse (-n)	{ms}
+MßRO	melaatse
.MßWE	voorschrift (-en)	{of}
.MßWR	belegering (-en)
.MßWT	voorschrift (-en)	{-of}, vorm van MßWE, t.b.v. MßWTIW
.MßWWE	voorschrift (-en)	{of}
.MÐE	stam (-men)
.MÐPHT	doek (-en)	{fs}, sluier
.MÐR	regen (-s)	{ms}
+NÐWI	uitgestrekte	, gebogen, scheef
-NA	toch
+NAE	lieflijke	, knap, mooi
+NAMN	loyale	, trouwe
+NAWE	lieflijke	, knap, mooi; NAWT 'het mooie van...' ?
+NAWT	passende	, geschikt
.NAßE	smaad	/(***bestaat hier een meervoud van?
.NBAIM	profeten	{mp} zie NBIA (mv NBIAIM)
+NBHR	geselecteerde	SV: uitgelezen(er)
.NBIA	profeet (...feten)	{ms}
*NBKDNAßR	Nebukadnezar	{ms}
*NBKDNßR	Nebukadnezar	{ms}
.NBL	harp (-en)	{ms}
.NBL	schurk (-en)	, schoft
*NBL	Nabal	eerste (?) man van Abigail
.NBLE	kadaver (-s)	{ofs}, gemene streek
*NBW	Nebo	naam ve berg, plaats, persoon; achtervoegsel in Samgar-Nebo
*NBWKDNAßR	Nebukadnezar	{ms}
*NBWKDNßR	Nebukadnezar	{ms}
*NBWKDRAßR	Nebukadrezar	{ms}
+NBWN	verstandige
*NBWT	Naboth	{ms}	"de Jizreeliet", 1 Kon. 21:3
*NBWZRADN	Nebuzaradan	{ms}
.NBÐ	kiem (-en)	, loot
*NBÐ	Nebat	een Efrathiet van Zereda
.NCB	Zuiden	{oS}
.NCE	schijn	{mS}, glans, morgenster (= Venus)?
*NCE	Nogah	{mS} zoon van David
@NCD	tegenover	(M''I), tegen, anti
-NCDE	tegenover haar	{3fs}
-NCDI	tegenover mij	{1s}
-NCDK	tegenover jou	{2s}
-NCDKM	tegenover jullie	{2mp}
-NCDW	tegenover hem	{3ms}
.NCID	leider (-s)	, vorst (bijbels), president
.NCN	muzikant (-en)	{ms}
.NCO	plaag (plagen)	{ms}
*NCW	Nego	{ms} als in Abed-Nego
+ND	dolende	, verwant met #NWD (schommelen, [heen en weer] bewegen, zwerven)
.NDE	afzondering	{fS}, menstuatie
+NDE	afgezonderde
+NDH	verstotene
+NDIB	vrijgevige
.NDIB	weldoener (-s)	{ms}
.NDR	gelofte (-n)	{ms}
.NER	rivier (-en)	{ms}
.NERWT	rivieren	{mp} meervoudsvorm naast NERIM
+NH	rustende
*NH	Noach	{ms}
.NHL	wadi (-'s)	{ms}
.NHLE	erfgoed (-eren)	{o}
+NHMD	leuke	, lieve
.NHS	slang (-en)
.NHST	koper	{o}
*NHWR	Nahor	{ms}
.NIHWH	aangenaamheid (...heden)	{ms}, welriekendheid
+NIHH	aangename	(*** = NIHWH?
*NINWE	Ninevé
.NIR	licht	{mS}	(SV, mv. onbekend)
.NIR	bouwland	{S}	(*** zeldzaam in deze betekenis; SV: braakland, zelfs ww. braak laten liggen)
+NISA	verheven
-NIßB	opgesteld
.NIßB	heft (-en)	{ms} (v.e. mes)
+NKBD	belangrijke	, geëerd
.NKR	vreemde land (-en)	{o}, vreemdheid
.NKRI	vreemdeling (-en)	{ms}
+NKRI	vreemde
@NKH	tegenover	, met 't oog op
@NWKH	tegenover	, met 't oog op
+NKWN	juiste
+NKWN	blijvende	, vast en zeker, eig.: juist, bereid (tot)
*NMSI	Nimsi	{ms}
+NOIM	aangename
.NOIME	melodie (...dieën)	{fs} zie NOIM aangenaam
.NOIMWT	aangenaamheid	{fS}
.NOL	schoen (-en)
.NOM	aangenaamheid (...heden)	{ms}
*NOMI	Naomi	{fs}
*NOMN	Naaman	{ms} de Syrier
.NOMTI	Naamathiet	{ms}
.NOR	jeugd (jeugd)
.NOR	jonge (-n)	(jongen of meisje)
.NORE	meisje (-s)	{o}
.NORIM	jongens	{mp}
.NOWRIM	jeugd	{mp}
+NPLA	wonderbaarlijke	, prachtig
.NPLAWT	wonderen	{fp}
-NPLAWTIW	wonderen (...) hem	{fp} (*** vreemde verbuiging van .NPLAWT
.NPS	ziel (-en)	{fs}
*NPTLI	Nafthali	{ms}
.NQBE	vrouw (-en)	{fs}
+NQD	gestippelde
.NQDE	punt (-en)	{fos}
+NQI	schone	, rein
.NQIWN	zindelijkheid	, reinheid (z.nw. van NQI, schoon, rein)
.NQM	wraak	{ms}
.NQME	wraak	{fs}
.NQMNWT	wraaklust	{fs}
.NQWDE	punt (-en)	{fos}
.NR	licht (-en)	{omxs}
*NRIE	Nerija	{ms} zoon van Machseja
.NS	vrouw (-en)	{-fxs}
+NSA	verheven
.NSAR	geblevene (-n)	{ms}, achtergeblevene (van ww NSAR)
.NSAIM	dragers	{mp}
+NSCB	hoge
.NSIA	vorst (-en)	, president
.NSK	woekerrente	{mS}
.NSME	ziel (-en)	{fs}
.NSP	schemer	{mS}, wb: avondfeest; verwant aan uitademen (na dag werken?), maar sommige teksten suggereren juist de ochtendschemer
.NSR	gier (-en)	{ms} (volgens het woordenboek is arend fout)
.NTIB	baan (banen)	{mxs}, pad, rijbaan (gebaande weg)
.NTIN	onderdaan (...danen)	{ms}, staatsburger
*NTNAL	Nataneël	{ms} zoon van Zuar
*NTNIE	Nathanja	{m}
#NTTE	zet	{2p} (geb. w. mv)
.NTQ	afbraak	{mS} (geconstrueerd uit ww NTQ)
+NTWN	geschonken	, kado
+NTWN	geplaatste
.NWE	woonplaats (-en)	{ms}
.NWE	weide (-n)	{ms}
#NWKL	(wij) zullen kunnen	{1p} variatie op NKL (dat niet voorkomt)
*NWN	Nun	{ms}
+NWRA	ontzagwekkende	, verschrikkelijk
+NWTR	overgebleven
.NWTR	overgeblevene (n)	{m}
.NX	teken (-s)	{o} eig. vaandel, banier, wonder
.NXK	uitgieting (-en)	{ms}, plengoffer
.NZIR	monnik (-en)	{ms}, SV: Nazireeër
.NZM	neusring (-en)	{ms} (Ez. 16:12), SV: voorhoofdsieraad, bagge
#NZRW	(zij) zich vervreemd	(nif' van niet-gevonden 'ZRR')
.NZR	kroon (kronen)
.Nß	havik (-en)	{ms} ook overdrachtelijk: eig. sperwer
-NßB	opgesteld
.NßB	heft	{ms} (v.e. mes)
+NßB	opgestelde
.NßH	overwinning (-en)	woordenboek: glans, heerlijkheid, eeuwigheid; maar verwant met NIßH overwinnen
-NßH	definitief
+NÐWI	uitgestrekte	, scheef, krom
.OB	wolk (-en)	{fs}
.OB	wolk (-en)	{ms}
.OBD	slaaf (slaven)
*OBD	Obed	{ms} zoon van Boaz, onderdeel van de naam Abed-Nego
.OBDE	feit (-en)	{o}
.OBDE	werk (-en)	{o} (variatie op OBWDE)
*OBDIEW	Obadja	{ms} 'de hofmeester'
.OBR	kant (-en)	, zijde
.OBRI	Hebreeër (-s)
.OBRIT	Hebreeuwse vrouwen	{fp}
#OBRIM	voorbijgaan	{mp}(*** OWBRIM komt nooit voor, de W voor de B valt weg
.OBWDE	werk (-en)	{o}
.OCIL	oorring (-en)	{ms}
.OCL	stierkalf (stierkalveren)	{oms}
.OCLE	koekalf (koekalveren)	{ofs}
*OCLWN	Eglon	stadstaat
*OCLWN	Eglon	{ms} koning van de Moabieten
@OD	tot	(tot aan)
.OD	getuige (-n)	{ms}
.ODE	getuige (-n)	{fs}
*EDDOZR	Hadad-ezer	{ms}
.ODE	groep (-en)	{fs}, gemeente, bevolkingsgroep
@ODI	tot aan
.ODI	sieraad (-en)	{o}
*ODLM	Adullam	stad
.ODR	kudde (-n)	{ms}
.ODWT	getuigenis	{ofS}
*OIBL	Ebal	'de berg' (heuvel)
*OILM	Elam	{ms}
.OIN	oog (ogen)	{fxs}
.OIN	bron (-nen)	{fs}
+OIP	vermoeide
.OIPE	vermoeidheid (-)	{fs} mbt land: dorstig; t/o dageraad: duisternis?
*OIPE	Efe	{ms} zoon van Midian en Ketura
.OIR	stad	{fxS}; mv ORIM
.OIR	jonge ezel (-s)	{ms}
*OIRA	Ira	{ms} 'de Jairiet', zoon van Ikes, 'de Jethriet', 'de Thekoiet'
*OIRD	Hirad	{ms} zoon van Henoch
.OIÐ	arend (-en)	{ms}, adelaar
*OIÐM	Etam	{ms} "XLO OIÐM": "rots Etam"; vader van Jizreel e.a.; een dorp (ook: Etham)
*OKBWR	Achbor	{ms} zoon van Michaja (e.a.)
*OKN	Achan	{ms} zoon van Charmi
@OL	op
.OL	hoogte (-s)	{ms}
@OLA	boven	{a}
-OLAE	naar boven	{a} (*** constructie
.OLE	blad	{omS}
-OLI	op mij
+OLI	hoge
*OLI	Eli	{ms}
-OLIE	op haar
.OLIE	opgang	{fs}, stijging
.OLIE	zolder	{fs}
-OLIEM	op hen	{mp}
-OLIMW	op hen	{mp}
-OLIEN	op hen	{fp}
-OLIK	op jou
-OLIKM	op jullie	{mp}
-OLIKN	op jullie	{fp}
.OLILE	daad (daden)	{fs}
-OLINW	op ons
-OLIW	op hem
+OLIWN	hoogste	'Eljon
.OLM	eeuwigheid (...heden)	{ms}
.OLME	jonge vrouw (en)	{fs}
#OLT	opgaan	{fp} (*** OWLWT komt niet voor; is OLWT een nevenvorm?
.OLWE	gebladerdte	{omS}
.OLWT	beklimmingen	{fp}
.OLWT	kosten	{fp}
+OLZ	vrolijke
@OM	met
.OM	volk (-eren)	{o}
.OMDIM	staanders	{mp}, zie OMWD
-OMDI	met mij
-OME	met haar
-OMEM	met hen	{mp}
-OMEN	met hen	{fp}
-OMI	met mij
*OMIAL	Ammiël	{ms}
*OMIEWD	Ammihud	{ms} zoon van Ladan; zoon van Omri
*OMINDB	Amminadab	{ms}
*OMISDI	Ammisaddai	{ms}
-OMK	met jou
-OMKM	met jullie	{mp}
-OMKN	met jullie	{fp}
+OML	werkzame
.OML	hard(e) werk (-en)	{o}
*OMLQ	Amelek	{ms}
.OMLQI	Amelekiet
.OMMIA	volkeren	{mpa}
-OMNW	met ons
.OMQ	diepte (-s)	, dal, vlakte, vallei
.OMR	korenschoof (...schoven)
*OMRI	Omri	{ms} koning van Israel, zoon van Imri, vader van Achab
*OMRE	Gomorra	{ms}
*OMRM	Amram	{ms} zoon van Kahath (Kohath)
*OMSA	Amasa	{ms} zoon van Jether (Jethra) de Ismaeliet en Abigail van Nahas
-OMW	met hem
.OMWD	staander (-s)	, paal, zuil, pilaar, pagina
*OMWN	Ammon	{ms}
*OMWX	Amos	{ms}
.ONB	druif (druiven)	{ms}
.ONBE	bes (-sen)	{fs}
+ONI	arme
.ONI	armoede	{mS}
.ONIIM	armen	{mp}
.ONN	wolk (-en)
.ONNE	donkere wolk (-en)
.ONP	tak (-ken)	{ms}
+ONP	vertakte
.ONQ	reus (reuzen)	{ms} ONQIM: Enakieten
.ONQ	halsketting (-en)	{ms}
*ONT	Anath	(Beth-Anath: oorspr. Kanaänitisch dorp)
*ONTWT	Anathoth	(kleine plaats in Israel)
+ONW	nederige
.ONW	nederige (-n)	{ms}
.ONWE	nederigheid (...heden)	{fs}
.OPR	stof	{oS} (*** is hier een meervoud van, en met welke betekenis?
.OPR	hertje (-s)	{ms} (jong)
.OPRE	jonge ree (-ën)	{fs}
.OPRE	erts	{fS}
*OPRWN	Efron	{ms} de Hethiet; gebergte
.OQB	voetstap (-pen)	{ms}, hiel, hak, spoor
+OQB	kromme	(zie +OQWB)
.OQBE	voetstap (-pen)	{fs}, spoor
+OQRE	onvruchtbare
*OQRWN	Ekron	{ms}
+OQS	eigenzinnige	, koppig
+OQWB	kromme
.OQWB	navolgen	{oms}
+OR	wakkere	, waakzaam
.OR	stad (steden)	{-fxs}, zie OIR: mv ORIM
+ORB	aangename
.ORB	borg	{mS}
.ORB	avond (-en)	{ms}
.ORBE	wildernis (-sen)	, steppe, wilg
+ORBIT	Arabisch	(modern)
*ORD	Harad	stadsstaat "tegen het Zuiden"
.ORIM	steden	{fp}
.ORIß	tiran (-nen)	{ms}
.ORIßWT	tirannie	{fp}
.ORL	onbesnedene (-n)	{ms}
.ORLE	voorhuid (-en)	{fs}, WB (ook): vrucht van jonge vruchtbomen
.ORK	waarde (-n)	{ms}(modern)
.ORP	nek (-ken)	{ms}
*ORPE	Orpa	{fs}
.ORPL	nevel (-en)	{ms}
.ORT	vellen	{p} (mv van OWR)
.ORWE	naaktheid	{fS}
.OSB	planten	{mS}, gras, kruid, onkruid
*OSEAL	Asahel	{ms} broer van Joab
+OSIR	rijke
+OSIRI	tiende
.OSIRWT	rijkdom (-men)	{fs}
.OSQ	afzetterij (-en)	{ms}
.OSR	rijkdom (-men)	{ms}
%OSR	tien	{f}
%OSRE	tien	{mp}
%OSRIM	twintig	{mp}
.OSRT	tiental (-len)	{f}
.OSRNIM	tienden	{mp}
.OSTI	opvolging van	{c} //(*** ivm ww OSE, niet in woordenboek; OSTI OSRE = 11
*OSW	Ezau	{ms}
.OSWR	decennium (...nia)	{o}
#OSWT	te doen	nevenvorm? van #LOSWT, niet? van .MOSWT (daden)
.OT	tijd (-en)
.OTDIM	bokken	{mp} enkelvoud komt niet voor; ev. en mv. niet in woordenboek
-OTE	nu
.OTID	toekomst	{S} (*** is hier een meervoud van, en in welke betekenis?
*OTLIEW	Athalia	{fs} dochter van Omri
*OTNIAL	Otniël	{ms} zoon van Kenaz
+OTQ	enorme
.OTWDIM	bokken	{mp} (SV), zie OTDIM
*OWBD	Obed	{ms} zoon van Boaz
*OWC	Og	(Koning van Basan)
.OWCB	orgel (-s)	{o}
.OWCE	koek (-en)	{fs}
-OWD	nog (eens)
-OWDE	zij (...) nog
-OWDI	ik (...) nog
-OWDK	jij (...) nog
-OWDNE	zij (...) nog
-OWDNI	ik (...) nog
-OWDNW	hij (...) nog
-OWDNW	zij (...) nog
+OWIN	vijandige
.OWINWT	vijandigheid (...heden)
.OWL	onrecht	{ms}
.OWL	juk (-ken)	{ms}, last
.OWLL	kindje (kindertjes)	{oms}
.OWLM	eeuwigheid (...heden)
.OWLM	wereld (-en)
+OWN	vijandige	(niet uit woordenboek)
.OWN	misdaad (misdaden)	{fs} (uit SV, wordt vaak als een meervoud vertaald)
.OWNI	armoede	{mS}
.OWP	vogel (-s)	, gevogelte
.OWR	huid (-en)
+OWR	blinde
.OWSR	rijkdom (-men)	{ms}
.OWWL	onrecht	{ms}
*OWß	Uz	{ms}
.OWßME	kracht	{fS}
.OZ	kracht	{mS}, macht, moed
.OZ	geit (-en)	{fxs}
+OZ	sterke	, machtig, hard, fel
*OZA	Uzza	{ms}, Uza
*OZIAL	Uzziël	{ms} zoon van Kehath (Kahath); zoon van Bela; (Izziel) zoon van Isei; (Aziel)
.OZIALI	Uzzieliet (-en)	{ms}
*OZIE	Uzzia	{ms} koning van Juda, vader van Jotham
*OZIEW	Uzzia	{ms}
*OZMWT	Azmaveth	{ms} zoon van Jehoadda; zoon van Jaera; zoon van Adiel
*OZQE	Azeka	plaats in de buurt (?) van Makkeda
.OZR	hulp (-en)	{ms}
*OZRA	Ezra	{ms}
.OZRE	hulp (-en)	{fs}
*OZRIE	Azarja	{ms}
*OZRIEW	Azarja	{ms} zoon van Zadok; zoon van Johanan; zoon van Jahaleel
.Oß	boom (bomen)
+OßB	bedroefde
.OßB	droefheid (...heden)
.OßBWN	pijn (-en)	, verdriet
.OßBWT	droefheid (...heden)	, verdriet
.OßE	advies (...viezen)	{fs}
+OßI	houten
+OßL	luie
.OßM	bot (-ten)	{omxs}, been
.OßM	kern (-en)	{ms}, eig. wezen, 't voornaamste, ding, zaak
.OßME	kracht	{fS}
.OßT	raad (raden)
.OÐRE	kroon (kronen)	{fs}
.PAE	hoek (-en)	(v.e. veld)
*PARN	Paran	(woestijn, of plaats aan de rand daarvan)
.PC	onrijpe vrucht (-en)	{ms} v. vijg; premature baby
*PCOIAL	Pagiël	{ms} zoon van Ochran
.PCR	kadaver (-s)	{o}
*PDEßWR	Pedazur	{ms} iem. uit de stam Manasse
+PDWI	losgekochte
.PE	mond (-en)
-PE	hier
.PH	valstrik (-ken)	{ms}
.PHD	angst (-en)
.PHE	stadhouder (-s)	{mxs}
.PHT	vermindering	{ms}, m.n. van waarde
.PI	mond van	{c} (st. constr.)
.PI	mond (-en)	{-ms}
-PIEW	mond van hem	variatie op PIW (dat ook voorkomt)
.PILCS	bijvrouw (-en)	{fs}, maitresse
*PINHX	Pinehas	{ms} zoon van Eleazar
*PISWN	Pison	één vd rivieren in de Hof van Eden
.PIWT	monden	{p}
.PLA	wonder (-en)	{ms}
+PLAI	wonderlijke
.PLC	splitsing (-en)
.PLCS	bijvrouw (-en)	{fs}, maitresse
.PLH	part (-en)	{ms}
.PLK	spoel (-en)	{ms} SV: spinrok
.PLK	district (-en)	{ms} SV: deel
.PLIÐ	vluchteling (-en)	{ms}
.PLST	Filistea	{S} SV: Palestina
.PLSTI	Filistijn	{mS}
.PLSTIM	Filistijnen	{mp}
-PN	opdat niet
.PNE	hoek (-en)	{fs}
*PNHZ	Pinehas	{ms} zoon van Eli, priester
.PNIM	aanzicht	{omS}
+PNIMI	binnenste	(T')
+PNIMIT	binnenste	{p}
.PNI	aanzicht van	{oc}
.PNI	aanzicht (-en)	{oms-}
*PNNE	Peninna	{fs}
*PNWAL	Pnuel	plaatsnaam
.POL	daad (daden)	{ms}, handeling
.POLE	onderneming (-en)	{fs}, daad, aktie
.POM	keer (keren)
-POMIM	twee keer
*POWR	Peor	(ook en vooral) in samenstellingen: Baal-Peor, Beth-Peor
.PQD	opname (-n)	{ms}, registratie (van tellen, bekijken), vgl. het engelse 'record'
.PQWD	opperbevel	{omS}
.PQWDE	bevel (-en)	{ofxs} (PQWDWT komt niet voor, vandaar)
.PR	stier (-en)
.PRE	koe (-ien)	{fs}
.PRH	bloem (-en)	{ms}
.PRI	vrucht (-en)	{fxS}
.PRK	dwang	(*** is hier een meervoud van, en met welke betekenis?
.PRKT	voorhangsel	{o} vd Ark
.PROE	farao	{ms}
.PROS	vlo (-oien)	{ms}
.PRS	ruiter (-s)	{ms}
.PRWT	vruchten	{fxp}
*PRX	Perzië	{ms}
.PRZI	Fereziet (-en)	{ms} volk uit de tijd van Abram, naast Kanaanieten
.PRZL	ijzer	{oSa}
.PRß	doorbraak (-en)
*PSHWR	Pashur	{ms} zoon van Jeroham; zoon van Immer; zoon van Malchia
.PSO	misdaad (misdaden)
.PSR	betekenis (-sen)	{msa}
+PST	linnen	, van vlas
.PSTE	vlas	{mS}, linnen
-PTAM	plotseling
.PTH	opening (-en)
.PTI	dwaas (dwazen)	{ms}
.PTIL	snoer (-en)	{oms}, lont, (niet bedoeld voor veel kracht)
*PTM	Pitom	stad in Egypte tijdens Mozes
+PTWH	geopende	, znw.: ontwikkeling (modern?)
.PWTR	oplosser (-s)
*PWOE	Pua	{fs} één van de Hebreeuwse vroedvrouwen in Egypte in de tijd van Mozes
*PWÐ	Put	(volk)
.PX	streep (strepen)	{ms} SV: PXIM=veelkleurige
.PXCE	top (-pen)	{fs} EPXCE: Pisga (SV)
.PXH	Pesach	{o} zie ook het ww PXH; EPXH betekent zoiets als 'het overgeslagen zijn'
.PXL	beeldhouwwerk (-en)	{ms}
.PXILIM	afgodsbeelden	{mp} verwant aan .PXL (beeldhouwwerk) en #PXL (afkeuren, houwen)
.PZ	goud	{omS}
.PßO	wond (-en)	{ms}
.PÐR	eerstgeborene (-n)	{ms}
@QBL	tegenover	{a}
.QBL	ontvangst	, ontvangstbewijs
.QBR	graf (graven)	{oms}
.QDIM	Oosten	{oS}
+QDIS	heilige	{a} (off.: QDISA = heilig)
.QDM	voorkant (-en)
-QDM	vroeger
-QDMWEI	(van) voor hem	{a} (SV)
.QDRE	pot (-ten)	{fs}
.QDRWT	duisternis	{fS}
.QDS	heiligheid (...heden)	{ms}
*QDS	Kades	=En-Mispat
.QDSE	tempel-prostituee	{fs}, priesteres?
+QDWS	heilige
.QDWS	heilige (-n)
.QDWS	heiliging
.QEL	menigte (-s)
*QET	Kahath	{ms}
.QETI	Kahathiet (-en)	{ms}
*QIN	Kain	{ms}
.QINI	Keniet (-en)	{ms}, zie QIN (Kain)?
*QINN	Kenan	{ms}
.QIR	muur (muren)	{mxs}, wand
*QIS	Kis	{ms} vader van Saul
*QISWN	Kison	de beek (wadi)
.QIß	zomer (-s)	{mS}
+QIßWN	extreme	(modern)
+QL	vlotte	, licht, gemakkelijk
.QL	klank (-en)	{msa}
.QLLE	vervloeking (-en)	{fs}
.QLO	gordijn (-en)	{ms}
.QLO	slinger (-s)	{ms}, katapult
.QLWN	schande	{mS}
.QMH	meel	{moS}
.QN	nest (-en)	{oms}
.QNAE	jaloezie (-ën)	{fs}
.QNE	buis (buizen)	{ms}
.QNIM	buizen	{mp}
*QNZ	Kenaz	{ms}, zoon van Elifaz; broer van Kaleb
*QOILE	Kehila	{s}
.QORE	schaal (schalen)	{fs}, schotel
.QRB	binnenste (-n)	{o}
.QRBN	offer (-s)	{ms}, slachtoffer (maar niet per se, zie NT)
.QRB	slag (-en)
.QRH	ijs	{omS}
+QRH	kale
*QRH	Korach	{ms}
.QRIE	stad (steden)	{fs}, voorstad
*QRIT	Stad van	{ms} Kirjat (-Arba)
.QRN	hoorn (-en)	{fs}
.QRN	hoorn (-en)	{fxs}
.QRN	straal (stralen)	{fs}
.QRN	straal (stralen)	{fxs}
.QRO	scheur (-en)	{ms}
.QRS	plank (-en)
.QRT	stad	{s}
.QRWB	verwant (-en)	, dichtbij, familie
.QS	stro	{mS}
.QSB	aandacht	{mS}
+QSE	harde	, moeilijk
.QSQSIM	schubben	{mp}
.QSQST	schub	{mS}
.QSR	verband	{mS}, samenzwering
.QST	boog (bogen)
.QW	lijn (-en)
-QWDM	vroeger
.QWL	klank (-en)	{ms}, stem, geluid
.QWME	hoogte (-s)	{fs}, lichaamslengte, etage
.QWMPLQX	complex	{oms}(modern)
.QWRAN	Koran	{mS}(modern)
.QWßR	maaier (-s)
.QXM	tovenarij (-en)
.Qß	eind (-en)	{mso}
.QßE	einde (-n)	{o}
.QßIN	officier (-en)	{ms} (van justitie?)
.QßIR	oogst (-en)
.QßP	woede	{mS}, toorn
.QßP	schuim	{omS}
+QÐN	kleine
.QÐRT	wierook	{S} (*** is hier een meervoud van, en met welke betekenis?
.RAI	spiegel (-s)	{mS}
.RAIIM	spiegels	{mp}
.RAS	hoofd (-en)	{oms}
.RASIT	begin (-nen)	{o}
-RASNE	in de eerste plaats
.RASNIM	eersten	{mp}
+RASWN	eerste
.RASWT	hoofd (-en)	{ms}, leiding
*RAWBN	Ruben	{ms}
.RAWBNI	Rubeniet (-en)	{ms}
.RAWT	zicht	{ofS}
.RB	meerderheid (...heden)	{ms}
+RB	veel	, groot, belangrijk
+RBA	grote	{a}
.RBE	veelheid	{fS} constr. van RBT (veelheid van)
+RBE	grote	{a}
%RBBE	tienduizend
+RBIOI	vierde
+RBO	kwart	vierde deel
.RBOIT	vierde	{oS}, een vierde deel?
*RBQE	Rebekka	{fs}
*RBSQE	Rabsake	knecht van de koning van Assyrië uit de tijd van Hizkia
%RBW	tienduizend
.RBWO	vierkant (-en)	{oms}
.RCL	voet (-en)
.RCO	ogenblik (-ken)	{ms}
+RCOI	vluchtige
.REB	snoeverij (-en)	{ms}, trots, dikdoenerij
.RHB	breedte (-n)	{ms}
.RHBE	plein (-en)	{fs}
*RHBOM	Rehabeam	{ms}
*RHL	Rachel	{fs}
.RHM	baarmoeder (-s)	{ms}
.RHMIM	medelijden	{mp}, barmhartigheid
.RHWB	straat (straten)	{mxs}
+RHWM	barmhartige
.RHWQ	afstand (-en)	{ms}
+RHWQ	verre
.RHQ	afstand (-en)	{ms}
.RIH	geur (-en)
.RIHWT	geuren
.RIME	wormen
.RINE	gezang (-en)	{fs}
+RIQ	lege
.RIQ	leegte (-s)
+RISWN	vorige
.RK	zachtheid (...heden)	{ms}
+RK	zachte
.RKB	wagen (-s)	, bovenste molensteen, voertuig
.RKBIM	Rechabieten	{mp}
.RKIL	kwaadspreker (-s)	{ms}
.RKIL	kwaadsprekerij (-en)	{ms}
.RKL	handelaar (-s)	{ms} afgeleid van #RKL venten; SV: kooplieden
.RME	wormen	{fp}
.RME	niveau (-s)	{o}
*RME	Rama	{S}
.RMIE	bedrog	{fS}
*RMLIEW	Remalia	{s} vader (moeder?) van Pekah
*RMN	Rimmon	{ms} Arameese god uit de tijd van Naaman
.RMS	kruipend gedierte	{omS}
+RMS	kruipende	, vermoedelijk: insecten, spinnen, slakken en dergelijke samen
.RMWN	granaatappel (-s)	{ms}
.RMNIM	granaatappels	{mp}
.RNE	gezang (-en)	{fs}
#RNI	zing!	{2fs}[1_RNN], van #RNNI
.RO	kwaad (kwaden)	{mso} (het) slechte
.RO	vriend (-en)	{ms}
.RO	medemens (-en)	{ms}
.RO	medemens (-en)	{fs} meervoud bestaat ook in vrouwelijke vorm: ROWT (ex. 11:2)
.ROB	honger	{S} (*** is hier een meervoud van, en in welke betekenis?
.ROE	herder (-s)	{ms}
.ROE	kwaad (kwaden)	{ofs} (het) slechte, zie RO
.ROEW	zijn vriend (-en)	, zijn herder?, de ander?
.ROIE	vriendin (-nen)
*ROMXX	Rameses	{ms}
+RONN	frisse	, uitgerust; verwant aan ww opfrissen
.ROS	lawaai	{o}, aardbeving(, siddering)
*ROWAL	Rehuël	{ms} zoon van Ezau en Basmath; een Midianiet, schoonvader van Mozes; zoon van Jibnija
.RPAIM	spoken	{mp}, geesten (alleen in meervoud??)
+RQ	lege
-RQ	slechts	(M''H) (T''P)
.RQIO	uitspansel (-s)	{o}
+RSO	slechte
.RSO	slechtheid (...heden)	{ms}
.RSOE	zonde (-n)	{fs}
.RSOWT	zondigheid (...heden)
.RST	netwerk (-en)	{ofs}, net (om iets mee te vangen)
.RWB	meerderheid (...heden)	{ms}
.RWH	wind (-en)	{fs}, geest
.RWH	wind (-en)	{mxs}
.RWH	geest	{fS}
.RWH	geest	{mxS}
.RWHQ	afstand (-en)	{ms}
.RWK	zachtheid (...heden)
.RWM	hoogte (-s)
*RWT	Ruth	{fs}
.RWZN	vorst (-en)	, graaf
.RZ	geheim (-en)	{oms}
+RZE	magere
*RßIN	Rezin	{ms} koning van Syrie, in de tijd van Pekah, koning van Israel
.RßH	moord (-en)	{ms}
.RßPE	plaveisel (-s)	{ofs}
*RßPE	Rizpa	{fs} dochter van Aja, bijvrouw van koning Saul
.RßWN	wil	{mS}
.SABE	putster (-s)	{fs}, dienstmeisje dat water uit een put haalt
.SALE	vraag (vragen)
*SALTIAL	Sealthiël	{ms} zoon van Assir; vader van Zerubbabel
+SANN	zorgeloze	, vreedzaam
.SAR	rest (-en)
.SARIT	rest (-en)
#SAT	te dragen	, variatie op #LSAT (komt dat ook voor?)
.SAWL	dodenrijk (-en)	, onderwereld
*SAWL	Saul	{ms}
*SBA	Scheba	{s}
#SBA	dat (hij) is gekomen	{3s} (*** waarom de "S" niet verwerkt in Vertaler.java?
.SBI	gevangenschap (-)	{mxs}
+SBIOI	zevende
.SBL	uitloper (-s)	{ms}, SV: aar, takje, vlecht
*SBNA	Sebna	{ms}, 'de schrijver' ('de hofmeester')
*SBNE	Sebna	{ms}, 'de schrijver'
%SBO	zeven	{fs}
%SBOE	zeven	{ms}
%SBOT	zeven	{mp}
%SBOIM	zeventig	{mp}
.SBOWT	weken	{mp}
.SBT	sabbat (-ten)	{fs}
.SBWO	week (weken)	{mxs}
.SBÐ	stam (-men)	, skepter, staf
.SCCE	vergissing (-en)	{fs}
+SCIA	veel	{a}, machtig, verheven
.SD	roof (roven)
.SD	borst (-en)	{ms} (v.e. vrouw)
.SDE	veld (-en)	{omxs}
*SDI	Sjadai	{mS} (een van de namen van God)
*SDIAWR	Sedeur	{ms}
.SDIIM	borsten	{mp}
.SDK	jouw veld	(alleen in Leviticus)
*SDRK	Sadrach	{msa} een van de vrienden van Daniel
.SDWT	velden
.SE	lammetje (-s)	{o}
.SEM	onyx (-en)
.SHD	omkoperij (-en)	{ms}
.SHL	leeuw (-en)	{ms} SV: felle leeuw
.SHQ	wolk (-en)	{ms}
+SHR	zwarte
.SHR	dageraad	{mS}
.SHR	betekenis (-sen)	{mS}
.SHT	kuil (-en)
.SIBE	ouderdom	{fS}
.SILWM	vergoeding (-en)
.SIR	lied (-eren)	{o}, gedicht, vers
.SIT	doorn (-en)	{ms} distel in 'doornen en distels' (SMIR WSIT)
.SKIR	loonarbeider (-s)	{ms}, huurling
.SKL	verstand	{oS} (*** is hier een meervoud van?
.SKM	schouder (-s)
*SKM	Sichem
.SKN	buurman (-nen)
.SKNE	buurvrouw (-en)
.SKR	beloning (-en)	{ms}, loon, huur
.SKWL	verlies van kinderen	{omS}
+SKWL	van kinderen beroofde
@SL	van
.SLC	sneeuw	{mS}
*SLE	Sela	{ms}, Silo (plaatsnaam)
.SLH	wapen (-s)	{ms}, SV: zwaard
.SLHN	tafel (-s)	{mxs}
#SLHNI	(hij) mij gezonden	{3ms} ex. 3:14,15
.SLIH	afgezant (-en)	{msa}
+SLISI	derde
.SLIÐ	heerser (-s)	{ms}
.SLSIT	derde	{oS}, een derde deel
.SLL	buit (-en)
+SLM	gehele	, volledig
*SLME	Salomo	{ms}
.SLMIM	vergoedingen	{mp} (niet in wb; verwant met SLWM vrede, SLM volledig, betalen)
*SLMIT	Selomith	{fS}
.SLP	stoppelveld	{mS}
%SLS	drie	(f)
%SLSE	drie	{m}
%SLWSE	drie	{m}
+SLSI	derde
%SLSIM	dertig	{mp}
-SLSM	eergisteren	(T''P)
.SLST	drie van	{c} st. constr.
-SLSWM	eergisteren	(T''P)
.SLW	kwartel (-s)	{ms}
+SLW	kalme	, rustig, zorgeloos
.SLWM	vrede (-s)
.SLWM	vergoeding (-en)
%SLWS	drie
-SM	daar
.SM	naam (namen)
*SM	Sem	{ms} zoon van Noach
+SMALI	linkse
.SMALIT	linkerhand	{mS}, ook overdrachtelijk
.SMAWL	linkerhand	{mS}, zie SMAL (links) dat net zo klinkt als je A als aa uitspreekt, vanwege de L die erop volgt
-SME	daarnaar (-s)
.SME	haar naam
.SMHE	vreugde (-s)
.SMHWT	vreugde (-s)
.SMIA	de hemel	{a}
.SMIM	hemel (-en)	{mS}
+SMINI	achtste
.SMIR	doorn (-en)	{ms}; amaryl (gesteente)?
*SMIR	Samir	{ms} nakomeling van Micha; gebergte?
.SMLE	jurk (-en)	{fs}
*SMLE	Samla	'van Masreka', koning
.SMME	wildernis (-sen)
.SMN	olie	{S} (*** hier is geen meervoud van
%SMNE	acht	{sm} (m+f)
%SMNIM	tachtig	{mp}
.SMO	nieuws (-berichten)	{o}, roep, tijding, gerucht
*SMOIEW	Semaja	{ms} de "man Gods", "de Nechelamiet"
*SMOWN	Simeon	{ms}
*SMRWN	Samaria	{ms}
.SMS	zon (dienaars)	, dienaar
*SMSWN	Simson	{ms}
.SMW	zijn naam (zijn namen)
*SMWAL	Samuël	{ms}
%SMWNE	acht	{ms}
%SMNT	acht	{fp}
%SMWNIM	tachtig	{mp}
.SMWT	namen
.SN	tand	{fxS} mv. SNIIM
.SNE	jaar (jaren)	{ofs}
.SNE	jaar (jaren)	{ofxs}
.SNE	slaap	{fS}
+SNI	tweede	, SNI OSR = 12
.SNIEM	die twee	, die beiden
.SNIIM	tanden	{fp}
%SNIM	twee	{mp} , honderd?
-SNIT	ten tweede
+SNMIT	Sunamitische
*SNOR	Sinear	, Babel en omstreken
.SNTIM	twee jaren	{mp} (dualis)
.SOIR	bok (-ken)
+SOIR	harige
.SOLIM	vossen	{mp}
.SOR	poort (-en)	, ingang
.SPE	oever (-s)	{fs}, rand, kant, kust, strand
.SPE	lip (-pen)	{fs}
.SPE	taal (talen)	{fs}
.SPHE	slavin (-nen)	, dienstmaagd
.SPI	kale heuvel (-s)	{ms} SV: hoge plaats
.SPK	monding (-en)	{ms} v.e. rivier
+SPL	lage	, gemeen (modern?)
.SPLE	laagland	{ofS}
.SPN	klipdas (-sen)
*SPN	Safan	{m}
.SPR	schoonheid (...heden)	{ms}
*SPR	Safer	{} gebergte bij Harada
.SPR	ramshoorn (-s)	{mxs} zie SWPR
*SPRE	Sifra	{fs} één van de Hebreeuwse vroedvrouwen in Egypte in de tijd van Mozes
.SPT	lip (-pen)	{fxs-}
.SPÐ	rechter (-s)	{ms}
.SQ	zak (-ken)	{ms}
.SQD	amandel (-en)	{ms}
.SQL	munt (-en)
.SQR	leugen (-s)
.SQWß	afgod (-en)	{ms}, lett. iets afkeurenswaardigs
.SQÐ	stilte (-s)	{ms}
+SQÐ	stille
.SR	aanvoerder (-s)
*SRE	Sara	{fs}
*SRI	Sarai	{fs}
.SRID	overlevende (-n)	{ms}
.SRID	overblijfsel	{moS}
*SRIE	Seraja	{ms} hoofdpriester in 2 Koningen 25
.SRP	engel (-en)	{ms}(seraf), verwant met ww SRP (verbranden)?
.SRS	wortel (-s)	{ms}
.SRT	dienst (-en)	{ms}
*SRWC	Serug	{ms} zoon van Rehu
%SS	zes
%SSE	zes	{m}
+SSI	zesde
%SSIM	zestig	{p}
%SST	zes	{p}
*ST	Set
.STI	schering	{mS}, lengtedraad
%STI	twee
%STIM	twee	{mp}
-STWL	geplant
.SWA	(het) niets	{o}
.SWB	terugkeren	{omS} constr. op basis van ww. SWB; 'bekering' (in +/- zin)
*SWBL	Sobal	{ms} koning van de Horieten; zoon van Kaleb
.SWD	roof (roven)	{ms}
+SWE	gelijke	
.SWHD	omkoperij (-en)	{ms}
.SWHI	Suhiet	{ms}
+SWNMIT	Sunamitische
.SWOL	vos (-sen)	{ms}
.SWPR	ramshoorn (-s)	{mxs}
.SWQ	onderbeen	{fS}
.SWQIIM	onderbenen	{fp}
.SWR	os (-sen)
*SWR	Sur
.SWRS	wortel (-s)	{ms}
*SWSN	Susan	{ms}
.SWSN	lelie (leliën)	{ms}
.SWSNE	roos (rozen)	{fxs}, lelie (off.)
.SWÐ	zweep (zwepen)	{ms}
+SWÐP	vloeiende	(ook overdrachtelijk)
.SÐIM	acacia's	{fp} SÐE = acacia
.SÐN	satan
.SÐR	politieman (politie)	{ms} NBV: griffier; SV: ambtsman
.TA	cel (-len)	{ms}
.TANE	vijg (-en)	{fxs}, vijgenboom
.TAWE	begeerte (-s)	{fs}
.TBE	kist	{fs}
.TBL	wereld (-en)
.TBN	haksel	{omS}, gehakt stro
.TBNIT	model (-len)	{fs} off.: vorm, mal, patroon
.TBWAE	opbrengst (-en)	{fs}, koren, graan
.TBWNE	wijsheid (...heden)	{fs}
*TBWR	Thabor	{} berg in Kanaan
.TEILE	lof(lied) (lofliederen)
.TELE	lof(lied) (lofliederen)
.TEPKWT	verkeerde dingen	{fp} afgeleid van EPK (omkeren)
.TEW	verlatenheid (...heden)	{ms}, chaos
+TEW	verlaten
.TEWM	afgrond (-en)
.THLE	begin	{ofS}
.THNE	smeekbede (-n)	{fs}
*THPNX	Tachpenes	{ms}
#THRS	(jij) zult ploegen	{2sm} alt. vorm van THRWS?
@THT	in de plaats van	, onder
-THTI	in de plaats van mij
+THTI	onderste
-THTIE	in de plaats van haar	{fs}
-THTIEM	in de plaats van hen	{mp}
-THTIEN	in de plaats van hen	{fp}
-THTIK	in de plaats van jou
-THTIKM	in de plaats van jullie	{mp}
-THTIKN	in de plaats van jullie	{fp}
-THTINW	in de plaats van ons
.THTIT	bodem (-s)	{fs}
-THTIW	in de plaats van hem	{ms}
-THTM	in de plaats van hen	{mp}
.TIBE	kist	{fs}
.TIMN	Zuiden	{oS}
*TIMN	Jemen	{ms}
.TIMNI	Themaniet	{ms}, Jemeniet? zie TIMN
#TIRA	(je) zult vrezen	{2s}
#TIRA	(zij) zal vrezen	{3fs}
.TIRWS	most	{mS}
.TKLT	lichtblauwe kleur	{S} (*** hier is geen meervoud van
#TKRT	(jij) zult uitgeroeid worden	{2sm} variatie van TIKRT (dat niet voorkomt)
#TKRT	(zij) zal uitgeroeid worden	{3sf} variatie van TIKRT (dat niet voorkomt)
.TLDWT	nakomelingen	{fp}
.TLDWT	geschiedenis	{fp}
.TLM	vore (-n)	{ms}
*TLMI	Thalmai	{ms} zoon van Enak; zoon van Ammihur, koning van Gesur
+TM	onschuldige	eig: onnozel, simpel, rechtschapen
.TM	onschuld	{mS} (zie TWM)
.TM	volledigheid	{mS} (zie TWM)
+TME	verbaasde
.TME	verbazing	{mS}
-TMID	altijd
+TMIM	volledige	, geheel, onschuldig, naïef; SV: vlekkeloos
+TMIMM	volledige (mv)	meestal in plaats van TMIMIM
*TMNE	Timna
-TMNTE	naar Timna	// -TE schijnt te wijzen op znw ipv eigennaam
.TMR	dadel (-s)	{ms}
.TMR	dadelpalm (-en)	{ms}
*TMR	Thamar	{fs}
-TMWL	gisteren	(T''P)
.TMWNE	afbeelding (-en)
.TMWR	tegenprestatie (-s)	{ms}, verandering
-TN	geef!
.TN	jakhals (...lzen)	{ms}
.TNIN	krokodil (-len)
#TNTN	(zij) zal gegeven worden	{3sf}, alt. voor TINTN (dat niet voorkomt)
.TNWPE	opwaartse zwaai (-en)	{fs}, vaart
.TPARE	glans	{fS}, glorie
.TPART	glans	{fp}, glorie
+TPL	zoutloze	, flauw
.TPLE	gebed (-en)	{fs}
.TQWE	hoop
*TQWO	Tekoa	{ms}
.TR	tortelduif (...duiven)	{ms}
.TRBIT	overwinst	{fS} (SV) WB: het uitbroeden
.TRDME	diepe slaap	{fS}
*TRH	Terach	{ms} zoon van Nahor, vader van Abram
*TRSIS	Tharsis	{ms}
.TRWT	tortelduiven	{fp}
.TRWME	bijdrage (-n)	, gift
.TRWOE	gejubel	{foS}
*TRßE	Thirza	{fs} dochter van Zelafead; stad, residentie van koning Ahia e.a.
.TSBI	Thisbiet (-en)	{ms} zie Elia
+TSIOI	negende
%TSO	negen	{fs}
%TSOE	negen	{ms}
%TSOIM	negentig	{mp}
.TSWQE	begeerte (-s)
#TT	te geven	(vermoedelijke variatie van LTT, vorm van NTN)
#TTAW	(jullie) zullen begeren	{2p} mogelijk samentrekking van #TTABW anders verbuiging van een verder niet bekend ww TAE
.TWDE	dank	{fS}
.TWK	midden (-s)	{o}, binnenste
.TWKHE	terechtwijzing (-en)	{fs}, kritiek
#TWKL	je zult kunnen	{2s} vgl. #TKL, vorm van IKL
.TWLDE	gevolg (-en)	{ofs}	, resultaat; SV: geboorte
.TWLDT	geschiedenis (-sen)	, afstammelingen
.TWLO	worm (-en)	{ms}
*TWLO	Tola	{ms} zoon van Issaschar, ook Thola
.TWLOE	worm (-en)	{fs}
.TWM	onschuld	{mS} (zie TWM)
.TWME	onschuld	{fS}
.TWME	geliefde	{fS}
.TWM	volledigheid	{mS} (zie TM)
.TWOBE	gruwel (-en)	{fs}, afschuw
.TWOBWT	gruwelijkheid (...heden)	{fs} SV: gruwelen
.TWRE	Wetboek (-en)	{o}
.TWSB	inwoner (-s)	{ms}	SV: bijwoner
.TWSBT	inwoonster (-s)	{fs}
#TXTR	(jij) zult bestrijden	{2sm}[1_XTR] (variant op TXTWR, dat niet voorkomt); SV: verberg!
.TZNWT	hoererij (-en)	{fxs} (*** aanname, zie ZNWT
.TßAE	uitloper	{fs} (*** constructie uit TßAWT en TßATIW
#WAQßP	en (ik) werd boos	{1s} andere vorm van WAQßWP
#WARA	en (ik) zag 	{1s} alt. voor #WARAE
-WAWLM	daarentegen	lett. 'en maar', ook zoiets als 'voorzeker'
#WEKRTI	en (ik) zal vernietigen	{1s} (juiste?) vorm van WEKRTTI
#WIBRKEW	en (hij) zegende (...) hem	{3ms}
#WICD	en (hij) werd verteld	{3ms}
#WICP	en (hij) sloeg 	{3sm}[1_NCP]
#WICP	en (hij) zal slaan	{3sm}[1_NCP]
#WIKNO	en (hij) werd vernederd	{3sm}[2_NKNO]
#WIKNO	en (hij) zal vernederd worden	{3sm}[2_NKNO]
#WIKNOW	en (zij) werden vernederd	{3p}[2_NKNO]
#WIKNOW	en (zij) zullen vernederd worden	{3p}[2_NKNO]
#WIMTW	en (zij) stierven	{3mp} (Ruth 1:5)
#WINXW	en (zij) vluchtten	{3mp} (onr. vorm van ww. NWX)
#WIPL	en (hij) liet vallen	{3ms}
#WIWSO	en (hij) redde 	{3ms}[5_EWSIO] alt. voor #WIWSIO (dat niet voorkomt)
#WIXB	en (hij) wendde zich af	{3ms} (onr. vorm van ww. NXB; reg.: WIIXB)
#WIXO	en (hij) reisde 	{3ms} (*** #WIXWO is een verkeerde vorm
#WIWßA	en (hij) bracht naar buiten	{3ms}
#WIZRQ	en (hij) gooide 	{3sm}[1_ZRQ]
#WIZRQ	en (hij) zal gooien	{3sm}[1_ZRQ]
#WIßL	en (hij) redde 	{3ms}[5_EßIL] alt. voor #WIßIL (dat niet voorkomt)
#WIßIAW	en (zij) haalden tevoorschijn	{3p}[5_EWßIA]
#WIßIAW	en (zij) zullen tevoorschijn halen	{3p}[5_EWßIA]
#WIÐ	en (hij) neeg	{3ms} van ww. NÐE
-WLA	noch	(= en niet)
.WSM	en naam [van]	vgl. ww SIM
#WTCD	en (zij) vertelde 	{3sf} (variatie op WTCID)
#WTER	en (zij) werd zwanger	{3fs} (variatie op WTERE)
#WTKNO	en (zij) werd vernederd	{3sf}[2_NKNO]
#WTKNO	en (zij) zal vernederd worden	{3sf}[2_NKNO]
#WTPL	en (zij) viel	{3fs}, vorm van WTPWL (dat niet voorkomt)
#WTSQÐ	en (jij) was stil	{2sm}[1_SQÐ]
#WTSQÐ	en (jij) zult stil zijn	{2sm}[1_SQÐ]
#WTSQÐ	en (zij) was stil	{3sf}[1_SQÐ]
#WTSQÐ	en (zij) zal stil zijn	{3sf}[1_SQÐ]
.WW	haak (haken)	{ms}
#XB	leg opzij!	{2ms}[5_EXB] (alt. voor EXB, vgl. bijv. 2sam5:23 met 2kon9:18)
#XB	laat rondgaan!	{2ms}[5_EXB] (alt. voor EXB, vgl. bijv. 2sam5:23 met 2kon9:18)
@XBIB	rondom
.XBIBE	omgeving (-en)	{fs}
-XBIBIW	rondom hem	[@XBIB]
.XBK	dicht gewas	{omS}
*XBKI	Sibbechai	{ms}	"de Husathiet", ook Sibchai
.XBL	last (-en)	{ms}, leed
.XBLWT	kruierswerk	{p}
//.XCL	personeel	{omS} , staf, kader
.XCLE	trots	{fS} , goede eigenschap, kostbaar bezit
.XCN	officier (-en)	{ms} off: luitenant; SV: (mv:) overheden
.XCR	slot (-ten)	{oms} , einde
.XCWR	slot (-en)	{ms}
+XCWR	gesloten
*XDM	Sodom	{ms}
.XER	maan	{S} (samenstelling BIT-XER of BIT-EXER is gevangenis) (*** geen meervoud
.XIBE	oorzaak (...zaken)	{fs}(modern)
.XIC	ertsrest (-en)	(slak)
*XIHN	Sihon	{ms} koning vd Amorieten, koning van Hesbon, t.t.v. Mozes
*XIHWN	Sihon	{s} stad
*XIN	Sin	{s} "woestijn" tussen Elim en Sinai
*XINI	Sinaï	{ms}
.XIR	pan (-nen)	{ms}, pot
*XIXRA	Sisera	{ms} krijgsoverste van de Kanaanieten onder Jabin
.XKE	hut (-ten)	{fs}, ook loofhut (zie loofhuttenfeest)
-XLE	(slot)
.XLT	bloem(meel)	{oS} (*** geen meervoud
.XLO	rots (-en)	{ms}
#XLW	baant!	{2mp}[1_XLL] variatie op #XLLW (dat niet voorkomt)
.XM	medicinaal kruid (medicinale kruiden)	{oms}, gif, drug
.XMDR	jonge vrucht (-en)	{ms}
*XNBLÐ	Sanballat	{ms} de Horoniet
*XNHRIB	Sanherib	{ms} koning van Assyrie ten tijde van koning Hizkia van Juda
.XNPIR	vin (-nen)	{ms}
.XNWRIM	verblindingen	{mp} (SV: verblindheden)
.XOR	storm (-en)	{ms}
.XORE	storm (-en)	{ms}
.XPIR	saffier (-en)	{ms}
.XPR	boek (-en)	{o} (ook: geteld)
.XPR	schriftgeleerde (-n)	{msa} (afgeleid van .XPRA), SV: schrijver
.XPRA	schriftgeleerde (-n)	{msa}
.XRIX	hoveling (-en)	{ms}, kamerling, eunuch, ambtenaar?
.XTR	geheim (-en)	{o}, SV: verberging
.XWD	geheim (-en)	{oms}, vergadering (=> samenzwering?)
.XWD	vergadering (-en)	{ms}
.XWP	riet (-en)	{o} ook: Schelfzee
.XWP	einde (-s)	{o}
+XWRR	opstandige	SV: wederspannig, wederstrevig
.XWX	paard (-en)	{o}
.ZAB	wolf (wolven)	{ms}
+ZALE	deze	{p}
+ZAT	deze	{fp}
+ZB	vloeiende
.ZBD	gift	{ms} (alleen in gen. 30:20)
*ZBD	Zabad	{ms} zoon van Nathan; zoon van Ahlai; zoon van Simeath
.ZBH	slachting (-en)	{ms}
.ZBH	offer (-s)	{oms}
*ZBH	Zebah	{ms} koning van Midian, samen met Tsalmuna genoemd
.ZBL	woning	{s} (*** onzeker; uit SV m.n. in de vorm MZBL
*ZBL	Zebul	{ms}
*ZBLWN	Zebulon
.ZBWB	vlieg (-en)	{ms}
*ZBWB	Zebub	{ms} in combinatie met Baal
*ZBWLN	Zebulon
.ZD	hoogmoedige (-n)	SV: (meestal) hovaardige
.ZDWN	trots	{mS} (SV), slechtheid, boze opzet
+ZE	dit	{ms} ook: deze (m)
.ZEB	goud	{o}
.ZIKRWN	herinnering (-en)	{ms}
*ZIP	Zif	(een woestijn), borstelig haar, ww: vervalsen
.ZIT	olijf (olijven)	{ms}, olijfboom
+ZK	zuivere	, rein, puur
.ZKR	man (-nen)
*ZKRIEW	Zacharia	{ms} zoon van Jerobeam; zoon van Meselemja; zoon van Hosa; zoon van Benaja; zoon van Jeberechja
.ZKRWN	herinnering (-en)	{ms}
*ZKWR	Zakkur	{m}
*ZLPE	Zilpa	{fs}
.ZME	vuiligheid (...heden)	{fs}
.ZMR	lied (-eren)	{o}
.ZMR	zanger (-s)
.ZMRE	gezang (-en)	{fs}
.ZNWN	hoererij	{mS} vanwege Ez.23:11
.ZNWNIM	hoererij	{mp}
.ZNWT	hoererij (-en)	{fs}, prostitutie
+ZOIR	kleine
.ZOM	woede	{mS}
.ZOP	boosheid (...heden)
.ZQN	baard (-en)
.ZQN	oude man (-nen)
.ZR	krans (-en)
.ZR	vreemdeling (-en)
+ZR	vreemde
*ZRBBL	Zerubbabel	{m} het eerst in 1 Kronieken 3
.ZRH	glans	{S} (*** geen meervoud
.ZRO	nakomelingen	{S} (*** komt hier nog een meervoud van voor?
.ZRWO	arm (-en)	{fs} (lichaaamsdeel); gezaaid, bezaaid
+ZRWO	bezaaide
+ZW	deze	{fs}
@ZWLT	behalve	(M''I)
-ZWLTK	behalve jou	(M''I)
@ZWLTI	behalve	(SV)
-ßA	ga weg!
.ßAN	kleinvee	{oS} /(***komt hier nog een meervoud van voor?
#ßAT	uit te gaan	(=LßAT) // (*** laten vallen voor .ßAT?
.ßAT	weggaan	{omS}
.ßBA	leger (-s)	{mxs}
.ßBI	pracht	{mS}
.ßBI	gazelle (-n)	{ms}	niet: hert
.ßD	kant (-en)	{ms}, zijde, partij
.ßDIQ	rechtvaardige (-n)	{ms}
.ßDQ	rechtvaardigheid	, (het) gelijk hebben
.ßDQE	weldadigheid (...heden)	{fs}
*ßDQIEW	Zedekia	{ms}
.ßER	luchtgat (-en)	{oms}
.ßER	licht	{omS}
.ßERIM	middag	{mp}
.ßI	vloot (vloten)
*ßIBA	Ziba	{ms} knecht van Mefiboseth
.ßID	jacht	{mS}
.ßID	jager (-s)	{ms}
*ßIDN	Sidon
*ßIDWN	Sidon
.ßINE	schild (-en)	{ofs}
*ßIWN	Sion	{ms}
.ßIß	bloesem	{mS}, bloem?, plaat? (SV)
.ßL	schaduw	{mS}
.ßLLIM	schaduwen	{mp}
+ßLH	geslaagde	, succesvol
.ßLM	beeld (-en)	{o}
+ßLM	fotografische	(modern)
*ßLMNO	Tsalmuna	{ms} koning van Midian, samen met Zebah genoemd
.ßLMWT	diepe duisternis	{fp}
.ßLO	rib (-ben)	{f}
.ßLO	kant (-en)	{f}
*ßLPHD	Zelafead	{ms} zoon van Hefer
.ßMA	dorst	{mS}
+ßMA	dorstige
.ßMD	span	{mS}, paar, koppel
.ßMR	wol	{mS}
.ßMRT	top (-pen)	{fs}, kruin, elite
.ßN	Zin	(woestijn)
.ßNE	schild (-en)	{ofs}
.ßOD	stap (-pen)	{ms}
+ßOIR	kleine	, jonge
*ßON	Zoan	stad in Egypte, volgens Num 13:22 7 jaar na Hebron gesticht
*ßOR	Zoar	(Bela), zie ßWOR
.ßPE	wachter (-s)	{ms} (SV)
.ßPN	Noorden	{oS}
*ßPNIE	Zefanja	{ms}
.ßPR	vogel (-s)	{fxs}
*ßPR	Zofar	{ms} een van de vrienden van Job
.ßPRDO	kikker (-s)	{fxs} SV: kikvors
*ßPRE	Zippora	{fs}
.ßPWN	Noorden	{oS}
+ßPWN	verborgen
*ßPWR	Zippor	{ms}
.ßPWR	vogel (-s)	{fxs} (meervoud ßPWRIM of ßPWRWT komt niet los voor)
*ßQLC	Ziklag	Filistijnse stad, door Achis kado gedaan (aan Juda)
+ßR	smalle	, nauw, eng
.ßR	vijand (-en)	, tegenstander
.ßRE	ellende ()	{fs}, nood, zorg
.ßRK	behoefte (-s)	, nood
*ßROE	Zora	"vaste stad" in Juda/Benjamin
.ßROE	wesp (-en)	{ms} (alleen in modern Hebreeuws?)
.ßROT	melaatsheid	{fs}
*ßRWIE	Zeruja	{ms}
+ßRWP	gelouterde	, pure?
.ßRWR	bundel (-s)	{ms}, pakje
.ßW	opdracht (-en)	{ms}, bevel
.ßWAR	hals (halzen)	{ms}
*ßWBE	Zoba	een Syrisch rijk ten tijde van Saul en David
.ßWD	stap (-pen)
.ßWER	luchtgat	{oms}
.ßWER	licht	{omS}
-ßWNI	(hij) heeft opdracht gegeven (...) mij
*ßWOR	Zoar	stadje bij Sodom, vluchthaven voor Lot
*ßWOR	Zuar	vader van Nataneël
.ßWR	rots (-en)	, vesting
*ßWRISDI	Zurisaddai	{ms} iem. uit de stam Simeon
.ßWRK	behoefte (-n)	, nood
.ßWRP	goudsmid (...smeden)	{ms}
.ÐBH	slager (-s)	{ms} mv. in SV 'trawanten' (huursoldaten)
.ÐBOT	ring (-en)
+ÐEWR	zuivere
.ÐER	zuiverheid	{ms}
.ÐL	dauw	{mS}
+ÐLWA	gelapte	, gestopt
+ÐMA	onreine
.ÐMAE	onreinheid (...heden)	{fs}
.ÐOM	smaak (smaken)	, zin, betekenis, nadruk
.ÐP	kleine kinderen 	{mS}
.ÐPH	handbreedte (-n)	{ms}
-ÐRM	voordat
.ÐRP	prooi (-en)
+ÐWB	goede
.ÐWB	goedheid (...heden)	{ms}
.ÐWBE	goeds (weldaden)	{o}, genoegen, goede daad
.ÐWER	zuiverheid	{ms}
.ÐWR	kolom (-men)	{ms}, rij, colonne
